CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

7 Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) XL Businesspark 2

Raad 26 maart 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W34.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Almelo

Raadsbrief ter informatie

Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage 1

Doorkiesnummer 541153

Behandeld door E.R. Jasper

Datum 19 februari 2024

Onderwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) XL Businesspark 2

Geachte leden van de raad, Hierbij willen wij u op de hoogte brengen van ons besluit om de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) XL Businesspark 2 ter inzage te leggen.

Inleiding Wij hebben uw raad onder meer via de Kadernota XL Businesspark 2 geïnformeerd over de ontwikkelingsmogelijkheden van XL Businesspark 2. Uw raad heeft op 1 november 2022 besloten tot het starten van de definitiefase van de ontwikkeling van XL Businesspark 2. Dit leidt onder meer tot een wijziging van het omgevingsplan (bestemmingsplan). Om het omgevingsplan te kunnen wijzigen is een milieueffectrapport (mer) noodzakelijk. Een mer geeft inzicht in wat de milieugevolgen zijn van het project en welke alternatieven zijn onderzocht. Een mer is noodzakelijk omdat er sprake is van een kaderstellend plan voor 75 hectare (netto) bedrijventerrein. Als onderdeel hiervan hebben wij op 23 januari 2024 op basis van de ‘locatiestudie XL Businesspark 2’ het gebied ten westen van het Twentekanaal en ten zuiden van de rijksweg A35 definitief aangewezen voor de ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein voor grootschalige bedrijven. Hierover hebben wij uw raad op 23 januari 2024 geïnformeerd via een raadsbrief. Voorafgaand aan een mer wordt een NRD (Notitie Reikwijdte en Detailniveau) opgesteld. In de NRD wordt het planvoornemen beschreven en wordt afgebakend welke mogelijke alternatieven of varianten mogelijk zijn. Dit heeft betrekking op de afbakening van het onderzoek naar de mer.

‘Reikwijdte’ staat voor de onderwerpen die het mer moeten gaan bestrijken, waaronder mogelijke alternatieven en de milieuaspecten die relevant zijn. Met ‘Detailniveau’ gaat het om de vraag hoe uitgebreid en op welk schaalniveau de verschillende milieuaspecten in de mer onderzocht moeten worden. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein is de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau XL Businesspark 2’ opgesteld. Wij hebben besloten in te stemmen met de NRD, deze voor inspraak ter inzage te leggen en op te sturen naar relevante organisaties en instanties. Eveneens wordt de ‘Commissie m.e.r.’ om advies gevraagd.

De NRD sluit aan op de uitgangspunten van de Kadernota Het bedrijventerrein XL Businesspark 2 heeft een omvang van ongeveer 130 hectare groot, waarvan ongeveer 75 hectare uitgeefbaar is. Voor een goede ruimtelijke inpassing komt een buffer van 35-40 meter breed met groen en waterelementen. De agrarische bedrijfsbebouwing en (bedrijfs)woningen Pagina 1 van 3 Raad - 2408160 DCS - 2385766

in het plangebied zullen worden opgeheven. Het bedrijventerrein wordt gecertificeerd met het BREEAM-NL keurmerk, niveau excellent. Hiermee wordt ingezet op een duurzaam bedrijventerrein, waarbij ‘grote lawaaimakers’ (bedrijven met veel geluidsuitstraling) worden uitgesloten. Op het gebied van geluid, geur, gevaar en stof wordt gebruik gemaakt van milieuzoneringen. Het bedrijventerrein voorziet in bedrijven vanaf 3 hectare omvang en kan worden ingericht voor 75% bedrijvigheid in de (circulaire) maakindustrie (high- en medium- technology) en maximaal 25% in de sector logistiek. Het definitieve profiel wordt nog afgestemd met de regio. Voor de indeling van het bedrijventerrein wordt uitgegaan van onderstaand stedenbouwkundig schetsontwerp.

De referentie van de milieusituatie is bepaald Er is een beschrijving opgenomen van de huidige milieusituatie (referentie) van het plangebied. Deze referentie wordt gebruikt om inzicht te kunnen geven over de gevolgen van het planvoornemen.

De alternatieven worden inzichtelijk gemaakt In het door ons op 23 januari 2024 vastgestelde locatieonderzoek zijn mogelijke alternatieve locaties al onderzocht op grond van milieuoverwegingen. De onderhavige locatie is mede hierom wederom aangewezen als te ontwikkelen locatie. Ook voor de ontsluiting heeft een Multi Criteria Analyse plaatsgevonden, waaruit blijkt dat ontsluiting via het naastgelegen bedrijventerrein XL Businesspark 1 het meest realistisch is. Voornamelijk de inrichtingsalternatieven van het plangebied zelf dienen nog nader te worden onderzocht. De alternatieven ‘zware industrie’, ‘logistiek’ en ‘innovatie en onderzoek (hogere bouwhoogtes) worden onderzocht. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de beschikbaarheid van ruimte op het elektriciteits- of drinkwaternet.

Het detailniveau van de onderwerpen in het mer worden bepaald De milieuaspecten worden kwantitatief en kwalitatief onderzocht. Het gaat hierbij om de volgende thema’s en aspecten: - Verkeer en vervoer; - Leefomgevingskwaliteit (verkeers- en industrielawaai, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid en gezondheid); - Bodem; - Water; - Landschap; - Cultuurhistorie en Archeologie; - Natuur; - Duurzaamheid.

Pagina 2 van 3

De basis voor de mer wordt hiermee gelegd Op basis van de NRD kan de mer worden opgestart. Een mer geeft inzicht in wat de milieugevolgen zijn en welke alternatieven zijn onderzocht.

Belanghebbenden kunnen input geven op de uitgangspunten voor de mer De omgeving wordt reeds periodiek bijgepraat over de ontwikkelingen van het beoogde bedrijventerrein. Hiervoor zijn diverse werkgroepen ingesteld, waarbij diverse stakeholders zijn aangesloten. In de ‘Participatieverordening gemeente Almelo 2022’ is voor het wijzigen van een omgevingsplan opgenomen dat het bestuursorgaan zelf bepaald hoe participatie of inspraak plaatsvindt. De NRD zal voor inspraak ter inzage worden gelegd voor een periode van zes weken. Hierdoor kan een ieder (bewoners, bedrijven, instanties, etc) de NRD tot zich nemen en eventueel een zienswijze indienen. Van de ingediende zienswijzen wordt een reactienota gemaakt en wordt meegenomen bij de besluitvorming over de mer-procedure. De mer vormt een onderdeel van het omgevingsplan. Tijdens deze procedure kunnen eveneens zienswijzen door een ieder worden ingediend tijdens de ter inzage termijn.

De bestuursorganen en instanties worden om advies gevraagd Raadpleging van betrokken bestuursorganen en instanties is wettelijk verplicht en gebeurd door het opsturen van het document met verzoek om advies. Eventuele adviezen worden meegenomen in het verdere vervolg van het mer.

De Commissie m.e.r. wordt gevraagd te adviseren De ‘Commissie m.e.r.’ adviseert, als onafhankelijke organisatie, over de inhoud van het mer. Het is niet verplicht dat de Commissie m.e.r. advies geeft op de NRD, maar is wel aan te bevelen en gebruikelijk. Voordeel is dat vroegtijdig een onafhankelijk deskundige adviseert over de onderzoeksagenda van de mer, zodat tijdig kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. Het is vervolgens bij de mer-procedure wel verplicht op basis van de Omgevingswet om de Commissie m.e.r. te laten adviseren.

