CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag raadsvergadering 19 februari 2026 met voortzetting op 3 maart 2026

Gemeenteraad 31 maart 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Vaststellen verslag d.d. 19 februari 2026 met voortzetting op 2 maart 202626.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een gesprek met de directeur van Veilig Thuis zou wellicht een oplossing zijn om te kijken wat er nu wel of niet mogelijk is. Wat vraagt het van een organisatie en wat vraagt het van het bestuur. Mevrouw Dubois (BAS) zegt dat alles wat BAS wilde zeggen, in het amendement verwoord staat. De heer Nabih (PvdA) mede namens GL, zegt dat PvdA en GL vinden dat het college een passieve houding aanneemt omtrent het GGD dossier. PvdA en GL hebben er grote zorgen over dat de GGD aan de ene kant bezuinigd maar aan de andere kant de opvoedondersteuningstaken elders inkoopt. Deze keuze vergroot het risico op versnippering en verlies van samenhang en het wegvallen van de expertise binnen de GGD. Er blijkt geen technische kosten/baten analyse te zijn uitgevoerd dus men weet niet wat de impact zal zijn op de langere termijn. Ook is onduidelijk welke visie het college hanteert op de toekomst van de GGD. Is het een losse ingreep of een koerswijziging? De PvdA stelt vragen over de bovenstaande constateringen. Beantwoording door het college in eerste termijn Wethouder Te Beest bevestigt dat hij in de commissie heeft gezegd dat het college het amendement kan omarmen. Het gaat om de volgorde der dingen. De wethouder herkent zich niet in de woorden van OLV dat het college een laffe houding aanneemt.

De directeur van de GGD is van harte bereid om met de commissie van gedachten te wisselen over Veilig Thuis. De GGD heeft de ambitie uitgesproken altijd, waar mogelijk, te willen verbeteren. Op Noord-Holland Noord niveau moet er zwaar bezuinigd worden op de GGD. Dat had gevolgen voor de opvoedadviseurs. Gemeente Alkmaar heeft een eigenstandig besluit genomen over de opvoedondersteuning. Mevrouw Vermeulen (OLV) zegt dat het leuk is dat de directeur van de GGD een ambitie heeft uitgesproken maar inmiddels is men 1,5 jaar verder. Is het een ambitie waar de GGD tien jaar de tijd voor heeft? Dan is men echt te laat. Wethouder Te Beest zegt dat OLV doet voorkomen of er niets gebeurd is binnen de GGD terwijl uit raadsstukken blijkt wat er allemaal wel gedaan is. De heer Nabih (PvdA) stelt een verduidelijkingsvraag over de opvoedadviseurs. De PvdA snapt de logica niet. 28

Wethouder Te Beest zegt dat de gemeenteraad de opdracht heeft gegeven voor de taakstelling bij GGD. Er is een heel pakket aan maatregelen aan de GGD voorgelegd waartoe alle gemeenten in Noord-Holland Noord er een bezuinigingsopdracht voor moesten geven. De budgetten voor de opvoedondersteuning worden nu gevonden binnen eigen kaders. Tweede termijn van de raad Mevrouw Vermeulen (OLV) is nog steeds teleurgesteld in de beantwoording door de wethouder. Slachtoffers worden gewoon niet geholpen en zijn er de dupe van. Aangezien men door moet zal OLV het voorstel, met een hele diepe zucht, wel steunen. De heer Nabih (PvdA) mede namens GL. PvdA en GL stemmen in met het amendement maar de heer Nabih mist antwoord op de vraag hoe voorkomen wordt dat de expertise en integriteit binnen de GGD verloren gaat. Welke visie heeft het college op de GGD op de langere termijn? Is het een trend die men vaker gaat zien? En wanneer komt de maatschappelijke kosten/baten analyse? De raad heeft minder grip op marktpartijen dan op de GGD. Beantwoording door het college in tweede termijn Wethouder Te Beest reageert op de vraag over de maatschappelijke kosten/baten analyse. De gemeente Alkmaar had al opvoedadviseurs en wil deze ook graag houden. Als het niet binnen de GGD kan, dan regelt Alkmaar het zelf en daar zit de meerwaarde.

Er wordt geen maatschappelijke kosten/baten analyse gemaakt en het is ook geen koerswijziging. Dezelfde mensen zijn aan de slag, tijdelijk nog onder de vlag van de GGD, maar onder de financiële regie van de gemeente. De expertise en het beleid is gewoon geborgd bij de GGD. Het is verankerd in het totale kader. De heer Nabih (PvdA) merkt op dat als de GGD wordt uitgekleed en het moet later weer worden opgebouwd dan kost het veel meer moeite. De PvdA verwacht dat er wel degelijk expertise kwijt raakt. Begrijpt de PvdA het goed dat het eenmalige actie is dat er eerst wordt bezuinigd en dat het dan bij een marktpartij wordt uitbesteed? Wethouder Te Beest zegt dat dit het gevolg is van de bezuinigingsdiscussie die met de raad is gevoerd. De wethouder verwacht niet dat het in de nabije toekomst nog eens zal gebeuren maar kan niet in de verdere toekomst kijken. Stemming Mevrouw Meijnen (D66) heeft niet aan de stemming deelgenomen. Het amendement is unaniem aangenomen. Stemverklaring mevrouw De Jong (D66): D66 is trots op de VVD en zal voor het geamendeerde raadsvoorstel stemmen. Voor het geamendeerde raadsvoorstel stemmen: LA, PvdD, FVD, SPA, CU, VVD, CDA, SvdH, LVL, BAS, SP, D66, OLV, OPA. Tegen het geamendeerde raadsvoorstel stemmen: PvdA, GL. Het geamendeerde raadsvoorstel is aangenomen met 29 stemmen voor en 8 stemmen tegen.

27 Raadsvoorstel Zienswijze begrotingswijziging 2026 Veilig Thuis Er wordt door de raad geen gebruik gemaakt van de termijnen. Stemming Mevrouw Meijnen (D66) heeft niet aan de stemming deelgenomen. Het raadsvoorstel is unaniem aangenomen. 20 Raadsvoorstel Voorbereidingskrediet ontwikkeling Sluiseiland Eerste termijn van de raad Mevrouw Bouchier (GL) mede namens de PvdA, dient een motie in en licht de motie toe. 20-M-1 Motie - GL PvdA OPA SPA OLV LVL BAS - Tijdelijke maatschappelijke invulling stolpboerderij Sluiseiland- Van leegstand naar levendigheid: geef de stolpboerderij op Sluiseiland nú een maatschappelijke functie De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Constaterende dat: 29

• De herontwikkeling van Sluiseiland naar verwachting over vijfjaar van start gaat; • In de tussentijd aanzienlijke middelen worden ingezet voor beheer, onderhoud en beveiliging van het gebied; • De stolpboerderij op Sluiseiland volgens het raadsvoorstel de komende jaren behouden blijft, en wordt opgeknapt voor nog nader te bepalen invulling waarbij genoemd wordt anti-kraak en tijdelijk gebruik. Overwegende dat: • Een periode van vijf jaar geen korte tussenfase is, maar een substantiële periode; • Leegstand en beperkt gebruik als anti-kraak kansen laat liggen voor de stad en het gebied; • Er in Alkmaar en andere gemeenten goede ervaringen zijn met tijdelijke maatschappelijke invulling van gebouwen, zoals flexwonen, makersruimtes en ontmoetingsplekken; • De stolpboerderij al een woonbestemming heeft, en een tijdelijke invulling niet toekomstige definitieve keuzes belemmert; • Grote en structurele keuzes over de uiteindelijke invulling van Sluiseiland in een latere fase aan de orde komen, wanneer het integrale plan voor het gebied wordt besproken; Het wenselijk is om de stolpboerderij in de tussenliggende jaren actief en maatschappelijk te gebruiken, in plaats van deze hoofdzakelijk te beheren en af te sluiten. Verzoekt het college: 1.

