28 Jaarprogramma ODT 2024 en Lokaal Jaarprogramma VTH 2024
Tekst van het document
Omwille van doelmatige handhaving kan onderscheid worden gemaakt in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak via prioriteitsstelling in de vorm van handhavingsbeleid. Het juridische prioriteringskader sluit aan op het de wijze waarop prioriteiten zijn gesteld voor de toetsing en het toezicht. In samenhang met dit prioriteringskader wordt waarschuwingenbeleid voorbereid. De bedoeling van het waarschuwingenbeleid is te voorkomen dat bij elke (lichte) overtreding een handhavingstraject moet worden opgestart, dat leidt tot het voorbereiden van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang en de tenuitvoerlegging daarvan. Het waarschuwingenbeleid zorgt ervoor, dat in bepaalde situaties kan worden volstaan met een handhavingswaarschuwing. Overigens zal bij constatering van het voortduren van een overtreding alsnog besloten worden tot verdere juridische stappen.
Pagina 16 van 51 VTH-programma 2024
7.
Pandbrigade
Voor het eerst wordt de inzet van de pandbrigade in een apart hoofdstuk van het jaarprogramma beschreven. Het betreft een afzonderlijk cluster van het team Vergunningverlening & Naleving, dat specifiek is belast met toezicht en handhaving van (illegale) kamerbewoning. De pandbrigade is in 2023 als afzonderlijk cluster toegevoegd aan team Vergunningen en Naleving. Naast de inzet op overlastmeldingen rondom (illegale) kamerbewoning zijn er ook randvoorwaardelijke zaken gerealiseerd: - Pandeigenaren worden doeltreffender gestimuleerd om overtredingen te beëindigen door wijzigen hoogte en verbeurwijze dwangsom; - Het gebruik van kortere, meer doelgerichte handhavingsbrieven; - Er is onderzoek gedaan naar aanpassing van de handhavingsprocedure door onder meer de handhavingswaarschuwing af te schaffen in geval van recidive; - Er wordt een draaiboek voor de pandbrigade ontwikkeld; - Bij het legalisatieonderzoek in geval van kamerbewoning in relatie tot het omgevingsplan wordt de intaketafel ingezet. Voor 2024 zijn er drie hoofdopgaven geformuleerd, die betrekking hebben op illegale kamerbewoning. Deze worden toegelicht in de volgende paragraaf. Daarnaast zijn er enkele ontwikkelopgaven, waarmee de inzet en slagvaardigheid van de pandbrigade kan worden verbeterd.
7.1 Hoofdopgaven pandbrigade In de eerste plaats is de pandbrigade aan zet om toezicht te houden op kamerbewoning en – in geval van illegale kamerbewoning en/of overlast – de verhuurders aan te spreken. Leidt dit niet tot de gewenste gedragsverandering of is er (tevens) sprake van recidive, dan wordt handhavend opgetreden. Het doel is de leefbaarheid van de stad te bevorderen door illegale situaties en overlast tegen te gaan. Ten tweede brengt de Wet goed verhuurderschap een aantal opgaven met zich mee, die geheel of gedeeltelijk door de pandbrigade zullen worden opgepakt. Dit geldt in ieder geval voor het meldpunt kamerbewoning, dat per 1 januari 2024 operationeel is en dat bemenst wordt door medewerkers van de pandbrigade. Het meldpunt neemt meldingen over overlast van kamerbewoning in behandeling en regelt de nodige follow-up (onderzoek, toezicht en handhaving) en terugkoppeling aan de melder. Op de derde plaats wordt de pandbrigade in 2024 doorontwikkeld. Verdere professionalisering van de aanpak kan onder andere door aansluiting te zoeken bij de Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). Ook wordt de inzet van de bestuurlijke boete als sanctiemiddel onderzocht. Ook is er aandacht en inzet voor het verbeteren van het uitvoeren van controles en de daaruit voortvloeiende rapportages.
Een evaluatie en verduidelijking van het beleid ten behoeve van illegale kamerbewoning krijgt in 2024 eveneens aandacht. 7.2 Toezicht en handhaving Kamerbewoning (of kamergewijze verhuur van woonruimte) is in Almelo gebonden aan de beleidsregels kamerbewoning. Hiermee wordt beoogd om de legale kamerbewoning te verspreiden over de stad, onder andere door ervoor te zorgen dat binnen 75 meter van een pand met kamerverhuur er geen tweede pand een vergunning kan krijgen. Ook wordt bij vergunningverlening gekeken naar de wijze waarop de initiatiefnemer omgaat met negatieve effecten van kamerbewoning, zoals parkeeroverlast door extra auto’s van bewoners. Het toezicht richt zich op zowel illegale kamerverhuur (zonder vergunning) als overlast door het niet naleven van de voorschriften uit de vergunning. Bij constatering van illegale kamerbewoning wordt handhavend opgetreden. Voorafgaand daaraan vindt eerst een legalisatietoets plaats: als er vergunning zou worden aangevraagd, zou die dan worden verleend? Pagina 17 van 51 VTH-programma 2024
Is het antwoord bevestigend, dan is er volgens vaste jurisprudentie feitelijk geen grond om handhavend op te treden. 7.3 Vergunningverlening Een initiatiefnemer die op legale wijze kamers wil gaan verhuren in de gemeente Almelo heeft daarvoor een vergunning nodig voor het handelen in strijd met de ruimtelijke regels. Het gaat om een afwijking van het omgevingsplan. De aanvraag moet op grond van de wet voldoende gegevens bevatten voor een zorgvuldige beoordeling en voorbereiding van de beschikking. Praktisch gezien betekent dat, dat uit de aanvraag moet blijken op welke locatie de kamergewijze verhuur plaats gaat vinden. Ook is een planschade-overeenkomst nodig, alsmede een document waarin de huisregels zijn weergegeven, die deel uitmaken van de huurovereenkomst. Tot slot moet de aanvrager inzichtelijk maken, dat er geen sprake is van toename van de parkeerdruk. 7.4 Ontwikkelopgave 2024 De omgang met kamergewijze verhuur van woningen wordt in 2024 verder vormgegeven, onder meer met een effectief sanctiebeleid. Te denken valt aan het actief intrekken van een vergunning, wanneer de voorwaarden niet worden nageleefd. De nieuwe Wet goed verhuurderschap levert enkele stevige uitdagingen voor 2024. Deze gaan met name over de wijze waarop de gemeente omgaat met meldingen die vanaf 1 januari 2024 bij het meldpunt (zie 7.1) worden ingediend. In 2024 wordt ervaring opgedaan met deze wet.
Deze wordt gebruikt voor het verder ontwikkelen van de pandbrigade en een passende inrichting van het VTH-instrumentarium.
Pagina 18 van 51 VTH-programma 2024
8.
Projecten
Specifieke opdrachten worden binnen uitvoering en handhaving in de vorm van een project uitgevoerd. Waar mogelijk en logisch worden projecten gecombineerd die voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving van belang zijn. Onderstaande projecten worden uitgevoerd in 2024. ▪ Implementatie Kwaliteitscriteria 2.3 Projectresultaat: Kwaliteitscriteria 2.3 zijn vastgesteld en op basis hiervan is een zelfevaluatie uitgevoerd. Toelichting: Op basis van de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht wordt jaarlijks verantwoord hoe de kwaliteitscriteria binnen onze organisatie worden toegepast. Voor 2024 is de opgave de meest actuele set kwaliteitscriteria vast te laten stellen. Op basis hiervan wordt een zelfevaluatie uitgevoerd. De werkwijze bij deze zelfevaluatie is lerend, reflecterend en positief. Competenties zeggen primair iets over individuele medewerkers en het is niet wenselijk om deze informatie op individueel niveau openbaar te maken. Het eindresultaat focust zich daarom op het organisatieniveau. Het resultaat van de zelfevaluatie wordt verwerkt in de jaarlijkse verantwoording. Inzet: 200 uur. Projectleiding en inhoudelijke begeleiding: 180 uur; Beleid: 20 uur. ▪ Toezicht energielabel C voor kantoren Projectresultaat: Vaststellen toezichtkader energielabel C voor kantoren en hier toepassing aan geven.
