04 Ontwerpbestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan.pdf
Tekst van het document
Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1. De belangrijkste conclusies volgen hieronder. In het akoestisch onderzoek wordt nog uitgegaan van 2 extra appartementen ter plaatse van de onderdoorgang en de fietsenstalling (totaal 32 appartementen). Uit onderzoek blijkt dat als gevolg van de gezoneerde Bornerbroeksestraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Deze overschrijding vindt plaats aan alle appartementen die grenzen aan de Bornerbroeksestraat. De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt inclusief aftrek artikel 110g Wgh 60 dB. Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevels van de ontwikkeling terug te dringen zijn onvoldoende doeltreffend of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Omdat de maximale ontheffingswaarde als gevolg van de Bornerbroeksestraat niet wordt overschreden, kunnen hogere waarden worden aangevraagd conform tabel 5.1. Tabel 5.1 Te verlenen hogere waarden locatie Bornerbroeksestraat Locatie Hoogste geluidbelasting Bron Deel wooncomplex grenzend aan de 60 dB Bornerbroeksestraat Bornerbroeksestraat Parallelweg Op de locatie Parallelweg worden 18 eensgezinswoningen en 4 pakhuizen gerealiseerd. Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de Kersenstraat/Thorbeckelaan, Wierdensestraat en de Rijksspoorweg.
Ook voor deze locatie is daarom akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen in bijlage 2. De belangrijkste conclusies volgen hieronder. Als gevolg van het wegverkeer wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB in het plangebied Parallelweg door geen enkele weg overschreden. Het is niet noodzakelijk om voor wegverkeerslawaai een hogere waarde aan te vragen. Als gevolg van het spoorweglawaai wordt bij 15 woningen in het plangebied niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 65 dB. Er zijn geen doelmatige maatregelen mogelijk waarmee de geluidbelasting kan worden gereduceerd.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
31
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Er wordt voldaan aan het gemeentelijke gebiedsgericht geluidbeleid. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat in de uitvoering rekening wordt gehouden met de aanvullende eis uit het beleid dat de lucht- en contactgeluidsisolatie-index tussen woningen met één geluidsklasse van 5 dB verhoogd dient te worden. Voor het plangebied dienen hogere waarden te worden aangevraagd conform tabel 5.2. Tabel 5.2 Te verlenen hogere waarden locatie Parallelweg Straat Aantal Woningen Appelstraat Parallelweg Parallelweg Parallelweg
1 2 11 1
A1 P10, P11 P1 t/m P9, P12, P13 P14
Geluidbelasting Lden (dB) 57 65 64 62
Ter verduidelijking zijn de betreffende woningnummers met geluidbelasting afgebeeld in figuur 5.1.
Figuur 4.1 Woningnummers met geluidbelasting (per bouwlaag) Ten gevolge van het rangeerterrein van Prorail wordt de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde bij geen enkele woning overschreden. Hiermee wordt tevens voldaan aan de ambitiewaarde van 50 dB(A) uit het gemeentelijk beleid.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
32
NL.IMRO.0141.00117-BP21
5.4
Trilling railverkeer
Aangezien de nieuwe woningen op de locatie Parallelweg nabij het spoor zijn geprojecteerd, is door adviesbureau Peutz onderzoek gedaan naar de optredende trillingniveaus ten gevolge van railverkeer (zie bijlage 3). De afstand is zodanig (20 meter tot de buitenste spoorstaaf) dat trillinghinder op voorhand niet kan worden uitgesloten. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat er een overschrijding plaatsvindt van de trillingniveaus in de bodem van de grenswaarden uit SBR Richtlijn B. De trillingniveaus zijn echter niet dusdanig hoog dat middels een goed gedimensioneerde fundering en voldoende stijve vloeren niet voldaan kan worden aan de grenswaarden voor nieuwe situaties uit SBR Richtlijn B. De benodigde dimensionering van de fundering en de vloeren kan in de ontwerpfase worden uitgevoerd. Het onderzoek geeft daarmee voldoende onderbouwing voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.5
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Ten behoeve van de beoogde woningbouw is door Econsultancy voor beide locaties een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek voor de locatie Bornerbroeksestraat is bijgevoegd als bijlage 4. Dit onderzoek beslaat het braakliggende terrein binnen het plangebied.
