CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 15 februari 2022 (getekend).pdf

Raad 15 februari 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Besluitenlijst en notulen35.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De heer Loupattij beweert dat hij zo'n fantastische interne communicatie had, maarde heer Makkinga was bij de bijeenkomst waar twee directrices van Beter Wonen het hele geblaat van de heer Loupattij niet onderstreepten. De VOORZITTER: Mevrouw Pol, die woorden moeten we niet gebruiken. We moeten respectvol met elkaar omgaan en elkaar niet op die manier diskwalificeren. Uw vraag is duidelijk. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Jaja, wat wil je dan horen? Uit de nek kletsen? De VOORZITTER: Wat zegt u? Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ja, sorry, maar ... De VOORZITTER: De strekking van uw verhaal is helder. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De heer Loupattij beweert hier een heleboel. Ik heb hem een paar keer gevraagd hoe het zit met de interne communicatie van de VVD. Ik hoor nu twee dingen, vanavond al. Bij de opening dater kennelijk niet wordt gecommuniceerd in deze fantastische grote fractie en vervolgens dat wat hij beweert niet onderstreept wordt door nota bene de twee grote woningstichtingen in Almelo. De heer Loupattij had dit kunnen weten als hij of beter intern gecommuniceerd had of naar de bijeenkomst was gegaan. De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik heb verder niets toe te voegen. Ik heb alle vragen beantwoord, ook de vraag van mevrouw Pol.

Mevrouw GEERDINK (PvdA): Mijn vraag sluit een beetje aan bij wat mevrouw Pol zegt, want in die bijeenkomst met de woningbouwverenigingen werd heel duidelijk dat die link niet gelegd kan worden met corporatiewoningen. Die link kan wel gelegd worden met de particuliere sector. Kan de heer Loupattij dat bevestigen? De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik kan niet bevestigen wat een ander beweert. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik denk dat ik weet waarom de heer Loupattij dat niet kan bevestigen, namelijk omdat dat niet is meegenomen in het onderzoek. Dat punt zou hierop tafel moeten komen. Alsje een onderzoek doet naar sociale woningbouw of de relatie tot de voorzieningen, moetje de hele woningbouw daarbij betrekken en niet een deel. Dat is er mis aan dat onderzoek. De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik begrijp de vraag niet. De VOORZITTER: Dan is dat voor de tweede termijn. Ik nodig u uit om uw betoog te vervolgen. R 2207154

17

De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik heb nog een klein zinnetje. We zijn heel tevreden met het beleid dat het college voorstaat, we zien duidelijke kaders in het besluit van de raad. Zo duidelijk heb ik ze nog nooit gezien. Op basis daarvan steunen wij dit beleidsplan en dragen we het voor voorde raadmeter. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! De heer Loupattij zegt voor de tweede keer dat in het besluit kaders staan. Ik interpreteer ze als doelen, doelen die we willen realiseren. Doelen en kaders zijn in mijn perceptie twee verschillende dingen. Ik wil graag weten of hij het over de doelen heeft die in het raadvoorstel staan geformuleerd. Of ziet de heer Loupattij en met hem de VVD-fractie die als kaders? Dan ben ik benieuwd wat zij de doelen vinden. De heer LOUPATTIJ (VVD): Nu komen we in een mooi technisch debat als het gaat over de inhoud van woorden. De doelen zoals ze hierin het besluit zijn geformuleerd, zijn ook de kaders voor het uitvoeringsbeleid waaraan je dat wilt toetsen. Ik ben het niet met mevrouw Ten Seldam eens dat doelen geen kaders zouden kunnen zijn. Ik vind ze hier aangestipt als doelen op inhoud, waarbij uiteindelijk kaders worden geboden om een uitvoeringsbeleid aan te kunnen toetsen; de beleidsregels die het college zal moeten opstellen. Wat mij betreft kunnen strategische doelen de kaders zijn voor een uitvoeringsplan.

Mevrouw TEN SELDAM (CDA): De heer Loupattij daagt me uit. Hij zegt dat dit een mooie technische discussie kan worden. Dan wil ik de techniek wel even op de mat leggen. Volgens mij heb je een doelstelling en die operationaliseer je. Voor het operationaliseren heb je kaders nodig. Ik heb dat vak vrij goed in mijn hoofd zitten. Normaal gesproken weten we elkaar redelijk te vinden, maar met het antwoord van de heer Loupattij waarin hij alle woorden een beetje aan elkaar breit, kan ik niet zo goed uit de voeten. Doelen moetje wat meer SMART formuleren. Er staat niet voor niets: strategische beleidsdoelen. Strategisch gaat hoog over, heeft een hoog abstractieniveau. Dan ga je operationaliseren en heb je juist kaders nodig. Deelt de heer Loupattij dat met mij? De heer LOUPATTIJ (VVD): Dat deel ik niet. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Dit raadsvoorstel begon met een verschrikkelijk voorwoord en een ongelukkig gekozen titel. We hebben daarover ons ongenoegen geuit en ze zijn inmiddels verwijderd. Mijn vraag is wat het schrappen daarvan echt heeft veranderd. Het was tenslotte toch de algemene beschouwing? Dat zegt wat over de auteur, maar ook wat over het stuk. Stellen dat het aanbod de vraag veroorzaakten hierover een gekraakte economische wet uit de 18áe eeuw aanhalen, en bij de DSM classificatie en diagnose door elkaar halen, sprak ons niet aan, nu druk ik het heel voorzichtig uit.

Het enige wat het schrappen van het voorwoord en de titel wat ons betreft heeft opgelost, is dat je ze niet meer Iaat zien, maar dit neemt ze niet weg. We hebben al uitgebreid gesproken over het proces en de timing. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik begrijp dat de SP-fractie niet zo heel veel met economie heeft, maar het is toch zo dat aanbod ook vraag creëert, bijvoorbeeld door middel van reclame? De heer TEUNIS (SP): We hebben wel wat met economie, maar niet met economisme. Economisme is het geloof dat economische factoren dominant zijn boven al het andere. Daar zit hier de crux. Het vraag- en aanbodidee, zo'n marktconcept, op het socialezekerheidsstelsel drukken, spreekt ons niet aan. Alsje het stelt zoals ik in het voorwoord heb gelezen, staat er gewoon: als je het aanbod wegneemt, neemt ook de vraag af. Dat spreekt ons niet aan. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Er wordt gerefereerd aan het voorwoord. Ik ben niet dat dat eruit is, maar het is eruit. Daaraan refereren en je verhaal ophangen, is niet blij helemaal terecht, lijkt mij. R 2207154

~$

De heer TEUNIS (SP): Dat is het waardeoordeel van de heer St6teler. De betrokkenheid van de raad vinden we heel beperkt. We vinden het heel jammer dat er geen advies is gevraagd van de Adviesraad Sociaal Domein, omdat dit niet kon. De Adviesraad is in wording, hebben we vorige week gehoord, maar is er nog niet. We vinden dat jammer. We hebben een poging gedaan om de behandeling uit te stellen, maar die kon blijkbaar niet wachten op dat advies. Vorige week werd gevraagd welke last we hebben gehad dat dit strategisch beleidsplan niet in de vorige periode is aangenomen. Daarop wil ik graag antwoorden: nou niets. Is dat niet het punt? Welke last heeft deze coalitie en dit college gehad van dit strategisch beleidsplan toen ze hun uitvoeringsplannen en coalitieakkoord in elkaar timmerden? Je kunt er blijkbaar drie maatregelplannen voorde zorg doorheen fietsen, zonder dat je in strijd bent met dit soort beleidsplannen voor het sociaal domein. Dat is opmerkelijk. Het eerste stuk gaat over wantrouwen en het normaliseren. De definitie van normaal vind ik heel belangrijk. Wat is normaal en wat is normaliseren? Het leek op punten alsof ik de VVDcampagne van 2017 teruglas met haar "normaal doen". We zijn het niet eens met het uitgangspunt dat het aanbod de vraag schept. Zulke beweringen kun je wat ons betreft alleen maar doen als je bedrijfseconomie en bestuurskunde hebt gestudeerd.

