28 Jaarprogramma ODT 2024 en Lokaal Jaarprogramma VTH 2024
Tekst van het document
De bestuursorganen dragen zorg voor de registratie van gegevens die zijn verkregen in het kader van de uitvoering en handhaving.
Betreft de vastlegging middels het zaaksysteem PowerBrowser en ondersteunende applicaties. Het archief VTH is per deelnemer afgestemd.
Rapportage De bestuursorganen rapporteren periodiek over: a) Het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen. b) De uitvoering van de voorgenomen activiteiten in verhouding tot de prioriteitenstelling c) De uitvoering van de afspraken
Monitoring en jaarverslag. Jaarverslag en 4- en 8-maandenraportages. Jaarverslag en 4- en 8-maandenrapportages.
De bestuursorganen evalueren jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
Betreft de jaarlijkse rapportage middels het Jaarverslag VTH. Het doorontwikkelen van gestelde doelen wordt in 2024 gezamenlijk vormgegeven.
B&W en GS delen de rapportage mee aan de gemeenteraad en provinciale staten.
Betreft de jaarlijkse aanbieding van het Jaarverslag.
Verplichte aansluiting Inspectieview Milieu Verplichte aansluiting Inspectieview Milieu.
De verplichte aansluiting op Inspectieview Milieu is gerealiseerd middels deelname aan I-GO (Gelderse Omgevingsdiensten).
20
Bijlage 1: Projecten OD1 Doel
Omgevingswet De voorbereiding en implementatie van de nieuwe Omgevingswet per 1 januari 2024.
Beschrijving project
De OD Twente moet gereed zijn om de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024 uit te kunnen voeren. Hierbij is het belangrijk dat niet alleen de interne organisatie gereed is, maar ook de afspraken met ketenpartners moeten zijn gemaakt.
Subdoelen/uit te voeren stappen
- ICT: Klaar zijn voor de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het berichtenverkeer ingeregeld. - Processen: Nieuwe PDC 2024 en zaaktypen gekoppeld in WIKI en zaaksysteem. Inrichting conform nieuwe wettelijke termijnen. - Werkafspraken: Interne werkafspraken worden vastgelegd. Externe afspraken met ketenpartners zijn bekend en worden toegepast. - Opleiden: Medewerkers zijn voldoende opgeleid om te kunnen starten met de nieuwe producten. Dit geldt zowel voor inhoudelijke (wet-technische) kennis als voor kennis van de nieuwe werkwijze.
Aanvullende informatie
Samen met alle ketenpartners staan we voor een grote uitdaging. Elke organisatie heeft zijn eigen opgaven en voor de meervoudige producten zijn goede ketenafspraken met elkaar van groot belang. Een voorbeeld hiervan is ook de Twente Omgevingstafel (OTT).
Initiator(s)
Omgevingsdienst Twente.
Betrokken partijen
Alle bevoegd gezagen, ketenpartners en wettelijke adviseurs.
Capaciteit (uren)
Er wordt 1500 uur gereserveerd voor projectleiding en overhead. Verder zal het primair proces ook extra uren kwijt zijn bij het inwerken. Dit laatste is niet apart geraamd.
Soort financiering
De overhead en projecturen worden via de verdeelsleutel doorbelast aan de bevoegd gezagen.
Status/fase project
Realisatiefase.
21
OD2 Doel
Energie en duurzaamheid Het ontwikkelen van en volwaardig specialisme energie en duurzaamheid.
Beschrijving project
Er zijn de laatste jaren verschillende subsidies verstrekt aan de OD Twente om extra aandacht te schenken aan energie en duurzaamheid. De subsidies zijn gebundeld in één projectplan, met als doel om van het thema een volwaardig specialisme te maken waardoor energie en duurzaamheid op termijn integraal onderdeel uitmaakt van het takenpakket van de OD Twente.
Subdoelen/uit te voeren stappen
Zie projectplan Energie en Duurzaamheid 2023-2026.
Aanvullende informatie
Zie projectplan Energie en Duurzaamheid 2023-2026.
Initiator(s)
Omgevingsdienst Twente.
Betrokken partijen
Alle bevoegd gezagen en subsidieverstrekkers.
Capaciteit (uren)
Zie projectplan Energie en Duurzaamheid 2023-2026.
Soort financiering
Extern gefinancierd.
Status/fase project
Realisatiefase.
22
OD3 Doel
SPUK IBP-VTH De specifieke uitkering Interbestuurlijk Programma Vergunning, Toezicht en Handhaving (SPUK IBP) heeft als doel om een impuls te geven aan de versterking van het VTH stelsel.
Beschrijving project
Het IBP-VTH is voortgekomen uit het laatste rapport van de commissie van Aartsen. Het kent aanbevelingen om het VTH stelsel te verbeteren. Deze aanbevelingen zijn vertaald in 6 pijlers: 1) 2) 3) 4) 5) 6)
Robuuste Omgevingsdiensten en financiering Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging Informatievoorziening VTH Kennisinfrastructuur Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving Monitoring kwaliteit milieutoezicht
Voor meer informatie zie deze link. Subdoelen/uit te voeren stappen
-
ICT: Klaar zijn voor de aansluiting op het DSO en het berichtenverkeer ingeregeld. Processen: Nieuwe PDC 2024 en zaaktypen gekoppeld in WIKI en zaaksysteem. Inrichting conform nieuwe wettelijke termijnen. Werkafspraken: Interne werkafspraken worden vastgelegd. Externe afspraken met ketenpartners zijn bekend en worden toegepast. Opleiden: Medewerkers zijn voldoende opgeleid om te kunnen starten met de nieuwe producten. Dit geldt zowel voor inhoudelijke (wet-technische) kennis als voor kennis van de nieuwe werkwijze.
Aanvullende informatie
De OD Twente heeft een subsidieaanvraag gedaan voor deelname aan de SPUK IBP-VTH. De OD Twente draagt hierdoor bij aan verschillende pijlers en krijgt de kosten hiervoor vergoed van het ministerie van IenW.
Initiator(s)
Ministerie van IenW.
Betrokken partijen
Ministerie van IenW, OD Twente, enkele gemeenten en de provincie Overijssel.
Capaciteit (uren)
Zie SPUK aanvraag.
Soort financiering
Extern gefinancierd.
Status/fase project
Realisatiefase.
23
OD4 Doel
Project lozen buiten inrichtingen Het opstarten van een pilot lozen buiten inrichtingen waarin lozingsmeldingen tijdig, correct en integraal worden behandeld en toezicht op deze lozingsmeldingen wordt aangescherpt.
Beschrijving project
Uit landelijke rapporten blijkt dat de waterkwaliteit in Nederland achteruit loopt, waarbij wordt gewaarschuwd voor een ‘stikstofcrisis 2.0’ voor water. Eén van de risico’s hierbij is verspreiding van chemische stoffen in het water als gevolg van lozingen. Des te belangrijker is om lozingsmeldingen tijdig, correct en integraal te behandelen en toezicht hierop aan te scherpen.
Subdoelen/uit te voeren stappen
-
-
-
Processen: Intern worden lozingsmeldingen tijdig, correct en eenduidig afgehandeld. Er wordt tevens actief toezicht gehouden op lozingen, waarmee het tijdig melden en goed naleefgedrag door bedrijven wordt gestimuleerd. Werkafspraken: Met gemeenten wordt geborgd dat lozingsmeldingen tijdig worden doorgezet. Daarnaast worden de lijnen met gemeenten en Waterschappen verkort om tijdige lozingsadviezen te ontvangen. Opleiding: Bestaande en nieuwe medewerkers worden bekend gemaakt met de nieuwe werkwijze en de relevante wet- en regelgeving.
