CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

7 Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) XL Businesspark 2

Raad 26 maart 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W34.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ontsluiting Voor de locatie van XL Businesspark 2 is de huidige ontsluiting van het gebied niet toereikend voor een bedrijventerrein. In het voortraject is onderzoek gedaan door Keypoint Consultancy naar 8 verschillende ontsluitingsvarianten zoals beschreven in de Kadernota Ontwikkeling XL Businesspark 2 in Bijlage 1. Van de varianten zijn op basis van een Multi Criteria Analyse

5

Stec Groep (januari, 2023), Behoefterming bedrijventerreinen Overijssel.

6 Stec Groep (juli 2022), Onderzoek Marktperspectief bedrijventerreinen.

31/44

(MCA) 3 varianten geselecteerd die geschikt zijn als ontsluitingsmogelijkheid. Binnen de MCA zijn verschillende omgevingsaspecten meegenomen waaronder verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid, geluidhinder, luchtkwaliteit in de omgeving, hinder voor soorten en externe veiligheid. In al de drie varianten die volgden uit de MCA is het noodzakelijk om een brug te maken over het Twentekanaal (zijtak Almelo). Op basis van een financiële analyse en een eerste verkeerstechnische uitwerking heeft de gemeente Almelo gekozen voor een variant waarbij de brug over het Twentekanaal als primaire ontsluiting wordt gebruikt.

4.3

Planvoornemen

Het planvoornemen bestaat uit het bedrijventerrein met milieubelastende activiteiten in het plangebied, de ontsluiting en een groenblauwe strook langs het zuiden en westen. Het schetsontwerp van het planvoornemen is weergegeven in onderstaande Figuur.

Figuur 4-1 Schetsontwerp XL Businesspark 2 (bron: Royal Haskoning DHV, 2023)

4.3.1 Bedrijventerrein Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een bedrijventerrein waarvan circa 75 hectare uitgeefbaar is. Op het bedrijventerrein worden ‘grote lawaaimakers’ uitgesloten. Deze bedrijven passen niet bij het concept van een duurzaam bedrijventerrein waarbij gezondheid een belangrijke rol speelt. Op het bedrijventerrein zal gebruik gemaakt worden van milieuzonering ‘nieuwe stijl’. Hiermee wordt de milieugebruiksruimte van het nieuwe bedrijventerrein op het gebied van geluid, geur, stof en gevaar bepaald op basis van de milieugevoelige objecten in de omgeving. Buck Consultant International heeft onderzoek7 gedaan naar de bedrijfsprofielen op XL Businesspark 2. Het bedrijventerrein zal ruimte bieden aan bedrijven uit de maakindustrie en deels ruimte bieden aan bedrijven uit de logistieke sector. De 7 Buck Consultants International (mei 2023), Naar een profilering voor XL Businesspark 2.

32/44

huidige voorkeur gaat uit naar 75% maakindustrie en 25% logistiek op het nieuwe bedrijventerrein. Middels een selectief vestigingsbeleid worden de te vestigen bedrijven gescreend. Maakindustrie De maakindustrie kent verschillende gradaties van technologie. Op het bedrijventerrein gaat de voorkeur uit naar hightech bedrijven die passen binnen het vestigingsbeleid. Op het bedrijventerrein worden bedrijven uit de hightech en middelhightech maakindustrie toegestaan. Logistiek Logistiek is onlosmakelijk verbonden met de maakindustrie. Vaak hebben bedrijven uit de maakindustrie ook een logistieke tak binnen het bedrijf. Het bedrijventerrein laat logistieke bedrijven beperkt toe, omdat de hightech-maakindustrie de voorkeur geniet. Overige Er wordt uitgegaan van één locatie binnen het plangebied met vergader- en bijeenkomstvoorzieningen en horeca. Binnen het plangebied in de zuidwestelijke hoek blijven de woningen ter plaatse van de Keursweg 2a en 2c behouden. Duurzaamheid Het bedrijventerrein wordt niet aangesloten op het aardgasnetwerk. Ook worden de bedrijven verplicht zonnepanelen op het dak aan te brengen. Het bedrijventerrein wordt gecertificeerd met het keurmerk BREEAM-NL Gebied op het niveau ‘Excellent’. Gebouwen volgen circulaire principes en een Building Circularity Index (BCI) ambitie van 0,5. Het openbaar gebied minimaliseert materiaalgebruik.

Het toegepaste hout heeft een verantwoorde herkomst (TPAC gecertificeerd). De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) wordt verplicht, met doelen van MPG < 0,6 voor industriefuncties en < 0,8 voor overige utiliteit. XL Businesspark 2 ambieert een CO2-footprint binnen de normen van de Paris Proof-normering. Ecologie Maatregelen binnen het bedrijventerrein op het gebied van ecologie omvatten het benutten van ecologische kennis, verschillende ontwerpscenario’s, natuurinclusief bouwen en betrokkenheid van bedrijven bij groene initiatieven. Voor de erven geldt dat er een 10 meter brede zone met groene afscheiding komt tussen de kavelgrenzen en dat overal zicht is op groen. Dit groen is hoogwaardig van opzet en krijgt een betekenis voor de biodiversiteit. Elk gebouw draagt bij aan natuurinclusieve maatregelen, waarbij aan ten minste 6 soorten per groep (flora 6x én fauna 6x) ruimte wordt gegeven. Het aantal soorten wordt gecoördineerd vanuit de gemeente, waarbij ieder perceel (eventueel buiten de kavelgrenzen) zorgt voor de 6V’s per doelsoort. Om dit te borgen wordt een lijst opgesteld voor de ondernemers/eigenaren, waaruit de keuze kan worden gemaakt welke soorten (minimaal) moeten worden opgenomen op het perceel. Methoden om dit te verankeren worden toegepast via de gronduitgifte dan wel het parkmanagement.

Gezondheid Kavelpaspoorten gericht op een divers aanbod, een ontmoetingscentrum en groene wandelroutes stimuleren sociale cohesie en beweging in het gebied. Negatieve effecten op de luchtkwaliteit worden beperkt door de aanleg van zoveel als mogelijk groen ingerichte infrastructuur, emissiebeperking (zie energie) en duurzaam transport. Geluidshinder in het gebied wordt beperkt door strategische plaatsing van bedrijven, akoestische maatregelen en samenwerking. Lichtniveaus worden geoptimaliseerd volgens richtlijnen en afgestemd om de behoeften van de leefomgeving. XL Businesspark 2 zal toegankelijk en open worden ingericht. Het collectief parkmanagement draagt bij aan onderhoud en daar waar nodig op termijn verbeteringen. BREEAM Gebied-principes voor klimaatadaptatie zijn uitgangspunt, zoals het beperken van opwarming, zorg voor een goede bodemgesteldheid waarmee het overstromingsrisico te beperken is.

33/44

Energie Voor XL Businesspark 2 speelt netcongestie een beperkende rol op het gebied van energielevering en teruglevering. Van alle kavels wordt inzet verwacht in het kader van het beperken van het gewenst af te nemen piekvermogen. Voor iedere kavel en iedere aansluiting wordt een onderzoek uitgevoerd voor ‘congestiemanagement’ waarbij alle haalbare maatregelen worden uitgevoerd. Het onderzoek omvat tenminste: energieopslag (kortdurend en langdurend), eigen energieopwekking en flexibel gebruik. De ambitie is een aandeel hernieuwbare energie van minimaal 60% van de totale energiebehoefte met opwekking binnen de perceelsgrens van iedere kavel. Bovendien wordt beoogd dat meer dan 80% van deze hernieuwbare energie afkomstig is van gecertificeerde bronnen. Dit omvat onder andere het implementeren van zonnepanelen met een verantwoorde herkomst en het effectief beheren van energiegebruik om netcongestie te verminderen. Indien bodemenergie gebruikt wordt, geldt dat het optimaal benutten van de bodem als een duurzame en efficiënte bron voor energieopslag, zowel voor warmte als koude, het streven is. De ambitie is om de bodem te gaan benutten als een waardevolle hulpbron voor energie. Indien meerdere bedrijven gebruik gaan maken van bodem voor energieopslag zal een bodemenergieplan opgesteld worden om interferentie te voorkomen. De mogelijkheid tot geothermie wordt onderzocht in het MER.