We zijn het er ook mee oneens dat je met zo'n verzuurd wantrouwen - dat is onze kwalificatie - naar sociale zekerheid moet kijken. In zoverre je dat wantrouwen hebt en dat gerechtvaardigd is, heb je dat wat ons betreft aan jezelf te danken door het introduceren van marktelementen en commerciële belangen in de sociale zekerheid, met alle proceswinstprikkels die dat met zich meebrengt. Dan wonen, dat is ons grootste pijnpunt in dit stuk. Het opent er zowat mee en op meerdere plekken komt het terug. De wens bestaat om het aantal sociale huurwoningen te doen verminderen en daarover staan ideeën in het stuk. Dit wordt gekoppeld aan de draagkracht van de gemeente, het verhoogde gebruik van sociale voorzieningen en de vermeende aanzuigende werking. Dit zou allemaal congruent zijn aan de woonvisie. Maar het ging toch om de leefbaarheid en veiligheid van wijken? Het ging toch niet over de instroom, de "last", of gaat het daar nu weer over? Daarover hebben we het bij de woonvisie gehad en dat volgens mij rechtgezet. Want als het daarom gaat, gaat het er toch om dat andere gemeenten te weinig sociale huurwoningen hebben, en wij niet te veel? Het is niet voor niets dat wij bij de woonvisie die tekstvoorstellen hebben doorgevoerd. Dit onderwerp lag voor ons gevoelig en ligt dat nog steeds.

Dit gegeven teruglezen in het beleidsplan maakt het voor ons eigenlijk onmogelijk om hierin mee te gaan. Ik heb het citaat net al aangehaald en ik wil dat nog een keer doen: "Een stad is in balans als het aan het gewenste beeld voldoet." Wat is het gewenste beeld? Het ongewenste beeld is niet het onze. Er bestaat geen consensus in deze raad over deze term. We hebben hier allerlei voorzieningen die kostendekkend zijn. Zo hebben we een afvalstoffenheffing, die is kostendekkend, een rioolheffing, die is kostendekkend, maar ons sociaal domein is niet kostendekkend. En waarom niet? Omdat het Rijk dit financiert. Het heeft taken bij ons neergelegd en geeft ons geld voorde uitvoering. Maar dat is te weinig. Sinds de decentralisatie wordt daarover de noodklok geluid door de VNG. Het is niet voor niets dat het Gemeentefonds wordt herijkten niet voor niets dat de tekorten incidenteel worden gecompenseerd door het Rijk. We hebben taken, maar niet de middelen om die taken uit te voeren. Overigens, acht van de tien gemeenten hebben moeite met het rondkrijgen van hun financiën. Ze verwachten allemaal een tekort. De VNG heeft er position papers over geschreven, de Raad van Europa heeft er zijn zorgen over uitgesproken. En sommige gemeenten willen zelf belastingen gaan heffen om dit op te lossen.

Die gebrekkige financiering is wat ons betreft het grootste probleem in het sociale domein, en we moeten niet gekke dingen aanhalen zoals het aantal sociale huurwoningen dat wij hebben. Tot slot, ik wil graag positief eindigen. Het is echt niet allemaal kommer en kwel in dit voorstel, want de ambities en visie middenin zijn zo algemeen opgeschreven, dat wij ons er best wel in kunnen vinden. Het uitgangspunt dat mensen zelfredzaam moeten zijn, omarmen wij ook. Het mooiste watje mensen kunt geven die in de sociale voorzieningen zitten, is ze uit dat systeem halen. Er zit ook een stuk vernedering in. Die mensen willen daar helemaal niet in

R 2207154

19

zitten. Ze verzinnen hun eigen problemen echt niet. Er zitten natuurlijk pappenheimers tussen. Maar Iaat dat er niet toe leiden dat we er zo verzuurd vanuit dit huis naar gaan kijken. Specifiek nog één positief punt. In 2019 is het abonnementstarief ingevoerd. Hierdoor betalen hogere inkomen net zo veel voor Wmo-hulp als lagere inkomens. Dat heeft ervoor gezorgd dater bij gemeenten veel meer aanvragen zijn ingediend. Deze gemeenten zijn het inmiddels beu om de huishoudster van rijke ouderen te betalen. Vooral mensen met een hoog inkomen hebben in 2020 meer gebruikgemaakt van de Wmo. Dit zijn cijfers van het CBS, niet van mij. Daarom zijn we blij met punt 5.2, waarin staat dat we weer terug moeten naar de inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Daarop inzetten is mooi, maar ik hoop vooral dat het abonnementstarief landelijk zo snel mogelijk weer wordt afgeschaft. We zeggen heel vaak in deze raadszaal dat voorzieningen er moeten zijn voor mensen die het écht nodig hebben. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Vorige week en de week ervoor heb ik namens de PVV-fractie een aantal keren de zorgen van mensen ingebracht. Vanavond wordt weerde koppeling gemaakt tussen het sociaal domein en wonen. Ik zie die koppeling.

Er speelde een misvatting tijdens de termijn van de heer Loupattij, want er werd voorgehouden dat sociale huurwoningen alleen corporatiewoningen zijn, maar dat is niet het geval. Ook particuliere huur die kan sociale huurwoningen betreffen, als de huur maar onder de toeslagengrens zit. Het zijn in die diep wonen mensen sociale huurwoningen, die goedkopere huurwoningen, waar vaak het sociaal domein zitten. Zij hebben heel veel zorgen en leven heel inefficiënt. Ze leven aan energie-inefficiënt, want ze zitten de hele dag thuis en moeten de hele dag de verwarming hebben Met de huidige stijging van de energieprijzen is dat voor die mensen niet vol te houden. Ze hebben met enorme zorgen te maken. Daarom is het meldpunt energiearmoede ook zo belangrijk. Ik hoop van harte dat daar wat uitkomt. Als we alleen focussen op beleidsdoel 1, het bevorderen van het zelf oplossend vermogen — net als de heer Teunis zijn ook wij het daar niet mee oneens, daarmee kun je het eigenlijk niet oneens zijn — staan genoemd de aanpak van laaggeletterdheid en defocus op betaalde arbeid. Het is niet zo makkelijk om je focus op het zelf oplossend vermogen te leggen. Mensen die diep in het sociaal domein zitten, krijg je niet zomaar aan het werk metal die zorgen. Ik hoop dat de wethouder daar straks op ingaat.

Bovendien, als ze aan het werk komen, ze moeten ze allerlei heffingen gaan betalen, de gemeentelijke belasting gaan betalen, krijgen ze dat zijn het kan Dan betalen. gaan ng kinderopva de misschien minder toeslagen, moeten ze l. armoedeva de heet Dat . erechtigde uitkeringsg als dan n als werkende minder geld overhoude hoeveel arbeid, aan betaalde helpen wil mensen Weet het college, als het dit zo opschrijft en of iemand meer moet gaan verdienen ten opzichte van het minimumloon — dat mag het oude Ook wel? banen die we Hebben nieuwe minimumloon zijn — om die armoedeval te ontwijken. straks met XL Businesspark 2 waarover veelal wordt gezegd dat het om goedkope arbeid gaat? Hebben we die banen straks wel? Anders kun je dit beleidsdoel gewoon niet halen. We missen heel veel hieraan voorafgaand, maar ik hoop daarover iets te horen. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Onze fractie kan zich vinden in het voorstel. Ik heb nog een vraag aan de wethouder. Als we naar de cijfers kijken in het beleidsplan Samen meer doen, valt het ons op dat het aantal ouderen in Almelo fors is toegenomen en nog verder zal toenemen. Met de toename van het aantal ouderen stijgt ook de zorgvraag. Het aantal ouderen met beperkingen, waaronder de aandoening dementie, zal hierdoor enorm toenemen.