Aanvullende informatie
Gezien de korte afhandelingstermijnen van de meeste lozingsmeldingen (5 dagen) is het intern en extern inrichten van ICT, processen en werkafspraken tussen de OD Twente en haar (keten)partners van groot belang. Het aanscherpen van toezicht kan daarnaast leiden tot een toename in het aantal lozingsmeldingen en het bijbehorend aantal bodemadviezen en maatwerkvoorschriften, indien van toepassing.
Initiator(s)
Omgevingsdienst Twente.
Betrokken partijen
Alle bevoegde gezagen en het waterschap Vechtstromen.
Capaciteit (uren)
Er wordt 200 uur gereserveerd voor projectleiding. Verder zal het primair proces ook extra uren kwijt zijn bij het inwerken en mogelijke toename in productie. Dit laatste is niet apart geraamd.
Soort financiering
De projecturen worden via de verdeelsleutel doorbelast aan de bevoegd gezagen.
Status/fase project
Initiatiefase.
24
ODP1 Doel
Project ZZS De provincie Overijssel heeft het initiatief genomen om een aanpak op te stellen om het thema Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) op de kaart te zetten.
Beschrijving project
Het provinciale project heeft een plan van aanpak opgeleverd. Hierin vragen ze de Omgevingsdiensten om ook een aantal taken op te pakken. Het project richt zich op het verbreden van kennis en het in kaart brengen van de ZZS stoffen die in Overijssel voorkomen.
Subdoelen/uit te voeren stappen
Zie apart projectplan provincie Overijssel.
Aanvullende informatie
N.v.t.
Initiator(s)
Provincie Overijssel.
Betrokken partijen
Provincie Overijssel en OD Twente.
Capaciteit (uren)
Prognose van 400 uur aan medewerkers uit het primair proces. Dit wordt binnen de bestaande uren ingezet, omdat het samenloopt met reguliere werkzaamheden bij bijvoorbeeld vergunningverlening.
Soort financiering
De overhead en projecturen worden door de provincie bekostigd. De uren uit het primair proces van de OD Twente worden via de verdeelsleutel doorbelast aan de bevoegd gezagen.
Status/fase project
Realisatiefase.
25
OD5 Doel
Gedragssturing Het implementeren van interne en externe gedragssturing als instrument om gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te voorkomen.
Beschrijving project
De Commissie van Aartsen stelt dat regulier toezicht via periodieke controles lang niet altijd het gewenste effect heeft op naleefgedrag. Eén van de verklaringen hiervoor is dat controles slechts momentopnames zijn, waarbij enkel wordt geconstateerd dát een overtreding gemaakt wordt, maar niet waarom deze overtreding wordt gemaakt. Een onderzoek naar de oorzaken van gedrag biedt kansrijke mogelijkheden om ongewenst gedrag te voorkomen en gewenst gedrag te stimuleren.
Subdoelen/uit te voeren stappen
-
Het in kaart brengen van mogelijke gedragssturingsinstrumenten. Kijken naar de combinatie van branche/themagericht werken en doelgerichte gedragssturingscampagnes. Gedragssturing structureel implementeren in onze VTH-dienstverlening.
Aanvullende informatie
Dit project zit momenteel in de beginfase. Hierin wordt een uitgebreid plan van aanpak ontwikkeld die in de loop van 2024 zal worden uitgevoerd. Het project zal in deelfases uitgevoerd gaan worden.
Initiator(s)
OD Twente.
Betrokken partijen
OD Twente en ODNL.
Capaciteit (uren)
400
Soort financiering
Verdeelsleutel.
Status/fase project
Initiatiefase.
26
Hier komt de titel te Programma staan, eventueel over 2024 uitvoering en handhaving meerdere regels. Lokaal programma vergunningverlening, toezicht en handhaving het een omgevingsrecht Eventueelvan nog onderregel.
DCS 85613 - INT 2389480
Inhoud 1.
Inleiding ................................................................................................................................................................................ 3 1.1 Het programma als basis voor uitvoering ..................................................................................................... 3 1.2 Reikwijdte van het programma ................................................................................................................... 3
2.
Terugblik en ontwikkelingen ................................................................................................................................................ 4 2.1 Terugblik 2023 .........................................................................................................................................4 2.2 Ontwikkelingen ........................................................................................................................................6
3.
Doelen en prioriteiten .......................................................................................................................................................... 7 3.1 Beleidsdoelen ........................................................................................................................................... 7 3.2 Prioriteiten 2024 ...................................................................................................................................... 7
4.
Vergunningverlening ..........................................................................................................................................................11 4.1 Bouwprognose en capaciteitsplanning ...................................................................................................... 11 4.2 Brandveiligheid en Omgevingswet ........................................................................................................... 11 4.3 APV en Bijzondere Wetten ...................................................................................................................... 11 4.4 Dienstverlening en uitvoeringskwaliteit ..................................................................................................... 12
5.
Toezicht en handhaving ......................................................................................................................................................13 5.1 Verschillende vormen van toezicht ............................................................................................................ 13 5.2 Toezichtprognose en capaciteitsplanning .................................................................................................. 13 5.3 Dienstverlening en uitvoeringskwaliteit ..................................................................................................... 14
6.
Juridische advisering .......................................................................................................................................................... 15 6.1 Ontwikkelingen ...................................................................................................................................... 15 6.2 Prognose juridische advisering en capaciteitsplanning................................................................................. 15 6.3 Dienstverlening en uitvoeringskwaliteit ..................................................................................................... 16
7.
Pandbrigade ........................................................................................................................................................................ 17 7.1 Hoofdopgaven pandbrigade ......................................................................................................................17 7.2 Toezicht en handhaving ............................................................................................................................17 7.3 Vergunningverlening ............................................................................................................................... 18 7.4 Ontwikkelopgaven 2024 .......................................................................................................................... 18
8.
Projecten ............................................................................................................................................................................ 19
Bijlage 1. Handelingskader Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ..................................................................................20 Bijlage 2. Productbladen 2024 ..................................................................................................................................... 27 Bijlage 3. Beschrijving uitvoeringsorganisatie................................................................................................................. 49
Pagina 2 van 51 VTH-programma 2024
1.
Inleiding
Bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht werken wij gericht aan een veilige en gezonde leefomgeving. Dit programma geeft een overzicht welke activiteiten hiervoor in 2024 worden uitgevoerd. Het is ook een bijzonder programma: in 2024 verandert de uitvoering fundamenteel vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en aanverwante regelgeving.
1.1 Het programma als basis voor uitvoering Een veilige, leefbare en gezonde leefomgeving is een groot goed, maar niet vanzelfsprekend. Het vraagt de nodige inspanningen van inwoners en bedrijven om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en waar mogelijk te versterken. De overheid, en vooral de gemeente, heeft een belangrijke taak in het bewaken en bevorderen ervan. Eén van de instrumenten die hiervoor actief wordt ingezet is ‘uitvoering en handhaving’, de nieuwe benaming voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van de Omgevingswet en aanverwante regelgeving. De Omgevingswet geeft aan dat de gemeente moet zorgen voor kwalitatief goede uitvoering. Hiervoor heeft de gemeente uitvoerings- en handhavingsbeleid opgesteld1. Hoofddoelstelling van dit beleid is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Deze doelstelling sluit direct aan op de doelstelling van de Omgevingswet. Vertaald naar onze gemeente betekent dit dat wij samen met de stad hieraan werken. Wij zetten daarbij sterk in op samenwerking met onze partners in de keten van uitvoering en handhaving. Het programma vormt de uitwerking van ons beleid en geeft meer in detail aan wat wij gaan doen bij het uitvoeren van onze taken in de fysieke leefomgeving.
