CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerp XL Businesspark 2

Raad 15 oktober 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W40.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

3.2

T oetsing provinciaal beleid/provinciale verordening

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.

3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 'Overijssel voor elkaar' De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is het jaar 2050. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

25

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Dit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van provincie Overijssel: 1. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. 2. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. 3. Gezondheid gaat vooral over het realiseren van een langer leven in goede gezondheid en verminderde gezondheidsverschillen. 4. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Wat landschap betreft is het plangebied ingedeeld in het oude hoevenlandschap (zuidelijke punt) en het maten- en flierenlandschap (noordelijk deel). Ten westen van het plangebied, op Wierdens grondgebied, beginnen de jonge heide- en broekontginningen. Het beleid hieromtrent leidt tot randvoorwaarden waarmee rekening gehouden moet worden: Het oude hoevenlandschap is gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Het maten- en flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het maten- en flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. De inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden. De jonge heide- en broekontginningen kunnen een stevige impuls gebruiken wat betreft de ruimtelijke kwaliteit en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

3.2.2 Omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De relevante regels komen aan bod per omgevingsaspect in het hoofdstuk Gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Per omgevingsaspect wordt getoetst of het plan voldoet aan de regels van de provinciale omgevingsverordening.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

26

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken. Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In onze omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen.

De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Waar- ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving en Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Voor het plangebied gelden de ontwikkelperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap', 'Steden binnen de stedelijke netwerken met voorkeurslocaties voor logistieke bedrijven met een (boven)regionaal profiel' en 'Stads- en dorpsrandgebieden'.

Hoe-gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn vier gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn: de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is, of hier behoefte aan is, waar deze past in de ontwikkelingsvisie en hoe deze uitgevoerd kan worden. Figuur 3.1 geeft dit schematisch weer.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

27

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Figuur 3.1. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel) Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering:

3.2.3.1 Toetsing aan het uitvoeringmodel Omgevingsvisie Overijssel Natuurlijke laag Beekdalen en natte laagtes De ambitie bij ontwikkelingen is om de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Het plangebied is gelegen aan de rand van De Doorbraak. Gedurende het proces van de planvorming is de natuurwaarden steeds een belangrijk onderwerp geweest. De Natuurwaarden worden ruimhartig gecompenseerd, waardoor er de kans bestaat dat er meer natuurwaarden terugkomen dan er verloren gaan. De Doorbraak aan de zuidkant wordt verbreed en versterkt. Met de inrichting aangesloten bij de kernmerken van dit gebied. De watergang blijft zelf in tact en in het plangebied wordt voldoende ruimte geboden voor de opvang van water. Om de kwaliteit van het oppervlaktewater goed te houden zal worden gewerkt met wadi's. De bodem heeft een sterk filterende en zuiverende werking. Via de wadi zakt het water weg in de bodem voordat het de watergang bereikt.

Die route van het water zorgt ervoor dat het water in de watergangen een goede kwaliteit krijgt. Afhankelijk van de voorspelde kwaliteit van het water in de watergangen kan er nog voor worden gekozen om bij de overloop richting De Doorbraak een helofytenfilter aan te leggen. In het helofytenfilter kan het water worden (na-)gezuiverd, zodat het water schoon genoeg is om aan de normen te voldoen

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

28

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Met de beoogde ontwikkeling zal het plangebied worden opgehoogd. Hierdoor is het niet mogelijk om het aanwezige reliëf in stand te houden. Ten zuiden ligt De Doorbraak en deze natuurlijke watergang blijft in tact. De ontwikkeling leidt niet tot een aantasting van het kenmerkende het watersysteem. De laag van het agrarisch cultuurlandschap Oude hoevenlandschap Het oude hoevenlandschap is een landschap met verspreide erven. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven.

Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Deze landschapszone wordt ingericht middels een toobox om afhankelijk van de situatie de randzone in te vullen. De toolbox bestaat uit de volgende elementen: zoveel mogelijk behoud bestaande bomen; bos met goede mantelvegetatie en kruidenlaag, sortiment afhankelijk van de plek in de landschappelijke randzone; singels; houtwallen; stuweel; grondwal tot maximaal 2,50 meter (t.o.v. peil rijbaan op Bedrijventerrein XL Businesspark 2 ). watergangen, vijvers en poelen; wadi's en natuurlijke laagtes voor waterberging; kruidenrijk grasland. De landschapszone zal bestaan uit een mix tussen meer open en gesloten delen. Open delen met bijvoorbeeld oppervlaktewater in de vorm van watergangen, vijvers, poelen, wadi's en kruidenrijk grasland en gesloten delen met bos, singels, struweel en grondwallen tot 2,50 meter hoog. De landschapszone wordt gebruikt voor de compensatie-opgave op het gebied van ecologie, maar ook voor waterberging, het verkleinen van overlast voor de omgeving, landschappelijke inpassing en recreatief medegebruik.

Maten en flierenlandschap Het maten en flierenlandschap bestaat uit grootschalige en kleinschalige bolle akkers, met daartussen bosjes, singels en houtwallen. De es vormt vaak nu nog vaak een herkenbare open zone in het gebied. Erven zijn vaak gesitueerd rondom een es, of aan wegen die door de es lopen. Bebouwingsensembles zijn vervlochten met het omliggende landschap, door relatief kleinschalige bebouwing en de groene indring van de erven. De plattelandswegen geven een steeds wisselend beeld, doordat ze slingeren door bosjes, akkers en velden. In het plangebied zijn geen essen aanwezig en is er geen sprake van relatief kleinschalige bebouwing. Het plangebied is wel te kennen aan plattelandswegen met een groene omzoming en groene erven. In de landschapszone rondom het plangebied komt dit kenmerkende karakter terug

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

29

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Stedelijke laag Het plangebied is niet gelegen in een stedelijke laag. Laag van beleving Stads- en dorpsrandgebieden De ambitie is het verbinden van ontwikkeling van woon-, werk- en recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden aan hun omgeving met landschappelijke structuren en routes. Stimuleer integrale projecten waarin stedelijke programma's en landschappelijk raamwerk gelijktijdig worden ontwikkeld en gerealiseerd. Tegengaan van verrommeling in de randzones. Bijdragen aan aantrekkelijke mix woon-, werk en recreatiemilieus. Met de ontwikkeling wordt een nieuwe groene rand aangelegd met wandelpad. Ten zuiden van het plangebied is het uitgangspunt om rekening te houden met recreatieve mogelijkheden. Om deze manier is het gebied multifunctioneel ingericht en ontstaat er een aantrekkelijke mix van werken en recreëren.