De toename van het aantal ouderen zal ook leiden tot de toename van het gebruik van voorzieningen op basis van de Wmo medische zorg en het beroep op verpleging en verzorging. Vindt de wethouder niet dat de gemeente Almelo in de volgende raadsperiode veel meer aandacht moet besteden aan de positie van senioren en dat er misschien een speciale wethouder voor ouderenbeleid moet komen die de belangen van ouderen op het gebied van wonen, zorg, vervoer, veiligheid en communicatie behartigt? De heer BETE (Lijst Cete): Voorzitter! Buiten het idealistische verhaal van de SP-fractie over economie en economisme, steun ik het verhaal van de heer Teunis honderd procent; ik dank voor zijn bijdrage. Ik heb een ordevoorstel ingediend omdat het Strategische beleidsplan sociaal domein hier niet hoort; dat vind ik nog steeds. Waarom? Wij hebben dit de afgelopen weken al een paar R 2207154

20

keer herhaalt. De transitie, de transformatie van de zorg is in 2015 ingevoerd. We hebben in 2017 en ook in 2014, een strategisch plan neergezet en zijn nu acht jaar verder. Als het college en de coalitie zo goed zijn, zoals de heer Loupattij beweert, hadden ze hiermee zes of acht maanden eerder kunnen komen, net voor het zomerreces. Dan hadden we daarop inhoudelijk op- of aanmerkingen kunnen maken. Als de meerderheid van de raad dit had geaccepteerd, zou ik er niet blij mee zijn, maar had ik me er makkelijk bij neer kunnen leggen, à la Soweco, à la woonvisie en alle andere dossiers waarop ik mijn kritiek heb geuit, maar die uiteindelijk niet naar mijn ideaal zijn uitgevoerd. Hier niet. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Is de heer fete zich ervan bewust dat als we dit beleid niet vaststellen, het oude beleid dat niet geupdatet is in stand blijft en hij daarmee iets vreemds doet? Hij gaat het nieuwe beleid niet omarmen, terwijl dat een verbeterde versie is, maar accepteert daarmee het bestaande beleid. De heer BETE (Lijst fete): Ik heb vanaf dag 1 meegemaakt hoe de transities en transformaties zijn gelopen. We hebben miljoenen euro's uitgegeven voordat ze in 2015 naar ons toe kwamen. Met die miljoenen euro's hebben we de twee jaar van 2015-2017 met onze handen in het haar gezeten, want we wisten niet wat we moesten doen.

Er was een strategisch beleid, er was nieuwe wet- en regelgeving, maar onze ambtenaren hebben jarenlang geen indicatie kunnen geven. Ik vind wat van de Participatiewet. Ik vind wat van die transitie en transformatie van de zorg. Dat is een idealendiscussíe. Maar zelfs toen hebben we ons gered. Als je een strategisch beleidsplan hebt, zoals de fractievoorzitter van de VVD de afgelopen eeuw heel vaak heeft herhaald, of een punt in de toekomst wilt neerzetten, moet er echt een visie achter zitten. Hier staat gewoon niets anders dan de verkiezingscampagne van de VVD. Dat raakt mij. Nogmaals, als de VVD-fractie zo slim en goed is dat ze de coalitie en het college hiermee voor hun karretje kunnen spannen, respect politiek gezien, maar ik vind er inhoudelijk wel wat van. De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik wil het goed begrijpen. De heer fete zegt dus: geef mij maar het oude, niet geupdatete beleid, want dat is beter dan een nieuw beleid dat geupdatet is op basis van feitelijke nieuwe informatie. Hij omarmt het oude beleid dat we al acht jaar voeren en hij is daar tevreden mee. Of komt de heer fete met een initiatiefvoorstel voor nieuw beleid? De heer BETE (Lijst Cete): Dat zeg ik niet. Ik ben in de huidige periode al vanaf dag 1 actief, maarde heer Loupattij is er een meester is om de laatste zes maanden pas actief te zijn.

Hij gaat mij niet een maand voorde verkiezingen uitdagen om met een initiatiefvoorstel te komen. Daag mij flink uit, dan kan ik dat nog voor 8 maart doen. Maar het gaat mij om het beleid en niet om zijn ideeën, zijn idealen of zijn arrogantie. Het strategisch beleidsplan, een visie op de toekomst en dat soort dingen. Ja, goed en aardig. Ik wil mijn collega's niet herhalen, maar neem het voorbeeld van arbeidsmigranten: geen migratieachtergrond. Ik ben echt enorm benieuwd of ik hoor bij mensen met een migratieachtergrond. Ik heb dit ook aan familie en mijn achterban gevraagd. Als dat zo is, hoeveel procent van mijn generatiegenoten hebben dan die migratieachtergrond? Wijlen mijn vader is 55 jaar terug naar Almelo gekomen. Als wij nog steeds bij de mensen met een migratieachtergrond horen, vind ik daar wat van. Kan de wethouder mij uitleggen wat daarvan de bedoeling is? Ik heb met wethouder Maathuis de afgelopen jaren flinke discussies gevoerd. Ik ben ervan overtuigd dat gastarbeiderskinderen en kleinkinderen veel minder gebruikmaken van de Participatiewet dan de rest van de samenleving. Als het de heer Maathuis uitkomt — we kennen hem niet anders — heeft hij overal cijfers over, maar als het hem niet uitkomt, wil hij ze niet geven. De laatste vijf bladzijden van het strategisch beleidsplan gaan eigenlijk over de toekomstvisie.

Zoals de heren Stóteler en Teunis al zeiden, er zijn dingen waar je gewoon niet tegen kunt zijn; laten we eerlijk zijn. Ik ken geen Almeloër die ziek wordt, die afhankelijk wil worden van de gemeente Almelo. We hebben mijns inziens helaas onder leiding van het huidige college en de coalitie een van de slechtste colleges en coalities van de afgelopen tientallen jaren. Het is een grote ramp als je in Almelo afhankelijk bent van zorg. Ik gun het mijn vijand niet om zorgafhankelijk te zijn in Almelo. Ik heb tientallen mensen in mijn omgeving, R 2207154

21

mijn wijk gehad die hieronder enorm hebben geleden. Maar helaas kan het niet anders. Helaas moeten ze daarvan gebruikmaken. Ik zit hierom er het beste voor Almelo en Almeloërs uit te halen. Het allang niet meer zo dat wij alleen over het riool gaan of vuilnisbakken, of dat soort dingen. Zorg is de helft van ons budget, de helft van onze begroting. Van elke Almeloër die ik benadeel met een beleid dat ik zonder het goed te bekritiseren aanneem, zal ik wakker liggen. Dat raakt mij persoonlijk. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Ik dacht dat ik veel woorden gebruikte. Welk onderdeel van de visie mist de heer fete in het voorliggende voorstel? Hij stelt heel veel, maar wat wil hij graag toevoegen waardoor hij iets blijer wordt van het nieuwe beleid dan van het oude beleid? De heer BETE (Lijst fete): De heer Teunis zei het al, we moeten het voorwoord eigenlijk in een plaatselijke krant publiceren als verkiezingscampagne en daarbij zetten dat dit het gedachtegoed is van het huidige college en de coalitie. Dat voorwoord is eruit gehaald, maar dat zegt heel veel. Dat voorwoord betekende voor mij meer dan die 21 bladzijden. Dat liet uw ego zien, het ego van de VVD, van de coalitie en Iaat gewoon zien hoe wij over mensen in Almelo die zorgafhankelijk zijn denken: doe normaal, doe jij eens normaal man. Ik moest terugdenken aan dat debat.

Dat het college uberhaupt Almeloërs kan kwalificeren in normaal en niet-normaal is voor mij al genoeg reden om het huidige strategische beleid niette accepteren. Dater nog steeds een link wordt gelegd met sociale huurwoningen, terwijl er een woonvisie is waarin staat dat er 26 huizen minder moeten zijn. Er zijn mensen met een migratieachtergrond; dat heb ik net al gesteld. Wij doen ... De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! De heer Cete zegt vol heisa dat sociale huurwoningen er niets mee te maken hebben. Hij kan toch niet ontkennen dat mensen die diep in het sociaal domein zitten, die weinig geld in hun portemonnee hebben, in goedkope huurwoningen wonen en per definitie in sociale huurwoningen wonen, ongeacht of dit corporatiewoningen zijn of particuliere huurwoningen? De heer BETE (Lijst fete}: Voorzitter! De heer Stóteler kwalificeert Almeloërs al door te zeggen: mensen die diep in het sociale domein zitten. Ikken geen Almeloër die bewust in een woning zit die aan alle kanten rammelt en niet energie duurzaam is. Ikken geen Almeloër die een beroep wil doen op de zorg of de Participatiewet omdat ze ergens diep inzitten. C'est la tone qui fait la musique. Het is de toon die de heer St~teler en de mensen uit de rechtse vleugel hanteren die mij enorm irriteert. Mensen zitten niet ergens diep in, of mensen zijn niet normaal of niet-normaal. Dat raakt mij gewoon.

