19.3 Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld op het perceel Breesegge 15 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de Regeling PAS (Programmatische aanpak Stikstof) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden, en kan al sprake zijn van een negatief effect op het moment dat de rekenresultaten meer depositie dan 0,00 mol/ha/jr weergeven. Natuurnetwerk Nederland Het natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie.
Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN. Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van de ontwikkeling is door Van der Goes & Groot een quickscan uitgevoerd naar de effecten op beschermde soorten en gebieden. De rapportage van 13 april 2020 is bijgevoegd in de bijlagen bij voorliggende onderbouwing. De resultaten worden in deze paragraaf per onderdeel beschreven. Opgemerkt wordt dat ten tijde van het uitvoeren van de quickscan een groter ontwikkelgebied is onderzocht, waarbij de gronden ten oosten van de Leemslagenplas in het onderzoek zijn betrokken. Nadien is ervoor gekozen enkel het gebied ten zuiden van de Leemslagenweg te ontwikkelen tot zonneveld.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 47
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Verspreid rondom de projectlocatie is sprake van een aantal Natura 2000-gebieden. Figuur 19 maakt deze gebieden inzichtelijk ten opzichte van de projectlocatie. Het gaat om de volgende gebieden: Wierdenseveld, op een afstand van ca. 8 km Sallandse Heuvelrug, op een afstand van ca. 16 km Borkeld, op een afstand van ca. 11,5 kilometer Lonnekermeer, op een afstand van ca. 16 km. Het meest dichtstbijzijnde gebied betreft de Wierdense Veld op een afstand van ca. 8 km van het plangebied. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Een Wnb-vergunning is niet nodig. figuur 19. Natura 2000-gebieden omgeving projectgebied (bron: Atlas Kaarten)
Stikstof In het kader van de Wet natuurbescherming dient naast directe gevolgen door licht, geluid of optische verstoring ook ingegaan te worden op mogelijke stikstofdepositie op daartoe gevoelige gebieden als gevolg van de ontwikkeling. Bij de aanleg van een zonnepark is daarbij alleen de aanlegfase relevant, omdat de gebruiksfase geen stikstofdepositie als gevolg heeft. Voor de beoordeling van de aanlegfase is door bureau Cauberg-Huygen een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De notitie van 4 juni 2021 is opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. De berekening heeft geen depositiewaarden opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. NNN Op basis van het kaartmateriaal van de provincie Overijssel kan worden bepaald of een projectlocatie in of in de nabijheid van het NNN gelegen is. Zoals is weergeven op figuur 20 ligt projectlocatie niet in een
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 48
NNN-gebied en is deze ook niet gelegen nabij een NNN gebied. De rode pijl geeft de projectlocatie globaal aan. figuur 20. Projectlocatie in verhouding tot NNN gebieden (bron: NNN kaart Overijssel)
Soortenbescherming Onderdeel van de uitvoering van de quickscan is een locatiebezoek om de geschiktheid voor beschermde soorten van het gebied te onderzoeken. Zoals eerder aangegeven is tijdens het locatiebezoek een groter gebied onderzocht. Voor beschermde soorten geldt op basis van de quickscan dat alleen nader onderzoek nodig is indien de ontwikkeling ook langs de westkant van de Leemslagenplas plaatsvindt. Langs het water is geschikt leefgebied aanwezig voor kleine marterachtigen (Hermelijn en Wezel) en de Egel. Aangezien het ontwikkelgebied inmiddels beperkt is tot gronden ten zuiden van de Leemslagenplas, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Voor het overige geldt dat de locatie mogelijk geschikt is voor vogels en vleermuizen. Voor vogels met niet-jaarrond beschermde nesten geldt dat rekening dient te worden gehouden met het broedseizoen. Vogels het mogelijk incidentele gebruik door vogels met jaarrond beschermde nesten geldt dat geen negatieve effecten worden verwacht, omdat de locatie onderdeel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Voor foeragerende vleermuizen geldt hetzelfde. Tot slot kan het plangebied gebruikt worden als klein onderdeel van een vliegroute. De aard van het plangebied zal echter niet zodanig wijzigen dat belangrijke gevolgen worden verwacht.
Omdat bomen behouden blijven, blijft de vliegroute in het projectgebied intact. Conclusie De ontwikkeling van een zonnepark heeft geen negatief effect om omliggende Natura 2000-gebieden. Uit een berekening van de stikstofdepositie ter plaatse van dergelijke natuurgebieden blijkt dat geen hogere depositiewaarden dan 0,00 mol/ha/jr worden verwacht. Een nieuwe berekening is noodzakelijk naar aanleiding van de aangepaste AERIUS-Calculator. Deze berekening wordt wanneer beschikbaar aan de aanvraag toegevoegd. De ontwikkeling vindt niet plaats binnen de begrenzing van het NNN en is het niet gelegen nabij een NNNgebied. Van negatieve effecten van de plannen op mogelijk aanwezige beschermde soort(en) is eveneens
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 49
geen sprake omdat de werkzaamheden of het gebruik van het gebied als zonnepark geen negatieve effecten voor mogelijk aanwezige soorten met zich meebrengen. Een vergunning of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is vooralsnog niet noodzakelijk. Ecologie vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. figuur 2. Richtafstanden bedrijven en milieuzonering
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. Relatie tot ontwikkeling In de handreiking (maart 2009): Bedrijven en milieuzonering VNG is een zonnepanelenpark niet opgenomen. Onderdeel van een zonnepark vormt ook een of meerdere omvormers en een ‘collecting station’. De activiteit zou daardoor vergeleken kunnen worden met elektriciteitsdistributiebedrijven. De omvang van het op te wekken vermogen is bepalend voor de categorie waar het zonnepark mee vergeleken kan worden. In dit geval gaat het, gelet op de productie van ca. 20 MWp, om 10 - 100 MVA (SBI 2008: 35, C2). De activiteit valt dan in milieucategorie 3.1. Het maatgevende milieuaspect is het aspect geluid. Dit betekent dat voor het aspect geluid 50 meter afstand als richtafstand dient te worden gehouden tussen de omvormers en woningen. De zonnepanelen zelf veroorzaken geen geluid.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 50
De meest nabijgelegen woonbestemming is geprojecteerd direct aan de zuidzijde van de Leemslagenplas. De afstand tussen de woonbestemming en de grens van het projectgebied bedraagt ca. 225 meter. Dit betekent dat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang:
Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR.