Toelichting: Per 1 januari 2023 moeten alle kantoorpanden met een gebruiksoppervlakte van 100 m2 of meer een geldig energielabel C of beter hebben. De toezichtstaak ligt bij ons college, op basis van de regelgeving in het Bbl. Eind 2022 is begonnen met het aanschrijven van eigenaren van kantoorpanden. De eerste resultaten hiervan lieten zien dat het veel reactie oproept bij eigenaren. In 2023 heeft de handhaving van deze regelgeving vanwege capaciteitsgebrek geen vervolg gekregen. In 2024 moet een inhaalslag worden gemaakt. Inzet: 440 uur. Toezicht: 300 uur; Beleid: 40 uur. Eventueel aanvullende inzet vanuit Omgevingsdienst Twente.
Pagina 19 van 51 VTH-programma 2024
Bijlage 1. Handelingskader Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Korte schets van het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treedt op 1 januari 2024 in werking, gelijktijdig met de Omgevingswet (Ow). Met de inwerkingtreding veranderen het bouwproces en de rol en taken van het bevoegd gezag. De Wkb regelt dat de gemeente niet meer vooraf de bouwtechnische kwaliteit van een bouwwerk toetst. Dit gebeurt door een private kwaliteitsborger. Ook is de kwaliteitsborger verantwoordelijk voor het toezicht tijdens de bouw op de technische bouwkwaliteit. De verschuiving van de toezichthoudende rol betekent niet dat er geen gemeentelijk toezicht meer is. Dit is er alleen niet meer tijdens de bouwfase. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw, bouw- en sloopveiligheid en het ruimtelijke toezicht op basis van het omgevingsplan. Ook is en blijft de gemeente het bevoegd gezag voor de handhaving tijdens de bouwfase, omdat de kwaliteitsborger niet over handhavingsbevoegdheden beschikt. Onder de Ow wordt er een ‘knip’ gemaakt in de huidige omgevingsvergunning voor het bouwen: in ruimtelijke regels (omgevingsplanactiviteit) en technische regels (bouwactiviteit). De ruimtelijke regels en de regels voor welstand worden vastgelegd in het omgevingsplan.
De regels voor het bouwtechnische deel van de bouwactiviteit liggen vast in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); de opvolger van het huidige Bouwbesluit. Bij bouwen onder kwaliteitsborging wordt voor het bouwtechnische gedeelte van de activiteit een meldingsplicht ingevoerd voor bouwwerken die niet volledig vergunningsvrij zijn en vallen onder gevolgklasse 1. Dit zijn bouwwerken met een gering risico. Uit onze impactanalyse blijkt dat in de gemeente Almelo ongeveer 80% van de huidige omgevingsvergunningen bouw in gevolgklasse 1 valt. Bij de bouwmelding moet de initiatiefnemer van het bouwen aan het bevoegd gezag melden welk instrument voor kwaliteitsborging wordt toegepast en welke kwaliteitsborger toeziet op de bouw. Ook moet de melder een risicobeoordeling en een borgingsplan overleggen bij de melding. De melding moet uiterlijk vier weken voor de start van de bouw worden ingediend. Als uit de melding met bijbehorende stukken niet blijkt dat wordt voldaan aan de kwaliteitsborging, dan mag niet worden gestart met de bouw. De onafhankelijke kwaliteitsborger toetst of een bouwwerk daadwerkelijk gebouwd wordt conform de regelgeving. Deze toets betreft in ieder geval de bouwtechnische voorschriften, maar het kan ook betrekking hebben op alle andere kwaliteitsaspecten die in contract tussen aannemer en opdrachtgever zijn overeengekomen.
Dit laatste heeft betrekking op de versterking van de positie van de bouwconsument; een doelstelling van de wet waar de gemeente verder buiten staat. Aan het einde van het bouwproces moet bij de gemeente een gereedmelding worden gedaan, in de vorm van een ‘dossier bevoegd gezag’. Belangrijk onderdeel van dit dossier is de verklaring van de kwaliteitsborger dat wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften. Na de gereedmelding geldt een termijn van twee weken waarbinnen door de gemeente eventueel mededeling moet worden gedaan dat de melding onvolledig is. Het bouwwerk mag dan niet in gebruik worden genomen. De rol van het bevoegd gezag en de bouwende partijen Met de Wkb gaat de inhoudelijke rol van het bevoegd gezag deels over in een procesrol. De gemeente beoordeelt de stukken op volledigheid en controleert of aan de indieningsvereisten wordt voldaan. Er vindt geen preventieve toets op bouwtechnische voorschriften plaats. De verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit wordt hiermee eenduidiger belegd bij de bouwende partijen. Het gaat er niet langer primair om dat de bouwplannen op papier aan de regelgeving voldoen, maar dat het vervaardigde bouwwerk bij oplevering voldoet aan regels en gemaakte afspraken. De markt is daarmee primair verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. Het uitgangspunt is daarbij is dat afwijkingen door marktpartijen moeten worden opgelost.
Pagina 20 van 51 VTH-programma 2024
De gemeente heeft ten gevolge van de Wkb een informatieachterstand. Gegevens komen onder het nieuwe stelsel niet vooraf, maar achter beschikbaar in de vorm van een gereedmelding. Dat betekent dat voortijdig bijsturen door de gemeente niet mogelijk is. Als achteraf moet worden hersteld, kost dat extra tijd. Belangrijke vraag is in hoeverre de gemeente inhoudelijk betrokken is bij de uitvoering van de Wkb; bij de beoordeling van de meldingen en bij toezicht en handhaving. De gemeente kan als bevoegd gezag er voor kiezen om geen bouwtechnische toets en geen bouwtoezicht uit te voeren. Ook kan zij risicogestuurd/steekproefsgewijs toetsen en toezicht houden. Ook kan zij, net als de kwaliteitsborger, toetsen en toezicht houden. In 2024 wordt door de gemeente Almelo risicogestuurd en steekproefsgewijs getoetst en toezicht gehouden. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van ervaringen die worden opgedaan in de beginperiode van het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging. Het risicogestuurd en steekproefsgewijs toetsen is primair bedoeld om een beeld te krijgen van de werking van het private stelsel. Hiermee neemt de gemeente zijn verantwoordelijkheid, mede omdat het nieuwe stelsel zich nog niet heeft bewezen. Het Bestuursakkoord dat in 2019 is gesloten tussen de VNG en het Rijk benadrukt dat toezicht en handhaving een gemeentelijke taak blijft.
Het bevoegd gezag kan zijn handhavende bevoegdheid inzetten op een wijze waarop dat in het specifieke geval naar zijn oordeel geëigend is. Hierbij kan de gemeente acteren op signalen van de kwaliteitsborger of derden, maar kan ook zelf waarnemen, beoordelen en interveniëren. Het bevoegd gezag is en blijft verantwoordelijk voor de gebouwde omgeving. Werken met de Wkb: onderscheid in ‘happy flow’ en ‘unhappy flow’ Bij het werken met de Wkb wordt onderscheid gemaakt in de ‘happy flow’ en de ‘unhappy flow’. De happy flow is het optimale scenario, waarbij de werking en de uitvoering van de Wkb helemaal verloopt zoals de wetgever heeft beoogd. Daarentegen vormt de unhappy flow het suboptimale scenario, waarbij de praktijk niet helemaal verloopt zoals de wetgever heeft beoogd. In het suboptimale scenario wordt de gemeente in haar rol als bevoegd gezag geconfronteerd met een bepaalde situatie op grond waarvan zij kan of moet handelen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de situatie dat bouwwerken in gebruik worden genomen zonder correcte gereedmelding. Voor de helderheid: het gaat dus niet om een suboptimale uitvoering van werkzaamheden bij gemeenten. Uit de resultaten van proefprojecten Wkb blijkt dat rekening moet worden gehouden met de situatie dat sprake kan zijn van een unhappy flow. Bij bouwinitiatieven gaan wij uit van vertrouwen.