Mensen zitten niet in een sociale huurwoning omdat ze dat heel graag willen. De achterban van de PVV, kijk maar naar de verkiezingsuitslagen van de vorige keer, woont in die sociale huurwoningen. Ik vind het van zijn kant vele malen erger dat hij de link met de sociale huurwoningen legt, dan wanneer een VVD'er dat doet. De VOORZITTER: Omwille van de tijd roep ik ieder op om de retoriek wat te beperken en to the point te zijn. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Dat ik zeg "diep in het sociale domein" is geen nare kwalificatie. Dat zijn gewoon mensen die zorg nodig hebben, weinig mogelijkheden hebben om zelf aan het werk te gaan en weinig zelf oplossend vermogen hebben, en waarvan het college zegt dat het aan dat zelf oplossend vermogen wil werken. Het zijn die mensen, die uitkeringsafhankelijk zljn, die zorgafhankelijk zljn en geen geld hebben om in een grote huurwoning zoals de heer fete te wonen. Ze hebben weinig geld en zijn afhankelijk van ergens een sociale huurwoning die inderdaad - dat doen ze niet omdat ze dat zo prettig vinden nauwelijks geïsoleerd is, een hoge energierekening oplevert et cetera. Die mensen zijn driedubbel de Sjaak. Dat zei ik net. Nu word ik neergezet alsof ik heel kwade bedoelingen hebben met die kwalificatie, maar dat is helemaal niet zo.

Ik zei alleen dat die link wel degelijk te maken is, want die mensen wonen niet prettig en fijn naar eigen keuze in een nietgeïsoleerde huurwoning. Nee, die moeten wel, want ze hebben geen andere keuze.

R 2207154

22

De heer BETE (Lijst fete): Amen. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Ik werd even aan het denken gezet doordat de heer fete het had over het indelen in normaal en niet-normaal. Ik kom steeds meer tot het besef dat wij allemaal een heel andere connotatie hebben bij wat normaliseren is. Ik heb normaliseren in het document gelezen als tolereren van afwijkingen. Ik heb het rekenkamerrapport nog eens bekeken. Daarin wordt bijvoorbeeld gezegd dat wat men in Amsterdam normaal vindt, men in Twente niet normaal vindt. Daar wil je een eind aan maken. Dat heet tolerantie van afwijkingen. Dat ís normaliseren. Daarom vind ik het mooi dat de heer fete vroeg of hij behoort tot de groep met een migratieachtergrond of niet, de zeven vinkjes van Joris Luyendijk dat we over iemand die een vinkje niet heeft meteen zeggen: dat is niet normaal. Normaliseren is dat je dat normaal vindt. Zo heb ik normaliseren gelezen. Ik lees dat dus positief. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Ik zal het heel voorzichtig proberen te formuleren zonder de heer Teeuw te beledigen. Als een calvinistische Nederlander iets normaal vindt, vindt een katholieke Nederlander dat in de afgelopen eeuwen niet normaal. Ik Iaat de rest van de politieke zuilen en geloven er nog buiten. Daarom is het niet aan ons als overheid om iets als wel of niet normaal te kwalificeren.

Uw normaal moet niet normaal zijn, mijn normaal moet niet normaal zijn en we moeten niet over ónze samenleving praten. Het is niet aan ons iemand zorgafhankelijk is normaal of niet-normaal te noemen. Dat is gewoon precies het beleid dat hier de afgelopen jaren wordt uitgevoerd en dat is precies de manier waarop de VVD naar mensen kijkt. Het zijn Almeloërs, het zijn prachtige mensen. Als iemand in een sociale huurwoning woont en een collega van GroenLinks of D66 zegt, verduurzamen, er ligt € 35 miljard, zou ik zeggen: verduurzaam eerst alle sociale huurwoningen in Almelo. Dat is voor mensen visie bieden, dat is mensen helpen en niet over hen praten, maar met hen, samen kijken wat de vooruitgang kan zijn. De heer LOUPATTIJ (VVD): Dank voor dit betoog, dat is precies wat wij voorstaan. Dit betekent dat normaal gaat over mensen betrekken en niet mensen uitsluiten. In het politiek beraad heb ik gezegd: mensen niet buiten de klas zetten, maar binnen de klas met elkaar naar oplossingen zoeken. Dat doe je samen, vanuit gelijkwaardigheid. Daar staan wij voor. We zijn er niet voor om ons ineen hokje te zetten waarde heer Cete zelf in zit, verbijzonderen, apart maken, apart zetten buiten de klas en dat speciaal houden. Wij zeggen dat iedereen erbij hoort. Iedereen wordt erbij betrokken. Dat betekent wel datje ook verantwoordelijkheid daarin moet nemen.

Daar willen we met elkaar naar kijken: hoe kunnen we dat het beste doen voor iedereen. Om in een hokje gedrukt te worden dat wij feitelijk asociaal zijn als we iedereen erbij willen hebben, dat werp ik verre van mij. De heer BETE (Lijst fete): Dat is de heer Loupattij in mijn ogen. Hij zal ervan opkijken, maarde heer Pauwels is voor mij speciaal. Zo speciaal als een andere Almeloër die in een sociale huurwoning woont. De heer Pauwels en ik hebben er nooit van opgekeken dat hij in de Ootmarsumsestraat woont en ik in de Gravenstraat. Wie is hier normaal, de heer Pauwels of ik? Daar gaat het mij om. Het is het beleid dat de heer Loupattij en zijn partij voeren dat asociaal is. Zijn partijleider is voor mij net zo speciaal als een Almeloër die van de bijstand leeft. Ik wil dat onderscheid in de Almelose samenleving niet. Ik vind niet dat hij beter of slechter is of dat zij beter of slechter zijn. De VOORZITTER: We dwalen nu steeds verderaf van wat voorligt. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb de vorige keer heel veel over normaal en nietnormaal gehoord. Ik hoor dat nu weer. Ik heb het gezien bij de zorg en ik heb het overal zien terugkomen, dat normaliseren. Ik krijg er een heel nare smaak bij.

Hier wordt het ineens gebracht als iets positiefs, maar bij mij komt het over als: die mensen mogen zich niet aanstellen en mogen geen zorg vragen: jullie zijn normaal, want jullie stellen je aan. Dat gevoel krijg ik erbij. De VVD-fractie probeert dit nu prachtig te verpakken, maar eigenlijk is het gewoon

R 2207154

23

een ordinaire kostenbesparing. Daarvoor valt misschien iets te zeggen, want zorg kost veel. Hoe kijkt de heer fete ertegenaan hoe dit normaal wordt bestempeld? De VOORZITTER: De vraag is helder, maar we moeten oppassen dat interrupties niet gaan werken om ieder betoog te versterken. Daarvoor hebt u uw eigen termijn. Ik roep de heer fete op zich te beperken in zijn reacties en dan zijn betoog te vervolgen. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Ik gaf net een heel mooi voorbeeld. Voor mij zijn de heren Loupattij en Pauwels net zo normaal als iemand uit mijn wijk. Ik wil niet mensen kwalificeren als normaal, niet-normaal, goed of slecht, afhankelijk of niet-afhankelijk. Ik weet niet wat de toekomst brengt. Wij allen hier, wie garandeert mij of u allen dat wij morgen niet zorgafhankelijk zljn? Wie garandeert mij dat we morgen niet in een sociale huurwoning zitten? Wie garandeert mij dat we de welvaarten het welzijn van het land behouden? Als het aan mensen ligt als de heer Loupattij en het college dat hier verantwoordelijk is, ben ik bang voor de toekomst van ons allen. De VOORZITTER: Ik rond nu deze interrupties af. U hebt straks uw eigen termijn, mevrouw Pol. De heer CETE (Lijst fete): Voorzitter! We lijken wel een beetje op elkaar: hoe meer interrupties hoe leuker voor mij. U hebt dat ook om langer door te kunnen gaan.

