CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

19.3 Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld op het perceel Breesegge 15 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raad 22 juni 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld op het perceel Breesegge 1528.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De projectlocatie maakt onderdeel uit van een gebied waarvoor het bestemmingsplan “Westelijke Groene Long” geldt. Op basis van dat bestemmingsplan geldt in hoofdzaak de bestemming ‘Agrarisch’ en dient het gebied derhalve aangemerkt te worden als landelijk gebied, oftewel de Groene Omgeving (GO). Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer:  er sprake is sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen; en  voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. 5.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. 6. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken normerende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze normerende uitspraken. 7. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken richtinggevende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze richtinggevende uitspraken. 8. Van normerende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken zoals bedoeld in lid 6 mag gemotiveerd worden afgeweken wanneer: 1. er sprake is van zwaarwegende sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen en 2. voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de provinciale ambities zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken. 9.

Van richtinggevende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken zoals bedoeld in lid 7 mag worden afgeweken mits voldoende gemotiveerd is dat de kwaliteitsambitie zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken in gelijke mate gerealiseerd wordt.

Dit artikel ziet op de sturing op de ruimtelijke kwaliteit, waarbij veelvuldig verwezen wordt naar het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’ en de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’. Ontwikkelingen dienen daaraan te worden getoetst. Voor deze toetsing wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. Artikel 2.1.8 Kwaliteitsimpuls zonnevelden Artikel 2.1.8.1 Begripsbepalingen In deze titel wordt verstaan onder: a. Zelfstandige opstelling van zonnepanelen: installatie voor de opwekking van zonne-energie die niet gecombineerd wordt met bebouwing, maar zelfstandig opgesteld is in het vrije veld.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 24

Artikel 2.1.8.2 Realisatie zelfstandige opstelling zonnepanelen 1. In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. 2. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. 3. De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 dient te worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b. maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; c. de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; d. de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen. 4.

In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.

Zoals eerder aangegeven wordt het zonnepark opgericht binnen de Groene Omgeving. Dit betekent dat aan bovenstaande voorwaarden dient te worden voldaan. In het kader van de Overijsselse Zonneladder, heeft een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak en locatiekeuze plaatsgevonden. Daarin zijn tevens bovenstaande voorwaarden meegenomen. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1. Geconcludeerd kan worden dat aan de provinciale voorwaarden wordt voldaan. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de bepalingen in de Omgevingsverordening ten aanzien van zonneparken in het landelijk gebied. Artikel 2.1.9 Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen.

Met het oog op de sociale kwaliteit in de fysieke leefomgeving dient te worden aangetoond op welke wijze de omgeving betrokken is geweest bij de planvorming. Voor dit project vindt participatie plaats via twee sporen:  Procesparticipatie: betrekken van burgers bij de totstandkoming van het ontwerp, en;  Financiële participatie: de wijze waarop burgers ook na realisatie van het zonnepark betrokken blijven. Voor een nadere toelichting op participatie wordt verwezen naar paragraaf 5.2 voor voorliggende rapportage, waarin de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan wordt besproken. Overig Naast bovenstaande onderwerpen zijn ook een aantal locatiespecifieke onderwerpen aan de orde. Welke dit zijn, is te zien door raadpleging van de provinciale webviewer. Niet alle onderwerpen zijn relevant voor de ontwikkeling van een zonnepark. Hieronder is een opsomming van de onderwerpen opgenomen, maar wordt niet in detail op de onderwerpen ingegaan. Een uitsnede van de kaart is opgenomen in figuur 9. 1. Regionale verdringingsreeks onttrekking Twentekanalen/Overijsselse Vecht. 2. Vrijstelling van de vergunningplicht voor gebiedsbescherming voor de uitvoering van Natura 2000herstelwerkzaamheden. 3. Glastuinbouw niet toegestaan. 4. Mogelijkheden voor nieuwe recreatiewoningen onder voorwaarden. 5. Windturbines onder voorwaarden toegestaan. 6.

Verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderijen.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 25

figuur 9. Kaartweergave Omgevingsverordening Overijssel 2017 (bron: overijssel.tercera-ro.nl/mapviewer)

In bovenstaande opsomming ontbreken de verschillende kaartlagen als onderdeel van de gebiedscatalogus (behandeling van ‘hoe’ een ontwikkeling plaats kan vinden in het kader van het Uitvoeringsmodel). Dit is bewust gedaan omwille van de overzichtelijkheid van voorliggende rapportage. Deze kaarten en onderwerpen komen aan bod in de navolgende paragraaf als onderdeel van de toetsing aan het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’. Voor deze locatie geldt verder dat het projectgebied grenst aan het oostelijk gelegen Twentekanaal. Hier geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterhuishoudkundige functie’. Vanuit de provinciale Omgevingsverordening worden hier veiligheidsnormen en regels voor gesteld. De ontwikkeling van het zonnepark heeft hier geen (negatieve) invloed op. De projectlocatie ligt bovendien buiten de gronden waarvoor voornoemde dubbelbestemming is opgenomen. Relatie tot de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling is getoetst aan de relevante bepalingen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, waarbij is uitgegaan van de realisatie van een zonnepark binnen het landelijk gebied. Daarnaast is de ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de voorwaarden inzake sociale kwaliteit.