Het streven is maximale eigen energieopwekking en zelfvoorziening als basis. Het delen van overtollig vermogen tijdens piekmomenten wordt overwogen, vooral omdat vraag is naar methoden om energie gelijkmatiger te verdelen en het totale energieverbruik te verminderen. Deze aanpak en ambitie om piekvermogens te delen kan worden ondersteund door een bedrijfsparksysteembeheer en de opslag van energie in batterijen. 4.3.2 Ontsluiting Om het bedrijventerrein goed aan te sluiten op het landelijk verkeersnetwerk wordt een nieuwe aansluiting over het Twentekanaal (zijkanaal Almelo) met XL Businesspark Twente gerealiseerd. Hiervoor zal de gebruik worden gemaakt van de bestaande brug van de A35. Om sluipverkeer te voorkomen zullen de wegen richting het zuiden en westen van het plangebied opgeheven worden. De verbinding voor langzaam verkeer blijft wel behouden. Binnen het plangebied en bij de weg over het Twentekanaal (zijkanaal Almelo) zullen vrij liggende fietspaden worden geïntegreerd.

Figuur 4-2 Schetsplan ontsluiting (bron: Royal Haskoning DHV, 2023)

34/44

4.3.3 Blauwgroene buffer Voor een goede ruimtelijke inpassing wordt een blauwgroene buffer met waterelementen van 35 tot 40 meter breed rondom het bedrijventerrein aangebracht. De groenblauwe zone kan gebruikt worden voor een eventuele compensatieopgave op het gebied van ecologie, maar ook voor waterberging, het verkleinen van overlast voor de omgeving, landschappelijke inpassing en recreatief medegebruik. 4.3.4 Overig Binnen het plangebied wordt een drooglegging van minimaal 80 cm aangehouden voor wegen en minimaal 1 meter voor bebouwing. Op veel plekken moet daarom het maaiveld verhoogd worden. Als gevolg van de realisatie van het XL Businesspark 2, neemt de watervraag toe. Daarom worden nieuwe aansluitingen aangebracht. In het gebied is minimale capaciteit aan drinkwater beschikbaar. Dit is voldoende voor normaal gebruik door bedrijven. Deze capaciteit is niet voldoende voor een bluswatervoorziening of proceswater. Voor het bluswater wordt separaat een voorziening aangelegd uit oppervlaktewater. Grote waterverbruikers op het bedrijventerrein worden afzonderlijk beoordeeld. Uitgangspunt is dat deze in de basis niet aangesloten worden. Het gebruik van grondwater wordt met de beoogde ontwikkeling niet mogelijk gemaakt. 4.3.5 Aanleg Om de ontwikkeling mogelijk te maken, worden de bestaande (agrarische) bedrijfsbebouwing en (bedrijfs)woningen gesloopt.

Voor de realisatie van het bedrijventerrein, infrastructuur en de blauwgroene buffer zullen grondwerkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast zullen bouwwerkzaamheden plaatsvinden voor de realisatie van de bedrijven en de weg over het Twentekanaal (zijtak Almelo). Zo nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit wordt bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader geconcretiseerd.

35/44

5. REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU 5.1

Plan- en studiegebied

In het MER wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen plangebied en studiegebied. Het plangebied is het in Figuur 1-1 aangegeven gebied. Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten in het plangebied kunnen optreden. Het studiegebied is dus omvangrijker dan het plangebied en kan per milieuaspect verschillen. Voor milieuaspecten zoals bodem en archeologie treden de effecten alleen binnen het plangebied zelf op, het studiegebied is hier gelijk aan het plangebied. Voor milieuaspecten zoals verkeer en geluid kunnen ook buiten het plangebied, op en langs wegen van en naar het plangebied, effecten optreden. In dit geval is het studiegebied dus groter dan het plangebied. Het MER licht per milieuaspect toe wat het relevante studiegebied is.

5.2

Alternatieven, varianten en scenario’s

Een vast onderdeel van mer-studies is het alternatievenonderzoek: in hoeverre zijn naast of binnen het planvoornemen reële alternatieven of varianten mogelijk met mogelijk andere milieueffecten? In het voortraject zijn al verschillende onderzoeken uitgevoerd zoals is beschreven in paragraaf 4.2. Locatiealternatieven In het locatieonderzoek zijn mogelijke alternatieven locaties bepaald op grond van milieuoverwegingen, zie hiervoor ook bijlage 18 en paragraaf 4.2. Omdat de milieueffecten een (grote) rol hebben gespeeld bij de locatiekeuze is in dit MER geen onderzoek meer nodig naar locatie-alternatieven. Ontsluiting In de kadernota9 zijn op grond van een Multi Criteria Analyse (vanaf nu: MCA) 3 varianten geselecteerd die mogelijk geschikt zijn als ontsluitingsmogelijkheid voor het XL Businesspark 2. Variant 1 is de meest waarschijnlijke variant voor verdere uitwerking. Omdat bij de MCA milieueffecten een grote rol hebben gespeeld, is geen nader onderzoek meer nodig naar alternatieve ontsluitingsmogelijkheden. Kade- of havenfaciliteiten Multimodaliteit is voor bedrijven van belang. Met de bestaande laad en loskade op XL Businesspark Twente heeft het beoogde bedrijventerrein al een goede verbinding over het water op korte afstand. Een eigen haven is dan ook niet noodzakelijk, maar kan wel meerwaarde hebben voor het beoogde bedrijventerrein.

Uit overleg met Rijkswaterstaat blijkt dat een kade langs het Twentekanaal op XL Businesspark 2 niet mogelijk is op basis van de richtlijnen van Rijkswaterstaat. Een insteekhaven zou wel mogelijk zijn, maar dit vergt een (te) groot ruimtebeslag en brengt grote kosten met zich mee, waarmee het plan niet meer financieel haalbaar is. Een insteekhaven of kade is daarmee geen haalbare variant en wordt dan ook niet verder onderzocht in het MER. Inrichtingsalternatieven De alternatieven die wel in het MER onderzocht worden hebben vooral betrekking op de inrichting en programmering en betreft vooral de typologie van de bedrijven. Andere keuzes ten aanzien van optimalisaties voor bijvoorbeeld landschappelijke inpassing, duurzaamheid en versterking van de biodiversiteit volgen uit de sectorale onderzoeken en zullen samen met de beoordeling van het planvoornemen en de alternatieven worden meegenomen in een voorkeursalternatief. Een alternatief waarbij meer of minder oppervlak voor bedrijfskavels wordt gecreëerd heeft geen meerwaarde voor de planontwikkeling en wordt in het MER niet onderzocht. Op het moment van opstellen is vanwege financiële haalbaarheid 8

Locatiestudie Businesspark XL Businesspark 2 – fase 2 van de locatiestudie, Rho Adviseurs, d.d. juli 2023.

9 Kadernota ontwikkeling XL Businesspark 2, gemeente Almelo, d.d. 2023.

36/44

een kleiner oppervlak aan bedrijfskavels niet haalbaar. Dit komt mede door de kosten die de realisatie van een nieuwe brug met zich meebrengen. Meer bedrijfskavels betekent dat dit ten koste zal gaan van de blauwgroene strook. Vanuit de landschappelijke inpassing, natuur en watercompensatie wordt dit niet als een haalbaar alternatief gezien. Daarom gaat het MER uit van 75 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein. 5.2.1 Alternatieven typologie Het bedrijventerrein moet ruimte bieden aan grootschalige bedrijven in de (hightech) maakindustrie en logistieke bedrijven. In het planvoornemen wordt uitgegaan van het toestaan van maakindustrie bedrijven en logistieke bedrijven met een verdeling daartussen van circa 25% logistiek en circa 75% maakindustrie. Vanuit emissies van bedrijven (geluid, geur en luchtkwaliteit) kunnen de emissies anders zijn bij andere typologieën bedrijven. Hiertoe zijn 3 verschillende alternatieven ten aanzien van typologie voorgesteld. 1a. Zware industrie Binnen de maakindustrie bestaan ook zware industrieën die bij het planvoornemen uitgesloten worden. In dit alternatief wordt onderzocht wat de effecten zijn van het toestaan van zware industrieën. Hiervoor wordt gekeken naar de maximale toelaatbare milieuruimte met het toepassen van inwaarts zoneren en het gebruik van een geluidzone (GPP’s).