De VOORZITTER: U weet van heel veel mensen wat ze denken en vinden. De heer BETE (Lijst fete): Dat denk ik ook. Uit respect voor mijn collega's, ik heb heel veel interrupties gebruikt. Ik zal het kort houden en waar nodig erin de tweede termijn op terugkomen. Dit is een sociaal beleidsplan dat een typisch voorbeeld is van het beleid van de afgelopen vier jaar van het college en de coalitie. We kunnen in een welles/nietes-verhaal vallen, maar god zij dank leven wij in een democratie. Als het beleid wordt aangenomen zoals het er nu staat, zal ik dat de komende maand op allerlei manieren publiceren in de Almelose weekbladen of op social media om duidelijk te maken waar het huidige college en de coalitie voor staan. Dan kunnen de Almeloërs bepalen wat normaal of niet-normaal is. Het is niet aan ons, maar aan Almeloërs om te bepalen hoe we het beleidsplan neerzetten. Nogmaals, ik vind het niet collegiaal en men heeft gelijk, tot 30 maart is de huidige raad in functie en kan hij tot die tijd alles doen en laten wat hij wil. Maar het is niet collegiaal, niet chic om het strategisch beleidsplan, vooral voor een domein als zorg, waarvoor meer dan € 100 miljoen in onze begroting is opgenomen, met een simpel VVD-actieplan en verkiezingscampagne weg te zetten. Ik hoop dat we veel meer voor onze stad en de samenleving kunnen doen.

Ook voor ons, want niemand heeft de garantie dat hij straks niet afhankelijk is van het beleid dat we nu accepteren. Ik hoop dat dit niet zo is en men in zijn villaatjes kan blijven wonen, maar als men ooit in een sociale huurwoning terechtkomt, kom ik wel een bakje soep brengen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo: Mijnheer de voorzitter! Ik heb geen idee hoe vaak ik dit stuk moet lezen om er begrip voor te kunnen opbrengen, ondanks het feit dat er heel veel goede dingen in staan. Maar er staan elke keer dingen in waarvan ik denk: ja, het staat er wel heel mooi, maar hoe kan ik in hemelsnaam vertrouwen op een correcte uitvoering daarvan? Ik probeer een aantal zinnen te citeren. Er staat zoiets als: we gaan in eerste instantie inzetten op iets wat zo snel mogelijk geld bespaart. Dan denk ik: hoe haal je het in hemelsnaam in je hoofd om daarover te beginnen, in plaats van dat je gaat vertellen datje inzet op preventie, wat verderop wel staat. Dat heeft in elk geval op den duur een beter effect. Als ik dit lees, denk ik: dit is nog erger dan de VVD landelijk. Dat klinkt heel lullig en ik weet dat dit niet zomaar gezegd mag worden, maar ik doe het toch. Ik heb het landelijk VVDverkiezings-programma gelezen en ik dacht: wat is daar aan de hand? Er staan zo veel mooie dingen in.

Maar ondertussen zaten daar allerlei valkuilen achter, want er stond elke keer bij: ja we willen dit, maar dan moet eerst zus en zo. Toen dacht ik: dit lijkt wel een uitvoeringsnota R 2207154

24

gebaseerd op een partijprogramma van een partij die denkt het allemaal heel goed te weten. Bij elk stukje dat ik lees, krijg ik het gevoel: dit deugt niet. Ze hebben me heel vaak gezegd: politiek en gevoel hebben niets met elkaar te maken. Maar als dat door een meerderheid hier echt zo gevonden wordt, denk ik dat we werkelijk de verkeerde kant op gaan. Gelukkig weet ik van de meeste raadsleden dat ze juist gevoel heel belangrijk vinden. Maar ik durf ook wel beweren dat ze dat blijkbaar vergaten toen ze dingen op papier zetten. Ik weet niet of het verstandig is nog meer zaken aan te kaarten. Er staan echt dingen in, in de woonzorgvisie, waarvan ik denk: waar gaat dit over? Begrijp ik het niet? Dat is heel goed mogelijk, want elk mens heeft maar een beperkt verstandelijk vermogen. Maar er staan dingen in dat er gefaciliteerd moet worden als mensen een woning aan willen passen. Dat lijkt te gaan over mensen die een eigen woning hebben die zelf wel even hun woning kunnen aanpassen. Dan gaat de gemeente wel even helpen. Want wat heeft de gemeente in hemelsnaam te vertellen over de woningcorporaties die wat met hun woningen moeten doen voor mensen die met problemen in hun woning zitten? Als ik dit lees, bekruipt mij elke keer het gevoel dat inderdaad die gigantisch grote fractie die heel veel in de melkte brokkelen heeft, hier een heel nadrukkelijk stempel op heeft gedrukt.

Wat democratisch gezien logisch is. Maar dan zou ik bijna denken: doek alsjeblieft die democratie op en bedenk iets beters, want ik vind dit heel erg pijnlijk. Dat heeft met mijn politieke opvattingen te maken - dat lijkt me logisch - maar ook met mijn mensbeeld. Als ik dit lees. Je zou van bijna elke zin kunnen denken: wat mooi, het staat er heel goed. Maar alsje er wat beter over nadenkt, of die zinnen achter elkaar leest, krijg ik in ieder geval het idee dat hier niets van deugt. Dat is niet zo aardig, maar als de voorzitter me heel lang aan het woord wil laten, wil ik wel proberen dat uitte leggen. De VOORZITTER: Daar gaat de heer Loupattij een vraag over stellen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Dan ben ik des te langer aan het woord, mooi. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Kunt u zich herinneren dat dit besluit genomen is door een eerdere raad waarvan u deelnemer bent geweest? 90%van wat hier voorligt, is eerder besloten. Kunt u mij vertellen of u daar voor of tegen was? De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik heb geen idee of de heer Loupattij zich tot de voorzitter richtte, want daar leek het een beetje op. Dan moet hij maar antwoorden. Mocht hij het over mij hebben gehad: nee, dat kan ik me niet allemaal exact herinneren. Ik vind het fijn dat u begint over een overhoring waar u zo de pest aan hebt. Dat mag van mij.

Ik kan me dat niet herinneren, maar ik doe er ook niet stoer over, zoals u. Dat vind ik veel pijnlijker. Want als er dan om een voorbeeld wordt gevraagd, weet u het ook niet. Dus hou alsjeblieft op met deze poppenkast. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Ik stel deze vraag aan de heer Hummels, omdat ik geïnteresseerd ben tegen welk onderdeel van dit plan hij zo sterk gekant is en wat hij exact anders zou willen. Als deze onderdelen zijn toegevoegd, als het om de update gaat, ben ik bereid daarnaar te kijken en luisteren. Ik ben heel erg benieuwd wat hij in het plan mist dat acht jaar geleden is vastgesteld door de raad en wat hij verandert wil zien. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Als u daadwerkelijk vindt dat ik daarop moet reageren, gaat het nog wel even duren. Ik ga proberen alles te vinden waarvan ik vind dat het niet deugt en zal proberen te zeggen hoe het anders moet. Maar dan moet u wel geduld hebben. Er staat bijvoorbeeld in dat mensen kunnen helpen bij het definiëren van het begrip normaliseren. Ik vind dat fijn, maar dan moet je dat begrip verder niet gebruiken, want dan weet je klaarblijkelijk zelf niet voldoende wat het inhoudt. Dat staat in dit stuk. Mensen die allerlei ervaringen hebben kunnen helpen dit begrip te normaliseren. Maar dat hoort er niet in te staan, want dan weet je zelf waarschijnlijk niet goed genoeg wat het is. Dat is 1.

R 2207154

25

Het stukje over Almelo en haar inwoners lijkt feitelijk te kloppen, maarde conclusies die daaraan verbonden worden, deugen voor geen meter en zijn zelfs zo politiek gekleurd en stigmatiserend, dat ik me er dood voor schaam. Ik wil de pagina er wel bij noemen, maar ik neem aan dat de heer Loupattij het stuk gelezen heeft en het uit zijn hoofd kent. Ik vind het ook heel bijzonder — ik hoop dat dit nog steeds een duidelijk antwoord is op de heer Loupattij — dat de inzet de afgelopen jaren geleid heeft tot een verandering qua inzet op maatwerk en preventie. Maar ik lees daarin niet.wat het effect is geweest, of het allemaal zo goed heeft uitgepakt. Dat zou ik er ook graag in willen zien. Ik ben blij met het geduld van de heer Loupattij, dank u wel. Het inzetten op zelfredzaamheid lijkt mooi, maar dan ga je er bijna van uit dat iedereen dat moet kunnen bereiken. Ook dat staat hierin, tussen de regels door. In elk geval hoe ik het lees en dat maakt het ingewikkeld, want de heer Loupattij leest dat natuurlijk anders. Ook daar heb ik mijn twijfels bij. Je kunt niet iedereen helpen tot zelfredzaamheid. Ik vind dat daarvoor te weinig aandacht is in dit stuk. Om het antwoord te geven: daar zou meer aandacht voor moeten zijn. Het lastige is dat ik niet elk stuk aangestreept hebt. Daarom duurt het onnodig lang; dat vind ik niet leuk.