Vervolg Op korte termijn wordt de NRD ter inzage gelegd en wordt om advies gevraagd aan diverse instanties. De adviezen en eventuele zienswijzen zullen worden betrokken bij de MER. Wij zullen uw raad over de voortgang informeren. De NRD is als bijlage bij deze raadsbrief toegevoegd en is op iBabs geplaatst. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

J. Dijkstra

Pagina 3 van 3

M.M. van ’t Veld

XL BUSINESSPARK 2 BEDRIJVENTERREIN XL BUSINESSPARK 2, ALMELO NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU

20 februari 2024

1/44

DATUM KENMERK

20 februari 2024 20220435.001/116314/

PROJECT PROJECTLEIDER

J. Tromp

OPDRACHTGEVER Gemeente Almelo PROJECTNUMMER 20220435.001 AUTEUR(S)

STATUS

2/44

W. Timmerman T.B.J. Bremer V. Wieriks Definitief

INHOUD 1.

2.

3.

4.

5.

3/44

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 6 7 7 8

Aanleiding Het planvoornemen in het kort M.e.r.-plicht Doel en procedure Leeswijzer

Beleidskaders

9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

9 9 10 10 11 11 12

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Omgevingsvisie provincie Overijssel Omgevingsverordening Regionale Energie Strategie (RES) Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente 2023/2026 Kadernota Ontwikkeling XL Businesspark 2

Referentiesituatie

15

3.1 3.2 3.3

15 19 20 20 20 24 27 28

Huidige situatie Referentiesituatie Huidige milieufoto 3.3.1 Verkeer 3.3.2 Leefomgevingskwaliteit 3.3.3 Bodem en water 3.3.4 Landschappelijke waarden, cultuurhistorie en archeologie 3.3.5 Ecologie

Planvoornemen

31

4.1 4.2 4.3

31 31 32 32 34 35 35 35

Doelstelling Noodzaak en locatieonderbouwing Planvoornemen 4.3.1 Bedrijventerrein 4.3.2 Ontsluiting 4.3.3 Blauwgroene buffer 4.3.4 Overig 4.3.5 Aanleg

Reikwijdte en detailniveau 5.1 5.2

Plan- en studiegebied Alternatieven, varianten en scenario’s 5.2.1 Alternatieven typologie 5.2.2 Variant insteekhaven 5.2.3 Scenario aansluiting

5.3 5.4

Milieuaspecten en detailniveau Overige aspecten

36 36 36 37 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 37 37 42

Bijlage 1 Bijlage 2

4/44

Kadernota ontwikkeling XL Businesspark 2 Locatiestudie XL Businesspark 2

43 44

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

De gemeente Almelo heeft het voornemen om een nieuw bedrijventerrein XL Businesspark 2 te realiseren naast het bestaande bedrijventerrein XL Businesspark Twente. Onderdeel hiervan is het realiseren van een weg die het nieuwe bedrijventerrein verbindt met het bestaande XL Businesspark Twente. De locatie van het nieuwe bedrijventerrein is ook opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente Almelo als zoekgebied voor toekomstige uitbreiding van bedrijventerreinen in Almelo. In Figuur 1-1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het bedrijventerrein gaat ruimte bieden aan grootschalige bedrijven (minimaal 3 hectare) in de maakindustrie en logistiek. Om het bedrijventerrein mogelijk te maken, wordt een wijziging omgevingsplan (wijzigingsbesluit) voorbereid.

Figuur 1-1 Ligging plangebied (rood omkaderd) op een luchtfoto

Voor de benodigde planologische procedure wordt een m.e.r. procedure doorlopen. De mer-plicht wordt nader toegelicht in paragraaf 1.3. Het bevoegd gezag bepaald vooraf de reikwijdte en het detailniveau van het MER en vraagt hierover advies aan de wettelijke adviseurs. Daarvoor wordt deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (vanaf nu: NRD) opgesteld.

5/44

1.2

Het planvoornemen in het kort

Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een bedrijventerrein waarvan circa 75 hectare uitgeefbaar is. Het totale plangebied is ongeveer 132 hectare groot. Onderdeel van het plan is een verbindingsweg met het XL Businesspark Twente over het Twentekanaal (zijkanaal Almelo), parallel aan de A35. Hiermee is een goede aansluiting op het landelijk verkeersnetwerk gewaarborgd. Deze verbinding is in rood weergegeven op onderstaande Figuur. Voor een goede ruimtelijke inpassing komt rondom het bedrijventerrein een groene buffer van 35 tot 40 meter breed met waterelementen. De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing en bedrijfswoningen binnen het plangebied worden ten behoeve van de ontwikkeling opgeheven (behalve de woningen aan de Keursweg 2a en 2c). Het bedrijventerrein zal gecertificeerd worden met het BREEAM-NL Gebied keurmerk op het niveau ‘Excellent’, waarmee ingezet wordt op een duurzaam bedrijventerrein. Daarbij zullen ‘grote lawaaimakers’ uitgesloten worden binnen het bedrijventerrein. Op het gebied van geluid, geur, gevaar en stof wordt gebruik gemaakt van milieuzonering ‘nieuwe stijl’ en wordt inwaartse zonering toegepast. Hiermee wordt de maximale milieuruimte bepaald op basis van milieugevoelige objecten en locaties in de omgeving van het bedrijventerrein.

Figuur 1-2 Schetsontwerp XL Businesspark 2 (bron: Royal Haskoning DHV, 2023)

6/44

1.3

M.e.r.-plicht

Algemeen Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Voor de beoogde ontwikkeling moet een wijziging omgevingsplan1 worden opgesteld. Voor de mer-plicht verandert niet veel met de komst van de Omgevingswet. De mer-(beoordelings)plichtige activiteiten blijven gelijk, alleen vervallen de meeste drempelwaarden. Ook de planmer-plicht voor kaderstellende plannen en voor plannen waarbij een Passende Beoordeling nodig is blijft nagenoeg gelijk. Wel wijzigt de MER op inhoud; nieuwe onderwerpen als gezondheid (zowel gezondheid beschermende als gezondheid bevorderende aspecten), klimaatadaptatie en energietransitie moeten worden meegenomen. Hiermee wijzigt ook de onderzoeksopzet. Onder het oude stelsel werd dit ook al in praktijk gebracht. Toetsing Bedrijventerrein XL Businesspark 2, Almelo Uit bijlage V van het Omgevingsbesluit blijkt dat bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van industrieterreinen (categorie J10) een mer-beoordelingsplicht geldt bij het vaststellen van een Omgevingsplan. Als op grond van een mer-beoordeling belangrijke gevolgen van een plan niet zijn uit te sluiten, geldt een planmer-plicht Het voorgenomen wijziging omgevingsplan biedt kaders voor het vestigen van ‘zwaardere’ bedrijven, maar worden geluidzoneringsplichtige inrichtingen uitgesloten.

Dergelijke bedrijven kunnen mer-(beoordelings)plichtig zijn bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op basis van categorieën onder C t/m H van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarnaast kunnen ten behoeve van eventuele bodemenergievoorzieningen geothermische boringen mogelijk zijn, ook dit is een milieubelastende activiteit is op basis van categorie B4. Er is daarom sprake van een kaderstellend plan voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Om deze reden ontstaat er een planmer-plicht. Onderdeel van de ontwikkeling van het gebied is de aanleg van een nieuwe weg over het Twentekanaal (zijtak Almelo). Uit bijlage V van het Omgevingsbesluit blijkt dat een mer-plicht geldt bij wegen (categorie J1) als sprake is van de aanleg van: ● een autosnelweg of autoweg; ● de aanleg, wijziging of uitbreiding van een nieuwe weg met vier of meer rijstroken die betrekking heeft op een ononderbroken tracélengte van 10 km of meer; of ● de verlegging of verbreding van een bestaande weg met twee rijstroken of minder tot een weg met vier of meer rijstroken die betrekking heeft op een ononderbroken tracélengte van 10 km of meer. De beoogde weg valt niet onder deze gevallen waarmee er geen sprake is van een directe mer-plicht. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen geldt wel mer-beoordelingsplicht bij het vaststellen van een omgevingsplan.