3.2.4 Conclusie toetsing provinciaal beleid Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: De beoogde plannen zijn in overeenstemming met de regels uit de verordening. Het plan wordt gerealiseerd naast een bestaand bedrijventerrein. Het stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de bestaande omgeving en ook het groen in de openbare ruimte wordt mee ontworpen. Voor de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.6. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

T oetsing regionaal beleid

3.3.1 Regionale Energie Strategie (RES) De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Twente is tot stand gekomen na een intensief samenwerkingsproces waarbij gemeenten, provincie en waterschappen de bijdrage aan de energietransitie hebben vastgesteld. Het plangebied is in de RES 1.0 aangewezen als zoekgebied voor zonne-energie. In de RES 2.0 wordt vooral gewerkt aan de uitvoering van de RES 1.0. De RES 2.0 dient op hoofdlijnen twee doelen: monitoring van de voortgang van de ambities en anderzijds het verder uitwerken van vraagstukken en opgaven. Toetsing aan het beleid Met het planvoornemen zal worden ingezet op duurzame energieopwekking, op basis van BREEAM-methodologie, waarmee wordt bijdragen aan de opgave van de RES. Hieraan zal invulling worden gegeven door een aardgasloos gebied te creëren, zonnepanelen op het dak van bedrijven te verplichten, een intern energiesysteem te ontwikkelen dat kan bijdragen aan het oplossen van het probleem van de teruglevering en door duurzaam te koelen en te verwarmen.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

30

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

3.3.2 Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente 2023/2026 In dit beleidsstuk zijn de programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen voor de regio Twente voor de periode 2023 tot en met 2026 vastgelegd. Deze afspraken bouwen voort op de bestaande samenwerking van de West-Overijsselse gemeenten en de provincie in het Bestuurlijk Overleg Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen West-Overijssel. Bij de totstandkoming van deze afspraken hebben de deelnemers zich bij het opstellen van de eerste regionale programmeringsafspraken in 2017 tot doel gesteld te streven naar een balans in vraag en aanbod van bedrijventerreinen (bestaand en nieuw) en te voorzien in de (boven)regionale en de lokale vraag naar ruimte voor nieuwvestiging en/of uitbreiding. Daarmee wordt bijgedragen aan waardebehoud van bedrijventerreinen en een zuinig en zorgvuldig gebruik van de regionale kostbare ruimte. Een centraal onderwerp is de beschikbaarheid van bedrijventerreinen in alle segmenten: klein- en grootschalig, lokaal en regionaal. Er is geconstateerd dat economische groei en de ontwikkeling van een lineaire economie naar een circulaire economie leidt tot een nieuwe ruimtevraag, nieuwe businessmodellen en andere locatiekeuzes- en eisen van bedrijven.

Tegelijkertijd is er sprake van grote maatschappelijke opgaven die hun weerslag hebben op de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, zoals de klimaatopgave en de opgaven rondom bodem en water. Daarnaast zijn er meer functies die ruimte vragen, zoals woningbouw, energie, landbouw en natuur, met als gevolg dat keuzes gemaakt moeten worden om slimmer om te gaan met de beschikbare ruimte. In het beleidsstuk zijn onder andere afspraken gemaakt over adaptief programmeren, een programmering van nieuwe plannen opgenomen voor de komende jaren. Dit is een dynamisch overzicht, dat halfjaarlijks bij het regionaal bestuurlijk overleg wordt geactualiseerd. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over kwaliteitsambities, waarbij gekeken is naar toekomstbestendige bedrijventerreinen met een kwaliteitsniveau dat aansluit bij landelijke en Europese ambities ten aanzien van duurzaamheid en bijbehorende wet- en regelgeving. Met deze afspraken moet het Bedrijventerrein XL Businesspark 2 rekening houden. Het plangebied is onderdeel van de programmeringsafspraken. Regionaal is afgesproken dat het uitgangspunt voor bedrijventerrein XL Businesspark 2 een ruimteclaim van 75 hectare voor de bedrijfsactiviteiten in de technologie gedreven maakindustrie en ondersteunende logistieke bedrijven (zie ook: par. 4.2).

3.4

T oetsing beleid waterschap

3.4.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het beleid van het Waterschap Vechtstromen staat beschreven in het Waterbeheerprogramma (WBP) 2022-2027. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele stroomgebied van het Waterschap en het omvat alle watertaken van het Waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Het waterbeleid van het Waterschap is met name gericht op een duurzame aanpak van het waterbeheer: geen afwenteling, herstel van de veerkracht van het watersysteem, streven naar een meer natuurlijker waterbeheer, zoeken naar meer ruimte voor water, water toepassen als ordenend principe middels het gebruik van waterkansenkaarten en water langer vasthouden mede door flexibeler peilbeheer. Daarnaast heeft het Waterschap de Legger waarin alle kunstobjecten in zijn opgenomen en de waterschapsverordening waarin alle regels staan. Voor Waterschap Vechtstromen gelden de volgende uitgangspunten voor waterberging: Voor toename van verhard oppervlak dient een berging van 90 mm te worden gerealiseerd; De uitstroom van een berging mag maximaal 2,4 l/s/ha bedragen bij een maatgevende bui van 55 mm; Voor te dempen van primair watergangen geldt een 1 op 1 compensatieregel.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

31

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

In paragraaf 4.17 Weging waterbelang wordt beschreven hoe het plan rekening houdt met de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de uitganspunten die gelden voor waterberging.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040

Binnen deze Omgevingsvisie (geldend vanaf 24-11-2023) is Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Voor deze gebieden zijn aan de hand van verschillende pijlers doelen en ambities beschreven. De ambities en doelen voor de bedrijventerreinen zijn onderstaand kort beschreven. Werk als deel van het leven Een goede combinatie van werk en privé wordt steeds belangrijker. Werkgevers zijn aantrekkelijker als rondom hun bedrijf voorzieningen zijn, die de kwaliteit van het dagelijks leven van hun werknemers verbeteren. Denk hierbij aan kinderopvang, horeca, sportfaciliteiten of een afhaalpunt voor pakketten. Maar ook wandelpaden om een ommetje te maken in de pauze, bankjes om te lunchen in de schaduw of de zon en genoeg groen om de omgeving gezond en aantrekkelijk te maken. Samenwerken aan bereikbaarheid Bedrijventerreinen moeten goed bereikbaar blijven voor verschillende vormen van verkeer: vrachtwagens, schepen, fietsen, het openbaar vervoer en de auto. Een groter aandeel werknemers dient per fiets of met het openbaar vervoer te reizen, om de doorstroming op de autowegen in de ochtendspits te verbeteren. Gemeente en bedrijven moeten hiertoe samen werken.