Relatie tot ontwikkeling Een zonnepark betreft geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Risico’s, normen en veiligheidsafstanden relevant in het kader van externe veiligheid zijn daarom niet van toepassing op de ontwikkeling van een zonnepark. Het zonnepark zelf betreft bovendien geen risicovolle activiteit. In aanvulling op het bovenstaande dient opgemerkt te worden dat over het plangebied een 380 kV hoogspanningsverbinding loopt. De aanwezigheid van deze verbinding in de nabijheid van een zonnepark brengt geen externe veiligheidsrisico’s met zich mee. Wel gelden enkele planologische beperkingen. In het kader van de te doorlopen procedure wordt overleg gevoerd met de leidingbeheerder. De hieruit voortvloeiende voorwaarden zijn meegenomen in het plan. Schriftelijke goedkeuring is aan de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 51
Elektromagnetische straling Algemeen Rondom hoogspanningsleidingen en antennes is sprake van stralingen. Deze stralingen kunnen negatieve effecten met zich meebrengen op de gezondheid. Dergelijke zaken kunnen ook gelden voor zonnepanelen en overige technische toepassingen. Het is daarom van belang te beoordelen of woningen of andere gebouwen waarin personen gedurende een langere tijd verblijven in de nabijheid van de stralingveroorzakende objecten worden gerealiseerd. Relatie tot het plan Het elektromagnetisch veld dat zonnepanelen opwekken is erg zwak (laagspanning). Om de laagspanning van zonnepanelen geschikt te maken voor wisselstroom is een omvormer nodig. De omvormer zorgt wel voor een magnetisch veld. Dat veld ligt echter ruim onder de blootstellinglimiet van 100 microtesla (bron: Kennisplatform ElektroMagnetische Velden), zoals vastgesteld door de internationale commissie International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection. Dit betekent dat, zolang ruim onder deze limiet gebleven wordt, omwonenden voldoende beschermd zijn tegen de bekende gezondheidsrisico’s. Daarbij wordt opgemerkt dat in de blootstellingslimieten middels een veiligheidsmarge rekening is gehouden met de onzekerheden die in het wetenschappelijk onderzoek zitten. Verder geldt dat de sterkte van het elektromagnetisch veld afneemt bij toenemende afstand.
Een vuistregel is dat als de afstand twee keer zo groot wordt, de sterkte van het veld ongeveer vier keer zo laag wordt. Conclusie De elektromagnetische straling van het zonnepark vormt geen gezondheidsrisico’s voor de omgeving, omdat de straling ruim onder limiet blijft.
Geluid Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient, afhankelijk van het soort functie, een beoordeling plaats te vinden in het kader van geluid. Daarvoor zijn de Wet geluidhinder en/of het Activiteitenbesluit milieubeheer van belang. Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 52
Activiteitenbesluit milieubeheer Wanneer inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer worden gerealiseerd, dient er zorg voor te worden gedragen dat deze geen onacceptabele hinder richting de omgeving veroorzaken. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn daarom normen opgenomen waaraan een inrichting dient te voldoen. Daarbij gelden verschillende normen voor de dag-, avond- en nachtperiode. Relatie tot ontwikkeling Met de realisatie van een zonnepanelenpark wordt geen geluidgevoelige functie gerealiseerd. De zonnepanelen produceren bovendien geen geluid. De Wet geluidhinder is dan ook niet van toepassing op onderhavig project. De transformatoren kunnen wel enigszins geluid produceren. Deze worden echter geplaatst in een afsluitbaar bouwwerk waardoor sprake is van enige geluid afschermende werking. Deze technische installaties kunnen bovendien vergeleken kunnen worden met elektriciteitsdistributiebedrijven van, in dit geval, 10 100 MVA. Voor deze activiteit betekent daarom dat voor het aspect geluid 50 meter afstand als richtafstand dient te worden gehouden van woningen in het kader van bedrijven en milieuzonering. Aan deze afstand wordt voldaan (zie ook paragraaf 4.5). Een zonnepark betreft in de regel ook geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Alleen in uitzonderlijke gevallen zouden ze tot een inrichting gerekend kunnen worden.