Wij gaan uit van een happy flow en hebben bij aanvang vertrouwen in het stelsel van kwaliteitsborging. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Wkb en de Omgevingswet en het bestuurlijk gekozen dienstverleningsniveau. Wel nemen wij onze verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving door in de beginperiode beperkt risicogericht/steekproefsgewijs de kwaliteit van het stelsel te toetsen. Als sprake is van een unhappy flow, treden wij in eerste instantie vooral administratief op door het sturen van een brief naar de initiatiefnemer/aannemer. Wij wachten de reactie af, en als deze voldoet dan zijn wij weer terug in de happy flow. Pas als administratief optreden geen of onvoldoende resultaat oplevert, gaat onze bouwinspecteur fysiek optreden (de bouwplaats op). Met als uiterste maatregel het stilleggen van de bouw of een verbod op ingebruikname, het eventueel (laten) uitvoeren van een onderzoek, tot de problemen zijn opgelost. Uitwerking situatie ‘happy flow’ Uitgangspunt is dat de gemeente geen toezicht- en handhavingstaken uitvoert op de bouwactiviteit. De aangeleverde informatie wordt beoordeeld op volledigheid. Er vindt geen inhoudelijke beoordeling plaats. Er wordt geen extra informatie opgevraagd en de bouwplaats wordt niet bezocht.
Pagina 21 van 51 VTH-programma 2024
De inhoudelijke beoordeling en het toezicht vindt risicogestuurd plaats Een inhoudelijke beoordeling van de risicoanalyse die is opgenomen in de bouwmelding/gereedmelding en de controlemomenten op de bouwplaats volgt wel als sprake is van: - Bijzondere lokale omstandigheden die vooraf zijn meegeven aan de kwaliteitsborger. Het gaat dan om bijzondere gebiedsaspecten uit het omgevingsplan. - Themacontroles (bijvoorbeeld breedplaatvloeren, opkragende galerijen/balkons of door het Rijk aangedragen thema’s). - Specifieke omgevingsrisico’s (veiligheidsplan) Bijvoorbeeld de aanleg van een fietsbrug, of bouwactiviteiten waarbij ook gevolgen kunnen ontstaan voor aangrenzende percelen. Informatie- en toezichtmomenten fysieke leefomgeving Of er aanleiding bestaat voor toezicht en het handhaven kunnen wij bepalen op basis van eigen waarnemingen, bijvoorbeeld tijdens controle van bouw- en sloopveiligheid, bij controle van de omgevingsplanactiviteit of op basis van informatie van de kwaliteitsborger of derden. Met deze informatie- en toezichtmomenten kunnen wij steekproefsgewijs en risicogestuurd de bouwkwaliteit toetsen en extra informatie- en toezichtmomenten inplannen. Het gaat vaak om het opvragen van al dan niet constructieve informatie over specifieke bouwwerkzaamheden en momenten waarop deze worden uitgevoerd.
Ook kunnen wij toezicht houden aan de hand van eigen constateringen of op basis van ontvangen klachten/verzoeken om handhaving. Hiermee krijgen wij een goed beeld van de kwaliteit van het stelsel, en kunnen wij de handhaving hierop inrichten. Als uit de steekproeven blijkt dat het stelstel goed functioneert en zorgt voor voldoende kwaliteit, dan worden deze afgeschaald. Voorbeelden van toezicht zijn: - inspectie op de bouwplaats van een onderdeel, bijvoorbeeld de verankering; - controle van constructieve berekeningen van een onderdeel, bijvoorbeeld de stabiliteit. Gefaseerde ingebruikname bij grotere woningbouwprojecten is in beginsel toegestaan Bij grotere woningbouwprojecten worden woningen veelal in delen opgeleverd. Tussen de oplevering en bewoning van de eerste woningen en de oplevering en bewoning van de laatste woningen kan een geruime tijd zitten. Bij gefaseerde ingebruikname wordt de lijn aangehouden dat twee weken voor iedere fase een volledige gereedmelding wordt gedaan. In dat geval moet dan eerder ook per fase een bouwmelding zijn gedaan. Casco bouw In de praktijk worden bouwwerken nogal eens casco opgeleverd, bijvoorbeeld zonder badkamer of keuken. Als dit delen betreft die op grond van de voorschriften van het Bbl verplicht zijn, dan zal een kwaliteitsborger geen verklaring kunnen afgeven bij oplevering en is een gereedmelding dus niet mogelijk.
Dit probleem zal met name spelen daar waar de aannemer de opdrachtgever van de kwaliteitsborger is. Als de opdracht van de kwaliteitsborger niet verder strekt dan de oplevering, dan zijn er twee mogelijkheden om alsnog te zorgen voor de verklaring dat gereed gemeld kan worden: 1. De opdrachtgever kan zelf een aanvullende opdracht aan de kwaliteitsborger geven om de laatste openstaande punten af te ronden. 2. De kwaliteitsborger kan een verklaring afgeven dat het bouwwerk met uitzondering van de cascopunten voldoet. De opdrachtgever kan dan met een kwaliteitsborger de resterende punten afronden. Het is aan de opdrachtgever om te bepalen welke van de twee opties wordt toegepast. In een eventueel vooroverleg worden vanuit de gemeente deze opties benoemd. Uitwerking situatie ‘unhappy flow’ Er is sprake van een unhappy flow als afgeweken wordt van datgene wat in de happy flow is beschreven. Er kunnen één of meer van onderstaande omstandigheden plaatsvinden. Per situatie wordt toegelicht hoe hier mee wordt omgegaan.
Pagina 22 van 51 VTH-programma 2024
Het niet voldoen aan wettelijke termijnen Als de bouwmelding te laat (niet binnen de geldende termijn) wordt ingediend, mogen de bouwwerkzaamheden niet starten. De gemeente heeft een beoordelingstermijn van vier weken. Eerst na afloop van deze termijn of na eerder bericht van de gemeente kan de bouw starten. Als eerder worden begonnen dan toegestaan, kan de bouw door de gemeente worden stilgelegd. Na de gereedmelding geldt een termijn van twee weken waarbinnen eventueel mededeling moet worden gedaan dat deze melding niet compleet is. Bouwen zonder bouwmelding/kwaliteitsborger Wanneer wij constateren dat er (toch) bouwwerkzaamheden plaatsvinden zonder bouwmelding of er geen kwaliteitsborger is aangesteld, leggen wij de bouwwerkzaamheden per direct stil (bouwstop). De bouwmelding is onvolledig Als de bouwmelding onvolledig is, dan is er juridisch gezien geen sprake van een melding. Dit is bijvoorbeeld het geval als de kwaliteitsborger niet bevoegd is om de werkzaamheden uit te voeren of wanneer bijzondere lokale omstandigheden niet zijn meegenomen. De gemeente stuurt een brief ‘melding niet gedaan’. Hierin geven wij aan wat precies mist, met het verzoek om een compleet nieuwe melding te doen. Enkel de missende stukken nasturen volstaat niet.
Consequentie is dat niet gestart mag worden met de bouw totdat er een melding is gedaan die wel volledig is en deze melding is beoordeeld door de gemeente. Niet voldoen aan informatieplicht start bouwwerkzaamheden Onder de Wabo werd na het verlenen van de omgevingsvergunning gevraagd om de start van de bouwwerkzaamheden te melden. Dit werd in de praktijk regelmatig niet gedaan en hier werd doorgaans ook niet op toegezien door de bouwinspecteur. Als in 2024 besloten wordt tot inzet van het instrument van de bestuurlijke boete, kan bij het niet voldoen aan de informatieplicht start bouwwerkzaamheden een bestuurlijke boete worden opgelegd. Begonnen met bouwen met bouwmelding De opdrachtgever moet het bevoegd gezag informeren wanneer er wijzigingen optreden ten opzichte van de ingediende melding. Als de melding wél is ingediend, maar gedurende de activiteiten blijkt dat er niet conform de ingediende melding wordt gehandeld, kan handhavend worden opgetreden op basis van het artikel dat dan overtreden wordt. Begonnen met bouwen met een vervallen bouwmelding Als de bouwactiviteit later dan één jaar na de bouwmelding begint, is het verboden met de bouwactiviteit te starten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan opnieuw te melden. Het genoemde verbod geldt van rechtswege en vergt geen beschikking van het bevoegd gezag.