Voor het (inmiddels gesloopte) pand op de locatie Bornerbroeksestraat 21 is afzonderlijk onderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek voor de locatie Parallelweg is bijgevoegd als bijlage 6. Voor de Parallelweg is tevens een nader bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek bodem uitgevoerd, dat is opgenomen in bijlage 7. Hierna volgen de belangrijkste conclusies uit de uitgevoerde onderzoeken. Bornerbroeksestraat In de boven- en ondergrond van de gehele onderzoekslocatie zijn in verschillende gradaties baksteen, glas, kolengruis, puin en slakken aangetroffen. Mede gelet op de ouderdom van de voormalige bebouwing op de onderzoekslocatie en het ontbreken van informatie over de destijds toegepaste bouwmaterialen in de voormalige bebouwing, is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van asbest. Uit de analyseresultaten is gebleken dat de zintuiglijk verontreinigde boven- en ondergrond licht is verontreinigd met kwik, lood, PCB en/of PAK. In de zintuiglijk schone boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen en zink.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
33
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Deze locatie behoort tot het oude gedeelte van het stadscentrum. Mogelijk zijn de lichte verontreinigingen eveneens te relateren aan de voormalige bebouwing op de onderzoekslocatie. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Econsultancy adviseert in verband met het aantreffen van baksteen(resten) om een verkennend asbest in bodem conform de NEN 5707 te laten uitvoeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Het verkennend onderzoek asbest is uitgevoerd door milieutechnisch adviesbureau Vink. De volledige rapportage is bijgevoegd als bijlage 5. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt dat op enkele plekken asbestverdacht materiaal is waargenomen. De asbestconcentratie blijft echter ruimschoots beneden de interventiewaarde en het criterium voor nader onderzoek asbest. Parallelweg De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. Verder is de bovengrond plaatselijk zwak baksteenhoudend en zwak kolengruishoudend. Ter plaatse van boring 09 (ten noorden van de Perenstraat) is de bovengrond matig puinhoudend en sterk kolengruishoudend.
De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. Ook is de bovengrond ter plaatse van boring 09 licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, minerale olie en PCB, matig verontreinigd met zink en sterk verontreinigd met PAK. Daarnaast is de bovengrond licht verontreinigd met lood, zink en minerale olie en matig verontreinigd met PAK. In het grondwater op de onderzoekslocatie zijn lichte verontreinigingen met barium, cadmium, nikkel, zink en xylenen aangetoond. Econsultancy adviseert nader bodemonderzoek te laten instellen naar de aard en omvang van de geconstateerde verontreinigingen met PAK en zink ter plaatse van boring 09. Op basis van de sloop die in het verleden op de onderzoekslocatie heeft plaatsgevonden en de zintuiglijke bijmengingen die tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn waargenomen, bestaat aanleiding een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy adviseert daarom om een onderzoek asbest in de bodem conform de NEN 5707 te laten uitvoeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Het nader bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek bodem zijn tevens uitgevoerd door Econsultancy (Bijlage 7).
Op basis van analyseresultaten wordt de sterke zink verontreiniging in de grond als afgeperkt beschouwd. Op vrijwel de gehele onderzoekslocatie zijn verontreinigingen met PAK aangetoond. De verontreinigingen met PAK zijn afgeperkt tot de contour Maximale Waarde Wonen, circa 1.270 m2. Binnen deze contour zijn op 3 locaties sterke verontreinigingen met PAK aangetoond. De hoeveelheid grond Maximale Waarde Wonen bedraagt circa 1.900 m3, hiervan is circa 60 m3 sterk verontreinigd. Geadviseerd wordt, voorafgaande aan de herontwikkeling van het terrein, de PAK-verontreiniging te saneren op basis van een saneringsplan of een melding Besluit Uniforme Saneringen. De aard en opzet van de sanering zal in overleg met de opdrachtgever van de sanering worden vastgesteld. Gezien het toekomstige gebruik en de verontreinigingssituatie zal sanering naar verwachting inhouden het verwijderen van de met PAK verontreinigde grond (verontreinigd in gehalten > Generieke Maximale Waarde Wonen) in ieder geval tot een diepte van 1 m -toekomstig peil. Zintuiglijk zijn in de boringen verspreid over de gehele onderzoekslocatie verontreinigingen met baksteen, beton en puin aangetroffen. In de geanalyseerde grondmengmonsters is geen asbest aangetoond.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
34
