bijlage 1 bij RB 6 - Uitvoerings- en handhavingsstrategie
Tekst van het document
Uitvoeringsen de handhavingsstrategie Hier komt titel te voor vergunningverlening, toezicht en staan, eventueel over handhaving op basis van de Omgevingswet
meerdere regels.
Eventueel nog een onderregel.
DCS 2488216 D/25/808869
Pagina 2 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Inhoud Samenvatting ..................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ......................................................................................................................................................... 7 2. Visie, uitgangspunten en doelstellingen ........................................................................................................ 8 2.1
Visie op VTH-beleid................................................................................................................................9
2.2
Uitgangspunten voor VTH .....................................................................................................................9
2.3
VTH-opgaven in bredere context .......................................................................................................10
2.4
Beleidsdoelen en prioriteiten .............................................................................................................11
3. Omgevingsanalyse ....................................................................................................................................... 15 3.1
Elementen van de omgevingsanalyse ................................................................................................15
3.2
Gebiedsbeschrijving en probleemanalyse ..........................................................................................15
3.4
Risicoanalyse ........................................................................................................................................21
4. Strategieën................................................................................................................................................... 23 4.1 Vergunningenstrategie .................................................................................................................................23 4.2 Nalevingsstrategie ........................................................................................................................................27 4.2.1 Preventiestrategie .................................................................................................................................27 4.2.2 Toezichtstrategie ...................................................................................................................................27 4.2.3 Handhavingsstrategie ...........................................................................................................................30 4.3 Strategie externe kwaliteitsborging - Wkb .............................................................................................32 5. Organisatie en uitvoering .............................................................................................................................
37 5.1 Beleidscyclus: samenhang tussen beleid en uitvoering ..............................................................................37 5.2 Borgen van de kwaliteit van de uitvoering ..................................................................................................38 5.2.1 Kwaliteitscriteria: criteria voor proces en robuustheid ......................................................................38 5.2.2 Werkprocessen......................................................................................................................................39 5.3 Personele en financiële middelen ................................................................................................................39 5.4 Monitoring ....................................................................................................................................................40 5.5 Samenwerking met ketenpartners ..............................................................................................................41 Bijlagen ............................................................................................................................................................ 43 Bijlage 1. Beleidsdoelen en focuspunten ..........................................................................................................44 Bijlage 2.
Risicoanalyse .......................................................................................................................................47 Bijlage 3. Interventiematrix LHSO ......................................................................................................................52
Pagina 3 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Pagina 4 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Samenvatting Ontwikkelingen in het omgevingsrecht, zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, zorgen ervoor dat er de komende jaren veel verandert in de uitvoering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Dit vraagt om een actuele uitvoerings- en handhavingsstrategie. Onze eerste ervaringen met de Omgevingswet en de Wkb zijn in deze strategie verwerkt.
De uitvoerings- en handhavingsstrategie vervangt het VTH-beleid 2020, maar de kern daarvan blijft overeind1. Onze VTH-inzet is gericht op het werken aan een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Daarmee sluiten wij aan op het hoofddoel van de Omgevingswet. Onderdeel van deze strategie is een omgevings- en risicoanalyse. Hieruit komen de volgende doelstellingen en prioriteiten voor de uitvoering van de wettelijke VTH-taken naar voren: - het bevorderen van constructieve veiligheid en brandveiligheid; - het beschermen van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed; - het beperken van overlast in de woon- en leefomgeving, en - het aanpakken van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik. De inzet van het taakveld VTH is ook nadrukkelijk verbonden aan de bredere opgaven van onze gemeente, zoals het realiseren van ‘een stad in balans’. De inspanningen richten zich op het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij wordt gezocht naar evenwicht tussen benutten en beschermen. Daarnaast draagt VTH actief bij aan het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen en de woningbouwopgave.
Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er van gemeentewege geen vertragingen zijn in het proces van vergunningverlening en de behandeling van meldingen en erop toe te zien dat alle nieuwbouw voldoet aan eisen van brandveiligheid, constructieve veiligheid en algehele bouwkundige kwaliteit. De vergunningen- en nalevingsstrategieën leggen vast hoe het VTH-instrumentarium wordt ingezet voor het realiseren van de doelstellingen en dienen als handvat voor de praktijk. De strategieën maken duidelijk hoe wordt toegezien op het naleven van de regels. In 2026 volgt een nadere uitwerking van deze strategie, waarin de beoordelingskaders voor VTH verder worden uitgewerkt. Dit draagt bij aan een gerichte toepassing van het VTH-instrumentarium en bevordert consistent gemeentelijk optreden. Om de kwaliteit van de uitvoering van VTH te borgen, zijn er in het Omgevingsbesluit wettelijke procescriteria voor de beleidscyclus van de VTH-taken vastgesteld. Deze strategie beschrijft hoe onze organisatie en uitvoering is ingericht op een systematische en continue verbetering van het VTH-beleid.
1
Dit met uitzondering van het beleid op toezicht brandveiligheid (INT 1970108). Dit beleid is ongewijzigd en blijft van kracht. Pagina 5 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Pagina 6 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
1. Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belang van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving nadrukkelijk verankerd in wet- en regelgeving. De gemeente Almelo wil met deze uitvoerings- en handhavingsstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bijdragen aan een stad in balans, waarin ruimte is voor ontwikkeling, samenwerking en maatwerk, maar ook voor het beschermen van ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid. Voor de gemeente zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) essentiële instrumenten in de relatie met haar inwoners en bedrijven. Waar initiatiefnemers ruimte zoeken om hun plannen te realiseren, hechten omwonenden en andere belanghebbenden juist waarde aan bescherming van hun leefomgeving. VTH helpt om hierin een zorgvuldig evenwicht te vinden: tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De inzet van VTH is niet alleen technisch of juridisch van aard, maar raakt aan bredere maatschappelijke opgaven zoals veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. VTH is daarmee een verbindend instrument dat bijdraagt aan het realiseren van gemeentelijke ambities en beleidsdoelen. Ook staat VTH niet op zichzelf. Het is nauw verweven met andere gemeentelijke beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, economie en veiligheid.
De samenwerking met externe partners – zoals de Omgevingsdienst Twente en Brandweer Twente – is van groot belang voor een effectieve uitvoering. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken. Meer integraal, meer gebiedsgericht en met meer ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat VTH-instrumenten niet alleen worden ingezet om regels te handhaven, maar ook om dialoog te faciliteren, participatie te stimuleren en vertrouwen te bouwen tussen overheid en samenleving. Doel van de uitvoerings- en handhavingsstrategie ‘Uitvoering en handhaving’ is nauw verbonden met de Omgevingswet en wordt gebruikt als overkoepelende aanduiding voor activiteiten die te maken hebben met het uitvoeren van vergunningverlening en behandelen van meldingen, het toezicht houden op naleving van regels en het handhaven bij overtredingen; inclusief het opleggen van bestuursrechtelijke maatregelen. Het opstellen van een uitvoerings- en handhavingsstrategie is wettelijk verplicht. Deze strategie vormt het beleidsmatige kader voor de uitvoering van de taken op het gebied van VTH op basis van het omgevingsrecht. De strategie beschrijft hoe deze taken worden uitgevoerd, welke prioriteiten worden gesteld en hoe de kwaliteit wordt geborgd. Hiermee geven wij richting aan onze werkwijze, gebaseerd op heldere doelen en keuzes.
