04 Ontwikkelingen bedrijventerreinen Almelo.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Doorkiesnummer 541866
Behandeld door F. Tax
Datum 30 november 2021
Onderwerp Ontwikkelingen bedrijventerreinen Almelo
Geachte leden van de raad, De gemeente zet in op versterking van het ondernemersklimaat. Daarom hebben wij voor het revitaliseren en toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen in de programmabegroting 2020 een Plan van Aanpak aangekondigd. Met het rapport ‘Toekomstvaste bedrijventerreinen in Overijssel’ van Bureau Buiten (intern/ 77090) in opdracht van Provincie Overijssel en een eigen quickscan op hoofdlijnen (intern/ 76449) hebben wij onderzoek gedaan naar de stand van zaken op de bedrijventerreinen en bezien welke revitaliseringsingrepen gewenst zijn. Wij hebben ons hierbij gefocust op de ruimtelijk- fysieke omstandigheden op de terreinen. Op basis van bovenstaande onderzoeken kunnen wij vaststellen dat onze terreinen weinig leegstand kennen en dat de ruimtelijk-fysieke kwaliteit voldoende is. Een aantal werklocaties is jong en modern, zoals het Businesspark XL, Bedrijvenpark Twente, Bedrijvenpark Twente Noord en Wendelgoor. Een aantal oudere terreinen hebben recent een revitaliseringstraject doorlopen, zoals Turfkade/Bleskolk, Dollegoor en de modernisering van de openbare kade in Buitenhaven. Bornsestraat heeft een uitgebreid plan gereed, dat via de oprichting van een bedrijveninvesteringszone (BIZ) wordt opgepakt. Bij Twentepoort Oost en West zien we renderende terreinen, maar er is een tekort aan parkeerplaatsen.
Naast de fysiek ruimtelijke situatie op terreinen hebben we te maken met uitdagingen op het gebied van energie en klimaat. Deze vraagstukken zullen alleen in een samenwerking tussen ondernemers, overheid (gemeente, provincie) en kennisinstellingen opgepakt kunnen worden. Dit vraagt om maatwerk per bedrijventerrein in samenwerking met de belanghebbende ondernemers. Denkt u daarbij aan energietransitie, klimaatadaptatie, reductie stikstofuitstoot en duurzame mobiliteit. Maar ook aan economische trends zoals circulaire economie, robotisering, smart industry, smart logistics en open innovatie (de zogenaamde next economy trends). Terreinen die hierop zijn ingericht, behouden hun economische waarde en leveren tegelijkertijd een belangrijke bijdrage aan de maatschappelijke opgaven. Het provinciale rapport van Bureau Buiten stelt dat de organisatiegraad beperkt is. Het bureau wijst nadrukkelijk op de meerwaarde van krachtenbundeling op werklocaties. Het laagdrempelig – maar tijdelijk en beperkt – faciliteren van de organisatiekracht op bedrijventerreinen is een belangrijk onderdeel in de aanpak om bedrijventerreinen toekomstbestendiger te maken. Medio 2021 heeft provincie Overijssel de regeling Aanpak toekomstbestendige werklocaties (2021 2023) vastgesteld met mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning van projecten van samenwerkende ondernemers op werklocaties.
Projecten die gericht zijn op de toekomstbestendigheid van de terreinen. Wij pakken deze handschoen op en stellen € 50.000 beschikbaar voor hetgeen daaraan vooraf gaat, namelijk de vorming van samenwerkingsverbanden. Bij voorkeur via een BIZ. Voor een BIZ stellen de ondernemers een uitvoeringsplan op, met projecten waarmee wellicht een beroep kan worden gedaan op de provinciale regeling. Pagina 1 van 2 Raad - 2106640 DCS - 2071685
Op deze wijze creëren we met onze middelen een vliegwieleffect. Vooraf bestaat geen garantie voor de honorering van subsidieaanvragen, maar we zorgen voor een betere uitgangspositie naar alle aanwezige en komende regelingen. We noemen als voorbeeld het bedrijventerrein Bornsestraat, waarvoor u binnenkort een voorstel ontvangt voor de vaststelling van een BIZ-verordening. De werklocaties waar wij een samenwerking stimuleren zijn Twentepoort, Bedrijvenpark Twente en Bedrijvenpark Twente Noord, het Dienstengebied, Dollegoor en Turfkade. Over de daadwerkelijke opzet van een samenwerkingsverband en een uitvoeringsplan voor deze gebieden wordt uw raad geïnformeerd. Indien het leidt tot een BIZ gebeurt dat met een raadsvoorstel, zoals de Wet BIZ dat vereist. Wat betreft de parkeersituatie stellen we € 41.000 beschikbaar voor de aanleg van vijftien openbare parkeerplaatsen op Twentepoort Oost. Deze parkeerplaatsen zijn klimaatrobuust en voldoen aan de duurzaamheidsnormen voor het tegengaan van verharding. Een oplossing voor de korte termijn in een specifiek gebied waar de parkeerdruk ontlast moet worden. Voor de langere termijn wordt de uitbreiding van meer parkeergelegenheid betrokken bij het project Henriëtte Roland Holstlaan, waarvan de voorbereiding in 2022 start. De genoemde bedragen worden gedekt met gelden uit het programmabudget Economie en Participatie.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 2 van 2
A.J. Gerritsen
TO E KO M ST VA ST E BEDRIJVENTERREINEN OV E R I J S S E L Rapportage
1
2
Toekomstvaste bedrijventerreinen Overijssel
Auteur(s): Rutger van Raalten Jos van Heest Miles Copping Wouter Maat Projectnummer 1478
Rapportage Aangeboden aan: Provincie Overijssel november 2020
3
Inhoudsopgave Voorwoorden
5
4
Dashboards bedrijventerreinen
40
Samenvatting
7
5
Conclusies
42
1
Inleiding
14
6
Aanbevelingen
46
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Het belang van toekomstvaste bedrijventerreinen Wat biedt het onderzoek? Aansluiting op bestaand beleid Uitgangspunten onderzoek Opbouw rapport
14 15 15 16 16
Bijlage 1 Overzicht bedrijventerreinen meegenomen in onderzoek
51
Bijlage 2 Economische effecten corona op bedrijventerreinen
56
2
Methode
18
Deel 2 Technische verdieping
58
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Selectie bedrijventerreinen Indeling in pijlers, thema’s en indicatoren Dataverzameling- en verwerking Indeling deelregio’s Segmentering Scores
18 19 20 20 20 21
3
Resultaten
23
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemene beeld bedrijventerreinen Duurzaam en gezond Fysiek-ruimtelijk Sociaaleconomisch Potentie
23 29 31 33 35
4
Voorwoord Provincie Overijssel In Overijssel is ruim 12% van de ondernemers op een bedrijventerrein gevestigd. Samen zorgen zij voor een derde van de banen in Overijssel. Dit is beduidend meer dan in de rest van Nederland. We willen deze ondernemers een goed vestigingsklimaat bieden. Aantrekkelijke bedrijventerreinen zijn daarom belangrijk. Met elkaar zorgen we ervoor dat deze terreinen ook in de toekomst aantrekkelijk blijven.
Wil je als ondernemer aan de slag willen om te verduurzamen, dan ondersteunt de overheid je graag. Ik daag je uit om met dit rapport op zoek te gaan naar de kansen in jouw omgeving. Zie je kansen en heb je goede ideeën hoe we samen – ondernemers en overheden – kunnen werken aan duurzame bedrijventerreinen? Dan komen we graag met je in contact.
Om te weten hoe het met de kwaliteit van onze bedrijventerreinen gesteld is, hebben we dit onderzoek laten uitvoeren. Per bedrijventerrein hebben we vastgelegd wat de huidige situatie is en wat de mogelijkheden voor de toekomst zijn. Bij elkaar geeft dit een goed beeld van wat we al goed hebben geregeld en waar de kansen liggen van de Overijsselse bedrijventerreinen.
Moderne bedrijventerreinen zijn een belangrijke randvoorwaarde voor een slimme en sterke regionale economie. Laten we de handschoen oppakken en samen aan de slag gaan om te werken aan toekomstvaste bedrijven op duurzame Overijsselse bedrijventerreinen.
