CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

10.2 Verlengen verbreed gemeentelijk rioleringsplan - Bijlage 2 - Achtergronddocument verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 - 2020.pdf

Raad 7 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Verlengen verbreed gemeentelijk rioleringsplan37.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

7.2

Ontwikkeling lasten Voor de details van de strategie en de budgetten per onderdeel en per jaarschijf wordt verwezen naar het kostendekkingsplan in Excel. De volgende figuur geeft het beeld van de ontwikkeling van de lasten voor de lange termijn. Door de komende vervangingspiek van de riolen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw wordt op termijn een stijging van de lasten verwacht. Detailinformatie is opgenomen in het Achtergronddocument en het digitale kostendekkingsmodel. De budgetten in het kostendekkingsmodel zijn gebaseerd op het prijspeil 2015. In vaststelling van het tarief van de rioolheffing voor 2016 is echter rekening gehouden met een indexatie van 1,0%. Door jaarlijks €40.0000 aan extra kosten mee te nemen is dit verschil in prijspeil 2015/2016 het kostendekkingsmodel rechtgetrokken, en is voor zowel de baten als de lasten het uitgangspunt prijspeil 2016.

Blad 47 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Kostendekkingsplan

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

In het in het kostendekkingsplan is geen rekening gehouden met een grootschalige areaal uitbreiding door het afkoppelen van regenwater of de aanpak van de grondwatergevoelige gebieden. De beheerstrategie van deze nieuwe voorzieningen zal een plaats moeten krijgen bij het opstellen van de integrale gebiedsgerichte visies. Kanttekening toeslagen De vervangingsbudgetten voor de vrijvervalriolen volgen uit GBI met achterliggen de eenheidsprijzen gebaseerd op de Leidraad Riolering (module D1100). Hierin is een aantal toeslagen op de prijzen meegenomen: • percentage uitvoeringskosten: +10% (+10% Leidraad Riolering) • percentage winst en risico: +10% (+12% leidraad Riolering) • percentage voorbereiding, toezicht en advies: +15% (+15% leidraad Riolering Aandachtspunt bij de laatste bullit is dat dit wordt uitgevoerd door de eigen afdelingen van de gemeente Almelo. Dit betekent dat een deel van de personeelslasten van de gemeente in de investeringsbudgetten is meegenomen. In het kostendekkingsplan is deze dubbeling voorkomen.

7.3

Ontwikkeling baten Kaders Perspectiefnota De gemeente Almelo komt als geheel structureel geld tekort en moet opnieuw bezuinigen. De gemeenteraad heeft dan ook een kerntakendiscussie gevoerd en de Perspectiefnota in 2015 vastgesteld. In relatie tot de riolering zijn de volgende voorstellen aangenomen, zoals gedaan voor de bezuinigingen: 1. Het minder afkoppelen van 1 hectare verhard oppervlak per jaar (-€15.400 op de kapitaallasten) 2. Het verlengen van de aanname voor de technische levensduur van 62 naar 65 jaar (-€300.000) 3. Toerekening van meer perceptiekosten aan de rioolheffing met ingang van 2017.

Blad 48 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Kostendekkingsplan

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Alle punten zijn reeds doorgevoerd in het Kostendekkingsplan. De Financiële effecten van de 3 punten op rioolheffing zijn als volgt 1. Minder afkoppelen, vanaf 2017 besparing van € 15.400 op de kapitaallasten. Aantal objecten rioolheffing 34.545. Daling van tarief met € 0,43. 2. Afschrijvingstermijn van 62 naar 65 jaar, besparing 2017 € 100.000 op de investeringen, besparing 2018 € 200.000, besparing 2019 en verder € 300.000. Daling van tarief in 2017 € 2,81, in 2018 € 2,81 en 2019 en verder € 2,81. 3. Extra perceptiekosten € 100.000 vanaf 2017. Stijging van tarief vanaf 2017 met € 2,81. Optimalisatie baten Ook is de opbrengstenkant kritisch tegen het licht gehouden. Het aanslaan van meer objecten is hierin een mogelijkheid. In totaal zijn er 3.065, waarvan 2.057 aangemerkt als garage/berging, die niet worden aangeslagen. Door deze aan te slaan voor bijvoorbeeld 1/3 van de eigenarenheffing, wordt er (na aftrek van extra inningskosten) circa €52.000,- aan aanvullende inkomsten gegenereerd. Van dit aantal is 30% in eigendom bij de woningstichtingen. Enerzijds is dus overleg met de woningstichtingen nodig, voordat de verhoging eventueel wordt doorgevoerd, anderzijds heeft de gemeenteraad aangegeven geen voorstander te zijn van lastenverhoging voor de burgers.

Wellicht bieden de regels voor kwijtschelding en oninbaar nog ruimte voor verlaging van de bedragen, jaarlijks is hier immers €481.200,- voor begroot. Dit is reeds voorgesteld in de Perspectiefnota 2015 en heeft het niet gehaald. Voor nu is het doorvoeren van de bovenstaande wijzigingen niet aan de orde. De komende planperiode zullen beide mogelijkheden voor optimalisatie voor van de baten, in overleg met de betrokken (de beide woningstichtingen en het gemeentebestuur) nader worden besproken. Ontwikkeling Rioolheffing De stijging van de rioolheffing is reeds voorzien in het vGRP 2011-2015. Door de gewijzigde inzichten in het areaal (leeftijd en totale omvang) is het voorstel de stijging langer door te zetten, om de verwachte investeringspiek op te kunnen vangen. Hiervoor wordt vanaf 2020 de rioolvoorziening gevuld ter dekking van de toekomstige vervangingsinvesteringen. De volgende grafiek toont de ontwikkeling van de rioolheffing in vergelijk met de koers vanuit het vGRP 2011-2015, na indexatie. Te zien is dat de gedurende de planperiode 2016-2020 de heffing net onder de beoogde koers kan blijven, als gevolg van de reeds gerealiseerde bezuinigingsopgave en de invulling van de perspectiefnota (per saldo minus €6,- in 2020). Na 2027 wordt een hogere stijging verwacht tot uiteindelijk € 413 in 2040, vanwege de voorziene vervangingspiek.

De insteek is dan ook om nu te investeren in onderzoek om de mogelijkheden van het effectgestuurd beheer om de vervangingsinvesteringen adequaat en optimaal op te gaan vangen. Vanaf 2040 kan de rioolheffing weer dalen richting het huidige niveau, tot €252 in 2069.

Blad 49 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Kostendekkingsplan

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Verloop rioolheffing en voorziening tariefsegalisatie, tariefsegalisatie, combinatieheffing 4040-60 Voorziening tariefsegalisatie Rioolheffing nieuw Rioolheffing koers GRP 2011-2015

€12.000.000

€ 400 €10.000.000

Indicatie rioolheffing

€ 350 € 300

€8.000.000

€ 250 €6.000.000 € 200 € 150

€4.000.000

€ 100

Indicatie stand voorziening tariefsegalisatie

€ 450

€2.000.000 € 50 €0 2015

2020

2025

2030

2035

2040

€0 2045

Jaar

In tabelvorm voor is de mutatie van de rioolheffing als geheel als volgt (2016 tot en met 2025). De mutaties conform de Perspectiefnota 2015 zijn hierin doorgevoerd. Hoogte rioolheffing (gebruikers+eigenarendeel)

Aanpassing t.o.v voorgaand jaar

In procenten

Effect Perspectiefnota op de heffing

Jaar 2016

€ 211,00

€ 13,00

+6,6%

€0

2017

€ 223,79

€ 12,79

+6,1%

- € 0,40

2018

€ 234,44

€ 10,65

+4,8%

- € 2,80

2019

€ 246,19

€ 11,75

+5,0%

- € 2,80

2020

€ 260,73

€ 14,55

+5,9%

-

2021

€ 271,73

€ 11,00

+4,2%

-

2022

€ 282,73

€ 11,00

+4,0%

-

2023

€ 293,73

€ 11,00

+3,9%

-

2024

€ 304,73

€ 11,00

+3,7%

-

2025

€ 315,73

€ 11,00

+3,6%

-

Blad 50 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

8

Onderzoeksvragen In dit hoofdstuk zijn de verschillende onderzoeksvragen van de gemeente Almelo nader uitgewerkt, met als doel de strategie nader in te kunnen vullen. De volgende onderwerpen komen aan bod:

