3.2 Notulen raadsvergadering 26 mei 2021 (vervolg geschorste vergadering 25 mei 2021) (getekend).pdf
Tekst van het document
de problemen komen? Ik kan wel weer over het buitenbad beginnen, het familiebad, maar dan val ik in herhaling. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen en we hebben gewoon een verschil van mening. Dit leeft niet in de raad, dus dan houdt het op. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik ben het met de heer fete eens, ik voel daar ook onrust over. De fractie van Forum voor Rechts vindt het plan als zodanig redelijk sluitend, en dat er een prijskaartje aan hangt met zo'n enorme wensenlijst, begrijpt mijn fractie ook. De noodzaak van een nieuw zwembad omarmt de fractie van Forum voor Rechts. Het zwembad is een pre voor elke stad of elk dorp. Ik zal er niet te diep op ingaan, maar ik heb op dit moment wantrouwen naar deze wethouder, omdat ik ... De VOORZITTER: Dat zijn woorden waar u voorzichtig mee moet zijn. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dat valt nog te bezien, want ik zal straks veel duidelijker zijn hoe dat wantrouwen zit. Ik probeer vriendelijk te zeggen waarom ik er moeite mee heb. Ik wil voor dit voorstel stemmen, maar mijn wantrouwen naar de waarheid van deze wethouder, geeft dat ik moeite heb met dit voorstel. Ik zal voorstemmen, maarde woorden die hij net zei, waar hij weer zat te draaien, geven mij weer angst. Ik vind het antwoord op mijn vraag over de algemene middelen positief, maar ik overweeg ook een motie van wantrouwen. Dat is bij het volgende onderwerp.
Ik was in de veronderstelling dat de structurele kosten eenmalig gecompenseerd werden, maar dat is ook structureel. Zoals ik het verhaal begrijp, is er ergens vorig jaar vier ton structureel vrijgevallen. Dat wordt gecompenseerd doordat er twee ton structureel uit wordt gehaald. Dat is voor mij de doorslaggevende factor waardoor ik van mening ben dat ik voor kan stemmen. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Eris een aantal oproepen gedaan over het ontwerp. Als we daarin nadere stappen zetten, zal het college de raad informeren in een politiek beraad, voordat het daarover besluiten neemt. De heer Gerritsen vroeg of we de inwoners daar ook bij zullen betrekken. Dat is een opdracht aan de Afdeling Communicatie. Dat zullen we in het proces meenemen. Ik zeg erbij dat er in het verleden soms dingen zijn voorgelegd aan de bevolking om te kunnen kiezen en het college of de raad dan net iets anders deden. Dat moeten we ook niet willen. Dat geef ik als randvoorwaarde mee. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Ik snap het, maar de wethouder werpt hier weer een drempel op. Dat moet hij niet doen. Hij geeft aan dat de Afdeling Communicatie zal communiceren met de inwoners van de stad. Dat is niet voor ons, maar voor iedere inwoner van Almelo en daar moet zo goed mogelijk gebruik van worden gemaakt.
We hebben geleerd van de dingen in het verleden die we in de toekomst niet moeten herhalen. Maar dat had de wethouder weg kunnen laten. Hij heeft een toezegging gedaan, en daar ben ik heel blij mee. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! We zijn het hardgrondig eens over het eerste punt van de heer Gerritsen. Het klopt dat ik eerder tegen de raad heb gezegd: hoe sneller hoe beter. Dat heeft ook te maken met rentestanden; dat is absoluut waar. De heer f ete vraagt waarom ik nu slagen om de arm houd. Dat is omdat er tussen nu en de aanbesteding tijd zit. Hij kan van het college aannemen dat de voorbereidingen van de aanbesteding morgen starten. Hij mag aannemen dat we daarmee met gezwinde spoed verder gaan. Alleen, het streven is om die aanbesteding eind dit jaar, begin volgend jaar in de markt te zetten. Wat erin de tussentijd gebeurt, weten hij en ik niet. Daar waarschuw ik voor. We moeten daarover open en eerlijk tegen elkaar zijn. Ik verwacht niet dat het nodig is, maar mocht het zo zijn, dan heb ik daarover al het nodige gezegd tegen de heer Trienen. De heer Ekizkuyu heeft gewezen op de Stikstofwet. Dat nemen we mee in het verhaal rondom het bestemmingsplan. Dat komt nog langs uw raad. We verwachten er op voorhand niet al te grote problemen mee, maar dat zal nader moeten blijken. 16 R 2106733
De heer DE VRIES (PvdA): Heb ik goed gehoord dat de wethouder in antwoord op de heer fete heeft gezegd dat hij pas begin volgend jaar gaat aanbesteden? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Het streven is eind dit jaar, begin volgend jaar. Er moet een aanbestedingsrichtlijn worden opgesteld. Dat kost tijd. De heer DE VRIES (PvdA): Zes maanden. De heer MAATHUIS (wethouder): Die tijd is nodig om het document goed in de markt te zetten. De heer De Vries weet hoe dat gaat. Het gaat om grote bedragen. Het wordt een design en beeldaanbesteding. Daarin gaat de full package mee. In dat opzicht zijn dit de gebruikelijke termijnen voor dit soort projecten. De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging en geef u de gelegenheid om een stemverklaring af te leggen over de amendementen en het voorstel. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Het is wat ingewikkeld om al die dingen in een keer in een stemverklaring te vatten. Mijn verklaring komt er in het kort op neeríkheb de wethouder er niet echt over gehoord -dat als er nog meer meevallers mochten zijn, die op de juiste plek vallen en niet verdwijnen naar waar ze niet nodig zijn. De heer WIERTZ (D66): Wij steunen de amendementen en de motie. Dit debat heeft bij ons enige twijfel veroorzaakt, maar we stemmen uiteindelijk ook voor het voorstel.
De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Ik heb gezegd: ik gun mijn stad alles, ook een groot zwembad. Had het € 40 miljoen gekost, was het maar mooi geweest. Maarde reactie van het college overtuigt me niet om alle zorgen die ik de afgelopen jaren en maanden heb gehad weg te nemen. Ik ben wel blij dat mijn stem niet nodig is, en dat de meerderheid van de raad gaat voor een nieuw zwembad. Ik zal voor de amendementen stemmen, voorde motie van Lokaal Almelo Samen, maar om principiële redenen en om mijn zorgen duidelijk te maken, zal ik tegen het voorstel stemmen. De VOORZITTER: Ik stel vast dat de heer Van Marle, die later ter vergadering komt, mevrouw Van Doorn en de heer Weinreder niet aanwezig zijn. U bent met 32 raadsleden aanwezig. Aan de orde is de stemming over amendement 6 (Taakstellend krediet nieuwbouw Sportpark). Over amendement 6 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat het is aangenomen met 31 stemmen tegen 1 stem. Voor het amendement hebben gestemd aanwezige de leden van de fracties van CDA, Christenunie, D66, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, GroenLinks, Lokaal Almelo Samen, Lijst fete, PVA, PvdA, PVV, SP en VVD. Tegen het amendement heeft gestemd het lid van de fractie van Leefbaar Almelo. Aan de orde is de stemming over amendement 7 (Verbreden wedstrijdbad tot 16 meter).
Hierna wordt digitaal gestemd over amendement 7, waarna de voorzitter constateert dat het is aangenomen met 28 tegen 4 stemmen. Voor het amendement hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van CDA, Christenunie, D66, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, GroenLinks, Lokaal Almelo Samen, Lijst fete, PVA, PvdA, VVD en Leefbaar Almelo. Tegen het amendement hebben gestemd de leden van de fracties van PVV en SP. Aan de orde is de stemming over het geamendeerde raadsvoorstel. Over het geamendeerde raadsvoorstel wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter 17 R 2106733
constateert dat het is aangenomen met 29 tegen 3 stemmen. Voor het geamendeerde raadsvoorstel hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van CDA, Christen Unie, D66, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, GroenLinks, Lokaal Almelo Samen, PVA, PvdA, SP, VVD en leefbaar Almelo. Tegen het geamendeerde raadsvoorstel hebben gestemd de leden van de fracties van Lijst fete en PVV. De VOORZITTER: Met een zo'n grote meerderheid is dit een felicitatie voorde stad waard. Het is heel mooi dat u zo'n grote eensgezindheid over zo'n belangrijk onderwerp hebt weten te vinden. Aan de orde is de stemming over motie 8 (Breder en beter tarievenbeleidl. Over motie 8 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat deze met algemene (32) stemmen is aangenomen Hierop schorst de VOORZITTER de vergadering. Naar heropening van de vergadering stelt de VOORZITTER aan de orde: 14. Interpellatiedebat over liquidatie van Soweco. De VOORZITTER: Dames en heren! De heer Wiertz is de woordvoerder van de aanvragers van het interpellatiedebat. Ik leg u de volgorde der zaken uit: De heer Wiertz zal zijn interpellatie inleiden en zijn vragen formuleren. Die zijn al rondgemaild en dus bekend. Ze mogen ook zakelijk worden weergegeven. Vervolgens geef ik de rest van de raad de gelegenheid bij mij kenbaar te maken of ze over wat te berde is gebracht ook het woord willen voeren.