In het bijzonder hebben we gekeken naar de kansen om bedrijven en bedrijventerreinen te verduurzamen. Er zijn veel mogelijkheden, die nog lang niet allemaal worden benut. En ook de aanpak verschilt van terrein tot terrein. Met dit onderzoek brengen we ook in beeld wat we op dit vlak van elkaar kunnen leren.
Eddy van Hijum Gedeputeerde economie Provincie Overijssel
5
Voorwoord VNO-NCW
En toch staat als kop boven dit voorwoord: “toekomstbestendige bedrijven” en dat is geen ongelukje: op deze bedrijventerreinen staan namelijk echte bedrijven en dit zijn geen acteurs in een film over macro-problematieken. Het is vastgoed wat in eigendom is van ondernemers en dat dient om hiermee elke dag hun business te kunnen doen, hun medewerkers een goede werkomgeving te bieden, hun producten verantwoord op te slaan en klaar te maken voor verzending en vaak is het voor ondernemers ook hun appeltje voor de dorst. Ooit hebben ze zich op die plek gehuisvest en dan verkas je niet snel. Zonder ondernemers is een bedrijventerrein niet meer dan een kale vlakte met overbodige voorzieningen.
Kijken we naar het perspectief van de overheid dan hebben goed ruimtegebruik, (verkeers)veiligheid, energietransitie , waterveiligheid de primaire aandacht. Bedrijventerreinen vormen een goed schaalniveau om deze perspectieven aan elkaar te koppelen. Dat gaat overigens niet vanzelf. We weten uit ervaring dat het stevige inzet vraagt om de verschillende belangen aan elkaar te verbinden. De uitdaging ligt er in om de belangen duidelijk op tafel te krijgen. Samen moeten we er voor zorgen dat we de goede gesprekken voeren. Vanuit VNO-NCW Midden willen we - samen met MKB-Midden en andere ondernemersorganisaties – helpen om dit voor elkaar te krijgen. Onze inzet is om een expert-team vanuit het bedrijfsleven op te zetten waarbij we kennis bundelen op het gebied van bedrijfsmatig vastgoed, gebouwmanagement, veiligheid, en IT. Met dit team willen we het ondernemersperspectief koppelen aan het perspectief van de overheid. Dat vraagt ook om betrokken inzet van experts van de overheid en ondersteunende instrumentaria. Maar vooral ook: drive om het beleid te vertalen in actie.
Ik wil u vragen het bijgaande rapport te lezen met dit beeld in uw achterhoofd en u zal het met mij eens dat we dan een optimale combinatie moeten gaan realiseren van publiek investeren in de kwaliteit van het bedrijventerrein en privaat investeren in de eigen onderneming incl. vastgoedkwaliteit. Deze combinatie geeft synergie onder de voorwaarde dat publiek en private partijen dan wel op elkaar moeten kunnen rekenen.
Dit onderzoek geeft een goede basis om snel de juiste stappen te zetten. Juist in deze corona-tijd is snelheid en concreetheid nodig. Aandacht voor bedrijventerreinen betekent aandacht voor bedrijven en aandacht voor maatschappelijke vraagstukken in een gezamenlijke aanpak. Met daarin ook aandacht voor de uitdagingen van vandaag en de oplossingen van morgen en overmorgen.
Bedrijventerreinen genieten hernieuwde belangstelling: het economische belang, de toekomstige schaarste van ruimte en de noodzaak voor verduurzaming en klimaatadapatie zijn hiervan de belangrijkste redenen. Onze mooie provincie heeft honderden terreinen die ik een mooie toekomst gun.
De vitaliteit van individuele bedrijven is sterk bepalend voor de vraag of bedrijventerreinen toekomstbestendig zijn. Het is goed dat we oog hebben voor de verschillend perspectieven van waaruit je bedrijventerreinen kunt bekijken. Vanuit de ondernemer zijn vragen van belang of deze plek de ruimte en de goede condities biedt om te kunnen ondernemen en of de plek waarde behoud aan het vastgoed?
Laurens de Lange Voorzitter VNO-NCW Overijssel
6
Samenvatting Stappen zetten richting toekomstvaste bedrijventerreinen Met ongeveer een derde van het totale aantal banen op bedrijventerreinen en zelfs ongeveer de helft als ook de indirecte werkgelegenheid wordt meegenomen zijn bedrijventerreinen een belangrijk vestigingsmilieu in de provincie Overijssel. De afgelopen jaren zette de provincie in op herprogrammering en het aanpakken van veroudering van bedrijventerreinen. De basis van de Overijsselse bedrijventerreinen is daarmee op orde gebracht. Als vervolg hierop wil de provincie nu stappen zetten richting toekomstvaste bedrijventerreinen. Er is steeds meer aandacht voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. Gezien hun omvang in areaal, grondstofstromen en energiegebruik spelen zij een belangrijke rol in het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire doelen. De kwaliteit van bedrijventerreinen beïnvloedt het functioneren van zittende ondernemers alsook de aantrekkingskracht op nieuwe ondernemingen van buiten de provincie. Een groene en gezonde werkomgeving is een steeds belangrijkere voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit alles vraagt om een goed overzicht van de huidige situatie op de verschillende bedrijventerreinen en de verbeteringen die daar mogelijk zijn.
Foto van de toekomstvastheid op basis van combinatie van onderzoeksmethoden Om de toekomstvastheid van de bedrijventerreinen te meten, is een scan uitgevoerd. In deze scan is gebruik gemaakt van een combinatie van methoden: data-analyse, GIS-analyse en een fysieke schouw. Het onderzoek is gericht op alle terreinen groter dan 5 ha en terreinen waar reeds tenminste zoveel grond is uitgegeven. In totaal zijn 170 bedrijventerreinen opgenomen in het onderzoek.
Wat biedt het rapport? Gedeeld begrip tussen provincie, gemeenten in Overijssel en koepelorganisaties van het bedrijfsleven over wat toekomstvaste bedrijventerreinen zijn Huidige situatie en potentie per bedrijventerrein in beeld: een ‘foto’ van de toekomstvastheid van de bedrijventerreinen in Overijssel Voer voor gesprek tussen provincie, gemeenten en ondernemers: Waar liggen de grootste opgaven en wordt hier al aan gewerkt, welke thema’s zijn nog witte vlekken en op welke aspecten presenteren onze terreinen goed? Aanbevelingen over wat gedaan kan worden om de belangrijkste opgaven die uit het onderzoek naar voren komen op te pakken en wie welke rol daarin kan of zou moeten nemen Interactieve online dashboards waarmee de toekomstvastheid op bedrijventerreinenniveau te bekijken is
Toekomstvastheid gemeten aan de hand van drie pijlers Toekomstvaste bedrijventerreinen zijn terreinen waar bedrijven, overheden en beheerders samenwerken aan het pakken van kansen en het oplossen van knelpunten op het gebied van economie, duurzame energie, klimaat, gezondheid en ecologie. Deze brede opgaven zijn voor dit onderzoek vertaald in drie pijlers: sociaaleconomisch, fysiek-ruimtelijk en duurzaam en gezond. Voorwaardelijk voor een sociaaleconomisch toekomstvast bedrijventerrein, is dat het een locatie is waar het goed ondernemen en werken is. Ook moet het terrein er fysiek-ruimtelijk goed bij liggen. Toekomstvaste bedrijventerreinen zullen bovendien duurzaam en gezond moeten zijn. Nederland zal alle zeilen bij moeten zetten om de
7
klimaatdoelen te halen en bedrijventerreinen zullen niet buiten schot kunnen blijven als het gaat om (bijvoorbeeld) de noodzaak om meer duurzame energie te produceren en minder CO2 uit te stoten. Binnen de pijlers zijn verschillende thema’s opgenomen die aan de hand van een score van 1 - 5 een indicatie geven van de toekomstvastheid van een bedrijventerrein. Deze scores zijn gebaseerd op de analyse van in totaal 97 indicatoren. De pijlers en bijbehorende thema’s zijn het uitgangspunt waarlangs het onderzoek is uitgevoerd en de resultaten in beeld zijn gebracht en geven een bruikbaar beeld van de toekomstvastheid van Overijsselse bedrijventerreinen. Twee producten: rapport en dashboards De resultaten van het onderzoek zijn op provinciaal en regionaal niveau uitgewerkt in dit rapport. Dit zijn ook de schaalniveaus waarop de conclusies en aanbevelingen in dit onderzoek zijn gedaan. Een beeld van de toekomstvastheid op bedrijventerreinenniveau is te verkrijgen in de dashboards (zie hoofdstuk 4) die voor dit onderzoek zijn ontwikkeld. In deze interactieve online dashboards zijn alle relevante gegevens uit het onderzoek tot op bedrijventerreinenniveau ontsloten. De dashboards nodigen uit om zelf een verdieping te maken op het bedrijventerrein/ thema van uw keuze.
