CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

260224 Raadsinformatiebrief Grüne Woche 2026 en Agrarische Agenda 2025 - bijlage 2

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Voorstel tot afdoening lijst van ingekomen stukken21.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Seed Valley is een groep bedrijven die wereldwijd een belangrijke rol spelen in de plantenveredeling en zaadtechnologie. Zaden van bijna de helft van alle groenten wereldwijd hebben hun oorsprong in Seed Valley. Dit betekent dat Seed Valley wereldwijd van belang is voor de voedselzekerheid. In de praktijk is de ervaring dat de aanwezigheid van de primaire sector in de regio de kennisinfrastructuur versterkt. Oftewel; de primaire bedrijven en Seed Valley vormen een sterke combinatie. Ook de teelt van pootaardappelen in Nederland is van essentieel belang voor de wereldwijde productie van aardappelen. Nederland heeft 60 % van de wereldhandel in gecertificeerd pootgoed in handen. Daarmee draagt Nederland bij aan de voedselzekerheid in o.a. Afrikaanse landen. Meer informatie hierover staat in paragraaf 4.4.

31 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

4.3

Vestigingsfactoren

Vestigingsfactoren zijn beweegredenen voor bedrijven om zich ergens te vestigen. We onderscheiden de factoren die relevant zijn voor de primaire agrarische bedrijven, voor handel en dienstverlening en, vanwege het belang in Noord-Holland Noord, voor de zaadveredeling. Goede grond voor landbouwproductie, maar hoge grondprijzen Veel agrarische bedrijven zijn grondgebonden, en vanuit het verleden op een bepaalde plaats gevestigd. De gunstige natuurlijke omstandigheden (zoals klimaat, grondsoort en waterhuishouding) spelen een belangrijke rol in welke teelt waar (van oorsprong) voorkomt. De landbouwgrond in Noord-Holland Noord is goede vruchtbare grond waar optimaal landbouwproductie plaats kan vinden, mede vanwege het gematigd klimaat. Wel zien we dat door klimaatverandering er risico’s ontstaan voor de productie. Denk hierbij aan het risico op verzilting, wateroverlast, of juist droogte (Sweco, WUR, 2020). Door druk op de grondmarkt is de landbouwgrondprijs in Noord-Holland erg hoog. Zie ook de paragraaf 4.4 ‘trends en ontwikkelingen’. Dit verhoogt de kostprijs voor de agrariërs. In de interviews is aangegeven dat het risico ontstaat de landbouw in Noord-Holland zich hierdoor (nationaal en internationaal) uit de markt prijst.

Sommige landbouwbedrijven zijn in de afgelopen decennia verplaatst, waarbij woningbouw, natuurontwikkeling en infrastructurele projecten de directe aanleiding kunnen zijn. Kennis van, en ervaring met specifieke teelten en veredeling in Noord-Holland Noord Binnen de groenteteelt zien we dat in Noord-Holland Noord regionale gewassen leidden tot verdere veredeling. Dit maakt de teelt voor de eigen regio interessanter, vanwege de aanwezige kennis en ervaring met deze teelt en doordat door veredeling de teelt verder geoptimaliseerd werd voor de specifieke omstandigheden in de regio. Samenwerking tussen bedrijven voor ruimere vruchtwisseling en mestafzet De verschillende landbouwsectoren in Noord-Holland zijn met elkaar verweven en van elkaar afhankelijk. Er vindt veel grondruil plaats. Zo wordt gezorgd voor een goede vruchtwisseling. De verhuur van grond voor bollenteelt kan een goede inkomstenbron voor een melkveehouder zijn. Daarnaast zet de melkveehouderij mest af naar de plantaardige teelten in de regio. Noord-Holland Noord gunstige plek voor handel en dienstverlening Er is geen recent onderzoek beschikbaar naar vestigingsfactoren van handel en dienstverlening binnen de agrarische sector. Van Berkum e.a. (2006) hebben partijen geïnterviewd (Nederland breed) en daaruit kwamen de volgende vestigingsfactoren naar voren voor handel en dienstverlening.

Deze factoren gelden op hoofdlijnen ook voor Noord-Holland Noord en zullen ook op dit moment nog gelden: 1 beschikbaarheid van productiefactoren grond (ruim opgezette en goed ontsloten bedrijventerreinen en kantoorparken) en voldoende geschikt personeel, infrastructurele voorzieningen. In de interviews die in het kader van het huidige project zijn afgenomen, geven agrariërs aan dat arbeid goed beschikbaar is. Dat geldt ook voor arbeidsmigranten, o.a. omdat huisvesting in een aantal gemeenten op eigen terrein is toegestaan. Dat is een pre voor de werkgever om personeel te krijgen; 2 logistieke voordelen: nabijheid havens en Schiphol; 3 afstand tot leveranciers en klanten (afzetmarkt NW-Europa). Handelsbedrijven die hun grondstoffen betrekken uit de akkerbouw hebben een sterke voorkeur voor de nabijheid van toeleverende bedrijven. Bedrijven in de dierlijke en tuinbouwsector lijken minder sterk gebonden aan de locatie van hun grondstoffenleveranciers.

Zij kiezen voor een plek met goede infrastructurele voorzieningen en bereikbaarheid; 4 Nederland kent een lange handelstraditie van internationale handelsknooppunten en een vriendelijk belastingklimaat; 5 goede ketenorganisatie (toentertijd productschappen); 6 stand van de techniek/hoog kennisniveau in Nederland, en de faciliterende rol van de Nederlandse overheid rondom kennisontwikkeling, ketensamenwerking, kwaliteitsstandaarden en keurmerken. Als negatief punt noemen Van Berkum e.a. (2006) dat het aannemen en ontslaan van personeel in Nederland te bureaucratisch is.

32 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Zaadveredeling succesvol in Noord-Holland Noord Van der Vooren en Wesselink (2016) benoemen dat de volgende vestigingsfactoren specifiek relevant zijn voor de zaadveredeling: - vraag naar zaden en innovatie op de thuismarkt Nederland. Vervolgens draagt dit ook bij aan de export (70 % van de vraag naar zaden is uiteindelijk voor de export). Volgens informatie van Seed Valley zelf (factsheet) wordt 7 % van de omzet in Nederland gerealiseerd, 34 % is export binnen de EU en 58 % buiten de EU; - concurrentie in de buurt (binnen Seed Valley) stimuleert innovatie, net als veeleisende afnemers. Denk hierbij aan McCain etc.; - in de zaadveredeling vullen bedrijven elkaar aan. Men werkt op hetzelfde domein, maar in verschillende niches. Dat gaat samen met succesvolle export van innovaties. Van der Vooren en Wesselink (2016) constateren dat de zaadveredeling erin slaagt in te spelen op specifieke eisen van de ‘lokale’ exportmarkten. Een deel van zaadveredeling is overgenomen door multinationals. Maar men ziet dit niet als bedreiging. Er is een mix van familiebedrijven en multinationals zoals de bedrijven Syngenta en Monsanto. Monsanto nam in 2008 De Ruiter Seeds over. Monsanto is weer overgenomen door Bayer. Syngenta is overgenomen door een Chinees bedrijf. Typisch Noord-Hollandse veredelaars zijn o.a. Bejo, Enza, De Groot en Slot.

4.4

Verwevenheid landbouw Noord-Holland Noord met andere sectoren/gebieden

Zaadveredeling in Noord-Holland Noord is wereldwijde speler De teelt van zaden vindt veelal wereldwijd plaats door gecontracteerde boeren onder omstandigheden die voor het betreffende gewas gunstig zijn. De zaden worden vervolgens vaak gecontroleerd en verwerkt in Nederland en weer wereldwijd verkocht. Bovendien vindt in Nederland, in het bijzonder in Noord-Holland Noord, zaadveredeling plaats. Veel veredelingsbedrijven kenmerken zich door specialisatie in een beperkt aantal gewassen die oorspronkelijk in Noord-Holland Noord werden geteeld. Nederlandse bedrijven veredelen gewassen die geschikt zijn voor lokale markten wereldwijd. Bij de veredeling, het produceren van zaden en het verkoop-klaar maken van zaden komt steeds meer techniek kijken. Dit betreft onder andere technieken om de genetische eigenschappen te veranderen, te analyseren en te vergelijken. Ook voor bijvoorbeeld het verbeteren van de uniformiteit van zaden, de houdbaarheid, het synchroon kiemen, en het automatiseren van het zaaien zijn en worden veel nieuwe technieken ontwikkeld. Smit en Venema (2015) constateren dat in de zaadteelt door toenemende internationale concurrentie, samenwerking, fusies en internationalisering van veredelingsbedrijven de regie en uitvoering steeds meer in internationale handen ligt.

