CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. MER Alkmaars kanaal

Gemeenteraad 22 januari 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Alkmaar 204033.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Figuur 6-4 Bereik in 5, 10, 15, 20 en 25 minuten fietsen van Station Alkmaar (links) en Station Alkmaar Noord (rechts)

Welke effecten worden verwacht van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal? Verkeersafwikkeling De ontwikkeling leidt tot een toename van verplaatsingen. De effecten op de verkeersafwikkeling binnen en op de ring van Alkmaar zijn onderzocht. Op diverse ontsluitingswegen is een forse toename van voertuigen te blad 56 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

verwachten. Dit leidt tot toename van voertuigverliesuren (zie tabel 6.4). In de plansituatie nemen de voertuigverliesuren binnen de ring met meer dan 20% toe. Tabel 6.5 Voertuigverliesuren op en binnen de ring van Alkmaar

Referentiesituatie Binnen ring

Op ring

Plansituatie

Totaal

Binnen ring

Op ring

Totaal

Ochtendspits

550

1.100

1.650

900

1.375

2.275

Avondspits Totaal:

900 1.450

1.375 2.475

2.275 3.925

1.625 2.525

1.900 3.275

3.525 5.800

Tabel 6.6 toont de reistijden op vier routes van de ring naar het centrum en vice versa voor de ochtend- en avondspits. Op alle routes is een toename van de reistijd te verwachten. In de avondspits bedraagt de reistijd op drie routes meer dan 2,5x de freeflow-reistijd. Een reistijd van 1,5x freeflow-reistijd wordt op slechts één route in de ochtendspits gehaald. Voor dit aspect scoort de plansituatie van de ontwikkelbeelden (zeer) negatief. Tabel 6.6 Reistijden in de ochtend- en avondspits voor vier routes tussen het centrum en de ring

Route West stad in West stad uit Zuid stad in Oost stad in Oost stad uit Noord stad in Noord stad uit Zuid stad uit

Freeflow 2:33 2:28 3:26 2:52 2:36 2:58 2:59 4:35

Ochtendspits Referentie Plan 4:16 5:02 4:40 5:06 4:39 5:09 4:42 6:35 4:25 6:02 4:10 4:30 4:25 5:03 8:37 9:31

Freeflow 2:33 2:28 3:26 2:52 2:36 2:58 2:59 4:35

Avondspits Referentie 4:29 4:38 5:43 6:01 5:30 4:41 5:02 8:47

Plan 5:51 6:04 8:18 8:44 7:56 5:46 8:00 10:11

Langzaam verkeer en openbaar vervoer In de deelgebieden zijn op dit moment vrijwel geen basisvoorzieningen aanwezig. Tabel 6.7 toont de loopafstanden en -tijden naar de dichtstbijzijnde basisvoorzieningen. Tabel 6.7 Loopafstanden en -tijden naar dichtstbijzijnde basisvoorzieningen vanuit de zes deelgebieden

Deelgebied

Basisschool / opvang

Huisarts / apotheek

Viaanse Molen

Supermarkt 700 m (9 min)

In het gebied

1.000 m (12 min)

RWZI

500 m (6 min)

700 m (9 min)

1.500 m (18 min)

Stationsgebied

900 m (11 min)*

400 m (5 min)

600 m (7 min)

Overstad

In het gebied

900 m (11 min)

400 m (5 min)

Oudorp

1.200 m (15 min)

700 m (9 min)

1.200 m (15 min)

Overdie

1.100 m (13 min)

400 m (5 min)

1.100 m (13 min)

*In het gebied zit een AH To Go, deze is buiten beschouwing gelaten bij deze analyse

Doordat in het plan nog geen maatregelen voor fiets en OV opgenomen zijn, leidt het plan niet direct tot verbetering van fietsbereikbaarheid en OV(-voorzieningen). Ook de inzet op deelmobiliteit is nog niet uitgewerkt. De fietsreistijden vanuit de deelgebieden naar het centrum en naar de stations zijn dan ook gelijk aan de referentiesituatie. Tabel 6.8 toont de fietsreistijd (met geschatte vertraging op kruispunten) vanuit de deelgebieden naar de stations en het centrum van de stad. Vier van de zes deelgebieden liggen binnen 10 minuten fietsen van een van de stations. Tabel 6.8 Fietsreistijd in minuten naar de twee stations en het centrum van Alkmaar vanuit de deelgebieden

Station Alkmaar Station Alkmaar Noord

Viaanse Molen 8 +1 10 +1

RWZI 3 +1 11 +1

Stationsgebied 0 9 +2

Overstad

Oudorp

Overdie

5 +1 5 +1

10 +2 9 +1

11 +1 12 +2

blad 57 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Centrum

11 +2

8 +2

6 +1

6 +1

7 +1

8 +1

Tabel 6.9 toont de looptijd naar de dichtstbijzijnde bushalte vanuit een centraal punt in de deelgebieden. De tabel laat zien dat alleen deelgebied Stationsgebied bushaltes in het gebied heeft. Deelgebied Oudorp heeft een bushalte op vijf minuten lopen, de overige deelgebieden op meer dan vijf minuten. Tabel 6.9 Looptijd vanuit een centraal punt van de deelgebieden naar de dichtstbijzijnde bushalte

Deelgebied

Looptijd (bushalte)

Viaanse Molen

6 min (Voltastraat)

RWZI

7 min (Gerechtsgebouw / Voltastraat)

Stationsgebied

In het gebied

Overstad

6 min (Pettemerstraat / Zeswielen)

Oudorp

5 min (Saturnusstraat)

Overdie

12 min (Koelmalaan)

Verkeersveiligheid In het rapport Duurzame mobiliteit zijn de relevante aspecten voor de plansituatie onderzocht. Hier zijn belangrijke verschillen per deelgebied. In tabel 6.10 is dit per deelgebied kort beschreven. Tabel 6.10 Overzicht aandachtspunten en kenmerken voor de aspecten Duurzame mobiliteit per deelgebied

Deelgebied

Verkeersafwikkeling

Viaanse Molen  

RWZI

 

Stationsgebied  

Overstad

 

Oudorp

 

Overdie

Langzaam verkeer en verkeersveiligheid Hoge intensiteiten op  Fietsreistijd tot stations 8 – Helderseweg en (aansluiting 10 minuten met) N245  Diverse ruimtelijke barrières Knelpunten op kruispunten en doorstromings-knelpunten Helderseweg met N9 en N245  Geen VOP’s binnen het deelgebied Hoge intensiteiten op  Fietsreistijd tot station Helderseweg en (aansluiting Alkmaar 3 minuten met) N245  Nauwelijks barrières en Knelpunten op kruispunten doorstromings-knelpunten Helderseweg met N245  Geen VOP’s binnen het deelgebied Alleen aan de oost- en  Fietsenstallingen aan beide westkant wegen met hoge zijden van het station intensiteiten  Verkeersveiligheids-knelpunt Knelpunten op kruispunten aan zuidwestzijde van bij Helderseweg en deelgebied Bergerweg Hoge intensiteiten op  Beide stations op 5 minuten Noorderkade en fietsreistijd Koedijkerstraat  Verkeersveiligheids-knelpunt Knelpunten bij Tesselsebrug bij Tesselsebrug en kruispunt en beperkt binnen Noorderkade / Zijperstraat deelgebied Hoge intensiteiten op Nieuwe  Stations op 8 – 10 minuten Schermerweg en Edisonweg fietsen Knelpunt op kruispunt  Vrijwel geen VOP’s aanwezig Nieuwe Schermerweg / in het gebied Edisonweg Hoge intensiteiten op de  Stations op 11 – 12 minuten Koelmalaan en fietsen Bestevaerstraat aan de  Vrijwel geen VOP’s aanwezig zuidwestzijde in het gebied Knelpunt bij aansluiting met de N242

Mobiliteitsbeleid     

    

    

Bushalte aan noord- en zuidkant van Helderseweg Gratis parkeren of parkeren op eigen terrein Geen centrale parkeergelegenheid Bushalte op circa 200 meter Geen openbare parkeervoorzieningen

Directe aansluiting op station en meerdere buslijnen Betaald parkeren (€ 2,00/uur) / vergunning Deelauto’s binnen het gebied Bushalte aan langs de Noorderkade Diverse parkeerterreinen verspreid over deelgebied (€ 2/uur) Bushaltes langs de Nieuwe Schermerweg P+R aan de oostzijde van het deelgebied Geen gereguleerd parkeren Bushaltes langs de Bestevaerstraat Geen gereguleerd parkeren

blad 58 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Beoordeling van de ambitie

