11.1 Vastelling bestemmingsplan Sportpark Almelo - Bijlage - Bestemmingsplan Sportpark Almelo.pdf
Tekst van het document
Ook sport moet betaalbaar, bereikbaar en laagdrempelig zijn voor alle inwoners.’ Sport bevordert participatie en sociale cohesie en draagt bij aan een actieve en gezonde leefstijl. Ook richting de toekomst wil de gemeente deelname aan sport stimuleren door sport betaalbaar, bereikbaar en laagdrempelig te maken voor alle inwoners: zowel jong als oud. Het doelgroepenbad in Almelo dient in de toekomst te kunnen blijven inspelen op deze maatschappelijke vraag vanuit de gemeente en dit stelt eisen en wensen aan de zwemvoorzieningen voor de doelgroep. In het haalbaarheidsonderzoek (zie paragraaf 3.2) worden de bestaande voorzieningen als uitgangspunt voor de nieuwbouw gebruikt, met als aanvulling een binnen glijbaan in geval van de nieuwbouwvarianten. Toetsing van het plan aan het gemeentelijk beleid Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
28
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten 5.1 Vormvrije mer-beoordeling Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: <0000> de kenmerken van de projecten; <0000> de plaats van de projecten; <0000> de kenmerken van de potentiële effecten. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2); <0000> de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer; <0000> een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; <0000> een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De beoogde ontwikkeling is gelijk aan de planologisch toegestane ontwikkeling en wijkt slechts af voor wat betreft de situering van het bouwvlak (het gebouw wordt anders gesitueerd). Er is geen sprake van nieuwe activiteiten of een toename aan bedrijfsvloeroppervlakte. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' niet noodzakelijk is.
Bestaande inrichting
Beoogde inrichting (massastudie)
5.2 Bedrijven en andere activiteiten Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw).
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
29
NL.IMRO.0141.00135-BP31
5.2.1 Wijze van beoordelen De invloed van de in dit plan toegestane activiteiten en de mogelijke potentiële milieubelasting van deze activiteiten zijn beoordeeld. Planologische zijn de activiteiten reeds toegestaan. Hierbij zijn de milieuvergunningen en daaruit voortkomende rechten, de normstellingen uit AMvB’s en de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) als leidraad gehanteerd. Vervolgens is gekeken naar de milieuhygiënische effecten van deze bedrijvigheid op het plan. De bevindingen staan in de volgende paragrafen. 5.2.2 Externe zonering De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG is gebruikt bij de zonering rond bedrijven. De publicatie deelt bedrijven onder in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting. Per milieucategorie gelden richtafstanden tot de woonwijken. Een zwembad is te volgens deze VNG lijst te beschouwen als een categorie 4.1 inrichting waarbij een richtafstand van 200 meter tot gevoelige bebouwing geldt. Nu er in het geldende bestemmingsplan al een planologische toestemming is voor deze activiteit is het vooral van belang om te onderzoeken of de planwijziging (draaien van het hoofdgebouw ) aanvaardbaar is in relatie tot de omgeving. Overige activiteiten zoals het buitenzwembad en de zonneweide zijn plantechnisch al toegestaan.
In het kader van de gebouwwijziging is het vooral relevant om de uitstraling van het gebouw en de technische installaties te beoordelen evenals de vervoersbewegingen die anders zijn gesitueerd.
5.3 Externe veiligheid 5.3.1 Algemeen Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk naar omliggende bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid maar ook naar de activiteiten in het plangebied zelf ten opzichte van haar omgeving. Daarnaast dient te worden gekeken naar het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Gemeentelijk beleid Bij het opstellen van de externe veiligheidsparagraaf is uitgegaan van de huidige wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid.
Door de gemeente Almelo is in maart 2014 het externe veiligheidsbeleid 2015-2018 vastgesteld. Dit beleid is op 19 november 2019 verlengd tot en met 2021. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit dit veiligheidsbeleid. 5.3.2 Risicobronnen in de omgeving Binnen het plangebied bevinden zich geen risicobronnen. Daar waar zwembaden in het verleden gebruik maakten van waterbehandelingstechieken waarbij (een beperkte hoeveelheid) chloor werd opgeslagen zijn tegenwoordig andere technieken voorhanden. Uit het risico register gevaarlijke stoffen blijkt dat er in de directe omgeving van dit plangebied geen risico bedrijven zijn gelegen welke met hun invloedsgebied reiken tot dit plangebied. Evenzo zijn er geen spoorverbindingen, doorgaande routes of vaarwegen met risico contouren die tot in het plangebied reiken.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
30
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied
5.4 Luchtkwaliteit Toetsingskader luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in deruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: <0000> een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 μg/m³); <0000> een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Door Adviesbureau de Haan is berekend of het initiatief is te beschouwen als een project zijnde “niet in betekenende mate” Uit haar rapportage d.d.16 januari 2023 nr. AH.2022.1043.02.N001 (zie hiervoor bijlage 9) blijkt dat er sprake is van “niet in betekenende mate. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
31
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Ook uit onze NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort blijkt dat in de direct omgeving van dit plangebied De gemeten waarden ruimschoots onder de grenswaarden liggen. Er is sprake van een aanvaardbaar omgeving. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.
