04 Ontwikkelingen bedrijventerreinen Almelo.pdf
Tekst van het document
De koplopers scoren gemiddeld een 3,4, het peloton scoort gemiddeld een 3,0 en de achtervolgers scoren gemiddeld een 2,7 op toekomstvastheid (figuur 8). Te zien is dat de scores van zowel de koplopers, het peloton en de achtervolgers niet ver uit elkaar liggen.
24
Figuur 8: Percentage en totaalscore van koploper, peloton en achtervolgers
Bij de scores per pijler (figuur 9) valt op dat de score voor de pijler duurzaam en gezond relatief laag ligt. Gemiddeld is de score 2,6, de koplopers scoren met gemiddeld 3,0 een stuk hoger. Fysiek-ruimtelijk zijn de bedrijventerreinen in Overijssel goed op orde. De gemiddelde score ligt op 3,5 en de koplopers binnen deze pijler scoren een 4,1. Op sociaaleconomisch gebied scoren Overijsselse bedrijventerreinen net iets hoger als binnen de pijler duurzaam en gezond, met een gemiddelde score van 3,0. Het verschil tussen de koplopers en het peloton is binnen de pijler sociaaleconomisch scoren groter dan binnen de pijler duurzaam en gezond.
Figuur 9: Gemiddelde score per pijler
Een terrein dat koploper is binnen de pijler duurzaam en gezond hoeft overigens niet ook koploper te zijn binnen de andere pijlers. Een terrein kan in de praktijk zelfs koploper zijn binnen één pijler, maar achtervolger binnen de andere pijler(s). Dat een terrein binnen één pijler koploper is en in ieder geval binnen één andere pijler achtervolger is, komt meermaals voor. In figuur 10 is een uitsplitsing te zien van het percentage terreinen dat behoort tot koplopers, peloton en achtervolgers per pijler. Alleen bij de pijler duurzaam en gezond zien we wat minder terreinen in het peloton, waardoor zowel de groep met koplopers als de groep met achtervolgers groter is.
25
Figuur 10: Percentage terreinen per pijler per groep
Figuur 11: Percentage areaal per pijler per groep
De koploperterreinen hebben gemiddeld gezien een groter areaal dan de terreinen in de overige twee groepen. In figuur 11 is een optelling gemaakt van aantal ha uitgegeven oppervlak per terrein. Dit areaal is vervolgens verdeeld over de drie groepen. In de figuur is te zien dat bij koplopers het aandeel areaal hoger ligt dan het aandeel van de koplopers op het aantal terreinen. Oftewel: koplopers zijn gemiddeld grote terreinen qua oppervlak. Dit geldt met name voor de koplopers binnen de pijler sociaaleconomisch. Binnen de andere pijlers lijkt de omvang van een terrein een minder grote rol te spelen.
In figuur 12 is het aantal banen (opgeteld per terrein) verdeeld onder de drie groepen. De figuur laat zien dat de groep koplopers 26% van het totaal aantal banen op bedrijventerreinen huisvest. In vergelijking met het percentage terreinen in de koplopersgroep is het percentage banen hoog. Dit betekent dat de terreinen die gemiddeld beter scoren vaak ook arbeidsintensiever zijn. Logischerwijs geldt dit met name voor de koplopers die onder de pijler sociaaleconomisch gerekend kunnen worden (32%), omdat banendichtheid één van de indicatoren is die hierin is meegenomen. De achtervolgers hebben qua werkgelegenheid een kleiner belang.
26
Figuur 12: Percentage banen per pijler per groep
gemengde terreinen hebben met een 3,1 een iets lagere score dan gemiddeld, al zijn de verschillen marginaal. Deze afwijkende score kan worden toegerekend aan lagere scores op pijlers sociaaleconomisch en duurzaam en gezond (figuur 9). In paragraaf 3.2 en 3.4 worden respectievelijk de pijler duurzaam en gezond en sociaaleconomisch verder ontleed om te achterhalen welke thema’s en indicatoren daaraan ten grondslag liggen. Tabel 2: Scores op toekomstvastheid per type terrein Aantal terreinen
Resultaten per type terrein In dit onderzoek lichten wij haventerreinen, logistieke terreinen en industrieterreinen apart uit vanwege hun afwijkende structuur ten opzichte van gemengde bedrijventerreinen. We definiëren deze type bedrijventerreinen als volgt: Haventerreinen: aan een havenbekken of diep vaarwater gelegen, met laad‐ en losfaciliteiten. Industriële bedrijventerreinen: overwegend zware industrie. Bedrijvigheid in milieuhindercategorieën 4 en 5 is toegestaan. Logistieke bedrijventerreinen: huisvesting van (grootschalige) logistieke en distributieactiviteiten. Ze worden gekenmerkt door relatief grote kavels en een goede ontsluiting over weg, spoor, en/of water.
Haventerreinen Industriële terreinen Logistieke terreinen Gemengde terreinen Totaal Overijssel
6 37 16 111 170
Aantal banen
10.287 32.676 7.022 133.684 183.669
Netto ha
Score toekomstvastheid
446 1.319 196 3.515 5.476
3,0 3,0 3,0 3,1 3,0
Uit figuur 13 kan worden opgemaakt dat op industriële en haventerreinen de pijler fysiek-ruimtelijk achterblijft ten opzichte van logistieke terreinen, al is het verschil klein. Hierbij past wel de opmerking dat voor dergelijke terreinen een functionele inrichting vaak volstaat. Met andere woorden, een lagere score – in vergelijking tot andere typen terreinen – hoeft helemaal geen probleem te zijn.
Zowel haventerreinen als industriële terreinen en logistieke terreinen scoren op toekomstvastheid gemiddeld een 3,0 (tabel 2). Alleen
27
Figuur 13: Gemiddelde score per pijler voor haventerreinen, industriële terreinen en logistieke terreinen Logistieke terreinen Sociaaleconomisch
Industriële terreinen
Fysiek-Ruimtelijk Duurzaam en gezond
Haventerreinen
0,0
1,0
2,0
3,0
4,0
5,0
Economische effecten corona op toekomstvaste bedrijventerreinen in Overijssel De coronacrisis heeft een grote impact op de Overijsselse bedrijventerreinen. Zoals in paragraaf 1.4 al is beschreven is het totale effect op de bedrijventerreinen in dit stadium nog niet te duiden en is ‘corona’ ook geen nadrukkelijk onderdeel van dit onderzoek. De resultaten van dit onderzoek – en ook de vervolgacties op dit onderzoek – zullen beïnvloedt worden door de effecten van de coronacrisis. Daarom is in het onderzoek dit kader opgenomen, dat op een hoofdlijnen een beeld schetst van de verwachte economische effecten op de sectoren op deze bedrijventerreinen op basis van eerste cijfers en prognoses. Met name regio’s die sterk afhankelijk zijn van de horeca, toerisme en industrie vangen de grootste klappen. De Overijsselse regio’s zijn relatief minder gevoelig voor de effecten van de coronacrisis, maar ook hier zal de economisch trend flink negatief zijn. Dit blijkt ook uit de ontwikkeling van het ondernemersvertrouwen in de provincie. In bijlage 2 is een meer kwantitatieve analyse van de corona effecten op bedrijventerreinen in Overijssel te vinden. Op korte termijn is verwachten dat met name de pijler sociaaleconomisch invloed zal ondervinden van de corona-crisis. Werkgelegenheid en toegevoegde waarde komen onder druk te staan.
Daarnaast is de verwachting dat de impact op pijler duurzaam en gezond op korte termijn negatief is. Veel bedrijven zullen investeringen uitstellen, waaronder ook investeringen in verduurzaming. Het is moeilijk te zeggen welke impact de corona-crisis op langere termijn zal hebben. In de meeste scenario’s wordt er in 2021 weer economisch herstel verwacht, wat dus een gunstige impact op de pijler sociaaleconomisch zal hebben.
