CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

7.9 Vaststelling Omgevingsplan XL Businesspark 2 - bijlage 3d - TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Bijlagen regels 1

Raad 4 februari 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsplan XL Businesspark 218.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gevelbetimmering/boeiboord

Vleermuizen

· · · · · · · · · ·

Realiseren vogelvoorzieningen

Betimmering/boeiboord van ruw materiaal: bijv. hout Ruw oppervlak om op te landen om omhoog te kruipen Zo hoog mogelijk aan de gevel Voldoende vrije in- en uitvliegruimte; 2 meter rondom de vleermuiskast. Buiten invloedsfeer van nachtelijke verlichting Hoogte gevelbetimmering/boeiboord minimaal 50 cm Minimaal 50 m2 oppervlakte Vleermuizen vliegen aan de onderzijde in en kunnen zo naar boven kruipen. De binnenruimte is 1,5-3 centimeter. Invliegopeningen zijn 1,5-2,5 centimeter bij 10 centimeter.

Huismus, ringmus, spreeuw (en gierzwaluw) Realiseren in de gevel · Materiaal kasten: houtbeton · Zo hoog mogelijk in de gevel · Voldoende vrije in- en uitvliegruimte; 2 meter rondom de kasten. · Buiten invloedsfeer van nachtelijke verlichting · Niet in de volle zon (oriëntatie: noordoost/noord/oost) · 2 huismuskasten, 2 spreeuwenkasten en 2 gierzwaluwkasten · Verwerken in gevel

OF Realiseren in dakoverstek of gootbetimmering · Zo hoog mogelijk aan de gevel · Voldoende vrije in- en uitvliegruimte; 2 meter rondom de invliegopeningen. · Buiten invloedsfeer van nachtelijke verlichting · Niet in de volle zon · Minimaal 25 meter lang · Om de 1 meter 1 opening (rond gat diameter 5 cm) tot holle binnenruimte betimmering · Voorkeur oriëntatie noordoost/noord/oost

Realiseren halfopen neststeen

Zwarte roodstaart · ·

· · · ·

Steenuilkast in gebouw

Materiaal neststeen of kast: houtbeton Op minimaal 3 meter tot maximaal 10 meter hoogte Buiten invloedsfeer van nachtelijke verlichting Niet in de volle zon 2 halfopen neststenen Verwerken in gevel of ophangen aan gevel of boom

Steenuil, spreeuw ·

· · · · · · · ·

Ronde opening in gevel die toegang geeft tot kastruimte in het gebouw of steenuilkast aan buitenzijde gebouw Zo hoog mogelijk in de gevel Invliegopening 70 cm doorsnee Uitloopplankje aan buitenzijde gevel Met zicht naar open gebied Rustige zijde Buiten verlichting Oriëntatie: noordoost, noord, oost (niet in de zon of regenzijde) 1 steenuilvoorziening per bedrijfskavel (ongeacht grootte bedrijfskavel)

Groene daken

Scholekster, vleermuizen, insecten ·

· · · ·

Realiseren groen dak bestaande uit kruiden, sedum, bloemen en/of grassen Minimaal 75% van het dakoppervlak Kan in combinatie met zonnepanelen Aanbrengen vier grindplekken van elk minimaal 2 m2 groot (nestplek scholekster) Verhoogde dakrand van circa 30 cm om te voorkomen dat jonge scholekster naar beneden vallen

Groene gevels

Vogels, vleermuizen, insecten ·

· · ·

Groenvakken

Realiseren groene gevels bestaande uit klimplanten en/of voorbegroeide panelen Minimaal 25% van het geveloppervlak Geen verlichting richten op de groene gevels Gevelbeplanting mag het in- en uitvliegen van vogels en vleermuizen niet blokkeren

Vogels, vleermuizen, zoogdieren, insecten ·

· ·

·

Realiseren groenvakken bestaande uit bomen, struiken en/of vaste planten. Minimaal 100m2 per hectare bedrijfskavel. Dit is aanvullend op de groene erf- en perceelafscheiding, maar de groene erfafscheiding kan wel overgaan tot groenvakken die hierop aansluiten. Geen verhoogde border plaatsen rondom de groenvakken i.v.m. bereikbaarheid kleine zoogdieren.

Halfopen bestrating

Vogels, vleermuizen, insecten ·

·

·

Groene erf- en perceelafscheiding

Realiseren halfopen bestrating bij parkeerplaatsen, wegen, straten en voetgangersgebieden. Denk hierbij aan grasbetontegels of halfopen verharding van halfopen kunststof. Minimaal 25% van de totale bestrating op het perceel.

Egel, kleine marters ·

· · · ·

In de vorm van een haag (bijv. taxus, liguster, hazelaar, sleedoorn, haagbeuk, meidoorn) of aaneengesloten struiken (bijv. struikklimop, hulst) Toepassen bij alle zijden (uitgezonderd de zijde welke grenst aan de straat). Minimaal 1,50 meter hoog. Aansluiten op bestaande (of nieuwe) groenstructuren. Dit is aanvullend op de groenvakken, maar de groene erfafscheiding kan wel overgaan tot de groenvakken die hierop aansluiten.

Plaatsen egelkast

Egel ·

·

Verlichting

Verdekt in aanwezig groen plaatsen 1 egelkast per bedrijfskavel (ongeacht grootte bedrijfskavel)

Alle soorten ·

·

·

· ·

·

Verlichting enkel toepassen waar dit daadwerkelijk nodig is. Verlichting is geen doel op zich, enkel toepassen in verband met veiligheidsaspect. Lichtverstrooiing richting oppervlaktewater, faunavoorzieningen, randzone en overige groenelementen moet voorkomen worden. Parkeren, laden en lossen dient aan de straatzijde of aan de zijkant van de gebouwen plaats te vinden. Geen verlichting toepassen aan de achterzijde van het gebouw. Signing en reclame-uitingen op de gevel zijn niet verlicht of hebben een lichttijdsslot waarbij de verlichting tussen 23:00 en 07:00 uit is. Raampartijen aan de achterzijde van het gebouw beperkt toepassen en voorzien van lichtwerende middelen zoals een rolscherm.

·

· · ·

·

Raampartijen aan overige zijden voorzien van lichtwerende middelen zoals een rolscherm. Verlichting eventueel voorzien van afschermkappen. Verlichting zo laag mogelijk plaatsen. Enkel armaturen toepassen met een scherpe lichtbundel die naar beneden is gericht. Dus geen spotjes in de grond of gevelverlichting welke naar boven of horizontaal is gericht. Wat betreft buitenverlichting op de bedrijfspercelen dient gebruik gemaakt te worden van amberkleurige verlichting (590 nm +/- 7 nm, gecorreleerde kleurtemperatuur (CCT) van ca. 1700K).

NL.IMRO.0141.TAM00002-BP31

Bijlage 6 Handboek Inrichting Openbare Ruimte

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2

64

Algemeen Programma van Eisen Openbare Ruimte Deel III. Techniek / Eisen per projecttype

Datum 29-04-2014 /revisie 04-05-2023 Status: Definitief Eigenaar: UITVOERING FYSIEK Team ONDERSTEUNING Auteur: Mark Oude Bennink/ Rob Bokdam (update 04-05-2023)

Leeswijzer Het complete Apve OR bestaat uit drie delen: Inleiding Deel I: Projectproces en organisatie In dit deel worden de verschillende fases van projectmatig werken toegespitst op de verschillende typen projecten in de openbare ruimte. De verschillende rollen en taken in een projectgroep worden toegelicht en de overlegstructuur en fasedocumenten worden toegelicht Deel II: Wetgeving en beleid openbare ruimte In dit deel wordt inzichtelijk gemaakt welke bestaande wet- en regelgeving en beleidsnota’s aanwezig zijn en wat relevant is voor projecten in de openbare ruimte. Deel III: Techniek / eisen per objecttype Een overzicht van alle technische standaarden die in de gemeente Almelo worden gehanteerd voor het inrichten van de openbare ruimte Bijlagen In de bijlage zijn checklisten per fase opgenomen en voorbeelden van fasedocumenten. Deel I wordt geraadpleegd in de Initiatieffase Deel II wordt geraadpleegd in de Definitieffase Deel III wordt geraadpleegd in de Ontwerpfase en Voorbereidingsfase

Inleiding Dit document bevat een verzameling van de technische eisen die liggen binnen het verantwoordelijkheidsgebied van het team ONDERSTEUNING (UF-OST). Dit Algemeen programma van eisen openbare ruimte is opgesteld om projecten in de openbare ruimte in te kunnen richten volgens een gestandaardiseerd eisenpakket op zowel procedureel-, beleidsmatigen technisch gebied. Het Apve OR heeft als doel om de informatie-uitwisseling tussen het team ONDERSTEUNING en het team PROJECTEN of een externe ontwikkelaar vast te leggen en te standaardiseren. Dit deel III van het Apve OR bestaat uit de technische eisen die gesteld worden aan objecten in de openbare ruimte. Dit deel wordt geraadpleegd in de ontwerpfase van een project. Het Apve is bedoeld om gemeentebreed de technische en ontwerpeisen te standaardiseren zodat het project beheerd en onderhouden kan worden op een vooraf bepaald niveau. Wanneer team ONDERSTEUNING van toepassing wordt verklaard kan dit deel III worden herzien. Als minimale technische eis kan dan het team ONDERSTEUNING inrichtingsniveau B van toepassing worden verklaard. Afhankelijk van waar het project wordt gerealiseerd kan dit inrichtingsniveau worden verhoogd naar het niveau dat staat aangegeven op de bij team ONDERSTEUNING horende wijkstructuurinrichtingskaart. Dit zal zorgen voor een betere afstemming van de technische eisen per thema.