Verder wordt gekeken wat dit voor gevolgen heeft op de verkeersgeneratie en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. 1b. Logistiek In dit alternatief wordt onderzocht wat de gevolgen zijn als het merendeel van het terrein met logistieke bedrijven wordt ingevuld, waarbij met name verkeersgerelateerde aspecten een rol zullen spelen. Daarom wordt in dit alternatief onderzocht wat de effecten zijn bij een invulling met 100% logistieke bedrijven komt. 1c. Innovatie en onderzoek (hogere bouwhoogtes) Binnen de hightech maakindustrie komen ook bedrijven voor gericht op innovatie en onderzoek. Deze bedrijven zijn meer gericht op kennis en hebben een grotere vraag naar kantoor- en laboratoriumruimte. Een grotere bouwhoogte kan per perceel meer bedrijfsvloeroppervlakte leveren aan deze bedrijven. In dit alternatief wordt onderzocht wat de gevolgen zijn als ingezet wordt op deze bedrijven en binnen het bedrijventerrein een grotere bouwhoogte wordt toegestaan, wat resulteert in plaatselijk een grote personendichtheid, meer bedrijfsvloeroppervlak en een andere landschappelijke inpassing met mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen bij een toepassing van groene muren.

5.2.2 Scenario aansluiting De beschikbaarheid van ruimte op het elektriciteit- of drinkwaternet is niet een variabele waar de planontwikkeling direct invloed op heeft, maar die wel invloed kan hebben op de mogelijkheden van de ontwikkeling. Om die reden wordt in een scenariostudie onderzocht wat de kans is op beperkingen van uit deze aspecten en welke gevolgen dat dan heeft, zowel voor de planontwikkelingen (aantal en type bedrijven) als voor de daarmee samenhangende effecten (verkeer, geluid, lucht etc).

5.3

Milieuaspecten en detailniveau

In Tabel 5-1 zijn de te onderzoeken milieuaspecten beschreven en het bijbehorende detailniveau. Onder de tabel is dit per onderdeel toegelicht. De effectanalyse zal waar nodig kwantitatief worden uitgevoerd. Waar berekeningen niet nodig of mogelijk zijn, wordt de effectanalyse kwalitatief (op basis van expert judgement) uitgevoerd. In het MER wordt per toetsingscriterium het milieueffect ten opzichte van de referentiesituatie uitgedrukt op basis van onderstaande schaal: ++ sterk positief effect; + positief effect; 0 geen positief en geen negatief effect; negatief effect; -sterk negatief effect.

37/44

Tabel 5-1 Te onderzoeken Milieuaspecten

Thema’s en aspecten

te beschrijven effecten (criteria)

werkwijze

Verkeer en vervoer

Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV

kwantitatief kwalitatief op basis van directheid routes, barrièrewerking en afstand tot haltes/station kwalitatief kwalitatief

Verkeersveiligheid Parkeren Leefomgevingskwaliteit Verkeerslawaai Geluidbelasting en aantal geluidbelaste woningen Industrielawaai Geluidbelasting binnen zone/op woningen Geurhinder Geurhinder bij bestaande woningen Luchtkwaliteit Concentraties NO2, PM10 en PM2,5 Emissie van bedrijven Externe veiligheid Toename risico’s Gezondheid Gecumuleerde effect bovenstaande plus factoren gezondheidsbevordering

kwantitatief op basis van modelberekeningen kwantitatief op basis van modelberekeningen kwalitatief kwantitatief kwalitatief kencijfers bedrijfssectoren (CBS) kwalitatief binnen invloedsgebieden kwalitatief

Bodem

Bodemopbouw Bodemkwaliteit Grondbalans

Water

Grondwaterkwantiteit en -kwaliteit kwantitatief en kwalitatief Oppervlaktewaterkwantiteit en –kwaliteit, kwantitatief en kwalitatief waterberging Waterketen, riolering, afkoppelen kwantitatief en kwalitatief

Landschap

Invloed op karakteristieke patronen Inpassing Aantasting cultuurhistorische structuren Aantasting archeologische waarden Gebiedsbescherming

Cultuurhistorie Archeologie Natuur

Soortenbescherming Duurzaamheid

kwantitatief kwalitatief kwantitatief

kwalitatief kwalitatief kwalitatief kwalitatief kwalitatief kwantitatief onderzoek stikstofdepositie kwantitatief op basis van veldonderzoek en nader onderzoek

Energietransitie (energiebehoefte, aandeel kwalitatief duurzame energie en bodemenergie) Circulair bouwen en ondernemen kwalitatief Klimaatadaptatie kwalitatief

Verkeer Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Met de beoogde ontwikkeling zal sprake zijn van een verkeerstoename. De verkeersgeneratie van het nieuwe bedrijventerrein zal worden berekent. Op basis van de verkeersgeneratie zal het effect van de verkeerstoename onderzocht worden op de capaciteit van de ontsluitende wegen. Hiervoor zal een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd worden en de bereikbaarheid kwantitatief beoordeeld worden..

38/44

Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV Op basis van het ontwerp van de interne verkeersstructuur en de aansluiting op het omliggende wegen- en fietspadennet, wordt de bereikbaarheid van de locatie voor openbaar en langzaam vervoer kwalitatief beoordeeld. Hierbij wordt uitgegaan uitgaande van maximaal acceptabele loop- en fietsafstanden tot haltes en voorzieningen. Verkeersveiligheid Op basis van beschikbare gegevens over geregistreerde ongevallen wordt een overzicht gemaakt van huidig potentieel gevaarlijk locaties in de omgeving. Op basis van de uitgangspunten voor het wegontwerp en de omvang van de verkeersstromen wordt de verkeersveiligheid kwalitatief beoordeeld. Leefomgevingskwaliteit Geluid-industrielawaai Het bedrijventerrein XL is voorzien van een geluidzone. Op het nieuwe bedrijventerrein worden geen grote lawaaimakers mogelijk gemaakt. Op basis van milieuzonering nieuwe stijl wordt het bedrijventerrein ingevuld ten opzichte van de bestaande woningen in de omgeving van het bedrijventerrein. In een modelberekening wordt het gecumuleerde effect van de maximale geluid-gebruiksruimte per kavel berekend, waarbij ook rekening wordt gehouden met geluid vanwege het bestaande bedrijventerrein. De resultaten worden gepresenteerd in verschilcontouren van 5 dB, vanaf 40 dB.

Ook wordt het aantal woningen per contour weergegeven en het verwachte gecumuleerde geluidniveau per woning/woongebied. In het onderzoek zal de verwachte geluidbelasting van het planvoornemen en de drie alternatieven typologie worden bepaald. Ook zullen mogelijke maatregelen worden beschreven om de geluidbelasting te reduceren.. Geluid- verkeerslawaai Ten aanzien van wegverkeerslawaai wordt de invloed van de extra verkeersgeneratie van de planontwikkeling op bestaande woningen in beeld gebracht. Dit betreft zowel de direct aan het plangebied grenzende woningen, als de woningen langs de aanvoerende wegen (uitstralingseffect). Onderzocht wordt welke maatregelen mogelijk zijn om een eventuele significante toename van de geluidbelasting te mitigeren of te compenseren. Overig geluid Ook wordt aandacht besteed aan tijdelijke effecten, voornamelijk vanwege bouwverkeer en drooglegging, op de meest maatgevende locaties (nabij bestaande woningen). In het MER wordt ook het cumulatieve effect van geluid op woningen in de omgeving bepaald. Hiervoor worden alle berekende geluidsbelasting samengevoegd. Externe veiligheid Zoals beschreven in de huidige milieufoto (paragraaf 3.3) ligt binnen het plangebied een aardgasbuisleiding. Binnen het planvoornemen worden mogelijk beperkt kwetsbare objecten toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Onderzocht moet worden of het mogelijk is om geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour te realiseren, bijvoorbeeld door een andere indeling te hanteren of door het verkleinen van de PR 10-6 contour. Ook ligt het plangebied binnen het aandachtsgebieden van de buisleiding en de A35. Onderzocht zal worden of dit verdere beperkingen oplevert voor de planontwikkeling ten aanzien van groepsrisico. Wanneer risicovolle activiteiten binnen het bedrijventerrein worden toegestaan, dan moet hierbij ook rekening gehouden worden met aandachtsgebieden en plaatsgebonden risico. Eventuele voorwaarden voor het toelaten van risicovolle activiteiten worden hiervoor afgewogen.