Daarna is het aan het college — ik verwijs hiervoor naar artikel 38 van het regelement van orde —bij monde van wethouder Maathuis om de vragen te beantwoorden. Dat Iaat ik zonder interrupties plaatsvinden, omdat het gaat om het beantwoorden van die vragen. Vervolgens is er een tweede termijn en is het aan de heer Wiertz en vervolgens aan andere sprekers om in te gaan op de antwoorden van de vragen. Het zijn veel vragen. Het gaat om het krijgen van antwoorden op die vragen. Ik wil proberen de beantwoording zo helderen ononderbroken mogelijk bij de raad voor het voetlicht te krijgen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik ben mogelijkerwijs niet ervaren genoeg, daarom vraag ik verduidelijking. Er is een initiatiefnemer, maar er zijn meer betrokkenen. Heeft dat nog enig effect op wie u wanneer het woord geeft, of doet dater niet toe? De VOORZITTER: Ik ga er nog steeds van uit, en dat wordt bevestigd door de heer Wiertz, de woordvoerder, dat ik de andere fracties die in het rijtje zitten als eerste noteer als sprekers in de termijn die daarop volgt. Ik inventariseer dat en geef graag voorrang aan de fracties die zich bij deze interpellatie hebben gemeld. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Met een aantal fracties hebben we een verzoek gedaan om een interpellatie te houden, omdat de liquidatie van Soweco een onderwerp is dat ergens over gaat. Het is een langslepend verhaal.
Als we er nu naar kijken, is het niet vanzelfsprekend dat het een verhaal met een happy end wordt. Het begon met sociaal werkbedrijf van de gemeenschappelijke regeling met zes gemeenten. Een aantal van die gemeenten wilde een jaar of tien geleden al uit die gemeenschappelijke regeling. Dat waren Rijssen-Holten en Rellendoorn. Tijdens deze raadsperiode vond het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat het efficiënter en beter moest. Uiteindelijk lag er vorig jaar een voorstel. De raad stemde in met de liquidatie van de gemeenschappelijke regeling Soweco. Op dat moment bestond die toekomstige samenwerking eigenlijk nog uit vier gemeenten. Die vier gemeenten zouden samen een stichting oprichten. Zouden, want eerder dit jaar volgde een voorstel waarin alleen 18 R 2106733
Almelo en Twenterand de oprichters van de nieuwe organisatie waren. Dat leek ook toen al onzeker. Achteraf bezien hebben we eigenlijk voor Piet Snot tot half drie 's nachts zitten vergaderen, want die samenwerking is er helemaal niet. Daar staan we dan. Na twee jaar vol onrust en geruzie tussen de wethouder en ongeveer iedereen binnen Soweco, in deze raadszaal, in de media en in de rechtszaal is ervan een samenwerking tussen gemeenten geen sprake meer. Het proces is volledig uit de rails gelopen. Het is de wethouder door de vingers geglipt, en de vraag is of het het college lukt om het proces weer op het goede spoor te krijgen. Het college heeft de vlucht naar voren genomen en wil als gemeente Almelo alsnog de NUO oprichten. Maar dan zonder de andere gemeenten. Helaas moest de raad dat in de krant lezen, waarna erop vragen van mevrouw Geerdink een verheldering volgde. Vanuit het college is de keuze voor het alleen oprichten van de NUO wellicht te begrijpen, want het is eigenlijk de enige optie die het college nog rest om op de korte termijn tot een oplossing te komen. Maar het is de vraag of het een goede en wenselijke oplossing voor Almelo is. Voordat wij overgaan tot de behandeling van een volgend raadsvoorstel, willen daarom wij eerst een debat over wat er nu eigenlijk de afgelopen tijd is gebeurd.
Waardoor is die samenwerking tussen die gemeenten mislukt? De wethouder deed constant voorkomen alsof de verhoudingen in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling geweldig goed waren. Is dit in werkelijkheid wel zo? Is de raad de afgelopen tijd wel voldoende geinformeerd? Mijn fractie heeft daar haar twijfels over. Hoe komt het college erbij dat de gemeente Almelo wel alleen de NUO op kan richten? Dat is toch niet het voorstel waartegen wij vorig jaarja hebben gezegd? Dat is toch niet de voorwaarde waaronder wij ja tegen de liquidatie van de gemeenschappelijke regeling hebben gezegd? Kortom, we hebben een heleboel vragen. Die zijn rondgestuurd en heb ik hier verkort weergegeven. Ik ga ervan uit dat dit voor nu voldoende is. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb een heleboel vragen. Een aantal is gesteld door de heer Wiertz, dus ik verwacht dat de wethouder daar antwoord op geeft. Wellicht is het chiquer dat eerst even af te wachten. We zitten hier als een team, collega's, dat zich gezamenlijk zorgen maakt. Ik verwacht dat de vragen beantwoord zullen worden, allemaal, zodat ik ze niet hoef te herhalen. De VOORZITTER: De vragen zijn niet voor niets voor zondagavond 19.30 uur ingestuurd. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb daar ervaring mee, ik raak weer geërgerd. De VOORZITTER: Ik stel vast dat u wacht tot de tweede termijn.
De heer CETE (Lijst Cete): Ik dank de heer Wiertz voor zijn woorden. Ik zal zijn verhaal niet herhalen, maar zal kort uitleggen wat de gevoelens en de bedoeling is. Het gaat om heel veel mensen, maar het gaat ook om miljoenen euro's. Ik heb bij vorige dossiers al gezegd: dit moet niet afgeraffeld worden. Ben ik erop uit om de wethouder hiermee het leven zuur te maken? Alleen als ik op de inhoud een punt heb, ja. Ikken de wethouder al elf jaar. Ik ben bang dat hij soms doorslaat. Dat is in kleine dossiers niet zo erg, maar als dit heel grote consequenties heeft, zitten wij er niet alleen mee, dan zitten de volgende generaties er ook mee. Hiermee sluit ik mijn bijdrage af, zodat ik mijn collega's genoeg ruimte geef en niet te veel vragen herhaal. Ik hoop oprecht dat de wethouder met een goede beantwoording komt en met toezeggingen, waardoor we hier allemaal met een gerust hart weg kunnen gaan. Dat is op zijn minst mijn doel; ik wil dit gezegd hebben. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Het is een behoorlijk lang traject geweest, waarin wij eigenlijk vanaf het begin dat er wat moest veranderen het idee hadden dat het anders moest veranderen, dan het nu veranderd is. Eris heel lang gezegd -dat is ook in eerste instantie in gang gezet -dat er een heel andere organisatie opgezet zou worden, een bredere werkorganisatie - er was een ander woord voor, maar dat ben ik kwijt.