Voor de aanleg van de nieuwe weg geldt dan ook een mer -beoordelingsplicht. Ook kan een planmer-plicht ontstaan indien een Passende Beoordeling in het kader van de Omgevingswet (artikel 16.53c) nodig is. Dit is noodzakelijk wanneer significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Daarvoor wordt eerst een voortoets (met stikstofberekeningen) opgesteld om te beoordelen of een Passende Beoordeling nodig is. In dit stadium kan dit nog niet worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande geldt een mer-plicht gekoppeld aan de procedure voor een wijziging omgevingsplan aangezien het een kaderstellend plan betreft voor mogelijke mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Ook is er sprake van planmerbeoordlingsplicht, die naar verwachting tot een planmer-plicht leidt vanwege mogelijke belangrijke negatieve effecten. Ook kan een planmer-plicht vanwege de noodzaak voor een passende beoordeling in dit stadium niet worden uitgesloten.

1.4

Doel en procedure

Een eerste stap in de mer-procedure is het opstellen van een NRD, waarin het doel, de scope en de aanpak voor het MER staat beschreven. De reikwijdte staat voor de onderwerpen die in het MER staan, zoals welke alternatieven onderzocht 1 Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft iedere gemeente een gemeentedekkend omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten hebben tot 2032 (transi-

tieperiode) om hun ‘nieuwe’ omgevingsplan op te bouwen. Dat doen zij door steeds wijzigingen door te voeren in het omgevingsplan. Ook voor nieuwe ontwikkelingen is een wijziging van het omgevingsplan nodig, Dit gebeurt middels een wijzigingsbesluit.

7/44

worden en welke milieuaspecten relevant zijn. Bij het detailniveau draait het om hoe uitgebreid, hoe gedetailleerd en op welke wijze verschillende milieuaspecten in het MER worden onderzocht. Onder de Omgevingswet vervalt de verplichte kennisgeving van het voornemen om een mer-plichtig plan op te stellen, maar het raadplegen van de betrokken adviseurs en bestuursorganen blijft wel verplicht. In lijn met het oude stelsel, is hier gekozen om een NRD op te stellen en die ter inzage te leggen. Hiermee worden belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken. Hiermee wordt beoogd het MER van meerwaarde te laten zijn bij het maken van keuzes voor het wijziging omgevingsplan. Het is ook mogelijk om de NRD voor te leggen aan de Commissie mer. Het voordeel hiervan is dat een deskundige adviseert over de onderzoeksagenda voor het MER. Dit is niet verplicht. Alleen het uiteindelijke planMER moet verplicht ter toetsing aan de Commissie mer worden voorgelegd. In de procedure voor het planMER bij het wijziging omgevingsplan XL businesspark 2 is ervoor gekozen de Commissie mer in deze NRD-fase om advies te vragen. Procedure MER Het MER wordt gelijktijdig met het ontwerp voor het wijziging omgevingsplan ter inzage gelegd. Het vormt vervolgens een bijlage bij het vast te stellen wijziging omgevingsplan.

In dit besluit moet gemotiveerd worden op welke wijze is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het MER. Het MER wordt wel voor toetsing aangeboden aan de Commissie mer bij de eerste ter inzage periode van dit wijziging omgevingsplan.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de verschillende relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 worden de huidige situatie in- en om het plangebied beschreven en de daarbij voorziene autonome ontwikkelingen. Dit vormt samen het referentiekader waartegen de effecten van het planvoornemen moeten worden afgezet. Hoofdstuk 4 beschrijft het planvoornemen voor de eindsituatie van het wijziging omgevingsplan. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de in het MER te onderzoeken situaties en (milieu)aspecten met het daarbij behorende detailniveau.

8/44

2. BELEIDSKADERS Het Rijks-,provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is getoetst op relevantie voor het beoogde plan XL Businesspark 2. Uit de analyse blijkt dat met name de Omgevingsvisie provincie Overijssel en de Omgevingsvisie gemeente Almelo, de kaders schetsen voor de ontwikkeling van het gebied. Deze paragraaf beschrijft de meest relevante beleidskaders met een directe doorwerking op het MER. Een totaaloverzicht van het overige beleid wordt in het MER en het Omgevingsplan opgenomen.

2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 door de minister vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze vier prioriteiten worden in het MER nader uitgewerkt. Met zijn investeringen in een nieuw bedrijventerrein, raakt het project direct de prioriteit ‘Duurzaam economisch groeipotentieel’. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven om zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. De overige prioriteiten werken door in randvoorwaarden voor klimaatbestendigheid, energietransitie en circulariteit. Voor de ontwikkeling van mogelijke alternatieven en varianten in de omgeving gaan we uit van de ontwikkelingsmogelijkheden die de Nationale Omgevingsvisie biedt.

In het planMER wordt hier nader op ingegaan.

2.2

Omgevingsvisie provincie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie (geconsolideerde Omgevingsvisie vanaf 2017) waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze beleidsthema’s worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Dit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van provincie Overijssel: ● Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. ● Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over ‘goed’: mooi, functioneel en toekomstbestendig. ● Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens.

In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Wat landschap betreft is het plangebied ingedeeld in het oude hoevenlandschap (zuidelijke punt) en het maten- en flierenlandschap (noordelijk deel). Ten westen van het plangebied, op Wierdens grondgebied, beginnen de jonge heide- en broekontginningen. Het beleid hieromtrent leidt tot randvoorwaarden waarmee rekening gehouden moet worden:

9/44

●

●

●

2.3

Het oude hoevenlandschap is gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Het maten- en flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het maten- en flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. De inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden. De jonge heide- en broekontginningen kunnen een stevige impuls gebruiken wat betreft de ruimtelijke kwaliteit en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Omgevingsverordening

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Daarbij gaat het om het steeds toepassen van de meest optimale mix van instrumenten, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument, dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening is van kracht sinds 1 januari 2024. De omgevingsverordening geeft ten aanzien van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik aan dat het plangebied alleen in nieuwe ontwikkelingen mag voorzien die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk is gemaakt dat (her)benutten van bestaande bebouwing in redelijkheid niet mogelijk is en de mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Voor dit project is dit gemotiveerd in par. 4.2 noodzaak en locatieonderbouwing. De waterschapsverordening wijst in het plangebied voor primaire waterkeringen en regionale waterkeringen het profiel vrije ruimte aan. Hierbinnen worden ontwikkelingen tegengegaan die een toekomstige dijkverzwaring in de weg kunnen staan. Deze bepaling is niet van toepassing, in het plangebied is geen primaire waterkering aanwezig.

