bijlage 1 bij RB 6 - Uitvoerings- en handhavingsstrategie
Tekst van het document
Sloopactiviteit
- Toetsing op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). - Bij sloop van monumenten of panden in beschermd stadsgezicht is een extra beoordeling vereist door de commissie Ruimtelijke kwaliteit en Monumentenzorg. - De Omgevingsdienst Twente voert toezicht op asbestverwijdering uit. - Bij sloopmeldingen wordt gecontroleerd op volledigheid en risico’s voor de omgeving.
Gevolgklasse 1 (verbouw), 2 en 3 - Gemeente voert bouwtechnische toets uit op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). - Toetsing middels toetsprotocol met focus op constructieve veiligheid en brandveiligheid; diepgang toetsing op basis van risicoanalyse.
Figuur 4.2: Beoordeling vergunningaanvragen
Beoordelingscriteria van vergunningaanvragen en meldingen - De beoordeling is afgestemd op actuele wet- en regelgeving, inclusief verordeningen, beleidsregels en omgevingsplan; - De beoordeling gebeurt binnen wettelijke termijnen en waar mogelijk sneller; - De beoordeling gebeurt op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids-, het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel; - De beoordeling van omgevingsvergunningaanvragen gebeurt integraal, waarbij de verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze zijn opgenomen; 5
Op dit moment heeft de gemeente Almelo geen bijzondere lokale omstandigheden vastgesteld. Pagina 24 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
- Bij de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen wordt de informatie die via participatie is verkregen, betrokken bij de integrale belangenafweging om tot een samenhangend besluit te komen. - Er wordt gewerkt met standaarden voor bijvoorbeeld vergunningvoorschriften, overwegingen, brieven en overige documenten; - Er is altijd één aanspreekpunt voor een vergunningaanvraag, waarbij een regisseur vergunningen invulling geeft aan het casemanagement. - Op basis van het vastgestelde Bibob-beleid besluit de gemeente in voorkomende gevallen om voorafgaand aan de vergunningverlening een Bibob-onderzoek uit te voeren. Alle relevante aspecten uit iedere melding en vergunningaanvraag worden beoordeeld. Afhankelijk van de mate van relevantie van aspecten vindt een globale of meer intensieve toets plaats. De uitgevoerde risicoanalyse levert input voor de mate van intensiteit van de toetsing. Waar nodig worden bij de beoordeling overige inhoudelijke specialisten (zoals constructeur of jurist) betrokken. De relevantie van de aspecten is afhankelijk van onder meer de impact van de voorgenomen activiteit, de politiek-bestuurlijke gevoeligheid van activiteit, de locatie/ligging van de activiteit en de te verwachten hinder voor de omgeving.
Het algemene uitgangspunt is dat de initiatiefnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft in het aanleveren van een goede en volledige, dat wil zeggen ontvankelijke, aanvraag. Op basis van de preventiestrategie zorgt de gemeente ervoor dat regels voldoende duidelijk zijn. Indien gewenst worden aanvragers ondersteund met een vooroverleg. Tijdens een vooroverleg wordt geprobeerd om al direct tot een zo goed mogelijke inschatting over de haalbaarheid van en initiatief of aanvraag te komen. Vaak wordt hiervoor de intaketafel ingezet.
Uitvoeren vergunningenstrategie: Technisch inhoudelijke complexiteit en sociaal-maatschappelijke complexiteit Bij het uitvoeren van de vergunningenstrategie wordt onderscheid gemaakt tussen de technisch-inhoudelijke complexiteit van de activiteit en de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de activiteit. Technisch-inhoudelijke complexiteit. De beoordeling van een aanvraag vereist extra zorgvuldigheid als deze betrekking heeft op een technisch-inhoudelijk complexe situatie en/of de activiteit plaatsvindt in een gebied met grote dynamiek of gevoelige functies. Bij deze beoordeling worden meerdere criteria in samenhang bezien. Er wordt getoetst of het initiatief aansluit bij het geldende landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid. Ook wordt nagegaan of de aanvraag past binnen het omgevingsplan, het bouwwerk publiek toegankelijk is en voldoet aan geldende bouwtechnische eisen; onder meer op het gebied van constructieve veiligheid en brandveiligheid. Daarnaast wordt onderzocht of sprake is van innovatieve bouwmethoden of materialen. Mogelijke gevolgen voor de omgevingskwaliteit meegewogen in de besluitvorming. Sociaal-maatschappelijke complexiteit. Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de situatie groot is, ligt het totstandkomingsproces gecompliceerd.
Bijvoorbeeld vanwege actiebereidheid, de locatie van de aanvraag, bestuurlijke aandacht, gevoeligheid van de functie, media, handhavingszaak of voorgeschiedenis. In dat geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens zo belangrijk als de inhoud. Afstemming, overleg en/of samenwerking tussen samenwerkingspartners en bevoegd gezag is noodzakelijk (ambtelijk en bestuurlijk), alsmede met de initiatiefnemer en belanghebbende derden. Het speelveld van de vergunningenstrategie wordt in onderstaande figuur gevisualiseerd door vier kwadranten en twee assen. Deze assen zijn de technisch-inhoudelijke complexiteit en de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de situatie, die klein of groot kunnen zijn. De kwadranten vormen de vier typen vergunningen.
Pagina 25 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Figuur 4.3: Vergunningenstrategie
In de afbeelding is de kleur van het type vergunning donkerder naarmate de inspanning om het type vergunning te leveren en het aantal betrokkenen over het algemeen groter is. Toelichting op de behandeling van de vier typen vergunningen: ▪ Vergunning eenvoudig. Een vergunning voor een situatie met geringe technische en sociaal maatschappelijke complexiteit bestaat vooral uit standaardvoorschriften. De vergunning wordt zelfstandig door de regisseur vergunningen voorbereid. Voorbeeld: Het realiseren van een woning die past binnen weten regelgeving. ▪ Vergunning eenvoudig +. Is de situatie technisch-inhoudelijk niet complex maar sociaalmaatschappelijk wel, dan bestaat de vergunning vooral uit standaardvoorschriften en geven we extra aandacht aan afstemming, overleg en samenwerking tussen betrokken partijen. De regisseur vergunningen zoekt tijdig afstemming met samenwerkingspartners (omgevingsdienst, brandweer) en interne onderdelen van de gemeente (zowel ambtelijk als bestuurlijk), de initiatiefnemer en belanghebbende derden. Voorbeeld: Het oprichten van een asielzoekerscentrum. ▪ Vergunning specifiek. Bij een technisch-inhoudelijk complexe situatie met een geringe sociaal maatschappelijke complexiteit bestaat de vergunning vooral uit specifieke voorschriften. De vergunning wordt door de regisseur vergunningen voorbereid, waarbij noodzakelijke adviezen worden ingewonnen.
Bijvoorbeeld ten aanzien van constructie en brandveiligheid. Voorbeeld: het verbouwen van een ziekenhuis. ▪ Vergunning specifiek +. De situatie is zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk gezien complex. Dit vraagt om specifieke voorschriften in een vergunning en een zorgvuldige afstemming, samenwerking en overleg tussen betrokken partijen. De regisseur vergunningen wint de noodzakelijke adviezen in en zoekt tijdig afstemming met samenwerkingspartners en interne onderdelen van de gemeente, de initiatiefnemer en belanghebbende derden. Voorbeeld: Het oprichten van een intensieve veehouderij (bouwen + milieu) met veel verzet uit de buurt.
Gevolgen op basis van kwadranten Als een aanvraag technisch-inhoudelijk en/of maatschappelijk-complex is, dan leidt dit tot: - meer aandachtspunten bij de behandeling van de aanvraag; - meer externe communicatie, gericht contact met de omgeving; - meer interne afstemming; waaronder goede bestuurlijke afstemming; - een uitgebreide motivering van het besluit; - de toepassing van minimaal het vier-ogen principe.