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 2

Inhoudsopgave H5 Standaardbepalingen H6 Voorwaarden per objecttype Sloopwerk Verontreinigde grond en verontreinigd water Bemalingen Grondwerken Drainage Sleuf- en sleufloze technieken Leidingwerk, rioleringen Rioleringen, hemelwater (HWA) Rioleringen, droog weer afvoer (DWA) Rioolgemalen / pompputten Revisie riolering Kabelwerk en nutsleidingen Brandweervoorzieningen Waterputten Wegconstructies Wegverhardingen I (oppervlaktebehandelingen) Wegverhardingen II (Asfalt, beton en straatwerk) Wegen Drempel / plateau Voetpad / trottoir / achterpad Wegbebakening Afschermingsvoorzieningen Verlichting Openbare verlichting Verkeersregelinstallaties Geluidbeperkende constructies Spoor- en tramwerken Funderingsconstructies Betonconstructies Staalconstructies Kleine kunstwerken Afval en reinigingsdiensten Groenvoorzieningen Algemeen Bomen Heesters Wadi’s Kunst- en oeverwerken Remming-, aanleg- en geleidewerken Conserveringswerken Werk algemene aard Verkeersmaatregelen bij werk in uitvoering Flora- en faunamaatregelen en –voorzieningen Terreinmeubilair Speelvoorzieningen Water Algemeen Grondwater Oppervlaktewater Bouwkavel / bouwwerken Duurzaamheid Planontwikkeling Planrealisatie, inkopen, uitvoeringsfase

Paginanummer 4 5 5 6 6 6 7 8 8 10 14 14 16 19 19 20 20 20 20 20 20 20 22 22 23 23 23 23 24 24 24 24 25 25 26 26 28 30 30 31 31 31 32 33 33 33 34 35 35 36 37 38 39 39 39

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 3

H5 Standaardbepalingen 5.1 ‘hardheid’ van de eisen Het Apve OR schept randvoorwaarden voor de inrichting en het toekomstig beheer van de Almelose openbare ruimte. Sommige randvoorwaarden worden voorgeschreven als harde eis, andere voorwaarden zijn meer richtinggevend, waarvan eventueel kan worden afgeweken, als maar duidelijk is dat op een andere manier dezelfde kwaliteit wordt gerealiseerd. Om dit inzichtelijk te maken worden de volgende vormen van eisen gehanteerd: W: Wetten en regels De eisen zijn afgeleid van op landelijk niveau vastgelegde voorschriften uit wetten of formele richtlijnen en gemeentelijke verordeningen (APV). De wettelijke voorschriften zijn harde eisen, waarvan niet mag worden afgeweken omdat deze bestuursrechtelijk zijn vastgesteld. B: Lokaal beleid De gemeente Almelo heeft voor tal van onderdelen van de openbare ruimte lokaal beleid opgesteld. Zij zijn vaak opgenomen in beleidsnota’s. Ook de gemeentelijke bepalingen hebben de status van een harde eis omdat dit beleid ook bestuursrechtelijk is vastgesteld. Eventuele afwijkingen zijn bespreekbaar, mits hiervoor een goed onderbouwde motivatie wordt gegeven en minimaal dezelfde kwaliteit wordt gerealiseerd. Dit zal altijd overleg vergen met een vertegenwoordiger van de gemeente. A: Aanbeveling De aanbevelingen kunnen zowel op gemeentelijk als landelijk niveau geformuleerd zijn.

Een aanbeveling is een civielrechtelijk advies, ingegeven door het streven een bepaald doel te bereiken. Van een aanbeveling kan, indien goed gemotiveerd, worden afgeweken. Dat kan bijvoorbeeld als het doel met een andere, gelijkwaardige maatregel kan worden bereikt, of als men aangeeft dat andere doelstellingen in het specifieke geval prevaleren. Bij elk kader is aangegeven of het een W, B, of A betreft.

5.2

Standaardbepalingen

In het SPvE kunnen afwijkingen en toevoegingen op de lijst met standaard door gemeente Almelo gebruikte materialen worden overeengekomen. Als dit het geval is, is deze lijst aan het SPvE toegevoegd.

5.3

Standaard RAW bepalingen (CROW)

De laatst geldende Standaard RAW bepalingen zoals deze worden uitgegeven door het CROW zijn van toepassing.

5.4

Grondbalans

Ontwikkeling van projecten moet bij voorkeur geschieden met gesloten grondbalans. Alle kosten voortvloeiend uit een tekort aan- of overschot van grond zijn voor rekening van de ontwikkelaar.

5.5

Standaard materialen

De te gebruiken materialen moeten worden geselecteerd uit de lijst met standaard door gemeente Almelo gebruikte materialen. Deze lijst is als brondocument toegevoegd. Aanvullend benodigde materialen (die niet in de lijst zijn omschreven) moeten voldoen aan de eisen zoals ze gesteld zijn in de op dat moment geldende Standaard RAWbepalingen en moeten voldoen aan de meest recente duurzaamheidscriteria zoals vermeld op www.RVO.nl.

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 4

H6

Voorwaarden per objecttype, ontwerp en uitvoering

In de kolom ‘Type eis’ is een onderverdeling gemaakt naar het type eis: procedureel, maatvoeringgericht, materiaaleisen, enz. Bij ‘verantwoordelijk’ worden de volgende afkortingen gebruikt: UF-PR = Team Projecten is verantwoordelijk UF-OST= Team Ondersteuning is verantwoordelijk In de kolom ‘voorwaarden’ is de eis geformuleerd. De bronnen waar in de tabel naar wordt verwezen (voor laatste kolom) zijn documenten die bij gemeente Almelo kunnen worden verkregen en die onlosmakelijk deel uitmaken van dit Apve OR. De bronnen worden nader verklaard in hoofdstuk 7 Brondocumenten. In de digitale versie kan met een [ctrl] [muis-click] naar de uitleg over het betreffende brondocument worden gesprongen. Als de kolom ‘Bron’ leeg is, gaat het in de meeste gevallen om een aanbeveling van de in de 2e kolom vermelde ‘verantwoordelijke’ van de eis. In dat geval moet dit Apve OR worden gezien als de bron van de eis. De kolom ‘hardheid’ bevat een aanduiding van de mate van ‘hardheid’ van aanbeveling tot Wet. Deze hardheid is nader verklaard in paragraaf 5.1.

6.1 Sloopwerk 6.1.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Gronden die worden overgedragen aan TEAM ONDERSTEUNING moeten puin-, wortel- en stobbenvrij zijn. en de grond moet vrij zijn van zwerf- en grof vuil. Bij over te dragen gronden aan TEAM ONDERSTEUNING moeten kabels en leidingen worden verwijderd en opstallen dienen te worden afgebroken. Indien dit niet mogelijk is moeten volgens RDS ingemeten wees tekeningen aangeleverd worden.

B

UF-PR UF-PR

Gronden die niet bestemd zijn voor groenvoorzieningen moeten vrij zijn van wortel- en puinfracties groter dan 40mm.

B

UF-PR

Voor toekomstige grasvegetaties en beplantingen moet de grond vrij zijn van wortel- en puinfracties groter dan 20mm. Voor gras geld deze eis tot een diepte van 0,20m beneden het toekomstige maaiveld, voor beplantingen is dat 0,40m beneden het toekomstige maaiveld.

B

UF-PR

Wortels van te verwijderen boomstobben moeten binnen de gehele kroonprojectie worden gerooid tot aan het grondwater.