2.4

Regionale Energie Strategie (RES)

De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Twente is tot stand gekomen na een intensief samenwerkingsproces waarbij gemeenten, provincie en waterschappen de bijdrage aan de energietransitie hebben vastgesteld. Het plangebied is in de RES 1.0 aangewezen als zoekgebied voor zonne-energie. In de RES 2.0 wordt vooral gewerkt aan de uitvoering van de RES 1.0. De RES 2.0 dient op hoofdlijnen twee doelen: monitoring van de voortgang van de ambities en anderzijds het verder uitwerken van vraagstukken en opgaven. Binnen het planvoornemen zal worden ingezet op duurzame energieopwekking, op basis van BREEAM-methodologie, waarmee wordt bijdragen aan de opgave van de RES. Hieraan zal invulling worden gegeven door een aardgasloos gebied te creeren, zonnepanelen op het dak van bedrijven te verplichten, een intern energiesysteem te ontwikkelen dat kan bijdragen aan het oplossen van het probleem van de teruglevering en door duurzaam te koelen en te verwarmen.

10/44

2.5

Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040

Binnen deze Omgevingsvisie (geldend vanaf 24-11-2023) is Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Voor deze gebieden zijn aan de hand van verschillende pijlers doelen en ambities beschreven. De ambities en doelen voor de bedrijventerreinen zijn onderstaand kort beschreven. Werk als deel van het leven Een goede combinatie van werk en privé wordt steeds belangrijker. Werkgevers zijn aantrekkelijker als rondom hun bedrijf voorzieningen zijn, die de kwaliteit van het dagelijks leven van hun werknemers verbeteren. Denk hierbij aan kinderopvang, horeca, sportfaciliteiten of een afhaalpunt voor pakketten. Maar ook wandelpaden om een ommetje te maken in de pauze, ankjes om te lunchen in de schaduw of de zon en genoeg groen om de omgeving gezond en aantrekkelijk te maken. Samenwerken aan bereikbaarheid Bedrijventerreinen moeten goed bereikbaar blijven voor verschillende vormen van verkeer: vrachtwagens, schepen, fietsen, het openbaar vervoer en de auto. Een groter aandeel werknemers dient per fiets of met het openbaar vervoer te reizen, om de doorstroming op de autowegen in de ochtendspits te verbeteren. Gemeente en bedrijven moeten hiertoe samen werken. Slimme indeling van bedrijventerreinen Almelo heeft een gerichte aanpak voor het uitgeven en (vooral) herbestemmen of -structureren van locaties voor bedrijvigheid.

Ook revitalisatie, transformatie of herbestemming van kleine bedrijventerreinen (in woonwijken) behoort tot de mogelijkheden. De functie voor de omgeving en geschiktheid ín die omgeving zijn daarbij richtinggevend. Er wordt gestreefd dat bedrijven en hun omgeving elkaar versterken. Zoals een woonwijk en de voorzieningen die daarin zijn gevestigd. Of een distributiecentrum en distributiebedrijf die op hetzelfde bedrijventerrein zijn gevestigd. En bedrijvigheid moet ook passen bij de omgeving. Bij het herbestemmen van agrarisch erfgoed voor bedrijvigheid bijvoorbeeld, is het bewaren van de rust in het buitengebied ook van belang. Toekomstbestendige motor van onze economie. Bij Almelose bedrijven staat duurzaamheid hoog op de agenda, evenals bij de gemeente. Naast het voldoen aan de wettelijke eisen zijn velen bereid om een stap verder te gaan. Voor de energietransitie is het de gemeentelijke ambitie dat bedrijven: zonnepanelen plaatsen als hun dak daar geschikt voor is, groene daken en wanden realiseren voor een koelere binnenruimte, de bodem optimaal gebruiken voor energieopslag (warmte of kou) en afvalverwerking, processen en materiaal en grondstoffengebruik circulair maken waar mogelijk. Vorenstaande ambities en doelen komen zoveel mogelijk samen in de opgave voor het plangebied, met name op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie.

Ook zal rekening moeten worden gehouden met het behoud van de ruimtelijke kwaliteit (de rust) van het buitengebied. Het planMER gaat hierop nader in.

2.6

Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente 2023/2026

In dit beleidsstuk zijn de programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen voor de regio Twente voor de periode 2023 tot en met 2026 vastgelegd. Deze afspraken bouwen voort op de bestaande samenwerking van de West-Overijsselse gemeenten en de provincie in het Bestuurlijk Overleg Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen West-Overijssel. Bij de totstandkoming van deze afspraken hebben de deelnemers zich bij het opstellen van de eerste regionale programmeringsafspraken in 2017 tot doel gesteld te streven naar een balans in vraag en aanbod van bedrijventerreinen (bestaand en nieuw) en te voorzien in de (boven)regionale en de lokale vraag naar ruimte voor nieuwvestiging en/of uitbreiding. Daarmee wordt bijgedragen aan waardebehoud van bedrijventerreinen en een zuinig en zorgvuldig gebruik van de regionale kostbare ruimte. Een centraal onderwerp is de beschikbaarheid van bedrijventerreinen in alle segmenten: klein- en grootschalig, lokaal en regionaal. Er is geconstateerd dat dat economische groei en de ontwikkeling van een lineaire economie naar een circulaire

11/44

economie leidt tot een nieuwe ruimtevraag, nieuwe businessmodellen en andere locatiekeuzes- en eisen van bedrijven. Tegelijkertijd is sprake van grote maatschappelijke opgaven die hun weerslag hebben op de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, zoals de klimaatopgave en de opgaven rondom bodem en water. Daarnaast zijn er meer functies die ruimte vragen, zoals woningbouw, energie, landbouw en natuur, met als gevolg dat keuzes gemaakt moeten worden om slimmer om te gaan met de beschikbare ruimte. In het beleidsstuk zijn onder andere afspraken gemaakt over adaptief programmeren, een programmering van nieuwe plannen opgenomen voor de komende jaren. Dit is een dynamisch overzicht, dat halfjaarlijks bij het regionaal bestuurlijk overleg wordt geactualiseerd. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over kwaliteitsambities, waarbij gekeken is naar toekomstbestendige bedrijventerreinen met een kwaliteitsniveau dat aansluit bij landelijke en Europese ambities ten aanzien van duurzaamheid en bijbehorende wet- en regelgeving. Met deze afspraken moet het bedrijventerrein XL Businesspark 2 rekening houden. Verder is het uitgangspunt voor bedrijventerrein XL Businesspark 2 een ruimteclaim van 75 hectare, dat voortkomt uit de Kadernota. Het Stec Groep onderzoek2 heeft deze behoefte gemotiveerd (zie ook: par. 4.2).

2.7

Kadernota Ontwikkeling XL Businesspark 2

De kadernota biedt inzicht in de toegevoegde waarde van XL Businesspark 2 binnen de context van de Twentse bedrijvigheid en een analyse van het effect van de ontwikkeling van XL Businesspark 2 op de structuur van de arbeidsmarkt. De kadernota bekijkt of het gekozen onderzoeksgebied de juiste plek is voor een bedrijventerrein en of de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is. Daarnaast is gekeken of de ontwikkeling financieel haalbaar is. De nota concludeert dat de ontwikkeling van XL Businesspark 2 haalbaar is, maar met nog veel onzekerheden omgeven. Voor een deel worden deze onzekerheden ingegeven door de onvoorspelbare maatschappelijke context. Hierop heeft de gemeente geen invloed. Het is vooral van belang hier oog voor te hebben en de mogelijkheid te behouden om hierop te kunnen anticiperen. Vervolgstudies kunnen de overige onzekerheden wegnemen. Met deze kadernota is het dan ook nog niet mogelijk om een definitief besluit te nemen over de realisatie van XL Businesspark 2, maar is wel voldoende kennis vergaard om met vertrouwen een vervolgstap te doen en de planvorming door te zetten.