28
3.2 Duurzaam en gezond In figuur 15 zijn de scores per thema voor de pijler duurzaam en gezond weergegeven, uitgesplitst naar regio. De terreinen scoren laag op de thema’s energietransitie, circulaire economie en groene werkomgeving; de lage score op deze thema’s zorgen er in belangrijke mate voor dat de gemiddelde score voor de pijler duurzaam en gezond relatief laag ligt. In deze paragraaf lichten we een aantal relevante conclusies uit. Figuur 15: Score per thema voor pijler duurzaam en gezond, per regio 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
Twente
West-Overijssel
terug op de bedrijventerreinen in Overijssel, die nauwelijks windturbines hebben. Alleen de bedrijventerreinen Haatland en Zuiderzeehaven in Kampen (West-Overijssel) beschikken over windturbines. Het vermogen SDE-subsidies is een proxy voor de mate waarin duurzame energie wordt opgewekt op de bedrijventerreinen. Relatief gezien zijn er in West-Overijssel meer terreinen die vermogen halen uit duurzame energie dan in Twente, maar in Twente is het opgewekte vermogen duurzame energie groter (zie tabel 4). Dit valt voor een groot deel toe te schrijven aan de energieopwekking (biomassa en zon-pv) op bedrijventerrein Twentekanaal Zuid. Relatief weinig bedrijventerreinen halen vermogen uit bio-installaties, een uitzondering daarop is bedrijventerrein Boeldershoek-Twence. Dit terrein haalt met afvalverwerkingsbedrijf Twence het totale vermogen duurzame energie (164 MW) in Twente flink omhoog (tabel 5). Tabel 4: Vermogen SDE-subsidies, per regio Totaal terreinen
Terreinen die vermogen hebben gehaald aan de hand van SDE-subsidies Absoluut
Twente West-Overijssel
Totaal vermogen (MW)
Percentage
99
42
42%
187,7
71
38
54%
81,9
Tabel 5: Vermogen uit bio-installaties, per regio Energietransitie Door elektrische voertuigen, warmtepompen, maar vooral door grote installaties (industriële elektrische boilers, datacentra), neemt de stroomvraag op bedrijventerreinen sterk toe. Ondanks dat zon per saldo duurder is dan windenergie, kiezen regio’s vaker voor zonne- dan voor windenergie, voorname vanwege het (beperkt) maatschappelijk draagvlak voor het inpassen van windturbines in het landschap. Dit zien we ook
Totaal terreinen
Terreinen die vermogen hebben gehaald uit bioinstallaties Absoluut
Twente West-Overijssel
99 71
Totaal vermogen (MW)
Percentage 12 5
12% 7%
193,9 12,9
29
Circulaire economie De circulaire economie wordt steeds belangrijker. De vraag naar lokale productie én grondstoffen wordt steeds groter en er worden forse investeringen gedaan om de uitwisseling van reststromen, restwarmte en de omschakeling van industriële partijen van gas- naar elektrisch gedreven mogelijk te maken. Om de impact van de circulaire economie op een terrein te meten is gekeken naar het aandeel banen dat gerelateerd is aan onderdelen van de circulaire economie. Denk daarbij aan bedrijven gericht op vergisting, recycling, het maken van chemicaliën op basis van biomassa, maar ook deelplatformen zoals marktplaats en diensten zoals de deelauto. Daarnaast is gekeken naar de aanwezigheid van een warmtenet; een duurzame, circulaire warmtevoorziening. Het aantal banen in de circulaire economie is in Twente 13% van het totaal aantal banen op bedrijventerreinen. In West-Overijssel ligt dit percentage op 9%. Verder is op 13 bedrijventerreinen in Twente een warmtenet aanwezig (13%) en in West-Overijssel is op 4 bedrijventerreinen een warmtenet aanwezig (6%). Figuur 16: Percentage circulaire banen en aanwezigheid warmtenet op bedrijventerreinen 14% 12% 10% 8%
Twente
6%
West-Overijssel
4% 2%
Gezonde werkomgeving Een gezonde werkomgeving is van groot belang. Onderzoek wijst uit dat een gezonde werkplek effect heeft op de mate van ziekteverzuim, maar ook resulteert in een hogere productiviteit. Te zien is dat van alle indicatoren binnen het thema duurzaam en gezond, de score van gezonde werkomgeving het meest afwijkt tussen de twee regio’s. Bedrijventerreinen in West-Overijssel scoren gemiddeld genomen beter op het thema gezonde werkomgeving dan bedrijventerreinen in Twente. Met name de indicatoren met betrekking tot de luchtkwaliteit, laten grote verschillen zien tussen de regio’s. In West-Overijsel is er minder uitstoot van gassen van bedrijven, roetconcentratie en fijnstofconcentratie dan in Twente, wat leidt tot een hogere score (figuur 17). Daar staat tegenover dat Twente weer iets hoger scoort op de fysieke aspecten (aanwezigheid van fietspaden en wandelpaden op het terrein). Als we kijken naar de scores van het thema gezonde werkomgeving voor de uiteenlopende type terreinen, dan zien we dat alleen haventerreinen (2,4) minder hoog scoren dan de andere type terreinen (2,8). Figuur 17: Score gezonde werkomgeving, per regio 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
Twente
West-Overijssel
0% Circulaire banen
Warmtenet aanwezig
30
3.3 Fysiek-ruimtelijk Koplopers Het terrein Boeldershoek-Twence in de gemeente Enschede is koploper van de pijler duurzaam en gezond. Twence heeft een score van 4,1 en scoort op ieder thema binnen de pijler duurzaam en gezond (behalve duurzame mobiliteit) hoger dan gemiddeld in Overijssel. Binnen de koplopersgroep zijn de verschillen groot. Het terrein met de op één na beste score - Westermaat de Veldkamp in de gemeente Borne - scoort met een 3,5 een heel stuk lager dan Boeldershoek-Twence. Bedrijvenpark A1 komt daarna met een score van 3,4. Het grote verschil kan worden verklaart door de relatief lage score van de andere terreinen (t.o.v. BoeldershoekTwence) op het thema energietransitie. Boeldershoek-Twence scoort op dit thema een 4,0, terwijl de gemiddelde score van op het thema energietransitie slechts een 2,1 is. Met een biomassacentrale en een zonnepark is Twence netto producent voor heel veel huishoudens en bedrijven in de regio.
Figuur 18 toont de scores per thema voor de pijler fysiek-ruimtelijk, uitgesplitst naar regio. Met uitzondering van het thema bouwpotentie10 scoren de bedrijventerreinen bovengemiddeld op de fysiek-ruimtelijke aspecten. Met name de scores van digitale bereikbaarheid en openbare ruimte zijn hoog. Figuur 18: Score per thema voor pijler fysiek-ruimtelijk, per regio 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
WESTERMAAT DE VELDKAMP BEDRIJVENPARK A1
Twente
West-Overijssel
10
Binnen het thema bouwpotentie is gekeken naar de gemiddelde afstand tot Natura 2000-gebieden, waarbij geldt hoe korter de afstand, hoe hoger de bouwvoorschriften in relatie tot stikstof. Daarnaast is gekeken naar de gemiddelde stikstofconcentratie en nog uit te geven grond op bedrijventerreinen. Gedetailleerdere informatie over stikstof is in dit onderzoek niet meegenomen.
31
Bereikbaarheid Een slechte bereikbaarheid kan het functioneren van een bedrijventerrein flink hinderen. Distributieparken waar veel logistieke activiteiten plaatsvinden zijn bijvoorbeeld extra gebaat bij een goede (auto)bereikbaarheid. In figuur 19 is een uitsplitsing gemaakt van de bereikbaarheid naar type bedrijventerrein. De reistijd tot een aansluiting op het hoofdwegennet is het kortst voor haventerreinen, gevolgd door gemengde bedrijventerreinen. Gekeken naar de bereikbaarheidsindex11 voor alle modaliteiten scoren industriële- en logistieke bedrijventerreinen – zoals verwacht mag worden – hoger dan de andere type terreinen. De bereikbaarheid met het openbaar vervoer varieert tussen de type terreinen; de zes Overijsselse haventerreinen zijn beter bereikbaar met de trein dan de andere terreintypen. Logistieke- en gemengde bedrijventerreinen zijn weer beter bereikbaar met de bus ten opzichte van de andere type terreinen.