Conclusies: bedrijventerreinen in Overijssel grotendeels toekomstvast, maar nog veel slagen te maken Uit de analyse van de resultaten is een aantal conclusies af te leiden: - De gecombineerde methoden in dit onderzoeken leveren een bruikbaar eerste beeld op voor een groot aantal terreinen tegelijk. De manier waarop het databestand is opgebouwd biedt bovendien mogelijkheden om de meting periodiek up te daten en verbeteringen door te voeren. Er komt steeds meer data beschikbaar, waardoor de meting steeds nauwkeuriger kan worden.
Toelichting nulmeting - Het onderzoek richt zich op ‘het grotere plaatje’. Dat wil zeggen: het provinciaal en regionaal niveau, met dashboards op bedrijventerreinenniveau. Wij baseren ons op bronnen en gegevens die op provinciale schaal beschikbaar zijn, zodat wij voor alle terreinen dezelfde gegevens meten. Daarbij gebruiken wij de meest actuele gegevens die beschikbaar zijn; zeker in deze tijd waarin de energietransitie in een versnelling is gekomen, kan het zijn dat op bedrijventerreinen al stappen zijn gemaakt die nog niet in deze foto (maar als het goed is wel in een eventuele volgende editie) zichtbaar zijn. - Ons onderzoek is voor het grootste deel data-gedreven. Gezien de schaal van het onderzoek is het niet mogelijk om lokaal beleid, plannen en ambities mee te nemen, alsmede processen, maatregelen en plannen die zich binnen de muren van een bedrijf afspelen. - De fysieke schouw is zo goed mogelijk geobjectiveerd en een goede methode om de terreinen op een aantal fysiekruimtelijke indicatoren te beoordelen, maar we zijn ons ervan bewust dat het een momentopname is. - Het onderzoek geeft op basis van onder andere de milieuhindercategorie, het type bedrijvigheid en de gebruiksfuncties een beeld van de mate waarin functiemenging mogelijk is. De data biedt dus input voor het gesprek hierover.
Het onderzoek doet verder echter geen uitspraken over mogelijkheden voor transformatie, functiemenging en verkleuring van bedrijventerreinen.
8
-
De gemiddelde score van alle indicatoren voor de meegenomen terreinen ligt op 3,0. Alle terreinen die minder dan één standaarddeviatie afwijken van het gemiddelde, vallen onder het peloton, dit is zo’n 68% van de terreinen met een gemiddelde score van 3,0. Een kopgroep van 16% van de terreinen scoort een beduidend hoger gemiddelde van 3,4, terwijl een groep van 17% ‘achtervolgers’ een gemiddelde score van 2,7 behaalt (zie onderstaand figuur). Deze groep is in dit onderzoek achtervolgers genoemd, omdat zij de grootste slag moeten maken om toekomstvast te worden. De variatie tussen de koplopers en achtervolgers minder loopt minder uiteen dan in vergelijkbare, eerder uitgevoerde onderzoeken in de provincies Gelderland en Zuid-Holland. We zien dat de groep koplopers over het algemeen grotere terreinen betreffen, zowel in banen als in areaal.
Figuur Toekomstvastheid bedrijventerreinen naar koplopers, peloton en achtervolgers
-
-
-
-
Over de hele linie kijkend denken wij dat er op veel punten overbrugbare verbeteringen haalbaar zijn, waarmee terreinen de stap kunnen maken naar een score van 3,0 of hoger. We zien dat 44% van de bedrijventerreinen een score heeft tussen de 2,5 – 3,0. Dit zijn terreinen die op overbrugbare afstand van het gemiddelde zitten en met een aantal gerichte ingrepen deze afstand kunnen verkleinen. Het meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid van de provincie Overijssel, de activiteiten van de Herstructureringsmaatschappij Overijssel (HMO) en de regionale programmeringsafspraken over bedrijventerreinen hebben hun vruchten afgeworpen. De bedrijventerreinen scoren relatief goed uit op fysiek-ruimtelijk vlak, met een gemiddelde score van 3,5 en een koploperscore van 4,1. Ook de score van de achtervolgers (2,8) wijst erop dat ook in deze categorie de meeste bedrijventerreinen op orde zijn. Kijkend naar de twee regio’s, dan is de score in West-Overijssel (3,1) vrijwel gelijk aan de score van Twente (3,0). Ook wanneer gekeken wordt naar verschillende typen bedrijventerreinen die in dit onderzoek zijn uitgelicht – haven, industrie, logistiek, gemengd – zijn er weinig verschillen waar te nemen. Grootste uitdagingen liggen er binnen pijler duurzaam & gezond. Er zijn geen perfecte terreinen, ook bij de koploperterreinen is nog voldoende werk aan de winkel.
Vooral binnen de pijler duurzaam en gezond liggen voor vrijwel alle terreinen nog veel uitdagingen, met name op het gebied van energietransitie, circulaire economie en groene werkomgeving. Op veel terreinen is een vorm van organisatie aanwezig. Dit biedt een goede voedingsbodem om aan toekomstbestendigheid te werken. Op georganiseerde terreinen is het eenvoudiger om collectieve maatregelen te organiseren die de toekomstvastheid van een terrein kunnen bevorderen, zoals collectieve (aanschaf van) zonnepanelen of herstructurering.
9
Aanbevelingen Op basis van de resultaten van dit onderzoek komt Bureau BUITEN tot de volgende aanbevelingen. 1. Zet voor toekomstvaste bedrijventerreinen in op het versterken van ‘duurzaam & gezond’, behoud de fysiekruimtelijke vitaliteit en heb blijvend aandacht voor het economisch functioneren Het staat buiten kijf dat bedrijventerreinen aantrekkelijke gebieden moeten zijn om te werken en te ondernemen. De provincie, gemeenten, parkmanagers en ondernemers en anderen werken doorlopend aan het verder versterken van het vestigingsklimaat. In de afgelopen decennia is in Overijssel, evenals elders in Nederland, veel aandacht besteed aan herstructurering/revitalisering van bedrijventerreinen. Gemeenten, ondernemers, soms aangevuld met de HMO, houden deze basis nu op orde. Maar op de nieuwe beleidsuitdagingen op het vlak van energie, klimaat, circulair en groen, zijn er op de bedrijventerreinen nog flinke stappen te zetten en is er – gelukkig – ook veel potentie. Zet als provincie in op het potentieel om CO2-uitstoot te reduceren en het produceren van duurzame energie. Ondersteun de ontwikkeling naar een (meer) circulaire economie en help bij het realiseren van een groenere en klimaatadaptieve inrichting met meer biodiversiteit.
