1. Ontwerp XL Businesspark 2
Tekst van het document
Het betreft technologie gedreven maakindustrie en regionaal ondersteunende logistiek. Voor de technologie gedreven maakindustrie gaat het om 75% van de ruimte (ongeveer 56 hectare) en 25% (ongeveer 19 hectare) van de ruimte is voor regionaal ondersteunende logistiek. Met technologie gedreven maakindustrie worden in bredere zin productieprocessen bedoeld die worden aangedreven en verbeterd door geavanceerde, efficiënte en duurzame technologieën. Pagina 39 van 41 Reactienota NRD
Deze hoeven niet altijd als hightech geclassificeerd te worden. De term logistiek is scherper gedefinieerd met meer focus op typen logistieke vestigingen met aantoonbare meerwaarde in en voor Twente. Voor beide doelgroepen is er sprake van een bandbreedte voor de verwachte ruimtevraag. De behoefte aan logistieke vraag kan volledig worden onderbouwd op basis van de autonome uitbreidingsvraag vanuit de regio Twente zelf (zie rapport Stec Groep januari 2023). Voor de doelgroep technologie gedreven maakindustrie is autonome, beleidsarme vraag vanuit de regio lager dan het aanbod. De autonome grootschalige ruimtevraag schommelt in de prognose tussen 16 en 31 hectare. Deze bandbreedte komt wel volledig in aanmerking van XL Businesspark 2, omdat er in Twente geen alternatief aanbod is voor grootschalige bedrijven. Door snelle veranderingen in economie, technologie en maatschappij wordt voor Twente een additionele ruimtevraag verwacht die niet te vangen is in de prognose van de autonome groei. Additioneel aan de autonome groei wordt verwacht dat er bedrijven zijn in Twente die optimaal gaan profiteren van mondiale ontwikkeling en de opkomst van nieuwe waardeketens. Het zijn Twentse bedrijven binnen de technologie gedreven maakindustrie, die als gevolg van explosieve groei in omzet en toegevoegde waarde een additionele ruimtevraag hebben.
Verwacht wordt dat deze ruimtevraag ongeveer 10 tot 15 hectare bedraagt. Daarnaast is aannemelijk dat voor de regio Twente dat in de periode tot 2040 tenminste 3 bedrijven van buiten de regio een plek zullen vinden op XL Businesspark 2. Het betreft bedrijven met een urgent huisvestigingsvraagstuk die willen verplaatsen naar een nieuwe toekomstbestendige vestigingslocatie. Samengevat formuleert BCI de ruimtevraag voor technologie gedreven maakindustrie: Autonome grootschalige ruimtevraag (Stec Groep) 16 - 31 hectare Additionale grootschalige ruimte vraag -
Extra ruimtevraag door explosieve groei
10 - 15 hectare
-
Actieve verplaatsing van maakbedrijven
5 - 10 hectare
Aantrekken van passende bedrijven van buiten de regio Totaal
15 - 20 hectare 46 - 76 hectare
Als annotatie wordt bij de regionale ambitie kan worden aangetekend dat de ontwikkeling van XL Businesspark 2 een langjarige en integrale aanpak met een intensieve betrokkenheid van alle stakeholder in de regio vergt met daarbij een goed ‘deurbeleid’. De aanpak en het deurbeleid worden in de programmeringsafspraken geborgd. Ontwikkeling van XL Businesspark 2 is een regionale verantwoordelijkheid. 2 Locatie XL Businesspark is niet de beste locatie De werkgroep is van mening dat er ook een MER opgesteld moet worden voor de locatie bedrijventerrein Twente Wendelgoor. Reactie Ten behoeve van het opstellen van de MER is vooruitlopend op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) de locatiestudie nader uitgewerkt. In deze nadere uitwerking zijn de locaties verder geanalyseerd en via een scorecard onderling vergeleken. In de locatiestudie zijn twee scorecards opgenomen. De eerste is zonder aanpassingen aan het wegennet. De tweede is met aanpassingen aan het wegennet. In het complete locatieonderzoek zijn met name omgevings- en milieuaspecten meegenomen. Op grond van deze aspecten scoort de locatie Wendelgoor het beste, maar het scheelt niet veel met locatie van XL Businesspark 2.
Pagina 40 van 41 Reactienota NRD
Bij de beoordeling van de locaties in de scorecards is er geen volgordelijkheid van onderzochte locaties, maar geven de scorecards inzicht in de verschillen tussen de locaties. Alle 7 locaties zijn potentieel geschikt. Het locatieonderzoek is op 23 januari 2024 aan het college voorgelegd met het advies om na integrale afweging te besluiten om de huidige locatie van XL Businesspark 2 als locatie aan te wijzen. Bij de integrale afweging komen ook andere aspecten aan de orde en wordt niet alleen naar de milieuaspecten gekeken. Er is, op basis van de integrale afweging, geen reden om een andere dat huidige locatie te onderzoeken. De commissie MER is het daarbij met de gemeente eens. Zij adviseren ook niet om andere locaties te onderzoeken. 3 De NRD is diverse punten onjuist of onvolledig en moet worden aangepast De werkgroep heeft de NRD gedetailleerd nagelopen en daarvan aantekeningen gemaakt. Reactie Het wijzigen van de NRD is niet aan de orde. Eventuele wijzigingen als gevolg van de zienswijzen worden meegenomen bij het opstellen van de MER en het omgevingsplan. 4 Tabel 5.1 (de te onderzoek thema’s en milieuaspecten) moet worden uitgebreid. De werkgroep geeft een opsomming van de thema’s die de werkgroep toegevoegd wil hebben. Reactie Zie antwoord bij 3
Pagina 41 van 41 Reactienota NRD
Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-
Motivering
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
3
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Inhoudsopgave
M otivering
2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Het TAM-IMRO omgevingsplan 1.4 Geldend juridisch-planologisch kader 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 8 8
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en nieuwe situatie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving nieuwe situatie 2.3 Beschrijving strijdigheid
9 9 12 20
Hoofdstuk 3 Toetsing aan beleid 3.1 Toetsing rijksbeleid. 3.2 Toetsing provinciaal beleid/provinciale verordening 3.3 Toetsing regionaal beleid 3.4 Toetsing beleid waterschap 3.5 Gemeentelijk beleid
21 21 25 30 31 32
Hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 4.1 Inleiding 4.2 M.e.r.-beoordeling 4.3 Trillingen 4.4 Klimaatadaptatie & groen 4.5 Landschappelijke inpassing en stedenbouw 4.6 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.7 Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren 4.8 Lichthinder 4.9 Windhinder 4.10 Omgevingsveiligheid 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Geur 4.13 Geluid 4.14 Bodemkwaliteit 4.15 Ecologie 4.16 Archeologie en Cultuurhistorie 4.17 Weging waterbelang 4.18 Duurzaamheid 4.19 Gezondheid
41 41 41 50 51 52 53 55 56 57 58 62 63 64 67 69 73 76 80 81
Hoofdstuk 5 Participatie 5.1 Algemeen 5.2 Omgevingsdialoog 5.3 Afstemming overlegpartners en participatieplan
83 83 83 85
Hoofdstuk 6 Financiële haalbaarheid 6.1 Kostenverhaal 6.2 Verantwoording voor de keuze van het systeem met tijdvak 6.3 Het proces van kostenverhaal in het systeem met tijdvak
87 87 88 88
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
4
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
6.4 Juridische toelichting kostenverhaalregels.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
88
5
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In de huidige situatie zijn er onvoldoende uitgeefbare kavels beschikbaar in de regio Twente om aan de marktvraag van grootschalige bedrijven te voldoen. Daarom is het noodzakelijk om extra uitgeefbare kavels te ontwikkelen. De gemeente Almelo heeft daarom het voornemen een nieuw regionaal bedrijventerrein, genaamd XL Businesspark 2, te realiseren ten oosten van het bestaande XL Businesspark Twente. Ter voorbereiding op dit project werd in 2022 een locatiestudie uitgevoerd. Deze studie, die milieuaspecten als leidraad had, beoordeelde potentiële locaties op criteria zoals mobiliteit, ecologie, milieubeschermingszones, milieuzonering, landschap, bestaande bebouwing en de omvang van de locatie. Van de zeven onderzochte locaties in Twente bleek de huidige planlocatie het meest geschikt voor een grootschalig bedrijventerrein met minimaal 75 hectare netto uitgeefbare ruimte. Deze locatie is ook opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente Almelo als zoekgebied voor de toekomstige uitbreiding van bedrijventerreinen. In 2023 werden de potentiële locaties verder vergeleken en beoordeeld op diverse milieu- en omgevingsaspecten, wat resulteerde in een scorecard. Op basis van deze uitgebreide analyses besloot het college in januari 2024 om XL Businesspark 2 definitief als planlocatie vast te stellen.