Figuur 19: Score bereikbaarheid, per type terrein 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
Gemengde bedrijventerreinen Industriële bedrijventerreinen Haventerreinen Logistieke bedrijventerreinen
Digitale bereikbaarheid De aanwezigheid van glasvezel is een belangrijke voorwaarde voor het ontwikkelen van een smart economy12. Figuur 20 wijst uit dat in Twente een ruime meerderheid (bijna 70%) van de bedrijventerreinen beschikt over glasvezel. In West-Overijsel ligt dit percentage (43%) een stuk lager. In Twente liggen er nog kansen voor glasvezel op bedrijventerreinen in de gemeenten Hellendoorn, Oldenzaal en Tubbergen. In West-Overijssel liggen nog kansen voor glasvezel op bedrijventerreinen in de gemeenten Hardenberg, Kampen, Steenwijkerland en Zwartewaterland.
12
11
In de bereikbaarheidsindex is aan de hand van een mobiliteitsscan gemeten verkeersdata ontsloten en met elkaar in verband gebracht.
Een economie waarin een belangrijke rol is weggelegd voor e-business en ecommerce, verhoogde productiviteit, ICT-enabled en geavanceerde productie en levering van diensten, ICT-enabled innovatie, evenals nieuwe producten, nieuwe diensten en bedrijfsmodellen.
32
Figuur 20: Percentage bedrijventerreinen met glasvezel 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Geen glasvezel Wel glasvezel
Twente
West-Overijssel
Koplopers XL Businesspark Twente (RBT) in de gemeente Almelo is met een score van 4,5 koploper binnen de pijler fysiek-ruimtelijk. Op alle thema’s binnen het thema fysiek-ruimtelijk scoort XL Businesspark Twente hoger dan gemiddeld in Overijssel. Andere koplopers met een hoge score zijn Zenkeldamshoek (OMZ) in de gemeente Hof van Twente (score 4,3) en Oosterparallelweg 2007 in de gemeente Staphorst (score 4,2).
specialisatiegraad wat hoger, maar qua banengroei en arbeidsproductiviteit zijn de beide regio’s aan elkaar gelijk. Daarnaast zijn voorzieningen op of rond een bedrijventerrein een belangrijke factor die ook in de toekomst aan belang wint. Voorzieningen bieden mogelijkheden tot ontmoeting wat uitwisseling tussen de bedrijven stimuleert en zorgt voor sociale cohesie op het terrein. De omgeving van de bedrijventerreinen in West-Overijssel bieden meer voorzieningen dan de omgeving van Twente. De mate waarin voorzieningen relevant zijn voor de sociaaleconomische toekomstvastheid verschilt per terreintype. Zo score gemengde bedrijventerreinen scoren hoger op het thema voorzieningen, maar is dit thema voor de andere terreintype ook minder relevant. Bedrijventerreinen in Twente scoren goed op de thema’s Next Economy (zie volgende pagina) en veiligheid. In West-Overijssel scoren de bedrijventerreinen goed op de thema’s veiligheid en arbeidsmarkt. Figuur 21: Score per thema voor pijler sociaaleconomisch, per regio 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
Twente
West-Overijssel
3.4 Sociaaleconomisch Figuur 21 geeft de score per thema binnen de pijler sociaaleconomisch weer. Het thema economische ontwikkeling geeft inzicht in het economisch presteren van het terrein. De economische ontwikkeling verschilt in Twente nauwelijks van West-Overijssel. In Twente ligt de
33
Organisatiegraad Aanwezigheid van een vorm van organisatie is een essentiële voorwaarde voor een toekomstvast bedrijventerrein. Waar ondernemers georganiseerd zijn, hebben ze eerder de neiging zaken gezamenlijk op te pakken en zien ze er ook eerder de meerwaarde van. Op goed georganiseerde bedrijventerreinen profiteren ondernemers bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop en investeringen (kostenvoordelen), een veiligere en prettigere werkomgeving, gezamenlijke projecten rond de werving van (technisch) personeel of stagairs, promotie en evenementen én simpelweg door het hebben van een goede buur. Bovendien zijn goed georganiseerde terreinen een volwaardige en effectieve gesprekspartner voor de gemeente of provincie. In de scoring van organisatiegraad wordt onderscheid gemaakt tussen samenwerking en financiering (zie technische verdieping). Bedrijventerreinen met een goede samenwerking met daaraan een financiering gekoppeld om daadwerkelijk ook zaken voor elkaar te krijgen, blijken doorgaans veel beter in staat te zijn om het terrein toekomstvast te houden en maken. Uit het onderzoek blijkt dat op verreweg de meeste bedrijventerreinen een vorm van organisatiegraad aanwezig is.
In West-Overijssel ligt dit percentage (89%) iets hoger dan in Twente (86%), waarbij opvalt dat in West-Overijssel veel vaker parkmanagement (42%) als organisatievorm te vinden is dan in Twente (20%), waar men vaker werkt met een ondernemersvereniging op bedrijventerreinniveau (figuur 22).
Figuur 22: Organisatiegraad op bedrijventerreinen, per regio BIZ of parkmanagement in combiatie met ondernemersfonds Parkmanagement
WestOverijssel
Ondernemersvereniging op terreinniveau Twente
0%
50%
100%
Ondernemingsvereniging op gemeente of kernniveau Geen organisatiegraad (of onbekend)
Next Economy De Next Economy staat voor de economie van morgen; vergaande digitalisering, het aan elkaar koppelen van producten, machines en mensen en de inzet van nieuwe productietechnologieën. We kijken voor dit thema naar wat voor soort terreinen aansluit bij die veranderende vraag. Zoals eerder vermeld wordt de circulaire economie steeds belangrijker, dus kijken we per terrein naar het aantal banen binnen de circulaire economie (pagina 23, figuur 16). Ook een onderscheidend hoger aandeel banen in de HTSM (High Tech Systemen en Materialen) sector, staat voor een hogere score binnen het thema Next Economy. Een belangrijke voorwaarde van de Next Economy is snel internet, de aanwezigheid van glasvezel is daarom een belangrijke indicator. We zien in figuur 23 dat het thema Next Economy een goede score heeft omdat er bovengemiddeld veel terreinen zijn met glasvezel (figuur 20). Met betrekking tot het aantal banen in de circulaire economie en de HTSMsector valt er nog winst te behalen.
34
Figuur 23: Score op het thema Next Economy, per regio 5,0
Twente
4,5
West-Overijssel
4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 Banen recycling
Banen circulaire economie
Banen HTSM
Banen in topsectoren
Aanwezigheid glasvezel
Koplopers Op sociaaleconomisch gebied is bedrijventerrein Bergweide één van de koplopers (score 4,0). Dit terrein in de gemeente Deventer scoort met name goed op veiligheid en arbeidsmarkt. Andere koplopers binnen deze pijler zijn bedrijventerrein Bornsestraat in de gemeente Almelo (score 3,9), bedrijventerrein Kloosterlanden in de gemeente Deventer (score 3,9) en Bedrijvenpark A1 in de gemeente Deventer (score 3,8). De bedrijventerreinen score op alle thema’s bovengemiddeld, alleen Bedrijvenpark A1 scoort op het thema voorzieningen onder gemiddeld. Verder liggen de scores binnen de pijler sociaaleconomisch - in tegenstelling tot de scores van de andere pijlers - relatief dicht bij elkaar. Bedrijvenpark A1 zit zowel hoog in de koplopers groep binnen de pijler sociaaleconomisch als binnen depijler duurzaam en gezond.
3.5 Potentie Naast indicatoren die een indicatie geven van de huidige stand van zaken op de terreinen per pijler en thema, zijn er ook indicatoren die een beeld schetsen van de potentie die een bedrijventerrein heeft om toekomstvast te worden. Potentie: duurzaam en gezond De relatief lage score van de pijler duurzaam en gezond geeft aan dat er hier nog flinke winst te behalen valt. Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol vervullen in het behalen van doelstellingen op het gebied van energie, klimaat en circulariteit. In deze paragraaf laten we zien waar de potentie vooralsnog het grootst is.
