CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Situatie binnenhavens Almelo

Hamerraad 24 september 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W28.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huidig en gewenst gebruik Door middel van interviews (zie bijlage I) zijn bij de bedrijven die gebruikmaken van de havens onder andere de afmetingen van de schepen gevraagd die in de huidige situatie al gebruik maken van de ligplaatsen in de verschillende havens. Ook is navraag gedaan naar de wensen voor het toekomstig gebruik van de ligplaatsen. De verkregen informatie is in tabel 3.1 weergegeven en in onderstaande tabel samengevat met focus op de scheepsklasse. Tabel 5.5 Huidig en gewenst gebruik havens (scheepsafmetingen) Haven

1e insteekhaven

2e insteekhaven

3e insteekhaven

Haven Bedrijvenpark Twente

huidig gebruik

Betoncentrale: klasse Va (M8) ForFarmers: klasse Va (M8)

V.d. Bosch Beton: klasse IV (M7)1

GTG Oost: geen activiteiten

Van Merksteijn: klasse Va (M8)

gewenst gebruik

Betoncentrale: klasse Va (M8) ForFarmers: klasse Va (M8)

V.d. Bosch Beton: geen informatie

GTG Oost: klasse Va (M8)

Van Merksteijn: klasse Va (M8)

1

Informatie MarineTraffic & gemeente Almelo.

39 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Toetsing aan Richtlijnen Vaarwegen Voor het verkeerskundig ontwerp van vaarwegen en binnenhavens zijn de Richtlijnen Vaarwegen 2020 (RVW 2020) van toepassing [ref. 1]. De belangrijkste ontwerpregels voor de situatie in Almelo beschrijven eisen gerelateerd aan: 1 de afmetingen van de insteekhaven: · lengte: som scheepslengtes L in lengterichting van de haven × 1,1 (1-breed afmeren) of × 1,2 (2-breed afmeren); · breedte: som scheepsbreedtes B in breedterichting van de haven + breedte vaarstrook (enkelstrooks 2 × B of tweerichtingsverkeer 3 × B); · diepte: diepgang maatgevend schip T + 1 m; 2 de aansluiting van de insteekhaven met de vaarweg. De aansluiting is te ontwerpen als: · T-aansluiting (splitsingspunt) met een minimale bochtstraal van 1,5 × L (er dient dan in de directe nabijheid, of achter in de haven nog te worden voorzien in een zwaaigelegenheid); of alternatief als · zwaaigelegenheid in de havenmond met een minimale diameter van 1,2 × L op het kielvlak van het geladen schip. Voor meer detail wordt verwezen naar bijlage III, waar de originele tekst voor bovenstaande eisen uit de RVW 2020 geciteerd wordt.

Tabel 5.6 Eisen aan afmetingen en aansluiting insteekhaven volgend uit RVW 2020 Voorbeeld voor 1-breed afmeren aan beide zijden van de haven en enkelstrooksverkeer

Lengte = (1,1 x L) x 2 D=1,2 x L Diepte = T+1 m

R=1,5 x L

40 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Breedte = 2 x B + 2 x B

5.1.2

Nautische toets insteekhavens

Conform onderstaand schema worden de huidige afmetingen van de 4 insteekhavens getoetst aan de geëiste afmetingen volgend uit de Richtlijnen Vaarwegen 2020.

Afbeelding 5.2 Toetsing 4 insteekhavens

Benodigde afmetingen van de insteekhavens afmetingen en diepgang binnenschepen

ontwerpeisen uit RVW 2020

Waterpeil

Toets RVW 2020 aan huidige afmetingen insteekhavens lengte

breedte

diepte

Havenmond

Evaluatie voldoet aan de RVW: vlot en veilig

voldoet (deels) niet aan de RVW: veilig, niet vlot

voldoet niet aan de RVW: niet veilig

Benodigde afmetingen van de insteekhavens De uit de richtlijnen volgende benodigde afmetingen van de binnenhavens worden in tabel 5.7 samengevat. De focus van de gebruikers ligt op binnenschepen behorende bij de klassen IV t/m Va (M6-M8) wat overeenkomt met het oorspronkelijke ontwerpschip van de Twentekanalen (rekening houdend met het feit dat ook deze schepen afgeladen kunnen worden tot 2,8 m) en het ontwerpschip van de recente opwaardering van de Twentekanalen.

Tabel 5.7 Benodigde afmetingen insteekhaven en zwaaikom Parameter lengte haven/ligplaats

breedte haven

Klasse IV (M6)

Klasse IV (M7)

Klasse Va (M8)

1-breed afmeren: 1,1 × L

88,0 - 93,5 m

115,5 m

121,0 m

2-breed afmeren: 1,2 × L

96,0 - 102,0 m

126,0 m

132,0 m

2 breed, 2-zijdig afmeren en tweerichtingsverkeer: 7 × B

66,5 m

66,5 m

79,8 m

1 breed, 2-zijdig afmeren en eenrichtingsverkeer: 4 × B

38,0 m

38,0 m

45,6 m

1 breed, 1-zijdig afmeren en eenrichtingsverkeer: 3 × B

28,5 m

28,5 m

34,2 m

tenminste 1 m kielspeling

diepte

breedte havenmond: 4 x B bochtstraal aansluiting havenmond – kanaal-as: 1,5 x L

41 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

alle schepen kunnen tot de maximaal op de Twentekanalen toegestane diepgang van 2,8 m afgeladen worden. Hieruit volgt en benodigde diepte van 3,80 m. De bijbehorende bodemligging (rekening houdend met een ontwerpwaterstand MLWS van NAP +9,9 m) is NAP +6,1 m. Dit komt vrijwel overeen met de kanaalbodem welke een bodemhoogte van NAP +6,11 m heeft 38,0 m

38,0 m

45,6 m

120 - 127,5 m

157,5 m

165,0 m

Parameter zwaaikom

diameter 1,2 x L

Klasse IV (M6)

Klasse IV (M7)

Klasse Va (M8)

96,0 - 102,0 m

126,0 m

132,0 m

1e insteekhaven 1e insteekhaven

Haven overzicht

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; +6,1 m NAP benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN Toets

Ontwerpschip (met T=2,8 m)

M6

M7

west: 425

lengte haven [m]

oost: 405

breedte haven op waterlijn [m]

50 (achterin breder)

2 breed, 2-zijdig, tweerichtingsverkeer 1 breed, 2-zijdig, enkelstrooks

huidig: 3 – 5

diepte haven [m]

ontwerp: 3,2 (havenbodem) Betoncentrale havenmond (object 1.1): 50

lengte kades / ligplaatsen [m]

Betoncentrale kade (object 1.2): 110 ForFarmers kade (object 1.4): 100 ForFarmers remmingwerk (staat voor object 1.4): 75 bocht west bocht oost zwaaikom: 115 m op kielvlak geladen schip

havenmond

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; +6,1 m NAP benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

42 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

M8

Geschiktheid scheepsklassen

M6

M7

M8

volgens de Richtlijnen Vaarwegen is de haven geschikt om M6 te ontvangen, maar niet geschikt om M7 t/m M8 schepen te ontvangen. Hierbij kunnen wel een aantal kanttekeningen gemaakt worden: -

lengte: in principe is de lengte zowel bij de Betoncentrale alsook ForFarmers voldoende voor afmeren van M6-M8: ·

de lengte van de kade bij de Betoncentrale (object 1.2) voldoet net niet aan de richtlijnen voor M7 en M8, echter is er aansluitend aan de kade een groenstrook (object 1.3) met voldoende lengte. Of hier in de huidige situatie een bolder geplaatst is om deugdelijk afmeren te faciliteren is onbekend

·

de lengte van de kade bij ForFarmers is tot aan het remmingwerk alleen geschikt voor schepen tot klasse M6. De lengte van het remmingwerk is weliswaar beperkt, echter kunnen er wel langere schepen tot M8 afmeren die dan wel de achterliggende kade blokkeren

-

diepte: de ontwerpdiepte is onvoldoende voor schepen met T=2,8 m. De actuele diepte is over een strook van ongeveer 30 m breedte langs de ligplaatsen van de Betoncentrale en ForFarmers voldoende maar dat betekent niet dat de achterliggende constructies of de bodem dit aankunnen (zie hoofdstuk 4). Het overige gedeelte van de haven (westoever en achterin) is te ondiep. De diepte is hier in de huidige situatie hooguit gelijk aan de ontwerpdiepte van de haven (+6,7 m NAP; oplopend richting de westoever) waardoor volgens de richtlijnen alleen schepen met een diepgang van T=2,2 mof kleiner toegestaan kunnen worden. In de praktijk kan de diepgang groter zijn, met als gevolg dat een schip niet vlot afmeren en geen efficiënt gebruik kan maken van de boegschroef en de belastingen op de bodem groter worden