Pagina 26 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Deze indeling speelt bij vergunningverlening een belangrijke rol bij het formuleren van een bij de omgeving passend kader voor de activiteiten. De indeling is breder toepasbaar dan alleen voor vergunningen. We gebruiken deze werkwijze ook voor het behandelen van meldingen, het verlenen van ontheffingen, het opstellen van maatwerkvoorschriften of bij toepassing van een gelijkwaardigheidsbepaling. In de nadere uitwerking wordt het toetsingskader voor de beoordeling van vergunningaanvragen in detail uitgewerkt.
4.2 Nalevingsstrategie De nalevingsstrategie bestaat uit de preventiestrategie, de toezichtstrategie, de handhavingsstrategie en de sanctiestrategie.
4.2.1 Preventiestrategie Bij preventie gaat het om het voorkomen van aantasting van de leefomgeving of het voorkomen van het ontstaan van risico’s. Hier geldt het spreekwoord: voorkomen is beter dan genezen. Dit kan door zaken aan de voorkant goed te regelen. Als bijvoorbeeld een illegale verbouwing van een monumentaal pand wordt stilgelegd, dan levert dat niet alleen veel ‘gedoe’ op, maar brengt het voor de gemeente én de initiatiefnemer ook (hoge) kosten met zich mee. Bovendien bestaat de kans dat een deel van de monumentale waarde al verloren is gegaan. Het is belangrijk dat initiatiefnemers goede voorlichting krijgen over wat de regels zijn, wat de mogelijkheden zijn om een initiatief (toch) te realiseren én wat de gevolgen zijn van het niet naleven van regels. We zetten in op preventie, vanuit een goede voorlichting, communicatie en overleg. Het uitgangspunt daarbij is dat de meeste initiatiefnemers en aanvragers bereid zijn te voldoen aan de gestelde regels en kaders. Voorwaarde daarvoor is dat ze daarvan tijdig en goed op de hoogte zijn gebracht. Vanuit deze basisgedachte wordt ingezet op een preventieve insteek om te voorkomen dat het naleven van de regels moet worden afgedwongen met het inzetten van dwangmiddelen achteraf.
Helderheid verschaffen over de geldende kaders gebeurt via de gemeentelijke website, overleg met initiatiefnemers en aanvragers van vergunningen en tijdens toezicht op activiteiten. Partijen die als intermediair een bijdrage kunnen leveren aan voorlichting worden daarin gefaciliteerd. In de contacten over VTH-aangelegenheden staat een klantgerichte, pragmatische en oplossingsgerichte benadering van initiatiefnemers en aanvragers centraal. Uitgangspunt is een klantgerichte en klantvriendelijke benadering waarbij binnen de wettelijke kaders gezocht wordt naar een passende oplossing. Als een initiatiefnemer/aanvrager er met de geboden informatie op de website niet uitkomt, is er altijd een gesprek met de behandelend medewerker mogelijk. Hiermee wordt voorzien in een professionele en klantvriendelijke dienstverlening. Wij sluiten daarvoor aan bij de belevingsprincipes op basis van de Omgevingswet: snel, persoonlijk, betrokken, eenvoudig, relevant, transparant en consistent. Bij preventie speelt het naleefgedrag een belangrijke rol. Dit gaat over het nakomen van de regels over leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Wij willen het naleefgedrag bevorderen door toezicht uit te voeren, maar ook in te zetten op voorlichting en daarbij het doel van regels uit te leggen.
4.2.2 Toezichtstrategie Onder het houden van toezicht wordt hier verstaan alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te gaan of wet- en regelgeving wordt nageleefd. De werkzaamheden worden uitgevoerd door toezichthouders die door het bevoegde gezag specifiek hiervoor zijn aangewezen. Van toezicht houden gaat een belangrijk preventief effect uit. De werkzaamheden bestaan in de praktijk uit het uitvoeren van controles, zonder dat van een overtreding van een wettelijk voorschrift hoeft te zijn gebleken. Er kan worden gecontroleerd door (al dan niet op
Pagina 27 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
afspraak) een bezoek aan een activiteit, bedrijf of bouwwerk te brengen. Dit kan ook een ongepland bezoek zijn naar aanleiding van wat tijdens een algemene inspectieronde wordt geconstateerd of naar aanleiding van een klacht of melding. Soms is het toezicht louter administratief van aard en kan dit zelfs op afstand.
Preventief en repressief toezicht De eventuele overtredingen van regels en voorschriften worden tijdens het uitoefenen van toezicht gesignaleerd en daarop worden dan acties ondernomen. Er zijn twee hoofdvormen van toezicht te onderscheiden: preventief en repressief toezicht. Preventief toezicht is het controleren van wettelijke bepalingen zonder dat daartoe een aanleiding bestaat in de vorm van concrete aanwijzingen voor niet-naleving van wettelijke bepalingen. Preventief toezicht heeft dan het karakter van regulier toezicht. Er wordt van repressief toezicht gesproken als het toezichtbezoek gebaseerd is op aanwijzingen van niet-naleving van gestelde regels, bijvoorbeeld via signalen, klachten, meldingen, maar ook de bevindingen van eerdere controles en gegeven hersteltermijnen (hercontroles).
Doel van toezicht en deze strategie Toezicht en handhaving staan regelmatig hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Naleving van regels is in onze samenleving geen vanzelfsprekendheid. Gezien de risico’s van bepaalde maatschappelijke activiteiten in de fysieke leefomgeving is naleving van regels van cruciaal belang. De mate waarin regels worden nageleefd is afhankelijk van de spontane naleving, maar ook van controle en sancties. Navolgend wordt aangegeven welke verschillende vormen van toezicht kunnen worden gehanteerd. Jaarlijks wordt in het uitvoeringsprogramma aangegeven welke vormen van toezicht worden ingezet. De toezichtstrategie heeft betrekking op de werkwijze die bij toezicht wordt gevolgd en het waar nodig bepalen van de ernst van de overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd, wordt overgegaan op een andere strategie. Dit zal over het algemeen de sanctiestrategie zijn. In uitzonderlijke gevallen kan worden besloten de gedoogstrategie te volgen.
Algemene werkwijze van toezicht ▪ Voorbereiding: Voordat een controle wordt uitgevoerd, beoordeelt en verzamelt de toezichthouder altijd eerst de relevante documenten bij een casus. Na vergunningverlening wordt een toezichtzaak aangemaakt, waarin alle relevante stukken staan. De volledigheidstoets op de stukken is in elk geval al gedaan door vergunningverlening. Uitgezonderd hiervan zijn de documenten die aangeleverd worden na de vergunningverlening. Eventueel beoordeelt de toezichthouder de achteraf aangeleverde stukken op volledigheid en juistheid. ▪ Werkwijze prioritair toezicht: De prioriteit van een activiteit bepaalt de mate van toezicht. Er wordt intensiever gecontroleerd bij toezichttaken met een hoge prioriteit en dus een hoger risico, dan bij taken met een lage prioriteit. Benadrukt wordt dat klachten zich niet laten plannen. Wel kan op basis van de prioritering worden bepaald hoe wordt gereageerd op een klacht. In de jaarplanning wordt altijd tijd ingeruimd voor de behandeling van klachten. ▪ Rapportage: Om de uitvoering te kunnen monitoren, worden alle zaken geregistreerd in het VTHzaaksysteem. De toezichthouder doorloopt de stappen in de workflow en slaat beslissingen en relevante documenten op. Wij delen het controlerapport niet actief met betrokkenen en maken het alleen openbaar op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures.