35
Figuur 24: Gemiddelde score voor potentie duurzaam en gezond per regio 5,0
West-Overijssel
Twente
4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 Energietransitie: Water, droogte potentie en hitte: potentie
Circulaire economie: potentie
Groene werkomgeving: potentie
Potentie energietransitie Het thema energietransitie heeft de hoogste potentie-score. Daken van bedrijven kunnen worden benut voor zon-op-dak, terreinen kunnen aardwarmtepotentie en rioolwaterzuiveringen benutten en op relatief veel terreinen zijn windturbines (theoretisch) mogelijk. Te zien is dat West-Overijssel een potentie-score voor energietransitie heeft van 3,5, terwijl de score van Twente blijft steken op een 2,9. Dit is met name te verklaren door de potentie voor windturbines en de capaciteit van de energie-infrastructuur. Deze is voor beide indicatoren in West-Overijssel aanzienlijk hoger. Daken bieden potentiële ruimte voor het plaatsen van zonnepanelen. In de eerste kolom van tabel 6 is het gemiddelde potentiële vermogen per netto uitgegeven ha op bedrijventerreinen weergeven13. Hieruit blijkt dat er gemiddeld meer vermogen (kWh) per ha kan worden gehaald uit het beschikbaar dakoppervlak van bedrijventerreinen in Twente dan van het beschikbaar dakoppervlak van bedrijventerreinen in West-Overijssel. Dit 13
Een belangrijke notitie hierbij is dat er geen rekening is gehouden met de geschiktheid van de constructie van de daken.
heeft vermoedelijk te maken met het feit dat de Twentse bedrijventerreinen dichter bebouwd zijn en dus meer dakoppervlak beschikbaar hebben. In kolom 2 van tabel 5 is het gemiddeld percentage bruto bedrijventerrein geschikt voor het plaatsen van windturbines weergeven14. Op de bedrijventerreinen in Twente is gemiddeld meer ha bruto bedrijventerrein geschikt voor windturbines dan op bedrijventerreinen in West-Overijssel. Tabel 6: Gemiddeld potentieel vermogen zonne-energie per ha en gemiddeld percentage bruto bedrijventerrein geschikt voor windturbines Windturbines mogelijk Vermogen (kWh) /netto uitgegeven ha Twente West-Overijssel
207.676 174.954
67% 21%
In Overijssel is de potentie-score van windturbines (3,5) hoger dan de potentie-score voor zon-op-dak (3,0). Bovendien moet er drie keer zoveel vermogen aan zonnepanelen worden aangesloten als aan windturbines, om uiteindelijk evenveel elektriciteit te produceren. Als met name de potentie van zon-op-dak wordt benut, dan kunnen er problemen ontstaan omdat er - in sommige plaatsen - sprake is van een beperkte netcapaciteit (figuur 25). Voldoende netcapaciteit is op dit moment namelijk één van de grootste opgaven. Toekomstvaste energieinfrastructuur moet duurzame energie namelijk kunnen terugleveren aan het energienet. Als hier geen capaciteit voor is, dan is het opwekken van duurzame energie minder rendabel. Figuur 25 wijst uit dat met name in West-Overijssel de energie-infrastructuur op dit moment minder toereikend is voor teruglevering.
14
Deel van bruto ha bedrijventerreinen binnen de contouren locatie voor windenergie (Visie ruimte en mobiliteit)
36
Figuur 25: Capaciteit van de energie-infrastructuur 100%
Figuur 26: Gemiddelde score voor potentie: circulaire economie, per regio Beperkt transportcapaciteit beschikbaar
80% 60%
Geen transportcapaciteit beschikbaar
40% 20% 0% Twente
West-Overijssel
Transportcapaciteit beschikbaar
Potentie water, droogte en hitte De potentiescore (zie figuur 24) voor water, droogte en hitte valt relatief laag uit. Een deel van de verklaring hiervoor komt voort uit de lage score van de indicator ‘percentage uitgeefbaar’ krijgt. Er is relatief weinig uitgeefbare ruimte op de onderzochte terreinen waar oplossingen voor water, droogte en hitte gerealiseerd kunnen worden. De oplossingen op bestaande terreinen zullen dus voornamelijk in de bestaande openbare ruimte en op kavels van gevestigde bedrijven gezocht moeten worden. Circulaire economie Voor de circulaire economie is de maximale toegestane milieuhinder categorie een indicator die de potentie beïnvloed. Een groot deel van de circulair gerelateerde bedrijvigheid bevindt zich namelijk in een hogere milieucategorie. Het gaat hierbij om recycling, nieuwe productie en het refurbishen van producten. De vraag naar ruimte vanuit dit type bedrijvigheid zal in de toekomst toenemen. Terreinen die deze ruimte kunnen bieden hebben dus meer potentie om op het vlak van circulaire economie toekomstbestendig te worden. Daarnaast bepaalt de restwarmte uit industriële processen, datacenters en condens de potentie op het gebied van circulaire economie op bedrijventerreinen. In Overijssel is met name de potentie voor restwarmte uit industriële processen aanwezig (figuur 26).
5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
Twente West-Overijssel
Groene werkomgeving Net als potentiescore voor water, droogte en hitte is de score voor de potentie om een groene werkomgeving te creëren relatief laag. Ook hier komt dat door het ontbreken van uitgeefbare ruimte op terreinen. Het creëren van groen op terreinen zal dus met name in de bestaande openbare ruimte en op kavels van gevestigde bedrijven gedaan moeten worden. De score voor de indicator ‘afstand tot NNN’ (Natuur Netwerk Nederland) is relatief hoog; er is in Overijssel potentie om meer verbinding met natuurgebieden te leggen en op die manier een bijdrage te leveren aan biodiversiteit en een groene werkomgeving.
37
Terreinen met veel potentie binnen de pijler duurzaam en gezond Binnen de pijler duurzaam en gezond heeft XL Businesspark Twente (RBT) met een 4,1 de hoogste potentiescore. Met name op de thema’s water, hitte droogte ligt veel verbeterpotentie. Het terrein is koploper binnen alle pijlers. Andere terreinen met een hoge potentiescore zijn Jufferbeek Zuid en (4,0) Hazewinkel Zuidwest (4,0), momenteel zijn zij respectievelijk in de achtervolgersgroep en het peloton. Op deze terreinen is er dus nog veel winst te behalen. Een terrein met een hoge potentiescore (4,3) op het thema circulaire economie is bedrijventerrein Voorst in de gemeente Zwolle. Turfkade in de gemeente Almelo heeft veel potentie met betrekking tot de energietransitie.
Fase 4 (herprofilering nodig): Het terrein is zwaar verouderd. Bij dit type terrein zijn zware maatregelen nodig om toekomstbestendig te kunnen zijn. Herprofilering, sloop en nieuwbouw, functiewijziging en transformatie zijn maatregelen die op dit type terrein nodig zijn. In de technische verdieping staat beschreven hoe de terreinen in fasen zijn ingedeeld. Figuur 27: Score potentie voor de pijler fysiek-ruimtelijk, per type terrein Fase 4
West-Overijssel
Fase 3
Twente
Fase 2
Potentie: fysiek-ruimtelijk Binnen het thema fysiek-ruimtelijk benaderen we de potentie door te kijken naar de fasen van veroudering van terreinen. Terreinen met geen of weinig veroudering kunnen als toekomstvast worden beschouwd, terwijl terreinen die veel verouderingskenmerken vertonen dat in mindere mate zijn. De fase waarin een terrein zich bevindt bepaalt welke maatregelen nodig zijn om een terrein vitaal te maken of te houden. We hebben de bedrijventerreinen van Overijssel (figuur 27) in vier fasen van veroudering en bijbehorende maatregelen ingedeeld: Fase 1 (op orde / facelift): terreinen die geen of nauwelijks veroudering kennen. Enkel lichte maatregelen als een facelift en beheer om toekomstbestendigheid te vergroten. Fase 2 (revitalisering nodig): Er sprake van veroudering van (een deel van) het terrein. Revitalisering om de kwaliteit van het vastgoed en openbare ruimte te verbeteren. Fase 3 (zware revitalisering nodig): Het gehele terrein is verouderd. Er is zware revitalisering nodig om het terrein weer toekomstbestendig te maken.