Wat de beantwoording aan de heer Loupattij betreft, wil ik het hier even bij laten. Mocht hij daar niet tevreden mee zijn, dan hoor ik dat wel via u. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Daar ben ik heel erg blij mee. In het antwoord zie ik de handreiking die de wethouder heeft gegeven, want die gaat over de hoe-vraag. Hoe duiden we dit? Hoe gaan we ermee om, welke invulling geven we eraan? De wethouder heeft toegezegd dat hij de raad meeneemt in de plannen die hij daarvoor gaat maken. Ik vind het huiswerk van de heer Hummels echt prachtig. Hij stipt eigenlijk aan wat hij in de uitvoering terug zou willen zien. Ik denk alleen maar: neem dit vooral mee in de politiek beraden die gaan volgen en die de wethouder aangeboden heeft. Ik denk dat hij voldoende onderschrijft dat de kaders prima zijn. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik dacht dat dit een interruptie was, maar daar lijkt het niet op. Ik probeer mijn verhaal te vervolgen. Ik ben er bijna door. Ik ga het niet nog een keer lezen of nog een keer vertellen. Maar ik blijf erbij dat zo'n belangrijk document ... Ondanks het feit dat er een heleboel positieve zaken instaan die helaas multi-interpretabel zijn — dat blijkt ook uit deze gesprekken — zou ik haast zeggen dat het niet besluitrijp is, omdat het niet eenduidig is.

Maar ik zeg er eerlijk bij dat ik eenduidigheid helemaal niet zo belangrijk vind, want misschien kan het heel goed uitpakken dat iets multiinterpretabel is, want dan kan het de kant opgaan die Leefbaar Almelo in ieder geval voorstaat. Mogelijk biedt dit zelfs perspectief voor een positieve ontwikkeling. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Met het strategisch beleidsplan sociaal domein gaan we besluiten over vijf strategische doelen. De uitwerking komt nog. De Lokaal Almelo Samen-fractie vraagt aan de wethouder om de raad mee te nemen in de ontwikkeling van het uitvoeringsplan, alsmede het intensief betrekken van de strategische partners, waaronder de woningbouwcorporaties. Wij weten dat dit de bedoeling is. Dit is in de motie aangegeven. Ik onderstreep dit nog een keer. Op een aantal vragen die we vorige week hebben gesteld, heb ik nog geen antwoord gekregen, of ik heb niet goed opgelet, maar dat hoor ik nog wel van de wethouder. Die gaan over de druk van de farmaceutische industrie, en ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers in de praktijk. Hieraan voeg ik toe dat het college zijn voordeel kan doen met de reactie van de heer Plas. We bevelen zijn opmerkingen aan het college aan. Wij feliciteren de leden van de Adviesraad Sociaal Domein met hun installatie gisterenavond en wij wensen hun en het college succes en een goede samenwerking toe.

Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! Mevrouw Van Doorn feliciteerde de Adviesraad met zijn installatie. Ik denk dat ze op de hoogte is van de brief van 15 juni vorig jaar, waarin het college de raad Iaat weten dat er geen belangrijke besluiten in het sociaal domein aan de raad zullen worden voorgelegd, omdat er geen adviesraad is. Hoe kijkt ze tegen dit beleidsplan aan, nu er geen advies is van de Adviesraad? R 2207154

26

Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Eris misschien op dit moment nog geen advies van de Adviesraad, maar om die reden noem ik het advies dat de heer Plas, die lid is geworden van de Adviesraad, heeft gegeven in een aantal A4'tjes. Ik ga ervan uit dat hij indirect spreekt namens de nu opgerichte Adviesraad. Zijn advies was nogal uitgebreid. Daarom bevelen we dat aan in de aandacht van het college. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dat advies is op persoonlijke titel gegeven; dat schrijft de heer Plas erbij. Volgens mij hebben we vastgesteld dat de Adviesraad Sociaal Domein het college van een advies hoort te voorzien bij dit soort belangrijke besluiten. Dat advies is dus niet officieel ingediend. Is mevrouw Van Doorn het met mij eens dat dit voorstel dus eigenlijk niet aan de raad kan worden voorgelegd, omdat het niet is voorzien van een advies? We weten niet wat erop ons afkomt met dit beleid. Zou het niet beter zijn om eerst dat advies af te wachten en pas daarna hierover een besluit te nemen? Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Als we elke keer wanneer we een besluit nemen over belangrijke dossiers moeten wachten tot iemand ... Pardon, mag ik mijn verhaal niet afmaken? Moet u meteen uw armen ten hemel heffen? Ik vind dat niet behoorlijk. Ik doe dat ook niet als u praat, terwijl ik het waarschijnlijk ook niet met u eens ben.

Om de vraag van mevrouw Geerdink te beantwoorden. Er is niet altijd een adviesraad nodig. Ik denk dat wij als volksvertegenwoordigers ingehuurd zijn om het college van advies te voorzien, de stukken goed te lezen en te interpreteren en daarover ons eigen besluit te nemen. Ik zei dat in het raadsvoorstel vijf strategische doelen worden benoemd met de uitwerking daarvan. De Adviesraad is vandaag of morgen operationeel en kan alsnog advies uitbrengen over de uitwerking van de strategische doelen. Ik denk zeker dat de Adviesraad dat zal doen. Ik weet niet waarom we deze besluitvorming moeten uitstellen, terwijl we alleen maar beslissen over die vijf strategische doelen. De heer WIERTZ (D66): Deze redenering volg ik niet helemaal. We hebben een verordening vastgesteld op een adviesraad en dan zegt mevrouw Van Doorn: er is niet altijd een advies nodig. Waarom hebben we die verordening dan aangenomen? Waarom hebben we uberhaupt een adviesraad? We kunnen hem net zo goed opheffen als er alleen maar advies wordt gevraagd als dit goed uitkomt. Dan heeft het geen enkele zin meer. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Ik vraag me af of er een verordening is op de Adviesraad. Eris een Adviesraad ingesteld. We hadden een aantal adviesraden en die zijn samengevoegd. Die wordt nu geïnstalleerd. Daarom ben ik zo blij met de opmerkingen van de heer Plas.

Je kunt zeggen dat die niet officieel zijn, maar ondertussen liggen ze er wel en kan het college er zijn voordeel mee doen. Ik zie niet in waarom we een officiële Adviesraad moeten hebben, terwijl er een onofficieel advies ligt. Dat gaat de Adviesraad straks ook doen, gevraagd en ongevraagd adviseren. Ik denk dat de raad op dit moment heel goed in staat is om die vijf strategische doelen vast te stellen. De uitwerking komt nog. De Adviesraad wordt nog om advies gevraagd bij de uitwerking. Waar hebben we het over? De heer CETE (Lijst ~ete1: Voorzitter! Ik kan mevrouw Van Doorn vandaag echt niet volgen. Dat komt niet heel vaak voor. Ze begint met de complimenten, want de Adviesraad is gisteren beëdigd. De heer Plas krijgt in naam van de Adviesraad de complimenten. Ik volg het helemaal niet meeren hoop dat ze mij kan helpen. Ze betoogt dat dit voorstel goed is overwogen en waargenomen. Ik weet niet waar ik dan zat. Ik heb hiervoor twee politiek beraden meegemaakt en verder is er niets. De VOORZITTER: Maakt u even uw punt, want de discussies lopen enorm uit. Uw vraag is eigenlijk dezelfde als die van de heer Wiertz. Anders moet u hem nu stellen.