39/44

Geur Op het bedrijventerrein worden geuremitterende activiteiten op voorhand niet uitgesloten. In het MER wordt op basis van geurcontouren en richtafstanden beoordeeld of er kans bestaat op (cumulatie van) geurhinder en welke mogelijkheden er zijn om dit te voorkomen, zowel technisch als wat betreft randvoorwaarden. Hiertoe zal eerst moeten worde onderzocht wat als een aanvaardbaar geurhinderniveau geldt in het studiegebied. Om te kunnen bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is en hoeveel geur bedrijven mogen uitstoten, wordt aangesloten op de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering 2023 Omgevingswet (nieuwe stijl). Voor het bedrijventerrein wordt voor geur gebruikgemaakt van inwaartse zonering. Bij inwaartse zonering wordt gerekend vanuit de (bestaande en geprojecteerde) milieugevoelige functies in de omgeving van het bedrijventerrein. Binnen het bedrijventerrein zijn op korte afstand van de gevoelige functie slechts beperkt milieubelastende activiteiten toelaatbaar, dus activiteiten met een beperkte milieugebruiksruimte. Hoe groter de afstand tot de milieugevoelige functie, hoe groter de beschikbare gebruiksruimte. Voor het nieuwe bedrijventerrein moet rekening worden gehouden met de bestaande geurcontouren. De verwachting is dat deze slechts gedeeltelijk overlappen met het plangebied.

In het MER wordt onderzocht in welke mate geurhinder kan optreden door de aanwezige (agrarische) bedrijven en hoe hiermee kan worden omgegaan. Voor de eindsituatie wordt in het MER aangegeven hoe geurhinder moet worden voorkomen: dit kan zowel door afstand te houden van geurbronnen als door maatregelen bij de bedrijven te treffen. Dit laatste onderdeel wordt niet uitgewerkt in het MER, omdat de planontwikkeling hier geen invloed op heeft. Alleen de aan te houden afstand totdat maatregelen zijn getroffen wordt aangegeven. Stof Op het gebied van stof gelden de regels van het Bal. Overlast op het gebied van stof wordt uitgesloten en niet verder onderzocht in het MER. Luchtkwaliteit Binnen het bedrijventerrein worden emissies van ZZS’en naar de lucht verboden en zal niet aangesloten worden op het aardgasnetwerk. Wel is het mogelijk dat bedrijven stikstof (NOx) en fijnstof (PM10 en PM2,5) naar de lucht emitteren als gevolg van milieubelastende activiteiten. Op basis van kengetallen wordt het effect op de luchtkwaliteit berekend. Naast de milieubelastende activiteiten wordt ook de verkeersgeneratie meegenomen in het bepalen van de effecten op de luchtkwaliteit. Voor de uitgangspunten van het verkeer wordt aangesloten bij het mobiliteitsonderzoek (en het geluidsonderzoek). Dit zal kwantitatief berekend worden met het programma Geomilieu.

Gezondheid In het MER wordt gezondheid als integraal onderdeel meegenomen: de gecumuleerde effecten van milieuaspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, geur en veiligheid alsook sociale aspecten, kwaliteit van de openbare ruimte, aanwezigheid van groen en recreatiemogelijkheden. Deze effecten worden zowel binnen het plangebied als voor de omgeving beschreven. De resultaten op het gebied van geluid worden ook vergeleken met de GGD advieswaarden voor cumulatief geluid van 50 dB Lden en 40 dB Lnight. Voor luchtkwaliteit wordt ook getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. Op advies van de GGD wordt beschreven wat de effecten zijn op de kwaliteit van groen, hittestress en beweegmogelijkheden. Denk bij beweegmogelijkheden aan de gebruikers van het bedrijventerrein, actief woon-werkverkeer en het bedrijfsommetje, en voor omwonenden om vanuit huis in beweging te komen richting bijvoorbeeld het recreatiegebied De Doorbraak.

40/44

Bodem en water De kwaliteit van de bodem is voor een groot deel van het plangebied inzichtelijk. In het MER wordt een lijst en/of een kaart opgenomen van de uitgevoerde onderzoeken en de bijbehorende bodemkwaliteit. Ten behoeve van het MER zal geohydrologisch en geotechnisch onderzoek plaatsvinden van de bodem met als doel inzicht te krijgen in de draagkracht, bodemopbouw, grondwatersituatie en mogelijkheid van bodeminfiltratie en aanleg van oppervlaktewater. Op het beoogde bedrijventerrein zal mogelijk gebruik worden gemaakt van bodemenergie. In het MER wordt onderzocht of bodemenergie in dit gebied mogelijk is en wat de mogelijke effecten hiervan zijn. In het MER worden de effecten en de invloed van de planontwikkeling op het grondwater, waterkwantiteit, waterkwaliteit, onderhoud en beheer en afvalwater en riolering beschreven. Door de realisatie van bedrijven en bijbehorende infrastructuur neemt het verhard oppervlak toe en ontstaat zodoende een wateropgave die binnen het plangebied gerealiseerd moet worden. In het MER wordt uitgegaan van vuistregels om de wateropgave te bepalen. Landschap, archeologie en cultuurhistorie In het MER wordt de invloed van het planvoornemen op de gebiedskenmerken van het landschap beoordeeld. Beoordeeld wordt welke mogelijkheden zijn om de effecten op het landschap zo klein mogelijk te houden.

Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie is nader onderzoek niet nodig en wordt alleen een beschrijving en beoordeling opgenomen. Vanwege de archeologische verwachtingswaarde wordt in het gebied een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (IVO). Op basis van dit onderzoek worden de mogelijke effecten kwalitatief in beeld gebracht. Ecologie De mogelijke effecten op soorten speelt een belangrijke rol in het MER. Daarnaast worden de effecten op Natura 2000gebieden en nationale natuurnetwerk (NNN) onderzocht. Om de effecten op beschermde en bijzondere soorten te kunnen bepalen is ecologisch onderzoek10 uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van (potentieel) beschermde soorten. De aanwezige beschermde soorten zijn beschreven in paragraaf 2.3.5. De effecten van de beoogde ontwikkeling op de beschermde soorten en de te nemen mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven in het MER. Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt aan de hand van een stikstofberekening de verzurende en vermestende effecten bepaald voor de aanlegfase en de gebruiksfase. Deze zullen worden opgenomen in de voortoets, waarin ook de andere mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden worden beschreven. Voor NNN geldt dat vooral directe effecten invloed kunnen hebben. Aangezien het plangebied grenst aan de Doorbraak, moet worden bepaald wat de mogelijk verstorende effecten zijn.

Duurzaamheid Het bedrijventerrein zal gecertificeerd worden met het BREEAM-NL Gebied keurmerk op het niveau ‘Excellent’, waarmee ingezet wordt op een duurzaam bedrijventerrein. Het bedrijventerrein wordt niet aangesloten op het aardgasnetwerk en zal een verplichting kennen voor zonnepanelen op het dak. Voor XL Businesspark 2 speelt netcongestie een beperkende rol op het gebied van energielevering en teruglevering. De door de netbeheerder (Enexis) gegeven status voor het ontwikkelgebied is ‘oranje’ voor zowel energielevering als -teruglevering. Op basis van kentallen wordt de energiebehoefte van het bedrijventerrein bepaald, zowel op gebouwniveau als vanuit procesvoering.

10

Ecogroen (december, 2023), Uitbreiding XL-Businesspark XL2 Almelo; Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid, Projectcode: 23-014.