De vervolgstap bestaat uit het uitwerken van het ruimtelijke instrumentarium, het nader invullen van de waarde voor de regio en het uitwerken van de regionale samenwerking, het bieden van nieuw perspectief voor de huidige bewoners en bedrijven in het plangebied én het verder uitwerken van de grondexploitatie. Bij dit laatste zal dan ook nadrukkelijk worden gekeken naar externe financieringsbronnen, waaronder subsidies. Na deze fase van planvorming, de definitiefase, kan een afgewogen besluit worden genomen over de realisatie van XL Businesspark 2. Onderstaande figuur betreft de routekaart voor het vervolg van de planvorming.

2 Stec Groep (januari, 2023), Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel.

12/44

Figuur 2-1 Routekaart voor het vervolg van de planvorming (Kadernota Ontwikkeling XL Businesspark 2)

2.8

Almelo ontwikkelt – uitvoeringsagenda stadsontwikkeling

De uitvoeringsagenda is vastgesteld op 13 juli 2021. Hierin is het nieuwe bedrijventerrein aangehaald als prioritair project onder de naam kanaalsprong. De uitvoeringsagenda geeft aan dat logistiek, hightech en maakindustrie de belangrijkste, en daarom gewenste sectoren zijn. Aangegeven wordt dat niet alleen het aantal bedrijven groeit sinds 2013, maar ook de omvang hiervan. Gemeente Almelo wil ruimte geven aan deze groei, maar verwacht eind 2021 alle beschikbare bedrijvenkavels te hebben aangeboden. Daarom zoekt de gemeente naar nieuwe ruimte voor bedrijvenontwikkeling en -vestiging door onder meer de ontwikkeling van de kanaalsprongzone, waar Businesspark XL2 onder valt. Zie voor de locatieonderbouwing par. 4.2. Blijkens de uitvoeringsagenda is het overkoepelende doel om de werklocaties te verduurzamen (mobiliteit, zon op dak, vergroening), toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen aan te dragen om de parkeerdruk op te vangen en detailhandel uit te sluiten. Voor ondergeschikte detailhandel wordt een uitzondering gemaakt. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren en professionaliseren van de samenwerking op de bedrijventerreinen, bijvoorbeeld door het oprichten van zogenaamde bedrijveninvesteringszones (BIZ). Met een BIZ kunnen opgaven op het gebied van energie, duurzaamheid, digitalisering en vitaliteit beter en efficiënter worden opgepakt.

Deze doelen werken door in randvoorwaarden voor onder meer duurzaamheid, energietransitie en mobiliteit. Voor de ontwikkeling van mogelijke alternatieven en varianten in de omgeving gaan we uit van de doelen die de uitvoeringsagenda voor ogen heeft. In het planMER wordt hier nader op ingegaan.

2.9

Ruimtelijk Programmatische Visie (Wonen en Werken)

De Ruimtelijk Programmatische Visie (Wonen en Werken) is vastgesteld op 1 november 2022. Met deze visie wordt concreet invulling gegeven aan ruimtelijke en gebiedsgerichte opgaven. Op basis van negen leidende principes zijn de hoofdkeuzes voor de toekomstige ontwikkeling van de stad Almelo geformuleerd. Hierbij is ruime aandacht voor de toekomstige woon- en werklocaties in samenhang met de groenblauwe structuren. Deze visie bouwt niet alleen voort op de omgevingsvisie en uitvoeringsagenda, maar integreert ook belangrijke uitgangspunten uit andere visies, waaronder Almelo Waterstad en Koers Binnenstad Almelo. Door deze visies in samenhang te aanschouwen ontstaat een compleet en kwalitatief toekomstbeeld. Relevant voor het project is het leidende principe ‘’Werkstad Almelo’’ (bedrijvige stad in de regio), waarin het onderzoek ‘Vraag naar grootschalige kavels in Twente’ wordt aangehaald. Blijkens dit onderzoek is in een hoog groeiscenario een uitbreidingsvraag van 108 hectare t/m 2030, en nog een extra 53 hectare in de periode 2030-2040. In dit onderzoek is ook geconstateerd dat een uitbreiding van Businesspark XL2 (de Kanaalsprong) een kansrijke ontwikkeling is om aan deze uitbreidingsvraag te voldoen. Hieraan worden wel condities gesteld, die worden meegenomen in het planMER: een goede

13/44

landschappelijke inpassing, ruimte bieden voor extra (hoogwaardige) werkgelegenheid op een klimaatadaptieve, circulaire, innovatieve werklocatie met veel ruimtelijke kwaliteit op gebieds- en gebouwniveau en tot slot optimale verbindingen met de stad en de A35. Structuurkaart De leidende principes zijn vertaald in een structuurkaart. Deze kaart toont de belangrijkste kwaliteitsdragers en ontwikkellocaties voor wonen en werken. Op basis van de structuurkaart zijn een aantal prioritaire projecten gedefinieerd die kunnen worden uitgewerkt in een vervolgfase. Deze gebieden sluiten deels aan bij de Uitvoeringsagenda en zijn deels nieuwe gebieden die voortkomen uit de analyse die is gedaan voor deze visie als mogelijke ontwikkellocatie voor de realisatie van de opgave van de 3.400 woningen. Relevant voor het project is ontwikkelstrategie Businesspark XL2 (kanaalsprong); in relatie tot behoefte type werkgelegenheid en randvoorwaarden t.a.v. landschappelijke inpassing, circulariteit, duurzaamheid en klimaatadaptatie.

14/44

3. REFERENTIESITUATIE In het MER worden de effecten van de planontwikkelingen en de mogelijke alternatieven, varianten of eventuele scenario’s vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. In de onderstaande paragrafen wordt kort en indicatief ingegaan op zowel de huidige situatie (paragraaf 2.1) als autonome ontwikkelingen (paragraaf 2.2). In het op te stellen MER zullen de huidige situatie en autonome ontwikkelingen uitgebreider worden beschreven.

3.1

Huidige situatie

Omgeving Het plangebied ligt ten zuiden van de stad Almelo, in het buitengebied naast het XL Businesspark Twente. Het bestaande Businesspark is een geluidgezoneerd industrieterrein met grote percelen waar bedrijven t/m milieucategorie 4.2 zijn toegestaan. Ten zuiden van het plangebied ligt de Doorbraak, een beek die door het buitengebied van Almelo loopt. Ten zuiden van de Doorbraak is een agrarisch gebied met enkele woningen gelegen. Ten westen ligt het buitengebied van de gemeente Wierden, dat bestaat uit een agrarisch gebied met enkele woningen. Ten noorden van het plangebied loopt de A35 met daarachter een agrarisch gebied met houtopstanden. Voor de maximale milieuruimte van de bedrijven zijn met name de milieugevoelige functies in de omgeving bepalend. Dit zijn functies voor wonen, onderwijs, zorg en detentie. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de milieugevoelige functies in de omgeving en de afstand tot de beoogde bedrijfspercelen in het plangebied. In dit geval zijn dit allemaal woningen, hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen (agrarische) bedrijfswoningen en burgerwoningen. Naast de bestaande woningen geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Keursweg 2b-4- Hoeselderdijk’ een woonbestemming langs de doorbraak aan de Hoeselderdijk. Tabel 3-1 Woningen in de omgeving van de beoogde ontwikkeling

Woningen Gemeente Almelo:

Afstand tot beoogde bedrijfspercelen

Woonwijk Zeven Bosjes (Windmolenbroek)

350 meter

Worker Landen 20

450 meter

Keursweg 2

250 meter

Entersestraat 8a en 10 t/m 10b Hoeselderdijk 13, 16, 16a

400 meter 300 meter

Woonbestemming bestemmingsplan ‘Keursweg 2b-4- Hoeselderdijk’ Keursweg 2a en 2c (binnen plangebied)