Slimme indeling van bedrijventerreinen Almelo heeft een gerichte aanpak voor het uitgeven en (vooral) herbestemmen of -structureren van locaties voor bedrijvigheid. Ook revitalisatie, transformatie of herbestemming van kleine bedrijventerreinen (in woonwijken) behoort tot de mogelijkheden. De functie voor de omgeving en geschiktheid ín die omgeving zijn daarbij richtinggevend. Er wordt gestreefd dat bedrijven en hun omgeving elkaar versterken. Zoals een woonwijk en de voorzieningen die daarin zijn gevestigd. Of een distributiecentrum en distributiebedrijf die op hetzelfde bedrijventerrein zijn gevestigd. En bedrijvigheid moet ook passen bij de omgeving. Bij het herbestemmen van agrarisch erfgoed voor bedrijvigheid bijvoorbeeld, is het bewaren van de rust in het buitengebied ook van belang. Toekomstbestendige motor van onze economie Bij Almelose bedrijven staat duurzaamheid hoog op de agenda, evenals bij de gemeente. Naast het voldoen aan de wettelijke eisen zijn velen bereid om een stap verder te gaan. Voor de energietransitie is het de gemeentelijke ambitie dat bedrijven: zonnepanelen plaatsen als hun dak daar geschikt voor is, groene daken en wanden realiseren voor een koelere binnenruimte, de bodem optimaal gebruiken voor energieopslag (warmte of kou) en afvalverwerking, processen en materiaal en grondstoffengebruik circulair maken waar mogelijk.

Het onderhavige plangebied is aangewezen als zoeklocatie voor uitbreiding van bedrijfsterreinen, zoals te zien is in figuur 3.2. Daarbij wordt een eventuele uitbreiding gecompenseerd met natuurontwikkeling en gekoppeld aan duurzaamheidsopgaven.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

32

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Figuur 3.2. Zoekgebied bedrijventerrein (bron: Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040). Toetsing aan het beleid De "Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040" benadrukt het belang van duurzame en economisch vitale bedrijventerreinen. Een van de focuspunten binnen deze visie is de ontwikkeling van het XL Businesspark. Voor toekomstige uitbreiding van bedrijventerreinen geldt dat met name de groene longen van Almelo niet worden aangetast. Tot het zoekgebied behoort vooral de zuidwestelijke hoek van de A35 en het Twentekanaal 'De kanaalsprong'. Dit betreft het onderhavige plangebied. De omgevingsvisie van Almelo richt zich op het versterken van de economische structuur door het ontwikkelen van bedrijventerreinen die bijdragen aan zowel de economische als ecologische doelen. Hierbij wordt nadruk gelegd op het creëren van aantrekkelijke, goed bereikbare en duurzame bedrijventerreinen die ruimte bieden aan zowel grote als kleinere bedrijven. De visie streeft naar integratie van groenvoorzieningen en infrastructuur om een gezonde leefomgeving te waarborgen. De ontwikkeling van het XL Businesspark 2, is een ontwikkeling binnen de omgevingsvisie. Dit gebied wordt ontwikkeld met een sterke focus op duurzaamheid en milieu. Enkele kernpunten van dit project zijn: Duurzaamheid: Er wordt gestreefd naar een 'excellent' score van de BREEAM-certificering.

Groenvoorziening en Klimaatadaptatie: Het gebied krijgt een groene buffer van minimaal 40 meter breed met waterelementen, en er worden mitigerende maatregelen getroffen voor de lokale flora en fauna. Infrastructuur: Naast groene buffers en watergangen langs wegen, worden bedrijven verplicht een groen voorterrein aan te leggen en bij te dragen aan duurzame energieopwekking, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de omgevingsvisie Almelo.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

33

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

3.5.2 Almelo ontwikkelt - uitvoeringsagenda stadsontwikkeling De uitvoeringsagenda is vastgesteld op 13 juli 2021. Hierin is het nieuwe bedrijventerrein aangehaald als prioritair project onder de naam kanaalsprong. De uitvoeringsagenda geeft aan dat logistiek, hightech en maakindustrie de belangrijkste, en daarom gewenste sectoren zijn. Aangegeven wordt dat niet alleen het aantal bedrijven groeit sinds 2013, maar ook de omvang hiervan. Gemeente Almelo wil ruimte geven aan deze groei, maar verwacht eind 2021 alle beschikbare bedrijvenkavels te hebben aangeboden. Daarom zoekt de gemeente naar nieuwe ruimte voor bedrijvenontwikkeling en -vestiging door onder meer de ontwikkeling van de kanaalsprongzone, waar Bedrijventerrein XL Businesspark 2 onder valt. Zie voor de locatieonderbouwing paragraaf 4.6 Ladder voor duurzame verstedelijking. Uit de uitvoeringsagenda blijkt dat het overkoepelende doel om de werklocaties te verduurzamen (mobiliteit, zon op dak, vergroening), toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen aan te dragen om de parkeerdruk op te vangen en detailhandel uit te sluiten. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren en professionaliseren van de samenwerking op de bedrijventerreinen, bijvoorbeeld door het oprichten van zogenaamde bedrijveninvesteringszones (BIZ).

Met een BIZ kunnen opgaven op het gebied van energie, duurzaamheid, digitalisering en vitaliteit beter en efficiënter worden opgepakt. Deze doelen werken door in randvoorwaarden voor onder meer duurzaamheid, energietransitie en mobiliteit. Toetsing aan het beleid Voor de ontwikkeling van mogelijke alternatieven en varianten in de omgeving gaan we uit van de doelen die de uitvoeringsagenda voor ogen heeft. In paragraaf 4.18 Duurzaamheid en paragraaf 4.7 Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren wordt nader getoetst aan deze thema's.