Het biedt een operationeel kader waarin de gestelde beleidsdoelen en prioriteiten zijn geconcretiseerd tot activiteiten die in 2024 worden uitgevoerd. Het programma geeft een overzicht van de te verwachten werkvoorraad en de inzet die voor het uitvoeren van deze activiteiten beschikbaar is. Het college van burgemeester en wethouders stelt het programma vast. Vervolgens wordt het programma ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten van Overijssel ontvangen het programma vanwege het interbestuurlijk toezicht op het domein Omgevingswet (voorheen Wabo).
1.2 Reikwijdte van het programma Het opstellen van een programma is wettelijk verplicht voor de activiteiten die verband houden met bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en milieu. De uitvoering van de ‘standaard’-milieutaken is opgedragen aan Omgevingsdienst Twente. Hiervoor is een apart programma opgesteld: Het programma Uitvoering en Handhaving Twente 2024. Het vaststellen van een VTH-programma voor de taken op het gebied van APV en Bijzondere Wetten valt niet onder de wettelijke verplichting, maar zijn toch opgenomen in dit programma. Zo wordt een vollediger beeld gegeven van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht.
1
VTH-beleid 2020. Uitvoering- en handhavingsbeleid voor de Wabo-taken bouwen, ruimtelijke ordening en brandveiligheid
Pagina 3 van 51 VTH-programma 2024
2.
Terugblik en ontwikkelingen
Na jaren van ontwikkeling en voorbereiding werken wij vanaf 1 januari 2024 met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze stelselwijziging is ingrijpend voor burgers, bedrijven en overheden. Het jaar 2024 staat in het teken van het leren werken met deze wetten en het verbeteren van onze werkwijze.
2.1 Terugblik 2023 De regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving verandert snel en ingrijpend. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), de Wet goed verhuurderschap, maar ook de Wet open overheid zijn een antwoord op maatschappelijke ontwikkelingen. Dit heeft veel impact op onze opgave, inzet en werkwijze. De belangrijkste resultaten van 2023 zijn onderstaand opgenomen en worden verder uitgewerkt in het Jaarverslag VTH 2023. Voorbereiden op de Omgevingswet Vanwege de komst van de Omgevingswet werken wij aan een paradigmawisseling, waarbij de werende benadering van activiteiten in de fysieke leefomgeving wordt gewijzigd in een werkwijze waarin de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal staat en er ruimte ontstaat voor ontwikkeling. De samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, regelgeving en besluitvorming staat hierbij centraal. De beoordeling van initiatieven vindt voor een deel al plaats in de voorfase. Met de inzet van de intaketafel wordt door verschillende disciplines geadviseerd of initiatieven wenselijk zijn en mogelijk kunnen worden gemaakt. Kansrijke initiatieven kunnen worden doorgeleid naar de omgevingstafel. Adviezen van ketenpartners en overige (interne) adviezen leiden tot een verbeterde en meer integrale reactie op initiatieven.
Het aantal initiatieven dat is behandeld op de omgevingstafel was in 2023 beperkt. De verwachting is dat de casuïstiek van de omgevingstafel gaandeweg zal toenemen. Het effectief inrichten van het proces voor het verkennen van een initiatief is noodzakelijk om het kunnen halen van de achtweken-termijn bij (complexe) aanvragen. De ervaring die in 2023 is opgedaan wordt in 2024 gebruikt om de inzet van beide tafels te verbeteren. Het behandelproces voor aanvragen op basis van de Omgevingswet is aangepast. De regels op grond van de 26 wetten die opgaan in de Omgevingswet worden samengebracht en ontsloten via het landelijke Omgevingsloket, als onderdeel van de Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De aansluiting op deze landelijke voorziening is ingericht en getest door middel van ketentesten. Belangrijk daarbij is dat aanvragen, meldingen en informatieplichten goed worden ontvangen vanuit het DSO en kunnen worden verwerkt met de applicatie PowerBrowser. Toepasbare regels voor de vergunningencheck zijn in 2023 uitgewerkt en moeten worden opgenomen in het DSO. Vooruitblikkend naar 2024 zal moeten blijken of de stabiliteit en performance van het DSO voldoende is. Niet uitgesloten is dat de technische werking van het DSO in de praktijk onvolkomenheden kent, die leiden tot verstoring, uitval of onverwachte situaties. Landelijk moeten dit soort problemen snel effectief worden opgepakt.
Lokaal kan het nemen van alternatieve maatregelen noodzakelijk zijn. Voorbereiden op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Het verhogen van de bouwkwaliteit is het belangrijkste doel van de Wet kwaliteitsborging (Wkb). Uitgangspunt is dat niet de bouwvergunning, maar de kwaliteit van gerealiseerde bouwwerk centraal staat (‘as built’). Het systeem van kwaliteitsborging verplicht de initiatiefnemer tot het inschakelen van een private kwaliteitsborger, die de technische bouwvoorschriften toetst. De preventieve gemeentelijke toets aan technische
Pagina 4 van 51 VTH-programma 2024
bouwvoorschriften verdwijnt en de vergunningplicht voor de bouwtechnische activiteit vervalt. De initiatiefnemer moet hiervoor een bouw- en gereedmelding (laten) doen. Het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging wordt gefaseerd ingevoerd. Er wordt gestart met ‘gevolgklasse 1’, dat onder meer bestaat uit grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. Verwacht wordt dat circa 80% van de Almelose bouwinitiatieven onder gevolgklasse 1 valt. Voor de complexere bouwwerken die niet onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen blijft de huidige werkwijze gelijk. Het aanvragen van een ruimtelijke vergunning (de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit) blijft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nodig. De ruimtelijke toets wordt in samenhang met de melding bouwactiviteit uitgevoerd. Dit zorgt voor nieuwe taken, zoals het toetsen van de bouwmelding, de risicobeoordeling, het borgingsplan en eventuele bijzondere lokale omstandigheden. De inwerkingtreding van de Wkb heeft veel gevolgen voor initiatiefnemer en bevoegd gezag. In 2023 is versterkt ingezet in op de operationele voorbereiding van deze stelselwijziging. Voor wat betreft het niveau van dienstverlening wordt aangesloten bij de dienstverlening op basis van de Omgevingswet. Dat betekent dat de gemeente bij de voorbereiding van het initiatief faciliterend werkt.
Er zijn mogelijkheden voor vooroverleg en de initiatiefnemer wordt goed geïnformeerd over de voortgang van de behandeling. Werkprocessen, systemen en brieven zijn aangepast op deze nieuwe werkwijze. Daarnaast zijn verschillende proefprojecten gestart, waarmee de werking van het nieuwe stelsel in de praktijk wordt beproefd. De rol van de gemeente is uitgewerkt in een uitvoerings- en handhavingsstrategie. Deze strategie vormt na inwerkingtreding het handelingskader. Het handelingskader is opgenomen in bijlage 1. De uitwerking van dit kader is gebaseerd de wettelijke regelgeving, maar ook op situaties waarbij sprake is van overtredingen en/of tekortkomingen die het bevoegd gezag constateert en waarop zij kan of moet handelen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de situatie dat bouwwerken in gebruik worden genomen zonder correcte gereedmelding. Inrichten van de Pandbrigade Onze stad Almelo kent verschillende vormen van woonoverlast. Vanwege de schaarste aan woningen ontwikkelen zich misstanden en onwenselijke situaties. Illegale kamerbewoning, spookbewoning, onvergunde bouwkundige splitsingen, illegale bouw en woekerhuur zijn hiervan voorbeelden. Dit levert onwenselijke situaties op, zowel voor de te huisvesten personen zelf als voor de directe (woon)omgeving. Om deze overlast aan te pakken is in 2023 de Pandbrigade operationeel ingericht, waarbij in 2024 vervolgstappen worden gezet.