280 meter 200 meter

Keursweg 2b Keursweg 4

280 meter 300 meter

Keursweg 6 Woningen Gemeente Wierden

200 meter Afstand tot beoogde bedrijfspercelen

Iemenkampsweg 2 en 4 Iemenkampsweg 1

150 meter 450 meter

Voorbroeksweg 4 en 4a Voorbroeksweg 2

300 meter 350 meter

Voorbroeksweg 5

250 meter

15/44

Figuur 3-1 Woningen in en rond het plangebied

Huidige gebruik In de huidige situatie is het plangebied grotendeels in agrarisch gebruik met verspreid liggende agrarische bedrijfsbebouwing met bedrijfswoningen. De agrarische bedrijven zijn grondgebonden. Binnen het plangebied zijn vier veehouderijen aanwezig aan de Breesegge 4, Hoeselderdijk 12 en 14 en Zomerdijk 2. Op de agrarische percelen zijn ook houtopstanden aanwezig. Zoals weergegeven in Figuur 3-1 zijn binnen het plangebied verschillende woningen aanwezig, waaronder burgerwoningen. In het noordoosten is een grondverzetbedrijf actief, hierbij zijn ook verschillende bedrijfswoningen gelegen. Huidige bestemming Op de locatie van het beoogde bedrijventerrein vigeren de volgende bestemmingsplannen: ● Bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’ (2017-09-13), zie Figuur 3-2. ● Bestemmingsplan ‘Algehele herziening Breesegge 3 Bornerbroek’ (2019-12-03), zie Figuur 3-3. ● Bestemmingsplan ‘Breesegge 9 Bornerbroek’ (2021-06-22), zie Figuur 3-4. Het plangebied bevindt zich grotendeels in het bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’. In het noordoosten van het plangebied bevindt zich het bestemmingsplan ‘Algehele herziening Breesegge 3 Bornerbroek’. Het plangebied heeft grotendeels een agrarische bestemming. Hierbinnen zijn een aantal bouwvlakken aanwezig waarbinnen agrarische bedrijfsbebouwing mogelijk is voor agrarische grondgebonden bedrijven.

Op twee locaties met de bestemming ‘sterlocatie’ is binnen het bouwvlak intensieve veehouderijen mogelijk. Bovendien is binnen één bouwvlak een paardenhouderij mogelijk. Binnen de bouwvlakken zijn ook bestaande bedrijfswoningen toegestaan. Naast de agrarische bestemmingen is een

16/44

vijftal woonbestemmingen aanwezig en kleine vlakken met een groenbestemming. Ter plaatse van de wegen Hoeselderdijk, Zomerdijk, Broekerveld Breesegge, en Keursweg geldt een verkeersbestemming en ter plaatse van watergangen een waterbestemming. In het noordoosten heeft het perceel van het grondverzetbedrijf een bedrijfsbestemming met op drie locaties de mogelijkheid voor een bedrijfswoning. Verder loopt door het plangebied een aardgasbuisleiding met een veiligheidszone dat aangeduid is met een gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – transport’. Ook ligt in het oosten van het plangebied de geluidzone van het XL Businesspark Twente. In het zuiden van het plangebied zijn gebieden aangeduid met een archeologische dubbelbestemming met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde.

Figuur 3-2 Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’ (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

17/44

Figuur 3-3 Verbeelding bestemmingsplan ‘Algehele herziening Breesegge 3 Bornerbroek’ (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 3-4 Verbeelding bestemmingsplan ‘Breesegge 9 Bornerbroek’ (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Naast het realiseren van XL Businesspark 2 wordt ook een verbinding met het huidige XL Businesspark Twente over het Twentekanaal gerealiseerd voor weg-, fiets en loopverkeer. Op de locatie van de beoogde weg vigeren de volgende bestemmingsplannen:

18/44

● ● ●

Bestemmingsplan: ‘Westelijke Groene Long’ (2013-06-20) Bestemmingsplan: ‘Windmolenbroek – Groeneveld’ (2011-06-08) Bestemmingsplan: ‘XL Businesspark Twente tranche 3’ (2017-01-31)

Om hiervan een overzicht te geven zijn in Figuur 3-5 de verbeeldingen van de verschillende bestemmingsplannen in één figuur weergegeven. De locatie van de beoogde weg heeft grotendeels een enkelbestemming verkeer (verkeer – 2), alleen bij het bestemmingsplan ‘XL businesspark Twente tranche 3’ loopt de weg over de bestemming ‘water’. De nieuwe brug komt naast de bestaande brug te liggen met een tussenruimte als reservering voor een eventuele uitbreiding van de A35 met een extra rijbaan.

Figuur 3-5 Uitsnede verbeeldingen (enkel- en dubbelbestemmingen) vigerende bestemmingsplannen (bron: Atlasleefomgeving, 2023)

3.2

Referentiesituatie

De referentiesituatie 2035, waarmee het planvoornemen wordt vergeleken, bestaat uit: ● Huidig gebruik van het plangebied zoals beschreven in paragraaf 2.1. ● Autonome groei van het verkeer 2035. Autonome ontwikkelingen Het bestaande XL Businesspark Twente is volledig uitgegeven en in de huidige situatie bijna volledig gevuld. Voor de referentiesituatie wordt ervan uitgegaan dat het bestaande Businesspark volledig in gebruik is. Verder zijn geen autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied bekend die invloed kunnen hebben op de onderzoeken in het MER. Trends Op dit moment is het elektriciteitsnet in grote delen van Nederland overbelast, dit betekent dat wellicht aansluiting van nieuwe bedrijven(terreinen) niet zondermeer mogelijk is. Voor XL Businesspark 2 speelt netcongestie een beperkende rol op het gebied van energielevering en teruglevering. De door de netbeheerder (Enexis) gegeven status voor het ontwikkelgebied is ‘oranje’ voor zowel energielevering als -teruglevering. Oranje betekent: er is sprake van congestie, maar er lopen onderzoeken en maatregelen om dit voor de korte termijn (deels) op te lossen. Nieuwe aanvragen komen op een wachtlijst terecht. Pas wanneer er ergens ruimte beschikbaar wordt gemaakt, kunnen deze aanvragen in behandeling worden genomen. Het is niet bekend hoe lang het duurt voordat er ruimte beschikbaar komt.

Ook de beschikbaarheid van nieuwe aansluitmogelijkheden op drinkwaternet is mogelijk onzeker.

19/44

3.3

Huidige milieufoto

Deze paragraaf beschrijft globaal de huidige situatie ten aanzien van de verschillende milieuaspecten. Deze beschrijving geeft de huidige milieugebruiksruimte van het gebied aan en maakt mogelijke knelpunten of kansen zichtbaar. 3.3.1 Verkeer Het gebied is in de huidige situatie ontsloten via de Breesegge en een aantal landbouwwegen (Hoeselderdijk, Zomerdijk). De wegen worden met name gebruikt door de bedrijven in het plangebied en door fietsers. Het gebied is niet aangesloten op het openbaar vervoer. 3.3.2 Leefomgevingskwaliteit Er zijn verschillende aspecten in het plangebied en de directe omgeving (het studiegebied) die invloed hebben op de gezondheid en de leefomgevingskwaliteit. In het kader van dit mer-traject zijn met name geluid, luchtkwaliteit, geur, externe veiligheid en groen van belang. Externe veiligheid Op basis van de risicokaart (Register Externe Veiligheid, 2023) zijn de risicobronnen in de omgeving in kaart gebracht, zie Figuur 3-6. De relevante risicobronnen zijn de aardgasbuisleidingen A 508, A 528 en A 648, de A35 en een aantal bedrijven op XL Businesspark Twente. Buisleidingen De buisleidingen hebben een belemmeringengebied van 4 meter. Hierbinnen zijn geen gebouwen toegestaan. Verder zijn zowel de PR 10-6 contour, waarbinnen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten zijn toegestaan als de aandachtsgebieden relevant.