41/44

Voor de mogelijkheden op het gebied van energie wordt gebruik gemaakt van de ambities uit de Gebiedsvisie XL Businesspark 2 en de uitgangspunten van het keurmerk BREEAM-NL Gebied op het niveau ‘Excellent’. Voor het bedrijventerrein bestaan mogelijkheden voor duurzame opwekking van energie, opslaan van energie, hergebruik van restwarmte en piekopwekking en mogelijke teruglevering. In het MER worden de mogelijkheden op het gebed van energie onderzocht en wordt beoordeeld welke aspecten in een omgevingsplan zouden kunnen worden opgenomen. Onderdeel hiervan is het onderzoek naar de mogelijkheid voor bodemenergie. Circulariteit speelt zowel een rol bij de bouw (hergebruik van afgegraven grond, gebruik van circulaire bouwstoffen etc) als bij de bedrijfsvoering van bedrijven. In het MER worden de mogelijkheden hiervoor onderzocht en wordt beoordeeld welke aspecten in een omgevingsplan zouden kunnen worden opgenomen. Om bij te dragen aan de klimaatbestendigheid van de regio bestaan binnen het plangebied verschillende mogelijkheden en kansen op het gebied van klimaatadaptatie. De uitdagingen in het gebied zijn extreme weersomstandigheden (hoge (grond)waterstanden, extreme regenval), hittestress en droogte. De kansen liggen bij het verhogen van de waterberging, het verlagen van de overstromingsrisico en het verhogen van het groen en hoeveelheid bomen in het gebied tegen hittestress.

In het MER worden de mogelijkheden hiervoor onderzocht en wordt beoordeeld welke aspecten in een omgevingsplan zouden kunnen worden opgenomen.

5.4

Overige aspecten

Maatregelen Bij het optreden van significante milieueffecten worden voor de milieueffecten ook mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen onderzocht. Deze maatregelen kunnen noodzakelijk, wenselijk of mogelijk zijn. Dit kan leiden tot een voorkeursalternatief, wat bestaat uit een eventueel aangepast planvoornemen inclusief noodzakelijke mitigerende maatregelen en suggesties voor aanvullende maatregelen. Leemten in kennis In het MER wordt aangegeven welke leemten in kennis bestaan. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op het definitief programma of de onzekerheden over ontwikkelingen in regelgeving, waardoor modelresultaten mogelijk anders kunnen uitvallen. Deze analyse geeft input voor een monitoringsplan. Monitoring en evaluatie Tevens wordt in het MER aangegeven welke aspecten worden gemonitord en/of geëvalueerd en hoe dat wordt uitgevoerd. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op monitoring van de verkeersontwikkeling.

42/44

Bijlage 1 Kadernota ontwikkeling XL Businesspark 2

43/44

Kadernota Ontwikkeling XL Businesspark 2 Augustus 2022

1

2

Kadernota Ontwikkeling XL Businesspark 2 Augustus 2022

Inhoudsopgave Voorwoord 1

Inleiding

5

2

XL Businesspark 2 in Twente

7

3

Economische impact XL Businesspark 2

9

4

Is XL Businesspark 2 een excellente locatie?

11

5

Verkeer

13

6

Ecologie

17

7

Stikstof

19

8

Duurzaamheid

20

9

Water

22

10 Stedenbouwkundige opzet

25

11 Grondprijsadvies

29

12 Financiële analyse

33

13 Integrale afweging

36

14 Advies en vervolg

37

3

Voorwoord De gemeente Almelo heeft het initiatief genomen om de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein voor grootschalige bedrijven te onderzoeken. De legitimatie voor dit onderzoek ligt in de uitkomsten van het onderzoek van de Stec Groep naar grootschalige bedrijvigheid uit 2020. Daarin werd de grote vraag naar kavels voor grootschalige bedrijvigheid al beschreven. De vraag is sinds de oplevering van dit rapport verder vergroot. De gemeente Almelo functioneert met deze kadernota voorlopig als penvoerder voor de regio. Vervolgfases zullen in samenwerking met de regio worden uitgevoerd.

Een eerste conclusie is dat de ontwikkeling van XL Businesspark haalbaar is, maar met nog veel onzekerheden omgeven. Voor een deel worden deze onzekerheden ingegeven door de onvoorspelbare maatschappelijke context. Hierop heeft de gemeente geen invloed. Het is vooral van belang hier oog voor te hebben en de mogelijkheid te behouden om hierop te kunnen anticiperen. Voor het overige zullen vervolgstudies de onzekerheden kunnen wegnemen. Met deze kadernota is het dan ook nog niet mogelijk om een besluit te nemen over de realisatie van XL Businesspark 2, maar wel is er voldoende kennis vergaard om te besluiten over een vervolgstap. De vervolgstap bestaat uit het uitwerken van het ruimtelijke instrumentarium, het nader invullen van de waarde voor de regio en het uitwerken van de regionale samenwerking, het bieden van nieuw perspectief voor de huidige bewoners en bedrijven in het plangebied én het verder uitwerken van de grondexploitatie. Bij dit laatste zal dan ook nadrukkelijk worden gekeken naar externe financieringsbronnen, waaronder subsidies. Na deze fase van planvorming, de definitiefase, kan een gewogen besluit worden genomen over de realisatie van XL Businesspark 2.

De ontwikkeling van een bedrijventerrein is een complex proces met veel onzekerheden. De gemeente Almelo wil dit proces zorgvuldig doorlopen. Om grip te krijgen op de opgave en de kansen en onzekerheden in beeld te brengen is daarom de voorliggende kadernota opgesteld. De kadernota biedt inzicht in de belangrijkste randvoorwaarden voor de ontwikkeling van XL Businesspark 2 en is een frame voor het vormen van het eerste oordeel over de wenselijkheid en de haalbaarheid. De kadernota biedt een eerste inzicht in de toegevoegde waarde van XL Businesspark 2 binnen de context van de Twentse bedrijvigheid en een analyse van het effect van de ontwikkeling van XL Businesspark 2 op de structuur van de arbeidsmarkt. In de kadernota wordt bekeken of het gekozen onderzoeksgebied de juiste plek is voor een bedrijventerrein en wordt geanalyseerd of de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is. Daarnaast is gekeken of de ontwikkeling financieel haalbaar is.

4

1 Inleiding Voorgeschiedenis De economie van Twente groeit. Dit is een direct gevolg van de investeringen van diverse stakeholders, zoals de Twente Board, de provincie en Rijkswaterstaat. Een belangrijk deel van de investeringen is vastgelegd in investeringsprogramma’s, zoals de Agenda voor Twente en de Regiodeals. Rijkswaterstaat heeft daarnaast 160 miljoen geïnvesteerd in de verbetering van het Twentekanaal.

De onderzoeksvraag heeft in 2020 geleid tot het uitvoeren van een onderzoek, namens de 14 Twentse gemeenten, door de Stec Groep. De provincie trad op als opdrachtgever. De uitkomst van het onderzoek is in het voorjaar 2021, na afstemming met de andere gemeenten in de regio, voorgelegd aan de Twente Board. De Twente Board zag de economische ontwikkelpotentie voor grootschalige kavels op deze locatie.

De 14 Twentse gemeenten zorgen ieder voor een sterk ondernemersklimaat. Dat zien we terug in de vraag naar bedrijfskavels. Van een regionaal overaanbod aan grond in de programmeringsperiode 2018 – 2022 is er vanaf 2021 schaarste ontstaan. In de periode 2018 – 2022 is er bijvoorbeeld, naast XL Businesspark 1, in Almelo 45,1 hectare lokaal uitgegeven (25,1 hectare door de gemeente en 20 hectare door particulieren). De uitgifte van bedrijventerreinen bij andere gemeenten vertoont eenzelfde beeld. In de hele regio is er schaarste.

De kadernota in de regionale context Na nieuw overleg met de overige 13 Twentse gemeenten en de provincie heeft de gemeente Almelo het initiatief genomen voor het opstellen van de voorliggende kadernota waarin de contouren van de ontwikkeling van XL Businesspark 2 nader worden onderzocht. Met het opstellen van de kadernota is in 2021 gestart. Met de kadernota onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn voor het plangebied om deze te ontwikkelen tot een regionaal bedrijventerrein voor grootschalige bedrijvigheid. Gelijktijdig wordt op initiatief van de provincie gewerkt aan een nieuw programmeringsdocument. Deze zal de bestuursovereenkomst 2018 – 2022 vervangen. De Stec Groep voert het onderzoek uit voor gehele provincie. Ten behoeve van deze studie onderzoeken diverse Twentse gemeenten de lokale vraag naar bedrijfskavels in de komende 10 jaar. Dit moet in het eerste kwartaal van 2023 leiden tot nieuwe regionale programmeringsafspraken voor de periode 2022 – 2026. De provincie werkt in 2022 en 2023 bovendien aan de verdere uitwerking van de nieuwe Omgevingsvisie (POVI) en in het verlengde daarvan aan de nieuwe Omgevingsverordening.