Fase 1 0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
Potentie: sociaaleconomisch Om de potentie voor de pijler sociaaleconomisch te meten, is de potentie op het thema Next Economy berekend. Een uitleg van het thema Next Economy is gegeven in paragraaf 3.4. Voor het berekenen van de score is de aanwezigheid van een ‘anchorbedrijf ‘, het percentage uitgeefbare grond en het type organisatiegraad meegenomen. De aanwezigheid van een ‘anchorbedrijf ‘ biedt potentie voor het aantrekken van gerelateerde bedrijven, wat kan leiden tot een hogere werkgelegenheid en toegevoegde waarde op het terrein. Uitgeefbare grond is noodzakelijk om ruimte te kunnen bieden aan deze activiteiten met doorgaans een hogere industriële ruimtevraag. En een goede organisatiegraad stimuleert uitwisseling (van kennis) tussen bedrijven. Uit figuur 28 blijkt dat de potentie het grootst is in West-Overijssel, al zijn de verschillen marginaal.
38
Figuur 28: Gemiddelde score voor potentie Next Economy, per regio 5,0 Twente
West-Overijssel
4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 Anchorbedrijf
Parkmanagement type
Percentage uitgeefbaar
Terreinen met veel potentie binnen de pijler sociaaleconomisch Sociaaleconomisch gezien heeft bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle de hoogste potentiescore (4,7). Het terrein is goed georganiseerd en heeft nog voldoende uitgeefbare grond. Het terrein zit al in de koplopersgroep met een score van 3,9 en deze kan dus nog worden verbeterd. XL Businesspark Twente (RBT) heeft niet alleen potentie binnen de pijler duurzaam en gezond, maar heeft ook een hoge potentiescore binnen de pijler sociaaleconomisch (score 4,4). Op bedrijventerreinen Westermaat Campus en Vletgaarsmaten II valt relatief nog de meeste winst te behalen. Beide terreinen bevinden zich nu nog in het peloton maar hebben een uitstekende potentiescore (allebei een 4,4).
39
4 Dashboards bedrijventerreinen Dashboards voor verdiepende analyses op maat Op de interactieve online dashboards zijn alle relevante gegevens uit het onderzoek tot op bedrijventerreinniveau ontsloten. Zo kunt u zelf een verdieping maken op het bedrijventerrein/thema van uw keuze. Een uitgebreide omschrijving van de data in de dashboards (inclusief de gebruikte bronnen) vindt u in de technische verdieping.
Klik hier voor het openen van de dashboards De dashboards kennen de volgende tabbladen: De tab Algemene kenmerken biedt inzichten in de algemene kenmerken en belangrijkste kerncijfers (in absolute zin) De tab Totaalbeeld toekomstvastheid toont de toekomstvastheid per pijler en een dynamische totaalscore; u kunt daarbij zelf een weging toepassen aan de verschillende pijlers Drie tabs met een verdieping per pijler: o Sociaaleconomisch o Fysiek-ruimtelijk o Duurzaam en gezond Het tab verdieping potentie biedt u de potentie van de pijlers sociaal economische en duurzaam en gezond, plus de verouderingsfase.
De werking van ieder dashboards is in de basis hetzelfde, met links een kaart en rechts de score van uw selectie: Als u het dashboard opent, start u met gegevens op het niveau van Overijssel. De kaart is op de gehele provincie gecentreerd en alle scores zijn gemiddelden voor de hele provincie. Met behulp van schuifknopjes is het mogelijk om de drie pijlers een andere weging te geven in de totaalscore. Als voor de gebruiker bijvoorbeeld de pijler duurzaam & gezond het belangrijkst is voor een toekomstbestendig bedrijventerrein, dan kan de gebruiker die pijler een zwaardere weging geven. Door op uw gemeentenaam te klikken in het gemeente-menu (bovenaan dashboard) zoomt de kaart in op uw gemeente. Ook de scores passen zich automatisch aan. Door de zwarte balk in de staven kunt u de scores op gemeenteniveau vergelijken met de scores op provinciaal niveau. Vervolgens kunt u in het bedrijventerreinen-menu een specifiek bedrijventerrein selecteren. De kaart zoomt in op het terrein en de scores passen zich automatisch aan. U kunt ook een bedrijventerrein selecteren door op de kaart een terrein aan te klikken. Dit terrein verschijnt dan als enige terrein op de kaart en de scores passen zich automatisch aan. Door nog een keer op het terrein te klikken maakt u de selectie ongedaan. De score-meters geven de totaalscore per thema weer, uitgedrukt op een schaal van 1 tot 5.
Scrol met uw muis over de scoremeters voor informatie over de thema’s waarop de scores zijn gebaseerd en de relevantie van deze thema’s. U kunt in de dashboards ook een instructievideo over de werking van de dashboards vinden.
40
Downloads Wilt u de achterliggende (ruwe) microdata downloaden? Klik daarvoor op het Excel symbool op de landingspagina. U kunt de dashboards downloaden als (statisch) pdf-bestand. Voor het genereren van pdf-bestand maakt u eerst uw selectie (regio, gemeente of terrein) en klikt uw vervolgens rechtsonder het dashboards op . Klik achtereenvolgens op “PDF” en “create PDF”.
41
5 Conclusies In dit onderzoek is een foto gemaakt van de bedrijventerreinen in Overijssel om een beeld te krijgen van hun toekomstvastheid. In het rapport zijn de resultaten geanalyseerd aan de hand van de pijlers duurzaam en gezondheid, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch. Dit hoofdstuk schetst de voornaamste conclusies. Meting bruikbaar aanknopingspunt voor vervolgonderzoek De gecombineerde methoden in dit onderzoeken leveren een bruikbaar beeld op voor een groot aantal terreinen tegelijk. De manier waarop het databestand is opgebouwd biedt bovendien mogelijkheden om de meting periodiek up te daten en verbeteringen door te voeren. Er komt steeds meer data beschikbaar, waardoor de meting steeds nauwkeuriger kan worden. De resultaten laat ook zien waar kansen liggen om gezamenlijk de schouders onder toekomstvaste bedrijventerreinen te zetten. In het volgende hoofdstuk worden aanbevelingen gegeven om dit onderzoek een vervolg te geven. Bedrijventerreinen als motor van de economie In dit onderzoek zijn 170 bedrijventerreinen van meer dan 5 ha meegenomen. Samen zijn deze terreinen goed voor bijna 184.000 part- en fulltime banen en een toegevoegde waarde van €15,6 miljard per jaar. De geanalyseerde terreinen hebben daarmee een aandeel van ruim 30% van alle banen in Overijssel – een percentage vrijwel identiek aan het landelijke aandeel.
Ook de oppervlakte van de Overijsselse bedrijventerreinen is omvangrijk: alle Overijsselse bedrijventerreinen (dus inclusief terreinen <5 ha) hebben een gezamenlijk netto oppervlakte van 6.250 ha. Dat is circa 1,8% van de totale oppervlakte van Overijssel.
Gemiddelde toekomstvastheidscore: 3,0 Alle terreinen zijn voor 97 indicatoren gescoord op toekomstvastheid. Daarbij is een schaal gebruikt van 1-5, met 5 als maximale score. Voor alle geanalyseerde terreinen ligt de gemiddelde score van alle indicatoren op 3,015. Er zijn grote verschillen in de toekomstvastheid van de terreinen. Om dit inzichtelijk te maken zijn de bedrijventerreinen ingedeeld in drie groepen: koplopers, peloton en achtervolgers. In het peloton zitten de bedrijventerreinen die rond het gemiddelde zitten. De koplopers zijn de terreinen die één standaarddeviatie boven het gemiddelde zitten. De gemiddelde score van deze terreinen is 3,4. De achtervolgers, die één standaarddeviatie onder het gemiddelde zitten, hebben een gemiddelde score van 2,7. Daarmee lijkt de variatie tussen de koplopers en achtervolgers minder uiteen te lopen dan in vergelijkbare, eerder uitgevoerde onderzoeken in de provincies Gelderland en Zuid-Holland. Figuur 29 Percentage en totaalscore van koploper, peloton en achtervolgers
15
In de scores in het rapport is geen weging toegepast. In het dashboard kunnen gebruikers zelf een weging toepassen per pijler.
42
We zien dat 44% van de bedrijventerreinen een score heeft tussen de 2,5 – 3,0. Dit zijn terreinen die op overbrugbare afstand van het gemiddelde zitten en met een aantal gerichte ingrepen deze afstand kunnen verkleinen. Voor slechts 1 terrein is de afstand groter: hier zijn grootschaligere ingrepen zijn nodig om dit terrein toekomstvast te maken.
