4. Eindrapportage evaluatie Ontplooj
Tekst van het document
6.2
Realisatie afgesproken KPI's
In de dienstverleningsovereenkomsten die Ontplooj met de vijf gemeenten heeft afgesloten, staan vanuit verdere en van de belangrijkste KPI s gaat over het aantal medewerkers met een actueel ontwikkelplan. Deze KPI raakt aan de ontwikkeling van de medewerkers sw en nieuw beschut. Om ontwikkelingskansen te maximeren wordt er per persoon een individueel ontwikkelingsplan opgesteld dat jaarlijks wordt geëvalueerd en aangepast aan de mogelijkheden van de medewerker. Het ultieme doel is om zo regulier mogelijk te werken met een zo hoog mogelijke loonwaarde, liefst op basis van individuele detachering bij een werkgever. Daarnaast is het reduceren van het ziekteverzuim een belangrijke KPI waarop gestuurd wordt.
In het hoofdstuk over de governance rondom Ontplooj is al aangegeven dat voor de jaren 2021, 2022 en 2023 er geen kwartaalrapportages zijn opgesteld over het vierde kwartaal. Hierdoor was het voor ons niet mogelijk om op basis van deze rapportages inzicht te krijgen in de realisatie van de afgesproken KPI s in de onderzoeksperiode. De businesscontroller heeft daarom voor ons een aparte analyse
van realisatie tot en met
Q4 van 2022 en tot en met Q4 van 2023. Het resultaat van deze analyse voor het totaal van Ontplooj (dus de medewerkers van alle gemeenten) tot en met Q4 van 2023 is in onderstaande tabel opgenomen.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
De tabel maakt duidelijk dat
42/77
en ziekteverzuim
heeft weten te realiseren. De KPI voor ziekteverzuim sww groen is net niet gerealiseerd, maar dat ligt volgens ons buiten de invloedssfeer van Ontplooj. Deze doelgroepmedewerkers worden aangestuurd vanuit de groen-afdelingen van de gemeenten. Uit de tabel blijkt echter ook dat
wel de belangrijke
KPI s in relatie tot de afgesproken ambitie dat Ontplooj zich maximaal zou gaan inzetten om werknemers met een sw of een
ieuw beschut -indicatie te ontwikkelen en waar mogelijk bij
reguliere werkgevers te laten werken. In het hoofdstuk over de governance is aangegeven dat er tussen Ontplooj en de gemeenten discussie is of de geformuleerde KPI s wel de juiste zijn om de inzet op deze ambitie te meten. Desondanks past het beeld dat juist voor deze doelwaarden niet worden bereikt, goed bij wat de opdrachtgevende gemeenten op dit punt hebben aangegeven. In hoofdstuk 4 hebben we beschreven dat er bij sommige gemeenten twijfel is of er vanuit Ontplooj in alle gevallen voldoende wordt ingezet op deze ambitie. Ook heeft de businesscontroller de analyses voor de individuele gemeenten gedaan. De opvallendheden die daaruit naar voren kwamen, zijn hieronder beschreven. Overkoepelend sluit het beeld echter aan op wat we hiervoor al hebben beschreven.
Medewerkerstevredenheidsonderzoek (doelwaarde: 7,5) Het cijfer van het medewerkerstevredenheidsonderzoek in 2023 voor Ontplooj als totaal is een 7,5 (Medewerkerbeleving Ontplooj, 202317). I
wordt dit voor elke gemeente
weergegeven als een 7,6. Dit betekent dat de doelwaarde in de KPI s (een 7,5) is behaald. In het medewerkersonderzoek onder de medewerkers werkzaam bij Ontplooj worden wel verschillen aangegeven tussen de verschillende gemeenten en verschillende doelgroepen. Zo
17 Medewerkers geven het werken bij/via Ontplooj gezamenlijk gemiddeld het rapportcijfer 7,5. Dit is drie tiende boven het gemiddelde rapportcijfer in de MarketResponse SW-Benchmark. 57% van de respondenten geeft een rapportcijfer 8 of hoger en 10% geeft een onvoldoende (in de benchmark is dat 47% en 15%). Het gemiddelde rapportcijfer van Staf & leidingmedewerkers is het hoogst (8,0), dat van Groen het laagst, maar met een 7,2 nog een heel mooi cijfer, zeker gezien het beeld dat zij zich minder bij Ontplooj voelen horen dan medewerkers van andere bedrijfsonderdelen. Beschutte medewerkers geven Ontplooj een 7,6 en gedetacheerde medewerkers een 7,3. Binnen de groep gedetacheerden geven de BuCa medewerkers het laagste cijfer (6,9) en de individueel gedetacheerden het hoogste cijfer (7,6). Bij Staf & leidingmedewerkers liggen de gemiddelden heel dicht bij elkaar. Medewerkers van Multipack/Werkontwikkelafdeling en van Werkfit geven het werken bij Ontplooj een 7,7. 6).
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
43/77
geven staf- en leidingmedewerkers werkzaam in Almelo gemiddeld een 8,1, beschutters een 7,7 en gedetacheerden een 7,5. Gedetacheerde medewerkers werkzaam in Twenterand geven een lager cijfer, namelijk een 6,8, terwijl beschutte medewerkers een 7,8 gaven. Gedetacheerde medewerkers die formeel in dienst zijn in Wierden gaven een onvoldoende en voor de medewerkers van Noaberkracht is een gemiddelde score te zien van 7,6. De bedoeling is dat het medewerkerstevredenheidsonderzoek elke twee jaar wordt herhaald. Actueel ontwikkelplan (doelwaarde 2023: 85%) Voor Twenteranders geldt dat de realisatie in 2022 39 procent boven de doelwaarde zit. In 2023 zaten ze 5 procent daaronder. Voor Almelo geldt dat 73 procent van de medewerkers in 2022 een actueel ontwikkelplan had. Dit steeg met 2 procentpunt in 2023. Dit zit nog steeds 10 procentpunt onder de doelwaarde. Wierden zat in 2022 slechts 1 procentpunt onder de doelwaarde, met 84 procent van de medewerkers met een ontwikkelplan van maximaal 1 jaar oud, maar dit daalde in 2023 en was toen 14 procentpunt lager dan gewenst. Tubbergen met 66 procent en Dinkelland met 56 procent zitten in 2022 beide sterk onder het beoogde doel van 85 procent van de medewerkers met een actueel ontwikkelplan. In 2023 zijn daar geen cijfers over bekend voor Dinkelland. Tubbergen heeft in 2023 wel meer medewerkers met een ontwikkelplan, namelijk 71 procent.
Ziekteverzuim sw Ontplooj (doelwaarde 2023: 15,6%) Het gewenste maximale percentage van de mensen werkzaam voor de sociale werkvoorziening met ziekteverzuim is 15,6. Dit is ruim behaald door Wierden (12,5 procent), net als door Almelo (12,6 procent) en Twenterand (12,9 procent). Voor Tubbergen en Dinkelland is dit niet van toepassing wegens de betrokkenheid van SPN. In 2022 had enkel Wierden de toen vastgestelde doelwaarde behaald, en Almelo en Twenterand niet. Dit kan ermee te maken hebben dat de realisatie van de ziekteverzuimin 2023 los is weergegeven voor sw Groen en sw Ontplooj. Ziekteverzuim nbw (doelwaarde 14,2%) Het gewenste maximale percentage van de mensen vallend onder nieuw beschut werk met ziekteverzuim is 14,2 procent. Dit is behaald door Almelo (13,8 procent), Wierden (13,5 procent) en Twenterand (13,4 procent). Voor Tubbergen en Dinkelland is dit niet van toepassing wegens de betrokkenheid van SPN.
tot doorgroeien en detacheren. Die geven wij nu weer. Aantal medewerkers met doorgroeimogelijkheden Als in het ontwikkelgesprek blijkt dat een medewerker klaar is voor een volgende stap (van beschut naar detacheren ), wordt deze aangemerkt als medewerker met doorgroeimogelijkheden. In 2023 is deze doorgroeimogelijkheid naar detacheren vastgesteld voor drie gemeenten. Bij Almelo gaat het om zeven personen, voor Twenterand om twee, en voor Wierden om nul personen. Medewerkers doorgestroomd naar detacheren (doelwaarde: 50%) Het doel was om 50 procent van de personen die een doorgroeimogelijkheid hadden (zie de voorgaande KPI) daadwerkelijk te detacheren. Bij Almelo is dit in 42 procent van de gevallen gelukt, en in Twenterand in 40 procent. Dit zit allebei net onder de doelwaarde.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
44/77
Percentage van detacheringen die eindigen en langer dan zes maanden duren (doelwaarde: 90%) Om duurzame plaatsing in een detachering te realiseren, is deze KPI ontwikkeld. Voor medewerkers in Wierden is dit in 100 procent van de detacheringen gerealiseerd en is de doelwaarde behaald. In Almelo duurde 83 procent van de detacheringen langer dan zes maanden, en in Twenterand 62 procent. Het aantal gedetacheerden zonder detacheringsplek dat binnen drie maanden weer een detacheringsplaats heeft (doelwaarde: 90%) Er zijn alleen cijfers beschikbaar voor Almelo. Almelo heeft in 2023 voor 60 procent van de gedetacheerden zonder detacheringsplek binnen drie maanden weer een detacheringsplaats.