Te onderzoeken hoe de stolpboerderij in de loop van 2026, na de eigendomsoverdracht, tijdelijk cultureel-maatschappelijk kan worden ingevuld, door: - ruimte voor kunstenaars en makers; - een kleinschalige ontmoetingsplek of tijdelijke publieksfunctie; - de mogelijkheid voor flexwonen/tiny houses naast de boerderij. 2. Daarbij uit te gaan van een zo eenvoudig mogelijke inrichting, zonder ingrijpende verbouwing en zonder toekomstige ontwikkelkeuzes vast te leggen. 3. Tot het moment dat een andere invulling van het perceel gerealiseerd wordt, hierbij een redelijke termijn in overleg met belangstellenden af te spreken van minimaal 1 jaar. 4. De raad zo spoedig mogelijk te rapporteren over de mogelijkheden, randvoorwaarden en eventuele knelpunten van deze tijdelijke invulling, met als expliciete bedoeling dat – indien haalbaar – direct aansluitend kan worden gestart met de uitvoering. En gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend door: T. Bouchier (GL), D. Rubio Borrajo (PvdA), V. Kloos (OPA), A. Epskamp (SPA), T. Vermeulen (OLV), R. van Lier (LVL), R. Haverlag (BAS)

De heer Wittebrood (FVD) is op zich enthousiast over het voorstel maar vraagt wat men er precies mee gaat doen. FVD wil echt niet dat het een plek wordt waar overlastgevers ondergebracht worden. Mevrouw Bouchier verwijst naar de motie waarin staat dat de boerderij een culturele functie krijgt met mogelijkheid tot ontmoeting en een mogelijkheid voor tiny houses rondom de boerderij. De heer Kloos (OPA) zegt dat OPA dit voorstel ook in de commissie heeft gedaan. OPA is benaderd door kunstenaars die, overigens zonder subsidie, er tijdelijk hun intrek willen nemen. De heer Epskamp (SPA) is positief gestemd dat er steun is voor het behoud van de stolpboerderij. Het vraagt om een zorgvuldige inpassing in de plannen en om een duurzame herbestemming. SPA heeft er vertrouwen in dat het college er op een goede manier mee aan de slag gaat. De heer Haverlag (BAS) is positief over het raadsvoorstel en dient de motie mede in. BAS is voorstander van het behoud van historisch erfgoed. De heer Van Veen (CU) zegt dat de CU een groot voorstander is van het wachten met investeren in deze stolp tot er over 9 maanden duidelijkheid is. De CU vraagt hoe het college aankijkt tegen de motie en hoe de wethouder aankijkt tegen de kosten die naar voren worden gehaald. De heer Jonk (CDA) zegt dat het CDA instemt met het voorbereidingskrediet.

Het CDA is in principe voorstander van de motie maar wil wel dat het tijdelijke karakter geen claim legt op een permanent karakter. De gemeente moet uiteindelijk zelf kunnen besluiten wat er met de stolpboerderij gebeurt. De heer Kloos (OPA) wijst erop dat er met culturele ondernemers concrete afspraken te maken zijn dat zij vertrekken zodra er gebouwd gaat worden. 30

De heer Jonk is ervan op de hoogte. De vraag aan de wethouder is om concrete afspraken te maken en zeker als erin staat dat er bewoning mogelijk is. Er moeten kaders zijn dat bewoning mag mits de bewoners vertrekken zodra er gebouwd wordt. De heer Van Gorp (D66) zegt dat D66 voor het raadsvoorstel zal stemmen. D66 vindt de motie een sympathiek idee, D66 is niet tegen maar heeft wel enkele kritische vragen. De lengte van de tijdelijke invulling moet wel de moeite waard zijn. Waar is de periode van vijf jaar op gebaseerd? D66 heeft de wethouder in de commissie horen zeggen dat de wethouder hoopt, voor het einde van het jaar, met een plan te komen. D66 hoopt dat er daarna vaart gemaakt kan worden. En aan welke startdatum denken de indieners nu de termijn van 2 maanden uit de motie is geschrapt. Kan de stolpboerderij wel snel betrokken worden? Het gebouw moet toch aan bepaalde eisen voldoen. D66 wacht de beantwoording door de wethouder af. Beantwoording door het college in eerste termijn Wethouder Schouten zegt dat het college deze motie moet ontraden omdat de stolp niet op korte termijn te betrekken is. Op dit moment zijn er geen voorzieningen zoals verwarming, elektra, water, sanitair. Er moet een bedrag worden besteed van 73.000 euro om de eenmalige bouwkundige aanpassingen te doen. De wethouder bevestigt dat hij van plan is om in Q4-2026 naar de raad te komen met een plan.

Als de kosten nu naar voren worden gehaald dan is het strijdig met de toezegging om in Q4-2026 met een plan te komen. Het college stelt voor om in Q4 met een voorstel te komen of tijdelijk gebruik mogelijk is en wat de daadwerkelijke kosten zullen zijn. Mevrouw Bouchier (GL) vraagt of de wethouder het voorstel dan niet beter over een jaar had kunnen doen. Wethouder Schouten antwoordt dat hij zo veel mogelijk snelheid wil maken. Hij wil alles nu ‘in de boeken hebben’ zodat het echt noodzakelijke dingen zoals het groenonderhoud dat die alvast kunnen worden gedaan en dan zaken, die nog niet direct nodig zijn, nog even kunnen wachten. Om die reden wordt er gesproken over een termijn van vijf jaar. Mevrouw Bouchier vraagt of het college dan niet beter een raadsvoorstel kan presenteren voor het onderhoud dat dit jaar noodzakelijk is. Wethouder Schouten begroot bij voorkeur ruimer dan dat er daadwerkelijk nodig is. De heer Van Veen vraagt of de motie uitvoerbaar is als de motie wordt aangenomen. Wethouder Schouten zegt dat het mogelijk is maar dat betekent dat hij een aantal investeringen inderdaad naar voren zal moeten halen die hij bij voorkeur bij het grotere plan betrekt. Als er daarna een andere besluit door de raad wordt genomen dan is het een desinvestering. De gemeente is nu nog geen eigenaar van de grond. Overdracht van de grond zal op zijn vroegst eind Q2 plaatsvinden.

De heer Van Veen vraagt of het college eind Q2 dan alvast de vergunning uit kan zetten en is het dan realistisch dat het begin Q3 klaar is om de stolp tijdelijk in gebruik te nemen. Wethouder Schouten heeft op deze technische vraag op dit moment geen antwoord. Er gaat tijd overheen en dan loopt het per definitie al richting Q4. De heer Kloos (OPA) vraagt of de wethouder dan in Q4 het definitieve plan heeft of staat de boerderij daarna ook nog een tijd leeg of zou de motie dan uitgevoerd kunnen worden, op een later moment. Wethouder Schouten zegt dat er wat hem betreft, in Q4 een definitief plan ligt hoe men verder gaat. Het gaat de heer Kloos om de overgangsperiode dat het pand dan nog leeg staat. Wethouder Schouten zegt dat er op een later moment een beter overzicht is wat er mogelijk is. De heer Haverlag (BAS) vraagt of de kans groot is dat er plannen worden gemaakt waarin de boerderij niet past? Op dat moment zal het echt een desinvestering zijn. Wethouder Schouten zegt dat sloop en kaveluitgifte in Q4 aan de raad wordt voorgelegd. De heer Peters (VVD) heeft in de krant gelezen dat de boerderij een ‘uitgewoond hok’ is.

Heeft het college budget om de boerderij aan te passen aan het bouwbesluit zodat er eventueel mensen ontvangen kunnen worden? Is het bedrag van 73.000 euro dan genoeg of heeft het college veel meer geld nodig? Wethouder Schouten zegt dat als de boerderij moet worden verbouwd voor een woonbestemming dan heeft men het over een veel hoger budget. Het bedrag van 73.000 euro is alleen voor de hoogstnoodzakelijke aanpassingen. De heer Jonk (CDA) vraagt de wethouder om in de overwegingen mee te nemen om de boerderij te verplaatsen, als blijkt dat de boerderij de woningbouw belemmert, zodat de boerderij wel behouden kan blijven. Wethouder Schouten neemt de suggestie mee. De heer Kloos (OPA) vraagt of de wethouder ook in gesprek wil gaan met de culturele ondernemers die er zelfs in deze staat gebruik van willen maken. Wethouder Schouten zegt dit toe. De voorzitter schorst de vergadering om 23.12 uur. De vergadering wordt hervat op maandag 2 maart om 19.30 uur.