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Conclusie Voor de locatie Bornerbroeksestraat bestaat geen reden voor nader onderzoek. Ook geven de aangetroffen gehalten asbest geen aanleiding tot nader onderzoek. Ten slotte zijn in het pand Bornerbroeksestraat 21 geen asbesthoudende materialen aangetroffen. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt op deze locatie geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Ter plaatse van de Parallelweg vormden de geconstateerde verontreinigingen met PAK en zink ter plaatse van boring 09 aanleiding tot nader bodemonderzoek. Ook is op basis van het advies een onderzoek asbest in de bodem uitgevoerd. In het nader bodemonderzoek zijn de aangetroffen verontreinigingen met zink en PAK afgeperkt. Geadviseerd wordt om de PAK verontreiniging te saneren. In het verkennend asbestonderzoek bodem is ter plaatse geen asbest aangetoond. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het Tijdelijk Handelingskader voor PFAS, of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Verificatie Bodemonderzoek Parallelweg Aanleiding In opdracht van de gemeente Almelo is een verificatieonderzoek uitgevoerd, met als doel om te bepalen of de eerder bepaalde omvang van 3 verontreinigingskernen en met PAK en/of zink juist zijn of dat mogelijk sprake is van toevalstreffers op puntbronnen van (zeer) beperkte omvang. Voorafgaand aan onderhavig onderzoek zijn een tweetal verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn vrijwel gelijktijdig uitgevoerd (zonder dat beide partijen die de onderzoeken uitvoerden daarvan op de hoogte waren). In het onderzoek van Ortageo, in opdracht van de gemeente Almelo (kenmerk 211806/R01, d.d. 6 februari 2020). In het onderzoek zijn maximaal licht verhoogde waarden gemeten in grond en grondwater. In het onderzoek van Econsultancy, (kenmerk 10775.001, 24 december 2019) zijn in de grond op een drietal plaatsen sterk verhoogde gehalten met PAK aangetoond. Vanwege de resultaten van het verkennend onderzoek heeft een nader onderzoek plaatsgevonden (kenmerk 10775.002, 24 maart 2020). Daarin is geconcludeerd dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (2 contouren met een totaal van 60 m³ sterk met PAK verontreinigde grond).
Omdat in het nader onderzoek voorbij is gegaan aan de (recente) historie van de locatie (sloop, uitvlakking, aanvulling) en de vermoedelijke heterogeniteit van de verontreiniging is het verificatie-onderzoek in opdracht van de gemeente Almelo uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. Resultaten Het onderzoek betreft een maatwerk onderzoek. Op de locatie is sprake van een bodemverontreiniging welke kan worden aangemerkt als niet-ernstig geval van bodemverontreiniging. Ook is nog een stortgat aangetroffen waarin het eerder gemeten sterk verhoogd PAK-gehalte niet is bevestigd. Indien ter plaatse van deze verontreinigingen graafwerkzaamheden plaatsvinden wordt aanbevolen de verontreinigingen te verwijderen. Aanbevolen wordt ook de verontreinigingen te verwijderen indien de locatie ter plaatse van de verontreiniging niet wordt verhard (gebruik tuin). Opgemerkt wordt dat de verontreiniging een heterogeen voorkomen heeft en dat mogelijk elders op de locatie ook sprake is van verontreinigingen in de bodem die pas bij graafwerk worden aangetroffen. Voor deze mogelijke verontreinigingen geldt ook dat wordt aanbevolen ze te verwijderen indien de locatie ter plaatse van de verontreiniging niet wordt verhard (gebruik tuin).
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
35
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Er zijn op basis van de milieuhygiënische bodemkwaliteit, bij de voorgenomen inrichting, geen belemmeringen voor het verlenen van de omgevingsvergunning, activiteit bouw of voor de bestemmingswijziging van de locatie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorziene ontwikkeling.
5.6
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Regelgeving en beleid Op grond van de Erfgoedwet, het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (artikel 3.6.1 lid 1) en het beleid van de gemeente Almelo dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische en cultuurhistorische waarden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied, dus niet alleen van archeologische waarden. Daarnaast moeten ze aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt ingegaan op de in het plangebied aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Het deel van de Erfgoedwet dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2021 in werking treedt.
Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Onderzoek Bornerbroeksestraat De locatie Bornerbroeksestraat valt buiten de 'Historische kern van Almelo'. In het bestemmingsplan 'Centrum Zuid' is voor deze locatie dan ook geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Archeologisch onderzoek is voor deze locatie niet noodzakelijk. Parallelweg Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt voor het zuidelijke deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting middelhoog’.