Voor het faciliteren van de vraag naar grootschalige kavels vanaf 2 hectare beschikten we in Twente, in principe, met XL Businesspark 1 over een ruim aanbod. De planning was dat de uitgifte van bedrijfskavels op XL Businesspark 1 tot 2026 zou doorlopen. De economische realiteit is echter dat XL Businesspark 1 in 2021 al volledig uitverkocht was. Het tekort is door de gemeente Almelo bij aanvang van de bestuurlijke regionale programmeringsafspraken in 2018 – 2022 al gesignaleerd. Dit heeft geleid tot het verzoek van de gemeente Almelo om onderzoek te kunnen doen naar de uitbreidingsmogelijkheden van XL Businesspark 1. De beoogde locatie – ook toen al – was de kanaalsprongzone. Het gebied aan de andere kant van het Twentekanaal. De locatie is opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente Almelo.

XL Businesspark 2 zal, conform de opgave, ontwikkeld worden als een regionaal bedrijventerrein passend binnen de POVI en passend binnen de nieuwe regionale programmeringsafspraken voor de periode 2022 – 2026. XL Businesspark 2 moet bijdragen aan de versterking van de sociaal economische structuur van Twente. XL Businesspark 2 zal kunnen voorzien in de regionale vraag van bedrijven die anders een plek buiten de regio of zelfs een locatie buiten Nederland zouden kiezen. Met het nu starten van de planvorming voor XL Businesspark 2 kan significante tijdswinst worden geboekt. De vraag naar bedrijventerrein is nu groot. Indien de verschillende plannen alle volgtijdelijk worden uitgevoerd gaat belangrijke tijd verloren. Daarnaast maakt de kadernota interactieve planvorming mogelijk. De plannen voor XL Businesspark 2 kunnen bijdragen aan de invulling van de programmeringsafspraken en dat geldt andersom ook. De planprocessen kunnen elkaar versterken.

Positie kadernota in relatie tot het vervolgproces De kadernota is voorlopig een investering van de gemeente Almelo. Het vervolg vraagt om een nieuwe financiële inzet. In eerste aanzet van de gemeente Almelo, maar in de toekomst ook met financiële inbreng van andere partijen. De wijze waarop dit kan gebeuren wordt nog nader onderzocht. Dit is onderdeel van het vervolgonderzoek. In mei 2022 hebben de coalitiedragende fracties in het Coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Bouwen aan kansen voor iedereen’ de ambitie voor de ontwikkeling van XL Businesspark 2 opnieuw bevestigd.

In de omgevingsvisie van Almelo wordt geanticipeerd op de ontwikkeling van XL Businesspark 2

5

‘Ten behoeve van een sterke Twentse en lokale economie

Op 14 december 2021 zijn het rapport van de Stec Groep en de contouren van het plangebied met de raad beeldvormend besproken. Op 14 december is door het college de Wvg (Wet voorkeursrecht gemeenten) gevestigd voor een ruime zoeklocatie. Het college kan op basis van artikel 6 van de Wvg een voorkeursrecht vestigen. Dit besluit dient echter binnen 3 maanden door de raad te worden bekrachtigd door het definitief aanwijzen van de gronden binnen een begrensd gebied (Artikel 2 Wvg). De raad heeft dat op 8 maart van dit jaar gedaan. Daarmee is de Wvg voor de komende 3 jaar tot en met 8 maart 2025 van kracht.

zetten wij in op de realisatie van XL Businesspark 2. Wij hebben hierbij aandacht voor circulair bouwen, zonnepanelen op daken en een goede landschappelijke inpassing. Qua definitief plangebied (circa 75 ha uitgeefbaar) blijven wij weg uit de punt grenzend aan het Mokkelengoor en hanteren wij voor de landschappelijke inpassing een groenbuffer van 35 tot 40 meter.

In deze periode tot 2025 kan worden onderzocht op welke wijze het XL Businesspark 2 kan worden gerealiseerd. Dit is de definitiefase waarin de relevante onderzoeken zullen worden opgesteld en worden vastgelegd in wettelijke kaders, zoals een omgevingsplan.

Dit combineren wij met het realiseren van uitleggebied voor de dorpskern Bornerbroek. De inwoners van

Voordat de definitiefase over de volle breedte wordt ingezet is het gewenst om een aantal contouren van het plan nader te verkennen en grip te krijgen op de kansen en mogelijkheden van XL Businesspark 2. De voorliggende kadernota biedt daarvoor houvast. De kadernota maakt een integrale afweging mogelijk over de vraag of de ontwikkeling past in het ruimtelijk en in het sociaaleconomisch spoor van Twente en Almelo.

Bornerbroek krijgen daardoor perspectief en gelegenheid om voor lokale behoefte te bouwen. Ten aanzien van het profiel van XL Businesspark 2 zetten wij in op grotendeels hightech en maakindustrie; een beperkt deel is beschikbaar voor logistiek.’

Deze kadernota behandelt de haalbaarheid in 3 thema’s. Dit zijn:

In deze nota wordt nog niet ingegaan op het realiseren van een uitleggebied bij de dorpskern Bornerbroek. Dit wordt een apart ruimtelijk spoor, waarvoor nog nadere studie en overleg nodig is. Het is duidelijk dat aan de huidige bedrijven en bewoners van het plangebied een redelijk perspectief moet worden geboden. De eisen en wensen van de bewoners en bedrijven zijn divers en vergen individueel maatwerk. Een uitleggebied bij de dorpskern Bornerbroek kan daarbij voor een deel van de huidige bewoners mogelijk een uitkomst bieden.

Wat is de positie van XL Businesspark 2 in de regio? Vier vragen worden beantwoord: • Welke meerwaarde heeft XL Businesspark 2 voor de regio Twente. • Welke economisch impact heeft de realisatie van XL Businesspark 2 op de arbeidsmarkt van Twente en Almelo. • Is de huidige locatie de beste locatie in de regio voor de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein. • Past het gekozen profiel binnen de sociaaleconomische structuur van Twente en Almelo.

Welke ruimtelijke randvoorwaarden, kansen en beperkingen heeft de ontwikkeling van XL Businesspark 2? Onderwerpen die aan de orde komen zijn: • Verkeer. • Ecologie. • Stikstof. • Water. • Ruimtelijke opzet.

Wat is de financiële haalbaarheid van XL Businesspark 2? Aan de orde komen: • Een doorrekening van de grondexploitatie op basis van de huidige kennis. • Een advies voor de uitgifteprijs. De uitkomsten van deze vragen worden in de laatste paragrafen integraal afgewogen en samengevat in een advies. Tevens wordt een doorzicht gegeven op het vervolg.

Natuurgebied Mokkelengoor in de gemeente Wierden vlakbij het plangebied

6

2 XL Businesspark 2 in Twente Een sterke groei en een grote verwevenheid

• •

Twente maakt sinds 2020 een sterk economische groei door. Die groei wordt vooral veroorzaakt door de sterke ontwikkeling van de hightech/ maakindustrie en van de logistieke sector (adviesbureau Stec Groep, onderzoek Marktperspectief bedrijventerreinen juli 2022). Twente is een sterk samenhangende regio. De sterke samenhang zien we terug in het woon-werkverkeer. Volgens het onderzoek ‘Bedrijventerrein XL Businesspark 2 Almelo, Analyse van de economische en ruimtelijk impact van bureau Ecorys (juli 2022)’ vertrekken iedere dag vanuit Almelo zowel naar Hengelo als Enschede 3000 mensen om daar te gaan werken. Vanuit Hengelo en Enschede komen per plaats 2100 werknemers naar Almelo. Een vergelijkbare dynamiek zien we bij de verhuisbewegingen van bedrijven. Over en weer vinden verhuisbewegingen tussen de Twentse gemeenten plaats.