Het bedrijventerrein zal ruimte bieden aan grootschalige bedrijven in de door technologie gedreven maakindustrie (hierna te noemen: maakindustrie) en regionaal ondersteunende logistiek (hierna te noemen: logistiek), met kavels van minimaal 3 hectare. Om de ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk te maken, wordt momenteel een wijziging van het omgevingsplan voorbereid. Voor de benodigde planologische procedure geldt, op basis van bijlage V van het Omgevingsbesluit, een plan-m.e.r.-plicht bij de uitbreiding van industrieterreinen waar m.e.r.-beoordelingsplichtige bedrijven worden mogelijk gemaakt. Daarom wordt een gecombineerde plan- en projectMER opgesteld. De gronden voor de beoogde ontwikkeling zijn oorspronkelijk vastgelegd in de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied Almelo' (gewijzigd vastgesteld op 19 april 2011), 'Buitengebied correctieve herziening' (gewijzigd vastgesteld op 18 juli 2017) en het bestemmingsplan 'Algehele herziening Breesegge 3 Bornerbroek' (vastgesteld op 3 december 2019). Sinds 1 januari 2024 maken de bestemmingsplannen van rechtswege integraal deel uit van het tijdelijk deel van het 'Omgevingsplan gemeente Almelo'. De beoogde realisatie van het bedrijventerrein past niet binnen het geldende juridisch-planologisch kader, wat betekent dat voor de beoogde uitbreiding een wijziging van het omgevingsplan moet worden opgesteld.
Hierbij wordt aangesloten op de hoofdstructuur en systematiek van het in voorbereiding zijnde omgevingsplan gemeente Almelo.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten zuidoosten van de bebouwde kom van Almelo. Ten oosten van het plangebied ligt het Twentekanaal met daarachter het bestaande XL Businesspark Twente. Dit gedeelte van het Twentekanaal beschikt tevens over een laad-en losgedeelte voor schepen aan de zijde van het huidige XL Businesspark Twente. Ten zuiden van het plangebied ligt de watergang 'De Doorbraak'. Een beek met een brede ecologische zone die door het buitengebied van Almelo loopt. Ten zuiden van De Doorbraak is een agrarisch gebied met enkele woningen gelegen. Ten westen ligt het buitengebied van de gemeente Wierden, dat bestaat uit een agrarisch gebied met enkele woningen en Zorgboerderij De Piet. Ten noorden van het plangebied loopt de A35 met daarachter een agrarisch gebied met houtopstanden en ook enkele woningen.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
6
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
In figuur 1.1 is een luchtfoto weergeven. Het plangebied is hierin met rood omlijnd.
Figuur 1 .1. Begrenzing van het plangebied.
1.3
Het T AM -IM RO omgevingsplan
Gemeenten kunnen de TAM-IMRO techniek toepassen totdat zij het omgevingsplan-instrument wel op basis van de STOP/TPOD-standaard kunnen publiceren, bekendmaken en beschikbaar stellen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Met een TAM-IMRO omgevingsplan wordt gemeenten de mogelijkheid geboden een omgevingsplan op basis van de techniek van de oude Wet ruimtelijke ordening (de RO-Standaarden 2012) te maken. Technisch blijft een omgevingsplan op basis van TAM-IMRO dan ook een bestemmingsplan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het met IMRO2012 opgestelde omgevingsplan moet, net als andere bestemmingsplannen, uiteindelijk worden verwerkt in het omgevingsplan op basis van de STOP/TPOD standaard. Juridisch gezien is een TAM-IMRO omgevingsplan een volwaardige wijziging van het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Inhoudelijk moet deze wijziging van het omgevingsplan voldoen aan de eisen vanuit de Omgevingswet. De gemeente Almelo is momenteel aan de slag met het opstellen van de structuur van het gemeentedekkend omgevingsplan. Dit gemeentedekkend omgevingsplan kan nog geen basis zijn voor deze ontwikkeling. Daarom is gekozen om deze ontwikkeling mogelijk te maken met een TAM-IMRO omgevingsplan. Zodra de structuur definitief is, wordt dit plan onderdeel van het definitieve omgevingsplan.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
7
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
1.4
Geldend juridisch-planologisch kader
Ter plaatse van Bedrijventerrein XL Businesspark 2 geldt sinds 1 januari 2024 het 'Omgevingsplan gemeente Almelo'. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn ter hoogte van het voorliggende plangebied de volgende bestemmingsplannen opgenomen. type plan
plannaam
bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan bestemmingsplan
Buitengebied Almelo Buitengebied correctieve herziening Algehele herziening Breesegge 3 Bornerbroek Breesegge 9 Bornerbroek Westelijke Groene Long Windmolenbroek – Groeneveld XL Businesspark Twente tranche 3 Parapluherziening wonen Parapluherziening parkeren Parapluherziening algemene afwijkingen
datum vaststelling 19-04-2011 18-07-2017 03-12-2019 22-06-2021 20-06-2013 08-06-2011 31-07-2017 23-04-2020 05-06-2018 20-12-2022
Ter plaatse van het plangebied komen alle bestemmingsplannen en parapluherzieningen ter vervallen met voorliggend TAM-omgevingsplan. De regels van drie parapluherzieningen wonen, algemene afwijkingen en parkeren worden indien van toepassing opgenomen in het nieuwe TAM-omgevingsplan. In paragraaf 2.1.1 Planologische mogelijkheden wordt nader beschreven wat de planologische mogelijkheden zijn.
1.5
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en de nieuwe situatie beschreven. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de planologische mogelijkheden, de huidige (feitelijke) situatie en de gewenste situatie; in Hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het Rijks,- provinciaal,- regionaal,- en gemeentelijk beleid; in Hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan de relevante instructieregels vanuit het Rijk en de provincie; in Hoofdstuk 5 is het participatieproces beschreven; in Hoofdstuk 6 wordt de financiële haalbaarheid van het plan beschreven;
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
8
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en nieuwe situatie
Beschrijving huidige situatie
In deze paragraaf wordt beschreven wat de toegestane planologische situatie is. Daarna volgt een beschrijving van de feitelijke situatie van het plangebied.