Ter plaatse van deze dubbelbestemming is voor nieuw te bebouwen oppervlak kleiner dan 5.000 m2 geen omgevingsvergunning vereist. Omdat de oppervlakte van het plangebied circa 3.300 m2 bedraagt, hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
36
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Cultuurhistorie Toetsingskader Vanaf 1 januari 2012 is het verplicht om in ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Om een stabiele en meer structurele basis te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, is per 1 januari 2012 aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegevoegd dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen niet alleen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden onder de grond (archeologische waarden), maar ook met waarden boven de grond. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een bestemmingsplangebied, en daar conclusies aan moeten verbinden die in het bestemmingsplan verankerd worden. Onderzoek Bornerbroeksestraat In het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten en monumenten aanwezig. Wel bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel, in de omgeving van het plangebied enkele gemeentelijke monumenten. Negatieve effecten op deze gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden is niet aan de orde. De Bornerbroeksestraat maakt onderdeel uit van het historische infrastructuurnetwerk. Zoals aangegeven in paragraaf 4.3 is de ambitie van de provincie om dit netwerk meer zichtbaar te maken.
Hier wordt een bijdrage aan geleverd door het herstel van de oude straatwand langs de Bornerbroeksestraat. Parallelweg In het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten en monumenten aanwezig. Negatieve effecten op gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden zijn niet aan de orde. Conclusie Er zijn op beide locaties of in de directe omgeving daarvan geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Ook wordt met de beoogde ontwikkeling aan de Bornerbroeksestraat een bijdrage geleverd aan het herstel van de oude straatwand langs de Bornerbroeksestraat. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de archeologische en cultuurhistorische waarden de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staan.
5.7
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn).
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
37
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.
De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Wierdense Veld ligt op circa 8,3 km ten westen van het plangebied Parallelweg en 8 km van het plangebied Bornerbroeksestraat. Het dichtstbijzijnde onderdeel van Natuurnetwerk Nederland bevindt zich op circa 4,5 km ten zuiden van de Parallelweg en 3,7 km van de Bornerbroeksestraat. Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
38
NL.IMRO.0141.00117-BP21
waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Door de ruime afstand wordt ook de kans klein geacht dat het invloed heeft op het Wierdense Veld op het gebied van stikstof. Momenteel is het terrein op beide locaties braakliggend. De beoogde woningen worden gasloos gebouwd waardoor er geen gebouwemissies zijn. Dat betekent dat het plan enkel stikstofemissies veroorzaakt als gevolg van de toename in verkeersgeneratie ten opzichte van de huidige situatie en in de aanlegfase door het nodige gebruik van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen. Om te berekenen hoe hoog de stikstofdepositie zal zijn, is met AERIUS een berekening uitgevoerd. Locatie Bornerbroeksestraat De Aeriusberekening van de stikstofdepositie voor de Bornerbroeksestraat is opgenomen in bijlage 9. In de berekening is uitgegaan van een worst case scenario van 32 appartementen. Uit de berekening met Aerius blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Voor zowel de aanleg- als gebruiksfase staat de Wet natuurbescherming het project niet in de weg. Locatie Parallelweg De Aeriusberekening van de stikstofdepositie voor de Parallelweg is opgenomen in bijlage 10. Uit de berekening met Aerius blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Voor zowel de aanleg- als gebruiksfase staat de Wet natuurbescherming het project niet in de weg.
Soortenbescherming Locatie Bornerbroeksestraat Op 5 november 2019 is door Adviesbureau Mertens een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving. De rapportage van deze quickscan is bijgevoegd als bijlage 11. Uit het verkennend veldonderzoek kan geconcludeerd worden dat het voorkomen van en negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om opgaand groen te rooien buiten het broedseizoen en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen. Dit kan gedaan worden door bijvoorbeeld vogelverschrikkers te gebruiken. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Overijssel. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten. De plannen aan de Bornerbroeksestraat zijn niet in strijd met het gestelde in de Wet natuurbescherming.
Locatie Parallelweg Op 20 juni en 5 november 2019 is door Adviesbureau Mertens een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving. De rapportage van deze quickscan is bijgevoegd als bijlage 12. Uit het verkennend veldonderzoek kan geconcludeerd worden dat het voorkomen van en negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om opgaand groen te rooien buiten het broedseizoen en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen. Dit kan gedaan worden door bijvoorbeeld vogelverschrikkers te gebruiken. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Overijssel. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten. De plannen aan de Parallelweg zijn niet in strijd met het gestelde in de Wet natuurbescherming.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
39
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. De Wet natuurbescherming staat de ontwikkeling niet in de weg. Wel dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels te worden gestart of wanneer geen broedgeval aanwezig is. Daarnaast is voor eventuele aanwezige soorten de algemene zorgplicht van kracht.