Voeg deze onderdelen toe aan de regionale programmeringsaanpak (voeg daaraan afspraken over verduurzaming toe), aan de inzet gericht op het versterken van koploperterreinen en aan de revitaliseringsaanpak van de provincie. 2. Faciliteer met procescapaciteit en kunde In algemene zin is er bij bedrijventerreinen sprake van het ontbreken van een procestrekker voor het realiseren van verbeteringen. Bedrijven zijn veelal bezig met hun bedrijfsvoering, hun eigen vastgoed en kavel. De gemeente is verantwoordelijk voor het openbaar terrein (wegen en groen). Kansen op het niveau van het terrein blijven daardoor (deels) buiten beeld en in het slechtste geval voelt niemand zich ervoor verantwoordelijk. Het voorzien in (proces)capaciteit en kunde is een
belangrijk middel om verbeterstappen op bedrijventerreinen mogelijk te maken. Hierbij is het van belang dat er niet enkel in procescapaciteit wordt voorzien, maar dat er ook inhoudelijke kennis en kunde wordt gezocht, zodat er met ondernemers concrete stappen kunnen worden gezet. De provincie kan eigen projectmanagementcapaciteit hiervoor inzetten en/of gebruik maken van de capaciteit in de markt (bij onder meer advies- en ingenieursbureaus en procesregisseurs). 3. Faciliteer versterking organisatiekracht bedrijventerreinen Om succesvol te zijn in het beheer en/of herstructurering van bedrijventerreinen en ook om geboekt succes naar de toekomst te ‘garanderen’, is een vorm van organisatiegraad een voorwaarde. Er is niet één gouden formule, maar een georganiseerd verband (ondernemersvereniging) of aanspreekpunt (parkmanagement) is noodzakelijk, bij voorkeur in combinatie met de mogelijkheid om hieraan ook financiële middelen te kunnen koppelen (ondernemersfonds of BIZ). Help ongeorganiseerde terreinen (ondernemers en gemeente) met behulp van bescheiden middelen/capaciteit met de opzet van een georganiseerd verband en stel georganiseerd zijn als voorwaarde voor een grotere provinciale rol (zie 6.) 4.
Faciliteer verduurzaming met extra middelen Als derde element in een provinciale aanpak zijn extra financiële middelen (subsidies en leningen of garanties) voor verduurzaming van bedrijventerreinen te overwegen of kunnen bedrijventerreinen worden toegevoegd als geografisch aandachtspunt voor reeds bestaande provinciale geldstromen/fondsen (onder andere het Energiefonds Overijssel). Subsidies zijn inzetbaar bij pilots en onrendabele toppen1; leningen kunnen helpen om (in potentie) gezonde businesscases (van bijvoorbeeld een duurzame energievoorziening) haalbaar te maken en 1
Met een onrendabele top wordt bedoeld dat dat de terugverdientijd van een investering voor een ondernemer langer is dan acceptabel, gegeven een rendementsdoelstelling.
10
zijn, naar hun aard, revolverend. De provincie Overijssel heeft reeds verschillende regelingen lopen; bekeken moet worden in hoeverre die middelen al voorzien in de hier geagendeerde uitdagingen.
de steviger vormen van ondersteuning. Daarmee wordt vrijblijvendheid voorkomen en wordt ook in bestendigheidszin aan duurzaamheid gewerkt.
5. Maak ‘duurzaam & gezond’ onderdeel van de aanpak van de HMO Op basis van aanbeveling 2. zou ervoor kunnen worden gekozen om een expertpool met procesmanagers (uit overheid en markt) te creëren en die ‘beschikbaar’ te stellen aan de markt, eventueel in de vorm van een nieuw gremium. Bureau BUITEN acht het echter belangrijk dat er sprake is van een vorm van continuïteit en verankering en beveelt daarom aan om aan te sluiten op bestaande gremia en instrumenten. Daarom adviseren we om de verduurzaming van bedrijventerreinen als extra opgave toe te voegen aan de werkzaamheden van de HMO. De extra opgave komt bovenop de (voorzetting van de) huidige verduurzamingsactiviteiten van de HMO, waaronder de indiening van SDE++ subsidies. Afgelopen jaren zijn onder regie van de HMO tientallen succesvolle SDE+ subsidies binnen gehaald, waarmee de aanleg en exploitatie van diverse zonnepaneleninstallaties gerealiseerd zijn. Een belangrijke voorwaarde voor deze aanbeveling is dat er bij de HMO voldoende kennis en capaciteit over verduurzaming en energie beschikbaar is. Daarover kunnen provincie en HMO nadere afspraken maken.
7. Draag successen uit en benut koplopers als uithangbord Zorg ervoor dat de kennis over toekomstvaste bedrijventerreinen beschikbaar komt voor andere bedrijventerreinen. Hulpmiddelen daarvoor zijn een kennisdatabank, bijvoorbeeld gekoppeld aan informatie die al bij de HMO beschikbaar is. Ook kan de provincie het initiatief nemen om te komen tot een serie seminars of het vormen van een Community of Practice voor kennisuitwisseling. Daarmee wordt een bovenlokale meerwaarde gecreëerd van lokale resultaten.
6. Stel georganiseerd zijn als eis om voor steviger ondersteuning vanuit HMO in aanmerking te komen Onder aanbeveling 3. is de noodzaak van een georganiseerd verband op een bedrijventerrein aan de orde gekomen. Een laagdrempelige en bescheiden ondersteuning om dit op te zetten is dan ook een logisch onderdeel van een aanpak richting toekomstvaste bedrijventerreinen Overijssel. Maar wij raden aan dat, om voor meer procescapaciteit en/of de inzet van grotere subsidies/leningen in aanmerking te komen, een bedrijventerrein aantoonbaar moet beschikken over een georganiseerd verband. Ook een intentieverklaring van of samenwerkingsovereenkomst met de gemeente zou deel uit moeten maken van de voorwaarden voor
Benut de initiatieven op koploperterreinen in Overijssel en draag deze uit, bijvoorbeeld in regionale sessies met het georganiseerde bedrijfsleven. Een startpunt kan daarbij de initiatieven op de Overijsselse Topwerklocaties zijn, maar ook andere koploperterreinen zijn hiervoor geschikt. In samenspraak met onderwijs- en onderzoeksinstellingen kunnen de leereffecten van initiatieven op bedrijventerrein inzichtelijk worden gemaakt. Binnen de provincie is het lectoraat ‘Ontwikkeling Werklocaties’ van Saxion bijvoorbeeld een interessante kennispartner, maar uiteraard niet de enige. 8. Leer van projecten en van ervaringen elders Tenslotte kan de provincie/HMO in dezelfde seminars, studiebezoeken of kennisbank ondernemers(verenigingen) en gemeenten laten leren van de ervaringen die elders, buiten Overijssel, worden opgedaan. Bijvoorbeeld in buurprovincie Gelderland (waar al een programma loopt), maar ook in andere provincies zijn er goede en inspirerende voorbeelden te vinden. Hierin kan ook samenwerking in IPO-kader worden benut of specifiek over worden opgezet.
11
Goed voorbeelden en inspiratie kan bijvoorbeeld hier worden gevonden: - De brochure ‘Hoe vergroenen we bedrijventerreinen’2 die de provincie Gelderland recent heeft uitgebracht, waarin 12 maatregelen voor meer ruimte voor biodiversiteit en klimaatadaptatie en bijbehorende baten voor overheden en ondernemers zijn opgenomen. - De provincie Brabant publiceerde vorig jaar ‘Brabantse bedrijventerreinen groener en duurzamer’, met praktijkverhalen over aan de slag met biodiversiteit, energietransitie en circulair ondernemen op bedrijventerreinen3. - De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) organiseert met regelmaat evenementen en webinars over toekomstbestendige bedrijventerreinen. - Het platform CIRCLES4 biedt ondernemers, initiatieven en overheden in Oost-Nederland die willen bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie inspirerende verhalen, handige publicaties en webinars om stappen in de circulaire economie te kunnen zetten. - TNO en partners hebben een snelstartgids5 opgesteld voor ondernemersverenigingen/parkmanagement die praktische tips en tool biedt om met duurzame energiemaatregelen op bedrijventerreinen aan de slag te gaan. 9. Werk een strategie uit voor toekomstvaste bedrijventerreinen We adviseren de provincie Overijssel om (mede) op basis van de resultaten van dit onderzoek te komen tot een Strategie Toekomstvaste 2
zie https://www.gelderland.nl/Natuur/Biodiversiteit-meer-groen-in-Gelderland zie https://publicaties.brabant.nl/bedrijventerreinen/inhoud/ 4 zie https://www.circles.nu/ 5 zie http://publications.tno.nl/publication/34626190/inQ6ua/TNO-2016R11162.pdf 3
Bedrijventerreinen. In een dergelijke strategie worden gerichte en samenhangende keuzes gemaakt op basis van de hier geformuleerde aanbevelingen over te bereiken verduurzamingsdoelen, de capaciteit die daarvoor beschikbaar wordt gemaakt en de inzet van bestaande en eventuele aanvullende financiële middelen daarvoor. Uiteraard moet de strategie ook aandacht besteden aan de economische en fysiekruimtelijke aspecten van toekomstvaste werklocaties. Bedrijventerreinen zijn immers in de eerste plaats ook plekken waar het goed ondernemen moet zijn. Die strategie zou de provincie tot stand kunnen brengen in een proces met ondernemerskoepels, gemeenten, de HMO en het Saxion lectoraat ‘Ontwikkeling werklocaties’. Maak bij het opstellen van de strategie gebruik van de ervaring van buurprovincie Gelderland. 10. Vind elkaar waar doelen elkaar raken Zowel overheden als ondernemers zetten in op een duurzame toekomst. De redenen waarom zij dit doen, de snelheid en de investeringen die zij bereidt zijn te nemen, kunnen uit elkaar liggen. Vaak echter overlappen de doelstellingen van beide partijen. De uitdaging ligt erin dit snijvlak te vinden en samen te werken aan deze win-win situatie.