Er moet dus een nieuwe melding worden ingediend waarbij de opdrachtgever rekening moet houden met de eventuele gewijzigde (bijzonder lokale) omstandigheden of de wijzigingen in het Bbl. Twijfels over kwaliteit Bij concrete twijfels over de prestatie van de kwaliteitsborger doen wij een melding bij de instrumentaanbieder (de eerstelijns toezichthouder op de kwaliteitsborger). Als daar onvoldoende respons uit volgt, doen wij een melding bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw. Als er concrete twijfels bestaan over de kwaliteit van de bouw, dan vragen wij in eerste instantie per brief extra informatie op bij de initiatiefnemer. Dit mag de gemeente doen op basis van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.20 Bbl. Het gaat hier om relevante bouwtechnische onderdelen op basis van ons toets- en toezichtsbeleid. Als deze informatieplicht niet of onvoldoende wordt nageleefd, kunnen wij zelf ter plaatse informatie verzamelen op basis van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 5.2 van de Awb. Ook staat ons Pagina 23 van 51 VTH-programma 2024
het reguliere bestuursrechtelijke handhavingsinstrumentarium ter beschikking, inclusief de bestuurlijke boete. Een consequentie kan zijn dat de bouw wordt stilgelegd (bij moeilijk onomkeerbaar werk zoals een constructie) of het nemen van een besluit met het verbod tot ingebruikname van het bouwwerk. Aan de hand van de specifieke situatie bepalen wij wat de juiste interventie is. Signaal van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk niet (meer) binnen gevolgklasse 1 valt Als een kwaliteitsborger constateert dat een bouwwerk niet voldoet aan de definitie van gevolgklasse 1, dan kan de kwaliteitsborger het project niet uitvoeren en volgt een mededeling aan initiatiefnemer en bevoegd gezag. In dat geval moet de initiatiefnemer bij de gemeente een omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit aanvragen of de werkzaamheden in overeenstemming brengen met gevolgklasse 1. Komen partijen er pas na de start achter dat dat een bouwwerk geen gevolgklasse 1 is – bijvoorbeeld door de noodzaak een gelijkwaardige maatregel te moeten toepassen voor brand of constructies – dan moet de kwaliteitsborger zich terugtrekken uit het project en vervalt de bouwmelding. De kwaliteitsborger moet dit ook melden aan de gemeente. Vervolgens moet er alsnog een vergunning worden aangevraagd bij de gemeente en ligt de bouw 8 weken (+6 weken i.v.m. bezwaartermijn) stil.
Er volgt een formele bouwstop in combinatie met het opleggen van een last onder dwangsom om te voorkomen dat toch wordt doorgebouwd zonder de benodigde omgevingsvergunning. Dit maakt het mogelijk om direct handhavend op te treden bij overtreding van de last. Als een vergunning voor de bouwtechnische activiteit is aangevraagd, is het aan de gemeente te toetsen aan de bouwtechnische regels en toe te zien op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. Signaal van kwaliteitsborger dat sprake is van een strijdigheid met het Besluit bouwwerken leefomgeving De kwaliteitsborger is verplicht de gemeente te informeren als een strijdigheid met het Bbl is ontdekt die niet meer voor de gereedmelding kan worden opgelost en dus een verklaring van de kwaliteitsborger tegenhoudt. Wij vragen in een brief op hoe de initiatiefnemer van plan is dit op te lossen. Maar, als (direct) al blijkt dat er sprake is van een onherstelbaar feit, dan laat de gemeente in een brief weten of hier wel of niet op wordt gehandhaafd. Deze keuze is afhankelijk van de ernst van de strijdigheid en de prioriteit die deze overtreding heeft in ons VTH-beleid. Dit houdt in dat in ieder geval zal worden gehandhaafd op overtredingen met hoge prioriteit. Handhaving op overtredingen met een gemiddelde of lage prioriteit is afhankelijk van de specifieke casus. Signaal/verzoek om handhaving van de omgeving m.b.t.
bouwtechnische zaken Als de gemeente een signaal/verzoek om handhaving ontvangt, vraagt de gemeente allereerst informatie op bij de opdrachtgever over het ontvangen signaal. Afhankelijk van de verkregen informatie volgt nader onderzoek. De gemeente verricht nader onderzoek als de melding daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. Het onderzoek van de gemeente moet voldoende zorgvuldig zijn, maar dit reikt niet zo ver dat overtredingen onder alle omstandigheden zijn uitgesloten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan een bouwstop worden opgelegd of de opdrachtgever worden verzocht dit op te lossen vóór gereedmelding van het bouwwerk. Wanneer er geen overtredingen worden geconstateerd, wordt het verzoek om handhaving afgewezen. Onvolledige gereedmelding: verklaring kwaliteitsborger ontbreekt Zolang er geen verklaring is, is het aan de opdrachtgever om aan te tonen dat de bouwactiviteit aan de regels voldoet. Als de verklaring ontbreekt vanwege het feit dat de kwaliteitsborger geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat het bouwwerk voldoet aan wet- en regelgeving, wordt allereerst door de gemeente nagegaan of de kwaliteitsborger tijdens het bouwproces heeft voldaan aan de plicht tot informatieverstrekking op basis van het Bbl.
Als dit niet het geval is, wordt deze informatie gedeeld met de toezichthoudende instanties, zoals de instrumentaanbieder en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB).
Pagina 24 van 51 VTH-programma 2024
Onvolledige gereedmelding: verklaring kwaliteitsborger ontbreekt vanwege kleine, niet herstelbare afwijkingen De gemeente verzoekt om aanvullende informatie omtrent het ontbreken van de verklaring en maakt op grond van evenredigheid de afweging of het bouwwerk in gebruik mag worden genomen. Belangrijk uitgangspunt is dat het bevoegd gezag een beginselplicht heeft om handhavend op te treden. Echter, in specifieke situaties kan er toch worden afgezien van handhaving en kan het bevoegd gezag een bouwwerk toch in gebruik laten nemen als een goedkeurende verklaring van de kwaliteitsborger ontbreekt, of bij het ontbreken van andere zaken. Jurisprudentie over de beginselplicht tot handhaven geeft aan dat er kan worden afgezien van handhaving als er sprake is van kleine overtredingen waarbij handhaving niet proportioneel is en in gevallen wanneer er concreet zicht is op legalisatie. Bij kleine afwijkingen die niet of zeer moeilijk te herstellen zijn, kan het verbieden van ingebruikname niet proportioneel zijn. Het niet handhaven bij een geringe overtreding van vanwege de geringe aard of omvang is een uitzondering op de regel. Bij het afzien van handhaving bij kleine, niet herstelbare afwijkingen ontstaat een categorie bouwwerken waarbij niet wordt opgetreden tegen het gebruik zonder goedkeurende verklaring van de kwaliteitsborger.
Bij de afweging die de gemeente in een dergelijke situatie maakt of er een verbod op ingebruikname moet komen, wordt vooralsnog de jurisprudentielijn aangehouden. In de aangehaalde uitspraken komen veelal meerdere hierna genoemde aspecten aan de orde die een rol spelen bij het antwoord op de vraag of sprake is van een overtreding van geringe aard en omvang. Daarbij spelen de volgende aspecten een rol: - Er is sprake van een klein verschil (ECLI:NL:RVS:2017:3485; 20 december 2017, Rechtspraak.nl) - Het verschil is niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar (ECLI:NL:RVS:2021:574; 17 maart 2021, Rechtspraak.nl) - Derden worden niet in hun belangen geschaad (ECLI:NL:RVS:2013:455, 24 juli 2012, Rechtspraak.nl) - Het ongedaan maken van de overtreding brengt buitenproportioneel hoge kosten met zich mee of zou onevenredig zijn jegens de overtreder (ECLI:NL:RVS:3885, 29 oktober 2014; Rechtspraak.nl) Naast het proportionaliteitsbeginsel speelt bij de afweging ook het relativiteitsbeginsel een rol, zoals vastgelegd in artikel 8:69a van de Awb: De bestuursrechter vernietigt het besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.
De jurisprudentie wijst uit dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel niet vaak slaagt. Onvolledige gereedmelding: verklaring kwaliteitsborger ontbreekt vanwege grotere afwijkingen Als sprake is van afwijkingen van het Bbl waardoor de veiligheid in het geding is, of hier onzekerheid over bestaat, volgt er een verbod op ingebruikname. Specifiek gaat het hier om constructieve veiligheid en brandveiligheid. De opdrachtgever wordt verplicht om aan te tonen dat het veilig is. Hoe de opdrachtgever dit doet, is in beginsel aan hem/haar zelf. Onvolledige gereedmelding: verklaring kwaliteitsborger is aanwezig, maar andere gegevens of bescheiden ontbreken De opdrachtgever wordt verzocht alsnog een correcte, volledige gereedmelding te doen. In beginsel kan er een verbod tot ingebruikname opgelegd worden. Hierbij wordt een afweging gemaakt op basis van proportionaliteit. Niet voorziene of onverwachte situaties De wet is nieuw en in de praktijk kunnen zich meer situaties in de unhappy flow voordoen dan wij nu kunnen voorzien. Wij bekijken dan afhankelijk van de situatie hoe we hiermee omgaan. De lijst is dus niet uitputtend.