§8.1 §8.2 §8.3 §8.4 §8.5 §8.6 §8.7 §8.8 §8.9 §8.10 §8.11 §8.12 §8.13 §8.14

8.1

Stimuleringsregeling groen daken Indexatie kosten rioolaansluitingen Kosten en baten samenwerking TWN Personele consequenties beleid Compensatieregeling waterberging Kwaliteitscijfer Richtlijnen water-op-straat Matrix riolering buitengebied Afkoppelen verhard oppervlak Bezuinigingsopgave Grondwaterplan Klimaat Actieve Stad IGOP-proces en kostenverdeling Baggerplan

Onderzoeksvraag A5: Stimuleringsregeling groene daken In het collegeakkoord van gemeente Almelo wordt ‘een stad in balans’ gezien als het belangrijkste uitgangspunt van het collegebeleid. Groene Daken passen goed binnen het creëren van deze duurzame balans. De gemeente Almelo heeft de ambitie om het oppervlak aan groene daken binnen het stedelijk gebied uit te breiden, zodat in 2050 circa 10% van de geschikte daken, is voorzien van een groen dak. Voor gemeente Almelo is het hoofddoel dat de groene daken een bijdrage leveren aan het ontlasten van het rioolstelsel en het beperken van de afvoer van schoon hemelwater. Hiervoor is het vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater van groot belang. De aanleg van een groen dak dat aan de gestelde voorwaarden voldoet, komt in aanmerking voor een bijdrage in de aanlegkosten. Het budget van de stimuleringsregeling groene daken bedraagt €25.000,- per jaar. De regeling is geldig van 2013 t/m 2015. Kosten Onderstaande opsomming is een overzicht van de ingediende en toegekende aanvragen voor de betreffende periode: • 2013 (totaal 458 m2): 1. Rozenstraat 65 > 42,5 m2 2. Canisiushof 1 > 226 m2 3. Markerichter 9 > 39 m2 4. Boompjes 10 > 150 m2 2 • 2014 (totaal 1.595 m ): 2 1. Haven Noordzijde 30 > 1.290 m 2 2. Haven Noordzijde 45 > 275 m 3. De Taling 76 > 30 m2

Blad 51 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

•

2

2015 (totaal 600 m ): 2 1. Sluiskade NZ 46a > 27 m 2 2. Werfstraat 2 > 428 m 3. De Maraboe 7 > 100 m2 4. Eschauzierlaan > 45 m2

Uit de jaarverantwoording 2014 is te herleiden dat in dat € 23.925,- is besteed aan de regeling. Dit is overeenkomstig de maximale bijdrage van €15/m2 voor circa 1.600 m2 (0,2 ha) groen dak. Dit staat los van de benodigde ambtelijke inzet. Niet bekend is hoeveel ambtelijke uren deze regeling kost. Voor 2015 zijn de getallen op het moment van schrijven niet beschikbaar. Baten In het perspectief, ten opzichte van het totale aangesloten verhard oppervlak op gemengd riolering (696 ha, op basis van de meest recente Basisrioleringsplannen) is de hoeveelheid groene daken marginaal. Het effect op het functioneren van de waterketen is bij deze hoeveelheden dan niet te meten. De vraag is dan, wat levert het wel op? Onderstaande tabel geeft een overzicht van de voors en tegens vanuit de literatuur en de ervaringen van de afgelopen jaren:

-

Voor Imago gemeente Voorbeeldfunctie / aanjagen ontwikkelingen Waterberging Vermindering hittestress Opname fijnstof Leefbaarheid Bewustwording burger

-

tegen Kosten per m2 Bereik beperkt De voorwaarden van de huidige regeling: 2 - ondergrens 20m - beperking openstelling tot maart - uitvoering in het jaar van aanvraag

Advies. Geadviseerd wordt de regeling voort zetten. De realisatie van groene daken sluit aan bij de ambitie van de gemeente voor Almelo zich de profileren ‘Oase van Twente’. Vanuit de gestelde ambities: “Veiligheid en Leefbaarheid zijn benoemd als belangrijke items. Als water een bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid dan wordt dat overwogen. Aandacht voor stimulering van burgers en burgerparticipatie om doelen te bereiken, de gemeente kan het niet alleen”. Vanuit het oogpunt van de waterketen als geheel is het standpunt dat álle beetjes helpen, en de realisatie van groene daken beschouwd kan worden als een no-regret maatregel. De gemeente geeft hiermee het goede voorbeeld en kan de bewustwording voor de omgang met hemelwater aanjagen. Inwoners worden gestimuleerd hun hemelwater te scheiden en hier bewust mee om te gaan. Samengevat: • Het is een plus op het hemelwaterbeleid, conform de ambitie van de Raad; • Het past binnen het aspect ‘samen met burgers’; • Het past binnen innovatie ontwikkelingen; • Het sluit aan bij duurzaamheidsplan. Aanbevolen wordt de voorwaarden te versoepelen door: 1. de openstelling van de regeling te verruimen tot juli; 2. De uitvoering in het jaar van aanvraag te verruimen tot het jaar volgend op de aanvraag;

Blad 52 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Geadviseerd wordt het bedrag van €25.000 voor in ieder geval de planperiode te handhaven. Hierbij hoort ook het advies aandacht te hebben voor de communicatie omtrent de regeling. Een actievere rol van de gemeente hierin, met het aanhalen van de voorbeeldfunctie van de gemeente (de groene daken op het nieuwe stadhuis) zal de deelname vergroten.

8.2

Onderzoeksvraag B1e: kosten rioolaansluitingen Uitvraag: Hoe zit het met de opbrengsten/kosten van rioolaansluitingen? Is jaarlijks indexeren voldoende? De opbrengsten zijn per aansluiting te vinden in de aanvraagformulieren van de gemeente: • Aansluiting gemengd rioolstelsel (enkele aansluiting): € 651 • Aansluiting gescheiden of verbeterd gescheiden rioolstelsel (dubbele aansluiting): € 1.040 • Aansluiting alleen DWA systeem: € 651 • Aansluiting op verbeterd gescheiden systeem met separate afvoer schoon (dak)oppervlak € 1.561 • De werkelijke kosten voor een aansluiting op de gemeentelijke drukriolering worden in rekening gebracht met een minimum van € 3.248. De vraag is of deze bedragen (prijspeil 2015) kostendekkend zijn. Vanuit het budgetbewakingsysteem heeft het geen waarde een overzicht te maken voor de jaren 2011 tot en met 2013, vanwege late facturatie en bezwaren op facturen, en verschuivingen over de jaren aan de inkomstenkant. Voor 2014 is het plaatje als volgt: Begroting: €30.000 aan kosten, € 0 inkomsten Werkelijke boekingen: €51.774 aan kosten, € 26.964 aan inkomsten. In de begroting is geconcludeerd dat er €5.000 minder is uitgegeven dan begroot. Per saldo is er op deze post echter een tekort van €25.000 en dus niet kostendekkend. Het is zonder aanvullende analyse lastig in te schatten of de facturatie en boekingen voor dit betreffende jaar wel juist zijn.

Gezien de problematiek met de facturatie en de boekingen wordt aanbevolen voor de komende jaren door te gaan met het sec indexeren van de bedragen, en op basis van de komende jaarrekeningen de daadwerkelijke kostendekkendheid te analyseren.

8.3

Onderzoeksvraag B1g: Twents Waternet Uitvraag: Er is intensief samengewerkt onder de paraplu van Twents waternet (TWN). Wat heeft dat gekost en wat heeft dat opgeleverd? Op 26 mei 2011 is het Nationaal Bestuursakkoord Water ondertekend door het Rijk, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). In het bestuursakkoord water zijn afspraken gemaakt over het vergroten van de doelmatigheid van het beheer van het watersysteem en de afvalwaterketen. Er moet een doelmatigheidswinst worden bereikt, door werkzaamheden van de verschillende overheidsdiensten slim te combineren en meer samen te werken. In 2012 is het bestaande Twents waternet daarom verder geprofessionaliseerd, met de ondertekening van Waterwinst TAAK 2.0. Onderdeel van de afspraken van Waterwinst TAAK 2.0

Blad 53 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

is een rapportage van de ontwikkeling in de samenwerking in de waterketen. Inmiddels zijn er twee jaarverslagen beschikbaar (2012 en 2013/2014, waarmee invulling wordt gegeven aan die afspraak. Uitgebreide en actuele informatie is te benaderen via www.twentswaternetnl.