Daarom zitten we al heel lang met problemen rond deze kwestie. Als dan de heer Wiertz over dit traject aangeeft dat er ook nog heel veel onduidelijkheden zijn, wat ook uit de vragen blijkt ... Voor mij 19 R 2106733
is de kern van dit debat of de informatie die wij gedurende dit traject hebben gekregen de informatie was die er feitelijk was, of dat er zaken anders zijn weergegeven. Het maakt mij niet zo veel uit aan wie dat lígt. Het zou best kunnen zijn dat andere gemeenten hierin een eigenaardige rol hebben gespeeld, waardoor Almelo uiteindelijk de dupe wordt. Daarom wil ik vooral weten wat er al dan niet feitelijk klopt en waar er mogelijk iets mis ís gegaan. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Ik onderstreep de woorden van mevrouw Pol. Ik hoop dat de gestelde vragen op een grondige manier worden beantwoord. Ik heb zelf geconstateerd dat de wethouder soms in zijn beantwoording onvolledig is, of dat we twee of drie keer iets moeten vragen voordat er een concreet antwoord komt. Ik hoop dat dit vandaag niet nodig is. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Als mede-aanvrager van dit interpellatiedebat hebben we een rol gespeeld inde opstelling van de vragen en daarom zijn we benieuwd naar de antwoorden. We hebben namelijk nogal wat zorgen rond deze ontwikkeling. Ik heb begrepen dat een interpellatiedebat vaak een wat beladen karakter heeft, omdat er meestal een motie van wantrouwen uit volgt, als er een motie uit volgt, of een motie van afkeuring. Daar is het ons echt niet om te doen. Het gaat er niet om de wethouder pootje te haken.
Dit is voor ons niets meer of minder dan een manier om inzicht te krijgen in het onderwerp. Dat wil ik graag gezegd hebben, misschien om de sfeer wat te verbeteren. Want er zijn zorgen. Wat willen we wel? We willen geïnformeerd worden, want de tijd staat niet stil en reeds in gang gezette processen duren voort. Daarom willen we niet afwachten tot de wethouder namens het college terugkomt naar de raad met een voorstel tot het oprichten van de NUO door alleen de gemeente Almelo. De kern van de vraag is welk avontuur we als gemeente Almelo aangaan als wij als enige gemeente over zijn gebleven voorde nieuwe uitvoeringsorganisatie. Zijn alle risico's daarvan in kaart nu weals enige oprichtende gemeente over zijn? En de vraag is ook hoe ons dit heeft kunnen overkomen. Wat is de toekomstbestendigheid van de NUO? Dat vind ik ook belangrijk. We hebben namelijk besloten tot liquidatie van de GR en daarmee stilletjes ook de NV, voordat de NUO er was, voordat uberhaupt het ontwerp voltooid was. Er lijkt nu een soort dynamiek te ontstaan waarin dit dossier een beetje in ons gezicht ontploft. Want de andere drie gemeenten haken af. Niet als deelnemende gemeente, dat onderscheid begrijp ik wel, maar als oprichtende gemeente. Ik hoor graag het verschil tussen die twee zaken. In juni 2020 hebben we besloten tot liquidatie van de GR en daarmee stilletjes de NV.
Ik sluit mijn bijdrage graag af met een retorische vraag aan allen die hem willen beantwoorden: Had u in juni 2020 met de liquidatie van de GR ingestemd, als de huidige stand van zaken toen het plan was geweest? De VOORZITTER: Ik zie dat de heer Van Marle zich bij ons gevoegd heeft. Van harte welkom. Dit betekent dat u metaanwezig 33 leden bent. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Ik heb drie vragen. 1. Welk doel heeft het college voor ogen gehad bij de liquidatie van Soweco? 2. Hebben we dat doel gehaald of gaan we dat doel nog halen met de meest recente ontwikkelingen? 3. Is de bediening van de doelgroep nog voldoende gewaarborgd? Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Ik ben blij met de woorden van de heer Teunis, want daarmee schetst hij het beeld wat ook de CDA-fractie voor ogen heeft. Dit is een belangrijk onderwerp en het is de moeite waard om ereven goed met elkaar over van gedachten te wisselen, vooral ook om daarmee de volgende stapte kunnen zetten. Het antwoord op de retorische vraag is: de kennis van nu hadden we toen niet. Dat is ook zo spannend aan het maken van keuzes, wanneer je niet altijd alle puzzelstukjes hebt met het plaatje naar boven en de doos erbij met het voorbeeld erop. Soms moetje keuzes maken. Die maak je en dan verandert de wereld en dat heb je je niet altijd gerealiseerd. Dat heet dan werkelijkheid. 20 R 2106733
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Daar kan ik me eigenlijk bij aansluiten. Ook wij vinden het belangrijk hoe het voor de doelgroep nu en straks is geregeld. Dat is ons uitgangspunt en zal altijd ons uitgangspunt blijven. Er zijn heel veel vragen gesteld door de aanvragers van dit interpellatiedebat. De PvdA-fractie is vooral benieuwd naar de antwoorden over wat de gevolgen zijn voor Almelo. Dan gaat het vooral om de vragen 6, 8, 11, 13 en 20. We willen graag een antwoord hoe dat precies zit. Die gaan vooral over de risico's die Almelo loopt. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Het is nauwelijks te vatten dat zo'n goed en mooi bedrijf het loodje gaat leggen of heeft gelegd. Ik vraag me af of het college ervan op de hoogte is dat dit al zo'n 10 jaar gaande is. Ik heb er vroeger veel gelopen en ik heb niets anders dan alleen maar toestanden en ruzies meegemaakt. Ik ben benieuwd of het college daarvan op de hoogte is. De VOORZITTER: Ik geef het woord aan wethouder Maathuis voorde beantwoording in eerste termijn. Zoals ik hiervoor aangaf, gaat het om het horen van antwoorden, dus ik wil graag dat de wethouder ononderbroken zijn antwoorden kan geven. In de volgende ronde kunt u met hem of met elkaar discussiëren. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Dank voorde gestelde vragen.
Het onderwerp is gewichtig genoeg om daarover met elkaar de verdieping te zoeken, zeg ik in reactie onder andere op de heer Wiertz en de heer Teunis. Ik zal een korte inleiding geven en daarna de vragen puntsgewijs beantwoorden. Tot slot zal ik ook nog de vragen beantwoorden van de heer Stbteler, mevrouw Ten Seldam en de heer De Olde. Op 13 april jl. zijn er zowel door de PvdA-fractie als de CDA-fractie in het vragenhalfuur vragen gesteld naar aanleiding van het raadsdebat in Twenterand. Toen heb ik namens het college aangegeven dat wij verrast waren door de uitspraken in de raad van Twenterand dat men niet de NUO mede wenste op te richten. Verrast, omdat het college van Twenterand in maart van dit jaar positief besloten had; dat was voor ons het uitgangspunt en heb ik uw raad op 23 maart jl. medegedeeld. Namens het college heb ik toen, ondanks dat we niet over de besluitvorming in Twenterand gaan, de hoop en verwachting uitgesproken dat Twenterand, gegeven die uitspraak in de raadscommissie, wel de afspraken uit de contourennotitie znu nakomen en dus via een DVO zal blijven samenwerken binnen de nieuwe uitvoeringsorganisatie. Inde contourennotitie die door alle colleges is vastgesteld staat inzake de NUO het volgende: "Vier gemeenten hebben aangegeven gezamenlijk een nieuwe uitvoeringsorganisatie te organiseren, gebruikmakend van de bestaande kennis en sociale infrastructuur.
De uitvoeringsorganisatie werkt voor Almelo, Twenterand, Tubbergen en Wierden." In dat opzicht komt Twenterand door het meest recente besluit dus haar afspraken na, zowel richting doelgroep en staf als richting de gemeente. In materieel opzicht verandert er qua inrichtingsplan niets. De NUO is een stichting, een zelfstandige privaatrechtelijke rechtspersoon die een maatschappelijk doel nastreeft en geen eigenaar kent. Dit is relevant voorde beantwoordingsroute. Het mede-oprichten van de Stichting NUO en het deelnemen aan het bestuur is een organisatorische en geen inhoudelijke binding aan diezelfde NUO. Bepalend voorde inhoudelijke binding is of een gemeente een DVO aangaat of niet. In de beantwoording aan de CDA-fractie heb ik aangegeven dat de context waarin uw raad het besluit op 23 maart jl. nam, anders was. Er is namelijk één oprichtende gemeente in plaats van twee, en dat betekent dat er iets anders verandert. De context van het besluit is veranderd en de acte van oprichting zal ook veranderen. Namens het college heb ik gezegd dat wij bij uw raad terug zouden komen met een nieuw raadsvoorstel en nieuwe statuten, waarin tevens het door uw raad aangenomen amendement is opgenomen. Gisteren heeft het college hiertoe besloten en het raadsvoorstel zal conform de afspraak ter behandeling aan uw presidium worden aangeboden.