6.3
Tevredenheid medewerkers en inleners
Tevredenheid medewerkers In de vorige paragraaf is al beschreven dat Ontplooj in 2023 een medewerkerstevredenheidsonderzoek (mto) heeft gehouden onder alle medewerkers (kader en doelgroepmedewerkers). In het onderzoek was de gemeten algemene tevredenheid, uitgedrukt in een rapportcijfer, een 7.518. Dit is een ruim voldoende score. Alle resultaten van het mto zijn teruggekoppeld per afdeling en er zijn plannen van aanpak gemaakt voor de verbeteringen. De interviews die wij met het kaderpersoneel en met doelgroepmedewerkers hebben gehouden, bevestigen het beeld dat medewerkers over het algemeen tevreden zijn. Voor het kaderpersoneel heeft de manier waarop zij door het management betrokken worden bij de werkzaamheden binnen Ontplooj, hier zeker aan bijgedragen. De doelgroepmedewerkers gaven aan dat het gewaardeerd wordt dat realistisch omgegaan wordt met ontwikkelmogelijkheden en dat er snel geacteerd wordt als ze als medewerker vragen of problemen hebben. De doelgroepmedewerkers en het kaderpersoneel zeiden ook tevreden te zijn met het feit dat er ondanks alle onrust ten tijde van de liquidatie, uiteindelijk toch voor alle WSW
s die in dienst waren bij Soweco, baan- en
loonzekerheid is gerealiseerd door de oprichting van Ontplooj. Men benoemde letterlijk dat er voor hen maar weinig is veranderd, en dat ze daarmee tevreden en gelukkig zijn. Inleners tevreden over dienstverlening Ontplooj, niet over inlenerstarieven Alle geïnterviewde werkgevers die via Ontplooj met werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt werken, zijn tevreden over de dienstverlening die Ontplooj biedt. Allemaal hebben ze ook ervaring met Soweco, en zeggen ze de dienstverlening verbeterd te vinden. Werkafspraken komen sneller tot stand en er is ook meer bereidheid tot praktische oplossingen. De communicatie met Ontplooj ervaren ze in het algemeen als transparant en effectief. De respondenten vatten het verschil samen door te benoemen dat de houding van het Ontplooj-team meer ondernemend en minder bureaucratisch is dan destijds het geval was. Deze bevinding sluit aan bij wat in hoofdstuk 4 is benoemd over de inrichting van de organisatie (het werk). Waar wel onvrede zit bij de door ons geïnterviewde vier inleners, zijn de hogere inlenerstarieven die Ontplooj vraagt. Men legt de oorzaak hiervoor bij het feit dat nu consequent loonwaardemetingen19 plaatsvinden en dat die bepalend zijn voor het tarief dat men voor een
18 In de verantwoording van de KPI over medewerkerstevredenheid heeft Ontplooj een 7,6 opgenomen en dus niet het gemiddelde rapportcijfer dat in de rapportage van het onderzoeksbureau is opgenomen. Uit deze rapportage blijken verder substantiële verschillen in gemeten tevredenheid tussen gemeenten en doelgroepen. 19 De werkelijke loonwaarde van WSW-medewerkers wordt via een onafhankelijke loonwaardemeting objectief vastgesteld.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
45/77
kandidaat moet betalen. Soweco deed dat anders, wat lagere tarieven tot gevolg had. Twee van de door ons geïnterviewde werkgevers huren ook ruimte op de Ontplooj-locatie. Deze twee werkgevers gaven aan dat zij naast de gestegen inlenerstarieven, afgelopen jaar ook veel meer zijn gaan betalen voor huur en energie. De hogere huur koppelt men aan het feit dat een commerciële partij het pand van Soweco heeft gekocht. De vier geïnterviewde werkgevers benoemden dat de gestegen inlenersvergoeding (eventueel in combinatie met meer huur en energiekosten) hun wel tegenstaat. Het zou het op termijn moeilijker kunnen maken om werk te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De systematiek van de huidige loonwaardemetingen zet volgens hen ook een rem op de inzet die zij als werkgevers plegen om ingeleende werknemers te ontwikkelen. Bij doorontwikkeling van werknemers zal bij een nieuwe meting de loonwaarde van betrokkenen hoger uitkomen en de
Belangrijk is wel om hier te benoemen dat we niet hebben onderzocht hoe representatief de door ons opgetekende onvrede bij de vier geïnterviewde inleners is voor alle werkgevers waarmee Ontplooj werkt. We weten wel dat het 'landelijke beeld' is dat werkgevers door de krappe arbeidsmarkt steeds vaker bereid zijn om hogere tarieven te betalen voor de inzet van personeel met een afstand tot de arbeidsmarkt.
6.4
Overige resultaten
Tot slot zijn we in documenten en in interviews ook nagegaan hoe Ontplooj bijdraagt aan sociale en economische ontwikkelingen in de regio. Dit heeft geen afwijkend beeld opgeleverd van wat hierover van sociaal ontwikkelbedrijven bekend is. Sociaal ontwikkelbedrijven bieden werk aan mensen met een heel grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het belang van werk is voor deze doelgroep groot. Daarnaast zien we dat het bedrijven met productiewerk bij de huidige krappe arbeidsmarkt toch lukt om via sociaal ontwikkelbedrijven een nieuwe potentiële doelgroep van werknemers te vinden. De bedrijven kunnen hierdoor, ondanks de vaak benodigde aanpassingen in de productieprocessen, toch nieuw personeel vinden om de eigen productie staande te houden.
6.5
Deelconclusies
Ons onderzoek levert het beeld op dat Ontplooj alle in de DVO afgesproken diensten heeft kunnen leveren in de onderzoeksperiode. Op onderdelen hebben gemeenten wel aandachtspunten voor de kwaliteit van de geboden dienstverlening. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verantwoording op casusniveau over hoe er is ingezet op uitstroom van werknemers die intern werken, naar werk (via detachering) bij reguliere werkgevers. Ontplooj heeft de met de gemeenten afgesproken ziekteverzuim weten te realiseren. De KPI voor ziekteverzuim sw groen is net niet gerealiseerd, maar dat ligt volgens ons buiten de invloedssfeer van Ontplooj. Deze doelgroepmedewerkers worden aangestuurd vanuit de groen-afdelingen van de gemeenten. in relatie tot de afgesproken ambitie dat Ontplooj zich maximaal zou gaan inzetten om werknemers met een sw op
ieuw beschut -indicatie zich verder te laten ontwikkelen
en waar mogelijk bij reguliere werkgevers te laten werken, heeft Ontplooj niet weten te realiseren. Er bestaat zijn om de inzet op deze ambitie te meten. Uit een in 2023 gehouden medewerkerstevredenheidsonderzoek blijkt dat medewerkers, van het kader en regelinggebonden, tevreden zijn met het werken bij Ontplooj. Uitgedrukt in een rapportcijfer was de gemeten algemene tevredenheid een 7,5.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
46/77
In onze interviews met werkgevers constateren we tot slot tevredenheid met de dienstverlening die Ontplooj hun biedt. De geïnterviewde werkgevers vinden dat de dienstverlening beter is dan in de tijd dat ze met Soweco te maken hadden. De respondenten zijn wel kritisch over de gestegen inlenersvergoeding. We weten niet hoe breed deze kritiek leeft onder alle werkgevers die momenteel diensten afnemen bij Ontplooj.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
47/77
HOOFDSTUK 7
De financiële prestaties van Ontplooj In dit hoofdstuk gaan we in op het financieel functioneren van Ontplooj sinds de oprichting tot en met 1 april 2024.