5.5 Geluid Zoals vermeld in de paragraaf Bedrijven en Milieuzoneringen is de activiteit planologisch toegestaan. Om aan te tonen dat de installaties voldoen aan de te stellen geluidseisen is door het Adviesbureau De Haan een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor bijlage 4, d.d. 16 januari 2023 nr.: AH.2022.1043.00.R00. Uit dit akoestisch onderzoek blijkt dat voor de installaties kan worden voldaan aan de te stellen geluidseisen. Er treedt geen verslechtering op ten opzichte van de huidige situatie. Stemgeluid buiten is binnen de Wet Milieubeheer vrijgesteld van normering. In het kader van deze ruimtelijke afweging hebben wij deze wel beschouwd. Ruimtelijk is er sprake van een bestaande situatie waarvoor planologisch toestemming is gegeven. In de dagperiode is sprake van een overschrijding van de voorkeursnorm van het langtijdgemiddelde bij de woningen gelegen aan de Sluiskade Noordzijde 120-124 en Kogellaan 5-7. De overschrijding is 1 tot 3 dB(A). De overschrijdingen worden veroorzaakt door het stemgeluid van de volwassenen en kinderen bij de zwembaden en ligweide. Bronmaatregelen zijn niet mogelijk aangezien het stemgeluid betreft. Enkel in de dagperiode kan er sprake van een overschrijding. De genoemde bezoekersaantallen zullen alleen in de zomermaanden aanwezig zijn. Daarmee is er op jaarbasis sprake van een beperkte overschrijding van de voorkeursnorm.
Aangezien de overschrijding beperkt is, de ruimtelijke toestemming voor deze activiteit reeds lange tijd is verleend en mede gezien het heersende achtergrond niveau ten gevolge van het wegverkeer achten wij deze beperkte overschrijding aanvaardbaar.
5.6 Bodemkwaliteit Door onderzoeksbureau Ortageo is voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, conform NEN 5740 en NEN 5707. Zie hiervoor bijlage 5. Hieruit blijkt dat het gebied geschikt is voor de gewenste planontwikkeling.
5.7 Natuur 5.7.1 Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Wierdense Veld en het Engbersdijkveen liggen op ruime afstand van dit plangebied (5-10 km). Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Stikstofdepositie Om te berekenen hoe hoog de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied zal zijn als gevolg van de ontwikkeling, is met AERIUS een berekening uitgevoerd. Deze berekening is bijgevoegd als bijlage 6 in de toelichting van het bestemmingsplan. Uit de resultaten van de berekening blijkt dat er geen sprake is van een significante bijdrage op de voor verzuring gevoelige aangew3ezen gebieden. Dit voor zowel de realisatiefase als voor de gebruiksfase. Gesteld kan worden dat negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring niet aan de orde zijn .
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
32
NL.IMRO.0141.00135-BP31
5.7.2 Soortenbescherming De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect, omdat met de sloop van bestaande bebouwing mogelijk, via de Wet natuurbescherming, beschermde soorten bedreigd kunnen worden. Op basis hiervan is in september 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Eelerwoude. Deze is als bijlage 7 toegevoegd in de toelichting van het bestemmingsplan. Uit het verkennende natuuronderzoek blijkt dat de bebouwing in het projectgebied potentieel geschikt is als verblijfplaats voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Het betreffen de volgende soorten en/of soortgroepen: <0000> vleermuizen; <0000> steenmarter, eekhoorn, kleine marterachtigen; <0000> huismus en overige jaarrond beschermde soorten; <0000> broedvogels; <0000> ongewervelden. Door Eelerwoude is in 2022 een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 8 toegevoegd. Uit het verrichte onderzoek naar de genoemde soorten is gebleken dat er geen beschermde functies voor deze soorten aanwezig is op de onderzoekslocatie. Er kan gesteld worden dat er geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn en dat er geen sprake is van een overtreding op de Wet natuurbescherming omtrent deze soorten. Vanuit de eisen van het natuurbeleid NNN is het plan uitvoerbaar.
Ook vanuit de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar met betrekking tot de onderdelen gebiedsbescherming en houtopstanden. Dit geldt echter niet voor het onderdeel soortenbescherming. Nader onderzoek naar diverse soorten of soortgroepen is noodzakelijk. Daarnaast dient tijdens de werkzaamheden rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels en wordt geadviseerd de beplantingsstrook in het westen van het plangebied voor zover mogelijk te sparen. Dit scheelt namelijk veel aanvullend onderzoek en eventuele ontheffingen. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Negatieve effecten kunnen hiermee vanuit soortenbescherming uitgesloten worden.
5.8 Archeologie Archeologie Op grond van de Erfgoedwet, het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (artikel 3.6.1 lid 1) en het beleid van de gemeente Almelo dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische en cultuurhistorische waarden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden in de grond of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied, dus niet alleen van archeologische waarden. Daarnaast moeten ze aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt ingegaan op de in het plangebied aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Het deel van de Erfgoedwet dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2021 in werking treedt.
Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
33
NL.IMRO.0141.00135-BP31
belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Voor de betreffende locatie geldt dat het een binnenstedelijke locatie betreft waar de grond meerdere malen fors is verstoord en is voorzien van een lage archeologische verwachtingswaarde. Ons gemeentelijk beleid geeft aan dat het voor initiatieven van beperkte omvang niet noodzakelijk is om archeologisch onderzoek te doen. Om voorafgaande redenen is er geen noodzaak voor nader archeologisch onderzoek.