5.8
Externe veiligheid
Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet.
Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk Externe veiligheidsbeleid 2015-2018 is vastgesteld in maart 2014.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
40
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Onderzoek
Figuur 5.1 Uitsnede professionele risicokaart met plangebied rood omcirkeld Bornerbroeksestraat Volgens de professionele risicokaart liggen op grote afstand van het plangebied Bornerbroeksestraat twee risicovolle inrichtingen: spoorwegemplacement Almelo en Preston Palace. De spoorlijn Almelo Hengelo ligt op minimaal 195 meter ten westen van het plangebied. Over de spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Spoorwegemplacement Formeel wordt het spooremplacement van Almelo nog als risicovolle inrichting beschouwd omdat dit emplacement is genoemd in bijlage 3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Deze vermelding in bijlage 3 is inmiddels achterhaald, omdat het rangeren met wagons, geladen met gevaarlijke stoffen, niet meer plaatsvindt binnen deze inrichting. Er wordt derhalve niet verder ingegaan op deze risicobron. Preston Palace Aan de Laan van Iselohn 1 is inrichting Preston Palace aanwezig waar opslag plaatsvindt van 3.000 liter natriumhypochloriet, vloeistof die zeer giftige gassen kunnen vormen. De risicocontour bedraagt 60 meter en ligt binnen de inrichtingsgrens. Er is geen invloedsgebied aanwezig, de risicobron wordt derhalve verder buiten beschouwing gelaten. Transport gevaarlijke stoffen over spoor Over de spoorlijn vindt vervoer plaats van gevaarlijke stoffen.
Het invloedsgebied bedraagt meer dan 4 kilometer als gevolg van het vervoer van stofcategorie D4, toxische stoffen. Het maatgevende invloedsgebied voor het groepsrisico bedraagt 460 meter. De locatie Bornerbroeksestraat ligt op een afstand van minimaal 195 meter. De dichtstbijzijnde woninggevel ligt op circa 200 meter van het spoor. Vanwege de volgende redenen kan een berekening van het groepsrisico achterwege blijven: de afstand tot de dichtstbijzijnde woninggevel bedraagt circa 200 meter (voor ruimtelijke ontwikkelingen niet binnen 200 meter van een transportroute kan een berekening van het groepsrisico achterwege blijven); de toename van het aantal personen als gevolg van de ontwikkeling in verhouding tot de personen in het invloedsgebied van het spoor (stedelijk gebied van Almelo) is beperkt. Dit in combinatie met de afstanden van de woningen tot het spoor (200 meter en meer) kan een toename van 10% van het groepsrisico uitsluiten; voor de gemeente Almelo is berekend dat er door het vaststellen van het Basisnet spoor geen overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico is te verwachten (0,2 maal de oriënterende waarde van het groepsrisico) (bron: Basisnet spoor gemeente Almelo, 2011).
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
41
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Het groepsrisico hoeft dan ook niet in berekend te worden. In het kader van het Bevt dient wel het groepsrisico te worden verantwoord en dient te worden ingegaan op de aspecten bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ook het appartementencomplex aan de Bornerbroeksestraat wordt goed ontsloten vanaf meerdere windrichtingen waardoor de bereikbaarheid goed te noemen is. Van belang is verder dat voor een scenario bleve (boiling liquid expanding vapour explosion) een (nood)uitgang aanwezig is die van de bron af gericht is zodat aanwezige personen van de bron af kunnen vluchten. Bij een toxisch scenario is het van belang dat het ventilatiesysteem handmatig kan worden uitgeschakeld zodat de mensen kunnen schuilen in het gebouw. In het kader van het vooroverleg wordt advies gevraagd aan de veiligheidsregio. Parallelweg Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, vindt er in de omgeving van het plangebied geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water, de weg of door buisleidingen (zie figuur 5.2).