De effecten op de verkeersafwikkeling maken dat het planvoornemen uit de ontwikkelbeelden negatief scoort op deze ambitie. De fietsreistijd naar stations verschilt per deelgebied, Oudorp en Overdie liggen op meer dan 10 minuten fietsen. Ook de bereikbaarheid van bushaltes verschilt per deelgebied. Voor de deelgebieden op grotere afstand van de stations zijn nauwelijks bushaltes in de directe omgeving aanwezig. Met inzet op fiets en OV kan duurzame mobiliteit gestimuleerd worden en autogebruik verminderd worden. Hiervoor zijn nadere keuzes en afwegingen te maken. Aspecten Verkeersafwikkeling Langzaam verkeer en verkeersveiligheid Mobiliteitsbeleid

6.5

Score --

Duurzaamheid en natuur Welke aandachtspunten volgen uit de gebiedsinventarisatie? Energie en circulariteit In de huidige situatie bestaan de deelgebieden uit deels verouderde gebouwen en terreinen. Energiebesparende maatregelen of opwekken van duurzame energie is vrijwel niet van toepassing in de referentiesituatie. Bij de herontwikkeling vindt sloop en nieuwbouw plaats. Thema 3 van de handreiking circulair bouwen is hierbij van belang. De mogelijkheden voor hergebruik van gebouwen, materialen of funderingen dient onderzocht te worden. Beschermde natuurgebieden Het buitengebied van Alkmaar, direct buiten de ring, is grotendeels beschermd in het kader van Natuurnetwerk Nederland (NNN) en/of weidevogelgebied. Op ruim 5 km zijn Natura 2000-gebieden Schoorlse Duinen en het Noordhollands Duinreservaat aan de westkant en Eilandspolder aan de oostkant gelegen. Aantasting van natuurwaarden in deze gebieden dient voorkomen te worden. Groen binnen de deelgebieden De gebiedsinventarisatie beschrijft onder andere de aanwezige natuurwaarden in en rond Alkmaars Kanaal. De biodiversiteit in Alkmaar is vooral te vinden in de natuurgebieden, weides, parken, bermen, waterlopen en oevers van de gemeente. In woonwijken zijn beplantingen deels vogel- of vlindervriendelijk ingericht.

De binnenstad heeft veel oude bomen en er is muurflora op de kademuren die onderdeel vormen van het habitat van vogels, kleine zoogdieren en insecten. In het onderzoek Klimaatadaptatie is een inschatting gemaakt van de hoeveelheid groen in openbaar gebied en op particuliere terreinen. Tabel 6.11 toont de resultaten per deelgebied. Tabel 6.11 Inschatting van het percentage groen in de openbare ruimte en op particulier terrein

Deelgebied Viaanse Molen RWZI Stationsgebied Overstad Oudorp Overdie

Openbaar gebied Ca. 55% groen (20% boom, 35% laag groen) Ca. 40% groen (22% boom, 18% laag groen) Ca. 10% groen (5% boom, 5% laag groen) Ca. 10% groen (2% boom, 8% laag groen) Ca. 35% groen (10% boom, 25% laag groen) Ca. 5% groen

Particulier terrein Ca. 60% groen (18% boom, 42% laag groen) Ca. 40% groen (15% boom, 25% laag groen) Ca. 40% groen (13% boom, 27% laag groen) Ca. 5% groen (2,5% boom, 2,5% laag groen) Ca. 40% groen (15% boom, 25% laag groen) Ca. 1% groen

blad 59 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Welke effecten worden verwacht van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal? Energie en circulariteit De ontwikkeling van Alkmaars Kanaal leidt tot een grote transformatie van voornamelijk bestaand stedelijk gebied. De effecten op duurzaam energiegebruik zijn tweeledig: enerzijds leidt de ontwikkeling tot een toename van de energiebehoefte, anderzijds biedt de ontwikkeling kansen om gebieden efficiënter, duurzamer in te richten. De omvang van de energiebehoefte en de mogelijkheden om hier op een duurzame manier in te voorzien zijn van veel factoren afhankelijk. Onder andere het programma (hoeveel en welk type woningen) en ruimte voor zonnepanelen spelen hier een rol. Effecten op het aspect circulariteit zijn in deze fase van de ontwikkeling niet of nauwelijks te bepalen. De Agenda Duurzaam Alkmaar geldt als uitgangspunt voor alle (nieuw)bouwprojecten binnen Alkmaar. Hiervoor worden nog ambities geformuleerd. Effecten op beschermde natuurgebieden De groei van het aantal inwoners leidt tot een toename van verplaatsingen en de behoefte aan energie. Autoverkeer leidt tot een toename van stikstofemissies, toename van stikstofdepositie is daardoor niet uit te sluiten. Voor stikstof zijn berekeningen gemaakt van de effecten op stikstofdepositie in de plansituatie (rekenjaar 2040) aan de hand van de verkeerseffecten van het plan.

Voor de berekening is ook gekeken naar salderingsmogelijkheden door beëindiging van huidige bedrijfsactiviteiten. Hiervoor is op basis van de vergunde milieucategorie een kengetal per milieucategorie gemodelleerd. Uit de berekeningen blijkt dat de plansituatie tot een maximale bijdrage van 0,24 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat en 0,20 mol/ha/jaar op Schoorlse Duinen leidt Op zeven andere Natura 2000-gebieden is een bijdrage tot ongeveer 0,05 mol/ha/jaar berekend. De saldering met bestaande bedrijfsactiviteiten leidt tot een forse afname van stikstofdepositie, maar er blijft een kleine toename bestaan. Tabel 6.12 Maximale stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden in de plansituatie met en zonder saldering door beëindiging van huidige bedrijvigheid in de deelgebieden

Plansituatie

Zonder saldering 0,24 mol/ha/jaar

Met saldering 0,06 mol/ha/jaar

Recreatiedruk kwetsbare natuurgebieden Nieuwe inwoners hebben behoefte aan recreatiemogelijkheden. De groei van het aantal inwoners leidt tot toename van het aantal wandelaars en fietsers. Recreatie kan negatieve effecten hebben op natuurkwaliteiten. In de gebiedsinventarisatie is de ligging en huidige staat van de natuurgebieden beschreven. Uit de onderzoeken blijkt dat met name de duingebieden kwetsbaar zijn voor recreatiedruk. Reeds in de huidige situatie is de recreatiedruk (te) hoog. Dit blijkt ook uit het onderzoek van de provincie Noord-Holland naar de natuur- en recreatiegebieden (zie tabel 6.13). Tabel 6.13 Natuur- en recreatiegebieden rond Alkmaar (bron: Provincie Noord-Holland)

Alkmaarderhout Alkmaardermeer Geestmerambacht Schoorlse Duinen Noord-Hollands Duinreservaat

Opp. (ha) 24 1.258 160 1.719 5.448

Status Geen NNN NNN N2000 N2000

Bezoekers / ha 52.100 300 7.800 1.450 640

Activiteiten & voorzieningen Hoogst Laag Laagst Laag Laag

Routedichtheid Matig hoog Laag Laag Laagst Laag

Grens bezoekers NB NB Piekmomenten Structureel Piekmomenten

Beoordeling van de ambitie blad 60 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Op twee onderdelen van de ambitie duurzaamheid & natuur scoort het planvoornemen uit de ontwikkelbeelden negatief. De ontwikkeling leidt tot toename van stikstofdepositie en recreatiedruk op kwetsbare natuurgebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Hiervoor zijn maatregelen nodig. Ook voor de ambities voor energie en circulariteit zijn maatregelen nodig die energiegebruik verminderen en het aandeel duurzame energie vergroten. De ontwikkeling leidt tot een grote energievraag voor elektriciteit en warmte. Aspecten Energie Circulariteit Beschermde natuurgebieden Biodiversiteit

6.6

Score -0 -0/-

Klimaatadaptatie Welke aandachtspunten volgen uit de gebiedsinventarisatie? In de gebiedsinventarisatie en het onderzoek Klimaatadaptatie is de bestaande situatie voor de zes deelgebieden onderzocht. Hier is gekeken naar de kwetsbaarheid van de gebieden voor waterveiligheid, wateroverlast, hittestress en droogte. Hittestress komt bij de ambitie Vitaliteit terug. In het onderzoek Klimaatadaptatie is ook een inschatting gemaakt van de kansen voor waterberging en infiltratie van hemelwater in de bodem. Waterveiligheid en wateroverlast Tabel 6.14 toont per deelgebied de kwetsbaarheden voor waterveiligheid en wateroverlast. Tabel 6.14 Aandachtspunten waterveiligheid en wateroverlast per deelgebied

Deelgebied Viaanse Molen

Waterveiligheid Kleine overstromingskans, diepte tot 0,15 m.