Cultuurhistorie Vanaf 1 januari 2012 is het verplicht om in ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Om een stabiele en meer structurele basis te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, is per 1 januari 2012 aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegevoegd dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen niet
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
34
NL.IMRO.0141.00135-BP31
alleen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden onder de grond (archeologische waarden), maar ook met waarden boven de grond. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een bestemmingsplangebied, en daar conclusies aan moeten verbinden die in het bestemmingsplan verankerd worden. In het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten en monumenten aanwezig. Negatieve effecten op gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden zijn niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische en cultuurhistorische waarden devaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staan.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
35
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
6.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022- 2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet.
6.1.3 Provinciaal beleid De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor het overleg en de plannen voor waterbeheer in de regio. In de Omgevingsverordening (2017) wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities voor water zijn: <0000> Watersystemen met goede ecologische en chemische kwaliteit, die voor de lange termijn klimaatbestendig, veilig en beleefbaar zijn. <0000> Voorbereid zijn op de lange termijn gevolgen van klimaatverandering (veiligheid en droogte). <0000> Optimale watercondities (kwaliteit en kwantiteit) voor landbouw, wonen, natuur en landschap. <0000> Betrouwbare drinkwatervoorziening (kwaliteit en kwantiteit). <0000> Zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid. <0000> Zorgvuldig gebruik van de ondergrond (energie, zoutwinning, opslag, zandwinning, WKO, hoofdtransportleidingen, voorraadvorming grondwater).
6.1.4 Beleid waterschap Vechtstromen Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in een Watervisie en een waterbeheerprogramma. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
36
NL.IMRO.0141.00135-BP31
planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie.
6.1.5 Waterbeleid gemeente 6.1.5.1 Almelose Klimaatadaptatie Strategie (AKAS) Sinds 2018 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie van kracht. Hierin hebben Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten met elkaar afgesproken dat ons land van af 2050 klimaatrobuust en waterbestendig is ingericht. De verschillende overheden werken hiervoor met elkaar samen in zogenaamde werkregio’s. Voor de gemeente Almelo is dit Twents waternet (TWN). Het Deltaprogramma werkt volgens een aantal stappen: <0000> WETEN: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld <0000> WILLEN: we gaan met de stad in gesprek om de gezamenlijke ambitie te bepalen <0000> WERKEN: we stellen een agenda op met concrete acties die Almelo klimaatrobuust maken De stappen zijn vertaald in 7 ambities: 1. Kwetsbaarheden in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten In het AKAS zijn de ambities gekoppeld aan de klimaattrends en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige uitgangspunten voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Het AKAS beperkt zich tot de klimaattrends wateroverlast (inclusief overstromen van beken en kanalen), hitte en droogte.
Wateroverlast: Uitgangspunt bij wateroverlast is dat bij extreme regenval hoofd- en gebiedsontsluitingswegen toegankelijk voor hulpdiensten blijven. Ter voorkoming van overlast bij extreme regenval zijn uitgangspunten voor te nemen maatregelen opgesteld. <0000> Voor nieuw aan te leggen hoofd- en gebiedsontsluitingswegen geldt dat de waterdiepte (waterplassen op straat) gemiddeld over de breedte van de weg niet groter mag zijn dan 10 cm bij een bui van respectievelijk 70mm (hoofdwegen) en 45mm (gebiedsontsluitingswegen) in één uur. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen (inclusief tunnels) met kans op een waterdiepte van meer dan 25 cm bij een bui is het uitgangspunt dat deze voor 2030 worden aangepakt. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen met minder dan 25 cm maar meer dan 10 cm waterdiepte geldt dat de gemeente bij herinrichting streeft de duur van water op straat bij een bui van 45 mm in één uur te beperken tot maximaal 2 uur, voor private wegen geldt een waterdiepte van meer dan 10 cm bij een bui van 70mm of 45mm in één uur. <0000> Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen en nutsvoorzieningen geldt dat het vloerpeil minimaal 30 cm boven het wegpeil dient te liggen. Voor stedelijke in- en uitbreidingen geldt bovendien dat water binnen het plangebied op doelmatige wijze geborgen moet worden (40 mm (uitbreidingslocaties) of 20 mm (inbreidingslocaties)).
De wijze waarop is ter goedkeuring door de gemeente. <0000> Bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur, door een gebied/wijk verwerkt kan worden zonder dat er nieuwe onacceptabele situaties ontstaan. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering kan eventueel worden uitgegaan van een afvoercapaciteit van 20 mm per uur; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd. Eigenaren van bestaande percelen worden gestimuleerd af te koppelen en hun tuin te ontstenen / vergroenen. <0000> Om overlast van grondwater bij nieuwbouw tegen te gaan geldt een vloerhoogte van minimaal 100 cm en straatpeil van 80 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Voor gebieden in de openbare ruimte waar structureel sprake is van grondwateroverlast neemt de gemeente maatregelen indien dat doelmatig is.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
37
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Voor bestaande bouw geldt een vloerhoogte van minimaal 90 cm en straatpeil van 70 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door grondwater. Hitte en droogte Ten aanzien van hitte en droogte heeft de gemeente de ambitie uitgesproken dat de hitte impact in 2050 niet erger is dan in 2020 en droogte niet mag leiden tot onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur. <0000> Om die reden wordt bij nieuwbouwontwikkeling en herinrichting gestreefd naar een zodanige inrichting van het gebied dat er voldoende koelteplekken en schaduw is. Bij het beheer en onderhoud van wegen wordt onderzocht op welke manier de opwarming van verharding kan worden teruggedrongen. Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken, door het toevoegen van groen, warmte werend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken. <0000> Ter voorkoming van droogte wordt bij nieuwbouw het gebied neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water uit het plangebied worden voorzien. Oppervlaktewater wordt zo ingericht dat droogval zoveel als mogelijk voorkomen kan worden en circulatie mogelijk is.
Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun groen of voor het beperken van de gevolgen. 6.1.5.2 Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026). Met de invoering van de Omgevingswet vervalt de verplichting van het opstellen van een (verbreed) Gemeentelijk RioleringsPlan(vGRP). In plaats daarvan kunnen gemeenten een (vrijwillig) Programma opstellen. Met dit Programma Water en Riolering sorteren we voor op komst van de Omgevingswet. In het Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026) worden de ambities en doelstellingen zoals verwoord in de Almelose Omgevingsvisie en de Klimaatadaptatiestrategie(AKAS) uitgewerkt tot maatregelen. Met het programma wordt voorgesorteerd op een meer integrale aanpak en maken we gerichter keuzes om nog doelmatiger en efficiënter te kunnen werken.
Hiermee houden we ons watersysteem ondanks extra kosten en de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt haalbaar en betaalbaar.Met ons watersysteem streven we daarom naar het integreren van de vier waterstromen: <0000> stedelijk afvalwater <0000> hemelwater (regenwater) <0000> grondwater <0000> oppervlaktewater Deze watertaken corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente. Oppervlaktewater zien we als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). De maatregelen voor de komende planperiode zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de normen die volgen uit de doelstellingen. Maatregelen betreffen onderzoeks-, borgings-en fysieke maatregelen en zijn gericht op het meer datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad inrichten, onderhouden en vervangen van het watersysteem. Datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad vormen dan ook de drie pijlers van onze werkwijze.
6.2 Uitgangspunten 6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid,
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
38
NL.IMRO.0141.00135-BP31
wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Bij de besluitvorming dient gemotiveerd te worden op welke manier rekening is gehouden met dit wateradvies. De initiatiefnemer verantwoordt de ruimtelijke keuzen ten aanzien van water in de waterparagraaf, als onderdeel van het ruimtelijk plan. 6.2.2 Huidige situatie Oppervlaktewater: Direct ten zuiden van het plangebied ligt het kanaal Almelo-Nordhorn. Deze is in beheer bij het waterschap Vechtstromen. Door het waterschap Vechtstromen is aangegeven dat de watergangen naar verwachting in goed hydraulisch contact staan met het grondwatersysteem en deze dus beïnvloeden. Grondwater: In de periode 2010 t/m 2015 zijn er onderzoeken uitgevoerd naar de huidige grondwaterstanden in Almelo. Tijdens deze onderzoeken zijn grondwateraandachtsgebieden vastgesteld waar mogelijk (te) hoge grondwaterstanden optreden. Op basis van aanvullend onderzoek is er onderzocht of er ook daadwerkelijk sprake is van te hoge grondwaterstanden. Het plangebied valt niet binnen een grondwateraandachtsgebied en er zijn qua grondwater geen problemen te verwachten. De gemeente Almelo beschikt over een grondwatermeetnet welke bestaat uit peilbuizen verspreid over Almelo, Aadorp en Bornerbroek.
Het doel van het meetnet is om informatie over de stijghoogten en de stromingsrichting van het grondwater te verkrijgen. Daarnaast worden de gegevens gebruikt voor onderzoeken naar de oorzaken van wateroverlast. De peilbuizen zijn sinds 1996 circa tweemaal per maand handmatig bemeten en worden vanaf eind 2010 met een datalogger automatisch uitgelezen. De data vanaf 2010 is te zien op de website https://grondwater.webscada.nl/twentswaternet/. Direct ten westen van het plangebied ligt een peilbuis. Afval en hemelwater: De riolering in het stedelijk gebied van de gemeente Almelo bestaat globaal uit drie types rioolstelsels, te weten een gemengd stelsel, een gescheiden stelsel en een verbeterd gescheiden stelsel. Bij een gescheiden stelsel ligt er een ondergronds of bovengronds hemelwatersysteem. In het plangebied ligt een gemengd stelsel. Het vuile water uit het gebied wordt onder vrijverval afgevoerd naar de RWZI Vissedijk. Het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel is getoetst met bui 8 uit de Leidraad Riolering. Bui 8 is een theoretische regenbui die gemiddeld eenmaal per 2 jaar voorkomt en een intensiteit heeft van circa 20 mm in een uur tijd. Uitgangspunt is dat bij bui 8 maximaal een half uur water op straat mag optreden. In 2020 is het rioolstelsel hydraulisch doorgerekend. In het plangebied komen bij bui 8 theoretisch geen water op straat locaties voor.