7.1
De doelgroep
Zoals in voorgaande hoofdstukken beschreven, levert Ontplooj de vijf gemeenten verschillende diensten. Het gaat voornamelijk om de uitvoering van de WSW en nieuw beschut werk in het kader van de Participatiewet. De doelgroep van de WSW wordt steeds kleiner, omdat de instroom in de WSW is gestopt. Mensen die voorheen in de WSW en/of de Wajong20 terecht zouden zijn gekomen, kunnen nu een indicatie aanvragen bij het UWV en aan de slag op een (nieuw) beschutte werkplek. De ontwikkeling van de doelgroep die aan het werk is bij of via Ontplooj staat afgebeeld in het volgende diagram. De gepresenteerde aantallen zijn jaargemiddeldeaantallen.
Zichtbaar is dat het totale aantal medewerkers in de doelgroep daalt. Dat komt doordat de afname van het aantal W
ers sneller gaat dan de toename van het aantal mensen dat in het kader van
de Participatiewet21 via Ontplooj komt werken. Het aantal W
ers daalt gemiddeld met circa 25
personen per jaar. In 2022 en 2023 is sprake van een lichte stijging van het aantal mensen dat werkzaam is in het kader van de Participatiewet. In de begroting voor 2024 wordt ten opzichte van de realisaties in 2023 een forse stijging verwacht, omdat Ontplooj ervan uitgaat dat Almelo de inzet van nieuw beschut werk gaat versnellen, omdat Almelo ruim onder de taakstelling voor beschut werk zit. In 2023 was de realisatie 69 personen. De verwachting is dat het aantal in 2024 groeit naar 85 personen.
20 De Wajong is de inkomensregeling voor jonggehandicapten. Met de invoering van de Participatiewet is de toegang beperkt tot mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Mensen met verdienvermogen, die voorheen in de Wajong zouden terechtkomen, behoren nu tot de doelgroep van de Participatiewet. Samen met de mensen die voorheen in de WSW zouden zijn terechtgekomen, behoren zij tot de nieuwe doelgroep in de Participatiewet. 21 We spreken van de doelgroep nieuw beschut werk of de doelgroep van de Participatiewet. Vrijwel alle mensen die in het kader van de Participatiewet werkzaam zijn bij Ontplooj, hebben een indicatie beschut werk . Een enkeling werkt wel in het kader van de Participatiewet via Ontplooj, maar beschikt niet over een indicatie beschut werk . Daarom maken we gemakshalve onderscheid tussen twee groepen: de doelgroep WSW en de doelgroep Participatiewet.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
7.2
48/77
De taken
De belangrijkste taak van Ontplooj is om de mensen uit de doelgroep WSW en de Participatiewet te begeleiden op hun werkplek. Het gaat om eigen werkplekken van Ontplooj (beschut werk) of om werkplekken bij derden. Bij de eigen werkplekken kan het gaan om multipacks, catering of schoonmaak. Bij de werkplekken bij derden kan het gaan om groepsdetacheringen of om individuele detacheringen. In de financiering van Ontplooj maken de gemeenten geen onderscheid in doelgroepen (WSW of Participatiewet). Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen de werksoorten waarop mensen worden begeleid. Voor de financiering wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende werksoorten: begeleiding beschut werk begeleiding groepsdetacheringen begeleiding individuele detacheringen In de volgende grafiek tonen we de verdeling van het totaal van de doelgroep WSW en Participatiewet over deze werksoorten. De aantallen in 2021 tot en met 2023 zijn realisaties. De aantallen in 2024 zijn conform begroting.
Naast de begeleiding van mensen uit de doelgroep voert Ontplooj op het gebied van werk andere taken uit, die een minder groot deel van de omzet uitmaken. Het gaat om: werkgevers- en verloningstaken voor mensen uit de doelgroep arbeidsmatige dagbesteding werkfittrajecten loonwaardemetingen
7.3
De financiering
Voor de financiering van Ontplooj moet onderscheid gemaakt worden tussen de hiervoor genoemde diensten die Ontplooj uitvoert voor Almelo, Tubbergen, Dinkelland, Twenterand en Wierden en taken die worden uitgevoerd voor derden. De totale kosten die door Almelo, Tubbergen, Dinkelland, Twenterand en Wierden moeten worden gefinancierd, bestaan uit de totale bedrijfskosten van Ontplooj minus de bedrijfsopbrengsten die worden gerealiseerd bij derden. Het saldo van bedrijfskosten en bedrijfsopbrengsten wordt het operationeel resultaat genoemd. Bij veel vergelijkbare bedrijven (die de WSW uitvoeren) wordt naast het operationeel resultaat vaak ook gesproken over het subsidieresultaat22. Het subsidieresultaat is de rijksbijdrage die gemeenten ontvangen voor de betreffende taken minus de loonkosten van de doelgroep. Het subsidieresultaat ligt in het geval van Ontplooj bij de gemeenten. De W
ers en de mensen uit de
22 Het totaalresultaat van bedrijven die vergelijkbaar zijn met Ontplooj is in die gevallen gelijk aan het subsidieresultaat (rijksbijdrage minus loonkosten doelgroep) plus het operationeel resultaat (bedrijfsopbrengsten ook wel netto toegevoegde waarde genoemd minus de bedrijfskosten (alle kosten minus de loonkosten van de doelgroep)).
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
49/77
doelgroep van de Participatiewet hebben namelijk een dienstbetrekking bij de gemeenten en niet bij Ontplooj. De gemeenten betalen de loonkosten. De gemeenten ontvangen eveneens de rijksbijdrage. Met andere woorden: het risico van het subsidieresultaat door Ontplooj kan worden beïnvloed
dat nauwelijks of niet
ligt bij de gemeenten. De rijksbijdrage wordt niet doorgezet
naar Ontplooj. Daarvoor in de plaats betalen de gemeenten een bijdrage aan Ontplooj ter compensatie van het operationeel resultaat (strikt genomen kan dat ook betekenen dat als er sprake is van een positief operationeel resultaat, de gemeente geld van Ontplooj ontvangt). Voor de financiering van het operationeel resultaat spreken Ontplooj en de gemeenten in bijlage 1 van de DVO vooraf tarieven af voor de verschillende diensten. Per eenheid betalen de gemeenten een bepaald tarief voor de verschillende taken. Enerzijds betalen gemeenten tarieven ter dekking van de bedrijfskosten van Ontplooj (dat betreft alle taken die we noemden in de vorige paragraaf). Anderzijds spreken Ontplooj en de gemeenten ook een (negatief) tarief af voor de gerealiseerde netto toegevoegde waarde van de doelgroep (dat betreft de opbrengsten die Ontplooj realiseert met beschut werk, de groepsdetacheringen en de individuele detacheringen). De netto toegevoegde waarde gaat naar de gemeenten. In de voorcalculatie worden de afgesproken tarieven vermenigvuldigd met het aantal verwachte eenheden dat moet worden uitgevoerd. Het bedrag dat daaruit resulteert (verwachte bedrijfskosten minus de verwachte toegevoegde waarde) wordt aan Ontplooj bevoorschot.
Na afloop van het jaar wordt op basis van nacalculatie de feitelijke gemeentelijke bijdrage berekend aan de hand van de gerealiseerde bedrijfskosten en de gerealiseerde netto toegevoegde waarde. Dit leidt dus achteraf tot bijstelling van de tarieven uit de DVO. Met andere woorden: eventuele tekorten worden altijd door de gemeenten gecompenseerd, waardoor Ontplooj geen risico loopt op faillissement. In de dienstverleningsovereenkomst tussen gemeenten en Ontplooj is de volgende afspraak gemaakt: Binnen vier maanden na het einde van elk kalenderjaar rekenen partijen met elkaar af op basis van de jaarlijks op te maken eindafrekening. Uit deze eindafrekening blijkt of de opdrachtgever op basis van de reeds betaalde voorschotfacturen nog geld moet bijbetalen voor de afgenomen diensten, of dat er geld terugbetaald dient te worden door de opdrachtnemer.