Een goed voorbeeld van waar de doelen van overheden en ondernemers bij elkaar komen is het initiatief Natuurlijk Kapitaal, waarin de Provincie Overijssel, VNO-NCW en tal van andere partijen samen optrekken en natuurinclusief denken en werken. Ondernemen met natuur levert meerwaarde op voor het bedrijf en voor de natuur en biodiversiteit. Voor de ondernemer levert een groene omgeving een plus op voor de medewerkers, de klanten, producten of diensten, terwijl de natuur opbloeit met natuurlijke aanplant, groene daken en een groene bedrijfsvoering. Een ander voorbeeld waar de doelen met elkaar overlappen is te vinden in de brochure ‘Hoe vergroenen we bedrijventerreinen’ die al eerder werd aangehaald, waarin per maatregel de kosten, baten en voordelen voor overheden, ondernemers, natuur en klimaat zijn opgenomen. Groen/blauwe daken dragen bijvoorbeeld bij aan het voorkomen van een overbelast riool (overheid), leveren energiebesparing op, verlengen de
12
levensduur van het dak, bieden werknemers een groene en gezondere werkomgeving (bedrijven), zorgen voor meer variatie en soorten (natuur en biodiversiteit).
doelen overheid
doelen ondernemers
11. Benut de nieuwe Europese programmaperiode voor het verwerven van aanvullende financiering De Europese Commissie werkt met meerjarenbegrotingen en staat aan de vooravond van de nieuwe periode 2021-2027. Er is nog veel onzekerheid over de precieze hoeveelheid middelen die er voor innovatie, milieu en economische versterking beschikbaar komen. Maar wel al is duidelijk dat het overgrote deel van dat geld vermoedelijk in het verlengde van de Green Deal zal worden ingezet ten behoeve van de Europese beleidsdoelstellingen Slimmer (innovatiebevordering) en Groener (naar een CO2-arme en circulaire economie met meer duurzame energie). Daarbinnen komen in programma’s als Horizon Europe, INTERREG en het EFRO-programma voor Oost-Nederland ongetwijfeld kansen op extra middelen voor initiatieven op werklocaties en innovaties bij ondernemers op deze locaties.
Leeswijzer rapport en dashboards Het onderzoek bestaat uit twee producten: dit rapport en een online dashboard waarin de toekomstvastheid van bedrijventerreinen op het bedrijventerreinenniveau is te vinden. In het rapport vindt u een toelichting op de aanleiding en doel van het onderzoek, de gebruikte methoden voor het onderzoek en de belangrijkste resultaten op provinciaal en regionaal niveau. Tevens vindt u in dit rapport een technische verdieping, waarin alle indicatoren inclusief scoring worden toegelicht. Wij raden u aan voor het gebruik van de dashboards eerst het rapport door te nemen of deze bij de hand te hebben wanneer u met het dashboard aan de slag gaat, zodat u een duidelijk beeld heeft van welke informatie het dashboard u biedt (en wat niet) en welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van het dashboard.
13
1 Inleiding De provincie Overijssel werkt samen met gemeenten en ondernemers toe naar toekomstvaste bedrijventerreinen. Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat is het van belang dat op Overijsselse bedrijventerreinen goed en prettig gewerkt kan worden, nu en in de toekomst. Bovendien vervullen bedrijventerreinen een belangrijke rol in de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie.
zowel het Planbureau voor de Leefomgeving als het college van Rijksadviseurs op het opslokken van het groene landschap door bedrijventerreinen. Op maatschappelijk gebied is ook steeds meer aandacht voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. Gezien hun omvang in areaal, grondstofstromen en energiegebruik spelen zij een belangrijke rol in het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire doelen. Ook hier ligt een belangrijke opgave op bedrijventerreinen. Op hoeveel en welke terreinen zijn al stappen gezet? Figuur 1: De brede opgaven van toekomstvaste bedrijventerreinen in beeld
1.1 Het belang van toekomstvaste bedrijventerreinen Ongeveer een derde van het totale aantal banen In de provincie Overijssel bevindt zich op bedrijventerreinen. Als ook de indirecte werkgelegenheid wordt meegenomen kan de betekenis van bedrijvigheid zelfs oplopen tot de helft. Bedrijventerreinen zijn dus een belangrijk vestigingsmilieu in de provincie. De afgelopen jaren zette de provincie in op herprogrammering van bedrijventerreinen en het aanpakken van veroudering. De basis van de Overijsselse bedrijventerreinen is daarmee op orde gebracht. Als vervolg hierop wil de provincie nu stappen zetten richting toekomstvaste bedrijventerreinen. De economie verandert snel door digitalisering, automatisering, robotisering, flexibilisering en machine-to -machine communicatie (Internet of Things). Dat vraagt bijvoorbeeld om excellente digitale bereikbaarheid, nieuwe ruimtevragende functies op het gebied van digitale infrastructuur (zoals datacentra), e-commerce met kleinschalige logistiek (stadsdistributie), grootschalige XL-distributiecentra en flexibele werkplekken (verzamelgebouwen, third places). Dit beïnvloedt de ruimtevraag van en de inrichting op bedrijventerreinen. Recent wezen
De kwaliteit van bedrijventerreinen beïnvloedt het functioneren van zittende ondernemers alsook de aantrekkingskracht op nieuwe ondernemingen van buiten de provincie. Een groene en gezonde werkomgeving is een steeds belangrijkere voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit alles vraagt om een goed overzicht van de huidige situatie op de verschillende bedrijventerreinen en de verbeteringen die daar mogelijk zijn.
14
1.2 Wat biedt het onderzoek? Dit onderzoek geeft op provinciaal, gemeente- en bedrijventerreinniveau een beeld van de toekomstvastheid van bedrijventerreinen. Het onderzoek biedt: 1. Gedeeld begrip tussen provincie, gemeenten in Overijssel en koepelorganisaties van het bedrijfsleven over wat toekomstvaste bedrijventerreinen zijn. 2. Huidige situatie en potentie per bedrijventerrein in beeld: een ‘foto’ van de toekomstvastheid van de bedrijventerreinen in Overijssel. 3. Voer voor gesprek tussen provincie, gemeenten en ondernemers: Waar liggen de grootste opgaven en wordt hier al aan gewerkt, welke thema’s zijn nog witte vlekken en op welke aspecten presenteren onze terreinen goed? 4. Aanbevelingen over wat gedaan kan worden om de belangrijkste opgaven die uit het onderzoek naar voren komen op te pakken en wie welke rol daarin kan of zou moeten nemen.