6.2.3 Toekomstige situatie Streefbeeld: In stedelijk gebied is het veilig wonen en werken, de kans op overstromingen is bijzonder klein. Bij grootschalige nieuwbouw en bij vitale functies in risicovolle gebieden zijn inrichtingsmaatregelen getroffen om schade, slachtoffers of maatschappelijke ontwrichting zo veel mogelijk te voorkomen. Wateroverlast komt nu eenmaal af en toe voor, maar is teruggebracht tot een maatschappelijk geaccepteerd niveau. Grondwateroverlast komt vrijwel nergens meer voor. Burgers zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheden en van de gevolgen van eigen handelen op het watersysteem. Ze nemen hun eigen verantwoordelijkheid voor het (tijdelijk) bergen van regenwater dat op hun perceel valt. De bebouwde omgeving is in hoge mate zelfvoorzienend, waar mogelijk worden zomerse tekorten aangevuld met in de winter gevulde zoetwaterbuffers.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
39
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Water, cultuurhistorie en groen leveren een duidelijke bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving en bepalen mede de culturele identiteit van de stad. Bewoners hebben toegang tot voldoende en aantrekkelijk oppervlaktewater waarop veilig gerecreëerd kan worden. Stadswater brengt verkoeling tijdens warme zomers. Het zelfreinigend vermogen van zowel het watersysteem als het bodem- en grondwatersysteem is groot. Het gezuiverde effluent van rioolwaterzuiveringen wordt veelal benut als een continue waterbron met waardevolle gebruiksfuncties in plaats van het zonder bestemming te lozen. Er zijn innovatieve oplossingen gevonden voor deze wateropgaven in stedelijk gebied. Gemeenten en waterschappen werken hierbij nauw samen met onder meer projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties, bouwers, banken en burgers. Klimaat Actieve Stad Als Klimaat Actieve Stad Stedenband Twente, kortweg KAS, hebben de gemeenten Almelo, Enschede en Hengelo, waterschap Vechtstromen en provincie Overijssel de krachten gebundeld. De rode draden uit de ‘Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen’ zijn als uitgangspunten genomen: Mitigatie: maatregelen die bijdragen aan de beperking van de klimaatverandering; Juist in de stad liggen er veel kansen om bij te dragen aan beperking van de klimaatverandering.
Met al haar stromen van mensen, energie, voedsel en producten werkt ze mee aan de uitstoot van broeikasgassen. Ze heeft daarom een belangrijke taak in het vinden van slimme oplossingen voor transport, consumptie, verwarming en koeling. Dat vraagt naast andere gebouwen en installaties ook om een andere inrichting van de stad. Watergerichte maatregelen wijzen de weg: afkoppeling van hemelwater reduceert het energiegebruik van rioolwaterzuiverings- installaties, koudewinning is een adequaat (en lucratief!) alternatief voor airconditioning, terwijl groene daken en bomen garant staan voor natuurlijke koeling en opname van CO2. Adaptie: maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken; Intussen is de klimaatverandering al volop gaande. De cruciale vraag is hoe we hiermee nu al omgaan. Dat is klimaatadaptatie: datgene wat we nu kunnen doen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Door bijvoorbeeld te inventariseren waar de effecten van extreme neerslag, hitte en droogte het grootst zijn en wie dan het kwetsbaarst zijn. Met die kennis kunnen we vanaf vandaag de risico’s van waterschade en hittestress beperken. Door meer groen aan te brengen in onze wijken, meer ruimte te maken voor (de opvang van) water in de stad en het aantal verharde vierkante meters terug te brengen.
Ruimtelijke kwaliteit: het streven om de omgeving duurzamer en (be)leefbaarder te maken; Het stedelijk gebied is een optelsom van vele uiteenlopende functies. De woonomgeving heeft invloed op factoren die het welzijn van de bewoners bepalen, zoals volksgezondheid en de mogelijkheden voor recreatie en sociale contacten. Bij de ruimtelijke kwaliteit gaat het erom de juiste functies de juiste fysieke plek te geven, met de juiste vormgeving en inpassing. Als groen daar ligt waar het mensen aantrekt, komen ze naar buiten en ontmoeten ze andere mensen. Ze ervaren de leefomgeving als prettig en voelen zich gezonder. Zichtbaar water, aansprekende gebouwen en herinrichting hebben een overeenkomstig effect. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit gaat dan gelijk op met de versterking van de sociale en duurzame kwaliteiten van de stad. De wateropgave: meer ruimte voor water maken. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben de gezamenlijke ambitie om het Nederland van 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Bij de (verdere) inrichting van ons land is het daarom van belang water en ruimte te verbinden. Maatregelen in het waterbeheer worden gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen en vice versa. Scope, programmering en financiering van de ruimtelijke plannen sluiten zo goed mogelijk op elkaar aan of, beter nog, versterken elkaar.
Stedelijk afvalwater: De gemeentelijke taak voor stedelijk afvalwater is het zorgdragen voor de inzameling en het transport van afvalwater. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 10.33 Wet Milieubeheer. De accenten richting ambitieus zitten in: <0000> De gemeente zet in de planperiode in op de transitie naar effect gestuurd beheer, met als doel het maken van transparante keuzes en het efficiënt inzetten van de beschikbare middelen (het doen, vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
40
NL.IMRO.0141.00135-BP31
<0000>
<0000>
of juist laten, van investering versus de effecten daarvan). Voor dit onderwerp zijn door de raad de volgende belangrijke thema's (kernwaarden) aangedragen: <0000> Volksgezondheid <0000> Veiligheid <0000> Duurzaamheid / Milieu <0000> Leefbaarheid / kwaliteit fysieke leefomgeving De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor inwoners en bedrijven voor afvalwater-systeem gerelateerde klachten en vragen. Door samenwerking, ook met buurgemeenten en partners (bv Twents waternet en het waterschap) kan er mogelijk nog efficiënter en effectiever gewerkt worden. Indien innovatieve systemen kunnen bijdragen aan (toekomstige) kostenbesparingen worden deze verkend en eventueel toegepast.