RWZI

Extreem kleine overstromingskans, diepte tot 0,3 m.

Stationsgebied

Extreem kleine overstromingskans, diepte tot 0,2 m. Extreem kleine overstromingskans, diepte tot 0,3 m.

Overstad

Oudorp

Extreem kleine overstromingskans, diepte tot 0,2 m.

Overdie

Extreem kleine overstromingskans, diepte tot 0,2 m.

Wateroverlast  Beperkte waterberging  Beperkte infiltratie in winter  Bergingscapaciteit tussen 75 mm en 100 mm.  Beperkte infiltratie in winter  Bergingscapaciteit circa 100 mm.  Beperkte infiltratie in winter  Bergingscapaciteit tussen 50 mm en 100 mm.  Grote infiltratiekans jaarrond  Bergingscapaciteit tussen 75 mm en 100 mm.  Grote infiltratiekans jaarrond  Bergingscapaciteit circa 100 mm.  Grote infiltratiekans jaarrond

Uit het onderzoek blijkt dat alle gebieden kwetsbaar zijn voor lange periodes van droogte. In Viaanse Molen, RWZI, Stationsgebied en Overdie is een beperkte kans op bodemdaling. In Overstad en Oudorp zijn op enkele plekken vrij sterke kansen op bodemdaling. Het risico op paalrot is in alle deelgebieden niet of nauwelijks aanwezig. Welke effecten worden verwacht van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal? Waterveiligheid Op het gebied van waterveiligheid vormt deelgebied Viaanse Molen een aandachtspunt. De herontwikkeling van het gebied kan leiden tot strengere eisen voor de waterkeringen langs het Kanaal. Uit tabel 6.14 blijkt echter dat blad 61 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

er slechts beperkt aandachtspunten voor waterveiligheid zijn. De (extreem) kleine kans en beperkte waterdiepte die dan verwacht wordt, leidt niet tot ingrijpende maatregelen voor waterveiligheid. Waterberging en hittestress Met de transformatie van de gebieden neemt het aandeel mensen in de gebieden aanzienlijk toe. De noodzaak voor klimaatadaptieve maatregelen wordt hierdoor alleen maar groter. De omvang van groen en water binnen de deelgebieden is een belangrijke factor voor waterberging en hittestress. De eis voor minimaal 20% onverhard oppervlak kan een belangrijke bijdrage leveren aan het creëren van meer waterberging en het verminderen van hittestress, maar dit is afhankelijk van de locatie en de inrichting. Uit tabel 6.11 blijkt dat slechts de helft van de deelgebieden voldoen aan de eis voor onverhard terrein. Tabel 6.14 laat vervolgens zien dat alle deelgebieden voldoende mogelijkheden hebben om (meer) waterberging te realiseren. De mogelijkheden om de ambitie voor waterberging te halen zijn er volop, maar dit vraagt een nadere afweging van maatregelen. Aandeel groenblauw De ontwikkeling van Alkmaars Kanaal leidt in sommige gebieden naar verwachting tot een toename van verharding. Met name in Viaanse Molen en RWZI is voor het beoogde programma meer ruimte nodig dan dat er beschikbaar is binnen het huidig verhard gebied (zie ook tabel 6.4).

De uitgangspunten voor het aandeel groen liggen voor deze deelgebieden ook lager dan het percentage van de huidige situatie. De verwachting is dat met de ontwikkeling het aandeel verhard oppervlak toeneemt. Een toename van verharding leidt dan niet alleen tot een afname van het aandeel groen, maar mogelijk ook tot beperkingen voor de waterbergende capaciteit. In deelgebieden waar op dit moment zeer weinig groen aanwezig is, biedt de ontwikkeling juist kansen om het gebied te vergroenen. Dit geldt met name in Overstad en Overdie, de deelgebieden waar nu nauwelijks groen aanwezig is. Beoordeling van de ambitie

De uitgangspunten voor groen en water binnen de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal maken dat een goede score voor deze ambitie gehaald wordt. Voor Viaanse Molen en RWZI is in de huidige situatie reeds sprake van relatief veel groen. De ontwikkeling leidt hier naar verwachting echter tot afname van groen. Overige gebieden scoren in de huidige situatie slechter, waardoor de ontwikkeling ten opzichte van de referentiesituatie tot verbetering leidt. Maatregelen om waterberging te verbeteren en hittestress en droogte te beperken zijn mogelijk om een positieve score te behalen. Aspecten Waterveiligheid Wateroverlast Hittestress en droogte

6.7

Score + 0/+ --

Vitaliteit Welke aandachtspunten volgen uit de gebiedsinventarisatie? In de gebiedsinventarisatie en het onderzoek Gezondheid en recreatie zijn de huidige voorzieningen voor sport en recreatie in beeld gebracht. Voor de beoordeling op de ambitie is gekeken naar de nabijheid en bereikbaarheid van parken / groenstructuren en openbare sportvoorzieningen. Ook de bestaande fiets- en wandelvoorzieningen en de aansluiting daarop is in beeld gebracht. Deze zijn weergegeven in figuur 6.5.

blad 62 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Figuur 6-5 Fietsnetwerk binnen Alkmaar (bron: Provincie Noord-Holland)

Parken en groenstructuren Tabel 6.15 toont de uitkomsten van de analyse voor de nabijheid van voorzieningen. De kleuren laten zien of het deelgebied positief of negatief scoort op de ambitie. Uit de tabel blijkt dat deelgebied RWZI voor beide aspecten positief scoort. Viaanse Molen en Stationsgebied hebben wel een park op korte afstand, maar geen openbare sportvoorzieningen. Overstad scoort op beide criteria negatief, er is alleen een kleinschalige speeltuin op ca. 4 minuten loopafstand. Tabel 6.15 Bereikbaarheid van parken en openbare sportvoorzieningen vanuit de zes deelgebieden

Deelgebied Viaanse Molen

Parken en groenstructuren Kleinschalig park aan de zuidwestkant, ca. 4 min lopen.

RWZI* Stationsgebied

Kleinschalig park aan de zuidwestkant, ca. 2 min lopen. Kleinschalig park aan de noordkant, ca. 4 min lopen. Park aan de zuidkant ca. 6 minuten lopen.

Overstad

Park aan de oostkant, ca. 12 minuten lopen

Oudorp

Park aan de noordkant, ca. 10 minuten lopen

Openbare sportvoorzieningen Geen openbare sport- en speelvoorzieningen in of direct rond het gebied (dichtstbijzijnde op ca. 10 minuten lopen) Speeltuin met voetbalveldje aan de zuidkant van de Bergervaart, park de oude Kwekerij (2 min lopen) Geen (grootschalig) openbare sporten speelvoorzieningen in of direct rond het gebied (dichtstbijzijnde openbare sportvoorziening op 8 minuten lopen) Geen openbare sport- en speelvoorzieningen in of direct rond het gebied (dichtstbijzijnde kleinschalige speeltuin op ca. 4 minuten, openbare sportvoorziening op 8 minuten lopen) Geen openbare sport- en speelvoorzieningen in of direct rond het gebied (dichtstbijzijnde speeltuin en openbare sportvoorziening op ca. 8 minuten lopen)

blad 63 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Overdie

Park aan de westkant, ca. 6 minuten lopen

Geen openbare sport- en speelvoorzieningen in of direct rond het gebied (dichtstbijzijnde speeltuin en openbare sportvoorziening op ca. 5 minuten lopen)

*Voor dit deelgebied wordt er vanuit gegaan dat bij de ontwikkeling het gebied in ieder geval voor langzaam verkeer ontsloten wordt via de Jan van Scorelkade.