Op basis van de Wet goed verhuurderschap, de APV en de ruimtelijke regelgeving wordt opgetreden. Voorsorteren op gewijzigd toezicht Veranderende regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving vraagt ook om een gewijzigde inzet van toezicht. Met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging mag er meer vergunningsvrij, maar dat is niet regelvrij. Voldoende inzet op naleefcontrole tijdens de uitvoering en gebruik is nodig. Bij het bouwen onder de kwaliteitsborging vermindert het publieke toezicht op de technische bouwactiviteit. Echter, omdat de kwaliteitsborger niet beschikt over handhavingsbevoegdheden, moet waar nodig worden geacteerd op signalen van de kwaliteitsborger en derden. Ook moet formatie beschikbaar zijn om zelf waar te nemen en te interveniëren waar nodig. De gemeente is en blijft immers verantwoordelijk voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Vanwege veranderende wetgeving zijn maatregelen getroffen voor gewijzigd toezicht. Door de Wet kwaliteitsborging vermindert het vergunninggerichte, bouwtechnische toezicht. De inzet van bouwinspecteurs wordt teruggebracht. Het gebiedstoezicht wordt geïntensiveerd. Deze vorm van toezicht is gericht op het preventief aanwezig zijn en richt zich op controle van de naleving van het gebruik (o.a. APV en ruimtelijke regelgeving uit het omgevingsplan), bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid.
Met de inzet van gebiedstoezicht wordt beter zicht gekregen op illegale activiteiten. Door de knip tussen de technische bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit kunnen situaties ontstaan waarbij al dan niet een vergunning is
Pagina 5 van 51 VTH-programma 2024
gevraagd voor de omgevingsplanactiviteit (OPA), maar de bouwmelding (Wkb) achterwege blijft. Om grip te houden op illegale bouwactiviteiten wordt extra capaciteit ingezet op het uitvoeren van gebiedstoezicht, waarbij bovengenoemde situaties (wel/geen OPA, geen bouwmelding) vroegtijdig worden gesignaleerd. Verbeteren informatiebeheer De informatievoorziening op basis van het gebruik van de applicatie PowerBrowser en Cognos moet worden verbeterd. Een aantal indicatoren voor sturings- en verantwoordingsinformatie kan niet goed worden uitgelezen. In eerder jaarverslagen is dit expliciet als verbeterpunt opgenomen. In 2023 is gewerkt aan verbeteringen en is de inrichting en het gebruik van PowerBrowser en Cognos gewijzigd. Verbeteringen in de informatievoorziening blijven ook in 2024 noodzakelijk. Nieuwe KPI’s voor Omgevingswet en Wkb Vanwege de nieuwe wetgeving ontstaan nieuwe producten en nieuwe stappen in de afhandeling van deze producten. Dit jaar zijn de kritieke prestatie indicatoren (KPI’s) geïdentificeerd en deels ingericht in de informatiesystemen. De voortgang van de uitvoering van de nieuwe wetgeving kan in 2024 in de basis worden gemonitord. Wel moet in 2024 inzet worden geleverd voor het verbeterd toepassen van deze indicatoren.
Overdracht applicatiebeheer aan Omgevingsdienst Twente De gemeentelijke taak op het gebied van informatisering en automatisering is de afgelopen jaren zowel in complexiteit als kwantitatief enorm toegenomen. In toenemende mate vormt informatievoorziening de schakel tussen gemeente(n) en verschillende ketenpartners. De inwerkingtreding van de Omgevingswet versterkt dit. Omgevingsdienst Twente (ODT) en vijf gemeenten (waaronder Almelo) werkten sinds 2019 samen in de applicatie PowerBrowser. De samenwerking tussen deze partijen is in 2023 beëindigd. Er is gekozen voor een nieuw samenwerkingsconstruct. Binnen de applicatie wordt nu samengewerkt met de ODT en Hof van Twente, waarbij de ODT het volledige functioneel applicatiebeheer uitvoert. Door het samenvoegen van het functioneel applicatiebeheer is onze organisatie minder kwetsbaar. De continuïteit kan beter worden gegarandeerd en specialistische deskundigheden kunnen beter worden ontwikkeld. Dit versterkt de kwaliteit en efficiency van onze dienstverlening. 2.2 Ontwikkelingen De voorbereidingen op de Omgevingswet en de Wkb zijn bij de inwerkingtreding van deze wetgeving niet afgerond. In 2024 wordt écht gewerkt met deze wetgeving en zullen vragen en problemen in de uitvoering moeten worden opgelost. 2024 wordt een jaar waarin wordt geleerd, aangepast en verbeterd.
Het volgende hoofdstuk stelt prioriteiten voor een (verbeterde) uitvoering. De overgang van de Wabo naar de Omgevingswet brengt onzekerheden met zich mee. Mogelijk ontstaat er eind 2023 een hausse aan aanvragen, omdat aanvragers nog onder het huidige recht hun aanvraag afgehandeld willen zien. Mogelijk wachten aanvragers juist ook de nieuwe wetgeving af. De omvang en het karakter van de werkvoorraad voor 2024 is daarmee onzeker. De Pandbrigade wordt in 2024 doorontwikkeld. Daarbij worden de opgaven betrokken die vanuit de Wet goed verhuurderschap op ons afkomen. Belangrijke opgave voor de Pandbrigade is het uitvoeren van toezicht en indien nodig handhavend optreden indien er sprake is van kamerbewoning in strijd met het omgevingsplan of vergunningsvoorwaarden. De operationele werkwijze wordt in 2024 verder uitgewerkt en verbeterd. Overige ontwikkelingen worden toegelicht in het volgende hoofdstuk.
Pagina 6 van 51 VTH-programma 2024
3.
Doelen en prioriteiten
De beleidsdoelen geven aan wat wij willen bereiken met het uitvoeren van onze VTH-taken. Wij prioriteren onze taakuitvoering risicogericht en op basis van beschikbare capaciteit.
3.1 Beleidsdoelen Ons beleid voor vergunnen, toezicht en handhaven vormt samen met jaarprogramma de basis voor het uitvoeren van onze taken. Met dit beleid omarmen wij de Omgevingswet: wij gaan voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit doen wij samen met de stad én onze ketenpartners. Dienstverlening en participatie organiseren wij zoveel mogelijk vanuit het perspectief van onze inwoners en ondernemers. Wij werken gericht aan onze beleidsdoelen. Voor het taakveld bouwen worden constructieve veiligheid en bouwkundige brandveiligheid gewaarborgd. De focus ligt op bouwwerken met veel gebruikers, dan wel minder zelfredzame gebruikers. De belangrijkste doelstelling voor het taakveld ruimtelijke ordening is het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving. Het gaat hierbij vooral om grote strijdigheden met het omgevingsplan en de bewoning van niet-woningen. Samen met Brandweer Twente werken wij aan het vergroten van de brandveiligheid in onze gemeente.
3.2 Prioriteiten 2024 Onderstaand worden de prioriteiten voor 2024 toegelicht. Actualiseren beleid uitvoering en handhaving Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt het beleid voor uitvoering en handhaving geactualiseerd. In 2024 doen wij ervaring op met deze wetgeving. De leerpunten betrekken wij bij de actualisatie van ons beleid. De bouwstenen hiervoor zijn in voorbereiding, zoals het handelingskader voor de toepassing van de Wkb. Belangrijk onderdeel van het actualiseren van het VTHbeleid is het actualiseren van onze beleidsdoelen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet geeft ook aanleiding tot het vaststellen van de Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht (LHSO) bij uitvoering van de ‘thuistaken’. De LHSO heeft een breder werkingsbereik dan de Landelijke handhavingsstrategie (LHS), waar nu mee wordt gewerkt. In 2023 is met het vaststellen van het VTH beleid Twente de toepassing van de LHSO voorgeschreven voor de milieutaken die zijn opgedragen aan Omgevingsdienst Twente. Uitwerken toezichtbeleid ruimtelijke ordening Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb verdient het toezicht op de ruimtelijke regelgeving aandacht, waarbij verder uitwerking wordt gegeven aan de vorm en prioritering van deze vorm van toezicht.
Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht en de Kwaliteitscriteria VTH 2.3 Eén van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrechtregels in de Omgevingswet is om de dienstverlening door overheden te verbeteren. Het realiseren van de verbeter- en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheden. Het vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. Afdeling 18.3 van de Omgevingswet biedt de grondslag voor kwaliteitsbevordering van de uitvoering en handhaving. Artikel 18.20 beschrijft de zorgplicht voor in principe alle VTH-taken van het bevoegd gezag.
Pagina 7 van 51 VTH-programma 2024
Artikel 18.23 gaat over de taken die onder het basistakenpakket2 vallen. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau in een verordening moet vastliggen. In 2023 heeft de gemeenteraad de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht vastgesteld. Het goed werken in de geest van de Omgevingswet vraagt specifieke competenties. De medewerker VTH is niet langer louter toetser, uitvoerder en adviseur; de medewerker zal juist ook een bemiddelende, faciliterende en onderhandelende rol vervullen. Dit vraagt om vaardigheden, vooral op het gebied van houding en gedrag. Daarom zijn aan de kwaliteitscriteria competentieprofielen toegevoegd. Gelijktijdig zijn ook de kwaliteitscriteria juridisch en qua terminologie geactualiseerd, zodat deze goed aansluiten op de Omgevingswet. Deze zijn opgenomen in de kwaliteitscriteria - versie 2.3. Op basis van de vigerende verordening wordt een nieuwe versie van de kwaliteitscriteria vastgesteld door het college, voordat deze worden toegepast. Momenteel wordt gewerkt op basis van de versie 2.2. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het college voorgesteld om versie 2.3 vast te stellen. Na vaststelling van de actuele kwaliteitscriteria wordt een zelfevaluatie uitgevoerd, waarbij wordt gewaardeerd in welke mate wordt voldaan aan de nieuwe competentieprofielen.
Dit geeft inzicht in de stand van zaken en biedt mogelijkheden om te sturen op verbetering. Optioneel kan een collegiale toetsing worden uitgevoerd door een collega-organisatie. Voor 2024 wordt de omgang met de nieuwe kwaliteitscriteria in projectvorm uitgewerkt. Werken met de Omgevingswet Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk deel van het (nieuwe) omgevingsplan. Onze bestemmingsplannen zullen samen met de ‘bruidsschat’ (voorheen regels van het Rijk) het tijdelijke omgevingsplan vormen. Het tijdelijke omgevingsplan moet uiteindelijk worden omgezet naar een omgevingsplan. Tot 2029 is er een overgangsfase waarin de gemeenten nieuwe regels in het omgevingsplan kunnen opnemen ter vervanging van de oude ruimtelijke plannen en verordeningen. Na analyse van de bruidsschat heeft het college besloten om bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de bruidsschat volledig over te nemen. Hierdoor blijft het huidige beschermingsniveau op gebied van bouwen en milieu in stand en hebben wij tot uiterlijk 2029 de tijd om beleid te actualiseren en bouw-, milieu- en overige regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving in te passen in het omgevingsplan. Omdat veel regels omgezet moeten worden, gebeurt het omzetten naar het definitieve omgevingsplan stapsgewijs: per thema en of gebiedsgericht.
Daarbij wordt eerst inhoudelijk beoordeeld hoe onderwerpen eenvoudig(er) geregeld en toepasbaar gemaakt kunnen worden. Voor het omzetten is inbreng per omgevingsplanactiviteit nodig. Zo kunnen bijvoorbeeld delen uit lokale verordeningen in het omgevingsplan terecht komen, maar moet ook beroep te worden gedaan op de praktijkkennis en -ervaring van de bouwplantoetsers om de regels in het omgevingsplan te vereenvoudigen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft ook gevolgen voor de wijze van beoordeling van de omgevingskwaliteit. Hiervoor is in 2023 de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit & Monumentenzorg ingesteld. De samenwerking met Het Oversticht is gecontinueerd en wordt Omgevingswetproof voortgezet. Voor het eerst is er een burgerlid toegevoegd aan de commissie. Het burgerlid heeft eveneens zitting in het Platform Cultureel Erfgoed Almelo en wordt op deze wijze vroegtijdig betrokken bij ruimtelijke planvorming en monumentenadvisering. Het benoemen van een burgerlid sluit goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet. In 2024 wordt ervaring opgedaan met de advisering uit deze commissie. 2
Dit zijn de taken die wettelijk verplicht door een omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd.
Pagina 8 van 51 VTH-programma 2024
Start transitiefase Wkb In 2022 en 2023 is invulling gegeven aan de implementatie van de Wkb voor gevolgklasse 1. Landelijk is besloten om deze gevolgklasse alleen in werking te laten treden voor nieuwbouwprojecten. Verbouwprojecten binnen gevolgklasse 1 vallen pas vanaf 1 januari 2025 onder het stelsel van kwaliteitsborging. Er is door gemeenten en partijen in het bouwproces relatief weinig ervaring met proefprojecten en de arbeidsmarkt is schaars, waardoor onzeker is of over voldoende private kwaliteitsborgers kan worden beschikt. De minister hoopt hiermee de invoering makkelijker te maken voor gemeenten en de andere partijen in het bouwproces. Met de start van gevolgklasse 1 wordt overgegaan naar de transitiefase. Als eerste krijgt het onderdeel ‘verbouw’ binnen gevolgklasse 1 in 2024 een vervolg. De inzet is erop gericht om de doelgroep van dit onderdeel (kleinere aannemersbedrijven, ZZP-ers en zelfbouwers) te bereiken en voor te bereiden op deze wetgeving. Ook wordt de uitvoering van in 2023 gestarte proefprojecten voortgezet. Hiermee wordt ervaring opgedaan in de uitvoeringsfase. Ook bestaat het voornemen om nieuwe proefprojecten te starten. Na inwerkingtreding van de Wkb wordt het stelsel van kwaliteitsborging gemonitord en volgt evaluatie, op basis waarvan wordt gewerkt aan de doorontwikkeling voor invoering van gevolgklassen 2 en 3.
Inmiddels is duidelijk dat voor het borgen van de nieuwe werkwijze op basis van gevolgklasse 1 een periode van 5 jaar wordt uitgetrokken. Daarmee wordt ook voorbereidingstijd op nadere gevolgklassen gegeven. Gevolgklassen 2 en 3 zullen daarmee niet eerder dan 2028 worden ingevoerd. Beleidsregels toepassing bestuurlijke boete in het kader van de Omgevingswet De bestuurlijke boete is een lik-op-stuk- sanctie en een bestraffend handhavingsinstrument. In 2024 wordt voorgesteld om het instrument van bestuurlijke boete in het kader van de Omgevingswet als beleidsregel vast te stellen. De sanctie heeft een preventieve werking en heeft betrekking op overtreding van regels bij bouwen, slopen, gebruik en in stand houden van bouwwerken. De boete kan alleen worden opgelegd als binnen twee jaar voorafgaand aan de overtreding dezelfde overtreding is geconstateerd. Een voordeel van de bestuurlijke boete is dat hiermee snel en slagvaardig opgetreden kan worden. Het tijdsverloop tussen de constatering van de overtreding en de oplegging van de boete is kort. Dat versterkt het afschrikwekkende effect van de boete, dat tot doel heeft om herhaling te voorkomen. Verder inrichten en in gebruik nemen van de nieuwe risicoanalysetool VTH In 2022 zijn de risicomodules gevuld voor bedrijfsmilieu (ODT) en bouw, bestaande bouw en ruimtelijke ordening (gemeente Almelo).