R 2207154

27

De heer BETE (Lijst Cete): Voorzitter! Het is altijd erg als een ander betoogt, want dan duurt het te lang, maar alsje het zelf doet, vind je dat je te weinig tijd krijgt. Ik ga het daar vandaag niet verder over hebben, maar op een later moment. Hoe kan mevrouw Van Doorn voor een voorstel zijn zonder dat ze de Adviesraad heeft gehoord of zonder dat ze mensen heeft gehoord? Of heeft zij in twee tot drie weken tijd de kennis en kunde bij elkaar geraapt wat mij niet is gelukt? Ze doet net alsof we hier maanden of jaren mee bezig zijn. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! We gaan dit strategische beleidsplan vaststellen en daarna komt er een uitvoeringsplan. Ik val in herhaling. Het uitvoeringsplan wordt nog vastgesteld; daar gaan we het nog over hebben. Het is volgens mij helemaal niet zo gek dat wij nu het strategische beleidsplan vaststellen, waarna we het uitvoeringsplan gaan vaststellen en waarbij we de Adviesraad om advies kunnen vragen en de Adviesraad ongevraagd advies kan geven. De heer Cete wil dit over de verkiezingen heen tillen, maar deze raad gaat hierover en kan dit heel goed zelf. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Mevrouw Van Doorn zegt dat wij als raad het uitvoeringsplan gaan vaststellen. Ik heb de wethouder vorige week duidelijk horen zeggen dat wij er als raad niet over gaan.

Ik wil graag van haar weten of ze vindt dat wij daarover gaan, dat wij het uitvoeringsplan moeten vaststellen via een raadsbesluit, of dat wij moeten worden meegenomen via politiek beraden. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Als mevrouw Geerdink goed heeft geluisterd, heeft ze gehoord dat ik net heb gezegd dat wij heel graag als raad meegenomen willen worden in de opzet van een uitvoeringsplan. Wij stellen nu het beleidsplan vast. Dat zijn vijf onderdelen. Als mevrouw Geerdink mij goed genoeg had gekend, had zij geweten dat dit altijd mijn insteek is geweest. Ik wil aan de voorkant meegenomen worden in de uitvoeringsplannen en daarna, als die zijn vastgesteld en het plan wordt uitgevoerd, als raad kunnen controleren of dat wel conform onze wensen uitgevoerd wordt. We hebben nog onvoorstelbaar veel mogelijkheden en momenten om de vinger aan de polste houden. Ik vind het belangrijk genoeg om het strategisch beleidsplan, die vijf punten, nu vastte stellen en het college de kans te geven om er mee aan het werkte gaan, want voordat de nieuwe raad zover is dat hij het hierover kan hebben, hebben de ambtenaren allang een idee gehad en gaan ze bezig met een opzet voor een uitvoeringsplan. Daarin kan de nieuwe raad dan helemaal meegenomen worden. Ik denk dat dat de volgorde der dingen moet zijn.

Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik kan het in grote lijnen met mevrouw Van Doorn eens zijn, aan de voorkant betrokken worden, maar ik hoor graag dat wij straks de kaders van dat actieplan vaststellen als raad en niet dat dit aan het college is voorbehouden. Ik zou blij zijn als ze daarop reageert. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! De kaders geven we mee in het strategisch beleidsplan, die vijf onderdelen. We moeten niet op de stoel van het college willen gaan zitten. Het college gaat aan de gang met deze vijf punten. Dan wil ik heel graag meegenomen worden, maar ik ga niet apart een kader meegeven voor een uitvoeringsplan, want dan gaan we er veel te gedetailleerd op in en daar heb ik geen behoefte aan. Ik heb er behoefte aan om meegenomen te worden om te weten welke stappen er gezet worden en dan op bepaalde momenten te kunnen zeggen: college, nu gaat u te ver of niet ver genoeg en dat advies meegeven. De VOORZITTER: Ik denk dat hiermee helder is waarop dit punt de gedachten uiteengaan. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Geeft de Adviesraad niet advies, zodat we dat mee kunnen nemen in onze besluitvorming? En is advies nadien niet te Iaat? Mevrouw Van Doorn zegt dat het om vijf punten gaat. Maar als dit besluit zich beperkt tot vijf punten,-had ik het wellicht kunnen steunen. Maar dit is niet níks, dit is niet zomaar elk voorstel waarop advies R 2207154

28

wordt gevraagd. Er staat ook een heel beschouwende analyse in op de sociale huursector. Als die was weggelaten ... Hoe kijkt mevrouw Van Doorn daartegenaan? Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Die staat inderdaad in het beleidsplan. Er zit ook een kader in en we gaan die vijf punten vaststellen. Die worden allemaal nog uitgewerkt. We komen echt nog aan de beurt in de nieuwe raad, als we tenminste herkozen worden. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik vind het vervelend, maar ik moet toch even terugkomen. Ik hoorde mevrouw Van Doorn praten over de voorkant en over meegenomen worden. Heel simpel gezegd, gaan wij — of wie dan ook in de nieuwe raad zit — meestemmen? Meegenomen worden kan dubbel geïnterpreteerd worden. Ziet mevrouw Van Doorn dat als meestemmen of meelezen? Met andere woorden, wij krijgen informatie over hoe het college dit gaat uitvoeren, of wij gaan actief stemmen over het nieuwe beleid. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Ik vind stemmen een brug te ver. In meegenomen worden zie ik dat wij aan de voorkant zitten en dat er eventueel een werkgroep wordt ingesteld waarin raadsleden zitten die kunnen meepraten over hoe het uitvoeringsplan eruit zal gaan zien. We hebben dit eerder gedaan toen we in 2015 met de Participatiewet te maken kregen. Toen zat ik ook in de raad.

Toen hadden we een werkgroep en werden we inderdaad aan de voorkant meegenomen om onze inzichten te delen. Dat vind ik het mooie van zo'n werkgroep, daarin zitten oppositie en coalitie bij elkaar en bespreken dingen met elkaar. Dat is aan de voorkant zitten. De wethouder die erover gaat, zit daar ook bij. Dan hebben wij invloed. Natuurlijk is dat zo. Mevrouw Pol kan wel raar kijken ... De VOORZITTER: Het is nu helder ... Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dit wordt straks dus de gang van zaken ... De VOORZITTER: Mevrouw Van Doorn heeft nu al ettelijke malen uiteengezet hoe zij erin zit. Zij heeft gehoord hoe anderen daar niet in zitten, een andere opvatting hebben. Daarmee is het helder. In uw tweede termijn kunt u daar rekening mee houden. Mevrouw Van Doorn heeft haar betoog afgerond. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Na jaren overleg kreeg de gemeenten er 1 januari 2015 taken bij op het gebied van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten zouden dichter bij de inwoners staan en daarom de hulpvraag beter kunnen beoordelen. Helaas ging deze decentralisatie meteen gepaard met flinke bezuinigingen, omdat de gemeenten deze taken volgens de rijksoverheid veel goedkoper zouden kunnen uitvoeren. De praktijk bleek weerbarstiger, ook in deze gemeente.

In 2014, tijdens mijn eerste vergadering als raadslid, stelde wij het beleidsplan vast: Samen meer doen, vanuit vijf dimensies naar één transformatie. Nu ligt er een nieuw beleidsplan. We hebben eerder deze avond al gestemd over het al dan niet behandelen van dit beleidsplan. Wij blijven van mening dat het niet behoorlijk is om een maand voor de verkiezingen nog een nieuw beleidsplan vast te stellen, op welk terrein dan ook. Het beleidsplan is daarbij ook nog eens tot stand gekomen zonder inbreng van de raad of de inwoners. Een adviesraad is erop dit moment niet, dus die kan niet om advies worden gevraagd. En, zeg ik richting mevrouw Van Doorn, er is een regeling Adviesraad, die hebben we vorig jaar als raad vastgesteld. In die regeling staat heel duidelijk: "Het college betrekt de Adviesraad vroegtijdig bij de beleidsvoorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van de wetten in het sociaal domein, voor zover de gemeente verantwoordelijk is voor de uitvoering." Dan kun je in dit geval niet volhouden dat die Adviesraad vroegtijdig betrokken is, want we krijgen nu, een paar dagen van tevoren, van een lid van die Adviesraad alsnog een reactie. Dat is bepaald niet vroegtijdig. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! We hebben van de heer Plas regelmatig informatie gekregen. We hebben zelfs als Lokaal Almelo Samen een gesprek met R 2207154