Fiets- en wandelvoorzieningen Tabel 6.16 toont de resultaten van de analyse voor fiets- en wandelvoorzieningen. De eerste kolom geeft aan of en hoe het gebied verbonden is met het netwerk, de tweede kolom geeft een inschatting van de fietstijd naar de twee dichtstbijzijnde recreatiegebieden. De tabel laat zien dat de aansluiting op het fiets- en wandelnetwerk nog niet optimaal is. Alleen in Viaanse Molen loopt het bestaande netwerk door het deelgebied. Voor RWZI, Stationsgebied en Oudorp lopen de fietsroutes direct langs het deelgebied. Bij Overstad liggen de fietsroutes op korte afstand van het deelgebied, bij Overdie is de dichtstbijzijnde fietsroute op meer dan 600 meter van de ontwikkellocaties gelegen. Tabel 6.16 Aansluiting van de deelgebieden op het fiets- en wandelnetwerk en de fietsreistijd naar de twee dichtstbijzijnde recreatiegebieden

Deelgebied Viaanse Molen

Oudorp

Aansluiting op netwerk Fiets- en wandelroute van oost naar west door het gebied Fietsroute langs de Helderseweg, geen aansluiting op wandelroute aan overzijde Bergervaart Fietsroute langs de Helderseweg, wandelroute aan noordkant van het deelgebied. Geen route door of direct langs het gebied, fietsroute langs westhoek van het deelgebied. Fiets- en wandelroute langs Nieuwe Schermerweg.

Overdie

Geen aansluiting op fiets- en wandelroutes.

RWZI Stationsgebied Overstad

Fietsreistijd recreatiegebied 16 min (Schoorlse Duinen) 19 min (Geestmerambacht) 19 min (Schoorlse Duinen) 21 min (Geestmerambacht) 20 min (Schoorlse Duinen) 24 min (Geestmerambacht) 21 min (Geestmerambacht) 24 min (Schoorlse Duinen) 21 min (Eilandspolder) 28 min (Alkmaardermeer) 26 min (Eilandspolder) 26 min (Alkmaardermeer)

Tabel 6.16 toont ook de fietsreistijd naar de twee dichtstbijzijnde grootschalige recreatiegebieden in het buitengebied. Voor geen van de deelgebieden is een recreatiegebied op minder dan 15 minuten fietsreistijd. Voor de meeste deelgebieden ligt de fietsreistijd tussen de 20 en 25 minuten. Voor Overdie zijn geen grootschalige recreatiegebieden binnen 25 minuten fietsen te bereiken. Welke effecten worden verwacht van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal? De verwachte effecten van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal op de ambitie Vitaliteit bestaan enerzijds uit de groei van het recreanten door de toename van het aantal inwoners. Dit kan leiden tot toename van recreatiedruk, ook op gebieden die daar kwetsbaar voor zijn. Anderzijds biedt de ontwikkeling kansen om nieuwe sport- en recreatiemogelijkheden te realiseren en zo de ambitie te versterken. Toename aantal recreanten In het onderzoek Gezondheid en recreatie is aan de hand van kengetallen en onderzoeken (onder andere Wandelmonitor en onderzoek van de Fietsersbond) een inschatting gemaakt van de toename van het aantal fietsers en wandelaars. Daarbij is voor fietsers onderscheid gemaakt naar lengte van de fietstocht, voor wandelaars naar ommetjes (vanuit huis), korte wandelingen en dagwandelingen. Op basis van de bereikbaarheid is de spreiding van de recreanten onderzocht.

Een toename van recreanten in de kwetsbare duingebieden is op basis van deze inschatting te verwachten. Verbindingen met het buitengebied Goed bereikbare recreatiegebieden werken stimulerend voor een gezonde levensstijl. Tegelijkertijd kunnen nieuwe verbindingen ingezet worden op recreatie(druk) te sturen, zodat kwetsbare natuurgebieden ontzien worden. In de ontwikkelbeelden wordt het belang van fietsverbindingen met het buitengebied benoemd. Ligging en inrichting van deze verbindingen zijn nog niet uitgewerkt.

blad 64 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Nieuwe voorzieningen binnen Alkmaars Kanaal In de ontwikkelbeelden is nog geen definitief programma of inrichtingsplan vastgesteld. De uitgangspunten bieden wel ruimte voor nieuwe groenstructuren, fiets- en wandelpaden en (openbare) sportvoorzieningen. Ook voorzieningen die bijdragen aan de sociale gezondheid en het creëren van een vitale woonwijk zijn mogelijk binnen de bandbreedtes van de programma’s. Met nieuwe groenstructuren en voorzieningen binnen de deelgebieden is het in theorie mogelijk om een positieve score voor parken en openbare sportvoorzieningen te halen. Dit is echter afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden voor het programma en de inrichting van het gebied. De ontwikkeling van het Kanaalpark speelt hierbij een belangrijke rol. Deze ontwikkeling creëert door of langs de deelgebieden een nieuwe groenstructuur met sport- en recreatiemogelijkheden. Toetsing aan de ambitie

Voor deze ambitie zijn er grote verschillen tussen de deelgebieden en de aspecten. De ontwikkelbeelden noemen het belang van goede voorzieningen en verbindingen, maar in de verdere uitwerking zijn nog belangrijke keuzes te maken. Deze zijn daarom nog niet concreet meegenomen in de beoordeling. De ontwikkeling van het Kanaalpark biedt wel veel kansen om in de directe nabijheid van de ontwikkelvelden nieuwe parken en openbare sportvoorzieningen te creëren. Aspecten Gezondheidsbevordering Voorzieningenniveau Recreatie

6.8

Score 0 0/-

Conclusie Deel A Deze paragraaf toont het overzicht van de score op de zes ambities en vat de effecten van de ontwikkeling samen. Dit leidt tot keuzes en afwegingen voor Deel B van het MER.

6.8.1

Beoordeling op de zes ambities

Toelichting

blad 65 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

De score op de zes ambities laat zien dat voor twee ambities de beoordeling aan de onderkant van de beoordelingsschaal uitkomt. De toename van verkeer leidt tot overschrijdingen van de criteria voor voertuigverliesuren en de reistijd in de spits. De ambitie om OV goed bereikbaar te maken vanuit de zes deelgebieden wordt, zonder maatregelen, niet gehaald in alle deelgebieden. De verkeerseffecten leiden tot toename van stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden, met negatieve gevolgen voor Duurzaamheid & natuur. Op de andere vier ambities zijn positievere scores te zien. Er liggen hier echter kansen om een hogere score te halen op de ambitie door andere keuzes te maken voor de inrichting en uitwerking van de deelgebieden en het thematische beleid.

6.8.2

Effecten van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal De effecten van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal in twee hoofdlijnen samen te vatten: 1) effecten op de omgeving en 2) effecten binnen de deelgebieden (woon- en leefklimaat). Effecten op de omgeving Verkeer en verkeergerelateerde effecten De ontwikkeling van circa 15.000 woningen en ruim 100 ha werkgelegenheid leidt tot een toename van verkeer. Naast negatieve effecten op voertuigverliesuren en reistijden, leidt dit ook tot toename van geluidbelasting door wegverkeer, verslechtering van de luchtkwaliteit en toename van stikstofemissies. De toename van autoverkeer leidt op meerdere ambities tot slechtere scores. Andersom kan gesteld worden dat door middel van afname van autoverkeer een verbetering van de score op meerdere ambities bereikt kan worden. Hiervoor zijn nadere keuzes te maken. Druk op kwetsbare gebieden Door de groei van het aantal inwoners groeit ook de behoefte aan recreatie en ontspanning. Een groei van het aantal wandelaars en fietsers is te verwachten. Deze toename kan leiden tot verdere verstoring van kwetsbare natuur door recreatiedruk. Hiervoor zijn nadere keuzes te maken. Beperkingen of belemmeringen voor de directe omgeving Met de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal worden gevoelige objecten toegevoegd. Dit vraagt om inpassing binnen of naast bestaande functies en waarden in de deelgebieden.