2.1.1 Planologische mogelijkheden Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Almelo gelden in het plangebied meerdere bestemmingsplannen, zie paragraaf 1.4. In deze paragraaf is per bestemmingsplan beschreven wat de toegestane planologische situatie is een uitsnede opgenomen van de verbeelding. In figuren 2.1, 2.2 en 2.3 zijn uitsnedes opgenomen van de verbeeldingen van de geldende bestemmingsplannen.
Figuur 2.1. Uitsnede bestemmingsplan correctieve herziening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
9
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Figuur 2.2. Verbeelding bestemmingsplan 'Algehele herziening Breesegge 3 Bornerbroek' (bron: ruimtelijk eplannen.nl)
Figuur 2.3. Verbeelding bestemmingsplan 'Breesegge 9 Bornerbroek' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De meeste gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven. Binnen het plan liggen twee locaties die zijn aangewezen als sterlocatie (Zomerdijk 2/2a, Hoeselderdijk 14/14a). Op een sterlocatie wordt een doorgroei van intensieve bedrijven toegestaan. De omvang van het bouwvlak mag hier maximaal 3 hectare bedragen. De adressen Breesegge 9, Hoeselderdijk 5, Hoeselderzijweg 1 en Hoeselderdijk 11 hebben de bestemming 'Wonen'. Gronden voor wegen, paden en verkeersvoorzieningen vallen onder de bestemming 'Verkeer'. Voor bedrijfsmatige activiteiten, zoals grondverzet- en transportbedrijven, zijn specifieke gronden aangewezen. Bij het kanaal zijn sommige gronden bestemd als 'Bos', bedoeld voor bos, houtproductie,
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
10
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
recreatie en waterhuishouding, waarbij geen gebouwen mogen worden gebouwd zonder specifieke aanduiding. In het noorden van het gebied is een deel van de gronden, in verband met een ondergrondse aardgasleiding, voorzien van een veiligheidszone. De 'Geluidszone Industrie' beschermt de geluidsruimte nabij industriële inrichtingen. In het plangebied zijn verschillende gebieden aangewezen met archeologische verwachtingswaarden. Voor deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek vereist is bij bodemverstorende werkzaamheden. Tot slot gelden voor het gebied verschillende paraplubestemmingsplannen. Het parapluplan parkeren regelt de parkeernormen en laad- en losnormen in het TAM-omgevingsplan. De parapluherziening wonen regelt kamerbewoning en woningsplitsing zonder dat er nieuwe woonactiviteiten mogelijk worden gemaakt. Dit plan maakt geen (nieuwe) woonactiviteiten mogelijk; daarom is dit parapluplan niet van toepassing. De parapluherziening algemene afwijkingen vervangt bestaande beleidsregels voor binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wordt niet opgenomen in het TAM-omgevingsplan.
2.1.2 Feitelijke situatie 2.1.2.1 Functioneel Ten noorden van het plangebied, gelegen aan de Breesegge 3, is een grondverzetbedrijf met in totaal drie bedrijfswoningen gesitueerd. Op deze locatie worden de benodigde materialen zowel in diverse schuren als in de open lucht gestald. Bovendien is er ter plaatse een gronddepot aanwezig. In het plangebied zijn vier grondgebonden agrarische bedrijven gevestigd aan de Breesegge 4, Hoeselderdijk 12 en 14/14A, en Zomerdijk 2/2A. De bedrijven aan de Keursweg 2/2A en Hoeselderdijk 14/14A zijn aangewezen als sterlocatie en worden gebruikt voor intensieve veehouderij. Naast het kanaal is een groenstrook aanwezig met een bomenrij. Ook langs de wegen in het plangebied en rondom de bedrijfswoningen zijn bomen gesitueerd.
2.1.2.2 Landschap Het plangebied is, zoals vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie, gelegen in het oude hoevenlandschap (zuidelijke punt) en het maten- en flierenlandschap (noordelijk deel). Ten westen van het plangebied, op Wierdens grondgebied, beginnen de jonge heide- en broekontginningen. Het maten- en flierenlandschap is in het algemeen ontstaan langs beken en in natuurlijke laagten. Hakhout werd vaak langs ontwateringssloten geplant, zowel als perceelsafscheiding als voor beweiding. Dit resulteerde in een lineair landschap rondom de beken, met natte laagtes waarin matenlandschappen ontstonden. Dit kleinschalige landschap biedt veel variatie: open watergangen, hakhoutstruweel, weilanden en broekbossen op vochtige plekken. Deze kenmerken komen, met uitzondering van de broekbossen, terug in het plangebied. Het oude hoevenlandschap bestaat uit een kleinschalig landschap met een opbouw vergelijkbaar met het essenlandschap, maar dan kleiner, individueler en jonger. Het reflecteert de natuurlijke ondergrond en omvat essen/kampen, erven op de flanken, natte laagtes en voormalige heidevelden. De ordening komt voort uit de erven, die organische vormen in het landschap volgen.
Dit leidt tot contrastrijke landschappen met veel variatie op korte afstand, waaronder open essen, kleinschalige erven op de flanken, natte laagtes met houtwallen, open heidevelden en ontginningen, en kleinere beken. Deze kenmerken zijn gedeeltelijk nog terug te zien in het plangebied.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
11
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
2.1.2.3 Omgeving Het plangebied voor XL Businesspark 2 bevindt zich ten zuiden van Almelo, naast het bestaande bedrijventerrein. Dit bestaande XL Businesspark Twente is een geluidgezoneerd industrieterrein met grote percelen, waar bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 zijn toegestaan. Ten zuiden van het plangebied stroomt De Doorbraak, een beek met een brede ecologische zone die door het buitengebied van Almelo loopt. Verder naar het zuiden ligt een agrarisch gebied met enkele woningen. In het westen grenst het plangebied aan het buitengebied van de gemeente Wierden, dat eveneens uit een agrarisch gebied met enkele woningen bestaat. Ten noorden van het plangebied loopt de A35, met daarachter een agrarisch gebied met houtopstanden De dichtstbijzijnde woningen buiten het plangebied bevinden zich op circa 150 meter van het plangebied, namelijk de adressen Iemenkampsweg 2 en 4. Andere woningen liggen verder weg, en de dichtstbijzijnde woonwijk, Windmolenbroek (Zeven Bosjes), ligt op ongeveer 350 meter, aan de andere kant van de A35, van het plangebied.