3.5.3 Ruimtelijk Programmatische Visie (Wonen en Werken) De Ruimtelijk Programmatische Visie (Wonen en Werken) is vastgesteld op 1 november 2022. Met deze visie wordt concreet invulling gegeven aan ruimtelijke en gebiedsgerichte opgaven. Op basis van negen leidende principes zijn de hoofdkeuzes voor de toekomstige ontwikkeling van de stad Almelo geformuleerd. Hierbij is ruime aandacht voor de toekomstige woon- en werklocaties in samenhang met de groenblauwe structuren. Deze visie bouwt niet alleen voort op de omgevingsvisie en uitvoeringsagenda, maar integreert ook belangrijke uitgangspunten uit andere visies, waaronder Almelo Waterstad en Koers Binnenstad Almelo. Door deze visies in samenhang te aanschouwen ontstaat een compleet en kwalitatief toekomstbeeld. Relevant voor het project is het leidende principe ''Werkstad Almelo'' (bedrijvige stad in de regio), waarin het onderzoek 'Vraag naar grootschalige kavels in Twente' wordt aangehaald. Blijkens dit onderzoek is in een hoog groeiscenario een uitbreidingsvraag van 108 hectare t/m 2030, en nog een extra 53 hectare in de periode 2030-2040. In dit onderzoek is ook geconstateerd dat een uitbreiding van Bedrijventerrein XL Businesspark 2 (de Kanaalsprong) een kansrijke ontwikkeling is om aan deze uitbreidingsvraag te voldoen.

Hieraan worden wel condities gesteld: er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing, ruimte moet geboden worden aan extra (hoogwaardige) werkgelegenheid op een klimaatadaptieve, circulaire, innovatieve werklocatie met veel ruimtelijke kwaliteit op gebieds- en gebouwniveau en tot slot moet sprake zijn van optimale verbindingen met de stad en de A35. Structuurkaart De leidende principes zijn vertaald in een structuurkaart. Deze kaart toont de belangrijkste kwaliteitsdragers en ontwikkellocaties voor wonen en werken. Op basis van de structuurkaart is een aantal prioritaire projecten gedefinieerd die kunnen worden uitgewerkt in een vervolgfase. Deze gebieden sluiten deels aan bij de Uitvoeringsagenda en zijn deels nieuwe gebieden die voortkomen uit de analyse die is gedaan voor deze visie als mogelijke ontwikkellocatie voor de realisatie van de opgave van de 3.400 woningen. Relevant voor het project is ontwikkelstrategie Bedrijventerrein XL Businesspark 2 (kanaalsprong).

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

34

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Toetsing aan het beleid In de Ruimtelijk Programmatische Visie staat benoemd dat er vraag is naar grootschalige bedrijfskavels in Twente. Met de voorliggende ontwikkeling wordt ingespeeld op deze vraag naar extra bedrijfskavels. In de Kadernota en de daarop volgende onderzoeken is geconstateerd dat een uitbreiding van Bedrijventerrein XL Businesspark 2 (de Kanaalsprong) een kansrijke ontwikkeling is om aan deze uitbreidingsvraag te voldoen. Met het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt het beleid vertaald naar het juridisch-planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling. Dit plan voldoet daarom aan de Ruimtelijk Programmatische Visie.

3.5.4 Bouwsteen externe veiligheid De Omgevingsdienst Twente heeft het initiatief genomen voor een pilotproject voor het thema externe veiligheid en het omgevingsplan. De pilot bestaat uit het opstellen van een Bouwsteen Externe Veiligheid voor de gemeente Almelo en Haaksbergen. Voor het uitvoeren van deze pilot is een projectgroep ingericht vanuit verschillende disciplines en organisaties. Alle leermomenten die uit dit proces naar voren zijn gekomen, zijn verwerkt in voorliggende bouwsteen. Deze Bouwsteen Externe Veiligheid is bedoeld als inspiratiedocument om gemeenten op weg te helpen bij het invullen van de beleidsverantwoordelijkheid en -vrijheid die zij hebben op het gebied van externe veiligheid. Voor de gemeente Almelo zijn diverse beleidsadviezen uitgewerkt. De revelante adviezen worden hieronder beschreven. Risicovolle stationaire activiteiten (als ook complexe bedrijven) De gemeente Almelo heeft in haar oude beleid voor externe veiligheid (2014-2023) opgenomen hoe ze om wil gaan met de uitbreiding of de nieuwvestiging van risicovolle activiteiten. Op bedrijventerreinen en in het landelijk gebied is een beperkte risicobelasting op de omgeving mogelijk, onder geldende voorwaarden. In deze gebieden worden nieuwe risicovolle activiteiten niet bij recht toegestaan.

De gemeente heeft niet de voorkeur voor de uitbreiding of nieuwvestiging van risicovolle activiteiten, ook niet met de uitbreiding van Bedrijventerrein XL Businesspark 2. Met de ontwikkeling risicovolle (stationaire) activiteiten niet uitgesloten. Voor het verrichten van deze activiteiten dient een vergunning te worden aangevraagd. In de vergunningaanvraag moet worden aangetoond dat er sprake is van een beperkte risicobelasting op de omgeving. Hierdoor voldoet het Bedrijventerrein XL Businesspark 2 aan het beleidsadvies. Ruimtegebruik in de plaatsgebonden risicocontour Het advies voor het ruimtegebruik in de plaatsgebonden risicocontour is om geen nieuwe beperkt kwetsbare gebouwen en locaties en essentiële functies van derden toe te staan. Zeer kwetsbare gebouwen en essentiële functies in aandachtsgebieden Het advies is om nieuwe zeer kwetsbare gebouwen en essentiële functies in geen enkel aandachtsgebied toe te staan. Met de ontwikkeling worden geen zeer kwetsbare gebouwen mogelijk gemaakt. Het plan voldoet daarom aan het beleidsadvies. (Beperkt) kwetsbare gebouwen/locaties in het brandaandachtsgebied Het advies is in beginsel om nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties niet toe te staan in een brandaandachtsgebied.

Het advies is om een uitzondering te maken voor de brandaandachtsgebieden van buisleidingen (alsook reserveringsgebied voor nieuwe buisleidingen). Aangezien de omvang van een brandaandachtsgebied enorm kan zijn, namelijk tot 470 meter, zal het uitsluiten van alle kwetsbare

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

35

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

gebouwen en locaties een grote impact hebben op de ontwikkelruimte. Het advies is om daarom onderscheid te maken tussen de 100% letaalzone (ligt direct rondom de buisleiding) en de 99-1% letaalzone (ligt verder van de buisleiding af) van een brandaandachtsgebied. In de 100% letaalzone is het advies om beperkt kwetsbare gebouwen en locaties niet toe te staan tenzij wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. In de 99-1% letaalzone is het advies om kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties niet toe te staan tenzij wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Het advies is om de volgende voorwaarden te stellen: 1. Binnen het brandaandachtsgebied dient zoveel mogelijk ruimte te worden aangehouden tussen risicovolle activiteit en ruimtelijke ontwikkeling; 2. het plangebied dient zo ingericht te worden dat de gebouwen en locaties met de hoogste personendichtheid en langste aanwezigheidsduur het verst van de bron afliggen; 3. de omgevingsdienst en veiligheidsregio in staat is gesteld om advies uit te brengen over onderstaande punten zodat de gemeente kan afwegen of er voldoende bescherming wordt geboden: (bestaande) omgevingsmaatregelen die zijn genomen om de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen in woongebieden te verminderen.