Voor de ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop dit is meegenomen in het ontwerp van het zonnepark, wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3, waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan de hand van het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’. Voor sociale kwaliteit wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van deze ruimtelijke onderbouwing. De behandeling van beide onderdelen leidt tot de conclusie dat de ontwikkeling past binnen de ambities en voorwaarden van de provincie. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Voor het overige is de ontwikkeling daarmee niet in strijd. Toets Uitvoeringsmodel: of, waar en hoe Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities, wordt het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’ gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen ‘of’, ‘waar’ en ‘hoe’ centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt allereerst bepaald door de vraag of er een opgave is. Dat hangt af van de

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 26

vraag of de behoefte aan een ontwikkeling kan worden aangetoond, maar ook of de ontwikkeling niet in strijd is met provinciale generieke beleidskeuzes. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden. In de visie op de ruimte in Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken verstaan van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor het bovenstaande vormen de kwaliteitsambities op het gebied van duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit de rode draden. Een en ander is weergegeven in onderstaand schema. figuur 10. Schema Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel)

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de sturing waarbij sprake is van drie niveaus: normstellend, richtinggevend en/of inspirerend. OF: Generieke beleidskeuzes In eerste instantie is het de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. De provinciale beleidskeuzes zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie. Deze generieke beleidskeuzes zijn in de regel normstellend en zijn opgenomen in de omgevingsverordening. Generieke beleidskeuzes vanuit de EU of het Rijk zijn opgenomen in eigen beleid. In Overijssel zijn beleidskeuzes gesteld die voor het gehele provinciale grondgebied gelden en daarnaast beleidskeuzes die gebiedsspecifiek zijn. De beleidskeuzes die voor het gehele grondgebied gelden geven samen vorm aan de Overijsselse Ladder vuur duurzame verstedelijking, welke een nadere invulling geeft aan de stappen die gemeenten in de onderbouwing van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) moeten doorlopen.

De gebiedsspecifieke beleidskeuzes borgen zwaarwegende publieke belangen en gaan in op:  reserveringen voor waterveiligheid en beperking wateroverlast;  drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden;  het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waaronder de Nationale Parken en een groot deel van de Natura 2000-gebieden in Overijssel);  de Nationale Landschappen;

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 27

het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

Relatie tot ontwikkeling Aan de hand van het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Overijssel 2017 kan worden bepaald welke gebiedsspecifieke onderwerpen ter plaatse van een projectlocatie spelen. Deze toets heeft reeds plaatsgevonden in paragraaf 3.2.2. Hieruit is gebleken dat de onderwerpen die ter plaatse spelen, niet van belang zijn voor dan wel geen invloed hebben op de ontwikkeling van een zonnepark. Dit betekent dat de onderwerpen die spelen geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van een zonnepark aan de Aadijk te Almelo. De of-vraag is daarmee positief beantwoord. WAAR: Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de Omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleidsen kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Daarbij geldt dat er drie ontwikkelingsperspectieven zijn gesteld voor de Groene Omgeving, en drie voor de Stedelijke Omgeving. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend, waardoor er ruimte bestaat voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen een andere invulling kiezen.

Daarbij geldt dat die wel dient te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel, zie hierna). Relatie tot ontwikkeling Het projectgebied is gelegen binnen de Groene Omgeving. In de Groene Omgeving gaat het vooral om behoud en versterking van de kwaliteit van natuur en landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. De drie ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving zijn: I. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) II. agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap III. wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Op de overzichtskaart Ontwikkelingsperspectieven zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving globaal weergegeven.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 28

figuur 11. Overzichtskaart Ontwikkelingsperspectieven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Relatie tot projectlocatie De projectlocatie is volledig gelegen binnen een gebied met het perspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mislandschap’. De locatie ligt daarnaast op de overgang naar het stedelijk gebied, en is zodoende ook voor een groot deel gelegen binnen de stadsrand. Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap en stads- en dorpsranden Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap. Ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Een aanzienlijk deel van de locatie ligt bovendien in een gebied aangewezen als ‘stads- en dorpsrand’. Recreatieve functies en culturele voorzieningen kunnen op specifieke plekken in de stads- en dorpsrandgebieden de kwaliteit en aantrekkelijkheid verhogen.

In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. De locatie biedt daarmee kansen voor het realiseren van de beleidsambities ten aanzien van de energietransitie en het grootschalig opwekken van (zonne-)energie. Daarbij geldt dat bij de vormgeving en inpassing van het park rekening wordt gehouden met de KGO en de ‘Kwaliteitsimpuls Zonneparken’. Het landschappelijk inpassingsplan is reeds behandeld in hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. In aanvulling daarop wordt verwezen naar de behandeling van de gebiedskenmerken, onder het kopje ‘HOE’ op de volgende pagina.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 29

Met het zonnepark wordt tevens het waardevolle contrast tussen stad en land versterkt en wordt een koppeling gelegd met recreatie en het versterken van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Recreatie wordt bij de ontwikkeling betrokken door te voorzien in wandelpaden en rustplekken, om op die manier recreatie als maatschappelijke meerwaarde toe te voegen. Het realiseren van een openbaar toegankelijke boomgaard draagt hier eveneens aan bij. De voorgestelde maatregelen leveren een impuls op voor de beleving van de locatie als geheel en het zonnepark in het bijzonder. Zo kan ook de overgang van stad naar landschap van binnenuit worden beleefd. Voor het overige geldt dat de realisatie van een zonnepark het verwezenlijken van de kwaliteitsambities in de Groene Omgeving niet in de weg staat en dat zij andersom een zonnepark op deze locatie niet bemoeilijken. Daarmee is de waar-vraag eveneens positief beantwoord. HOE: Gebiedskenmerken De provincie wil nieuwe ruimtelijke opgaven verbinden met bestaande gebiedskenmerken. Op die manier spelen gebiedskenmerken een belangrijke rol over hoe een initiatief invulling kan krijgen. De gebiedskenmerken die de provincie van provinciaal belang acht, heeft zij opgenomen in de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’.

Voor alle gebiedstypen in Overijssel wordt omschreven welke kwaliteiten en kenmerken binnen de vier aangegeven lagen behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden. De vier kaartlagen zijn: I. Natuurlijke laag II. Laag van het agrarisch cultuurlandschap III. Stedelijke laag IV. Laag van de beleving Aan de hand van de gebiedskenmerken behorende bij elk van de kaartlagen kan de provincie sturing geven op haar provinciale belangen. De hardheid van de sturing komt tot uiting in het stellen van normen, het geven van richting of het bieden van inspiratie. Bij elk gebiedstype is aangegeven wat de norm, richting en inspiratie voor dat specifieke gebied inhoudt. De normen zijn normstellend, daar dienen ontwikkelingen aan te voldoen. Richting en inspiratie sturen, maar zijn niet normstellend. Daar kan gemotiveerd van worden afgeweken indien de gemeente dit noodzakelijk acht voor het verwezenlijken van haar doelstellingen. Relatie tot de ontwikkeling Onderstaand wordt de projectlocatie aan de hand van elk van de kaartlagen in kaart gebracht. Daarbij wordt een korte samenvatting van de van toepassing zijnde kenmerken en ambities gegeven. Vervolgens wordt aangegeven op welke wijze in het ontwerp rekening is gehouden met de bestaande kenmerken en provinciale ambities. I.