Beperkingen en belemmeringen van of voor de omgeving worden voornamelijk bepaald door het beoogde programma. Hiervoor zijn nadere keuzes te maken. Woon- en leefklimaat Milieuaspecten binnen de deelgebieden Het woon- en leefklimaat binnen Alkmaars Kanaal wordt in belangrijke mate bepaald door de geluidbelasting en luchtkwaliteit in het gebied. De eerste analyse van de geluidbelasting laat zien dat in de centrale deelgebieden Stationsgebied en Overstad de geluidbelasting hoog is. In de overige deelgebieden is de geluidbelasting alleen aan de randen hoger, centraal zijn meer geluidluwe gebieden aanwezig. De analyse van de luchtkwaliteit laat een zelfde beeld zien. Dit komt doordat zowel de geluidbelasting als de luchtkwaliteit in belangrijke mate bepaald wordt door de infrastructuur (weg en spoor). Drukke wegen met hoge verkeersintensiteiten leiden tot hoge geluidbelasting en slechte luchtkwaliteit. Andersom kunnen maatregelen om het verkeer te verminderen bijdragen aan een beter woon- en leefklimaat door afname van geluidbelasting en verbetering van de luchtkwaliteit. Verblijfskwaliteit De kwaliteit van de openbare ruimte is een ander element dat het woon- en leefklimaat bepaalt. De gemeente heeft de ambitie opgenomen om minimaal 20% onverhard moet zijn.

Hiermee wordt in meerdere deelgebieden al een verbetering bereikt, maar voor het creëren van een goede verblijfskwaliteit zijn nog keuzes te maken, onder andere over de ligging en omvang van groenvoorzieningen en watergangen en de inrichting van sport- en speelvoorzieningen. blad 66 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Duurzaamheid en klimaatadaptatie Los van de effecten op de omgeving en het woon- en leefklimaat vragen de ambities voor duurzaamheid en klimaatadaptatie om nader onderzoek.

6.8.3

Welke keuzes en afwegingen zijn er te maken voor Alkmaars Kanaal? De analyse van het planvoornemen en de bijbehorende score op de zes ambities geven aanleiding om de volgende keuzes en afwegingen in het MER te onderzoeken: 1. 2. 3. 4.

Programmatische afwegingen voor Alkmaars Kanaal: Beschouwing van de belemmeringen en beperkingen voor het woningbouwprogramma voor Alkmaars Kanaal en de impact van verschuivingen in het programma op de zes ambities. Keuzes en afwegingen voor duurzame mobiliteit: Onderzoek naar mogelijke maatregelen om duurzame mobiliteit (langzaam verkeer en OV) te stimuleren en autogebruik te verminderen. Keuzes en afwegingen voor klimaatadaptatie: Onderzoek naar mogelijke maatregelen om de deelgebieden van Alkmaars Kanaal klimaatadaptief in te richten Keuzes en afwegingen voor gezondheid en recreatie: Beschouwing van mogelijke maatregelen om gezondheid en recreatie binnen Alkmaars Kanaal te stimuleren en negatieve effecten van recreatie te beperken.

blad 67 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Deel B

blad 68 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

7.

Programmatische afwegingen

7.1

Inleiding De omvang van de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal is bepalend voor de effecten op de leefomgeving. Een groter programma leidt doorgaans tot meer verplaatsingen en minder ruimte voor groen en water. Daar tegenover staat dat met een groter programma een grotere bijdrage geleverd wordt aan het oplossen van tekorten aan woningen en/of voorzieningen. Ook kan een groter programma de financiële haalbaarheid van een ontwikkeling vergroten. Voor de ontwikkeling van Alkmaars Kanaal zijn in de ontwikkelbeelden eerste verkenningen voor het programma per deelgebied weergegeven. Dit zijn indicaties van wat mogelijk is binnen de deelgebieden, geen harde uitgangspunten voor de ontwikkeling. Bij het opstellen van de ontwikkelkaders en in de nadere stedenbouwkundige uitwerking zijn hiervoor nog afwegingen te maken. Dit hoofdstuk verkent de keuzes voor het programma, de mogelijke effecten op de leefomgeving en de samenhang met de andere keuzes en afwegingen. Uitgangspunten voor het programma In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten voor het programma van Alkmaars Kanaal, zoals opgenomen in de ontwikkelbeelden, beschreven. Wonen De ontwikkeling van Alkmaars Kanaal is in de eerste plaats een woningbouwontwikkeling die een belangrijke bijdrage moet leveren aan de woningbouwopgave van de gemeente. Er is zowel landelijk als regionaal een groot tekort aan woonruimte.

Qua aantal woningen kan daarom gesteld worden dat met een groter woningbouwprogramma een grotere bijdrage geleverd wordt aan het oplossen van het woningtekort. Tabel 7.1 toont de uitgangspunten voor het woningbouwprogramma zoals opgenomen in de zes ontwikkelbeelden. Tabel 7.1 Uitgangspunten voor de ontwikkelingen per deelgebied uit de Ontwikkelbeelden

Deelgebied Viaanse Molen

Woningen 5.400

Kwalitatief programma 1/3 sociaal

RWZI Stationsgebied Overstad

1.600 1.200 2.500

-

Oudorp

2.300

1/3 sociaal

Overdie

1.200

1/3 sociaal

1/3 sociaal

Bouwhoogte Gem. 5 lagen; max 35 m hoog; incidenteel 50 m Gem. 8 lagen; max 35, incidenteel 50 Gem 5 lagen; max 35 m; incidenteel 50 Gem 5 lagen; max 35 m; incidenteel 50

Overige functies De ontwikkelbeelden beschrijven per deelgebied de beoogde omvang van de niet-woonfuncties. Dit kan onder andere gaan om kantoorlocaties, bedrijvigheid, onderwijsvoorzieningen of horeca. Tabel 7.2 Beoogd programma voor niet-wonen en de voornaamste functies binnen het niet-woonprogramma

Deelgebied Viaanse Molen

Programma 190.000 m2

Beoogde functies Sociaal-maatschappelijk, werken (bestaand en nieuw)

RWZI Stationsgebied Overstad

56.000 m2 120.000 m2 240.000 m2

Werken, onderwijs, sociaal-maatschappelijk Werken, horeca, detailhandel Werken, leisure, sociaal-maatschappelijk (bestaand en nieuw)

Oudorp Overdie

295.000 m2 230.000 m2

Werken, sociaal-maatschappelijk (bestaand en nieuw) Werken, sociaal-maatschappelijk (bestaand en nieuw)

blad 69 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

7.2

Welke keuzes zijn er nog te maken? Schuifruimte binnen de uitgangspunten Tabel 7.1 en tabel 7.2 tonen de oorspronkelijke uitgangspunten voor het beoogde programma per deelgebied. In (de uitgangspunten voor) het programma zit nog schuifruimte. Door het aandeel sociale woningen te verhogen of het aandeel wonen binnen het programma te vergroten kan het totaal aantal woningen toenemen. Ook het toevoegen van meer hoogteaccenten kan bijdragen aan een groter programma. Andersom kunnen beperkingen voor hoogbouw, zoals in Viaanse Molen, juist leiden tot afname van het aantal woningen. Op hoofdlijnen zijn drie zaken waar schuifruimte aanwezig is: 1. De spreiding van het totale programma over de zes deelgebieden 2. De verdeling van wonen en niet-woonfuncties per deelgebied 3. Het aanbod aan voorzieningen binnen de deelgebieden

7.2.1

Spreiding van het programma De zes deelgebieden voor Alkmaars Kanaal liggen verspreid door de stad. Twee deelgebieden sluiten aan op het centrum (Stationsgebied en Overstad), twee deelgebieden liggen meer noordelijk (Viaanse Molen en RWZI) en twee deelgebieden in het zuidoosten (Oudorp en Overdie). De verspreide ligging van de deelgebieden maakt dat er per deelgebied keuzes gemaakt kunnen worden ten aanzien van de beoogde stedelijkheid en het programma dat daarbij past. In centrumgebieden zijn hogere dichtheden passender dan aan de randen van de stad. Aan de andere kant is de ruimte in centrumgebieden doorgaans beperkter. Inpassen van nieuwe functies in reeds dichtbebouwde gebieden is minder eenvoudig dan in open gebieden met meer onbebouwde of braakliggende ruimte. Verdichting in centrumgebieden leidt al snel tot meer en hogere hoogbouw. Voor de zes deelgebieden van Alkmaars Kanaal zijn op hoofdlijnen drie scenario’s voor de spreiding van het programma denkbaar: 1. Centraliseren: groter programma in de centrale deelgebieden, gemiddeld programma (conform uitgangspunten) in Oudorp en Overdie, laag programma in Viaanse Molen; 2. Gelijke spreiding: Programma per deelgebied creëert een gelijkmatige dichtheid, conform de uitgangspunten; 3. Uitbreiding aan de randen: groter programma in deelgebieden met meer ruimte.