In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma vertalen wij dit naar concrete inzet van mensen en middelen. Reikwijdte en looptijd De VTH-taken die voortvloeien uit de Omgevingswet, inclusief de bijbehorende landelijke en lokale regelgeving, vallen onder het bereik van deze strategie. Dit omvat onder andere de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Omgevingsbesluit en – deels – de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De uitvoerings- en handhavingsstrategie richt zich op de taakvelden bouwen en ruimtelijke ordening. Het beleid voor het taakveld brandveiligheid blijft ongewijzigd 2. Deze strategie wordt zonder einddatum vastgesteld. Wij stellen deze strategie periodiek bij op basis van nieuwe ontwikkelingen en veranderende opgaven. Dit blijkt onder meer uit de jaarlijkse evaluatierapportage (het jaarverslag uitvoering en handhaving).
2
Toezicht op brandveiligheid, 6 november 2018 (INT 1970108) Pagina 7 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Pagina 8 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
2. Visie, uitgangspunten en doelstellingen Dit hoofdstuk geeft onze visie op het VTH-beleid. Ook benoemt het de uitgangspunten die wij hanteren bij het uitvoeren van onze VTH-taken. De doelstellingen voor VTH zijn afgeleid van de Omgevingswet en zijn vertaald naar onze gemeente: Werken aan een stad in balans, sterk inzetten op samenwerking en handelen volgens de doelen en kwaliteitseisen uit de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht.
2.1
Visie op VTH-beleid
De Omgevingswet is gericht op het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En daarnaast het doelmatige beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het VTH-instrumentarium is essentieel om de doelen van de Omgevingswet na te streven. Onze VTH-inzet is gericht op het waarborgen van de kwaliteit, de leefbaarheid en de veiligheid van de leefomgeving en deze waar nodig te verbeteren. De kern van ons VTH-beleid is om de risico’s van nietnaleving van regels tot een minimum te beperken, gegeven de beperkt beschikbare middelen. En dit met zo min mogelijk overlast voor bewoners en bedrijven. Een adequate inzet van het VTH-instrumentarium bevordert consistent gemeentelijk optreden. Voor de uitvoering van VTH-taken zijn de middelen niet onbeperkt. Dat betekent dat wij prioriteiten moeten stellen op basis waarvan wij zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uitvoering geven aan onze VTH-taken, om zo de kwaliteit van de leefomgeving te borgen. De uitdaging is om ambities en capaciteit goed op elkaar af te stemmen. Meer ambities betekent dat kritisch moet worden gekeken naar de optimale inzet van medewerkers. Deze strategie bevat daarom handvatten voor het bepalen van accenten bij de capaciteitsinzet.
2.2
Uitgangspunten voor VTH
Bij het uitvoeren van onze VTH-taken hanteren wij de volgende uitgangspunten: Vertrouwen in de samenleving. Onze basishouding is dat wij uitgaan van vertrouwen. Wij vertrouwen erop dat burgers en bedrijven de regels naleven en er alles aan doen om risico’s en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. Omgevingsrecht is complex en voor de meeste inwoners geen dagelijkse kost. Mensen die regels overtreden door gebrek aan kennis, treffen niet zonder meer een handhavende gemeente. Handhavend optreden geldt als uiterst middel. Bij overtredingen gaan wij eerst in gesprek of geven een waarschuwing (mits geen sprake is van direct gevaar of schade). Samen bekijken we hoe een overtreding ongedaan kan worden gemaakt. Het betekent ook dat er niet alleen wordt getoetst, gecontroleerd en gehandhaafd, maar juist ook actief en helder wordt gecommuniceerd. Gedeelde verantwoordelijkheid. De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht geldt voor iedereen: overheden, bedrijven én burgers. Kern van deze zorgplicht is: Wie weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een activiteit nadelig is voor de fysieke leefomgeving, moet maatregelen nemen om die gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Samen zijn we verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving.
Op basis van de uitgangspunten van de Omgevingswet staat de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven bij het oplossen van vraagstukken voorop. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van een complete vergunningaanvraag of melding. En tegelijkertijd zijn initiatiefnemers zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak c.q. acceptatie van voorgenomen plannen bij belanghebbenden, zoals buren. Uiteraard kan de gemeente hierbij adviseren, maar uitgangspunt is dat burgers en bedrijven zélf aan zet zijn.
Pagina 9 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Op het moment dat burgers en bedrijven activiteiten willen ontplooien, zien wij graag dat ze al in het voortraject bij ons komen voor advies. Wij stellen ons flexibel op bij ontwikkelingen die wenselijk zijn; waarbij rekening wordt gehouden met wettelijke kaders, plannen en beleid. Als legalisatie van een geconstateerde overtreding mogelijk en wenselijk is, werken we hieraan mee. Daarbij verwachten wij wel een proactieve houding van de overtreder. In toenemende mate wordt op de gemeente een beroep gedaan in de situatie van overlast in de directe leefomgeving. De daaruit voortkomende handhavingsverzoeken hebben een verzwaring van de taaklast van het VTH-domein tot gevolg. Het efficiënt inzetten van medewerkers en middelen voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeente dreigt hierdoor voor een deel in het gedrang te komen. Wij proberen juridificering te voorkomen. Burgers en bedrijven worden gevraagd om ook zelf verantwoordelijkheid te nemen om tot oplossingen te komen. Waar het écht nodig is treden we handhavend op, altijd na een zorgvuldige en integrale afweging van belangen. Bewaken van leefbaarheid. Verpaupering van de leefomgeving gaan wij tegen. Bij bewust overtreden van regels en berekenend gedrag, treden wij strenger handhavend op en pakken wij door. Criminele activiteiten bestrijden wij in samenwerking met politie en justitie.
Binnen onze mogelijkheden kijken we kritisch naar bepaalde risicovolle vergunningaanvragen en houden we consequent toezicht. Risicogestuurd. De gemeente kan en wil niet alles controleren. De rode draad in ons VTH-beleid is dat de inschatting van risico’s voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die we stellen bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Risico’s bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Daarbij kiezen we voor een pragmatische aanpak en niet voor een meer principiële aanpak waarbij ‘regel is regel’ als uitgangspunt dient. Samenhangend. Door samen te werken met ketenpartners en integraal te handhaven voorkomen we tegenstrijdige eisen en bereiken we maximale effectiviteit van de handhavingsinzet. Flexibel. Onze prioritering in toezicht is flexibel. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma stellen wij prioriteiten. Deze zijn gebaseerd op een analyse van veiligheids- en gezondheidsrisico’s, alsmede aspecten als ruimtelijke kwaliteit en woon- en leefklimaat. De handhavingsaanpak evalueren we jaarlijks op effectiviteit. Waar nodig wordt deze bijgesteld. Zo sturen prioriteiten onze inspanning. Hiermee zorgen we voor een zo hoog mogelijke effectiviteit van onze handhavingsinzet en een zo hoog mogelijke bijdrage aan een veilige, leefbare en gezonde leefomgeving voor de Almelose burgers en bedrijven.