B

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 5

6.2 Verontreinigde grond en verontreinigd water 6.1.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Verontreinigde grond dient te worden afgevoerd naar erkende verwerkingsinrichting

Taak

Voorwaarden

B

6.3 Bemalingen 6.3.1 Algemeen HardType eis

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Bronneringswater zo veel mogelijk lozen op oppervlaktewater è melden bij- of vergunning nodig van Waterschap Vechtstromen

B

UF-OST

Bij lozing op riool è vergunning van UF-OST

B

UF-PR

In de nabijheid van kwetsbare constructies dient een berekening te worden uitgevoerd van de invloed van bemaling op de stabiliteit van de constructie

B

6.4 Grondwerken 6.4.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 6

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

Indien boven de GLG (gem. laagste grondwaterstand) storende lagen aanwezig zijn, moeten deze worden gebroken.

B

UF-PR

Ten behoeve van de bouwkavels en openbaar groen moet de grond tot een diepte van minimaal 0,80 m worden gespit of gewoeld, waarbij storende lagen altijd gebroken moeten worden en de totale grondopbouw gelijkmatig moet zijn.

B

UF-PR

Cunetten onder nieuwe verhardingen tot de vaste grond ontgraven, aanvullen en verdichten. De bovenste 0,80m van de aanvulling moet voldoen aan de eisen aan cunetzand. Het cunet moet buiten de verharding worden aangebracht onder een hoek van 45 graden. Dit alles is afhankelijk van het type weg en rekening houdend met vochthuishouding.

B

Taak

Voorwaarden

UF-OST

Maatvoering

6.5 Drainage 6.5.1 Algemeen HardType eis

Bron heid

Ontwerpeis

UF-OST

In grondwateraandachtsgebieden (door gemeente Almelo aan te wijzen) moet naast de riolering een drainagesysteem worden aangelegd.

UF-OST

Om inspoeling van grond tegen te gaan en een goede toestroming van het grondwater mogelijk te maken, moet de drainage in drainagezand, of een grindkoffer van 500x500 mm worden aangelegd.

UF-OST

Ten behoeve van het onderhoud moet minimaal elke 150 m en aan het einde van een drainageleiding een drainage-doorspuitput worden geplaatst.

UF-OST

Bij inspectieputten die niet mantoegankelijk zijn dienen doorspuitmogelijkheden onder een hoek van 45 graden te worden aangebracht.

B

Bij doorspuitvoorzieningen worden inspectieputten 10cm onder het maaiveld afgewerkt. Materiaal

UF-OST

Drainagebuizen in grondwateraandachtsgebieden moeten bestaan uit dubbelwandige drainageleidingen (Strabusil of gelijkwaardig).

UF-OST

In grondwateraandachtsgebieden met hogere ijzerconcentraties (onder andere gebied 7 en 8) PP 700 gebruiken

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 7

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-OST

Gewerkt wordt met de volgende typen putten: drainage-doorspuitputten (PVC ѫ315 mm in groen, ∅400 mm in verharding), drainage-inspectieput (PVC ѫ600 mm), drainage-overstortput (PVC ѫ600 mm).

B

6.6 Sleuf- en sleufloze technieken

6.7 Leidingwerk, rioleringen 6.7.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Het Rioleringsplan moet voorafgaand aan de fase van bouwrijp maken door de ontwikkelaar bij de contactpersoon van de gemeente worden ingeleverd en goedgekeurd te zijn.

B

UF-PR

De controleput in de huisaansluiting op particulier terrein tegen de erfgrens plaatsen (put wordt op het moment van plaatsen eigendom van de perceelseigenaar).

B

De aansluitingen op deze uitleggers (controleput) wordt door de ontwikkelaar aangebracht, voor rekening van de ontwikkelaar. De ontwikkelaar vraagt vooraf de rioolaansluiting aan bij de gemeente via het eloket op de website www.almelo.nl).

B

UF-OST

Richtlijn / bepaling

UF-OST

In het verleden “verlaten” leidingen en t.g.v. de werkzaamheden in onbruik geraakte leidingen en ondergrondse infrastructuur moeten worden verwijderd. Weesleidingen alleen inmeten (zie ook 0).

UF-OST

Bij kruisende riolen en duikers moet tussen de kruisende leidingen een minimale afstand worden aangehouden van: 0,20 m. Hoever kruisende leidingen onder een wegconstructie liggen is afhankelijk van het type buis.

B

(Grond)dekking op de hoofdriolering (dus niet de huis- en kolkaansluitingen) is minimaal 1,20 m. Wanneer dit deze diepte niet haalbaar is worden gewapend beton buizen gebruikt.

B

Maatvoering UF-OST

1

W

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 8

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Materiaal

Toegankelijkheid

UF-OST

De controleput wordt op 300 mm onder het maaiveld afgesloten met een bijpassend deksel.

B

UF-OST

De maximale afstand tussen twee inspectieputten bedraagt maximaal 70 m (i.v.m. maximale kabel- en slanglengte bij inspectie en reiniging).

B

UF-OST

Riolen moeten een minimale levensduur hebben van 60 jaar.

B

UF-OST

De te gebruiken materialen zijn voorgeschreven in de standaard materiaallijst die onderdeel uitmaakt van de standaard details.

UF-OST

Bij een diameter vanaf 600 mm beton toepassen, kleinere diameters in kunststof, sterkteklasse SN 8.

B

UF-OST

Gewapende betonbuis toepassen als dat uit de sterkteberekening nodig blijkt.

B

UF-OST

Bij betonbuizen, rolverbinding, glijverbinding of gelijkwaardig toepassen.

B

UF-OST

Kleuren van kunststof leidingen conform standaard detail en standaard materiaallijst.

UF-OST

De controleput in de huisaansluitingen tegen de erfscheiding op particulier terrein moet zijn van het type PK 315 of gelijkwaardig, met aansluitingen ø 125 mm.

B

UF-OST

Alle aansluitingen op hoofdriolering door middel van bovenaansluiting. Op een bedrijventerrein met een leidingdiameter 150 en/of 250mm aansluiten op de inspectieput.

B

UF-OST

In inspectieputten geen klimijzers toepassen.

B

UF-OST

De inspectieputten voorzien van een stroomprofiel tot halverwege de buis (voor RWA, HWA en DWA). Alleen IT-riolen (zowel HWA als RWA) voorzien van put met zandvang.

B

UF-OST

Afmeting inspectieputten minimaal Ø800mm mm en gebaseerd op diameter aansluitende riolering.

B

UF-OST

Materiaal inspectieputten beton, PE of PVC, gelijk aan het materiaal van de toegepaste leidingen. Bij materiaalovergangen geldt het materiaal van de grootste diameter van de aansluitende buis.

B

UF-OST

Putranden met betonvoet en bijbehorend deksel, gietijzer van het type TBS 313 Vepro of gelijkwaardig, met aangevulcaniseerde rubberring, randhoogte 240mm voor zwaar verkeer met nader aan te geven opschrift VW, RW of IW in de rand.

B

UF-OST

Verdekte inspectieputten alleen toegestaan in tijdelijke situaties.

B

UF-OST

Het tracé van de riolering moet afgestemd worden met het maaiveldontwerp (bijv. geen inspectieputten in molgoten of in de bandenlijn). Het ontwerp moet tevens worden afgestemd op onder - en bovengrondse infrastructuur, onderhoud en beheer (bereikbaarheid).

B

De controleput in de huisaansluitingen op particulier terrein moet 315 mm zijn

B

Ontwerpeis UF-OST

17

18

B

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 9

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-OST

Tijdens het bouwrijpmaken wordt een uitlegger incl. controleput vanaf het hoofdriool tot de kavelgrens gelegd. Aanleggen conform standaard detail.

UF-OST

Kruisingsputten zo veel mogelijk voorkomen. Als kruisingsputten niet te voorkomen zijn, dan gelden daarvoor de volgende eisen: De onderbroken leidingen moeten bereikbaar zijn (de toegankelijkheid mag niet door de doorgaande leiding worden geblokkeerd); De put moet eenvoudig schoon te maken zijn; De sparingen in de dekplaten zodanig aanbrengen dat inspectie en onderhoud onbelemmerd kunnen geschieden; De afmetingen moeten dusdanig zijn dat een camera-inspectie van alle aansluitende leidingen onbelemmerd mogelijk is; De doorstroming van de riolen moet vrij zijn (en blijven); Het DWA-riool moet de doorgaande buis zijn (zonodig ondersteund); De vrije doorsnede onder de doorgaande buis moet minimaal zo groot zijn als de doorsnede van de onderbroken buis.

B

UF-OST

Huis- en kolkaansluitingen haaks op de rijbaan situeren.