-

havenmond: voldoet voor schepen tot 95 m lengte (en met afgemeerd schip in de havenmond tot 85 m), maar niet voor M7 en M8. Als er direct voor de damwand voldoende waterdiepte is kunnen deze langere schepen wel ‘steken’ om de haven in- of uit te varen. De nieuwe damwand in de havenmond suggereert voldoende waterdiepte om te zwaaien terwijl het in werkelijkheid ondiep is. Dit betreft een onduidelijk en daardoor gevaarlijk situatie. Deze ondieptes in de havenmond dienen te worden verwijderd om een duidelijke situatie te creëren en de manoeuvreerruimte in de havenmond te

Evaluatie

maximeren langs het oostoever is een ligplaats. Tijdens het zwaaien van schepen klasse M7-M8 dient de ligplaats in de havenmond vrij te zijn Afbeelding 5.3 1e insteekhaven met M2 schip in de havenmond

Huidig gebruik Betoncentrale gebruikt zowel hun eigen M8 schepen als ook gehuurde M6 schepen. Voor de M8 schepen gelden dus beperkingen bij de in- en uitvaart ForFarmers gebruikt alleen schepen M6 of kleiner. Deze schepen hebben voldoende ruimte zowel aan de kade (wachtend) als ook aan het remmingwerk (overslag). Ook de in- en uitvaart is geen probleem beperkingen door schepen gemeerd bij de Betoncentrale worden niet ervaren Toekomstig gebruik in de toekomst wil de Betoncentrale groeien naar ongeveer een vol afgeladen M8 schip per week ForFarmers heeft ambities om te groeien in de opslagcapaciteit, maar niet per se om dan ook grotere schepen te gaan ontvangen. Hiermee is het toekomstig gebruik qua scheepsafmetingen vergelijkbaar met

43 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

het huidig gebruik, de frequentie van scheepsbezoeken zal naar verwachting van de gebruikers wel toenemen Aanbevelingen -

om volledig aan de diepte eis uit de RVW 2020 te voldoen moet het gehele gebied in de haven en de rode zwaaikom op diepte NAP +6,1 m gebracht worden

-

om de haven min of meer acceptabel te maken (=veilig, maar niet vlot) moet het gehele gebied in de rode zwaaikom wat binnen de huidige oevers valt op diepte NAP +6,1 m worden gebracht. Langs de oeverstrook mag dit nautisch gezien oplopen tot maximaal NAP +7,1 m direct voor de damwand van de havenmond, maar dan moet de bodem wel extra beschermd worden tegen erosie ten gevolge van intensief gebruik boegschroef en hekschroef tijdens het zwaaien. De diepte van de haven ter hoogte van de ligplaatsen van de Betoncentrale en ForFarmers moet dan (zolang de overkant niet gebruikt wordt) over een strook van 3 x B (d.w.z. over ongeveer 35 m) op diepte gehouden worden

-

de ondieptes in de havenmonding moeten worden gemarkeerd. De (nieuwe) damwand suggereert voldoende waterdiepte voor de damwand die niet aanwezig is wat resulteert in gevaarlijk situaties waarbij een schip dat probeert de zwaaien zijn roeren kan beschadigen/verliezen

-

bij het zwaaien in de havenmond van schepen klasse M7-M8 mag de ligplaats in de havenmond niet bezet te zijn. Een schip gemeerd liggend bij de Betoncentrale mag dan ook niet in de havenmond steken

44 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

2e insteekhaven 2e insteekhaven

Haven overzicht

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; +6,1 m NAP benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

Toets

Ontwerpschip (met T=2,8 m)

lengte haven [m]

breedte haven op waterlijn [m]

diepte haven [m]

M6

M7

M8

west: 215 oost: 210 50

2 breed, 2-zijdig, tweerichtingsverkeer 1 breed, 2-zijdig, enkelstrooks

huidig: 2 – 4 ontwerp: 3,2 (havenbodem)

lengte kades / ligplaatsen [m]

Van den Bosch Beton (object 2.4): 215 bocht west bocht oost zwaaikom: 103 m op kielvlak geladen schip

havenmond

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; NAP +6,1 m benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

45 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Evaluatie

Geschiktheid scheepsklassen

M6

M7

M8

volgens de Richtlijnen Vaarwegen is de haven niet geschikt om M7-M8 schepen te ontvangen en alleen met extra diepgangsbeperking geschikt voor M6 schepen. Hierbij kunnen wel een aantal kanttekeningen gemaakt worden: -

lengte: de lengte is voldoende voor M6-M8

-

diepte: de ontwerpdiepte is onvoldoende voor schepen met T=2,8 m. Ook de actuele diepte is in (bijna) de volledige haven onvoldoende. Voor de overslaglocatie van Van den Bosch Beton is de diepte op enkele meters afstand van de oever ongeveer de ontwerpdiepte van de haven (+6,7 m NAP) waardoor volgens de Richtlijnen alleen schepen met een diepgang van T=2,2 m toegestaan kunnen worden. In de praktijk kan de diepgang ook iets groter zijn, met als gevolg dat een schip niet vlot kan afmeren en geen efficiënt gebruik kan maken van de boegschroef en de belastingen op de bodem groter worden. Echter zijn er geen adequate ligplaatsvoorzieningen aanwezig bij Van den Bosch Beton. Hierdoor gebruiken schepen bij Van den Bosch Beton vermoedelijk hun voortstuwing en/of boegschroeven om, bijvoorbeeld tijdens laden en lossen, op enige afstand tot de oever (waar wel voldoende diepte is) in positie te blijven, zie ook onderstaand figuur. Dit is volgens Havenbeheerverordening [ref. 18] niet toegestaan en heeft als gevolg dat er: ·

ontgrondingen plaatsvinden welke ook in de peilingen terug te zien zijn (diepere gedeeltes +/- ter hoogte van voor en achterschip van een gemeerd schip bij van den Bosch)

·

tijdens overslag veel van het product gemorst wordt waardoor de haven tussen schip en wal ondieper wordt. Ook dit is in de peilingen terug te zien Afbeelding 5.4 2e insteekhaven met M4 schip bij Van den Bosch Beton

-

havenmond: voldoet voor schepen tot 85 m lengte (M6), maar niet voor M7 en M8. Als de havenmond op diepte wordt gebracht kunnen deze langere schepen wel ‘steken’ om de haven in- of uit te varen (dit is wel de krapste havenmond van alle 4 insteekhavens, dus het manoeuvre zal hier het langste duren / de meeste moeite kosten). De nieuwe damwand in de havenmond suggereert voldoende waterdiepte om te zwaaien terwijl het in werkelijkheid ondiep is. Dit betreft een onduidelijk en daardoor gevaarlijk situatie. Deze ondieptes in de havenmond dienen te worden verwijderd om een duidelijke situatie te creëren en de manoeuvreerruimte in de havenmond te maximeren

Huidig gebruik de haven wordt op dit moment door Van den Bosch gebruikt echter zijn de scheepsmaten onbekend. Op luchtfoto’s zijn alleen M6 schepen of kleiner te zien. Op MarineTraffic zijn ook M7 schepen te zien. Of dit ook betekent dat er geen grotere schepen komen is onbekend. Om deze redenen wordt ook voor het huidig gebruik de evaluatie op rood gezet Toekomstig gebruik

onbekend

het toekomstige gebruik van de haven is niet bekend Aanbevelingen -

om volledig aan de diepte eis uit de RVW 2020 te voldoen moet het gehele gebied in de haven en de rode zwaaikom op diepte NAP +6,1 m gebracht worden

-

om de haven min of meer acceptabel te maken (=veilig, maar niet vlot) moet het gehele gebied in de rode zwaaikom wat binnen de huidige oevers valt op diepte NAP +6,1 m worden gebracht. Langs de oeverstrook mag dit nautisch gezien

46 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

oplopen tot maximaal NAP +7,1 m direct voor de damwand van de havenmond, maar dan moet de bodem wel extra beschermd worden tegen erosie ten gevolge van intensief gebruik boegschroef en hekschroef tijdens het zwaaien. De diepte van de haven moet dan afgestemd worden op het daadwerkelijke gebruik (verwachte maximale diepgang, eventuele bouw van nieuwe ligplaatsvoorzieningen) -

de ondieptes in de havenmonding moeten worden gemarkeerd. De (nieuwe) damwand suggereert voldoende waterdiepte voor de damwand die niet aanwezig is wat resulteert in gevaarlijk situaties waarbij een schip dat probeert de zwaaien zijn roeren kan beschadigen/verliezen

-

de ligplaats bij Van den Bosch Beton moet voorzien worden van afmeervoorzieningen (meerpalen of remmingwerk) zodat schepen tijdens overslaan van de producten zich niet meer gaande moeten houden maar veilig afgemeerd zijn

47 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

3e insteekhaven 3e insteekhaven

Haven overzicht

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; NAP +6,1 m benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

Toets

Ontwerpschip (met T=2,8 m)

lengte haven [m]

M6

M7

M8

west: 120 oost: 190

breedte haven op waterlijn [m]

diepte haven [m]

50 en 43 (t.h.v.

2 breed, 2-zijdig, tweerichtingsverkeer

‘uitbouw GTG)

1 breed, 2-zijdig, enkelstrooks

huidig: 2 – 5 ontwerp: 3,2 (havenbodem)

lengte kades / ligplaatsen [m]

GTG Oost (object 3.3 en 3.4): 105 bocht west bocht oost zwaaikom: 115 m op kielvlak geladen schip

havenmond

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; NAP +6,1 m benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

48 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Geschiktheid scheepsklassen

M6

M7

M8

volgens de Richtlijnen Vaarwegen is de haven niet geschikt om M7-M8 schepen te ontvangen en alleen met extra diepgangsbeperking geschikt voor M6 schepen. Hierbij kunnen wel een aantal kanttekeningen gemaakt worden: -

lengte: de totale lengte van de enige ligplaats in de haven (GTG Oost) is in principe net voldoende voor M8. Achter in de haven liggen echter permanent vaartuigen/woonboten afgemeerd, waardoor niet de volledige lengte van de kade beschikbaar is. Bij het daadwerkelijk ontvangen van M8 schepen wordt dan gebruik gemaakt van een deel van het zwaaigebied in de havenmond. Dat is een ongewenste situatie, omdat het zwaaigebied ook te allen tijde gebruikt moet kunnen worden om te zwaaien voor schepen die van of naar de haven Bedrijvenpark Twente varen. Tijdens laden/lossen met de vast opgestelde kraan worden schepen verhaald waardoor deze en nog grotere belemmering in de havenmond vormen Afbeelding 5.5 3e insteekhaven met M8 (links) en M6 (rechts) bij GTG Oost

Evaluatie -

diepte: de ontwerpdiepte is onvoldoende voor schepen met T=2,8 m. Ook de actuele diepte is in (bijna) de volledige haven onvoldoende. Voor de ligplaats van GTG Oost (object 3.3; op enkele meters uit de oeverlijn) is de diepte op ongeveer de ontwerpdiepte van de haven (NAP +6,7 m) waardoor volgens de Richtlijnen alleen schepen met een diepgang van T=2,2 m toegestaan kunnen worden. Bij een bodemhoogte van NAP +6,7 m kan een schip met grotere diepgang daarom niet vlot afmeren en geen efficiënt gebruik maken van boegschroef. Indien een geladen M8 schip voor de kade afmeert raakt het bijna de bodem. Ook in de havenmond langs de oevers zijn ondieptes welke verwijderd moeten worden om de manoeuvreerruimte in de havenmond te maximeren

-

havenmond: voldoet voor schepen tot 96 m lengte, maar is niet vlot en veilig voor M7 en M8 schepen te gebruiken. Deze langere schepen kunnen wel ‘steken’ om de haven in- of uit te varen (zie beschrijving bij Haven Bedrijvenpark Twente) en hebben dat in het verleden ook gedaan

Huidig gebruik de haven wordt momenteel niet gebruikt waardoor de haven uiteraard voldoet aan de (niet-)gebruikseisen. Echter is de haven in het verleden incidenteel ook door M8 schepen gebruikt wat door de onvoldoende diepte en lengte/afstand met de woonboten en afmeren in de zwaaicirkel als een groot nautisch risico gezien wordt Toekomstig gebruik voor de toekomst voorziet GTG Oost gebruik van het terrein ten behoeve van de overslag en opslag van grondstoffen voor een biogas fabriek gebruik makend van klasse M8 schepen (2-3 per week). Hiervoor zijn er ideeën om een nieuwe kade te realiseren op de perceelsgrens bij GTG welke zich rond 9 m uit de oever bevindt. In dat geval wordt de havenbreedte (op de waterlijn) gereduceerd tot rond 41 m waardoor niet meer aan de breedte eis uit de RVW voor 1 breed, 2-zijdig, enkelstrooks voor M8 schepen voldaan wordt om de haven geschikt te maken moet de haven dieper uitgebaggerd worden (rekening houdend met de constructieve veiligheid van de bestaande constructies) en idealiter wordt de kademuur op een maximale

49 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

afstand van 45,6 m uit de tegenoverliggende oever gepland zodat er voldoende ruimte blijft voor toekomstige ontwikkelingen met M8 schepen aan het oostoever en kraan op een kraanbaan die zich langs het schip kan verplaatsen is in deze nieuwe situatie aan te bevelen zodat het schip vast op de korte ligplaats kan blijven liggen (verhalen overbodig) de aanwezigheid van de woonboten resulteert in onveilige situaties: 1

gevaar voor de woonboten om te worden aangevaren door een afmerend schip (dat maximaal gebruik wil maken van de beschikbare lengte)

2

door de woonboten steken de gemeerde klasse M8 schepen uit in de havenmond en vormen een gevaar voor de schepen die hier willen zwaaien

Aanbevelingen -

om volledig aan de diepte eis uit de RVW 2020 te voldoen moet het gehele gebied in de haven en de rode zwaaikom op diepte NAP +6,1 m gebracht worden

-

om de haven min of meer acceptabel te maken (=veilig, maar niet vlot) moet het gehele gebied in de rode zwaaikom wat binnen de huidige oevers valt op diepte NAP +6,1 m worden gebracht. Langs de oeverstrook mag dit nautisch gezien oplopen tot maximaal NAP +7,1 m direct voor de damwand van de havenmond, maar dan moet de bodem wel extra beschermd worden tegen erosie ten gevolge van intensief gebruik boegschroef en hekschroef tijdens het zwaaien. De diepte van de haven moet bij een toekomstige (her)ingebruikname afgestemd worden op het daadwerkelijke gebruik (verwachte maximale diepgang, eventuele bouw van een nieuwe kademuur met een kraan op een kraanbaan etc.)

-

de ondieptes in de havenmonding moeten worden gemarkeerd. De (nieuwe) damwand suggereert voldoende waterdiepte voor de damwand die niet aanwezig is wat resulteert in gevaarlijk situaties waarbij een schip dat probeert de zwaaien zijn roeren kan beschadigen/verliezen

-

om met klasse M7-M8 in de haven te kunnen afmeren is het noodzakelijk dat de woonboten achter in de haven verplaatst worden zodat er voldoende kadelengte beschikbaar komt. Daarnaast wordt het manoeuvreren van grote schepen in de nabijheid van woonboten uit oogpunt van veiligheid sterk afgeraden. Verplaatsing van de woonboten naar elders is dan ook voorwaarde voor een toekomstige (her)ingebruikname van de kade en gebruik door M8 schepen. Alternatief kan worden overwogen de woonboten binnen de haven te verplaatsen (bijvoorbeeld naar de oostoever) waarbij er uit oogpunt van veiligheid een aanvaringsbeveiliging om de woonboten geplaatst zal moeten worden

50 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Haven Bedrijvenpark Twente Haven

Haven Bedrijvenpark Twente

overzicht

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; NAP +6,1 m benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

Toets

Ontwerpschip (met T=2,8 m)

lengte haven [m]

breedte haven op waterlijn [m]

diepte haven [m]

M6

M7

M8

west: 305 oost: 275 54 (achterin breder)

2 breed, 2-zijdig, tweerichtingsverkeer 1 breed, 2-zijdig, enkelstrooks

huidig: 4 – 6 ontwerp; 2,9 (t.h.v. damwand) – 5,9 (havenbodem) Van Merksteijn West (object 4.2 en 4.3): 210 Van Merksteijn Noord (object 4.4): 90

lengte kades / ligplaatsen [m]

Van Merksteijn Oost (recht; object 4.5): 25 Van Merksteijn Oost (schuin; object 4.6): 70 Van Merksteijn Oost (recht; object 4.6): 190 bocht west bocht oost zwaaikom: 115 m op kielvlak geladen schip

havenmond

bodemdieptes in m NAP [ref. 6]; NAP +6,1 m benodigd voor een schip met 2,8 m diepgang; ondieptes in GROEN

51 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Geschiktheid scheepsklassen

Evaluatie

M6

M7

M8

volgens de Richtlijnen Vaarwegen is de haven niet geschikt om M7-M8 schepen te ontvangen maar wel geschikt voor M6 schepen. Hierbij kunnen wel een aantal kanttekeningen gemaakt worden: -

lengte: alleen de drie kortere kades zijn niet geschikt voor M6-M8

-

diepte: de ontwerpdiepte is onvoldoende voor schepen met T=2,8 m. In de huidige situatie zijn er enkele kleine ondieptes langs de kades en achter in de haven. De kielspeling is dan onvoldoende om vlot en gebruikmakend van de boegschroef te kunnen afmeren, maar net voldoende om het schip langzaam te kunnen afmeren. Ook in de havenmond zijn langs de oever enkele ondieptes welke verwijderd moeten worden om de manoeuvreerruimte in de havenmond te maximeren. De rest van de haven is in de huidige situatie voldoende diep. Dit betekent echter niet dat de kade en bodem voor boegschroefgebruik bij deze aflaaddiepte ontworpen zijn (zie ook hoofdstuk 4)

-

havenmond: voldoet voor schepen tot 96 m lengte, de ruimte is te beperkt om klasse M7 en M8 schepen hier vlot te kunnen keren. Deze langere schepen kunnen wel veilig een haven in ‘steken’ en met bovenmatig veel gebruik van roer en boegschroef binnen de beperkt ruimte zwaaien. Daarbij wordt het schip dwars door het water geduwd en blijft het gestoken uiteinde op de plek. Dit steken betreft een manoeuvre die lang duurt en gedurende die tijd de doorgaande vaart in het kanaal blokkeert (zie voorbeeld schets beneden)

Huidig gebruik de haven wordt al door M8 schepen met 2,8 m diepgang gebruikt. Schepen varen de haven zowel voor- als achteruit in wat betekent dat zwaaien in de havenmond ook met maximale diepgang plaatsvindt. Door de (te) krappe zwaaikom wordt tijdens zwaaien vermoedelijk veel ‘gestoken’ en veel gebruik gemaakt van de boegschroef en roer dicht bij de oever waardoor er voortschrijdende erosie plaats kan vinden (de grootste dieptes/kuilen worden dan ook in de havenmond gevonden). De recent opgewaardeerde oostelijke punt van de havenmond is derhalve voorzien van een bodembescherming. Dat de manoeuvres langer duren hoeft gezien de lage frequentie van enkele schepen per dag (waarvan 1-2 bij Van Merksteijn komen) geen groot probleem te zijn Toekomstig gebruik de toekomstige situatie is volgens Van Merksteijn gelijk aan de huidige situatie waardoor bovenstaande evaluatie van toepassing is Aanbevelingen -

om volledig aan de diepte eis uit de RVW 2020 te voldoen moet het gehele gebied in de haven en in de rode zwaaikom op diepte NAP +6,1 m gebracht worden

-

om de haven min of meer acceptabel te maken (=veilig, maar niet vlot), moet het gehele gebied in de rode zwaaikom wat binnen de huidige oevers valt op diepte NAP +6,1 m gebracht worden. Alleen langs de oever kan eventueel een strook geleidelijk oplopen tot maximaal NAP +7,1 m direct voor de damwand van de havenmond (dit heeft wel consequenties voor de zwaarte van de bodembescherming in het manoeuvreergebied)

52 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

5.1.3

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies Op basis van de uitgevoerde nautische beschouwing worden conclusies getrokken over de geschiktheid van de havens voor de getoetste scheepsklassen IV en Va (M6 t/m M8). De conclusies worden onderstaand beschreven en bovendien als voorbeeld voor klasse Va (M8) samengevat weergegeven in afbeelding 5.6.

Afbeelding 5.6 RVW-toets insteekhavens m.b.t. geschiktheid voor klasse Va / M8 met diepgang T = 2,8 m

Betekenis kleur van een object Voldoet aan RVW 2020

Betekenis van een object Omranding: lengte en breedte haven Vulling: huidige diepte haven1

Voldoet (deels) niet aan RVW 2020, echter wel onder voorwaarden veilig toelaatbaar

Lengte ligplaats

Voldoet niet aan RVW 2020

Zwaaikom Bocht

Lengte van de havens en ligplaatsen/kades - alle 4 insteekhavens voldoen qua lengte aan eisen voor klasse M6 t/m M8; - voor de lengte van de (huidige) kades/ligplaatsen zijn twee locaties die niet voldoen: · 1e insteekhaven, ligplaats Betoncentrale: de kade is net te kort, echter kan door gebruik te maken van het vrije stuk oeverlijn tussen Betoncentrale en ForFarmers wel een klasse M7/M8 afgemeerd worden. Een ongewenst oplossing is dat het schip een deel van de zwaaikom gebruikt om af te meren, want dan wordt deze deels geblokkeerd. In elk geval zijn goede afspraken tussen Betoncentrale en de overige gebruikers nodig. In de huidige situatie vindt er informele afstemming plaats en de benodigde afstemming wordt zowel door de Betoncentrale als door ForFarmers niet als een probleem gezien; · 3e insteekhaven, ligplaats GTG Oost: deze ligplaats voldoet niet voor klasse M7/M8. Hoewel de ligplaats op zich voldoende lengte heeft, kan deze vanwege de woonboten achter in de haven niet volledig worden benut. Hierdoor blijft een klasse M7/8 schip deels afgemeerd in de havenmond en zwaaikom. Dit afmeren in de zwaaikom is een ongewenste situatie omdat de havenmond ook gebruikt wordt voor schepen die voor de Haven Bedrijvenpark Twente willen zwaaien. Ook moeten

1

De huidige diepte is deels groter dan de ontwerpdiepte, waardoor enkele (delen van) havens wellicht groen kleuren, maar waar de achterliggende constructies het risico lopen deze overdiepte niet aan te kunnen.

53 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

tijdens laden/lossen met de vast opgestelde kraan de schepen verhaald worden waardoor deze alsnog een belemmering in de havenmond kunnen vormen. Breedte van de havens - alle 4 insteekhavens voldoen qua breedte (op de waterlijn) aan eisen voor klasse M6 t/m M8; - dit betreft een situatie waar maximaal 1-breed aan beide zijden van de haven afgemeerd wordt en in het midden een enkelstrooksprofiel verondersteld wordt. Deze bezetting is een redelijke aanname gebaseerd op het huidige en verwachte gebruik van de havens; - de ‘uitbouw’ bij GTG Oost vermindert de beschikbare breedte om rond 7 m waardoor de resterende breedte net niet genoeg is om met M8 schepen aan beide zijden van de haven te kunnen afmeren. Diepte van de havens - geen enkele insteekhaven heeft een ontwerpdiepte die voldoet aan de eisen om met een schip (ongeacht de klasse) met T=2,8 m diepgang te kunnen komen; - slechts 2 van de 4 insteekhavens voldoen qua huidige diepte (gebaseerd op peiling 2023) deels aan de eisen voor schepen met T=2,8 m diepgang (ongeacht de klasse): · 1e insteekhaven: alleen een strook van rond 30 m breedte aan de oostzijde (voor de ligplaatsen van de Betoncentrale en ForFarmers) voldoet aan de eisen; · haven Bedrijvenpark Twente: met uitzondering van enkele kleine ondieptes voldoet de hele haven aan de eisen.

Dit hoeft niet te betekenen dat de constructies ook op deze dieptes ontworpen zijn, zie ook hoofdstuk 4; · dit betekent echter niet dat de kades en bodem voor boegschroefgebruik bij deze aflaaddiepte ontworpen zijn (zie ook hoofdstuk 4); - bij de overige ligplaatsen in de 2e (Van den Bosch Beton) en 3e insteekhaven (GTG Oost) lijkt de havenbodem nog ongeveer op de oorspronkelijke ontwerpdiepte van NAP +6,7 m te liggen. Dit betekent dat volgens RVW 2020 alleen schepen met een diepgang van 2,2 m mogen afmeren. Schepen met grotere diepgang kunnen niet vlot afmeren en door boegschroefgebruik kan voortschrijdende erosie plaatsvinden. Havenmond, in- en uitvaart - alle insteekhavens voldoen qua havenmond (diameter zwaaikom of bocht) alleen aan de eisen voor klasse M6; - geen enkel insteekhaven voldoet aan de eisen om met een klasse M7/M8 schip vlot en veilig gebruik te kunnen maken van de havens en te kunnen zwaaien; - om tenminste veilige gebruik te kunnen maken van de havens moet de havenmond op diepte worden gebracht en het talud voor de damwand worden verwijderd. In alle 4 insteekhavens kunnen dan onder voorwaarden wel klasse M8 schepen in- en uitvaren en in de havenmond zwaaien. Door de beperkte ruimte in de havenmond vereist dit ‘steken’, langzaam manoeuvreren en veel gebruik van de boegschroef.

Door ‘steken’ wordt bij het zwaaien de doorgaande vaart in het kanaal relatief lang geblokkeerd. Daarnaast resulteert dit gebruik van de boegschroef in een extra belasting op de bodem. Wel geldt dat bij de 2e insteekhaven de manoeuvreerruimte circa 10 m minder is dan bij de overige 3 insteekhavens. Daardoor duurt het manoeuvre in de 2e insteekhaven langer. Huidig en toekomstig gebruik: - het huidig gebruik wijkt in een aantal havens af van wat volgens de richtlijnen toegestaan zou mogen worden. In de meeste gevallen betreft dit: · onvoldoende diepte van de haven met als gevolg een hogere belasting op de bodem door schroefstralen en mogelijk zelfs vastlopen van dieper stekende schepen; · onvoldoende ruimte in de havenmond/zwaaikom waardoor manoeuvres langer duren (=> blokkade van de Twentekanalen) en de boegschroef intensiever gebruik wordt (extra belasting op bodem en oevers); - het (verwachte) toekomstig gebruik verschilt weinig van het huidig gebruik. Meestal betreft het een verwachte verhoging van de overslagcapaciteit, echter niet gepaard gaand met een grotere scheepsklasse, maar met een grotere hoeveelheid schepen van dezelfde afmetingen en/of grotere diepgangen (t/m 2,8 m).

54 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Aanbevelingen Op basis van de uitgevoerde nautische beschouwing worden onderstaande aanbevelingen voor alle havens gegeven: 1 om volledig aan de diepte eis uit de RVW 2020 te voldoen moet per haven het gehele gebied in de rode zwaaikom en de haven op diepte NAP +6,1 m gebracht worden; 2 om de havens min of meer acceptabel te maken (=veilig, maar niet vlot), moet tenminste het gehele gebied in de rode zwaaikom wat binnen de huidige oevers valt op diepte NAP +6,1 m gebracht worden (met eventueel langs de oever een strook waarbij de oever oploopt tot maximaal NAP +7,1 m direct voor de damwand van de havenmond (dit heeft wel consequenties voor de zwaarte van de bodembescherming in het manoeuvreergebied); 3 In beide gevallen moeten de achterliggende constructies op de nieuwe diepte getoetst en in dien nodig aangepast worden.

Specifiek voor enkele havens worden aanvullende aanbevelingen gegeven: 4 1e insteekhaven: bij het zwaaien in de havenmond van schepen klasse M7-M8 dient: · de ligplaats van de Betoncentrale in het schuine gedeelte van de havenmond niet bezet te zijn; · een schip gemeerd liggend bij de Betoncentrale niet in de havenmond/zwaaigebied te steken; 5 2e insteekhaven: de ligplaats bij Van den Bosch Beton moet voorzien worden van afmeervoorzieningen (meerpalen of remmingwerk) op enige afstand van de oever zodat schepen veilig afgemeerd kunnen worden in het diepe gedeelte van de haven; in de huidige situatie is de maximaal toegestane diepgang dan volgens RVW 2020 T=2,2 m. Tijdens overslaan van de producten hoeven schepen zich dan niet meer gaande houden gebruik makend van voortstuwers, boeg- en/of hekschroeven.

Dit is volgens de vigerende Havenbeheerverordening §2.7 (gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven), lid 1c verboden: het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te gebruiken als het schip ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren; 6 3e insteekhaven: bij (her)ingebruikname van de haven wordt aanbevolen om: · de benodigde diepte af te stemmen op het daadwerkelijke gebruik van de haven (verwachte maximale diepgang, eventuele bouw van een nieuwe kademuur met kraan op een kraanbaan etc.). Om de haven toekomstvast te maken, betekent dit een verdieping voor diepgangen van T=2,8 m (d.w.z. een bodemdiepte van NAP +6,1 m). In de huidige situatie is de maximaal toelaatbare diepgang volgens RVW 2020 T=2,2 m; · de woonboten te verplaatsen (eventueel naar het oostoever in combinatie met een aanvaarbeveiliging). Overige aanbevelingen: 7 in de huidige situatie is er vrijwel geen bebording aanwezig over wat er wel en niet toegestaan is in de insteekhavens.

Daarom wordt aanbevolen een verkeersbesluit en bijbehorend bordenplan op te stellen met een inventarisatie van de bestaande bebording aangevuld met aanbevelingen voor nieuw te plaatsen borden al dan niet volgend uit de conclusies van deze studie (bijvoorbeeld het niet toestaan van M7/M8 in de 2e insteekhaven); 8 de ondieptes in de havenmonding te markeren (verkeersteken C.5: Het vaarwater bevindt zich op 6 m uit de oever) en een zwaaiverbod voor schepen langer dan 80 m (verkeersteken A.8: verboden te keren, met onderbord ‘L > 80’). De (nieuwe) damwand suggereert voldoende waterdiepte voor de damwand, maar uit niets blijkt momenteel dat er voor de (vernieuwde) damwand een talud/ondiepte ligt. Dat resulteert in gevaarlijk situaties waarbij een schip dat in het krap bemeten zwaaigebied probeert de zwaaien zijn schroef en/of roeren kan beschadigen en/of verliezen. Daarbij kan op voorhand niet worden uitgesloten dat de schipper de havenbeheerder (met succes) aansprakelijk kan stellen voor eventuele schade aan schroef of roeren.

55 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

5.2

Ontwikkelingen schepen

Schaalvergroting De West-Europese vloot van binnenvaartschepen omvat ongeveer tienduizend schepen, waarvan ongeveer de helft onder Nederlandse vlag vaart. Al jaren is er sprake van schaalvergroting in de binnenvaart: oude, vaak wat kleinere schepen worden vervangen door nieuwe grote schepen. Daarbij neemt het totaal aantal schepen af maar de totale capaciteit aan laadvermogen juist toe. De nieuwgebouwde schepen zijn in het algemeen van de klasse M8/Va of groter. De schepen die uit de actieve vloot verdwijnen zijn klasse III en kleiner en grotere schepen die technisch en economisch verouderd zijn. Het verdwijnen van kleine schepen wordt (onbedoeld) gestimuleerd door de hogere technische eisen die in de nieuwe regelgeving aan de actieve vloot gesteld worden. Daar kunnen nog eisen bijkomen ten aanzien van de energiedragers die in de toekomst voor de voortstuwing gebruikt mogen worden. Voor een deel van de kleinere schepen zijn de investeringen om aan de nieuwe regelgeving en eisen te voldoen te groot en economisch niet meer rendabel en dat zorgt ervoor dat deze schepen uit de actieve vloot verdwijnen. Bij Klasse III schepen is die tendens al jaren geleden ingezet. Klasse M6/IV schepen zijn tot rond de eeuwwisseling gebouwd. Er zijn dan ook nog relatief veel jonge klasse-IV schepen en het aantal beschikbare klasse IV schepen blijft dan ook nog stabiel.

De Klasse-IV schepen mogen worden gevaren door twee bemanningsleden. Dit maakt ze uitermate geschikt om te worden geëxploiteerd als ‘gezinsbedrijf’, dat wil zeggen zonder (ingehuurd) personeel. Economische gezien kunnen de klasse IV schepen zich daardoor goed handhaven. Ook neemt de vraag van de markt naar klasse-IV schepen , mede door het verdwijnen van kleiner klasse III schepen toe. Bovenstaande ontwikkelingen resulteren erin dat er voor de vaart op Almelo in de toekomst steeds minder kleine schepen beschikbaar zijn. Hoewel er nauwelijks nieuwe Klasse IV schepen worden gebouwd, mag wel worden verwacht dat de actieve Klasse IV schepen nog meerdere decennia in de vaart blijven, en zeker ook op Almelo blijven varen. Daarentegen zullen schepen van Klasse III en kleiner meer en meer verdwijnen. Uitrusting De uitrusting van de schepen is aan verandering onderhevig. Bij de aanleg van het Twenthekanaal in de jaren dertig bestond een groot deel van de vloot uit sleepschepen die met een sleepboot door het kanaal werden getrokken. Schepen waren wel voorzien van een koproer, maar een boegschroef was nog een onbekend verschijnsel in de binnenvaart. De sleepschepen van weleer zijn vrijwel allemaal gemotoriseerd of gesloopt. De laatste sleepschepen worden nog gebruikt voor vletwerk en drijvende opslag van met name veevoer.

In de haven is daarbij een sleepboot beschikbaar voor het verhalen van de sleepschepen. De motorschepen zijn, te beginnen bij de grootste, in de loop der jaren vrijwel allemaal voorzien van een boegschroef. Het gebruik van de boegschroef heeft consequenties voor de bodem van de haven: de schroefstraal van de boegschroef kan de bodem eroderen en, bij veelvuldig gebruik, grote hoeveelheden bodemmateriaal verplaatsen. Dit kan constructies ondermijnen, maar ook resulteren in onverwachte ondieptes op plekken waar het sediment weer neerslaat en zich ophoopt. De gevaren voor bodemerosie zijn afhankelijk van het type boegschroef. Zo is er een belangrijk verschil tussen een boegschroef met een buis/uitstroom door de zijde van het schip en een boegschroef met een roterend uitstroomrooster in het vlak onder in het schip. Bij de tunnelbuis wordt het water aangezogen en aan een zijde van het schip weer weggespoten. Bij deze tunnelbuis blijft de straal boven het kielvlak van het schip en dus relatief ver van de bodem van de haven, maar de straal kan wel deels afbuigen naar de bodem wanneer deze gericht is op een verticale wand. Nadeel van de tunnelbuis is de grote openingen aan de zijkant van het schip; bij normale vaart geeft dat stromingsweerstand (en extra brandstof verbruik).

56 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Om die stromingsweerstand te verminderen is er over gegaan op boegschroeven met een (roterend) rooster. Het rooster in de opening beperkt de stromingsweerstand. Bij gebruik van de boegschroef bepaald de richting van het rooster de richting van de stuwkracht. Het rooster draait echter in het vlak van het schip, en de straal van de boegschroef komt dan ook onder het kielvlak van het schip dicht bij de havenbodem uit. Deze tendens in de ontwikkeling van de boegschroeven betekent een toename van de bodemerosie bij (veelvuldig) gebruik van boegschroeven. Er is dan ook een toenemende noodzaak om die gebieden in kanalen en havens en zwaaikommen waar veel gemanoeuvreerd wordt te voorzien van een bodembescherming. Dat laatste is zeker het geval bij de insteekhavens in Almelo waar het zwaaien van de klasse Va schepen extra manoeuvreerbewegingen vraag omdat het alleen mogelijk is door middel van voor- en achteruitsteken.

57 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1

Algemeen

Er zijn diverse juridische aspecten van toepassing met betrekking tot de Almelose insteekhavens. Het gaat daarbij zowel om publiekrecht als om privaatrecht. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de geldende juridische bepalingen, maar moet niet worden opgevat als juridisch advies.

6.2

Publiekrechtelijke besluiten

Publiekrecht is het rechtsgebied dat betrekking heeft op de verhoudingen tussen burgers en de overheid. Hieronder vallen besluiten van de overheid van algemene strekking die niet gericht zijn op een individu of een concreet geval, maar gevolgen heeft voor een groep gevallen. Relevante onderwerpen onder het publiekrecht zijn de havenbeheerverordening en de geldende bestemmingsplannen.

6.2.1

Ontheffingen

Hoewel de Twentekanalen voorheen officieel een klasse IV-vaarweg was, is het voor schepen met een ontheffing al langere tijd mogelijk om te varen met klasse Va/M8 schepen. De volgende verkeersbesluiten/ontheffingen zijn hiervoor relevant: - [ref. 2323] sinds 28 mei 2014 is het verkeersbesluit van kracht waardoor schepen met een maximale afmeting van 110 m × 11,50 m op de Twentekanalen worden toegelaten, onder beperkende voorwaarden (snelheidsbeperking); - [ref. 2424] sinds 30 augustus 2023 is de raamontheffing van kracht waardoor schepen met een maximale breedte van 11,50 m en met een maximale diepgang van 2,80 m worden toegelaten. Voor schepen met een breedte groter dan 9,75 en/of een diepgang groter dan 2,50 m is het verboden om te zwaaien bij de eerste en tweede insteekhaven in Almelo; - [ref. 2525] sinds 1 januari 2024 worden de Twentekanalen officieel aangemerkt als een klasse Va-vaarweg met een beperkte aflaaddiepte van 2,80 m. Er zijn geen specifieke beperkingen van schepen, niet zijnde pleziervaart, voor toegang tot de havens in Almelo, bijvoorbeeld vanuit de havenbeheerverordening. Dat betekent dat alle schepen die worden toegelaten op de Twentekanalen ook worden toegelaten in de havens van Almelo. Een uitgebreide beschrijving hierover staat in paragraaf 6.2.2.

6.2.2

Havenbeheerverordening

De havenbeheerverordening [ref. 18] is van toepassing op alle binnenvaarthavens binnen de Gemeente Almelo en bevat kaderstellende regels voor de scheepvaart wanneer deze de havens aandoen. Relevante bepalingen uit de havenbeerverordening worden hieronder beschreven.

58 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Artikel 2.1 Verkeerstekens Het is verboden te handelen in strijd met verkeerstekens of de daarbij behorende nadere aanduidingen. Afbeelding 6.1 geeft een overzicht van de scheepvaarttekens in de Almelose insteekhavens. Er is geen onderzoek gedaan of de verkeerstekens ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Relevante aanwezige verkeerstekens die regels stellen voor de scheepvaart zijn: - A.13 - verboden voor kleine schepen Bij de zuidelijke drie insteekhavens is aangegeven dat kleine schepen (met een lengte < 20 m, bijvoorbeeld recreatieschepen) niet zijn toegestaan. Opvallend is dat dit verkeersteken niet aanwezig is bij de haven Bedrijvenpark Twente; - E.7 - toestemming af te meren Bij de diverse ligplaatsen in de havens staat dat aangegeven met een verkeersteken; - A.7 - verboden af te meren & A.5 - verboden ligplaats te nemen.

Afbeelding 6.1 Overzicht scheepvaarttekens insteekhavens Almelo [ref. 8]

Artikel 2.2 Verbod nemen ligplaats Het is verboden zich met een schip te bevinden op een plaats die: - daartoe niet is bestemd; - is bestemd voor schepen van een andere categorie; - is bestemd voor ligplaatsvergunninghouders. Door de gemeente Almelo is verder geen toelichting opgenomen welke locaties in de haven voor welke schepen bestemd zijn. Ook is dit voor zover bekend niet met verkeerstekens (zie artikel 2.1) aangegeven en is er geen ligplaatsenoverzicht (zie artikel 2.4) beschikbaar. Kleine schepen (lengte < 20 m) zijn niet toegestaan in de zuidelijke drie insteekhavens. Zonder duidelijkheid welke schepen waar zijn toegestaan is handhaving van dit artikel niet mogelijk.

59 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Artikel 2.4 Ligplaatsenoverzicht Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, dat in elk geval bevat een kaart van de haven met daarop aangegeven: - de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te nemen; - indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen; - indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor ligplaatsvergunninghouders. Er is door de gemeente Almelo geen ligplaatsenoverzicht vastgesteld. Artikel 2.7 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven Het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te gebruiken als het schip: - aan de grond zit; - is afgemeerd, ten anker of op spudpalen ligt, of; - ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren. Zie aanbevelingen hoofdstuk 5.1. Artikel 2.18 Aanwijzen gebieden Het college kan gebieden aanwijzen waar schepen zich alleen mogen bevinden onder de door het college nader te bepalen voorwaarden. Er zijn voor zover bekend door de gemeente Almelo geen locaties aangewezen waar schepen zich alleen onder te bepalen voorwaarden mogen bevinden.

Artikel 3.8 Deugdelijk afmeren - het is verboden te laden of te lossen op een schip dat op ondeugdelijke wijze is afgemeerd; - het is verboden om de Safe Working Load van aan de wal geplaatste bolders te overschrijden. De Safe Working Load van bolders geldt bij een verticale troshoek van maximaal 45 graden. Zoals geconcludeerd in hoofdstuk 4 is de SWL van de bolders onbekend, maar zullen de bolders gezien de leeftijd vermoedelijk niet geschikt zijn voor scheepsklasse Va. Aanbevolen wordt de SWL van de bolders te bepalen en de bolder met de SWL te markeren of (indien de capaciteit onvoldoende is) de bolders te vervangen. Om de capaciteit van de bolders vast te stellen is nader onderzoek noodzakelijk.

6.2.3

Bestemmingsplannen

De bestemmingsplannen van de gebieden ‘Dollegoor - Slachthuiskade’ [ref. 21] en ‘Bedrijvenpark Twente / Wendelgoor’ [ref. 20] zijn ingezien. Hierin zijn verschillende regels opgenomen voor de bebouwingen op de percelen binnen het projectgebied. Specifiek Voor de haveninfrastructuur zijn geen specifieke bepalingen opgenomen die relevant zijn voor deze studie. In het bestemmingsplan ‘Dollegoor - Slachthuiskade’ [ref. 21] wordt gesproken over twee woonboten die planologisch ongewenst zijn. De woonboot aan de Slachthuis 7 lijkt inmiddels niet meer aanwezig te zijn. Voor de andere woonboot (in de derde insteekhaven) geldt een sterfhuisconstructie. Totdat deze woonboot weg is gehaald geldt dat zo veel mogelijk rekening dient te worden gehouden met de aanwezige woonboten.

60 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

6.3

Privaatrechtelijke overeenkomsten

Privaatrecht is het rechtsgebied dat betrekking heeft op de verhoudingen tussen individuen, bedrijven en andere private entiteiten. Hieronder vallen overeenkomsten tussen (minimaal) twee partijen. Dit kunnen ook overheden zijn. Relevante onderwerpen onder het privaatrecht zijn de diverse erfpachtovereenkomsten en de eigendomssituatie van de constructies. Definities: - erfpacht is een zakelijk recht dat een persoon de bevoegdheid geeft om een onroerende zaak die van iemand anders is te houden en te gebruiken; - erfpacht(st)er is de persoon aan wie het recht van erfpacht gegeven wordt.

6.3.1

Erfpacht percelen

Veel van de percelen op het grensvlak tussen land en water zijn eigendom van de gemeente Almelo, maar worden verpacht aan de gebruikers van de insteekhavens. Afbeelding 6.2 geeft een overzicht van de percelen waarvoor een erfpachtconstructie geldt. Waar sprake is van erfpacht van percelen van de gemeente Almelo, gaat het om tijdelijke erfpachtovereenkomsten met een duur van 75 jaar.

Afbeelding 6.2 Eigendomssituatie percelen langs Almelose insteekhavens (percelen die zijn belast met recht van erfpacht zijn in eigendom van de gemeente Almelo)

Een groot aantal eigendomsaktes van de percelen rondom de insteekhavens is ingezien, maar door de vele mutaties in de tijd is niet de gehele historie van alle percelen achterhaald. Van de betreffende percelen hebben we enkel de akte van verkrijging erfpacht ingezien, niet de daadwerkelijke akte van vestiging erfpacht. Een overzicht is in tabel 6.1 weergegeven.

61 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Tabel 6.1 Overzicht erfpacht percelen Perceelnr.

Nr. insteekhaven

Eigenaar

Pacht

A_5453

1

gemeente Almelo

Aan en Verkoopcooperatie Twente Achterhoek U.A.

14 juli 2039

A_5454

1

gemeente Almelo

Betoncentrale Twenthe BV

14 juli 2039

A_6432

1

gemeente Almelo

Betoncentrale Twenthe BV

08 maart 2034

A_6048

1

gemeente Almelo

Betoncentrale Twenthe BV

26 juni 2035

A_6523

1

gemeente Almelo

onbekend, vermoedelijk Betoncentrale Twenthe BV

onbekend, vermoedelijk 07 juni 2035

A_6524

1

gemeente Almelo

ForFarmers Nederland BV

onbekend, vermoedelijk 24 juni 2035

A_5196

1

gemeente Almelo

ForFarmers Nederland BV

onbekend, vermoedelijk 14 mei 2034

A_4741

1

gemeente Almelo

Coöperatieve Op- en Overslagvereniging Twenthega

10 juli 2027

A_6325

1

gemeente Almelo

Coöperatieve Op- en Overslagvereniging Twenthega

27 juni 2035

A_7436

1

gemeente Almelo

n.v.t.

n.v.t.

A_6918

1

gemeente Almelo

n.v.t.

n.v.t.

A_6919

1

gemeente Almelo

n.v.t.

n.v.t.

A_6666

1

gemeente Almelo

Malvern Panalytical B.V.

I_4353

2

gemeente Almelo

n.v.t.

I_4685

2

gemeente Almelo

Onyx (NL) Propco II B.V.

I_4755

2

B.V. Van Den Bosch

n.v.t.

I_4699

2

gemeente Almelo

B.V. Beheersmaatschappij V/H A. Van Den Bosch

16 mei 2042

I_2097

2

gemeente Almelo

B.V. Beheersmaatschappij V/H A. Van Den Bosch

23 november 2040

I_2004

3

gemeente Almelo

B.V. Beheersmaatschappij V/H A. Van Den Bosch

30 augustus 2039

I_2502

3

gemeente Almelo

Bv Beheersmaatschappij V/H A. Van Den Bosch

16 december 2045

I_2024

3

gemeente Almelo

Smeermiddelen Industrie De Oliebron B.V.

09 november 2039

I_4753

3

gemeente Almelo

n.v.t.

I_4751

3

gemeente Almelo

G.T.G. Oost Bv

14 december 2036

I_4752

3

gemeente Almelo

G.T.G. Oost Bv

14 december 2036

R_1657

4

Van Merksteijn Steel Holding B.V.

n.v.t.

n.v.t.

R_1632

4

Van Merksteijn Fences Real Estate B.V.

n.v.t.

n.v.t.

R_1769

4

Van Merksteijn Steel Holding B.V.

n.v.t.

n.v.t.

R_1635

4

onbekend

onbekend

R_1770

4

gemeente Almelo

n.v.t.

62 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Datum einde erfpacht

31 oktober 2030 n.v.t. 16 augustus 2041 n.v.t.

n.v.t.

onbekend n.v.t.

Perceelnr.

Nr. insteekhaven

Eigenaar

Pacht

Datum einde erfpacht

R_0124

4

onbekend

onbekend

onbekend

I_3038

4

onbekend

onbekend

onbekend

I_3035

4

onbekend

onbekend

onbekend

Alle percelen die door de gemeente Almelo in erfpacht zijn uitgegeven lijken te verwijzen naar de standaard erfpachtvoorwaarden [ref. 19]. Omdat van de betreffende percelen niet de akte van vestiging erfpacht is ingezien kan dit niet met zekerheid worden vastgesteld. In veel gevallen zijn deze integraal overgenomen in de akte van verkrijging erfpacht. Bij enkele hypotheekakten lijken de artikelen 6 tot en met 11 te ontbreken. Het is onduidelijk of deze hier niet van toepassing zijn of dat deze incompleet zijn overgenomen. Er zijn geen aanwijzingen dat er ook percelen zijn waar afwijkende voorwaarden voor gelden. Hieronder worden de relevante bepalingen uit de standaard erfpachtvoorwaarden doorgenomen.

6.3.2

Standaard erfpachtvoorwaarden

Het uitgangspunt voor het advies zijn de standaard erfpachtvoorwaarden, deze zijn integraal opgenomen in Bijlage II [ref. 19]. De volgende bepalingen in het document vragen de aandacht met betrekking tot de opwaardering. 2e Havendiepte Het talud wordt uitgegeven met een diepte daarlangs van NAP +7 m. De gemeente neemt op zich zoveel mogelijk te zullen zorgdragen, dat deze diepte te allen tijde aanwezig zij. Voor het geval deze diepte al daar evenwel niet aanwezig mocht zijn, neemt de gemeente daarvoor en voor dientengevolge geleden schade geen aansprakelijkheid op zich. De erfpachtster kan geen recht op nabaggering doen gelden zolang de diepte niet tot NAP +7.50 m is afgenomen. Opvallend hierbij is dat de insteekhavens met een bodemniveau van NAP +6,70 m lijken te zijn aangelegd. De havendiepte van NAP +7 m geldt vermoedelijk op de grens van de percelen, zie afbeelding 6.3.

Afbeelding 6.3 Typische doorsnede haventalud [ref. 9]

De wens om diepere schepen (2,80 m) in de insteekhavens toe te laten betekent dat de haven verdiept moet worden tot een bodemniveau van NAP +6,1 m (zie hoofdstuk 5). Dat betekent een verlenging van de haventaluds onder water. Aangezien de perceelsgrenzen niet wijzigen lijkt een aanpassing van de erfpachtvoorwaarden hiervoor niet noodzakelijk. 6e Overschrijding toegestane diepgang De erfpachtster zal niet gerechtigd zijn van de ligplaats langs het talud gebruik te maken met vaartuigen van een grotere diepgang dan 2.50 m. Schade ten gevolge van overschrijding diepgang De erfpachtster is gehouden tot vergoeding van alle schade, welke tijdens de gebruikmaking van de ligplaats

63 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

met een vaartuig van grotere diepgang dan volgens de aanvang van dit artikel is toegestaan - of nog gedurende drie maanden daarna - aan de eigendommen der gemeente wordt geconstateerd. Het zesde artikel verbiedt de erfpachtster om het haventalud te gebruiken met vaartuigen van een grotere diepgang dan 2,50 m. Opgemerkt wordt dat de Twentekanalen destijds een dieptebeperking hadden van 2,2 m. Om diepere schepen die inmiddels ook op de Twentekanalen zijn toegelaten in de insteekhavens toe te staan, dient dus de erfpachtovereenkomst te worden aangepast. Het is opvallend dat de kielspeling bij een diepgang van 2,5 m en een maximaal bodemniveau van NAP +7,5 m nihil is. Dit komt niet overeen met de ontwerpmethodieken, ook niet van destijds. 7e Gebruik talud Het talud wordt gebruikt ten behoeve van de exploitatie van het daarachter gelegen terrein. 8e Talud toestand De erfpachtster heeft het recht zelf een oevervoorziening, mits van een door Burgemeester en Wethouders goed te keuren constructie, aan te brengen en is bevoegd, mits daarvoor de nadere vergunning van dit College bekomende, over het talud heen steigers en andere getimmerten te bouwen. Het talud blijft, zolang en in zoverre het aanbrengen van een eigen oevervoorziening of het overbouwen niet heeft plaats gehad, in onderhoud bij de gemeente.

Wanneer ten gevolge van het gebruik van het talud schade mocht ontstaan aan een aan de gemeente toebehorende oeververdediging of aan de havenwerken, een en ander te beoordeling van Burgemeester en Wethouders, zal de erfpachtster de kosten van herstel van deze schade op de eerste vordering volgens de door het College te geven rekening hebben te voldoen. Het achtste artikel geeft de erfpachtster het recht om zelf een oevervoorziening aan te brengen. Met het realiseren van een ‘eigen oeverconstructie’ gaat de onderhoudsplicht over van de gemeente naar de erfpachtster. Voor het realiseren van een oevervoorziening heeft erfpachtster goedkeuring moeten krijgen van Burgemeester en Wethouders. 9e Afscheiding talud Onderhouds- en herstellingswerken De erfpachtster zal te alle tijden gedogen, dat van gemeentewege, werkzaamheden tot onderhouden en herstelling van het talud met eventueel aan de gemeente toebehorende oeververdediging worden uitgevoerd en de uitvoering hiervan gemakkelijk maken. Zij verricht daartoe op haar kosten aan haar gebouwen, inrichtingen, enz. die werkzaamheden, welke in gemeen overleg met Burgemeester en Wethouders nodig geoordeeld worden ter voorkoming van schade, welke uit de van gemeentewege te verrichten werkzaamheden zou kunnen voortvloeien.

Indien de erfpachtster is overgegaan tot het maken van een eigen oevervoorziening, als onder 8 e genoemd, zal het onderhoud daarvan geschieden ten genoegen en eventueel op aanwijzing van Burgemeester en Wethouders. Het negende artikel verplicht de erfpachtster om onderhoud aan eigen oevervoorzieningen uit te voeren. 13e Vervallenverklaring wegens het niet nakomen der voorwaarden ‘kan de gemeenteraad, indien één der voorwaarden dezer overeenkomst door de erfpachtster niet wordt nageleefd, … de erfpacht vervallen verklaren … . Het in de vorige zinsnede bepaalde is van overeenkomstige toepassing, indien het talud gedurende meer dan twee achtereenvolgende jaren naar het oordeel van de Raad niet in exploitatie is geweest.’ Bij niet naleven van de erfpachtovereenkomst én als het talud naar oordeel van de Raad meer dan twee achtereenvolgende jaren niet in exploitatie is geweest kan de Raad besluiten om de erfpachtovereenkomst vervallen te verklaren. Het is onduidelijk wat valt onder het ‘exploiteren’ van het talud, ook kijkend naar het 7e dat stelt dat het talud wordt gebruikt ten behoeve van het achtergelegen terrein.

64 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

15e Ontruiming talud bij einde erfpacht Bij het eindigen der erfpacht stelt de erfpachtster het talud, ontdaan van alle daarin of daarboven door haar gebouwde of geplaatste gebouwen en inrichtingen, voor zover de rechten daarop niet ingevolge het bepaalde sub 5 en sub 13 aan de gemeente overgaan, in zijn oorspronkelijke staat weder ter beschikking van de gemeente. Alle opstallen die door de erfpachtster in/op het talud zijn geplaatst moeten bij einde erfpacht door erfpachtster worden verwijderd en het talud moet weer in oorspronkelijke staat worden gebracht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de levensduur van constructies gerealiseerd door erfpachtsters nooit een levensduur kunnen hebben die langer is dan de pachttermijn.

6.3.3

Verjaring

Verjaring is een proces waarbij na verloop van een bepaalde termijn een rechtsvordering niet meer afdwingbaar is. Verjaring is een complex privaatrechtelijk proces: voor het volledig doorgronden hiervan zal een bureau specifieke privaatrechtelijke kennis moeten worden ingeschakeld. In onze analyse is het onwaarschijnlijk dat verjaring van de erfpachtovereenkomst op kan treden omdat het over een overeenkomst van tijdelijke duur gaat. Specifieke overtredingen van de erfpachtvoorwaarden kunnen vermoedelijk wel verjaren. Denk bijvoorbeeld aan: - het gebruikmaken van de haven met vaartuigen van een grotere diepgang dan 2,50 m (6e bepaling). Door verjaring zou een erfpachter mogelijk het recht kunnen verkrijgen om met diepere schepen in de insteekhavens te varen. Het is niet aannemelijk dat verjaren van deze bepaling op dit moment al aan de orde is, aangezien dergelijke schepen pas sinds augustus 2023 op de Twentekanalen zijn toegestaan; - het realiseren van een oeverconstructie zonder goedkeuring Burgemeester en Wethouders (8e bepaling). Gezien de leeftijd van de constructies is zou verjaring hier aannemelijk zijn.

6.3.4

Eigendom oeverconstructies

In principe geldt dat, omdat bij erfpacht de onroerende zaak niet eigendom is van de erfpachter, bouwwerken automatisch bezit worden van de eigenaar van de onroerende zaak, en dus niet de erfpachter. Om dit te voorkomen, wordt erfpacht vaak gevestigd in combinatie met het recht van opstal, wat de erfpachter het recht geeft om bijvoorbeeld gebouwen op andermans grond toch zelf in eigendom te hebben. Het is niet bekend of er voor de verpachte percelen ook aktes voor recht van opstal bestaan. Daarmee wordt aangenomen dat alle constructies in eigendom zijn van de grondeigenaar, in dit geval de gemeente Almelo. Om dit definitief vast te stellen dient een onderzoek bij het kadaster te worden uitgevoerd. Op de oeverpercelen van de insteekhavens zijn diverse constructies gerealiseerd. Conform de erfpachtvoorwaarden ligt de onderhoudsplicht bij degene die de constructie gerealiseerd heeft. Zelfbebouwing door de erfpachtsters is mogelijk. Een overzicht van de oeverconstructies is opgenomen in tabel 6.2.

65 | 88

Witteveen+Bos | 140124/24-008.131 | Definitief

Tabel 6.2 Overzicht oeverconstructies Objectnummer

Kade / Talud

Gerealiseerd door

1.1

kade

gemeente Almelo

1.2

kade

onbekend, vermoedelijk Betoncentrale Twenthe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=7beddd50-108b-46b3-b013-9a696c7432ad