7.2.2

Niet-woonfuncties per deelgebied Voor de deelgebieden is een beoogd aantal vierkante meter niet-woonfuncties beschreven in de ontwikkelbeelden. Het type functie is niet vastgelegd. Binnen de deelgebieden zijn keuzes te maken ten aanzien van het type functies en de verdeling daarvan. Dit vraagt ook om afstemming tussen de deelgebieden. Als in alle deelgebieden het totaal aantal vierkante meters ingezet wordt voor kantoorfuncties, is er een overaanbod aan kantoorruimte in Alkmaar en een tekort aan onderwijs- of horecafuncties. Voor de niet-woonfuncties kan onderscheid gemaakt worden in wijkvoorzieningen, zoals een basisschool, huisartsenpraktijken en (buurt)supermarkten. Dit zijn voorzieningen die bijdragen aan een leefbare wijk en daarom in de nabijheid van woningen horen. De keuzes hiervoor zijn in de volgende subparagraaf beschreven. Kantoorfuncties, bedrijvigheid en horeca zijn dat in mindere mate. Kantoren zijn niet bepalend voor een leefbare wijk. Bedrijvigheid is zelfs niet altijd inpasbaar in woongebieden. Horeca creëert een meer levendig gebied, vergelijkbaar met een centrum. De keuzes voor niet-woonfuncties binnen Alkmaars Kanaal hebben betrekking op de spreiding over de deelgebieden en de verdeling van het beoogde programma. Op hoofdlijnen zijn de volgende scenario’s denkbaar: 1. Clusteren van functies 2. Spreiden van functies

blad 70 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

7.2.3

Aanbod aan voorzieningen binnen de deelgebieden Binnen de deelgebieden van Alkmaars Kanaal ontstaan nieuwe woongebieden. De deelgebieden transformeren naar een gebied waar de woonfunctie de boventoon voert. Voor de nieuwe bewoners is een goed aanbod aan voorzieningen van belang. Voorzieningen zoals (basis)scholen, kinderdagopvang, supermarkten, huisartsen en apotheken dragen bij aan de leefbaarheid van de wijk. De deelgebieden liggen naast of in de nabijheid van bestaande gebieden met voorzieningen. In het onderzoek Duurzame Mobiliteit zijn de bestaande voorzieningen in beeld gebracht. De afstand en looptijden vanuit de deelgebieden zijn hier onderzocht. Aan de hand van kengetallen is onderzocht wat de vraag naar voorzieningen op basis van de woningbouwaantallen is. Voor de voorzieningen zijn de volgende scenario’s mogelijk: 1. Benutten van bestaande voorzieningen: geen nieuw aanbod, inzetten op bereikbaarheid van bestaande voorzieningen 2. Passende uitbreiding van voorzieningen: Uitbreiding van voorzieningen op basis van het beoogde programma 3. Grootschalig aanbod aan voorzieningen: nieuw, grootschalig voorzieningenaanbod per deelgebied

7.2.4

Vertaling naar scenario’s Met zes deelgebieden en drie variabelen voor de schuifruimte binnen het programma zijn er tientallen varianten denkbaar. Het is onwerkbaar om die allemaal uit te werken en te beoordelen. Het MER werkt daarvoor met drie scenario’s, die variëren in de spreiding van het programma over de deelgebieden. De verdeling van wonen en niet-woonfuncties en het voorzieningenaanbod is hierop afgestemd. Het doel van deze scenario’s is om te verkennen wat deze variatie in programma (kan) betekent voor de ambities voor Alkmaars Kanaal. De scenario’s zijn in tabel 7.5 weergegeven. Scenario A sluit vrijwel volledig aan bij de uitgangspunten voor Alkmaars Kanaal, zoals beschreven in Hoofdstuk 3. De score van dit scenario is dan ook gelijk aan de score voor de plansituatie (hoofdstuk 6). Tabel 7.3 Scenario's voor de programmatische afweging voor Alkmaars Kanaal

Scenario

Spreiding programma

A

Gelijke spreiding over Kantoren rond het station, Voorzieningen passend bij deelgebieden bedrijvigheid rond de ring het programma Concentratie in het centrum Kantoren langs de ring Benutten van bestaande voorzieningen Grootschalige uitbreiding aan Bedrijvigheid en horeca in het Grootschalige nieuwe de randen centrum, beperkte niet- voorzieningen, bedrijvigheid woonfuncties aan de randen aan de randen

B C

Niet-woonfuncties

Voorzieningen

Invulling per deelgebied

blad 71 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

De drie scenario’s zijn verder uitgewerkt per deelgebied. Dit geeft een goed beeld van het programma per deelgebied.

Figuur 7-1 Aantal woningen per hectare per ontwikkelveld voor de drie scenario's

Tabel 7.4 Verdeling van het programma per scenario over de zes deelgebieden

Viaanse Molen

RWZI

Stationsgebied

Overstad Oudorp

Overdie Totaal woningen

A Ca. 4.000 woningen, voorzieningen centraal in het gebied, bedrijvigheid aan de zuidkant Ca. 1.600 woningen, aansluiten op voorzieningen in Viaanse Molen. Ca. 1.400 woningen, kantoorlocaties

B Ca. 2.000 woningen, kleinschalige voorzieningen. Kantoorfuncties aan de zuidkant Ca 1.200 woningen, kantoorfuncties aan de noordkant. Geen voorzieningen Ca. 2.300 woningen, alleen horeca

Ca. 3.000 woningen, voorzieningen centraal in het gebied Ca 2.500 woningen, voorzieningen centraal in het gebied.

Ca. 4.000 woningen, voorzieningen en horeca

Ca. 1.500 woningen, kleinschalige voorzieningen 14.000

Ca. 1.500 woningen, kleinschalige voorzieningen, kantoorfuncties aan de noordoostkant. Ca. 1.000 woningen, geen voorzieningen, bedrijvigheid. 12.000

C Ca. 6.000 woningen, grootschalige voorzieningen

Ca. 2.000 voorzieningen

woningen,

Ca. 500 woningen, kleinschalige voorzieningen, kantoorruimte en horeca Ca. 2.000 woningen, bedrijvigheid en horeca Ca. 4.000 grootschalige voorzieningen

woningen, nieuwe

Ca. 2.500 woningen, grootschalige voorzieningen, bedrijvigheid aan de zuidkant. 17.000

blad 72 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Doel van de scenario’s Het doel van de afweging voor het programma is om inzicht te krijgen in de impact van verschuivingen in het programma. Het doel is nadrukkelijk niet om aan het eind een scenario te kiezen en dat als uitgangspunt voor Alkmaars Kanaal vast te leggen. Deze afweging moet inzicht bieden in de impact op de ambities. Wat betekent een afname van het programma voor de ambitie bereikbaarheid of voor de klimaatadaptieve stad? Kan de afname van woningen in het ene deelgebied opgevangen worden in een ander deelgebied, zonder grote impact op de ambities?

7.3

Beoordeling van de scenario’s Voor de beoordeling van de scenario’s is gekeken naar de verwachte effecten op de ambities. De beoordeling van de plansituatie (hoofdstuk 6) geldt hierbij als uitgangspunt. Scenario A komt het dichtst in de buurt van de uitgangspunten uit de ontwikkelbeelden, dit scenario scoort daarom gelijk aan de plansituatie. Bij de beoordeling van scenario B en C is dan gekeken naar mogelijke verschillen en de verwachte effecten op de betreffende ambitie ten opzichte van scenario A.