B

UF-OST

Op alle kruisingen, knikken en bijzondere voorzieningen in het rioolstelsel, evenals op plaatsen waar wijzigingen in diepteligging en diameter optreden, moeten inspectieputten worden toegepast, huis- en kolkaansluiting uitgezonderd

B

18

B

6.7.2 Rioleringen, hemelwater (HWA) HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Het ontwerp ‘hemelwaterafvoersysteem’ dient eerst ter goedkeuring aan de gemeente voorgelegd en goedgekeurd te worden alvorens gestart kan worden met de uitvoering.

B

UF-PR

Voor het ontwerpen van oppervlakkige infiltratievoorzieningen wordt verwezen naar paragraaf Wadi’s 6.24.2

B

UF-PR

Ook in bouwrijpfase zorgen voor adequate hemelwaterafvoer en dit zo veel mogelijk naar het open water afvoeren. Altijd drainage toepassen omdat bovengronds afvoeren zorgt voor verweking van de cunetten in deze fase.

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 10

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-PR

Bij toepassing hemelwaterafvoer via kolken: stellen van enkele kolken h.o.h. ±40 m langs elementen/asfaltverhardingen.

B

UF-PR

Bij toepassen van infiltratieriolen geen kolken toepassen, maar in de bouwrijpfase afvoeren via (eventueel tijdelijke) greppels naar open water.

B

UF-PR

Wordt er bovengronds hemelwater afgevoerd door middel van molgoten, dan moeten deze een afschot hebben van minimaal 1:300. Tevens moeten de afvoercapaciteit (afmetingen) van de molgoten worden gedimensioneerd op het afvoerend verhard oppervlak.

B

Maatvoering

Materiaal

Toegankelijkheid

UF-OST

Indien verhardingen via bermen rechtstreeks afwateren op oppervlaktewater, moeten deze bermen minimaal 3,00 m breed zijn.

UF-OST

Kolken plaatsen op maximaal 20 m h.o.h. bij kolken aan één zijde van de weg.aangepast op afvoerend oppervlakte, met max. 25m afstand. Bij kolken aan weerszijden van de weg kolken plaatsen op 40m h.o.h.

B

UF-OST

Minimale afstand van kolken tot bomen 2,50 m vanuit kroonprojectie.

B

UF-OST

Afwaterend oppervlak per kolk is maximaal 200 m2 bij wegen. Bij pleinen is dit afwaterend oppervlak kleiner

B

UF-OST

HWA hoofdriolering, diameter minimaal Ø 250 mm.

B

UF-OST

IT-riolering, diameter minimaal Ø 300 mm. Infiltratiemogelijkheid onderbouwen met een geohydrologisch onderzoek.

B

UF-OST

Nylonplast of gelijkwaardige kolken toepassen, ivm sterkte kolk en stankscherm.

B

UF-OST

Waaierkop toepassen bij HWA en IT riolering (zie materialisatielijst gemeente Almelo).

UF-OST

Kolken zo veel mogelijk buiten de rijstrook plaatsen.

A

UF-OST

Kolken zo plaatsen dat ze ten alle tijden toegankelijk zijn om te reinigen, (minimaal 2,5m van bomen, niet onder of achter parkerende auto’s).

B

UF-OST

In binnenstedelijk plangebied (conform opgave waterschap Vechtstromen) een waterberging realiseren van 40 mm ien dient een piekbui van 70 mm te kunnen verwerken zonder schade. Zie Almelose Klimaatadaptatie Strategie 2021-2025.

wv

B

UF-OST

Buitenstedelijk wordt de minimale waterberging gesteld op 40 mm in 75 minuten.

wv

B

UF-OST

Lozingen van hemelwater op het DWA-riool en/of een IT-riool zijn niet toegestaan vanwege de kans op overbelasting bij regen en de kans op dichtslibben van het riool met zand.

Ontwerpeis

wv

17

B

B

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 11

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-OST

Hemelwater nooit aansluiten op de DWA-riolering maar opvangen in infitratievoorziening (bijv. wadi’s), of aansluiten op gescheiden stelsel of verbeterd gescheiden stelsel.

UF-OST

Zowel in binnenstedelijk als in buitenstedelijk gebied geldt dat de afvoer uit het plangebied bij de maatgevende neerslaghoeveelheid niet groter mag zijn dan de oorspronkelijke landelijke maximumafvoer (2 x de jaarlijkse afvoer > 2 x 1,2 = 2,4 l/s/ha). Het aandeel neerslag dat niet tot afvoer komt is 3 mm. Bij het dimensioneren ook de neerslag die valt op de open infiltratievoorziening of retentie zelf in de berekening meenemen.

wv

B

UF-OST

100% van het schone verharde oppervlak (daken) afkoppelen (niet aan de riolering aankoppelen bij nieuwbouw).

wv

B

UF-OST

Benodigde (berekende) infiltratievoorzieningen of retentie aanleggen binnen de plangrenzen.

B

UF-OST

Het hemelwater zo min mogelijk verontreinigen en ten goede laten komen aan het lokale water- of grondwatersysteem. Tot aan het ontvangende medium (bijvoorbeeld wadi, infiltratieveld of verzamelriool) zichtbare oppervlakkige afvoer (over maaiveld) toepassen om het risico op ongewenst lozingsgedrag en foutieve aansluitingen zo veel mogelijk uit te sluiten. Infiltratie van hemelwater in de bodem via een bodempassage is de beste optie, omdat hiermee zuivering, retentie en grondwateraanvulling wordt gerealiseerd. Op kleine schaal kan dit goed met individuele voorzieningen; Op grotere schaal verdient de toepassing van wadi’s of infiltratievelden (via een graspassage) de voorkeur.

A

UF-OST

De inloop in de infiltratievoorziening moet zichtbaar zijn.

B

UF-OST

Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten voorzien zijn van een zandvang, ontluchting en een inspectiemogelijkheid.

B

UF-OST

Bij het stedenbouwkundige plan moet notitie worden genomen van het feit dat water van hoog naar laag stroomt, waarmee water dan een ordenend principe voor het plan is.

A

UF-OST

Bij woningbouwlocaties moet het hemelwater zichtbaar bovengronds op de perceelsgrens aan de straatzijde worden aangeboden.

B

UF-OST

Voor het ontwerp van de infiltratie- retentievoorzieningen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: In het watersysteem moet er voor worden gezorgd dat er een scheiding aanwezig is tussen de afvoer van het hemelwater uit het te ontwikkelen plangebied en afvoerend water vanuit buiten het plangebied liggende gebieden. Het peil in de infiltratie- retentievoorziening moet worden afgestemd op de grondwaterstand, waarbij de verdrogende en infiltrerende werking op de omgeving zoveel mogelijk beperkt moet worden.

B

Terreinafwatering van een nieuw plan mag geen (grond)wateroverlast bij omringende percelen

B

UF-OST

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 12

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

veroorzaken. Aanvullende eisen bij ontwerp van hemelwaterafvoer bij bedrijven- en industrieterreinen UF-OST

UF-OST

UF-OST

Bij milieutechnisch onverdachte terreinen (milieucategorie 1 en 2) is er geen grotere vervuiling te verwachten van het regenwater dan bij een gemiddelde woonwijk. Oppervlakken van wegen op industrieterreinen of bedrijfsterreinen worden alleen als een te groot risico voor niet aankoppelen gezien als daar concrete aanleiding voor is. Dus als er vooraf bekend is dat er een sterk verontreinigde industrie komt.

B

Er moet naar worden gestreefd om zo weinig mogelijk, licht verontreinigd regenwater (bv dakoppervlakken die via zinken / koperen goten water afvoeren) naar de RWZI af te voeren. Dit leidt tot de volgende mogelijkheden voor stelsels op een industrieterrein: Een standaard verbeterd gescheiden stelsel voor echt verontreinigde oppervlakken. Hierbij geldt het volgende: o Een berging in de riolering van 4 mm. Als opmerking geldt hierbij dat de berging niet groter hoeft te zijn dan de inhoud die benodigd is voor het hydraulisch ontwerp. o Een pompovercapaciteit (poc) van max. 0,3 mm/uur. Een gemodificeerd verbeterd gescheiden stelsel plus (minder regenwater naar RWZI door pomp uit te schakelen bij overstort) voor alle vormen van verhard oppervlak (daken, wegen en bedrijfsterreinen) als er geen sprake is van een concrete ernstige vervuiling. Het direct afkoppelen of infiltreren van het dakwater en een afvoer van het overige hemelwater via een bodempassage als er geen sprake is van een concrete ernstige vervuiling. De uitmonding van de aanvoer in de voorziening voor bodempassage moet zichtbaar zijn. Deze variant in combinatie met een standaard verbeterd gescheiden stelsel voor verontreinigde oppervlakken heeft de voorkeur van de gemeente Almelo.