Voor het plangebied gelden voor afvalwater de volgende opgaven: 1. Het schone hemelwater van daken en parkeerterrein scheiden van afvalwater. 2. Voor de nieuwbouw wordt alleen een aansluiting voor vuilwater op de riolering aangelegd. Hiervoor kan de huidige aansluiting op de riolering worden gebruikt. 3. De hoeveelheid afvalwater van het nieuwe zwembad blijft gelijk of daalt ten opzichte van de huidige situatie. Bij de keuze van installaties wordt aandacht geschonken aan drinkwaterbesparing 4. Voor de grotere afvalwaterlozingen in verband met spoelen of ledigen van baden, wordt een protocol opgesteld en afgestemd met de gemeente. Hemelwater: De gemeentelijke taak voor afvloeiend hemelwater is het doelmatig inzamelen en verwerken van hemelwater. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 3.5 Waterwet. De accenten richting ambitieus zitten in: <0000> Proactief inzetten op afkoppelen, bv bij vervangings- en onderhoudsprojecten. Daarnaast is bijvoorbeeld de regeling groene daken doorgezet en worden burgers gestimuleerd om hemelwater te scheiden en vast te houden in tuinen (participatie met burgers). <0000> De definitie voor wateroverlast is herzien in hinder, ernstige hinder en overlast.
<0000> Bij in- en uitbreidingen wordt binnen het plangebied ruimte gecreëerd voor waterberging, 40 mm bij uitbreidingen en 20 mm bij inbreidingen. Optioneel bestaat bij inbreidingen de mogelijkheid om de waterberging bij de gemeente af te kopen. <0000> Indien mogelijk wordt aangesloten bij thema's zoals ZON (Zoetwatervoorziening Oost Nederland), KAS (Klimaat Actieve Stad), Duurzaamheidsplan en dergelijke. <0000> Niet alleen de riolering maar de openbare ruimte als geheel wordt klimaatbewust ontworpen, met aandacht voor waterberging in het plangebied in het straatprofiel, in het groen of op daken. Voor het plangebied zijn voor hemelwater de volgende punten relevant: 1. De toekomstige waterhuishouding moet een duurzaam karakter krijgen door schone en vuile waterstromen gescheiden te houden. Voor de afhandeling van hemelwater moet worden aangesloten bij de voorkeursvolgorde hergebruik, infiltreren, retenderen/afvoer naar oppervlaktewater of retenderen/afvoeren naar riolering. 2. Het hemelwater dat valt op het verhard oppervlak (daken en (terrein)verharding) mag niet worden aangesloten op de riolering. 3. Hemelwater dat valt op dakoppervlakken is kwalitatief schoon genoeg om rechtstreeks op oppervlaktewater afgevoerd te worden. Kwantitatief is dat niet altijd toegestaan.
Regenwater afkomstig van pleinen en verhardingen waar evenementen en dergelijk op worden georganiseerd zijn niet geschikt om rechtstreeks af te koppelen op oppervlaktewater. De waterafvoer van deze verhardingen moet eerst worden behandeld of op het gemengde stelsel gehandhaafd blijven. 4. Door de aanleg van groene daken in het bebouwde gebied kan de waterafvoer worden vertraagd en kan wateroverlast mogelijk worden voorkomen. Dit is tevens een middel om hittestress in de (binnen)stad te reduceren. 5. Het is belangrijk dat bij toekomstige ontwikkelingen wateroverlast wordt voorkomen. Bij het ontwerp en de inrichting van nieuwe ontwikkelingen moet daarom rekening worden gehouden met de mogelijkheid om in noodgevallen (bij extreme buien) de straat en de overige openbare ruimte te benutten als tijdelijke berging. Hiervoor moet de infrastructuur waterbewust en klimaatbestendig worden ingericht. Hierbij kan worden gedacht aan niet te
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
41
NL.IMRO.0141.00135-BP31
lage vloerpeilen, het toepassen van trottoirbanden langs de wegen en het afvoeren van alle dakoppervlak naar de voorzijde van het perceel. De opgaves voor hemelwater worden als volgt ingevuld: 1. Voor het plangebied wordt een waterhuishoudingsplan opgesteld dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeente 2. Het regenwater van daken wordt (zo mogelijk) hergebruikt voor toiletspoeling etc. 3. Het dak wordt, zo mogelijk, voorzien van een groen dak om water vast te houden, bij te dragen aan biodiversiteit, fijnstof op te vangen en warmte te reduceren. De minimale wateropvang op het dak is 15 liter per m². 4. Voor al het verhard oppervlak in het plangebied, alle verharding en dak, wordt een bovengrondse waterberging aangelegd in de vorm van een wadi of zaksloot met een inhoud van 20 mm. 5. Om water zoveel mogelijk lokaal te infiltreren moet de wadi minimaal 20 mm per dag kunnen infiltreren ten opzicht van het aangesloten oppervlak. 6. Voor buien die groter zijn dan 20 mm (eens per twee jaar) wordt water tijdelijk op het terrein geborgen. 7. Het terrein wordt zodanig ingericht dat bij een waterhoeveelheid van 70 mm (bui T=100 jaar) het water geen schade veroorzaakt en niet van het terrein overstroomt naar naburige terreinen 8. Hemelwater van verhardingen stroomt (zoveel mogelijk) bovengronds naar de wadi(s) 9.