De scores voor de pijler duurzaam en gezond wijzen erop dat de veel bedrijventerreinen hier nog meer aan het begin van de transitie naar toekomstvaste bedrijventerreinen staan: koplopers scoren gemiddeld een 3,0, achtervolgers een 2,2. Hier ligt nog een grote uitdaging voor veel terreinen.
Als we inzoomen op de koplopers, dan zien we dat het vaak grotere bedrijventerreinen betreft, zowel qua areaal als qua werkgelegenheid. De groep koplopers (17% van het totaal aantal terreinen) omvat 24% van het totale areaal en 26% van het totaal aantal banen op bedrijventerreinen in Overijssel.
Weinig verschillen in totaalbeeld regio’s en type terreinen Kijkend naar de twee regio’s, dan is de score in West-Overijssel (3,1) vrijwel gelijk aan de score van Twente (3,0). Ook wanneer gekeken wordt naar verschillende typen bedrijventerreinen die in dit onderzoek zijn uitgelicht – haven, industrie, logistiek, gemengd – zijn er weinig verschillen waar te nemen. In eerdere onderzoeken in Gelderland en ZuidHolland waren wel duidelijk verschillen tussen regio’s en type terreinen waar te nemen. Het beeld voor Overijssel is met andere woorden heel stabiel, het is niet de regio of het type terrein dat bepalend is voor de score op toekomstbestendigheid. Dit betekent overigens niet dat er op thema niveau geen verschillen zijn tussen de regio’s. Een relatief groot verschil is bijvoorbeeld te vinden op het thema ‘gezonde werkomgeving’, waarin o.a. uitstoot van gassen van bedrijven, roet- en fijnstofconcentraties en geluidshinder zijn meegenomen. Twente blijft op dit thema achter bij West-Overijssel. Qua circulaire banen en warmtenetten op bedrijventerreinen heeft Twente hogere waarden dan West-Overijssel.
Goed en groen voorbeeld doet volgen In het dashboard bij dit onderzoek is te vinden welke bedrijventerreinen op welke thema voorop lopen. Deze bedrijventerreinen kunnen voor dit thema als goed en groen voorbeeld voor andere bedrijventerreinen dienen. Een handig startpunt om met verbeteringen op het eigen bedrijventerrein aan de slag te gaan wanneer de score op dit thema nog achterblijft. Inzet op Vitale Bedrijvigheid loont Het meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid van de provincie Overijssel, de activiteiten van de Herstructureringsmaatschappij Overijssel (HMO) en de regionale programmeringsafspraken over bedrijventerreinen hebben hun vruchten afgeworpen. De bedrijventerreinen scoren relatief goed op fysiek-ruimtelijk vlak, met een gemiddelde score van 3,5 en een koploperscore van 4,1. Ook de score van de achtervolgers (2,8) wijst erop dat ook in deze categorie de meeste bedrijventerreinen op orde zijn. Belangrijke succeselementen uit het programma Vitale Bedrijvigheid zijn de oprichting en inzet van de HMO en de werkwijze gericht op de economische vitaliteit en investeringsbereidheid. Met name het sturen op investeringsbereidheid is dé succesfactor gebleken bij het werken aan vitaliteit van bedrijventerreinen.
Grootste uitdagingen binnen pijler duurzaam & gezond Er zijn geen perfecte terreinen, ook bij de koploperterreinen is nog voldoende werk aan de winkel. Vooral binnen de pijler duurzaam en gezond liggen voor vrijwel alle terreinen nog veel uitdagingen, met name op het gebied van energietransitie, circulaire economie en groene werkomgeving (figuur 30). Er ligt nog veel ruimte voor verbeteringen in deze indicatoren: de potentie is in §3.5 specifiek toegelicht.
43
Figuur 30: Score per thema per pijler t.o.v. gemiddelde score (3,0)
Arbeidsmarkt
Voorzieningen
Organisatiegraad
Veiligheid
Next Economy
Sociaaleconomisch
Economische ontwikkeling
Bouwpotentie (stikstof)
Digitale bereikbaarheid
Bereikbaarheid
Vastgoed
Openbare ruimte
Fysiek-ruimtelijk
Duurzame mobiliteit
Groene werkomgeving
Gezonde werkomgeving
Circulaire economie
Water, droogte, hitte
Energietransitie
4,5 Duurzaam en gezond 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0
werkt met een ondernemersvereniging op bedrijventerreinniveau. Dat de totaalscore voor organisatiegraad over heel Overijssel gezien toch enigszins achterblijft (2,7), is omdat – naast terreinen die geen organisatiegraad hebben – relatief veel terreinen georganiseerd zijn op gemeentelijk of kernniveau, wat vaak een organisatievorm is waarbij de betrokkenheid van ondernemers en daadkracht om veranderingen door te voeren beperkter is dan wanneer een terrein een eigen ondernemersvereniging, parkmanagement (of een combinatie daarvan) of een BIZ heeft
Op meeste terreinen vorm van organisatie aanwezig Aanwezigheid van een vorm van organisatie is een essentiële voorwaarde voor een toekomstbestendig bedrijventerrein. Op georganiseerde terreinen is het eenvoudiger om collectieve maatregelen te organiseren die de toekomstvastheid van een terrein kunnen bevorderen, zoals collectieve (aanschaf van) zonnepanelen of herstructurering. Ook de resultaten van dit onderzoek laten zien dat terreinen met parkmanagement of een BIZ hoger scoren op toekomstvastheid dan terreinen die dat niet hebben. Uit het onderzoek blijkt dat op verreweg de meeste bedrijventerreinen een vorm van organisatiegraad aanwezig is. In West-Overijssel ligt dit percentage (89%) iets hoger dan in Twente (86%), waarbij opvalt dat in West-Overijssel veel vaker parkmanagement (42%) als organisatievorm te vinden is dan in Twente (20%), waar men vaker
RES’en van West-Overijssel en Twente In de concept RES’en van West-Overijssel en Twente worden bedrijventerreinen aangemerkt als potentiele locaties voor (grootschalige) opwek van duurzame energie. Uit de resultaten van de foto blijkt dat er op het vlak van energietransitie op de bedrijventerreinen in de provincie Overijssel inderdaad nog veel winst te behalen valt. Terreinen in Overijssel scoren in het onderzoek laag op het gebied van energietransitie, terwijl de potentie hiervoor juist hoog scoort. Bedrijventerreinen verdienen dus zeker aandacht richting de RES 1.0 in beide regio’s. In de aanbevelingen gaan we verder in op welke wijze deze potentie benut kan worden in Overijssel. Toekomstvaste bedrijventerreinen en Sustainable Development Goals Zoals eerder genoemd in dit rapport sluiten toekomstvaste bedrijventerreinen, en de drie pijlers die samen een toekomstvast bedrijventerrein vormen, goed aan bij de Sustainable Development Goals (SDG’s). Door aan toekomstvaste bedrijventerreinen te werken werkt de provincie ook aan SDG’s 3, 7, 8, 9, 13 en 15 (zie figuur 28). Met name op SDG 7 ‘afforable and clean energy’ valt winst te boeken in Overijssel; hier gaat het onder andere over de opwerk van duurzame energie. SDG’s 8 en 9 zijn op de Overijsselse bedrijventerreinen over het algemeen op orde.