Pagina 25 van 51 VTH-programma 2024
Overgangsjaar 2024: monitoren en evalueren Proefprojecten laten zien dat er situaties kunnen ontstaan waarbij in onderling overleg tussen gemeente, kwaliteitsborger en aannemer/opdrachtgever een oplossing moet worden gezocht voor de ontstane situatie. De wet is nieuw voor iedereen en het maken van fouten is onvermijdelijk. Het is belangrijk om het eerste jaar na inwerkingtreding gevoel te krijgen bij wat speelt in de praktijk en wat de invloed is op de financiën. Bij welk type projecten/objecten vinden incidenten plaats? Welke jurisprudentie ontstaat er en heeft dit gevolgen voor onze werkwijze? Hoe richten wij gebiedstoezicht in, zodat dit goed aansluit op de Wkb? Werkwijze bouwwerken gevolgklasse 1 in relatie tot gevolgklassen 2 & 3 De bouwwerken uit gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken; bijvoorbeeld woningen en kleine industriehallen) vallen na inwerkingtreding onder de nieuwe werkwijze van de Wkb. Voor de bouwwerken onder gevolgklasse 2 en 3 verandert er voorlopig voor de bouwtechnische beoordeling niets. De gemeente blijft het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor het technisch toetsen, het toezicht op de technische bouwactiviteit en het toezicht op basis van de Omgevingswet. Het is belangrijk in het eerste jaar beide werkwijzen met elkaar te vergelijken en te beoordelen hoe deze zich tot elkaar verhouden.
Dit kan leiden tot een aangepaste werkwijze of prioritering van toezichtstaken.
Pagina 26 van 51 VTH-programma 2024
Bijlage 2. Productbladen 2024
Productblad a.
Vergunningverlening
a.1
Inzet omgevingstafel, vooroverleg en casemanagement
a.2
Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening
a.3
Advisering constructieve veiligheid
a.4
Advisering brandveiligheid
a.5
Advisering welstand
a.6
Overige werkzaamheden vergunningverlening Omgevingswet c.a.
a.7
Vergunningverlening APV en Bijzondere Wetten
b.
Toezicht en handhaving
b.1
Toezicht op de uitvoering van omgevingsvergunningen
b.2
Toezicht op het gebruik van bestaande bouwwerken en sloop
b.3
Toezicht op brandveilig gebruik
b.4
Gebiedsgericht toezicht
b.5
Themagericht toezicht
b.6
Toezicht vanwege vragen, meldingen en handhavingsverzoeken
b.7
Toezicht APV en Bijzondere Wetten
b.8
Toezicht pandbrigade
c.
Juridische advisering
c.1
Juridische werkzaamheden vergunningverlening
c.2
Juridische werkzaamheden handhaving
c.3
Juridische werkzaamheden APV/Bijzondere Wetten
c.4
Juridische werkzaamheden overig
c.5
Juridische werkzaamheden pandbrigade
Pagina 27 van 51 VTH-programma 2024
a.
Vergunningverlening
Productblad a.1
Inzet omgevingstafel, vooroverleg en casemanagement
1
Toelichtende taak
De casemanagers bewaken het proces, integraliteit en de voortgang van de aanvraag. Zij coördineren de inhoudelijke volledigheid en schakelen waar nodig andere vakdisciplines en externe partijen in. Zij stellen het besluit samen.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet en aanverwante wetgeving.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 1: Casemanagen. Er wordt voldaan aan dit criterium.
4
Probleemanalyse
Zonder casemanagers vinden mensen moeilijker hun weg binnen de overheid en ontstaan meer klachten over dienstverlening. Het voorbereidingsproces voor een vergunning duurt vaak langer voor de klant. De taak geeft invulling aan onze beleidsdoelen ‘samen met de stad’: een goede relatie met onze inwoners en bedrijven én ‘sterk inzetten op samenwerking’: versterkt samenwerken met ketenpartners.
5
Omvang taak
Voor dit onderdeel bedraagt de inzet in 2024 naar verwachting: Categorie
Aanvragen (aantal)
Inzet (uren)
Inzet Omgevingstafel
5
115
Casemanagement (o.a. inzet bij Intake-tafel: verwerkt in uren productblad a.2.
0
0
Klantvragen
400
300
Vooroverleg
140
306
Totaal
345
821
6
Doelstellingen en prioriteiten
Het doel is ervoor zorgen dat het vergunningenproces soepel(er) verloopt door een goede voorbereiding van aanvragen. Deze taken dragen hieraan bij. Verdere ervaring opdoen met de Intaketafel en de Omgevingstafel is opgenomen als prioriteit voor 2024.
7
Indicatoren
Klanttevredenheid. Aantal dagen voor reactie gemeente na ontvangst vraag of verzoek.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
0,6 fte. Deze activiteit is aanbod gestuurd en wordt deels bekostigd uit de legesinkomsten. De ingezette capaciteit is afgestemd op het aanbod (zie omvang taak).
8.2 Beschikbare capaciteit
0,6 fte. Deze taak wordt conform de kwaliteitscriteria 2.2 uitgevoerd door minimaal 2 medewerkers, die dit ieder voor minimaal 1/3 fte doen.
9
Koppeling met strategisch doel
Deze taak sluit aan op onze algemene beleidsdoelen ‘samen met de stad’ en ‘sterk inzetten op samenwerking’.
10
Koppeling met VTH-strategie
Vergunningenstrategie.
Pagina 28 van 51 VTH-programma 2024
Productblad a.2
Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening
1
Toelichtende taak
Het beoordelen van aanvragen om omgevingsvergunningen voor het bouwen en het gebruik.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Woningwet; Besluit bouwwerken leefomgeving; welstandsnota; omgevingsplannen; gemeentelijk beleid.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 1: casemanagen, kwaliteitscriterium 2: vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening en kwaliteitscriterium 13: Bouwfysica. Er wordt voldaan aan deze criteria.
4
Probleemanalyse
Bouwwerken die niet voldoen aan bouwregelgeving kunnen onveilig en ongezond zijn voor de gebruiker, of niet energiezuinig.
5
Omvang taak
Dit is een aanbod gestuurde activiteit. Prognose werkvoorraad 2024: Categorie
Doelstellingen en prioriteiten
Inzet (uren)
Aanvraag bouwen Ruimtelijk deel
294
6850
Aanvraag bouwen Bouwtechnisch deel
118
471
Aanvraag afwijken omgevingsplan (enkelvoudig)
5
50
Aanvraag monumenten
5
75
422
7446
Totaal
6
Aanvragen (aantal)
Bij de bouwtechnische beoordeling ligt de nadruk op constructieve veiligheid en bouwkundige brandveiligheid. Uitgangspunt is dat 100% van de aanvragen wordt getoetst, vanwege ons VTH-beleid en de bekostiging uit bouwleges. Aanvragen worden tijdig afgehandeld. Onze streefwaarde is 98% van de aanvragen binnen de wettelijke termijn af te handelen.
7
Indicatoren
8
Capaciteit
De volgende indicatoren worden in ieder geval gemeten: Doorlooptijd vergunningen, aantal verleende vergunningen; aantal van rechtswege verleende vergunningen; aantal geweigerde vergunningen; aantal keren dat de beslistermijn is verlengd.
8.1 Benodigde capaciteit
5,2 fte. Deze activiteit is aanbod gestuurd en wordt bekostigd uit de legesinkomsten. De ingezette capaciteit is afgestemd op het aanbod (zie omvang taak).
8.2 Beschikbare capaciteit
5,2 fte. Waar nodig wordt voorzien in inhuur van medewerkers. Bekostiging vindt dan plaats uit de meeropbrengsten leges binnen kostenplaats 183114.
9
Koppeling met strategisch doel
Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
10
Koppeling met VTH-strategie
Preventiestrategie en vergunningenstrategie.