2.1.2.4 Infrastructuren In en rond het plangebied van XL Businesspark 2 liggen verschillende wegen, zoals de Breesegge, Broekerveld, Hoeselerdijk, Zomerdijk, Keursweg, Iemenkampsweg, en Voorbroeksweg. Deze wegen verzorgen de aansluiting van het plangebied op het wegennet van de naastgelegen gemeente Wierden en de omgeving van de kern Bornebroek. De ontsluiting richting het noorden verloopt via de Breesegge, die een verbinding vormt tussen het plangebied en afrit 1 van de N36. De wegen in het plangebied zijn relatief smal en ongeschikt voor grote verkeerstromen. Bovendien fietsen op sommige wegen, zoals de Breesegge en Hoeselerdijk, veel scholieren. In het plangebied liggen ook enkele landbouwwegen, zoals de Breesegge, Zomerdijk, en Hoeselerdijk. Via de Hoeselerdijk is de brug over het Twentekanaal te bereiken, wat een verbinding biedt naar bestaande XL Businesspark Twente. Via de Breesegge kan men in noordelijke richting parallel aan het Twentekanaal naar Almelo reizen, vanwaar het verkeer toegang heeft tot het omliggende wegennetwerk. Aan de westzijde van het plangebied is het Twentekanaal gelegen. Over dit kanaal vindt onder andere het transport over water plaatst.
2.2
Beschrijving nieuwe situatie
2.2.1 Korte planbeschrijving Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een bedrijventerrein van 132 ha waarvan circa 75 hectare uitgeefbaar is. Het bedrijventerrein zal ruimte moeten gaan bieden aan grootschalige bedrijven (minimaal 3 hectare). Voor het type bedrijvigheid wordt ingezet op door technologie gedreven maakindustrie, met daaraan gerelateerde regionaal ondersteunden logistieke bedrijven. Voor dit plan zijn een stedenbouwkundig schetsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het stedenbouwkundig schetsplan en beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen in bijlage 2 en bijlage 3. Voor een goede ruimtelijke inpassing komt op et bedrijventerrein aan de west- en aan de zuidzijde een groene buffer van minimaal 40 meter breed, onder andere voorzien van waterelementen. De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing en (bedrijfs)woningen binnen het plangebied worden ten behoeve van de ontwikkeling opgeheven. Het bedrijventerrein zal gecertificeerd worden met het BREEAM-NL Gebied keurmerk op het niveau 'Excellent', waarmee ingezet wordt op een duurzaam bedrijventerrein. Onderdeel van het plan is de aanleg van een nieuwe weg met een brug over het Twentekanaal die het bestaande businesspark verbindt met het Bedrijventerrein XL Businesspark 2 en hiermee de
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
12
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
hoofdontsluiting van het nieuwe bedrijventerrein vormt. In figuur 2.4. is een sfeerimpressie weergegeven van de beoogde ontwikkeling.
Figuur 2.4. Sfeerimpressie Bedrijventerrein XL Businesspark 2 (bron: Royal HaskoningDHV) In de volgende paragrafen wordt het programma, de landschappelijke en ruimtelijke inpassing en de ontsluiting beschreven. Daarna wordt toegelicht hoe in de planvorming rekening wordt gehouden met het aspect duurzaamheid. Vervolgens staat beschreven hoe de planrealisatiefase eruit zal zien. Daarna volgt een samenvatting van het uitgevoerde MER.
2.2.2 Programma De uitgeefbare kavels zijn bedoeld voor bedrijven in de technologie gedreven maakindustrie (minimaal 75%) en regionaal gebonden c.q. ondersteunende logistiek (maximaal 25%). Met voorliggend wijziging omgevingsplan wordt het mogelijk gemaakt om dit type bedrijvigheid te realiseren. Of te wel: 75% van de bedrijfskavels is bedoeld voor technologie gedreven maakindustrie en 25% van de kavels is bedoeld voor regionaal gebonden c.q. ondersteunende logistiek. Naast bedrijfskavels is er in het ontwerp ruimte opgenomen voor een collectieve voorziening. Op de locatie nabij de zwaaikom wordt een servicepunt voor het verlenen van faciliteiten vanuit het parkmanagement gerealiseerd. Daarnaast is ruimte voor ondergeschikte horeca- en/of een vergaderfaciliteit.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
13
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
2.2.3 Landschappelijke inpassing Zoals eerder beschreven ligt XL Businesspark 2 ligt in een agrarisch cultuurlandschap. Een deel van het gebied behoort tot het oude hoevenlandschap, het overige deel tot het maten en fierenlandschap. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van XL Businesspark 2 is een analyse uitgevoerd van het bestaande landschap en de transformatie door opeenvolgende onwikkelingen, zoals de schaalvergroting, de aanleg van het Twentekanaal en de A35. Als gevolg daarvan resteert er een rationeel landbouwlandschap waarin weinig landschappelijke kwaliteiten te herkennen zijn. De kwaliteiten zijn nog nog zichtbaar aan de randen, grotendeels buiten het plangebied. De analyse is als bijlage 4 opgenomen in de motivering. Er is voor gekozen om het ontwerp zo veel mogelijk ‘in de hoek te drukken’ van het Kanaal en de snelweg naar het deel van het plangebied met de minste landschappelijke kwaliteiten. Door het compacte ontwerp van XL Businesspark 2 wordt de aantasting van het landschap beperkt. Er is vooral ingezet op behoud en versterking van de randen en een goede verweving van de groenstructuur van het XL Businesspark 2 met de omgeving. In figuur 2.5 en bijlage 2. is het inrichtingsplan weergegeven.
Figuur 2.5. Stedenbouwkundige schets (bron: Royal HaskoningDHV) De landschappelijke inpassing vindt plaatst in vier zones: De landschappelijke randzone; het omliggende landschap; de woonkavels of erven in de omgeving aansluitend aan het plangebied; de bedrijfskavel (inrichting kavels). Landschappelijke randzone Deze zone in minimaal 40 meter breed en in deze zone is, naast landschappelijke inpassing, aandacht voor waterberging mitigerende en compenserende maatregelen voor flora en fauna en recreatief medegebruik. In het ontwerp kunnen de volgende elementen worden opgenomen:
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
14
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
bos met goede mantelvegetatie en kruidenlaag; sortiment afhankelijk van de plek in de landschappelijke randzone; singels; houtwallen; stuweel; (beplante) grondwal met een hoogte tot 2,50 meter watergangen, vijvers en poelen; wadi's en natuurlijke laagtes voor waterberging; kruidenrijk grasland. De elementen vormen samen een 'Toolbox' waarmee op elke plek van de landschappelijke zone maatwerk kan worden geleverd om tot een optimale inpassing te komen. Het omliggende landschap (buiten het plangebied) Landschapselementen zoals hagen, houtwallen, laanbeplanting en bosjes bij woningen en erven verminderen de visuele hinder van Bedrijventerrein XL Businesspark 2. In overleg met bewoners en grondeigenaren kan onderzocht worden waar extra elementen toegevoegd kunnen worden. Deze versterken het landschap, verbeteren de leefomgeving voor dieren, en zorgen voor een betere integratie van XL Businesspark 2 met de omgeving, zonder harde overgangen. De woonkavels of erven in de omgeving aansluitend aan het plangebied Voor maatregelen in het omliggende landschap en op de woonkavels of erven is de gemeente bij realisatie afhankelijk van eigenaren. In afstemming met de eigenaren wordt nagedacht over een goede aansluiting.