Natuurlijke laag Toets De locatie kent een gemengde ondergrond bestaande uit dekzandvlakte / ruggen (1) en beekdalen / natte laagtes (2). De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de provincie. Na de ijstijden bleef hier een zandlandschap achter, gekenmerkt door grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. In de laagtes van hetzandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit wegsijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren.

Norm (1)

Richting (1)

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Inspiratie (1)

Pagina | 30

Hoofdlijnen van huidig reliëf dient in stand gehouden te worden.

Norm (2) Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is.

 

II.

Ontwikkelingen dragen bij aan zichtbaar en beleefbaar maken van hoogteverschillen en watersysteem. Dit vormt altijd uitgangspunt bij inrichting. Strekkingsrichting landschap vormt bij ontwikkelingen het uitgangspunt.

n.v.t.

Richting (2)

Inspiratie (2)

Instandhouding van het watersysteem, waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water. Ontwikkelingen in de nabijheid van beekdalen en natte laagtes dragen bij aan extra ruimte voor dynamiek van het stromende water, versterking samenhang beeksysteem en vergroting zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

De onderdelen vanuit een perspectief op het geheel van het lineaire beeksysteem inrichten en beheren. De oeverlanden komen onder invloed van de waterdynamiek. (Broek)bos op hogere randen.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap Toets Het projectgebied ligt volledig binnen het matenen flierenlandschap. De ambitie is dit landschapstype weer herkenbaar te maken en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven.

Norm

Richting

Inspiratie

Openheid behouden door gebruik als hooi- en weiland, in combinatie met natuur-, landschaps- en cultuurhistorisch beheer.

Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Instandhouding onbebouwde karakter Maten, Flieren en beken. Continuïteit beekloop, voldoende ruimte voor water en lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen.

Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan behoud en versterking van het historische lineaire landschap, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, toegankelijkheid en beleefbaarheid en het vasthouden van open water. Inrichting van nog gave delen richten zich op behoud van cultuurhistorische waarden.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 31

III.

Stedelijke laag Toets Op basis van de kaart Stedelijke laag kent het gebied zowel de aanduiding ‘verspreide bebouwing’ (1) als ‘informele trage netwerk’ (2). De eerste gaat in op de gevolgen en kansen van het vrijkomen van erven in het landschap, wat steeds vaker zal gaan gebeuren. De robuuste ensembles kunnen door het bieden van ruimte voor extra (vervangende) bebouwing een alternatief bieden voor een deel van de woningbouw en bedrijvenopgave. Het ‘informele trage netwerk’ is het langzaam verkeernetwerk, zoals wandelpaden, ruiterpaden en vaarroutes. De ambitie is hier een verschuiving te doen plaatsvinden in de verplaatsingsdrang van auto naar fiets. Het fiets- en wandelpadennetwerk van de regio dient tot een compleet systeem te worden uitgewerkt. Erfgoed langs het informele trage netwerk dient te worden benut om de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten.

Norm (1)

Richting (1)

Inspiratie (1)

Ontwikkeling van nieuwe erven draagt bij aan behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit overeenkomstig de handreiking ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’.

Indien ontwikkelingen plaatsvinden op erven dragen ze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende structuur en volumematen, blijft er een duidelijke voor- en achterkant en vindt koppeling van het erf aan het landschap plaats.

 

Norm (2)

Richting (2)

Inspiratie (2)

Bescherming gericht op continuïteit van routes. Bij ontwikkelingen in de nabijheid van routes worden discontinuïteiten van de routes voorkomen.

Indien ontwikkelingen plaatsvinden in de nabijheid van stad en dorp, dragen ze bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands- wandel- en fietsroutes worden benut.

Langs informele routes worden de aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden zichtbaar en kenbaar gemaakt.

IV.

Reanimatie agrarisch erfgoed Kwaliteitsadvies bij transformatie kan bijvoorbeeld via een ‘ervenconsulent’ van het Oversticht.

Laag van de beleving Toets De laatste kaartlaag toont dat de locatie volledig gelegen is binnen ‘stads- en dorpsranden’ (1). Stads- en dorpsranden vormen een overgangsgebied. De randen zijn bepalend voor zowel steden en dorpen als het omliggende landschap. Woon-, werk- en recreatiemilieus dienen verbonden te worden. Daarbij dient tevens verrommeling te worden tegengegaan. Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. De ambitie is hier verbindingen te creëren tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn maar nu verloren of geisoleerd in het landschap liggen. Daarnaast is het doel bakens van deze tijd toe te voegen.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 32

Norm (1)

Richting (1)

Inspiratie (1)

n.v.t.

 Behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes.  Verminder barrières tussen stad en land. Leg ook geen grondwegen meer aan die de twee scheiden.  Bied plaatselijk ruimte voor ontwikkelingen, mits ze voortbouwen op stad-land relatie.  Neem de richting van randen op in grondexploitatie.  Creëer mooie uitnodigende entrees.

n.v.t.

Norm (2)

Richting (2)

Inspiratie (2)

n.v.t.

Behoud, benut en versterk bakens in de tijd.

Voeg bij nieuwe ontwikkelingen bakens van deze tijd toe en verbind ze met bestaande bakens.