Pagina 29 van 51 VTH-programma 2024
Productblad a.3
Advisering constructieve veiligheid
1
Toelichtende taak
Constructeurs beoordelen bouwaanvragen op constructieve veiligheid. Daarmee dragen zij bij aan de veiligheid van bouwwerken. De constructeurs bespreken bij bouwtechnisch complexe aanvragen waar nodig hun bevindingen over de gehanteerde rekenmethode en schematisering met het raadgevend ingenieursbureau dat de bouwconstructie heeft ontworpen en leggen deze vast. Ook op locatie controleren van de (complexe) constructieve zaken bij in uitvoering zijnde bouwwerken en reeds bestaande gebouwen valt hieronder.
2
Wettelijk kader
Besluit bouwwerken leefomgeving en gemeentelijk beleid.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 15: constructieve veiligheid. Er wordt niet voldaan aan dit criterium.
4
Probleemanalyse
Gebouwen met constructieve veiligheidsgebreken zijn niet veilig te gebruiken, zowel bij regulier gebruik als in een situatie bij brand.
5
Omvang taak
Het aantal aanvragen dat door constructeurs wordt beoordeeld in 2024 en de tijd die is besteed aan beoordeling van constructieve veiligheid. Categorie
Inzet (uren)
Bouwfysica / bouwakoestiek (vergunningverlening)
Zie productblad a.2.
Brandveiligheid (vergunningverlening)
Zie productblad a.2.
Constructieve veiligheid (vergunningverlening)
1.355
Constructieve veiligheid (toezicht en handhaving)
465
Totaal
1.820
6
Doelstellingen en prioriteiten
Waarborgen constructieve veiligheid en bouwkundige brandveiligheid.
7
Indicatoren
Aantal adviezen constructeur en de hiermee gemoeide tijdsinzet. Opgemerkt wordt dat deze indicator op dit moment nog niet kan worden uitgelezen uit de VTH-applicatie.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
Deze activiteit is aanbod gestuurd en wordt bekostigd uit de legesinkomsten. De ingezette capaciteit is afgestemd op het aanbod (zie omvang taak).
8.2 Beschikbare capaciteit
1,3 (inhuur). Er is voorzien in mogelijkheden voor aanvullende inhuur. Bekostiging vindt dan plaats uit de meeropbrengsten leges binnen kostenplaats 183114. Deze taak moet conform de kwaliteitscriteria uitgevoerd door minimaal 2 medewerkers, die dit ieder geval voor minimaal 2/3 fte doen. Hier wordt binnen onze organisatie niet aan voldaan. Wel voert de ingehuurde constructeur bij andere gemeente(n) gelijksoortige werkzaamheden uit en wordt voldaan aan frequentie (aantal ‘vlieguren’).
9
Koppeling met strategisch doel
Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
10
Koppeling met VTH-strategie
Preventiestrategie en vergunningenstrategie.
Pagina 30 van 51 VTH-programma 2024
Productblad a.4
1
Advisering brandveiligheid
Toelichtende taak
Bouwen en brandveilig gebruik: Brandweer Twente levert expertise door op verzoek van onze gemeente te adviseren op een aanvraag om omgevingsvergunning. Brandweer Twente heeft specifieke kennis van en ervaring over de interactie tussen gebouwkenmerken, menskenmerken, brandverloop en de interventie door de interne hulpverlening en de brandweer. Evenementen: Brandweer Twente kijkt per evenement naar de realistisch te verwachten risico’s en aan de hand hiervan wordt beoordeeld of het evenement op een veilige manier kan plaatsvinden.
2
Wettelijk kader
Besluit bouwwerken leefomgeving en aanverwante regelgeving.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 14: brandveiligheid. Er wordt voldaan aan dit criterium.
4
Probleemanalyse
Bij bouwen vindt beoordeling plaats op bouwkundige brandveiligheid, brandcompartimentering, vluchtwegen en installaties. In de gebruiksfase ligt prioriteit bij brandveilig gebruik. Als geen beoordeling wordt uitgevoerd, kunnen brandveilige situaties optreden.
5
Omvang taak
Aanbod gestuurde activiteit. Het aantal adviezen dat in 2023 wordt uitgevraagd.
6
Doelstellingen en prioriteiten
Alle meldingen brandveilig gebruik worden getoetst, waarbij rekening wordt gehouden met de afgesproken termijnen. Bij complexere vergunningen met brandveiligheidsaspecten wordt advies gegeven.
7
Indicatoren
Zie productblad 1.2.
8
Capaciteit
9
8.1 Benodigde capaciteit
n.v.t.
8.2 Beschikbare capaciteit
n.v.t.
Koppeling met strategisch doel
Het algehele doel is bevorderen dat gebouwen veilig kunnen worden gebruikt. Dit betekent dat mensen veilig uit een gebouw kunnen vluchten, er voldoende maatregelen zijn genomen ter beperking van brandschade aan de omgeving en het mogelijk is om op te treden wanneer nodig. Door toetsing wordt geborgd dat wordt voldaan aan voorwaarden en doelstellingen.
10
Koppeling met VTH-strategie
Vergunningenstrategie. Beleid Toezicht op brandveiligheid.
Pagina 31 van 51 VTH-programma 2024
Productblad a.5
Advisering welstand
1
Toelichtende taak
Alle aanvragen om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, die vallen in een welstandsplichtig gebied, worden voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en monumentenzorg. Deze commissie wordt gefaciliteerd door Het Oversticht. De (onafhankelijke) stadsbouwmeester maakt hier onderdeel van uit en toetst de aanvragen aan de criteria uit de welstandsnota.
2
Wettelijk kader
Lokale welstandseisen.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 26: Cultuurhistorie. Ons erfgoed valt onder het welstandstoezicht. Advisering erfgoed gebeurt door ‘het Oversticht’.
4
Probleemanalyse
Ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving is iets wat ons allen aangaat en waar velen een grote betrokkenheid bij hebben. Zonder welstandstoetsing wordt de ruimtelijke kwaliteit niet geborgd en kan zo worden aangetast.
5
Omvang taak
Aanbod gestuurde activiteit. Het aantal adviezen dat in 2024 wordt uitgevraagd.
6
Doelstellingen en prioriteiten
Het welstandsbeleid wordt als instrument ingezet om toe te zien op een aantrekkelijke leefomgeving; specifiek gericht op het uiterlijk/de architectuur van bouwwerken.
7
Indicatoren
Aantal adviezen. Inhoud van de adviezen (positief/negatief).
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
n.v.t.
8.2 Beschikbare capaciteit
n.v.t.
9
Koppeling met strategisch doel
Strategische doelen zijn onderdeel van het welstandsbeleid zoals verwoord in de Welstandsnota.
10
Koppeling met VTH-strategie
Preventiestrategie.
Pagina 32 van 51 VTH-programma 2024
Productblad a.6
Overige werkzaamheden vergunningverlening Omgevingswet c.a.
1
Toelichtende taak
Naast beoordeling van bouwaanvragen, aanvragen handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en aanvragen voor het wijzigen van een monument zijn er overige toestemmingen. Zie hieronder, punt 5.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet c.a., Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht 2023.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
n.v.t.
4
Probleemanalyse
Het niet brandveilig gebruiken van panden kan leiden tot risico’s. Bij hoge risico’s is een specifieke beoordeling van brandveiligheid en brandpreventie noodzakelijk. Het uitvoeren van een werk (zoals het ophogen of afgraven van grond, het aanleggen of dempen van sloten of het aanbrengen van verhardingen) kan leiden tot aantasting van landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden. Blootstelling aan asbest kan leiden tot gezondheidsrisico’s. Met de melding sloop met asbest wordt regels gesteld aan kleinschalige asbestverwijdering.
5
Omvang taak Categorie
Aanvragen (aantal)
Inzet (uren)
Aanvraag brandveilig gebruik
5
10
Aanvraag uitvoeren van een werk
3
33
Aanvraag kappen/vellen
31
155
Melding brandveilig gebruiken
40
200
Melding slopen zonder asbest (bouwkundig)
10
10
Particuliere sloop met asbest
84
42
Ontheffing vervoer gevaarlijke stoffen
2
4
Totaal
175
454
6
Doelstellingen en prioriteiten
Zie VTH-beleid.