44
De score voor de pijler sociaaleconomisch komt met een score van 3,0 net aan op gelijke voet met de ‘drempelwaarde’ van 3,0, maar dat zit hem meer in organisatiegraad en voorzieningenniveau dan in de werkgelegenheid en economische ontwikkeling. Figuur 31: Link tussen toekomstvaste bedrijventerreinen en Sustainable Development Goals
45
6 Aanbevelingen Op basis van de resultaten van dit onderzoek komt Bureau BUITEN tot de volgende aanbevelingen. 1. Zet voor toekomstvaste bedrijventerreinen in op het versterken van ‘duurzaam & gezond’, behoud de fysiekruimtelijke vitaliteit en heb blijvend aandacht voor het economisch functioneren Het staat buiten kijf dat bedrijventerreinen aantrekkelijke gebieden moeten zijn om te werken en te ondernemen. De provincie, gemeenten, parkmanagers en ondernemers en anderen werken doorlopend aan het verder versterken van het vestigingsklimaat. In de afgelopen decennia is in Overijssel, evenals elders in Nederland, veel aandacht besteed aan herstructurering/revitalisering van bedrijventerreinen. De revitaliseringsaanpak (programma Vitale Bedrijvigheid) is in 2016 afgerond. En met resultaat, zo blijkt (ook) uit de scores op fysiekruimtelijk vlak in dit onderzoek. Gemeenten, ondernemers, soms aangevuld met de HMO, houden deze basis nu op orde. Maar op de nieuwe beleidsuitdagingen op het vlak van energie, klimaat, circulair en groen, zijn er op de bedrijventerreinen nog flinke stappen te zetten en liggen er – gelukkig – ook veel potenties. Die potentie wordt ten aanzien van energie ook onderkend in de (concept)RES’en in Overijssel, maar verdient nadere uitwerking richting de RES 1.0.
Zet als provincie in op het mogelijk maken dat het potentieel van bedrijventerreinen voor reductie van CO2-uitstoot en de productie van duurzame energie wordt benut. Ondersteun de ontwikkeling naar een (meer) circulaire economie en help bij het realiseren van een groenere en klimaatadaptieve inrichting met meer biodiversiteit. Voeg deze onderdelen toe aan de regionale programmeringsaanpak (voeg daaraan afspraken over verduurzaming toe), aan de inzet gericht op het versterken van de koploperterreinen en aan de revitaliseringsaanpak van de provincie.
2. Faciliteer met procescapaciteit en kunde In algemene zin is er bij bedrijventerreinen sprake van het ontbreken van een procestrekker voor het realiseren van verbeteringen. Bedrijven zijn veelal bezig met hun bedrijfsvoering, hun eigen vastgoed en kavel. De gemeente is verantwoordelijk voor het openbaar terrein (wegen en groen). Kansen op het niveau van het terrein blijven daardoor (deels) buiten beeld en in het slechtste geval voelt niemand zich ervoor verantwoordelijk. Soms en gelukkig steeds vaker, is er een gemotiveerde ondernemer, ambtenaar of parkmanager die als trekker optreedt, maar dan nog is er vaak een capaciteits- en coördinatievraagstuk (tussen ondernemers onderling, tussen eigenaren en gebruikers en tussen ondernemers en gemeente). Het voorzien in (proces)capaciteit en kunde is een belangrijk middel om verbeterstappen op bedrijventerreinen mogelijk te maken. Hierbij is het van belang dat er niet enkel in procescapaciteit wordt voorzien, maar dat er ook inhoudelijke kennis en kunde wordt gezocht, zodat er met ondernemers concrete stappen kunnen worden gezet. De provincie kan eigen projectmanagement capaciteit hiervoor inzetten en/of gebruik maken van de capaciteit in de markt (bij onder meer advies- en ingenieursbureaus en procesregisseurs).
De provincie kan daarbij nadenken over de mate van medefinanciering door gemeente en bedrijfsleven en nadenken over bijvoorbeeld een (in de tijd) afbouwende vorm van de provinciale facilitering. 3. Faciliteer versterking organisatiekracht bedrijventerreinen Om succesvol te zijn in het beheer en/of herstructurering van bedrijventerreinen en ook om geboekt succes naar de toekomst te ‘garanderen’, is een vorm van organisatiegraad een voorwaarde. Er is niet één gouden formule, maar een georganiseerd verband (ondernemersvereniging) of aanspreekpunt (parkmanagement) is noodzakelijk, bij voorkeur in combinatie met de mogelijkheid om hieraan ook financiële middelen te kunnen koppelen (ondernemersfonds of BIZ). Help ongeorganiseerde terreinen (ondernemers en gemeente) met behulp van bescheiden middelen/capaciteit met de opzet van een
46
georganiseerd verband en stel georganiseerd zijn als voorwaarde voor een grotere provinciale rol (zie 6.) 4. Faciliteer verduurzaming met extra middelen Als derde element in een provinciale aanpak zijn extra financiële middelen (subsidies en leningen of garanties) voor verduurzaming van bedrijventerreinen te overwegen of kunnen bedrijventerreinen worden toegevoegd als geografisch aandachtspunt voor reeds bestaande provinciale geldstromen/fondsen (onder andere het Energiefonds Overijssel). Subsidies zijn inzetbaar bij pilots en onrendabele toppen16; leningen kunnen helpen om (in potentie) gezonde businesscases (van bijvoorbeeld een duurzame energievoorziening) haalbaar te maken en zijn, naar hun aard, revolverend. De provincie Overijssel heeft reeds verschillende regelingen lopen; bekeken moet worden in hoeverre die middelen al voorzien in de hier geagendeerde uitdagingen. In bovenstaande passage wordt een onderscheid gemaakt tussen een businesscase die voor een ondernemer nog niet sluit en één die dat wel doet. De niet-sluitende (maar op termijn wel positieve) daar zet je subsidie op in, als de investering maatschappelijk wel gewenst is. Bij de sluitende businesscase kan je, als er sprake is van een financierings- en/of liquiditeitsvraagstuk, leningen als instrument inzetten. 5. Maak ‘duurzaam & gezond’ onderdeel van de aanpak van de HMO 16
Met een onrendabele top wordt bedoeld dat dat de terugverdientijd van een investering voor een ondernemer langer is dan acceptabel, gegeven een rendementsdoelstelling. Bij het begrip onrendabele top is er impliciet sprake van een koppeling tussen investeringsbegroting en exploitatiebegroting. Stel een ondernemer overweegt een verduurzamingsinvestering te doen, die in principe op langere termijn uitkan, maar – gegeven de impliciete/expliciete rendementsdoelstelling is de investering € 100.000 te hoog. Anders geformuleerd: als de investering € 100.000 lager uit zou vallen, zou de ondernemer de investering doen en dan zou dat milieuvoordelen opleveren. Dan noemen we die € 100.000 een onrendabele top. Door subsidies in te zetten op een onrendabele top, kunnen investeringen haalbaar gemaakt worden.
Op basis van aanbeveling 2. zou ervoor kunnen worden gekozen om een expertpool met procesmanagers (uit overheid en markt) te creëren en die ‘beschikbaar’ te stellen aan de markt, eventueel in de vorm van een nieuw gremium. Bureau BUITEN acht het echter belangrijk dat er sprake is van een vorm van continuïteit en verankering en beveelt daarom aan om aan te sluiten op bestaande gremia en instrumenten. Daarom adviseren we om de verduurzaming van bedrijventerreinen als extra opgave toe te voegen aan de werkzaamheden van de HMO. De HMO werkt aan de herstructurering van bedrijventerreinen, kantoren en binnensteden. De extra opgave komt bovenop de (voorzetting van de) huidige verduurzamingsactiviteiten van de HMO, waaronder de indiening van SDE++ subsidies. Afgelopen jaren zijn onder regie van de HMO tientallen succesvolle SDE+ subsidies binnen gehaald, waarmee de aanleg en exploitatie van diverse zonnepanelen-installaties gerealiseerd zijn. Bij de HMO dient dan naast traditionele kennis over vastgoed en gebiedsontwikkeling nagegaan te worden of er op dit moment voldoende kennis en capaciteit over verduurzaming en energie beschikbaar is en op welke thema’s kennis en capaciteit eventueel uitgebreid moet worden. Daarover kunnen provincie en HMO nadere afspraken maken. 6.
Stel georganiseerd zijn als eis om voor steviger ondersteuning vanuit HMO in aanmerking te komen Onder aanbeveling 3. is de noodzaak van een georganiseerd verband op een bedrijventerrein aan de orde gekomen. Een laagdrempelige en bescheiden ondersteuning om dit op te zetten is dan ook een logisch onderdeel van een aanpak richting toekomstvaste bedrijventerreinen Overijssel. Maar wij raden aan dat, om voor meer procescapaciteit en/of de inzet van grotere subsidies/leningen in aanmerking te komen, een bedrijventerrein aantoonbaar moet beschikken over een georganiseerd verband. Ook een intentieverklaring van of samenwerkingsovereenkomst met de gemeente zou deel uit moeten maken van de voorwaarden voor de steviger vormen van ondersteuning. Daarmee wordt vrijblijvendheid
47
voorkomen en wordt ook in bestendigheidszin aan duurzaamheid gewerkt.
bedrijven op bedrijventerreinen’ van het lectoraat van mei 2020 is hier een goed voorbeeld van.