De buisleiding A 508 heeft een PR 10-6 contour zoals is weergegeven in Figuur 3-6. De andere buisleidingen hebben een PR 10-6 contour van 0 meter. Het brandaandachtsgebied van de buisleidingen A 508 en A 528 is 245 meter. Voor buisleiding A 648 is het brandaandachtsgebied 470 meter. A35 Over de A35 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De A35 heeft ter plaatse van het plangebied een PR 10-6 contour van 0 meter. De A35 heeft een brandaandachtsgebied van 30 meter en een explosieaandachtsgebied van 200 meter, zie ook de weergave hiervan in Figuur 3-6. Bedrijven op XL Businesspark Twente Op het industrieterrein XL Businesspark Twente zijn verschillende bedrijven aanwezig die gevaarlijke stoffen opslaan. De PR 10-6 contouren van deze bedrijven overlappen niet met het plangebied. Bij de laad- en loskade ten oosten van het plangebied is het bedrijf CTT gevestigd. Dit is een Seveso-inrichting met een PR 10-6 contour zoals is weergegeven in Figuur 3-6. Het plangebied valt buiten deze PR 10-6 contour.

20/44

Figuur 3-6 Uitsnede risicokaart met gemeentegrens (zwarte lijn) ter plaatse van het plangebied (bron: Atlas leefomgeving)

Industrielawaai Het oostelijke deel van het plangebied ligt in de geluidzone van het XL Businesspark Twente. Binnen de grenzen van de geluidzone gelden beperkingen voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige gebouwen. In onderstaande figuur is de geluidzone binnen het plangebied weergegeven. Binnen de geluidzone in het plangebied bevinden zich in de huidige situatie een burgerwoning en enkele bedrijfswoningen.

Figuur 3-7 Geluidzone industrieterrein XL Businesspark Twente: blauwe contour (bron: bestemmingsplan XL Businesspark Twente tranche 3)

21/44

Geur en stof De bedrijven ter plaatse van het industrieterrein XL Businesspark Twente vallen ten hoogste onder milieucategorie 4.2. Zowel voor geur als stof geldt, op basis van milieucategorie 4.2, een richtafstand van 300 meter (200 meter voor gemengd gebied), afhankelijk van de activiteit. Aan de zijde van het plangebied is milieuzonering toegepast, waarbij rekening is gehouden met de woningen in het plangebied. Aan de zijde van het plangebied gelden daarmee lagere maximale milieucategorieën. Voor zover bekend hebben de bedrijven in de huidige situatie geen geurcontour. Wegverkeerslawaai De wegen in en nabij het plangebied hebben invloed op de geluidbelasting binnen het plangebied. In Figuur 3-8 zijn de geluidcontouren 2021 weergegeven. Maatgevend hierin is de A35 ten noorden van het plangebied en de Hoeselderdijk, deze wegen hebben met name invloed op het noordelijk deel van het plangebied. In het overige deel kent het gebied een goed akoestisch klimaat vanwege wegverkeerslawaai.

Figuur 3-8 Geluidscontouren wegverkeerslawaai (bron: Atlas Leefomgeving)

Geur agrarische activiteiten In de omgeving van het plangebied zijn verschillende intensieve veehouderijen aanwezig. Binnen 200 meter van het plangebied zijn dit de volgende bedrijven: aan de zuidzijde van het plangebied zijn dit de Keursweg 1, 2 en 4. Ten westen van het plangebied is dit de Voorbroeksweg 5 (gemeente Wierden) en Iemenkampsweg 4 (gemeente Wierden). Binnen het plangebied zijn vier veehouderijen aanwezig aan de Breesegge 4, Hoeselderdijk 12 en 14 en Zomerdijk 2. De veehouderijen in en in de directe omgeving van het plangebied zijn weergegeven in onderstaande figuur.

22/44

Figuur 3-9 Veehouderijen in en rond het plangebied

Spuitzones Ten zuiden en westen van het plangebied zijn agrarische gronden aanwezig, voornamelijk grasland en landbouwgrond voor maïs. Voor agrarische gronden geldt een richtafstand voor spuitzone van 50 meter. Luchtkwaliteit De lokale luchtkwaliteit (monitoringsjaar 2022) is beoordeeld aan de hand van het Centraal instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIML). Hieruit blijkt dat de concentratie NO2 langs de A35 14,3 µg/m³ is en de concentratie PM10 16,5 µg/m³ (6 overschrijdingsdagen) en de concentratie PM2,5 9,0 µg/m³. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim onder de grenswaarden ligt. Groen In de huidige situatie bestaat het plangebied uit agrarische landschappen met verspreid liggende houtopstanden. Ook in de omgeving van het plangebied is relatief veel groen aanwezig met de Doorbraak ten zuiden van het plangebied. Conclusie gezonde leefomgevingskwaliteit De leefomgevingskwaliteit in het plan- en studiegebied lijkt redelijk goed te zijn. Het plangebied ligt deels in de geluidzone van een industrieterrein en ligt naast de A35, die voor een hoge geluidbelasting zorgt op het plangebied. Binnen en rond het plangebied liggen intensieve veehouderijen, met hierdoor kans op geuroverlast. Ook liggen drie aardgasbuisleidingen in het noordelijk deel van het plangebied en worden over de A35 gevaarlijke stoffen vervoerd.

Wel is binnen het gehele plangebied sprake van goede luchtkwaliteit en veel groen.

23/44

3.3.3 Bodem en water Bodemopbouw en grondwater Uit de bodemkaart in Figuur 3-10 blijkt dat de bodem van het plangebied voornamelijk uit Beekeerdgronden; lemig fijn zand (groen) en Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (roze). In het zuiden bestaat een klein deel uit Hoge zwarte enkeerdgronden lemig fijn zand (bruin).

Figuur 3-10 Bodemopbouw (bron: Bodemkaart van Nederland)

Ter plaatse van het plangebied is met name sprake van grondwatertrap Vio en Vbo en op een aantal plaatsen Vao, zie Figuur 3-11. Voor grondwatertrap Vio is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) is 0,40 – 0,80 meter onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) is 1,20 – 1,80 meter onder maaiveld. Voor grondwatertrap Vbo geldt dat de GHG 0,25 – 0,40 meter is en de GLG van 1,20 – 1,80 meter is. Voor grondwatertrap Vao is de GHG < 0,25 meter en de GLG 1,20 – 1,80 meter. In Figuur 3-12 het verschil in maaiveldhoogte gegeven ten opzichte van 10 meter boven NAP gegeven. De beoogde hoogte voor het wegpeil met een drooglegging van 0,8 meter wordt 10 meter boven NAP .

24/44

Figuur 3-11 Grondwatertrappen ter plaatse van het plangebied (bron: Bodemdata.nl)

Figuur 3-12 Benodigde ophoging tot wegpeil van 10 meter t.o.v. NAP (bron: Kadernota ontwikkeling XL Businesspark 2, 2023)

25/44

Bodemkwaliteit Vanwege het huidige agrarische gebruik worden geen ernstige bodemverontreinigingen verwacht. De bodemkwaliteit ter plaatse moet nog nader onderzocht worden. Waterkwantiteit Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Vechtstromen. Binnen het plangebied zijn verschillende watergangen gelegen die zijn aangewezen door de Legger van het waterschap, zie Figuur 3-13. Ten westen van het plangebied ligt het Twentekanaal (zijtak Almelo) dat een rijkswaterweg is. Ten zuiden van het plangebied ligt de Doorbraak. In het plangebied zijn ook overige sloten aanwezig met een belangrijke functie voor de buffering van hemelwater.