Ook heb ik in het vragenhalfuur aangegeven dat ingeval Twenterand zaken zou doen met Larcom, dus geen DVO sluit met de NUO, er een wezenlijk andere situatie ontstaat met materiële consequenties voor het inrichtingsplan. In zo'n geval zou de ontstane situatie om een heroverweging vragen. 21 R 2106733
Nu dit gelukkig niet het geval is, kunnen wij wat het college betreft verderop de ingeslagen weg. Het vertrek van de directeuren de Raad van Commissarissen dient vanuit de juiste context te worden belicht. De directeur heeft met ingang van 1 mei jl. een andere functie gevonden waar zijn kennis en kunde van grote waarde zijn. De Raad van Commissarissen heeft in een vroeg stadium aangegeven niet verantwoordelijk te willen zijn voor het toezicht op de liquidatie, en heeft bij het stellen van vragen over het liquidatieplan in de algemene vergadering van de aandeelhouders kenbaar gemaakt met ingang van 1 mei zijn functie neer te leggen. Dit in antwoord op de eerste vraag. De totstandkoming van de NUO is niet mislukt. Alle vierde gemeenten zijn en blijven aan NUO gecommitteerd via een DVO. In dat opzicht zijn er geen gemeenten afgehaakt. Waar wel sprake van is, is dat Twenterand na het raadsbesluit van 18 mei jl. is afgehaakt als het gaat om de oprichting van de NUO. Het college van Twenterand zat daarvoor anders in de wedstrijd, zie zijn besluit van maart. Maar het is het recht van de raad om wensen en bedenkingen mee te geven die daar contrair aan zijn. Vanuit Almelo gaan wij daar niet over en moeten we dat respecteren.
Bij het tot stand komen van het inrichtingsplan en de statuten, en daarmee het proces van de oprichting, is er vanwege de eenvoud van het bestuur van de stichting na de zomer van 2020 in gezamenlijkheid voor gekozen dat Wierden en Tubbergen via een DVO zouden deelnemen. De werkgroep WSW is hierover op 23 november jl. geïnformeerd en het besluitvormende document waarin dit verwerkt ís, is 16 februari in het college behandeld en lag op 23 maart in uw raad voor. In antwoord opvraag 2: ja, de notulen van alle DB en AB-vergaderingen van de gemeenschappelijke regeling Soweco kunnen we aan uw raad verstrekken. Ik vervolg met de beantwoording van de derde vraag. Het bestuur van Soweco gaat niet over de uitvoering van een motie van de gemeenteraad van Twenterand. Daarvoor is het college van Twenterand verantwoordelijk. Het college van Twenterand heeft een en ander onderzocht en heeft dat teruggekoppeld aan de eigen gemeenteraad, maar is na dit onderzoek en conform de afspraken in de contourennotitie blijven koersen op de samenwerking van de vier gemeenten en de oprichting van de NUO. Waarom heb ik in de raad beweerd dat Twenterand zou meedoen? Omdat het college van Twenterand, ook na onderzoek waartoe de motie opriep, begin maart van dit jaar op de lijn van medeoprichter zat, was ervoor ons college, ook op 23 maart jl., geen aanleiding om anders te verwachten.
Ook heb ik aangegeven dat wij niet over de besluitvorming van de raad van Twenterand gaan, en dat het daarom afwachten zou zijn. Mevrouw Ten Seldam refereerde daaraan. Ik heb aangegeven dat wij in april verrast waren door de eerste richtinggevende uitspraken in de commissievergadering van Twenterand, ook omdat ertussen het afdoen van de motie en de commissievergadering van april geen contra-indicaties waren. Zo'n indicatie had kunnen zijn dat het college van Twenterand begin maart negatief had gesproken, maar daar was geen sprake van, integendeel zelfs. Dan de laatste-sub-vraag van vraag_3. De oprichting van een_stichting_Soweco is door het college van Twenterand onderzocht. Het heeft hierover op 20 oktober jl. afzonderlijk aan zijn eigen raad gerapporteerd. Voorde gemeente Almelo was er geen aanleiding om af te wijken van de contourennotitie. Bovendien is de binding en steun voorde NUO er nog steeds, omdat de drie andere gemeenten, net als Almelo, een DVO met de NUO willen afsluiten. In antwoord opvraag 4: Het klopt dat wethouder Van Abbema een persoonlijke afweging heeft gemaakt om het vicevoorzitterschap neer te leggen. Dat respecteren wij. Wethouder Van Abbema blijft lid van het dagelijks bestuur en wethouder Beens van de gemeente RijssenHolten zal het vicevoorzitterschap op zich nemen. De verhoudingen binnen het DB waren en zijn nog steeds goed.
Het neerleggen van een functie vanwege een persoonlijke afweging heeft daar niets mee te maken. In antwoord op vraag 5: Het college gaat niet, en ik al helemaal niet -zeg ik er met een glimlach bij -over de pennenvruchten van een journalist. Maar ik zou mij kunnen voorstellen dat in het artikel in Tubantia een en ander gebaseerd is op de uitspraken die ik namens het college in de beantwoording op de vragen op 13 april jl. heb gedaan. Er zijn geen toezeggingen gedaan aan de andere gemeenten, maar uiteraard is er wel nagedacht over een "wat als"scenario, zoals zich nu gemanifesteerd heeft. Daar was naar aanleiding van de commissievergadering in april ook alle aanleiding toe. Het college heeft vandaag naar R 2106733
aanleiding van de beantwoording van de vragen op 13 april, besloten hetgeen door uw raad aanhangig is gemaakt. Richting Soweco-medewerkers heb ik als voorzitter van het bestuur aangegeven dat het streven is om voorde zomer tot definitieve duidelijkheid te komen. Dit is om meerdere redenen van belang. Niet in de laatste plaats om de ook de nietregelinggebonden medewerkers de zekerheid te geven waar ze op basis van de plaatsingsprocedure terechtkomen. Dat is uiteindelijk weer in het belang van de doelgroep. In antwoord opvraag 6: Er zijn geen financiële consequenties voor Almelo als de oprichting van de NUO door Almelo zal plaatsvinden in plaats van samen met Twenterand. De vier gemeenten zouden hoe dan ook met elkaar samen gaan werken. Ondanks dat Twenterand niet mede wil oprichten, blijft deze samenwerking in ieder geval de komende vijf jaar geborgd. De kosten van de oprichting worden tot aan de oprichting door de aan de GR deelnemende gemeenten gedragen. Heel zuiver bekeken is het risicoprofiel voorde NUO, in welke situatie dan ook, hetzelfde. We lopen immers in elke situatie het risico dat een deelnemende gemeente na vijf jaar de DVO niet verlengt, dus ook als die medeoprichter is en deel uitmaakt van het bestuur van die stichting. Almelo is geen aandeelhouder van de NUO, maar draagt als besturende gemeente wel verantwoordelijkheid.
Het financiële risico dat gelopen zou worden, is dan ook vooral gelegen in de verplichtingen die de NUO aangaat. U moet dan denken aan bijvoorbeeld een huurcontract. De NUO heeft overigens zelf geen personeel in dienst. De risico's kunnen gemitigeerd worden, verkleind worden, doordat we geen langere contracten afsluiten dan voor vijf jaar. Gemeenten die een DVO sluiten en de NUO niet mede-oprichten, betalen een standaard risico-opslag van 15% aan de NUO. Ook is er sprake van een primitieve begroting van de NUO. Mocht hier onverhoopt toch in het eerste anderhalf jaar vanaf de oprichting een tekort ontstaan, dan is afgesproken dat de vier gemeenten daar gezamenlijk en evenredig voor verantwoordelijk zijn. In antwoord opvraag 7: Als het gaat om de doelgroep en het aanbod van werk functioneert de organisatie door de goede inzet van de medewerkers, ook in staf en leiding, prima. De directeur wordt tijdelijk vervangen door de manager business development. Opdat dit een tijdelijke situatie is, worden er momenteel gesprekken gevoerd voor het werven van een interim-directeur die ervaring heeft met een dergelijke situatie. De situatie van toezicht op de NV wordt op korte termijn door het algemeen bestuur als enige aandeelhouder van de NV voorzien van een oplossing.