De effecten vanuit de thema’s veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en gezondheid zijn voorzien van een score; evenals het inschatten van de kans waarop een situatie zich voordoet (gebaseerd op een inschatting van attitude, naleving, ervaring en ondermijning). Deze onderdelen van de risicoanalyse maakt prioritering voor vergunningverlening, toezicht en handhaving mogelijk. De risicoanalyse voor deze taakvelden is hiermee afgerond3. In 2024 wordt bij de werkverdeling gelet op de risicoanalyse, op basis waarvan aanwijzingen worden gegeven voor de uitvoering van VTH-taken. De risicomodules zijn opgenomen in het besturingsmodel VTH. Het voornemen bestond om het besturingsmodel in 2023 verder uit te bouwen. Vanwege capaciteitsgebrek heeft dit geen vervolg gekregen. In 2024 wordt het model verder uitgebouwd. Hiermee wordt richting gegeven aan priortering vanuit de risicomodules in werkprocessen en toetsing- en toezichtstrategieën. De nadruk ligt in 2024 op het uitwerken van het taakveld bouwen, klachten en handhavingsverzoeken, projecten en VTH-ondersteunende dienstverlening. Daarna volgen de onderdelen bestaande bouw en ruimtelijke ordening.
3
Veiligheidsregio Twente gebruikt voor het beoordelen van risico’s een eigen systematiek. De veiligheidstaken worden daarom niet betrokken bij deze risicoanalyse.
Pagina 9 van 51 VTH-programma 2024
Aanpak ondermijning De aanpak van (criminele) ondermijning is een blijvend speerpunt voor de gemeente Almelo. Daarbij wordt intensief samengewerkt met ketenpartners zoals de politie, het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Oost Nederland (RIEC ON), Omgevingsdienst Twente, Belastingdienst, Douane, Kansspelautoriteit en uiteraard het Openbaar Ministerie. Door middel van (integrale) controles en handhaving moeten criminele machtsposities, (verdere) vermenging van de onderwereld in de bovenwereld, oneerlijke concurrentie en aantasting van de leefbaarheid en veiligheid in Almelo worden tegengegaan. Toezicht energielabel C kantoren Per 1 januari 2023 moeten alle kantoorpanden met een gebruiksoppervlakte van 100 m2 of meer een geldig energielabel C of beter hebben. Uitgezonderd zijn alle monumentale panden en kantoorpanden die binnen twee jaar worden gesloopt, getransformeerd of onteigend. De verplichting is een maatregel die voorkomt uit doelstellingen uit het Energieakkoord en moet een flinke energiebesparing binnen de bebouwde omgeving realiseren. Tegelijkertijd is die besparing nodig om de CO2-emissie te reduceren met 49% in 2030. In 2030 wordt label A de standaard en in 2050 is een energieneutrale gebouwde omgeving het streven.
In artikel 3.87 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is opgenomen dat een kantoorgebouw met ingang van 1 januari 2023 niet langer gebruikt mag worden of in gebruik mag worden genomen als er geen geldig energielabel is. De handhavende taak is belegd bij gemeenten en valt onder de handhaving van het Bbl. Eind 2022 is begonnen met het aanschrijven van eigenaren van kantoorpanden. De eerste resultaten hiervan lieten zien dat het veel reactie oproept bij eigenaren. In 2023 heeft de handhaving van deze regelgeving vanwege capaciteitsgebrek geen vervolg gekregen. Voor 2024 wordt het toezicht op deze panden in projectvorm vervolgd. Mogelijk vindt uitvoering plaats in samenwerking met Omgevingsdienst Twente. Ruimtelijke ontwikkelingen De gemeente Almelo geeft sturing aan de doorontwikkeling van de stad. Onze Omgevingsvisie ‘Mijn Almelo, onze omgeving’ is het richtinggevend perspectief voor de komende jaren. Met de Almelose Omgevingsvisie als basis, is een gerichte uitvoeringsagenda voor stadsontwikkeling opgesteld. De uitvoeringsagenda bevat een sturingsmethodiek om vanuit de opgaven voor de leefomgeving keuzes te maken voor wijk-, gebieds- en locatieontwikkeling. De uitvoeringsagenda is daarmee kaderstellend voor de ontwikkeling van specifieke wijken, gebieden en locaties in de gemeente Almelo.
Ontwikkeling(en) en transformatie van gebieden in onder andere de zone vanuit de binnenstad naar het gebied achter het station, alsmede de spoorzone, de (integrale) aanpak van leefbaarheids- en herstructureringsvraagstukken in specifieke wijken, het bieden van ruimte aan bedrijven en extra woningbouwopgaven resulteren in taken en werkzaamheden voor Uitvoering en Handhaving.
Pagina 10 van 51 VTH-programma 2024
4.
Vergunningverlening
In 2024 willen wij binnen de wettelijke termijnen vergunningaanvragen afhandelen en waar mogelijk sneller. Wij verlenen vergunningen voor initiatieven die passen binnen onze toetsingskaders en die bijdragen aan de realisatie van veilige en duurzame bouwwerken.
4.1 Bouwprognose en capaciteitsplanning Voor de behandeling van vergunningaanvragen en meldingen is voldoende capaciteit nodig. Daarom is er een prognose gemaakt van het aantal te verwachten bouwwerken en de benodigde capaciteit voor toetsing. Naast vergunningaanvragen die zien op de realisatie van bouwwerken, worden ook overige aanvragen, meldingen en klantvragen behandeld. De prognose en capaciteit zijn verwerkt in de productbladen. Voor 2024 verwachten wij dat het aantal bouwaanvragen met bouwkosten > €1.000.000 verder vermindert. Een reden hiervoor is dat het merendeel van de kavels op Businesspark XL is uitgegeven of in optie is genomen; het merendeel van de omgevingsvergunningen voor dit bedrijventerrein is verleend. Wij verwachten dat ook het aantal bouwaanvragen met bouwkosten €100.000 - €1.000.000 terugloopt. De belangrijkste reden is de verwachting dat het aantal vergunningaanvragen voor (grote) nieuwbouwwoningen afneemt vanwege de huidige crises rondom wonen (beschikbaarheid woningen en verminderde beschikbaarheid bouwmaterialen en de sterk gestegen prijs van bouwmaterialen). Deze crises leiden er waarschijnlijk toe dat het aantal bouwaanvragen met bouwkosten < €100.000 toeneemt. Het betreft dan vooral bouw en verbouw in de bestaande (woning-)voorraad.
Waarschijnlijk worden er kort voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet meer aanvragen om omgevingsvergunning ingediend. Dit leidt tot een toename in de werkvoorraad en benodigde capaciteit.
4.2 Brandveiligheid en Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet vervalt de omgevingsvergunningsplicht voor de activiteit brandveilig gebruik. Deze categorieën kunnen vanaf dan af met een melding conform het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het is nog onduidelijk welke impact dit exact gaat hebben op de advisering van Brandweer Twente op deze meldingen. Focuspunten voor de brandweer zijn in 2024: - Energie opslag systemen; - Alternatieve bouwmethoden; - Verificatie brandmeldingen; - Brandwerendheid aankleding bij evenementen; - Bereikbaarheid centrumgebieden bij evenementen. 4.3 APV en Bijzondere Wetten In het kader van het voorkomen en bestrijden van ondermijning zet de gemeente Almelo in 2024 in op extra controles van horeca-inrichtingen, coffeeshops en prostitutiebedrijven. Dit zal waarschijnlijk leiden tot meer aanvragen en wijzigingen van alcoholvergunningen, kansspelvergunningen en exploitatievergunningen. In het verlengde hiervan is het waarschijnlijk dat er ook meer zaken voor advies naar het Landelijke Bureau Bibob zullen gaan dan in voorgaande jaren.