Figuur 5.2 Uitsnede professionele risicokaart met plangebied zwart omkaderd Spoorwegemplacement Wel bevindt zich het spooremplacement van Almelo ten noorden van het plangebied. Dit heeft geen externe werking op het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen over spoor Daarnaast bevindt zich het spoortraject Hengelo – Deventer op een afstand van circa 30 meter van het plangebied. Omdat de afstand minder is dan 200 meter, moet het groepsrisico inzichtelijk worden gemaakt middels een QRA. Dit is uitgevoerd door AVIV en toegevoegd als bijlage 13. Uit het onderzoek blijkt dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige situatie een factor 0.07 keer de oriëntatiewaarde. Hierdoor kan worden volstaan met een beknopte verantwoording. Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
42
NL.IMRO.0141.00117-BP21
in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Bornerbroeksestraat en de Parallelweg. Deze wegen sluit aan op het verdere wegennetwerk van Almelo. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen in totaal 54 woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. Bij deze groepen wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de verzorgers/ouders de kinderen en ouderen zullen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het spoor geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen.
Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Conclusie Bornerbroeksestraat De benoemde risicovolle inrichtingen zijn op een grote afstand van het plangebied gelegen waardoor deze niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie. Voor het spoor is vanwege de beperkte toename van het groepsrisico en doordat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt geen berekening nodig. De bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van het plangebied wordt als voldoende beschouwd. Wel moet rekening gehouden worden dat de gebouwen geschikt zijn om enkele uren in te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Ook is het van belang dat een (nood)uitgang aanwezig is die van de bron af gericht is. Verder zijn geen risicovolle bronnen aanwezig in de omgeving die een belemmering vormen. De externe veiligheidssituatie in het plangebied is positief te noemen. Parallelweg Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoortraject Hengelo – Deventer waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Uit de QRA (bijlage 13) blijkt dat het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie een factor 0.07 keer de oriëntatiewaarde is.
Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving geen risicovolle bronnen aanwezig met een externe werking op het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.9
Kabels en leidingen
Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Bornerbroeksestraat Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
43
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Parallelweg Door de Appelstraat loopt een rioolleiding die ook als zodanig in het geldende bestemmingsplan is bestemd. De vigerend bestemming is in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. De leiding staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Voor het overige zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig.
5.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.2 weergegeven. Tabel 5.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Onderzoek Bornerbroeksestraat Het totale aantal woningen in het plangebied neemt toe met maximaal 30 woningen.
Het plan draagt daarom in niet betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende meetpunt betreft de Violierstraat ter hoogte van de
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
44
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Brouwerijstraat, direct ten zuiden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in de prognose voor 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 16,1 µg/m³ voor NO2, 16,9 µg/m³ voor PM10 en 9,9 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Parallelweg De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 22 eengezinswoningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Aalderinksingel, direct ten westen van het plangebied.
Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in de prognose voor 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 16 µg/m³ voor NO2, 16,7 µg/m³ voor PM10 en 9,8 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. Ter plaatse van beide plangebieden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.11 Bedrijven en milieuhinder Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling een belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen te kunnen maken, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Onderzoek en conclusie Bornerbroeksestraat De Bornerbroeksestraat betreft een uitloper van het centrumgebied. De omliggende bebouwing aan de noordzijde van de Bornerbroeksestraat betreffen woningen. Aan de zuidzijde van de Bornerbroeksestraat is een medisch centrum gevestigd. De naastgelegen bebouwing heeft een gemengd karakter, passend bij een centrumgebied.
Gezien de lichte vormen van bedrijvigheid wordt geconcludeerd dat er bij de beoogde woningen geen sprake zal zijn van milieuhinder. Ter plaatse van het appartementencomplex is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Parallelweg In de omgeving van de Parallelstraat zijn er voornamelijk woningen en maatschappelijk functies gevestigd. Ook valt het plangebied in de geluidzone van het spoor. Hierdoor de omgeving getypeerd kan worden als 'gemengd gebied'. Ten noorden bevindt zich het station Almelo. Volgens de VNG-publicatie valt een spoorstation onder categorie 3.2 met een richtafstand van 50 meter voor
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
45
NL.IMRO.0141.00117-BP21
geluid. Hier wordt met een afstand van circa 24 meter niet aan voldaan. Het maatgevende aspect betreft geluid. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 5.3). Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd en ter plaatse van het plangebied.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
46
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.
6.1
Waterbeheer en watertoets
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Almelo, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan is overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling.
6.2
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Partiele herziening omgevingsvisie voor kaderrichtlijn water en richtlijn overstromingsrisico's Gemeentelijk Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (GRP4) Waterplan Almelo (2002) Waterschapsbeleid Waterschap Vechtstromen verzorgt sinds 1 januari 2014 het waterbeheer in Twente, Noordoost Overijssel en Zuidoost Drenthe. Vechtstromen is ontstaan door de fusie van de waterschappen Velt en Vecht en Regge en Dinkel. Op het gebied is het waterbeheerplan 2016-2021 van toepassing. Het waterschap is verantwoordelijk voor een optimaal waterbeheer en voor de instandhouding van het voor Twente karakteristieke bekensysteem. Dat betekent dat ervoor gezorgd wordt dat het oppervlakte- en grondwater kwalitatief en kwantitatief aansluit bij het maatschappelijk gebruik van de grond. Het waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft hoe het waterschap de doelstellingen wil realiseren.