De markt van zaaizaden zal verder internationaliseren en gericht zijn op verder weg gelegen markten (ZO Azië en Zuid-Amerika). Bloembollensector sterk verticaal geïntegreerd Het landelijk bloembollenareaal schommelde jaren rond de 24.000 hectare en is tussen 2014 en 2023 gestegen naar ruim 28.000 hectare in 20231. Een omvangrijk deel van dit areaal ligt in Noord-Holland Noord. Zie hiervoor paragraaf 3.4. De bloembollenteelt is sterk geconcentreerd op duinzandgronden langs de kust. Belangrijke centra zijn het Noordelijk zandgebied, de Bollenstreek en Kennemerland. Bloembollenteelt vindt op zandgronden langs de kust plaats, omdat daar de ideale combinatie tussen bodemkwaliteit en klimaat te vinden is. Op de zavel- en kleigronden vindt vooral tulpenteelt plaats voor de broeierij. De bollen op zandgronden worden geteeld voor de droogverkoop en de broeierij (teelt van bolbloemen). Op de zwaardere gronden in de Wieringermeer, Westfriesland en de Beemster worden veel tulpen geteeld, in combinatie met broeierij. Noord-Hollandse bollentelers werken ook samen met akkerbouwers in andere regio’s zoals de Flevopolder en Drenthe, veelal via een zogenaamde reizende bollenkraam, om te voldoen aan vruchtwisselingseisen. 1 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/16/oppervlakte-bloembollen-sinds-2013-met-ruim-een-vijfde-toegenomen.

33 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

De bloembollen- en bolbloemenketen in Nederland en in Noord-Holland Noord is sterk verticaal geïntegreerd. Partijen zijn actief in alle schakels van de keten, van veredeling tot handel in eindproduct. In Nederland houden zich ongeveer 1.600 bedrijven bezig met de teelt van bloembollen en 180 bedrijven met de handel in bloembollen. De combinaties van teelt en broeierij en teelt en handel komen ook veel voor. De Nederlandse handel in bloembollen is wereldwijd georiënteerd en de bloembollen worden naar alle uithoeken van de wereld geëxporteerd. De exportwaarde inclusief wederuitvoer bedroeg in 2018 naar verwachting M€ 765. De import is met M€ 41 beperkt van omvang. Van de netto export is 38 % binnen de EU en 62 % daarbuiten. Ook de veredeling is een belangrijk onderdeel van de bollensector. Vollegrondsgroenten- en glasgroentenketens sterk verweven Landelijk wordt 60 % van het vollegrondsgroentenareaal geteeld op circa 2.800 gespecialiseerde vollegrondsgroentebedrijven, de rest op akkerbouwbedrijven. 70 % van de productie wordt geëxporteerd, vooral binnen de EU. Specifieke informatie over Noord-Holland Noord ontbreekt, maar is naar verwachting in lijn met dit landelijke beeld. De ketens van groenten en fruit uit de volle grond en onder glas zijn sterk verweven en het is niet altijd mogelijk onderscheid te maken tussen de diverse productgroepen.

NoordHolland Noord is een van de Greenports in Nederland. Een aantal Westlandse bedrijven heeft grote vestigingen opgezet op Agriport A7. De handelsbedrijven zijn hoofdzakelijk geconcentreerd in de Greenports. Handel in groenten en fruit vindt ook vaak plaats via telersverenigingen. Belangrijke spelers zijn de The Greenery, Qxin Growers, Harvest House, Growers United en Fossa Eugenia. Hiernaast zijn er talrijke handelsbedrijven actief. Trend is dat grote handelsbedrijven kleinere ondernemingen overnemen. Overigens zijn de meeste handelsbedrijven klein van omvang: circa 700 eenmanszaken, en 425 bedrijven met maximaal 10 werknemers. Enkele handelsbedrijven zijn Bakker Barendrecht, Smeding, Valstar Holland, Staay Food Group, Vogelaar Vredehof en Scherpenhuizen. Langdurige relaties tussen handelspartners enerzijds en de inkoopallianties van supermarkten anderzijds zijn gebruikelijk binnen deze keten (bron: Agrimatie). Afbeelding 4.1 geeft een schematisch overzicht van de landelijke groente- en fruitketen.

34 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Afbeelding 4.1 Landelijke groente- en fruitketen in 2022 (bron: Agrimatie)

Koolschuur van Europa Van de groenten wordt een deel afgezet naar de versmarkt en een ander deel gaat naar de diepvries- en conservenindustrie (onder andere Coroos, HAK, Ardo en Oerlemans). Noord-Holland Noord is een belangrijk gebied voor de teelt van witte kool voor zuurkool. De gemeente Langedijk (nu onderdeel van Dijk en Waard) wordt ook wel de ‘koolschuur van Europa’ genoemd. De teelt en verwerking van industriegroenten is gebaseerd op een strakke planning (zaai- en oogstschema) zodat de fabrieken gedurende de oogstperiode continu en efficiënt draaien. De meeste verwerkers en handelaren hebben een belangrijk deel van hun grondstoffenvoorziening bij eigen groepen telers ondergebracht, vanwege risicospreiding veelal ook in verscheidene regio’s. Enkele verwerkers hebben geen eigen telers en betrekken hun grondstoffen uitsluitend via handelaren (onder andere Laarakker Groenteverwerking, coöperatieve Telersvereniging de Schakel, Green Organics), vaak op basis van contracten. Handelaren hebben dan overeenkomsten met deze verwerkers. Akkerbouw vormt onderdeel van keten met veel verschillende partijen De akkerbouw teelt allerlei gewassen, met deels eigen afzetkanalen. We bespreken de belangrijkste gewassen voor Noord-Holland Noord. De ketens zijn veelal breder georiënteerd dan deze regio.

Omdat een deel van de areaalgegevens op het niveau van de gehele provincie beschikbaar zijn (en niet separaat voor Noord-Holland Noord) bespreken we dit op provincieniveau. Pootaardappelen: Nederland is wereldwijd de grootste exporteur van pootaardappelen. De akkerbouwers in de Kop van Noord-Holland telen relatief veel pootaardappelen. Het totaal areaal pootaardappelen in NoordHolland bedraagt ruim 6.000 hectare. Dit is ruim 15 % van de pootaardappelteelt in Nederland. Handelshuizen zoals Agrico en HZPC zijn grote spelers die ook buitenlandse dochterondernemingen en deelnemingen hebben. Het grootste deel van de goedgekeurde pootaardappelenproductie wordt

35 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

wereldwijd geëxporteerd. Afbeelding 4.2 geeft een overzicht van hoeveelheid pootgoed dat naar de verschillende werelddelen wordt geëxporteerd. De afzet van pootaardappelen is ingewikkeld en daarin spelen de aardappelhandelshuizen een centrale rol. Zij bepalen welk(e) ras(sen) hun leden (in het geval van Agrico, een coöperatie) of leveranciers (in het geval van HZPC, geen coöperatie) mogen telen en terugleveren (het pootgoed hiervoor komt ook bij Agrico of HZPC vandaan). HZPC en Agrico hebben pootgoedtelers door het hele land.

Afbeelding 4.2 Export van pootaardappelen naar verschillende werelddelen in 1.000 kg, oogst 2024 (stand 20 april 2025) (bron: Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO))

Consumptieaardappelen: In Noord-Holland wordt jaarlijks bijna 3.000 hectare consumptieaardappelen geteeld. Daarmee is deze teelt relatief klein; slechts 4 % van de landelijke teelt ligt in Noord-Holland. Nederland kent een omvangrijke aardappelverwerkende industrie. Grote marktpartijen zijn Aviko, Farm Frites, McCain en Lamb Weston/Meijer. Bij het verwerkingsproces komen bijproducten vrij die worden afgezet als vochtrijke voedermiddelen voor de rundvee- en varkenshouderij. Het leeuwendeel van de consumptieaardappelen (ruim 70 %) wordt voor aanvang van de teelt door afnemers gecontracteerd. Voor consumptieaardappelen bestaat een grote diversiteit aan contractvormen (onder andere hectarecontract, poolcontracten, klikcontract) maar telers kunnen ook kiezen voor de vrije handel of de termijnmarkt. Afbeelding 4.3 geeft een schematisch overzicht van de productstromen van consumptieaardappelen in 2021.