• •

Belangrijke sectoren zijn en blijven industrie, logistiek & groothandel, de zakelijke dienstverlening en de bouw. Hightech/ maakindustrie en logistiek vormen de speerpunten.

De zesde toplocatie Voor de kennisvaloriatie beschikt Twente over 5 toplocaties. Zij vormen samen de Campus Twente. De 5 toplocaties zijn: Kennispark Twente in Enschede, High Tech Systems Park in Hengelo, XL Businesspark 1 in Almelo, Technology Base in Enschede en Connect-U in Enschede. Op deze locaties bundelen ondernemers, overheid en kennisinstellingen hun krachten om nieuwe technologieën, innovatie en ondernemerschap te versnellen.

We zien aan de gronduitgifte dat de ontwikkeling snel gaat. In heel Twente is van 1 januari 2019 tot 1 januari 2022 volgens de gegevens van het kadaster 151 hectare aan bedrijfskavels uitgegeven. Het restant van het totale aanbod van 343 hectare in Twente is nagenoeg volledig gereserveerd of in opties vastgelegd. Volgens het genoemde onderzoek van de Stec Groep zijn hightech/ maakindustrie en logistiek in de afgelopen zeven jaar verantwoordelijk geweest voor 85% van de ruimtevraag in Twente. Binnen de industrie was het aandeel HTSM (High Tech Systemen en Materialen) met 41% het grootst, gevolgd door de voedingsmiddelenindustrie met 23%. Ongeveer de helft van de uitgegeven oppervlakte bestaat uit kavels groter dan 2 hectare. Dit is, onder andere, het gevolg van de uitdagingen waar het bedrijfsleven voor staat, zoals e-commerce, schaalvergroting en risicoreductie vanuit dienstverleners. Die uitdagingen vragen om meer ruimte en daarmee grotere kavels.

XL Businesspark 2 kan een zesde toplocatie worden met meer mogelijkheden voor grootschalige activiteiten.

De Twente Board pleit voor een groene technologische topregio De Twente Board neemt eveneens de verandering van de economie, de groei en de maatschappelijke opgaven voor een leefbaar Twente waar. De Twente Board ziet Twente als een toonaangevende groene, technologische topregio met de wereld als speelveld. Techniek is de economische motor en met een gedragen economische agenda moeten talent, bedrijven en kapitaal in Twente worden samengebracht. De focus ligt op de verduurzaming van Twente en op het zoeken van oplossingen voor wereldwijde (maatschappelijke) uitdagingen. De Twente Board wil vooral innovatie en ondernemerschap stimuleren. Met vier ambitielijnen wil de Twente Board bijdragen aan een economisch sterk Twente:

We zien daardoor een clustering op strategische locaties. Vooral in de logistiek, maar ook bij de hightech/maakindustrie. Voor Almelo zijn dit vooral grote logistieke bedrijven op XL Businesspark 1 (mede door de aanwezigheid van de kadefaciliteiten) en hightech/ maakindustrie op de Bornsestraat en op het Bedrijvenpark Twente.

• Deze ontwikkelingen zullen zich de komende jaren doorzetten. Met de ontwikkeling van XL Businesspark 2 kan een logisch vervolg worden gegeven aan de ontwikkeling van de bedrijvigheid in Twente. XL Businesspark 2 past met een zorgvuldige profilering en afgewogen planvorming binnen de kernkwaliteiten die Twente tot een bijzondere regio maken.

•

•

Twente staat voor kennis

•

Twente is een kennisregio met als handelsmerk: ‘kennisvalorisatie’. Kennisvalorisatie is het benutten van wetenschappelijke kennis in de praktijk. Het succes van de kennisvalorisatie dankt Twente aan:

• •

De Combi Terminal Twente in Almelo en Hengelo. De ligging aan grote binnenhavens aan het Twentekanaal. Zij vormen samen de ‘mainport’ van Oost-Nederland. De ligging aan A1, A35, N18, N35 en N36 met een directe verbinding met Duitsland. De internationale spoorwegverbindingen.

Techniek als motor: versterken van de technische kracht van de regio: de motor achter de economische groei van Twente. Arbeidsmarkt & Talent: voldoende (internationaal) talent op alle niveaus aantrekken, opleiden en behouden voor de regio om de technische motor draaiende te houden. Bereikbaarheid & Vestigingsklimaat: een goed woon- , werk- en leefklimaat creëren om (getalenteerd) personeel vast te houden en om als regio aantrekkelijk te zijn voor (nieuw te vestigen) bedrijven. Circulaire economie & Duurzaamheid: aansluiten bij de toenemende vraag naar duurzame technologie, producten en de noodzaak voor toekomstbestendige landbouw.

De Twente Board heeft in 2021 aangegeven de ontwikkeling van XL Businesspark 2 te beschouwen als een versterking van de economische structuur van Twente. De Twente Board heeft in 2022 aangegeven op zoek te zijn naar aanvullende ruimte voor grootschalige kavels. XL Businesspark 2 kan invulling geven aan deze vraag.

Uitstekend onderwijs met de Universiteit Twente, de Saxion Hogeschool en het ROC van Twente. De Port of Twente en het Regionaal Havenbedrijf Twente als duidelijke aanspreekpunten voor het bedrijfsleven en met name voor de vervoerders van goederen.

7

De Provinciale Omgevingsvisie (POVI)

Voor de kadernota is de studie uit 2020 van de Stec Groep de basis. Hierin zijn kavels groter dan 2 hectare (zonder bovengrens) uitgangspunt. Deze omvang is daarom in deze nota aangehouden.

De provincie werkt aan een nieuwe omgevingsvisie: de POVI “Overijssel voor elkaar”. In de POVI wordt zorgvuldig nagedacht over een economisch sterk Twente in combinatie met een zuinige omgang met ons landschap en de natuurlijke bronnen. De POVI gaat uit van een zo klein mogelijke fysieke ruimtelijke impact van nieuwe werklocaties met regionale afspraken over de kwaliteitseisen. Er komen ontwikkel- en uitgiftevoorwaarden op het vlak van energie, klimaat, groen, circulariteit, duurzame brandstof, voorzieningen (o.a. parkeren, huisvesting arbeidsmigranten), verplicht lidmaatschap parkmanagement en een koppeling tussen oude en nieuwe locaties.

De ‘Next Economy’ vraagt om een zesde toplocatie De inspanningen van de 14 Twentse gemeenten, de provincie, de Twente Board en investerende ondernemers worden sterk beïnvloed door de ‘vierde industriële revolutie’: de ‘Next Economy’. Daarbij wordt ook nadrukkelijk rekening gehouden met actuele maatschappelijke opgaven, zoals de verandering van het klimaat, de krapte op de arbeidsmarkt en mogelijke tekorten aan water, elektriciteit en bouwmaterialen. De Stec Groep benoemt in het rapport ‘Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering Twente 2019 – 2022’ vijf ontwikkelingen, die passen bij de doelstelling en ambities van de Twente Board en de provincie. Het zijn:

In de POVI wordt Almelo aangemerkt als grote stad en krijgt Almelo het kenmerk ‘bovenregionale functie op het gebied van bereikbaarheid, economie en cultuur’. Twente wordt gezien als een sterk ondernemende regio met innovatieve bedrijven en (MKB)-maakindustrie waarmee vooral Almelo zich onderscheidt. XL Businesspark 2 wordt gezien als locatie voor grootschalige logistieke bedrijvigheid. Voor grootschalige bedrijvigheid is clustering uitgangspunt. De clusters hebben een specifiek profiel (campus, topwerklocatie) of een hoog milieuprofiel.

• • • • •

Als uitgangspunten voor nieuwe bedrijventerreinen worden in de POVI geformuleerd: •

• •

•

Duurzaamheid & Energietransitie. Circulaire economie. Automatisering & robotisering. Smart Industry & Smart Logistics. E-commerce.

De technologische ontwikkeling op basis van deze vijf thema’s zorgt voor een grote vraag naar grootschalige kavels. Het gaat dan ook om zeer forse investeringen die alleen door grootschalige ontwikkeling en productie kunnen worden terugverdiend. XL Businesspark 2 kan met circa 75 hectare uitgeefbare grond ruimte bieden aan 20 tot 25 grootschalige bedrijven. De gunstige ligging en het beoogde profiel maken van XL Businesspark 2 een sterke aanbieding waarbij ruimte wordt geboden aan de eisen die de ‘Next Economy’ aan bedrijventerreinen stelt.