Ook hier staat vast dat de NV ophoudt te bestaan, dus dat er sprake is van een tijdelijke situatie die overbrugd moet worden. In antwoord op vraag 8: Ondanks dat de gemeenten zich via de contourennotitie hebben gecommitteerd aan onderlinge samenwerking in een gezamenlijke infrastructuur, kunnen de gemeenten over 5 jaar altijd de DVO's opzeggen. Dat was vooraf helder. Gemeenten wensen meer eigen regie te voeren op de uitvoering van de Wsw en Participatiewet. Indat opzicht heeft de gemeente Almelo andere gemeenten niet aan een touwtje. Als een gemeente na vijf jaar geen DVO meer wenst af te sluiten, is dat een jaar van tevoren bekend in verband met de opzegtermijn. Zowel in het contractmanagement in de periode vooraf, als in dat jaar kunnen risico's die ten opzichte van de huidige uitvoering heel beperkt zijn, voor en door de NUO zo veel mogelijk gemitigeerd worden, verkleind worden. Als alle vierde gemeenten geen DVO meer willen sluiten, vervalt het bestaansrecht van de NUO automatisch. In antwoord opvraag 9: Volgens het sociaal plan dat bij uw raad bekend is, zal elke gemeente de mensen met een vast contract en de mensen met een tijdelijk contract die voor 23 mei 2019 in dienst zijn gekomen een aanbod doen. Bij mensen met tijdelijke contracten die vanaf 23 mei 2019 in dienst zijn gekomen, wordt per individueel geval overwogen of indienstname aan de orde kan zijn.
Als er geen werk is, kunnen mensen binnen de gemeente een andere functie vervullen, omdat ze bij de gemeente in dienst zijn. Betekent dit dat andere gemeenten de DVO's kunnen ontbinden? Nee, de DVO's kennen een looptijd van 5 jaar en kunnen pas in het vierde jaar worden opgezegd. Dit wordt pas aan het eind van het vijfde jaar geëffectueerd. Zodoende ontstaat er tijd om de NUO op de nieuwe situatie aan te passen. In antwoord op vraag 10: Bepalend voor het bestaansrecht zijn de DVO's en niet de vraag wie de NUO opricht. Wij zijn voornemens de NUO op te richten, omdat de gemeenten hebben afgesproken met elkaar een gezamenlijke infrastructuur ten behoeve van de doelgroep te willen organiseren; via die DVO's gebeurt dat ook. In antwoord op vraag 11: Ja, de gezamenlijk oprichting door vier gemeenten was een 23 R 2106733
gedachte die op het moment van liquidatie van de GR speelde en staat ergens op pagina 3 van het raadsvoorstel. De besluitvorming in de andere raden was overigens later, en daarmee waren andere opvattingen vanuit andere gemeenten op dat moment niet bekend. Bij vraag 1 heb ik hierover het nodige gezegd. In contourennotitie staat overigens niet dat er sprake zou zijn van een gezamenlijke oprichting. Daarin wordt beschreven dat de vier gemeenten hebben aangegeven gezamenlijk een nieuwe uitvoeringsorganisatie te willen organiseren. Ook in de huidige ontstane situatie is dat het geval. De uitvoering van de contourennotitie ryas en is voor ons als gemeente Almelo leidend. De vraag wie de NUO zou oprichten was op 16 juni 2020 geen noodzakelijke voorwaarde voor het besluit tot liquidatie. De komst van de NUO wel. Uw raad heeft daarop zelfs een amendement ingediend. In antwoord opvraag 12: De contourennota ging uit van de inbreng van in ieder geval de uitvoering van de Wsw beschut en nieuw beschut werken door de vier gemeenten Almelo, Twenterand, Wierden en Tubbergen. Bij de stukken die als bijlage waren toegevoegd bij het raadsvoorstel van 23 maart jl. zaten enkele overzichten van de toezeggingen in de contourennota en eventuele afwijkingen daarop. Bij het raadsvoorstel van 23 maart jl.
was al bekend dat Tubbergen de individuele detacheringen Wsw vanwege het beperkte aantal zelf zou gaan uitvoeren. Deze situatie is niet veranderd. Wat betreft de trajecten voorde doelgroep Participatiewet, is altijd aangegeven dat gemeenten ieder voor zich daarover beslissen op basis van maatwerken niet verplicht zijn om trajecten bij de NUO in te kopen. Dat geldt ook voor Almelo. In de contourennotitie stsat: de regie over de cliënten Participatiewet ligt bij Sociale Zaken. De nieuwe organisatie kan hierbij diensten verlenen. De uitvoering van deze dienstverlening sluit zo veel mogelijk aan bij de lokale situatie, lokale infrastructuur, en is gericht op de lokale wensen. Ook stond duidelijk in de contourennotitie dat Rijssen-Holten en Hellendoorn hadden aangeven lokaal invulling te geven aan de Wsw, nieuw beschut en Participatiewet via de eigen gevormde stichtingen. De zes gemeenten zouden ook de werkgeverstaak voorde Wsw onderbrengen bij de NUO. Daar hebben Rijssen-Holten en Hellendoorn uiteindelijk niet voor gekozen, en ook dat stond in die verschillenanalyse. Twenterand zou conform de contourennota invulling geven aan haar verplichtingen die voortvloeien uit de DVO. Aanvullende diensten in het kader van de Participatiewet zullen op basis van maatwerk worden ingekocht, waarde NUO een van de aanbieders kan zijn.
En strikt gezien blijft Twenterand dat doen, wat ze in het verleden ook deed bij Soweco en Extend. Daarmee wordt voldaan aan wat hierover in de contourennota is afgesproken. Enkele kleine afwijkingen in de gevallen Rijssen-Holten, Hellendoorn en Tubbergen waren dus op 23 maart jl. bekend. In antwoord op vraag 13: De oprichting van de NUO voldoet aan het governance-beleid van de gemeente Almelo, zie ook argument 1.5 van het raadsvoorstel van 23 maart. Overigens kent een stichting geen aandeelhouders en heeft een stichting een ander doel dan een BV of NV In antwoord opvraag 14: Het liquidatieplan ís feitelijk in juni 2020 al door de zes gemeenteraden genomen. Op het liquidatieplan dat vervolgens conform de Wet op de gemeenschappelijke regelin_gen_en de GR Soweco is opgesteld,_zijn door de_gemeenteraden al dan niet zienswijzen ingediend. Gehoord hebbende de raden, heeft het aÍgemeen bestuur besloten het liquidatieplan definitief vast te stellen. Het liquidatieplan wordt pas geëffectueerd als de NUO is opgericht en operationeel is. In antwoord opvraag 15: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft besloten om de liquidatie door te zetten, terwijl de raad van Twenterand nog geen besluit had genomen. Dit is opgelost, doordat de raad van Twenterand via zijn griffier de zienswijzen schriftelijk heeft ingebracht.
Alle gemeenteraden zijn daarmee in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen in te brengen voordat het besluit viel. In antwoord op vraag 16: Er is terdege een sociaal plan. De effectuering daarvan wacht op de definitieve besluitvorming in Almelo inzake de oprichting van de NUO. Op dit moment worden de Wsw'ers nog steeds begeleid door de Soweco-medewerkers. Als wij niet overgaan tot de oprichting van de NUO, vervalt ook het sociaal plan dat daar deels op geënt is. Dan zijn we inderdaad een aantal maanden verder, want dan moeten we dat proces weer opnieuw doen. Als de NUO niet door Almelo wordt opgericht, heeft dit onder meer consequenties voor de status van het sociaal plan. Het zal dan komen te vervallen. Het gevolg is dat ervoor langere tijd onzekerheid zal bestaan onder de medewerkers, terwijl er juist nu zicht is op rust en duidelijkheid. 24 R 2106733
In antwoord op vraag 17: Het waren de gemeenten Rijssen-Holten — de heer Wiertz gaf dit terecht in zijn inleiding aan — en Hellendoorn die wilden uittreden. Van deze situatie is vanzelfsprekend allang geen sprake meer. Overigens is de uittredingssom van destijds bepaald door een meerderheid van het bestuur. Bij de stukken van 23 maart jl. heeft uw raad een liquidatiebegroting gezien. Deze had sec een negatief saldo van € 540.000, maar daartegenover staat een plus van € 4,3 miljoen aan liquide middelen. Hoe de liquidatie uiteindelijk financieel uitpakt, hangt af van meerdere factoren. De belangrijkste is wel de verkoop van het complex aan de Plesmanweg. Als aan het eind van de rit een negatief saldo resteert, zullen alle gemeenten verhoudingsgewijs dat verlies dragen. Blijft er een positief saldo over, wordt dat verhoudingsgewijs over alle gemeenten verdeeld. Komt het bedrag deels ten laste van de overige gemeenten? Hier is geen sprake van. In antwoord op vraag 18: De gemeente Twenterand neemt als volwaardig partner door middel van een DVO diensten af van de NUO. Daarbij zullen ook aanvullende opdrachten voor een bredere doelgroep tot de mogelijkheden behoren. In antwoord op vraag 19. Het overzicht van de kosten die tijdens het traject zijn gemaakt, is al verstrekt en een nieuwe update zal meegenomen worden in de kwartaalrapportage van de financiële voortgang van de liquidatie.