7.4
De tarieven van Ontplooj vergeleken
Voor de evaluatie onderzoeken we de financiële prestaties van Ontplooj. We starten onze analyse met de tarieven die gehanteerd werden in 2023. Dit omdat in een van de onderzoeksvragen gevraagd wordt hoe de kosten en gehanteerde tarieven/opbrengsten van Ontplooj zich verhouden tot kosten en tarieven/opbrengsten die landelijk gebruikelijk zijn bij vergelijkbare dienstverlening. Hiervoor voeren we een benchmark uit. We beschikken over de realisatiecijfers over 2023 en (nog) niet over de realisatiecijfers 2024. Verderop analyseren we (uiteraard) ook de resultaten in de andere jaren waar de evaluatie betrekking op heeft. De afgesproken tarieven in 2023 zagen er voor de gemeenten als volgt uit.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
50/77
Bij ons zijn echter geen bedrijven bekend die met een vergelijkbare tarievenstructuur werken. Voor een vergelijking met andere bedrijven hebben we in onze analyse dus een vertaalslag moeten maken. Zoals we hiervoor al aangaven, betalen gemeenten aan Ontplooj feitelijk een bijdrage ter compensatie van het operationeel resultaat (als het resultaat negatief is) of ze ontvangen een bedrag gelijk aan het operationeel resultaat (als het resultaat positief is). Daartoe brengen we alle tarieven bij elkaar die met de kosten en opbrengsten van beschut werk, groepsdetacheringen en individuele detacheringen gepaard gaan. Het gaat dan om de tarieven ter compensatie van de begeleidingskosten, de opbrengsten alsmede de werkgeverstaken en verloning (Ontplooj voert de werkgeverstaken en verloning uit voor de medewerkers die werkzaam zijn op beschutte werkplekken, groepsdetacheringen en individuele detacheringen). De opbrengst van de verschillende werksoorten minus de kosten van de begeleiding en minus de kosten van de werkgeverstaken en verloning is gelijk aan het operationeel resultaat. Om deze berekening te kunnen maken, moesten eerst alle bedragen worden uitgedrukt in bedragen per fte. Deze exercitie levert de onderstaande uitkomst op. Hierin blijven de werkgeverstaken en de verloning als aparte tarieven bestaan.
Deze taken worden behalve door medewerkers op beschutte werkplekken, groepsdetacheringen en individuele detacheringen, uitgevoerd voor medewerkers die bij de gemeente (bijvoorbeeld in het groen) werkzaam zijn en niet door Ontplooj worden begeleid.
Het tarief van 6.854 euro per fte voor beschut werk betekent dat de gemeenten dat bedrag per fte op basis van voorcalculatie betaalt ter compensatie van de nettokosten (= bedrijfskosten minus bedrijfsopbrengsten) die Ontplooj maakt voor deze groep. Op basis van nacalculatie betaalden de gemeenten in totaal feitelijk 6.133 euro per fte. In het geval van een negatief tarief (bij groeps- en individuele detacheringen) betaalt Ontplooj een vergoeding van respectievelijk 2.451 en 5.480 euro per fte aan de gemeente. Ontplooj betaalt een vergoeding omdat de verwachte bedrijfsopbrengsten hoger zijn dan de kosten die Ontplooj voor de begeleiding van deze groepen maakt. De gerealiseerde negatieve tarieven (op basis van nacalculatie) bedroegen voor groeps- en individuele detacheringen 1.929 respectievelijk 6.524 euro per fte. Ook hebben we het integrale operationeel resultaat per fte opgenomen. Dat is gelijk aan het totale operationeel resultaat gedeeld door het totaal aantal fte
(WSW en Participatiewet). In de
begroting van 2023 werd uitgegaan van 2.459 euro per fte. Gemeenten betaalden uiteindelijk 2.060 euro per fte. De bedragen in de bovenstaande tabel hebben we gebenchmarkt. Het resultaat van deze benchmark is opgenomen in onderstaande tabel. Een plus staat voor een betaling van de gemeente aan Ontplooj. Een min staat voor een betaling van Ontplooj aan de gemeente.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
51/77
Operationeel resultaat beschut werk: In 2023 was het operationeel resultaat van beschut werk per fte in de benchmark 6.360 euro per fte negatief. Gemiddeld moesten gemeenten voor deze activiteit 6.360 euro betalen aan het werkbedrijf. Dat bedrag is hoger dan het bedrag dat de vijf gemeenten in 2023 betaalden aan Ontplooj. Het bedrag is lager dan waarmee in de begroting rekening werd gehouden. Het verschil is relatief beperkt. Operationeel resultaat groepsdetacheringen: Voor groepsdetacheringen was er een positief operationeel resultaat van gemiddeld 2.363 euro per fte. Dat is minder goed dan wat Ontplooj verwachtte, maar beter dan wat door Ontplooj werd gerealiseerd. De verschillen zijn relatief beperkt. Operationeel resultaat individuele detacheringen: Voor individuele detacheringen geldt dat het operationeel resultaat en daarmee de terugbetaling aan gemeenten landelijk gemiddeld hoger was dan bij Ontplooj, zowel bij de begroting als in de realisatie. Het verschil is relatief groot. Operationeel resultaat integraal: Voor de totale bijdrage per fte aan Ontplooj geldt dat deze in de realisatie bijna 400 euro per fte lager was dan wat verwacht wordt in de landelijke benchmark (volgens de sectorinformatie van Cedris in 2023). Bij begroting werd een bedrag verwacht van gelijke orde van grootte als de benchmark.
De conclusie is dat de gemeentelijke bijdrage lager is dan gemiddeld vanwege de lagere nettokosten dan gemiddeld voor het onderdeel beschut. Voor de groeps- en individuele detacheringen geldt dat het resultaat minder gunstig is dan landelijk gemiddeld. Werkgeverstaken: Voor deze taak hebben wij geen benchmarkinformatie. Verloning: Voor deze taak hebben wij geen benchmarkinformatie. Werkfittrajecten: De tarieven van een werkfittraject bij andere werkbedrijven liggen in het algemeen hoger dan bij Ontplooj. De meeste tarieven beginnen bij 5.000 euro per traject. We merken daarbij op dat re-integratie lastig gebenchmarkt kan worden. De behoefte zal sterk verschillen van de benodigde activiteiten en daarmee van de inhoud van de trajecten. Naar ons idee moeten tarieven voor werkfittrajecten op hun eigen merites worden beoordeeld. Loonwaardemeting: Het tarief dat wij meestal tegenkomen is 900 euro per meting. Het UWV hanteert een tarief van 950 euro per meting. Dat is hoger dan het bedrag dat in de begroting werd gehanteerd en hoger dan het gerealiseerde bedrag per meting. Arbeidsmatige dagbesteding: In de benchmark van Berenschot hanteren wij in 2023 een bedrag van 41 euro tot 66 euro per dagdeel. De verschillen in de benchmark hangen vooral samen met de omvang van de groep en de intensiteit van de dienstverlening. Het tarief van Ontplooj ligt (ruim) onder de benchmark.
Nadere analyse van het verschil met de benchmark Een nadere analyse van het operationeel resultaat in 2023 levert de volgende conclusies op: Het operationeel resultaat bij de onderdelen catering en schoonmaak (beide onderdeel van beschut werk) liggen onder het niveau van de benchmark. De bedrijfskosten zijn zowel bij catering als in de schoonmaak lager dan gemiddeld. Maar de toegevoegde waarde is fors lager dan bij andere bedrijven. Dat betekent dat Ontplooj per medewerker een lagere vergoeding krijgt van opdrachtgevers dan gemiddeld bij andere werkbedrijven.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
52/77
In het algemeen valt op dat het kostenniveau van Ontplooj lager is dan bij andere bedrijven. Dat draagt in positieve zin bij aan een gunstig operationeel resultaat. Maar de netto toegevoegde waarde is
met uitzondering van individuele detachering (Ontplooj ontvangt een
gemiddelde inleenvergoeding die vergelijkbaar is met het landelijke gemiddelde)
ook lager
dan bij andere bedrijven. Dat draagt in negatieve zin bij aan het totale operationeel resultaat. De resultaten zouden verbeteren als Ontplooj in staat zou zijn om een netto toegevoegde waarde te realiseren op de verschillende werksoorten kunnen brengen
oftewel tarieven in rekening zou
die vergelijkbaar is met de landelijke gemiddelden. Dat geldt in het
bijzonder voor catering en schoonmaak en in mindere mate voor multipacks en groepsdetacheringen.