7.3.1

Ongedeelde stad

Scenario A De ruimtelijke spreiding van de woningen maakt het mogelijk om totaal ongeveer 14.000 woningen te realiseren. Qua werkgelegenheid is de verwachting dat de ruimte hiervoor beperkt is tot ongeveer 60 ha. Dit komt doordat met de spreiding van woningen over de deelgebieden milieuhinder tot beperkingen voor bedrijvigheid kan leiden. Bij Viaanse Molen leidt het woningbouwprogramma mogelijk tot aantasting van de monumentale molens. Scenario B Dit scenario kent het laagst totaal aantal woningen. Dit komt doordat de ruimte in Stationsgebied en Overstad naar verwachting onvoldoende is om duizenden woningen vanuit de andere deelgebieden op te vangen. Dit scenario creëert langs de ring wel veel ruimte voor werkgelegenheid. Door het lagere aantal woningen in Viaanse Molen leidt de ontwikkeling niet tot aantasting van de monumentale molens. Scenario C Bij grootschalige uitbreiding in de deelgebieden aan de randen ontstaat de meeste ruimte voor woningbouw. Het aantal woningen ligt hiermee boven het criterium voor deze ambitie. Ruimte voor werkgelegenheid is er met name op het gebied van kantoorfuncties bij het station en in beperkte mate voor bedrijvigheid. Het grote programma voor Viaanse Molen leidt wel tot aantasting van de monumentale molens. Hierdoor scoort dit scenario minder goed dan scenario A. Aspecten Wonen Werken Functiemenging Cultuurhistorische waarden

A + + 0/+ -

B 0 + + 0

C ++ 0/+ 0 --

blad 73 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

7.3.2

Leefbare stad

Voor deze ambitie zitten de verschillen tussen de scenario’s met name op het aspect geluid. De aanwezigheid van grote geluidbronnen en de mogelijkheid om afstand te houden of afscherming te creëren ten opzichte van deze bronnen bepaalt in belangrijke mate het akoestisch leefklimaat. Het programma per deelgebied kan daarnaast ook de verblijfskwaliteit beïnvloeden. Een groter programma kan ten koste gaan van de kwaliteit van de openbare ruimte. Scenario A De gelijke verdeling van het programma over de deelgebieden maakt het mogelijk om in de deelgebieden geluidbronnen af te schermen. Door niet-geluidgevoelige functies zoals detailhandel of kantoorfuncties aan de zijden van geluidbronnen te situeren kan de geluidbelasting op achterliggende woningen afnemen. In Viaanse Molen en RWZI geldt dit bijvoorbeeld voor de Huiswaarderweg en de Helderseweg. Geen gevoelige functies in de zones langs het spoor en de ring van Alkmaar is daarnaast ook minder negatief voor de luchtkwaliteit.

Figuur 7-2 Impressie van stedenbouwkundige inrichting met niet-geluidgevoelige functies langs de randen (bron: DCMR)

Scenario B De concentraties van werklocaties langs de ring en meer woningbouw in de centrale deelgebieden kan tot positieve effecten op geluid en luchtkwaliteit leiden. Zones met hoge geluidbelasting en concentraties luchtverontreiniging worden dan niet of minder benut door gevoelige functies. In de deelgebieden langs de ring zal een laag stedelijk karakter ontstaan, ook doordat dit scenario niet uitgaat van nieuwe voorzieningen. In Stationsgebied en Overstad ontstaat juist een hoog stedelijk karakter. Dit zijn de deelgebieden met de hoogste geluidbelasting, waardoor in dit scenario de gemiddelde geluidbelasting per woning hoger ligt. Dit scenario scoort daardoor iets slechter dan scenario A. Scenario C Dit scenario verschuift woningbouw naar de deelgebieden langs de ring. Woningbouw in de nabijheid van grote infrastructuur kan leiden tot hogere geluidbelasting op de gevels en slechtere luchtkwaliteit ter plaatse van woningen. Ook de aanwezigheid van (grootschalige) voorzieningen in de deelgebieden maakt dat de gebieden een stedelijk karakter krijgen en er meer reuring in de gebieden ontstaat. Het karakter van rustige woonwijken neemt af. Ten opzichte van scenario A biedt dit scenario minder mogelijkheden om binnen de deelgebieden het blad 74 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

woningbouwprogramma te optimaliseren voor de leefbaarheid (geluid en luchtkwaliteit). Dit scenario scoort hierdoor slechter dan scenario A.

7.3.3

Bereikbare stad

Voor de effecten op deze ambitie is met name gekeken naar de relatie met de maatregelen voor duurzame mobiliteit (achtergrondrapport Duurzame mobiliteit). Dit rapport inventariseert maatregelen om langzaam verkeer en openbaar vervoer te stimuleren. De mogelijke maatregelen en de verwachte effecten op het autogebruik zijn onder andere afhankelijk van het programma van Alkmaars Kanaal en de spreiding over de deelgebieden. Scenario A In scenario A komt de spreiding van woningen en werkgelegenheid grotendeels overeen met de uitgangspunten voor het mobiliteitsonderzoek. Uit de beoordeling in paragraaf 6.4 blijkt dat dit deze uitgangspunten leiden tot toename van voertuigverliesuren en overschrijding van de reistijdfactor. Ook de ambities voor fietsen worden niet gehaald. Dit scenario scoort daardoor slecht. Scenario B Dit scenario concentreert woningbouw in de centrumgebieden en verschuift werkgelegenheid naar deelgebieden langs de ring. Het lagere woningbouwprogramma in Viaanse Molen, RWZI, Oudorp en Overdie leidt naar verwachting tot minder draagvlak voor voorzieningen. Ook daalt hier de stedelijkheidsgraad, wat een ambitieuzer parkeerbeleid minder haalbaar maakt. Voor werkgelegenheidsfuncties langs de ring is de bereikbaarheid voor fietsen en OV ook lager ten opzichte van de centrale functies. Dit leidt, conform het parkeerbeleid, tot een lagere reductiefactor voor parkeren.

Voor de woningen die verplaatst worden naar de centrale deelgebieden wordt wel een hogere reductie van autogebruik verwacht. Dit weegt naar verwachting echter niet op tegen de lagere autoreductie in de andere deelgebieden. Per saldo wordt daarom een groei van autoverkeer (en daardoor afname van bereikbaarheid) verwacht voor dit scenario. Scenario C Dit scenario zorgt juist voor meer woningbouw langs de ring en meer werkgelegenheid in de centrale deelgebieden. Voor de deelgebieden langs de ring betekent dit een hogere stedelijkheidsgraad. Hierdoor ontstaat er behoefte aan een groter voorzieningenaanbod. Meer voorzieningen in de nabijheid van woningen leidt tot afname van autogebruik. Ook maakt dit een strikter parkeerbeleid met parkeervoorzieningen op enige afstand van de woningen mogelijk. Voor de deelgebieden langs de ring leidt dit scenario tot afname van autogebruik. Voor de kantoorfuncties in de centrale deelgebieden kan een hoge reductiefactor voor parkeren toegepast worden, vanwege de goede bereikbaarheid van OV. Door in de deelgebieden langs de ring een groter maatregelpakket voor duurzame mobiliteit op te nemen, passend bij de mate van stedelijkheid, kan per saldo een verdere reductie van autoverkeer bereikt worden.

blad 75 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

7.3.4

Duurzaamheid en natuur

De effecten op deze ambitie worden onder andere bepaald door de effecten op autoverkeer (stikstofdepositie). Daarnaast leiden de scenario’s tot verschillen in ruimtebeslag en hoogbouw. Het beschikbaar dakoppervlak -en daardoor de ruimte voor zonnepanelen en groene daken- verschilt per scenario. Energie Het energiegebruik en de opbrengstpotentie per scenario is in het achtergrondrapport Energie onderzocht. Tabel 7.5 toont de uitkomsten van het onderzoek voor de drie scenario’s. De percentages laten zien of het deelgebied energieneutraal (100% of meer) is op gebouwniveau of gebiedsniveau. Tabel 7.5 Energieneutraliteit op gebiedsniveau voor de drie scenario's Scenario A Energieneutraliteit

Gebouw

Scenario B

Gebied

Gebouw

Scenario C

Gebied

Gebouw

Gebied

Viaanse Molen

138%

52%

155%

53%

102%

40%

RWZI

174%

49%

197%

51%

147%

44%

Stationsgebied

213%

56%

144%

41%

372%

76%

Overstad

252%

58%

248%

64%

300%

62%

Oudorp

330%

72%

382%

74%

288%

74%

Overdie

470%

108%

513%

105%

378%

97%

De balans tussen de energiebehoefte en het aanbod duurzame energie zegt iets over de energieneutraliteit van de ontwikkeling. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden naar gebouwniveau en gebiedsniveau. Op gebouwniveau wordt alleen gekeken naar de energievraag van de gebouwde omgeving (onder andere verwarming en technische installaties). Op gebiedsniveau wordt ook de energiebehoefte van huishoudens (elektrische apparaten) meegenomen in de balans.

blad 76 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Zonne-energie het jaarrond In het onderzoek naar de energiebehoefte van de alternatieven toont de cijfers voor een jaar. Over een jaar varieert zowel de vraag naar energie als de opbrengst van zonnepanelen. In de winter is er een grotere energiebehoefte voor ruimteverwarming, terwijl de opbrengst van zonnepanelen dan juist laag is. In de zomer is dit andersom. Jaarrond is er daardoor een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is in onderstaande grafiek weergegeven. Om volledig energieneutraal te zijn is daarom gebruik van andere vormen van duurzame energie noodzakelijk.