7
Indicatoren
Aantal adviezen brandveiligheid en het aantal uitgevoerde controles brandveiligheid.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
0.32 fte.
8.2 Beschikbare capaciteit
0,32 fte.
9
Koppeling met strategisch doel
-
10
Koppeling met VTH-strategie
Vergunningen strategie.
Pagina 33 van 51 VTH-programma 2024
Productblad a.7
Vergunningverlening APV en Bijzondere Wetten
1
Toelichtende taak
Behandelen juridische aspecten vergunningverlening.
2
Wettelijk kader
APV, Alcoholwet, Wet Bibob, Wet milieubeheer, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
3
Relatie met kwaliteitscriteria
n.v.t.
4
Probleemanalyse
-
5
Omvang taak Vergunningen, meldingen, c.a.
Aanvragen (aantal)
Inzet (uren)
APV Kennisgeving openbare betoging (art. 2:3)
10
100
Ontheffing flyeren (art. 2:6)
13
26
Ontheffing straatartiest (art. 2:9)
6
12
Ontheffing voorwerp openbare plaats (art. 2:10)
100
300
Vergunning evenement (art. 2:25)
100
700
Melding evenement (art. 2:25)
60
120
Vergunning betaald voetbal (art. 2:26a)
6
18
Vergunning horeca-exploitatie (art. 2:28)
30
300
Wijziging exploitatievergunning (art. 2:28)
10
30
Vergunning seksinrichting (art. 3:4)
3
60
Kennisgeving incidentele activiteiten (art. 4:3)
12
24
Inzameling geld of goed (art. 5:13)
10
20
Vergunning standplaats (art. 5:18)
30
120
Vergunning horeca- of slijtersbedrijf (art. 3)
10
60
Wijziging horeca of slijterij (art. 3)
20
60
Ontheffing zwak alcoholische drank (art. 35)
30
60
Vergunning kansspel; melding bingo & loterijen
10
20
Vergunning kansspelautomaten
10
20
10
30
8
24
Aanstellen verkeersregelaars en onderhoud SVNL (art. 56)
200
400
Aanstellen verkeersbrigadiers (art. 58)
10
10
Alcoholwet
Wet op de kansspelen
Wet milieubeheer Stookontheffing Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Melding brandveilig gebruik; veelal tenten Besluit administratieve bepalingen inz. wegverkeer
Wet Bibob
Pagina 34 van 51 VTH-programma 2024
Bibob uitvragen
56
840
Totaal
754
3354
Overige taken en projecten
Aanvragen (aantal)
Ondermijningsoverleg
Inzet (uren) 1
80
Klantvragen
300
300
PowerBrowser
20
40
Beleidsadvisering
20
80
Reservecapaciteit (10%)
1
370
Totaal
870
6
Doelstellingen en prioriteiten
-
7
Indicatoren
Aantal behandelde producten (zie hierboven, punt 5, eerste tabel).
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
2,9 fte
8.2 Beschikbare capaciteit
2,9 fte
9
Koppeling met strategisch doel
-
10
Koppeling met VTH-strategie
-
Pagina 35 van 51 VTH-programma 2024
b.
Toezicht en handhaving
Productblad b.1
Toezicht op de uitvoering van omgevingsvergunningen
1
Toelichtende taak
Toezicht houden op de uitvoering van omgevingsvergunningen. Bij afwijkingen wordt handhavend opgetreden.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarnaast: welstandsnota; omgevingsplannen; toezichtprotocol.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 4: toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening en kwaliteitscriterium 15: constructieve veiligheid. Er wordt voldaan aan dit criterium.
4
Probleemanalyse
Bouwwerken die niet voldoen aan regelgeving kunnen onveilig en ongezond zijn voor de gebruiker, of bijvoorbeeld niet energiezuinig.
5
Omvang taak
Aanbod gestuurde taak. Prognose werkvoorraad 2024:
Vergunningsgericht toezicht
Controles (aantal)
werkvoorraad (uren)
Inzet (uren)
Toezicht bouwen Ruimtelijk deel
294
1109
1109
Toezicht bouwen Bouwtechnisch deel
166
1783
1783
Toezicht afwijken omgevingsplan (enkelvoudig)
15
75
75
Totaal
475
2967
2967
Gebiedstoezicht
6
Doelstellingen en prioriteiten
Het toezichtprotocol stelt prioriteiten voor het toezicht, zodat werkzaamheden gericht kunnen worden uitgevoerd. De hoogste prioriteit gaat uit naar veiligheidsaspecten. De inzet vindt plaats op bouwwerken van gevolgklasse 2 en 3. Toezicht op gevolgklasse 1 (lichtste bouwcategorie) wordt in het kader van de Wkb uitgevoerd door een private kwaliteitsborger. De inzet wordt geprioriteerd op basis van het VTH-beleid.
7
Indicatoren
Aantal uitgevoerde controles.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
2,1 fte.
8.2 Beschikbare capaciteit
2,1 fte. Deze taak wordt conform de kwaliteitscriteria in 2024 uitgevoerd door minimaal 2 medewerkers, die dit in ieder geval voor minimaal 2/3 fte doen. Aanvullend kan capaciteit worden ingehuurd, als het werkaanbod groter is dan beschikbare capaciteit. Bekostiging vindt dan plaats uit de meeropbrengsten leges binnen kostenplaats 183114.
9
Koppeling met strategisch doel
Deze taak dient het realiseren van veilige bouwwerken.
10
Koppeling met VTH-strategie
Toezichtstrategie.
Pagina 36 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.2Toezicht op het gebruik van bestaande bouwwerken en sloop
1
Toelichtende taak
Toezicht houden op bestaande bouw en het uitvoeren van sloopwerkzaamheden; mogelijk in combinatie met asbestverwijdering (<30m2).
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Besluit bouwwerken leefomgeving; welstandsnota.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 4: Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening en kwaliteitscriterium 15: Constructieve veiligheid . Er wordt voldaan aan dit criterium.
4
Probleemanalyse
Bouwwerken die niet voldoen aan regelgeving kunnen onveilig en ongezond zijn voor de gebruiker, of bijvoorbeeld niet energiezuinig.
5
Omvang taak
Aanbod gestuurde taak. Prognose werkvoorraad 2024: Toezicht sloop Aantal
werkvoorraad (uren)
Inzet (uren)
Toezicht sloop zonder asbest (bouwkundige sloop)
10
60
60
Particuliere sloop met asbest
84
42
21
94
102
81
(gemeentelijke taak) Totaal Toezicht gebruik
Inzet (uren)
Woningtoezicht
400
Totaal
400
6
Doelstellingen en prioriteiten
Het toezichtprotocol stelt prioriteiten voor het toezicht, zodat werkzaamheden gericht kunnen worden uitgevoerd. De hoogste prioriteit gaat uit naar veiligheidsaspecten.
7
Indicatoren
Aantal uitgevoerde controles.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
0,3 fte.
8.2 Beschikbare capaciteit
0,3 fte. Deze taak wordt conform de kwaliteitscriteria in 2019 uitgevoerd door minimaal 2 medewerkers, die dit in ieder geval voor minimaal 2/3 fte doen. Aanvullend kan capaciteit worden ingehuurd, als het werkaanbod groter is dan beschikbare capaciteit. Bekostiging vindt dan plaats uit de meeropbrengsten leges binnen kostenplaats 183114.
9
Koppeling met strategisch doel
Het verhogen van de leefbaarheid in de stad vanwege (woon)overlast. (inzet woningtoezicht).
10
Koppeling met VTH-strategie
Toezichtstrategie.
Pagina 37 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.3
Toezicht op brandveilig gebruik
1
Toelichtende taak
De taak betreft het houden van toezicht op de brandveiligheid van bestaande bouwwerken. Het toezicht wordt uitgevoerd door Brandweer Twente. Er wordt toezicht gehouden tijdens de realisatiefase, gebruiksfase, bij evenementen en themagericht
2
Wettelijk kader
Omgevingswet, Besluit bouwwerken leefomgeving.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 14: brandveiligheid.
4
Probleemanalyse
Risico’s op het gebied van brandveilig gebruik richten zich hoofdzakelijk op brandveiligheidsgevaar dat ontstaat door (veroudering van) bouwkundige onderdelen van een bouwwerk, installaties en door het gebruik van een gebouw. Het toezicht richt zich hierbij op voldoende onderhoud en voorzorgsmaatregelen voor een brandsituatie.