2.3
VTH-opgaven in bredere context
De Omgevingswet brengt een fundamentele verandering in hoe overheden omgaan met ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken. In plaats van sectoraal en regelgericht werken, vraagt de wet om: ▪ Gebiedsgericht denken: redeneren vanuit de opgaven in een gebied. ▪ Samenwerking: tussen overheden, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. ▪ Flexibiliteit en maatwerk: zoeken naar oplossingen in plaats van het toetsen aan starre regels. ▪ Participatie: burgers en initiatiefnemers worden actief betrokken bij het proces. De Omgevingswet stimuleert het opgavegericht werken door het benadrukken van het belang van integraliteit, samenwerking en maatwerk. Het sluit aan bij de kernprincipes van de wet: ruimte voor ontwikkeling, vertrouwen in samenwerking, en denken in mogelijkheden. Voor de Almelose VTH-opgave betekent dit: Werken aan een stad in balans. Het brede, beleidsmatige streven is om Almelo sociaal, economisch en ruimtelijk evenwichtig te ontwikkelen. Het gaat om het vinden van een goede verhouding tussen verschillende belangen, voorzieningen en bevolkingsgroepen, zodat de stad aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig blijft.
Pagina 10 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Doelstelling vanuit het domein VTH is om een belangrijke bijdrage te leveren aan het realiseren van ‘een stad in balans’. De inspanningen richten zich op het waarborgen van veilige en gezonde fysieke leefomgeving met inzet van ons VTH-instrumentarium. Aanvragen voor (ver)bouw en omgevingsplanactiviteiten worden vlot en zorgvuldig afgehandeld. Daarbij sturen wij op de kwaliteit van ruimtelijke ontwikkelingen en zorgen voor afstemming met andere domeinen, waaronder de eenheden stedelijke ontwikkeling en uitvoering fysiek, Omgevingsdienst Twente en Veiligheidsregio Twente. Wij houden op verschillende manieren toezicht en handhaven op overtredingen die de balans in de stad verstoren, zoals illegale bouw, woonvormen en milieudelicten. Wij prioriteren op basis van risico’s en maatschappelijke impact, bijvoorbeeld in wijken met veiligheids- of leefbaarheidsproblemen. Sterk inzetten op samenwerking. Onze leefomgeving verandert sneller dan ooit. De druk op de leefomgeving neemt toe en vraagt om structurele verbeteringen. Maatschappelijke transities op het gebied van ruimte, woningbouw, milieu, energie, klimaat, landbouw en een circulaire economie zijn complex. Ze raken veel verschillende belangen en leiden tot ruimtelijke puzzels. De Omgevingswet is nauw verbonden met deze transities en biedt overheden instrumenten om maatschappelijke opgaven te realiseren.
Goede samenwerking tussen Twentse gemeenten, provincie Overijssel en Omgevingsdienst Twente draagt hieraan bij. Daarnaast vraagt schaarste aan deskundige medewerkers en beperkte middelen om efficiëntie: overheden kampen met krapte op de arbeidsmarkt en beperkte financiële ruimte. Tegelijkertijd groeit de complexiteit van het werk. Door samenwerking en het bundelen van taken kan ervoor worden gezorgd dat de kwaliteit van de dienstverlening behouden blijft, kwetsbaarheden worden verminderd en middelen doelmatig worden ingezet. Een voorbeeld hiervan is het regionaal samenwerken en bundelen van kennis op het gebied van constructieve veiligheid bij de toetsing van bouwplannen en het toezicht op constructieve veiligheid.
2.4
Beleidsdoelen en prioriteiten
Beleidsdoelen zijn de ambities die worden vastgesteld voor VTH in de fysieke leefomgeving. Beleidsdoelen geven daarmee de gewenste uitkomst aan. De aanleiding voor het stellen van doelen is afgeleid van de omgevingsanalyse. De hoofddoelstelling van ons VTH-beleid leiden we af van het hoofddoel van de Omgevingswet: ‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en - doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’1
Samengevat luidt dit doel: Het werken aan een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Vergunningverlening, (bouw)toezicht, toezicht op brandveiligheid en handhaving zijn belangrijke instrumenten die worden ingezet om dit doel te bereiken. Dit overkoepelende doel wordt gespecificeerd met de volgende beleidsdoelen:
▪
Het bevorderen van constructieve veiligheid en brandveiligheid. Het doel is om te zorgen dat bouwwerken veilig zijn voor gebruikers en omgeving, zowel qua constructieve stabiliteit als brandveiligheid. Dit betekent dat gebouwen moeten voldoen aan technische eisen om onveilige situaties, waaronder (gevaar vanwege) instorting te voorkomen. Daarnaast moeten gebouwen zijn uitgerust met voorzieningen die brand voorkomen of beperken en veilige evacuatie mogelijk maken. Door dit beleidsdoel te formuleren, wordt gestuurd op naleving van het Besluit bouwwerken leefomgeving, andere relevante normen en op
Pagina 11 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
samenwerking met ketenpartners zoals de Brandweer Twente en Omgevingsdienst Twente. Het doel draagt bij aan het verminderen van risico’s voor mens en milieu en versterkt het toezicht en de handhaving op bouwactiviteiten en bestaande bouw. Daarmee vormt dit doel een basis voor het ontwikkelen van uitvoeringsstrategieën en de prioritering van toezicht.
▪ Het beschermen van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Ruimtelijke kwaliteit en het erfgoed zijn belangrijk voor een aantrekkelijke, leefbare en herkenbare omgeving. Dit beleidsdoel richt zich op het behoud van cultuurhistorische waarden, karakteristieke bebouwing en landschappelijke structuren. Maar ook op het zorgvuldig inpassen van nieuwe ontwikkelingen. Bij ruimtelijke planvorming, vergunningverlening en toezicht worden ruimtelijke kwaliteit en erfgoed volwaardig meegewogen. Waar nodig wordt onafhankelijk advies gevraagd bij de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit & Monumentenzorg van Het Oversticht. Dit doel draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving waarin de identiteit en historie zichtbaar en beleefbaar blijven.
▪ Het beperken van overlast in de woon- en leefomgeving. Dit beleidsdoel richt zich op het verminderen van geluid-, geur-, lichthinder en het beheersen van de parkeerdruk. Het draagt bij aan een gezonde en veilige leefomgeving waarin bewoners zich prettig en beschermd voelen. Door toezicht en handhaving wordt gestuurd op naleving van regels en het voorkomen van excessen. Samenwerking met inwoners, bedrijven en ketenpartners is cruciaal. Het doel ondersteunt een balans tussen economische activiteiten, wonen en leefbaarheid.
▪ Het aanpakken van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik. Het actief tegengaan van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik is van groot belang voor het behoud van een veilige, ordentelijke en rechtvaardige leefomgeving. Bouwactiviteiten en gebruiksvormen die niet voldoen aan geldende regelgeving, zoals vastgelegd in het omgevingsplan, het Besluit bouwwerken leefomgeving of de voorwaarden van de omgevingsvergunning, kunnen leiden tot veiligheidsrisico’s, aantasting van ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke onrust. Dit beleidsdoel richt zich op het vroegtijdig signaleren, beoordelen en handhaven van dergelijke overtredingen, waarbij risicogericht toezicht en een duidelijke prioritering centraal staan. De samenwerking met Omgevingsdienst Twente is essentieel om effectief op te treden. Door dit doel te verankeren in het beleid wordt bijgedragen aan rechtsgelijkheid, naleving van regels en het vertrouwen in toezicht en handhaving.