Figuur 7-3 Impressie van de energiebehoefte en de opwekpotentie van zonne-energie over een jaar

Circulariteit In de drie scenario’s varieert de dichtheid voor woningbouw per deelgebied. De dichtheid heeft invloed op de (mogelijkheden voor) circulair bouwen. Scenario A De lichte verschuivingen in het programma ten opzichte van de plansituatie leiden naar verwachting niet tot effecten op de ambitie voor duurzaamheid en natuur. Het totale woningbouwprogramma is in dit scenario iets lager dan bij de plansituatie, waardoor de emissies van stikstof door verkeer licht afnemen. Er blijft echter een toename van stikstofdepositie bestaan. Tabel 7.5 laat zien dat in dit scenario alleen Overdie op gebiedsniveau energieneutraal kan worden. Op gebouwniveau zijn alle deelgebieden energieneutraal. Scenario B De concentratie van woningen in het centrum leidt naar verwachting tot een lagere energiebehoefte per woning. In de deelgebieden langs de randen zorgt de lagere dichtheid voor (procentueel) meer ruimte voor zonnepanelen. Ook ontstaan in deze gebieden meer kansen om grotere, robuuster groenstructuren te realiseren, wat positief is voor ecologische waarden. Dit is positief voor de ambitie ‘duurzaamheid en natuur’. De effecten op verkeer zijn te klein om de toename van stikstofdepositie volledig weg te nemen. Hierdoor scoort dit scenario toch slecht. Tabel 7.5 laat zien dat in dit scenario alleen Overdie op gebiedsniveau energieneutraal kan worden.

Op gebouwniveau zijn alle deelgebieden energieneutraal. Scenario C blad 77 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Dit scenario heeft tegengestelde effecten ten opzichte van scenario B. De energiebehoefte per woning ligt hoger, het percentage duurzame energie lager. Ook vindt hier meer ontwikkeling plaats in deelgebieden waar kansen liggen voor grootschalige groenstructuren. Door de lichte afname van verkeer leidt dit scenario tot lichte verbetering van de effecten op stikstofdepositie. Dit is naar verwachting niet voldoende om een toename van stikstofdepositie te voorkomen. Het hogere woningbouwaantal leidt daarnaast tot een grotere toename van het aantal recreanten in kwetsbare natuurgebieden. Dit scenario scoort daarom slechter dan scenario A. Tabel 7.5 laat zien dat in dit scenario geen van de deelgebieden op gebiedsniveau energieneutraal kan worden. Op gebouwniveau zijn alle deelgebieden energieneutraal. Dit scenario haalt de laagste percentages op het gebied van energieneutraliteit. Dit is het gevolg van de hogere dichtheden in de deelgebieden.

7.3.5

Klimaatadaptieve stad

Scenario A Dit scenario komt grotendeels overeen met de plansituatie. De kansen om in de deelgebieden maatregelen voor klimaatadaptatie te treffen blijven bestaan. Dit wordt in hoofdstuk 9 nader onderzocht. Scenario B Dit scenario creëert meer ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen in de deelgebieden langs de randen. Voor Viaanse Molen is dat positief gezien de risico’s voor waterveiligheid en beperktere waterbergingscapaciteit in de bodem. Het grotere programma in de centrale deelgebieden vergroot de risico’s en bestaande knelpunten voor wateroverlast en hittestress. De ruimte voor maatregelen is in deze gebieden beperkt. Dit scenario scoort daarom minder goed dan scenario A. Scenario C Voor dit scenario gelden de omgekeerde effecten ten opzichte van scenario B. Scenario C creëert meer ruimte in de centrale deelgebieden, waardoor knelpunten voor wateroverlast en hittestress hier beperkt of zelfs weggenomen kunnen worden.

7.3.6

Vitale stad

De effecten op deze ambitie worden voornamelijk bepaald door de consequenties van verschuivingen in het programma voor het voorzieningenaanbod. Daarnaast beïnvloedt het programma per deelgebied de ruimte voor groenvoorzieningen en sport- en speelplaatsen. blad 78 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

Scenario A De score voor dit scenario komt overeen met de plansituatie uit de ontwikkelbeelden. Scenario B De verdichting in de centrale deelgebieden kan ten koste gaan van de ruimte voor groenvoorzieningen en sporten speelplaatsen. Juist in Stationsgebied en Overstad zijn deze voorzieningen nodig doordat deze in de huidige situatie ontbreken en op relatief grote afstand gelegen zijn. In de deelgebieden langs de randen leidt het lagere programma mogelijk tot afname van het voorzieningenaanbod. Met name draagvlak voor basisscholen en supermarkten zijn belangrijk voor het voorzieningenaanbod. Juist in de deelgebieden aan de randen ontbreekt het in de huidige situatie aan voldoende en goed bereikbare voorzieningen. Dit scenario scoort hierdoor minder goed op de ambitie ‘vitale stad’. Scenario C Voor dit scenario geldt juist dat er door het grotere programma in de deelgebieden langs de randen meer draagvlak voor voorzieningen ontstaat. Ook omliggende wijken, waar nu een beperkt aanbod aan voorzieningen is, kunnen profiteren van dit nieuwe aanbod. Minder draagvlak voor voorzieningen in de centrale deelgebieden leidt niet direct tot knelpunten voor het voorzieningenaanbod. In Stationsgebied zijn voorzieningen in de omgeving aanwezig, in Overstad blijft voldoende programma over om nieuwe voorzieningen te realiseren.

Vanuit de plannen voor het Kanaalpark worden aan de zuid- en noordkant van de stad grote groenstructuren langs het kanaal ontwikkeld. Scenario C realiseert meer woningen in de directe nabijheid van deze groenstructuur, wat leidt tot een betere score voor deze ambitie.

7.4

Conclusie Overzicht van de beoordeling

De drie scenario’s voor het programma laten op enkele ambities lichte verschuivingen zien ten opzichte van de plansituatie zoals beoordeeld in Hoofdstuk 6 en ten opzichte van elkaar. Veel effecten worden bepaald door het ruimtebeslag dat een scenario met zich meebrengt. In de beoordeling is een algemeen beeld van Alkmaars Kanaal geschetst, maar dit ruimtebeslag verschilt per deelgebied. Positieve of negatieve effecten worden uiteindelijk bepaald door de stedenbouwkundige inrichting. Om voor het programma van Alkmaars Kanaal een gedegen afweging te maken dienen er keuzes gemaakt te worden over de beoogde stedelijkheidsgraad per deelgebied. De analyse laat zien dat de stedelijkheid per deelgebied invloed heeft op de ambities voor duurzame mobiliteit. Een kleiner programma (per deelgebied) leidt weliswaar tot afname van voertuigbewegingen, maar dit verloopt

blad 79 van 176

MER Alkmaars Kanaal Milieueffectrapport projectnummer 0476575.100 8 juli 2025 revisie 03

niet lineair. Een lagere stedelijkheidsgraad leidt tot een lager aandeel langzaam verkeer en OV, waardoor de ambitie voor bereikbaarheid negatief beïnvloed wordt. Raakvlakken met andere afwegingen De programmatische afwegingen variëren in omvang van woningen en werkgelegenheid en de spreiding hiervan over de zes deelgebieden. De belangrijkste effecten zijn terug te zien in het ruimtebeslag en de mobiliteitseffecten. Ruimtebeslag Een groter programma leidt tot meer ruimtebeslag door de ontwikkeling. Dit kan horizontaal (meer vierkante meters uitgeefbaar) of verticaal (meer bouwlagen) opgevangen worden. Het eerste gaat ten koste van de openbare ruimte, ruimte voor groen, water of openbare ontmoetingsplekken. Dit beïnvloedt de ambities Klimaatadaptatie en Vitaliteit. Uitbreiding in de hoogte heeft impact op de stedenbouwkundige kwaliteiten van het gebied. In Viaanse Molen zijn hier beperkingen vanuit de twee molens. In andere deelgebieden kan hoogbouw tot negatieve impact op omliggende buurten leiden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de noordkant van Overdie en delen van het Stationsgebied. Verkeerseffecten Uitbreiding van het programma leidt doorgaans tot groei van de verkeerseffecten. Daar is wel een kanttekening bij te plaatsen. Een groter programma leidt ook tot een hogere stedelijkheidsgraad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16187728/1