Kenmerken projectgebied De Leemslagen ligt direct aan de westzijde van Almelo en is een belangrijk recreatief uitloopgebied voor de wijk Almelo Windmolenbroek. De Leemslagenweg is de enige verbinding vanuit Windmolenbroek naar het buitengebied. Hoogteverschillen vanaf de Leemslagenweg zorgen ervoor dat de omliggende kavels minder goed toegankelijk zijn. De Leemslagenplas is nu alleen toegankelijk voor de visvereniging. Aan de oostzijde is het Twentekanaal een duidelijke grens en aan de zuidzijde de A35. Het gebied bestaat van oorsprong uit beekdalen/ natte laagtes en dekzandruggen. Later is dit gebied ontgonnen waardoor er een landschap van jonge ontginningen en maten en flieren ontstond. Kenmerken hiervan zijn open kamers, coulissen en een van oorsprong nat karakter. In eerste instantie was het landschap relatief open, maar toen het gebied werd ontgonnen kreeg het een meer gesloten karakter met verschillende kamers bestaande uit houtwallen en bomenlanen. Het Twentekanaal en later de A35 zijn belangrijke structuren die het gebied doorsnijden. Almelo is in de loop der tijd richting het kanaal gegroeid waardoor het plangebied nu aan de stadsrand ligt. De plas Leemslagen is gegraven voor zandwinning. Relatie tot ontwikkeling In het ontwerp van het zonnepark wordt rekening gehouden met de kenmerkende landschappelijke structuren in het gebied. Kavelstructuren blijven ongewijzigd.

Het landgoederenkarakter wordt vergroot door het groene raamwerk te versterken. Het zonnepark wordt daarbij ingepast tussen bestaande en nieuwe houtwallen en bomenrijen die het coulisselandschap versterken. Wandelend door het gebied wordt het zonnepark daardoor veelal uit het zicht ontnomen. Hoogteverschillen in het gebied blijven behouden en worden benut voor een goede landschappelijke inpassing van het zonnepark. Door de aanplant van nieuw struweel bestaande uit streekeigen beplanting (nader te bepalen in samenspraak met omgeving), worden bestaande groenstructuren in het gebied versterkt. Ook de bestaande eikenlaan langs het Twentekanaal blijft behouden en wordt door de plaatsing van nieuwe Eiken verlengd, zodat het kanaal als ruimtelijke structuur wordt benadrukt. Recreatieve functies kunnen op specifieke plekken in de stads- en dorpsrandgebieden de kwaliteit en aantrekkelijkheid verhogen. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook dé kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Het voorgestelde ontwerp sluit daarop aan door bestaande recreatieve routes door en rondom het park te versterken en nieuwe aan te leggen.

Wandel- en struinpaden faciliteren recreanten in het gebied en zorgen ervoor dat er geen harde afsluiting is tussen stad en landschap. Daarnaast wordt een boomgaard met rustplekken en informatiepanelen voorzien. Voor natuur liggen de kansen in de versterking van de biodiversiteit door de aanplant van

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 33

streekeigen groen, het inzaaien met bloem- en kruidenrijk zaadmengsel interessant voor o.a. libellen en bijen, en het graven van een paddenpoel. Het beoogde plan past daarmee goed binnen de stadsrand van Almelo en sluit aan op de mogelijkheden en ambities die op dergelijke locaties gelden. Conclusie In deze paragraaf is de ontwikkeling getoetst aan de hand van het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’. Daarbij is beoordeeld of, waar en hoe de ontwikkeling plaats kan vinden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ter plaatse past binnen het provinciale beleid, omdat:  er geen generieke beleidskeuzes zijn die aan de ontwikkeling in de weg staan en de ontwikkeling bovendien bijdraagt aan het behalen van de nationale, provinciale en gemeentelijke beleidskeuzes ten aanzien van de energietransitie (Of);  de projectlocatie geschikt is voor de oprichting van een zonnepark en de oprichting ervan bovendien geen belemmering vormt voor het verwezenlijken van de overige ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving (Waar), en;  bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan voldoende rekening is gehouden met de geldende gebiedskenmerken en deze waar mogelijk zijn versterkt of ontwikkeld (Hoe).

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020 – 2040 Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad van Almelo de ‘Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020 – 2040’ (de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze omgevingsvisie is vastgesteld vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022. In Omgevingsvisie staat hoe in Almelo ook in de toekomst prettig kan worden gewoond en gewerkt. Almelo bestaat uit verschillende gebieden, met elk hun eigen karakter. Daarom is de Omgevingsvisie in vier gebieden verdeeld. Per gebied wordt duidelijk wat de gemeente daar wil bereiken: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken en dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die in alle gebieden spelen en daarmee gebiedsoverstijgend zijn. De visie voor Almelo als geheel en de gebiedsspecifieke visies, zijn tot stand gekomen in samenspraak met de inwoners van Almelo. De Omgevingsvisie zal worden gebruikt voor het toetsen van initiatieven binnen Almelo. Relatie tot ontwikkeling Het projectgebied is gelegen in het buitengebied van Almelo (zie figuur 12). De gemeente is zuinig op het buitengebied en juicht elke ontwikkeling aan die meer water en/of natuur toevoegt. Ontwikkelingen dienen te passen bij de Almelose maat en schaal. Enerzijds is rust een belangrijke pijler voor buitengebied.

Tegelijkertijd is dit het ideale decor voor allerlei activiteiten. Zoals verblijfsrecreatie voor dagjesmensen en vakantiegangers. Of grootschalige energie-opwek, omdat er te weinig geschikte zonnedaken zijn en nauwelijks radar- en vliegverkeervrije plekken voor windmolens. Voor grootschalige energie-opwek geldt de ‘Duurzame Energieladder Almelo’ (zie paragraaf 3.3.2.). Indien aan de daarin gestelde voorwaarden wordt voldaan, biedt het buitengebied ruimte aan dergelijke initiatieven.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 34

figuur 12. Uitsnede kaart gebiedsindeling ontwerp-Omgevingsvisie Almelo (bron: omgevingsvisie.almelo.nl)

De gemeente stuurt op een krachtig buitengebied, mits rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheden. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en versterking van biodiversiteit versterkt het buitengebied. Daarnaast wordt onder andere de duurzame ontwikkeling van (agrarische) bedrijvigheid gestimuleerd. Ook onderwerpen zoals waterberging en recreatie zijn van belang voor het buitengebied. Het voorliggende initiatief omvat de realisatie van een zonnepark van ca. 23 ha in het buitengebied. Zolang de ontwikkeling past binnen de Almelose maat en schaal, alsook binnen de kaders van de ‘Duurzame Energieladder Almelo’, is de ontwikkeling in lijn met de toekomstige Omgevingsvisie. In het buitengebied van Almelo ziet de gemeente de mogelijkheid om ca. 100 ha grootschalige duurzame energie op te wekken, waarvoor geldt dat de eerste stap reeds is gezet met het zonnepark langs de Aadijk (fase I) van ca. 40 ha. Het beoogde zonnepark van ca. 23 ha in het Leemslagengebied, brengt de productie weer een stevige stap dichter bij de gemeentelijke doelstellingen op dit gebied. In paragraaf 3.3.2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt getoetst aan de ‘Duurzame Energieladder’, waaruit zal blijken dat de ontwikkeling past binnen dat beleidskader. Naast de grootschalige opwekking van duurzame energie, draagt de ontwikkeling bij aan een aantal andere doelstellingen.