31

Openbare raadsvergadering van maandag 2 maart 2026 om 19.30 uur Voorzitter: mevrouw A.M.C.G. Schouten Griffier: mevrouw V.H. Hornstra Aanwezig zijn de leden: dhr. H. Adriaanse, mw. M. Biesheuvel (LA), mw. J.C.L.L. Bijl (BAS), dhr. B. Bilbal (BAS), mw. M.N. Bolte (LA), mw. C.A.M. Bouchier (GL), dhr. E. Bromlewe (GL), mw. D.F.M. Dubois-Veenhuis (BAS), dhr. A.J. Epskamp (SPA), dhr. M. Ezhar (LA), mw. C.H. Garcia (GL), dhr. J.E. van Gorp (D66), dhr. R.M. Haverlag (BAS), mw. A.M.P.A. de Jong (D66), dhr. F.H.J. Jonk (CDA), mw. M.A. Kardinaal (GL), dhr. V.H. Kloos (OPA), mw. E.C. Konijn (D66), dhr. T.A.P. van Kralingen (OPA), dhr. G.P.J. Kuyper (CDA), dhr. R. van Lier (Lijst Van Lier), mw. S.J. Meijnen (D66), mw. S.M. Pesie (PvdD), dhr. W.J. Peters (VVD), dhr. K. Pinar (PvdD), dhr. G.W.J. Postma (BAS), dhr. J. van der Rhee (VVD), dhr. D. Rubio Borrajo (PvdA), dhr. R. Seignette (GL), dhr. S.H. Smit (D66), mw. S. Spek (SvdH), dhr. R.C.M.M. van Veen (CU), mw. T. Vermeulen (OLV), dhr. R.E. Wijdoogen (SP), dhr. M.E.R. Wiegman (VVD), dhr. J.C. Wittebrood (FVD), dhr. G.P.C.C. Zucotti (OPA). Wethouders: dhr. R.G. te Beest, dhr. J. Hoekzema, C.D. Peetoom, dhr. L.A.J. Ruiter, dhr. C.C. Schouten. Afwezig: dhr. M. de Boer (PvdA), dhr. M. Nabih (PvdA). Heropening De voorzitter heropent de vergadering en heet iedereen van harte welkom.

20 Raadsvoorstel Voorbereidingskrediet ontwikkeling Sluiseiland Na de eerste termijn van de raad is er schorsing gevraagd door mevrouw Bouchier (GL). Tweede termijn van de raad Mevrouw Bouchier (GL), mede namens de PvdA, zegt dat de motie is aangepast zodat de wethouder zoveel mogelijk ruimte krijgt om te kunnen beginnen. En dat de indieners tegelijkertijd een periode zouden willen hebben van minimaal een jaar dat mensen, waarvan de indieners denken dat ze er kaas van hebben gegeten, een mooie ontwikkeling kunnen beginnen zodat Sluiseiland een prachtige levendige plek wordt in plaats van een verloren plek. Reactie van het college in tweede termijn Wethouder Schouten zegt dat de motie nu veel beter uitvoerbaar is. Leegstand en beperkt gebruik als anti-kraak kansen is echter wel eenvoudiger dan flexwonen/tiny houses. De heer Kloos (OPA) vraagt of het college al contact heeft gehad met de culturele ondernemers. Zo nee, wil de wethouder dan spoedig contact opnemen want de culturele ondernemers zitten er echt op te wachten. Wethouder Schouten vond het ongepast om al actie te ondernemen voordat de motie in stemming is gebracht. De wethouder heeft toegezegd contact op te nemen om te bepalen wat de mogelijkheden zijn. Stemming Stemverklaring de heer Ezhar (LA): er is onduidelijkheid over het gebied en de toekomst van de boerderij. Dat maakt het lastig om een oordeel te geven.

LA besluit om voor het raadsvoorstel te stemmen. Het raadsvoorstel is unaniem aangenomen. Stemverklaring de heer Kloos (OPA): OPA stemt zeer enthousiast voor deze motie. Dank voor de samenwerking met GL en PvdA. Dit resultaat is goed voor Alkmaar. Stemverklaring de heer Van Gorp (D66): D66 stemt in met de gewijzigde motie. De kanttekening is dat er alleen wordt uitgevoerd wat uitvoerbaar is. De voorkeur gaat uit naar de invulling met de kunstenaars. De motie is aangenomen met 35 stemmen voor en 1 stem tegen (CU).

32

21 Raadsvoorstel Afwegingskader samenwerken en fuseren Alkmaar Eerste termijn van de raad De heer Rubio Borrajo (PvdA) zegt dat PvdA en GL volledig achter het afwegingskader staan. De PvdA en GL dienen een amendement in dat wordt toegelicht door de heer Rubio Borrajo. 21-A-1 Amendement PvdA, GL, D66, CDA, OPA, SPA, VVD, OLV, SvdH Instellen raadswerkgroep toekomstige bestuurlijke ontwikkelingen De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Voorgesteld Besluit: 1. De raad besluit het afwegingskader fuseren en samenwerken vast te stellen. Aan te vullen met: Besluit: 2. Een raadswerkgroep “Toekomstige bestuurlijke ontwikkelingen Alkmaar” in te stellen, bestaande uit 1 vertegenwoordiger per fractie en de burgemeester als voorzitter. De werkgroep wordt waar nodig ambtelijk en door de griffie ondersteund in haar opdracht. De kosten voor de instandhouding, werkzaamheden en ondersteuning van de raadswerkgroep worden gedekt uit het bestaande raadsbudget. De raadswerkgroep krijgt als opdracht: 1. Strategische positionering van Alkmaar • Het uitvoeren van een vervolgonderzoek richting een gezamenlijke strategische positiebepaling van de gemeente Alkmaar binnen de regio. 2.

Voorbereidende werkzaamheden bij nieuwe ontwikkelingen • Het tijdig voorbereiden van scenario’s, informatie en processtappen wanneer zich bestuurlijke ontwikkelingen voordoen, conform het afwegingskader TOELICHTING Het voorliggende afwegingskader is een belangrijk instrument vormt voor toekomstige afwegingen rond samenwerking en fusie. Uit het afwegingskader en de context blijkt dat Alkmaar tijdig en zorgvuldig strategische keuzes moet kunnen voorbereiden. In de commissievergadering van 3 februari 2026 is breed benadrukt dat de gemeenteraad zelf regie wil houden op dit soort majeure bestuurlijke processen. De gemeenteraad moet een actieve, kader stellende en richtinggevende rol vervullen bij eventuele toekomstige ontwikkelingen rond samenwerking en fusie. Een gestructureerde en permanente vorm van raadsbetrokkenheid is noodzakelijk om tijdig voorbereid te zijn wanneer zich nieuwe initiatieven of scenario’s aandienen. Het afwegingskader benoemt expliciet dat politieke regie aan de voorkant essentieel is bij bestuurlijke keuzes. Een raadswerkgroep is een geschikt instrument om het proces zorgvuldig te organiseren, informatie tijdig te duiden en scenario’s voor te bereiden.

De instelling van een raadswerkgroep is bovendien noodzakelijk om invulling te kunnen geven aan eventuele verzoeken van andere gemeenten om medewerking te verlenen aan een verkenning naar samenwerking of fusie, zodat de raad hierop ordentelijk, transparant en voorbereid kan reageren. Een raadswerkgroep stelt de gemeenteraad in staat om proactief en consistent te handelen, los van de actualiteit van een specifiek verzoek. Ondertekend door: D. Rubio Borrajo (PvdA), M. Kardinaal (GL), D. van Gorp (D66), F. Jonk (CDA), V. Kloos (OPA), A. Epskamp (SPA), J. van der Rhee (VVD), T. Vermeulen (OLV), S. Spek (SvdH)

De heer Van Lier (LVL) schaamt zich voor het raadsvoorstel dat is voorgelegd aan de raad. De motie, die tot dit afwegingskader geleid heeft, riep op tot een discussiestuk. Het voorliggende raadvoorstel is, wat LVL betreft, geen afwegingskader. Een afwegingkader zou objectief moeten zijn maar dit afwegingskader schreeuwt ‘fusie, fusie, fusie’, het document staat vol met spelfouten, is duurbetaald en het woord ‘inspraak’ komt er slechts 1 keer in voor. LVL dient een amendement en een motie in. 21-A-2 Amendement – LVL PvdD SP FVD - Fusie? Vraag het eerst aan inwoners! Indiener(s)/politieke partij LVL, PvdD, SP, FVD Datum raadsvergadering 19-02-2026 Agendapunt/nummer 21-A-2 Onderwerp Fusie? Vraag het eerst aan inwoners! - RV Afwegingskader samenwerken en fuseren Alkmaar De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Voorgesteld Besluit: 33

1. De raad besluit het afwegingskader fuseren en samenwerken vast te stellen. Te wijzigen / aan te vullen met: Besluit: 1. De raad besluit het afwegingskader fuseren en samenwerken vast te stellen, met dien verstande dat de bijlage van dit raadsvoorstel ‘Afwegingskader fuseren en samenwerken’, op bladzijde 4, stap 7 wordt aangepast naar: Stap 7: Betrek de samenleving en organiseer een raadplegend referendum. Hoe kijkt de samenleving er tegenaan: krijgen we een betere of sterkere gemeente door de fusie of samenwerking en/of zien bewoners, bedrijven en organisaties hiervoor andere wegen? Organiseer directe burgerparticipatie ter voorbereiding van definitieve oordeelsvorming en besluitvorming over de fusie of strategische samenwerking. Doe dit in de vorm van een raadplegend referendum. Maak de politieke keuzevraagstukken (stap 1) expliciet onderdeel van het raadplegend referendum. Maak daarbij inzichtelijk wat de keuzemogelijkheden zijn. De raad weegt de uitkomsten van het referendum bij het vormen en toetsen van de voorlopige oordeelsvorming over de politieke keuzevraagstukken. Een fusie of strategische samenwerking is geen doel op zich. De uitkomsten van het raadplegend referendum kunnen aanleiding geven om naast de voorliggende fusie of samenwerking ook andere oplossingsrichtingen of aandachtspunten te betrekken bij de verdere besluitvorming.