36 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Afbeelding 4.3 Stroomschema Nederlandse consumptieaardappelen (c.aardappelen) in 2021 in 1.000 ton (bron: Agrimatie)

Graan: het belangrijkste graangewas in Noord-Holland is tarwe. Het areaal tarwe in Noord-Holland is bijna 8.000 hectare. Een groot deel van de Nederlandse tarwe is niet bakwaardig (onvoldoende kwaliteit, te laag eiwitgehalte) en wordt verwerkt in mengvoeders (veevoer). De maalindustrie is dus aangewezen op import. Na tarwe is gerst het belangrijkste graangewas, met bijna 2.000 hectare in Noord-Holland. Deels gaat dit naar mouterijen voor de productie van mout voor de bierindustrie. Gerst die niet aan de kwaliteitseisen van de mouterijen voldoet, wordt als voergerst afgezet.

Afbeelding 4.4 Nederlandse tarweketen in 2022 in beeld in 1.000 ton (bron: Agrimatie)

37 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Suikerbieten: In Noord-Holland wordt jaarlijks bijna 5000 ha suikerbieten geteeld. De bieten worden rechtstreeks afgezet aan de suikerindustrie. Suiker Unie (onderdeel van Royal Cosun) verwerkt de bieten tot suiker die wordt afgezet naar de dranken- en levensmiddelenindustrie en retail. Telers zijn lid van de coöperatie Cosun, wat hun recht geeft op levering van bieten. Biologische suikerbieten worden amper geteeld. Import en export van suikerbieten is zeer beperkt, terwijl de import en export van suiker groot van omvang is. Afbeelding 4.5 geeft een schematisch overzicht van de Nederlandse suikerketen in 2022.

Afbeelding 4.5 Stroomschema Nederlandse suikerketen in 2022 in 1.000 ton (bron: Agrimatie)

Uien: Noord-Holland kent circa 2.000 ha uienteelt. Meer dan 90 % van de Nederlandse uienproductie wordt geëxporteerd. Daar staat tegenover dat ook uien worden geïmporteerd. Zuivelsector in Noord-Holland Noord relatief extensief De Nederlandse zuivelindustrie bestond eind 2023 uit 26 ondernemingen (waarvan 5 coöperaties, ruim driekwart van de melkleveranties) met 53 productielocaties. De coöperatie CONO Kaasmakers is gevestigd in de Beemster. De grootste verwerkers zijn verenigd in branchevereniging van de Nederlandse zuivelindustrie, de NZO. Deze 13 leden verwerken 98 % van alle melk. Dit wordt verwerkt tot de volgende producten kaas (59 %), melkpoeder (11 %), consumptiemelk en -producten (7 %), boter en boterolie (3 %) en 20 % overige producten. Coöperaties spelen in de zuivelsector een relatief grote rol. Ten opzichte van andere primaire producenten geven melkveehouders vaker aan dat ze zich niet als een vrije ondernemer zien wat betreft afzet van producten. Er is traditioneel een langdurige relatie tussen melkveehouder en zuivelverwerker. In het verleden was het niet altijd eenvoudig om van afnemer te wisselen omdat partijen geen nieuwe leveranciers aannamen of omdat entreegeld moest worden betaald. De laatste jaren zien we dat zuivelverwerkers open staan voor nieuwe leveranciers en zelfs actief werven (Berkhout e.a. 2024).

De melkveehouderij is samen met de bollenteelt in Noord-Holland de landbouwsector met de grootste toegevoegde waarde in de regio (zie paragraaf 3.5.). Melkveebedrijven in Noord-Holland zijn iets extensiever (minder melkkoeien per hectare grasland en voedergewassen) en produceren daardoor iets meer eiwit van eigen land1 dan het landelijk gemiddelde: 62 % ten opzichte van 58 % in 2022.

1

Eiwit van eigen land is gedefinieerd als het aandeel van het eiwit in het rantsoen dat door het bedrijf zelf wordt geteeld.

38 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

4.5

Trends en ontwikkelingen

Trends en ontwikkelingen binnen de landbouw in Noord-Holland komen deels overeen met landelijke ontwikkelingen, deels zien we enkele specifieke ontwikkelingen voor Noord-Holland Noord. In deze paragraaf bespreken we de belangrijkste trends. Wijzigingen in teeltarealen binnen de verschillende deelsectoren Binnen de verschillende deelsectoren zien we grotere en kleinere verschuivingen in landgebruik. Zo is binnen de categorie ‘grasland en voedergewassen’ het aandeel ‘tijdelijk grasland’ in de tijd sterk toegenomen, ten koste van het areaal blijvend grasland. Het areaal ‘natuurlijk grasland’ 1 is in Noord-Holland langzaam toegenomen van 264 hectare in 2001 naar 3.555 hectare in 2023. Ook in de glastuinbouw zien we een verschuiving. Het areaal glasgroente in Noord-Holland was tot 2007 circa 100 hectare, en is daarna gestaag doorgegroeid tot 532 hectare in 2023. Het totaal areaal glastuinbouw is 1.045 hectare in 2023. Dit is een kleine stijging ten opzichte van de jaren 2004 t/m 2020, toen het areaal tussen de 800 en 1.000 hectare schommelde. Andere verschuivingen in de tijd: - net als landelijk wordt gezien, neemt het areaal eiwitrijke gewassen toe: 860 hectare in 2000 en 2.406 hectare in 2023. Recente ontwikkeling is dat de gras- en luzernedrogerij in Lambertschaag na 2025 stopt, vanwege stijgende kosten.

Deze activiteit wordt verplaatst naar elders (met name Frankrijk en OostEuropa); - het areaal opkweekmateriaal voor groenten is tussen 2000 en 2010 in Noord-Holland gestegen van circa 100 hectare naar circa 400 hectare en sindsdien redelijk op dat niveau gebleven. De laatste twee jaar zien we een beperkte afname van het areaal; - snijbloementeelt neemt af in omvang van 600 hectare in 2000 naar circa 200 hectare in 2023. Een belangrijke reden hiervoor was concurrentie uit Oost-Afrika. ‘Grondhonger’ drijft prijs van grond verder op Volgens gegevens van het Kadaster was de gemiddelde agrarische grondprijs in Noord-Holland in Q3 van 2024 opgelopen tot € 80.000,-- per hectare. Een verdere uitsplitsing naar Noord-Holland Noord wordt niet gegeven. In de interviews worden bedragen tot boven de € 150.000,-- per hectare genoemd. Vanuit verschillende partijen is er vraag naar grond, onder andere vanuit bollen- en glastuinbouwbedrijven en vanuit de provincie, o.a. voor natuurontwikkeling. De beschikbaarheid van grond is beperkt. Dit blijkt ook uit de grondmobiliteit. Deze was in 2024 in Noord-Holland 1,7 %. Dit komt overeen met het landelijke beeld (bron: Kadaster). Een van de redenen van deze beperkte mobiliteit is dat het voor stoppende agrariërs fiscaal aantrekkelijk is het land nog te behouden (Korthals Altes en Van Rij, 2005).

Daarnaast is er een ontwikkeling dat landbouwgrond wordt opgekocht door beleggingsmaatschappijen. De laatste 10 jaar werd landelijk circa 9 % van de verkochte landbouwgrond gekocht door beleggers (Kuiper e.a., 2023a). En net als in ZuidHolland en Zeeland is dit aandeel in de provincie Noord-Holland hoger dan dit landelijk gemiddelde (Kuiper e.a., 2023b). Ook is er vraag naar grond van buiten de landbouw, bijvoorbeeld voor natuur, infrastructuur, woningbouw, waterberging en defensie. Dit drijft de prijs verder op. De agrariërs benadrukken het kwalijk te vinden dat hierdoor hoogproductieve grond niet langer beschikbaar is voor landbouwproductie. Omdat de opbrengst per hectare van de bollenteelt hoger is dan van de vollegrondsgroenteteelt en de melkveehouderij, kan de bollenteelt een hogere prijs per hectare bieden. Bedrijfseconomisch is het voor melkveebedrijven niet haalbaar om tegen dergelijke hoge prijzen grond aan te kopen, zo blijkt uit de interviews. Jaarkosten voor de grond van bijvoorbeeld € 7.500,-- per hectare per jaar (uitgaande van 5 % jaarkosten bij een grondprijs van € 150.000/ha) zijn te hoog als hier slechts een saldo (opbrengst minus toegerekende kosten) van circa € 1.700,-- per ha grasland per jaar tegenover staat. Ook voor pacht geldt deze problematiek.