Persoonlijke gegevens worden indien nodig geanonimiseerd. ▪ Beleidscyclus: De gegevens uit het VTH-zaaksysteem leveren informatie op over het effect van het toezicht (naleefgedrag). Als een activiteit niet het gewenste effect oplevert, vormt dit aanleiding om de uitvoerings- en handhavingsstrategie aan te passen. Op die manier draagt rapportage op langere termijn bij aan strategievorming. Daarnaast kan de analyse van toezichtinformatie worden gebruikt voor het jaarverslag en toekomstig (projectmatige) toezichtactiviteiten. Opgemerkt wordt dat de registratie en monitoring van toezichtactiviteiten verbetering behoeft. De resultaten van toezicht kunnen op dit moment maar gedeeltelijk worden gemonitord. Dit is bij de uitwerking van de beleidsdoelen opgenomen als verbeterpunt.
Pagina 28 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Vormen van toezicht Wij onderscheiden de volgende vormen van toezicht: ▪ Toezicht voor of bij oplevering. Deze vorm van toezicht is verbonden aan een verleende omgevingsvergunning of het accepteren van een melding voor nieuwe activiteiten of het wijzigen daarvan. Het gaat hier om een zogenaamde ‘oplevercontrole’, waarbij wordt nagegaan of aan de voorschriften en eisen wordt voldaan, zoals opgenomen in de vergunning en/of regelgeving. Omdat er sprake is van een nieuwe of andere situatie, is extra aandacht vereist voor de uitvoering of aanwezigheid van voorgeschreven voorzieningen en de bekendheid met de geldende regels. Deze oplevercontrole levert een goed beeld op van hoe het is gesteld met de naleving van regelgeving en kan dan ook van invloed zijn op de frequentie waarmee in de toekomst toezicht wordt uitgeoefend. ▪ Objectgericht toezicht. Bij objectgericht toezicht gaat het om periodiek toezicht op aangewezen (bestaande) objecten tijdens de gebruiksfase. Een voorbeeld is het periodiek controleren van kamerverhuurpanden. Het toezicht vindt plaats op grond van specifieke verleende omgevingsvergunningen of bij bepaalde meldingsplichtige objecten. De gewenste controlefrequentie kan daarbij variëren. ▪ Thematisch toezicht. Deze vorm van toezicht richt zich op een bepaald thema uit de regelgeving. Zo wordt in een korte tijd inzicht verkregen in het naleefgedrag voor dat thema.
Aanleiding kan het vermoeden zijn dat op dit punt de regels niet in acht worden genomen. Vaak vallen dit soort controles binnen een project waarvoor een projectplan wordt geschreven. Voorbeelden hiervan zijn kamergewijze verhuur en het toezicht op energielabel C bij kantoren. ▪ Gebiedsgericht toezicht. Dit wordt ook vaak omschreven als ‘toezicht in het vrije veld’ of ‘geveltoezicht’. Gebiedsgericht toezicht wordt ingezet om zicht te krijgen op activiteiten die niet bij ons bekend zijn, terwijl men dit wel had moeten melden of hiervoor een vergunning had moeten aanvragen. Hiermee ontstaat zicht op illegale activiteiten. Onder de Omgevingswet kan gebiedstoezicht worden ingezet als toezichtvorm waarbij voor het gehele gebied wordt gelet op de samenhang tussen activiteiten, regels en opgaven. Het toezicht wordt gekoppeld aan gebiedsgerichte doelen, zoals leefbaarheid en veiligheid. ▪ Administratief toezicht. Deze vorm wordt ook wel de controle ‘van achter het bureau’ genoemd. Een administratieve controle richt zich op de juiste registratie van wettelijke verplichtingen, zoals een controle of aan keurings- of certificeringsverplichtingen is voldaan. Administratief toezicht kan een onderdeel zijn van andere vormen van toezicht, waarbij een mix van administratief toezicht en toezicht op locatie plaatsvindt.
Bij een groter toepassingsbereik van de Wet kwaliteitsborging neemt het administratieve toezicht sterk toe. ▪ Toezicht vanwege klachten, meldingen en incidenten. Reden voor deze controle is een (overlast)melding van een incident of calamiteit, of mogelijk illegale situatie. Bij deze vorm van toezicht richt de toezichthouder zich op het verkrijgen van inzicht in de naleving van regels en voorschriften, zonder direct handhavend op te treden. Het doel is om informatie te verzamelen over de feitelijke situatie, risico’s en nalevingsgedrag. Vaak gebeurt dit op verzoek van een jurist. ▪ Toezicht tijdens (lopende) handhavingsprocedures. Tijdens handhavingsprocedures is het nodig om een vinger aan de pols te houden en na te gaan of de illegale situatie al dan niet is opgeheven en/of sancties nodig zijn. Het gaat hierbij om controles die worden gehouden na een vooraanschrijving, een opgelegde dwangsom- of bestuursdwangbeschikking, het intrekken van een vergunning of een gedoogbeslissing. De controle richt zich alleen op de overtreding(en) waarop is aangeschreven. Van de controle wordt een verslag gemaakt. ▪ Gustos-controles: Deze vorm van toezicht vindt plaats door middel van (onaangekondigde) Gustos controles.
Kerntaak van Gustos is, op bestuursrechtelijke wijze, het voorkomen en terugdringen van malafide bedrijvigheid (ondermijning) en het verbeteren van het leef-, werk- en woonmilieu in Almelo. Bij een Gustoscontrole bundelen verschillende overheidsorganisaties informatie en krachten om de georganiseerde criminaliteit beter te kunnen bestrijden. De inzet vanuit het VTH is gericht op naleving van de ruimtelijke regelgeving (omgevingsplan) en de bouwtechnische voorschriften. Pagina 29 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
▪ Toezicht op evenementen: Bij evenementen worden regelmatig podia, tribunes en andere constructies van enige omvang gebouwd. De toezichthouder controleert dan voorafgaand aan ingebruikname op hoofdlijnen of de geplaatste constructies overeenkomen met wat in de evenementenvergunning is opgenomen. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de constructeur. Als een toezichthouder constateert dat een object niet conform de verleende vergunning of niet deugdelijk is geplaatst of niet voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden, eisen en normen, moet de vergunninghouder de aanwijzingen van de toezichthouder opvolgen. Hieronder valt ook het eventueel direct verwijderen van het object. De toezichthouder moet de aanwijzingen duidelijk motiveren.
Toezicht tijdens de verschillende fasen Toezicht vindt op verschillende momenten plaats. De toezichtstrategie biedt hiervoor een aantal richtlijnen om een uniforme aanpak van controles van bedrijven, instellingen en objecten te bereiken. Dit mede omdat toezicht op de verschillende aspecten door verschillende toezichthouders plaatsvindt, eventueel al dan niet gezamenlijk in het kader van het integrale aspect. Daarin worden verschillende fasen onderscheiden. ▪ De realisatiefase. Deze fase heeft voornamelijk te maken met de activiteiten slopen, inrichten, aanleggen en bouwen. Het toezicht kan plaatsvinden op onderdelen (op basis van prioriteitsstelling), maar kan ook een controle van alle geldende regelgeving en vergunde voorschriften betekenen. ▪ De beheer- of gebruiksfase. Dit betreft planmatige (on)aangekondigde controles, de zogenaamde objectcontroles. De controles kunnen wat betreft diepgang en reikwijdte verschillen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een deelcontrole en een volledige controle. Beide zijn visuele controles. Een deelcontrole is gericht op een beperkt aantal thema’s of onderwerpen. Een volledige controle is juist gericht op meerdere of alle thema’s of onderwerpen. Controles in de beheer- of gebruiksfase kunnen op verschillende manieren worden georganiseerd.