Deze worden, met behoud van focus op het voorliggende onderwerp, betrokken bij het vervolg van het proces.

Motie 21-M-1 – LVL - Fusie? Vraag het eerst aan inwoners! - raadpleging RV Afwegingskader samenwerken en fuseren Alkmaar De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Constaterende dat: • er grote bezorgdheid heerst onder inwoners over de mogelijke bestuurlijke fusie; • veel inwoners hun zorgen hebben geuit over het verlies van lokale identiteit en voorzieningen; • er behoefte is aan een transparante en democratische besluitvorming rondom een ingrijpende kwestie als een fusie; • de kaders, rapporten en onderzoeken onvoldoende houvast bieden om een goed besluit te kunnen nemen zonder brede inspraak van onze inwoners. Overwegende dat: • een bestuurlijke fusie ingrijpende en langdurige gevolgen heeft voor de bestuurlijke inrichting, lokale democratie en identiteit van de gemeente; • inwoners direct worden geraakt door een bestuurlijke fusie en het daarom wenselijk is hen actief te betrekken bij de besluitvorming hierover; • via een inwonersraadpleging inwoners hun mening kenbaar kunnen maken, wat bijdraagt aan draagvlak en legitimiteit van het uiteindelijke besluit; • het organiseren van een inwonersraadpleging voorafgaand aan een definitief besluit past binnen het streven naar transparante besluitvorming en versterking van de lokale democratie. De raad spreekt uit: 1.

Een inwonersraadpleging te organiseren op een nader te bepalen moment, alvorens een definitief besluit te nemen over het aangaan van een bestuurlijke fusie, zodat alle inwoners de gelegenheid krijgen zich uit te spreken over de voorgenomen fusie. En gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend door: R. van Lier (LVL)

De heer Van Gorp (D66) vraagt of LVL ook geteld heeft hoe vaak het woord ‘participatie’ voorkomt? Het woord ‘participatie’ komt 15 keer voor. De heer Van Lier zegt dat er niet duidelijk vermeld staat of inspraak/participatie ook daadwerkelijke gedaan wordt. De heer Rubio Borrajo (PvdA) merkt op dat het idee van het afwegingskader is dat het apolitiek is opgesteld. Waarom trekt LVL nu 1 politiek paradepaard naar voren? Het doet, wat de PvdA betreft, geen recht aan het politieke proces dat men gezamenlijk doorlopen heeft. De heer Van Lier is van mening dat het proces zou moeten beginnen met het raadplegen en het luisteren naar inwoners. De PvdA en LVL voeren een korte discussie die geen nieuwe informatie oplevert. De heer Jonk (CDA) vraagt wat het maakt dat LVL vindt dat het een tunnelvisie is. De heer Van Lier vindt dat de nadelen van een fusie te weinig aan bod komen in het stuk. 34

De heer Jonk (CDA) zegt dat het CDA vindt dat er een goed doordachte leidraad ligt voor als er een verzoek tot fusie komt. Het CDA zal het raadsvoorstel en amendement 21-A-1 van harte steunen. Amendement 21-A-2 en motie 21-M-1 krijgen geen steun van het CDA. De heer Van Lier (LVL) vraagt of het CDA ervan op de hoogte is dat een leidraad iets heel anders is dan een afwegingskader. De heer Jonk is ervan op de hoogte. De heer Van Gorp (D66) zegt dat D66 vindt dat Alkmaar voorbereid moet zijn op de toekomst. Het is voor D66 essentieel dat de raad zelf de regie houdt. D66 steunt het amendement 21-A-1 van harte. D66 is van mening dat een raadgevend referendum niet het meest geschikte instrument is bij een fusietraject tussen gemeenten. Het zijn complexe processen met vele organisatorische en juridische stappen die zich niet laten vangen in een simpele ja/nee vraag. D66 steunt amendement 21-A-2 niet. De heer Van Lier vraagt hoe de raadswerkgroep, die in beslotenheid vergadert, bijdraagt aan de democratische controle. De heer Van Gorp wijst erop dat de gemeenteraad democratisch gekozen is door de inwoners. Een raadswerkgroep is, wat D66 betreft, een prima instrument om zaken voor te bereiden. De beraadslaging over het eindelijk besluit vindt in de openbaarheid plaats.

De heer Epskamp (SPA) zegt dat SPA het uitermate belangrijk vindt dat Alkmaar niet langer ad hoc kijkt naar samenwerking of fusie. Het voorliggende voorstel is geen eindproduct. SPA vindt de aanzet buitengewoon waardevol. SPA steunt het amendement 21-A-1 van harte. SPA steunt het amendement 21-A-2 en motie 21-M-1 niet. De heer Van der Rhee (VVD) zegt dat de discussie over fusies langs beter gekanaliseerde paden moet verlopen en dat is precies wat het afwegingskader voorstelt. De VVD kan zich er uitstekend in vinden en dat geldt ook voor het amendement 21-A-1. De VVD steunt amendement 21-A-2 en motie 21-M-1 niet en daar is een hele goede reden voor. Mevrouw Vermeulen (OLV) zegt dat OLV kan instemmen met samenwerking of fusie, alleen als het aantoonbaar financieel en kwalitatief beter is. Als inwonersparticipatie, toezicht en bestuurlijke verantwoording gegarandeerd blijft. Het afwegingskader is een prima stuk. OLV zal tegen amendement 21-A-2 en motie 21-M-1 stemmen omdat het aan de volgende raad is om het te wijzigen. Het amendement 21-A-1 dient OLV mede in. De heer Pinar (PvdD) zegt dat de PvdD optimistisch gestemd is over het afwegingskader, hopelijk komt het in de toekomst ook goed. Amendement 21-A-1 wordt gesteund door de PvdD. Ten aanzien van amendement 21-A-2: de PvdD geeft de voorkeur aan het burgerberaad maar een raadgevend referendum werkt ook goed bij fusies.

De PvdD dient amendement 21-A-2 mede in. De heer Wijdoogen (SP) zegt dat de SP in het afwegingskader een raadgevend referendum mist. De SP heeft vertrouwen in de inwoners die een goed oordeel kunnen geven over de wenselijkheid van een fusie. De heer Wittebrood (FVD) steunt het raadsvoorstel hoewel FVD geen voorstander is van fuseren met omliggende gemeenten. FVD kan zich vinden in de argumenten die in het afwegingskaders staan. Ook FVD mist in het afwegingskader de beslissende stem van de inwoners. Het gaat voor de dorpen, die nu al bij de gemeente Alkmaar horen, echt impact hebben als er een gemeente wordt toegevoegd. De aandacht verdeeld zich over een groter gebied. Mevrouw Bolte (LA) zegt dat LA er heel bewust voor heeft gekozen om niet aan de raadswerkgroep deel te nemen. LA heeft destijds tegen de motie gestemd om met ondersteuning van een extern adviesbureau een discussiestuk op te stellen. LA vond het zonde van de tijd, de energie en het geld. Wat LA betreft staat het rapport vol algemeenheden. LA is tegen schaalvergroting omdat de afstand tussen inwoners en gemeente steeds groter wordt. De verhouding in de raad zal eveneens wijzigen. LA vindt de schaalgrootte van de gemeente Alkmaar groot genoeg. Alleen Sint-Pancras en het noordelijke deel van Koedijk zouden nog bij Alkmaar kunnen worden gevoegd en dat geldt ook voor de inwoners van Spijkerboor.

LA steunt het raadsvoorstel niet. LA heeft op zich niets tegen een raadgevend referendum. Wanneer er een voorstel ligt om met een andere gemeente te fuseren, is een raadgevend referendum een optie. Als amendement 21-A-2 wordt aangenomen maakt het onderdeel uit van het raadsvoorstel. LA stemt tegen het raadsvoorstel en zal het amendement dus niet steunen. De heer Van Lier (LVL) vraagt of LA de motie wel zou willen steunen.

35

Mevrouw Bolte denkt er nog even over na maar verwacht niet dat LA de motie steunt aangezien deze motie niets toevoegt. De heer Postma (BAS) zegt dat BAS het afwegingskader volmondig kan steunen. BAS staat niet negatief tegenover een raadswerkgroep maar vindt het voorbarig. BAS wil eerst afwachten of gemeenten überhaupt met Alkmaar willen fuseren. BAS is tegen amendement 21-A-2 en en motie 21-M-1 omdat het niet aan de orde is. Tweede termijn van de raad De heer Wijdoogen (SP) pleit er nogmaals voor om amendement 21-A-2 te steunen. Stemming Voor amendement 21-A-1 stemmen: PvdD, SPA, CU, VVD, CDA, SvdH, SP, PvdA, GL, D66, OLV, OPA. Tegen amendement 21-A-1 stemmen: LA, FVD, LVL, BAS. Het amendement is aangenomen met 27 stemmen voor en 10 stemmen tegen. Voor amendement 21-A-2 stemmen: PvdD, FVD, LVL, SP. Tegen amendement 21-A-2 stemmen: LA, SPA, CU, VVD, CDA, SvdH, BAS, PvdA, GL, D66, OLV, OPA. Het amendement is verworpen met 5 stemmen voor en 32 stemmen tegen. Voor het geamendeerde raadsvoorstel stemmen: PvdD, FVD, SPA, CU, VVD, CDA, SvdH, BAS, SP, PvdA, GL, D66, OLV, OPA. Tegen het geamendeerde raadsvoorstel stemmen: LA, LVL. Het geamendeerde raadsvoorstel is aangenomen met 33 stemmen voor en 4 stemmen tegen. De heer Van Lier (LVL) vraagt voor de motie een hoofdelijke stemming aan. Voor motie 21-M-1 stemmen: Van Lier, Pesie, Pinar, Wijdoogen, Wittebrood.

Tegen motie 21-M-1 stemmen: Kuyper, Meijnen, Peters, Postma, Van der Rhee, Rubio Borrajo, Seignette, Smit, Spek, Van Veen, Vermeulen, Wiegman, Zucotti, Adriaanse, Biesheuvel, Bijl, Bilbal, Bolte, Bouchier, Bromlewe, Dubois, Epskamp, Ezhar, Garcia, Van Gorp, Haverlag, De Jong, Jonk, Kardinaal, Kloos, Konijn, Van Kralingen. De motie is verworpen met 5 stemmen voor en 32 stemmen tegen. 22 Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp 2026 Eerste termijn van de raad Mevrouw Konijn (D66) licht het ingediende amendement toe. 22-A-1 Amendement - D66 SP GL PvdA LVL BAS - Geen belangrijke woorden vergeten in een belangrijke verordening De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Voorgesteld Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen. Aan te vullen met: Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen, met dien verstande dat aan artikel 5.2 op pagina 20 in het eerste lid, regel 1 na ‘formele’ het woord ‘hulp’ wordt toegevoegd. Ondertekend door: E. Konijn-Vermaas (D66),R. Wijdoogen (SP), E. Bromlewe (GL), M. Nabih (PvdA), R. van Lier (LVL), B. Bilbal (BAS)

Mevrouw Konijn memoreert wat ze in de commissie heeft gezegd over het raadsvoorstel. Het gaat om het kind. De verantwoordelijkheid ligt primair bij de ouders en de jeugdige zelf en dat is ook het uitgangspunt van de Jeugdhulp.

36

PvdA en GL hebben in de commissie gesteld dat, wanneer een ouder wellicht tijdelijk iets minder gaat werken ten behoeve van het welzijn van het kind, dat ze dan een financiële bijdrage aan de Jeugdhulp gaan geven, maar dat is uiteraard onzin. D66 reageert in tweede termijn op de amendementen en de motie. De heer Bromlewe (GL) mede namens de PvdA herhaalt wat hij in de commissie heeft gezegd dat GL en PvdA geschrokken zijn. In deze verordening staat letterlijk dat mensen eerst hij werk anders moeten gaan inrichten alvorens ze Jeugdhulp krijgen. Er staat ook dat het verlenen van hulp aan het kind voor gaat op sociale en maatschappelijke activiteiten. Er staat dus niets over de impact die het op mensen heeft. Zoals gezegd, de gemeente verliest hiermee de menselijke maat uit het oog. De heer Bromlewe heeft in de afgelopen weken veel reacties gehad van ouders die zich ongerust maken. Van de wethouder heeft GL begrepen dat hij het niet zo bedoelt maar het staat letterlijk in de verordening. GL en PvdA dienen drie amendementen en een motie in voor een menselijke en rechtmatige verordening. 22-A-2 Amendement - GL PvdA LA SP LVL PvdD - Als een druppel de emmer laat overlopen dan zat de emmer al vol De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Voorgesteld Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen. Te wijzigen in: Besluit: 1.

De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen, met dien verstande dat in de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026: I. Op pagina 16, artikel 4.2, lid 5, komt te luiden: “Als sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt de toegang geen individuele voorziening jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Het CJG neemt in haar onderzoek (als bedoeld in artikel 3.5) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. II. Op pagina 16, artikel 4.2, lid 6, komt te luiden: “Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze boven gebruikelijke hulp. Het CJG beoordeelt of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in artikel 4.1 lid 1 onder b staat weergegeven. Hierbij wordt uitgegaan van 2 situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. b. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

Verwacht wordt dat ouder(s)/verzorger(s) in kortdurende situaties de boven gebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouder(s)/verzorger(s) door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. TOELICHTING Wijziging I 4.2, lid 5: laatste zinsdeel verwijderd: “Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.” De Jeugdwet geeft in art. 2.3 de opdracht om Jeugdhulp te verlenen ‘voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn.’ Áls de eigen mogelijkheden dus ontoereikend zijn, dan moeten we Jeugdhulp geven. Het maakt niet uit hoe het komt dat de eigen mogelijkheden ontoereikend zijn, en dat mág ook niet uitmaken volgens de Jeugdwet. Wijziging II 4.2, lid 6: laatste zinsdeel verwijderd: “Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.” Zie de toelichting bij I. Ondertekend door: E. Bromlewe (GL), M. Nabih (PvdA), M. Biesheuvel (LA), R. Wijdoogen (SP), R. van Lier (LVL), K. Pinar (PvdD).

37

22-A-3 Amendement - GL PvdA LA SP LVL PvdD - Gezinnen zijn geen afvinklijstjes De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Voorgesteld Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen. Te wijzigen in: Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen, met dien verstande dat in de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026: • Op pagina 16, in artikel 4.2, onder vernummering van lid 1 t/m 12 tot 2 t/m 13, een nieuw lid 1 wordt toegevoegd, dat komt te luiden: “1. Bij de toepassing van dit artikel maakt het college in elk individueel geval een integrale afweging op grond van artikel 2.3 van de Jeugdwet. Daarbij worden de specifieke omstandigheden van deze jeugdige en zijn ouders betrokken. Er kan geen besluit worden genomen uitsluitend op basis van de navolgende leden.” TOELICHTING Zoals geconstateerd in het juridische rapport dat ten grondslag ligt aan de herziening van deze verordening1 moeten de gemeenten “dus steeds in elk geval ook een individuele afweging maken, waarbij zij rekening houdt met de specifieke omstandigheden van de jeugdige en zijn ouders." De normen in artikel 4.2 zijn noodzakelijkerwijs algemeen geformuleerd. Deze algemene normen mogen echter nooit zelfstandig beslissend zijn bij het al dan niet toekennen van een individuele voorziening jeugdhulp.

Het college is op grond van artikel 2.3 van de Jeugdwet verplicht om in elk individueel geval een integrale beoordeling te maken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van deze jeugdige en zijn ouders. De huidige formulering van artikel 4.2 borgt deze individuele afweging onvoldoende expliciet, waardoor het risico bestaat dat besluiten in de uitvoering worden genomen op basis van algemene normen in plaats van op basis van een individuele beoordeling. Door deze verplichting expliciet op te nemen in het eerste lid van artikel 4.2 wordt verzekerd dat alle navolgende leden uitsluitend als afwegingskader worden toegepast en niet als zelfstandige beslisregels. Ondertekend door: E. Bromlewe (GL), M. Nabih (PvdA), M. Biesheuvel (LA), R. Wijdoogen (SP), R. van Lier (LVL), K. Pinar (PvdD)

22-A-4 Amendement - GL PvdA LA SP LVL PvdD - Geen werkboete voor zorgouders De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Voorgesteld Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen. Te wijzigen in: Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen, met dien verstande dat in de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026: I. Artikel 4.2, Lid 10 en lid 11, komen te vervallen. TOELICHTING Wijziging I Zoals artikel 2.3 Jeugdwet beschrijft mág de gemeente Jeugdhulp niet weigeren als de ‘eigen kracht’ van de ouders ontoereikend is. Daarnaast verbiedt de rechtspraak om zelfs maar te vragen naar - of onderzoek te doen naar – de financiële situatie van ouders.1 Dat maakt lid 10 en lid 11 onuitvoerbaar en oneerlijk: alleen ouders die per ongeluk informatie geven over hun inkomen en/of werksituatie, kunnen hier gevolgen van ondervinden. Verder verbiedt de Jeugdwet het om een eigen bijdrage te vragen, daar is geen grondslag (meer) voor. Mensen vragen minder te werken leidt tot hetzelfde als ouders vragen een eigen bijdrage te geven: netto minder te besteden voor de ouders. De wet biedt daar geen grondslag voor. Tot slot zijn lid 10 en lid 11 overbodig. Gezien de logica van de verordening hebben we voorafgaand aan het wegen van lid 10 en 11 al geconstateerd: 1. dat tot de eigen kracht ook het inzetten van het netwerk wordt gerekend (art.

4.1, lid 1, onderdeel b., onder I.); 2. dat gebruikelijk hulp verwacht mag worden (lid 1); 38

3. dat boven gebruikelijke hulp ook verwacht mag worden (lid 6); 4. dat het CJG beoordeelt of draagkracht en draaglast met elkaar in evenwicht zijn (lid 3); 5. dat we ervan uitgaan dat draagkracht en draaglast met elkaar in evenwicht zijn als het gaat om ofwel gebruikelijke hulp, dan wel om boven gebruikelijke hulp maar minder dan drie maanden (lid 6); 6. dat bij boven gebruikelijke hulp van meer dan drie maanden waarbij draagkracht en draaglast met elkaar in evenwicht zijn, geen Jeugdhulpvoorziening wordt toegekend (lid 9). Kortom: de verordening stelt heel duidelijke normen over wat verwacht mag worden van ouders en het netwerk van de jeugdige. Pas als draagkracht en draaglast niet met elkaar in evenwicht zijn én in het voorliggende veld geen oplossingen zijn, pas dan kan een individuele voorziening worden toegekend. Daarmee voldoen we zowel aan de wet (wanneer moeten we een voorziening toekennen), als aan de rechtspraak (op welke dingen wordt gelet). Maar we overschrijden nergens de wet of de rechtspraak (eigen bijdrage, onderzoek doen naar inkomen, vragen minder te werken). Ondertekend door: E. Bromlewe (GL), M. Nabih (PvdA), M. Biesheuvel (LA), R. Wijdoogen (SP), R. van Lier (LVL), K. Pinar (PvdD)

22-M-1 Motie GL PvdA LA D66 SP LVL PvdD - Brugfunctionaris De gemeenteraad van Alkmaar in vergadering bijeen op 19 februari 2026, Constaterende dat: • de nieuwe Verordening Jeugdhulp sterk inzet op het activeren van het maatschappelijk voorveld en de 'eigen kracht' van ouders om de instroom in zwaardere jeugdhulp te beperken; • het feitelijk benutten van dit voorveld in de praktijk vaak neerkomt op een administratieve en emotionele last voor ouders; en • scholen een unieke plek zijn waar signalen van armoede, stress in het gezin en opgroeiuitdagingen als eerste zichtbaar worden, lang voordat er sprake is van een formele hulpvraag. Overwegende dat: • de verordening wel de plicht tot het gebruik van voorliggende voorzieningen regelt, maar niet de infrastructuur om gezinnen hierbij laagdrempelig en nabij te ondersteunen; • een brugfunctionaris op scholen een actieve, verbindende rol speelt tussen de leefwereld (gezin/school) en de systeemwereld (hulpverlening/gemeente); • de inzet van een brugfunctionaris bewezen effectief is bij het ontlasten van zowel ouders als leerkrachten, en bijdraagt aan de bestaanszekerheid door problemen zoals schulden of huisvesting vroegtijdig aan te pakken; en • investeren in nabijheid en preventie aan de 'voorkant' op termijn menselijker en Kosteneffectiever is dan het achteraf repareren van geëscaleerde situaties. Verzoekt het college: 1.

In samenwerking met Alkmaarse onderwijskoepels en zorgpartners te onderzoeken op welke scholen de behoefte aan een brugfunctionaris het grootst is, met specifieke aandacht voor wijken waar de bestaanszekerheid onder druk staat. 2. Binnen de kaders van het Plan van Aanpak Jeugd een voorstel uit te werken voor een pilot met brugfunctionarissen, waarbij de focus ligt op het ondersteunen van de eigen regie van ouders en het voorkomen van escalatie naar zware zorg (preventie). 3. Hierbij expliciet te kijken naar de synergie met armoedebestrijding en de gebiedsteams, zodat de brugfunctionaris als 'gids' kan fungeren in het complexe voorveld. 4. De resultaten van dit onderzoek en de contouren van de pilot uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 aan de raad te presenteren. En gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend door: E. Bromlewe (GL), M. Nabih (PvdA), M. Biesheuvel (LA), E. Konijn (D66), R. Wijdoogen (SP), R. van Lier (LVL), K. Pinar (PvdD)

De heer Wijdoogen (SP) zegt dat men voor ogen moet houden dat achter iedere regel, die de gemeente vaststelt, een echt gezin zit. Vandaag heeft de raad de kans om tenminste die drempels weg te halen die men zelf weg kan halen. De SP heeft de amendementen mede ondertekend en stemt alleen met het raadsvoorstel in als de amendementen worden aangenomen.

39

De heer Van Lier (LVL) zegt, wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Het zou eerlijker zijn om de toekomst aan de jeugd te geven. Aldus LVL als reactie op alle amendementen en de motie. De heer Bilbal (BAS) zegt dat het, wat BAS betreft, draait om 1 kernvraag ‘krijgt de jongere, die het nodig heeft, de juiste hulp op het juiste moment’. Wat BAS betreft staat het kind altijd centraal. De Jeugdwet verbiedt een inkomensonderzoek en dat respecteert BAS maar het gesprek over draagkracht en belastbaarheid blijft wel belangrijk. Wat BAS betreft hoort extra administratieve druk bij de professionals en niet bij de gezinnen die al genoeg aan hun hoofd hebben. BAS vindt het verstandig dat het beleid over twee jaar wordt geëvalueerd. Mevrouw Biesheuvel (LA) zegt dat het voor LA een principieel punt is dat Jeugdhulp draait om kinderen en niet om systeemlogica of begrotingsdiscipline. Met de amendementen, waarvan LA medeindiener is, zorgt men dat de wet weer leidend is. Er moet altijd een integrale afweging worden gemaakt per gezin. LA benadrukt de punten die in de amendementen staan verwoord. LA kiest voor rechtszekerheid, de menselijke maat en het belang van het kind voorop. Mevrouw Spek (SvdH) sluit zich aan bij het betoog van D66 en BAS. SvdH heeft een aantal technische vragen gesteld die snel zijn beantwoord.