B

Aandachtspunt is de eventuele aansluiting van dakwater op een ondergronds systeem. De waterafvoer van bedrijfshallen geschiedt nagenoeg altijd met een pluvia -systeem (=vacuümsysteem). Dit betekent dat het dakwater met zeer grote snelheid wordt afgevoerd richting de voorzieningen. Wil men de voorziening zodanig ontwerpen dat het gebouw probleemloos kan afvoeren dan zijn grote diameters vaak noodzakelijk. De bouwer moet op eigen terrein de benodigde voorziening aanleggen. De berging dient eerst op eigen terrein te worden gerealiseerd. De maximale aangeboden aansluiting ligt aan de huidige grote van de riolering. De max. snelheid van het water dient te worden aangegeven bij uittredend riool.

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 13

6.7.3 Rioleringen, droog weer afvoer (DWA) HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Materiaal

Ontwerpeis

UF-OST

De rand van de putranden moet voorzien zijn van de tekst “VW bij vuilwater, RW bij regenwater of IT bij infiltratiewater”.

B

UF-OST

DWA riolering, diameter minimaal Ø 250 mm.

B

UF-OST

Vuilwater (dwa) door middel van een persriool rechtstreeks aansluiten op een RWZI of in overleg met TEAM ONDERSTEUNING en het waterschap op een nader te bepalen rioolstelsel.

B

UF-OST

Toe te passen leidingverhang bij een beginstreng: eerste 150 meter 1:250, daarna 100 m 1:300, overig 1:500 afhankelijk van diameter en wandruwheid.

B

UF-OST

Vullingspercentage: max. 50%.

B

UF-OST

Ledigingtijd stelsel: 24 uur.

B

UF-OST

Maatgevende afvoer: 12 l/h/inwoner gedurende 10 uur/dag.

B

UF-OST

Maatgevende afvoer industriegebieden: 30 v.e./ha en 1,0 m³/ha.uur (beide waarden op basis van bruto oppervlak). Tenzij er redenen zijn om andere aannamen te doen (bijvoorbeeld verwachting veel water verbruikende industrie).

B

UF-OST

DWA-riool krijgt geen noodoverlaat.

B

UF-OST

Voor zover kan worden overzien moeten “eindstrengen” dieper worden gelegd indien er sprake is van mogelijk toekomstige uitbreiding.

A

UF-OST

In het lengteprofiel van het DWA-riool bij hoofdriolen geen verval in een put en bij overige riolen bij voorkeur geen grotere vervallen in de b.o.b.’s dan 0,40 m.

A

UF-OST

DWA d.m.v. een controleput / erfscheidingsput aanbieden aan de voorzijde van de woning/bedrijven op de perceelgrens aan de openbare weg.

B

6.7.4 Rioolgemalen / pompputten HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-OST

Alle elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties moeten voldoen aan de meest recente versie van de “Algemene technische omschrijving elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties”. Voor

19

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 14

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

de onderdelen Rioolgemaal, Minigemaal en Overstort is een technische omschrijving beschikbaar. Overige speciale constructies moeten voldoen aan dezelfde gedachtegang. Deze documenten zijn op te vragen bij gemeente Almelo. Voor elke installatie moet ook een "Specifieke technische omschrijving elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties" worden opgesteld. In bijlage 3 van bovengenoemd document zit een aandachtspuntenlijst welke in overleg met TEAM ONDERSTEUNING als basis hiervoor gebruikt moet worden. E.e.a. moet door de ontwikkelaar in het startdocument worden vastgelegd. UF-OST Maatvoering

Materiaal

Toegankelijkheid

Ontwerpeis

Rondom het gemaal moet voldoende ruimte zijn voor het plegen van onderhoud. Onder andere voor een montage-, zuig- en takelauto. Hiervoor een strook van minimaal 6,00 x 8,00 meter reserveren en bestraten.

B

UF-OST

Rondom de pompinstallatie moet voldoende werkruimte zijn voor onderhoud. Bij een natte opstelling betekent dit een pompafstand van minimaal 0,80 meter h.o.h. en 0,60 meter van pomp tot binnenkant kelderwand (aan de zijkant van de pomp).

B

UF-OST

De toegang naar het gemaal voorzien van voor hierboven genoemd “onderhoudsverkeer” geschikt verhardingsmateriaal. Bijvoorbeeld betonstraatstenen of grasbetontegels van voldoende sterkte.

B

UF-OST

De stroomprofielen moeten aan alle zijden bolvormig zijn. Als voorbeeld zijn hiervan foto’s beschikbaar.

B

UF-OST

Bij het ontwerp van de pompput zorgen voor een goede toegangsmogelijkheid.

B

UF-OST

Locatie schakelkast ontwerpen in overleg met gemeente.

B

UF-OST

De toegang tot het gemaal inclusief schakelkast moet bereikbaar en zonder hulpmiddelen vrij toegankelijk zijn. Dus niet midden in een weg of achter een afgesloten hek.

B

UF-OST

DWA-gemalen moeten worden voorzien van een dubbele pompopstelling. De twee pompen dienen als elkaars reserve; Elke pomp moet 100% van de gevraagde capaciteit kunnen leveren.

B

UF-OST

Bij verbeterd gescheiden stelsels, voor zover mogelijk (bij vergelijkbare capaciteiten) voor de capaciteit van HWA-pomp dezelfde capaciteit kiezen als die van de DWA-pomp. Hierdoor kunnen de pompen bij calamiteiten worden uitgewisseld.

B

UF-OST

HWA- en DWA-onderdeel van de pompopstelling integreren in één gecombineerd gemaal (één put met twee kelders).

B

UF-OST

De locatie van het gemaal indien mogelijk integreren in de locatie met bovengrondse voorzieningen van nutsbedrijven (bv trafo). Er ontstaat dan een zogenaamde “nutslocatie” voor alle nutsvoorzieningen, d.w.z. nutsbedrijven en riolering.

B

UF-OST

Gemalen moeten worden aangesloten op, en geïntegreerd in, het bestaande gemeentelijke besturingsen monitoringssysteem. Dit geldt voor zowel vrijverval- als drukleidingstelsels (Gegevens over het besturings- en monitoringssysteem zijn bij het team UF-OST van de gemeente op te vragen).

B 20

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 15

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-OST

De capaciteit van het gemaal in overleg met het teamo UF-OST van gemeente Almelo dusdanig kiezen dat deze afgestemd is op het lokale rioolsysteem van de gemeente Almelo en de eventuele toekomstige uitbreidingen.

B

UF-OST

Locatie en diepteligging van het gemaal in overleg met het team UF-OST van gemeente Almelo dusdanig kiezen dat eventueel toekomstige uitbreidingen onder vrijverval kunnen worden aangesloten. Dus zo nodig voldoende ruimte en diepte reserveren voor aansluiten toekomstige riolen, extra of grotere pompinstallaties en schakelkasten.

B

UF-OST

Als één gemaal leidt tot een (te) diep riool kan in overleg met team UF-OST worden gekozen voor 2 gemalen. De noodzaak van een 2e gemaal moet eerst aan gemeente Almelo worden aangetoond.

B

UF-OST

Overige detaillering in overleg met UF-OST en SE-UV-TS.

B

UF-OST

Eisen aan persleiding:

B

Inprikpunt persleiding op DWA riool (in dat geval voorzieningen opnemen tegen aantasting put en/of buiswand), aansluiting op bestaande persleiding in overleg met team UF-OST of rechtstreeks naar RWZI, afweging in samenspraak met gemeente. Minimale stroomsnelheid in horizontale persleiding is 0,7 m/s. UF-OST

De aanvoerleiding(en) in de pompkelder en de persleidingen moet(en) afsluitbaar zijn door middel van een mechanisch bedienbare spindelschuif.

B

UF-OST

Het gemaal / de pompput berekenen op voldoende kelderinhoud (pendelberging) onder de b.o.b. van de aanvoerende leiding. Uitgaan van maximaal 6 pompschakelingen per uur bij alleen DWA-aanvoer.

B

Taak

Voorwaarden

6.7.5 Revisie riolering HardType eis

Bron heid

UF-PR

Voorafgaand aan de oplevering van een project in het openbaar gebied en/of binnen één maand nadat het terrein/gebied openbaar toegankelijk is/wordt dienen de resultaten van revisie digitaal in RD coördinaten te worden aangeleverd aan SE/UV/ING.

B

UF-PR

Voorafgaand aan de bovengenoemde digitale revisie, deze gegevens digitaal ter beoordeling met status concept indienen bij de directie.

B

UF-PR

Na beoordeling wordt dit exemplaar met eventuele opmerkingen teruggestuurd binnen 4 weken na aanleg ivm WION

Procedureel

A

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 16

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Richtlijn / bepaling Materiaal Toegankelijkheid

UF-PR

De ontwikkelaar/aannemer verwerkt de opmerkingen en dient de tekeningen opnieuw digitaal in, met status definitief.