Bijvoorbeeld wanneer de zonnepanelen worden opgericht binnen de grenzen van een bestaande inrichting (zoals een tankstation), of wanneer de omvormers meer dan 200 MVA distribueren. Aangezien daarvan geen sprake is, zijn de algemene regels uit het Activiteitenbesluit eveneens niet van toepassing. Onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit is dan ook niet nodig. Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Lichtreflectie Algemeen Een van de ruimtelijke aspecten die bij de oprichting van zonneparken van belang kan zijn, is de reflectie van zonlicht. Het grootste deel van het zonlicht dat op de panelen terecht komt, wordt geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. De toplaag van zonnepanelen is echter gemaakt van glas. Hierdoor wordt ook een klein deel van het zonlicht gereflecteerd. Voor hinder ten gevolge van reflectie bestaat geen specifiek beleid of regelgeving. Voor hinder voor omwonenden geldt echter dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening en het in standhouden van een goed woonklimaat alle relevante aspecten moeten worden meegenomen. Reflectiehinder kan in dit kader worden beschouwd. Ook met het oog op verkeersveiligheid (met name weg- en luchtvaartverkeer), is lichtreflectie een relevant aspect om in ogenschouw te nemen. Van belang daarbij is in ieder geval dat zonlicht dat op een zonnepaneel schijnt, in verband met het gladde oppervlak van het paneel in één specifieke richting wordt weerkaatst. Dit vermindert het aantal invalshoeken van waaruit mogelijk overlast ervaren kan worden als gevolg van de reflectie. Onderzoek In het verleden zijn in verband met de oprichting van zonneparken diverse onderzoeken uitgevoerd naar lichtreflectie, zowel in Nederland als in andere Europese landen.
Een belangrijk onderzoek waar concrete conclusies uit kunnen worden getrokken betreft een onderzoek in het kader van de oprichting van een zonnepark in het Verenigd Koningrijk. Uit dit onderzoek (Visual Impact Assessment, Capital Solar Farm, december 2010) blijkt dat de panelen tussen de 82-90% zonlicht absorberen. Daaruit komt logischerwijs
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 53
dat de weerkaatsing 10-18% bedraagt. Een dergelijke reflectie van zonlicht wordt voor de luchtvaart niet als hinderlijk ervaren. Daarnaast is reflectie van 10-18% minder dan typische landelijke gebieden met een reflectie van 15-30%. In onderstaande grafiek wordt de vergelijking getrokken tussen de relflectie afkomstig van panelen ten opzichte van andere materialen. Hieruit blijkt dat alleen asfalt minder lichtreflectie kent. figuur 21. Lichtreflectie zonnepaneel en andere veel voorkomende materialen (bron: Visual Impact Assessment, VK, Capital Solar Farm, dec. 2010)
Relatie tot ontwikkeling Aangezien van de zonnepanelen minder lichtreflectie uitgaat dan van andere veel voorkomende materialen, landschappen of landschapselementen rondom of in de nabijheid van zonneparken in het buitengebied, kan worden geconcludeerd dat reflectie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Zowel omwonenden als het verkeer, ondervinden geen significant nadelige hinder als gevolg van lichtreflectie. Uit het onderzoek blijkt dat luchtvaartverkeer eveneens geen hinder ondervindt van de reflectie van zonnepanelen. Conclusie Voor het zonnepark geldt dat sprake is van minder reflectie dan wanneer de locatie zou (blijven) bestaan uit grasland/ agrarisch akkerland. Het aspect lichtreflectie vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Luchtkwaliteit Algemeen In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de lucthkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 54
worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Relatie tot ontwikkeling In onderhavig geval is sprake van de aanleg van een zonnepanelenpark. De zonnepanelen leveren duurzame energie voor ongeveer 5.700 huishoudens en hebben een CO2-reductie van ca. 8.337 ton per jaar als gevolg. Er vindt geen uitstoot plaats van (schadelijke) stoffen door het park zelf of door het aan het park gerelateerde vervoersbewegingen. Het park heeft bovendien nagenoeg geen verkeersaantrekkende werking. Conclusie Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.
Bodem Algemeen Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden. Relatie tot ontwikkeling Het huidige gebruik van de betreffende locatie is agrarisch. Het toekomstig gebruik van de gronden is voor een zonnepanelenpark en betreft geen bodembedreigende activiteit. De gronden zijn geschikt voor het beoogde gebruik, er is immers geen sprake van toekomstige gebruikers (zoals bewoners) die in aanraking kunnen komen met eventueel vervuilde grond. In het kader van de planologische procedure is daarom geen bodemonderzoek noodzakelijk. In een later stadium zal in het kader van de vergunning voor het bouwen een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Conclusie De bodemkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 55
(Vormvrije) m.e.r-beoordeling Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Wel wordt in de D-lijst een stedelijke ontwikkelingsproject genoemd (D11.2), een categorie die bij veel ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing is. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r. wordt het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ook geduid. Hier wordt over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook “dorpen” hieronder vallen. Wat “stedelijke ontwikkeling” inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.
Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Het zonnepanelenpark betreft gelet op het voorgaande en de aard en omvang van de ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.. Ook van andere, minder vaak voorkomende categorieën is geen sprake. Het gaat daarbij om: Landinrichtingsprojecten (D9). Industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stroom en warm water (D22.1). Verwezen wordt naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2770), waarin voor elk van de categorieën helder uiteen is gezet waarom de oprichting van een zonnepark daar niet onder valt. De ontwikkeling is dan ook niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen logischerwijs ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Conclusie Voor dit project geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Van nadelige gevolgen voor het milieu is gelet op de aard van de ontwikkeling ook geen sprake.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 56
5
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Economische haalbaarheid en anterieure overeenkomst Een doel van de Wet ruimtelijke ordening inclusief de Grondexploitatiewet is dat gemeenten regie en sturing hebben op de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad (ook voor gebieden zónder gemeentelijk grondbezit). De wetgeving verplicht om de kosten die de gemeente maakt ten behoeve van die ontwikkeling te koppelen aan de ruimtelijke doelstellingen en te verhalen op diegene die de ontwikkeling tot stand brengt. Het gaat hierbij om zowel fysieke kosten (uitvoeringskosten) als ontwikkelingskosten (planvoorbereidingsen planbegeleidingskosten). Hiertoe dient een exploitatieplan te worden opgesteld. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door het sluiten van een anterieure overeenkomst. Voor onderhavige ontwikkeling geldt dat deze geheel plaatsvindt op gronden in particulier eigendom. Evenwel wordt ten behoeve van de ontwikkeling van het zonnepark een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Almelo en SolarEnergyWorks. Hierin wordt overeengekomen dat kosten voortvloeiend uit de geplande ontwikkeling, in zijn geheel ten laste komen aan initiatiefnemer. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het verleggen van eventuele planschade naar de ontwikkelaar. Conclusie Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd.