SvdH heeft begrepen dat het raadsvoorstel juridisch houdbaar is en volgt de wethouder hierin. SvdH stelt een vraag aan het college over het toenemende probleem van hybridegeweld. SvdH vindt dat deze nieuwe vorm van jeugdgeweld expliciet aandacht moet krijgen in preventie, jongerenwerk en de samenwerking tussen CJG, Onderwijs en de Veiligheidspartners. Kan het college toezeggen dat hybridegeweld wordt meegenomen in de preventieve jeugdaanpak en de CJG signaleringsfunctie en dat scholen en jongerenwerk worden ondersteund bij de digitale weerbaarheid en normbesef van online geweld? Mevrouw Konijn (D66) merkt op dat het een goed punt is maar het kan niet in de verordening geplaatst worden aangezien het gebaseerd is op het beleid. Gaat mevrouw Spek, in de volgende periode, met een voorstel komen? Mevrouw Spek vraagt het college in ieder geval om er aandacht aan te schenken. En als het moet dan komt zij er in de volgende raadsperiode op terug. Wat de amendementen betreft; amendement 22-A-1: SvdH stemt voor. SvdH stemt tegen 22-A-2, 22-A-3 en 22-A-4. Wat betreft motie 22-M-1 wacht SvdH het advies van het college af. De heer Epskamp (SPA) motiveert waarom SPA vertrouwen heeft in de voorliggende verordening. SPA steunt amendement 22-A-1. De overige amendementen zijn, wat SPA betreft, buiten proportie. Deze amendementen doen geen recht aan de praktijk.

De suggestie dat gezinnen zouden worden gereduceerd tot afstreeplijstjes of dat er sprake zou zijn van een werkboete, vindt SPA ongepast. Het is totaal niet in lijn met hoe er in Alkmaar wordt samengewerkt. De heer Kuyper (CDA) zegt dat het CDA vindt dat er met deze verordening goede stappen worden gezet. Het CDA heeft tijdens de commissievergadering vragen gesteld die op een goede manier zijn beantwoord. Het CDA kan zich vinden in het raadsvoorstel. Het CDA steunt amendement 22-A-1. Het CDA stelt vragen over de amendementen 22-A-2 t/m 22-A-4. Voorziet de hardheidsclausule in ‘als de druppel de emmer doet overlopen’? Hoe kijkt het college aan tegen de andere twee amendementen? De heer Peters (VVD) zegt dat de VVD vindt dat de voorliggende verordening een uitstekende oplossing biedt voor de problemen in de Jeugdhulp. De beschikbare capaciteit en middelen moeten worden toegewezen aan degenen die het, het meeste nodig hebben. Lichte hulpvragen moeten worden opgelost binnen het eigen netwerk, eventueel met ondersteuning. Het spreekt de VVD erg aan dat er een grotere inzet van de ouders en van het sociale netwerk wordt verwacht. De VVD steunt amendement 22-A-1 en de overige amendementen niet. De heer Adriaanse (OPA) zegt dat OPA het een terechte vraag vindt of er ruimte is in de balans werk en gezin als er sprake is van een kind met problemen.

OPA vindt dat er van ouders extra inzet mag worden gevraagd. OPA vindt dat deze verordening getuigt van gedegen werk. OPA steunt amendement 22-A-1, de overige amendementen en de motie worden niet gesteund door OPA. Beantwoording door het college in eerste termijn Wethouder Ruiter zegt, naar aanleiding van de vraag van SvdH, dat de jongerenwerkers getraind zijn op de aanpak van hybridegeweld op scholen en er is een samenwerking met OOV. De hardheidsclausule voorziet in alles waarin de verordening zelf niet voorziet.

40

De hardheidsclausule wordt alleen ingezet in schrijnende gevallen. Het college staat positief tegenover amendement 22-A-1. Amendement 22-A-2: er wordt gevraagd om een stuk tekst weg te halen waarmee direct het causale verband in de Jeugdhulpverordening wordt weggehaald. De heer Bromlewe (GL) vraagt of het college de mening van GL en PvdA deelt dat als er sprake is van overbelasting, dat de overbelasting altijd een complex samenspel is. Het college kan dan toch niet beweren dat het alleen aan het werk ligt. Wethouder Ruiter zegt dat in hetzelfde lid in de verordening ook de uitzonderingsclausule staat opgenomen. Het college is het oneens met de mening van GL en PvdA. De heer Bromlewe vraagt nogmaals waarom het college ervoor kiest om het specifiek te benoemen dat het toegeschreven wordt aan het werk. Wethouder Ruiter zegt dat het niet toegeschreven wordt aan het werk maar er wordt wel een uitzondering gemaakt voor de mensen die werken. Wat amendement 22-A-3 betreft, zegt dat het college in ieder geval een individuele beoordeling zal moeten maken, los van het amendement. Op het moment dat het amendement wordt aangenomen, verandert er in de feitelijke toetsing niets. Om die reden ontraadt het college het amendement. De heer Bromlewe (GL) zegt dat de indieners de indruk hebben dat als men de verordening leest dat het niet voor iedereen duidelijk is.

De indieners van het amendement willen de verordening preciezer maken. Wethouder Ruiter herhaalt wat hij zojuist gezegd heeft. De wet gaat altijd boven de verordening. Amendement 22-A-4: het artikel dat de indieners willen weghalen is juist een van de belangrijkste dragers van de verordening. Er wordt altijd een persoonlijke beoordeling gemaakt op basis van de jeugdige. Het College wil Eigen Kracht veel nadrukkelijker meenemen. Motie 22-M-1: er is vanuit een pilot al een aantal brugfunctionarissen actief op een aantal middelbare scholen. Tot juli 2027 wordt het gefinancierd vanuit rijksmiddelen. In het plan van aanpak is opgenomen dat als de pilot succesvol is, kan het worden gecontinueerd. De motie gaat verder, het college wil graag de pilot afwachten. De heer Peters (VVD) vraagt of er dan ook financiële dekking is voor het continueren van de brugfunctionaris. Wethouder Ruiter zegt dat er op het moment geen dekking is maar op het moment dat een brugfunctionaris zichzelf terugverdient dan zou men ernaar kunnen kijken. Tweede termijn van het college Mevrouw Konijn (D66) zegt dat D66, de amendementen 22-A-2 en 22-A3 steunt. D66 steunt amendement 22-A-4 uiteraard niet. De motie wordt mede ingediend door D66.

De heer Bromlewe (GL) probeert een deel van de coalitiepartijen te overtuigen waarom ze de amendementen zouden moeten steunen en motiveert waarom GL en PvdA niet zullen instemmen met de verordening. De heer Wijdoogen (SP) herhaalt wat hij heeft gezegd in de eerste termijn en roept fracties op om de amendementen te steunen. Stemming Het amendement 22-A-1 is unaniem aangenomen. Voor amendement 22-A-2 stemmen: LA, PvdD, CU, LVL, SP, PvdA, GL, D66. Tegen amendement 22-A-2 stemmen: FVD, SPA, VVD, CDA, SvdH, BAS, OLV, OPA. Het amendement is aangenomen met 19 stemmen voor en 18 stemmen tegen. Voor amendement 22-A-3 stemmen: LA, PvdD, CU, LVL, SP, PvdA, GL, D66. Tegen amendement 22-A-3 stemmen: FVD, SPA, VVD, CDA, SvdH, BAS, OLV, OPA. Het amendement is aangenomen met 19 stemmen voor en 18 stemmen tegen. Voor amendement 22-A-4 stemmen: LA, PvdD, CU, LVL, SP, PvdA, GL. Tegen amendement 22-A-4 stemmen: FVD, SPA, VVD, CDA, SvdH, BAS, D66, OLV, OPA. Het amendement is verworpen met 14 stemmen voor en 23 stemmen tegen. Stemverklaring de heer Adriaanse (OPA): OPA vindt het een slechte zaak dat de amendementen 22A-2 en 22-A-3 zijn aangenomen. OPA zal, met tegenzin, tegen het geamendeerde raadsvoorstel stemmen. Voor het geamendeerde raadsvoorstel stemmen: LA, PvdD, FVD, SPA, CU, VVD, CDA, SvdH, BAS, D66, OLV, OPA. Tegen het geamendeerde raadsvoorstel stemmen: LVL, SP, PvdA, GL. 41

Het geamendeerde raadsvoorstel is aangenomen met 29 stemmen voor en 8 stemmen tegen. Voor motie 22-M-1 stemmen: LA, PvdD, CU, LVL, SP, PvdA, GL, D66. Tegen motie 22-M-1 stemmen: FVD, SPA, VVD, CDA, SvdH, BAS, OLV, OPA. De motie is aangenomen met 19 stemmen voor en 18 stemmen tegen. TWEEMINUTENDEBAT 28 tweeminutendebat De CU heeft een tweeminutendebat aangevraagd over het verhuurbeleid Grote Kerk Alkmaar. Termijn van de raad De heer Van Veen (CU) heeft inmiddels de antwoorden op de schriftelijk gestelde vragen ontvangen. Wat er bij de Grote Kerk gebeurt, deugt gewoon niet. Een kerkgenootschap heeft te horen gekregen dat religieuze bijeenkomsten niet toegestaan zijn, ze worden categorisch uitgesloten, het is uitsluiten op basis van levensovertuiging. In de beantwoording door het college staat te lezen dat van categorisch uitsluiten geen sprake zou zijn. Hoe is het mogelijk dat een kerkgenootschap zwart-op-wit te horen krijgt dat men niet welkom is terwijl er in de schriftelijke vragen staat dat uitsluiting niet aan de orde is. Het neigt naar discriminatie op basis van godsdienst. De CU vindt het kwalijk aangezien Alkmaar zegt een inclusieve gemeenschap te zijn en het is ook kwalijk omdat er gemeenschapsgeld mee gemoeid is. De Grote Kerk ontvangt subsidie waar een cultureel programma uit voortvloeit.