5
Omvang taak
De prioritering en intensiteit van reguliere controles wordt bepaald op basis van het ‘risico afwegingsmodel toezicht brandveiligheid’ en is onderdeel van ons VTH-beleid. Thema toezicht brandveiligheid
Inzet (aantal controles)
Zorg
26
Onderwijs en kinderopvang
26
Logies
6
Kamerverhuur
4
Publieke gebouwen
19
Totaal
81
6
Doelstellingen en prioriteiten
Doel is het bevorderen van een efficiënte en effectieve naleving van de brandveiligheid. Er worden controles uitgevoerd bij bouwwerken die als meest risicovol worden aangemerkt. Voor 2024 is door Brandweer Twente een toezichtlijst opgesteld.
7
Indicatoren
Het aantal uitgevoerde controles brandveiligheid.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
n.v.t.
8.2 Beschikbare capaciteit
n.v.t.
9
Koppeling met strategisch doel
Het algehele doel van deze werkzaamheden is om te bevorderen dat gebouwen brandveilig worden gebruikt.
10
Koppeling met VTH-strategie
Toezichtstrategie brandveilig gebruik
Pagina 38 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.4
Gebiedsgericht toezicht
1
Toelichtende taak
Dit is toezicht in het vrije veld, met als doel preventief aanwezig zijn in een stadsdeel, op een bedrijventerrein of in het buitengebied. Dit vergroot de leefbaarheid in onze stad.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Besluit bouwwerken leefomgeving; APV en Bijzondere Wetten. Daarnaast: welstandsnota; omgevingsplannen; toezichtprotocol.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 4: Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening.
4
Probleemanalyse
Zicht krijgen op illegale activiteiten of overlast.
5
Omvang taak
Prognose werkvoorraad 2024 voor het onderdeel Omgevingswet: Gebiedstoezicht
werkvoorraad (uren)
Inzet (uren)
Controle bedrijventerreinen
400
400
Totaal
400
400
6
Doelstellingen en prioriteiten
Bij deze vorm van toezicht wordt rekening gehouden met de kans dat niet-naleving van regels zich zal voordoen en activiteiten die niet bij ons bekend zijn, terwijl men dit wel had moeten melden, of activiteiten die onwenselijk zijn. Zo kan zicht worden verkregen op illegale activiteiten of overlast.
7
Indicatoren
Beschrijving van de meest voorkomende constateringen.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
0,3 fte.
8.2 Beschikbare capaciteit
0,3 fte.
9
Koppeling met strategisch doel
Het verhogen van de leefbaarheid in de stad vanwege (woon)overlast en ondermijning.
10
Koppeling met VTH-strategie
Deze taak is onderdeel van de toezichtstrategie.
Pagina 39 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.5
Themagericht toezicht
1
Toelichtende taak
Toezicht houden op een bepaald thema uit de regelgeving. Zo wordt in korte tijd inzicht gekregen in de omvang van de problematiek of het naleefgedrag voor dat thema.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarnaast: welstandsnota; omgevingsplannen; toezichtprotocol.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Dit werk past binnen kwaliteitscriterium 4: Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening.
4
Probleemanalyse
Het naleven van specifieke regelgeving kan tekortschieten. Vaak is hiervoor voorafgaand onderzoek nodig, in de vorm van toezicht.
5
Omvang taak
Aanbod gestuurde taak. Prognose werkvoorraad 2024:
Toezicht gebruik
Werkvoorraad (uren)
Inzet (uren)
Controle Gustos
320
320
Energielabel C kantoren
300
300
Controle ‘kwaliteitsimpuls groene omgeving’
80
80
Controle ‘rood voor rood’
50
50
Totaal
750
750
6
Doelstellingen en prioriteiten
Prioritering op basis van landelijke onderzoeksplicht, bestuurlijke prioriteiten en specifieke regelgeving.
7
Indicatoren
Aantal toezichtdossiers 2024. Algemene beschrijving van de meest voorkomende constateringen.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
0,52 fte. Dit betreft toezichtcapaciteit exclusief juridische inzet.
8.2 Beschikbare capaciteit
0,52 fte.
9
Koppeling met strategisch doel
Het verhogen van de leefbaarheid in de stad vanwege (woon)overlast en ondermijning. (inzet toezicht illegale kamerbewoning en Gustos).
10
Koppeling met VTH-strategie
Toezichtstrategie.
Pagina 40 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.6
Toezicht vanwege vragen, meldingen en handhavingsverzoeken
1
Toelichtende taak
Omgevingswet-gerelateerd toezicht vanwege vragen, meldingen en handhavingsverzoeken.
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Besluit bouwwerken leefomgeving; Daarnaast: welstandsnota; omgevingsplannen; toezichtprotocol.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
Een deel van dit werk past binnen kwaliteitscriterium 4: Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening.
4
Probleemanalyse
Zonder dit toezicht ontstaan meer klachten over dienstverlening en handhaving.
5
Omvang taak Toezicht vragen, meldingen en handhavingsverzoeken
werkvoorraad (uren)
Inzet (uren)
Behandelen klachten over bouwen en RO
200
200
Behandelen klantvragen bouwen
120
120
Controle handhavingsverzoeken en bezwaar
500
500
Handhaving brandveilig gebruik bouwinspecteur
100
100
Totaal
920
920
6
Doelstellingen en prioriteiten
Toegankelijke dienstverlening; opvolgen van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken. Handhaving brandveilig gebruik in samenwerking met Brandweer Twente.
7
Indicatoren
Aantal toezichtdossiers 2024. Algemene beschrijving van de meest voorkomende constateringen.
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
0,64 fte. Werkzaamheden worden uitgevoerd door bouwinspecteurs en de regisseurs vergunningen. Deze werkzaamheden zijn exclusief juridische inzet.
8.2 Beschikbare capaciteit
0,64 fte.
9
Koppeling met strategisch doel
Het verhogen van de leefbaarheid in de stad. Toegankelijke dienstverlening.
10
Koppeling met VTH-strategie
Toezichtstrategie.
Pagina 41 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.7
Toezicht APV en Bijzondere Wetten
1
Toelichtende taak
Toezicht houden op de APV en Bijzondere Wetten. Bij afwijkingen wordt handhavend opgetreden.
2
Wettelijk kader
APV en Bijzondere Wetten.
3
Relatie met kwaliteitscriteria
n.v.t.
4
Probleemanalyse
n.v.t
5
Omvang taak
Prioriteiten Toezicht en Handhaving 2024: Meldingen van de politie/ondermijningsoverleg/MMA (Periodieke) integrale controles (o.a. horeca, illegaal gokken, DOR/DOL, opslag- en garageboxen) Jeugdoverlast (Bestuursrechtelijke) handhaving op het gebied van drugs- en prostitutie Leefbaarheid in de wijken (o.a. parkeren, overlast, milieu)
6
Doelstellingen en prioriteiten
Het verhogen van de leefbaarheid in de stad.
7
Indicatoren
-
8
Capaciteit 8.1 Benodigde capaciteit
12,00 fte Toezichthouder / BOA domein I 1,00 fte Toezichthouder / BOA domein II 1 fte Coördinator cluster Toezicht en Handhaving
8.2 Beschikbare capaciteit
12,00 fte Toezichthouder / BOA domein I 1,00 fte Toezichthouder / BOA domein II 1 fte Coördinator cluster Toezicht en Handhaving
9
Koppeling met strategisch doel
Het verhogen van de leefbaarheid in de stad.
10
Koppeling met VTH-strategie
n.v.t.
Pagina 42 van 51 VTH-programma 2024
Productblad b.8
1
Toezicht pandbrigade
Toelichtende taak
Toezicht houden op een kamerbewoning en andere vormen van overlast. Zo wordt in korte tijd inzicht gekregen in de omvang van de problematiek of het naleefgedrag voor dat thema. Eens per 3 jaar een verleende vergunning controleren. Opvolging geven aan de meldingen in het kader van de Wet goed verhuurderschap, een nieuwe taak
2
Wettelijk kader
Omgevingswet; Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarnaast: welstandsnota; omgevingsplannen; toezichtprotocol. Beleidsregels Kamerbewoning 2020, Wet goed verhuurderschap