De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Aansluiting op het net Of de ontwikkeling van een zonnepark haalbaar is vanuit economisch oogpunt is mede afhankelijk van de aansluiting op het net en de afstand tot dat net. Voor dit park van circa 23 hectare is de afstand tot de netwerkaansluiting op ca. 4.000 meter een afstand waarmee de aansluitkosten tot een acceptabel niveau beperkt blijven. De aansluiting op het net staat de economische haalbaarheid daarom niet in de weg.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Planparticipatie Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van (grootschalige) zonnevelden is de realisatie van een zorgvuldig omgevingsproces door middel van een actieve samenwerking met de betreffende initiatiefnemer en stakeholders. Onder stakeholders wordt verstaan: iedereen die te maken heeft met het zonne-energieproject. Het gaat niet alleen om omwonenden/inwoners, maar ook om bedrijven, natuurorganisaties, belangenorganisaties en energiecoöperaties. SolarEnergyWorks beschouwt het organiseren van participatie als een integraal onderdeel van de ontwikkeling van zonneweiden. Zonneweiden spelen een rol in de energietransitie en de overgang naar een duurzamere energiewinning. Daarbij streeft de initiatiefnemer naar een verdeling van lusten en lasten die passend is bij de lokale situatie. In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft een eerste inventarisatie plaatsgevonden van de reacties van de omgeving op het plan. Hieruit is gebleken dat grondeigenaren in de omgeving positief tegenover de ontwikkeling staan. In overleg met hen en de gemeente wordt een nader participatietraject op touw gezet, waarbij zij onder andere in de gelegenheid zullen worden gesteld binnen vooraf vastgestelde kaders
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 57
mee te praten over de te hanteren streekeigen beplanting in het zonnepark. Van het participatietraject wordt verslag opgemaakt en gedeeld met zowel de betrokkenen als de gemeente en overig belangstellenden. Financiële participatie Inwoners van de gemeente Almelo worden in de gelegenheid gesteld financieel te participeren in de opwekking van duurzame energie. De doelgroep van deze vorm van participatie bestaat uit alle inwoners van en bedrijven in Almelo. Mede op basis van de resultaten van de geïnventariseerde behoeften uit de planparticipatie wordt geïnventariseerd welke vormen van financiële participatie gewenst zijn. Voor de financiële participatie denken wij aan een combinatie van crowdfunding en een eenmalige of periodieke bijdrage aan een duurzaamheids- of gebiedsfonds. Bij crowdfunding kunnen omwonenden en inwoners van en bedrijven in de gemeente op diverse wijze voorrang krijgen of extra voordeel krijgen. De details van beide methoden dienen verder uitgewerkt te worden en zijn ook mede afhankelijk van de terugkoppeling vanuit de participatiegesprekken en bijeenkomsten en eisen die vanuit de gemeente worden gesteld op het gebied van leges en OZB. Om de energietransitie in de gemeente te versnellen, kan ook gedacht worden aan de levering van zonnepanelen tegen kostprijs aan inwoners van de gemeente gedurende de realisatie van het park.
In overleg met de gemeente kan deze mogelijkheid worden toegevoegd in het voorstel. Financiële participatie vormt onderdeel van het te voeren participatietraject, zoals besproken in het participatieplan voor De Leemslagen (zie bijlagen). Van de uitkomsten en het resultaat van het participatietraject wordt nader verslag gedaan. Een afschrift hiervan wordt toegevoegd aan de omgevingsvergunningaanvraag in het Omgevingsloket Online. Afspraken die worden gemaakt, worden daarnaast vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente.. Planologische procedure Het beoogde plan wordt middels een omgevingsvergunning doorlopen. Aangezien geen binnenplanse ontheffingsmogelijkheid van toepassing is, wordt het planologisch traject doorlopen middels een uitgebreide procedure (omgevingsvergunning ‘afwijken regels bestemmingsplan’). Het college van Burgemeester en wethouders is in het kader van de besluitvorming omtrent deze omgevingsvergunning het bevoegd gezag. Het doorlopen van de uitgebreide procedure betekent dat er een moment komt waarop het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. Tijdens de terinzagelegging is het in eerste instantie voor eenieder mogelijk door middel van een zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open.
Met bovenstaande procedures tezamen met de diverse participatiemogelijkheden wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 58
6
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
De initiatiefnemer heeft als doel een zonnepark te realiseren ter hoogte van de Leemslagenplas in Almelo West. Het beoogde zonnepark kent omvang van ca. 23 ha en wordt gerealiseerd voor de duur van maximaal 25 jaar. Gelet op de omvang van het park kan een geïnstalleerd vermogen van ca. 20 MWp worden gerealiseerd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Westelijke Groene Long” is de aanleg van een zonnepark niet mogelijk. Hierdoor is het doorlopen van een planologische procedure noodzakelijk. De procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’, waarbij op grond van de Wabo een goede ruimtelijke onderbouwing dient te worden opgesteld ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag. Voorliggend document betreft de ruimtelijke onderbouwing, waarin reeds is ingegaan op de verschillende ruimtelijke en milieutechnische aspecten die bij het project een rol spelen. Hieruit blijkt dat geen belemmeringen optreden voor voorgenomen ontwikkeling. De Omgevingsvisie Overijssel 2017 geeft, in lijn met het nationale duurzaamheidsbeleid, aan dat behoefte bestaat aan grootschalige opwekking van hernieuwbare energie. Zij hebben hoge ambities op het gebied van duurzaamheid die alleen door (onder meer) grootschalige projecten kunnen worden gerealiseerd.