Hoe kan het dat er, binnen dezelfde kaders, een kerkdienst wordt uitgesloten? Een kerkdienst bevat, per definitie, culturele elementen. Een personeelsfeest wordt blijkbaar wel als cultureel bestempeld maar een kerkdienst niet. De vraag is of andere fracties het normaal en acceptabel vinden dat er een hele categorie wordt geweerd. En hoe rijmt het met het principe van gelijke behandeling? De CU gelooft niet dat het college instrumenten heeft De heer Van Gorp (D66) wijst erop dat de Grote Kerk geen gebedshuis meer is maar een monumentaal cultuurgebouw met een brede maatschappelijke functie. De stichting, die het gebouw verhuurt, heeft ervoor gekozen om het niet te verhuren voor religieuze diensten. Het geldt voor alle religies en daarmee is het beleid consistent en neutraal. D66 heeft er begrip voor dat de ontstane situatie vragen en emoties oproept. De invulling van het beleid ligt bij de stichting. Het is niet aan de gemeenteraad om op de stoel van de beheerder te gaan zitten. D66 kan zich voorstellen dat er een gesprek gevoerd kan worden over de keuze van het bestuur maar het is een onderwerp dat partijen samen moeten bespreken. D66 denkt niet dat er iemand bij gebaat is om het politiek nog verder op de spits te drijven. Wat helpt is dialoog en wederzijds begrip, geen verdere polarisatie.

De heer Kloos (OPA) zegt dat OPA zich in grote lijnen kan aansluiten bij de woorden van D66. OPA heeft begrepen dat er inmiddels goede gesprekken zijn gevoerd tussen het stichtingsbestuur en de dominee. De Grote Kerk is samen met theater De Vest een zelfstandige organisatie met een eigen verantwoordelijkheid. OPA zal het idee van de CU niet steunen. De heer Postma (BAS) sluit zich aan bij vorige sprekers dat de Grote Kerk en Theater De Vest een zelfstandige organisatie is. Als de Johannes of de Matthäus Passion er worden uitgevoerd zijn het gewoon kerkdiensten van een paar honderd jaar geleden. De fractie van BAS vindt het jammer dat het op deze manier op de spits gedreven is en hoopt dat het stichtingsbestuur en de dominee met elkaar in gesprek gaan en gezamenlijk tot een oplossing komen want dat is hoogstnoodzakelijk. De heer Van der Rhee (VVD) zegt dat met zelfstandigheid ook verantwoordelijkheid komt. De verantwoordelijkheid moet ingevuld worden als de Grote Kerk de huiskamer van Alkmaar wil zijn. Als men dat niet wil, dan neemt men, wat de VVD betreft, niet de juiste verantwoordelijkheid. De heer Ezhar (LA) zegt dat LA de Grote Kerk als de huiskamer van de gemeente Alkmaar ziet waar iedereen gebruik van zou moeten kunnen maken. LA deelt de mening van de CU. De heer Jonk (CDA) zegt dat het CDA de vraag van de CU goed kan volgen.

Het CDA is benieuwd naar het antwoord van het college. Het CDA hoopt en gelooft dat het stichtingsbestuur er met de geloofsgemeenschap uit komt en dat de huiskamer van Alkmaar ook in de toekomst voor hen toegankelijk is.

42

De heer Pinar (PvdD) merkt op dat het de discussie moeilijker maakt aangezien de kerk geen gebedshuis meer is. De PvdD begrijpt wel waarom de CU deze vraag hier stelt. In het verleden is er ook al een moskee, die iets wilde organiseren in de Grote Kerk, geweigerd. Alle geloofsgemeenschappen moeten welkom zijn en niet alleen de Joods-christelijke geloofsgemeenschappen. De PvdD wil dat er duidelijke afspraken worden gemaakt zodat het in de toekomst niet meer gebeurt. De heer Epskamp (SPA) zegt dat iedereen welkom is in onze huiskamer. SPA sluit zich aan bij de woorden van de VVD. De heer Wittebrood (FVD) denkt dat het belangrijk is om te realiseren dat de Grote Kerk eeuwenlang een plek van geloof is geweest. Dat moet men niet zomaar vergeten. Aan de andere kant, het is nu de huiskamer van Alkmaar. Wat FVD betreft worden er geen mensen geweigerd. Als er een of ander raar duurzaamheidsfestival wordt georganiseerd in de Grote Kerk dan moet dit ook zeker kunnen. De heer Van Lier (LVL) zegt dat, wat hem betreft, deze discussie hier niet gevoerd had hoeven worden. De politiek oordeelt niet over kunst en cultuur. LVL denkt dat het, sinds een eeuw, niet zo druk is geweest in de Grote Kerk vanwege de programmering en daar kan iedereen trots op zijn. LVL raadt de Grote Kerk in Schermerhorn aan als uitwijklocatie voor bijeenkomsten.

Reactie van het college Wethouder Hoekzema zegt dat theater De Vest en de Grote Kerk niemand uitsluiten. De kerk maakt soms andere keuzes in de programmering. De kerk is eigenlijk al een jaar van te voren volgeboekt. De wethouder noemt het voorbeeld van de dominee. Zij heeft in december 2025 een aanvraag gedaan maar de agenda voor 2026 zat toen al vol. Ze is dus niet afgewezen op basis van religie maar op basis van de agenda. Als de dominee een aanvraag doet, dan wordt de aanvraag gewoon in behandeling genomen. 50 procent van de aanvragen kan niet gehonoreerd worden dus er zijn meer organisaties die teleurgesteld worden. Overigens preekt de dominee op Kerstavond gewoon in de Grote Kerk dus cancelen is niet aan de orde. De heer Van Lier (LVL) vraagt of het college weet waar het gerucht vandaan komt dat de aanvraag om religieuze redenen afgewezen is. Wethouder Hoekzema weet het niet. De heer Van Veen (CU) zegt dat er letterlijk richting de dominee is gereageerd dat er niet verhuurd wordt voor religieuze bijeenkomsten. Het NHD heeft de mail ook ontvangen en is in gesprek geweest met de directeur. De directeur heeft bevestigd dat er geen religieuze bijeenkomsten worden gehouden en heeft gezegd dat hij de baas is, en dat hij beslist. Wethouder Hoekzema is niet op de hoogte van deze mail.

Er is overigens wel te kort door de bocht gereageerd op de aanvrager, de afwijzing had beter gemotiveerd mogen worden. De heer Van Veen vraagt een uitspraak van het college wat het college ervan vindt dat religieuze bijeenkomsten per definitie worden uitgesloten. Wethouder Hoekzema herhaalt wat hij zojuist gezegd heeft. Er heeft al een goed gesprek plaatsgevonden met de dominee. De heer Kloos (OPA) vraagt naar de concrete uitkomst van het gesprek tussen de directeur van De Vest en de dominee. Wethouder Hoekzema is niet bij het gesprek aanwezig geweest en wordt er donderdag 5 maart over bijgepraat. De heer Wittebrood (FVD) vraagt een schorsing aan om de mail te lezen zodat men kan bepalen of er letterlijk in staat dat de aanvraag om religieuze redenen afgewezen is. De vergadering is geschorst tot 21.15 uur. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Wittebrood (FVD). De heer Wittebrood (FVD) leest de mail voor. De tekst van de mail wijkt af van wat wethouder Hoekzema zojuist heeft gezegd. Wethouder Hoekzema heeft aangegeven dat er een ‘tekort door de bocht’ mail gestuurd is. Hij heeft begrepen dat er, door een medewerker, een verkeerde tekst in de mail gezet is. De directie neemt er ook afstand van en gaat ervoor zorgen dat het niet meer gebeurt. Er zijn inmiddels wel gebedsdiensten geweest in de Grote Kerk. Het wordt dus niet categorisch uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16738460/1