Doordat een perceel naar de hoogste bieder gaat, moet een gewas worden geteeld met goede financiële opbrengst om de pacht te kunnen betalen. Dit brengt risico’s voor de bodemkwaliteit met zich mee, doordat minder ruimte bestaat voor rustgewassen en schade aan de bodem kan ontstaan bij late oogst.

1

Natuurlijk grasland is grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen waarvan de opbrengst niet meer bedraagt dan 5 ton droge stof/ha per jaar en waarbij het beheer gedurende meerdere jaren op geen enkele wijze gericht op een verhoging of handhaving van de landbouwkundige productie.

39 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Beleid en beleidsonzekerheid werkt remmend op ontwikkeling van de landbouw Ook het landbouwbeleid wordt in de interviews genoemd als een factor die van grote invloed is op de landbouw. In het algemeen wordt benoemd dat het beleid de laatste decennia door hen als ‘links’ werd ervaren, met (te) veel aandacht voor o.a. natuurontwikkeling. Concreet worden de volgende effecten op de landbouw benoemd: - het mestbeleid: door afschaffing van de derogatie en de aanwijzing van nutriëntenverontreinigde gebieden (NV-gebied) kan minder dierlijke mest worden aangewend, en is ook de totale toegestane mestgift verder verlaagd. Als de weersomstandigheden optimaal zijn, voldoen de bemestingsnormen, maar als het weer tegenzit, ‘boer je achteruit en verarm je de grond’, stellen enkele geïnterviewden. Dit vormt een risico voor o.a. de bodemvruchtbaarheid. Daarnaast vormt het stikstofbeleid een belangrijk knelpunt voor de melkveehouderij. Onduidelijkheid over vergunningen (PAS-melders) en over toekomstig stikstofbeleid maakt dat melkveebedrijven in onzekerheid verkeren over hun voortbestaan. Een geïnterviewde stelt: ‘Er is nu met name aandacht voor stikstof, maar dat is maar een van de drukfactoren. Waterkwantiteit, verdroging en nog andere factoren hebben ook invloed’; - het gewasbeschermingsmiddelenbeleid: Vanuit de vollegrondsgroenteteelt wordt aangegeven dat het beleid ‘te snel’ wil.

De teelt komt onder druk te staan, o.a. door het wegvallen van sommige bestrijdingsmiddelen en door regels over spuitvrije zones bij woningen. Ook in de akkerbouw en bollenteelt is dit een aandachtspunt. Als een goede productie (hoeveelheid en kwaliteit) door ziekten of plagen minder zeker wordt door beperking van gewasbeschermingsmiddelen heeft dat invloed op de kosten en dus de keuze voor een teelt. Daarentegen kunnen innovaties zoals nieuwe resistente/robuuste rassen, gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong, aanpassing van de teeltmethode (anders bemesten, ander bodembeheer) de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen verkleinen. Inmiddels zijn al zeer veel gewasbeschermingsmiddelen verdwenen en dit heeft niet geleid tot het verdwijnen van een teelt. Dit blijft echter wel een risico waar de sector regelmatig voor waarschuwt. Zie bijvoorbeeld de website ‘deslaaraaktop.nl’, waarop wordt aangegeven dat Nederlandse sla dreigt te verdwijnen. De agrarische sector blijkt tot nu toe vindingrijk en innovatief om een gewas toch te kunnen telen, ondanks beperkingen in het middelenbeleid. Ook vanuit de sector is er de wens en het streven om het middelengebruik verder te beperken. Zo worden er nieuwe technieken ontwikkeld en weerbare rassen gekweekt.

En als CRISPR-Cas wettelijk wordt toegestaan, biedt dit grote kansen om gewassen sneller weerbaar te maken tegen ziekten en plagen. Er wordt gewerkt volgens de systematiek van Integrated Pest Management (IPM), om zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Maar, zo geeft men aan, deze ontwikkelingen kosten tijd. Ook gemeenten en waterschappen hebben hier een rol, door aandacht te geven aan het voorkomen van onkruiden en distels in wegbermen en recreatiegebieden, zo wordt vanuit de agrariërs benadrukt. Daarnaast benadrukken agrariërs dat de provincie in de communicatie positiever over de agrarische sector zou moeten zijn; - onzekerheid over het beleid en de continue wijzigingen binnen het beleid maakt ondernemen ingewikkeld; - faunabeheer: ganzen worden door de agrariërs als een groot probleem in Noord-Holland ervaren, zo blijkt uit de interviews. Het verjagen van de dieren en maatregelen om schade te voorkomen kost veel geld en arbeid. Ook de efficiëntie van de bedrijfsvoering heeft er onder te lijden. Het beeld dat de ganzenproblematiek onvoldoende wordt aangepakt, maakt dat het vertrouwen in de overheid verder afneemt. Agrariërs kunnen een tegemoetkoming krijgen voor faunaschade aan gewassen. In 2023 is 12 miljoen euro uitgekeerd in Noord-Holland als tegemoetkoming voor ganzenschade.

In maart 2025 heeft de provincie Noord-Holland het nieuwe Faunabeheerplan Ganzen 2025 - 2031 goedgekeurd. In dit plan is aandacht voor (verdergaande) populatiereductie van de grauwe gans. Dit vereist dat de komende jaren meer grauwe ganzen worden gedood dan de afgelopen jaren. Daarnaast heeft de Faunabeheereenheid Noord-Holland concrete afspraken gemaakt met o.a. de provincie, de agrarische sector en jagers over het verder verbeteren van de aanpak. Afhankelijkheid van arbeidsmigranten neemt toe Voor de personeelsvoorziening zijn de land- en tuinbouwbedrijven steeds afhankelijker geworden van arbeidsmigranten. In Noord-Holland is sprake van vergrijzing van de bevolking, en werken in de groene sector is niet meer vanzelfsprekend. Uit de interviews blijken zorgen over behoud en ontwikkeling van kennis. Er is weinig belangstelling voor agrarische beroepen. Het aantal beschikbare arbeidskrachten neemt daardoor af. Handwerk en ambachtelijke kennis blijven belangrijk, ondanks de toenemende automatisering en robotisering (LTO-visie). Oogsten kan in de vollegrondsgroente binnen bepaalde teelten verder worden

40 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

geautomatiseerd, waarmee de afhankelijkheid van arbeidsmigranten afneemt. Maar voor sommige andere teelten is dit niet mogelijk. Deze blijven handwerk vragen. In 2006 was landelijk 14 % van het aantal werknemers in directe dienst bij de land- en tuinbouwsector arbeidsmigrant, in 2019 was dit gestegen naar 33 %. Van de uitzendkrachten is het aandeel arbeidsmigranten gestegen van globaal 51 % in 2006 naar 90 % in 2019. In 2022 waren er 145.655 arbeidsmigranten (binnen en buiten de landbouw) werkzaam in NoordHolland, waarvan 5 % in de landbouw werkzaam was en 35 % bij een uitzendbureau of detachering. Landelijk was 21 % van de arbeidsmigranten die via een uitzendbureau en/of detachering werkten actief in de tuinbouw. Het is niet bekend wat dit percentage is voor Noord-Holland. De verwachting is dat het aantal arbeidsmigranten in Noord-Holland stijgt naar 155.000 tot 235.000 in 2030 (Decisio, 2022 en 2024). Schaalvergroting is in Noord-Holland sterker dan landelijk Noord-Hollandse bedrijven (waarvan de meerderheid in Noord-Holland Noord gevestigd is) waren tot 2013 kleiner qua bedrijfsoppervlak dan landelijk, maar op basis van NGE1 waren de bedrijven groter, vanwege relatief intensieve teelten (bloembollen, potplanten, akkerbouw). Bedrijven hadden meer arbeidskrachten per landbouwbedrijf dan landelijk, vanwege arbeidsintensieve bedrijfstypen.