Indien omgevingsmaatregelen onvoldoende bescherming bieden of niet mogelijk zijn, dient de mogelijkheid tot het nemen van bouwkundige maatregelen (en dus het aanwijzen van voorschriftengebieden) te worden verkend en, wanneer mogelijk, te worden doorgevoerd. (bestaande) maatregelen die zijn genomen om personen op de locaties voldoende vlucht- en schuilmogelijkheden te bieden; (bestaande) maatregelen die zijn genomen voor een adequate risico- en crisiscommunicatie; (bestaande) maatregelen die zijn genomen om de bestrijdbaarheid van een eventueel ongeval. Met de ontwikkeling worden (beperkt) kwetsbare gebouwen mogelijk gemaakt binnen een brandaandachtsgebied. In paragraaf 4.10 Omgevingsveiligheid wordt nader beschreven hoe het planvoornemen voldoet aan de gestelde voorwaarden van de Bouwsteen externe veiligheid.

3.5.5 Klimaatadaptatiestrategie 2021-2025 Het klimaat verandert en dat heeft effecten op de stad en de dorpen. In de Almelose Klimaat-adaptatiestrategie is vastgelegd hoe de gemeente Almelo met de betrokken partijen gezamenlijk deze effecten willen aanpakken. Zo zorgen we ervoor dat Almelo een aantrekkelijke, duurzame en leefbare stad blijft. Om dit te waarborgen zijn diverse ambities en uitgangspunten beschreven hoe dit wordt bewerkstelligd. Toegankelijkheid Nieuwe wegen: Gemiddelde waterdiepte minder dan 10 cm* Bestaande wegen - Gemiddelde waterdiepte minder dan 25 cm * Private wegen: Ziekenhuis is privaat terrein. In overleg bepalen we blijvende bereikbaarheid van het ziekenhuis. Aanvullende eisen in omgevingsplan zijn mogelijk. Regenval nieuwbouw: Het vloerpeil ligt minimaal 30 cm boven het wegpeil. Ten minste 40 mm water kan op eigen terrein geborgen worden. Water kan zonder schade worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd in de openbare ruimte én op privaat terrein. *Bij een bui van 70mm/uur hoofdwegen en 45mm/uur gebiedsontsluitingswegen.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

36

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Hoge grondwaterstanden Nieuwbouw: Vloerhoogte van minimaal 100 cm; straatpeil van 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand. Hittestress Nieuwbouw: Landelijke normen in het Bouwbesluit (2021) voorkomen oververhitting van woningen. Openbare ruimte: Voldoende koelteplekken en schaduw in de open ruimte (in de uitvoeringsagenda is aanvullend onderzoek opgenomen). Privaat terrein: Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen (bijv. toevoegen van groen, warmtewerend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken). In het Omgevingsplan wordt onderzocht of het wenselijk is eisen op te nemen voor maximaal percentage verhard oppervlak. Vergroten sponswerking bodem robuust watersysteem Nieuwbouw: Nieuwe ontwikkelingen worden dusdanig ingericht dat ze neerslag bergend en afvoer vertragend zijn. Bij droogte voorziet het plangebied bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water. Droogval bij oppervlaktewater zo veel mogelijk voorkomen en circulatie mogelijk maken. Openbare ruimte: Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treffen we maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Denk aan maatregelen om water op de locatie langer vast te houden. We voorkomen onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur door water vast te houden waar het valt.

Privaat terrein Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van groen of het beperken van de gevolgen. - In het Omgevingsplan wordt onderzocht of het wenselijk is eisen op te nemen voor het percentage verharding of groen. Toetsing aan het beleid In de planregels is wateradapatie 30 mm per bedrijfskavel opgenomen en zijn er regels opgenomen met betrekking tot natuurinclusief bouwen. Dit zorgt ervoor dat de inrichting van het privaatterrein voldoet aan de klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Almelo. Voor het bouwen van de bedrijfsbebouwing dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Tijdens deze aanvraag wordt beoordeeld of het plan voldoet aan de eisen die gesteld worden aan gebouwen. In de openbare ruimte worden langs de wegen in het plangebied wadi's aangelegd die, wanneer er sprake is van hevige regenval, afwateren op de nieuwe watergangen aan de rand van het plangebied. Deze watergangen kunnen het water vervolgens afvoeren op De Doorbraak. Bovendien wordt in het plangebied veel groen aangelegd aan de randen van de wegen. Ook aan de rand van Bedrijventerrein XL Businesspark 2 wordt een groene overgangszone aangelegd waarbij recreatie wordt gecombineerd met groen. De aanleg van groen draagt bij aan het vasthouden van regenwater.

Hierdoor kan bij droogte het water worden vastgehouden in het plangebied en bij hevige regenval voorkomen deze maatregelen wateroverlast. Bovendien zorgen zowel het groen als het water voor verkoeling en dragen bij aan het voorkomen van hittestress in het gebied.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

37

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

3.5.6 RSIA Regionale Stedelijke Investeringsagenda 2050 De Regionale Stedelijke Investeringsagenda (RSIA) is een gezamenlijk aanbod van de gemeenten Almelo, Hengelo, Enschede en de provincie Overijssel. Deze agenda heeft als doel om de potentie van de drie Twentse steden optimaal te benutten en daarmee een bijdrage te leveren aan de nationale opgaven waar ze voor staan. De Regionale Stedelijke Investerings-agenda (RSIA) schetst langs vier lijnen een integrale aanpak om de bijzondere mix van wonen, werken, natuur, bereikbaarheid en voorzieningen in de gehele regio te ontwikkelen: Economische kracht. Middelpunt in (inter)nationale corridors. Hoogstedelijke dynamiek. Landschap, bodem en water. Voor voorliggend plan zijn vooral de thema's economische kracht, middelpunt (inter)nationale corridors en landschap, bodem en water relevant. Economische kracht De vraag naar bedrijventerreinen in Twente bedraagt tot 2050 circa 650 hectare. Op diverse plekken wordt gekeken hoe we aan deze vraag kunnen voldoen. Verschillende topwerklocaties worden in combinatie met bestaande bedrijventerreinen ingezet om de economie te versterken en een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van de technologische topregio.