Figuur 3-13 Uitsnede Legger Vechtstromen

Waterveiligheid Op basis van de legger waterkeringen van het waterschap Vechtstromen zijn binnen het plangebied geen waterkeringen aanwezig. Ook in de verdere omgeving is geen waterkering gelegen. Waterkwaliteit In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waterlichamen aangewezen door de KRW. Waterketen Het plangebied is momenteel licht bebouwd en is met beperkte capaciteit aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. In onderstaande figuur is het dichtstbijzijnde rioolstelsel weergegeven.

26/44

3.3.4 Landschappelijke waarden, cultuurhistorie en archeologie Landschap en cultuurhistorie Het plangebied is in de huidige situatie een agrarische gebied dat uit landbouwgronden bestaat. Hierin zijn geen bouwwerken met cultuurhistorische waarden aanwezig. Het plangebied is ingedeeld in het oude hoevenlandschap (zuidelijke punt) en het maten- en flierenlandschap (noordelijk deel)3. Ten westen van het plangebied, op Wierdens grondgebied, beginnen de jonge heide- en broekontginningen. Archeologie In het zuidelijk deel van het plangebied hebben gronden een dubbelbestemming waarde archeologie middelhoog en hoog. Op basis van de archeologische waardenkaart van Almelo heeft de rest van het gebied een lage archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer werkzaamheden dieper reiken dan 40 cm en een oppervlakte beslaan die groter is dan 2.500 m2 ter plaatse van de hoge verwachtingswaarde of meer dan 5.000 m2 ter plaatse van middelhoge archeologische verwachtingswaarde of 50.000 m2 ter plaatse van lage archeologische verwachtingswaarde.

3 Provincie Overijssel (2024), Omgevingsverordening Overijssel 2024.

27/44

Figuur 3-14 Uitsnede Archeologische waardenkaart Almelo

3.3.5 Ecologie Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN is de Doorbraak, gelegen aan de zuidgrens van het plangebied, zie Figuur 3-15. Op circa 7,5 kilometer afstand is het stikstofgevoelige Natura 2000gebied Borkeld gelegen. Daarnaast liggen op grotere afstand de stikstofgevoelige gebieden Wierdense Veld en Sallandse heuvelrug, zie ook Figuur 3-16.

28/44

Figuur 3-15 NNN-gebieden (bron: Atlas Leefomgeving)

Figuur 3-16 Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

Soortenbescherming Het plangebied is momenteel in agrarisch gebruik en ligt naast het industrieterrein XL Businesspark Twente en de A35. De gebouwen in het plangebied kunnen geschikt zijn voor vleermuizen. Verder bevinden zich in het plangebied bosschages, lijnvormige elementen en bomen. Het gaat hier om 9.700 m2 aan bosschages, 3.900 meter aan rijbeplanting (totaal 340 bomen) en 8 solitaire bomen. Door Ecogroen (2023) is een natuurtoets4 uitgevoerd voor het plangebied. In Tabel 3-2 zijn

4

Ecogroen (december, 2023), Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo; Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid, Projectcode: 23014.

29/44

de aangetroffen soorten weergegeven, evenals de functie van het plangebied voor deze soorten. Daarnaast wordt het Twentekanaal gebruikt als belangrijke migratieroute voor meervleermuizen. Tabel 3-2 Overzicht aangetroffen soorten en de functie van het plangebied voor deze soorten (bron: Ecogroen, 2023)

30/44

4. PLANVOORNEMEN 4.1

Doelstelling

De uitgifte van grootschalige bedrijfskavels is de laatste jaren in de regio Twente fors toegenomen. Stec Groep heeft de toekomstige behoefte aan grootschalige bedrijfskavels in Twente onderzocht. Uit dit onderzoek komt naar voren dat op lange termijn niet voldoende aanbod beschikbaar is in Twente om in de ruimtevraag (hoge scenario) te voorzien. Daarom wil de regio Twente een nieuw bedrijventerrein met grootschalige bedrijfslocaties ontwikkelen. Het bedrijventerrein XL Businesspark 2 moet hierin voorzien.

4.2

Noodzaak en locatieonderbouwing

In deze paragraaf is de noodzaak van een nieuw bedrijventerrein beschreven. Vervolgens is de onderbouwing van zowel de locatie als de ontsluiting gegeven. Noodzaak Het Stec Groep onderzoek5 onderbouwt de behoefte aan nieuw bedrijventerrein in de regio. Op basis van deze studie zijn vervolgens programmeringsafspraken gemaakt. Deze worden opgenomen in het provinciaal programma. Hiermee is de nut en noodzaak voldoende onderbouwd. Twente maakt sinds 2020 een sterk economische groei door. Die groei wordt vooral veroorzaakt door de sterke ontwikkeling van de hightech/ maakindustrie en van de logistieke sector6. Blijkens de gronduitgifte gaat de ontwikkeling van vorenstaande bedrijven snel. Volgens de gegevens van het kadaster is in heel Twente van 1 januari 2019 tot 1 januari 2022 151 hectare aan bedrijfskavels uitgegeven. Het restant van het totale aanbod van 343 hectare in Twente is nagenoeg volledig gereserveerd of in opties vastgelegd. Volgens het onderzoek van de Stec Groep zijn hightech/ maakindustrie en logistiek in de afgelopen zeven jaar verantwoordelijk geweest voor 85% van de ruimtevraag in Twente. Binnen de industrie was het aandeel HTSM (High Tech Systemen en Materialen) met 41% het grootst, gevolgd door de voedingsmiddelenindustrie met 23%. Ongeveer de helft van de uitgegeven oppervlakte bestaat uit kavels groter dan 2 hectare.

Dit is onder andere het gevolg van de uitdagingen waar het bedrijfsleven voor staat, zoals e-commerce, schaalvergroting en risicoreductie vanuit dienstverleners. Die uitdagingen vragen om meer ruimte en daarmee om grotere kavels. De ontwikkeling van XL Businesspark 2 voorziet in die behoefte. Locatieonderbouwing Stec Groep heeft een eerste locatieonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt de locatie XL Businesspark 2 Almelo, vooral vanuit markttechnisch oogpunt, als beste locatie naar voren. Daarnaast heeft Rho adviseurs een locatieafweging gemaakt op basis van milieuaspecten, door middel van een GIS studie (fase 1 locatiestudie) en een locatie-vergelijking (fase 2 locatiestudie). Uit de locatieafweging blijkt dat verschillende locaties mogelijk zijn. De locatie van XL Businesspark 2 is één van de mogelijke locaties en uitgaande van de nieuwe aansluiting over het Twentkanaal één van de betere locaties. In het geval van een nieuwe aansluiting kwam uit de locatiestudie vanuit milieuaspecten één betere locatie naar voren, namelijk een oostelijke uitbreiding van het bedrijvenpark Twente Wendelgoor. Het locatieonderzoek is voor de locatieonderbouwing toegevoegd in Bijlage 2 van deze NRD. Op basis van deze onderzoeken heeft de gemeente Almelo de huidige locatie van XL Businesspark 2 gekozen. Dit is verder onderbouwd in de kadernota ontwikkeling XL Businesspark 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=c8a34ed1-e28d-43ff-9933-f4eae1c121a2