▪ VTH-inzet voldoet aan de doelen en eisen uit de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht. Onze Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Almelo 2024 geeft de opdracht aan het college om bij de uitvoering van VTH-taken doelen te stellen met betrekking tot de thema’s dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën. De kwaliteitsdoelen met bijbehorende indicatoren en streefwaarden zijn opgenomen in bijlage 1. De verordening stelt naast doelen ook kwaliteitseisen. De eisen zijn gebaseerd op de landelijke kwaliteitscriteria voor VTH en zijn bedoeld om een uniforme en kwalitatieve uitvoering van de Omgevingswet te waarborgen door alle overheden. Het voldoen aan deze criteria vraagt continue inzet in beschrijving en monitoring van processen en de investering in vakinhoudelijke medewerkers. Met het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de omgang met de kwaliteitscriteria. Prioriteiten vertalen naar doelen. Om de geformuleerde prioriteiten daadwerkelijk te realiseren, is het noodzakelijk om deze te vertalen naar heldere doelen die richting geven aan de uitvoering. Doelen staan daarmee altijd in het teken van de gestelde prioriteiten. De beleidsdoelen worden in bijlage 1 uitgebreid beschreven. Voor de thema’s dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën zijn specifieke beleidsdoelen uitgewerkt.
De beleidsdoelen zijn voorzien van een indicator, streefwaarde en een toelichting. Gebruik van focuspunten. Bijlage 1 bevat naast kwaliteitsdoelen ook focuspunten. Focuspunten worden gebruikt om inhoudelijke beleidsdoelen concreet en uitvoerbaar te maken. De focuspunten dragen zo bij aan het maken van een vertaalslag van abstracte doelen naar praktische sturing. Hiermee wordt prioriteit
Pagina 12 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
gegeven aan de uitvoering binnen de inhoudelijke thema’s. De focuspunten worden verankerd in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. De focuspunten hebben betrekking op de thema’s veiligheid, ruimtelijke ordening, erfgoed, duurzaamheid en ondermijning. Voor het thema veiligheid is onze inzet erop gericht om binnen onze mogelijkheden ervoor te zorgen dat dat geen grote bouwincidenten plaatsvinden. Binnen het taakveld ruimtelijke ordening gaat de komende periode aandacht uit naar de inzet van gebiedstoezicht. Hiermee wordt focus gelegd op de aanpak van illegale bouw en de naleving van ruimtelijke regelgeving en kan voor een gebied worden gelet op de samenhang tussen activiteiten, regels en opgaven. De bescherming van ons erfgoed vraagt inzet, zowel in de vergunningenfase als in het toezicht op de staat van onze (rijks)monumenten. Binnen het thema duurzaamheid wordt de wettelijke energielabelverplichting van kantoren gemonitord. Evenals voorgaande jaren wordt actief ingezet op het bestrijden van ondermijning. Om te voorkomen dat criminele activiteiten via legale structuren (zoals vergunningen) worden gefaciliteerd, wordt binnen de gestelde kaders een Bibobtoets uitgevoerd. Ook voert de gemeente gerichte controles uit als er signalen van externe partijen duiden op mogelijke ondermijnende activiteiten.
Pagina 13 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Pagina 14 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
3. Omgevingsanalyse De omgevingsanalyse brengt de kenmerken, problemen en risico's van onze gemeente in kaart. Dit is cruciaal voor het bepalen van de prioriteiten voor de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht en vormt de basis voor ons jaarlijkse VTH-programma.
3.1
Elementen van de omgevingsanalyse
De omgevingsanalyse bestaat uit een gebiedsbeschrijving, een probleemanalyse en een risicoanalyse. De gebiedsbeschrijving geeft inzicht in de kenmerken van onze gemeente. De problemen die vooral vanuit het toezicht naar voren komen zijn opgenomen in de probleemanalyse. De risicoanalyse geeft een inschatting van de ernst van de risico’s en de kans van optreden. Daarbij gaat het ook om zaken die niet direct waarneembaar zijn, maar dit wel kunnen worden, zoals instortingsgevaar of brandgevaar.
3.2
Gebiedsbeschrijving en probleemanalyse
De gemeente Almelo bestaat uit de stad Almelo en de kernen Aadorp, Bornerbroek en Mariaparochie (gedeeltelijk). De gemeente beslaat een oppervlakte van 69,41km2 en heeft ruim 74.000 inwoners.3 Almelo ligt aan belangrijke corridors over weg en spoor: de A35 en A1 en de N35 en N36 fungeren als hoofdwegen voor het wegverkeer. Station Almelo Centraal fungeert als het knooppunt van het spoornetwerk van Oost- en Noord Nederland. Ook via het water liggen we op een knooppunt. Het Twentekanaal en het kanaal Almelo De Haandrik komen in Almelo samen en zijn belangrijk voor de aan- en afvoer van goederen en voor recreatie. Deze gebiedsbeschrijving gaat uit van vier verschillende gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de binnenstad en wijken & dorpen. Per deelgebied zijn de problemen geanalyseerd, die betrekking hebben op de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Naast de situatie in de deelgebieden spelen er gemeentebrede opgaven. Deze worden aan het einde van de paragraaf toegelicht.
Buitengebied De ruimtelijke structuur van de gemeente Almelo kent vier groene longen. Dit zijn de dragers van het buitengebied die het stedelijk gebied vanuit alle windstreken omarmen. Elke groene long heeft een eigen karakter. De noordelijke long bestaat voor een belangrijk deel uit een ontgonnen veenlandschap met een grootschalige verkaveling en een halfopen tot open karakter. Naast agrarische bedrijven en sportfaciliteiten zijn er moderne erven langs wegen. De oostelijke long biedt een hoogwaardig coulisselandschap met beekdalen en grafelijke pachtboerderijen, beheerd als natuurgebied door de graaf van Rechteren Limpurg. De westelijke long is een dekzandlandschap met beken en wordt deels agrarisch gebruikt. Het Beeklustpark en landhuis de Bellinckhof vormen belangrijke elementen met een grote Figuur 3.1: Plattegrond van Almelo cultuurhistorische waarde. Ten westen van het Twentekanaal strekt zich een open maten- en flierenlandschap uit. De zuidelijke long wordt gedomineerd door het Nijreesbos, het enige grote bos in Almelo, en gekenmerkt door een jong ontginningslandschap. De Doorbraak, een watergang die is ingericht met aandacht voor landschap, natuur en ecologie, ligt voor een klein deel in deze groene long.
3
Peildatum 22 november 2024; bron: CBS Pagina 15 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
In de groene longen is sprake van agrarische bedrijvigheid. Deze bedrijven omvatten verschillende typen landbouwactiviteiten, zoals akkerbouw, tuinbouw en veeteelt. Intensieve veehouderijen concentreren zich met name rondom Bornerbroek. Momenteel zijn er circa 130 agrarische bedrijven in de gemeente Almelo. Tot 2030 verdwijnt naar verwachting ongeveer een derde van het aantal agrarische bedrijven in de provincie Overijssel. De afgelopen decennia is het aantal agrarische bedrijven binnen onze gemeente sterk gedaald. Dit is in lijn met landelijke ontwikkelingen. Met het stoppen van bedrijven komt agrarische grond en agrarische bebouwing vrij. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) kan leiden tot leegstand en verouderde bebouwing die in sommige gevallen het landschap ontsieren. Dit zorgt voor verrommeling en verzwakt de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het platteland. Het kan ongewenste activiteiten aantrekken en ruimte bieden voor ondermijning, mogelijk druggerelateerd. Panden en bedrijfsgebouwen in het buitengebied zijn kwetsbaar voor crimineel gebruik. Daarnaast kan VAB voor andere functies worden ingezet, mogelijk in strijd met het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door de vestiging van een autohandel of werkplaats in een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw. Wijzigingen worden niet altijd gemeld.