Baten Onder de paraplu van het Twents waternet is er veel bereikt. Naast de uitwisseling van kennis, inzichten en kunde is concreet een 14-tal werkplaatsen benoemd, bijlage 5 toont een overzicht per 1 juni 2015 met onder meer het doel en de stand van zaken per werkplaats. Tevens is in de bijlage benoemd welke documenten per werkplaats zijn opgeleverd. Een resumé: • Communicatieplan ‘Samen slimmer met water’, • Memo gezamenlijk inspectiebeheer en monitoring: • Rapportage “Werkplaats gezamenlijk grondwater- meetnetbeheer, resultaat Memo samenwerking in meetnetbeheer; Het Twentsmodel, 29 januari 2014. Memo mogelijkheden gezamenlijke aanbesteding Grondwatermeetnetbeheer, 28 april 2014. • Waterakkoord getekend door het waterschap en de gemeente Enschede. • Gezamenlijke aanschaf door 9 gemeenten van de Rain App, ondersteund door de Nationale Regenrader. • Rioolvervanging: Memo “Uitstel vervanging / afwegingsmethodiek”, Memo “Toe te passen methodiek”, Memo “Werk met werk”, Memo “Wijze van inspectie” en Memo “Financiering van investeringen”. Oplegnotitie richting Bestuurlijke Kerngroep, Risicomatrix en Rapport “Financiering van investeringen” • Werkplaats Stedelijke Wateropgave: aanbevelingen voor meer doelmatigheid in de stedelijke wateropgave. • Rapport Nulmeting en prioritering winstkansen.

Kosten Vanuit de jaarverslagen van Twents Waternet is te herleiden dat de gemeente Almelo de volgende kosten toegerekend heeft gekregen vanuit het samenwerkingsverband (naar rato van het inwoneraantal): 2012 € 6.153,2013-2014 € 1.627,Deze bedragen zijn exclusief de urenbesteding van het ambtelijk apparaat van de gemeente. Onderstaand geeft een overzicht van de afgelopen jaren. Het jaar 2012 valt op, de verklaring is dat dit het beginjaar is van de samenwerkingsverband. De meeste werkplaatsen zijn gaan lopen en er hebben vanuit Almelo meerdere collega’s in meerdere werkplaatsen meegedraaid. 2011 € 3.366,00 2012 € 16.666,40 2013 € 9.250,00 2014 € 8.528,00 2015 (tot mei) € 5.695,00 Totaal € 43.505,40 Tot en met 2014 heeft Almelo €45.590 geïnvesteerd in Twents waternet. De baten bestaan echter uit diverse rapportages, memo’s en tools en zijn niet in geld uit te drukken. Bovendien heeft er veel kennisuitwisseling en – deling in een groot aantal bijeenkomsten plaatsgevonden.

Blad 54 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

8.4

Onderzoeksvraag B5: Personele consequenties Uitvraag: Welke gevolgen heeft het beleid voor de huidige formatie (beleid, beheer en uitvoering)? Vanuit de afdelingen zijn de volgende uren in de begroting opgenomen: SE advies en ontwerp 1.060 uur x € 88,92 € 95.178 SE vastgoed exploitatie 275 uur x € 90,14 € 24.388 SE beheer 4.235 uur x € 67,89 € 279.128 SE ingenieursbureau en ts 5.445 uur x € 74,33 € 385.364 * aanname: 1fte is 1400 uur ** de 5.445 uur zijn hoofdzakelijk uren van ts (buitendienst). De uren van het ingenieursbureau zitten versleuteld in de vervangings- en investeringskosten.

De rol van de gemeente zal de komende tijd veranderen. Om de gestelde doelen te bereiken en invulling te geven aan de ambities wordt ook wat van de inwoners en bedrijven verwacht. Ingezet wordt op burgerparticipatie, samenwerking en ‘verbinden’, zowel de interne afdelingen, met andere instanties (buurgemeenten, het waterschap, NMO) én met inwoners en bedrijven. Voorbeelden zijn er al, zoals het Handboek afkoppelen vanuit Twents Waternet, het project wateroverlast Bornerbroek en de pilot ‘De Mors’. Uitgangspunt is dat een ieder zijn eigen verantwoordelijkheid kent en neemt; communicatie speelt hierin een prominente rol. Welke consequenties dit heeft voor de huidige formatie, en met name op welke termijn, is niet in te schatten. Het jaarlijkse budget à €784.000,- voor het gemeentelijke personeel is, conform de gemeentelijke begroting, doorgezet voor de komende jaren. Model Leidraad Riolering Met het rekenmodel behorende bij de Leidraad Riolering (module D2000 augustus 2007) is op basis van een aantal parameters een indicatie van de benodigde personele omvang gegenereerd. Let wel, dit is een grofstoffelijk model. Belangrijke parameter hierin is het percentage uitbesteed. De gemeente zet in op de regierol, de parameter ‘% uitbesteed” is dan ook op maximaal gezet (90% in het model). Samenvatting tijdsbesteding Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen Totaal

Tijdsbesteding dagen 403 384 419

fte (175 dagen/jaar) 2,3 2,2 2,4

1.205

6,9

Een directe koppeling van bovenstaande tabel met overzicht van de gemeente is niet te maken. Per saldo tellen de uren vanuit de begroting op tot 11.015 uur, de Leidraadmodule komt tot met maximale uitbesteding tot 9.640 uur. De gemeente doet echter nog een deel zelf. Met het verlagen van de parameter ‘% uitbesteed’ zijn de uren van de gemeente te benaderen met het Leidraad-model. Zoals gezegd, is het echter een zeer grof model.

Blad 55 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

8.5

Onderzoeksvraag B8: Compensatieregeling waterberging Uitvraag: Opstellen van een compensatieregeling voor berging van hemelwater van kleine plannen waar het doelmatiger is om de berging buiten de plangrens aan te leggen. Dat kan dan bijvoorbeeld op basis van afkopen per m³. Voor de hoeveelheid berging geldt het normale hemelwaterbeleid. Huidig beleid volgens GRP 2011-2015: Bij woninguitbreidingen en inbreidingsprojecten wordt er in principe gekozen voor het gescheiden afvoeren van afvalwater en hemelwater. Vanuit nieuw gebouwde panden is dit een must. Het hemelwater wordt bij voorkeur middels bovengrondse goten richting een wadi of een infiltratieveld afgevoerd. De berging in de afkoppelvoorziening dient ten minste 40 mm (uitbreidingslocaties) of 20 mm (inbreidingslocaties) te bedragen. Het type werkmethode voor het verwerken van het hemelwater hangt echter wel af van vele factoren zoals: beschikbaarheid van oppervlaktewater, grondwaterstand, sociale aspecten. De principiële voorkeur van de gemeente Almelo gaat uit naar een DWA-stelsel en bovengrondse afvoer van het hemelwater naar bovengrondse infiltratie binnen het plangebied, die goed beheert kan worden. Per situatie dient hier echter opnieuw een beslissing te worden genomen. Bij een wijkrenovatie kan er synergiewinst worden gehaald door hemelwater meteen ook af te koppelen.

De methode van waterafvoer volgt aan ook vaak uit het type project waar wordt meegelift. Probleemstelling In de praktijk blijkt dat het in kleine inbreidingsplannen soms ondoelmatig is om aan deze bergingseis te voldoen. Er is een voorbeeld bekend van een ontwikkelaar die berging onder de grond wilde aanleggen van 40mm in de vorm van drie parallel naast elkaar liggende infiltratieriolen in de openbare ruimte. Dit is onwenselijk vanuit het oogpunt van beheer en de inrichting van de openbare ruimte. Uitgangspunt is de bovenstaande principiële voorkeur van de gemeente. In uitzonderingsgevallen en als laatste optie biedt de gemeente de ontwikkelaar de mogelijkheid te bieden om de hemelwaterberging af te kopen, indien binnen het plangebied te weinig ruimte beschikbaar is. Het ruimtebeslag binnen een plangebied wordt dus niet alleen bepaald door het gewenste aantal woningen en uit te geven terrein. Concretisatie Enerzijds gaat het dus om eenduidige voorwaarden bij de afweging, anderzijds gaat het om de compensatieregeling voor de inbreidingsplannen op zich. Afweging De vraag is, wanneer is het doelmatiger de berging elders aan te leggen? Dit is van meerdere factoren afhankelijk en zal locatiegebonden zijn. Hiervoor is een visie nodig op de hemelwaterstructuur van het stedelijke gebied als geheel.