Meewerken aan grootschalige nieuwe bedrijventerreinen voor kavelgroottes groter dan 5 hectare als de sociaaleconomische meerwaarde is aangetoond (ja, mits). De clustering van de kavels van groter dan 5 hectare vindt plaats langs multimodale corridors in stedelijk gebied bij de A1/A35/A28. Meewerken aan nieuwe bedrijventerreinen voor regionale en lokale ruimtevraag voor kavelgrootte kleiner dan 5 hectare als de actuele marktvraag is aangetoond en de herontwikkeling van bestaande locaties is uitgesloten. Regionale afspraken over ontwikkel- en uitgiftevoorwaarden (ook voor arbeidsmigranten).

Conclusie Met XL Businesspark 2 hebben Twente en Almelo een nieuwe troef - de zesde toplocatie - in handen die een dringende vraag naar bedrijventerrein op regionaal niveau kan faciliteren en in profiel en structuur de sociaaleconomische structuur van Twente kan versterken. Hightech en maakbedrijven die hun aandacht op elders hebben gericht kunnen hier een plek vinden. Voorwaarde is een hoge kwaliteit, clustering van verwante bedrijven en duurzaamheid.

De gemeente Almelo kiest op basis van een nadere onderbouwing voor een profiel dat afwijkt van het profiel dat in de POVI is geformuleerd. Het accent ligt meer op hightech/ maakindustrie en minder op logistiek. Daarmee kan meer kwaliteit worden geboden en wordt het mogelijk een betere balans te brengen in de arbeidsmarkt van Twente en Almelo. In overleg met de andere overheden zal deze route nader worden gemotiveerd.

8

3 Economische impact XL Businesspark 2 De ontwikkeling van XL Businesspark 2 zorgt voor nieuwe werkgelegenheid voor de regio. In een tijd waarin arbeid schaars is en er zelfs sprake is van tekorten op de arbeidsmarkt, is onderzoek nodig naar de impact van deze potentiële groei van de werkgelegenheid op de omgeving. Door inzicht te krijgen in het effect kunnen de goede keuzes worden gemaakt.

de werkgelegenheid op bedrijventerreinen groeide met 5,4 procent. Meer dan het dubbele van de banengroei in de stad (2.6 procent). Het gemeentelijk gemiddelde bedroeg 3,8 procent. Bedrijventerreinen zijn de motor van de economie van Twente en van Almelo.

Vraaganalyse Waar heeft de regio het meeste profijt van als de locatie wordt ontwikkeld. Over welke vorm van bedrijvigheid spreken we en wat levert het meest aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid op. Voor de vraaganalyse zijn 2 scenario’s voor XL Businesspark 2 opgesteld met verschillende combinaties van een verdeling over de sectoren.

Aan bureau Ecorys uit Rotterdam is gevraagd onderzoek te doen naar de economische impact op de regio van de ontwikkeling van XL Businesspark 2. Een mismatch op de arbeidsmarkt, met krapte op de arbeidsmarkt en moeilijk op te vullen functies, kan leiden tot bijvoorbeeld de inzet van arbeidsmigranten. Dit levert geen duurzame bijdrage aan de regionale en lokale arbeidsmarkt.

Bij scenario 1 ligt het accent op hightech en maakindustrie. Scenario 2 richt zich vooral op logistiek. Met scenario 1 wordt de meeste waarde toegevoegd. Scenario 2 zorgt voor de kleinere toegevoegde waarde.

Een goede match tussen XL Businesspark 2 en de regionale en lokale arbeidsmarkt is van groot belang. XL Businesspark 2 moet een meerwaarde hebben voor de Twentse economie. De centrale vraag is welke sociaaleconomische keuzes moeten worden gemaakt bij de profilering van XL Businesspark 2 om een optimaal effect te bereiken op de regionale en de lokale arbeidsmarkt.

Van groter belang dan de toegevoegde waarde is de werkgelegenheid die met XL Businesspark 2 kan worden gegenereerd. Voor een deel zal dit nieuwe werkgelegenheid zijn, maar er zal ook sprake zijn van verplaatsing van werkgelegenheid binnen Twente en Almelo. De werkgelegenheid die op het bedrijventerrein zelf ontstaat is de directe werkgelegenheid, maar er zal ook indirecte werkgelegenheid (spin-off) ontstaan door toeleveringsrelaties en een groeiende vraag naar ondersteunende diensten.

Vragen die daarbij gesteld kunnen worden zijn: •

• • • • •

Welke kwantitatieve en kwalitatieve arbeidsvraag ontstaat bij de aanleg van XL Businesspark 2 bij verschillende verhoudingen tussen hightech/maakindustrie en logistiek. Wat zijn de werkgelegenheidseffecten in de spin-off van XL Businesspark 2. In hoeverre sluiten de arbeidsplaatsen aan op de werkzame en nietwerkzame beroepsbevolking van Twente en Almelo. Welke keuzes in de sfeer van het type bedrijvigheid helpen om een mogelijke mismatch te verkleinen. Hoe ontwikkelt zich de beroepsbevolking van Twente en Almelo tot 2035 (totaal, opleidingsniveau, beroep). Welk type bedrijvigheid (sector/beroepstype) heeft de grootste duurzame toegevoegde waarde voor de Almelose beroepsbevolking.

Uit de analyse blijkt dat hightech en maakindustrie (scenario 1) leidt tot het grootste aantal banen. In totaal wordt een groei van 3.360 banen voorzien. Bij scenario 2, met de focus op logistiek, groeit het aantal banen minder. In totaal worden in dit scenario 3.150 banen gecreëerd. Het verschil tussen 1 en 2 is uiteindelijk betrekkelijk gering. Bij beide scenario’s worden ruim 3.000 banen ontwikkeld. Voor beide scenario’s geldt ook dat er een spin-off is van ongeveer 2000 banen. XL Businesspark 2 levert dus minimaal 5000 nieuwe banen op voor de regio. Wat meer opvalt is het verschil in het aantal banen dat per scenario per opleidingsniveau wordt gegenereerd. Voor scenario 1 geldt dat deze een relatief hoog aantal hoogopgeleiden trekt. Voor scenario 2 geldt dat hier het accent vooral ligt op arbeidsplaatsen waarvoor middelbaar onderwijs of een MBO (1,2 of 3) opleiding volstaat.

De vragen zijn door Ecorys zowel vanuit de vraagkant (bedrijfsleven) als vanuit de aanbodkant (arbeidsmarkt) bekeken. Voor de analyse van de vraag zijn scenario’s met een verschillende verhouding tussen typen bedrijvigheid opgesteld. Voor de analyse van het aanbod is gekeken in hoeverre Twente en Almelo al een arbeidsaanbod hebben of kunnen verwachten dat past bij de uitkomsten van de vraaganalyse.

Uit de vraaganalyse blijkt dat met scenario 1, weliswaar met een beperkt verschil, het grootste aantal banen wordt gecreëerd en tevens de hoogste waarde toevoegt. De gecreëerde banen vragen om werknemers met gemiddeld een hoog opleidingsniveau. Dit in tegenstelling tot scenario 2. Dit scenario vraag om medewerkers met gemiddeld een lager opleidingsniveau. Daarnaast is het aantal gecreëerde banen iets lager en dat geldt ook voor de toegevoegde waarde.

De Twentse en Almelose economie De economie van Twente en Almelo onderscheidt zich van de Nederlandse economie door een industrieel karakter. Twintig procent van alle banen in de gemeente Almelo komt voort uit de industrie. Voor Twente is dit vergelijkbaar. Daarnaast is Almelo sterk afhankelijk van bedrijvigheid op bedrijventerreinen. In Nederland is gemiddeld 33 procent van de banen op een bedrijventerrein gevestigd. In Almelo is dat ruim 44 procent. De werkgelegenheid op bedrijventerreinen groeide in Almelo in de periode van 2012 tot 2021 fors. De groei van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=c8a34ed1-e28d-43ff-9933-f4eae1c121a2