Zo geldt dat met het gekozen ontwerp en de groeninrichting, ruimte ontstaat voor het versterken van de biodiversiteit. Onder andere het inzaaien van het gebied met een bloem- en kruidenrijk zaadmengsel, leidt tot veelzijdige (ruige) begroeiing dat een aantrekkelijk leefgebied vormt voor onder andere bijen, vlinders en libellen. Ook het realiseren van een paddenpoel in de boomgaard voor amfibieën maakt onderdeel uit van de beoogde ontwikkeling. Tevens worden maatregelen getroffen waarmee het toevoegen van recreatieve meerwaarde van het zonnepark integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Derhalve wordt voorzien in openbaar toegankelijke boomgaarden, wandel- en struinpaden, bakjes en informatiepanelen. Conclusie De ontwikkeling is getoetst aan de ‘Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040’. Geconcludeerd wordt dat het geplande initiatief past binnen de visie van de gemeente Almelo. Van belemmeringen is derhalve geen sprake.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 35

Duurzame Energieladder Almelo Op 7 april 2020 heeft de gemeenteraad van Almelo de ‘Duurzame Energieladder Almelo’ (de Energieladder) vastgesteld. Middels de Energieladder brengt de gemeente de opgave voor Almelo in kaart ten aanzien van de energietransitie en geeft zij richting aan het bereiken van de gestelde beleidsdoelstellingen. Initiatieven voor de grootschalige opwek van duurzame energie, dienen te passen binnen dit beleidskader. Opgave De energietransitie in zijn algemeenheid is een zeer grote opgave. De opgave is verdeeld over meerdere klimaattafels: Elektriciteit, Mobiliteit, Industrie, Landbouw en landgebruik en Gebouwde omgeving. Vanuit de klimaattafel Elektriciteit moet er duurzame elektriciteit opgewekt worden (daar ziet deze Duurzame Energieladder op toe). Vanuit de klimaattafel Gebouwde Omgeving moet de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving omlaag. Het doel is om in 2050 aardgasvrij te zijn. Deze opgaven worden in verschillende sporen opgepakt: 1. Regionale Energie Strategie (RES); 2. Duurzame Energieladder Almelo; 3. Warmtevisie (separaat beleid, nog in ontwikkeling); 4. Wijkuitvoeringsplannen (separaat beleid, nog in ontwikkeling). Trias Energetica De Trias Energetica is van oorsprong een strategie voor verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Deze strategie heeft ook een bredere, algemene toepassing en bestaat uit drie stappen: De eerste stap van de Trias Energetica is isoleren. Met isolatie wordt de meeste winst behaald. Wat niet verbruikt wordt hoeft ook niet opgewekt te worden. De tweede stap is het maximaal gebruik maken van energie uit duurzame bronnen. Er is behoefte aan duurzame hernieuwbare elektriciteit. Om (grootschalige) duurzame energieopwekking in Almelo in goede banen te leiden is de Duurzame Energieladder opgesteld. Hierin komen een aantal sporen samen. De derde stap is het zo zuinig en efficiënt mogelijk gebruik maken van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien. Uiteindelijk dient dit in 2050 afgebouwd te zijn tot nul. De Duurzame Energieladder De Duurzame Energieladder van Almelo vormt een beleidskader dat ingezet wordt voor de stimulering en facilitering van de opwek van hernieuwbare energie. Voorheen beschikte de gemeente over de zonneladder, die inmiddels is geïntegreerd in de Duurzame Energieladder van Almelo. Het geeft de kaders voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven en op grote zonneparken op locaties die daarvoor geschikt zijn. Een belangrijk onderdeel daarbij is de stimulering van de opwek en allocatie van duurzame energie met zonneparken in en rond Almelo.

De gemeente Almelo hanteert een voorkeursvolgorde voor de grootschalige opwekking van zonne-energie. Deze voorkeursvolgorde biedt de treden van de Duurzame Energieladder Almelo. De voorkeursvolgorde is als volgt: 1. Zon in de kernen (hoofdzakelijk op dak) heeft op zich geen belemmeringen en geniet de grootste voorkeur. De ambitie is dat alle daken benut worden. Bij nieuwbouw dient zon op dak te worden gerealiseerd. 2. Zon op bedrijventerreinen (op dak/bouwblok/ braakliggend terrein) geniet ook een grote voorkeur. Enige voorwaarden zijn hierbij van toepassing. Ook hier geldt dat bij nieuwbouw zon op dak dient te worden gerealiseerd. 3. Zon in het landschap is mogelijk onder bepaalde voorwaarden, afhankelijk van de context. 4. De groene longen van Almelo en N2000-gebieden zijn uitgesloten voor de opwek van grootschalige zonne-energie.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 36

De voorkeursvolgorde is gevisualiseerd op een visiekaart. Figuur 13 betreft een uitsnede van de kaart. De projectlocatie is aangeduid in het rood. figuur 13. Visiekaart voorkeursvolgorde zonne-energie (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

De locatie maakt onderdeel uit van het landschap. Daarmee bevindt de beoogde ontwikkeling zich op de derde trede van de Duurzame Energieladder. De opwekking van zonne-energie is hier onder voorwaarden mogelijk. Landschapstypen en ‘groene longen’ Een nadere studie van de verschillende landschapstypen en het landgebruik rond de stad geeft meer inzicht in de locaties die voor grootschalige opwek geschikt zijn. Gemeente Almelo wil met de energietransitie de huidige kwaliteiten van het landschap zoveel mogelijk respecteren, en vanuit een gebiedsgerichte benadering een extra kwaliteit geven aan het landschap en het landgebruik, zogenaamde ‘meepakkers’. figuur 14. Groene longen en landschapstypen (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 37