Uit deze visie moet blijken waar de water terecht moet komen, en volgens welke structuren/tracés. De visie is ook van belang om aantoonbaar te maken dat de middelen voor het juiste doel worden ingezet, het is immers geoormerkt geld. Zodra de structuur bekend is, is bekend of een ontwikkeling raakt aan het groter geheel. Indien dat niet zo is dan kan de volgende denklijn gevolgd worden: 1. Wanneer is er sprake van een inbreiding en wanneer van een uitbreiding? Definitie: een inbreiding is een locatie in bestaand stedelijk gebied waar nieuwe woningen, kantoren,

Blad 56 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

winkels of bedrijven worden gebouwd. Voorwaarde is dat er tenminste aan drie zijden van de locatie bebouwde percelen aanwezig zijn aanwezig. Zo niet, dan betreft het een uitbreiding. 2. Bij een inbreiding; op welke wijze is er 20mm IN het plangebied te realiseren? 3. Is in redelijkheid te voldoen aan de kaders van de gemeente, zoals opgenomen of op te nemen in de Apve? - maximaal twee typen rioolvoorzieningen ondergronds per straat/gebied; - voldoende aandacht voor ruimtelijke inpasbaarheid; - voldoende aandacht voor dubbel ruimtegebruik (berging in groen, op de wegen); - voldoende aandacht voor beheer en onderhoud van de voorzieningen; - geen afwenteling naar benedenstroomse gebieden. 3 4. Alleen bij een Nee, dan is er afkoop mogelijk voor een bedrag per te compenseren m . Dit bedrag komt bij de gemeente als geoormerkt geld ter bekostiging van het afkoppelen van verhard oppervlak of de realisatie van waterberging in het stedelijk gebied als geheel. Dit heeft bovendien als meerwaarde dat de gemeente de middelen effectiever kan inzetten door de prioritering van de gevoelige locaties en werk-met-werk kan maken. Zoals gesteld is het belang dat de gemeente aantoonbaar maakt dat de middelen voor het juiste doel worden ingezet. Het betreft immers een compensatie. De gemeente hanteert een afkoopbedrag van €1.400,- per m3.

- Dit bedrag is gebaseerd op de kentallen uit de Leidraad Riolering, voor de realisatie van een ondergrondse leiding met een diameter van Ø600mm (deze heeft ± 0,28 m3/m1 à €400 per m1). Dat is dan € 1.417 per m3. Advies Om ongewenste oplossingen in de ondergrond (zoals 3 leidingen in één straat) te voorkomen, wordt geadviseerd de kaders in het Apve goed neer te zetten. Dit is de basis voor de afweging op redelijkheid. Vervolgens moet een compensatieregeling worden opgetuigd. Het bovenstaande geeft een eerste simpele aanzet, gedurende de planperiode kan deze verder verfijnd worden. De kaders uit dit GRP, de Avpe en de regeling moeten (juridisch) één lijn gaan volgen.

8.6

Onderzoeksvraag B9: Kwaliteitscijfer Opzet voor een meetbare indicator (rapportcijfer) van de kwaliteit en het functioneren per zorgplicht om jaarlijks te kunnen beoordelen of het beter of slechter wordt. Het gaat om het monitoren van de gemaakte afspraken per zorgplicht. Indicatoren voor de raad Het idee leeft om indicatoren voor de gemeenteraad te gaan ontwikkelen, specifiek voor water. Het gaat om 3 stuks, namelijk: 1. Indicator ambitieniveau > wat willen we bereikt hebben in 2020. 2. Indicator stand van zaken uitvoeringsprogramma > doen we wat we hebben afgesproken 3. Indicator hoe doet Almelo het tov de rest > wellicht dat we daar de Benchmark voor kunnen gebruiken. Indicator 1 – Mijlpalen Hieronder kan benoemd worden welke mijlpalen de gemeente bereikt wil hebben in 2020. Een relatie kan gelegd worden met de speerpunten en accenten zoals benoemd in het hoofdrapport. De komende tijd worden deze mijlpalen verder benoemd en voorgelegd aan de gemeenteraad. Indicator 2 – Doen we wat we hebben afgesproken (monitoring kwaliteitsontwikkeling per zorgplicht)

Blad 57 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Anderzijds heeft de gemeente Almelo de behoefte zichzelf de spiegel voor te houden en de kwaliteitsontwikkeling per zorgplicht in beeld te krijgen. Waar het om gaat is een indicator met als doel te meten of de kwaliteit beter of slechter wordt. De vraag hierbij is: wat wordt verstaan onder ‘kwaliteit’?. De bestuurder, de beheerder, de beleidsmedewerker en de burgers hanteren vaak verschillende begrippen als het gaat om de kwaliteit van de riolering of de leefomgeving. Vaak denkt men daarbij over hetzelfde te praten, maar in de praktijk is er verschil van mening over de betekenis van de gehanteerde begrippen. Hoe wordt nu eenduidig in beeld gebracht wat goed is, en of het ‘beter’ of ‘slechter’ wordt? Werken met niveaus vormt de kern van elke kwaliteitsdiscussie. Dit biedt de ruimte om in aansluiting op de vraagstelling (onder meer), de gemaakte afspraken per zorgplicht te monitoren. Een indicator kan op verschillende manieren worden uitgedrukt (een cijfer of score, of in bewoordingen). Aanbevolen wordt aansluiting te zoeken bij IBOR, zoals recentelijk in de gemeente Almelo voor het voetlicht is gebracht. Hierbij wordt onderscheid is gemaakt in de volgende kwaliteitsniveaus:

Beleving Ook voor de zorgplichten van de gemeentelijke watertaken is deze methodiek te hanteren, waarbij op basis van beelden en het gestelde kwaliteitsniveau de voortgang wordt gemonitoord. Met deze methodiek is er een eenduidig inzicht in de koppeling tussen kwaliteit en effect, door het beeldend te maken heeft een ieder gevoel bij het onderwerp. In het Politiek Beraad van 9 juni 2015 zijn hierin de eerste stappen gezet, zie hoofdstuk vier van het hoofdrapport waarin per zorgplicht referentiebeelden zijn opgenomen in de zorgplichten verder zijn opgesplitst in onderdelen. Advies Geadviseerd wordt als indicator de bovenstaande kwaliteitsniveaus in te zetten. Dit sluit aan bij de methodiek van IBOR en er ontstaat één indicator voor de gehele openbare ruimte. Zowel bij een kwaliteitsniveau als bij effectgestuurd beheer gaat het om beleving. Deze aspecten kunnen dan ook niet los worden gezien. In technische zin wordt de vertaling van niveaus uitgewerkt in bijvoorbeeld een kwaliteitscatalogus. Hierin zijn de beelden per zorgplicht direct gekoppeld een korte omschrijving, met per niveau het technisch normenkader met meetbare normen en maatstaven. In de transitie naar het effectgestuurd beheer wordt dat normenkader juist meer los gelaten en zal sturing plaatsvinden aan de handen van de beelden.

De inzet van de kwaliteitscatalogus lijkt dus uitermate geschikt in de transitiefase naar effectgestuurd beheer! Indicator 3 - Benchmark Riolering Anderzijds speelt hier de vraag, waar sta je als gemeente? Vanuit de Benchmark Riolering 2013 vanuit Rioned wordt de vergelijking gemaakt met kenmerkende gemeenten (qua inwoneraantal

Blad 58 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

en grondslag) en tevens met de buurgemeenten in de regio. Een korte samenvatting hiervan is beschikbaar met gebruik van variabelen/indicatoren (KPI’s) om prestatie te beoordelen. Spiegeling aan andere gemeenten is hiermee mogelijk, verbeterpunten zijn hieruit te herleiden. De Benchmark vindt driejaarlijks plaats, het volgende ijkmoment is 2016.