Dit kan per bedrijf of gebied, per thema of onderwerp, zoals controle op specifieke aspecten of branches, ketencontroles en geveltoezicht. ▪ De sloopfase. Tijdens deze fase worden betreffende bouwwerken gesloopt en wordt een controle uitgevoerd van alle geldende wet- en regelgeving en voorschriften. Het toezicht op asbestverwijdering behoort tot het takenpakket van Omgevingsdienst Twente. In 2026 volgt hiervan een nadere uitwerking waarin de toezichtstrategie verder wordt toegelicht.
4.2.3 Handhavingsstrategie De gemeente heeft verschillende juridische instrumenten tot haar beschikking om te handhaven. Bestuursrechtelijk zijn dat een last onder dwangsom (LOD), een (spoedeisende) last onder bestuursdwang (LOB), het intrekken van vergunningen, het opleggen van een bestuurlijke boete of het uitoefenen van verscherpt toezicht. Bij dreigende overtreding kan de gemeente, in bepaalde situaties wanneer de overtreding zeer waarschijnlijk gaat plaatsvinden, een preventieve last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen.
▪ Sanctiestrategie: inzet Landelijke Handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) Om te kunnen handhaven is het noodzakelijk om afspraken te maken over de manier waarop de handhaving wordt vormgegeven. Hiervoor sluiten wij aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO is het landelijke beleidskader voor de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Het doel van de LHSO is uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend optreden bij overtredingen, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en het op een eenduidige wijze toepassen van interventies. Dit kan zowel op strafrechtelijke wijze (bestraffend) als bestuursrechtelijk (gericht op herstel van de situatie). De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke sanctie vindt plaats aan de hand van de in
Pagina 30 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
de strategie opgenomen interventieladder en interventiematrix (zie bijlage 3). Daarbij zijn het gevolg van de overtreding en het gedrag van de overtreder bepalend voor de wijze waarop gehandhaafd wordt. De LHSO gaat uit van een aantal stappen: 1. Het kwalificeren van de overtredingssituatie: de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving én de typering van de overtreder (van ‘goedwillend’ tot ‘crimineel’). 2. Het bepalen van eventueel verzwarende aspecten: onomkeerbaarheid situatie, herhaalde overtreding, financieel gewin overtreder, andere strafbare feiten, et cetera. 3. Het bepalen van de interventie: van ‘aanspreken’ tot ‘bestuurs- en strafrechtelijk ingrijpen’. 4. Eventuele afstemming tussen de betrokken handhavingspartners en andere instanties. 5. Het vastleggen van de afspraken en het optreden zelf. Daar waar sprake is van aanzienlijke of dreigende (onomkeerbare) grote schade en bij herhaalde overtredingen wordt conform de LHSO ook het strafrecht (politie en OM) ingeschakeld. Nadere uitwerking LHSO. De LHSO biedt ruimte om stap 1 en 3 nader in te vullen en te concretiseren.
Onder andere op basis van onze risicoanalyse en probleemanalyse wordt in de nadere uitwerking van de uitvoering en handhavingsstrategie concreet gemaakt welke veelvoorkomende overtredingen op voorhand in beginsel meer of minder van belang worden geacht (stap 1) en in welke gevallen voor een afwijkende interventie wordt gekozen (stap 3). De nadere invulling en concretisering van de interventiematrix heeft tot doel om tot een bij onze gemeente passende handhavingsprioritering te komen. Gelijkwaardigheid. Er kan sprake zijn van een afwijking van voorschriften, maar dat er maatregelen zijn getroffen die tot hetzelfde beschermingsniveau leiden (gelijkwaardigheid). Als op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, zal de gemeente een ‘besluit gelijkwaardige voorziening’ nemen. Legalisering. Er zijn ook situaties waarbij er formeel sprake is van een overtreding, er geen gelijkwaardige oplossing is, maar waarbij de illegale situatie in principe wel vergunbaar is. In dat geval wordt de overtreder uitgenodigd om een vergunningaanvraag in te dienen. Gemeente als overtreder. Als de gemeente zelf in overtreding is, wordt ook de lijn van deze handhavingsstrategie gevolgd.
In eerste instantie wordt het management en/of het college geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld de overtreding te beëindigen, deze in de toekomst te voorkomen en zo nodig de schade te herstellen.
▪
Gedoogstrategie
Wij hebben een beginselplicht tot handhaven. Dit betekent dat we op iedere overtreding die we constateren moeten reageren met een passende interventie volgens de LHSO. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zien we af van handhaving. Dat staat los van eventueel strafrechtelijk optreden. In dit afwegingskader staat in welke situaties en onder welke condities we tijdelijk niet handhaven. De definitie van gedogen is: ‘Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding’. Met ‘gedogen’ wordt bedoeld dat de gemeente niet handhaaft. Gedogen leidt niet tot een besluit en er kan daarom ook geen bezwaar en beroep tegen worden ingediend. Omdat het woord ‘gedogen’ zo algemeen is ingeburgerd, gebruiken wij dit wel in dit afwegingskader. We kijken bij het toepassen van het afwegingskader altijd als eerste stap of er samenloop is met andere regelgeving en of het gedogen niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. We letten daarbij op eigen regels maar ook op die van andere overheden. We volgen de vaste jurisprudentie over gedogen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
Pagina 31 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
‘Als uitgangspunt geldt dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Handhaving staat dus voorop. Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is. Andere redenen om van handhavend optreden af te zien kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel’.
Wij gebruiken de regeringsnota ‘Grenzen aan gedogen’ als kader. Gedogen passen we alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties toe: ‘Alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties kan de gemeente besluiten niet handhavend op te treden’. Onze uitgangspunten zijn: - Wij handhaven bij overtredingen, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden en/of overgangssituaties zijn; - De situatie blijft zoveel mogelijk beperkt in omvang en tijd; - Er vindt een zorgvuldige en kenbare belangenafweging plaats; - Het gedogen tast belangen van derden niet in onredelijke mate aan; - De activiteit is na de aangekondigde periode vergund of beëindigd. Een gedoogbeslissing is geen formeel besluit, en ook de weigering of de intrekking van een gedoogbeslissing niet. Het gedogen kan dan ook in beginsel niet worden aangevochten bij de bestuursrechter. Dit laat onverlet dat anderen in zo’n geval wel om handhaving kunnen verzoeken. Op dergelijke verzoeken moeten wij reageren en zal volgens de handhavingsstrategie worden gehandeld, tenzij dit gedoogkader ruimte biedt om daar van af te zien. Aan het gedogen kunnen wij voorwaarden verbinden die we controleren.
4.3 Strategie externe kwaliteitsborging - Wkb Deze paragraaf beschrijft hoe wij als bevoegd gezag uitvoering geven aan het stelsel van externe kwaliteitsborging (Wkb) voor bouwwerken in gevolgklasse 1. Sinds de inwerkingtreding van de Wkb is de preventieve bouwtechnische toets door de gemeente verschoven naar een private kwaliteitsborger. Toch blijft de gemeentelijke rol onverminderd van belang: wij zijn en blijven verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. De Wkb brengt een fundamentele verschuiving in verantwoordelijkheden en vraagt om een heldere procesinrichting, waarbij het onderscheid tussen de toetsingsfase en de handhavingsfase wordt gemaakt.
Doel en reikwijdte Het doel van deze strategie is het waarborgen van bouwkwaliteit en veiligheid door een doelmatige publieke aanvulling op het private stelsel. Wij richten ons op drie sporen: het zorgvuldig en tijdig afhandelen van bouw- en gereedmeldingen, risicogericht en steekproefsgewijs toezicht, en een proportionele handhaving conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De reikwijdte omvat nieuwbouw binnen gevolgklasse 1 waarvoor een bouwmelding en een gereedmelding vereist zijn. Voor gevolgklasse 2 en 3, en voor verbouw binnen gevolgklasse 1, blijft de publiekrechtelijke bouwtechnische toetsing onverkort van toepassing en worden aanvragen op basis van ons toetsprotocol beoordeeld.