Door toepassing van Rood voor Rood beleid en het VTH-instrumentarium wordt de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied verbeterd. Overtollige en landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt in ruil voor een nieuwbouwmogelijkheid. Dit helpt de leefomgeving te verfraaien, leegstand tegen te gaan en duurzaam wonen in landelijke gebieden te bevorderen en te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het toezicht op de uitvoering van Rood voor Rood en de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (erfinrichtingsplannen) vraagt meer aandacht. Bij agrarische bedrijven die hun bedrijfsactiviteiten voortzetten is vaak sprake van schaalvergroting en het voortdurend professionaliseren van de bedrijfsvoering. Actuele thema’s hebben betrekking op het verminderen van de emissie van ammoniak en fijnstof door aanpassing van huisvestingssystemen, de aanpak van stalbranden, het voorkomen en beperken van dierziekten en de omgang met de stikstofproblematiek. Dit vraagt om gerichte afstemming tussen de verschillende onderdelen van gemeente en omgevingsdienst en tussen overheden. Het buitengebied van Almelo is ook in trek voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten. De gemeente Almelo speelt in haar ruimtelijke beleid in op deze behoefte.
Zij wil kansen scheppen voor nieuwe vormen van gebruik voor de bestaande gebouwen met als doel de economische kracht en leefbaarheid in het landelijke gebied te behouden. In toenemende mate richt de bedrijvigheid zich op het bieden van recreatieve of toeristische functies en op de zorgfunctie; waaronder zorgboerderijen en kinderopvang. Nieuwe initiatieven hebben mogelijk gevolgen voor bouw- en ruimtelijke ordeningsaspecten, brandveiligheid en een toename in de verkeersdruk en verkeersveiligheid. Voor een toekomstbestendig buitengebied vragen energietransitie (realisatie van duurzame energieopwekking in de vorm van zonnevelden en windturbines) en klimaatadaptatie (de water- en vergroeningsopgave) om ruimte. De Omgevingsvisie geeft richting en houvast voor gewenste ontwikkelingen. VTH speelt een belangrijke rol in de uitvoering daarvan.
Bedrijventerreinen Almelo heeft 11 bedrijventerreinen. Bedrijven zijn vooral gesitueerd op de grotere bedrijventerreinen als het Bedrijvenpark Twente, Wendelgoor, Bornsestraat, Buitenhaven / Noordbroek, Turfkade / Dollegoor, Twentepoort en het XL-businesspark. Naast deze grote bedrijventerreinen kent de gemeente een aantal kleine bedrijventerreinen, die zich bevinden tussen de woonwijken. Sinds 2013 groeit in onze gemeente het aantal bedrijven en groeien bedrijven in omvang. Logistiek, hightech en maakindustrie zijn de belangrijkste sectoren. De afgelopen decennia is er aanzienlijk geïnvesteerd in nieuwe werkgebieden, zoals Twentepoort, Bedrijvenpark Twente en XL Businesspark. Om te voldoen aan de groeiende vraag vanuit het bedrijfsleven is de gemeente Almelo actief bezig met de ontwikkeling en Pagina 16 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
uitbreiding van bedrijventerreinen. Ten zuiden van de A35, bij het Twentekanaal, is de aanleg van XL Businesspark 2 voorzien. Het bedrijventerrein heeft een beoogde omvang van 132 hectare, waarvan 75 hectare beschikbaar komt voor bedrijven. Daarnaast is een verkenning gestart naar het toevoegen van 35 hectare nieuwe werklocaties. Naast de realisatie van nieuwe bedrijventerreinen wordt gewerkt aan revitalisering van bedrijventerreinen en de transformatie van verouderde binnenstedelijke bedrijventerreinen van beperkte kwaliteit. Een aantal verouderde bedrijventerreinen (waaronder Westerdok, Achter de Molen en George Breitnerstraat) heeft in de huidige functie een beperkte toekomstwaarde. Transformatie van deze terreinen geeft invulling aan het uitgangspunt in de Omgevingsvisie dat inbreiding voor uitbreiding gaat. De ontwikkeling van bedrijventerreinen vraagt actieve inzet van VTH, naast de beoordeling van bedrijfslocaties op het naleven van ruimtelijke regelgeving, bouwregelgeving en brandveiligheid. De problemen die vanuit bouwen en ruimtelijke ordening worden ervaren, hebben vooral betrekking op het gebruik van panden in afwijking van het omgevingsplan, waaronder illegale bewoning en detailhandel op bedrijventerreinen. Volgens de detailhandelsstructuurvisie is detailhandel op bedrijventerreinen verboden.
Ongeoorloofde detailhandel op bedrijventerreinen vraagt inzet van toezicht en handhaving.
Binnenstad De binnenstad is volop in ontwikkeling. Almelo investeert in en werkt aan de binnenstad vanuit een heldere koers en programmatische aanpak. Het kernwinkelgebied wordt compacter, waarmee leegstand wordt aangepakt. Ook wordt gewerkt aan een aantrekkelijker centrum, hoogstedelijk wonen en het versterken van water en groen. Er zijn vier kerngebieden in ontwikkeling, waarbij een mix van wonen, werken en voorzieningen wordt gerealiseerd: de compacte kern (het winkelhart), de Kop van Zuid (winkel- en uitgaansgebied), de Stadskade (huiskamer van de stad) en het Gravenkwartier (historisch Almelo). Met een compacter centrum ontstaan in de flanken van de binnenstad nieuwe woon- en werkgebieden. De programmatische doelstelling ten aanzien van woningbouw omvat de toevoeging van circa 200 tot 300 wooneenheden tot en met 2030. De Spoorzone omvat een grootschalige integrale gebiedsontwikkeling in de zone rondom het spoorwegemplacement van Almelo; specifiek de gebieden Westerdok, de rechtbank, Achter de Molen, Kerkelanden en het intercityknooppunt. De programmatische doelstelling voor de Spoorzone omvat de realisatie van 1.300 wooneenheden. Stadsontwikkeling en realisatie van bouwplannen vraagt de komende jaren veel van VTH.