8.7

Onderzoeksvraag B10: Richtlijnen water-op-straat In afwijking van het vGRP is bij een aantal BRP’s uitgegaan van dat bij bui 08 in stedelijk gebied 30 minuten water-op-straat acceptabel is. Water-op-straat hoeft niet erg te zijn, wateroverlast is dat wel. Huidig hemelwaterbeleid Een rioolstelsel kan enorme hoeveelheden neerslag verwerken in een relatief korte duur. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid kan in een dag worden verwerkt. Het grootste deel van het water wordt dan afgevoerd via de overstorten. Bij heftige buien (in de regel >20mm per uur) schiet de afvoercapaciteit van de riolering echter te kort en zoekt het water zijn weg via de bovengrond. In het vigerende GRP 2011-2015 is de functionele eis dat: “de afvoercapaciteit van de riolering voldoende dient te zijn om een bui die 1 keer per 2 jaar valt te verwerken”. Bestaande stelsel controleren met bui 8. Daar waar nodig maatregelen treffen. Wateroverlast bij een hogere buiintensiteiten wordt wel of niet geaccepteerd afhankelijk van inschatting van risico’s en praktijkwaarnemingen. Wijziging kaders Riolen zijn veelal ontworpen om buien die eens per 2 jaar optreden te kunnen verwerken. Regent het harder, dan zoekt het water via de bovengrond zijn weg. Zodra water op straat staat, kan dat als hinderlijk worden ervaren. Wegen en paden zijn minder begaanbaar, de kans op natte voeten is aanwezig.

Zodra als gevolg van teveel water tunnels worden afgesloten en wegen niet meer begaanbaar zijn wordt de hinder ernstiger. Van overlast is sprake zodra inwoners en bedrijven echt schade ondervinden (water in de woningen, ondergelopen auto’s, onbereikbaarheid gedurende langere tijd). Voor de dimensionering van de hemelwaterafvoer van nieuw wijken en verbeteringsmaatregelen voor de bestaande stelsels wordt rekening gehouden met de toename van de heftige buien als gevolg van de klimaatverandering. Als vuistregel wordt hierbij gehanteerd dat een toename van de neerslagintensiteit met +15% een halvering van de herhalingstijd betekent. Met andere woorden; heftige buien die bijvoorbeeld eens per 5 jaar optreden komen straks eens per 2 à 3 jaar voor. [lit. KNMI’14: Climate Change scenarios for the 21st Century - A Netherlands perspective Version 26 May 2014]. Advies Het advies is voor de term ‘water op straat’ onderscheid te maken in 3 verschillende gradaties uitgaande van een bui die eens per 2 jaar optreedt: • Hinder, kort durend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 0 –30 minuten; • Ernstige hinder, forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksel, met een duur in de orde van 30 – 120 minuten;

Blad 59 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

•

Overlast, langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels, woningen met materiele schade en mogelijk ook ernstige belemmering van en gevaar voor het (economische) verkeer.

Geadviseerd wordt onderscheid te maken in de classificatie van de wegen om de ernst van de belemmering nader te specificeren. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij, grofweg, de indeling in gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. De hulpdienst- en busroutes zijn bijvoorbeeld reeds ingedeeld in de gebiedsontsluitingswegen. Hetzelfde kan gedaan voor de fietspaden, in fietssnelwegen/fietsdragers en overige fietspaden. Het bovenstaande sluit aan bij de visie van Stichting Rioned, zoals verwoord in hun brochure’ Gemeentelijke aanpak Hemelwateroverlast’ (juli 2015). De figuren hiernaast geven hier een beeld bij.

Blad 60 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Hiernaast is het advies nieuwe wijken en inbreidingsplannen ‘klimaatproof’ te ontwerpen, door nu al uit te gaan een halvering van de herhalingstijden van de neerslag (een bui die nu eens in de 10 jaar optreedt zal straks eens per 5 jaar kunnen vallen). Immers, de voorzieningen die nu worden aangelegd gaan zeker meer dan 50 jaar mee. Niet alleen de riolering maar de openbare ruimte als geheel wordt klimaatbewust ontworpen, met aandacht voor waterberging in het plangebied (op daken, op straat, in het groen) of compensatie elders. Een ‘klimaatstresstest’ van de riolering, watersysteem en bovengrondse stroming als geheel kan dit inzicht bieden. Door bijvoorbeeld verkeersdrempels ook voor water passeerbaar te maken kan een deel van de hinder/overlast al worden voorkomen. In deze studie wordt de vraag beantwoord wanneer en waar de diverse onderdelen van het systeem falen en waar kansen en mogelijkheden liggen voor optimalisatie. Daarnaast is de visie van beheer om vanuit integraal, gebiedsgericht te gaan werken. Het idee is per gebied een visie voor onder meer de waterstructuur te ontwikkelen. Almelo klimaat actieve stad (KAS) en Almelo waterstad, zijn hierbij belangrijke begrippen. Door een integrale uitwerkingen per gebied kunnen meer kansen ontstaan om ruimte voor zichtbaar water en waterbuffering in relatie tot het voorkomen van ernstige hinder en overlast te creëren.

8.8

Onderzoeksvraag B11: Matrix riolering buitengebied Doel: een matrix waarmee per installatie (of cluster) eenvoudig te beoordelen is of vervanging de beste optie is of dat er betere (investering, exploitatie, functioneren) installaties zijn? Mogelijkheden alternatieve sanitatie In bijlage 6 is een korte literatuurstudie met een algemeen beeld van mogelijkheden voor alternatieven voor de inzameling, transport en/of verwerking van afvalwater in het buitengebied. Ook binnen TWN is een werkplaats Decentrale afvalwaterbehandeling, met de gemeente Almelo als voorzitter. Binnen die werkplaats is afstemming geweest met STOWA en heeft Almelo vanuit Twente pilotprojecten aangeboden aan STOWA. Daarnaast heeft de gemeente uitgebreide studies gedaan naar alternatieve afvalwaterbehandeling in het uitbreidingsplan Waterrijk. Dat plan is uiteindelijk niet doorgegaan. Matrix Het opstellen en vaststellen van een matrix heeft geen meerwaarde voor dit vGRP. De uitwerking van een matrix is hoe dan ook altijd gedateerd gedurende de vGRP periode. Het advies is, indien sprake is van vervanging vanuit beheer, op dat moment de landelijke ontwikkelingen op het gebied van alternatieve sanitatie en technische ontwikkelingen te toetsen. Bij kansrijke alternatieven kan dan een kosten- en batenanalyse worden uitgevoerd, door het in beeld brengen van de verschillen in life cycle costing (costs of ownership).

Er spelen een breed scala aan aspecten een rol, waaronder de beleving bij de inwoners(gebruiker) en de kapitaalvernietiging van reeds gedane investeringen. In het navolgende is, in het kader van deze onderzoeksvraag, wel een methode beschreven waarmee bij vervanging van riolering in het buitengebied een eerste indruk kan worden gekregen voor de afweging tussen vervangen door hetzelfde systeem of door een ander systeem. Eerste aanzet afwegingcriteria en methode De baten van de verschillende scenario's zijn niet expliciet in beeld gebracht. Deze zijn zeer lastig in € te kwantificeren. Ten opzichte van de traditionele systemen valt te denken aan:

Blad 61 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

• • • • •

Besparing op transportkosten. Minder belasting van de gemengde stelsels van Almelo. Minder belasting van de RWZI’s van het waterschap. Minder belasting op het milieu (bodem of water) Hemelwater wordt toegevoegd aan het lokale watersysteem. Minder ‘vreemd’ water hoeft te worden aan- en/of afgevoerd om het functioneren van het watersysteem te waarborgen. • ‘Winst’ aan energie en grondstoffen. Een afweging op basis van een batenvergelijking is niet uitgebreid opgenomen. Om een vergelijking en keuze te maken tussen verschillende scenario´s en technieken is de naaststaande figuur voor het voetlicht gebracht als instrument voor de discussie, om inzicht in de relevante aandachtspunten en mogelijkheden voor de nieuwe visies en innovatieve technieken te krijgen. De indeling is overzichtelijk in vier kwadranten (techniek, maatschappij, proces en instrumenten) waarbij de kennis, ideeën en ervaringen wordt verzameld en ontwikkeld over deze onderwerpen.

Techniek Bij huidige ontwikkelingen wordt vooral aandacht besteedt aan het ontwerp van het toekomstige systeem. De praktijk leert echter dat er nog veel aspecten (zoals onderhoud korte en lange termijn, gebruiksvoorwaarden, omgang met calamiteiten) zijn die te weinig aandacht krijgen in het ontwerpproces. De kansen voor het systeem worden hiermee duidelijk beperkt. Maatschappij Voor een vooruitstrevend systeem is het creëren van een positieve, actieve houding bij partijen zoals gebruikers, eigenaren en beheerders noodzakelijk. In deze kwadrant wordt daarom aandacht besteed aan het verbreden van het draagvlak bij de gebruikers en beheerders van de ruimte. Instrumenten Het kwadrant Instrumenten geeft inzicht in de ruimtelijke procedures en de financiële en juridische mogelijkheden. Proces

Blad 62 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Bij zaken zoals het verbeteren van het stedelijke water zitten naast de initiatiefnemer natuurlijk diverse partijen aan tafel. Toepassing afwegingsmatrix Door de verschillende alternatieven uit te zetten tegen de thema’s en items uit het Waterwiel ontstaat een afwegingsmatrix (zie onderstaande voorbeeld) voor de afweging in toe te passen technieken. Aanbevolen wordt voorafgaand aan de scoring de matrix te bespreken in bijvoorbeeld een werksessie met de betrokken partijen. Deze kan worden gebruikt, met de nodige aandacht voor het in beeld brengen van de verschillen in life cycle costing (costs of ownership). Er spelen een breed scala aan aspecten een rol, waaronder de beleving bij de inwoners(gebruiker) en de kapitaalvernietiging van reeds gedane investeringen. Ervaringen van gebruikers en beheerders van de bestaande voorzieningen moeten zeker in de afweging worden meegenomen. Door de tabel in te laten vullen door een groot aantal stakeholders ontstaan een breed beeld. 100 punten Wat vindt u het belangrijkste item (Techniek, Maatschappij, Proces of Instrumenten). Verdeel in totaal 100 punten over de 4 items. 1-2-3-4-5 geef een score per onderdeel, voor alle 5 technieken. 1 is negatief, 3 is neutraal, 5 is positief. 1000

Prioriteit

De eindscore per techniek wordt bepaald door de scores te vermenigvuldigen met de prioriteit, en deze bij elkaar op te tellen.

techniek hoe maken we het? 25 ontwerp realisatie

beheer

maatschappij proces hoe accepteren we het? hoe doen we het? 25 25 comveiligheid omgevings- samenbesluitmunicatie kwaliteit werking vorming 1 1 1 1 1

vrijverval/drukriolering

1

1

1

IBA/helofyten

2

2

2

2

2

2

2

2

urinescheiding

3

3

3

3

3

3

3

3

composttoilet

4

4

4

4

4

4

4

4

regenwaterbenutting

5

5

5

5

5

5

5

5

8.9

instrumenten hoe regelen we het? 100 25 participatie financiën juridische ruimtelijke Eindscore zaken ordening 1 1 1 1 300 2 2 2 2 600 3 3 3 3 900 4 4 4 4 1200 5 5 5 5 1500

Onderzoeksvraag C.a: Afkoppelen verhard oppervlak Afkoppelen van verhard oppervlak, wat zijn de voor- en nadelen? Moeten we daarmee doorgaan en is het zinvol om vanuit de gemeente bij de te dragen aan particuliere afkoppelprojecten? En zo ja, hoeveel dan? Is de doelmatigheidsgrens van € 21 per m2 nog juist? Of moet er een staffelprijs komen? Verkennen huidige situatie In de huidige situatie werkt de gemeente met de Taakopvatting Hemelwater zoals opgenomen in bijlage 4. Deze onderzoeksvraag heeft raakvlakken met de onderzoeksvragen uit de paragrafen §8.1, §8.5 en §8.7 Vanuit de vier BasisRioleringsPlannen voor de diverse kernen is de volgende tabel gedestilleerd. Gemengd VGS Gescheiden BRP Almelo 650 (toedeling naar stelseltype niet gespecificeerd in BRP BRP Aadorp 15 1 0,3

Blad 63 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

BRP bedrijvenpark Twente BRP Bornerbroek

20 11

19 -

83 0,7

In totaal is er dus 800 ha verhard oppervlak aanwezig, waarvan het overgrote deel op de gemengde riolering is aangesloten. De exacte hoeveelheid is echter niet te herleiden uit de tabellen in het BRP Almelo. Uit een overzicht van de gemeente is te herleiden dat tot en met 2015 het afkoppelen van 81 ha verhard oppervlak gepland was, en dat hiervan 78 ha daadwerkelijk is gerealiseerd. Het verschil is met name ontstaan doordat enkele projecten zijn komen te vervallen, of zin uitgesteld. Voor de komende jaren staat er nog eens ruim 16 ha aan afkoppelvoornemens op de rol. De gemeente voldoet reeds aan haar afspraken met het waterschap om een inspanning te leveren voor de emissiereductie (de basisinspanning). De ambtelijke werkgroep is van mening dat het afkoppelen van verhard oppervlak moet worden doorgezet. Het past ook zeker binnen de effectieve inzet financiële middelen. Afkoppelen als maatregel is doelmatig, het mes snijdt namelijk aan meerdere kanten: - Verminderen water-op-straat (realisatie dubbel systeem); - Reduceren vuilemissie gemengde overstorten; - Verminderen transportkosten naar de RWZI; - Verbeteren verwijderingsrendement en effluentkwaliteit RWZI; - Verbeteren terugwinningsmogelijkheden energie/grondstoffen RWZI; - Water benutten daar waar het valt (voor doorspoeling, besproeiing, aanpak verdroging).

Het bovenstaande past binnen de visie en ambitie van de gemeenten én van het waterschap en sluit aan bij hoger liggende ambities als Almelo Waterstad, Klimaatactieve Stad en Zoetwatervoorziening Oost Nederland (voor deze laatste heeft de gemeente Almelo op 25 augustus 2015 de Bestuursovereenkomst ZON getekend). De vraag voor welke eenheidsprijs het afkoppelen van verhard oppervlak doelmatig is, is niet te beantwoorden. Doelmatigheid is niet uit te drukken in één normdrag. Doelmatigheid hangt samen met de omstandigheden en de effecten. Afkoppelen kan aan vele doelstellingen een bijdrage leveren. Bovendien levert het een bijdrage aan het klimaatbestendig maken van het stedelijk gebied, iets dat pas op lange termijn meetbaar effect zal hebben. Doelmatigheid is niet altijd uit te drukken in een normbedrag. Het is meer afhankelijk van het effect op de omgeving. De visie hierop is een integrale gebiedsgerichte aanpak voor vervanging. Integraal betekent hierin ook dat er afwegingen worden gemaakt over de doelmatige inzet van de afkoppelbijdrage, met onderliggende gebiedsgerichte waterstructuurvisies (zie ook §8.5 en §8.12). Naast alle beheerprojecten (IGOP) worden daarin ook andere kansen en belemmeringen ontsloten (op kaart). Denk aan bodemverontreinigingen, archeologie, EHS, kabels en leidingen, in- en uitbreidingen. 2

Een vuistregel voor de kosten voor het afkoppelen van verhard oppervlak is €21/m , gebaseerd op het bijleggen van een hemelwaterriool met aansluitingen tot aan de perceelsgrens. Hiermee is de openbare ruimte (circa 50% van het verhard oppervlak) reeds afgekoppeld en wordt de mogelijkheid voor het afkoppelen van particuliere oppervlakken geboden. Wil je ook de particuliere oppervlakken daadwerkelijk meenemen, dan worden de kosten uiteraard hoger. Daken met een hemelwaterafvoer aan de voorzijde, direct lozend op de stoep, vergen nagenoeg geen investering. Met de realisatie van voorzieningen aan de achterzijde van de