7.4.1
Deelconclusie
Ons beeld is dat de tarieven die Ontplooj hanteert in 2023 ten opzichte van de (feitelijke) tarieven die door andere bedrijven worden gehanteerd23, relatief laag zijn. Gemeenten krijgen bij groepsen individuele detacheringen een lager bedrag van Ontplooj dan wat verwacht zou worden op basis van de benchmark. Doordat gemeenten voor beschut werk Ontplooj minder betalen dan in de benchmark, is de totale bijdrage per fte lager dan landelijk gemiddeld. Kortom, de financiële prestaties van Ontplooj zijn beter dan landelijk gemiddeld.
7.5
De verhouding begroting versus realisatie
Een van de onderzoeksvragen luidt: zijn er in de evaluatieperiode afwijkingen geweest tussen de begrote en daadwerkelijke financiële resultaten? Om deze vraag te beantwoorden, kijken we naar het operationeel resultaat van de kerntaken van Ontplooj, zoals genoemd in de volgende tabel. Een plus duidt op een positief resultaat. Een min duidt op een negatief resultaat. We bekijken 2022 en 2023. Buiten beschouwing blijft 2021, omdat Ontplooj niet dat hele jaar bestond. We kijken ook niet naar 2024, omdat het jaar 2024 bij het schrijven van deze rapportage nog niet is afgesloten. Taken zoals werkfit, arbeidsmatige dagbesteding en verloning staan niet in deze tabel, omdat er in 2022 in de begroting anders mee om werd gegaan dan in 2023.
In de tabel zien we dat zowel in 2022 als in 2023 de gerealiseerde nettokosten van Ontplooj lager waren dan begroot. De verschillen ten opzichte van de begrote resultaten waren 6,5 procentpunt respectievelijk 16,7 procentpunt. De gemeenten hoefden daardoor minder bij te dragen dan eerder, bij het vaststellen van de begroting, werd verwacht. Als we kijken naar de onderdelen, zien we dat de meevaller in 2022 vooral verklaard wordt door een meevaller bij beschut werk. Daar stond echter een relatief grote tegenvaller bij de groepsdetacheringen tegenover. Nadere analyse laat zien dat de meevaller bij beschut werk verklaard wordt door een lager aantal medewerkers dan verwacht. In de begroting ging Ontplooj uit van 358 medewerkers op de beschutte werkplekken. Het gemiddelde aantal medewerkers was in werkelijkheid 335 personen.
23 In de praktijk (de)compenseert een gemeente op de korte of lange termijn altijd het operationeel resultaat dat door het werkbedrijf wordt gerealiseerd.
los van het subsidieresultaat
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
53/77
De meevaller in 2023 wordt ook vooral bij beschut werk en in mindere mate bij individuele detacheringen gerealiseerd. In 2023 ligt de verklaring niet bij een lager aantal medewerkers dan verwacht, maar bij een lager kostenniveau dan waarmee rekening was gehouden. De meevaller bij de groepsdetacheringen was het gevolg van meevallende opbrengsten.
7.5.1
Deelconclusie
We hebben onderzocht of er in de evaluatieperiode afwijkingen waren tussen de begrote en daadwerkelijke financiële resultaten. Onze conclusie is dat er sprake was van verschillen tussen begroting en realisatie. De verschillen zijn echter relatief beperkt. Ons idee is dan ook dat het gaat om gebruikelijke verschillen tussen begroting en realisatie bij sociaal ontwikkelbedrijven.
7.6 7.6.1
Zijn de financiële doelen gehaald? De jaren 2021 tot en met 2024
In hoofdstuk 2 is in de beleids- en uitvoeringstheorie opgenomen dat een van de doelen die vooraf aan de oprichting van Ontplooj zijn gekoppeld, is dat voor de gemeente Almelo de kosten van de nieuwe uitvoering niet veel hoger gaan uitvallen dan de kosten ten tijde van Soweco. In deze paragraaf beschrijven we de uitkomsten van onze analyse of deze doelstelling is gerealiseerd. We nemen in onze analyse de begrote resultaten in 2021 als uitgangspunt om te bepalen of de kosten voor de gemeente Almelo onder het gewenste niveau zijn gebleven. We kijken naar de kosten per persoon of per fte. Hierbij is onze aanname dat het voor 2021 begrote resultaat het door de gemeenten gewenste kostenniveau representeert (Ontplooj is pas eind 2021 opgericht). Het resultaat van deze analyse is in onderstaande tabel opgenomen. Hieruit blijkt dat de nettokosten in 2022 en in 2023 lager waren dan in 2021. Dat betekent dat de doelstelling van Almelo in die jaren is gerealiseerd.
De verwachte nettokosten in 2024 liggen echter fors hoger dan in 2023. De verslechtering van het (verwachte) resultaat kan vooral worden verklaard door een sterke stijging van de begrote kosten, die niet wordt gecompenseerd door een even grote stijging van de bedrijfsopbrengsten.
De kostenstijging komt vooral door een toename van de loonkosten. De ambtenarensalarissen stijgen in 2022 met 3,5%, in 2023 met 9,1% en in 2024 met 6%. Als we het operationeel resultaat per fte indexeren met deze inflatiecijfers, ziet de reeks er (in prijzen van 2023) als volgt uit:
Ons is tevens de vraag gesteld wat de impact is van het schaalniveau. In het algemeen kan gesteld worden dat bedrijven met een grotere omvang doelmatiger kunnen werken en veranderingen in de schaal gemakkelijker kunnen opvangen dan kleinere bedrijven. Op basis van statistieken kunnen
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
54/77
we dat echter niet aantonen. Er zijn verschillende grote bedrijven die ondoelmatig werken en hun schaalvoordeel niet weten te verzilveren. Van meer doorslaggevende betekenis is de kwaliteit van het (financieel) management en de aansturing van de organisatie (zie bijvoorbeeld de 2-meting van de Thermometer WSW, Berenschot, 2019). Tot slot blijkt uit een eerdere analyse dat de ondergrens van werkbedrijven zit bij circa 300 medewerkers: in het kleinste werkbedrijf dat wij in onze onderzoeken tegenkomen, werken circa 300 medewerkers. Als we deze ondergrens hanteren als ondergrens voor het kunnen voeren van een doelmatige bedrijfsvoering, zit Ontplooj daar met meer dan 500 medewerkers nog ruim boven. We gaan ervan uit dat bij deze omvang
ook
rekening houdend met de flexibiliteit, doordat inleen van personeel en van kapitaalgoederen bij de gemeente plaatsvindt
Ontplooj voldoende armslag heeft om in financieel opzicht ten minste net
zo goed als het landelijk gemiddelde te presteren.
7.6.2
Over begroting 2024
Zoals we in de vorige subparagraaf zagen, verslechtert het financieel beeld fors in 2024. Dat wordt vooral verklaard door een forse verhoging van de kosten en met name de loonkosten. In 2023 en 2024 was er sprake van een aanzienlijke verhoging van de ambtenarensalarissen. Deze werken door in de inleenvergoeding die Ontplooj hiervoor betaalt aan de gemeenten. We kunnen nog niet inschatten hoe het operationeel resultaat zich in 2024 verhoudt tot het operationeel resultaat bij andere gemeenten. Deze cijfers zijn
zowel voor Ontplooj als landelijk
nog niet bekend/gerealiseerd. Wel zien we dat het verwachte operationeel resultaat voor 2024 negatiever is dan het landelijk gemiddelde in de sectorinformatie van Cedris. Een belangrijke verklaring zijn de stijgingen van de loonkosten die in 2024 door de gemeenten worden doorberekend aan Ontplooj. kant (de netto toegevoegde waarde), waardoor de omzet onder druk kan komen te staan. Het gemiddelde operationeel resultaat per medewerker gaat omlaag, omdat de loonwaarde van iemand uit de elk jaar grotere doelgroep van de Participatiewet (met een indicatie nieuw beschut werk ) gemiddeld lager is dan de loonwaarde van de elk jaar kleinere doelgroep van de WSW. Met andere woorden: de totale doelgroep wordt steeds zwakker. Het gemiddelde operationeel resultaat per W
r gaat elk jaar omlaag, vanwege de
vergrijzing van de doelgroep WSW (doordat er geen nieuwe instroom is en de doelgroep alleen kan uitstromen). Dat heeft een drukkend effect op het integrale operationeel resultaat van Ontplooj. De resultaten gaan omlaag, door de krimp van de totale doelgroep. Hoewel Ontplooj een flexibel kostenniveau kent, is een deel van de kosten toch (min of meer) vast. Het aantal medewerkers wordt elk jaar kleiner en doordat een deel van de kosten vast is, leidt dat op de kortere termijn tot een toename van de kosten per fte. Ontplooj zal genoodzaakt zijn gemeenten hogere tarieven te vragen.