Groene longen De Gemeente Almelo heeft een grote diversiteit en fijnmazigheid aan landschappen. Om de kenmerkende landschappelijke structuur van de gemeente Almelo te beschermen heeft de gemeente Almelo de zogenaamde ‘groene longen’ aangewezen. Deze vier gebieden met een landelijk karakter reiken tot diep in de stad. De projectlocatie grenst direct aan één van de gebieden aangeduid als ‘groene long’. Het gaat om de noordelijke groene long, met een minder sterke identiteit dan de andere groene longen. Het gebied herbergt meerdere functies, zoals een manege, landbouw en sportfaciliteiten. Landschapstype Almelo kent daarnaast drie typen landschappen. Het gaat om de volgende drie, waarbij de nummering correspondeert met de nummering op de kaart in figuur 15. 1. Oud ontginningslandschap: Hoevenlandschap. 2. Jong ontginningslandschap: Heide- en broekontginninglandschap. 3. Veenontginninglandschap. De locatie is gelegen binnen het jong ontginninglandschap. Clustergebieden De gemeente kiest ervoor om clustergebieden vast te stellen voor grootschalige energieopwekking. Dat betekent dat: 1. de opwek geclusterd (dicht bij elkaar) zal plaatsvinden; 2. de opwek een zekere mate van grootschaligheid krijgt 3. de gemeente gebieden wil aanwijzen waar dat het beste kan plaatsvinden op basis van de kansenen belemmeringenkaart en de landschapsanalyse.

Daarbij geldt dat onder andere het jongontginninglandschap relatief open is en vaak grote rechthoekige structuren kent en daarom geschikt lijkt voor grootschalige opwek. In het kader van de Duurzame Energieladder Almelo is een nadere analyse uitgevoerd en zijn clustergebieden aangewezen. Vier gebieden zijn onderzocht, waarvan er twee direct zijn aangewezen als clustergebied (groen op de kaart). De projectlocatie ligt in zoekgebied 2.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 38

figuur 15. Zoekgebieden clustergebieden grootschalige opwek duurzame energie (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

Zoekgebied 2 ligt aan de westkant van Almelo. Het wordt omsloten door grootschalige infrastructuur zoals het kanaal en de snelweg, waardoor het gebied geïsoleerd ligt. Er loopt een hoogspanningsleiding evenwijdig aan het kanaal. De Leemslagenplas met bosranden vormt het hart van het gebied. De gronden rondom de plas zijn divers en er is geen sterke identiteit of binding. De overwegend jonge ontginningen geven het gebied een open uitstraling. Het gebied ligt dicht bij de stad en met een zorgvuldige gebiedsontwikkeling kan het gebied weer betekenis krijgen voor de stad. Mede hierdoor wordt het gebied geschikt geacht als clustergebied voor de opwek van duurzame energie. Waardenkaart Almelo West Vanuit de (cultuur)historie en gebiedskenmerken is de waardenkaart opgesteld. Het geeft een beeld van de belangrijke en betekenisvolle structuren in het gebied. Het doel is de kernkwaliteiten zichtbaar te maken en te definiëren. Bij de ontwikkeling van grootschalige opwek dient rekening te worden gehouden met deze waarden. Figuur 16 toont deze waardenkaart. De projectlocatie is aangeduid in het rood.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 39

figuur 16. Waardenkaart Almelo West (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

Het Leemslagengebied bestaat grofweg uit de volgende structuren:  de rechthoek;  leemslagenweg en erf;  oud ontginningenlandschap;  broekontginningen;  kanaal;  markegrens. Binnen het oud ontginningenlandschap is geen ruimte voor grootschalige opwek van zon. Voor het overige geldt dat de kwaliteiten van de structuren kansen en/of randvoorwaarden bieden. Kansen en randvoorwaarden zonne-energie Almelo West Naar aanleiding van de bovenstaande analyses kunnen randvoorwaarden worden benoemd voor de aanleg van een zonnepark. Voor onderhavig project gelden onder andere de volgende randvoorwaarden. De zonneparken bewaren een afstand tot belangrijke structuren in het landschap zoals het Twentekanaal, A35 en de Leemslagenweg. Zonneparken onderling dienen bovendien voldoende afstand tot elkaar te houden, zodat het past bij de maat en schaal van het omliggende landschap. Bovendien dient de kavelstructuur te worden gevolgd en dient te worden voorzien in een versterking van de kernkwaliteiten van het gebied. Meepakkers Het ontwikkelen van grootschalige opwek van duurzame energie heeft veel impact op de ruimte. Naast de noodzakelijke landschappelijke inpassing van een zonnepark of windmolen zijn meekoppelkansen, of ‘meepakkers’ zoals Almelo dat noemt, vereist. Zodat zonneparken en windmolens hierdoor meer kunnen betekenen voor andere opgaven, het gebied en omwonenden.

De volgende meepakkers worden onderscheiden:

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 40

    

Multifunctionaliteit en meervoudig ruimtegebruik Versterken en herstellen landschapsstructuren Versterken en herstellen landschapselementen Ruimte voor waterberging Routes en recreatieve dooradering

Versterken biodiversiteit

Energieopslag

Stadslandbouw en lokale voedselproductie

Educatie en bewustwording

Zonnepark De Leemslagen Binnen De Leemslagen bieden specifieke meepakkers kansen voor ontwikkeling. Daarnaast gelden specifieke randvoorwaarden. In onderstaande tabel worden alle randvoorwaarden en meepakkers benoemd en wordt, onder verwijzing naar paragraaf 2.2 en bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing, beknopt aangegeven op welke wijze hier in het ontwerp rekening mee wordt gehouden. Daarmee wordt een totaaloverzicht geboden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling aan de voorwaarden voldoet. Randvoorwaarden (normen) Afstand tot Twentekanaal, A35 en de Leemslagenweg

