CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

260326 Raadsinformatiebrief - Koopstromenonderzoek Randstad 2025 - bijlage

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Voorstel tot afdoening lijst van ingekomen stukken26.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verblijven en besteden Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Ipsos I&O Movares Sweco

Colofon Uitgave

Ipsos I&O Zuiderval 70 7543 EZ Enschede

Rapportnummer 2026-047

Datum

maart 2026

Opdrachtgevers

• Provincie Noord-Holland • Provincie Zuid-Holland • Provincie Utrecht

Klankbordgroepleden namens • Gemeente Haarlem • Gemeente Utrecht • INretail • ING • Ministerie van EZK • Provincie Flevoland

Auteurs

• Aart Jan van Duren (Sweco) • Ralf ten Hove (Ipsos I&O) • Thijs Lenderink (Ipsos I&O) • Robin van Lieshout (Movares) • Jochem Buurstede (Movares)

Copyright

Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits u de bron duidelijk vermeldt. 2

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Inhoudsopgave Voorwoord Conclusies Reflectie en opgaven

4 5 12

1. Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Randstad 1.3 Koopstromen 1.4 Sectoren en typen winkelgebieden 1.5 Leeswijzer

18 18 19 19 20 21

2. Vraag 2.1 Inleiding 2.2 Bevolking Randstad groeit nog, maar vergrijst ook 2.3 Gemiddeld inkomen per inwoner steeg iets minder dan de inflatie 2.4 Bovengemiddelde inflatie en blijvend lager consumentenvertrouwen

22 22 22 23 24

3. Aanbod en werkgelegenheid 27 3.1 Inleiding 27 3.2 Aanbod detailhandel krimpt verder 27 3.3 Aanbod horeca stabiliseert 34 3.4 Leegstandspercentage in meters gedaald 39 3.5 Verschuiving functiemix centra 43 3.6 Werkgelegenheid detailhandel en horeca 45 3

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

4. Koopstromen inwoners 4.1 Inleiding 4.2 Binding en afvloeiing detailhandel 4.3 Binding en afvloeiing horeca

47 47 47 57

5. Koopstromen bezoekers 5.1 Inleiding 5.2 Toevloeiing detailhandel 5.3 Toevloeiing horeca 5.4 Toevloeiing toerisme

60 60 61 69 71

6. Spreiding omzet detailhandel en horeca 6.1 Inleiding 6.2 Spreiding omzet detailhandel 6.3 Ontwikkeling marktaandelen detailhandel 6.4 Drie casestudies 6.5 Spreiding horecaomzet

74 74 74 77 82 85

7. Bezoekgedrag en beoordeling van gebieden 7.1 Inleiding 7.2 Bezoekmotieven winkelgebieden 7.3 Combinatiebezoek 7.4 Waardering winkelgebieden 7.5 Waardering horeca 7.6 Verblijfsduur winkelgebieden

88 88 88 91 93 95 97

8. Verdieping 100 8.1 Inleiding 100 8.2 Relatie vervoermiddel en bezoekfrequentie hangt af van bezoekdoel 100 8.3 Positie van de warenmarkt 104 8.4 Retourzendingen voor mode nemen licht af 105 8.5 Effecten van verschuivingen in generaties en levensfasen 106 8.6 Inkomenselasticiteit het hoogst bij woninginrichting 109 Bijlage A Regio analyses A.1 Provincie Noord-Holland A.2 Provincie Utrecht A.3 Provincie Zuid-Holland A.4 Almere en Lelystad

110 111 118 119 124

Bijlage B Gemeenten Randstad

126

Voorwoord Onze dorpen en steden zijn meer dan alleen plekken om te wonen. Het zijn gemeenschap­ pen waar mensen elkaar ontmoeten, werken en ontspannen. Aantrekkelijke en vitale centra spelen daarin een sleutelrol met een belang­ rijke sociale en maatschappelijke waarde. Winkels, horeca en andere voorzieningen zorgen voor levendigheid en maken van binnensteden en dorpskernen plekken waar mensen graag verblijven. Centra zijn ook een belang­rijke schakel in de lokale economie waar ondernemers hun bedrijf laten bloeien. Maar er is wel iets aan de hand. En daarin spelen ook wij, de consumenten, een belangrijke rol. Ons koopgedrag is namelijk blijvend veranderd. Online winkelen is volledig ingeburgerd in ons dagelijkse leven. Ook ondervinden ondernemers nog last van de naweeën van de coronapandemie en wordt de samenleving geconfronteerd met geopolitieke ontwikkelingen die van invloed zijn op kosten en prijsniveau. Voor ondernemers en consumenten betekent dit een voortdurende aanpassing aan een steeds nieuwe realiteit. Fysiek winkelen staat onder druk, wat gevolgen heeft 4

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

voor de vitaliteit van centrumgebieden. Maar we zien gelukkig ook dat centra in staat zijn zich aan te passen aan een nieuwe werkelijkheid. Deze structurele verschuivingen vragen om nieuwe en actuele inzichten. Het Koopstromenonderzoek 2025 brengt daarom opnieuw in kaart hoe consumenten zich oriënteren en waar zij hun boodschappen en aankopen doen. Net als in eerdere edities is gekozen voor een bredere benadering dan alleen detailhandel. Horeca is als volwaardige koopstroom meegenomen. Andere voorzieningen zoals diensten en cultuur en ook de rol van toeristische bestedingen komen ook aan bod. Centrumgebieden ontwikkelen zich immers steeds meer tot multifunctionele ontmoetingsplekken. Het Koopstromenonderzoek 2025 sluit aan op eerdere onderzoeken die de provincies gezamenlijk laten uitvoeren. Hierdoor zijn ontwikkelingen inmiddels over een lange periode in kaart gebracht. Deze continuïteit maakt het onderzoek zeer waardevol voor bestuurders en beleidsmakers die hun detailhandelsbeleid en centrumvisies willen actualiseren. Ook onderne-

mers(verenigingen), centrummanagers en vastgoedeigenaren kunnen met de inzichten gericht werken aan sterke, aantrekkelijke en toekomstbestendige centra. In dit hoofdrapport presenteren wij de belangrijkste bevindingen; verdere verdieping, zoals gegevens per gemeente, kern en winkelgebied, is digitaal beschikbaar. Wij wensen u veel leesplezier en gaan graag met u de samenwerking aan om te komen tot een vitaal winkel- en centrumlandschap! André van Schie Gedeputeerde Mobiliteit, Economie, Digitalisering, Natuur & Landbouw (a.i.) Utrecht. Esther Rommel Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Economie, Havens en Recreatie Noord-Holland drs. M. (Meindert) Stolk Gedeputeerde Economie en Innovatie Zuid-Holland

Conclusies

Hier presenteren we de belangrijkste uitkomsten en conclusies van het Koopstromenonderzoek Randstad 2025. Die hebben betrekking op het ruimtelijk koopgedrag bij detailhandel en horeca en de waardering voor – en het functioneren van – winkelgebieden in de Randstad. Waar mogelijk nemen we de ontwikkeling sinds 2016 en 2021 mee.

en ondernemer. In 2022 en een deel van 2023 beleefde ons land een hoge inflatie door oplopende kosten voor grondstoffen, energie en arbeid. Het consumentenvertrouwen blijft al jaren structureel negatief. En dat in een periode dat de ondernemers nog nauwelijks bekomen waren van de impact die corona had op hun bedrijfsvoering.

In het reflectiehoofdstuk hierna bespreken we de betekenis van de uitkomsten -ook voor de toekomst- en de opgaven die dat met zich meebrengt.

Winkelaanbod krimpt Terwijl de bevolking van de Randstad fors groeit, krimpt het aanbod aan winkels, zowel in aantal vestigingen als in het winkelverkoopvloeroppervlak (wvo). Tussen 2021 en 2025 nam het aantal inwoners met 3,7% toe, maar daalde het aantal winkels met 8% en daalde het wvo met 3%. Detailhandel is ook in een relatief groeigebied als de Randstad inmiddels een krimpsector.

Detailhandel en horeca al jaren in turbulente tijden De wereld beleeft anno 2025 turbulente tijden. Tijdens het vorige koopstromenonderzoek in de Randstad was er de coronapandemie. In de vier jaar daarna werden we geconfronteerd met grote geopolitieke spanningen, die hun weerslag hadden op de Nederlandse consument 5

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Er zijn grote verschillen per gemeente en per sector. De dagelijkse sector groeit (in meters)

over de gehele linie, en ook in de meeste gemeenten en steden. De groei vlakt wel af met +9,5% tussen 2016 en 2021 en +4,8% tussen 2021 en 2025. In de recreatieve winkelsector domineert een stabiele (en forse) krimp, met een daling (in meters) van 9,6% tussen 2016 en 2021 en wederom 9,6% tussen 2021 en 2025. Die krimp is in absolute zin het grootst in de middelgrote en grote binnensteden, waaronder ook de grootste binnensteden zoals Den Haag. Een van de weinige gemeenten waar het recreatieve aanbod fors groeide was LeidschendamVoorburg (Mall of theNetherlands). De krimp van de recreatieve sector is het sterkst voelbaar in de middelgrote centra. Het gaat om centrale winkelgebieden en om de grote ondersteunende centra: de stadsdeelcentra en de grote wijkcentra. De data laten zien dat de vrijgekomen ruimte hier veelal wordt ingenomen

door de dagelijkse sector, de supermarkt voorop, maar ook door op de stad en wijk gerichte functies als horeca, diensten, en ook cultureelmaatschappelijke functies. Dit leidt tot een fundamentele verschuiving in het profiel van deze gebieden. Ook het doelgericht winkelaanbod krimpt, met 1,4% tussen 2016 en 2021 en met 2,9% tussen 2021 en 2025 (in meters). De krimp was vooral zichtbaar op solitaire locaties. Op de grotere perifere concentraties bleef het aanbod per saldo redelijk stabiel. Kleine krimp in werkgelegenheid detailhandel, grote plus in horeca Het aantal banen in de (fysieke) detailhandel in de Randstad nam tussen 2021 en 2024 per saldo met 1,1% af. De grootste afname vond plaats in de doelgerichte sector (-2,8%), maar ook in de dagelijkse (-0,3%) en recreatieve sector (-1,9%) verminderde het aantal banen. In de horeca nam het aantal banen in de Randstad tussen 2021 en 2024 juist toe met 7,2%.

Dat de werkgelegenheid in de dagelijkse sector krimpt ondanks de groei van die sector, komt waarschijnlijk door schaalvergroting, zelfscans en het verdwijnen van servicebalies (o.a. tabaksverbod). 6

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Groei van horeca vlakt af, sector blijft aan waarde winnen De explosieve groei van het aantal horecazaken is voorbij; tussen 2021 en 2025 stabiliseerde het aanbod (+0,8%). Binnen de horeca is wel een duidelijke verschuiving zichtbaar: het aantal traditionele cafés en restaurants krimpt, terwijl de fastservicesector groeit, en ook de filialisering in restaurant-concepten toeneemt. Deze groei concentreert zich met name in de grote binnensteden en opvallend genoeg ook in buurt- en wijkcentra. Dit zijn formules gericht op snelheid en gemak, zoals fastfood en afhaal- en bezorgconcepten. In de buurt- en wijkcentra zit dit type horeca dicht bij de klant en zijn daardoor de bezorgkosten relatief laag.

Tussen 2016 en 2021 groeide het aantal horecazaken nog flink, namelijk met 8,5%. Veel leegstaande winkelpanden werden toen ingevuld door lunchrooms en koffiezaakjes. De groei is daarna fors afgevlakt. Mede doordat relatief veel horecazaken (gedwongen) sloten om bedrijfseconomische redenen, onder andere door hoge schuldenlasten die tijdens de coronaperiode ontstonden. Ook binnen de horecasector zijn grote verschillen tussen locaties en horecabranches. De grote binnensteden zagen het horeca-aanbod verder

doorgroeien, en dat gold in mindere mate ook voor de middelgrote en kleine centrumgebieden. De krimp zat per saldo vooral op solitaire locaties buiten de voorzieningenconcentraties. Het economisch belang van de horeca groeit. De horeca draagt inmiddels relatief sterker bij aan de stijging van de totale omzet in centrumgebieden dan de detailhandel. De binding van horeca bevindt zich tussen die van de dagelijkse en de niet-dagelijkse detailhandelssector in. Nabijheid is weliswaar ook voor horeca belangrijk, maar voor de dagelijkse boodschappen nog belangrijker. Verder geldt dat hoe groter de stad, hoe minder groot de oriëntatie van de inwoners van de stad op de horeca in het centrum van die stad. Waar in Amsterdam (39%), Rotterdam (55%) en Den Haag (51%) minder dan of ongeveer de helft van de bestedingen op het centrum van die stad is georiënteerd, is dat in steden als Dordrecht, Haarlem, Leiden, Alkmaar, Amersfoort en ook Utrecht een ander verhaal. Daar is 60 tot 85% op het horeca-aanbod in het centrum georiënteerd. Leegstand daalt nu ook in centrumgebieden maar is deels nog hardnekkig Tussen 2016 en 2021 daalde de totale leegstand in meters spectaculair. De daling was er vooral op verspreide locaties buiten de voorzieningen­

concentraties en op perifere winkelconcentraties. Veel grote winkelpanden op bedrijventerreinen en andere solitaire locaties werden ingevuld met andere functies, zoals sportscholen en leisure. De leegstand op woonboulevards en retailparken werd ingevuld met nieuwe formules in de sector ‘in/om het huis’. Sinds 2023 is sprake van een lichte kentering in de leegstand. Zowel in wvo als in aantallen panden neemt de leegstand weer iets toe. Herinvulling met horeca en transformatie naar wonen is niet langer vanzelfsprekend. De laatste jaren is in centrumgebieden vooral de groei in de sector cultuur & ontspanning en ook de dienstensector zichtbaar (bv. in de beautybranche). Hierdoor verandert de functiemix en daarmee de stap van monofunctionele winkelgebieden naar meer multifunctionele centrumgebieden. Beleid en actie om gezamenlijk te komen tot compactere centrumgebieden werpt langzaam zijn vruchten af. De structurele leegstand in centrumgebieden blijft echter hardnekkig, vanwege verouderd vastgoed op minder goede locaties. Ontwikkeling online kooporiëntatie laat een genuanceerd beeld zien Fysiek en online winkelen zijn steeds meer met elkaar verbonden. Meer winkels zijn online zicht7

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

baar en daardoor vindbaar. Dit leidt niet alleen tot bestedingen die online plaatsvinden, maar ook tot meer online zichtbaarheid van fysieke winkels. Winkeliers die slim inspelen op de laatste TikToktrends, weten jongeren massaal naar zich toe te trekken. Internationale platforms uit Amerika en China groeien hard, ook in Nederland. Ook binnen Europa vinden veel grensoverstijgende online transacties plaats. In dit koopstromenonderzoek zitten meerdere indicatoren die inzicht geven in de ontwikkeling van online winkelen. De groei van de online bestedingen vlakt tussen 2021 en 2025 af, ten opzichte van de sterke groei tussen 2016 en 2021. Toch is het beeld per artikelgroep en sector genuanceerd. In de recreatieve branches stegen de online bestedingen duidelijk harder dan de fysieke bestedingen. Dit verklaart waarom artikelgroepen zoals mode, sport en huishoudelijk het aandeel online afvloeiing zien stijgen ten opzichte van 2021. In doelgerichte branche elektronica steeg het aandeel online afvloeiing ook door. In de dagelijkse en (overige) doelgerichte sector is het beeld andersom. Daar stegen de fysieke bestedingen harder dan de online bestedingen. De online afvloeiing in de dagelijkse sector daalde daardoor iets, namelijk van 6,1% naar 5,6%. In woninginrichting, doe-het-zelf en tuinartikelen daalde of stabiliseerde de online afvloeiing ook.