De bedrijfsomvang is in NoordHolland de laatste decennia harder gegroeid dan landelijk, waardoor het gemiddelde bedrijf nu groter is dan het landelijk gemiddelde. Noord-Hollandse bedrijven zijn in de periode 2000 tot 2021 ongeveer in areaal verdubbeld (bron: Agrimatie). De geïnterviewden benoemen dat op dit moment groei voornamelijk wordt gerealiseerd door fusies of overnames (van bedrijven die geen opvolger hebben), minder door ‘gestage groei’. Innovaties en veredeling noodzakelijk Veredeling en innovaties/robotisering in de bollenteelt en andere plantaardige deelsectoren wordt door de ondernemers als belangrijk gezien om toekomstperspectief te behouden. Op deze manier kan worden bijgedragen aan verduurzaming, en kunnen de arbeidskosten binnen de perken worden gehouden. Vanuit de melkveehouderij wordt automatisering benoemd als maatregel om de arbeidsproductiviteit te verhogen, en zo concurrerend te kunnen blijven. Over innovaties om milieuproblemen in de melkveehouderij aan te pakken, zijn de meningen verdeeld. Eerst moet het probleem helder zijn, voordat gewerkt kan worden aan technische oplossingen. Op dit moment gaat alle aandacht naar stikstof, maar wat komt daarna? Deze onzekerheid maakt mensen voorzichtig nu volop in te zetten op innovaties.

Bedrijfsovername wordt moeilijker Door de hoge grondprijs en de verdergaande kapitaalintensieve mechanisering, wordt bedrijfsovername in Noord-Holland Noord steeds moeilijker, zo blijkt uit de interviews. Ook omdat het verkrijgen van financiering in deze onzekere tijd lastiger is. Ook neemt de interesse voor bedrijfsopvolging af, mede omdat de landbouw vaak negatief in het nieuws komt en door de onzekerheid over het beleid. Uit de cijfers van de afgelopen 20 jaar komt een wisselend beeld op dit vlak. De gemiddelde leeftijd van de ondernemers stijgt. Als we enkel kijken naar agrariërs ouder dan 50 jaar, dan zie we dat van deze akkerbouwers 38 % een opvolger heeft in 2023. In 2000 was dit nog 44 %. Voor de melkveehouderij was dit in beide jaren 64 % en voor vollegrondsgroentenbedrijven was dit 30 % in 2000 en 29 % in 2023. Energietransitie en netcongestie vragen aandacht Veel agrarische bedrijven zijn actief met duurzame energieproductie, bijvoorbeeld via zonnepanelen. Uit de interviews blijkt dat de problematiek rondom netcongestie ook de agrarische sector raakt, bijvoorbeeld doordat het net onvoldoende capaciteit biedt voor uitbreiding, waardoor de keuze wordt gemaakt voor gebruik van gas, ondanks een voorkeur voor elektrisch. De ontwikkeling van zonneweides vinden de agrariërs niet wenselijk, omdat dit ten koste gaat van goede en schaarse landbouwgrond.

Verschillende streefbeelden voor de landbouw bestaan naast elkaar: naast schaalvergroting ook kleinschalige, regionale initiatieven Van Eldik en Van Dam (2024) formuleren streefbeelden voor de toekomst van de land- en tuinbouw, zoals deze door verschillende maatschappelijke partijen en stakeholders in visies worden benoemd. Deze streefbeelden zien we ook terug in Noord-Holland Noord: (1) Kringlooplandbouw waarin nutriënten en biomassa zoveel mogelijk circulair en in korte ketens worden verwerkt en gebruikt. (2) Hoogtechnologische landbouw, waarin met veel vertrouwen in innovatie wordt geprobeerd landbouwsystemen efficiënt te maken en op deze wijze te voldoen aan diverse milieudoelstellingen. (3) Natuurinclusieve landbouw waarin meer 1

NGE = Nederlandse Grootte Eenheid. Dit is een economische maat voor de omvang van een agrarisch bedrijf.

41 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

wordt ingezet op biologische landbouw en extensivering om in balans met de leefomgeving te komen. En (4) Geïntegreerde landbouw met maatschappelijke verankering, waarbij de landbouw ook andere publieke diensten levert (verbrede landbouw). In Noord-Holland is verbrede landbouw meer aanwezig dan in de rest van Nederland: 52 % van de bedrijven in Noord-Holland, ten opzichte van 41 % in Nederland. 23 % van de bedrijven met verbreding in Noord-Holland haalt meer dan 50 % van de omzet uit verbredingsactiviteiten (Bron: Agrimatie). Verbreding is van minder belang in de kop van Noord-Holland en Westfriesland, terwijl dit op Texel van meer belang is (Smit en Venema, 2015). Recreëren bij de boer draagt volgens de geïnterviewden positief bij aan de uitstraling van de sector. Bijna 19 % van de agrarische bedrijven in NoordHolland zet in 2020 (een deel van hun) producten af via een korte keten dat wil zeggen maximaal één schakel tussen producent en consument). Dit is hoger dan landelijk, en is het hoogst voor fruit en overige landbouw. Akkerbouw en melkvee blijven enigszins achter (bron: Agrimatie).Vanuit de interviews komt naar voren dat sommige agrariërs zich bewust beperken tot de landbouwtak, Ze geven aan dat verbreding ten koste gaat van de tijd die beschikbaar is voor de corebusiness.

Terwijl deze trend leidt tot schaalvergroting staan anderen daar anders in en kiezen juist bewust voor een tweede tak (bijvoorbeeld recreatieactiviteiten), of voor kleinschalige landbouwinitiatieven, gericht op lokale markten, waarbij dit een belangrijke bron van inkomsten kan zijn. Tegelijkertijd bevat dit, naast de financiële aspecten, een belangrijke emotionele component. De levensstijl en het boerenleven zijn belangrijke argumenten voor keuzes die worden gemaakt. Biologische landbouw plantaardige deelsectoren Noord-Holland kleiner dan landelijk, maar hoger groeipercentage Het aandeel biologisch areaal is binnen de plantaardige deelsectoren in Noord-Holland iets kleiner dan landelijk. In Noord-Holland was in 2024 (volgens een voorlopige schatting) circa 4 % van de bedrijven biologisch, dit is ruim 5 % van het areaal. Het areaal biologische bloembollen en knollen (tuinbouw open grond) is zeer gering en landelijk toegenomen van 16 ha in 2015 naar 76 ha in 2024 (voorlopige cijfers CBS). Dit is circa 0,25 % van het totale areaal bloembollen en knollen. In Noord-Holland is het aandeel bedrijven met biologische vollegrondsgroenten in 2023 ruim 8 % van het totaal aantal bedrijven met vollegrondsgroenten, terwijl dit landelijk circa 14 % is (Agrimatie Noord-Holland). Echter, in Noord-Holland groeit het aandeel biologisch harder dan het landelijke gemiddelde.

Het areaal biologisch was in de provincie in 2024 13 % groter dan in 2023, terwijl landelijk de groei 5 % bedroeg. De provincie is op dit vlak dus bezig met een inhaalslag. Landelijk is nu 5,4 % van het totaal landbouwareaal biologisch of in omschakeling, terwijl dit in Noord-Holland 6,3 % is (Bionext, 2024). De Noord-Hollandse melkveehouderij kent sowieso al een hoger aandeel biologisch dan landelijk; bijna 5 % van de melkkoeien in Noord-Holland wordt biologisch gehouden, landelijk is dit 3 %. Omschakeling naar biologische landbouw vereist aanpassingen in de bedrijfsvoering. In de omschakelingsperiode (veelal 2 jaar) mogen producten nog niet als biologische producten worden afgezet. Daarnaast is het belangrijk bij groei van de biologische landbouw ook aandacht te hebben voor (groei van) de afzet van biologische producten, zodat de producten ook daadwerkelijk voor een hogere prijs kunnen worden afgezet. Maatschappij kijkt steeds kritischer naar de landbouw De samenleving is steeds kritischer op de impact van de landbouw op de omgeving en de eigen gezondheid. De invloed van zowel landelijke actiegroepen zoals Extinction Rebellion en Mobilisation for the Environment (MOB) als van plaatselijke bewonersgroepen neemt toe. Daarnaast stellen consumenten en retailers steeds hogere eisen aan de producten op het gebied van o.a. duurzaamheid en certificering.