Voor dergelijke projecten creëert de provincie onder voorwaarden ruimte binnen de Groene Omgeving. De ontwikkeling is getoetst aan de verschillende voorwaarden en ambities van de provincie. Daarbij gelden kwaliteitsambities voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving als geheel, alsmede randvoorwaarden en ambities voor de realisatie van zonneparken in het bijzonder. Uit de behandeling van het provinciale beleid is gebleken dat het beoogde zonnepark past binnen de gestelde kaders. Ook de gemeente heeft hoge ambities ten aanzien van de energietransitie. De beoogde ontwikkeling levert een significante bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen met een geschatte CO2-reductie van ca. 8.337 ton per jaar als gevolg en levert stroom dat vergelijkbaar is met het energieverbruik van ca. 5.700 huishoudens. Daarnaast past het zonnepark binnen het door de gemeente vastgestelde kader voor de realisatie van dergelijke opstellingen. De ontwikkeling is dan ook in lijn met het gemeentelijk beleid. De ontwikkeling is voorts getoetst aan de hand van de relevante omgevingsaspecten. Uit die toets is gebleken dat er geen ruimtelijke of milieutechnische bezwaren zijn voor de aanleg van een zonnepark op deze locatie.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 59
Bijlage
Landschappelijk inpassingsplan, Feddes | Olthof, februari 2021
DE LEEMSLAGEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ZONNEPARK
DE LEEMSLAGEN LANDSCHAPPELIJKE INSPASSING ZONNEPARK
status datum opdrachtgever door
definitief 5 februari 2021 SolarEnergyWorks Feddes/Olthof Landschapsarchitecten
INHOUD Leeswijzer Um, voluptat. Ulparci mporerferum quis maximagnat vellest, ullam in et ipidi blandaepro eveleniscias rem dit facius a eos con pore optatiusam ut aliamus aut lam, omnia di ulparit atiur? Ne laciliq uostem voluptur accat rero omnisquae plibus perspe comnis excepudam qui raesequis doluptias dolor re por sunditio. Ost, es et moluptis autasperibus mi, que net venti comnis mint occatur, ea is res nonse dolut volupta tiaecullant estisquas magnimpor sumentis a commolesci qui inim volupta temquun diaeculparum volentur si volut ullores atur, optatestis acesto inctotatium quia voloresci ut re dem re nobitat iatior si niae asperem et exerate mpelles equibusdaeri cus dicte diate ate sime nestias inulpa coratint prehenisquia.
1 Analyse van het landschap
5
2. Beleid
11
3. Visie op het gebied
13
1.1 Ligging van het plangebied 1.2 Karakteristiek van het landschap 1.3 Waarnemingsstudie
3.1 De Leemslagen als entreegebied 3.2 Ontwerpprincipes voor het zonnepark
4 Landschappelijk inrichtingsplan
Plankaart en toelichting Dwarsdoorsnedes Panelen, transformatoren, hekwerken Visualisaties Maten van de zonnevelden en afstanden tot omgeving
5 5 7
13 14
17
16-17 18-19 20 21-24 25
5/28
De Leemslagen
1 ANALYSE VAN HET LANDSCHAP 1.1 Ligging van het plangebied
1880
1920
Leemslagen ligt direct aan de westzijde van Almelo en is een belangrijk recreatief uitloopgebied voor de wijk Almelo Windmolenbroek. De Leemslagenweg is de enige verbinding vanuit Windmolenbroek naar het buitengebied. Hoogteverschillen vanaf de Leemslagenweg zorgen ervoor dat de omliggende kavels minder goed toegankelijk zijn (zie hoogtekaart). De Leemslagenplas is nu alleen toegankelijk voor de visvereniging. Aan de oostzijde is het Twentekanaal een duidelijke grens en aan de zuidzijde de A35.
Leemslagenweg
Hoogtekaart Almelo Leemslagen (AHN)
1.2 Karakteristiek van het landschap Het gebied bestaat van oorsprong uit beekdalen / natte laagtes en dekzandruggen. Later is dit gebied ontgonnen waardoor er een landschap van jonge ontginningen en maten en flieren ontstond. Kenmerken hiervan zijn open kamers, coulissen en een van oorsprong nat karakter.
1970
2015
In eerste instantie was het landschap relatief open, maar toen het gebied werd ontgonnen kreeg het een meer besloten karakter met verschillende kamers bestaande uit houtwallen en bomenlanen. Het Twentekanaal en later de A35 zijn belangrijke structuren die het gebied doorsnijden. Almelo is in de loop der tijd richting het kanaal gegroeid waardoor het plangebied nu aan de stadsrand ligt. De plas Leemslagen is gegraven voor zandwinning.