Al met al is online aankopen duidelijk nog niet op zijn retour. Gemak en efficiëntie blijven belangrijke randvoorwaarden voor consumenten om ergens iets te kopen. Wel lijkt online in een nieuwe fase beland. Zo blijkt uit ons onderzoek dat het aantal retourzendingen, met name voor mode, licht afneemt. Tegelijkertijd speelt de fysieke retail in op de consument die steeds meer digitaal vaardig én aanwezig is. Dit hoeft niet altijd met een webshop, maar ook via online zichtbaarheid, inspelen op actuele hypes en prikkelende marketing via social media. Ter illustratie: inmiddels vindt van de totale online verkoop aan elektronica zo’n 40% via multichannel verkoop plaats.” Kleine supermarkten in kleine kernen en buurten meer onder druk Schaalvergroting van supermarkten zette ook na 2021 verder door. Een supermarkt was in 2021 gemiddeld nog 966 m² wvo. Anno 2025 is een supermarkt gemiddeld 1.000 m² wvo. Nieuwe supermarkten kennen inmiddels al snel een omvang van 1.400 tot 1.600 m² wvo. De consument verwacht een ruim assortiment met een aantrekkelijke winkelbeleving (veel uitstallingsruimte voor vers en gemak, ruimere gangpaden, ruimte bij (zelfscan-)kassa’s, etc.). Voor de grote supermarktformules geldt dat schaalvergroting ook betekent dat een groter economisch draagvlak nodig is.

Tegelijkertijd staan winstmarges onder druk door achterblijvende volumeverkoop, verlies van omzet, stijgende kosten en minder aanloop door verbod op tabaksverkoop. Trends die zorgen dat supermarkten in kleine kernen en buurten met een beperkt economisch draagvlak verder onder druk komen te staan. Uit cijfers blijkt dat de krimp van supermarkten in kleine kernen tot op heden meevalt. Het verdwijnen van de Coop-formule, vaak gevestigd in kleine kernen, leidde tot een beperkte toename van leegstaande supermarkten. Veel Coop-panden zijn overgenomen door andere supermarktketens, zoals PLUS, Albert Heijn en Boon’s. De afvloeiing uit dit soort kernen neemt al jaren toe (binding daalt). Hetzelfde geldt voor kleinere supermarkten in steden, die het vaak verliezen van moderne supermarkten met een goede bereikbaarheid en parkeersituatie. In de steden komen in leegstaande supermarkpanden vaak doelgroep- en gemakswinkels, zoals moderne Poolse en Turkse winkels, gericht op uniek (vers-) assortiment uit eigen land. Herstel van de hiërarchie: grote binnensteden heroveren hun dominante positie In 2021 hadden de grote centra te leiden onder verminderd bezoek van verder weg, hetgeen ‘ten goede’ kwam aan centra dichter bij de 8

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

consument. Dat effect blijkt kortstondig te zijn geweest. Waar in 2021 de (vaak middelgrote) centra dichtbij huis de relatieve winnaars waren, is dat beeld nu anders. We zien nu tussen 2016 en 2025 een dominante lijn waarin de grote, aantrekkelijke binnensteden die meer bieden dan alleen een groot en divers winkelaanbod aan de winnende hand zijn. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht voorop. Ondanks de krimp van het recreatieve winkelaanbod weten ze hun marktaandeel te vergroten. Dit geldt ook voor andere grote en aantrekkelijke binnensteden zoals die van Leiden, Amersfoort en Alkmaar. De ontwikkeling van middelgrote centra varieert Voor middelgrote centrumgebieden is het beeld wisselend. De omvangen variatie van het winkelaanbod is voor deze centra niet meer de belangrijkste troef.

Hoewel veel middelgrote centra marktaandeel verliezen, toont het onderzoek aan dat er opvallende positieve uitzonderingen zijn, zoals de centra van Heerhugowaard en Naaldwijk, die hun marktpositie juist wisten te versterken.” Mall of theNetherlands ontwikkelde zich in het onderzoeksgebied het meest vergaand qua marktaandeel en beoordeling. Deze winst is niet ten koste gegaan van de Haagse of Leidse binnenstad, maar vooral van de voormalige

evenknieën Zoetermeer-Stadshart en Rijswijk-In de Bogaard. Elke regio kent verschuivingen zoals hier genoemd, met vaak enkele ‘winnaars’ en meerdere ‘verliezers’. Centra waarin in de periode 2016-2025 is geïnvesteerd in herontwikkeling en uitbreiding weten vaak aan de krimp te ontkomen. Denk hierbij aan de al genoemde centra van Naaldwijk en Heerhugowaard, maar ook aan een Nieuwegein of Rotterdam-Zuidplein. Positie van de warenmarkt brokkelt zienderogen af bij non-food In 2016 werd nog ongeveer 1,4% van de totale detailhandelsbestedingen op de warenmarkt gedaan. Dit aandeel is in 2025 gedaald naar ongeveer 0,7%. De daling komt bijna volledig op het conto van de niet dagelijkse sector en dan vooral de categorie recreatief. Buurt- en wijkcentra behouden positie in de lokale voorzieningenstructuur De uitbreiding van het supermarktaanbod komt vooral tot uitdrukking in de buurt- en wijkcentra. Vrijkomende panden gebruikt men regelmatig om supermarkten te vergroten. Ook het nietwinkelaanbod nam in aandeel toe in deze centra. Daardoor is ook in deze ondersteunende

gebieden sprake van een (bescheiden) verbreding van de functiemix. De leegstand blijft hier relatief laag. Toch zijn er ook hier grote verschillen per locatie en per type centrum. Vooral de grotere wijk- en stadsdeelcentra leveren aan marktaandeel in. Gemak, efficiëntie en nabijheid spelen voor dit soort centra de belangrijkste rol. Grotere ondersteunende centra concurreren met de kleinere centra, waar dit vaak beter op orde is. Winkelgebieden met een duidelijk profiel, moderne uitstraling, sterk aanbod en bredere functiemix doen het goed. Denk bijvoorbeeld aan winkelcentrum Sterrenburg in Dordrecht, winkelcentrum Geesterduin in Castricum en Rotterdam-Zuidplein. Grootschalige concentraties blijven stabiel De binding aan doelgericht winkelaanbod op gemeenteniveau blijft stabiel tussen 2021 en 2025, met iets minder online afvloeiing en iets meer fysieke afvloeiing. Vergelijkbaar met recreatief winkelen weten ook de onderscheidende woonboulevards en retailparken het verschil te maken met behoud van binding (en minder afvloeiing) als gevolg. De grootschalige winkelconcentraties zoals de meubelboulevards behielden een relatief sterke positie. Vooral de IKEA-locaties kennen 9

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

een enorme aantrekkingskracht (Barendrecht, Utrecht, Amsterdam, Haarlem, Amersfoort en Delft). Maar ook andere grote concentraties van woonwinkels en steeds vaker ook sporten vrijetijdsvoorzieningen hebben een sterke positie. Vooral doelgerichte centra met een brede branchemix als Cruquius, The Wall en Hof van Hoorn weten zich positief te onderscheiden en te ontwikkelen. Toerisme groeit en dat is vooral goed nieuws voor de horecasector In dit koopstromenonderzoek zijn voor het eerst volwaardig de ruimtelijke horecabestedingen in kaart gebracht. Daarbij is ook voor horeca een toeristische component meegerekend. Hieruit blijkt, veel meer nog dan voor de detailhandel, de sterke verbondenheid tussen toeristische bestedingen en horeca. Waar de detailhandelsomzet in de Randstad gemiddeld voor een aantal procenten op toeristische toevloeiing leunt, ligt dit aandeel voor de horecasector op ruim veertig procent. Nu het toeristisch verkeer zich weer rond het piekniveau van vlak voor de coronacrisis bevindt, is de positieve impuls van toerisme op de horecasector anno 2025 onmiskenbaar. Vooral voor gemeenten en kernen met een sterke toeristische sector, waaronder de allergrootste daarvan, Amsterdam, waar in totaal meer dan

2 miljard euro aan toeristische bestedingen in horeca en detailhandel terechtkomen. De voorzieningenstructuur blijft intact, al vertoont deze op onderdelen haarscheurtjes Als we 10 tot15 jaar terugkijken in de Randstad zien we een duidelijke stabiele trend. Afstand, gemak en efficiëntie zijn nog steeds belangrijk en in de marktpositie van verreweg de meeste winkelcentra zetten de dominante trends zich voort. De meting in 2021 was een uitschieter vanwege corona, maar de hoofdtrend blijft intact.

De na de Tweede Wereldoorlog zorgvuldig opgebouwde voorzieningenstructuur staat nog steeds stevig overeind, maar vertoont op onderdelen wel scheurtjes. De data tonen aan dat de bestedingen zich sterker concentreren in een kopgroep van dominante centra, wat ten koste gaat van de marktpositie van diverse omliggende, middelgrote kernen. Deze vallen steeds vaker tussen wal en schip. Gemiddeld lagere rapportcijfers voor centrumgebieden Veel centrumgebieden krijgen iets lagere rapportcijfers dan voorheen. De consument lijkt (steeds) kritischer. In de grote en middelgrote centrumgebieden gaan vooral de rapportcijfers

van aspecten zoals sfeer en beleving, veiligheid, netheid, bereikbaarheid en kwaliteit van aanbod horeca achteruit. Het oordeel over het winkelaanbod blijft redelijk stabiel. Het oordeel van groen (zie hierna) en faciliteiten (denk aan bankjes en toiletten) verbetert. Een voorbeeld van een uitzondering op de dalende rapportcijfers is het centrum van Schagen, dat men op meerdere onderdelen beter beoordeelt dan in 2021. Ook de centra van Hoofddorp, Zaandam, Purmerend, Zeist en Leiden zijn positieve uitschieters: ze weten op diverse aspecten hun score te verbeteren. Vergroenen van centra oogst waardering Consumenten waarderen centra die investeerden in vergroening met een hogere beoordeling van groen. Gemiddeld scoort groen een 5,9 voor winkelgebieden in de Randstad. Veel centra zijn, ondanks vergroeningsacties, nog best stenig. Voorbeelden van ‘vergroeners’ zijn de binnensteden van Alkmaar en Purmerend. Beide centra investeerden in vergroening, klimaatadaptieve openbare ruimte en het voorkomen van hittestress. Bezoekers beoordelen ‘de mate en kwaliteit van groen’ in deze centra bijna een vol punt hoger dan in 2021. Alkmaar haalt met een 6,9 de hoogste ‘groenscore’ van alle grote en middelgrote centrumgebieden in de Randstad. 10

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Relatie economie en mobiliteit ligt genuanceerd In navolging van het Verplaatsings- en bestedingsonderzoek van het Platform Binnenstadsmanagement1 toont ook dit koopstromenonderzoek aan dat er een sterke relatie ligt tussen economisch functioneren van centrumgebieden en mobiliteit. Door de jaren heen neemt het aandeel bezoekers per auto af in centrale en ondersteunende winkelgebieden. Het aandeel voetgangers neemt toe. Deze trend hangt samen met het feit dat veel verzorgingsgebieden krimpen en het aanbod in veel centrumgebieden steeds meer gericht is op de ‘eigen inwoners’. Het belang dat men hecht aan autobereikbaarheid daalt daarmee ook. Ondanks deze verschuiving geven bezoekers die met de auto komen per bezoek gemiddeld meer uit dan voetgangers en fietsers. Centrumgebieden met een groter verzorgingsgebied zijn qua omzet sterk afhankelijk van autobezoekers, vanwege de langere reistijden en omdat dit vaak het enige logische alternatief is. Grote binnensteden die goed aansluiten op het OV-netwerk trekken ook veel bezoekers (en dus bestedingen) per openbaar vervoer aan. Utrecht en Amsterdam zijn hiervan het beste voorbeeld. 1 Verplaatsings- en Bestedingsonderzoek 2025: Zonder bereikbaarheid geen bestedingen in centrumgebieden Movares Smart Urban Engineering

Koopgedrag verschilt tussen generaties én levensfasen Dit onderzoek toont aan dat er zowel tussen levensfasen als tussen generaties verschuivingen plaatsvinden. Als we kijken naar levensfasen zijn de verschillen ongeveer zoals vroeger. Jongeren hebben minder te besteden dan werkenden en zoeken gezelligheid op in vooral de grotere binnensteden. Gezinnen met jonge kinderen hebben weinig tijd en zijn vooral op zoek naar gemak. Dit is de doelgroep die veel online winkelt (ook de boodschappen) en gemaksaankopen doet dicht bij huis. Oudere consumenten maken graag een wandelingetje en hechten meer waarde aan sfeer, uitstraling, groen en water. Ze combineren relatief veel winkels bij hun bezoek: de supermarkt met de versspeciaalzaken en de kledingwinkel met andere winkels.

Als we kijken naar generaties, dan zien we dat jongeren van Gen-Z en Gen-A meer en makkelijker online aanschaffen dan millennials in hun jonge jaren deden. Gemak, gewoonte en prijs spelen een steeds grotere rol en het (mondiale) online aanbod speelt hierop in. Dit betekent niet dat jongeren geen fysieke aankopen meer doen. Ze maken wel andere keuzes. Ze gaan graag naar aantrekkelijke binnensteden en winkelgebieden en combineren

winkelen meer met bezoek aan daghoreca dan vroeger. Daarbij zijn ze relatief sterk op fastfood georiënteerd, in tegenstelling tot de oudere generaties jongeren. Het klassieke uitgaan verschuift: traditionele discotheken en cafés verdwijnen en horecabezoek verschuift naar locaties als festivals, (studenten-)verenigingen en aan huis.

11

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Reflectie en opgaven Onzekerheid blijft In de rapportage van het koopstromen over 2021 stond onzekerheid centraal, bovenal veroorzaakt door de toen heersende coronapandemie en de onzekere gevolgen daarvan. Inmiddels weten we dat de pandemie diepe sporen naliet, vooral bij ondernemers. En de onzekerheid van toen is er ook nu. Alleen op een ander terrein: de geopolitieke ontwikkelingen natuurlijk, maar ook de technologische ontwikkelingen zoals de impact van artificiële intelligentie (AI). Corona was geen gamechanger De terugkeer van de dominantie van grote binnensteden, zoals geconcludeerd in het vorige hoofdstuk, laat zien dat de coronapandemie geen ‘gamechanger’ was. Wel heeft corona al eerder ingezette ontwikkelingen versneld en geaccentueerd. Denk aan de groei van online winkelen, waarbij corona ertoe leidde dat ook oudere mensen (al dan niet geholpen door de jongere generaties) online omarmden. Denk ook 12

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

aan het feit dat de coronatijd ons bewust maakte dat detailhandel geen groeisector mee is. “Meer mensen, maar minder winkels” is niet voor niets een van de tussenkopjes in dit rapport. Toch betekent dit niet dat ruimtelijk koopgedrag alleen maar een spel van verlies is. Maar waar in een vorig tijdperk de omvang en variatie van het winkelaanbod primair de trekkracht van een winkelgebied bepaalde, is de huidige werkelijkheid een andere. Het is het totale pakket aan voorzieningen, waar winkels een onderdeel van zijn. En het gaat niet meer primair om keuzemogelijkheden in dat aanbod, maar vooral ook om de verblijfswaarde van de plek waar die voorzieningen gevestigd zijn: de moderne agora, om een recent rapport2 te parafraseren.

2 Publicatie-De-Moderne-Agora-Gedeeld-Verlangenversie-30-12-2025.pdf

Detailhandel is een krimpsector en dat blijft zo Zoals de conclusies aantonen, is de krimp van de detailhandel een structureel gegeven. De discussie zou daarom niet langer moeten gaan of er krimp is, maar hoe we deze transitie in goede banen leiden. De opgave voor gemeenten en vastgoedeigenaren is nu om deze krimp niet te ondergaan, maar actief te managen. Dit vraagt om het loslaten van traditionele visies op de retail en het plaatsen van een sterkere focus op het versnellen van de transformatie naar multifunctionele centrumgebieden

De detailhandel zal ook de komende jaren een krimpsector blijven.3 Vooral het niet-dagelijkse winkelaanbod neemt al jaren af en die trend zet door. Online bestedingen – met name in recreatief winkelen – groeien sneller dan fysieke bestedingen. Daar komt bij dat een substantieel aantal ondernemers richting pensioen gaan 3

https://www.pwc.nl/nl/actueel-publicaties/assets/pdfs/ future-proofing-the-dutch-retail-industry.pdf

zonder opvolging, wat leidt tot extra sluitingen. Stijgende kosten drukken bovendien de winstgevendheid, waardoor investeringen in vernieuwing achterblijven.

in wijken? En hoe behouden we, in een markt die steeds meer gericht is op snelheid en gemak, het draagvlak bij omwonenden als het gaat om leefbaarheid en openbare ruimte?