Door klimaatverandering komen extreme buien vaker voor, met als gevolg grotere risico's op wateroverlast. Daarmee ligt een opgave om in de toekomst extreme situaties die vaker gaan voorkomen het hoofd te kunnen bieden. Daarom zijn maatregelen niet alleen nodig in het watersysteem en in de ruimtelijke ordening maar wil het waterschap ook werken aan een groter bewustzijn bij inwoners over de risico's op wateroverlast. KlimaatActieve Stad (KAS) Als Klimaat Actieve Stad Stedenband Twente, kortweg KAS, hebben de gemeenten Almelo, Enschede en Hengelo, waterschap Vechtstromen en provincie Overijssel de krachten gebundeld. De rode draden uit de ‘Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen’ zijn als uitgangspunten genomen. De gemeente Almelo streeft een grondwaterstand na, die geen structurele overlast veroorzaakt bij bewoners en bedrijven. Nieuwe ontwikkelingen, zowel openbaar als particulier, moeten zodanig
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
47
NL.IMRO.0141.00117-BP21
worden ontworpen en ingericht dat de toekomstige bewoners/gebruikers geen hinder ondervinden van (te) hoge grondwaterstanden. Het oplossen van grondwaterproblemen achteraf kost een veelvoud van maatregelen tijdens de bouwfase. De grondwateroverlast wordt bestreden (en bij nieuwbouw voorkomen) volgens de voorkeursstrategie: ophogen; aanleggen extra oppervlaktewater; aanleggen grondwatertechnische maatregelen. Pas als ophogen of extra oppervlaktewater in een deelgebied niet realistisch is, komen grondwatertechnische maatregelen zoals drainages, in beeld. Bij nieuwbouw worden in principe geen grondwatertechnische maatregelen aangelegd. Voor de ontwatering gelden de volgende criteria: wegen minimaal 0,80 m boven de GHG; openbaar groen minimaal 0,50 m boven de GHG; vloerpeilen minimaal 1,00 m boven de GHG. Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 De gemeentelijke doelstellingen op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater staan in het verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (vGRP) 2011-2015. Met dit vGRP geeft de gemeente Almelo invulling aan een duurzame inzameling en verwerking van afvalwater, hemelwater en overtollig grondwater en een duurzaam beheer van het gemeentelijk rioolstelsel. Riolering draagt namelijk bij aan de Volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving en beschermt de bodem, het grond- en oppervlaktewater.
De aanleg en het beheer van riolering zorgt dat verontreinigd afvalwater uit de directe leefomgeving wordt verwijderd en voorkomt de directe ongezuiverde lozing van afvalwater op bodem- of oppervlaktewater. Daarnaast zorgt riolering voor de ontwatering van de bebouwde omgeving door naast het afvalwater van huishoudens en bedrijven ook het overtollige regenwater van daken, pleinen, wegen e.d. en het overtollige grondwater apart in te zamelen en af te voeren. Waterplan Almelo Het Waterplan is in 2002 vastgesteld en beschrijft de samenhangende visie op het integrale watersysteem en de waterketen in de omgeving. Het plan zet in op het verbeteren van milieukwaliteit, het vergroten van belevingswaarde en het scheiden van waterstromen in waterketen en watersysteem.