B

UF-PR

Na acceptatie door gemeente Almelo van de definitieve tekeningen moet de revisie digitaal worden ingediend in .dxf of .dgn format bij de gemeente Almelo.

B

UF-PR

Voorafgaand aan de oplevering van een project in het openbaar gebied dienen de resultaten van rioolinspectie te worden aangeleverd aan SB/OR/ING. Inspectie met putnummers alleen als dit is aangegeven door UF-OST. De inspectieresultaten moeten voldoen aan de laatst geldende NEN norm

B

UF-PR

Tevens dient het reinigen van het riool en de rioolinspecties voor aanbrengen van wegverharding te worden uitgevoerd.

B

UF-PR

Voorafgaand aan de inspectie moet het betreffende riool worden gereinigd.

B

UF-PR

De rioolinspectie uitvoeren conform NEN-EN 13508-1 en NEN-EN 13508-2 en gegevens en rapportages in SUF 2.1 uitwisselingsformaat.

B

UF-PR

Revisie aanleveren in de dan geldende uitwisselingsformaat, dient te voldoen aan voorbeeld revisietekening.

B

UF-PR

Alle genoemde onderdelen duidelijk leesbaar in dgn-formaat aangeven in een revisielaag volgens voorbeeld en gebruikmakend van de lagenstructuur van Gemeente Almelo.

UF-PR

De volgende revisiegegevens bij oplevering aanleveren op de ontwerptekening (op de juiste plek ingetekend, zie laatste versie van de Standaard Details) in een duidelijk leesbare schaal en lettertype. Alle revisiegegevens in een aparte revisielaag / in aparte revisielagen opnemen.

Ontwerpeis

21

B B

1. Gegevens van putten: Putnummer volgens nummering van gemeente, extra putnummers opvragen bij UF-OST; Locatie van de putten in RD coördinaten (in x, y, z) inmeten; Putrandhoogte (in N.A.P.) (tijdens bouwrijp en rioolvervanging); BOB’s van aansluitende buizen (in N.A.P.); Materiaal en afmetingen; Putbodem hoogte (in N.A.P.); Soort put Speciale voorzieningen als drempels, spindels, kleppen, schuiven, e.d..

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 17

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

2. Gegevens van strengen: Materiaal; Vorm en afmeting buis; Lengte streng tussen de putten h.o.h.; Soort leiding (gemengd, dwa, rwa, hwa, it, enz.); Stroomrichting, d.m.v. pijl; Inlaten, gemeten aan hart inspectieput. 3. Gegevens van uitlegger en/of controleputten: Locatie controleputten en/of einde uitlegger inmeten t.o.v. rioolstreng en inspectieputten en bij voorkeur

ook in RD coördinaten vastleggen; Knikken in leidingen; Materiaal, diameter en kleur; Kolkaansluitingen specifiek benoemen; Aanlegjaar, straatnaam en huisnummer bij afzonderlijke aanleg. de revisie van de controleput in de huisaansluitingen op particulier terrein moet op tekeningen goed

ingemeten meegenomen worden. 4. Gegevens van weesleidingen: Per voorkomende situatie de weesleiding op minimaal 2 punten (zo ver mogelijk uit elkaar) in RD (x, y)

inmeten, met materiaal, kleur, diameter en dekking in m; afsluiters inspectieputten ook vermelden

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 18

6.8 Kabelwerk en nutsleidingen 6.8.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

Richtlijn / bepaling

Ontwerpeis

UF-PR

De ontwikkelaar dient bij de gemeente en het ter goedkeuring een ontwerpplan in voor de aanleg van nutsvoorzieningen.

B

UF-PR

In overleg met de gemeente en de nutsbedrijven ontwerpt de ontwikkelaar het kabel- en leidingentracé, inclusief de plaats van brandkranen, kasten, transformatoren, ook dient hier rekening gehouden te worden met veiligheid en hulpverlening etc. conform gemeentelijk beleid

B

UF-PR

Alle kosten voor aanleg van K&L tracés komen voor rekening van de ontwikkelaar.

A

UF-PR

In onbruik geraakte kabels en leidingen en ondergrondse infrastructuur moeten worden verwijderd.

1

B

UF-PR

Handelen conform AVOI (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren)

14

B

UF-PR

De ligging van de doorgaande kabels en/of leidingen moeten in het openbare gebied worden gesitueerd conform het standaard detail van het team UF-OST / GROND’G profiel

18

UF-PR

De K+L-strook mag alleen onder gesloten verharding komen te liggen wanneer er mantelbuizen worden toegepast.

24

UF-PR

De ontwikkelaar moet er rekening mee houden dat voor transformatoren etc. een omgevingsvergunning vereist is. De locatie en vorm wordt van tevoren met UF/OST overlegd.

B

B W

6.8.2 Brandweervoorzieningen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

De plaats van brandkranen wordt door de gemeente Almelo in overleg met Vitens, eventueel aangrenzende gemeenten en de brandweer bepaald en op verzoek doorgegeven aan de ontwikkelaar.

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 19

6.9 Waterputten

6.10 Wegconstructies 6.10.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Materiaal

UF-PR

De fundering moet worden afgestemd op de bodemeigenschappen en toekomstige verkeersbelasting.

B

6.11 Wegverhardingen I (Oppervlaktebehandelingen) Type eis

Taak

Voorwaarden

Materiaal

UF-PR

Slijtlagen op kunstwerken in overleg met OF/OST

6.12 Wegverhardingen II (Asfalt, beton en straatwerk) 6.12.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Er dient een inrichtingsplan bij de gemeente ingediend te worden dat voldoet aan de richtlijnen van het CROW.

10

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 20

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-PR

Conform het inrichtingsplan moet de verhardingstekening worden vastgesteld voor de definitieve bestratingen, evenals de randvoorwaarden hiervoor.

UF-PR

In bouwrijpfase asfaltverharding uitvoeren exclusief deklagen en banden, conform standaarddetails gemeente.

UF-PR

In bouwrijpfase elementenverharding uitvoeren in blokverband (in geval van betonstraatstenen op de kop) inclusief banden (banden langs toekomstige trottoirs op de kop) exclusief trottoirs.

B

UF-PR

Het straatwerk moet worden geknipt en mag niet worden gehakt.

B

UF-PR

In de standaard details is een overzicht van de te gebruiken materialen (tevens kwaliteiten) voor de openbare ruimte bijgevoegd. In het SPvE worden eventuele projectmatige afwijkingen op de standaard materialenlijst opgenomen.

Materiaal

Toegankelijkheid

Ontwerpeis

B

18

B

B 17

UF-PR

Binnen de gemeente Almelo wordt voor de doorgaande wegen en wijkontsluitingswegen gesloten verharding toegepast en voor overige wegen een elementenverharding. Tenzij per project specifiek door de gemeente in het SPvE anders wordt voorgeschreven.

B

UF-PR

In de rijbaan dienen gebakken materialen te worden toegepast.

B

UF-PR

Bij elementenverharding materiaalafmetingen zo groot mogelijk, in verband met het terugdringen van de voeglengte en daarmee het minimaliseren van onkruidgroei.

A

UF-PR

Gebakken stenen moeten aan de volgende eisen voldoen: Hardheidsklassen: 4-12, Kwaliteit: A (E). De stenen moeten voor levering goedgekeurd zijn door KIWA (KOMO/KIWA certificaat).

B

UF-PR

Zo min mogelijk obstakels in verharding.

A

UF-PR

Ook in bouwrijpfase moet het plan te allen tijde goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten en de vuilniswagen.

B

UF-PR

Bij het ontwerp van verhardingen ervoor zorgen dat er geen versnipperde groenvakken ontstaan .

A

UF-PR

Voorzien in voldoende en logische verbindingen voor voetgangers.

A

UF-PR

Er moet worden voorzien in veilige en comfortabele oversteekmogelijkheden voor langzaam verkeer en gehandicapten.

B

UF-PR

Doorsnijding van ecologische structuren (bijv. water, beken, kanalen en groen) zoveel mogelijk voorkomen. Verhardingen ter plaatste van eventuele doorsnijding zo smal mogelijk houden.

A

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 21

6.13 Wegbebakening 6.13.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Richtlijn / bepaling

Materiaal

UF-PR

Voor alle ontwerpen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom wordt verwezen naar de voorschriften, richtlijnen en aanbevelingen uit de ASVV.

2

UF-PR

Vormgeving moet goed en veilig gebruik afdwingen conform Programma Duurzaam Veilig van CROW.

3

B

UF-OST

BeDagelijks Beheerding plaatsen volgens uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.