29

hem gehad over de adviezen die hij wilde geven. Wat dat betreft denk ik dat, als iedereen dat gedaan had, we een stuk verder waren geweest. Verder waren er verschillende losse organisaties die nu samengevoegd zijn tot Adviesraad. Er kunnen wel degelijk adviezen zijn geweest vanuit de organisaties die toen bestonden. Maar daar kan de wethouder beter op antwoorden. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Ten eerste is de heer Plas niet de Adviesraad en hij pretendeert ook niet dat te zijn. Ten tweede zien we op geen enkele manier terug dat er adviezen zijn geweest, helemaal niet. Als die er waren geweest, had het college gesierd om ze bij dit voorstel te voegen. Mijn conclusie is dus dat die adviezen er niet waren. De heer Plas heeft ongevraagd een advies ingestuurd, maar zorgvuldig lijkt ons dat allemaal niet. Uit de reactie van de heer Plas blijkt dat een adviesraad heel wat opmerkingen over dit plan had kunnen maken. Genoeg, over het proces. Ik kom bij de inhoud. In het algemeen vinden wij het oude beleidsplan beter dan het nieuwe. Het oude beleidsplan was ook wat langeren daarmee wellicht ook wat meer onderbouwd. Het opmerkelijke voorwoord is er wel uit gehaald, maar dat voorwoord was de opmaat voorde rest van het stuk. Eigenlijk komt de visie uit het voorwoord terug in de rest van het beleidsplan. Over de woorden normaliseren en normaal is al veel gezegd.

Ze komen in het stuk meerdere keren terug. Ik zag dat de heer Plas daarover ook een opmerking heeft gemaakt. Dat betekent uiteraard niet dat wij geen goede dingen in dit plan zien, maar het woordgebruik is volgens ons niet altijd gelukkig en het beeld dat daarmee wordt geschapen ook niet. In het oude beleidsplan stond het vertrouwen in de professional voorop. Uit het nieuwe beleidsplan lijkt een meer kritische houding tegenover de professional naar voren te komen, wellicht veroorzaakt door een aantal fraudezaken. Maar zoals we hebben gezien bij de toeslagenaffaire, helpt het niet om iedereen als een potentiële fraudeur te zien. Ook wordt verwezen naar inwoners die bewust misbruik maken van voorzieningen. Hoeveel inwoners zijn dit eigenlijk? De professional in de zorg kan wat ons betreft het best beoordelen wie zorg nodig heeft en hoeveel zorg die persoon nodig heeft. Het vertrouwen inde professional moet vooropstaan, zonderal te veel controle en administratieve verplichtingen. Op sommige conclusies in het beleidsplan lijkt wel wat af te dingen. Zo wordt geconcludeerd dat de taken van de overheid door de jaren heen zijn uitgebreid. In de jaren 70, 80 of wellicht daarvoor, was dat misschien zo, maar is dat de laatste jaren ook het geval? Het lijkt ons dat de overheid eerder heeft geprobeerd om het aantal taken te verminderen.

Het college constateert dat Almelo meer sociale huurwoningen heeft dan omliggende gemeenten. Dat lijkt ons logisch, want Almelo is een centrumgemeente en wil dat ook zijn. Aan welke gemeente wil het college zich spiegelen? Het college schrijft: "Een duidelijke grens die wij stellen aan het oneigenlijk gebruik, is misbruik maken van voorzieningen in het sociaal domein." Deze zin is wat onbegrijpelijk, maar ik denk hem te begrijpen. De vraag is wat oneigenlijk gebruik of misbruik is. Voorbeeld: Tijdens een politiek beraad vorig jaar beweerde de VVD-fractie bij monde van de heer Makkinga dat mensen misbruik maakten van de voorziening leerlingenvervoer. Dat was niet waar. Op basis van de verordening mochten de ouders gebruikmaken van de voorziening. Wat vindt het college oneigenlijk gebruik? Wij onderschrijven het standpunt dat mensen die zichzelf kunnen redden in beginsel geen beroep op voorzieningen kunnen doen. De vraag is natuurlijk wanneer ze dat dan wel kunnen doen. Sommige mensen zijn niet zelfredzaam. Het college constateert zelf dat mensen soms de weg naar de gemeente niet of niet tijdig weten te vinden, waardoor de problemen later groter worden. Het college constateert daarbij ook dat zorg ook geleverd kan worden via mantelzorgers.

Dat is natuurlijk waar, maar als je te veel op het bordje van de mantelzorger legt, loop je het risico dat de mantelzorger overbelast raakt en ben je nog veel verder van huis. Ik kom bij inclusie. Het college verwijst naar het VN Gehandicaptenverdrag als een van de redenen voor een nieuw beleidsplan. Maar ja, dat was voor Nederland al in 2016 inwerking getreden. Deze raad heeft nota bene twee keer om een inclusie-agenda gevraagd, maar het college heeft dat steeds geweigerd. Vorig jaar dienden wij bij de behandeling van de woonvisie een motie in, waarin wij het college vroegen een woonzorgvisie op te stellen. Het college ontraadde de motie, die vervolgens werd weggestemd. In dit beleidsplan staat wel een paragraaf met de titel R 2207154

30

woonzorgvisie, maar die beslaat net aan een A4'tje. Om dat een woonzorgvisie te noemen ... Wat beide onderwerpen betreft, inclusie en de woonzorgvisie, komen de betreffende paragrafen op ons over als: ja, daar moeten we ook nog wat over zeggen. Maar een integrale visie ontbreekt. De binnenstad moet ingericht zijn voor mensen met een beperking, maar vraag het aan iemand met een beperking, en je weet dat dit niet altijd het geval is. Is het college van plan om de paragraaf Woonzorgvisie verder uit te werken met bijvoorbeeld de woningcorporaties en ouderenorganisaties? En zo ja, hoe? Verder hoorde ik vanavond dat de raad bij het vervolg zal worden betrokken. Hoe, dat is voor mijn fractie nog niet duidelijk, dus ik hoor daar graag een toelichting op van het college. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Onze fractie heeft dit stuk beoordeeld op of er genoeg aanknopingspunten in zitten, waardoor we de weg die we zijn ingeslagen met het vorige beleid kunnen verbeteren. Die aanknopingspunten zien we. Dit heb ik vorige week al gezegd ín het politiek beraad. Ik heb toen ook aangegeven dat wij ervan uitgaan dat het college het beste voor heeft met onze inwoners. Wij willen daarvan uitgaan. Ik hoorde de heer Teunis vanavond zeggen dat uit dit stuk een soort wantrouwen spreekt richting inwoners, mensen die gebruik maken van zorg.

Ik bespeur vanavond wat wantrouwen de andere kant op. De manier waarop wij dit stuk hebben beoordeeld, is dat wij willen vertrouwen op het college dat het dit met de beste intenties doet. Dat vertrouwen hebben we en zo zijn we dit stuk aangevlogen. Bij de doelen die zijn geformuleerd kun je twijfelen aan de mate waarin ze SMART zijn geformuleerd, zoals mevrouw Ten Seldam aangaf. Ik ga meerde kant op van mevrouw Van Doorn. Wij zien ze als een soort kaders. Ik denk niet dat het een doel op zich moet zijn van de gemeente om meer geld te blijven vragen bij het Rijk voor het sociaal domein, maar dat dit geld een middel moet zijn om mensen te kunnen ondersteunen die zorg nodig hebben. Bovendien geven deze kaders/doelen — hoe je ze ook wilt noemen — ons genoeg inzicht over de uitwerkingen van zelfredzaamheid van mensen. Zolang je het zelf kunt, ben je echt op jezelf aangewezen. Als dit niet meer kan, is er in Nederland een vangnet om je daarbij te assisteren. Dat zie ik terug in dit voorstel. Vorige week heb ik al gerefereerd aan het maatwerk. Ik zie graag — hiermee onderschrijf ik een deel van de woorden van mevrouw Van Doorn — hoe we dat in de praktijk gaan brengen als we met dit stuk echt aan de slag gaan. Of daar weer een werkgroep voor moet komen, daar gaat straks de nieuwe raad over; dat gaan wij niet meer beslissen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=aec15b0b-f41e-4c2c-ba52-09614cee3c91