Blad 64 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

woningen zijn grotere investeringen gemoeid, en zal ook de communicatie om zo veel mogelijk burgers te laten participeren een belangrijke rol spelen. Gesteld wordt dat, conform de huidige strategie, in principe het ontzorgen van de perceelseigenaren de beste methode is. De eigenaren hoeven geen keuzes te maken of zich te verdiepen in oplossingen voor afkoppelen, de gemeente heeft zelf in de hand dat er een goed systeem wordt gerealiseerd. De gemeente heeft inmiddels ook de mogelijkheid om met gebiedsaanwijzingen inwoners te verplichten om af te koppelen, als de gemeente daarvoor de voorzieningen heeft getroffen. Dit past echter niet binnen de filosofie van de gemeente zoals verwoord in het Coalitieakkoord 2014-2018, om de inwoners meer ruimte te geven en de compacte en integere rol van de overheid die daarbij hoort. Advies De vraag is of de gemeente door moet gaan met het afkoppelen van verhard oppervlak. Aangezien het mes bij het afkoppelen aan meerdere kanten snijdt, ter verbetering van de het functioneren van de waterketen en watersysteem als geheel, wordt aanbevolen deze koers voort te zetten. Bovendien past de het ‘anders omgaan met hemelwater’. binnen de visie en ambitie van de gemeenten én van het waterschap en sluit aan bij hoger liggende ambities als Almelo Waterstad, Klimaatactieve Stad en Zoetwatervoorziening Oost Nederland.

Voor de bovenstaande problematiek is niet direct een getal te geven voor de afkoppelprijs per m2 waaronder het afkoppelen van verhard oppervlak ‘doelmatig’ te noemen is. Hiervoor spelen er te veel factoren, lokale (on)mogelijkheden een rol. Geadviseerd wordt wel de insteek te kiezen om in ieder geval bij rioolvervangingen te overwegen het verhard oppervlak van de openbare ruimte af te koppelen. Vanuit de Perspectiefnota 2015 is het voorstel gedaan om juist minder te gaan afkoppelen, om invulling te geven aan de bezuiningsopgave van de gemeente Almelo. Dit pleit voor de aanvulling om voorafgaand aan het afkoppelen kritisch te kijken naar de doelmatige inzet van middelen (werk-met-werk maken, de aanpak van gebieden met bijvoorbeeld water-opstraat problematiek). Het verleiden van de inwoners met financiële prikkels om verhard oppervlak af te koppelen sluit niet aan bij de bezuinigingsopgave. Deze lijn wordt dan ook niet aanbevolen. Evenmin wordt aanbevolen de inwoners tot afkoppelen te verplichten door met gebiedsaanwijzingen te werken, dit pas niet binnen de filosofie van de gemeente zoals verwoord in het Coalitieakkoord 20142018.

8.10

Onderzoeksvraag C.d: Bezuinigingsopgave Ten behoeve van het bestuursakkoord water streeft de gemeente Almelo naar een structurele besparing van €1,08 mln ten opzichte van 2010. Welke mogelijkheden zijn er om hieraan invulling te geven? Eén van de opgaven komt voort uit het Bestuursakkoord Water, dit betreft de opgave te komen tot minder-meerkosten (en zodoende minder stijging van de rioolheffing). In het samenwerkingsverband Twents waternet is dit vertaald naar een inzet op het afvlakken van de kostenstijging voor in principe € 14,3 mln per jaar voor de regio Twente vanaf 2020. Indicatief voor de gemeente Almelo betekent dit een totaal te realiseren, structurele, besparing van € 1,08 mln per jaar in 2020, ten opzichte van 2010. Hierin ligt de gemeente op koers. Inmiddels is per 1 januari 2015 een besparing van € 0,54 mln gerealiseerd (door met name wijzingen in de financieringsstrategie, de heffingsmethodiek en de verwachtingen voor de levensduur van riolen).

Blad 65 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

De gemeente Almelo komt als geheel structureel geld tekort en moet opnieuw bezuinigen. De gemeenteraad heeft dan ook een kerntakendiscussie gevoerd en de Perspectiefnota in 2015 vastgesteld. In relatie tot de riolering zijn de volgende voorstellen aangenomen, zoals gedaan voor de bezuinigingen (dit levert een besparing op van ca. €0,22 mln op jaarbasis): 1. Het minder afkoppelen van verhard oppervlak (-€15.400 op de kapitaallasten); 2. Het verlengen van de aanname voor de technische levensduur van 62 naar 65 jaar (-€300.000); 3. Toerekening van meer perceptiekosten aan de rioolheffing in plaats van de aan de Algemene Middelen, met ingang van 2017. Alle punten zijn reeds doorgevoerd in het Kostendekkingsplan, de financiële consequenties zijn doorgerekend (zie H7). Om tot de resterende besparingsopgave te komen zal out-of-the box gedacht moeten worden. Een goede mogelijkheid om hier verder invulling aan te geven is de transitie van normgericht naar effectgestuurd rioolbeheer, zie §4.2. Wellicht kunnen riolen nog langer blijven liggen dan 65 jaar, en wat als we bijvoorbeeld minder vaak reinigen en inspecteren? Hierbij hoort een goede risico-afweging, op basis van een goede kwalificatie van de toestand én differentiatie naar gebiedstypen, rioolfunctie, et cetera.

Voor de komende planperiode is hiervoor een onderzoeksinspanning benoemt, waarbij nagenoeg de gehele beheerstrategie kritisch tegen het licht wordt gehouden. Het doel hiervan is de verdere optimalisatie van de inzet van de beschikbare middelen, voor zowel de exploitatie als de investeringen. Het ontbreekt helaas aan historische data om de daadwerkelijke leeftijd van de recentelijk vervangen riolen te staven. Dit zal de komende planperiode meer aandacht moeten krijgen. De bezuinigingen moeten echter geen doel op zich worden. Er zijn de laatste jaren steeds meer werkzaamheden onder de rioolheffing geschoven en bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe extra hemelwatersystemen betekent een toename van het te onderhouden areaal. Deze nieuwe inzichten en toename in het areaal hebben consequenties voor budgetten in het kostendekkingsplan, zeker op termijn. Ook kan de opbrengstenkant kritisch tegen het licht worden gehouden. Voor het aanslaan van meer rioolobjecten, zijn argumenten om dat niet te doen, zie H7. Wellicht bieden de regels voor kwijtschelding en oninbaar nog ruimte voor verlaging van de bedragen, jaarlijks is hier immers €481.200,- voor begroot. Dit is echter reeds voorgesteld in de Perspectiefnota 2015 en heeft het niet gehaald. Voor nu is het doorvoeren van de bovenstaande wijzigingen niet aan de orde.

De komende planperiode zullen beide mogelijkheden voor optimalisatie voor van de baten, in overleg met de betrokken (de beide woningstichtingen en het gemeentebestuur) nader worden besproken.

8.11

Onderzoeksvraag C.e: Grondwaterplan Het grondwaterplan loopt tot en met 2015 en is geïntegreerd in het vGRP. Hoe verder met dit plan? En is er voldoende budget beschikbaar voor het uitvoeren van de bedachte grondwatermaatregelen? Op grondwatergebied heeft de gemeente in de planperiode grote stappen gezet. Uit de inventarisatie (deel A van het grondwaterplan), is naar voren gekomen dat in Almelo 13 grondwateraandachtsgebieden te onderscheiden zijn. Deels zijn deze gebieden bepaald op basis van een geringe ontwateringsdiepte en deels op basis van informatie verkregen uit interviews

Blad 66 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

(meldingen en klachten). Deze 13 gebieden zijn in de afgelopen planperiode nader onderzocht, in de volgende tabel zijn de resultaten weergegeven.