4

B

UF-PR

In bouwrijpfase tijdelijke straatnaamDagelijks Beheerden aanbrengen.

B

UF-PR

In bouwrijpfase bij elke toegang tot een in aanbouw zijnde wijk Dagelijks Beheerden plaatsen met het opschrift “wijk in aanbouw” en “betreden op eigen risico”.

B

UF-OST

Markering op asfaltwegen uitvoeren in thermoplast, vlakken in wegenverf.

B

UF-OST

Markering in klinkerbestrating uitvoeren in witte verkeersstenen, tenzij in ontwerp specifiek anders aangegeven.

B

UF-OST

Materiaal bebording: diamond grade klasse 3.

B

UF-OST

Verkeerszuilen: D02ro-BB22 (compleet in diamond grade).

B

Bewegwijzering wordt door gemeente bepaald.

B

Locatie en aantal bewegwijzeringselementen wordt door UF-OST geadviseerd.

B

Ontwerpeis

B

6.14 Afschermingsvoorzieningen

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 22

6.15 Verlichting 6.15.1 Openbare verlichting HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

Materiaal

UF-PR

Verlichtingsontwerp, afgestemd op groenontwerp, ter goedkeuring bij team UF-PR indienen.

B

UF-PR

In bouwrijpfase lichtmasten op strategische plaatsen aanbrengen (als onderdeel van het definitieve verlichtingsplan).

B

UF-OST

Het beleidsplan openbare Verlichting 2006 van de gemeente Almelo is van toepassing.

22

B

6.16 Verkeersregelinstallaties

6.17 Geluidbeperkende constructies HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Geluidbeperkende constructies moeten in nauw overleg en ter goedkeuring met het team UF-OST en de Ontwerpeis

UF-OST

B

stedenbouwkundige van gemeente Almelo worden ontworpen omdat de technische - en ontwerpeisen sterk afhankelijk zijn van het project.

6.18 Spoor- en tramwerken

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 23

6.19 Funderingsconstructies

6.20 Betonconstructies HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Betonconstructies moeten in nauw overleg en ter goedkeuring met het team UF-OST en de Ontwerpeis

UF-OST

B

stedenbouwkundige van gemeente Almelo worden ontworpen omdat de technische- en ontwerpeisen sterk afhankelijk zijn van het project.

Materiaal

UF-OST

Betonconstructies die schoongehouden moeten worden van graffiti moeten voorzien zijn van een anti

B

graffiti coating, voorgeschreven door UF-OST.

6.21 Staalconstructies HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Staalconstructies moeten in nauw overleg en ter goedkeuring met het team UF-OST en de Ontwerpeis

UF-OST

B

stedenbouwkundige van gemeente Almelo worden ontworpen omdat de technische- en ontwerpeisen sterk afhankelijk zijn van het project.

Materiaal

UF-OST

Staalconstructies die schoongehouden moeten worden van graffiti moeten voorzien zijn van een anti

B

graffiti coating, voorgeschreven door UF-OST

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 24

6.22 Kleine kunstwerken 6.22.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-OST

Civieltechnische kunstwerken en grondkerende constructies moeten in nauw overleg en ter goedkeuring met het team UF-OST en de stedenbouwkundige van gemeente Almelo worden ontworpen omdat de technische- en ontwerpeisen sterk afhankelijk zijn van het project.

B

Ontwerpeis

Materiaal

UF-OST

Kunstwerken die schoongehouden moeten worden van graffiti moeten voorzien zijn van een anti graffiti coating, voorgeschreven door UF-OST

B

6.23 Afval en reinigingsdiensten HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-OST

verrekening van kosten gladheidsbestrijding met afschrijving op wegen en civiele kunstwerken

6.24 Groenvoorzieningen 6.24.1 Algemeen HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

De ontwikkelaar stelt een bemestingsplan op voor alle bodems voor de groenvoorzieningen. Hierbij moet rekening houdend met de gemeentelijke normen.

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 25

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-PR

Indien plantschalen worden toegepast, waarvan het beheer later wordt overgedragen aan de gemeente Almelo, moeten deze qua materiaal en model passen in het door het team UF-OST gehanteerde sortiment. Van tevoren moet overlegd worden met het team UF-OST of plantenbakken in het betreffende stadsdeel überhaupt zijn toegestaan en vervolgens welk groeimedium, welk sortiment en welke plantdichtheid moet worden gebruikt. De normen hiervoor worden van tevoren door het team UF-OST aangegeven.

B

UF-PR

Dood of kwijnend plantmateriaal moet worden ingeboet /vervangen tot blijkt dat het plantmateriaal zich gedurende 3 maanden normaal ontwikkeld gerekend vanaf aanplant. Deze inboet verplichting geldt tot 3 jaar na aanleg en deze moet succesvol zijn.

B

UF-PR

Inboeten betekent dat zowel aanschaf, (her)planten en nazorg/plantgarantie voor rekening van de ontwikkelaar komt.

B

UF-PR

In de kosten voor (her)planten zijn ook de kosten voor het opnemen en herplaatsen van boomroosters, boomkorven, anti-maaischadepalen, eventuele stortkosten en het herstel van de omgeving inbegrepen.

B

UF-OST

Bos kan alleen aangelegd worden op de grotere stukken beschikbare grond Afmeting plant vak: Minimale oppervlakte 5000m2 Minimale vak breedte 20 m Plant afstanden: Plant afstand 4 m Plant afstand van af de rand 2m

B

UF-OST

Bosplantsoen wordt als grotere groepen aangeplant en bestaat uit inheems soorten met een hoogte van 1,5 – 7 m Grotere plantvakken en houtwallen, bij het toepassen van afschermende beplanting dient rekening gehouden te worden met de sociale veiligheid. Dichte en hoge struiken direct aansluitend aan straten en paden zijn doorgaans ongewenst., Afmeting plant vak: Minimale oppervlakte: 50m2 Minimale breedte: 5 m Plantafstanden: Plant afstand: 1 -2,5 m Plant afstand vanaf de rand: 1 – 2 m

B

UF-OST

Houtwallen dienen als fysieke/visuele afscherming van terreinen, natuurlijke geleiding langs paden en wegen. Bij het toepassen van afschermende beplanting dient rekening gehouden te worden met de sociale veiligheid. Dichte en hoge struiken direct aansluitend aan straten en paden zijn doorgaans ongewenst.

B

Maatvoering

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 26

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Afmeting plantvak: Minimale oppervlakte 200m2 Minimale breedte 10 m Plantafstanden: Plant afstand 1-2,5 m Plant afstand vanaf de rand 1-2 m UF-OST

Hagen beperkt toepassen (hogere beheer kosten) en alleen na overleg met de afdeling UF-OST Afmeting plant vak: Minimale breedte 0,3m (max 1,0 m) Ondergrondse ruimte heeft minimaal de breedte van de haag in eind stadium Minimale lengte 3m1 De hoogte is afhankelijk van de gekozen haag type (GBI) Plant afstanden: 3 – 5 st m1 Plant afstand vanaf de rand : Haag breedte van 0,5 tot 1,0 m; 0,5m 0,3 tot 0,5 m; 0.3 m

B

UF-OST

Vaste planten en perkplanten. Beperkt toepassen (hoge aanschaf en onderhouds kosten) en alleen na overleg met de team UF-OST Afmeting plant vak: Minimale oppervlakte: 2m2 ( geldt niet voor bloembakken) Minimale breedte: 0,5m Plant afstanden: Aanplant vindt plaats in vakken en/of bloembakken. Menging van verschillende soorten is toegestaan.

B

UF-OST

- Sier- en speelgazons: - Minimale gazonbreedte: 2 m obstakelvrij (ideaal 2.20) - Minimale oppervlakte: 10 m2 - Helling: maximaal 1:4 Graszaad: - De gebruikte zaden, A-kwaliteit, dienen te zijn vermeld op de rassenlijst. - Graszaad moet gemengd en in gesloten zakken worden geleverd, onder NAK-certificaat. Alle gazons moeten bereikbaar en toegankelijk zijn voor machines met een werkbreedte van 2,0 m. Obstakels in gazon dienen zoveel mogelijk vermeden te worden. Obstakels dienen tenminste 0,3 m uit de rand van een gazon aangebracht te worden. Alle gazons moeten voldoende draagkracht hebben om machinaal gemaaid te kunnen worden.

B

UF-OST

Bermen

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 27

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Afmetingen: Minimale oppervlakte: 40m2 Minimale breedte: 2.0 m obstakelvrij (ideaal beeld 2.20 m) UF-OST

Obstakels in gras moeten minimaal 2.10m uit elkaar staat om er machinaal tussendoor te kunnen maaien (het bijmaaien met een bosmaaier is duur en moet worden vermeden).