(Bestaande) landschapselementen zoals hagen, houtwallen, laanbeplanting en bosjes dichter bij woningen en erven, dragen in belangrijke mate bij aan het wegnemen van visuele hinder door XL Businesspark 2. In overleg met bewoners en grondeigenaren kan onderzocht worden of, en zo ja, waar landschapselementen in de omgeving toegevoegd kunnen worden
2.2.4 Inrichting kavels Voor de ontwikkeling zijn uitgangspunten opgenomen waaraan de inrichting van de kavels aan moeten voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in 7 deelgebieden. Deze uitgangspunten zijn uitgewerkt in het stedenbouwkundige schetsplan en in het beeldkwaliteitsplan (zie bijlagen 2 en 3). De randvoorwaarden zullen in de vervolgfase worden vastgelegd in een kavelpaspoort. Het kavelpaspoort wordt onderdeel van de anterieure overeenkomsten die met de toekomstige bedrijven zullen worden afgesloten. Oriëntatie De bedrijven worden georiënteerd naar de openbare weg, met op aangewezen plekken een aantal accenten. Er kunnen accenten worden gemaakt bij de rotonde, bij de collectieve voorziening en bij entrees van fietsroutes. Bouwhoogtes De maximumhoogte wordt bepaald door de plek binnen het plangebied. De hoogte loopt op van de buitenrand (maximaal 15 meter) naar de kern bij het Twentekanaal (maximaal 30 meter). De hoogtematen sluiten aan op de maten van XL Businesspark Twente en bij de wensen vanuit de markt en de omgeving. In figuur 2.6 zijn de bouwhoogtes weergegeven.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
15
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Figuur 2.6. Maximum bouwhoogtes (bron: Royal HaskoningDHV). Algemene richtlijnen Naast de bouwhoogtes en oriëntatie zijn er ook algemene richtlijnen die gelden per kavel. Dit zijn: Het representatieve deel van de gebouwen en de terreininrichting komt aan de voorzijde, gericht naar de openbare weg. Parkeren vindt plaats aan de voorkant of indien nodig aan de zijkant van de gebouwen. Het parkeren wordt groen ingepast, waarbij wordt gewerkt met bomen en robuust groen, aaneengesloten grote gebaren die een impact hebben en bijdragen aan de biodiversiteit en een gezond werkklimaat. De 'loadingdocks' mogen geen hinder (geluid en licht) naar de omgeving opleveren en worden niet richting de omgeving gesitueerd. Laden en lossen, keren en draaien vindt plaats op de kavel en niet in de openbare ruimte. Duurzaamheid, flora en fauna en waterberging stellen eisen aan de inrichting van de kavel. Een voorbeeld is de eis om de kavelgrenzen groen in te richten. Voor een voldoende compensatie van de natuurwaarden dient het plangebied dooraderd te worden met groen. Een goede, groene inrichting van de kavelgrenzen kan daaraan bijdragen.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
16
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
2.2.5 Ontsluiting en verkeerstructuur Bedrijventerrein XL Businesspark 2 wordt ontsloten vanaf XL Businesspark Twente. Verkeer van en naar Bedrijventerrein XL Businesspark 2 zal via XL Businesspark Twente en via de kruising Henriëtte Roland Holstlaan/ A35 een weg vinden naar de A35. Er is een brug voorzien parallel aan de brug in de A35 over het Twentekanaal. Tussen de brug over het Twentekanaal in A35 en de nieuwe brug blijft wat ruimte (minimaal 12 meter). Deze ruimte maakt het mogelijk om op termijn de A35 te kunnen verbreden met een extra rijstrook. De nieuwe brug biedt ruimte aan autoverkeer, maar is ook voorzien van een vrijliggend fietspad om fietsers comfortabel de oversteek te laten maken. De huidige Hoeselderbrug vervalt. De nieuwe brug vervangt de huidige brug als hoofdonstluiting. De verkeersstructuur is gesloten om sluipverkeer te voorkomen, maar is zodanig vormgegeven dat de omgeving door dit planvoornemen niet geisoleerd zal worden. Er is speciale aandacht nodig voor landbouwverkeer en voor de vervanging van lokale infrastructuur. Bedrijven op Bedrijventerrein XL Businesspark 2 worden rechtstreeks ontsloten op de openbare weg, waarbij het profiel ongewenst manoeuvreren van vrachtwagens voorkomt.
Figuur 2.7. Toekomstige ontsluiting (bron: Royal HaskoningDHV). Hulpdiensten Hulpdiensten moeten XL Businesspark 2 binnen de referentienormen voor opkomsttijden kunnen bereiken. Om de locatie te kunnen bereiken hanteert de brandweer een referentietijd van 10 minuten met een bandbreedte van 3 minuten. Uit een berekening van de huidige situatie blijkt dat de brandweer
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
17
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
vanuit de verschillende kazernes in Almelo, Wierden of Enter niet op tijd op XL Businesspark 2 aanwezig kan zijn. Voor de ontwikkeling worden daarom verschillende calamiteiten routers aangelegd. Een van deze routes valt buiten de contouren van het plan. Het betreft een calamiteitenafslag vanaf de A35, die alleen in noodgevallen door de voertuigen van de veiligheidsregio te gebruiken is. De route maakt het mogelijk om de aanrijtijd beter op de referentienorm aan te laten sluiten. Daarnaast adviseert de brandweer om: milieubelastende activiteiten met aandachtsgebieden uit te sluiten, gebouwen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 te voorzien van een geschikte brandbeveiligingsinstallatie (feitelijk een sprinklerinstallatie); Een centrale voorziening voor de sprinklerinstallatie en de bluswatervoorziening te realiseren. Landbouwvoertuigen Om te voorkomen dat (landbouw-)verkeer te veel moet omrijden worden er wel voorzieningen getroffen. Zo wordt het mogelijk om via de Hoeselderdijk en de Zomerdijk een doorsteek te maken en wordt er daarnaast een route voorgesteld parallel aan het Twentekanaal voor bestemmingsverkeer, waaronder landbouwverkeer. Deze laatste route staat los van de verkeersinfrastructuur van XL Businesspark 2. Het is niet mogelijk om vanaf deze route op het bedrijventerrein te komen.
De route maakt het ook voor bewoners uit de omgeving makkelijker om voorzieningen in Almelo, zoals het ziekenhuis of het winkelcentrum te bereiken. De route zal worden ingericht als 'auto-te-gast'-route. Alle routes van en naar XL Businesspark 2, met uitzondering van de brug, worden voorzien van een fysieke maatregel, zoals beweegbare palen die met een transponder te bedienen zijn. Sluiperverkeer van en naar het XL Businesspark 2 is hierdoor niet mogelijk. Het plangebied is hierdoor ook bij calamiteiten vanuit meerdere richtingen bereikbaar voor de hulpdiensten. Fietsroutes en wandelroutes De fietsstructuur wordt gewijzigd in het plangebied. Voor de verkeersveiligheid en in aansluiting op XL 1 is ervoor gekozen vrijliggende fietspaden op te nemen in het plan. Ook op de nieuwebrug over het Twentekanaal wordt een vrijliggend fietspad aangelegd. De huidige fietsroutes via de Breesegge, Iemenkampsweg, Hoeselderdijk, Zomerdijk en langs het Twentekanaal zijn geïntegreerd in het plan door de vrijliggende fietspaden aan te laten sluiten op de fietsroutes in de omgeving. De uitgebreide, vrijliggende fietsinfrastructuur op XL Businessapark 2 moet ervoor zorgen dat werknemers sneller de fiets nemen van en naar het werk, en moet voorkomen dat er voor forenzen en scholieren die via XL Businesspark 2 onveilige situaties ontstaan.