Natuurlijke laag met dekzandruggen (bruin) en beekdalen (blauw). Uit: omgevingsvisie Overijssel (2019)
Cultuurlaag met hoevenlandschap (groen) en maten en flieren (blauw). Uit: omgevingsvisie Overijssel (2019)
6/28
De Leemslagen
7/28
De Leemslagen
1.3 Waarnemingsstudie Het plangebied ten zuiden van de Leemslagenweg wordt gekenmerkt door kavels die omzoomd zijn door houtwallen en oude bomenlanen. Samen met de beplanting rondom de Leemslagenplas vormen deze houtwallen een kenmerkend carré / groene kamer. De Leemslagenplad is rondom afgesloten. Vanuit de omgeving is er nauwelijks zicht op de plas.
3
6
4
Vanuit Almelo is de Leemslagenweg een belangrijke recreatieve route richting het buitengebied. Dwars door het plangebied staan hoogspanningsmasten waaronder niks mag worden geplaatst. Richting de A35 is het gebied opener van karakter, al zijn de boomsingels op sommige plekken nog gedeeltelijk zichtbaar.
2
1 5
7
1
10
2
De Leemslagenweg aan de westzijde van het Twentekanaal met zicht op het plangebied
3
9
11
8 Locatie foto’s waarnemingsstudie
De Leemslagenweg met het coulissenlandschap
Buitenhaven Westzijde, afgesloten weg richting Leemslagenplas, met een hoogspanningsmast
8/28
4
De Leemslagen
9/28
De Leemslagen
5
8
9
3
Plangebied gezien vanaf de A35 met de bestaande bomenrij langs het kanaal
Leemslagenplas geheel rondom afgesloten 6
7 10
Woningen overzijde Twentekanaal. Het kanaal zelf wordt deels begeleid door een bomenrij
Restant oude laan in plangebied vlakbij de snelweg en de dijk
11
Twentekanaal met eikenlaan en zicht op open landschap plangebied
10/28
De Leemslagen
11/28
De Leemslagen
2. BELEID De gemeente Almelo heeft een Duurzame Energieladder (2019) opgesteld die zoekgebieden aanwijst voor de opwekking van duurzame energie. Tevens geeft het document randvoorwaarden voor de inpassing van zon.
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
ruimte voor waterberging; routes en recreatieve dooradering; versterken van de biodiversiteit; stadslandbouw en lokale voedselproductie; educatie en bewustwording.
Het plangebied Leemslagen ligt binnen het zoekgebied 2 voor grootschalige opwek van duurzame energie. Een goede inpassing zou moeten bijdragen aan de toegankelijkheid en karakteristiek van het gebied. De gemeente Almelo heeft in haar Duurzame Energieladder de waarden van de locatie Leemslagen beschreven: ▪
▪
▪
de rechthoekige structuur in Leemslagengebied (de grote groene kamer van Leemslagen) vormt de hoofdstructuur van het gebied en moet herkenbaar blijven; de belangrijkste structuur, de Leemslagenweg met eikenlaan, herkenbaar houden en afstand tot deze weg bewaren; de huidige kavelstructuur is richtinggevend.
Deze landschappelijke waarden moeten in de toekomst behouden blijven. Tevens heeft de gemeente voor deze locatie meekoppelkansen beschreven:
Kaart zoekgebieden uit Duurzame Energieladder (2019, concept)
▪ ▪
multifunctionaliteit en meervoudig ruimtegebruik; versterken en herstellen van landschapsstructuren en landschapselementen;
Waardenkaart Almelo West (2019, concept)
12/28
De Leemslagen
13/28
De Leemslagen
3. VISIE OP HET GEBIED 3.1 De Leemslagen als entreegebied De gemeente Almelo heeft Leemslagen aangewezen als locatie waar duurzame energie kan worden opgewekt. Tegelijkertijd wil de gemeente wat breder kijken, omdat er in buitengebieden vlakbij de stad meer functies een plek moeten krijgen. We zien het gebied zich in de toekomst ontwikkelen als een modern landgoed. Daar horen verschillende functies bij zoals recreatie, (stads) landbouw, natuur en energiewinning. De Leemslagenweg is de belangrijkste verbinding vanuit de wijk Almelo Windmolenbroek. Het gebied direct ten noorden van de weg leent zich daarom goed voor intensief recreatiegebied. De Leemslagenplas blijft voornamelijk een natuurkern, maar enkele zichten richting de plas versterken wel de beleving van het gebied. Verder zijn er plannen om de boerderij aan de Leemslagenweg te transformeren naar een plek die ook toegankelijk is voor recreanten. Het gebied tussen de Leemslagenweg en de A35 leent zich goed voor de ontwikkeling van duurzame energie. Nieuwe ommetjes knopen de verschillende gebieden aan elkaar.
Eerste visie schets voor Almelo Leemslagen
Een zonneveld in de hoek zuidwest hoek kan de toegankelijkheid van het gebied voor recreanten juist vergroten doordat paden en recreatieve voorzieningen worden toegevoegd. In de toekomst zou het zonneveld eventueel ook meer naar het noorden, langs het Twentekanaal, kunnen worden uitgebreid.
Meer wandelpaden maken het gebied toegankelijk en verknopen de verschillende functies met elkaar
Conceptueel beeld van het inrichtingsvoorstel, met doorgroeimogelijkheid naar het noorden langs het Twentekanaal.
14/28
De Leemslagen
15/28
De Leemslagen
3.2 Ontwerpprincipes voor het zonnepark Om tot een goede landschappelijke inpassing voor het zonnepark die aansluit bij bovengenoemde visie hanteren we de volgende spelregels. Indien het deelgebied ten noorden van de Leemslagenweg in de toekomst ook wordt ontwikkeld als zonnepark gelden hiervoor deze ontwerpprincipes zodat er een eenduidig beeld ontstaat.