Met name voor de bollenteelt vormt de publieke opinie rondom het gebruik van bestrijdingsmiddelen een bedreiging voor de deelsector. Het vertrouwen dat telers het goede doen, staat sterk onder druk. Dit kan leiden tot juridische acties, ondanks dat het gebruik van middelen binnen de wettelijke normen blijft. Zo is er recent veel aandacht voor de vraag wat het effect is op mens en milieu van stapeling van middelen. De agrariërs vinden het lastig hiermee om te gaan en geven aan dat communicatie vanuit de provincie over de agrarische sector positiever zou kunnen. ‘Men mag trots op de landbouw zijn’. Anderzijds trekt de bloembollenteelt toeristen, door bollenvelden, door de tulp als symbool voor Nederland en door evenementen zoals bloemencorso’s (LTO-visie West Friesland).

4.6

Economische effecten

Uit de interviews komt naar voren dat het de laatste jaren financieel goed gaat met de landbouw in NoordHolland. De prijzen voor de producten zijn goed. De trends en ontwikkelingen die in voorgaande paragraaf

42 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

zijn besproken, maken echter dat de geïnterviewden het economisch toekomstperspectief voor de verschillende deelsectoren minder rooskleurig zien. Het deskundigenpanel ‘langetermijnprognoses melkveehouderij’ gaat voor de komende 8 tot 10 jaar landelijk uit van een relatief hoog en stabiel prijsniveau voor melk, mede vanwege een blijvende vraag naar zuivel (bron: WUR). Vanuit de melkveehouderij worden de hoge grondprijzen, mogelijke waterpeilverhogingen in de veenweidegebieden in de toekomst en de onzekerheden en financiële consequenties van mestwetgeving en mestafzet echter als een bedreiging gezien, waardoor de komende jaren een versnelde krimp van het aantal melkveebedrijven wordt verwacht. De vollegrondsgroenteteelt en bollenteelt realiseren hogere saldi per hectare dan de melkveehouderij. Dit maakt de financiële mogelijkheden (met een hoge grondprijs) beter dan voor de melkveehouderij. De Nederlandse bloembollensector bevindt zich in een sterke concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland door de kennis en de kwaliteit van de producten, en door het goede klimaat en de geschikte bodem voor de teelt. De deelsector is juist winstgevend door de export van bollen. Zoals uit de vorige paragraaf blijkt, spelen ook in deze deelsectoren echter maatschappelijke en beleidsontwikkelingen die maken dat ook deze deelsector onzeker is over het toekomstperspectief.

De akkerbouw in Noord-Holland Noord heeft een sterke economische positie in o.a. de pootaardappelen. Maar ook akkerbouwbreed speelt de maatschappelijke discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast kan de hoge grondprijs (zowel pacht/huur als koop) de rentabiliteit van de akkerbouw onder druk zetten, en kan de sector negatieve gevolgen ondervinden van klimaatverandering, bijvoorbeeld doordat oogst niet goed mogelijk is na extreme regenval. De glastuinbouw in Noord-Holland Noord laat het laatste decennium een stijging in productiewaarde zien. De vooruitzichten voor de sector zijn gemiddeld genomen goed. Energiegebruik en energiekosten (en schommelingen, onzekerheden daarin) zijn een belangrijke factor voor deze sector. Onzekerheden rondom energie en hoge bouwkosten maken dat nieuwbouw van kassen op dit moment zeer beperkt plaatsvindt. Op termijn is dit nadelig voor de concurrentiepositie. Voor alle sectoren geldt dat grondruil een belangrijke pijler is onder de vruchtwisseling. Als dit door de hoge grondprijs minder zou kunnen plaatsvinden, heeft dit naar verwachting zowel een negatief effect op de bodemgezondheid als op de rentabiliteit van de bedrijven.

4.7

Opgaven en beleidsontwikkelingen

Hieronder staan per thema de belangrijkste opgaven en beleidsontwikkelingen beschreven die spelen in Noord-Holland Noord. Per thema zijn enkele voorbeelden van opgaven gegeven, voor een uitgebreidere toelichting per thema wordt verwezen naar het Opgavendocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord. Water en bodem: fundament van de ruimtelijke ordening De thema’s water en bodem vormen het fundament voor de ruimtelijke inrichting van Noord-Holland Noord. De regio heeft te maken met toenemende druk op het watersysteem als gevolg van klimaatverandering, bodemdaling en verzilting. De noodzaak tot versterking van de waterveiligheid wordt steeds urgenter, mede door scenario’s waarin de zeespiegel tot 2,5 meter stijgt rond 2100. Dit heeft grote gevolgen voor keringen rond het IJsselmeer en de Waddenzee. Daarnaast nemen weersextremen toe, met hevige regenval, langdurige droogte en hittestress tot gevolg. Dit vraagt om nieuwe vormen van waterberging, bodembeheer en het vasthouden van water op perceels- en systeemniveau. De beschikbaarheid van zoetwater staat eveneens onder druk, mede door een toenemende vraag vanuit landbouw, drinkwaterproductie en natuur. De regionale afvalwaterketen speelt daarbij een belangrijke rol, zeker gezien de groeiende druk op waterzuiveringscapaciteit en infrastructuur.

43 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Landbouw en natuur: op weg naar een duurzaam evenwicht In Noord-Holland Noord zijn landbouw en natuur in de afgelopen decennia niet in samenhang gegroeid, wat heeft geleid tot een disbalans in het landelijk gebied. De regio staat voor een vijftal sterk samenhangende opgaven die samen de kern vormen van de landbouwgerelateerde uitdagingen. Deze betreffen de noodzakelijke transitie van zowel het landelijk gebied als de landbouw zelf, waarbij de sector moet verduurzamen en beter moet worden afgestemd op de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van de regio. Daarnaast is herstel en versterking van de biodiversiteit een belangrijke opgave, evenals het beter verbinden van natuurgebieden via groenblauwe structuren. Tot slot vraagt ook de inrichting van zowel het stedelijk als het landelijke gebied om een natuurinclusieve benadering. Deze ontwikkelingen vereisen een zorgvuldige afweging tussen grondgebonden en niet-grondgebonden landbouw, met aandacht voor het behoud van vruchtbare agrarische gronden en het stimuleren van agrarisch natuurbeheer. Energie en circulaire economie: ruimte maken voor de transitie De energietransitie en de omslag naar een circulaire economie stellen hoge eisen aan de ruimtelijke structuur van de regio.

Noord-Holland Noord speelt een belangrijke rol in de productie van duurzame energie, onder meer door grootschalige windparken op zee, geothermie en zonne-energie. Voor de aansluiting van deze energiebronnen op het landelijke netwerk is uitbreiding van de energie-infrastructuur noodzakelijk. Dit vraagt om ruimte en investeringen in nieuwe netwerken. Tegelijkertijd is er behoefte aan concentratie van bedrijvigheid op locaties waar energie-intensieve en circulaire processen samengaan, zoals in energieclusters en innovatieve bedrijventerreinen. Noord-Holland Noord wil daarnaast voldoende fysieke ruimte reserveren voor circulaire economische activiteiten, zodat ook op dit vlak duurzame groei mogelijk wordt. Deze opgaven maken duidelijk dat de regio niet alleen leverancier van energie is, maar ook een strategisch knooppunt in de duurzame economie van de toekomst. Ruimte voor Defensie: een nieuwe opgave in een vol landschap Een relatief nieuwe opgave is het reserveren van ruimte voor Defensie. In het kader van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie worden ook in Noord-Holland Noord locaties gezocht voor militaire oefenterreinen, logistieke voorzieningen en ondersteunende infrastructuur. Deze ruimtevraag heeft een bovenregionaal karakter en moet zorgvuldig worden afgewogen tegen andere ruimtelijke belangen, zoals natuur, landbouw en woningbouw.

Het inpassen van Defensieruimte vraagt om samenwerking tussen rijk en regio, waarbij gebruik wordt gemaakt van integrale gebiedsanalyses.

44 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

5 SWOT EN DUIDING In hoofdstuk 3 is een economisch beeld van de landbouw in Noord-Holland Noord geschetst, en in hoofdstuk 4 zijn de trends en ontwikkelingen besproken. Op basis van deze informatie geven we in dit hoofdstuk een SWOT-analyse weer waarin verscheidene sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen zijn geïdentificeerd. Dit hoofdstuk gaat in op de belangrijkste sterkten en zwakten en hoe deze interacteren met de belangrijkste kansen en bedreigingen. Vervolgens is in tabel 5.1 de volledige SWOT weergegeven met daaronder een nadere duiding voor drie deelsectoren. Tot slot geven we antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek.

5.1

SWOT

Sterkten Een belangrijke sterkte van de agrarische sector in Noord-Holland Noord is de bijdrage aan de voedselzekerheid. Deze voedselzekerheid wordt mede mogelijk gemaakt door de goede bodemkwaliteit en het gunstige klimaat in de regio. Vooral de aanwezigheid van Seed Valley en de hoge productie van pootaardappelen dragen in grote mate bij aan de nationale en internationale voedselzekerheid. Een andere belangrijke sterkte is de verwevenheid van de landbouw met toeleveranciers, verwerkers en kennisinstituten waardoor agrarische bedrijven makkelijk toegang hebben tot nieuwe kennis en innovaties. De bovengenoemde twee sterkten versterken elkaar onderling. Doordat agrarische bedrijven makkelijk toegang hebben tot nieuwe kennis en innovaties, kunnen zij hun (voedsel)productie/winst verhogen. Dit leidt ertoe dat veel bedrijven voldoende investeringsruimte hebben om te investeren in innovaties en de toepassing daarvan. Seed Valley: sleutelregio binnen de Nederlandse zaadveredelingssector Seed Valley is een toonaangevende regio binnen de internationale plantenveredeling en zaadtechnologie. De omgeving van Enkhuizen telt ongeveer 35 gespecialiseerde bedrijven, die zich richten op de ontwikkeling van groente-, bloemen- en plantenzaden. Deze bedrijven vormen een belangrijk cluster binnen de bredere Nederlandse zaadsector.

De totale Nederlandse sector van zaadveredeling en zaadtechnologie, vertegenwoordigd door brancheorganisatie Plantum, realiseert een gezamenlijke omzet van circa € 4,5 miljard per jaar. Deze omzet omvat niet alleen de activiteiten in Seed Valley, maar ook die van bedrijven elders in Nederland die actief zijn in veredeling, vermeerdering, productie en export van zaden. Seed Valley onderscheidt zich door een sterke focus op innovatie. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) investeren bedrijven in de Nederlandse zaadveredelingssector gemiddeld 15 % van hun omzet in onderzoek en ontwikkeling – een uitzonderlijk hoog percentage vergeleken met andere sectoren. Mede dankzij deze investeringen worden er gemiddeld dagelijks nieuwe rassen ontwikkeld die beter bestand zijn tegen ziekten, plagen en klimaatverandering. De regio is ook een belangrijke werkgever: in Seed Valley werken meer dan 3.000 mensen, van laboratoriummedewerkers tot data-analisten en teeltspecialisten (gebaseerd op meerdere bronnen waaronder: Planbureau voor de Leefomgeving (2016). Veredeling van tuinbouwzaad en pootgoed: een sleutelrol voor Nederland en Seed Valley (2024). Factsheet – Economische kerncijfers over Seed Valley.)

45 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

De bijdrage aan de voedselzekerheid kan worden vergroot door extra in te zetten op innovatie (kans). Door bijvoorbeeld genetische modificatie, datatoepassingen en kunstmatige intelligentie kan de productie in de regio verder worden verhoogd. De grote bijdrage aan de voedselzekerheid, en de mogelijke toename hiervan door onder andere innovatie, maakt dat de agrarische sector in Noord-Holland Noord van grote (inter)nationale waarde is, zeker in een tijd waarin geopolitieke spanningen leiden tot hernieuwde aandacht voor zelfvoorzienendheid (kans). Mogelijk biedt dit tegenwicht aan de op sommige punten kritische publieke opinie (bedreiging) jegens de landbouw. Tegelijkertijd staat de agrarische sector in Noord-Holland Noord, evenals in de rest van Nederland, onder druk. De ruimtevraag van andere sectoren, zoals woningbouw, energietransitie en defensie, neemt toe (bedreiging). Vaak wordt de ruimtebehoefte binnen het agrarische gebied gezocht. In deze afweging dient de belangrijke rol van de landbouw in Noord-Holland Noord voor de voedselzekerheid in Nederland, Europa en ook daarbuiten voor ogen gehouden te worden; evenals de lokale gunstige condities voor de productie van voedsel. Zwakten Een belangrijke zwakte van de agrarische sector in Noord-Holland Noord is de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen van de overwegend intensieve agrarische bedrijven.

Wanneer middelen niet langer beschikbaar zijn dan kan dat leiden tot problemen in de productie. Deze afhankelijkheid kan worden verminderd door inzet van innovatieve technieken zoals mechanische onkruidbestrijding, genetische modificatie en het inzetten van natuurlijke vijanden (kans). Bovendien kan deze aanpak ook tegemoetkomen aan de maatschappelijke druk om minder middelen te gebruiken, wat op zijn beurt de publieke opinie kan verbeteren. Een andere zwakte is de afhankelijkheid van arbeidsmigranten. De beschikbaarheid van arbeidsmigranten kan door het landelijke politieke klimaat verder onder druk komen te staan. Ook geopolitieke spanningen kunnen hierop van invloed zijn. Door in te zetten op technologische innovaties en automatisering kan deze afhankelijkheid beperkt worden. Daarnaast wordt de hoge grondprijs gezien als een zwakte die de concurrentiepositie van de sector onder druk zet. Door de hoge grondprijs ligt intensieve bedrijfsvoering voor de hand en hebben deelsectoren met een lager rendement per hectare (bijvoorbeeld de melkveehouderij) moeite om grond bij te kopen. Ook bedrijfsovernames worden lastiger door de hoge benodigde kapitaallast.

Door innovatieve technieken te ontwikkelen en implementeren die de operationele kosten verlagen en/of de productiviteit verhogen, kan het bedrijfsresultaat verbeterd worden en is de sector beter in staat om grond te verwerven c.q. de financieringslasten te dragen. Bredere thema’s Biologische landbouw is in bovenstaande beschouwing niet genoemd als kans aangezien de hoge grondprijzen in Noord-Holland Noord een extensief gebruik van die grond moeilijker maken, en omschakeling ook financiële onzekerheden geeft. Tegelijkertijd vertegenwoordigt de biologische landbouw een van de belangrijke transitiepaden richting een duurzame landbouw en is de publieke opinie over biologische landbouw over het algemeen positief. Deze vorm van landbouw lijkt vooral bereikbaar voor boeren die land in eigendom hebben zonder zware financieringslasten (bijvoorbeeld omdat de financiering al afgelost is of omdat het minder productieve/goedkopere grond is). De nabijheid van veel potentiële consumenten in Noord-Holland Noord werkt in het voordeel van biologische boeren in Noord-Holland Noord. Klimaatverandering vormt ook een bedreiging voor de agrarische sector.

Enerzijds door de directe effecten (verdroging, overvloedige regenval, verzilting) waardoor oogsten kunnen mislukken of het land niet begaanbaar is, maar ook doordat het ecologisch systeem daardoor uit balans kan raken met nieuwe ziekten en plagen als gevolg die oogsten kunnen aantasten. De verwevenheid van de landbouw met de kennis- en onderzoeksinstellingen (o.a. op het gebied van veredeling) helpt om deze bedreiging het hoofd te bieden.

46 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Verder is onduidelijkheid over beleid (stikstof, uitkoopregeling, ruimtelijke puzzel, KRW-doelen en onzekerheden rondom subsidieregelingen) weliswaar veel genoemd tijdens interviews, maar niet opgenomen als bedreiging specifiek voor Noord-Holland Noord omdat dit een breed landelijk probleem betreft. Dit element werkt echter wel belemmerend voor agrarische ondernemers aangezien zij zich bij investeringen richten op de lange termijn. Deze onzekerheid maakt dat een deel van de bedrijven nu stil staan in hun ontwikkeling of bedreigd worden in hun voortbestaan (zoals bij PAS melders). Dit vormt een risico voor de concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw in de toekomst.

47 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

Tabel 5.1 SWOT agrarische sector als geheel Sterkten

Zwakten

-

-

-

de agrarische sector in NHN staat er sterk voor; ruim twee derde van alle landbouwbedrijven in NH is gevestigd in NHN en de landbouw in NHN groeit qua productiewaarde sneller dan gemiddeld in Nederland (7,9 % per jaar tussen 2017 en 2022 versus 5,7 % voor NL); de productiewaarde/toegevoegde waarde per hectare in NHN is hoger dan gemiddeld in NH/NL. Met name ook als gevolg van de sterke positie van de bloembollenteelt en glastuinbouw NHN is een belangrijk landbouwgebied voor de voedselzekerheid van NL voor wat betreft groenten (23 % van het areaal is tuinbouw versus 4 % in NL) NHN heeft een unieke positie in wereldwijde levering kwalitatief hoogstaand zaaigoed en pootaardappelen en draagt daarmee wereldwijd bij aan voedselzekerheid er is een sterke verwevenheid tussen de primaire landbouwsector en de regionale kennisinfrastructuur; onder andere voor wat betreft zaadveredeling de grond in NHN is relatief erg vruchtbaar en het klimaat is stabiel (door ligging tussen Noordzee en IJsselmeer) met hoge productie als gevolg toerisme is een belangrijke spin-off van de bollenteelt in NHN de landbouw in NHN is belangrijk voor de Nederlandse export (68 % van de landbouwproductie wordt geëxporteerd naar het buitenland (veelal naar de EU/buurlanden; het Nederlands gemiddelde is 43 %) er is in NHN veel samenwerking tussen deelsectoren in grondgebruik (teeltwisseling) en mestgebruik

(uitwisseling melkveehouderij en akkerbouw) NHN heeft relatief vermogende bedrijven (in bijvoorbeeld bloembollen en glastuinbouw) waardoor gemakkelijk geïnvesteerd kan worden veel agrarische en gerelateerde bedrijven zijn geclusterd (verschillende typen landbouw, transport, opslag etc.). De diversiteit in bedrijven en korte afstand tot leveranciers en klanten versterkt de geclusterde bedrijven

-

-

NHN kent relatief hoge agrarische grondprijzen als gevolg van grondhonger. De hoge grondprijs stuwt richting intensieve bedrijfsvoering; waarbij intensieve bedrijfsvoering niet goed ligt in de maatschappij de agrarische sector in NHN is sterk afhankelijk van arbeidsmigranten. De sterke vertegenwoordiging van de (arbeidsintensieve) bloembollenteelt, glastuinbouw en de vollegrondsgroenteteelt in NHN maakt dat dit hier meer speelt dan landelijk gemiddeld het areaal bollenteelt, vollegrondsgroenten en akkerbouw is in NHN met totaal 36 % relatief hoog (in vergelijking tot 29 % in NL); deze deelsectoren kennen relatief veel bestrijdingsmiddelengebruik (in vergelijking tot melkveehouderij). Het gebruik van deze middelen staat onder druk (zowel maatschappelijk als qua beschikbaarheid) bedrijfsovernames in NHN zijn moeilijk vanwege kapitaalintensieve bedrijven er is, net als in de rest van Nederland, een lage grondmobiliteit (1,7 % in NH in 2024); grond blijft lang in eigendom, ook na het stoppen van boeren, in verband met financiële regelingen de ligging van NHN tussen meerdere grote natuurgebieden beperkt de ondernemersruimte

Kansen

Bedreigingen

-

-

-

-

verdere uitbreiding en intensivering van de samenwerking binnen de sector; bijvoorbeeld op het gebied van grondruil en meststoffenuitwisseling het wettelijk toestaan van de genetische modificatie techniek CRISPR-Cas kan in de toekomst kansen bieden voor het sneller weerbaar maken van gewassen tegen ziekten en plagen. Dit biedt kansen voor zaadveredelaars en telers de toepassing van innovatieve technieken, bijvoorbeeld door slim gebruik van data en AI, biedt kansen voor de sector om te verduurzamen en efficiënter te produceren. Een voorbeeld hiervan is mechanisch geautomatiseerd onkruid bestrijden waarmee middelengebruik teruggedrongen kan worden de verbreding van de landbouw en het betrekken van consumenten biedt nog altijd kansen (bijvoorbeeld in de zorg, duurzame energieopwekking en opslag, recreatie, toerisme of landwinkel); ook in combinatie met biologische landbouw geopolitieke onrust kan de wens tot zelfvoorzienendheid stimuleren en kan positief uitpakken voor het imago en maatschappelijk draagvlak van de voedselproducerende deelsectoren (vollegrondsgroenteteelt en akkerbouw)

-

48 | 51

Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief

grondhonger, door ruimtelijk-economische ontwikkelingen buiten de landbouw (wonen, natuur, defensie, etc.), leidt tot hoge grondprijzen. Hierdoor hebben bedrijven in laag renderende sectoren moeite om grond te verwerven (In volgorde van economische impact melkveehouderij, akkerbouw, vollegrondgroenteteelt, bollenteelt) er is een maatschappelijke wens tot het omvormen van de landbouw richting extensief/biologisch maar dat is moeilijk te realiseren vanwege de hoge grondprijzen en de financiële onzekerheid als gevolg van de omschakeling er is onduidelijkheid over beleid, waaronder aanpak stikstof, uitkoopregeling, ruimtelijk (wat komt nu waar?), lange termijn perspectief en visie (NL en Europa), halen van KRW-doelen en onzekerheden rondom subsidieregelingen (ANLb, ecoregelingen) wat lange termijn investeringen belemmert slechts enkele deelsectoren zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de groei (glastuinbouw en bloembollen); dit maakt kwetsbaar er is een gebrek aan opvolging van agrarische bedrijven, enerzijds door gebrek aan animo, anderzijds door het hoge benodigde startkapitaal de negatieve publieke opinie jegens de agrarische sector vormt een bedreiging de landelijke politiek is niet gunstig voor arbeidsmigranten wat een tekort aan personeel kan versterken chemische middelen worden verboden of door producenten niet meer aangevraagd voor de NL markt of specifieke teelt

terwijl biologische alternatieven nog niet voorhanden zijn toenemende faunaschade leidt tot slechtere oogsten (bijvoorbeeld vraatschade door ganzen) netcongestie belemmert de ontwikkeling van bedrijven in de agribusiness de groei van grote bedrijven in het buitengebied leidt tot een toename in belasting van kleine wegen door grote vrachtwagens/landbouwvoertuigen klimaatverandering (lange periode van regenval/droogte en opkomst van nieuwe ziekten) en verzilting vormen een bedreiging voor de teelt van kwetsbare gewassen (vollegrondsgroenteteelt/akkerbouw) er is een toename van ervaren overlast door omwonenden door uitbreiding van de bebouwde omgeving richting landelijk gebied

5.1.1

Kenmerkend voor de akkerbouw

De akkerbouw is vooral sterk vertegenwoordigd in de Kop van Noord-Holland. Wat opvalt aan de akkerbouw in Noord-Holland Noord is o.a. het grote aandeel in de teelt van pootaardappelen in de Kop van Noord-Holland. Deze regio heeft op dit vlak een unieke positie. Pootaardappelen vormen een belangrijk exportproduct. Het belangrijkste graangewas in Noord-Holland Noord is tarwe, waarvan een groot deel wordt verwerkt in veevoer. Een ander belangrijk akkerbouwgewas is de suikerbietenteelt. De bieten worden rechtstreeks geleverd aan Royal Cosun, waar ze worden verwerkt tot suiker. Een vierde akkerbouwgewas in Noord-Holland is de uienteelt. Het merendeel van de Nederlandse uien is voor de export. Voedselzekerheid en zelfvoorzienendheid krijgen door wereldwijde geopolitieke onrust steeds meer aandacht. Voor de akkerbouw kan dit positief doorwerken voor het draagvlak voor deze deelsector. Zo dragen de pootaardappelen wereldwijd bij aan de aardappelproductie. Doordat de productiewaarde per hectare in de akkerbouw lager is dan van bijvoorbeeld de bollensector, vormt de relatief hoge grondprijs in Noord-Holland Noord een bedreiging voor deze deelsector.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16637986/1