Blad 67 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Nr

Grondwateraandachtsgebied

Nader Onderzoek Gereed Gereed

Structurele overlast Deels Nee, 2 gebiedjes net niet Nee Nee

Gebiedsgericht plan

1 2 3 4 5

Schelfhorst Sluitersveld / Rumerslanden / Hedeman Markgraven-Noord Aalderinkshoek Kerkelanden

6 7 8 9 10

Rohof / Goossenmaatspark Boomshoek Nieuwland / De Riet Hofkamp / Paradijs Windmolenbroek

Gereed Gereed Loopt monitoring Gereed Gereed Gereed Gereed Gereed

Nee Deels Deels Deels Nee, 2 gebiedjes net niet

nvt Gereed, update irm AHN2 Gereed, update irm AHN2 Gereed, update irm AHN2 In de wacht gezet, irm kwel Twentekanaal en minimaal net voldoen nvt 2016 (lift mee met project De Mors) 2014

11 12

Nijrees Bornerbroek

Gereed 2014

Nee Deels

13

Haghoek / Rosarium

Gereed

Deels

Hoofdstructuur klaar nvt nvt nvt

Toelichting Structurele overlast In deze deelgebieden komen plaatselijk te hoge grondwaterstanden voor. Daarnaast ondervindt een aantal bewoners overlast van natte kruipruimtes en tuinen. Er is plaatselijk sprake van structurele grondwateroverlast. Geadviseerd wordt om een gebiedsgericht plan op te stellen voor de lagere delen van de deelgebieden om de te nemen maatregelen te bepalen. Reëel risico op grondwateroverlast Tijdens een RHG-situatie voldoet de ontwateringsituatie net aan de ontwateringsnorm van 0,7 m. De bodem bestaat overwegend uit matig fijn tot zeer fijn zand met lokaal leemlagen. Uit het deelgebied komen veel meldingen van grondwateroverlast. De meldingen zijn deels terug te voeren op diepe kruipruimtes, die veel voorkomen in de wijk. Beperkt risico op overlast Er komen geen structureel te hoge grondwaterstanden voor. Er zijn geen maatregelen nodig om de grondwaterstand te verlagen

In onderhavig vGRP zijn de ambitie, de kwaliteitskaders, de activiteiten en de budgetten benoemd. De afgelopen periode is er veel inzicht vergaard door de geïnstalleerde meetnetten. Nu is het zaak de voorgenomen maatregelen ook daadwerkelijk te gaan realiseren. De koers zoals vastgesteld in 2013, de gebiedsgerichte aanpak van de problematiek over 25 tot 30 jaar, wordt voortgezet. Geadviseerd wordt het Grondwaterplan meer om te vormen tot een technisch operationeel plan, naar analogie van de diverse Beheerplannen. Doel hiervan is de voortgang, de status en de effecten van de voorgenomen maatregelen te blijven monitoren, en ook de gerealiseerde voorzieningen direct onderdeel te laten uitmaken van de beheerstrategie. Onderdeel hiervan moet ook zijn of de geraamde budgetten voldoende zijn en of deze bijstelling behoeven. De niveaus voor de aard, ernst en omvang zijn nu verwoord in een normenkader, met een harde grens voor de ontwateringsdiepte. Door te toetsen op een combinatie van het aantal klachten (het daadwerkelijk effect en de beleving bij de inwoners), de optredende waterstanden en de frequentie van optreden ontstaat een meer genuanceerde invulling van de grondwaterzorgplicht. De volgende figuur en tabel geeft dit weer. De gemeente is bezig met een pilot voor Haghoek

Blad 68 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

naar risicogestuurd grondwaterbeheer, waarin met dit kader geëxperimenteerd kan worden. Voor een visualisatie van de begrippen grondwaterstand, oppervlaktewaterpeil, ontwatering en drooglegging wordt verwezen naar bijlage 2.

L

L

L

B

B

H

H

referentieniveau: 50cm- mv

referentieniveau: referentieniveau: 70cmmv mv 70cm-

groen

wegen wegen

referentieniveau: 90 cm ondervloerpeil gebouwen

B H

Advies Vanuit de ambitie zoals gesteld in onderhavig vGRP zijn de volgende accenten voor de planperiode benoemd: • Doorgaan met de aanpak van aanwezige structurele grondwateroverlast en daarnaast voorkomen dat toekomstige grondwateroverlast gaat ontstaan. • De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor inwoners en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. De gemeente heeft ten aanzien van het ondiepe grondwater een duidelijke regiefunctie. In relatie tot de vraagstelling, hoe verder met het Grondwaterplan, is de volgende strategie voorgesteld: Doorgaan met het grondwaterbeleid en de aanzet voor het kwaliteitskader uit onderhavig vGRP; Wel kritisch afwegen of maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden; Onderzoeken wat de invloed is van de aangelegde drainage in de openbare ruimte op particulier terrein en de openbare ruimte (bv Violierstraat). Wat is nu werkelijk het effect van een te hoge GHG op de bijvoorbeeld spoorvorming in de weg? Op basis van de pilot ‘effectgestuurd grondwaterbeheer Haghoek’ afwegen of de huidige strategie niet aangepast moet worden. NB; deze pilot is een eerste verkenning en niet alléén bepalend voor de strategie. Na deze eerste verkenning zal ook integraal gekeken moeten worden naar de mogelijkheden van effect gestuurd beheer.

-

8.12

Evaluatie van de onderzoeken en de pilots en vervolgens het grondwaterbeleid en de kwaliteitskaders actualiseren.

Onderzoeksvraag C.f: IGOP-proces en kostenverdeling De onderhoudsprogramma’s van de openbare ruimte worden al zo integraal mogelijk opgezet. Wat kan er in dit IGOP-proces nog worden verbeterd? En hoe kunnen we de verdeelsleutel van de kosten voor riool, verhardingen en grondwater standaardiseren?

Blad 69 van 118

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Almelo 2016 t/m 2020

Onderzoeksvragen

projectnummer 401451 23 oktober 2015, revisie 06

Huidige situatie In de huidige situatie zijn er geen regels voor de verdeelsleutel van de kosten van een project tussen de verschillende disciplines. Afstemming vindt op ad hoc basis plaats. Afspraken zijn projectgebonden en kunnen dus per project verschillen. Bovenstaande onderzoeksvraag wordt nog niet beantwoord. De vraag is groter dan de riolering en de gemeentelijke watertaken. Eerst moet onderzocht worden of het mogelijk is een richtinggevende verdeelsleutel te bepalen (is te bepalen wat standaard is of wat maatwerk is?) Geadviseerd wordt de vraag met de overige IGOP-deelnemers verder te verdiepen, door: ervaringen van de beheerders te verzamelen een nacalculatie te maken van een aantal uitgevoerde projecten. De onderstaande alinea’s geven reeds enkele denkrichtingen en input voor de bovenstaande verdieping. Het idee is een splitsing te maken in bovengronds- en ondergronds, vanuit de gedachte dat bovengronds alles gefinancierd wordt via de algemene middelen en ondergronds via de voorziening riolering. Met daarbij dat we een subverdeling hebben in groen-wegen-openbare verlichting (bovengronds) en riool-grondwater-afkoppelen (ondergronds). Wie is leidend? De vraag wat is de aanleiding is voor een project kan bepalend worden gesteld voor een verdeelsleutel. Bijvoorbeeld: 1.

als de wegverharding eruit moet vanwege een slechte kwaliteit, dan bepaalt de rioolbeheerder of de riolering al dan niet wordt meegenomen. Alle kosten voor de bovengrond zijn voor de wegbeheerder. 2. Als de riolering eruit moet vanwege een slechte kwaliteit, dan bepaalt de wegbeheerder of de volledige weg wordt vervangen. Een deel van de kosten voor bovengrond, op basis van de sleufbreedte voor het leggen van het riool, zijn voor de rioolbeheerder (zie ad a). 3. Heeft de rioolbeheerder meer wensen voor de bovengrond (berging op straat), dan zijn deze kosten volledig voor de rioolbeheerder. De kansen en belemmeringen voor het bovenstaande moeten binnen IGOP de komende periode onderzocht uitgekristalliseerd worden. In principe wordt dus integraal geprogrammeerd en ontworpen, mocht dat echter niet lukken wordt ingestoken op een sectoraal project. Ad a. Aannames grondwerk en straatwerk De kostenkentallen uit de Leidraad Riolering gaan uit van een gemiddelde situatie. Hierbij is er spraken van een aantal aannames, waaronder: - grondwerk, vaste ontgravingsdiepte - grondwerk, vast talud bij ontgraven - verharding, standaard verdeling elementen-gesloten voor de bovenliggende verharding. Met de kostenopbouw zoals opgenomen in bijlage 1.1 en 1.2 uit de Leidraad Riolering is hiermee te variëren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=c9389235-2c8d-42f0-bf05-a855695044fd