7.6.3
Deelconclusie
Doel bij de oprichting van Ontplooj was dat de kosten van de nieuwe uitvoering niet veel hoger zouden uitvallen dan de kosten ten tijde van Soweco. Hiervoor hebben we gekeken naar het operationeel resultaat (bedrijfskosten minus de bedrijfsopbrengsten). Dat zijn de feitelijke, door Ontplooj door goed beleid en uitvoering beïnvloedbare, nettokosten. We zijn hierbij nagegaan hoe het operationeel resultaat zich in de jaren 2022 t/m 2024 verhoudt tot het operationeel resultaat in 2021. Onze conclusie is dat
ook als rekening gehouden wordt met inflatie
in 2022 en 2023 de
doelstelling om de kosten onder het geambieerde niveau in 2021 te houden, is gerealiseerd.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
55/77
In 2024 komen, voornamelijk door stijgende loonkosten, de kosten uit boven het maximaal geambieerde niveau. De verslechtering van het operationeel resultaat in 2024 wordt dus vooral verklaard door hogere bedrijfskosten, die sneller stijgen dan de bedrijfsopbrengsten. Het gevolg is dat we vooral bij beschut werk een verslechtering zien van het operationeel resultaat. Het operationeel resultaat bij groepsdetacheringen verslechtert ook, maar in (veel) mindere mate. Bij individuele detacheringen is sprake van een verwachte verbetering van het operationeel resultaat. In 2024 komen de kosten uit boven het maximaal geambieerde niveau, en dat betekent dat de doelstelling om onder het kostenniveau in 2021 te blijven, in 2024 niet meer zal worden gerealiseerd.
7.7
Verdeling over de verschillende activiteiten
We zijn gevraagd om ook inzicht te geven over hoe in de evaluatieperiode het budget verdeeld is over de verschillende activiteiten en kostenposten van Ontplooj. De volgende grafieken tonen daarom de verdeling van de opbrengsten van derden over de verschillende activiteiten.
We zien dat het grootste deel van de opbrengsten wordt gerealiseerd bij beschut werk. Daarna komen de opbrengsten bij individuele detacheringen en groepsdetacheringen. Tot slot is er nog een post overige opbrengsten. Het betreft hier bijvoorbeeld de omzet die wordt gerealiseerd met werkfittrajecten, andere diensten dan de kerntaken van Ontplooj gemeenten. De volgende grafieken brengen de verdeling van de kosten over de verschillende kostenposten in beeld.
De personele kosten maken circa 60% uit van de totale bedrijfskosten. Dat aandeel is structureel. De kosten nemen elk jaar toe. Wij zien geen opvallende verschuivingen tussen de verschillende kostenposten. In 2024 valt op dat de stijging van de totale kosten vooral verklaard wordt door de personele (loon)kosten en door de overige bedrijfskosten. Tot slot brengen we in de volgende tabel de bedrijfskosten en bedrijfsopbrengsten toegerekend aan de verschillende werksoorten bij elkaar.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
56/77
Uit de deeltabel Totaal blijkt dat de verslechtering van het verwachte operationeel resultaat in 2024 vooral verklaard wordt door de hogere bedrijfskosten. De stijging is het grootst bij de bedrijfskosten van beschut werk. Tegelijkertijd zien we dat de bedrijfsopbrengsten bij beschut slechts beperkt toenemen. Bij de individuele en groepsdetacheringen wordt echter uitgegaan van een forse verhoging van de omzetten.
7.7.1
Deelconclusie
In 2024 verslechtert het operationeel resultaat fors. Dat wordt vooral verklaard door hogere bedrijfskosten, die sneller stijgen dan de bedrijfsopbrengsten. Het gevolg is dat we vooral bij beschut werk een verslechtering zien van het operationeel resultaat. Het operationeel resultaat bij groepsdetacheringen verslechtert ook, maar in (veel) mindere mate. Bij individuele detacheringen is zelfs sprake van een verwachte verbetering van het operationeel resultaat.
7.8
Sturen op kostenefficiency
Het is bij de oprichting van Ontplooj beoogd dat die organisatie haar dienstverlening kostenefficiënt organiseert. In het voorafgaande hebben we laten zien dat Ontplooj hier in vergelijking met andere bedrijven/gemeenten in geslaagd lijkt te zijn. Hier vermelden we dat respondenten in interviews hebben aangegeven dat de sterke invloed van opdrachtgevers op wat de opdracht van Ontplooj is en welke capaciteit aan kaderpersoneel daarbij hoort, tot gevolg heeft dat de organisatie beperkt in omvang is gebleven en daarmee efficiënt. Ook de opdrachtgevende gemeenten gaven in interviews aan niet een teveel aan kaderpersoneel te zien bij Ontplooj, en hebben ook geen kritiek gegeven op de tarieven die Ontplooj vraagt voor de dienstverlening. Deze tarieven zijn gebaseerd op geschatte verwachtingen van de partijen ten aanzien van de aantallen personen die onder de reikwijdte van deze DVO vallen. Ons onderzoek heeft ook het beeld opgeleverd dat het management van Ontplooj stuurt op het zo kostenefficiënt mogelijk organiseren van zijn dienstverlening. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende concrete acties: Op maandbasis worden werkelijk gerealiseerde resultaten door het management afgezet tegen de begrote resultaten. Grote afwijkingen worden beoordeeld en verklaard en zo nodig worden correctieve acties ondernomen.
Daarnaast wordt tijdens de meerjarenbegroting rekening gehouden met de daling van de populatie. In de begroting worden daarvoor aanpassingen in de kostenstructuur genomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een daling van het marketing- en pr-budget.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
57/77
Verder wordt personeel dat verdwijnt door natuurlijk verloop, bijvoorbeeld door pensionering, niet vanzelfsprekend vervangen, om zodoende de personeelskosten voor de staf en leiding mee te laten krimpen met de daling van de populatie. Tot slot worden ook de teamleiders periodiek door het management geïnformeerd met een presentatie over hoe het ervoor staat met Ontplooj en wat de verwachtingen zijn voor het komende jaar. Recent zijn de voormannen/-vrouwen daar ook voor uitgenodigd. Dit werd erg positief ontvangen en zij zouden dit graag blijven zien, per kwartaal of halfjaar. De huidige financierings-, begrotings- en verantwoordingscyclus kan efficiënter. Er wordt momenteel gewerkt met een jaarbegroting, een werkbegroting en een meerjarenbegroting. En in de stukken lopen gekozen opzet van de systematiek bij de oprichting van Ontplooj
vanwege de
de kosten, de opbrengsten van derden, de
gemeentelijke bijdragen en de gemeentelijke ontvangsten door elkaar heen. Het proces kan aan doelmatigheid winnen door alleen met de meerjarenbegroting te werken en op productniveau mutaties van de bedrijfskosten en de bedrijfsopbrengsten telkens met meerjarige doorwerking door te voeren. Daarover vindt het gesprek plaats tussen gemeenten en Ontplooj. De mutaties worden een voor een afzonderlijk geaccordeerd. Het resterende saldo is, net zoals in de huidige situatie, de vergoeding van of terugbetaling aan de gemeenten. Deze methodiek is conform de begrotingssystematiek van de Rijksoverheid.