1.3 Aansluiting op bestaand beleid Het werken aan toekomstvaste bedrijventerreinen is in lijn met zowel provinciale als nationale beleidsdoelstellingen. Zo sluiten toekomstvaste bedrijventerreinen goed aan op meerdere hoofdopgaven uit het Coalitieakkoord Overijssel 2019-2023:
Krachtige economie, incl. arbeidsmarkt, mkb, circulaire economie en innovatie Goed vestigingsklimaat Energietransitie Hitte, droogte en wateroverlast Goede bereikbaarheid
Aantrekkelijk wonen en ruimte, incl. ruimtelijke kwaliteit bebouw gebied
In het coalitieakkoord staat daarnaast opgenomen dat de provincie zich verbindt aan de landelijke beleidsdoelen op het gebied van klimaatbeleid en energietransitie. Bij de uitwerking van het Klimaatakkoord maakt de provincie zich hard voor een haalbare, betaalbare en maatschappelijk geaccepteerde Overijsselse bijdrage aan de landelijke doelstelling. Het werken aan toekomstvaste bedrijventerreinen levert zoals gezegd een belangrijke bijdrage aan het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire doelen. In het Klimaatakkoord vormt Industrie één van de vijf sectoren waar het akkoord zich of focust. De sector industrie moet in 2030 19,4 Mton minder CO2 uitstoten dan in 2015. Omdat veel industrie zich op bedrijventerreinen bevindt, spelen bedrijventerreinen een belangrijke rol in deze opgave. Het woord bedrijventerreinen komt echter niet voor in het Klimaatakkoord. Dit terwijl een collectieve aanpak veel voordelen biedt. TNO berekende dat het energieneutraal maken van 250 terreinen al voor een reductie van 2,2 Mton zorgt. Met ruim 3.500 terreinen in Nederland ligt hier dus een flinke potentie, zo ook in Overijssel. In de concept Regionale Energiestrategieën (RES’en) van zowel WestOverijssel als Twente, die uit het Klimaatakkoord volgen, worden bedrijventerreinen genoemd als potentiele locaties voor (grootschalig) opwek van energie.
Bovendien wordt in beide RES’en onderkend dat de opwek van duurzame energie op bedrijventerreinen een belangrijke ontwikkelings- en vestigingsfactor voor bedrijvigheid is. De exacte rol en potentie van bedrijventerreinen moet in beide regio’s richting de RES 1.0 nog concreter worden uitgewerkt. Dit onderzoek naar toekomstvaste bedrijventerreinen kan daar input voor bieden.
15
1.4 Uitgangspunten onderzoek Op basis van beschikbare bronnen en een fysieke schouw is gestreefd een zo compleet mogelijke ‘foto’ van de Overijsselse bedrijventerreinen te maken. Het rapport en de dashboards kunnen echter niet alle vragen beantwoorden. Om het onderzoek goed te kunnen plaatsen, schetsen wij daarom de volgende uitgangspunten: Het onderzoek richt zich op ‘het grotere plaatje’. Dat wil zeggen: het provinciaal en regionaal niveau, met dashboards op bedrijventerreinenniveau. Wij baseren ons op bronnen en gegevens die op provinciale schaal beschikbaar zijn, zodat wij voor alle terreinen dezelfde gegevens meten. Daarbij gebruiken wij de meest actuele gegevens die beschikbaar zijn; zeker in deze tijd waarin de energietransitie in een versnelling is gekomen, kan het zijn dat op bedrijventerreinen al stappen zijn gemaakt die nog niet in deze foto (maar als het goed is wel in een eventuele volgende editie) zichtbaar zijn. Ons onderzoek is voor het grootste deel data-gedreven. Gezien de schaal van het onderzoek is het niet mogelijk om lokaal beleid, plannen en ambities mee te nemen, alsmede processen, maatregelen en plannen die zich binnen de muren van een bedrijf afspelen.
De fysieke schouw is zo goed mogelijk geobjectiveerd en een goede methode om de terreinen op een aantal fysiekruimtelijke indicatoren te beoordelen, maar we zijn ons ervan bewust dat het een momentopname is. Het onderzoek geeft op basis van onder andere de milieuhindercategorie, het type bedrijvigheid en de gebruiksfuncties een beeld van de mate waarin functiemenging mogelijk is. De data biedt dus input voor het gesprek hierover. Het onderzoek doet verder echter geen uitspraken over mogelijkheden voor transformatie, functiemenging en verkleuring van bedrijventerreinen.
Daarnaast is het goed om te vermelden dat dit onderzoek grotendeels plaatsvond tijdens de coronacrisis. Ondanks deze situatie hebben we, mede door de flexibele opstelling van alle betrokken partijen, het onderzoek kunnen voltooien. Wel heeft de situatie geleid tot enige vertraging, omdat fysieke onderdelen van het onderzoek (schouw, afspraken) tijdelijk stilgelegd waren en opnieuw en met aangepaste uitvoering gepland moesten worden. De coronacrisis heeft slechts beperkte invloed op de resultaten van dit onderzoek, omdat veel informatie gebaseerd is op data van voor de coronacrisis. Ook laat informatie uit de fysieke schouw gedurende coronacrisis een vergelijkbaar beeld zien met de informatie die tijdens de fysieke schouw vóór de coronacrisis naar voren kwam. Uiteraard heeft de coronacrisis een grote impact op de bedrijventerreinen. Die impact was gedurende dit onderzoek nog niet goed te duiden. Omdat het onderzoek was aangevangen voor de coronacrisis, is de impact van de coronacrisis geen nadrukkelijk onderdeel van dit onderzoek. Wel zijn in paragraaf 3.1 de verwachte effecten van coronacrisis voor de sectoren op bedrijventerreinen op hoofdlijnen beschreven.
1.5 Opbouw rapport Dit rapport is opgedeeld in zes hoofstukken. Na dit inleidende hoofdstuk gaan we in hoofdstuk 2 in op de hoofdlijnen van de gehanteerde methode voor de foto. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de resultaten van de meting gepresenteerd. De resultaten van de meting op bedrijventerreinenniveau zijn opgenomen in interactieve online dashboards, waar de resultaten per regio, gemeente en bedrijventerrein zijn in te zien. In hoofdstuk 4 wordt een toelichting op deze dashboards en het gebruik daarvan gegeven en is de link naar de dashboards te vinden.
16
Hoofdstuk 5 beschrijft de conclusies en in hoofdstuk 6 doen we aanbevelingen voor de vervolgstappen die de provincie, gemeenten en ondernemers kunnen zetten om aan de slag te gaan met toekomstvaste bedrijventerreinen. Om het rapport bondig en leesbaar te houden is er gebruik gemaakt van een technische verdieping en bijlagen. In de technische verdieping gaan we nader in op de gehanteerde methode. In bijlage 1 en 2 zijn overzichten opgenomen van de indicatoren die in het onderzoek zijn meegenomen en de kaarten met geschouwde en geanalyseerde bedrijventerreinen in de regio’s West-Overijssel en Twente. Voor het gebruik van de dashboards raden wij aan om eerst het rapport door te nemen, of deze bij de hand te hebben wanneer u met het dashboard aan de slag gaat. Op die manier heeft u een duidelijk beeld van welke informatie het dashboard u biedt (en wat niet) en welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van het dashboard.
17
2 Methode In dit hoofdstuk beschrijven we op hoofdlijnen de gehanteerde methode voor de foto van de bedrijventerreinen in Overijsel. In de technische verdieping is een uitgebreidere beschrijving van de methoden en indicatoren te vinden. •
2.1 Selectie bedrijventerreinen Dit onderzoek richt zich op alle bedrijventerreinen in Overijssel die geheel of gedeeltelijk in gebruik zijn. In 2020 telt Overijssel 353 formele IBISbedrijventerreinen6. In IBIS zijn diverse terreinen in fasen opgedeeld, terwijl deze eigenlijk als één terrein kunnen worden beschouwd. In dat geval zijn de terreinen samengevoegd. Na slim samenvoegen van enkele terreinen resteerden 339 formele bedrijventerreinen. Op deze terreinen is een selectie gemaakt waar de volgende terreinen niet in zijn meegenomen (zie ook figuur 2): • Bedrijventerreinen die alleen nog in plannen bestaan7 of onherroepelijk bestemmingsplan hebben, maar waar nog geen grond is uitgegeven. • Bedrijventerreinen <5 ha. In overleg met de provincie Overijssel is gekozen om een deel van deze kleinere terreinen niet mee te nemen in het onderzoek. Deze keuze is gemaakt omdat deze terreinen slechts één of enkele bedrijven bevatten. Hierdoor zijn sommige indicatoren niet in te vullen en zouden deze terreinen ruis veroorzaken in de dataset. Ook is geconstateerd dat deze
kleinere terreinen vaak niet te vergelijken zijn met de grotere terreinen qua opgaven en toekomstvastheid, en om een andere aanpak vragen. Na afweging van tijd en kosten is besloten het onderzoek te richten op de grotere terreinen waar de meeste banen zijn te vinden8. Om toch geen bedrijventerreinen te missen waar een specifieke vraagstuk/kans speelt, heeft de provincie voor een aantal relevante terreinen <5 ha een uitzondering gemaakt. Terreinen die tijdens de fysieke schouw niet toegankelijk blijken te zijn en dus niet gescoord kunnen worden.