Taak

Voorwaarden

B

6.24.2 Bomen HardType eis

Bron heid

Procedureel

Richtlijn / bepaling

Een bomenplan met kwaliteit- en maateisen moet worden opgesteld conform de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norm Instituut Bomen (KBB) hoofdstuk 4 Inrichting groeiplaatsen. Deze moet ter goedkeuring bij het team UF-OST van worden ingediend.

B

UF-OST

Het ‘Protocol voor de bescherming van bomen’ van de gemeente Almelo aangevuld met de meest recente versie van het ‘Norm Instituut Bomen (KBB) bouwen rond bomen’ is van toepassing.

B

UF-OST

Als niet kan worden voldaan aan het protocol boombescherming, dan moet er altijd een Boom Effect Analyse (BEA) worden uitgevoerd door een hiervoor gecertificeerde onderneming. Deze BEA is ter bescherming, handhaving en/of duurzame inpassing van de boom.

B

UF-OST

Schade aan gemeentelijke bomen wordt verrekend conform de Methode NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen http://www.boomtaxateur.nl).

B

UF-PR

Bestaande bomen worden naar standplaats, kroonomvang, stamdiameter en vitaliteit door de ontwikkelaar geïnventariseerd en gewaardeerd.

B

UF-PR

De in overleg met gemeente Almelo op de “hardheidskaart” aangegeven waardevolle bomen moeten in ieder geval duurzaam in nieuwe plannen worden ingepast.

B

UF-PR

Voor bomen die voor uitvoering van het plan verwijderd moeten worden, moet door de ontwikkelaar een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

W

UF-PR

Herbeplanting en compensaties van te voren ter goedkeuring voorleggen aan het team UF-OST..

B

UF-PR

Ten behoeve van bomen moet de grond tot een diepte van 0,10 m. boven de GHG worden gespit.

B

UF-PR

Naast de laatst geldende leveringsvoorwaarden HBN (Handelsvoorwaarden voor de Boomkwekerij in Nederland) moeten de bomen voldoen aan de eisen die in het boek “Kwaliteit en keuring van

UF-PR

7 11

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 28

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

plantmateriaal” staan, eerste druk, februari 2005, uitgegeven door IPC Groene Ruimte (ISBN: 90-7448121-3). UF-PR

Bos, bomen of openbaar groen dat verdwijnt, moet herplant of gecompenseerd worden volgens gemeentelijke richtlijnen uit het Bomenbeleidsplan, in overleg met het team UF-OST.

24

UF-PR

Plantafstand voor bomen tot de kavelgrens minimaal 2,00 m. (Bron: Artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek, Bomen en Wet)

5

W

UF-PR

Als de doorwortelbare ruimte niet voldoet aan de eisen voor teelgrond en/of bomenzand conform de laatst geldende Standaard RAW-bepalingen, dan moet de grond gewisseld worden over de gehele beschikbare oppervlakte van de kroonprojectie in volwassen toestand (zowel straat - als plantsoenbomen). De in het bomenbeleidsplan bepaalde ondergrondse groeiruimte voor bomen van 1e, 2e en 3e grootte is daarbij maatgevend. Hierbij wordt verwezen naar de meest recente versie van de KBB

8

B

Maatvoering

UF-PR

Toepassen bomensubstraat

UF-PR

Toepassen bomengranulaat onder licht belaste wegen of hoger

UF-PR

Voor de ondergrondse doorwortelbare ruimte kan worden gerekend tot een diepte van 1,00 m min maaiveld of tot maximaal 0,10m boven de GHG.

UF-PR

Ten behoeve van bomen in verharding (o.a. straatbomen) moet bomenzand (conform de laatst geldende Standaard RAW-bepalingen) of bomengranulaat worden toegepast die aan de door de gemeente gestelde eisen voldoet.

UF-PR

Bomenzand mag alleen onder trottoirs, fietspaden en parkeerplaatsen worden toegepast. Zie standaard details gemeente Almelo.

UF-PR

Bij zwaarder belaste verhardingen wordt bomengranulaat toegepast. Voor de eisen aan bomengranulaat wordt verwezen naar de laatste versie van de Standaarddetails van de Gemeente Almelo die als bijlage aan het APvE zijn toegevoegd.

Materiaal

B

B

8 18 18

B

B B

18

6.24.3 Heesters HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

Procedureel

UF-PR

Ten behoeve van struikbeplanting en intensief te onderhouden gazons moet de grond tot een diepte van minimaal 0,60 m worden gespit.

B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 29

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

UF-PR Richtlijn / bepaling

UF-PR

Naast de laatst geldende leveringsvoorwaarden HBN moeten heesters en bosplantsoen voldoen aan de eisen die in het boek “Kwaliteit en keuring van plantmateriaal” staan, eerste druk, februari 2005, uitgegeven door IPC Groene Ruimte.

7 11

B

Kleine heesters en hagen mogen tot 0,50m uit de kavelgrens worden geplant. (Bron: Artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek, Bomen en Wet)

5

W

UF-PR

Heesters/bot. rozen kunnen solitair, in groepen of in vakken worden toegepast. Bij het toepassen van afschermende beplanting dient rekening gehouden te worden met de sociale veiligheid. Dichte en hoge struiken langs straten en paden zijn doorgaans ongewenst. Afmeting plant vak: Minimale oppervlakte 8 tot 10 m2 Minimale breedte: 1,5 m Plant afstanden zijn afhankelijk van het gekozen sortiment en het gewenste eindbeeld. Bij smallere beplanting of zeer dichte plant vakken zal de plant afstand kleiner zijn. Plant afstand 0,4 – 1,0 m Plant afstand vanaf de rand 0,5 – 0,1 m

UF-PR

Bodem bedekkende heesters worden toegepast in uitzicht hoeken (veiligheid) en uitsluitend in vakken. Om een afwisselend beeld te krijgen worden vaak solitaire bomen en of heesters toegepast in vakken. Afmetingen plant vak: Minimale oppervlakte: 2m2 Minimale vak breedte: 1m Plant afstanden zijn afhankelijk van sortiments keuze, en te wensen eind beeld. Plant afstand is 0.3 – 1.0 m Plant afstand vanaf de rand afstand is 0.5 m

Taak

Voorwaarden

Maatvoering

6.24.4 Wadi’s HardType eis

Bron heid

Procedureel

UF-OST UF-PR

Er dient een ontwerpplan voor de aanleg van wadi’s ter goedkeuring bij de gemeente ingediend te worden. Zie laatste versie van standaarddetails gemeente Almelo. Het uitvoeren van de grondverbetering voor de wadi’s, infiltratievelden en dergelijke, moet plaatsvinden in de woonrijpfase. Dit vanwege bouwafval, slib en dergelijke welke in de bouwrijpfase in deze

18

B B

Apve OR Deel III Techniek Gemeente Almelo

Pagina 30

HardType eis

Taak

Voorwaarden

Bron heid

voorzieningen terecht komt. UF-PR

Wadi’s worden in de woonrijpsituatie aangelegd. In de bouwrijpfase wordt het hemelwater middels greppeltjes afgevoerd

B

UF-OST

Constructieopbouw van de wadi en locatie van de slokop moeten in overleg met de gemeente worden bepaald (conform laatste versie van de standaarddetails gemeente Almelo).

B

UF-OST

Als ontwerpregel voor wadi’s geldt een afstand van 0,5 m tussen de bodem van de wadi en de GHG (zie ook “Wadi’s: aanbevelingen voor ontwerp, aanleg en beheer, Stichting Rioned 2006”). In gebieden met een hoge grondwaterstand moet minimaal 0,5m worden aangehouden m tussen de bodem van de wadi en de GHG.

B

Maatvoering

UF-OST

De minimale waking, dit is het verschil tussen het maximale waterpeil in de wadi en het laagste aangrenzende maaiveld, bedraagt minimaal 0,15 m.

B

UF-OST

Tussen het omringende maaiveld en het talud van de wadi bevindt zich een berm met een breedte van minimaal 0,50 m.

B

UF-OST

Het talud in de wadi niet steiler dan 1:4 indien deze in het gazon ligt,

B

UF-OST

Wadi’s moeten voldoende robuust worden uitgevoerd met een minimale bodembreedte van 2,00 meter bij wadi’s in het gazon.

B

UF-OST

De plaats van de slokop’s zo kiezen dat deze goed bereikbaar zijn voor onderhoud. Bij voorkeur evenwijdig aan het talud. In ruwe terreinen waar geklepeld moet worden moet de wadi de breedte van de klepelmaaier hebben. Bij het klepelen dient rekening gehouden te worden met de draagkracht van de drain.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=cc760ff8-3506-4bf5-80b1-076696cc5d63