Uitgangspunten Wij werken vanuit vertrouwen in het stelsel, tenzij er signalen of risico’s zijn die nopen tot verzwaard toezicht. In lijn met de landelijke kaders hanteren wij het onderscheid tussen een ‘happy flow’ en een ‘unhappy flow’. In de happy flow verloopt het proces zoals beoogd: de initiatiefnemer levert tijdig een volledige bouwmelding aan, de kwaliteitsborger voert het toezicht uit en bij gereedmelding wordt een verklaring afgegeven dat aan de bouwtechnische voorschriften is voldaan. In deze situatie beperken wij ons tot administratieve checks en dossierbewaking. In de unhappy flow treden wij stapsgewijs op: eerst administratief (informatie opvragen, hersteltermijnen), daarna zo nodig fysiek toezicht, en uiteindelijk inzet
Pagina 32 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
van sancties. De beginselplicht tot handhaven blijft leidend; het evenredigheidsbeginsel bepaalt de zwaarte van onze interventie.
Toetsingsfase: bouwmelding en gereedmelding De toetsingsfase bestaat uit twee cruciale momenten: de bouwmelding voorafgaand aan de bouw en de gereedmelding na afronding van het bouwwerk. De bouwmelding moet uiterlijk vier weken vóór de start van de bouw worden ingediend. Wij beoordelen deze melding op volledigheid en op het adresseren van bijzondere lokale omstandigheden (BLO)6. Een volledige melding bevat minimaal: de aanwijzing van de kwaliteitsborger, het toegepaste instrument, een projectspecifieke risicobeoordeling en het borgingsplan. Indien gegevens ontbreken, is juridisch geen melding gedaan; wij berichten dit schriftelijk en de bouw mag niet starten. Indien toch gestart wordt, volgt stillegging van de bouw. Naast de beoordeling van de bouwmelding op volledigheid en bijzondere lokale omstandigheden, hebben wij de mogelijkheid om aanvullende gegevens en bescheiden op te vragen op grond van artikel 2.20 Bbl. Dit doen wij uitsluitend wanneer dit noodzakelijk is om risico’s te voorkomen of te beperken die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de bouwtechnische voorschriften. Het opvragen van gegevens gebeurt risicogestuurd.
Wij hanteren hierbij een afwegingskader: ▪ Zijn er signalen van verhoogd risico, bijvoorbeeld door complexe constructies, bijzondere lokale omstandigheden of eerdere tekortkomingen en ▪ Is aanvullende informatie nodig om te beoordelen of het borgingsplan voldoende waarborgen biedt? Indien aanvullende gegevens nodig zijn, maken wij dit schriftelijk aan de initiatiefnemer bekend. De gevraagde informatie moet betrekking hebben op specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn detailtekeningen van constructieve onderdelen, berekeningen of planningsoverzichten van kritieke fasen. Deze bevoegdheid wordt zorgvuldig en proportioneel ingezet, zodat het stelsel van kwaliteitsborging niet onnodig wordt belast. Als wij binnen vier weken na indiening vaststellen dat de bouwmelding compleet is, geven wij toestemming om eerder te starten met de bouwwerkzaamheden, mits alle overige vereiste toestemmingen aanwezig zijn (bijvoorbeeld omgevingsvergunningen voor andere activiteiten). Bij de gereedmelding overlegt de initiatiefnemer het dossier bevoegd gezag, inclusief de verklaring van de kwaliteitsborger dat gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat aan hoofdstuk 4 en 5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is voldaan. Na indiening geldt de wettelijke behandeltermijn van twee weken.
Zonder volledige gereedmelding, of bij het ontbreken van de verklaring, is ingebruikname niet toegestaan. Onze rol is helder: wij controleren het dossier op volledigheid, niet op inhoudelijke juistheid van de bouwtechnische gegevens. Dit betekent dat wij nagaan of alle verplichte onderdelen aanwezig zijn. Wij voeren géén hernieuwde technische toets uit. Dat zou in strijd zijn met de bedoeling van de Wkb, waarin de verantwoordelijkheid voor bouwkwaliteit bij de initiatiefnemer en de kwaliteitsborger ligt. Het stelsel biedt ons een bewijsvermoeden: als de kwaliteitsborger een verklaring afgeeft, mogen wij ervan uitgaan dat het bouwwerk voldoet, tenzij er signalen zijn die anders doen vermoeden.
Handhavingsfase: toezicht en interventies achteraf Na de toetsingsfase volgt de handhavingsfase, waarin wij als gemeente toezicht houden op de naleving van de regels en waar nodig handhavend optreden. Ons toezicht combineert administratieve controles met waar nodig gerichte steekproeven op de bouwplaats. De keuze voor verdieping is risicogestuurd. Triggers zijn onder meer: bijzondere lokale omstandigheden, themacontroles, specifieke omgevingsrisico’s, signalen van de kwaliteitsborger of derden, en inconsistenties tussen borgingsplan en feitelijke uitvoering. Indien wordt gebouwd zonder (volledige) bouwmelding of zonder aangewezen kwaliteitsborger, leggen wij de bouw per direct stil. Bij concrete twijfels aan de kwaliteit van het werk vragen wij eerst aanvullende informatie op bij de initiatiefnemer. Indien nodig brengen wij zelf een bezoek aan de bouwplaats. Bij structurele
6
Op dit moment heeft de gemeente Almelo geen bijzondere lokale omstandigheden vastgesteld. Pagina 33 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
tekortkomingen melden wij dit bij de instrumentaanbieder; bij uitblijven van adequate reactie volgt melding bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). Het kan voorkomen dat tijdens de uitvoering afwijkingen worden geconstateerd die het afgeven van de verklaring bij gereedmelding in de weg staan. Artikel 3.86 Bkl verplicht de kwaliteitsborger om deze strijdigheden onverwijld aan ons te melden. Vanaf dat moment start de zogenaamde unhappy flow. Wij beoordelen de melding en maken een inschatting van het risico voor veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid. Onze aanpak is stapsgewijs en proportioneel: ▪ Verificatie en analyse: We onderzoeken de aard van de strijdigheid en bepalen of direct ingrijpen nodig is. ▪ Hersteltermijn: Waar mogelijk krijgt de initiatiefnemer gelegenheid om de afwijking te herstellen. De kwaliteitsborger bevestigt of het herstel voldoet. ▪ Escalatie: Indien herstel uitblijft of sprake is van ernstige risico’s, volgen maatregelen zoals stillegging van de bouw, een last onder dwangsom of bestuursdwang. Bij ingebruikname zonder geldige gereedmelding kan een gebruiksverbod worden opgelegd. ▪ Bijzondere gevallen: Kleine, niet-herstelbare afwijkingen vragen om een zorgvuldige evenredigheidsafweging. Vanaf 2026 kan in uitzonderlijke situaties het ingebruiknamebesluit worden ingezet.
▪ Structurele tekortkomingen: Deze worden gemeld bij de instrumentaanbieder en zo nodig bij de TloKB. Alle stappen worden vastgelegd in het zaaksysteem. Ons handelen is gebaseerd op de beginselplicht tot handhaven en het evenredigheidsbeginsel, zodat we altijd ingrijpen bij overtredingen, maar de zwaarte van de interventie afstemmen op de ernst van het risico.