In antwoord op vraag 20: Het college deelt de mening niet dat het onmogelijk is om tot besluitvorming over te gaan zonder dat er een onafhankelijke risicoanalyse is gemaakt, gezien de antwoorden van het college op uw vragen 6, 8 en 10. De heer St~teler heeft het college gevraagd welk doel de liquidatie had en of we dat doel hebben gehaald. En hoe ziet het dienen van de doelgroep er uit qua borging? Als het gaat om de liquidatie, heeft het college het besluit genomen in de wetenschap dat in het verleden de besluitvorming nog niet afgerond was. De GR zou geen eigenaar zijn van de NV en het was niet bepaald wie de NV overeind zou houden. Wij hebben gezien dat de NV steeds afhankelijker werd van overheidsopdrachten en dat dat knel ging lopen met een krimpende Wsw-doelgroep. Wij wilden toe naar een uitvoeringssituatie voor de doelgroep die toekomstbestendig is. Dat is deze situatie, omdat deze mensen bij ons in dienst zijn gekomen. Alsje een GR opheft, komen ze bij je in dienst. Dat doen we ook voorde stad. We hebben als vier gemeenten met elkaar afgesproken dat we via de stichting blijven samenwerken, de stichting als vehikel, om die gezamenlijke infrastructuur overeind te houden ten behoeve van de doelgroep. De bediening van die doelgroep is voldoende geborgd in dat construct van vier in deze situatie, omdat die vier gemeenten zich toeleggen op het afsluiten van een DVO.
Dat ís nu het geval en dat is straks het geval. Oprichting is daarin niet bepalend. Dit heb ik in de beantwoording proberen aan te geven. De Partij Vrij Almelo heeft opgemerkt dat er al tien jaar sprake is van een onrustige situatie. Dat klopt en is de reden waarom de colleges van de zes gemeenten hebben gezegd dat ze dit in een rustig vaarwater willen brengen. De beste borg daartoe is om de mensen in dat opzicht onder de gemeentelijke paraplu te brengen. Daarop schorst de VOORZITTER de vergadering. (De heer Buitenweg heeft de vergadering tijdens de schorsing verlaten.) Na heropening van de vergadering verleent de VOORZITTER het woord aan de heer Wiertz voorde tweede termijn van de raad. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! De wethouder ging wat snel, maar voor zover ik hem heb kunnen volgen, ben ik het niet altijd met hem eens. De wethouder zei namelijk dat de oprichting van de NUO helemaal niet is mislukt. Maarde oprichting van de NUO zoals we die vorig jaar gepresenteerd kregen, is wel degelijk mislukt. De drie andere gemeenten doen niet meer mee aan die oprichting. De wethouder kan daar nog steeds het etiketje samenwerking op plakken, maar wat is ervan die samenwerking over? Want een dienstverleningsovereenkomst is uiteindelijk een overeenkomst over een opdracht met een opdrachtnemer en opdrachtgever. Die opdrachtnemer is de NUO en de opdrachtgever een van die gemeenten.
Dat is een contractuele relatie die beëindigd kan worden aan het eind, na die vijf jaar, of tussentijds als 25 R 2106733
een van contractpartijen de overeenkomst niet nakomt. Dus ik zie er niet zoveel samenwerking in. Dat lijkt me gewoon niet het geval. De motie van de raad van Twenterand lag er vorig jaar al. Ik begin met toch een beetje te verbazen dat de wethouder zegt dat hij er echt niets van wist. Dat snap ik niet. Ik snap ook werkelijk niet hoe die het DB niet heeft kunnen bereiken; daar snap ik helemaal niets van. De wethouder heeft geen antwoord gegeven op de vraag wanneer Wierden en Tubbergen zijn afgehaakt, als het om de oprichting van de NUO gaat. Dat is wel relevant. Waarom kregen we anders eerder dit jaar een voorstel om de NUO met Twenterand op te richten? Dat had dan toch geen enkele zin meer als vorig jaar juni al bekend was dat de raad van Twenterand helemaal geen stichting met Almelo wil oprichten? Dat is toch echt wat vorig jaar in die motie van de raad van Twenterand stond: wij willen geen stichting oprichten. De wethouder zei dat de NUO geen personeel heeft. Moet ik daaruit begrijpen dat de NUO ook geen directeur heeft? Is dat de conclusie? De wethouder zei dat het eigenlijk niet zo veel uitmaakt of je deelneemt aan die stichting, of alleen een contract sluit. Dat lijkt me een wat vreemde conclusie, want dit maakt natuurlijk wel uit. Uiteindelijk ligt het meeste risico bij degene die de stichting opricht.
Dat is alleen de gemeente Almelo en zijn niet meer die andere gemeenten. Die leggen het risico bij ons neer. Voor een deel kopen ze dat af, maar dat doet niets af aan het feit dat het risico grotendeels bij de gemeente Almelo ligt. Dat een stichting geen aandeelhouders heeft, is natuurlijk bekend. Maar waarom zouden wij geen BV's in ons eentje willen oprichten, maar wel een stichting? En dan ook nog een stichting waarin alleen ambtenaren in het bestuur zitten. Wat is dat voor governance? Waarom zouden we die stichting uberhaupt nog willen? Dat lijkt me de cruciale vraag. Want we kunnen ook een afdeling binnen de gemeentelijke organisatie daarvoor inrichten, dan is die hele NUO niet nodig. Wij hebben niet gezegd dat er geen sociaal plan is, zoals de wethouder suggereerde. Alleen, we hebben gezegd dat er geen sociaal plan zou zijn zolang er nog geen NUO is. Ondertussen loopt de organisatie bij Soweco blijkbaar leeg. Andere gemeente zijn al bezig — de gemeente Almelo misschien ook wel — om medewerkers van Soweco in dienst te nemen, al dan niet tijdelijk. Hoe zit dat? Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Deels is het al aangekaart door mijn collega, maar voor mij als raadslid voor Forum van Rechts is hef volgende van belang. Ik heb een wethouder die ik niet kan vertrouwen. Deze wethouder.
Uiteindelijk is het voor mij als raadslid dat al tig dingen te doen heeft en tig stukken moet beoordelen, niet mijn primaire taak om ervoor te zorgen dat ik mijn wethouder controleer in die zin dat ik helemaal moet napluizen of hij de waarheid spreekt. Omdat ik door dit debacle en alle verhalen inde krant zie met wie hij allemaal ruzie heeft, heb ik contact gelegd met Twenterand. Ik heb Twenterand opgebeld en hoor daar dat er unaniem in juni vorig jaar —terwijl deze wethouder beweert dat hij dit pas in maart wist —een .motie-is aangenomen dat Twenterand onder geen beding. in een. stichting of in een samenwerking met Almelo wilde. Deze wethouder heeft nadien bij herhaling gezegd dat het met Twenterand goed zat. Het is zijn verantwoordelijkheid om ons daar goed over te informeren. Dat heeft hij niet gedaan. Sterker nog, hij heeft ons voorgelogen, daar komt het gewoon op neer. Hij heeft bij ons, de raad, een raadsvoorstel erdoorheen gekregen op basis van leugens, niet meeren niet minder. Hij heeft ons verteld dat Twenterand deze samenwerking met Almelo wilde. Ik heb zelfs gisteren nog met iemand van Twenterand gesproken en die zei dat het altijd duidelijk was: ze wilden alleen maar afnemen in een dienstovereenkomst. Dat kan bij Larcom of Almelo zijn, maar hij zei niets over de NUO.