Dit wordt gedaan door bestaande bedrijventerreinen te versterkt door bedrijventerreinen te herstructureren, te verduurzamen en te vergroenen, te intensiveren en waar mogelijk uit te breiden, waaronder de ontwikkeling van Bedrijventerrein XL Businesspark 2. Middelpunt in (inter)nationale corridors Economische kracht In 2050 heeft hoogstedelijk Twente haar ligging op de verschillende (inter)nationale corridors stevig verankerd en benut. Almelo, Hengelo en Enschede zijn niet langer alleen een draaischijf maar de plek waar waarde wordt toegevoegd. De bereikbaarheid per weg, spoorweg en vaarweg is excellent. Bewoners, bezoekers en werkenden van de steden en de omliggende kernen verplaatsen zich gemakkelijk via fietssnelwegen, comfortabele mobiliteitshubs en het 24/7 HOV-netwerk. Landschap, bodem en water In 2050 is hoogstedelijk Twente de regio waar je altijd buiten bent. Water en groen zijn beleefbaar. Kabbelende beken en wuivend groen geven een aangenaam contrast ten opzichte van de hoogstedelijke dynamiek. Via een netwerk van fiets- en wandelpaden ben je zo in een van de lommerrijke landgoederen of bosgebieden. Om het landschap gezond te houden, vervult hoogstedelijk Twente een belangrijke rol in het regionale watersysteem: ontspringen en infiltreren rondom Enschede, stuwen en stromen rondom Hengelo en vloeien en bergen rondom Almelo.

Toetsing aan het beleid Het voorliggende TAM-plan maakt Bedrijventerrein XL Businesspark 2 juridisch-planologisch mogelijk. De beoogde ontwikkeling is benoemd in de RSIA en het TAM-plan is daarom de beleidsuitvoering hiervan. Middelpunt in (inter)nationale corridors Bij de ontwikkeling wordt bovendien rekening gehouden met een goede bereikbaarheid. Bedrijventerrein XL Businesspark 2 is te bereiken via de snelweg voor gemotoriseerd verkeer en via het Twentekanaal voor schepen. Daarnaast wordt de wegenstructuur uitgerust met fietspaden, waardoor het

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

38

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

bedrijventerrein ook toegankelijk is voor langzaam rijdend verkeer. Landschap, bodem en water Met de aanleg van Bedrijventerrein XL Businesspark 2 wordt aan de randen een groene zone aangelegd. Deze groene zone grenst onder andere aan De Doorbraak en deze watergang blijft intact. Met de groene zone wordt een natuurlijke overgang gecreëerd tussen de watergang en het bedrijventerrein. Deze zone is bovendien ingericht voor recreatief medegebruik door de aanleg van wandel- en fietspaden. Hierdoor houdt het plan voldoende rekening met het landschap, de bodem en het water.

3.5.7 Uitvoeringsagenda-Stadsontwikkeling Almelo wil de stad ontwikkelen vanuit haar eigen identiteit en kracht met een duidelijke visie en koers. De focus ligt op groei waarbij de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten worden benut. Ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan het aanpakken van sociaal-maatschappelijke uitdagingen. Een van de onderdelen van de uitvoeringsagenda gaat specifiek in op toekomstbestendige werklocaties. Toekomstbestendige werklocaties voor werkgelegenheid en een goed ondernemersklimaat De bedrijventerreinen in Almelo zijn vitaal en aantrekkelijk voor ondernemers is uit recent onderzoek gebleken. Met name de ligging, bereikbaarheid en voorzieningen worden gewaardeerd. Logistiek, hightech en maakindustrie zijn de belangrijkste sectoren in Almelo. Sinds 2013 groeien zowel het aantal bedrijven als hun omvang. Almelo wil deze groei ondersteunen, maar verwacht eind 2021 alle beschikbare kavels te hebben benut. Daarom wordt gezocht naar nieuwe bedrijfslocaties, waaronder de ontwikkeling van de kanaalsprongzone. Ter overweging ligt voor om naast de kanaalsprongzone voor een volgende fase van XL Businesspark nog een werklocatie te ontwikkelen.

Toetsing aan het beleid De ontwikkeling van Bedrijventerrein XL Businesspark 2 is in de uitvoeringsagenda benoemd als geschikte ontwikkellocatie als nieuwe bedrijfslocaties voor logistiek, hightech en maakindustrie. De ontwikkeling voorziet bovendien in de mogelijkheid voor logistieke bedrijven en bedrijven in de hightech maakindustrie om zich te vestigen op het bedrijventerrein. Het planvoornemen is in overeenstemming met de uitvoeringsagenda.

3.5.8 Bomenstructuurplan De gemeente Almelo hecht veel waarde aan het groen in de stad. Groen en natuur in en om de stad leveren een belangrijke bijdrage aan de waardering van de woonomgeving en het welbevinden van stadsbewoners. Een bomenstructuurplan geeft invulling aan het beleid, maakt knelpunten zichtbaar en beschrijft de randvoorwaarden. Het geeft de gemeente een instrument om weloverwogen beslissingen te nemen over bomen. Voor de beoogde ontwikkeling is het bomenstructuurplan geraadpleegd en een uitsnede hiervan is opgenomen in figuur 3.2.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

39

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Figuur 3.2. Uitsnede bomenstructuurplan (bron: gemeente Almelo) In bovenstaand figuur is te zien dat Bedrijventerrein XL Businesspark 2 beschikt over een bos, een ingepast lijnvormig landschapselement en een tweezijdige bomenrij of singels met een natuurlijk karakter. Met de ontwikkeling blijft de boomstructuur aan het kanaal ongewijzigd. De groenstructuur die valt onder ingepaste lijnvormige landschapselementen zal worden verwijderd. Hiervoor in de plaats komen nieuwe ingepaste lijnvormige landschapselementen aan de randen van de nieuwe wegenstructuur.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

40

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Hoofdstuk 4 4.1

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Inleiding

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving van een activiteit of meerdere activiteiten waarvoor een wijziging omgevingsplan wordt opgesteld, moeten in beeld worden gebracht. Gemotiveerd moet worden hoe met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening gehouden wordt met in ieder geval de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en de instructieregels van de provincie. De instructieregels kunnen verplichten tot het opnemen van regels. Hiervoor dient extra aandacht te zijn bij het onderzoek naar de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving.