In het gesprek met een van de twee bestuurders van de stichting NUO is benoemd dat het bestuur in gesprekken met het management het ook over de noodzaak heeft om als organisatie zo goed en efficiënt mogelijk te opereren. Dit vanwege het risico dat hogere tarieven op termijn opdrachtgevende gemeenten kan doen besluiten om diensten elders af te nemen. De geïnterviewde bestuurder gaf aan dat het bestuur en management ook altijd proberen landelijke benchmarkgegevens te verzamelen om zo te kunnen beoordelen hoe kostenefficiënt de organisatie is.
7.8.1
Deelconclusie
Er wordt gestuurd op kostenefficiency. Er worden kostentargets in de vorm van tarieven afgesproken. Een goede onderbouwing en referentiecijfers voor deze tarieven ontbreken echter. Daardoor is het beoordelen van de efficiency lastig. Tevens is het begrotings-, monitorings- en verantwoordingssysteem zo complex dat de sturing wordt belemmerd en vergelijking met andere bedrijven lastig of zelfs vrijwel onmogelijk is.
7.9
Reservepositie
Er is ons ook gevraagd te onderzoeken hoe eind 2023 de reservepositie van Ontplooj zich verhoudt de organisatie loopt. Deze vraag beantwoorden we door te kijken naar de solvabiliteit van Ontplooj. Eind 2023 had Ontplooj een eigen
180.220, op
1.546.967. Het eigen vermogen is het resultaat van de risico-opslag die de gemeenten Wierden, Twenterand, Tubbergen en Dinkelland betalen op hun ingekochte diensten. De risico-opslag is ter bescherming van het financiële risico van de gemeente Almelo als een van de andere gemeenten na 2026 de DVO niet verlengt. Het hiervoor genoemde eigen vermogen betekent een solvabiliteit van 12%. Voor de gemeenten wordt een norm van minimaal 20% gehanteerd24, waardoor gesteld kan worden dat de solvabiliteit van Ontplooj relatief laag is. Hierbij passen volgens ons wel de volgende nuanceringen:
24 https://vng.nl/artikelen/raadgever-financiele-conditiegemeente#:~:text=Dit%20opvangen%20van%20tegenvallers%20vindt,van%20een%20gemeenten%20erg%2 0klein.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
58/77
Ontplooj heeft geen lang vreemd vermogen in de vorm van leningen, en het kort vreemd vermogen is volledig gedekt door de vlottende activa. Er geldt een current ratio van 1,13. Als we kijken naar de langlopende verplichtingen die de stichting is aangegaan, dan zijn de lease- en onderhoudsverplichtingen met het vermogen gedekt. De huurverplichtingen (huur en servicekosten van het pand) zijn hiermee niet gedekt. Daarnaast is het vermogen via de risico-opslag opgebouwd in de korte tijd dat Ontplooj bestaat. Belangrijk is verder te benoemen dat juist door de opzet van Ontplooj er slechts beperkt financiële De stichting heeft bijvoorbeeld geen pand in eigendom en ook geen personeel in dienst. Indien een gemeente de DVO met Ontplooj niet verlengt, gaat het gedetacheerde personeel mee terug naar de desbetreffende gemeente. De r
omdat de stichting geen
voorraden heeft. Met andere woorden: vlottende activa zijn ook echt vlottend. Ook zijn er maar weinig langlopende verplichtingen.
7.9.1
Deelconclusie
afspraken eventuele tekorten van Ontplooj volledig af. Er geldt een tarief dat berekend wordt op basis van het totale gerealiseerde kostenniveau (volgens een integrale kostprijsberekening) en de totale omzet uit de markt vloeit weer terug naar de gemeenten. Strikt genomen zou je kunnen zeggen dat Ontplooj daarom helemaal geen eigen vermogen nodig heeft. Dat laat onverlet dat enig eigen vermogen gewenst is
hoewel andere oplossingen in theorie ook mogelijk zijn
als
liquiditeit om de timing gap tussen te betalen en te ontvangen posten op te vangen.
7.10 Er is ons tot slot gemeente Almelo en de andere gemeenten, en hoe
probeert te
beheersen. Ons onderzoek heeft twee potentiële rechtmatigheidsrisico s opgeleverd. Het eerste risico heeft te maken met hoe de vijf gemeenten omgaan met de door Ontplooj aangeleverde verloningsgegevens. De bedrijfsmanager van Ontplooj heeft aangegeven dat de organisatie alle medewerkers van nieuw beschut en sw verloont en maandelijks de salarisgegevens naar de gemeenten stuurt voor uitbetaling. Het valt haar daarbij op dat er momenteel vanuit de gemeente Almelo tot nu toe geen controle plaatsvindt op de aangeleverde verloningsgegevens, wat volgens haar een rechtmatigheidsrisico vormt. Er zou een rechtmatigheidstoetsing moeten plaatsvinden op de loonadministratie van Ontplooj om de startsituatie, de mutaties en de uiteindelijke verloning te controleren. Dit punt werd specifiek benoemd in relatie tot de gemeente Almelo, waarbij werd opgemerkt dat andere gemeenten wel onderzoek hebben gedaan naar de loonadministratiepraktijken van Ontplooj. De gemeente Almelo heeft aangegeven dit risico inmiddels zelf ook gezien te hebben en er is een actie opgezet om het risico te mitigeren. Het tweede potentiële rechtmatigheidsrisico op het terrein van het aanbestedingsrecht is al benoemd in hoofdstuk 5 over de governance. Daar hebben we uitgelegd dat voor de gemeente Almelo het risico van quasi-inbesteding kan (gaan) spelen.
Het valt buiten onze evaluatie om te berekenen of meer of minder dan 80 procent van de omzet van Ontplooj van de gemeente Almelo komt. Ook voor de andere vier gemeenten is niet op voorhand zeker dat zij, aanbestedingsrechtelijk gezien, zonder aanbesteding een opdracht aan de stichting NUO hadden mogen verstrekken.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
7.10.1
59/77
Deelconclusie
Er vindt vanuit de gemeente Almelo geen controle plaats op de aangeleverde verloningsgegevens, wat volgens de manager van Ontplooj een rechtmatigheidsrisico vormt. Voor quasi-inbesteding geldt de voorwaarde dat ten minste 80 procent van de omzet van de desbetreffende gemeente komt. Mogelijk voldoet Almelo aan deze voorwaarde. De andere gemeenten voldoen niet aan deze voorwaarde. Quasi-inbesteding mag een deel van de gemeenten
niet plaatsvinden.
in ieder geval door
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
60/77
HOOFDSTUK 8
Synthese en conclusies In dit hoofdstuk beschrijven we onze de in de vorige hoofdstukken beschreven onderzoeksbevindingen. Dit doen we om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden: of de doelstellingen zijn gerealiseerd die de gemeenten hadden bij de oprichting van Ontplooj, en in hoeverre de gekozen structuur (rechtsvorm en governance), positionering en inhoud (uitvoering en taken) voldoende comfort bieden bij toekomstige uitvoering van de taken. Het hoofdstuk sluiten we af met onze aanbevelingen.
8.1
Missie en visie Ontplooj nog passend?
Op de eigen website schrijft Ontplooj dat het een werkontwikkelbedrijf is dat zich richt op het helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De missie is om deze mensen te ondersteunen bij het vinden van een passende werkplek, zodat zij zichzelf kunnen ontplooien en hun weg (terug)vinden naar werk. De organisatie doet dat vanuit de visie dat werk meer is dan alleen een inkomen; het brengt beweging, regelmaat, zelfvertrouwen en sociale contacten. De organisatie zegt te geloven in de talenten van mensen en te zoeken naar wat mensen wél kunnen in plaats van hun beperkingen. De opdrachtgever heeft ons gevraagd of deze missie en visie nog passend zijn. Wij denken van wel; het zijn namelijk een missie en visie die nauw aansluiten bij de bedoelingen achter de Participatiewet. Deze wet stelt dat gemeenten alles op alles moeten zetten om alle inwoners, dus ook die met arbeidsbeperkingen, maximaal te laten participeren in de samenleving. De missie van Ontplooj vinden we wel wat algemeen, gezien het feit dat Ontplooj voor zijn opdracht volledig opereert binnen de kaders van de gemeenten.