Toch is het perspectief niet somber. Winkels behouden hun bestaansrecht, mits zij deel uitmaken van een aantrekkelijk en multifunctioneel centrumgebied. Voortzetting van concentratiebeleid blijft belangrijk, met aandacht voor kwaliteit van aanbod, openbare ruimte, mobiliteit en samenwerking. Tegelijk blijft het nodig overtollige plancapaciteit buiten winkelgebieden terug te dringen om structuurverstorende effecten te voorkomen. Ook terughoudendheid bij het programmeren van winkelplinten in nieuwe gebiedsontwikkelingen is daarbij essentieel.

De horecasector in centrumgebieden en binnensteden staat voor een periode van verandering, maar ook van toenemende betekenis. De vraag naar beleving, ontmoeting en kwaliteit groeit, en ook all-day concepten en concepten die hun eigen vraag creëren groeien. Tegelijkertijd hebben ondernemers te maken met stijgende kosten, personeelstekorten en strengere regelgeving. Niet elke locatie is vanzelfsprekend rendabel: verschillen tussen sterke A-locaties en zwakkere delen van binnensteden nemen toe. Ondernemers moeten technisch en conceptueel innoveren, maar de aanhoudende behoefte aan unieke, vernieuwende horecaconcepten, met vaak een kortere levenscyclus, zorgt ervoor dat de leegstand naar verwachting niet substantieel toeneemt.

Van groei naar kwaliteit: perspectief voor horeca in centrumgebieden De stabilisatie van het horeca-aanbod markeert het einde van een tijdperk van kwantitatieve groei. De sector betreedt een nieuwe fase waarin kwaliteit, diversiteit en balans de sleutelwoorden worden. De opgave voor beleidsmakers is daarmee verschoven naar het sturen op een wenselijke mix. Dit vraagt om maatwerk in beleid: hoe borgen we de kwaliteit en voorkomen we een monocultuur van fastfood 13

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Jongeren generaties groeien op met afhaal- en bezorgconcepten, gericht op gemak en snelheid. Dit roept vragen op over de maatschappelijke impact. Voor beleid betekent dit bijvoorbeeld dat gerichte versterking belangrijker is dan generieke groei. Horeca functioneert het best

in compacte, levendige centrumgebieden met een goede mix van detailhandel, cultuur, dienstverlening en wonen. Kwaliteit, diversiteit en balans zouden daarbij leidend moeten zijn: overaanbod en eenzijdigheid maken kwetsbaar. Ook aandacht voor openbare ruimte, bereikbaarheid, terrassenbeleid, geluid en leefbaarheid is cruciaal om draagvlak bij omwonenden te behouden. Horeca functioneert, in tegenstelling tot detailhandel, ook buiten centrumgebieden vaak goed. De samenhang met recreatie en toerisme is groot. Horeca is zowel randvoorwaarde als resultaat van toeristische aantrekkingskracht. Een aantrekkelijk horeca-aanbod verlengt de verblijfsduur en bestedingen van bezoekers, terwijl toerisme op zijn beurt zorgt voor extra draagvlak en omzet. Een goed concept, met een sterke ondernemer op de juiste plek is bepalend voor het succes. Dit vraagt meer maatwerk in beleid. Ook in de grote binnensteden doen we het met minder winkels Het in het vorige hoofdstuk geconcludeerde succes van de grote binnensteden is geen reden voor zelfgenoegzaamheid. Het laat onverlet dat ook hier een fundamentele transformatie-opgave speelt. Deze centra

veranderen in hoog tempo van winkelgebieden naar multifunctionele centrumgebieden. Dat vraagt om een andere kijk op centrumgebieden. Minder ruimte voor detailhandel, en des te meer voor horeca, kunst en cultuur, kleinschalige kantoren, maakbedrijven, zorg, onderwijs en dienstverlening. Het vraagt ook om lef, experimenten, nieuwe concepten en verdienmodellen. En om grip op vastgoed te krijgen en houden om de transitie in goede banen te leiden en ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Het is een complexe puzzel. De belangen zijn groot en divers. De ruimte is schaars en de transitie is kostbaar. En ook met een waarschuwend woord: winkelgebieden compacter maken is een logische reflex, maar wanneer een aanloopstraat getransformeerd is naar woningen, is een beweging terug niet meer aan de orde. En wanneer er veel transformatie is blijft de (huur-)druk in de centrumgebieden groot, met minder ruimte voor lef en experiment in nieuwe initiatieven. Innovatieve benaderingen zijn juist niet zelden essentieel voor toekomstig succes. Niet alle middelgrote winkelgebieden hebben het even moeilijk De uiteenlopende prestaties van middelgrote centra, zoals we die in dit onderzoek zien, 14

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

suggereren dat de consument bewuster kiest. Het is een duidelijke boodschap aan gemeenten en ondernemers: investeringen in het eigen, unieke onderscheidend vermogen lonen en zijn geen luxe, maar een noodzaak om relevant te blijven. Samen met de grote woningbouwopgave en de wens om een kloppend hart van wijk of stad te creëren ontkomen ook de middelgrote centra niet aan verdichting en transitie. Van plekken om te winkelen en boodschappen te doen veranderen ze in verblijfsplekken. Gebieden waar mensen graag en frequent komen, om elkaar te ontmoeten, om aankopen te doen of een kopje koffie te drinken, of om zorg of onderwijs te genieten. Ook hier gaat die transitie niet zonder slag of stoot. Samenwerking, afscheid van traditionele verdienmodellen en flexibiliteit zijn sleutelwoorden in het succes bij die transitie en daarmee in de opgave om de komende decennia relevant te blijven. De ervaring leert dat centra die hierin slagen het de afgelopen jaren relatief goed deden. Denk aan Schiedam, Alkmaar en Veenendaal. Daarbij aangetekend dat ook de regionale setting hier van invloed is: een bovenlokaal centrum dat op wat grotere afstand ligt van centra van hogere orde heeft het minder

moeilijk dan een ondersteunend centrum of een centrum “onder de rook van”. Denk dus -naast de eerdergenoemde centra- ook aan de centra van Heerhugowaard, Beverwijk, Naaldwijk en Schagen. Deze centra zijn relatief bescheiden in omvang, maar onderscheiden zich doordat ze groter zijn dan de andere kernen in de omliggende regio. Consumenten waarderen het aanbod, sfeer, uitstraling en/of bereikbaarheid. Het centrum van Naaldwijk heeft bijvoorbeeld minder “last” van het centrum van Delft of Den Haag dan een centrum als Stadshart Zoetermeer. En het centrum van Schagen heeft minder “last” van Alkmaar dan een centrum als Houten van de binnenstad van Utrecht. Het meest kwetsbaar blijven de winkelgebieden die zich in een lastige positie bevinden, vooral als ze zich op relatief korte afstand van centra van hogere orde bevinden. Ze vallen wat tussen wal en schip. Veel van de centra die zich niet positief ontwikkelen zijn “centra onder de rook van…” zoals Lelystad (dat last heeft van Batavia Stad), Vlaardingen, Bussum en Spijkenisse. Hierdoor vlakt de gelaagde voorzieningshiërarchie in sommige regio’s inmiddels duidelijk af. Deze centra hebben in de regel te weinig onderscheidend vermogen ten opzichte van de grootste centra, en met te veel

‘gedoe’ (parkeergarages en betaald parkeren bijvoorbeeld) in vergelijking met de compacte boodschappencentra met de functionaliteit van online. Bovendien is de vestiging van een derde of vierde supermarkt in een centrum als deze misschien wel goed om de leegstand op te vullen, maar is niet behulpzaam in het terugbrengen van de oorspronkelijke functie van deze centra. Het geeft de centra hooguit een (tijdelijke) voorsprong in de concurrentie met ondersteunende centra om de gunst van de consument als het gaat om de dagelijkse boodschappen. De opgave voor deze centra ligt in het écht kleur bekennen. Meebewegen met wat andere centra doen of inzetten op supermarkten is niet meer voldoende. Investeren in eigen onderscheidend vermogen en creativiteit is nodig voor deze centra. Dit vereist durf en lef, en de ontwikkeling van unieke, onderscheidende concepten. Het "Dirk-effect" is zichtbaar in de boodschappencentra In de kleinere, op dagelijkse boodschappen gerichte centra is de transitie, in dit geval naar hart van de wijk of het dorp, al langer gaande. In de boodschappencentra die nog niet zijn vernieuwd ligt de opgave in het realiseren van compactheid, functionaliteit en toegankelijkheid. 15