7. Draag successen uit en benut koplopers als uithangbord Zorg ervoor dat de kennis over toekomstvaste bedrijventerreinen beschikbaar komt voor andere bedrijventerreinen. Hulpmiddelen daarvoor zijn een kennisdatabank, bijvoorbeeld gekoppeld aan informatie die al bij de HMO beschikbaar is. Ook kan de provincie het initiatief nemen om te komen tot een serie seminars of het vormen van een Community of Practice voor kennisuitwisseling. Daarmee wordt een bovenlokale meerwaarde gecreëerd van lokale resultaten.
8. Leer van projecten en van ervaringen elders Tenslotte kan de provincie/HMO in dezelfde seminars, studiebezoeken of kennisbank ondernemers(verenigingen) en gemeenten laten leren van de ervaringen die elders, buiten Overijssel, worden opgedaan. Bijvoorbeeld in buurprovincie Gelderland (waar al een programma loopt), maar ook in andere provincies zijn er goede en inspirerende voorbeelden te vinden. Hierin kan ook samenwerking in IPO-kader worden benut of specifiek over worden opgezet.
Benut de initiatieven op koploperterreinen in Overijssel en draag deze uit, bijvoorbeeld in regionale sessies met het georganiseerde bedrijfsleven. Een startpunt kan daarbij de initiatieven op de Overijsselse Topwerklocaties17 zijn, maar ook andere koploperterreinen zijn hiervoor geschikt.
Goed voorbeelden en inspiratie kan bijvoorbeeld hier worden gevonden: - De brochure ‘Hoe vergroenen we bedrijventerreinen’18 die de provincie Gelderland recent heeft uitgebracht, waarin 12 maatregelen voor meer ruimte voor biodiversiteit en klimaatadaptatie en bijbehorende baten voor overheden en ondernemers zijn opgenomen. - De provincie Brabant publiceerde vorig jaar ‘Brabantse bedrijventerreinen groener en duurzamer’, met praktijkverhalen over aan de slag met biodiversiteit, energietransitie en circulair ondernemen op bedrijventerreinen19. - De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) organiseert met regelmaat evenementen en webinars over toekomstbestendige bedrijventerreinen. - Het platform CIRCLES20 biedt ondernemers, initiatieven en overheden in Oost-Nederland die willen bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie inspirerende verhalen, handige
In samenspraak met onderwijs- en onderzoeksinstellingen kunnen de leereffecten van initiatieven op bedrijventerrein inzichtelijk worden gemaakt. Binnen de provincie is het lectoraat ‘Ontwikkeling Werklocaties’ van Saxion bijvoorbeeld een interessante kennispartner, maar uiteraard niet de enige. De evaluatie ‘Acht wegen naar energietransitie voor
17
Van de volgende Topwerklocaties zijn de bedrijventerreinen meegenomen in het onderzoek: High Tech Systems Park Twente; XL Businesspark; Hessenpoort; Polymer Science Park; A1 Bedrijvenpark; S-Park; Tapijtcluster (GenemuidenHasselt). De contouren van de Topwerklocaties komen niet 1-op-1 te overeen met de IBIS-contouren die in dit onderzoek zijn gebruikt. Daar waar de contouren wel overeen komen (XL Businesspark, Hessenpoort, A1 Bedrijvenpark), scoren de terreinen in dit onderzoek zoals verwacht mag worden hoog op toekomstvastheid.
18
zie https://www.gelderland.nl/Natuur/Biodiversiteit-meer-groen-in-Gelderland zie https://publicaties.brabant.nl/bedrijventerreinen/inhoud/ 20 zie https://www.circles.nu/ 19
48
-
publicaties en webinars om stappen in de circulaire economie te kunnen zetten. TNO en partners hebben een snelstartgids21 opgesteld voor ondernemersverenigingen/parkmanagement die praktische tips en tool biedt om met duurzame energiemaatregelen op bedrijventerreinen aan de slag te gaan.
9. Werk een strategie uit voor toekomstvaste bedrijventerreinen We adviseren de provincie Overijssel om (mede) op basis van de resultaten van dit onderzoek te komen tot een Strategie Toekomstvaste Bedrijventerreinen. In een dergelijke strategie worden gerichte en samenhangende keuzes gemaakt op basis van de hier geformuleerde aanbevelingen over te bereiken verduurzamingsdoelen, de capaciteit die daarvoor beschikbaar wordt gemaakt en de inzet van bestaande en eventuele aanvullende financiële middelen daarvoor. Uiteraard moet de strategie ook aandacht besteden aan de economische en fysiekruimtelijke aspecten van toekomstvaste werklocaties. Bedrijventerreinen zijn immers in de eerste plaats ook plekken waar het goed ondernemen moet zijn. Die strategie zou de provincie tot stand kunnen brengen in een proces met ondernemerskoepels, gemeenten, de HMO en het Saxion lectoraat ‘Ontwikkeling werklocaties’. Maak bij het opstellen van de strategie gebruik van de ervaring van buurprovincie Gelderland. 10. Vind elkaar waar doelen elkaar raken Zowel overheden als ondernemers zetten in op een duurzame toekomst. De redenen waarom zij dit doen, de snelheid en de investeringen die zij bereidt zijn te nemen, kunnen uit elkaar liggen. Vaak echter overlappen de doelstellingen van beide partijen. De uitdaging ligt erin dit snijvlak te vinden en samen te werken aan deze win-win situatie.
Een goed voorbeeld van waar de doelen van overheden en ondernemers bij elkaar 21
zie http://publications.tno.nl/publication/34626190/inQ6ua/TNO-2016R11162.pdf
komen is het initiatief Natuurlijk Kapitaal, waarin de Provincie Overijssel, VNO-NCW en tal van andere partijen samen optrekken en natuurinclusief denken en werken. Ondernemen met natuur levert meerwaarde op voor het bedrijf en voor de natuur en biodiversiteit. Voor de ondernemer levert een groene omgeving een plus op voor de medewerkers, de klanten, producten of diensten, terwijl de natuur opbloeit met natuurlijke aanplant, groene daken en een groene bedrijfsvoering. Een ander voorbeeld waar de doelen met elkaar overlappen is te vinden in de brochure ‘Hoe vergroenen we bedrijventerreinen’ die al eerder werd aangehaald, waarin per maatregel de kosten, baten en voordelen voor overheden, ondernemers, natuur en klimaat zijn opgenomen. Groen/blauwe daken dragen bijvoorbeeld bij aan het voorkomen van een overbelast riool (overheid), leveren energiebesparing op, verlengen de levensduur van het dak, bieden werknemers een groene en gezondere werkomgeving (bedrijven), zorgen voor meer variatie en soorten (natuur en biodiversiteit).
doelen overheid
doelen ondernemers
11. Benut de nieuwe Europese programmaperiode voor het verwerven van aanvullende financiering De Europese Commissie werkt met meerjarenbegrotingen en staat aan de vooravond van de nieuwe periode 2021-2027. Er is nog veel onzekerheid over de precieze hoeveelheid middelen die er voor innovatie, milieu en
49
economische versterking beschikbaar komen. Maar wel al is duidelijk dat het overgrote deel van dat geld vermoedelijk in het verlengde van de Green Deal zal worden ingezet ten behoeve van de Europese beleidsdoelstellingen Slimmer (innovatiebevordering) en Groener (naar een CO2-arme en circulaire economie met meer duurzame energie). Daarbinnen komen in programma’s als Horizon Europe, INTERREG en het EFRO-programma voor Oost-Nederland ongetwijfeld kansen op extra middelen voor initiatieven op werklocaties en innovaties bij ondernemers op deze locaties.
50
Bijlage 1 Overzicht bedrijventerreinen meegenomen in onderzoek
51
Tabel 7 Overzicht bedrijventerreinen analyse-selectie in Twente Gemeente
Bedrijventerrein