In het landschappelijk inpassingplan zijn halfverharde voetpaden opgenomen in de randzone en in de brede profielen van de hoofdinfrastructuur. Via de wandelpaden moeten de bedrijven comfortabel bereikbaar zijn en moet het mogelijk zijn voor werknemers en omwonenden om het groen te gebruiken om in te wandelen. Vrachtverkeer - laden en lossen Voor XL Businesspark 2 zal zowel vrachtverkeer over de weg als vrachtvervoer over het water van belang zijn. Het vrachtverkeer moet goed worden gefaciliteerd, maar ook goed worden gereguleerd. Zo zal de openbare ruimte om problemen met de verkeers- en de sociale veiligheid te voorkomen geen mogelijkheden bieden voor het parkeren van vrachtauto's. Op XL Businesspark 2 is overnachten in de openbare ruimte niet mogelijk. Het parkeren van vrachtauto's moet dan ook op eigen terrein gebeuren. Voor vrachtauto's die niet gelost kunnen worden (te vroeg of te laat arriveren) moeten ten minste twee parkeerplaatsen op eigen terrein, maar buiten de toegangspoort worden gerealiseerd. Hiervoor moeten ook per bedrijf voorzieningen worden getroffen. Parkeren Het parkeren van auto's en het stallen van de fietsen moet worden gerealiseerd op eigen terrein. De
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
18
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
toekomstige bedrijven moeten een omgevingsvergunning aanvragen om te mogen bouwen. Tijdens deze aanvraag moet de initiatiefnemer aantonen dat voldoende parkeerplaatsen voor de auto en fietsenstallingen worden gerealiseerd. Dit moet voldoen aan het dan geldende parkeerbeleid. De parkeerbehoefte en de verkeersafwikkeling van het parkeer wordt nader beschreven in paragraaf 4.7 Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt.
2.2.6 Duurzaamheid De ambitie is om een bedrijventerrein te ontwikkelingen die voldoen aan het de score 'excellent' van de BREEAM-certificering. BREAM is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen en gebieden te bepalen met als uitgangspunt een balans tussen de drie P’s: People, Planet, Profit. Voor de score excellent gelden de volgende eisen: Gebruik van minimaal 80% hernieuwbare energie in het gebied. 40% of meer circulair materiaal gebruik in openbare ruimte. Materiaal in openbare ruimte worden bepaald op basis van LCA voor tenminste van 60% van het volume. Al het hout (TPAC gecertificeerd) en minimaal 80% van het volume aan toe te passen materiaal dat toegepast wordt op openbaar terrein heft een verantwoorde herkomst. Minimaal 1% van het plangebied wordt gebruikt voor voedselproductie middels een voedselbos in de randzone. Afvalstromen worden gescheiden en DIFTAR wordt ingevoerd. 20% of meer van de bestaande werken in het projectgebied wordt hergebruikt. Een FSI (floor space index) of V/T index (vloerterreinindex) van minimaal 1,3. Dit betekent dat meerlaagse bebouwing nodig is. Het voldoen aan de randvoorwaarden om de score excellent te behalen vertaalt zich in het bepalen van 'punten'. Voor de score excellent betreft die minimaal 70 punten. Op voorhand kan worden aangegeven dat bij een aantal eisen de punten niet worden behaald.
Zo is het vastleggen van een FSI van minimaal 1,3 op een bedrijventerrein met het profiele van XL Businesspark 2 niet mogelijk. We streven naar een FSI van 1. Het verlies van punten op dit thema's zal worden gecompenseerd door bij andere eisen een hogere standaard te hanteren. Tijdens de realisatie van de plannen zullen bovenstaande ambities verder worden vertaald tot concrete actiepunten die door een onafhankelijke assessor. Het al dan niet toekennen van punten en/of het behalen van het cerificaat 'Excellent' vormt geen onderdeel van het omgevingsplan. Klimaat & biodiversiteit Openbare ruimte Wat betreft klimaat wordt, ondanks de toename van de verharding, zoveel mogelijk groen en water gerealiseerd in het plangebied. Voor een goede ruimtelijke inpassing komt bovendien op het bedrijventerrein een groene buffer van minimaal 40 meter breed met waterelementen. Het groen en water wordt doorgetrokken langs de toekomstige wegen. Naast de rijbaan wordt een groenstrook aangelegd met bomen en een watergang die het gebied kan afwateren naar de randen. Ten zuiden van het plangebied ligt de watergang De Doorbraak. De inrichting van de aangrenzende groene zone is in nauw overleg met de beheerder (Landschap Overijssel) en de eigenaar van het gebied (Waterschap Vechtstromen) bepaald, zodat deze optimaal aansluit op de inrichting van De Doorbraak.
De groene zone heeft een belangrijke functie voor het treffen van compenserende en mitigerende maatregelen. Deze maatregelen worden nader vastgelegd in een activiteitenplan. Het activiteitenplan is de basis voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Het verkrijgen van deze omgevingsvergunning is randvoorwaardelijk voor de realisatie van XL Businesspark 2.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
19
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Een aantal bestaande woningen die in de randzone vallen zullen als gebouw behouden blijven, maar worden omgevormd tot faunawoning. Dit is noodzakelijk voor het treffen van voldoende maatregelen voor compensatie en mitigatie. Met dit omgevingsplan vervalt voor deze woningen de mogelijkheid tot bewoning. Hierdoor komen deze gebouwen leeg te staan en kunnen ze worden omgevormd tot leefgebied voor de aanwezige flora en fauna. Bij het omvormen zal er zorg voor worden gedragen dat de voormalige woningen niet voor mensen toegankelijk zijn, zodat vandalisme of andere criminele activiteiten worden voorkomen. Bedrijfsk avels Op de bedrijfskavels is de ambitie om duurzaam gebruik te maken van het dakoppervlak. Denk hierbij aan het aanleggen groen dak, een energiedak of door zonnepanelen te realiseren. Bovendien is het uitgangpunt dat de bedrijven bijdragen aan de opwek van duurzame energie. Naast het opwekken van energie, geldt dat bedrijven verplicht zijn om een groen voorterreinen aan te leggen.
2.3
Beschrijving strijdigheid
Toegestane activiteiten De ontwikkeling voorziet het aanleggen van watergangen en mogelijk bijbehorende voorzieningen binnen de bestemming 'Agrarisch'. Het aanleggen van deze watergangen en eventuele voorzieningen is niet in strijd met het planologisch regiem. Niet toegestane activiteiten Aanleg bedrijventerrein Tot aan inwerkingtreding van dit omgevingsplan geldt het tijdelijk omgevingsplan Buitengebied Almelo vastgesteld op 19 april 2011 en het geconsolideerde bestemmingsplan Buitengebied correctieve herziening gewijzigd vastgesteld op 18 juli 2017. De gronden in het plangebied beschikken hoofdzakelijk over de bestemmingen 'Agrarisch', 'Water', 'Verkeer', 'Wonen' en 'Bos' en binnen deze bestemmingen is het uitvoeren bedrijfsmatige activiteiten niet toegestaan. Bovendien is binnen de bestemming 'Bedrijf' alleen een grondverzet- en transportbedrijf toegestaan. Met de ontwikkeling worden geen grondverzetbedrijven mogelijk gemaakt, maar logistieke bedrijven en technologische gedreven maakindustrie. Met de ontwikkeling wijzigt bovendien de wegenstructuur. De toekomstige wegen zijn gesitueerd in diverse bestemmingen waarin het aanleggen en gebruik maken van de wegen niet is toegestaan. De activiteit 'Verkeer' is daarom niet toegestaan. Bovendien is de ontwikkeling in strijd met de geldende bouwregels.