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

De basis dient op orde te zijn, maar ook hier geldt dat ze de ‘look and feel’ van het gebied niet uit het oog mogen verliezen. Centra die meer functies huisvesten dan alleen de supermarkt hebben een belangrijk voordeel. Ze vormen het kloppend hart van wijk of dorp, waar men niet alleen graag komt, maar ook graag verblijft, voor gemak, inspiratie en al dan niet spontane ontmoetingen. De ondergrens voor een levensvatbare supermarkt als drager van deze functie (qua omzet per m² of benodigd verzorgingsgebied) ligt hoger dan voorheen. De verwachting is dat vooral supermarkten tussen de 400 en 800 m² wvo in kernen met minder dan 5.000 inwoners beperkt toekomstperspectief hebben en mogelijk permanent sluiten. Zonder voldoende bevolkingsdraagvlak en enige regionale of toeristisch-recreatieve functie vervalt het bestaansrecht al snel. Zeker in tijden als deze, waarin de verdiencapaciteit in de sector meer en meer onder druk komt te staan, de consument steeds kritischer en mobieler is en er ook nog eens een opvolgingskwestie speelt. Want welke jonge ondernemer stapt nog risicodragend in een supermarkt die minder dan anderhalve ton aan weekomzet draait?

Waar ondernemers in de kleine kernen dus kritisch naar het verdienvermogen kijken, is er in de boodschappencentra in de grotere kernen een strijd om de gunst van de consument. De leegte die het vertrek van de niet-dagelijkse sector uit deze centra met zich meebrengt wordt opgevuld door de supermarkt die zich als nieuwkomer, als 2e of 3e supermarkt in het centrum waagt. Getriggerd door één van de belangrijkste actoren in die strijd, Dirk van den Broek, noemen we dit het Dirk-effect. Deze ontwikkeling, waarin zich overigens niet alleen Dirk roert, manifesteert zich in opvallende cijfers voor de boodschappenfunctie van uiteenlopende centra als UithoornZijdelwaardplein, Amstelveen-Groenhof, Utrecht-Overvecht en Amersfoort-Leusderweg. Het is overigens de vraag hoe bestendig deze ontwikkeling is. Zeker in gebieden waar geen sprake is van bevolkingsgroei leidt deze ontwikkeling ook tot verwatering van omzet in het betreffende centrum of in een van de omliggende centra. Met alle mogelijke effecten voor de dagelijkse verzorgingsstructuur. De komende jaren verwachten we een voortzetting van de schaalvergroting in supermarktland. De groei van de bestedingen, nog los van bevolkingsgroei, vlakt naar verwachting verder af. Dit betekent dat

supermarkten genoegen moeten nemen met een lagere omzet per meter (vloerproductiviteit), maar daardoor wel het marktaandeel behouden ten koste van de concurrent. Supermarktketens kijken de komende jaren kritischer naar locaties. Waar investeren we wel en waar niet? We verwachten dat de minder goed lopende supermarkten sneller van de hand gaan. In kleine kernen leidt dat tot leegstand, maar in grote steden zijn deze panden geschikt voor doelgroep- en gemakswinkels. De verwachte kritische blik van supermarktketens op hun locaties creëert een nieuwe opgave voor gemeenten: hoe gaan we om met de toenemende kans op leegstand van supermarktpanden, met name in kleine kernen, en welke alternatieve invullingen zijn daarvoor denkbaar? De consument beloont brancheverbreding op de grootschalige locaties In het Nederlandse planningsmodel zijn de grootschalige locaties van oudsher bestemd voor de doelgerichte branches: woninginrichting, tuincentra en doe-het-zelf. De groei van deze branches, mede onder invloed van corona, deden de grootschalige locaties (in de volksmond “woonboulevards”) geen kwaad. Toch zijn deze locaties niet zonder zorgen. Deels 16

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

omdat ze door de oprukkende woningbouw op voormalige bedrijventerreinen letterlijk onder druk komen te staan. Deels ook omdat er (conjunctuurgevoelig als ze zijn) eerder te veel dan te weinig aanbod is en de clusters weinig onderscheidend zijn ten opzichte van elkaar. Daar komt nog eens bij dat de allergrootste van deze centra (denk aan Megastores, Alexandrium en Villa Arena) conceptueel uit een ander tijdsgewricht stammen, en er qua gebouwtypologie nauwelijks een alternatieve invulling mogelijk is. Herbestemming is vanuit dat oogpunt vaak een uitdaging en blijft beperkt tot theoretische mogelijkheden. Maar daar waar deze centra in gesprek met de gemeente hun invullingsmogelijkheden wat weten te verruimen zien we dat gelijk terug in de oriëntaties. Centra zoals The Wall (Utrecht) en Baarn-Nijhoff tonen aan dat de consument het waardeert. Overigens betekent dit niet dat deze ontwikkeling in algemene zin toe te juichen is. Verruiming van de mogelijkheden trekt deels ook een onnodige en ongewenste wissel op het functioneren van de reguliere winkelgebieden, waar het recreatieve aanbod het al zwaar heeft.

Erken en benut de maatschappelijke waarde van centrumgebieden Dit rapport noemt het vaker: de strijd om de ruimte. Die neemt de komende jaren alleen maar toe. In Nederland benaderden we centrumgebieden vaak als ‘economische koopmachines’. De laatste jaren is er naar aanleiding van de krimp van het winkelaanbod meer aandacht voor toevoeging van andere functies (waaronder wonen) en activiteiten.

Dit zou niet alleen vanuit economische noodzaak moeten, maar juist vanuit het bredere maatschappelijke belang. Onze samenleving verandert. Een nieuwe vorm van verzuiling ontstaat, gevoed door polarisatie en online ‘bubbels’. Mensen uit verschillende leefwerelden ontmoeten elkaar steeds minder en verliezen het contact met elkaar en hun omgeving. De centrumgebieden, van groot tot klein, zijn ontmoetingsplekken waar traditioneel juist enige vermenging plaatsvindt. Dit koopstromenonderzoek richt zich weliswaar primair op detailhandel en horeca, maar de maatschappelijke waarde van centra omvat veel meer. Kijk bijvoorbeeld naar de succesvolle transitie die bibliotheken maken. Ze komen in volle glorie terug in grotere panden, met veel verschillende activiteiten. Een perfect voorbeeld van een voorziening die zich succesvol opnieuw

heeft uitgevonden. Dit kost op korte termijn uiteraard inspanningen, maar levert op de lange termijn meer weerbaarheid en maatschappelijke (meer-)waarde op. Uitvoering van visies en beleid vraagt meer aandacht Het maken van actueel en toekomstbestendig beleid is belangrijk, maar het valt of staat met de uitvoering. In diverse gemeenten zien we verschuivingen van koopstromen die niet matchen met beleidskeuzes.

Denk aan de groei van het marktaandeel van solitaire supermarkten die beleidsmatig ongewenst zijn, negatieve mobiliteitseffecten van de afhaal- en bezorgeconomie, groei van paracommerciële horeca en ongewenste branchevervaging. Voor gemeenten ligt een belangrijke opgave om beleidskeuzes te vertalen in juridisch bindende regels, zoals het omgevingsplan. En die regels ook te handhaven. Denk aan het saneren van onbenutte en ongewenste plancapaciteit op bedrijventerreinen, het gelijktrekken van definities in het kader van de Dienstenrichtlijn en het sturen op activiteiten in plaats van oude ‘functiehokjes’ (in de geest van Omgevingswet). Gemeenten werken steeds meer integraal, 17

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

maar initiatieven krijgen nog vaak een sectorale beoordeling. Hierdoor ontstaan ongewenste situaties: initiatieven die wenselijk zijn vertragen en ongewenste initiatieven vinden de ‘mazen in de regelgeving’. Handhaving is daarin vaak een belangrijk sluitstuk. Denk ook aan gedragen planvorming, maar kom vooral tot uitvoering. Soms zijn eerste kleine stapjes en eerste succesjes een opmaat om grote zaken aan te pakken. Alleen het neerzetten van bloembakken en het ophangen van verlichting heeft relatief beperkte invloed op de beleving, de waardering en het bezoekgedrag. Een succesvolle aanpak vraagt om een multidisciplinaire samenwerking tussen de gemeente, ondernemers, vastgoedeigenaren én bewoners. Dat vergt een hoge inzet van alle partijen. Serieuze investeringen zijn nodig en betalen zich ook uit, dat blijkt in ieder geval uit dit koopstromenonderzoek.

1. Inleiding

1.1 Inleiding Koopstromenonderzoek kijkt van oudsher naar het ruimtelijk koopgedrag (‘stromen’) van consumenten (‘kopers’), naar hun waardering voor winkelgebieden en de kenmerken van hun koopgedrag. In dit onderzoek vergelijken we de resultaten uit 2025 met die uit 2021 en 2016. Dit jaar besteden we daarnaast veel aandacht aan de horeca en aan specifieke thema's, zoals de relatie tussen mobiliteit en bezoekfrequentie, de ontwikkeling van online en retourzendingen, generatietrends en verschuivingen in de hiërarchie van voorzieningen. Het vorige Koopstromenonderzoek Randstad dateert uit 2021, het laatste deel van de coronaperiode. Ofschoon het veldwerk toen plaatsvond in een periode dat er nagenoeg geen beperkingen golden voor de detailhandel en de horeca, was het nog steeds een bijzondere tijd voor deze sectoren. Sommige branches deden

18

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

het goed in deze periode, zoals supermarkten, woonwinkels en bouwmarkten. Andere branches hadden het zwaar, zoals mode en zeker ook de horeca. Online aankopen namen een vlucht, en als consumenten er al op uit gingen, kozen ze vaak een bestemming relatief dichtbij huis. Na een korte periode van stijgende bestedingen na de coronaperiode en een opleving van de economie, zijn we anno 2025 wederom beland in tijden van onzekerheid. De gespannen geopolitieke verhoudingen die op scherp kwamen te staan door de Russische inval in Oekraïne, leidden tot hoge inflatie tussen 2022 en 2024. De recente wispelturigheid van de macro-economie, mede veroorzaakt door importtarieven vanuit de VS, sijpelt door in het consumentenvertrouwen en de Nederlandse economie. Het consumentenvertrouwen stond tussen 2021 en nu onder druk (met een dieptepunt in 2022).

Hoewel het zeker niet slecht gaat met de economie, staat ook de winstgevendheid van veel ondernemers onder druk. Sommige sectoren hebben te maken met teruglopende verkopen en bovenal stijgende kosten. De horeca heeft bovendien nog steeds te maken met een schuldenlast die is opgebouwd tijdens de coronaperiode. Per saldo is de detailhandel al enige tijd een krimpmarkt. De groei in de horecasector stabiliseert. Gelukkig blijft er dynamiek plaatsvinden in de detailhandel en horeca. Bestaande ondernemers stoppen, maar daarvoor komen ook nieuwe ondernemers in de plaats. Mensen trekken er nog steeds op uit, zowel voor efficiënte gemaksaankopen als een dagje winkelen.

1.2 Randstad Het primaire onderzoeksgebied waar we uitspraken over doen betreft de drie Randstadprovincies inclusief Almere en Lelystad (in het vervolg van dit rapport gezamenlijk aangeduid als ‘Randstad’). Ten opzichte van 2021 is het primaire onderzoeksgebied kleiner. Provincie Noord-Brabant en het Rivierenland (Provincie Gelderland) zijn dit keer geen onderdeel van het primaire onderzoeksgebied. In de vergelijkingen met 2021 corrigeren we hier natuurlijk voor. Verder is in de uitkomsten uit 2016 Lelystad niet meegenomen (wel in de aanbodanalyse op basis van Locatus cijfers), omdat die gemeente destijds niet tot het onderzoeksgebied behoorde. Net als in voorgaande edities is geënquêteerd in gemeenten grenzend aan de Randstadprovincies. Dit noemen we het randgebied. Zie figuur 1.1 hierna.

19

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Figuur 1.1 Onderzoeksgebied en randgebied KSO 2025 Randstad Randgemeenten

1.3 Koopstromen Het gaat bij koopstromen om de oriëntatie van bestedingen van inwoners van een bepaald gebied. We drukken de kooporiëntatie van bewoners uit in de volgende begrippen (figuur 1.2): •

•

Binding: het aandeel van het totale bestedingspotentieel dat bewoners besteden bij aanbod in de eigen gemeente (of kern). Afvloeiing: het aandeel van het totale bestedingspotentieel dat bewoners besteden buiten de eigen gemeente (of kern). Zowel fysiek als online.

Binding en afvloeiing tellen gezamenlijk altijd op tot 100% (totale bestedingspotentieel). •

Toevloeiing: het aandeel van de omzet van winkels in de gemeente afkomstig van bezoekers van buiten de gemeente. Daarbij is er een onderscheid tussen bestedingen vanuit het onderzoeksgebied/randgebied en door (dag-)toeristen van buiten dit gebied en dagtoeristen van binnen de Randstad.

Figuur 1.2 Toevloeiing, binding en afvloeiing

Figuur 1.3 Branches en artikelgroepen Branches KSO

Sector Dagelijks Dagelijks ONDERZOEKSGEMEENTE TOERISTEN

ANDERE GEMEENTE

@

Koopkrachttoevloeiing

Koopkrachtbinding

Koopkrachtafvloeiing fysiek

Sector Recreatief Sector niet-dagelijks

ANDERE GEMEENTE

Mode & Luxe Vrije tijd

Sector Doelgericht In & om het huis

Detailhandel overig

@

Koopkrachtafvloeiing online

Artikelgroepen

Levensmiddelen Persoonlijke verzorging

Mode Huishoudelijk Sport- en spel Media en hobby Elektronica Doe-het-zelf Woninginrichting Tuinartikelen en planten Detailhandel overig

Bron: SectorLocatus Horeca - bewerking Horeca

Dranken Eten Fastfood Koffie en desserts Horeca overig

Bron: Locatus, bewerking Ipsos I&O, Movares, Sweco

1.4 Sectoren en typen winkelgebieden Het rapport maakt een onderscheid in drie sectoren van de detailhandel, namelijk de sector ‘dagelijks’, de sector ‘recreatief’ en de sector ‘doelgericht’. Deze indeling is een verbijzondering ten opzichte van de klassieke indeling ‘dagelijks/niet-dagelijks’ of ‘food/nonfood’ uit oudere koopstromenonderzoeken.

20

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

In de praktijk blijkt een onderscheid in drie sectoren het meest recht te doen aan de wijze waarop de consument aankopen doet. In figuur 1.3 staan de artikelgroepen, die zijn uitgevraagd in de vragenlijst van dit onderzoek, die binnen deze sectoren vallen. Omdat we ook horecastromen meenemen is horeca eveneens opgenomen in de figuur.

Bij de beschrijving van het horeca aanbod (hoofdstuk 2) maken we het onderscheid tussen drankverstrekkers, fastservice en restaurants. Dit onderzoek richt zich uitsluitend op het ‘reca’ gedeelte van horeca. Hotels vallen buiten de scope van dit onderzoek, tenzij er sprake is van een hotel-restaurant. Coffeeshops (softdrugs) vallen ook buiten dit onderzoek.

Het rapport maakt ook een onderscheid naar typen winkelgebieden. Namelijk centrale, ondersteunende en grootschalige winkelgebieden. In figuur 1.4 staat dit weergegeven.

• •

• Figuur 1.4 Drie typen winkelgebieden

Centrale winkelgebieden: het centrale winkelgebied (centrum) van een plaats; Ondersteunende winkelgebieden: buurt-, wijk- en stadsdeelcentra veelal sterk gericht op dagelijkse boodschappen; Grootschalige winkelgebieden: winkelgebieden met grootschalig winkelaanbod veelal in doelgerichte branches, zoals woonboulevards en perifere retailparken.

Centrale winkelgebieden

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 behandelen we (de ontwikkeling van) de vraagkant en in hoofdstuk 3 (de ontwikkeling van) de aanbodkant van detailhandel en horeca. Ook kijken we daar naar de werkgelegenheid die met detailhandel, diensten en horeca is gemoeid. Vervolgens beschrijven we de koopstromen detailhandel en horeca van inwoners (hoofdstuk 4) en bezoekers (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 vertalen we die stromen naar marktaandelen van winkelgebieden.

Ondersteunende winkelgebieden

Grootschalige winkelgebieden

Binnen de drie typen winkelgebieden maken we onderscheid naar de omvang van het voorzieningenaanbod. In de online bijlage ‘Benchmarkindeling gemeenten en winkelgebieden’ staan de winkelgebieden waar het onderzoek uitspraken over doet naar type en omvang van het voorzieningenaanbod op een rij. Tot slot onderscheiden we ‘verspreide bewinkeling’: al het aanbod dat niet is gevestigd in een winkelgebied. Dat zijn dus bijvoorbeeld ook solitaire supermarkten, woonwinkels en bouwmarkten. 21

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

In hoofdstuk 7 kijken we naar bezoekgedrag door consumenten en hun waardering voor de winkelgebieden. En in hoofdstuk 8 komt tot slot een aantal verdiepende resultaten aan bod. In bijlage A staan per provincie en daarbinnen regio’s kaartbeelden van markaandelen van de belangrijkste winkelgebieden. In bijlage B staat een gemeentekaart.

2. Vraag

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk geven we inzicht in de vraagkant. Hoeveel potentiële consumenten zijn er (bijgekomen)? Wat hebben zij te besteden en wat was de ontwikkeling van prijzen (en inflatie) en van het consumentenvertrouwen? Bij de vraagkant gaat het ook om binnenlandse en buitenlandse dag- en verblijfstoeristen die voor bepaalde winkelgebieden belangrijk zijn voor het economisch draagvlak. Dat komt in hoofdstuk 5 aan bod.

2.2 Bevolking Randstad groeit nog, maar vergrijst ook Hoe heeft het aantal inwoners zich de afgelopen jaren ontwikkeld? In het totale onderzoeksgebied wonen anno 2025 bijna 8,6 miljoen inwoners. Dit is een toename van ongeveer 309.000 inwoners sinds 2021 (+3,7%) en 623.000 inwoners sinds 2016 (+7,8%). Dit betekent dat er sinds 2016 een stad 22

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

zo groot als Rotterdam bij is gekomen. Wel zijn er veel lokale en regionale verschillen zichtbaar. Het volgende valt op.

Figuur 2.1 Ontwikkeling inwonertal Randstad 2021-2025, per gemeente -2% tot 0% 0% tot 2%

•

•

De bevolkingsgroei is met name zichtbaar in de stedelijke gemeenten. In landelijke gemeenten is sprake van stabilisatie of beperkte krimp (figuur 2.1). De vergrijzing hangt deels samen met beperkte bevolkingsgroei. In de stedelijke gebieden blijft de vergrijzing relatief beperkt. In landelijke gemeenten en bijvoorbeeld het noordelijk deel van Noord-Holland is de vergrijzing bovengemiddeld (figuur 2.2).

2% tot 4% 4% tot 8% 8% tot 16%

Amsterdam

Den Haag

Utrecht

Rotterdam

Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares, Sweco

Figuur 2.2 Aandeel inwoners van 65 jaar en ouder Randstad 2025, per gemeente

Figuur 2.3 Gemiddeld inkomen van inwoners Randstad 2024, per gemeente

tot 16%

lager dan € 40.000

16% tot 21%

€ 40.000 tot € 45.000

21% tot 26%

€ 45.000 tot € 50.000

26% en hoger

hoger dan € 50.000

Amsterdam

Den Haag

Utrecht

Rotterdam

Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares, Sweco

23

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Amsterdam

Den Haag

Utrecht

Rotterdam

Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares, Sweco

2.3 Gemiddeld inkomen per inwoner steeg iets minder dan de inflatie Wat is het inkomensniveau per gemeente en hoe heeft zich dat de afgelopen jaren ontwikkeld? Het gemiddeld inkomen per inwoner in 2025 in het onderzoeksgebied ligt 6,4% hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat het bruto inkomen hoger ligt, wat doorgaans leidt tot een hoger besteedbaar inkomen en daardoor in absolute zin waarschijnlijk meer uitgaven in de detailhandel en horeca. Hogere woonlasten in de Randstad remmen dit effect mogelijk deels. In de grote steden ligt de koopkracht overigens gemiddeld lager dan elders in De Randstad. Het gemiddeld inkomen is in de meeste gemeenten tussen 2021 en 2025 fors gestegen, namelijk met 17,9%. De prijsstijging (inflatie) tussen 2021 en 2025 was nog iets groter - ruim 21% (zie paragraaf 2.4). Per saldo is er dus sprake van een licht negatief effect op de koopkracht.

2.4 Bovengemiddelde inflatie en blijvend lager consumentenvertrouwen Bovengemiddelde inflatie Sinds 2016 is sprake geweest van een bovengemiddelde inflatie. Dit had verschillende oorzaken, zoals het stijgen van energie- en grondstofprijzen als gevolg van de Oekraïneoorlog. Hogere kosten zijn (deels) doorgerekend en hebben geleid tot hogere verkoopprijzen, wat er uiteindelijk toe heeft geleid dat de omzetten in veel sectoren fors zijn gestegen. Maar meer omzet betekent dus niet automatisch dat het beter gaat. In dit geval is de omzetgroei het gevolg van de hoge inflatie. Dit geldt voor de meeste branches in de detailhandel en nóg sterker voor de horeca.

De prijsstijging (inflatie) tussen 2021 en 2025 was ruim 21%. Die sterke stijging zien we ook terug in de ontwikkeling van de omzet per hoofd in de detailhandel tussen 2016-2025 (figuur 2.4). Deze bestedingskengetallen vormen ook de basis waaruit de financiële omvang van de koopstromen in dit onderzoek zijn afgeleid. Winkelgebieden die in de afgelopen periode dus minder dan 21% omzetgroei hebben doorgemaakt, doen het relatief minder goed en blijven achter op de autonome bestedingsgroei van consumenten. 24

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

Figuur 2.4 Ontwikkeling omzet detailhandel per hoofd Nederland 2016-2025, per sector en totaal (in euro excl. BTW) € 7.000 € 6.000 € 5.000 Dagelijks

€ 4.000

Recreatief

€ 3.000

Doelgericht

€ 2.000

Totaal

€ 1.000 €-

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco

2021

2022

2023

2024

2025

Figuur 2.5 Ontwikkeling omzet horeca per hoofd Nederland 2016-2025, per sector (exclusief hotels) (in euro excl. BTW) € 800 € 700 € 600 € 500

Restaurantsector

€ 400

Fastservicesector

€ 300

Drankensector

€ 200 € 100 €-

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025

Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco

Figuur 2.6 Ontwikkeling ondernemersvertrouwen horeca (CBS-indicator) Nederland 2021-2025 40 20 0 -20 -40 -60

2021

2022

2023

Bron: CBS, bewerking Ipsos I&O, Movares en Sweco 25

Koopstromen detailhandel en horeca Randstad 2025

2024

2025

Omzet horeca stijgt door De omzet in de horeca stijgt sinds 2021 weer fors, maar vlakt de laatste jaren wel af (figuur 2.5). Ook deze omzetstijging is grotendeels te verklaren door inflatie. Met prijsverhogingen betekent dit dus per saldo dat het volume verkochte producten ongeveer gelijk moet zijn gebleven. Met name drankverstrekkers hebben het lastig. De gestegen (inkoop-)kosten kunnen zij niet geheel doorberekenen aan de consument. In 2016 kostte een tapbiertje nog gemiddeld € 2,43. Inmiddels betaal je daarvoor gemiddeld € 3,65. Dit is een prijsstijging van 50% over 9 jaar, dus 5,5% gemiddeld per jaar (CBS). Het consumptiegedrag verandert ook, consumenten drinken meer duurdere dranken (speciaal bier, cocktails, wijn, ed.), maar drinken daar in aantallen minder van en er zit relatief minder marge op. Ook zien we (nog steeds) toename van conceptwijziging: cafés mét eten: van café naar eetcafé of brasserie. Eetgelegenheden, naast fastfood ook de reguliere restaurants, presteren beter dan drankverstrekkers. Alles bij elkaar is het perspectief redelijk tot goed.

Het consumentengedrag leidt nog steeds tot meer, maar andere, horecabestedingen. Het ondernemersvertrouwen blijft sinds 2023 redelijk stabiel (figuur 2.6).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16763117/1