Het leidt tot een toename van het aantal vergunningaanvragen voor nieuwbouw en verbouw, het behandelen van bouw- en sloopmeldingen en het uitvoeren van bouw- en slooptoezicht. Vanwege leegstand of alternatief gebruik van panden is toezicht op het gebruik van bestaande panden nodig. Om huisjesmelkerij en uitbuiting te voorkomen en de woon- en leefkwaliteit te waarborgen is toezicht nodig op kamergewijze verhuur en woningsplitsing. Bij aanvragen voor omgevingsvergunningen vormt parkeren regelmatig een knelpunt. In dichtbebouwde gebieden leidt een toename van het aantal voertuigen tot verhoogde parkeerdruk, wat de leefbaarheid en bereikbaarheid negatief beïnvloedt. Deze druk wordt versterkt door strijdig gebruik van panden, zoals illegale kamerbewoning, waarbij het aantal bewoners en voertuigen het bestemde gebruik overstijgt. Dit vraagt om een integrale benadering waarbij parkeerbehoefte, ruimtelijke kwaliteit en naleving van regelgeving gezamenlijk worden afgewogen. Het Prinses Catharina Amaliaplein kent een concentratie van horeca-inrichtingen die regelmatig leidt tot klachten over geluidsoverlast, parkeerdruk, vervuiling en nachtelijke verstoring van de openbare orde. Omwonenden ervaren hinder door open ramen en deuren, horecapubliek en activiteiten in de directe omgeving zoals bij het Doepark en de Hofkampstraat.
Hoewel handhavingstrajecten zijn gestart en sommige overtredingen zijn beëindigd, blijft de situatie complex en locatieafhankelijk. Gemeente en omgevingsdienst stemmen hun inzet af op meldingen en observaties ter plaatse. De aanpak vraagt om een programmatische en gebiedsgerichte benadering, waarbij leefbaarheid, veiligheid en naleving van regelgeving centraal staan.
Pagina 17 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Wijken en dorpen Almelo bestaat uit diverse wijken met elk hun eigen karakter. De Binnenstad is levendig en historisch, terwijl Windmolenbroek en Schelfhorst juist ruim en groen zijn. Sluitersveld en Ossenkoppelerhoek hebben een meer stedelijke uitstraling. De dorpen als Aadorp en Bornerbroek bieden een dorpsgevoel binnen de gemeentegrenzen. Een belangrijke ruimtelijke opgave is de herstructurering van de wijken Ossenkoppelerhoek, Kerkelanden en Nieuwstraatkwartier. Dit biedt kansen voor verdichting en een kwaliteitsslag in de bestaande woningvoorraad. Herstructurering brengt de stad beter in balans. Het draagt bij aan een aantrekkelijke, toekomstbestendige stad waar onze inwoners prettig wonen en verblijven. In de woonwijken worden, net als in de binnenstad, woningen kamergewijs verhuurd. Dit kan leiden tot verschillende vormen van woonoverlast en overlast voor de omgeving. Daarnaast worden er bij woningen in woonwijken bouwwerken in de tuin gerealiseerd, mogelijk in afwijking van bouwtechnische regels en de regels van het omgevingsplan. Doorgaans gaat het om kleinschalige bouwwerken, waarvan de risico’s beperkt zijn. Geluidsoverlast door airco’s en warmtepompen in woonwijken is een groeiend probleem. Deze apparaten produceren geluid via hun buitenunits. Vooral ’s nachts kan dit hinderlijk zijn voor omwonenden.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt maximale geluidsniveaus op de perceelsgrens. Deze normen zijn bedoeld om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. In woonwijken en dorpskernen leidt de komst van laadpalen regelmatig tot bezwaren van omwonenden, bijvoorbeeld vanwege verlies van parkeerplaatsen of aantasting van het straatbeeld. In toenemende mate worden klachten ontvangen over overlast door houtstook, met name gerelateerd aan rookgasafvoer van houtkachels en haarden. Deze klachten hebben vaak betrekking op geurhinder, rookontwikkeling en gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Vooral in dichtbebouwde woonwijken kan houtrook leiden tot ervaren overlast en verslechtering van het leefklimaat. Binnen het VTH-domein vraagt dit om een gerichte aanpak: het signaleren van overlast, het beoordelen van de rookgasafvoer op basis van regelgeving en het waar nodig handhavend optreden. ▪ Bornerbroek. De kern van Bornerbroek telt op dit moment ongeveer 1.250 inwoners en 500 woningen. In het buitengebied rondom het dorp wonen nog eens 850 inwoners in ongeveer 300 woningen. Bornerbroek onderscheidt zich binnen de gemeente Almelo en de regio door de vele vrijstaande woningen. Deze geven het dorp een ruime opzet. Bornerbroek kent relatief weinig gestapelde woningen of appartementen. ▪ Aadorp. Het dorp telt op dit moment ongeveer 1.550 inwoners en bijna 600 woningen.
Veel bewoners van Aadorp ervaren dat hun dorp bestaat uit twee afzonderlijke delen. Het gebied ‘De Woesten’ ligt ten westen van het kanaal en wordt gevormd door lintbebouwing rondom de Bruglaan. Het gebied ten oosten van het kanaal is opgebouwd uit kleinere buurtjes zoals Molenhoek. Voor de dorpen Aadorp en Bornerbroek zijn onlangs twee gebiedsvisies vastgesteld. Hierin wordt voor beide dorpen ingezet op de uitbreiding van het aantal woningen (in totaal 500 tot 700 woningen), het versterken van de voorzieningen en investeringen in openbare ruimte en infrastructuur.
Gemeentebrede opgaven Naast de gebiedsbeschrijving en probleemanalyse van de deelgebieden zijn er gemeentebrede ontwikkelingen die van belang zijn voor het stellen van prioriteiten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. ▪ Het realiseren van de woningbouwopgave. De gemeente Almelo staat voor grote ruimtelijke opgaven. De krapte op de woningmarkt neemt steeds meer toe. Het tempo van bouwen moet worden verhoogd. Almelo kent verschillende nieuwbouwlocaties, waaronder Almelo Nood Oost, het Indië terrein, Parkbuurt Almelo en Thorbeckehof. Een grote gebiedsontwikkeling is de ontwikkeling van Aalanderveld. In dit gebied met een oppervlakte van ruim 100 hectare zijn ruim 1.000 woningen gepland tot en met 2030, met mogelijke
Pagina 18 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
uitbreiding van nog 2.000 woningen na 2030, inclusief ruimte voor (maatschappelijke) voorzieningen. VTH draagt actief bij aan de realisatie van de woningbouwopgave. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er van gemeentewege geen vertragingen zijn in het vergunningenproces, erop toezien dat alle nieuwbouw voldoet aan eisen van brandveiligheid, constructieve veiligheid en het toezien op de algehele bouwkundige kwaliteit. ▪ Ruimte bieden aan ontwikkelmogelijkheden van bedrijven en de transitie van de landbouw. VTH levert een bijdrage aan het goed zicht houden op bedrijventerreinen en buitengebied en ondersteunt planvorming ten aanzien van de ontwikkelingen in deze gebieden. Kansrijke initiatieven worden ondersteund en waar mogelijk voorzien van toestemming voor realisatie. Hierbij hoort ook het toezien op gemaakte afspraken en deze waar nodig handhaven. ▪ Het beschermen van erfgoed. Het erfgoed in onze stad is de zichtbare getuige van het Almelose verleden. Het erfgoed geeft glans aan onze stad en is om die reden ook beschermd. Almelo beschikt over ruim 70 rijksmonumenten en ongeveer 90 gemeentelijke monumenten. Ook zijn 13 gebieden aangewezen als beschermd stadsgezicht.
Bij de omgang met erfgoed wordt gekozen voor maatwerk en flexibiliteit, zorgvuldig genoeg om de kwaliteiten optimaal te benutten en daarmee veilig te stellen en tegelijk open genoeg om ruimte te laten voor de dynamiek, die in een vitale stad en ommeland onmisbaar is. De ontwikkeling van het Indië terrein is een mooi voorbeeld van hoe industrieel erfgoed als inspiratiebron wordt gebruikt voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Belangrijke opgave voor VTH is het zorgen voor een goed zicht op de staat van onderhoud van monumenten, het informeren van eigenaren over de regels voor het wijzigen van een monument en het waar nodig handhavend optreden bij de aantasting van een monument. ▪ Toezicht op bestaande bouw. Toezicht op bestaande bouw is een structureel en wettelijk verankerd onderdeel van de Omgevingswet. Het doel is om de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken te waarborgen. De komende decennia wordt ingezet op het verbeteren van de bestaande bouw. De opgave is om de bestaande woningvoorraad voor 2050 energetisch te verbeteren en aardgasvrij te maken. Vaak passen de kwaliteit en de plattegrond van woningen niet meer bij de behoefte van vandaag en morgen. Het toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad valt onder het toezicht op bestaande bouw en moet versterkt worden ingezet.
De afgelopen jaren zijn er in Nederland meerdere incidenten geweest bij de bestaande bouw, vooral op het gebied van constructieve veiligheid. Bekende voorbeelden zijn de instorting van hellingbanen in een parkeergarage (Nieuwegein; 2023), instorting van vijf balkons (Maastricht; 2021), instorting dak tribune AZstadion (Alkmaar; 2019), instorting parkeergarage Eindhoven Airport (Eindhoven; 2017) en instorting van het dak van het stadion Grolsch Veste (Enschede; 2011). Deze incidenten hebben mede geleid tot de beoordelingsplicht van grote publieke gebouwen en de verdere onderzoeksplicht van gebouwen met breedplaatvloeren. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de handhaving van deze plichten. Op 1 juli 2024 zijn de beoordelingsplicht van grote publieke gebouwen en de verdere onderzoeksplicht van gebouwen met breedplaatvloeren in werking getreden. Deze plichten richten zich primair tot de gebouweigenaren. Als bevoegd gezag voor het toezicht op de naleving en handhaving van deze plichten dienen wij een inventarisatie te maken van de betreffende gebouwen en gebouweigenaren daar op te wijzen. ▪ Toezicht op illegale bouw- en sloopactiviteiten. Bij illegale bouwactiviteiten bestaat een verhoogd risico dat deze in strijd met de bouwregels worden uitgevoerd. Dit kan een risico opleveren voor gebruikers en de directe omgeving.
Ook kan dit leiden tot strijdigheid met ruimtelijke regelgeving. Omdat het huidige toezicht vooral vergunning- en meldingsgericht wordt uitgevoerd, is er geen nauwkeurig beeld van het aantal gevallen. Met de inzet van gebiedstoezicht en meldingen vanuit de BAG (luchtfoto’s) wordt waar nodig opgetreden.
Pagina 19 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Bij illegale sloopactiviteiten kunnen risico’s ontstaan voor de veiligheid, hinder voor omwonenden en vervuiling van de omgeving van de sloopomgeving. In een beschermd stadsgezicht bestaat het risico dat het beschermde gebied hierdoor onomkeerbaar wordt aangetast. In Almelo leidt strijdig gebruik van panden, zoals illegale bewoning of detailhandel op plekken waar dat niet is toegestaan, tot overlast en druk op de leefomgeving. ▪ Het tegengaan van strijdig gebruik door inzet van de Pandbrigade. De Pandbrigade wordt ingezet voor het beschermen van de woningvoorraad, het behoud van leefbaarheid en veiligheid en het voorkomen van diverse vormen van woonoverlast door het tegengaan van strijdig gebruik. De huidige druk op de woningmarkt en de verdienmogelijkheden met verhuur van woningen leiden tot een verhoogd risico op illegaal woninggebruik. De Pandbrigade houdt toezicht en treedt waar nodig handhavend op. Kamergewijze verhuur kan leiden tot schrijnende woonsituaties zoals overbewoning, brandgevaarlijke situaties en geluids- en parkeeroverlast bij omwonenden. De leefbaarheid van de directe omgeving kan als gevolg van kamergewijze verhuur achteruitgaan. Daarnaast kan sprake zijn van strijdigheid met het omgevingsplan. Groepen die vaak gebruik maken van kamerbewoning zijn arbeidsmigranten, studenten en de onderkant van de samenleving.
Voor kamergewijze verhuur is een vergunning noodzakelijk. Panden bestemd voor kamergewijze verhuur worden onder meer beoordeeld op planologische aanvaardbaarheid en op veiligheid. In een aantal woonwijken van de gemeente Almelo is verhuur van woningen alleen toegestaan met een verhuurvergunning opkoopbescherming. De regeling is bedoeld om betaalbare koopwoningen te beschermen tegen opkoop door beleggers die deze woningen willen verhuren. Dit draagt bij aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de woningmarkt voor het segment waarin starters en middeninkomens actief zijn. Het meldpunt goed verhuurderschap is een verplicht gemeentelijk loket dat is ondergebracht bij de Pandbrigade. Het is ingesteld op basis van de Wet goed verhuurderschap, met als doel om ongewenst verhuurgedrag aan te pakken en huurders beter te beschermen. ▪ Het aanpakken van ondermijning. Ondermijning ontstaat wanneer de onderwereld en bovenwereld met elkaar verweven raken. Het gaat om criminele activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van legale structuren. Bij de toepassing van de wet Bibob4 hanteert de gemeente Almelo beleidsregels om te voorkomen dat criminele activiteiten via vergunningen, subsidies of vastgoedtransacties worden gefaciliteerd. Een Bibob-onderzoek is noodzakelijk voor vergunningen in risicovolle branches.
Bepaalde omgevingsvergunningen voor bouw-, gebruik- en/of milieuactiviteiten worden onderworpen aan een Bibobtoets.
4
Deelgebied Buitengebied
Samenvatting probleemanalyse - Leegstand en ontsiering vanwege vrijkomende agrarische bebouwing; verrommeling; aantasting ruimtelijke kwaliteit; strijdigheid met omgevingsplan; kans op ondermijning. - Schaalvergroting landbouw; stikstofproblematiek; erfinrichting; stalbranden. - Toename van niet agrarische functies (recreatie en toerisme; zorgfunctie); ruimtelijke inpassing; verkeersaantrekkende werking. - Ruimtebeslag vanwege energietransitie (zonnevelden, windturbines) en klimaatadaptatie (water- en vergroeningsopgave).
Bedrijventerreinen
- Strijdigheid met omgevingsplan (waaronder illegale bewoning, detailhandel) , naleving bouwregelgeving en brandveiligheid.
Binnenstad
- Toename werkvoorraad VTH vanwege grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen. - Leegstand of alternatief gebruik van bestaande panden. - Horecaoverlast Prinses Catharina Amaliaplein. - Huisjesmelkerij, uitbuiting, illegale kamergewijze verhuur en illegale woningsplitsing.
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Pagina 20 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
- Verslechterde woon- en leefkwaliteit vanwege toegenomen parkeerdruk. Wijken en dorpen
- Woonoverlast en overlast voor de omgeving vanwege kamergewijze verhuur. - Illegale kleinschalige bouwwerken in tuinen. - Geluidsoverlast vanwege airco’s en warmtepompen. - Ervaren overlast en verslechtering van het leefklimaat vanwege houtstook. - Bezwaren tegen komst laadpalen vanwege verlies parkeerplaatsen of aantasting straatbeeld.
Gehele gemeente
- Aantasting van de kwaliteit van rijks- en gemeentelijke monumenten en beschermde stadsgezichten. - Incidenten bestaande bouw, vooral op gebied constructieve veiligheid. - Illegale bouw- en sloopactiviteiten. - Ondermijning.
Figuur 3.2: Samenvatting probleemanalyse per deelgebied
3.4
Risicoanalyse
De gemeente heeft beperkte capaciteit voor toezicht en beoordeling van vergunningaanvragen. Omdat het niet mogelijk is om overal toezicht op te houden en elke vergunningaanvraag met hetzelfde diepgaande niveau te toetsen, is een risicoanalyse uitgevoerd. Dit maakt het mogelijk om capaciteit gericht in te zetten waar de risico’s voor de leefomgeving het grootst zijn. Het opstellen van een risicoanalyse is verplicht op basis van de landelijke kwaliteitscriteria VTH. De risicoanalyse is uitgevoerd aan de hand van een risicoanalysemodel. Het model biedt een gestructureerde en objectieve manier om risico’s te beoordelen en prioriteiten te stellen. Het werkt op basis van de formule risico = kans × effect. De kans geeft aan hoe waarschijnlijk het is dat een overtreding of ongewenste situatie zich voordoet. Het effect beschrijft wat de impact is als dat gebeurt, bijvoorbeeld op de leefomgeving, veiligheid of gezondheid. Door deze twee factoren te combineren ontstaat een risicoscore die aangeeft waar de grootste risico’s liggen. Activiteiten met een hogere score krijgen meer aandacht bij toezicht en handhaving, of worden strenger beoordeeld bij vergunningverlening. De risicoanalyse is uitgevoerd door vakspecialisten uit het team Vergunningverlening en Naleving voor de taakvelden nieuwbouw, bestaande bouw en ruimtelijke ordening.
De uitkomsten van de risicoanalyse zijn opgenomen in bijlage 2. In onderstaande tabel zijn voor het toezicht de belangrijkste omgevingsrisico’s opgenomen. Taakveld Nieuwbouw
Toezichtstaken op belangrijkste omgevingsrisico’s Publiekstoegankelijke bouwwerken (o.a. bijeenkomst-, onderwijs-, winkel- en gezondheidszorgfunctie); grote bedrijfsgebouwen (gevolgklasse 2-3)
Bestaande bouw
Kamerverhuur; horeca; sport; wonen boven winkels; onderwijsgebouwen (van vóór 1995)
Ruimtelijke ordening
(illegale) bewoning; illegale kamerverhuur; illegale bouw van grote bouwwerken; (illegaal) gebruik van gronden; illegaal gebruik (bedrijf cat. >3.1)
Figuur 3.3: Toezichtstaken op belangrijkste omgevingsrisico’s
Pagina 21 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
Pagina 22 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
4. Strategieën Het Omgevingsbesluit geeft aan dat in ieder geval voor de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving beschreven moet worden hoe deze worden uitgevoerd. Deze beschrijving geeft inzicht in hoe taken worden uitgevoerd om de gestelde doelen te bereiken. De essentie is dat we ons richten op die zaken die er daadwerkelijk toe doen en we onze mensen en middelen effectief en efficiënt inzetten.
Onderstaande figuur verbeeldt de samenhang tussen de verschillende strategieën die gezamenlijk de inhoudelijke strategie vormen. De inhoud van de strategieën wordt in de volgende paragrafen toegelicht.
Figuur 4.1: VTH-strategieën
4.1 Vergunningenstrategie Vergunningverlening is een breed begrip en bevat onder de Omgevingswet verschillende producten, zoals vergunningen, ontheffingen, maatwerkvoorschriften, meldingen en adviezen. Het is ook meer dan enkel het uitvoeren van regels: via vergunningverlening willen wij een bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Een goede vergunning is daarom niet alleen technisch en juridisch objectiveerbaar en herleidbaar, maar biedt ook zoveel mogelijk een passende oplossing voor het vraagstuk (de maatschappelijke opgave) dat voorligt. Daarbij worden de juiste eisen en voorschriften gesteld. De hoofdregel is dat een activiteit is verboden, zolang niet voor alle activiteiten die daarmee samenhangen een vergunning is verleend of een melding is gedaan. Een aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle activiteiten. Daar staat tegenover dat het bevoegd gezag een inspanningsverplichting heeft om de aanvrager in kennis te stellen van eventuele andere vereiste toestemmingen. Naast vergunningplichtige activiteiten bestaan er meldingsplichtige activiteiten op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De activiteit mag niet worden gestart zonder dat tijdig een volledige melding is gedaan.
Hoofdopzet beoordelen vergunningaanvragen en meldingen Onderstaand schema geeft aan hoe de beoordeling van de meest voorkomende activiteiten er op hoofdlijnen uitziet. Vanwege de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vervalt gefaseerd de bouwtechnische toetsing en het bouwtoezicht door de gemeente, maar wij blijven toetsen aan en toezicht
Pagina 23 van 52 uitvoerings- en handhavingsstrategie
houden op welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid. Ook blijven wij verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de regels voor bestaande bouw. Op dit moment geldt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen alleen voor de nieuwbouw van kleinere bouwwerken, zoals grondgebonden woningen en kleinere bedrijfspanden. Deze categorie bouwobjecten worden aangeduid als gevolgklasse 1 (GK1). In plaats van vergunningverlening vooraf, vindt de toetsing plaats door een kwaliteitsborger, die een borgingsplan opstelt dat voor aanvang van de bouw moet worden ingediend bij de gemeente. Vooralsnog blijft de gemeente voor de overige bouwwerken (verbouw binnen GK1 en GK 2 en 3) verantwoordelijk voor de bouwtechnische toetsing (aannemelijkheidstoets). Activiteit Bouwactiviteit
Toelichting Gevolgklasse 1 (nieuwbouw) - Geen bouwtechnische toets door gemeente; dit doet de kwaliteitsborger. - Beoordeling volledigheid bouw- en gereedmelding door gemeente. - Inhoudelijke beoordeling bouwmelding voor wat betreft bijzondere lokale omstandigheden5.
Omgevingsplanactiviteit
- Altijd een volledige toetsing aan het omgevingsplan. - Indien van toepassing vindt een volledige welstandstoets plaats.
(rijks)monumenten activiteit
- Besluitvorming altijd op basis van advies van gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit & Monumentenzorg / Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. - Grondslag is landelijk en lokaal erfgoedbeleid en toepasselijke wet- en regelgeving.
Uitwegactiviteit
- Toetsing vindt plaats op basis van het omgevingsplan, de Algemene Plaatselijke Verordening en de beleidsregels voor uitwegen. - Er wordt advies ingewonnen bij de verkeerskundige en/of de afdeling openbare ruimte.
Kapactiviteit
- Beoordeling gebeurt op basis van de gemeentelijke kapverordening (Bomenverordening) en het omgevingsplan. - Bij monumentale bomen, bijzondere bomen en structurele houtopstanden wordt advies gevraagd aan de gemeentelijke groenbeheerder of ecologisch adviseur. - Er wordt onder meer gekeken naar ecologische waarde, beeldkwaliteit en eventuele herplantplicht.