Op die manier blijven er 170 terreinen over die we analyseren voor de ‘foto’. Het gaat hier om de grote bedrijventerreinen die samen goed zijn voor 93% van alle banen op bedrijventerreinen in Overijssel. Er bleken 12 terreinen niet toegankelijk te zijn, waardoor een fysieke schouw onmogelijk is. Deze terreinen zijn niet meegenomen in het rapport, maar de gegevens uit de data-analyse die voor deze terreinen beschikbaar zijn, zijn wel in de dashboards te raadplegen. Figuur 2: Selectie van terreinen die worden meegenomen in onderzoek Alle IBIS-planfasen: 353 Samenvoegen terreinen: 339 Selectie terreinen > 5 ha: 170
6
Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) waarin overheden informatie over bedrijventerreinen bijhouden 7 Hierbij gaat het om een ontwerp bestemmingsplan, plan in structuurvisie, of een vastgesteld bestemmingsplan waarbij de locatie in ontwikkeling is.
8
Gelet op de krapte van klassiek kleinschalige bedrijventerreinen, blijven ook de kleinere bedrijventerreinen - ondanks dat ze niet zijn meegenomen in dit onderzoek- van belang voor het economisch vestigingsklimaat.
18
2.2 Indeling in pijlers, thema’s en indicatoren De brede opgave om tot toekomstvaste bedrijventerreinen te komen is vertaald in drie pijlers; duurzaam & gezond, fysiekruimtelijk en sociaaleconomisch. Een toekomstvast bedrijventerreinen moet een gezonde plek zijn om te werken en een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Verder moet het terrein er fysiek-ruimtelijk goed bij liggen en uiteraard moet het terrein een goed vestigingsklimaat bieden en een positieve bijdrage leveren aan de economie. De pijlers en bijbehorende thema’s zijn het uitgangspunt waarlangs het onderzoek wordt uitgevoerd en de resultaten in beeld worden gebracht.
Toekomstvaste bedrijventerreinen, en de drie pijlers die samen een toekomstvast bedrijventerrein vormen, sluiten goed aan bij de Sustainable Development Goals (SDG’s)9. De pijler duurzaam en linkt met vier van de SDG’s (good health and well-being, afforable and clean energy, climate action en life on land) en heeft dus de grootste overlap. Pijler fysiek-ruimtelijke sluit goed aan op SDG 9 (industry, innovation and infrastucture) en de pijler sociaaleconomisch komt erg overeen met SDG 8: decent work and economic growth. Door in ze zetten op toekomstvaste bedrijventerreinen leveren de provincie, gemeenten en ondernemers direct en indirect een bijdrage aan de SDG’s. Figuur 4: Link tussen toekomstvaste bedrijventerreinen en Sustainable Development Goals
Samen met de provincie Overijssel, de gemeenten in Overijssel en VNONCW en MKB Midden-Nederland is tot een invulling van de pijlers gekomen. Op die manier hebben we een gezamenlijk beeld van het begrip toekomstvaste bedrijventerreinen bepaald, voordat we met de foto aan de slag zijn gegaan. Figuur 3: Pijlers van toekomstvaste bedrijventerreinen en bijbehorende thema’s
9
Zie https://sustainabledevelopment.un.org/
19
2.3 Dataverzameling- en verwerking De thema’s die binnen de pijlers duurzaam en gezond, sociaaleconomisch en fysiek-ruimtelijk vallen zijn geoperationaliseerd in verschillende indicatoren. In totaal zijn 97 indicatoren gebruikt om de toekomstvastheid van een bedrijventerrein te meten. De indicatoren vinden hun oorsprong in verschillende bronnen (zie ook figuur 5 en de technische verdieping in deel 2 van dit rapport). Gegevens over o.a. de oppervlakte, milieucategorie en beschikbare modaliteiten komen uit IBIS en Monitoring Overijsselse Bedrijventerreinen (MOB). Data over de werkgelegenheid en toegevoegde waarde komen uit het Bedrijven en Instellingen Register Overijssel (BIRO). Daarnaast zijn diverse kaartlagen gebruikt, die uit uiteenlopende bronnen komen zoals de Klimaateffectatlas, Atlas voor de Leefomgeving en Atlas Natuurlijk Kapitaal. In de dataverwerking zijn kaartlagen en data slim aan elkaar gekoppeld en zijn diverse berekeningen gemaakt om tot de meest relevante indicatoren te komen. In de technische verdieping zijn alle opgenomen indicatoren geoperationaliseerd. Veel van de data kan goed met behulp van bureauonderzoek verzameld worden. Een aantal indicatoren laten zich echter moeilijker van achter een computer meten. Voor het scoren van bijvoorbeeld de kwaliteit van de openbare ruimte en het vastgoed is veldwerk vereist.
Daarom is er voor dit onderzoek, aanvullend op de data- en GIS-analyse, een fysieke schouw uitgevoerd. Daarbij zijn alle 170 onderzochte terreinen in Overijssel fysiek bekeken. De meeste indicatoren die in de schouw beoordeeld zijn, vallen binnen de pijler fysiek-ruimtelijk.
Figuur 5: Overzicht van methoden WestOverijssel Twente
Data-analyse
Fysieke schouw
GIS-analyse
2.4 Indeling deelregio’s In het onderzoek zijn de resultaten uitgesplitst naar twee deelregio’s; Twente en West-Overijssel. De afbakening van deze deelregio’s is gebaseerd op de regio-indeling die de provincie Overijssel hanteert voor de regionale overleggen over programma-afspraken over bedrijventerreinen. Zie de kaart van de provincie in figuur 5 voor de regioindeling.
2.5 Segmentering Bedrijventerreinen zijn er in verschillende soorten en maten. Op verschillende typen terreinen doen zich dan ook andere kansen en uitdagingen voor. In §3.1 lichten we daarom opvallende resultaten die
20
gelden voor specifieke segmenten uit. We gaan in op haventerreinen, industriële terreinen en logistieke terreinen.
Ook voor alle indicatoren van de fysieke schouw geldt dat deze geen gemiddelde score van 3 laten zien.
2.6 Scores
Een aandachtspunt bij eventuele monitoring of vervolgonderzoek is het gebruik van gestandaardiseerde waarden (Z-scores), die het mogelijk maken om voor ieder terrein voor elke indicator een score van 1 tot 5 te bepalen. Om de ontwikkeling in de tijd goed te kunnen monitoren – je wilt bijvoorbeeld weten of de terreinen vooruitgang op een thema hebben geboekt – is het zaak om naar de ontwikkeling van de absolute waarden te kijken die in het onderzoek zijn gemeten, en niet de 1-5 scores naast elkaar te zetten. De 1-5 scores zijn immers bepaald op basis van de standaardafwijking ten opzichte van het gemiddelde van het betreffende jaar. Dat is goed bruikbaar om terreinen onderling te vergelijken binnen een jaar, maar minder goed bruikbaar om ontwikkeling over verschillende jaren in kaart te brengen.
Om de toekomstvastheid van bedrijventerreinen te bepalen en vergelijkingen te kunnen maken tussen regio’s, terreinen etc. zijn alle indicatoren omgerekend naar een score van 1 tot en met 5. Door met een 1-5 schaal te werken kunnen de indicatoren worden geaggregeerd naar scores per thema en pijler. Daarbij staat de score 5 voor een grote positieve bijdrage aan de toekomstvastheid van het terrein en de score 1 voor een achtergebleven positie van terrein op het betreffende thema of indicator. 2.6.1
Scoring data- en GIS-analyse
Het omrekenen naar de score op de 1-5 schaal is in veel gevallen toegepast door Z-scores te berekenen. Een Z-score is een gestandaardiseerde waarde, die zich met andere Z-scores laat vergelijken. De Z-scores zijn – vaak door gebruik te maken van standaardafwijkingen ten opzichte van de gemiddelde score – ingedeeld in 5 groepen, waardoor een score op een 1-5 schaal ontstaat. In een aantal gevallen is de score op basis van een vaste indeling of bureau-expertise bepaald. In de technische verdieping is voor iedere indicator te vinden op welke wijze de score is bepaald. Niet iedere indicator is dusdanig verdeeld dat de gemiddelde score van alle terreinen op een 3 uitkomt. Een voorbeeld hiervan is de indicator ‘aanwezigheid van windenergie’. Hier scoren veel terreinen een 2, omdat op deze terreinen geen windturbines aanwezig zijn. De gemiddelde score van de indicator windenergie komt hierdoor dus lager uit dan een 3.