1.
Het landgoederenkarakter wordt vergroot door het groene raamwerk te versterken. Het zonnepark wordt ingepast tussen bestaande en nieuwe houtwallen en bomenrijen die het coulissenlandschap versterken. Wandelend door het gebied wordt het zonnepark daardoor veelal uit het zicht ontnomen.
2. Vanaf de A35 kunnen automobilisten een blik op het zonnepark werpen. Ook vanaf het Twentekanaal zal zicht over het zonnepark mogelijk zijn. Het zonnepark vormt hiermee het duurzame visitekaartje voor de stad Almelo.
3. De recreatieve waarde van het gebied wordt vergroot door meer routes aan te leggen door het gebied. Ook wordt een boomgaard aangelegd, in de zuidhoek van het reeds bestaande groene carré. Vanaf de Leemslagenweg loopt een route aan de binnenzijde van dit carré richting de boomgaard. Ook door het zonnepark worden twee wandelpaden aangelegd richting het kanaal.
4. De rand die grenst aan het Twentekanaal beplanten met een bomenrij (eiken) zodat het kanaal als ruimtelijke structuur wordt benadrukt. Ten noorden van de A35 staan deze eiken al, dus deze landschapsstructuur versterken we. Tevens borgt dit voldoende afstand tussen het kanaal en het zonnepark.
5. De zone onder de hoogspanningsmasten wordt ingericht met bloemrijk grasland, aangevuld met poelen voor amfibiën. Deze natuurlijke kwaliteit die hiermee wordt gecreeerd past goed in het natte maten- en flierenlandschap.
6. 7. Het zonnepark wordt zo ingericht dat er een rustig en eenduidig beeld ontstaat. Daarvoor worden de panelen aan weerszijden uitgelijnd. Voor de toegang wordt een bestaande inrit gebruikt vanaf de Breesegge. Een halfverhard pad loopt onder de
16/28
De Leemslagen
17/28
De Leemslagen
4 LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN De totale oppervlakte van het plangebied beslaat circa 22 hectare waarvan 15 hectare zal worden ingericht als zonnepark.
Randen en recreatieve ontsluiting
N
Plankaart Almelo Leemslagen
0
100m
500m
Het zonnepark wordt ingepast in het coulissenlandschap. Langs de noord- en noordwestrand is al een brede houtwal aanwezig. Langs de randen aan de zuidwest zijde wordt nieuw struweel aangebracht. Hiervoor gebruiken we streekeigen vegetatie. Halverwege het zonnepark, ten zuiden van het bestaande groene ‘carré’ wordt een nieuwe boomgaard aangelegd, met verschillende fruitdragende bomen en een onderbegroeiing van kruiden-, en bloemrijk grasland.Deze boomgaard is openbaar toegankelijk. Hier zullen ook twee houten bankjes (stijl in overleg met gemeente te bepalen) en een informatiepaneel worden geplaatst. Het informatiepaneel kan iets vertellen over de energie die het zonnepark opwekt. In de boomgaard wordt ook een paddenpoel gegraven. Vanaf de Leemslagenweg wordt een onverharde wandelroute aangelegd aan de binnenzijde van het bestaande groene carré. Een trap in het talud vanaf de Leemslagenweg zal toegang tot deze route geven. Op de zuidwestelijke punt van het carré wordt een doorsteek gemaakt richting zonneveld, waar een wandelpad tussen de panelen doorloopt tot aan het Twentekanaal. Langs dit pad wordt met diverse fruchtdragende bomen een nieuwe laan gevormd. Een nieuw wandelpad langs de zuidwest zijde van het zonnepark loopt door tot aan de meest zuidelijke
doorsteek richting het Twentekanaal. Hier wordt de route begeleid door struweel aan weerszijden. Ook direct onder het talud van de Leemslagenweg, net ten noorden van het zonnepark zal een wandelpad worden aangeld. Dit pad sluit enerzijds aan op het groene carré en anderzijds loopt het richting de kanaaldijk (Breesegge). In overleg met Rijkswaterstaat zal worden gekeken of het mogelijk is om ook een wandelpad aan te leggen op het talud van de dijk, zodat recreatieve ommetjes kunnen worden gemaakt zonder op de (gevaarlijke) weg te hoeven lopen.
kruidenmengsel aangebracht dat de ecologische waarde van het gebied en de kwaliteit van de bodem vergroot.
In de kaart hiernaast zijn ook routes indicatieve voorstellen voor beplanting en routes ten noorden van de Leemslagenweg voorgesteld. Deze horen echter niet bij de investeringen die op basis van dit zonneveld kunnen worden gerealiseerd.
Bloem- en kruidenrijk grasland Onder de hoogspanningsmasten worden geen panelen geplaatst. Direct onder de meest westelijke leidingen wordt de beheerweg aangelegd, de rest van de strook wordt ontwikkeld als bloemrijk grasland, waarin ook enkele poelen voor amfibiën worden aangelegd. De natuurlijke kwaliteit die hiermee wordt gecreeerd past goed in het natte maten- en flierenlandschap. Nevenstaande afbeeldingen zijn referentiebeelden van bloemenmengsel G3 dat past bij een enigzins vochtige bodem. Ook binnen andere stroken van het plangebied waar geen panelen worden geplaatst wordt een passend
Bloemrijk kruidenmengsel (Cruyd Hoeck)
18/28
De Leemslagen
B
De Leemslagen
2 C 1
3 A
D
3. Het zonneveld langs de dijk van het Twentekanaal
4 Locatie van de doorsneden en de visuals
2. Rand vormgegeven als houtwal met nieuw recreatieve route
4. De rand gezien vanaf de A35
19/28
20/28
De Leemslagen
De Leemslagen
A. Visualisatie van het zonneveld gezien vanaf het Twentekanaal
referentie staalmathekwerk (Elreka hekwerken)
Panelen Het plangebied ligt relatief laag ten opzichte van de omgeving, zoals ook te zien was op de hoogtekaart uit hoofdstuk 1. De A35 ter hoogte van het plangebied ligt op een talud door de brug over het kanaal en daardoor zeker 4 meter hoger. Ook de dijk langs het kanaal ligt ca. 3 meter hoger dan het plangebied. Om vanaf de dijk nog wel zicht te hebben over de panelen worden ze maximaal 3 meter hoog.