Voldoende afstand tussen zonneparken Korrelgrootte passend

Richting passend Hoogte passend

Dichtheid passend

Locatie trafo’s passend

Dooradering toereikend

Hekken ingetogen

Relatie tot project Er wordt voldoende afstand gehouden tussen het zonneveld en genoemde structuren. De trafo’s worden bovendien langs de kavelranden geplaatst, maar niet langs het Twentekanaal, de A35 en de Leemslagenweg. N.v.t. Met een park van (bruto) 23 ha binnen het plangebied past de maat en schaal van het park in de omgeving. Bestaande kavelrichting wordt gerespecteerd en benut voor de landschappelijke inpassing. Hoogte van de panelen max. 3 meter, passend bij de kenmerkende hoogteverschillen in het gebied. Zowel vanaf de dijk als vanaf de snelweg blijft zicht over het zonnepark mogelijk als gevolg van de verdiepte ligging van het veld. Goede balans tussen groen/blauw en zonneveld, waarbij is gezocht naar een zo optimaal mogelijke invulling van het gebied zonder hierbij een onevenredige verdichting van het gebied en de bodem te creëren. Dichtheid past bij de Gedragscode Zon op Land van Holland Solar en laat ruimte voor de verdere ontwikkeling van het bodemleven, biodiversiteit en waterberging. De trafo’s worden geplaatst aan de kavelranden, parallel aan de lijn voor de hoogspanningsverbinding. Er wordt voorzien in diverse wandel- en struinpaden. Daarnaast is door de bestaande watergangen te respecteren tevens sprake van een blauwe dooradering in het gebied en is sprake van behoud en versterking van groenstructuren. Hekwerken worden uitgevoerd in gecoat staafmathekwerk.

Dit hekwerk heeft een hoogwaardige uitstraling en zorgt ervoor dat er geen barrière ontstaat voor kleine dieren. De poorten zijn van eenzelfde familie als het hekwerk.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 41

Routes toegevoegd Randen met kwaliteit

Participatie

Kernkwaliteiten versterkt

Meepakkers (kansen) Multifunctionaliteit en meervoudig ruimtegebruik Versterken en herstellen van landschapsstructuren en landschapselementen Stadslandbouw en lokale voedselproductie Routes en recreatieve dooradering Versterken biodiversiteit Educatie en bewustwording.

Diverse recreatieve wandel- en struinroutes worden in en rondom het gebied toegevoegd. Langs de noord- en noordwestrand is al een brede houtwal aanwezig. Langs de randen aan de zuidwestzijde wordt nieuw struweel aangebracht. Hiervoor wordt streekeigen vegetatie gebruikt. Binnen het project wordt voorzien in maatschappelijke participatie en financiële participatie. Voor nadere informatie en omschrijving van het proces wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Er wordt rekening gehouden met gebiedskenmerken en kernkwaliteiten. Vergroting landgoederenkarakter door versterking groen raamwerk. Rechthoek wordt door realisatie van zonnepark en daaruit volgende lijnen in het landschap versterkt. Relatie tot project Versterking biodiversiteit, natuurwaarden en recreatie. Vergroting landgoederenkarakter door versterking groen raamwerk. Boomgaard met vruchtdragende bomen Wandel- en struinroutes door en rondom zonnepark. Paddenpoel voor amfibieën, kruiden- en bloemrijk zaadmengsel voor bijen, libellen, etc. Informatiepanelen bij rustplekken.

Conclusie De realisatie van zonnepark De Leemslagen past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente die zijn vastgesteld voor de ontwikkeling van zonneparken. Aan de diverse voorwaarden wordt voldaan. Daarnaast gaat het plan uit van het toevoegen van een meervoudige maatschappelijke meerwaarde, onder meer op het gebied van biodiversiteit en recreatie. De beoogde ontwikkeling is daarmee in lijn met de Duurzame Energieladder Almelo.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 42

4

Omgevingsaspecten Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de verkeers- en parkeersituatie beoordeeld te worden om er voor te zorgen dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en een goede ontsluiting alsook om ongewenste verkeerssituaties zoals een te grote verkeersdruk op een weg, te voorkomen. Verkeersgeneratie en parkeerbehoefte Van een zonnepark gaat nagenoeg geen verkeersaantrekkende werking uit, anders dan enkele verkeersbewegingen ten behoeve van beheer en onderhoud van het park. Recreatie wordt in dit zonnepark gestimuleerd door onder andere de aanleg van wandel- en struinroutes. Het is echter niet de bedoeling dat een park wordt gecreëerd waar een zodanige aantrekkende werking van uitgaat, dat dit de aanleg van parkeerplaatsen in het gebied rechtvaardigt. Het gebied blijft uitsluitend toegankelijk voor langzaam verkeer. Ontsluiting De ontsluiting vindt plaats vanaf de kanaaldijk (Breesegge) ter plaatse van de noordelijke of zuidelijke doorsteek. Een halfverhard pad loopt door tot onder de hoogspanningskabels. Daarvandaan zal het ontsluitingspad naar het noorden en zuiden evenwijdig met de hoogspanningskabels lopen. Conclusie Er vinden geen grote wijzigingen plaats in de verkeerssituatie ter plaatse. De verkeersaantrekkende werking is laag en parkeerplaatsen zijn niet nodig. Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Archeologie Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt. Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.

Archeologische verwachtingen- en beleidsadvieskaart gemeente Almelo De archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Almelo geeft een indicatie vooraf van de kans op een archeologische vondst. De kaart is opgesteld op basis van archeologische rapporten uit het verleden, vondsten en cultuurhistorisch onderzoek. De archeologische beleidsadvieskaart vertaalt de

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 43

verwachtingenkaart in een aantal waardes die betrokken worden bij de ruimtelijke plannen van de gemeente Heusden. Beide kaarten worden toegelicht in het achtergronddocument. Een vertaling van de archeologische verwachting en het beleid is opgenomen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Relatie tot ontwikkeling Ter plaatse van de projectlocatie geldt op basis van het bestemmingsplan geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Daaruit kan worden geconcludeerd dat het projectgebied geen of een lage archeologische verwachting kent. Aan de hand van de gemeentelijke ‘Archeologische verwachtingskaart’ is daarom beoordeeld in hoeverre archeologie een rol speelt binnen de projectlocatie. Figuur 17 toont een uitsnede van deze kaart. figuur 17. Archeologische verwachtingskaart

Voor de projectlocatie geldt een lage archeologische verwachting. Op basis van deze verwachtingswaarde hoeft alleen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd wanneer een gebiedsontwikkeling leidt tot grondroerende werkzaamheden op een diepte van meer dan 40 cm, én wanneer deze grondroering een oppervlakte van meer dan 10 ha beslaat. Verder blijkt uit de archeologische verwachtingskaart dat over een deel van de projectlocatie reeds archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Alleen wanneer een middelhoge of hoge verwachting geldt, dient dit onderzoek nader te worden beoordeeld in relatie tot de geplande ontwikkeling. Omdat hier een lage verwachting geldt, hoeft geen nadere beoordeling aan de hand van dit onderzoek plaats te vinden. De projectlocatie omvat een oppervlakte van ca. 23 ha. De daadwerkelijke grondroering omvat echter een aanzienlijk kleinere oppervlakte. Daarbij is van belang dat de funderingspalen waarop de panelen worden geplaatst, niet tot een significante bodemverstoring leiden. Het gaat hier om paaltjes met een diameter van maximaal 10 cm, die op onderlinge afstand van zo’n 4 tot 4,5 meter worden geplaatst. Het panelenveld leidt dan ook niet tot grondroering waarvoor onderzoek nodig is. Daar waar omvormers worden voorzien en een kabelsleuf wordt gegraven ten behoeve van de aansluiting op het net, is wel sprake van grotere grondroeringsoppervlakten.

Deze oppervlakte blijft echter ruimschoots beneden de vrijstellingsgrens van 10 ha. Aanvullend geldt dat ingrepen ten behoeve van de landschappelijke inpassing ook kunnen leiden tot de nodige grondroering. Ook daarmee wordt de vrijgestelde 10 ha echter niet overschreden. Conclusie Gelet op de lage archeologische verwachting en de geplande ingrepen in het gebied, kan worden

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 44

geconcludeerd dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Cultuurhistorie Algemeen Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. Relatie tot ontwikkeling Van nature was de omgeving van de projectlocatie een gebied met dekzandkopjes en lagere beekvlakten dat in de middeleeuwen door de mens in cultuurland is omgezet. Het relatief open gebied kan worden getypeerd als oud cultuurland dat bestaat uit bouwlanden op de hogere dekzandkoppen en weide en hooilanden in de lagere landschappelijke delen. Door de kleinschalige landschapsvormen is de verkaveling onregelmatig blokvorming en zeer gevarieerd. Dit is ook terug te zien op de diverse kaartlagen van de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’ (zie paragraaf 3.2.3). De bestaande kenmerken van dit landschap blijven met de aanleg van het zonnepark behouden en worden waar mogelijk versterkt of verder ontwikkeld.

Ter plaatse van de projectlocatie bevinden zich geen monumenten. Dergelijke waarden in de nabijheid van de projectlocatie worden bovendien niet aangetast door de aanleg van een zonnepark. Voorts is de locatie niet aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht. 4.1.1 Conclusie Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Water Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Relatie tot ontwikkeling Het projectgebied ligt in het beheergebied van het waterschap Vechtstromen. De ontwikkelplannen zijn voorgelegd aan het bevoegd gezag. De reactie op het plan, ontvangen op 13 mei 2020, is in onderhavige paragraaf verwerkt. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse.

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 45

Waterkwantiteit Op het moment dat een projectgebied over een oppervlakte van meer dan 1.500 m2 verhard wordt, geldt een compensatieplicht. Compenserende maatregelen zijn bijvoorbeeld de aanleg van een zaksloot, vijver, wadi’s, of bodempassage. Daarbij hanteert het waterschap de 55 mm vuistregel, wat betekent dat 55 mm maal de toename van het verhard oppervlak ingericht dient te worden voor waterberging. Daarbij wordt het resultaat uitgedrukt in kubieke meters. Wanneer de vrijstellingsgrens van 1.500 m2 niet overschreden wordt, is compensatie niet nodig. Binnen onderhavig project geldt dat nagenoeg geen verharding plaatsvindt. De zonnepanelen worden in een schuine hoek geplaatst, waardoor hemelwater via de panelen de ondergelegen grond in kan lopen. De gronden blijven zich daarom gedragen als onverharde grond. Bestaande watergangen worden bovendien niet gedempt. Noodzakelijke paden ten behoeve van beheer en onderhoud worden waterdoorlatend uitgevoerd en bovendien zodanig dat hemelwater niet via die paden naastgelegen waterlopen in kan stromen. De toename aan verharding als gevolg van deze planonderdelen is derhalve relatief beperkt. Naast panelen en beheerpaden worden ook noodzakelijke trafohuisjes gerealiseerd.

Deze hebben wel een toename van de verharding tot gevolg, maar de omvang ervan is ten opzichte van het geheel eveneens beperkt en blijven ruimschoots onder de grens van 1.500 m2. Compensatie en een watervergunning is daarbij niet aan de orde. Oppervlaktewateren Het plangebied wordt doorsneden door een aantal waterlopen van het waterschap Vechtstromen. De waterlopen hebben een belangrijke aan-, af-, en doorvoer functie. Voor het onderhoud van deze waterlopen is een obstakelvrije zone van 5 meter vanaf de insteek noodzakelijk. In deze obstakelvrije zone mag niet zonder toestemming van het waterschap worden gebouwd. Met de obstakelvrije zone wordt rekening gehouden. Hierdoor is een watervergunning niet noodzakelijk. Overige watergangen in het projectgebied die niet op de kaart zijn weergegeven, hebben geen bijzonder waterschapsbelang. figuur 18. Weergave Leggerkaart Waterschap Vechtstromen (bron: https://vechtstromen.maps.arcgis.com)

Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo

Pagina | 46

Veiligheid De locatie is niet gelegen binnen (een beschermingszone van) een waterkering. Conclusie De ontwikkeling heeft geen (significant) negatieve invloed op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Het wateraspect vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Natuur Algemeen Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=1253f3ff-cb2f-4af3-8dfb-9e0c62f33b03