6.3
Huidige situatie
Algemeen Het plangebied ligt in het (binnen)stedelijk gebied van Almelo en bestaat uit drie plangedeeltes: Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan. Bodem en grondwater Locatie Bornerbroeksestraat Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem in de omgeving uit lemig fijn zand. Er is sprake van grondwatertrap VI. Dat wil zeggen dat de hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden de maaiveldhoogte bevindt en de laagste meer dan 120 cm beneden het maaiveld. Uit de grafieken van http://publiek.twentswaternet.mosgeo.com/ blijkt dat tussen de plangedeeltes peilbuis: pb10.07 aanwezig is. Het normpeil bedraagt 10.43, RHG 10.24 en het RLG 9.72. Het maaiveld op deze locatie is +11.13 m (NAP). Locatie Parallelweg Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd. In de omgeving is er voornamelijk sprake van zwaklemig fijn zand. Ook wat betreft de grondwatertrap is het plangebied niet gekarteerd. In de omgeving van het plangebied is er voornamelijk sprake van grondwatertrap III. Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand schommelt tussen 80 en 120 centimeter.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
48
NL.IMRO.0141.00117-BP21
De grondwaterstanden zijn voor het overgrote deel afhankelijk van het peil van het oppervlaktewater en de hoogteligging van het maaiveld ten opzichte van het waterpeil. Het maaiveld ligt op circa 11 meter boven NAP. Uit de grafieken van http://publiek.twentswaternet.mosgeo.com/ blijkt dat in de nabije omgeving van de Parallelweg peilbuis: pb14.10 aanwezig is. Het normpeil bedraagt 10.35, GHG 9.93 en GLG 9.53. Het maaiveld op deze locatie is +11.05 m (NAP). Locatie Thorbeckelaan Dit gedeelte van het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. In de omgeving bestaat de grond uit zavel met homogeen profiel. Met betrekking tot grondwater is in de omgeving van het plangebied sprake van grondwatertrap Vb. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand schommelt tussen 25 en 40 centimeter onder maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand ligt op 120 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 3,8 meter +NAP. Waterkwantiteit Locatie Bornerbroeksestraat In de nabijheid van de woningbouwlocatie Bornerbroeksestraat zijn geen watergangen aanwezig die zijn opgenomen op de legger. Locatie Parallelweg Ook in de nabijheid van de woningbouwlocatie Parallelweg zijn geen watergangen aanwezig die zijn opgenomen op de legger.
Locatie Thorbeckelaan Ook in de nabijheid van de woningbouwlocatie Thorbeckelaan zijn geen watergangen aanwezig die zijn opgenomen op de legger. Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen de plangebieden of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van de plangebieden. Veiligheid en waterkeringen De plangebieden bevinden zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De locatie aan de Bornerbroeksestraat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. De locatie aan de Parallelweg bestaat momenteel uit grasland en is niet aangesloten op het rioleringsstelsel. De locatie aan de Thorbeckelaan is momenteel ook aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel.
6.4
Toekomstige situatie
Algemeen Locatie Bornerbroeksestraat De locatie Bornerbroeksestraat was tot 10 jaar geleden volledig bebouwd zoals weergegeven in figuur 6.1. De locatie bestaat in de huidige situatie grotendeels uit een grasveld met daarbij een appartementencomplex met achterliggende garageboxen en naastgelegen oprit/parkeerplaats. Op basis van het vigerende bestemmingsplan kan dit gebied deels worden bebouwd. Het gebied beschikt over een 15 meter diep bouwvlak langs de Bornerbroeksestraat dat volledig mag worden bebouwd. Daarnaast zijn buiten het bouwvlak bijbehorende bouwwerken toegestaan waarbij maximaal 50% van het bouwperceel dat buiten het bouwvlak is gelegen mag worden bebouwd.
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan
49
NL.IMRO.0141.00117-BP21
Figu ur 6.1 Situatie locatie Bornerbroeksestraat 2005 Parallelweg Ook de locatie Parallelweg was tot enkele jaren geleden nog deels bebouwd. Op basis van het geldende bestemmingsplan kunnen binnen drie bouwvlakken woningen met bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. Thorbeckelaan Op basis van het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Wonen'. Op deze locatie staan momenteel een aantal woonblokken met gestapelde woningen. De twee woonblokken in het plangebied worden gesloopt. In deze woonblokken zijn in totaal 48 woningen gevestigd. Er worden geen nieuwe woningen gebouwd, het plangebied wordt omgezet naar 'Groen'. Waterkantiteit Locatie Bornerbroeksestraat Ten opzichte van de eerdere inrichting van de locatie Bornerbroeksestraat (2005) is geen sprake van een toename van de hoeveelheid oppervlakteverharding. Om te voorkomen dat bij hevige regenval een grote druk ontstaat op het bestaande rioolleringsnetwerk, wordt ten behoeve van de infiltratie van hemelwater het parkeerterrein uitgevoerd met waterdoorlatende straatstenen. Zo kan het water gemakkelijk weglopen in de ondergrond. Het kratten systeem wordt hier toegepast, hiermee wordt een ondergrondse waterbuffer gecreëerd. De grondwateroverlast wordt voorkomen volgens de voorkeursstrategie van de gemeente. Parallelweg
ontwerp bestemmingsplan Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan