260326 Raadsinformatiebrief - Koopstromenonderzoek Randstad 2025 - bijlage
Tekst van het document
Figuur 2.7 Ontwikkeling koopbereidheid (CBS-indicator) Nederland 2021-2025 (per september van elk meetjaar) 20 10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
Consumentenvertrouwen Sinds 2017 laat de koopbereidheid een dalende trend zien (figuur 2.7). Dit heeft lange tijd niet tot een daadwerkelijke daling van de bestedingen geleid, tot de laatste twee jaar. Positief is dat het algeheel economisch sentiment van consumenten iets lijkt te kantelen. Dit leidt in de detailhandel nog niet tot direct meer bestedingen hoewel de meest recente cijfers daar wel op wijzen. In de horeca is dit wel duidelijk zichtbaar. 45 4 Detailhandel zet ruim 2 procent meer om in januari | CBS 5 Omzet horeca groeit in vierde kwartaal met ruim 3 procent | CBS 26
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
2023
2024
2025
3. A anbod en werkgelegenheid 3.1 Inleiding Met de aanbodkant bedoelen we het fysiek aanwezige winkel-, horeca-, diensten- en leisure-aanbod en de leegstand daarvan. De ontwikkeling heeft primair betrekking op de periode 2016 – 2025 (voor detailhandel) en 2018-2025 (voor de overige functies). We volgen bij dit onderscheid Locatus die de oppervlakten van horeca, diensten en leisure sinds 2018 apart meet.
27
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
3.2 Aanbod detailhandel krimpt verder Hoe heeft het detailhandelsaanbod zich de laatste jaren ontwikkeld? Op 1 oktober 2025 telde het onderzoeksgebied ongeveer 36.700 winkels, met een totale omvang van ruim 11,2 miljoen vierkante meters aan winkelvloeroppervlak (wvo). Ten opzichte van 2021 is het winkelaanbod afgenomen met bijna 3.200 winkels (-8%). De winkelruimte nam in die periode af met ruim 300.000 m² wvo (-3%). Dit is het saldo van zowel nieuwe winkels als verdwenen winkels. Tussen typen winkelgebieden (figuur 3.1) en gemeenten (figuur 3.2) zijn er verschillen in de ontwikkeling van het aantal meters. Die verschillen zijn er ook voor sectoren. In algemene zin geldt wel dat detailhandel inmiddels een krimpsector is.
Centrale winkelgebieden
Figuur 3.1 Totale winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied
Figuur 3.2 Ontwikkeling totale winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2021-2025, per gemeente
tot 5.000 m²
2025
5.000-10.000 m²
2021
10.000-20.000 m²
2016
tot -20% -20% tot 0% 0% tot 20% 20% en hoger
20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m²
Amsterdam
vanaf 200.000 m²
Ondersteunende winkelgebieden
tot 2.500 m²
Den Haag
Utrecht
2.500-5.000 m² Rotterdam
5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
Vanaf 20.000 m²
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
500.000
1.000.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 28
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
1.500.000
2.000.000
2.500.000
3.000.000
Schaalvergroting zet door, vooral bij supermarkten Het aantal winkels daalt sterker dan het oppervlak. Dit komt door schaalvergroting. Waar een winkel in 2021 nog een gemiddelde grootte had van 288 m² wvo, lag dit anno 2025 op 305 m² wvo per winkel. De schaalvergroting
2025
tot 5.000 m²
2021
Centrale winkelgebieden
5.000-10.000 m²
2016
10.000-20.000 m² 20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m² vanaf 200.000 m² tot 2.500 m²
Ondersteunende winkelgebieden
Winkelaanbod dagelijkse sector groeit in omvang door supermarkten Het winkelaanbod in de dagelijkse sector is gestegen (figuur 3.3 en 3.4). In bijna alle typen winkelgebieden is sprake van groei van de winkelruimte, zowel in de ondersteunende centra als in de centrale winkelgebieden, die een (steeds) sterkere boodschappenfunctie vervullen. De groei van het boodschappenaanbod volgt de demografische trend. Opvallend is dat ook in de verspreide bewinkeling sprake is van enige groei van de winkelruimte.
Figuur 3.3 Dagelijks winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied
2.500-5.000 m² 5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m² Vanaf 20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
zien we vooral bij supermarkten. Een supermarkt was in 2021 gemiddeld 966 m² wvo. Anno 2025 is een supermarkt gemiddeld 1.000 m² wvo. Nieuwe reguliere supermarkten zijn al snel 1.200 tot 1.600 m² wvo, afhankelijk van de formule en locatie. Voor winkels in de recreatieve sector is ook sprake van schaalvergroting maar beperkter, namelijk van gemiddeld 205 naar 215 m² wvo. In de doelgerichte sector steeg de gemiddelde winkelgrootte van 452 naar 498 m² wvo tussen 2021 en 2025.
tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
100.000
200.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 29
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
300.000
400.000
500.000
Figuur 3.4 Ontwikkeling dagelijks winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2021-2025, per gemeente tot -10% -10% tot 0% 0% tot 10% 10% tot 20% 20% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
30
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Het overige dagelijkse winkelaanbod (nietsupermarkten) krimpt, zowel in als aantal winkels als meters met respectievelijk 5% en 2%. De supermarkten nemen daardoor een steeds groter marktaandeel in binnen de dagelijkse sector en de detailhandel als geheel. In kernen tot 5.000 inwoners blijft het dagelijkse winkelaanbod per saldo stabiel.
Wat gebeurt er met supermarkten in kleine kernen (< 5.000 inwoners)? In de meeste kleine kernen bleef het supermarktaanbod in aantallen en omvang stabiel. De schaalvergroting zet in kleine kernen minder sterk door dan in grotere kernen. Er is hier minder financiële investeringskracht, omdat het economisch draagvlak onder druk staat (minder binding, meer afvloeiing). De kernen Driehuis, Westzaan en Den Dolder zagen tussen 2021 en 2025 een supermarkt zijn deuren sluiten. Dit waren kleine supermarkten tussen de 400 en 800 m² wvo. Deze zijn niet langer marktconform en zijn moeilijk in te vullen met andere functies. Deze panden staan nog leeg. De Coop-formule is uit het straatbeeld verdwenen, maar grotendeels ingevuld door andere formules. Hierdoor is het aantal vestigingen van PLUS in kleine kernen in de Randstad fors gestegen, van 21 naar 31 vestigingen. Ook Albert Heijn steeg in de kleine kernen, van 25 naar 28 vestigingen. Boon’s markt wint ook langzaam terrein, met inmiddels 3 nieuwe vestigingen in kleine kernen.
Figuur 3.5 Recreatief winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied tot 5.000 m² 2025
Centrale winkelgebieden
5.000-10.000 m²
2021
10.000-20.000 m²
2016
20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m² vanaf 200.000 m² tot 2.500 m²
Ondersteunende winkelgebieden
Winkelaanbod recreatieve detailhandel krimpt verder De krimp van het recreatieve winkelaanbod vindt plaats in alle typen winkelgebieden, maar is in relatieve zin het sterkst in de middelgrote centrumgebieden, tussen 20.000 en 60.000 m² wvo (figuur 3.5 en 3.6). In de categorie 60.000 tot 100.000 m² wvo lijkt het recreatieve winkelaanbod tussen 2021 en 2025 per saldo stabiel gebleven. Dit is te echter te verklaren door de groei van het winkelaanbod in Mall of the Netherlands (centrum Leidschendam). In alle andere centra in deze categorie, zoals Delft, Amersfoort, Gouda en Zeist, is wel sprake van krimp. Opvallend is ook de forse krimp van het recreatieve winkelaanbod in de grootste binnensteden, vooral in Den Haag. Verder valt op dat op grootschalige concentraties het recreatief winkelaanbod per saldo redelijk stabiel blijft en op kleine concentraties zelf beperkt stijgt.
2.500-5.000 m² 5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
Vanaf 20.000 m² tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
100.000
200.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 31
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
300.000
400.000
500.000
600.000
Figuur 3.6 Ontwikkeling recreatief winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2021-2025, per gemeente
Figuur 3.7 Doelgericht winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied tot 5.000 m²
tot -40% -40% tot -20%
2025
5.000-10.000 m²
-20% tot 0%
Centrale winkelgebieden
0% tot 20% 20% en hoger
2021
10.000-20.000 m²
2016
20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m²
Amsterdam
vanaf 200.000 m² Den Haag
tot 2.500 m²
Rotterdam
Ondersteunende winkelgebieden
Utrecht
32
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m² Vanaf 20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
Doelgericht winkelaanbod blijft redelijk stabiel Tussen 2016 en 2021 groeide de winkelruimte op middelgrote en grote woonboulevards nog. Inmiddels is sprake van per saldo stabilisatie op dit soort locaties (figuur 3.7 en 3.8). Op verspreide locaties buiten de winkelstructuur is sprake van structurele krimp. In de andere winkelgebieden is sprake van stabilisatie of lichte krimp.
2.500-5.000 m²
tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
500.000
1.000.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
1.500.000
2.000.000
2.500.000
Figuur 3.8 Ontwikkeling doelgericht winkelaanbod (m² wvo) Randstad 2021-2025, per gemeente
groeide tussen 2021 en 2025 verder door. Dit geldt ook voor winkels in rijwielen.
tot -40% -40% tot -20% -20% tot 0% 0% tot 20% 20% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
Tussen locaties en branches zijn wel grote verschillen. De bruin- en witgoedbranche heeft te maken met de sterkste krimp in winkelmeters, onder andere door het faillissement van BCC. Ook in de doe-het-zelfen woninginrichtingsbranche is sprake van enige krimp. De winkelruimte in de tuinbranche 33
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Hoe heeft de filialiseringsgraad zich ontwikkeld? De filialiseringsgraad is een graadmeter voor de mate van zelfstandig ondernemerschap in de detailhandel. Het geeft het aandeel filiaalbedrijven in de detailhandel weer ten opzichte van het totale winkelaanbod. Figuur 3.9 toont dat de filialiseringsgraad in de Randstad sinds 2016 jaren licht is toegenomen (+1,4%). Gemiddeld genomen bedraagt de filialiseringsgraad in 2025 ongeveer 38%. In de centrale winkelgebieden is sprake van een lichte daling: de filialiseringsgraad bleef tussen 2016 en 2021 stabiel op 41%, maar nam in 2025 af naar 40%. In de ondersteunende winkelgebieden is juist een lichte toename zichtbaar, van 36% in 2016 naar 38% in 2021, waarna dit niveau in 2025 stabiel bleef. De relatief sterkste groei doet zich voor in de grootschalige winkelgebieden, zoals woonboulevards. Hier steeg de filialiseringsgraad van 60% in 2016 naar 63% in 2021 en verder naar 66% in 2025. Ook in de verspreide bewinkeling is (op een veel lagere filialiseringsgraad) een lichte toename zichtbaar, van 20% in 2016 naar 23% in 2025. De groei van het aantal filiaalbedrijven betekent dus dat het uniek zelfstandig ondernemerschap is gekrompen.
Figuur 3.9 Filialiseringsgraad per type winkelgebied Randstad 2016-2021-2025 Centrale winkelgebieden
Ondersteunende winkelgebieden
Grootschalige winkelgebieden
Verspreide bewinkeling
2025 2021 2016
Totaal
0%
25%
50%
75%
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
100%
tot 5.000 m²
2025 2021
Centrale winkelgebieden
5.000-10.000 m²
2016
10.000-20.000 m² 20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m² vanaf 200.000 m² tot 2.500 m²
Ondersteunende winkelgebieden
Hoe heeft het horeca-aanbod zich de laatste jaren ontwikkeld? Ten opzichte van 2021 is het aantal horecazaken per saldo gestabiliseerd. In 2021 telde de Randstad 11.803 horecazaken (exclusief hotels en coffeeshops). Inmiddels betreft dit 11.868 zaken. Dit is het saldo van nieuwe zaken minus verdwenen zaken (figuur 3.10 en 3.11). De sterke groei van horeca tussen 2016 en 2021 lijkt voorbij. Wel is sprake van een duidelijke verschuiving in type horeca en naar type locatie. Vooral de grote binnensteden groeien qua horeca door. Ook de wijkcentra laten een opvallende groei zien. Horeca aanbod buiten winkelgebieden krimpt. Traditioneel kent de horeca veel dynamiek. Bestaande ondernemers stoppen, maar daarvoor in de plaats komen vaak nieuwe ondernemers en concepten. De opgebouwde coronaschulden en hoge lasten zijn veelal oorzaak voor faillissementen en bedrijfsbeëindigingen.
Figuur 3.10 Totale horeca aanbod (aantal vestigingen) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied
2.500-5.000 m² 5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m² Vanaf 20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
3.3 Aanbod horeca stabiliseert
tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
1.000
2.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 34
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
3.000
4.000
5.000
6.000
7.000
Figuur 3.11 Ontwikkeling totale horeca aanbod (aantal vestigingen) Randstad 2021-2025, per gemeente tot -10% -10% tot 0% 0% tot 10% 10% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
Groei fastservice horeca zet door De fastservice horeca, veelal gericht op lunchrooms, fastfood en afhalen/bezorgen, is met 5,2% in aantal vestigingen gegroeid sinds 2021 (figuur 3.12 en 3.13). Inmiddels zijn er ruim 9.100 fastservice zaken in de Randstad aanwezig. 35
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 3.12 Aanbod fastservice (aantal vestigingen) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied 2025
tot 5.000 m²
2021
Centrale winkelgebieden
5.000-10.000 m²
2016
10.000-20.000 m² 20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m²
De groei van dit type horeca is zichtbaar in alle winkelgebieden. De groei in de grotere ondersteunende centra valt op. Hier komt in vrijkomende winkels vaak bezorg-/afhaalhoreca met een duidelijke functie voor inwoners van de wijk. Alleen op locaties buiten de winkelgebieden is dit type horeca afgenomen. Figuur 3.13 Ontwikkeling aanbod fastservice (aantal vestigingen) Randstad 2021-2025, per gemeente
60.000-100.000 m²
tot -15%
100.000-200.000 m²
-15% tot 0% 0% tot 15%
vanaf 200.000 m²
15% en hoger
Ondersteunende winkelgebieden
tot 2.500 m² 2.500-5.000 m² 5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m² Amsterdam
Grootschalige winkelgebieden
Vanaf 20.000 m² tot 20.000 m² Den Haag
20.000-40.000 m²
Utrecht
Vanaf 40.000 m² Rotterdam
Verspreide bewinkeling 0
500
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 36
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
1.000
1.500
2.000
2.500
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
Figuur 3.14 Aanbod drankverstrekkers (aantal vestigingen) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied 2025
tot 5.000 m²
2021
Centrale winkelgebieden
5.000-10.000 m²
2016
Figuur 3.15 Ontwikkeling aanbod drankverstrekkers (aantal vestigingen) Randstad 2021-2025, per gemeente tot -50% -50% tot 0% 0% tot 50%
10.000-20.000 m²
50% en hoger
20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m² Amsterdam
vanaf 200.000 m²
Ondersteunende winkelgebieden
tot 2.500 m² Den Haag
2.500-5.000 m²
Utrecht
5.000-10.000 m² Rotterdam
10.000-20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
Vanaf 20.000 m²
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
200
400
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 37
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
600
800
1.000
1.200
Drankverstrekkers: krimp én groei Tussen 2016 en 2021 zagen we in bijna alle winkelgebieden een daling van het aantal drankverstrekkers: de klassieke cafés, koffiezaakjes en nachthoreca. Tussen 2021 en 2025 is dit beeld genuanceerder (figuur 3.14 en 3.15). In de cen-
38
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
2025
tot 5.000 m²
2021
5.000-10.000 m² Centrale winkelgebieden
2016 10.000-20.000 m² 20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m² vanaf 200.000 m² Ondersteunende winkelgebieden
Groei in aantal restaurants voorbij De groei die tussen 2016 en 2021 zichtbaar was in de restauratieve sector is tussen 2021 en 2025 gevolgd door beperkte krimp van het aanbod (figuur 3.16 en 3.17). In de meeste centrale en ondersteunende winkelgebieden is het aanbod de laatste jaren iets afgenomen. Ook op locaties buiten de winkelgebieden neemt het aanbod beperkt af. Veel restaurants kennen schuldenlasten en stijgende kosten. Hierdoor verdwijnen er zaken. Per saldo neemt de omzet (inclusief inflatie) en daarmee de bestedingen toe (zie figuur 2.5). De behoefte van de consument lijkt niet gedaald.
Figuur 3.16 Aanbod restaurants (aantal vestigingen) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied
Grootschalige winkelgebieden
trumgebieden blijft het aanbod redelijk stabiel, met uitzondering van de vier grote binnensteden in de Randstad. Daar is het aanbod in vooral de categorie ‘koffie & desserts’ fors toegenomen. Op locaties buiten de winkelgebieden neemt het aantal drankverstrekkers af. Het aantal klassieke cafés en nachthoreca daalt overal en hangt samen met de sterk gestegen alcoholprijzen en gewijzigd consumentengedrag. Uitgaan verplaatst deels naar andere locaties, zoals thuis of bij verenigingen en festivals. Nachthoreca staat in veel plaatsen onder druk. De grotereen/of studentensteden blijven aantrekkelijk en houden het aanbod redelijk op peil.
tot 2.500 m² 2.500-5.000 m² 5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m² Vanaf 20.000 m² tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
500
1.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
1.500
2.000
2.500
3.000
Figuur 3.17 Ontwikkeling aanbod restaurants (aantal vestigingen) Randstad 2021-2025, per gemeente tot -20% -20% tot -10% -10% tot 0% 0% tot 10% 10% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
39
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
3.4 Leegstandspercentage in meters gedaald Hoe heeft de leegstand zich de laatste jaren ontwikkeld? Eind 2025 telde de Randstad 6.100 leegstaande panden, met een totale omvang van ongeveer 997.000 m² wvo. Ten opzichte van 2016 is de leegstand in m² wvo gedaald, namelijk van 10,4% in 2016 naar 5,2% in 2025. De leegstand in aantal panden is vrijwel gelijk gebleven (6,4% in 2025 t.o.v. 6,2% in 2016). De leegstand daalt door herinvulling met horeca en diensten, transformatie naar wonen of kantoren, groei van bepaalde winkel- en leisureconcepten, gemeentelijk beleid gericht op het compacter maken van centra en meer en professionelere samenwerking in de gouden driehoek: retailers, vastgoedeigenaren en gemeenten.
Verder is een verklaring voor de afname van de leegstand in de Randstad een autonome landelijke trend. Ook op nationaal niveau is sinds 2016 sprake van een daling van de winkelleegstand (figuur 3.18). Toch kent de Randstad een eigen dynamiek. Het leegstandspercentage (het aandeel leegstaande meters ten opzichte van het totale aanbod) lag in de Randstad in 2016 met 10,4% (in m² wvo) duidelijk boven het landelijk gemiddelde van 8,2%. Dit zorgde voor een sterke urgentie om
leegstand terug te dringen, winkelgebieden te versterken en functies te herstructureren. In de periode 2016–2022 is deze inzet zichtbaar succesvol geweest. De leegstand in de Randstad daalde in deze jaren fors, tot het laagste punt in 2022: 4,9% (in m² wvo), waarmee de Randstad zelfs onder het landelijke niveau (5,4%) kwam te liggen. Ook gemeten naar aantal panden daalde de leegstand, van 6,2% in 2016 naar 5,3% in 2022. Deze ontwikkeling wijst op een effectief samenspel van herinvulling, functiemenging en transformatie, met name in de meer stedelijke winkelmilieus. Sinds 2023 is sprake van een lichte kentering. Zowel in wvo als in aantallen panden neemt de leegstand weer iets toe. In 2025 bedraagt de leegstand in de Randstad 5,2% in m² wvo en 6,4% van het aantal panden. Daarmee ligt de leegstand nog steeds onder het landelijk gemiddelde.
Figuur 3.18 Ontwikkeling leegstandspercentage (m² wvo) 2016-2025, Randstad en Nederland 12% 10% 8% Randstad
6%
Nederland 4% 2% 0%
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
Gelet op de leegstand in de verschillende typen winkelgebieden (figuur 3.19) valt het volgende op: • De leegstandsafname heeft zich in de Randstad in vrijwel alle typen winkelgebieden voorgedaan, maar was het meest zichtbaar in grootschalige winkelgebieden en in de verspreide bewinkeling. • In grote en middelgrote centrumgebieden is vooral tussen 2021 en 2025 een sterke daling van de leegstand waar te nemen. Ondanks een afname van het recreatieve winkelaanbod is de leegstand hier gedaald door groei van horeca, dagelijkse voorzieningen en een aan40
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
zienlijke mate van transformatie, met name naar wonen. Zo is het leegstandspercentage (in m² wvo) in deze centrale winkelgebieden gedaald van 13,6% in 2016 naar 8,4% in 2025. In veel centrumgebieden blijft leegstand hardnekkig. Het laaghangend fruit is inmiddels getransformeerd of heringevuld. De grotere winkelpanden staan vaak langdurig leeg. • In de ondersteunende winkelgebieden (buurten wijkcentra) is de leegstand structureel laag gebleven. Toch heeft in de afgelopen nog een verdere daling plaatsgevonden. Van 9,1% in 2016 naar 5,0% in 2025.
• In de grootschalige winkelgebieden is er sprake van een forse leegstandsreductie, van 11,0% naar 7,7% (in m² wvo). • Ook in de verspreide bewinkeling is sprake van een duidelijke leegstandsreductie. Van 8,2% in 2016 naar 3,4% in 2025. Een deel van deze leegstand is ingevuld met andere detailhandelsformules en horeca, en een ander deel is getransformeerd naar nietwinkelgerelateerde functies. Hierdoor is een substantieel deel van de leegstaande meters structureel aan het winkelaanbod onttrokken.
Figuur 3.19 Leegstand (m² wvo) Randstad 2016-2021-2025, naar type winkelgebied tot 5.000 m²
2025 2021
Centrale winkelgebieden
5.000-10.000 m²
2016
10.000-20.000 m² 20.000-40.000 m² 40.000-60.000 m² 60.000-100.000 m² 100.000-200.000 m² vanaf 200.000 m²
Ondersteunende winkelgebieden
tot 2.500 m² 2.500-5.000 m² 5.000-10.000 m² 10.000-20.000 m²
Grootschalige winkelgebieden
Vanaf 20.000 m² tot 20.000 m² 20.000-40.000 m² Vanaf 40.000 m² Verspreide bewinkeling 0
50.000
100.000
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 41
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
150.000
200.000
250.000
300.000
Hoe zijn de lokale verschillen in de ontwikkeling van de leegstand? Uiteraard zijn er lokale verschillen in de mate waarin de leegstand zich heeft ontwikkeld (figuur 3.20). In bijna alle delen van het onderzoeksgebied daalt de leegstand. Er zijn ook gemeenten waar de leegstand is gestegen. Dit hangt samen met beperkte groei van de bevolking (of krimp), ligging ten opzichte van grotere centrumgebieden in buurgemeenten en de ruimtelijk-functionele structuur van de centrumgebieden. Denk aan Houten, Wijk bij Duurstede, Edam-Volendam, Waterland, Amstelveen, Ouder-Amstel en Uithoorn.
Figuur 3.20 Ontwikkeling leegstand (m² wvo) Randstad 2021-2025, per gemeente tot -50% -50% tot 0% 0% tot 50% 50% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
42
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
3.5 Verschuiving functiemix centra
Figuur 3.21 Ontwikkeling functiemix (m² wvo) centrale winkelgebieden Randstad 2021-2025, naar omvang
Hoe heeft de functiemix van de winkelgebieden zich ontwikkeld? Hoe groter het centrale winkelgebied, hoe kleiner het aanbod aan dagelijkse winkels (figuur 3.21). Hoe kleiner het centrale winkelgebied, hoe groter het aandeel dagelijks winkelaanbod. In grotere centrumgebieden is vooral het aanbod horeca en cultuur & ontspanning groter. In de kleinere centrale winkelgebieden is de daling van de leegstand in de functiemix vooral gecompenseerd met meer dagelijks winkelaanbod. In de middelgrote en grote centrale winkelgebieden zit dit vooral in meer voorzieningen op het gebied van horeca, cultuur en ontspanning. Het aandeel dienstverlening blijft overal in de functiemix redelijk stabiel.
vanaf 100.000- 60.000200.000 200.000 100.000 40.000- 20.000- 10.000- 5.000- tot 5.000 m² m² m² 60.000 m² 40.000 m² 20.000 m² 10.000 m² m²
2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 0%
25%
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
75%
Leegstand
Dagelijks
Mode & luxe
Vrije tijd
In/om Huis
Detailhandel overig
Transport & brandstof
Cultuur & ontspanning
Horeca
Diensten
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
43
50%
100%
Logischerwijs is het aandeel doelgericht winkelaanbod het grootst in grootschalige winkelgebieden (figuur 3.23). Wat opvalt is dat de grotere winkelgebieden (vanaf 40.000 m² wvo) de meest ‘zuivere’ branchering kennen op het gebied van in- en om het huis. Op kleinere grootschalige winkelgebieden is sprake van meer brancheverbreding gericht op dagelijkse voorzieningen, mode en luxe en leisure. De brancheverbreding neemt in alle grootteklassen toe door groei van de sector cultuur & ontspanning.
44
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 3.22 Ontwikkeling functiemix (m² wvo) ondersteunende winkelgebieden Randstad 2021-2025, naar omvang
Vanaf 10.0005.000- 2.500-5.000 tot 2.500 20.000 m² 20.000 m² 10.000 m² m² m²
Voor ondersteunende winkelgebieden geldt eveneens dat naarmate het winkelgebied groter is het aandeel dagelijks winkelaanbod kleiner is (figuur 3.22). De daling van de leegstand is hier vooral opgevangen door groei van dagelijks winkelaanbod, met name als gevolg van schaalvergroting van supermarkten. In de grote wijk- en stadsdeelcentra is, vergelijkbaar met de centrale winkelgebieden, een groei van het aandeel horeca, cultuur en ontspanning zichtbaar. Deze centra veranderen daarmee, net als de centrale winkelgebieden, ook in belevingscentra waar je naast de boodschappen ook veel andere aankopen en activiteiten doet.
2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 2025 2021 0%
25%
50%
Leegstand
Dagelijks
Mode & luxe
Vrije tijd
In/om Huis
Detailhandel overig
Transport & brandstof
Cultuur & ontspanning
Horeca
Diensten
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
75%
100%
Vanaf 20.000- tot 20.000 40.000 m² 40.000 m² m²
Figuur 3.23 Ontwikkeling functiemix (m² wvo) grootschalige winkelgebieden Randstad 2021-2025, naar omvang
Leidschendam-Voorburg (+15%) en Zoeterwoude (+13%). De grootste dalers zijn Baarn (-16%), Oudewater (-15%) en Lopik (-14%). Bij de kleinere van deze gemeenten past de kanttekening dat kleine verschuivingen mogelijk al tot relatief grote procentuele verschillen leiden.
2025 2021 2025 2021
Figuur 3.24 Ontwikkeling werkgelegenheid detailhandel Randstad 2021-2024, per gemeente
2025
-16% tot -8%
2021
-8% tot 0%
0%
25%
50%
75%
Leegstand
Dagelijks
Mode & luxe
Vrije tijd
In/om Huis
Detailhandel overig
Transport & brandstof
Cultuur & ontspanning
Horeca
Diensten
100%
0% tot 8% 8% tot 20%
Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
3.6 Werkgelegenheid detailhandel en horeca Kleine krimp in werkgelegenheid detailhandel, grotere plus in horeca De ontwikkeling van de werkgelegenheid in de detailhandel (in fysieke winkels) hangt deels samen met de ontwikkeling van het aanbod, maar ook met de schaalvergroting en algehele economische situatie. Het aantal banen in de 45
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
detailhandel in de Randstad is tussen 2021 en 2024 per saldo met 1,1% afgenomen (figuur 3.24). De grootste afname vond plaats in de doelgerichte sector (-2,8%), maar ook in de dagelijkse (-0,3%) en recreatieve sector (-1,9%) verminderde het aantal banen. Op gemeenteniveau zien we de grootste procentuele stijging in de Zuid-Hollandse gemeenten Midden-Delfland (+20%),
Bron: LISA, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco
In de horeca nam het aantal banen in de Randstad tussen 2021 en 2024 toe met 7,2% (figuur 3.25). Daar waar Utrecht, Rotterdam (beide +15%) en Den Haag (+10%) een behoorlijke toename kenden, bleef de banenontwikkeling in de Amsterdamse horeca achter bij de andere G4-gemeenten (-1%). Figuur 3.25 Ontwikkeling werkgelegenheid horeca Randstad 2021-2024, per gemeente -25% tot -10% -10% tot 0% 0% tot 10% 10% tot 25% 25% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Bron: LISA, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 46
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
4. K oopstromen inwoners 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan de koopstromen van inwoners van de gemeenten in het onderzoeksgebied voor detailhandel en horeca centraal. We gaan eerst in op binding en afvloeiing van detailhandel. Daarna bekijken we binding en afvloeiing van horeca. In hoofdstuk 5 kijken we naar de toevloeiing.
47
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
4.2 Binding en afvloeiing detailhandel Bestedingen (100%)
=
+ Binding
Figuur 4.1 Koopkrachtbinding Randstad naar sector 2025, totaal en per gemeentecategorie @
Fysiek
Gemeenten tot 20.000 inwoners
Online
Afvloeiing
68%
13% 19%
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners 21%
Wat is anno 2025 de binding en afvloeiing voor detailhandel? En wat valt op? Anno 2025 ligt de gemiddelde binding op gemeenteniveau voor dagelijkse artikelen op 84%. Voor recreatieve artikelen ligt dit op 37% en voor doelgerichte artikelen op 44% (figuur 4.1). Vergelijkbaar met de situatie in 2016 en 2021 hangt de hoogte van de binding samen met het aantal inwoners en het winkelaanbod. Hoe groter de gemeente of kern naar aantal inwoners, hoe hoger in de regel de binding is. De gemeenten met grote binnensteden staan logischerwijs hoog in het lijstje binding voor recreatief winkelaanbod. Deze centra scoren ook wat betreft de waardering relatief hoog op keuzemogelijkheden en diversiteit.
79% 31%
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners 26%
81% 37%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners 33%
85% 42%
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners 42%
87% 53%
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners 48% 52%
87%
Totaal 37% 0%
Dagelijks
25%
84% 44%
50% Recreatief
75% Doelgericht
100%
Dagelijkse sector Voor boodschappen zijn de inwoners in de gemeenten Texel (94%), Krimpen aan den IJssel (93%), Maassluis (93%), Den Helder (92%) en Hoeksche Waard (92%) het sterkst op het eigen aanbod georiënteerd (figuur 4.2). Dit hangt met name samen met het ruime en diverse aanbod binnen de gemeente en de afstand tot alternatieven buiten de gemeente. Ook is er een relatie met de mate waarin mensen online boodschappen doen. In de genoemde vijf gemeenten ligt dit op 2 tot 4%. De gemeenten met een relatief lage binding hebben (vanzelfsprekend) een relatief hoge afvloeiing.
De binding is vooral laag in de gemeenten Lopik (41%), Blaricum (44%), Renswoude (52%) en Laren (52%). Ook de gemeenten Midden-Delfland (56%), Bloemendaal (56%), Drechterland (56%), Molenlanden (58%) en Wormerland (59%) scoren onder de zestig procent. Deze gemeenten liggen vaak nabij een grote stad met veel boodschappenaanbod. Van de gemeenten met een relatief lage binding heeft alleen Blaricum een echt hoge online oriëntatie (10%).
48
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 4.2 Binding dagelijkse sector Randstad, per gemeente Links: binding 2025 (%). Rechts: toe- of afname 2021-2025 (%-punten) tot 75%
meer dan 6 procentpunt afname 3 tot 6 procentpunt afname
75% tot 85%
0 tot 3 procentpunt toe-/afname
85% tot 90%
3 tot 6 procentpunt toename
90% en hoger
meer dan 6 procentpunt toename
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Recreatieve sector Inwoners in de gemeenten Alkmaar (54%), Veenendaal (53%), Utrecht (52%) en Rotterdam (51%) zijn voor meer dan de helft van hun recreatieve aankopen op het aanbod in de eigen gemeente georiënteerd (figuur 4.3). Haarlem (47%), Amersfoort (47%), Amsterdam (47%), Hoorn (46%) en Den Haag (46%) komen daar direct na. Deze gemeenten beschikken in verhouding tot het inwonertal een redelijk ruim recreatief winkelaanbod, vanwege hun regiofunctie. Het aanbod is ruim en divers, wat zorgt voor veel keuzemogelijkheden. Ook Texel (41%) heeft een hoge binding, dat omringd door water natuurlijk een belangrijke barrière heeft voor fysieke afvloeiing. Ook opvallend is de hoge binding (43%) van Leidschendam-Voorburg, dat verband houdt met de aanwezigheid van Mall of the Netherlands in de gemeente.
De recreatieve online afvloeiing in de Randstad beweegt zich tussen de 28% en 46%, met een gemiddelde van 36%. Veenendaal en Nieuwegein zijn de minst online georiënteerde gemeenten. Albrandswaard is een uitschieter aan de bovenkant. Van alle gemeenten kent Utrecht de laagste fysieke afvloeiing voor recreatieve aankopen (12%). Ook in de gemeenten Rotterdam (14%), Amsterdam (14%), Texel (15%), Alkmaar (16%), 49
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 4.3 Binding recreatieve sector Randstad, per gemeente Links: binding 2025 (%). Rechts: toe- of afname 2021-2025 (%-punten) tot 15%
meer dan 6 procentpunt afname 2 tot 6 procentpunt afname
15% tot 30%
tot 2 procentpunt toe-/afname
30% tot 45%
meer dan 2 procentpunt toename
45% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Haarlem (17%), Den Haag (17%), Almere (19%) en Amersfoort (19%) ligt de fysieke afvloeiing onder de twintig procent. In algemene zin kennen meer landelijke gemeenten met een beperkt aanbod én onder de rook van een grotere stad een lage binding (en hoge fysieke afvloeiing). Denk aan de
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
gemeenten Midden-Delfland (2%), Wormerland (3%) en Lopik, Blaricum, Zoeterwoude en Renswoude (alle met een binding van 4%). De fysieke afvloeiing ligt hier in alle gevallen ruim boven de vijftig procent, met Zoeterwoude en Lopik die de kroon spannen (62%).
Doelgericht Voor het doelgerichte winkelaanbod (figuur 4.4) zijn de gemeenten Texel (67%), Hoorn en Amersfoort (beide 66%) de koplopers qua binding. Op de voet gevolgd door Westland (64%), Veenendaal, Utrecht en Den Helder (allen 60%). Dit heeft wederom te maken met zowel de aanwezigheid van een ruim doelgericht winkelaanbod en de afstand tot alternatieven in de regio. De online afvloeiing voor doelgericht winkelaanbod in deze gemeenten ligt tussen de 18 en 28%. De fysieke afvloeiing is in bijna alle gevallen lager. Alleen in Veenendaal is de fysieke afvloeiing iets hoger dan de online afvloeiing. Buiten Utrecht scoort van de vier grote steden ook Amsterdam (57%) relatief hoog qua binding. In Rotterdam (44%) en Den Haag (46%) is dit aanmerkelijk lager.
Figuur 4.4 Binding doelgerichte sector Randstad, per gemeente Links: binding 2025 (%). Rechts: toe- of afname 2021-2025 (%-punten) tot 20%
meer dan 4 procentpunt afname 2 tot 4 procentpunt afname
20% tot 35%
tot 2 procentpunt toe-/afname
35% tot 50%
meer dan 2 procentpunt toename
50% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Inwoners in gemeenten die nabij een grote woonboulevard of andere grootschalige winkelgebieden wonen, doen logischerwijs vooral daar hun aankopen. De fysieke afvloeiing in gemeenten die in de buurt van een gemeente met veel doelgericht aanbod gelegen zijn, zoals Oostzaan en Bloemendaal (beide 70%), Wormerland (64%), Bunnik (63%), Zandvoort (61%) en Hardinxveld-Giessendam (60%) behoren tot de categorie gemeenten met de hoogste fysieke afvloeiing. 50
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Figuur 4.5 Ontwikkeling binding en afvloeiing dagelijks, Randstad 2016-2021-2025 2025
84%
6%
10%
2021
85%
6%
9%
2016
88%
2% 10%
0%
25%
50%
Binding
Afvloeiing online
75%
100%
Afvloeiing fysiek
Figuur 4.6 Ontwikkeling binding en afvloeiing recreatief, Randstad 2016-2021-2025 2025
37%
2021
40%
2016
25%
25%
25%
50%
Binding
Afvloeiing online
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
In de recreatieve sector zet de daling van de binding tussen 2021 en 2025 door (van 40% naar 37%), als gevolg van zowel iets meer online én fysieke afvloeiing (figuur 4.6). De consument kiest steeds meer voor de écht onderscheidende en vaak grotere binnensteden met veel keuzemogelijkheden en diversiteit in aanbod.
27%
35%
47% 0%
51
36%
27% 75%
Afvloeiing fysiek
Daling binding dagelijks stabiliseert Als we de cijfers uit 2025 vergelijken met 2021 en 2016 (dat jaar zoals gezegd zonder Lelystad), dan valt op dat de binding op gemeenteniveau in alle sectoren is gedaald, maar wel meer stabiliseert. In de dagelijkse sector stabiliseert de binding tussen 2021 en 2025 min of meer (figuur 4.5). De fysieke afvloeiing stijgt nog iets, maar online stabiliseert (lichte daling in cijfers achter de komma). De groei van het supermarktaanbod zorgt op verschillende plekken voor behoud van binding. Bovendien blijft nabijheid en gemak het belangrijkste bezoekmotief voor de dagelijkse boodschappen.
100%
Dit zorgt vooral voor meer afvloeiing in de kleine en middelgrote gemeenten. De forse groeicurve tussen 2016 en 2021 zwakt in de periode daarna af.
Figuur 4.7 Ontwikkeling binding en afvloeiing doelgericht, Randstad 2016-2021-2025 2025
44%
26%
30%
2021
44%
27%
29%
2016
53% 0%
17%
25%
50%
Binding
Afvloeiing online
De binding aan doelgericht winkelaanbod op gemeenteniveau blijft stabiel tussen 2021 en 2025 (beide jaren 44%), met iets minder online afvloeiing en iets meer fysieke afvloeiing (figuur 4.7). Vergelijkbaar met recreatief winkelen, weten ook de onderscheidende woonboulevards en retailparken het verschil te maken, met behoud van binding (en minder afvloeiing) als gevolg. Hoe hebben de binding en fysieke afvloeiing zich ontwikkeld naar gemeentegrootte? Als we de sinds 2016 dalende, en tussen 2021 en 2025 afvlakkende binding beschouwen op het niveau van de gemeentegrootte 52
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
31% 75%
100%
Afvloeiing fysiek
(figuur 4.8, 4.9 en 4.10), dan trekken we de volgende conclusies. De daling van de binding is in alle categorieën significant. Tussen 2016 en 2025 nam de daling af, in alle drie sectoren en in alle grootteklassen. In de dagelijkse sector was de daling minder groot dan in de recreatieve en doelgerichte sector. Dit alles is natuurlijk te verklaren door de groei van online, die in die sectoren groter was dan in dagelijks. In de dagelijkse sector varieerde de dalende binding nauwelijks naar gemeentegrootteklasse (in de meeste grootteklassen rond de 4%-punt). Ook de ontwikkeling van de fysieke afvloeiing nauwelijks varieerde weinig.
In de recreatieve en doelgerichte sector is dat beeld anders. In de kleinere gemeenten (globaal tot ongeveer 50.000 inwoners) is de daling van de fysieke afvloeiing veel significanter dan die in de grotere gemeenten. In de doelgerichte sector zien we iets vergelijkbaars, zij het minder scherp. Blijkbaar maakt online in de kleinere gemeenten een deel van de fysieke afvloeiing overbodig. Consumenten moesten in die gemeenten al vaker uitwijken naar gemeenten van hogere orde, maar hebben door de groei van online aanbod een “nieuw” aankoopkanaal tot hun beschikking die fysieke verplaatsing minder noodzakelijk maakt.
Figuur 4.8 Ontwikkeling binding dagelijks Randstad 2016-2021-2025, per gemeentecategorie
Figuur 4.9 Ontwikkeling binding recreatief Randstad 2016-2021-2025, per gemeentecategorie
Gemeenten tot 20.000 inwoners
Gemeenten tot 20.000 inwoners
2025
68% 71% 75%
2021 2016
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners
21%
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners
33% 37%
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners
42% 46%
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
56%
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
87% 87% 90%
80%
45%
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners
87% 87% 91%
60%
35%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners
85% 85% 89%
53
26% 29%
26% 29%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners
40%
2016
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners 81% 82% 86%
20%
2021
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners 79% 81% 82%
0%
2025
13% 15% 19%
48% 50%
100%
0%
20%
40%
59%
60%
80%
Figuur 4.10 Ontwikkeling binding doelgericht Randstad 2016-2021-2025, per gemeentecategorie Gemeenten tot 20.000 inwoners 19% 20%
2025 2021
25%
2016
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners 31% 31% 35%
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners 37% 36%
42%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners 42% 43%
51%
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners 53% 53%
63%
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners 52% 52%
0%
54
20%
40%
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
63%
60%
80%
Bron: Westfield, Mall of the Netherlands, westfield.com
Hoe heeft de online afvloeiing zich ontwikkeld naar artikelgroep? Ten opzichte van 2021 is de online afvloeiing in de dagelijkse sector licht afgenomen, van 6,1% naar 5,6% (figuur 4.11). Dat geldt ook voor de media- en hobby-artikelen (van 45% naar 40%), tuinartikelen en planten (van 4,8% naar 3,7%) en woninginrichting (van 24% naar 23%). In de vijf andere artikelgroepen is de online afvloeiing toegenomen. De toename is het sterkst bij elektronica (van 55% naar 57%) en modeaankopen (van 36% naar 38%).
Figuur 4.11 Ontwikkeling online afvloeiing Randstad 2016-2021-2025, per artikelgroep 2025
5,6% 6,1% 1,6%
Boodschappen
2021
Mode
38% 36%
25%
Huishoudelijk
12%
Sport en spel
24% 23%
21%
33% 32% 40%
Media en hobby Tuinartikelen en planten
45% 42%
3,7% 4,8% 2,9%
Elektronica 5,7% 5,6%
Woninginrichting
3,7% 13%
0%
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
57% 55%
36%
Doe-het-zelf
55
2016
10%
23% 24%
20%
30%
40%
50%
60%
Figuur 4.12 Omzetgroei (%) detailhandel Randstad 2021-2025, fysieke en online bestedingen 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Dagelijks
Recreatief
Doelgericht
Totaal
Fysieke bestedingen
Online bestedingen
Figuur 4.13 Aandeel afvloeiing van Randstad naar het buitenland 2016-2021-2025, boodschappen en totaal detailhandel 2025
0,7% Boodschappen
2021
0,6%
2016
0,2%
1,4% Totaal detailhandel
1,0% 0,6% 0,0%
56
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
0,5%
1,0%
1,5%
De sterke groei van de online kooporiëntatie tussen 2016 en 2021 lijkt tussen 2021 en 2025 wat af te vlakken. Toch betekent dit niet dat online op z'n retour is. Als we de relatieve omzetgroei van online bestedingen tussen 2021 en 2025 afzetten tegen fysieke bestedingen (toonbankbestedingen), blijkt dat in de totale detailhandel online harder groeit dan fysiek (figuur 4.12). Dit komt volledig op rekening van het recreatieve winkelaanbod, zoals mode, sport en huishoudelijke artikelen. In de dagelijkse en doelgerichte sector groeiden fysieke bestedingen harder dan online bestedingen. Afvloeiing naar het buitenland neemt toe, maar geen ruimtelijk verband aangetoond Wanneer we ten slotte nog specifiek inzoomen op de afvloeiing van inwoners uit de Randstad naar het buitenland zien we dat dit aandeel tussen 2016 en 2025 is toegenomen (figuur 4.13). Voor de detailhandel gezamenlijk gaat het om 1,4%, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2016 (0,6%).
De veronderstelling dat inwoners van de Randstad in toenemende mate voor boodschappen de reis maken naar een van beide buurlanden is niet aangetoond. In de gemeenten aan de zuid- en oostkant van de Randstad is geen sprake van een hoger aandeel afvloeiing naar het buitenland.
4.3 Binding en afvloeiing horeca
Bestedingen (100%)
=
+ Binding
Fysiek
Afvloeiing
Binding horeca afhankelijk van omvang gemeente en ligging. Over het algemeen is zichtbaar dat de meeste horecabestedingen in de eigen gemeente terechtkomen (gemiddeld 57%, figuur 4.14). Dit is logisch, omdat we uitgaan van een brede definitie van horeca en mensen vanuit nabijheid en gemak vooral in de eigen woonomgeving besteden. In het algemeen kan men stellen dat in grotere en meer stedelijke gemeenten de binding hoger is; in kleinere en minder stedelijke gemeenten vloeit meer omzet af richting de grote steden in de omgeving.
Voor horeca zijn de inwoners in de gemeenten Texel (70%), Gorinchem (68%), Rotterdam (67%) en Amsterdam (66%) het sterkst op het aanbod in de eigen gemeente georiënteerd (figuur 4.15). Figuur 4.15 Binding horeca Randstad 2025, per gemeente tot 40% 40% tot 50% 50% tot 60% 60% en hoger
Figuur 4.14 Binding horeca Randstad 2025, totaal en per gemeentecategorie
Gemeenten tot 20.000 inwoners
43%
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners
Amsterdam
48%
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners
51%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners
Den Haag
Utrecht
54% Rotterdam
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners
60%
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
64%
Totaal
57% 0%
57
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
20%
40%
60%
80%
Bij horeca meten we uitsluitend fysieke afvloeiing elders en dus geen online horecaafvloeiing. De afvloeiing is dus het aandeel dat geen binding is. De gemeenten met de hoogste
afvloeiing (en dus de laagste binding) voor horeca zijn Zoeterwoude (83%), Lopik (75%) en Drechterland (75%).
Is er een verband tussen koopkrachtbinding in horeca en in recreatief winkelaanbod? Er is sprake van een sterk verband tussen de lokale oriëntatie op horeca en die op recreatief
winkelaanbod. In gemeenten met een hoge binding aan horeca aanbod is meestal ook een hoge binding aan het recreatief winkelaanbod (figuur 4.16).
Figuur 4.16 Binding horeca en recreatief Randstad 2025, per gemeente 80%
70%
Texel
Gorinchem Delft
IJsselstein Zandvoort
60%
Alkmaar
Hillegom Enkhuizen
Haarlemmermeer
50% Binding horeca
Noordwijk Bergen
Kaag en Braassem
Leidschendam-Voorburg
Renswoude
Nieuwegein
40%
Stede Broec
30%
Leiderdorp Oegstgeest
Hardinxveld-Giessendam
Lopik
20%
Zoeterwoude
10%
0%
60%
50%
40%
30% Binding recreatief
58
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
20%
10%
0%
Hoe heeft de lokale binding zich sinds 2021 ontwikkeld? In het onderzoek uit 2021 werden nog geen horeca-koopstromen gemeten, maar is wel naar de horecabestemming gevraagd. Op basis daarvan schatten we dat het horecabezoek in de eigen woonplaats gemiddeld vrij stabiel bleef (70% naar 71%). De binding nam toe in de grote steden (+3%-punt) en kleinste kernen (+2%-punt). In het grote middensegment (de kernen van 20.000 tot 300.000 inwoners) nam de binding iets af. En wat is het perspectief van solitaire horeca? Wat duidelijk verschilt met de detailhandel is dat horeca meer aanwezig is op solitaire plekken, met name op toeristisch-recreatieve locaties. De horeca speelt daardoor, in tegenstelling tot de detailhandel, een belangrijkere rol in het landelijk gebied.
59
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
5. K oopstromen bezoekers 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de bestedingen die van buiten de gemeenten komen, ook wel toevloeiing genoemd. Oftewel de bestedingen die bezoekers van een gemeente/kern/ aankoopplaats doen die buiten die gemeente/ kern woonachtig zijn. Toevloeiing drukken we uit in het aandeel van de totale omzet in een bestemming. Hierbij kijken we enerzijds naar de toevloeiing vanuit het onderzoeksgebied en het randgebied, gebaseerd op de enquêtes en gewogen naar landelijke kengetallen, en anderzijds naar toevloeiing vanuit dag- en verblijfstoerisme uit overig Nederland en het buitenland, die modelmatig zijn geconstrueerd. De toeristische component wordt alleen op gemeenteniveau meegerekend (paragraaf 5.2.1). Op een lager schaalniveau, winkelgebieden (paragraaf 5.2.2), kijken we uitsluitend naar toevloeiing vanuit het onderzoeksgebied en het randgebied. 60
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
5.2 Toevloeiing detailhandel
Figuur 5.1 Koopkrachttoevloeiing Randstad naar sector 2025, totaal en per gemeentecategorie
5.2.1 Gemeenten
16%
Gemeenten tot 20.000 inwoners Omzet gemeente (100%)
=
ONDERZOEKSGEMEENTE
@
Omzet uit eigen gemeente
+
ONDERZOEKS- EN RANDGEBIED
57% TOERISTEN
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
16%
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners
43% 54%
Toevloeiing
Wat is de toevloeiing anno 2025 op gemeenteniveau? Anno 2025 ligt de gemiddelde toevloeiing voor dagelijkse artikelen op gemeenteniveau op 11% (figuur 5.1). Voor recreatieve artikelen ligt dit op 43% en voor doelgerichte artikelen op 39%. Het dagelijks aanbod in kleinere gemeenten haalt over het algemeen een hoger aandeel toevloeiing dan het dagelijks aanbod in grote gemeenten. De waarde van de toevloeiing (in euro’s) is logischerwijs wel lager in kleine gemeenten, vanwege het beperktere dagelijkse aanbod. Voor recreatief winkelaanbod lijkt er geen direct verband tussen de omvang van de gemeente en het aandeel toevloeiing. Bij doelgericht neemt het aandeel toevloeiing af met de gemeenteomvang, met uitzondering van de categorie gemeenten tussen 100.000 en 200.000 inwoners, waar de toevloeiing relatief hoger is.
61
50%
15%
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners
40% 48%
Dagelijks
11%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners
43%
Recreatief
33%
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
Doelgericht
11% 45% 49% 8% 41% 27% 11%
Totaal
43% 39%
0%
25%
50%
75%
100%
De volgende gemeenten weten in de dagelijkse sector relatief de meeste koopkracht van buiten de eigen gemeente aan te trekken: Eemnes (39%), Leiderdorp, Gorinchem (beide 34%), Rijswijk, Ouder-Amstel (beide 27%), Pijnacker-Nootdorp, Woudenberg (beide 25%) en Oegstgeest (24%) (figuur 5.2). Het dagelijks winkelaanbod in deze gemeenten is daarmee het meest afhankelijk van bestedingen van buiten de gemeente (regiofunctie). Als we naar absolute omzet kijken zijn het vooral de grotere gemeenten met veel dagelijks aanbod die de meeste toevloeiing naar zich toe trekken. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht voorop, maar ook Haarlemmermeer, Haarlem en Gorinchem realiseren veel dagelijkse omzet van buiten de gemeente.
Figuur 5.2 Toevloeiing dagelijkse sector Randstad, per gemeente Links: toevloeiing 2025 (%). Rechts: toe- of afname 2021-2025 (%-punten) 0% tot 10%
meer dan 2 procentpunt afname tot 2 procentpunt toe-/afname
10% tot 20%
2 tot 6 procentpunt toename
20% tot 30%
meer dan 6 procentpunt toename
30% tot 40%
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
62
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Het recreatief winkelaanbod weet relatief de meeste koopkracht van buiten de eigen gemeente aan te trekken in Ouder-Amstel (84%), Zoeterwoude (80%), Renswoude (77%) en Leidschendam-Voorburg (71%) (figuur 5.3). De recreatieve sector in deze gemeenten is daarmee het meest afhankelijk van bestedingen van buiten de gemeente (regiofunctie). Voor de drie eerstgenoemde gemeenten geldt dat het in absolute zin om een verhoudingsgewijs bescheiden omzetbedrag gaat. In het geval van Leidschendam-Voorburg is het absolute bedrag ook zeer aanzienlijk, en voor een groot deel voor rekening van de trekkracht van Mall of the Netherlands. Als we verder naar absolute omzet kijken zijn het wederom de vier grote gemeenten, met een grote en aantrekkelijke binnenstad, die de meeste toevloeiing naar zich toe trekken: Amsterdam, met op enige afstand Rotterdam en Utrecht en Den Haag weer wat verder op afstand. Ook het recreatief winkelaanbod in de gemeenten Haarlemmermeer, LeidschendamVoorburg, Alkmaar, Haarlem en Amersfoort weet op jaarbasis in deze sector ruim honderd miljoen euro van elders te trekken.
63
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 5.3 Toevloeiing recreatieve sector Randstad, per gemeente Links: toevloeiing 2025 (%). Rechts: toe- of afname 2021-2025 (%-punten) 15% tot 30%
meer dan 3 procentpunt afname tot 3 procentpunt toe-/afname
30% tot 45%
3 tot 10 procentpunt toename
45% tot 60%
meer dan 10 procentpunt toename
60% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Zoeterwoude (93%), Ouder-Amstel (85%), Lopik (83%) en Barendrecht (81%) zijn de gemeenten in de Randstad met het hoogste aandeel toevloeiing voor het doelgerichte aanbod (figuur 5.4) en zijn daarmee het meest afhankelijk van bestedingen van buiten de gemeente (regiofunctie). In het geval van Barendrecht gaat het ook om een substantieel absoluut bedrag aan toevloeiing. Daarnaast scoren vooral ook andere gemeenten met een IKEA en/of een grote woonboulevard of retailpark hoog als we kijken naar de toevloeiing in absolute zin. Dit is het geval bij de top 5: Delft, Utrecht, Amsterdam, Barendrecht en Haarlem, maar ook de gemeenten daar net onder: Rotterdam, Amersfoort (ook met een IKEA), Haarlemmermeer, Den Haag, Alkmaar, Sliedrecht en Zaanstad.
64
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 5.4 Toevloeiing doelgerichte sector Randstad 2025, per gemeente Links: toevloeiing 2025 (%). Rechts: toe- of afname 2021-2025 (%-punten) tot 20%
meer dan 10 procentpunt afname 3 tot 10 procentpunt afname
20% tot 40%
tot 3 procentpunt toe-/afname
40% tot 60%
3 tot 10 procentpunt toename meer dan 10 procentpunt toename
60% en hoger
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Hoe heeft de toevloeiing op gemeenteniveau zich tussen 2016 en 2025 ontwikkeld? Sinds 2016 is de toevloeiing (als aandeel, in percentage) gemiddeld genomen toegenomen (figuur 5.5). Zowel voor recreatief (+3%-punt) als in doelgericht (+2%-punt). Bij dagelijks bleef het aandeel toevloeiing nagenoeg gelijk (-0,2%-punt).
De verschillen zijn groter als we naar grootteklasse van de gemeenten kijken (figuur 5.6, 5.7 en 5.8). Vooral in de kleinste gemeenten (tot 20.000 inwoners) is de dagelijkse toevloeiing significant afgenomen (van 19% naar 16%). In de recreatieve sector is over de gehele linie juist sprake van een significante toename, de allergrootste gemeenten en de categorie 35.000-50.000 inwoners uitgezonderd. Hier was de toename beperkt (+1%-punt). Bij doelgericht springt de categorie 20.000 tot 35.000 inwoners eruit, met een groei van maar liefst 11%-punt.6 Hier blijft de categorie 50.000100.000 inwoners (+1%-punt) en de categorie >200.000 inwoners achter (-1%-punt).
6 De verklaring hiervoor ligt in een aantal goed presterende grootschalige locaties in b.v. Sliedrecht en solitaire locaties in b.v. Alblasserdam.
65
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 5.5 Ontwikkeling koopkrachttoevloeiing Randstad 2016-2025, per gemeentecategorie Gemeenten tot 20.000 inwoners Gemeenten 20.000-35.000 inwoners Gemeenten 35.000-50.000 inwoners Gemeenten 50.000-100.000 inwoners Gemeenten 100.000-200.000 inwoners Dagelijks
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
Recreatief Doelgericht
Totaal -6%
-3%
0%
3%
6%
9%
12%
Figuur 5.6 Ontwikkeling toevloeiing dagelijks Randstad 2016-2021-2025, per gemeentecategorie
Figuur 5.7 Ontwikkeling toevloeiing recreatief Randstad 2016-2021-2025, per gemeentecategorie
Gemeenten tot 20.000 inwoners
Gemeenten tot 20.000 inwoners 50%
16%
42% 45%
13% 19%
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners
Gemeenten 20.000-35.000 inwoners
43%
16% 15% 14%
38% 38% Gemeenten 35.000-50.000 inwoners
Gemeenten 35.000-50.000 inwoners
40%
15%
35%
12%
39%
14%
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners
Gemeenten 50.000-100.000 inwoners
43%
11% 10% 12%
38% 37% 2025 2021 2016
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners 11% 9% 10%
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners 45% 41% 40% Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
Gemeenten vanaf 200.000 inwoners
41%
8%
33%
5%
40%
9% 0% 66
5%
2025 2021 2016
10%
15%
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
20%
25%
0%
15%
30%
45%
60%
Figuur 5.8 Ontwikkeling toevloeiing doelgericht Randstad 2016-2021-2025, per gemeentecategorie Gemeenten tot 20.000 inwoners 57% 56% 53% Gemeenten 20.000-35.000 inwoners 54% 51% 43% Gemeenten 35.000-50.000 inwoners 48% 47% 45% Gemeenten 50.000-100.000 inwoners 33% 32% 32%
2025 2021 2016
Gemeenten 100.000-200.000 inwoners 49% 48% 43% Gemeenten vanaf 200.000 inwoners 27% 27% 27% 0% 67
15%
30%
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
45%
60%
5.2.2 Winkelgebieden Omzet winkelgebied (100%)
=
ONDERZOEKSGEMEENTE
@
+
Omzet uit eigen gemeente/kern
ONDERZOEKS- EN RANDGEBIED
Toevloeiing
Welke winkelgebieden kennen veel toevloeiing vanuit het onderzoeksgebied- en randgebied? Wanneer we per sector op een rij zetten welke winkelgebieden veel omzet van buiten de eigen kern trekken, leidt dit tot opvallende inzichten. In de dagelijkse sector (tabel 5.1) steekt Maxis Muiden als ruim bestemd, grootschalig winkelgebied er met kop en schouders bovenuit. Daarop volgen negen krachtige regionale centrumgebieden. In de top 5 is tussen 2021 en 2025 een enkele verschuiving geweest, maar de groep daaronder is volledig vernieuwd. De hoge toevloeiing bij Centrum Avenhorn en Winkelcentrum Streekhof in Bovenkarspel, met name in relatieve zin, komt ook doordat ze tegen de grens van een andere kern liggen, respectievelijk De Goorn en Grootebroek.
In de recreatieve en doelgerichte sector is in de top 10 minder veranderd. In de recreatieve sector (tabel 5.2) zijn het de grote binnensteden die de toon zetten, vergezeld van Mall of the Netherlands – als grote stijger – en één grootschalig winkelgebied (Rotterdam, Alexandrium). 68
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Tabel 5.1 Top 10 winkelgebieden Randstad o.b.v. omzet in dagelijkse sector uit toevloeiing van buiten de eigen kern (2025), vergeleken met rangorde 2021 (omzet in euro, excl. BTW, afgerond op 1 mln.) Winkelgebied
Omzet uit toevloeiing
Aandeel toevloeiing
Positie 2021
1. Muiden, Maxis
€ 40.000.000
86%
1
2. Schagen, Centrum
€ 30.000.000
39%
5
3. Nootdorp, Centrum (De Parade)
€ 30.000.000
41%
3
4. Avenhorn, Centrum
€ 27.000.000
73%
6
5. Leidschendam, Mall of the Netherlands
€ 26.000.000
39%
2
6. Naaldwijk, Centrum
€ 25.000.000
30%
31
7. Leiderdorp, Winkelhof
€ 25.000.000
34%
12
8. Bovenkarspel, Streekhof
€ 24.000.000
57%
13
9. Berkel en Rodenrijs, Centrum
€ 23.000.000
27%
27
10. Rijswijk, In de Bogaard
€ 23.000.000
32%
18
Tabel 5.2 Top 10 winkelgebieden Randstad o.b.v. omzet in recreatieve sector uit toevloeiing van buiten de eigen kern (2025), vergeleken met rangorde 2021 (omzet in euro, excl. BTW, afgerond op 1 mln.) Winkelgebied
Omzet uit toevloeiing
Aandeel toevloeiing
Positie 2021
1. Utrecht, Centrum
€ 295.000.000
58%
2
2. Rotterdam, Centrum
€ 263.000.000
43%
1
3. Leidschendam, Mall of the Netherlands
€ 166.000.000
85%
6
4. Den Haag, Centrum
€ 152.000.000
33%
3
5. Amsterdam, Centrum
€ 126.000.000
27%
5
6. Alkmaar, Centrum
€ 117.000.000
64%
4
7. Haarlem, Centrum
€ 111.000.000
51%
7
8. Hoofddorp, Centrum
€ 99.000.000
62%
8
9. Rotterdam, Alexandrium
€ 94.000.000
57%
10
10. Amersfoort, Centrum
€ 93.000.000
52%
9
In de doelgerichte sector (tabel 5.3) scoren de zes locaties met een IKEA onveranderd hoog, aangevuld met enkele krachtig regionale clusters (Cruquius, Alexandrium, Nijverwaard en Hof van Hoorn).
Tabel 5.3 Top 10 winkelgebieden Randstad o.b.v. omzet in doelgerichte sector uit toevloeiing van buiten de eigen kern (2025), vergeleken met rangorde 2021 (omzet in euro, excl. BTW, afgerond op 1 mln.) Winkelgebied
Omzet uit toevloeiing Aandeel toevloeiing Positie 2021
1. Delft, IKEA (solitaire locatie)
€ 291.000.000
89%
1
2. Utrecht, Woonboulevard Kanaleneiland
€ 236.000.000
65%
2
3. Cruquius, Woonboulevard Cruquius
€ 181.000.000
99%
3
4. Barendrecht, Vaanpark
€ 144.000.000
89%
4
5. Haarlem, Waarderpolder
€ 122.000.000
70%
5
6. Rotterdam, Alexandrium
€ 120.000.000
61%
6
7. Amersfoort, Euroweg/Bedrijventerrein Vathorst
€ 105.000.000
74%
7
8. Sliedrecht, Woonboulevard Nijverwaard
€ 66.000.000
86%
8
9. Hoorn, Hof van Hoorn
€ 59.000.000
60%
13
10. Amsterdam, IKEA (solitaire locatie)
€ 57.000.000
33%
10
Rotterdam, Utrecht en op enige afstand Den Haag (in die volgorde). Ook Leiden, Haarlem, Delft en andere steden met een historische, aantrekkelijke binnenstad scoren goed (denk aan Amersfoort, Alkmaar, Dordrecht, Hoorn en Gouda). Als we kijken welke gemeenten procentueel veel horecatoevloeiing aantrekken (tabel 5.5), gaat dit grotendeels om wat kleinere
gemeenten, vaak met een toeristisch profiel, waardoor er een sterk horeca-aanbod is, zoals Texel (78%), Zandvoort (75%), Bergen (71%) en Bloemendaal (69%). Zoeterwoude (82%) en Renswoude (68%) behoren tot de gemeenten in de Randstad met de laagste absolute horecaomzet, waardoor de procentuele verhoudingen snel vertekenen.
5.3 Toevloeiing horeca
Omzet gemeente (100%)
=
ONDERZOEKSGEMEENTE
@
Omzet uit eigen gemeente
+
ONDERZOEKS- EN RANDGEBIED
TOERISTEN
Toevloeiing
In welke gemeente is sprake van veel toevloeiing voor de horeca? De gemiddelde toevloeiing voor horeca per gemeente in het onderzoeksgebied bedraagt 55% (figuur 5.9). In absolute zin (tabel 5.4) weten vooral de grote gemeenten met veel horeca in de binnensteden veel toevloeiing aan te trekken. Dit geldt vooral voor Amsterdam, 69
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Figuur 5.9 Toevloeiing horeca Randstad, per gemeente
Tabel 5.4 Top 10 gemeenten Randstad met meeste horeca-omzet uit toevloeiing (2025) (omzet in euro, excl. BTW, afgerond op 1 mln.) Gemeente Omzet uit toevloeiing Amsterdam € 1.903.000.000
Links: aandeel toevloeiing 2025 (%). Rechts: absolute toevloeiing 2025 (euro) tot 40%
tot €20 miljoen
40% tot 50%
€20 - €100 miljoen
50% tot 60%
€100 - €200 miljoen
60% en hoger
€200 miljoen en meer
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
70
Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Rotterdam
Rotterdam
€ 654.000.000
Den Haag
€ 482.000.000
Utrecht
€ 475.000.000
Haarlemmermeer
€ 327.000.000
Leiden
€ 215.000.000
Haarlem
€ 169.000.000
Amersfoort
€ 145.000.000
Delft
€ 112.000.000
Alkmaar
€ 104.000.000
Tabel 5.5 Top 10 gemeenten Randstad met hoogste aandeel (%) toevloeiing horeca (2025) Gemeente Toevloeiing (%) Zoeterwoude 82% Texel
78%
Zandvoort
75%
Haarlemmermeer
74%
Bunnik
73%
Bergen
71%
Amsterdam
69%
Bloemendaal
69%
Renswoude
68%
Rhenen
68%
5.4 Toevloeiing toerisme In dit hoofdstuk kijken we naar de beide toeristische componenten. Dus stromen van buiten het onderzoeksgebied en het randgebied. Het gaat dan zowel om toevloeiing uit dagtoerisme als uit verblijfstoerisme. Bij dagtoerisme kijken we naar bestedingen van bezoekers uit Nederland van buiten het onderzoeksgebied/randgebied bij vrijetijdsactiviteiten. Bij verblijfstoerisme kijken we naar bestedingen door bezoekers uit overig Nederland en het buitenland. Het gaat om gemeenten als geheel en niet om een vertaling naar winkelgebieden in die gemeenten.