Hemelwater van de daken wordt bovengronds afgevoerd naar de wadi(s) 10. Het vloerpeil van het pand ligt minimaal 0,30 m boven het straatpeil. Grondwater: De gemeentelijke taak voor grondwater is een inspanningsverplichting om structureel nadelige gevolgen van grondwaterstanden in openbaar gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 3.6 Waterwet. De huidig ingezette koers wordt gevolgd waarbij voor het uitvoeren van grondwatermaatregelen kritisch wordt afgewogen of normgerichte maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden. Relevante doelstellingen zijn: <0000> De gemeente Almelo streeft een grondwaterstand na, welke geen structurele overlast veroorzaakt bij bewoners en bedrijven. <0000> Nieuwe ontwikkelingen, zowel openbaar als particulier, moeten zodanig worden ontwerpen en ingericht dat de toekomstige bewoners/gebruikers geen hinder ondervinden van (te) hoge grondwaterstanden. Het oplossen van grondwaterproblemen achteraf kost een veelvoud van maatregelen tijdens de bouwfase. De grondwateroverlast wordt bestreden (en bij nieuwbouw voorkomen) volgens de voorkeursstrategie: <0000> Ophogen, <0000> Aanleggen extra oppervlaktewater, <0000> Aanleggen grondwatertechnische maatregelen.
<0000> Pas als ophogen of extra oppervlaktewater in een deelgebied niet realistisch is, komen grondwatertechnische maatregelen zoals drainages, in beeld. Bij nieuwbouw worden in principe geen grondwatertechnische maatregelen aangelegd <0000> Voor de ontwatering gelden de volgende criteria: <0000> Wegen minimaal 0,80 m boven de GHG. <0000> Openbaar groen minimaal 0,50 m boven de GHG. <0000> Vloerpeilen minimaal 1,00 m boven de GHG. Voor het plangebied zijn voor grondwater de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: <0000> Het inzetten op bodemenergiesystemen voor het besparen van fossiele brandstof en reduceren CO2 uitstoot. Binnen Almelo blijkt de bodem zich te lenen voor zogenaamde gesloten systemen. Ook is de bodem over het algemeen geschikt voor open systemen met uitzondering van het zuidoosten waar de watervoerende pakketten dunner zijn. De opgaves voor grondwater worden als volgt ingevuld: <0000> Het vloerpeil van het pand ligt minimaal 1,00 m boven de GHG. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van de in de buurt gelegen peilbuis pb13.14 ligt op 10,29 m+NAP. <0000> De bodem van de wadi ligt minimaal 0,30 m boven de GHG. vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
42
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Oppervlaktewater: Er is geen wettelijk taak voor de gemeente betreffende het oppervlaktewater. Oppervlaktewater is echter voor Almelo een belangrijk onderdeel van het watersysteem en zodoende ook gezien als een integraal onderdeel van het stedelijk water. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers met incidenteel een tandje minder komt in hoofdzaak op het volgende neer: <0000> Samen met waterschap wordt gewerkt aan droge voeten in het stedelijk gebied (voorkomen van wateroverlast). <0000> Het imago van Almelo Waterstad wordt ook in de nieuwe planperiode verder ondersteund. Daarbij is een goede waterkwaliteit en een goed functionerend watersysteem belangrijk. Waterverontreiniging vanuit stedelijk water wordt daarom zoveel mogelijk beperkt en indien mogelijk en financieel toegestaan wordt er bijgedragen aan bv waterrecreatie en -beleving. <0000> Oppervlaktewater is ook een integraal onderdeel van het klimaatbewust ontwerpen van de openbare ruimte. <0000> Veiligheid en beschikbare financiën hebben een hogere prioriteit in de afweging dan de waterkwaliteit en de klimaatbestendigheid. Bijvoorbeeld het bergen van water op straat, in groen en speelplekken is een reële optie zolang dat niet leidt tot onveilige situaties en de kosten niet te hoog zijn. Dit kan er toe leiden dat op dit vlak een tandje minder wordt ingezet.
Voor het plangebied zijn voor oppervlaktewater de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: 1. In verband met de overdracht van stedelijk water naar het waterschap Vechtstromen moet nieuw stedelijk water ook voldoen aan de eisen van het waterschap. 2. Bij de toe te passen bouwmaterialen uitgaan van afwatering op oppervlaktewater. Dit i.v.m. uitloogbaarheid en daardoor waterverontreiniging. 3. Het aanleggen van nieuw oppervlaktewater kan gevolgen hebben voor de grondwaterstanden direct langs dat nieuwe water. Zowel positief als negatief. 4. Water, groen en spelen kunnen prima gecombineerd worden. Hiervoor moeten dan wel de juiste keuzes qua materiaal en beplanting worden gemaakt. De opgaves voor oppervlaktewater worden als volgt ingevuld: <0000> Binnen het plangebied worden geen materialen gebruikt die qua uitloogbaarheid een negatief effect hebben op het grond- en oppervlaktewater. 6.2.4 Conclusie Met inachtneming van bovenstaand advies heeft de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
43
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
7.1 Inleiding Het bestemmingsplan 'Sportpark Almelo' bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op het vigerende bestemmingsplan 'Centrum' en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht. Ook wordt een beschrijving per artikel en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.
7.2 Juridische systematiek Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een sportpark (zwembad en sporthal) mogelijk op de op de gronden van het huidige zwembad (met onderwijs). De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op het beoogde ontwerp en Programma van Eisen voor het Sportpark Almelo. De regels bestaan uit vier hoofdstukken waarop in de volgende paragrafen wordt ingegaan: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.
7.3 Beschrijving per bestemming Inleidende regels Begrippen In het eerste artikel zijn de noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen die worden gebruikt in de regels. het bevat definities om misverstanden te voorkomen. Wijze van meten Het tweede artikel regelt hoe er gemeten moet worden. Bestemmingsregels Sport De bestemming Sport is bedoeld voor sportvoorzieningen (Sportpark Almelo) en ondergeschikte horeca (categorie 7). De hoofdbebouwing mag enkel opgericht worden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. In de regels en verbeelding zijn bepalingen opgenomen omtrent de hoogten voor zowel de hoofdbebouwing als de bijbehorende bouwwerken. Ook zijn bepalingen opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. Waarde - Archeologische verwachting middelhoog Er zijn in het gebied een aantal gebieden welke zijn aangemerkt met de waarde- archeologische verwachting. Om verstoring en vernietiging van deze waarden te voorkomen is deze dubbelbestemming opgenomen. Er zijn in de bestemming een aantal afwijkings- en uitzonderingsmogelijkheden geformuleerd. Dit maakt, behoudens uitzonderlijke gevallen, het normale gebruik van de grond mogelijk.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van ene bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
44
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Algemene gebruiksregels Hierin is specifiek vermeld welk gebruik als strijdig wordt gezien. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Kleine afwijkingen van de in de regels opgenomen, dan wel op de verbeelding aangegeven maten kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt met een binnenplanse omgevingsvergunning. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het overgangsrecht bevat een regeling voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de regels van dit bestemmingsplan. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie van het artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Slotregel In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan aangehaald kan worden (titel van het bestemmingsplan). De redactie van het artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
45
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Met de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, indien sprake is van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Met een derde kan een exploitatieovereenkomst worden gesloten, waarin het kostenverhaal is geregeld en waarin tevens bepalingen kunnen worden opgenomen ten aanzien van planschades. De gronden in het plangebied van het bestemmingsplan Sportpark Almelo zijn in gemeentelijk eigendom. Voor alle kosten van de ontwikkeling heeft de gemeenteraad op 26 mei 2021 een krediet vastgesteld voor de realisatie van het nieuwe Sportpark Almelo ter hoogte van 21.066.000,- euro, conform het Programma van Eisen. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de vrij te vallen stelpost onderhuisvesting, vrij te vallen exploitatiekosten oud zwembad en vrij te vallen kosten groot onderhoud. Voor het overige worden de kosten gedekt uit de algemene middelen.
Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
46
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Hoofdstuk 9 Procedure Op basis van het concept-ontwerp bestemmingsplan is het wettelijk vooroverleg, zoals vastgelegd in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening,met de provincie en Waterschap gevoerd. De ontvangen adviezen in het kader van het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Op donderdag 15 december 2022 heeft een inloopavond voor de omgeving plaatsgevonden. Het ontwerpbestemmingsplan 'Sportpark Almelo' heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen.
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
47
NL.IMRO.0141.00135-BP31
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
48
Bestemmingsplan Sportpark Almelo NL.IMRO.0141.00135
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Regels
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
1
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
3 4 8
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Sport Artikel 4 Waarde - Archeologische verwachting middelhoog
9 10 12
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene gebruiksregels Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Artikel 8 Overige regels
14 15 16 17 18
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
20 21 22
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
2
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
3
NL.IMRO.0141.00135-BP31
Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Sportpark Almelo met identificatienummer NL.IMRO.0141.00135-BP31 van de gemeente Almelo;
1.2 bestemmingsplan: de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.6 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft dat maximaal bebouwd mag worden;
1.7 beperkt kwetsbaar object: een object ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van 27 mei 2004, staatsblad 2004, nr 250;
1.8 besluit externe veiligheid inrichtingen: Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen zoals deze luidde op 27 mei 2004, staatsblad 2004, nr. 250;
1.9 bestaand(e) (bebouwing en gebruik): <0000> <0000>
legale bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
1.10 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
1.11 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.12 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.13 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
vastgesteld Bestemmingsplan Sportpark Almelo
4
NL.IMRO.0141.00135-BP31
1.15 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder;
1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.17 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;
1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.19 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.20 bruto-vloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, zowel op de begane grond als op de verdieping;
1.21 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.22 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.23 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, onder te verdelen in maatschappelijke, openbare, persoonlijke en zakelijke dienstverlening, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, detailhandel, een seksinrichting en (kinder)opvang;
1.24 erf: de grond deel uitmakende van een bouwperceel, behorende bij één woning, waarop geen hoofdgebouw is of mag worden gebouwd krachtens de vigerende woonbestemming;