Kijken we naar de wensen die de gemeenten destijds hadden bij oprichting van Ontplooj, dan blijkt het erom te gaan dat Ontplooj bijdraagt aan de doelstelling dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden begeleid die niet doelmatig of effectief ondersteund (kunnen) worden door de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet zelf.
8.2
Doeltreffendheid Ontplooj
In hoofdstuk 2 van dit rapport hebben we de beleids- en uitvoeringstheorie beschreven die rond de oprichting van Ontplooj is opgesteld. Hierin staan ook de doelen opgenomen waar het oprichten van Ontplooj aan moest gaan bijdragen. We beginnen dit hoofdstuk met het beantwoorden van de vraag of deze doelen (volgens ons) bereikt zijn (of worden). Onderstaande tabel vat ons oordeel kort samen.
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
61/77
Doelen bij oprichting
Wel of niet (al) gerealiseerd?
1. Mensen met een beperking en met grote afstand tot de arbeidsmarkt worden ontwikkeld binnen en buiten Ontplooj, waarbij de behoeften en ontwikkelmogelijkheden van het individu het uitgangspunt vormen. Het ultieme doel hierbij is om iedere medewerker zo regulier mogelijk te laten werken.
Deels gerealiseerd.
2. De uitvoering van de WSW wordt toekomstbestendig en vraagt niet voortdurend om structurele aanpassingen.
Realisatie afhankelijk van nog te maken keuzes
3. Er is baan- en loonzekerheid voor WSW dienst waren bij Soweco.
Gerealiseerd.
4. Ontplooj blijft zo klein als mogelijk is, en zo groot als nodig is.
Gerealiseerd.
5. Het financiële uitvoeringsrisico voor gemeenten wordt beperkt.
Gerealiseerd.
6. Voor de gemeente Almelo zijn de kosten van de nieuwe uitvoering door Ontplooj niet veel hoger dan de kosten ten tijde van Soweco.
Gerealiseerd, met een risico voor 2024 en verdere jaren.
We lichten onze bovenstaande beoordeling hier kort toe. Voor de eerste doelstelling levert ons onderzoek op dat Ontplooj bewuster bezig is met ontwikkeling van de doelgroepmedewerkers dan ten tijde van Soweco gebeurde. Het onderzoek levert echter ook het beeld op dat begeleiders van Ontplooj slechts bij een klein aantal van de werknemers die intern beschut werken, ook echt ontwikkeling mogelijk achten. Het grootste deel heeft te veel beperkingen en zit op de juiste plek, is hun oordeel. De in hoofdstuk 4 gerapporteerde inzichten over de IOP-gesprekken bevestigen dit beeld. De cijfers laten zien dat slecht 15 van de 117 IOP-gesprekken het inzicht hebben opgeleverd dat verdere ontwikkeling mogelijk is. De beperkte ontwikkelmogelijkheden die begeleiders zien, betekent ook dat deze groep maar bij weinig werknemers kansen ziet om door te stromen naar werk buiten Ontplooj. We signaleerden in de interviews ook dat er bij opdrachtgevers twijfels leven of Ontplooj wel alle kansen grijpt om werknemers bij reguliere werkgevers aan het werk te krijgen. Het is voor ons als onderzoekers moeilijk te beoordelen wat hier nu realiteit is. De doorstroomcijfers die we in hoofdstuk 4 noemden, ogen volgens ons wel bescheiden. Ook blijkt uit sectorinformatie van Cedris dat relatief meer W
ers bij Ontplooj op de eigen werksoorten oftewel de beschutte werkplekken (intern en
werken op locatie) werkzaam zijn dan gemiddeld in vergelijkbare werkbedrijven elders in Nederland: 68% respectievelijk 62%. Bij beschut-werkers is het verschil groter: 94% respectievelijk 81%. We twijfelen of de tweede doelstelling gerealiseerd zal of kan worden. De exploitatie van de uitvoering van de WSW wordt geplaagd door een sneller dan verwachte uitstroom van werknemers, wat het in stand houden van de beschutte werkplekken steeds duurder maakt. De gerealiseerde instroom van werknemers met een indicatie voor nieuw beschut compenseert deze afname in het aantal
ers niet, en ook lukt het maar beperkt om vanuit de bredere doelgroep van
de Participatiewet tijdelijk werknemers te laten instrome geen bepaling dat gemeenten verplicht zijn om voor alle vrijgevallen WSW-werkplekken bij
Tussentijdse evaluatie van Ontplooj
62/77
Ontplooj nieuwe kandidaten aan te leveren. Doordat het aantal doelgroepmedewerkers dat Ontplooj bedient, steeds kleiner wordt, zal het steeds moelijker worden om de infrastructuur voor de sw-doelgroep in stand te houden. De tarieven die Ontplooj inleners of aanbieders van productiewerk rekent, kunnen namelijk niet eindeloos stijgen. De interviews die wij hielden met de inleners bevestigen dit beeld. Onze twijfel of met de gekozen uitvoeringsconstructie een toekomstbestendige uitvoering van de WSW is bewerkstelligd, heeft te maken met het feit dat Ontplooj voor haar opdracht afhankelijk is van de vijf opdrachtgevende gemeenten. Dit speelt zowel nu, (worden er voldoende kandidaten aangeleverd met een indicatie beschut , en zijn er mogelijkheden om maatwerkopdrachten te acquireren?), alsook na afloop ervan (wordt een DVO wel of niet verlengd na 2026?). Ontplooj is volgens ons vooral geworden wat men van tevoren wilde: een uitvoeringsconstruct voor beschut werk waarvoor geen organisatiebelang mag gelden. Uit hoofdstuk 7 blijkt dat het management van Ontplooj erin geslaagd is, mede door actieve sturing, om de dienstverlening kostenefficiënt voor de vijf gemeenten te organiseren. Dit blijkt ook uit onze benchmark met andere gemeenten. De maatwerkafspraken die met de vijf gemeenten zijn overeengekomen, bevatten een duidelijke prestatieafspraak.
Dat draagt er volgens ons ook aan bij dat Ontplooj efficiënt en flexibel blijft. Er is hiermee zeker voorkomen dat het uitvoeren van diensten een doel op zich wordt. De onzekerheid over de eigen opdracht en het hebben van te weinig invloed hierop is overigens een beeld dat we landelijk bij veel sociaal ontwikkelbedrijven zien. Gemeenten zijn hierbij aan zet om duidelijkheid te verschaffen, maar blijven juist op dit punt terughoudend. Wel vinden we dat de uitvoeringsconstructie waarvoor in Almelo is gekozen, de beïnvloedbaarheid van de eigen opdracht vergroot heeft. De hiervoor geschetste toelichting op de tweede doelstelling maakt ook duidelijk waarom wij de vierde doelstelling wel gerealiseerd achten. Ontplooj is volgens ons zo klein als mogelijk en zo groot als volgens de opdrachtgevers nodig is. Doordat de regie op wat Ontplooj doet, volledig bij de opdrachtgevende gemeenten ligt en de interviews duidelijk maken dat gemeenten (en zeker Almelo) zich daar goed van bewust zijn, zijn volgens ons ook de financiële uitvoeringsrisico
voor
gemeenten maximaal beperkt. Dit is de reden waarom wij ook de vijfde doelstelling als gerealiseerd beschouwen. Een belangrijke verklaring daarbij is dat er geen verplichte winkelnering meer is bij Ontplooj en dat het in de praktijk ook echt de opdrachtgevers zijn die bepalen wat Ontplooj wel of niet aanvullend mag doen. Met het oprichten van Ontplooj en het feit dat de doelgroepmedewerkers in dienst zijn gekomen bij de eigen gemeenten, is de derde doelstelling van de baan- en loonzekerheid bij WSW ons zeker gerealiseerd. Onze interviews met deze doelgroep hebben dit ook bevestigd. Er is op dit punt voor de werknemers wel veel onzekerheid geweest, die achteraf gezien dus onterecht is geweest. Tot slot hebben we in het vorige hoofdstuk uitgewerkt dat de zesde en laatste doelstelling is gerealiseerd. Dit is volgens ons een resultaat van het feit dat Ontplooj zijn diensten relatief kostenefficiënt organiseert, waardoor zijn tarieven voor gemeenten lager zijn dan tarieven die uit onze benchmark voor andere gemeenten naar voren komen.