Transformatoren De transformatoren zijn een integraal onderdeel van het zonneveld. Door de logische plaatsing en de terughoudende grijze kleur vallen zij niet op. Ze staan aan de kavelranden, maar niet langs de A35, het Twentekanaal, de Leemslagenweg en de noordrand van het zonnepark.
Ontsluiting De ontsluiting vindt plaats vanaf de kanaaldijk (Breesegge) ter plaatse van de noordelijke of zuidelijke
doorsteek. Een halfverhard pad loopt door tot onder de hoogspanningskabels. Daarvandaan zal het ontsluitingspad naar het noorden en zuiden evenwijdig met de hoogspanningskabels lopen.
Hekwerken Ten behoeve van de verzekering zijn hekwerken rondom het park noodzakelijk. Door de twee doorsteken door het park betreft het hier eigenlijk drie van elkaar afgescheiden vakken met een hekwerk eromheen. Ter plaatse van de ontsluitingspaden onder de hoogspanningskabels komen aan weerszijden poorten. De hekwerken zijn maximaal 2 meter hoog. We stellen als hekwerk een groen gecoat staalmathekwerk voor. Dit hekwerk heeft een hoogwaardige uitstraling en zorgt ervoor dat er geen bariere ontstaat voor kleine dieren. De poorten zijn van eenzelfde familie als het hekwerk.
referentie poort in staalmathekwerk (Elreka hekwerken)
21/28
22/28
B. De nieuwe boomgaard
De Leemslagen
De Leemslagen
C. Nieuw wandelpad met fruitbomen door het zonnepark
23/28
24/28
D. Bloemrijk grasland onder hoogspanning
De Leemslagen
25/28
De Leemslagen
Maten en afstanden
ca. 45m
ca. 225m ca. 130m
4,5 ha
ca. 225m
ca. 25m ca. 25m
1 ha
ca. 35m
6,8 ha
ca. 15m
6,0 ha
N
0
100m
ca. 55m
500m
ca. 125m
26/28
De Leemslagen
C olofon De rapportage ‘De Leemslagen, landschappelijke inpassing zonnepark’ is in opdracht van SolarEnergyWorks opgesteld door Feddes/Olthof Landschapsarchitecten.
Feddes/Olthof Landschapsarchitecten Doelenstraat 32 3512 XJ Utrecht info@feddes-olthof.nl www.feddes-olthof.nl
status datum
Definitief 5 februari 2021
28/28
De Leemslagen
DE LEEMSLAGEN
Bijlage
Quickscan Wet natuurbescherming, Van der Goes & Groot, d.d. 13 april 2020
G&G-advies QS2020-039
Zonnepark Leemslagen te Almelo
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Zonnepark Leemslagen te Almelo Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
F.N.M. van der Knaap
2020
Opdrachtgever Solar Energy
G&G-advies QS2020-039
Versie V1
Datum 13 april 2020
Gecontroleerd door: T.S. van der Meer
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Zonnepark Leemslagen te Almelo
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 6
1.4
Werkzaamheden...................................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
Methode
8
2.1
Soorten .................................................................................................................... 8
2.2
Gebieden.................................................................................................................. 9
Beschermde soorten Wnb
10
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 12 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 12 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 12 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 12 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 13 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 15 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 16 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 18
3.3
4
5
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 18
Effectbeoordeling en maatregelen
19
4.1
Vogels..................................................................................................................... 19
4.2
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 20
4.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 20
4.4
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 21
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
22
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 22
5.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 23
5.3
Houtopstanden ...................................................................................................... 23
5.4
Overige relevante wetgeving................................................................................. 23
5.5
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 23
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2020-039
Zonnepark Leemslagen te Almelo
4
6
7
Conclusies
24
6.1
Beschermde soorten Wnb .....................................................................................24
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................25
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................25
Natuurwaarden verhogen op zonneparken
27
7.1
Open ruimte tussen en onder de zonnepanelen ...................................................27
7.2
De ruimte direct rondom van het zonnepark. .......................................................28
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
29
9
Bijlagen
30
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2020-039
Zonnepark Leemslagen te Almelo
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen om een locatie nabij Almelo (Gemeente Almelo, Provincie Overijssel) her in te richten. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van Solar energy heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Deze quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
De ligging van het plangebied ‘Leemslagen’.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2020-039
Zonnepark Leemslagen te Almelo
6
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt ten westen van de bebouwde kom van Almelo. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het Twentekanaal. In het westen ligt het water ‘Leemslagen’.
1.4
Werkzaamheden In het plangebied is men voornemens een zonnepark te realiseren. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het plaatselijk verwijderen van de vegetatie-toplaag en het vergraven van grond in verband met kabels en leidingen. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft aanbevelingen over het verhogen van natuurwaarden op zonneparken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2020-039
Zonnepark Leemslagen te Almelo
7
Hoofdstuk 8 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau