12.2 Vaststelling bestemmingsplan Dethmershoek - Bijlage 2 - Bestemmingsplan Dethmershoek.pdf
Tekst van het document
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
24
NL.IMRO.0141.00124-BP31
De wegen zijn beoordeeld als erftoegangswegen (paragraaf 4.3 van de handreiking). De minimale berijdbare breedte van deze wegen moet 4,50 meter zijn. De wegbreedte van het plangebied bedraagt 5 meter en voldoet daarmee. Het parkeren aan de Chiel Dethmersstraat, Abraham Steenhagenstraat en het bestaande deel van de Henk Höftenstraat, vindt buiten de rijbaan plaats. Daarmee hebben hulpdienstvoertuigen voldoende ruimte hebben om de overige verkeersdeelnemers te passeren en deze voldoende ruimte hebben om uit te wijken. Aan het doodlopende deel zal het parken op de rijbaan plaatsvinden. Ter voorkoming dat hierdoor hinder ontstaat voor hulpdiensten wordt langs het groen met grasbetonklinkers de rijbaan verbreed en daarmee is de passeerruimte hier eveneens gewaarborgd. De doodlopende straat in het plangebied mag conform de handreiking een maximale lengte hebben van 80 meter. De weg bedraagt ca. 90 meter. Dit is 10 meter meer dan in de handreiking wordt geadviseerd. Gelet op de situering van de woningen aan deze weg nabij water, de breedte van de weg en de aanwezigheid van een keerplek aan het einde van de straat wordt deze iets langer lengte van de weg verantwoord geacht en heeft naar verwachting geen effect op de brandbestrijdbaarheid. Ook de bestaande Chiel Dethmersstraat is langer dan 80 meter.
Vanuit de brandweer Twente wordt geadviseerd om enkele ‘kleine’ fysieke maatregelen treffen (zoals verlagen trottoirband) ten behoeve van een hulpdienst route tussen de Ootmarsumsestraat en de Chiel Dethmersstraat. Hoewel de te treffen maatregel buiten het plangebied ligt zal gehoor worden gegeven aan het advies van de brandweer. De huidige trottoirband aan de Ootmarsumsestraat zal vervangen gaan worden voor een RWS- band ( trottoirband met schuine rand) ten behoeve van een hulpdienst route. 4.6.3 Opkomsttijd 4.6.3.1 Opkomsttijd algemeen De opkomsttijd is de optelsom van de verwerkingstijd van de melding, de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd is daarbij de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat het voertuig de kazerne verlaat. De aanrijdtijd is de tijd die het eerste voertuig nodig heeft om van de kazerne naar het plaats incident te gaan. De opkomsttijd van de brandweer wordt als een belangrijk kwaliteitskenmerk van de brandweer beschouwd. In het Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden voor de brandweer vastgelegd en staan in onderstaande tabel beschreven. Normtijd
5 minuten 6 minuten 8 minuten 10 minuten
Gebruiksfunctie
Winkel met gesloten constructie (tijdens openingsuren), wonen boven winkel, cel Portiekwoningen/portiekflats, woning verminderd zelfredzamen Overige woningen, winkels, gezondheidszorg, onderwijs, kinderdagverblijf, logies Kantoor, (lichte)industrie, sport, overige ruimtes voor bijeenkomsten, overige gebruiksfuncties
Daarnaast is het ‘Dekkingsplan Brandweer Twente’, dat onderdeel uitmaakt van het beleidsplan, vastgesteld. 4.6.3.2 Opkomsttijd plangebied Voor woningen voor verminderde zelfredzamen geldt een opkomsttijd van 8 minuten. Uit berekeningen blijkt dat de brandweer in theorie binnen deze norm ter plaatse kan zijn. 4.6.4 Bluswatervoorziening 4.6.4.1 Bluswatervoorziening algemeen Voor een optimale bluswatervoorziening wordt onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorzieningen. Dit is van belang omdat de eisen voor de afstand, de capaciteit en de bereikbaarheid verschillend zijn. De basiskenmerken van deze drie modellen zijn: <0000> De primaire bluswatervoorziening Boven- of ondergrondse brandkranen die geplaatst zijn op het drinkwaterleidingnet. <0000> De secundaire bluswatervoorziening De secundaire bluswatervoorziening is in principe aanvullend op een primaire bluswatervoorziening. Een secundaire bluswatervoorziening kan bestaan uit geboorde putten, bluswaterriolen, vijvers e.d. of
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
25
NL.IMRO.0141.00124-BP31
ondergrondse reservoirs. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 320 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 8 meter kunnen bereiken. <0000> De tertiaire bluswatervoorziening Bij de noodzakelijke inzet van grotere hoeveelheden water of gedurende langere tijd zijn de primaire en secundaire voorzieningen niet voldoende. Water wordt dan onttrokken uit bijvoorbeeld kanalen. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 2500 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 50 meter kunnen bereiken. 4.6.4.2 Bluswatervoorziening plangebied Voor de primaire bluswatervoorziening geldt dat de voordeur van de woning tot op 40 meter bereikbaar moet zijn voor een brandweervoertuig. Vanaf de opstelplek moet binnen maximaal 100 meter een brandkraan liggen. In de nabijheid van het plangebied zijn meerder brandkranen aanwezig. Aan de Chiel Detmersstraat zijn ter hoogte van nummer 8 en 24 een brandkraan te vinden. Tevens staan ter hoogte van de Henk Höftenstraat nummer 24 en de Abraham Steenhagenstraat nummer 28 een brandkraan (afbeelding 4.6-1). Gelet op de aanwezige brandkranen zijn de nieuwe woningen bereikbaar met de primaire bluswatervoorziening.
Afbeelding 4.6 -1 Brandkranen in de omgeving (rode stippen)
4.6.5 Zelfredzaamheid Voor de bestrijdbaarheid van een incident zijn onder andere de bereikbaarheid voor hulpdiensten, opkomsttijd en bluswatervoorziening van belang. Daarnaast speelt de zelfredzaamheid van burgers een rol. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan hoofdzakelijk uit schuilen en vluchten. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. De ruimtelijke inrichting van het gebied kan op verschillende manieren inspelen op de zelfredzaamheid. 4.6.5.1 Conclusie zelfredzaamheid De toekomstige bewoners van de nieuwe woningen worden in beginsel aangemerkt als zelfredzaam. De omgeving van het plangebied biedt voldoende mogelijkheden om uit te wijken in geval van calamiteiten. 4.6.6 Waarschuwings- en alarmeringssysteem vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
26
NL.IMRO.0141.00124-BP31
De sirene is een hulpmiddel van de overheid om mensen te kunnen waarschuwen voor acute gevaren. Dit systeem zal in de komende jaren verdwijnen. Daarna zullen de aanwezige personen in bedreigd gebied worden gewaarschuwd middels NL-Alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handeling. In het plangebied is momenteel een sirene aanwezig. Deze sirene blijft voorlopig nog op de bestaande plek staan, mede in afwachting op het NL- Alert systeem. Mocht de ontwikkeling van het plan sneller gaan dan de uitfasering van de sirene, zal binnnen het plangebied een nieuwe plek voor de sirene worden gezocht, dit is nodig omdat de sirene anders in een tuin van een te bouwen woning komt te staan.
4.7 Externe veiligheid 4.7.1 Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: <0000> het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); <0000> de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); <0000> het Registratiebesluit externe veiligheid; <0000> het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); <0000> het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht.
De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: <0000> het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); <0000> de Regeling basisnet; <0000> de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.7.2 Risicobronnen in het plangebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeve. In afbeelding 4.7- 1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en de omgeving weergegeven.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
27
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Afbeelding 4.7- 1: uitsnede risicokaart ( Bron: Risicokaart)
Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: <0000> zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); <0000> zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; <0000> niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. <0000> In de omgeving van het plangebied op circa 280 meter bevindt zich een benzine station met een LPG vulpunt. Hier wordt hierna nader op ingegaan. 4.7.3 Risicobronnen in de omgeving In de omgeving van het plangebied op circa 280 meter bevindt zich een benzine station met een LPG vulpunt. Het LPG- vulpunt heeft een risico- contour van 35 meter. Het plangebied valt daarmee buiten het groepsrisico- aandachtsgebied.
4.8 Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: <0000> Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); <0000> Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 4.8.1 Besluit en Regeling niet bekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: <0000> <0000> <0000>
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
28
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.8.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.8.3 Conclusie Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 4.8.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9 Geluid 4.9.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.9.1.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder stelt dat alle wegen zoneplichtig zijn, met uitzondering van woonerven en wegen die zijn opgenomen in een 30 km-zone. Iedere zoneplichtige weg heeft volgens artikel 74 Wet geluidhinder (Wgh), afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied, een onderzoekzone. De zonebreedte wordt gerekend vanaf de kant van de weg, waarbij op- en afritten worden meegerekend. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken Stedelijk gebied 1 of 2 rijstroken 200 m 3 of 4 rijstroken 350 m 5 of meer rijstroken 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Volgens de huidige wetgeving geldt geen zone voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Hierdoor is het geluid van deze wegen uitgesloten van de verplichte toetsing aan de wettelijke grenswaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden deze wegen wel in beschouwing genomen. In opdracht van Gemeente Almelo heeft Sweco Nederland B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling, bijlage 7, is het volledige onderzoek. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Ootmarsumsestraat en de N394. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de Chiel Dethmersstraat, Abraham Steenhagenstraat en de Bevrijdingslaan. De geluidsbelasting op de gevels van de geplande woningen van
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
29
NL.IMRO.0141.00124-BP31
wegverkeer zijn in dit rapport inzichtelijk gemaakt. De intensiteiten op de Laak, Henk Höftenstraat, Derk Smoeslaan en de Klaas Tabakstraat zijn erg laag, daarom zijn deze wegen van ondergeschikt belang en niet verder onderzocht. De geluidsbelasting ten gevolge van verkeer over de N349 leidt niet tot een overschrijding van de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De hoogst berekende waarde is 42 dB. Deze waarde is inclusief correctie art. 3.4 uit het RMG 2012. Hierom is geen aanvullend onderzoek nodig voor deze weg. De geluidsbelasting ten gevolge van verkeer over de Ootmarsumsestraat veroorzaakt geen overschrijding van de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De hoogst berekende waarde is 45 dB. Deze waarde is inclusief correctie art. 3.4 uit het RMG 2012. Om deze reden is geen aanvullend onderzoek nodig voor deze weg. De geluidsbelasting op de gevels van de geplande woningen door het verkeer over de 30 km/uur wegen bedraagt ten hoogste 44 dB inclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. De optredende geluidsbelasting blijft daarmee ruim onder de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. 4.9.1.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in de nabijheid van het plangebied geen spoorlijn is gelegen.
4.9.1.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen of nabij een geluidszone van een gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wet geluidhinder. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 4.4. 4.9.2 Conclusie geluid De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan. De geluidsbelasting ter plaatse van de nieuw te ontwikkelen woningen binnen het plangebied voldoet aan de normen uit de Wet Geluidhinder. Aanvullende maatregelen aan de bron, in de overdracht of aan de gevel van de woningen is niet nodig. Ook een aanvraag van een besluit tot het vaststellen van hogere waarden is niet nodig.
4.10 Bodemkwaliteit
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht. Ortageo Noordoost B.V. heeft ter plaatse een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Een samenvatting van de resultaten en de conclusies uit dit onderzoek is in het volgende subparagraaf opgenomen. Voor een nadere toelichting op de resultaten wordt verwezen naar het complete bodemonderzoek en de beoordeling van het onderzoek, opgenomen in Bijlage 9 en 10 van deze toelichting. 4.10.1 Algemeen
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: <0000> in de bovengrond zijn geen van de onderzocht stoffen in verhoogde gehalten aangetoond geen aangetoond; <0000> in de ondergrond zijn allen bij boring 5 lichte verhogingen zink, cadmium, kwik en PAK aangetoond. Deze zijn waarschijnlijk te relateren aan het voorkomen van de bijmengingen met sporen puin; <0000> in het grondwater zijn lichte verhogingen kobalt, zink, cadmium en barium en matige verhoging met nikkel aangetoond. De verhoogde concentraties waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig; <0000> in de analysemonsters is geen asbest aangetoond.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
30
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie wordt geadviseerd om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.
4.10.1.1 Beoordeling plangebied Hoewel in het grondwater sprake is van een overschrijding van de tussenwaarde met nikkel en de troebelheid van het bemonsterde grondwater hoger was dan 10 NTU, wordt gezien de aard van de verontreiniging niet verwacht dat de analyse in relevante mate verstoord is door de aanwezigheid van vaste deeltjes in het grondwatermonster. Nikkel (en barium) worden in Almelo vaker verhoogd aangetoond, ook in matig verhoogde concentraties. Een herbemonstering van het grondwater wordt niet zinvol geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Hoewel geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen, dient er rekening mee te worden gehouden dat dergelijke materialen heterogeen verspreid en/of lokaal aanwezig kunnen zijn in de bodem. Geadviseerd wordt om bij toekomstige (graaf)werkzaamheden hiermee rekening te houden en hierop alert te zijn. Eventueel visueel waarneembaar asbestverdacht materiaal dient voorafgaande aan en tijdens de werkzaamheden conform de vigerende richtlijnen en protocollen op een verantwoorde wijze te worden verwijderd en afgevoerd. Indien tijdens de graafwerkzaamheden het vermoeden ontstaat dat (lokaal) sprake is van een bodemverontreiniging met asbest dienen aanvullende (veiligheids)maatregelen te worden genomen om de graafwerkzaamheden te kunnen voortzetten.
4.10.1.2 Conclusie bodem Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. Er is geen aanleiding om de aanwezigheid van een sterke bodemverontreiniging te vermoeden. Voor de uitvoerbaarheid van het plan vormt de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmeringen.
4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.11.1 Archeologie Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.11.1.1 Beoordeling plangebied In 2006 is reeds voor het te ontwikkelen gebied een bureauonderzoek en een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd, door Oranjewoud, bijlage 11, op basis hiervan blijkt dat de gronden van de locatie door de bouw in de jaren 50 en de latere sloop volledig verstoord is en nader onderzoek niet nodig is. Deze conclusie is bevestigd door de provinciaal archeoloog, bijlage 12. Tevens zijn uit het veldonderzoek geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische resten en is vervolg onderzoek eveneens niet noodzakelijk. 4.11.2 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap.
Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een ruimtelijk plan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
31
NL.IMRO.0141.00124-BP31
waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.11.2.1 Beoordeling plangebied De naam Sluitersveld is afgeleid van een gebied met woeste gronden, overwegend heidegebied dat in het zuidwestelijke en westelijke deel van het plangebied lag. In de 19e eeuw lijkt een groot deel van dit gebied echter al grotendeels ontgonnen. Het centrale deel van het plangebied ligt aan weerszijden van de Ootmarsumsestraat, een veel oudere uitvalsweg vanuit de oude kern van Almelo. In de 19e eeuw heeft zicht dit gebied ontwikkeld tot een soort buurtschap met nog steeds een overwegend agrarisch karakter maar langs de Ootmarsumsestraat is dan ook al diverse bebouwing aanwezig van allerlei bewoners en gebruikers die zich op ambachten en handel richtten. Aan het einde van de 19e eeuw is dan langs de straat een lintbebouwing ontstaan en is er de stoomweverij van Hertog Hedeman ontstaan. Het plangebied is een na oorlogse uitbreidingslocatie en bestond daarvoor uit landbouwgrond. De bebouwing van destijds is ook al weer gesloopt. Van de historisch-geografische structuur is alleen rudimentair nog het 19e eeuwse beeld te herkennen. Het gaat dan om de oude Ootmarsumsestraat en enkele zijwegen zoals de huidige Baniersweg en de Kerkhofsweg.
Voor het overige is door ontwikkelingen in met name de late 20e eeuw weinig meer terug te aan oude kenmerken herkenbaar. Het oude cultuurlandschap in het zuidoostelijke deel is volledig verdwenen. Binnen het plangebied zijn geen monumentale objecten aanwezig. Ook aangrenzende gebouwen hebben geen bijzondere monumentale kenmerken. Vanwege de afwezigheid van specifieke cultuurhistorische waarden zijn er geen specifieke aanbevelingen in verband met eventuele toekomstige ontwikkelingen. 4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
32
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Vigerend beleid 5.1.1 Waterbeleid gemeente 5.1.1.1 Almelose Klimaatadaptatie Strategie (AKAS) Sinds 2018 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie van kracht. Hierin hebben Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten met elkaar afgesproken dat ons land van af 2050 klimaatrobuust en waterbestendig is ingericht. De verschillende overheden werken hiervoor met elkaar samen in zogenaamde werkregio’s. Voor de gemeente Almelo is dit Twents waternet (TWN). Het Deltaprogramma werkt volgens een aantal stappen: <0000> WETEN: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld <0000> WILLEN: we gaan met de stad in gesprek om de gezamenlijke ambitie te bepalen <0000> WERKEN: we stellen een agenda op met concrete acties die Almelo klimaatrobuust maken De stappen zijn vertaald in 7 ambities: 1.Kwetsbaarheden in beeld brengen 2.Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3.Uitvoeringsagenda opstellen 4.Meekoppelkansen benutten 5.Stimuleren en faciliteren 6.Reguleren en borgen 7.Handelen bij calamiteiten In het AKAS zijn de ambities gekoppeld aan de klimaattrends en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige uitgangspunten voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Het AKAS beperkt zich tot de klimaattrends wateroverlast (inclusief overstromen van beken en kanalen), hitte en droogte.
Wateroverlast: Uitgangspunt bij wateroverlast is dat bij extreme regenval hoofd- en gebiedsontsluitingswegen toegankelijk voor hulpdiensten blijven. Ter voorkoming van overlast bij extreme regenval zijn uitgangspunten voor te nemen maatregelen opgesteld. <0000> Voor nieuw aan te leggen hoofd- en gebiedsontsluitingswegen geldt dat de waterdiepte (waterplassen op straat) gemiddeld over de breedte van de weg niet groter mag zijn dan 10 cm bij een bui van respectievelijk 70mm (hoofdwegen) en 45mm (gebiedsontsluitingswegen) in één uur. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen (inclusief tunnels) met kans op een waterdiepte van meer dan 25 cm bij een bui is het uitgangspunt dat deze voor 2030 worden aangepakt. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen met minder dan 25 cm maar meer dan 10 cm waterdiepte geldt dat de gemeente bij herinrichting streeft de duur van water op straat bij een bui van 45 mm in één uur te beperken tot maximaal 2 uur, voor private wegen geldt een waterdiepte van meer dan 10 cm bij een bui van 70mm of 45mm in één uur. <0000> Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen en nutsvoorzieningen geldt dat het vloerpeil minimaal 30 cm boven het wegpeil dient te liggen. Voor stedelijke in- en uitbreidingen geldt bovendien dat water binnen het plangebied op doelmatige wijze geborgen moet worden (40 mm (uitbreidingslocaties) of 20 mm (inbreidingslocaties)).
De wijze waarop is ter goedkeuring door de gemeente. <0000> Bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur, door een gebied/wijk verwerkt kan worden zonder dat er nieuwe onacceptabele situaties ontstaan. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering kan eventueel worden uitgegaan van een afvoercapaciteit van 20 mm per uur; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd. Eigenaren van bestaande percelen worden gestimuleerd af te koppelen en hun tuin te ontstenen / vergroenen. <0000> Om overlast van grondwater bij nieuwbouw tegen te gaan geldt een vloerhoogte van minimaal 100 cm en straatpeil van 80 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Voor gebieden in de openbare ruimte waar structureel sprake is van grondwateroverlast neemt de
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
33
NL.IMRO.0141.00124-BP31
gemeente maatregelen indien dat doelmatig is. Voor bestaande bouw geldt een vloerhoogte van minimaal 90 cm en straatpeil van 70 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door grondwater. Hitte en droogte Ten aanzien van hitte en droogte heeft de gemeente de ambitie uitgesproken dat de hitte impact in 2050 niet erger is dan in 2020 en droogte niet mag leiden tot onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur. <0000> Om die reden wordt bij nieuwbouwontwikkeling en herinrichting gestreefd naar een zodanige inrichting van het gebied dat er voldoende koelteplekken en schaduw is. Bij het beheer en onderhoud van wegen wordt onderzocht op welke manier de opwarming van verharding kan worden teruggedrongen. Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken, door het toevoegen van groen, warmte werend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken. <0000> Ter voorkoming van droogte wordt bij nieuwbouw het gebied neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water uit het plangebied worden voorzien.
Oppervlaktewater wordt zo ingericht dat droogval zoveel als mogelijk voorkomen kan worden en circulatie mogelijk is. Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun groen of voor het beperken van de gevolgen. 5.1.1.2 Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026). Met de invoering van de Omgevingswet vervalt de verplichting van het opstellen van een (verbreed) Gemeentelijk RioleringsPlan(vGRP). In plaats daarvan kunnen gemeenten een (vrijwillig) Programma opstellen. Met dit Programma Water en Riolering sorteren we voor op komst van de Omgevingswet. In het Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026) worden de ambities en doelstellingen zoals verwoord in de Almelose Omgevingsvisie en de Klimaatadaptatiestrategie(AKAS) uitgewerkt tot maatregelen. Met het programma wordt voorgesorteerd op een meer integrale aanpak en maken we gerichter keuzes om nog doelmatiger en efficiënter te kunnen werken.
Hiermee houden we ons watersysteem ondanks extra kosten en de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt haalbaar en betaalbaar.Met ons watersysteem streven we daarom naar het integreren van de vier waterstromen: <0000> stedelijk afvalwater <0000> hemelwater (regenwater) <0000> grondwater <0000> oppervlaktewater Deze watertaken corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente. Oppervlaktewater zien we als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). De maatregelen voor de komende planperiode zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de normen die volgen uit de doelstellingen. Maatregelen betreffen onderzoeks-, borgings-en fysieke maatregelen en zijn gericht op het meer datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad inrichten, onderhouden en vervangen van het watersysteem. Datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad vormen dan ook de drie pijlers van onze werkwijze.
5.1.2 Beleid Waterschap Vechtstromen
Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Watervisie 2050. Het Waterbeheerprogramma vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar gaat werken aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Inhoudelijk vogt het Waterbeheerplan op de Watervisie 2050. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als bestaand beleid en maatregelen. Voor nieuw
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
34
NL.IMRO.0141.00124-BP31
beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie.
5.1.3 Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.
5.1.4 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022- 2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet.
5.1.5 Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
5.2 Waterbeheer en watertoets
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Almelo, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Uitgangspunt is dat bij een bouwplan moet worden voorkomen dat er grond- of oppervlaktewateroverlast ontstaat en de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater niet negatief wordt beïnvloed.
5.3 Watertoets Dethmershoek 5.3.1 Nieuwe situatie Ten behoeve van de ontwikkeling is een Waterhuishoudkundig plan opgesteld en opgenomen als bijlage 8. Op basis van dit waterplan is geconcludeerd dat de hoeveelheid vuil afvalwater van het plangebied dusdanig gering is dat het kan worden aangesloten op de bestaande GWA-stelsel in de Chiel Dethmersstraat en het door de gemeente Almelo nieuw aan te leggen DWA-stelsel in de Abraham Steenhagenstraat en Henk Höftenstraat. Dit DWA-stelsel wordt aangelegd in het kader van de revitalisering van de buurt Rumerslanden. Deze ligt ten zuiden van het plangebied. Voor het aansluiten hierop zijn verder geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Voor de in het plangebied nieuw aan te leggen straat en aanliggende woningen dient een nieuw DWA-riool aangelegd te worden om het afvalwater in het DWA-stelsel van Rumerslanden te krijgen. Berekeningen hebben aangetoond dat het voldoende is op hiervoor een kunststof buis met een diameter van 250 mm. te gebruiken.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
35
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Wat betreft het hemelwater wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied door de hoge grondwaterstand en de aanwezigheid van leem en veen onvoldoende geïnfiltreerd kan worden in de bodem. De GHG in het plangebied is te hoog voor een infiltratieriool die diep genoeg ligt ten opzichte van de bovenkant verharding. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheden van waterberging op eigen terrein. Om het regenwater binnen het plangebied zo lokaal mogelijk te houden kan dit het beste worden afgevoerd richting de wadi aan de Derk Smoeslaan. Dit kan op twee manieren: 1. Via het toekomstig hemelwaterstelsel van de buurt Rumerslanden. Dit stelsel wordt in het kader van de revitalisering van de buurt aangelegd door de gemeente Almelo. Om het hemelwater van het ge-bied in het stelsel te krijgen dient een nieuw hemelwater riool gelegd te worden in de Chiel Dethmers-straat, Abraham Steenhagenstraat en Henk Höftenstraat. Deze dient vervolgens aangesloten te wor-den op het beginpunt van het stelsel. Deze ligt op het kruispunt Henk Höftenstraat – Derk Smoeslaan. 2. Door het nieuwe stelsel van deze ontwikkeling rechtstreeks aan te sluiten op bovengenoemde wadi. In de Chiel Dethmerstraat worden de kolken afgekoppeld middels een pvc-leiding Ø315 mm. Hier wordt in totaal 2646 m2 afgevoerd, waarvan een deel van het water infiltreert via de groenstrook.
De afvoercapaciteit van deze buis is hiervoor ruim voldoende. In het nieuwe deel van de Abraham Steenhagenstraat komt er 912 m2 bij ook hier is een buisdiameter van 315 mm nog ruim voldoende. Ten slotte wordt de Henk Höftenstraat aangesloten, er komt 328 m2 afvoerend oppervlak bij. Uit de berekening van de toename van het verharde oppervlak binnen het plangebied blijkt dat er een bergingseis is van 53,2 m3 ontstaat. De wadi dient met deze inhoud te worden vergroot om hieraan te voldoen. 5.3.1.1 Watertoets
Het waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De uitkomst
van de digitale watertoets is dat voor de ontwikkeling de zogenoemde 'normale procedure' van toepassing is. Het waterschap geeft hiermee aan dat de ontwikkeling waterschapsbelangen raakt en overleg over het plan moet plaatsvinden. Vanwege de uitkomst van de watertoets is het waterhuishoudkundigeplan voorgelegd aan het waterschap. Op basis van dit plan geeft het waterschap aan dat: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De keuze IT riool / dicht riool een aandachtspunt is, omdat de buis geen verhang heeft en uitsluitend afgevoerd kan worden richting wadi. Geadviseerd wordt om een IT-riool aan te leggen boven GHG Infiltratie in de achtertuin is goed is mist er voldoende geïnfiltreerd kan worden, te realiseren door bijv. grondverbetering, doorspitten, grindkoffers of iets dergelijks; 20 mm berging voor een plan van 32 woningen aan de geringe kant is en de vraag wordt gesteld wanneer sprake is van inbreiding De Groenberging/wadi zo groot mogelijk gemaakt moet worden; De waterhuishouding in de bestaande of directe omgeving mag te allen tijde geen nadelige gevolgen ondervinden van het plan. (waterkwaliteit /waterkwantiteit)
5.4 Conclusie
In het plan wordt rekening gehouden met wateradvies van het waterschap. Het punt betreffende het verbeteren van infiltratie in de achtertuin door bijvoorbeeld grondverbetering sluit aan bij het denken over de waterinfiltratie van de tuinen. Ook het advies om de groenberging/ wadi zo groot mogelijk te maken en de groene ruimte zoveel mogelijk te benutten voor berging sluit aan op het gemeentelijke beleid. Hierbij moet wel rekening worden gehouden dat het groen naast gebruik als Wadi ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld ontspanning, spelen of wandelen. Er zal dan ook sprake zijn van dubbelgebruik van de grond. Het punt dat de omgeving geen last mag krijgen of ondervinden van het plan past in het beleid van de gemeente over de waterkwaliteit en kwantiteit. Echter, de locatie is eerder bebouwd en verhard geweest en ligt midden in de wijk, daarmee is het voor ons een inbreidingsplan en moet het voldoen aan 20 mm waterberging per m2. Door de bergingseis van 20mm per m2 is ten aanzien van de waterkwantiteit sprake van een klein negatief effect, echter de
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
36
NL.IMRO.0141.00124-BP31
waterkwantiteit ( afvoer/ berging) is wel significant beter dan in de oude bebouwde situatie. De regels wat betreft de 20 mm waterberging per m2 worden in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Het plan voldoet hieraan en daarmee aan de eisen die de gemeente stelt aan inbreidingsplannen. Voor uitbreidingen geldt het uitgangspunt dat de afvoer niet mag toenemen. Vandaar dat we daar een bergingseis van 40 mm stellen. Het advies wat betreft het verhang/ keuze IT riool/ dicht riool wordt niet overgenomen. Er zal een dicht riool worden aangelegd onder het niveau van de wadi-bodem. Een verhang in de buis is hierdoor niet zinvol, om die reden wordt buis vlak aangelegd en wordt alle benodigde berging in de wadi gerealiseerd. Er is geen sprake van berging in de HWA-buis, want die staat altijd vol met water. Water wordt ook niet geblokkeerd, want het gaat gewoon stromen en bij de wadi stroomt het water eruit. De keuze voor een dicht riool heeft te maken met het ijzerhoudende grondwater hierdoor moet alle berging moet in de wadi worden gerealiseerd. De bestaande wadi wordt verruimt tot voldaan wordt aan de bergingseisen en het terrein rondom de wadi wordt groen ingericht. Met inachtneming van advies en de uitkomsten van het waterhuishoudkundige plan heeft de ontwikkeling ons inziens geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
37
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten De regels zijn een juridische vertaling van het planologische- en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is.
6.1 Inleiding Het bestemmingsplan Dethmershoek bestaat uit een verbeelding, planregels en deze plantoelichting. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden, de bebouwingsmogelijkheden en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. In de regels worden de mogelijkheden in schrift vastgelegd. In de verbeelding worden de bestemmingen per locatie vastgelegd. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht, alsmede een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
6.2 Juridische systematiek In dit plan wordt uitgegaan van positieve bestemmingen, waarbij de ontwikkeling van nieuwbouw of verbouw mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend wanneer het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Ook moet het gebruik van het gebouw of de gronden mogelijk zijn volgens de planregels en de verbeelding. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. De hoofdstukindeling van de regels ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: "Inleidende regels", bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: <0000> Begrippen; <0000> Wijze van meten.
Hoofdstuk 2: "Bestemmingsregels", bevat de bestemmingen, die per artikel (indien van toepassing) het volgende stramien hebben: <0000> Bestemmingsomschrijving; <0000> Bouwregels; <0000> Nadere eisen; <0000> Afwijken van de bouwregels; <0000> Specifieke gebruiksregels; <0000> Afwijken van de gebruiksregels; <0000> Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Hoofdstuk 3: "Algemene regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Antidubbeltelregel; <0000> Algemene gebruiksregels; <0000> Algemene aanduidingsregels; <0000> Algemene afwijkingsregels; Hoofdstuk 4: "Overgangs- en slotregels", bevat de volgende artikelen: <0000> Overgangsrecht; <0000> Slotregel.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
38
NL.IMRO.0141.00124-BP31
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 6.2.1 Hoofdstuk 1 In hoofdstuk 1 worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.
Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 6.2.2 Hoofdstuk 2 In hoofdstuk 2 worden artikelsgewijs de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot gebruik of bouwen. 6.2.2.1 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent verschillende bestemmingen, te weten Groen, Verkeer en Wonen, Groen (artikel 3) Aan de structurele groenvoorzieningen is de bestemming Groen toegekend. De voor "Groen bestemde gronden zijn bedoeld voor (openbare) groenvoorzieningen, met passende voorzieningen voor straatmeubilair, sport en spel, fiets- en/of voetpaden, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aanen afvoeren van water, nutsvoorzieningen en alarmeringssystemen, kunstobjecten met de daarbij behorende gebouwen, overige bouwwerken en verhardingen. Bebouwing is enkel toegestaan ten behoeve van nutsvoorzieningen.
De maximale inhoudsmaat van een gebouw voor nutsdoeleinden is 36 m³ toegestaan. Daarnaast zijn regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verkeer (artikel 4) De binnen het plangebied belangrijke ontsluitingswegen zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen, straten voet- en fietspaden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van nutsvoorzieningen. Hiervoor zijn bouwregels opgenomen. Wonen (artikel 5) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Daarnaast zijn gronden met deze bestemming bedoeld voor tuinen, erven en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding,
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
39
NL.IMRO.0141.00124-BP31
waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water. In de bouwregels is bepaald dat de hoofdgebouwen (2 vrijstaande woningen en 30 twee-aan-een gebouwde woningen) dienen te worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet meer het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen. Daarnaast is door middel van een aanduiding op de verbeelding aangegeven wat de maximum goot- en bouwhoogte bedragen. Verder zijn voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwregels opgenomen. De grootte van het perceel bepaald het toegestane aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken. De volgende regel is van toepassing; De gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal: <0000> 75 m²; <0000> 100 m² voor percelen groter dan 500m²; <0000> 125 m² voor percelen groter dan 1000 m²; Vereiste hierbij is dat tenminste 50% van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel onbebouwd en onoverdekt blijft. Dit maximumpercentage is van toepassing omdat anders de kleinere percelen (nagenoeg) volgebouwd worden. Dit is ruimtelijk niet aanvaardbaar.
Tevens is als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat Binnen de woonbestemming is bij recht een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan. Het betreft hier een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden. Deze regels zijn gericht op het voorkomen van hinder en overlast van deze activiteiten. Daar waar specifieke functies binnen de woonbestemming voorkomen is er een aanduiding op de verbeelding opgenomen. 6.2.3 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 van de regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Anti-dubbeltelregel (artikel 6) Met dit artikel wordt voorkomen dat meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als (onderdelen van) bouwpercelen van eigenaars in maatvoering verschillen en wisselen.
Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere bouwplannen. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning te verkrijgen. Algemene gebruiksregel (artikel 7) Voor de redactie van de gebruiksregel is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de doeleindenomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregel (artikel 8) In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Het meest recente parapluplan afwijkingen is hierin verwerkt. Van het bestemmingsplan kan worden afgeweken met het voorbehoud dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Ook kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen maten kunnen op grond van dit artikel mogelijk worden gemaakt. Tevens kunnen krachtens dit artikel kleine bouwwerken ten dienste van nutsbedrijven worden toegestaan. Ook de realisatie van erkers bij
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
40
NL.IMRO.0141.00124-BP31
woningen wordt middels deze bepaling mogelijk gemaakt, alsmede het wijzigen van gebruik van gebouwen (al dan niet bij woningen) ten behoeve van kinderopvang. Algemene procedureregels (artikel 9) Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Algemene overige regels (artikel 10) In de algemene regels wordt ten aanzien van het parkeren geregeld dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van het CROW. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan. Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid. Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid. Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is.
Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen. 6.2.4 Hoofdstuk 4 Het laatste hoofdstuk Overgangs- en slotregels bevat ten eerste het overgangsrecht, zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als regels van het bestemmingsplan Dethmershoek
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
41
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Het plan wordt door de projectontwikkelaar Roelofs en Haase gerealiseerd. Het betreft in totaal 32 grondgebonden woningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Voor de realisatie van de deze woningen zal gemeente Almelo gronden overdragen aan de ontwikkelaar. Om de uitvoerbaarheid van het plan te waarborgen heeft de gemeente met de projectontwikkelaar een exploitatieovereenkomst en een planschadeovereenkomst gesloten waardoor het plan financieel haalbaar is geworden. Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals benoemd in artikel 6.12, lid 2, sub a, b en c van de Wro zodat er geen verplichting bestaat tot vaststelling van een exploitatieplan.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
42
NL.IMRO.0141.00124-BP31
Hoofdstuk 8 Participatie, Vooroverleg en Zienswijze 8.1 Participatie
Het plan is diverse keren in de buurt getoond. Via informatiebrieven en een tweetal inloopbijeenkomsten op 22 en 23 september 2021 is uitleg over het plan gegeven en zijn met behulp van de wijkkrant omwonenden geïnformeerd. Middels een prijsvraag in de wijk is de naam van de ontwikkeling "Dethmershoek" bepaald. De omgeving heeft vervolgens tijdens een inloopbijeenkomst op 18 oktober 2022 in de Trefhoek kennis kunnen nemen van het ontwerptemmingsplan. Tijdens deze druk bezochte inloopbijeenkomst werd voornamelijk positief gereageerd op het plan.
8.2 Vooroverleg
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept-ontwerpbestemmingsplan aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Overijssel; 2. Waterschap Vechtstromen Er is 1 reactie binnen gekomen van Provincie Overijssel. In deze reactie wordt aangegeven dat het plan past in het provinciaal ruimtelijk beleid.
8.3 Zienswijze
Het ontwerpbestemmingsplan “Bestemmingsplan Dethmershoek” heeft vanaf 21 september 2022 tot en met 1 nov 2022 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad van Almelo. Tijdens de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen zijn 2 reacties zienswijze binnen gekomen 1 van het Waterschap en 1 van de Brandweer Twente. De zienswijzen hebben een tekstuele aanpassing van de toelichting tot gevolg gehad. De zienswijze en de reactie zijn in de nota van beantwoording bijlage 13 opgenomen.
vastgesteld Bestemmingsplan Dethmershoek
43
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1.
Vormvrije mer beoordeling
Bijlage 2.
Verkeer bestaande uit twee delen: a. Verkeer Vk-gegevens Almelo dd 7 okt 2021 - Definitief b. Verkeer 2 NL21-648800269-7026
Bijlage 3.
AERIUS-berekening
Bijlage 4.
Memo flora & fauna
Bijlage 5.
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming
Bijlage 6.
VTA en verplantbaarheidsonderzoek Klaas Tabakstraat Almelo
Bijlage 7.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 8.
Waterhuishoudkundig plan, bestaande uit twee delen: a. tekstdeel b. kaartdeel
Bijlage 9.
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 10.
Beoordeling van bodemonderzoek
Bijlage 11.
Archeologie, Archeologisch rapport
Bijlage 12.
Beoordeling archeologisch onderzoek
Bijlage 13.
Zienswijzenreactienota
Vormvrije m.e.r.beoordeling Chiel Dethmersstraat Almelo Aanmeldingsnotitie
Verantwoording Titel Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer Versie:
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Chiel Dethmersstraat Almelo 378910 BP Chiel Dethmerstraat Almelo 51005140 Gemeente Almelo NL21-648800269-7020 D1
Datum:
11-10-2021
Auteur E-mailadres
Mervin Rozema mervin.rozema@sweco.nl
Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd
Henrie Wolf
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
Henrie Wolf
2/12
Inhoudsopgave
1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding ................................................................................................................................................4 Inleiding ...................................................................................................................................................4 Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................................... 5 Beschrijving voorgenomen activiteit ........................................................................................................ 5 Initiatiefnemer en bevoegd gezag ...........................................................................................................6