Pagina 11 van 51 VTH-programma 2024
4.4 Dienstverlening en uitvoeringskwaliteit In relatie tot dit VTH-programma spelen de volgende aandachtspunten: ▪ Dienstverlening Omgevingswet: Binnen het taakveld vergunningverlening werken wij aan continue verbetering van de dienstverlening, onder meer met betrekking tot duidelijke communicatie (en duiding onderlinge taken en verantwoordelijkheden), goede bereikbaarheid, leesbare brieven en tijdige besluitvorming. Onze voorbereidende activiteiten voor de implementatie van de Omgevingswet, zoals toepassen serviceformules, klantreizen, inrichten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en het uitwerken van participatie onder de Omgevingswet worden in de praktijk beproefd en waar nodig aangepast. Hiermee versterken wij onze dienstverlening. Wkb: Op basis van het handelingskader Wkb (zie bijlage 1) worden ervaringen opgedaan, die worden verwerkt in het geactualiseerde VTH beleid. . Klanttevredenheid: Vanaf 2024 werken wij aan een methode om de klanttevredenheidsmeting structureel in te bedden in ons VTH-proces. Dit gebeurt via een groeimodel. ▪ Uitvoeringskwaliteit Gebruik BRIS-toets: Bouwaanvragen worden overeenkomstig het toetsprotocol beoordeeld. Onze gemeente beschikt hiervoor over de applicatie ‘BRIS Toets’ . Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wkb voor het bouwen is besloten om de gevolgklassen 2 en 3 te beoordelen met behulp van BRIS-toets.
Voor gevolgklasse 1 (de lichtste bouwklasse, direct vallend onder de werkingssfeer van de Wkb), is besloten geen toetsing meer uit te voeren aan de hand van BRIS-toets. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van de Wkb (bouwtechnische toetsing door de kwaliteitsborger) en vermindert de administratieve lasten voor gemeentelijke bouwplantoetsing. Informatievoorziening: De informatievoorziening op basis van het gebruik van PowerBrowser en Cognos moet worden verbeterd. Een aantal indicatoren voor sturings- en verantwoordingsinformatie kan op dit moment niet worden uitgelezen. Na aanpassing kunnen VTH-prestaties beter worden gemonitord en kan de inzet waar nodig worden bijgestuurd. Toetsen BENG: Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Er gelden BENG-eisen voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. BENG staat voor Bijna Energieneutrale Gebouwen. De beoordeling van de BENG-eisen is een vast onderdeel van de toetsing van bouwplannen voor gebouwen. ▪ Financiën De legesverordening 2024 is vastgesteld. Er is rekening gehouden met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.
Pagina 12 van 51 VTH-programma 2024
5.
Toezicht en handhaving
Naleving van regelgeving is in onze maatschappij geen vanzelfsprekendheid. Gezien de risico’s van bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving en vanwege overlastsituaties is het toezicht op naleving van regels cruciaal. Wij zien toe op de realisatie van veilige bouwwerken en het (brand-)veilig gebruiken van gebouwen. Wij reageren op signalen uit de stad over het niet naleven van regels. Samen met onze ketenpartners houden wij actief toezicht op veiligheid en leefbaarheid.
5.1 Verschillende vormen van toezicht Het doel van toezicht is dat het naleven van de gestelde regels leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s. Toezicht vindt op verschillende momenten, op verschillende aspecten door verschillende toezichthouders plaats, al dan niet gezamenlijk in het kader van een integrale aanpak. Daarbij worden verschillende fasen onderscheiden: De realisatiefase richt zich voornamelijk op de activiteiten aanleggen, bouwen en inrichten. Het vergunningsgerichte toezicht vormt de hoofdmoot: er wordt toezicht gehouden vanwege bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Bij het toezicht in de gebruiksfase gaat het om objectcontroles, zoals het gebruik op basis van de bestemming (toezicht ruimtelijke ordening) en de controle op brandveilig gebruik. Bij toezicht in de sloopfase wordt toezicht gehouden op het slopen van bouwwerken, al dan niet in combinatie met de verwijdering van asbest. Ook hanteren wij verschillende vormen van toezicht, die naast elkaar kunnen worden gebruikt. Veel gebruikte vormen van toezicht zijn: -
-
Gebiedsgericht toezicht: Dit is toezicht in het vrije veld. Deze vorm van toezicht is gericht op het preventief aanwezig zijn in een stadsdeel, op een bedrijventerrein of in het buitengebied. Bij deze vorm van toezicht wordt rekening gehouden met de kans dat niet-naleving van regels zich zal voordoen en activiteiten plaatsvinden die niet bij ons bekend zijn, terwijl men dit wel had moeten melden, of activiteiten die onwenselijk zijn. Zo kan zicht worden verkregen op illegale activiteiten of overlast. Dit vergroot de leefbaarheid in onze stad. Thematisch toezicht: Deze vorm van toezicht richt zich op een bepaald thema uit de regelgeving. Zo wordt in korte tijd inzicht gekregen in de omvang van de problematiek of het naleefgedrag voor dat thema. Toezicht vanwege klachten, incidenten en (lopende) handhavingsprocedures. Reden voor deze controle is een binnengekomen klacht of melding van een incident of calamiteit, of mogelijk illegale situatie. Ook is het mogelijk dat vanwege de hiervoor genoemde toezichtvormen een handhavingsprocedure wordt gestart om overtredingen op te heffen. Tijdens deze procedure is het nodig een vinger aan de pols te houden of de illegale situatie al dan niet is opgeheven en/of er sancties nodig zijn.
De verschillende vormen van toezicht zijn verwerkt in de productbladen.
5.2 Toezichtprognose en capaciteitsplanning Het vergunningsgerichte bouwtoezicht is afgestemd op de bouwprognose. Voor de lichtste categorie bouwwerken4 beperkt de controle zich tot een eindcontrole. Bij de controle op particuliere sloop met asbest wordt in de helft van de gevallen een controle uitgevoerd. Deze prioritering is opgenomen in ons VTH-beleid.
4
Dit zijn categorie 1 bouwwerken, met bouwkosten tot €100.000.
Pagina 13 van 51 VTH-programma 2024
In 2024 wordt, evenals 2023, uitvoering gegeven aan themagericht toezicht. Er wordt toegezien op woonoverlast en ondermijning. Dit toezicht wordt geïntensiveerd en bestaat uit woningtoezicht, controle op kamergewijze verhuur (zie hoofdstuk 7, pandbrigade), integrale controles van bedrijfspanden en garageboxen en zogenoemde Gustos-controles5. In het buitengebied wordt toezicht gehouden op de uitvoering van de regelingen ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ en ‘Rood voor rood’. Daarnaast wordt gebiedsgericht toezicht gehouden op bedrijventerreinen. Op basis van de RAT wil Brandweer Twente in 2024 toezicht houden in het kader van de omgevingsactiviteit Brandveilig gebruik (in totaal 81 objecten), toezicht bij geclusterde winkelfuncties/bijeenkomstgebouwen en toezicht bij publieke parkeergarages. Toezicht- en handhavingsprioriteiten bij APV/Bijzondere Wetten zijn jeugdoverlast, horecacontroles, leefbaarheid en veiligheid in wijken en (bestuursrechtelijke) handhaving op het gebied van drugs- en prostitutiepanden. De toezichtprognose en capaciteitsplanning is opgenomen in de productbladen.