Desondanks heeft deze raad op basis van de woorden van deze wethouder gestemd over een raadsvoorstel dat bij voorbaat al gebakken lucht bevatte. Daar komt het feitelijk op neer. Daarom kaartte ik net aan dat ik deze wethouder wantrouw. Dat vertrouwen is hoe dan ook weg. Mevrouw BIJENHOF (VVD): Elk raadslid heeft het recht om vragen te stellen, maar ik vind dat mevrouw Pol ontzettend zware woorden gebruikt. Ik kan ze niet onderschrijven en ik heb ze niet gehoord. Er luisteren mensen mee en ik vraag mevrouw Pol haar woorden wat zorgvuldiger te kiezen: wantrouwen, liegen, leugens, ik vind dat heel zware aantijgingen. 26 R 2106733
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dat snap ik vanuit de positie van mevrouw Bijenhof, vol die trots zegt dat ze Rutte een geweldige kerel vindt. Voor haar ethisch vermogen heb ik niet zo heel veel respect meer. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Ik vind dit interpellatiedebat een mooi debat. Er zijn antwoorden gegeven en we doen er recht aan door goed naar elkaar te luisteren. Ik distantieer me van alle woorden die mevrouw Pol van Forum voor Rechts heeft gebruikt. Ik voel me daar niet plezierig bij en wordt er een beetje kriebelig van. Ik vind dat we fatsoenlijk met elkaar moeten omgaan, elkaar moeten respecteren en ieders mening mogen respecteren, maar we moeten ophouden met continu veroordelen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Kortom, de heer Gerritsen wordt graag voorgelogen? De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Voorde laatste maal, dat zijn de woorden van mevrouw Pol en ik distantieer me er nog eens van. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Heeft de heer Gerritsen dan niet meerdere keren van de deze wethouder gehoord dat het koeken ei was met Twenterand, of hoor ik dingen die er niet zijn, en meerdere mensen in deze raad? De heer STORK (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter ik denk dat u moet ingrijpen, want dit kan gewoon niet. De manier waarop deze mevrouw in deze raad stellingen poneert, is niet acceptabel.
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Kortom, dus ook de fractie van Lokaal Almelo Samen wordt graag voorgelogen? De VOORZITTER: Mevrouw Pol. De discussie gaat nu heel erg direct en u gebruikt termen als "u wordt graag voorgelogen". Dat is niet heel hoffelijk naar elkaar. U mag uiteraard uw vertrouwen in de wethouder of in het college ter discussie stellen. Maar u gaf net ook een kwalificatie over het ethisch oordeelsvermogen van mevrouw Bijenhof. Op die manier moeten we het gesprek niet met elkaar voeren. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Mevrouw Bijenhof kaartte dit zelf aan en neemt afstand van wat ik zei. Dan kan ze zo'n antwoord verwachten. De VOORZITTER: Nee, dan kan je juist niet verwachten in een gemeenteraad waarin we op een zakelijke en hoffelijke manier met elkaar in discussie willen gaan, ondanks onze verschillen van mening. U heeft het woord om door te gaan in de tweede termijn. Laat de interrupties die u net aan weerskanten kreeg even rusten en richt u zich op de beantwoording door de wethouder. De heer TEEUW (Christenunie): In het debat speelt de motie uit Twenterand een grote rol; die wordt steeds aangehaald. Ik kan haar niet zo snel vinden, maar ik weet de inhoud uit de krant. Volgens mij ging de motie in Twenterand die in juni 2020 unaniem is aangenomen erom dater men vond dat er een onafhankelijke stichting Soweco moest worden opgericht.
Volgens mij heeft de wethouder toen gezegd dat Twenterand dat niet alleen gaat doen. Uiteindelijk doet Twenterand dat nu helemaal niet. Mijn vraag is of we het allemaal over dezelfde motie hebben. De VOORZITTER: Wellicht komt de wethouder in zijn reactie terug op wat de heer Wiertz en mevrouw Pol daarover hebben gezegd. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb dit direct aan iemand van Twenterand gevraagd, zodat er geen ruis is op de lijn. Dat had onze wethouder moeten doen wanneer hij ons zo'n immens heftig raadvoorstel presenteert. Zijn voorbereiding moet zeer gedegen zijn. Hij heeft in eerste instantie verklaard dat vier gemeenten binnenboord waren. Uiteindelijk 27 R 2106733
vallen er veel af, nog afgezien van het debacle met de raad van commissarissen, de ondernemingsraad en het eigen personeel die hij allemaal tegen zich in het harnas jaagt. Deze wethouder heeft met een heleboel mensen problemen. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Dan heb ik nog een andere vraag. De heer Teunis stelde aan het begin van de vergadering dat het hem om Soweco ging en niet om de wethouder. Naar aanleiding van wat er nu allemaal over tafel gaat, vraag ik mevrouw Pol of het haar om Soweco gaat of om de wethouder. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Het gaat mij om beide. Deze wethouder bestuurt deze stad. Het staat de heer Teunis vrij te vinden wat hij vindt, maar ik zit hier als raadslid dat vertrouwen moet hebben in de wethouder en dat gewoon niet meer heeft. Dat is omdat deze wethouder —dan kom ik weer terug op mijn verhaal —ons een verhaal heeft gepresenteerd en bij herhaling heeft gezegd dat Twenterand helemaal meeging. Wat blijkt wanneer ikzelf uiteindelijk contact leg met iemand van Twenterand? Ik wantrouw deze wethouder steeds meer door alles wat plaatsvindt, zoals hoe hij omgaat met de ondernemingsraad en de raad van commissarissen. Telkens zegt hij dat het niet aan hem ligt en dat hij echt onschuldig is; hij is zo zielig. Het ligt allemaal aan die anderen. Hoe kom ik achter de waarheid? Uiteindelijk leg ik contact met iemand van Twenterand.
Dat is in principe niet mijn taak als raadslid. Ik moet zo ver gaan, terwijl ik op de woorden van deze wethouder moet kunnen vertrouwen. Dat kan ik dus niet, want er was unaniem een motie aangenomen waarin staat dat de raad van Twenterand helemaal niet met Almelo wilde samenwerken. Ik heb nog nagevraagd wat de bedoeling was. Het enige wat men wilde, was eventueel een dienstverlening afnemen, wat nu dus gebeurt. Er is ook recentelijk nog aangegeven dat Twenterand alle opties openhoudt. Dat is niet wat deze wethouder ons, toen wij stemden, heeft gepresenteerd. Kortom, deze wethouder heeft een verkeerde voorstelling van zaken gepresenteerd en heeft dat meerdere keren gedaan. Nadien is er na alle onrust meerdere keren door deze raad gevraagd hoe het zit met Twenterand, omdat er al zo veel raden afvielen. Wederom bleef deze wethouder halleluja preken. Twenterand was aan boord, terwijl Twenterand mogelijk, ik herhaal mogelijk, zaken wilde doen met Almelo met een dienstverleningsovereenkomst. Maar dat kan ook Larcom zijn. Dat hebben we allemaal niet van deze wethouder vernomen. Desondanks is hierover gestemd. De VOORZITTER: U hebt een aantal malen dit punt gemaakt. Eris een aantal mensen dat u wil interrumperen. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter[ Het debat gaat over een motie van 16 juni 2020 van de gemeenteraad Twenterand.