Gelijkwaardigheid Bij bouwactiviteiten kan sprake zijn van gelijkwaardigheid wanneer wordt afgeweken van de standaardvoorschriften, maar alternatieve maatregelen een vergelijkbaar beschermingsniveau bieden. Dit geldt ook voor innovatieve oplossingen op het gebied van brandveiligheid of constructieve veiligheid waarvoor nog geen productcertificaat bestaat of die niet toetsbaar zijn aan de prestatie-eisen uit de bouwregelgeving. In zulke gevallen is een reguliere vergunning vereist, omdat de activiteit niet onder gevolgklasse 1 valt en dus niet via een kwaliteitsborger kan worden afgehandeld. Het Bbl werkt met functionele eisen en prestatie-eisen. Wie voldoet aan de prestatie-eisen, voldoet automatisch aan de functionele eis. Toch is het toegestaan om op een andere manier aan het doel van de regel te voldoen. Artikel 4.7 van de Omgevingswet vormt hiervoor de juridische basis. Het bevoegd gezag beoordeelt of een voorgestelde maatregel daadwerkelijk gelijkwaardig is. Voor vergunningplichtige activiteiten moet vooraf toestemming worden gevraagd via een omgevingsvergunning. Voor meldingsplichtige activiteiten, zoals bouwwerken in gevolgklasse 1, geldt dat toestemming vooraf niet nodig is, maar dat de maatregel wel in het borgingsplan moet worden opgenomen en bij de gereedmelding volledig gemotiveerd moet worden.
Bij gevolgklasse 1 geldt een belangrijke beperking: gelijkwaardige maatregelen op het gebied van constructieve veiligheid of brandveiligheid zijn uitgesloten van kwaliteitsborging. Als een initiatiefnemer zo’n maatregel toepast, valt het bouwwerk niet langer onder gevolgklasse 1 en is een omgevingsvergunning vereist. Dit voorkomt dat cruciale veiligheidsaspecten buiten het publieke toezicht vallen. Het is nog onduidelijk of initiatiefnemers bewust zullen kiezen voor een vergunningplichtige route om onder kwaliteitsborging uit te komen, of juist innovatieve maatregelen zullen vermijden om binnen het Wkb-stelsel te blijven. Vooralsnog wordt hier geen sturend beleid op gevoerd. Afhankelijk van praktijkervaringen en eventuele jurisprudentie kan dit onderdeel in de toekomst worden geëvalueerd en bijgesteld. Bij de beoordeling van andere gelijkwaardige oplossingen toetst de gemeente of het beschermingsniveau aantoonbaar gelijk is aan de wettelijke eisen. De onderbouwing moet zijn opgenomen in het borgingsplan en de verklaring van de kwaliteitsborger. Bij twijfel wordt aanvullend advies ingewonnen. Gelijkwaardige
Pagina 34 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
oplossingen worden vastgelegd in het dossier bevoegd gezag en meegenomen in de beoordeling van de gereedmelding.
Gefaseerde ingebruikname Bij grote projecten is het gebruikelijk om een gefaseerde ingebruikname toe te passen. Ons uitgangspunt is helder: iedere fase wordt beschouwd als een afzonderlijke bouwactiviteit onder de Wkb. Dat betekent dat voor elke fase een volledige bouwmelding en een volledige gereedmelding moet worden ingediend. De gereedmelding voor een fase moet uiterlijk twee weken vóór ingebruikname plaatsvinden en bevat het dossier bevoegd gezag inclusief de verklaring van de kwaliteitsborger.
Casco-oplevering en evenredigheid In de praktijk worden bouwwerken regelmatig casco opgeleverd. Indien verplichte onderdelen ontbreken, kan de kwaliteitsborger geen verklaring afgeven en is gereedmelding niet mogelijk. Twee routes zijn dan denkbaar: de opdrachtgever verstrekt een aanvullende opdracht aan de kwaliteitsborger voor afronding van de resterende punten, of er wordt een verklaring afgegeven ‘met uitzondering van…’ waarna de resterende punten alsnog onder borging worden afgerond. In uitzonderingen waarin kleine, niet-herstelbare afwijkingen resteren, maken wij een zorgvuldige evenredigheidsafweging of ingebruikname desondanks kan worden toegestaan.
Ingebruiknamebesluit (vanaf 2026) Met het oog op de toekomst is het relevant te wijzen op het ingebruiknamebesluit, dat naar verwachting in 2026 wordt ingevoerd als wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit besluit biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om, in situaties waarin de verklaring van de kwaliteitsborger ontbreekt en herstel van gebreken niet proportioneel is, toch een formeel besluit te nemen dat het bouwwerk in gebruik mag worden genomen. Het ingebruiknamebesluit is een publiekrechtelijk besluit en wordt geregistreerd als beperking via het Kadaster. Het besluit is vatbaar voor bezwaar en beroep, waardoor belanghebbenden toegang hebben tot rechtsmiddelen. Het ingebruiknamebesluit wordt alleen ingezet als uiterste middel, wanneer aan de regels niet volledig kan worden voldaan en het verbieden van ingebruikname onevenredig zou zijn.
Informatiepositie, rollen en gegevensuitwisseling De gemeente voert de regie op het proces: wij bewaken termijnen, beoordelen volledigheid en voeren risicogestuurde steekproeven en handhaving uit. De kwaliteitsborger opereert onafhankelijk, gebruikt een toegelaten instrument en levert bij gereedmelding een verklaring af. De instrumentaanbieder ziet toe op kwaliteit en rapporteert aan de TloKB, die stelseltoezicht houdt en kan ingrijpen. Wij leggen werkafspraken vast over tijdige signalering, informatieformaten en escalatielijnen. Dossiervorming en communicatie verlopen via het VTH-zaaksysteem; daarmee borgen wij traceerbaarheid en uniforme uitvoering.
Pagina 35 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Pagina 36 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
5. Organisatie en uitvoering Het inspelen op de Omgevingswet en het versterken van de VTH-bijdrage aan gemeentelijke opgaven vraagt om een nieuwe blik op de beleids- en uitvoeringscyclus ‘Big 8’. Deze cyclus omvat de stappen beleid, uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling en voldoet aan de wettelijke proceseisen. Hiermee borgen we een systematische en continue verbetering van ons VTH-beleid.
5.1 Beleidscyclus: samenhang tussen beleid en uitvoering Wij hechten grote waarde aan een robuuste VTH-uitvoering. Dit met focus op een steeds soepeler procesmatig verloop van de beleids- en uitvoeringscyclus. Een effectief en efficiënt verloop zorgt voor een doeltreffende en doelmatige inzet van het VTH-instrumentarium. Samenwerking tussen de actoren in de beleidsvormende cyclus en de operationele cyclus is essentieel voor de ontwikkeling van uitvoerbaar en handhaafbaar beleid (qua inhoud en capaciteit) alsook voor het maken van operationele tactische keuzes in de uitvoering in lijn met de beleidsdoelstellingen. Professionele uitvoering en handhaving vindt programmatisch en daarmee planmatig en cyclisch plaats. In de wetgeving zijn hiervoor proceseisen opgenomen. Grondslag van de VTH-beleidscyclus is de Big 8. Zie figuur 5.1.
Figuur 5.1: De gekantelde Big 8
De nieuwste landelijke beleidsdocumenten bevatten een horizontaal gekantelde Big-8. In de oorspronkelijke Big 8 werd de beleidscyclus boven de uitvoeringscyclus geplaatst. Dat kan de indruk wekken dat beleid ‘boven’ de uitvoering staat. Zeker onder de Omgevingswet zal beleid vorm (moeten) krijgen vanuit de ontwikkelingen in onze gemeente. Het gaat er dus niet alleen om dat de uitvoering aansluit bij het beleid, maar dat er vanuit de uitvoering ook een terugkoppeling is naar beleid. Dat geldt voor het VTH-beleid, maar bijvoorbeeld ook naar beleid van bredere opgaven: onze stedelijke ontwikkeling, de aanpak van ondermijning of het behoud van ons lokale cultureel erfgoed. De gewenste praktijk is dus een (meer) gelijkwaardige en samenhangende relatie tussen beleid in brede zin en de uitvoering van VTH. Met andere woorden, een gekantelde Big 8 is een betere weergave van de (gewenste) beleids- en uitvoeringscyclus. In een verbetering van het samenspel tussen beleid en uitvoering wordt de komende periode nadrukkelijk geïnvesteerd.