5.3 Dienstverlening en uitvoeringskwaliteit In relatie tot dit VTH-programma spelen de volgende aandachtspunten: ▪ Dienstverlening Toezichtformule Omgevingswet: In 2024 versterken wij onze dienstverlening door toepassing te geven aan de toezichtformule op basis van de Omgevingswet. De uitvoeringskwaliteit wordt verbeterd door het uitwerken van beleid voor omgevingsgericht toezicht, dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb een plaats krijgt in het VTH-beleid. Dit beleid maakt duidelijk hoe wordt toegezien op naleving van het omgevingsplan en welke prioriteiten hierbij worden gesteld. Daarnaast wordt verduidelijkt hoe toepassing wordt gegeven aan het toezicht op bestaande bouw. ▪ Uitvoeringskwaliteit Informatievoorziening: De workflow in Powerbrowser is waar mogelijk geactualiseerd en de volgende stap is het actualiseren van de informatievoorziening. Hiermee kunnen wij over actuele managementinformatie beschikken. Actualisatie is voorzien in de eerste helft van 2024.
5
Gustos is een vorm van integrale handhaving waar vanuit verschillende disciplines gezamenlijk toezicht wordt gehouden en handhavend wordt opgetreden. Er wordt samengewerkt tussen gemeente, brandweer, sociale recherche, politie en vreemdelingenpolitie. Vanuit Omgevingswet-optiek wordt gelet op ruimtelijke ordening / illegaal wonen, constructieve veiligheid en brandveiligheid.
Pagina 14 van 51 VTH-programma 2024
6.
Juridische advisering
Binnen het fysieke domein is het juridische werkveld dynamisch, omvangrijk en complex. Dit vanwege veranderende wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak en het samenspel tussen verschillende disciplines. Wij gaan door met het versterken van de juridische advisering en het verbeteren van de onderlinge samenwerking.
6.1 Ontwikkelingen Het juridische werkveld is continu in ontwikkeling. De belangrijkste ontwikkelingen worden in onderstaande opsomming nader toegelicht. Onderstaande ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de inzet van de beschikbare juridische capaciteit. - De inwerkingtreding van de Omgevingswet leidt mogelijk tot meer aanvragen voorafgaand aan 1 januari 2024 om omgevingsvergunning, die volgens de oude wet- en regelgeving moeten worden afgehandeld. Daardoor volgen er meer juridische procedures. Ook zal van rechtswege worden gewerkt met een (tijdelijk) omgevingsplan. Dit zal de nodige (juridische) vragen in de uitvoeringspraktijk met zich meebrengen. - De inwerkingtreding van de Wkb vraagt om juridische advisering over de nieuwe wet- en regelgeving en een gewijzigde uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de activiteit bouwen. Ook kan door de nieuwe werkwijze onder de Wkb het aantal handhavingstrajecten toenemen. Dit kan beslag leggen op de juridische capaciteit. - De Rotterdamwet bevat regels die een geconcentreerde aanpak van grootstedelijke problemen mogelijk maken6. Binnen onze gemeente is onderzoek ingesteld naar de haalbaarheid van de invoering van deze wet om de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van bepaalde wijken in Almelo te vergroten.
Als wordt besloten tot toepassing van de wet in onze gemeente en het opstellen van een huisvestingsverordening, dan vraagt dit om gerichte inzet van juristen in zowel de voorbereidingsfase als in de uitvoeringsfase. - Ingezet wordt op een betere aansluiting tussen beleid en regelgeving, voorbereid door andere eenheden in onze organisatie op de feitelijke uitvoering. Dit vergt inzet op onderlinge samenwerking en betrokkenheid aan de voorkant. Dit gebeurt door juristen in het voorstadium van beleidsontwikkeling te betrekken, door te adviseren over de (juridische) kwaliteit, doelmatigheid en uitvoerbaarheid hiervan. - De in 2021 gestarte handhaving vanwege illegale kamerbewoning is in 2022 verder geïntensiveerd en in 2023 gevolgd door de instelling van de pandbrigade (zie hoofdstuk 7). Dit brengt ook voor 2024 ontwikkelingen met zich mee, zoals juridische advisering bij uit te voeren en uitgevoerde controles door de toezichthouders en behandeling van de (eerste) aanvragen voor omgevingsvergunningen voor kamerbewoning. - In toenemende mate wordt in samenwerking met de Omgevingsdienst Twente uitvoering gegeven aan milieuhandhaving. Kortheidshalve wordt verwezen naar het programma Uitvoering en Handhaving Twente 2024. - Vanwege ontwikkelingen, maatschappelijke veranderingen en de verwachte inwerkingtreding van nieuwe wet- en regelgeving wordt de APV jaarlijks geëvalueerd.
Met deze jaarlijkse evaluatie van de APV wordt voorzien in noodzakelijk onderhoud van deze belangrijke gemeentelijke verordening. - Het VTH-zaaksysteem wordt verder ingericht op juridische (sub-)producten. Hierdoor kunnen (juridische) producten beter worden geregistreerd en uitgelezen.
6.2 Prognose juridische advisering en capaciteitsplanning Vanwege het brede juridische takenpakket van de juristen in het team Vergunningverlening en Naleving in combinatie met een groot werkaanbod, is sprake van aanzienlijk onderhanden werk. Voor wat betreft de
6
Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Met deze wet kan de gemeenteraad een gebied dat bijzondere behoefte heeft aan omschakeling wegens lokale sociaaleconomische problemen aanwijzen, waarbinnen nadere regels worden gesteld om de leefbaarheid in stedelijke gebieden met een opeenstapeling van problemen te verbeteren.
Pagina 15 van 51 VTH-programma 2024
reguliere lijnproductie werkt het juridisch cluster in beginsel reactief: de werkvoorraad wordt gevormd door de ingediende aanvragen, bezwaren, klachten en verzoeken om handhavend op te treden. Intensivering van het toezicht kan leiden tot meer geconstateerde overtredingen waartegen handhavend moet worden opgetreden. Een stijging in afhandeling van aanvragen om omgevingsvergunning, kan eveneens leiden tot een stijging van de ingediende bezwaren. Uitgangspunt daarbij is dat werkzaamheden binnen de bestaande formatie worden uitgevoerd. De capaciteitsplanning is opgenomen in de productbladen die als bijlage 2 zijn opgenomen.
6.3 Dienstverlening en uitvoeringskwaliteit In relatie tot dit VTH-programma spelen de volgende aandachtspunten: ▪ Dienstverlening Juridische kwaliteitszorg: Van een professionele overheidsorganisatie mag worden verwacht dat de correspondentie en besluiten van goede kwaliteit zijn. De inwoner moet hierop kunnen vertrouwen. Zowel binnen het team Vergunningverlening en Naleving, als breed binnen het Klantcontactcentrum, is doorlopende (juridische) kwaliteitszorg een belangrijk aandachtspunt. Als lerende organisatie werken wij constant aan verbetering van onze performance. Het zorgdragen voor juridische professionalisering van gemeentelijke (eind)producten is essentieel. In 2024 wordt ingezet op het verder versterken van de juridische kwaliteitszorg door uitwerking in beleid, processen, formats en checklists. ▪ Uitvoeringskwaliteit Prioriteringskader handhaving: Voor een gerichte omgang met de juridische werkstroom, wordt in 2024 een prioriteringskader voor juridische handhaving opgesteld. Handhaving van de regels is belangrijk voor de geloofwaardigheid van onze gemeente. De legitimiteit en effectiviteit van handelen houdt direct verband met een adequate inzet van het juridisch instrumentarium en medewerkers. De beginselplicht tot handhaving vergt bij geconstateerde overtredingen actie, terwijl de handhavingscapaciteit echter niet oneindig is.