De toekomstige gebouwen zijn buiten de bestaande bouwvlakken gesitueerd en overschrijden de maximum bouwhoogte. Aanleg nieuwe brug Naast de aanleg van de wegen en het bedrijventerrein wordt een nieuwe brugverbinding aangelegd, parallel aan de rijksweg A35. Deze brug ligt in meerdere bestemmingen waarin het niet toegestaan is om een brug aan te leggen.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
20
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Hoofdstuk 3
Toetsing aan beleid
In dit hoofdstuk wordt het initiatief/ de ontwikkeling getoetst aan het geldende beleid van de gemeente, waterschap, provincie en het Rijk. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van het beleid zoals beschreven in het ( tijdelijke) omgevingsplan. Het meest actuele beleid is te vinden via Officiëlebekendmakingen.nl
3.1
T oetsing rijksbeleid.
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk.
Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
21
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
3.1.1.1 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De realisatie van nieuwe bedrijventerreinen moet aansluiten bij de bredere Doelstellingen van de NOVI en specifieke regionale behoeften, waarbij duurzaamheid, economische vitaliteit en leefbaarheid centraal staan. De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen raakt aan verschillende nationale belangen die in de NOVI zijn vastgelegd: 1. Duurzaamheid en Klimaat: Nieuwe terreinen moeten bijdragen aan de energietransitie door bijvoorbeeld duurzame energiebronnen te integreren. 2. Economische Groei: Er moet voldoende ruimte zijn voor bedrijven om te groeien en zich te vestigen, met aandacht voor circulaire economie en duurzame bedrijfsvoering. 3. Leefbaarheid: Bedrijventerreinen moeten zo worden ontwikkeld dat ze bijdragen aan een prettige en gezonde leefomgeving, met voldoende groenvoorzieningen en infrastructuur? (De Nationale Omgevingsvisie). Duurzaamheid en klimaat Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen speelt duurzaamheid een cruciale rol. De gemeente Almelo heeft voor het bedrijventerrein de ambitie gesteld om de BREEAM excellent certificering te krijgen. BREEAM is een internationale certificeringsmethode die gericht is op duurzaamheid, gezondheid, kostenbesparing en toekomstbestendigheid. Paragraaf 4.18 gaat nader in op het thema Duurzaamheid.
Economische Groei Zoals voorgeschreven in het BKL artikel x en provinciaal artikel x en regionaal afgesproken zijn voor de ontwikkeling van onderhavige bedrijventerrein verschillende behoefte onderzoeken uitgevoerd en regionale afspraken gemaakt. Paragraaf 4.6 ladder van duurzame verstedelijk en paragraaf provinciaal gaan hier nader op in. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet. Op basis van deze afspraken en onderzoeken zijn de soort bedrijfsactiviteiten 'technologie gedreven maakindustrie, en ondersteunende logistieke bedrijven' vastgelegd in dit omgevingsplan. Leefbaarheid Het nieuwe bedrijventerrein wordt ontwikkeld met als doel een prettige en gezonde leefomgeving te creëren, ondersteund door uitgebreide groenvoorzieningen en infrastructuur. Ondanks de toename van verharding wordt zoveel mogelijk groen en water gerealiseerd in het plangebied. Een groene buffer van minimaal 40 meter breed met waterelementen komt rondom het bedrijventerrein voor een goede ruimtelijke inpassing. Het groen en water worden doorgetrokken langs de toekomstige wegen, en naast de rijbaan wordt een groenstrook aangelegd met bomen, wadi's en een watergang die het gebied kunnen afwateren naar de randen. Deze aanpak zorgt voor een duurzame en leefbare omgeving die zowel ecologisch verantwoord als economisch levensvatbaar is.
3.1.2 Dienstenrichtlijn Toetsingskader In het omgevingsplan staan regels over een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Zo kunnen ook bij de beoordeling of een brancheringsregeling voldoet aan de vereisten uit de Dienstenrichtlijn meer motieven dan enkel de ruimtelijke afweging een rol spelen. De Dienstenrichtlijn is van toepassing op diensten, hieronder valt bijvoorbeeld de vestiging van detailhandel, dienstverlening, horeca en kantoren.
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
22
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
Voor een nadere uitleg over de werking van de Dienstenrichtlijn wordt verwezen naar de 'Handreiking Dienstenrichtlijn en Ruimtelijke ordening' opgesteld voor de Retailagenda. De Dienstenrichtlijn stelt dat er niet zo maar nadere eisen kunnen worden gesteld aan diensten die zich mogen vestigen. Uit de ontwikkelde jurisprudentie is gebleken dat het stellen van eisen mogelijk is, maar dat deze eisen wel moeten worden onderbouwd volgens de systematiek van de Dienstenrichtlijn. Dit is neergelegd in artikel 15 lid 3. Die bepaling luidt als volgt: 'De lidstaten controleren of de in lid 2 bedoelde eisen aan de volgende voorwaarden voldoen: a. discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel; b. noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; c.
evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.' Toetsing Vestigingsbeperkingen In het voorliggende wijziging van het Omgevingsplan zijn voor diensten de volgende vestigingsbeperkingen opgenomen: zowel in artikel 19 'Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - regionaal logistiek - toegestaan' als in artikel 20 'Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - technologie gedreven maakindustrie - toegestaan': kantoor ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten; Artikel 21 'Dienstverlening - zakelijke dienstverleningsactiviteiten - toegestaan': zakelijke dienstverleningsactiviteiten in de vorm van onder andere een zelfstandig kantoor tot een oppervlakte van 1.500 m2 bvo. Artikel 24 'Horeca-activiteiten - ondergeschikt - toegestaan': ondergeschikte horeca-activiteiten, in ieder geval 1. activiteiten ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het verstrekken van (eenvoudige) etenswaren en dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine en 2.
activiteiten ten dienste van de hoofdactiviteit (anders dan horeca), waar men een ruimte of ruimtes specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. Discriminatieverbod Voor deze vestigingsbeperkingen is het discriminatieverbod niet aan de orde; de maatregel discrimineert niet naar nationaliteit of statutaire vestigingsplaats. Noodzak elijkheid Vanuit het noodzakelijkheidscriterium volgt de eis dat een maatregel noodzakelijk moet zijn vanwege een dwingende reden van algemeen belang om de vestigingsbeperking op te leggen (het doel). Dit volgt doorgaans uit het vastgestelde beleid. In Almelo is in dat opzicht de 'Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040' richtinggevend: In de Omgevingsvisie is Almelo verdeeld in vier gebieden, waaronder de bedrijventerreinen. Almelo heeft een gerichte aanpak voor het uitgeven en (vooral) herbestemmen of -structureren van locaties voor bedrijvigheid. De functie voor de omgeving en geschiktheid ín die omgeving, zijn daarbij richtinggevend. Gestreefd wordt onder meer naar versterking van bedrijven en hun omgeving, door bijvoorbeeld een distributiecentrum en distributiebedrijf die op hetzelfde bedrijventerrein te vestigen.