Pagina 37 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Onderdelen van de Big 8 De gekantelde Big 8 beschrijft een aantal samenhangende processtappen. Vanuit een strategisch kader, de linkerhelft van de cyclus, wordt de vertaalslag gemaakt naar operationeel beleid, uitvoering en verantwoording. Dit is de rechterhelft van de cyclus. Door de cycli te volgen ontstaat er een doorlopende cyclus, een lemniscaat, die begint bij het opstellen van beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van beleid. De beleidscyclus doorloopt de volgende zeven stappen: 1. Bij beleid gaat het om de wettelijke eisen en het brede palet van gemeentelijk, provinciaal, landelijke en EU-beleid. 2. Bij de uitvoerings- en handhavingsstrategie staat de toepassing van het VTH-instrumentarium centraal om de gestelde doelen te halen. In deze fase vindt een probleem- en risicoanalyse plaats. 3. De kern van het uitvoeringsprogramma is het benoemen van de noodzakelijke activiteiten en toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de strategie te kunnen realiseren. 4. In de stap ‘organisatie’ worden plannen gemaakt om het uitvoeringsprogramma te kunnen realiseren. 5. De volgende fase is dat uitvoering wordt gegeven aan het realiseren van het programma. 6. Door middel van monitoring wordt informatie verstrekt over de resultaten en de voortgang van de uitvoering van de strategie en het uitvoeringsprogramma.
De resultaten worden weergegeven in periodieke rapportages en het jaarverslag. Deze informatie wordt gebruikt voor bijsturing van de uitvoerende cyclus en voor input op de evaluatie. 7. De cyclus wordt gesloten met de evaluatie, die weer onderdeel is van de beleidsvormende cyclus.
5.2 Borgen van de kwaliteit van de uitvoering 5.2.1 Kwaliteitscriteria: criteria voor proces en robuustheid Aan de organisatie van VTH-taken worden in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit kwaliteitseisen gesteld. Daarnaast geldt op gemeentelijk niveau de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht. Onderdeel van deze verordening is dat wordt voldaan aan landelijk opgestelde kwaliteitscriteria als maatstaf voor kwaliteit. De kwaliteitscriteria gaan over de deskundigheid van de uitvoerende en handhavende organisatie en de betreffende medewerkers. Er wordt onderscheid gemaakt in ‘procescriteria’ en ‘robuustheidscriteria’.
▪ Procescriteria De procescriteria benadrukken het belang van het volgen van een cyclisch proces bij de uitvoering van VTH. Dit cyclische proces is essentieel voor het borgen van kwaliteit en het continu verbeteren van de uitvoering. Het cyclische proces zorgt ervoor dat de uitvoering van VTH-taken niet ad hoc gebeurt, maar planmatig en doelgericht. Het proces stimuleert continue verbetering en aanpassing aan veranderende omstandigheden. Het verbindt beleid, uitvoering en toezicht met elkaar, wat leidt tot effectievere inzet van middelen. De procescriteria leggen vast waaraan de beleids- en uitvoeringscyclus moet voldoen. Daarbij horen de volgende instrumenten, die onderdeel uitmaken van de beleids- en uitvoeringscyclus Big 8: - De uitvoerings- en handhavingsstrategie waarin beleidsmatige kaders (op basis van een omgevings- en risicoanalyse) en de prioriteiten en doelen zijn vastgesteld waarin is beschreven hoe de uitvoering is geborgd. Daarbij gaat het ook om de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen (artikel 13.5 t/m artikel 13.7 en artikel 13.10 Omgevingsbesluit); - Het uitvoeringsprogramma. Dit is het jaarlijkse programma met doelen, prioriteiten en middelen (artikel 13.8 Omgevingsbesluit); - De organisatie.
Dit betreft de inrichting van de uitvoeringsorganisatie en de feitelijke uitvoering bestaande uit taken, bevoegdheden en werkprocessen (artikel 13.9 Omgevingsbesluit). - Het verslag. Dit is de jaarlijkse evaluatie (artikel 13.11 Omgevingsbesluit).
Pagina 38 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
-
Een systeem van monitoring en bijsturing. Monitoring is onderdeel van de operationele cyclus. Bijstelling vindt plaats op basis van de uitkomsten van monitoring en evaluatie en wordt verwerkt in het jaarverslag en het nieuwe uitvoeringsprogramma en de aanpassing van de uitvoerings- en handhavingsstrategie (artikel 13.6, 13.7 en 13.11 Omgevingsbesluit).
▪ Robuustheidscriteria (‘kritieke massa’) Naast deze procescriteria zijn er ‘robuustheidscriteria’. Hierin is vastgelegd welke deskundigheid in voldoende mate aanwezig moet zijn om de VTH-taken uit te voeren. Daarbij gaat het om de ‘kritieke massa’: de ondergrens van het aantal fte per deskundigheidgebied én dat deze medewerkers voldoen aan criteria voor wat betreft opleiding en werkervaring. Binnen de deskundigheidsgebieden gaat het onder meer om generieke functies als vergunningverlener, toezichthouder en jurist en om specialistische functies met kennis op het gebied van constructieve veiligheid, bouwfysica en cultuurhistorie. De gemeente moet voldoen aan de procescriteria en robuustheidscriteria. Daar waar we niet kunnen voldoen aan de kritieke massa eisen, kan nu tot op zekere hoogte worden afgeweken. Dit op basis van het principe ‘comply or explain’ (‘pas toe of leg uit’). Op enkele onderdelen is het lastig om zelfstandig aan robuustheidscriteria te voldoen. Waar nodig worden gelijkwaardige oplossingen gezocht. Als door onvoldoende werkaanbod binnen bepaalde deskundigheidsgebieden het niet voor de hand ligt om capaciteit uit te breiden, ligt samenwerking met andere VTH-organisaties voor de hand. Eind 2025 hebben wij voorbereidingen getroffen om in 2026 inzichtelijk te maken hoe de kwaliteit van de uitvoering van VTH taken binnen de organisatie is geborgd.
Dit zowel op het niveau van de capaciteit en opleidingen (kritieke massa) als ook op het gebied van beleid en proces (procescriteria).
5.2.2 Werkprocessen Het Omgevingsbesluit geeft aan dat werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving moeten worden vastgelegd en dat werkzaamheden worden verricht volgens deze werkprocessen en procedures. Het team Vergunningverlening en Naleving geeft momenteel in samenwerking met het team Informatievoorziening en datagedreven werken op projectmatige basis invulling aan procesmanagement. Dit jaar is gestart met het actueel beschrijven en optimaliseren van processen, inclusief werkinstructies en detailinformatie. Procesbeschrijvingen worden vastgelegd in Mavim (de applicatie voor procesoptimalisatie) en zijn bedoeld voor intern gebruik door alle medewerkers van het team. Binnen het project worden afspraken gemaakt over het periodiek uitvoeren van audits en het actueel houden van processen.
5.3 Personele en financiële middelen Het Omgevingsbesluit geeft aan dat jaarlijks inzicht moet worden gegeven in de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen voor de uitvoering van onze VTH-taken. Beschikbare personele en financiële middelen zijn de basis voor de uitvoering. Deze zijn geborgd in de meerjarenbegroting. In het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks vastgesteld of de formatie en de financiële middelen voldoende zijn om de wettelijke taken uit te voeren en de doelstellingen uit dit VTH beleid te realiseren. De benodigde personeelsformatie om deze taken uit te voeren berekenen we aan de hand van prognoses van de werkvoorraad. Deze prognoses zijn gebaseerd op monitoring van het aantal afgehandelde aanvragen en meldingen. Daarnaast heeft de bouwopgave, waaronder de plannen voor stedelijke ontwikkeling, gevolgen voor de benodigde VTH-uitvoeringscapaciteit. De verwachte groei nemen we zo goed mogelijk in de prognoses mee. Gebruik van kengetallen. Om de beschikbare capaciteit te kunnen bepalen werken we waar mogelijk met kengetallen. Dit zijn normuren die tot stand zijn gekomen aan door het bijhouden van de tijdsbesteding per product en de vergelijking met andere gemeenten. Het aantal te verwachten producten vormt samen met de kengetallen de verwachte werkvoorraad (uren) in het uitvoeringsprogramma.
Pagina 39 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging hebben gezorgd voor veel nieuwe producten. Voor betrouwbare kengetallen moet eerst voldoende ervaring worden opgedaan om een goed beeld te krijgen van het tijdsbeslag voor de verwerking van deze producten. Vergunningen. Voor het behandelen van vergunningaanvragen worden leges in rekening gebracht. Deze leges dienen ter dekking van de kosten die wij maken voor het uitvoeren van deze dienstverlening. De leges mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De te verwachten legesopbrengsten worden in de begroting verwerkt. Op basis van de werkvoorraad kunnen we de benodigde capaciteit vaststellen en de kosten berekenen. Periodiek maken we inzichtelijk in hoeverre we kostendekkend werken. Toezicht. Jaarlijks wordt in het uitvoeringsprogramma een prognose gemaakt van het aantal toezichtmomenten. Dit gebeurt voor verschillende vormen van toezicht. In bepaalde categorieën wordt een schatting gemaakt van het totaal aantal benodigde uren, bijvoorbeeld voor gebiedstoezicht of specifieke handhavingsprojecten. Het is mogelijk dat de geprognosticeerde werkvoorraad afwijkt van de beschikbare capaciteit. In dat geval wordt inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden geprioriteerd worden uitgevoerd. Dit wordt duidelijk toegelicht in de besluitvorming over het jaarprogramma. Deze prioriteitsstelling deelt het college met de gemeenteraad.
Daarbij worden de risico’s benoemd vanwege het niet of niet volledig uitvoeren van werkzaamheden.
5.4 Monitoring Om te kunnen beoordelen of de beleidsdoelstellingen worden gehaald en de geplande werkvoorraad wordt uitgevoerd, is het nodig om activiteiten gericht te registreren. Door systematische gegevensverzameling kan na worden gegaan of beleid slaagt en of de uitvoering op koers ligt. Deze gegevens zijn opvraagbaar voor zowel managementdoeleinden (voortgang van de uitvoering) als voor periodieke verantwoording aan het college en de gemeenteraad. De resultaten van de monitoring worden gebruikt bij de voorbereiding van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, het jaarverslag VTH en de actualisatie van beleid. Indicatoren spelen een belangrijke rol bij monitoring. Indicatoren zijn meetbare gegevens of signalen die inzicht geven in onder meer de voortgang van VTH-werkzaamheden en de naleving van regels door burgers en bedrijven en daarmee de effectiviteit van toezicht en handhaving. Indicatoren maken het mogelijk om doelgericht te werken, waar nodig tijdig bij te sturen, risicogericht toezicht te organiseren en de inzet te evalueren. Onze informatievoorziening is nog niet volledig op orde en moet worden verbeterd. Een aantal indicatoren voor sturings- en verantwoordingsinformatie kan nu niet goed worden uitgelezen. In eerdere jaarverslagen VTH is dit expliciet als verbeterpunt opgenomen.
Om de monitoring verder te verbeteren, willen we de mogelijkheden van PowerBrowser beter benutten. Op dit moment halen we nog niet alle beschikbare informatie uit het systeem, waardoor sturings- en verantwoordingsinformatie beperkt blijft. Afgelopen periode hebben we onvoldoende capaciteit gehad om dit te onderzoeken. Daarnaast speelt de koppeling met het nieuwe financiële systeem, Unit4 ERPx, van de gemeente Almelo een belangrijke rol. Dit systeem wordt in de loop van volgend jaar geïmplementeerd. Tot die tijd werken we nog met Cognos. Voor de sturings- en verantwoordingsinformatie wordt momenteel voornamelijk gebruikgemaakt van Microsoft Excel. In dit programma wordt de voortgang van werkzaamheden handmatig gemonitord en geanalyseerd. Deze werkwijze biedt op dit moment een praktische oplossing, maar kent duidelijke beperkingen in termen van efficiëntie, datakwaliteit en integratie met andere systemen. Met de implementatie van het nieuwe financiële systeem binnen de gemeente Almelo in het komende jaar en de verdere ontwikkeling van PowerBrowser, ligt er een belangrijke kans om de informatievoorziening te professionaliseren. Het doel is om de koppeling tussen deze systemen te Pagina 40 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
realiseren en PowerBrowser beter te benutten, zodat sturings- en verantwoordingsinformatie op een geïntegreerde, betrouwbare en toekomstbestendige manier beschikbaar komt.
5.5 Samenwerking met ketenpartners Wij voeren onze taken uit in een dynamische omgeving. Er zijn snijvlakken met andere opgaven van onze gemeente en de taken en opgaven van andere organisaties. De Omgevingswet dwingt ons tot nog meer samenwerking binnen en tussen organisaties. De fysieke leefomgeving overstijgt de grenzen van gemeenten, waterschappen en provincies. De samenwerking met de belangrijkste externe partners wordt navolgend beknopt toegelicht. Omgevingsdienst Twente. Omgevingsdienst Twente (ODT) voert namens de veertien Twentse gemeenten en de provincie Overijssel taken uit op het gebied van VTH, veelal milieugerelateerd. Naast het verplichte basistakenpakket voert ODT ook facultatieve taken uit, de zogeheten plustaken. Dit omvat aanvullende diensten die gemeenten en provincie vrijwillig kunnen afnemen, zoals specialistische milieuadvisering. Onze kosten vanwege deelname in de wettelijk verplichte Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Twente zijn opgenomen in de jaarlijkse programmabegroting van de ODT. De deelnemers en de ODT werken de begroting uit in een jaarlijks ‘VTH-uitvoeringsprogramma Twente’, voor de verschillende bevoegde gezagen. De uitvoering van het programma gebeurt op basis van het uniforme VTH-beleid Twente en wordt gedurende het jaar gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Omgevingsdienst Regio Nijmegen.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) is één van de zes gespecialiseerde omgevingsdiensten in Nederland die toezicht houdt op bedrijven die onder het voormalige Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) vallen, nu bekend als Seveso-bedrijven onder de Omgevingswet. In de gemeente Almelo bevinden zich meerdere Seveso-bedrijven. Brandweer Twente. Brandweer Twente is onderdeel van Veiligheidsregio Twente (VRT). De brandweer controleert op brandveiligheid en geeft brandveiligheidsadvies bij vergunningen. De werkzaamheden van de brandweer zijn opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Daarnaast wordt met het jaarverslag VTH verantwoording afgelegd over de werkzaamheden van de brandweer die binnen dit taakveld zijn uitgevoerd. Over de inzet van de brandweer zijn werkafspraken gemaakt. De advisering en het toezicht maken onderdeel uit van het totale takenpakket dat de Veiligheidsregio als Gemeenschappelijke Regeling voor de Twentse gemeenten uitvoert. Onze gemeente heeft een bijdrage in de kosten van de VRT. Hiervoor is in de begroting een specifiek budget opgenomen. Gemeentelijk Belastingkantoor Twente. Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente) verzorgt voor de gemeente Almelo de uitvoering van diverse belastingtaken, waaronder de heffing en invordering van leges. Het Oversticht.