Daarna is in 2021 een collegebesluit genomen om deel te nemen aan de NUO. De zakenpartner van ons college is toch echt het college van Twenterand en nietde-gemeenteraad-aldaar.-Ons-college_heeft_gevaren_op_het_besluitvan_het_andere __ _ college. Dat dat besluit niet voldoet aan een motie die eerder was aangenomen, daar kunnen wij niets aan doen, kan ons college niets aan doen en kan zeker ook onze wethouder niets aan doen. Ik wil het hier niet voor hem opnemen, want dat mag hij zelf doen. Maar dit om de feiten op een rij te zetten. Het college hier moet varen op het collegebesluit van Twenterand in 2021 om wel aan de oprichting van de NUO deel te nemen. Dat besluit is niet geratificeerd door de gemeenteraad. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik ben het niet eens met de heer Stóteler. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Ik begrijp dat mevrouw Pol een andere perceptie heeft van hoe dit interpellatiedebat eruit zou kunnen zien vergeleken de heer Teunis en vergeleken mijzelf. Ik deel het beeld van de heer Teunis. Als mevrouw Pol stevige woorden in de mond neemt, moet ze dat feitelijk kunnen onderbouwen. Die onderbouwing heb ik tot nu niet gehoord. Ze zegt dat ze dit doet; dat stemt mij positief. Ik hoor heel graag haar onderbouwing van haar stevige terminologie. Als ze die niet kan onderbouwen met feiten, zou het haar sieren als ze die terug zou nemen. 28 R 2106733
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dat doe ik dus niet. Nogmaals, er is een motie aangenomen. In die motie staat onmiskenbaar dat Twenterand... Het is de taak van de wethouder om ons daarover te informeren. Ik begrijp dat mevrouw Ten Seldam het voor haar coalitiepartner opneemt. Dat siert haar. Maar in deze raad is meerdere keren gevraagd hoe Twenterand in de wedstrijd stond. Nimmer heeft deze wethouder aangekaart dat dit een risicofactor was. Het is de taak van de wethouder om daarop toe te zien, temeer omdat er zorgen waren over deze raad. Hij heeft ons willens en wetens verkeerd geïnformeerd. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Ik zal dictumpunt 1 van die motie voorlezen: "verzoekt het college niet samen met één of meerdere gemeenten deel te nemen in een stichting die de uitvoering van de Wsw als doel heeft, tenzij dit leidt tot verplaatsing van onze Wsw'ers naar elders of een onwenselijke inkooprelatie tot gevolg heeft." Er zit dus een tenzij in; de motie is niet ondubbelzinnig. Dictumpunt 3 in de betreffende motie is: "het college de gemeenteraad op de hoogte houdt van de uitvoering van deze motie." De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Een punt van orde. Ik ben waarschijnlijk ondeskundig, maar ik vraag me af in hoeverre dit allemaal daadwerkelijk interrupties zijn. De VOORZITTER: Ik vind ze relevant. De heer Hummels weet dat ik daarover ga.
Er wordt iets te berde gebracht en bestreden door een interrumpant. Die heeft er blijkbaar een bepaalde grondslag voor. Dat Iaat ik gewoon toe. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Mevrouw Pol zegt dat ik de wethouder bescherm, maar ik bescherm niemand. Ze weet als geen ander hoe ik hecht aan een ordentelijk op inhoud gericht debat. Dat moet echt om feiten gaan. Als het om insinuaties gaat, om suggesties, mag dat van mij eventjes, maar dan moetje dat ook waar kunnen maken. Daartoe roep ik op: laten wij ons bij de feiten houden. Dat was naar mijn idee de insteek van het interpellatiedebat. We hebben het over een inhoudelijk belangrijk onderwerp. Een aantal raadsleden vraagt zich af hoe het proces zich heeft voltrokken tot het uiteindelijke besluit in de gemeenteraad van Twenteraad. Dat is hartstikke waardevol om naar de volgende stapte komen. Dat kan ons allen behulpzaam zijn. Daarom steun ik graag het interpellatiedebat. Maar laten we ons beperken tot de feiten en tot de inhoud. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voor mij is het van wezenlijk belang dat ik te maken heb met een wethouder die hier telkens weer een fantastisch plaatje presenteert. Het gaat om heftige beslissingen, net zoals over het zwembad. Achteraf komen wij er dan achter dat de feiten niet waren zoals gepresenteerd.
Ik moet zelf in overleg met Twenterand, met de raadsleden daar, over wat daar is gecommuniceerd, wat deze wethouder niet aan ons heeft gecommuniceerd. Mevrouw Ten Beldam mag er anders over denken, dat respecteer ik. Maar voor mij betekent dit dat ik niet het gevoel heb dat elk feit dat deze wethouder vermeldt bij heftige beslissingen, zoals het zwembad... Moet ik daar ook weer achteraan? Welk debacle komt daaruit? Dat is voor mij uiterst zorgwekkend. Prima, ík merk dat deze raad het heel vreemd vindt dat ik verwacht dat mijn wethouder mij juist informeert, of ten minste een aantal raadsleden, wat ik weer heel vreemd vind. De VOORZITTER: Mevrouw Pol, omwille van het debat, want er zijn meer sprekers. Een aantal malen is het punt gemaakt waarop u de woorden en de informatie van de kant van het college anders weegt dan een aantal van uw collega's. Ik stel u voor dat punt te parkeren en straks te betrekken bij de conclusies. U wilt ongetwijfeld nog andere punten te berde brengen, want dit punt is voldoende uitgewisseld. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dat wilde ik gaan doen. Daarnaast hoor ik de wethouder zeggen: dat maakt allemaal niet uit, er zijn geen risico's, want we hebben nu die dienstverleningsovereenkomst met een risico-opslag. Dat is innerlijk al tegenstrijdig, want een risico-opslag betekent dat Almelo zich het risico toe-eigent en daarvoor 29 R 2106733
bij anderen een risico-opslag in rekening brengt. Dat betekent ook dat de risico-opslag wellicht niet voldoende is wanneer de bom barst. Ik heb overleg gevoerd met Twenterand en gevraagd wat ze wilden. Ze willen alleen maar afnemen en geen risico's lopen of zaken doen met anderen, zeker niet met de gemeente Almelo, gezien de ervaringen in het verleden. Dat is hun recht; dat mag. Dat heet in overleg treden, want dat moet kennelijk om een beeld te krijgen van wat er werkelijk speelt. Ik vind het heel jammer dat ik dit soort acties moet ondernemen en hier tijd aan moet spenderen. Het personeel zou geplaatst worden bij meerdere gemeenten. Maar als deze gemeenten betalen voorde dienstverlening, betekent dit dan dat Almelo al dat personeel op de loonlijst krijgt en daarvoor verantwoordelijk wordt? Dat krijg ik niet helder in beeld. Het lijkt mij logisch om het zo te kwalificeren — ik presenteer de stichting of het hele verhaal even als een bedrijf — als ik afnemers en overeenkomsten heb voor opdrachten. Dit betekent dat ik het personeel moet inhuren. Ik kan wel een risico-opslag en weet ik veel wat gaan rekenen, maar dit betekent toch dat ik dan overal voor verantwoordelijk ben? De wethouder heeft een heel prachtig verhaal gehouden, maar het ging allemaal zo snel, dat ik bijna dacht: ik kan het niet allemaal volgen. Dat voelt alsof ik faal.
Dit betekent dat ik de antwoorden nog moet naluisteren. Dit is in ieder geval mijn beeld. Almelo wordt verantwoordelijk voor het personeel in aansturende zin. Dat lijkt met het meest logische, want waarom moeten de afnemers anders een risico-opslag betalen? Waarschijnlijk heb ik meer vragen, maar die heb ik nu even niet in beeld. Daar houd ik graag nog even recht op. Er zijn vast nog andere collega's die vragen hebben. De VOORZITTER: De wethouder zal uw vragen in zijn termijn beantwoorden, dan kunt u bij interruptie daar nog vervolgvragen op stellen. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Eerst een hartenkreet. Zoals de wethouder zijn antwoorden presenteert: ik weet onderhand wel dat de hij erin gelooft. Dat schreeuwt hij van de daken en zegt hij tegen iedereen. Hij is er ongelooflijk van overtuigd. Misschien soms een beetje te overtuigd. Daar beginnen mijn zorgen. Het is niet dat wij spoken zien als de keuze op NUO valt en het echt zo perfect is als de wethouder zegt. Er zijn nog steeds vragen en de risico's zijn nog steeds niet duidelijk neergezet. De wethouder zegt dat alle gemeenten die als DVO meedoen 15% gaan meebetalen. Hij zegt ook dat ze betalen voorde komende vier of vijf jaar. Stelt dat de NUO die mensen niet aan het werk kan krijgen. Gaan die gemeenten dan ook betalen voor mensen die gewoon thuiszitten? Daarop heeft de wethouder tot nu toe nooit geantwoord.