Almelo huisvest een verscheidenheid aan (innovatieve) sectoren, zoals logistiek en de
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
23
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
maakindustrie. Dit gevarieerde aanbod is een grote kracht en moet worden behouden. Een eventuele behoefte aan clustering van bedrijven uit bepaalde sectoren is bespreekbaar. Waar de onderlinge samenwerking van bedrijven kansen biedt, kunnen wij dit stimuleren en faciliteren. Een goede combinatie van werk en privé wordt steeds belangrijker. Werkgevers zijn aantrekkelijker als rondom hun bedrijf voorzieningen zijn, die de kwaliteit van het dagelijks leven van hun werknemers verbeteren. Denk hierbij aan kinderopvang, horeca, sportfaciliteiten of een afhaalpunt voor pakketten. Maar ook wandelpaden om een ommetje te maken in de pauze, bankjes om te lunchen in de schaduw of de zon en genoeg groen om de omgeving gezond en aantrekkelijk te maken. De omgevingsvisie is verder uitgewerkt in andere documenten, zoals opgenomen in paragraaf 3.5. De omgevingsvisie en het beleid dat in andere documenten is opgenomen, wordt als volgt naar het businesspark vertaald: Voor het XL Businesspark 2 is het van belang om de gronden primair beschikbaar te hebben voor grootschalige bedrijvigheid. Daaraan bestaat specifieke behoefte en realisering van het concept voor onderling versterkende, grootschalige bedrijvigheid zorgt ook voor een vitaliteit van dit bedrijvenpark.
Aan de vitaliteit van het businesspark draagt bij als de grootschalige bedrijvigheid wordt gecombineerd met dienstverlening, horeca en kantoren als ondersteuning hiervan en dus in beperkte omvang. In met name paragraaf 3.5 en paragraaf 4.6 komt dit nadrukkelijk aan bod. Uit de Omgevingsvisie en vastgestelde bestemmingsplannen voor de binnenstad, wijken en bedrijventerreinen die deel uitmaken van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan, blijkt dat Almelo de vitaliteit van de locaties van groot belang acht en daarin heldere keuzes maakt waar welke functies zijn toegestaan.Het gaat dan om enerzijds de binnenstad bedoeld voor dienstverlening en horeca en anderzijds bijvoorbeeld bedrijventerreinen en percelen langs hoofdroutes voor zelfstandig kantoren. Door deze zorgvuldige toedeling van functies aan gebieden en locaties behoudt Almelo een vitale en herkenbare stedelijke structuur. Dit wordt vertaald in het in beperkte mate en als ondergeschikt toestaan van dienstverlening, horeca en kantoren op het businesspark. Uit het voorgaande volgt dat het opnemen van de voorgestelde vestigingsbeperkingen in de bestemmingsregeling noodzakelijk is. Evenredigheid Uit het evenredigheidscriterium volgt dat een vestigingsbeperking als maatregel aan het volgende moet voldoen: De maatregel is aantoonbaar geschikt en effectief om het doel te bereiken.
De maatregel wordt coherent en systematisch nagestreefd/toegepast. De maatregel gaat niet verder dan nodig om het doel te bereiken. Het doel kan niet met andere, minder vergaande maatregelen met betrekking tot het beperken van de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan, worden bereikt. De maatregel is aantoonbaar geschikt en effectief om het doel te bereiken Het opnemen van de vestigingsbeperkingen zoals die deel gaan uitmaken van de regeling in het bestemmingsplan, is uitermate geschikt en effectief om het doel van om het concept van het businesspark te bereiken. Primair gaat het om vestiging van grootschalige bedrijvigheid. Dan is het logisch om de vestigingsmogelijkheden voor andere functies te beperken. De paragrafen 3.5 en 4.6, specifiek subparagraaf 4.6.2, bevatten hiervoor de onderbouwing met specifieke gegevens, zoals door de jurisprudentie vereist. De maatregel wordt coherent en systematisch nagestreefd/toegepast In Almelo is het gebruikelijk dat bedrijventerreinen hoofdzakelijk voor bedrijvigheid worden bestemd. Tegelijkertijd wordt dit gecombineerd met het aanwijzen van bijvoorbeeld specifieke dienstverleningsen kantoorlocaties binnen de bedrijventerreinen met als ruimtelijk motief de inpasbaarheid in de omgeving. Op de aangewezen locaties passen deze functies bij uitstek in de stedelijke structuur.
Ook voor dienstverlenings- en kantoorlocaties elders in de stad, zoals in de binnenstad, zorgt de gemeente voor een heldere stedelijke structuur. Horeca is toegestaan in de binnenstad en op
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2_Motivering
24
NL.IMRO.0141.TAM00002Mot-BP21
enkele specifieke locaties, als onderdeel van bijvoorbeeld het stadion. In de bestemmingsregelingen voor bedrijventerreinen die deel uitmaken van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan is het binnen de gemeente gebruikelijk dat voor afwijkende functies een specifieke regeling is opgenomen. In het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Twente_Wendelgoor' bijvoorbeeld in artikel 3 Bedrijf - 3.1 bepaald dat ter plaatse van de aanduiding "gemengd" detailhandelsbedrijven en zelfstandige kantoren tot een maximale oppervlakte van 1.500 m2 is toegestaan. Vergelijkbare bepalingen met een aanduiding en maximum oppervlaktemaat zijn vastgesteld in artikel 3 Bedrijf 3.2 van het bestemmingsplan 'Noord Turfkade', evenals voor horeca. Het opnemen van vestigingsbeperkingen voor dienstverlening, kantoren en horeca wordt in de bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen in Almelo coherent en systematisch toegepast. De maatregel gaat niet verder dan nodig om het doel te bereiken De vestigingsbeperkingen voorkomt dat een belangrijk deel van het businesspark voor vestiging van andere functies dan grootschalige bedrijvigheid worden benut, terwijl juist reservering voor die bedrijvigheid nodig is. Tevens waarborgen de vestigingsbeperkingen dat die andere functies op de daarvoor bestemde locaties elders in Almelo worden gesitueerd. De maatregel gaat dan ook niet verder dan nodig is.
Het doel kan niet met andere, minder vergaande maatregelen met betrekking tot het beperken van de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan, worden bereikt Er zijn geen flankerende maatregelen denkbaar in de sfeer van het aantrekkelijker maken van het centrumgebied of een kantorenpark als tegelijkertijd de deur wordt opengezet voor zelfstandige horecaof kantorenvestiging op het businesspark. In jurisprudentie is het beginsel aanvaard dat flankerende maatregelen ontoereikend zijn om te voorkomen dat functies zich elders vestigen buiten de aangewezen locaties als die mogelijkheid wordt geboden. Het doel kan dan ook niet met andere, minder vergaande maatregelen met betrekking tot het beperken van de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan, worden bereikt. Conclusie De reservering voor grootschalige bedrijvigheid in combinatie met beperkte toelaatbaarheid van dienstverlening, horeca en kantoren is evenredig. Discriminatieverbod en noodzakelijkheids- en evenredigheidscriteria De reservering voor grootschalige bedrijvigheid in combinatie met beperkte toelaatbaarheid van dienstverlening, horeca en kantoren voldoen aan het discriminatieverbod, het noodzakelijksheidscriterium en en evenredigheidscriterium in artikel 15, derde lid onder a, b en c van de Dienstenrichtlijn.