4.2

M .e.r.-beoordeling

4.2.1 Wettelijk kader Onder de Omgevingswet is een plan mer-plichtig wanneer een besluit wordt voorbereid dat het kader schept voor een mer-(beoordelings)plichtige activiteit of wanneer een besluit wordt voorbereid waarbij een zogenaamde passende beoordeling is vereist. Het planMER brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende redelijke alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. Hiermee draagt het planMER ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie. Het planvoornemen is mer-plichtig en daarom is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER is opgenomen in bijlage 5. De bijlagen horende bij het MER zijn te vinden in bijlage 6.

4.2.2 Kaderstellend Uit bijlage V van het Omgevingsbesluit blijkt dat bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van industrieterreinen (categorie J10) een mer-beoordelingsplicht geldt bij het vaststellen van een Omgevingsplan als besluit. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan voor Bedrijventerrein XL Businesspark 2 biedt kaders voor de te vestigen bedrijven. Dergelijke bedrijven kunnen mer-(beoordelings)plichtig zijn bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op basis van de categorieën onder C t/m H van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Er is daarom sprake van een kaderstellend plan voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Om deze reden ontstaat er een plan-mer-plicht. De MER-procedure is gestart met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), die vanaf 6 maart 2024 zes weken ter inzage heeft gelegen. Gedurende deze termijn kon worden gereageerd. Hiervan is gebruikgemaakt door 14 personen/organisaties, ook is van zes partijen een overlegreactie ontvangen. Op 17 juni 2024 heeft de Commissie mer advies uitgebracht over de NRD. Deze reacties, alsmede het advies van de Commissie mer, hebben op onderdelen geleid tot een verdieping van het onderzoek, een nadere beschrijving van de uitgangspunten en de motivaties. De gemeente Almelo is bevoegd gezag voor het vaststellen van het omgevingsplan en de m.e.r.-procedure.

Het MER wordt vervolgens opgesteld en gelijktijdig met het ontwerp-omgevingsplan ter inzage gelegd. Het MER vormt vervolgens een bijlage bij het vast te stellen omgevingsplan. Er wordt gemotiveerd op welke wijze in het omgevingsplan is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het MER. Het MER wordt voor toetsing aangeboden aan de Commissie mer bij de eerste ter inzageperiode van dit omgevingsplan.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

41

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

4.2.3 Passende beoordeling Ook kan een plan-mer-plicht ontstaan indien een Passende Beoordeling in het kader van artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet noodzakelijk is. Dit is noodzakelijk wanneer significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Daarvoor is in een eerste planstadium, bij de NRD een voortoets (met stikstofberekeningen) opgesteld om te beoordelen of een Passende Beoordeling nodig is.

4.2.4 Onderzoek / Samenvatting MER Het MER XL Businesspark 2 Almelo is als bijlage 5 opgenomen in deze motivering. De bijlagen bij het MER zijn als bijlage 6 opgenomen. Het MER dient inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van de keuzes die voorliggen in het kader van het XL Businesspark 2 om de doelen voor het plangebied te bereiken. Daarom zijn in het MER de milieueffecten van het planvoornemen en alternatieven voor het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie onderzocht, beschreven en met elkaar vergeleken. 4.2.4.1 Referentiesituatie De referentiesituatie is de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen (ontwikkelingen die zich voordoen door de gevolgen van vastgesteld beleid, trends en projecten waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden) tot aan 2040. In de referentiesituatie zal het plangebied hoofdzakelijk als agrarisch gebied met enkele woningen en voorzieningen worden gebruikt en zijn geen bedrijvigheid of recreatieve functies in het plangebied gerealiseerd. Wel is het bestaande XL Businesspark Twente volledig uitgegeven en in gebruik. 4.2.4.2 Planvoornemen In het MER wordt een beschrijving gegeven van het planvoornemen; een bedrijventerrein waarvan maximaal 75 hectare uitgeefbaar is. Het bedrijventerrein biedt ruimte aan bedrijven uit de maakindustrie en deels ruimte aan bedrijven uit de logistieke sector.

Er wordt uitgegaan van één locatie binnen het plangebied met vergader- en bijeenkomstvoorzieningen en ondergeschikte horeca. De vestiging van bedrijven met activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken worden vooralsnog uitgesloten, aangezien deze bedrijven met grote geluidemissie en mogelijk ook trillingen, slecht verenigbaar zijn met door technologie gedreven maakindustrie die vaak gevoelig zijn voor invloeden vanuit de omgeving. Voor een goede ruimtelijke inpassing komt op het bedrijventerrein aan de west- en de zuidkant een groene buffer van minimaal 40 meter breed, onder andere voorzien van waterelementen. Onderdeel van het plan is een verbindingsweg met het XL Businesspark Twente over het Twentekanaal (zijkanaal Almelo), parallel aan de A35. Hiervoor moet een nieuwe brug gerealiseerd worden naast de bestaande brug van de A35.

4.2.4.3 Alternatieven en scenario's Naast het planvoornemen zijn in het MER drie alternatieven onderzocht en één scenario. De alternatieven verschillen op onderdelen onderling sterk, om zo de hoeken van het speelveld te kunnen onderzoeken. De volgende tabel geeft een toelichting op de alternatieven en het scenario. Tabel 4.1 Alternatieven en scenario Alternatief zware industrie onderzoekt de effecten van het toestaan van zware industrieën. Hiervoor wordt gekeken naar de maximale toelaatbare milieuruimte met het toepassen van inwaarts zoneren zonder het gebruik van een geluidzone. Verder wordt gekeken wat dit voor gevolgen heeft op de verkeersgeneratie en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Alternatief 100% logistiek gaat in op de effecten bij een invulling met 100% logistieke bedrijven, hierbij spelen met name verkeersgerelateerde aspecten een rol.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

42

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Alternatief innovatie en onderzoek

Scenario aansluiting

onderzoekt bedrijven die gericht zijn op innovatie en onderzoek, met grotere bouwhoogte(s). Dit kan resulteren in plaatselijk een grote personendichtheid, meer bedrijfsvloeroppervlak en een andere landschappelijke inpassing met mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen bij een toepassing van groene muren. de beschikbaarheid van ruimte op het elektriciteit- of drinkwaternet is geen variabele waar de planontwikkeling direct invloed op heeft, maar die wel invloed kan hebben. Om die reden wordt in een scenariostudie onderzocht wat de kans is op beperkingen vanuit deze aspecten en welke gevolgen dat mogelijk heeft, zowel voor de planontwikkeling(en) (aantal en type bedrijven) als voor de daarmee samenhangende effecten (verkeer, geluid, lucht et cetera).

4.2.4.4 Milieueffecten In het MER komen de traditionele milieuaspecten, zoals verkeer, landschappelijke en archeologische waarden, natuur, geur, geluid, luchtkwaliteit, bodem, water en (externe) veiligheid aan bod. Ook thema's zoals gezondheid, windhinder, energietransitie en klimaatadaptatie zijn in dit MER meegenomen, omdat deze thema's medebepalend zijn voor de te maken keuzes voor XL Businesspark 2. De effectbeoordelingen zijn hoofdzakelijk kwalitatief van aard, alleen waar dat echt nodig is, is (semi-)kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Dit geldt voor: verkeersgeneratie, stikstofdepositie (natuur), geluid, luchtkwaliteit, bodem en water. In het MER is uitgebreid onderzocht wat de potentiële effecten zijn van het realiseren van XL Businesspark 2. Voor de effectbeoordeling van het planvoornemen en alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie zijn de effecten van de onderzochte aspecten per criterium op een vijfpuntschaal beoordeeld. Mogelijke en waarschijnlijke maatregelen zijn hierin niet betrokken: + positief effect; 0/+ licht positief effect; 0 geen positief en geen negatief effect (neutraal); -/0 licht negatief effect; negatief effect. De vergelijking van de beoordeling van de milieueffecten van het planvoornemen en de onderzochte alternatieven zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

In de teksten na de tabel wordt de beoordeling per thema kort en puntsgewijs toegelicht.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

43

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Tabel 4.2 Overzichtstabel beoordeling planvoornemen en alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie

Verkeer Zowel het planvoornemen als de alternatieven hebben een licht positief effect op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van het langzaam verkeer, ondanks de toename aan verkeersstromen binnen de planlocatie. De afwikkeling van het langzaam en gemotoriseerde verkeer vindt gescheiden plaats. Daarnaast vindt aansluiting plaats op de langzaam-verkeersstructuur in het omliggende gebied. In de huidige situatie is de planlocatie slecht bereikbaar met het openbaar vervoer. Er zijn geen bushaltes gelegen vanaf de planlocatie op loopafstand. Met het koppelen van XL Businesspark Twente en XL Businesspark 2 wordt het aantal potentiële gebruikers vergroot en daarmee de potentie van het opzetten van georganiseerd vervoer. Ingezet wordt op parkmanagement, dat zowel verantwoordelijk is voor het realiseren van een shuttledienst tussen XL Businesspark Twente en XL Businesspark 2 en het station als voor het beheren van deelauto's beschikbaar voor zakelijke reizen. De bereikbaarheid voor het gemotoriseerde verkeer vormt voor het planvoornemen en alternatieven zware industrie en innovatie en onderzoek geen belemmering. Desondanks vindt wel monitoring plaats zodat geëvalueerd kan worden of gedurende piekmomenten knelpunten ontstaan. Indien dat het geval blijkt te zijn, dan zijn maatregelen vastgesteld die toepasbaar zijn voor het waarborgen van de verkeersdoorstroming.

Voor Alternatief 100% logistiek zijn maatregelen benodigd op het kruispunt H.R. Holstlaan – noordelijke aansluiting A35. Voor het planvoornemen en alternatieven geldt dat met de herinrichting van de planlocatie de verkeersveiligheid voor de verschillende verkeersdeelnemers wordt vergroot, in verband met de scheiding van het langzaam en gemotoriseerd verkeer en het brede rijbaanprofiel inclusief snelheidsremmende maatregelen.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering

44

NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21

Geluid In de referentiesituatie (waarin het bedrijventerrein XL Businesspark 2 niet wordt gerealiseerd) heeft meer dan de helft van het aantal onderzochte woningen (in totaal 47) een matig tot slechte geluidskwaliteit. Dit is het gevolg van het geluid door de Rijksweg A35, gemeentelijke wegen en het bestaande bedrijventerrein XL Businesspark Twente. Door het planvoornemen, het Alternatief 100% logistiek en het Alternatief innovatie en onderzoek neemt het aantal woningen met een matige tot slechte geluidskwaliteit licht toe met drie. In het Alternatief zware industrie zal dit aantal hoger zijn, aangezien het geluid vanwege de bedrijvigheid ten opzichte van het planvoornemen verder zal toenemen. De akoestische effecten van de aanleg van het bedrijventerrein XL Businesspark 2 zijn gelijk voor het planvoornemen en de beschouwde alternatieven. Voor het bouwlawaai kan worden voldaan aan de eisen die het Besluit bouwwerken leefomgeving hieraan stelt. De gemeente stelt de eis dat de hoeveelheid geluid die wordt veroorzaakt door het bedrijventerrein XL Businesspark 2 op de dichtstbijzijnde woningen niet meer mag bedragen dan 45 dB(A) omdat deze woningen zijn gelegen in agrarisch gebied dat relatief stil is. Dit is de toetswaarde. Alleen in het Alternatief 100% logistiek kan aan deze toetswaarde worden voldaan.

Bij het planvoornemen en de alternatieven zware industrie en innovatie en onderzoek is de bijdrage hoger dan 45 dB(A). In de praktijk bestaan diverse mogelijkheden om het geluid in de omgeving van het bedrijventerrein zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door lawaaiige activiteiten inpandig uit te voeren. Het voorkeursalternatief bestaat uit het planvoornemen waarbij wordt voldaan aan de gemeentelijke toetswaarde voor geluid. Als rekening wordt gehouden met de maatregelen om het geluid naar de omgeving te beperken, zijn er voldoende mogelijkheden om nieuwe bedrijven mogelijk te maken en de hoeveelheid geluid te beperken tot de toetswaarde. Luchtkwaliteit Voor het bepalen van de effecten van bedrijventerrein XL Businesspark 2 op de luchtkwaliteit is gekeken naar de concentratie van de luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide en twee soorten fijnstof (PM10 en PM2,5) ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen. Getoetst is aan de wettelijke grenswaarden en de advieswaarden van de WHO die een stuk lager zijn. In de referentiesituatie wordt ruim voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor de onderzochte luchtverontreinigende stoffen. Ook kan worden voldaan aan de WHO advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof (PM10). De WHO advieswaarde voor PM2,5 wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9a08eab6-8693-4d5d-870e-774765cc91ee