2.6.2
Scoring fysieke schouw
De indicatoren die met de schouw worden gemeten, zijn direct op een schaal van 1 tot en met 5 gescoord. Bij het scoren wordt gebruik gemaakt van de kwaliteitsbeoordeling die gehanteerd wordt in de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2010. Ook is de situatie op de beoordeelde terreinen afgezet tegen het beeld op andere terreinen uit dit en uit eerdere onderzoeken naar toekomstvaste bedrijventerreinen. Aandachtspunten en kanttekeningen bij gehanteerde methode Bij de gehanteerde methoden kan een aantal kanttekeningen en aandachtspunten voor de interpretatie van de resultaten worden geplaatst: Indicatoren waarbij de 1-5 score met behulp van Z-scores zijn bepaald, hebben geen waardeoordeel gekregen. Die scores zijn gebaseerd op de afwijking ten opzichte van het gemiddelde. Nietgenormaliseerde scores, zoals het geval is bij de
21
schouwindicatoren, hebben wel een waardeoordeel gekregen. Het gemiddelde van een dergelijke indicator kan dus afwijken van 3. Een methodologische kanttekening hierbij is dat daardoor sommige interpretaties van hogere of lagere scores mede worden bepaald door die toegekende scores. De scores van de pijlers zijn gebaseerd op de scores van de onderliggende thema’s (die op hun beurt zijn gebaseerd op de indicatoren per thema). Op eenzelfde manier is de totaalscore voor de toekomstbestendigheid gebaseerd op de scores van de drie pijlers (en niet de scores van de thema’s/indicatoren achter deze pijlers). De score van enkele indicatoren hangt samen met de grootte van het terrein. We verdelen de terreinen in het resultatenhoofdstuk in drie groepen (koplopers, peloton en achtervolgers). Koplopers scoren meer dan één standaarddeviatie boven het gemiddelde en achtervolgers meer dan één standaarddeviatie onder het gemiddelde. Het aantal terreinen in de groepen is echter niet normaal verdeeld omdat niet alle indicatoren met Z-scores zijn bepaald. Genormaliseerde indicatoren moeten gemiddeld op een 3 uitkomen. Onderzoeksresultaten wijken daar soms van af de normalisering is toegepast op een iets grotere set aan terreinen dan uiteindelijk opgenomen in het onderzoek. In de technische bijlage in deel 2 van dit onderzoek is per indicator te zien op welke wijze de 1-5 score is toegekend.
2.6.3
Weging
Het verschilt per gebruiker van dit rapport en de dashboards welke aspecten van toekomstvaste bedrijventerreinen het meest belangrijk zijn. Om die reden is gekozen om in dit rapport geen weging toe te passen. Elke indicator telt even zwaar mee (technisch: met gewicht 1) in de score binnen een thema. De mogelijkheid om pijlers te wegen (meer belang toe te kennen dan een ander pijlers) wordt gebruikers geboden in de dashboards (zie ook hoofdstuk 4). Op alle in dit rapport genoemde resultaten is geen weging toegepast.
22
3 Resultaten Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van het onderzoek, waarbij de belangrijkste resultaten per pijler, thema of (groep) van indicatoren zijn geanalyseerd. De analyse is uitgevoerd voor een selectie van 170 bedrijventerreinen, zoals aangeven in paragraaf 2.1. Op basis van de omschreven methodiek is aan ieder bedrijventerrein op iedere indicator een score toegekend. De resultaten voor alle indicatoren per bedrijventerrein staan in de dashboards (zie hoofdstuk 4). 3.1 Algemene beeld bedrijventerreinen Bedrijventerreinen in Overijssel vervullen een belangrijke functie in de regionale economie: er zijn ca 184.000 banen gevestigd. Dat is 30,2% van het aantal banen in de provincie Overijssel. De 170 geanalyseerde terreinen nemen in totaal 5.476 netto ha in beslag. Hiervan bevindt 46% zich in West-Overijssel en 54% in Twente. Het aantal banen op bedrijventerreinen is in Twente hoger, terwijl de banendichtheid en de toegevoegde waarde op bedrijventerreinen in West-Overijssel hoger liggen. De gemiddelde score van toekomstvaste bedrijventerreinen in Overijssel is 3,0 op een schaal van 1- 5. In deze score zijn alle indicatoren even zwaar meegerekend. De score verschilt weinig tussen de regio’s. Verschillen in de score van bedrijventerreinen op toekomstvastheid bestaan met name binnen regio’s en in mindere mate tussen de regio’s, zoals de volgende paragrafen laten zien.
Tabel 1: Algemene kenmerken geanalyseerde bedrijventerreinen: banen, netto areaal, banendichtheid, toegevoegde waarde en score per regio in Overijssel
West-Overijssel Twente Overijssel
Aantal bedrijventerreinen 71 99 170
Aantal banen
Netto ha
85.575 98.094 183.669
2.508 2.967 5.476
Banendichtheid per ha 34,1 33,1 33,5
Toegevoegde waarde in € 7,4 mrd 8,2 mrd 15,6 mrd
Score toekomstvastheid 3,1 3,0 3,0
Verdeling terreinen: koploper, peloton en achtervolgers Zoals in de methoden is uitgelegd zijn de bedrijventerreinen in de analyse opgedeeld in drie groepen: koplopers, peloton en achtervolgers. De koplopers betreffen de terreinen die meer dan één standaarddeviatie boven de gemiddelde score liggen. De achtervolgers zijn terreinen die meer dan één standaarddeviatie onder de gemiddelde score liggen. Alle terreinen die minder dan één standaarddeviatie afwijken van de gemiddelde score, vallen binnen het peloton. Onderscheidende kenmerken koplopers Zaken waar terreinen in de koplopergroep zich in onderscheiden zijn voor de pijler duurzaam en gezond bijvoorbeeld: infiltratiemaatregelen (bijv. groene parkeervakken), voldoende groen/blauwe buffers tussen de bedrijfspanden en goede fiets- en wandelinfrastructuur (figuur 6). Voor de pijler fysiek-ruimtelijk kan een bedrijventerrein in de koplopergroep zich onderscheiden door de aanwezigheid van nieuwe en moderne bedrijfspanden, een goede bewegwijzering, voldoende parkeervakken en goed onderhouden infrastructuur. Bedrijventerreinen binnen de pijler sociaaleconomisch behorende tot de koplopergroep onderscheiden zich o.a. door een goede organisatiegraad. Idealiter is dat een georganiseerde samenwerking met een daaraan gekoppelde financiering (zie paragraaf 3.4).
Daarnaast kenmerkt een bedrijventerrein zich door een gezonde verhuisdynamiek met weinig incourante leegstand.
23
Figuur 6: Voorbeelden van koplopers per pijler
binnen de pijler sociaaleconomisch kampen met dalende werkgelegenheid en een gebrek aan samenwerking tussen de bedrijven. In figuur 7 staan voorbeelden van achtervolgers per pijler. Figuur 7: Voorbeelden van achtervolgers per pijler
Onderscheidende kenmerken achtervolgers Op terreinen die achterlopen binnen de pijler duurzaam en gezond is vaak weinig groen aanwezig, waardoor er weinig ruimte is voor biodiversiteit op het terrein. Daarnaast is er veel verharding, wat ervoor zorgt dat water moeilijk in de bodem kan infiltreren bij veel neerslag. Het ontbreken van wandel- of fietsinfrastructuur is een ander veelvoorkomend kenmerk. Binnen de pijler fysiek-ruimtelijk bestaan er op achtervolgerterreinen bijvoorbeeld problemen met betrekking tot een hoge parkeerdruk, matige kwaliteit van het vastgoed en een matige of slechte kwaliteit van de openbare ruimte. Ten slotte kan een terrein in de achtervolgergroep