260224 Raadsinformatiebrief Grüne Woche 2026 en Agrarische Agenda 2025 - bijlage 2
Tekst van het document
De afhankelijkheid van het weer maakt dat deze deelsector, net als de andere open teelten, gevoelig is voor de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld doordat het land niet berijdbaar is (door veel neerslag) op het moment dat moet worden geoogst.
5.1.2
Kenmerkend voor bollenteelt en -broeierij
Wat opvalt is de sterke vertegenwoordiging van de bollenteelt in alle drie deelgebieden van Noord-Holland Noord. De bollenteelt en -broeierij kennen een hoge productiewaarde en toegevoegde waarde per hectare. Het vormt daarmee een krachtige deelsector, die een belangrijke pijler is van de landbouw in Noord-Holland Noord. De bollenteelt is daarbij verantwoordelijk voor een groot deel van de groei in productiewaarde van de landbouw in de regio. Dit maakt dat de hoge grondprijzen op deze deelsector het minst van invloed zijn, en niet direct een bedreiging vormen voor het financieel bedrijfsresultaat. De bollenteelt en -broeierij is sterk afhankelijk van arbeidsmigranten. Het landelijke politieke klimaat is momenteel niet gunstig voor arbeidsmigratie, wat kan leiden tot personeelstekort. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen per hectare is in de bollenteelt groter dan in andere deelsectoren. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen leidt momenteel landelijk tot maatschappelijke onrust, vooral ook bij mensen die in de buurt van bollenbedrijven wonen. Dit in combinatie met het feit dat de bollenteelt geen bijdrage levert aan de voedselvoorziening, en daardoor als een niet essentiële deelsector wordt gezien, vormt bestrijdingsmiddelengebruik een risico voor het maatschappelijk draagvlak voor de deelsector.
Daar tegenover staat dat de bollenteelt (met de bollenvelden) een toeristische trekpleister van Noord-Holland vormt.
5.1.3
Kenmerkend voor vollegrondsgroenteteelt
Noord-Holland Noord is in Nederland hét tuinbouwgebied bij uitstek. 23 % van het totale productieareaal aan landbouwgrond in Noord-Holland Noord wordt gebruikt voor tuinbouwgewassen. Landelijk is dit slechts 5 %. Van de groenten wordt een belangrijk deel afgezet naar de diepvries- en conservenindustrie. Ook is de landbouw in Noord-Holland een belangrijke producent van witte kool voor zuurkool. Dijk en Waard (onderdeel van Alkmaar e.o.) wordt wel de koolschuur genoemd. Ook in de andere twee regio’s in de vollegrondsgroenteteelt een sector van belang. Vollegrondsgroenteteelt is belangrijk voor de levering van groenten en daarmee voor de voedselzekerheid; dit kan positief doorwerken voor het draagvlak voor deze deelsector. Naast de daadwerkelijke teelt van groenten, speelt Noord-Holland Noord een belangrijke rol in de veredeling van gewassen. De helft van alle groenten wereldwijd kent zijn oorsprong in Seed Valley. De hoge grondprijs in Noord-Holland Noord vormt mogelijk een bedreiging voor de vollegrondsgroenteteelt, omdat de productiewaarde per hectare in feite onvoldoende is om deze grondprijs te kunnen financieren.
49 | 51
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief
De vollegrondsgroenteteelt is arbeidsintensief en een aanzienlijk deel van de werknemers is arbeidsmigrant. Het landelijke politieke klimaat is momenteel niet gunstig voor arbeidsmigratie, wat kan leiden tot personeelstekort. Vanuit de sector wordt er bezorgdheid geuit dat sommige teelten onder druk komen te staan door het gewasbeschermingsbeleid, waardoor sommige bestrijdingsmiddelen niet meer mogen worden gebruikt. Tegenover deze ‘bedreiging’ staat de sterkte van deze deelsector die vindingrijk en innovatief is, en tot nu toe altijd kans ziet de afhankelijkheid van specifieke middelen te verkleinen, bijvoorbeeld met behulp van nieuwe resistente/robuuste rassen, middelen van natuurlijke oorsprong of aanpassingen van de teeltmethode. Andere innovaties, zoals robotisering, kunnen de afhankelijkheid van externe arbeid (arbeidsmigranten) verminderen. De afhankelijkheid van het weer maakt dat de sector gevoelig is voor de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld doordat het land niet berijdbaar is (door veel neerslag) op het moment dat moet worden geoogst.
5.2
Beantwoording hoofdvraag
Hoe staat de agrisector in het gebied Noord-Holland Noord ervoor en welke ruimtelijke en economische effecten worden verwacht van diverse trends en ontwikkelingen? Staat van de agribusiness in Noord-Holland Noord De agrarische sector staat er in Noord-Holland Noord relatief goed voor, ondanks verschillende uitdagingen. Noord-Holland Noord huisvest ongeveer twee derde van alle landbouwbedrijven in de provincie NoordHolland met een sterke vertegenwoordiging van subsectoren als bloembollenteelt, glastuinbouw en akkerbouw met een bovengemiddelde productiewaarde per hectare (in 2022 gemiddeld 16.100 euro/ha voor Noord-Holland Noord versus 13.800 euro/ha in Nederland). De totale economische productiewaarde van de landbouwbedrijven (inclusief niet-agrarische activiteiten zoals zorg, recreatie etc. maar exclusief toeleverende/logistieke/verwerkende bedrijven van agrarische producten) bedroeg in 2022 2,4 miljard euro; dit betreft 5 % van de totale economische productiewaarde in Noord-Holland Noord. De agrarische sector is van belang voor de voedselvoorziening in Nederland en wereldwijd. Rol van de bedrijven rondom de primaire agrarische bedrijven De agrarische sector in Noord-Holland Noord is nauw verweven met toeleverende, verwerkende en logistieke bedrijven, die cruciaal zijn voor de efficiëntie en duurzaamheid van de gehele ketens.
In NoordHolland Noord zijn bedrijven actief in de veredeling en productie van zaden, gericht op de wereldmarkt en tegelijkertijd sterk verweven met de primaire sector in Noord-Holland Noord en draagt vanuit die rol bij aan de wereldwijde voedselzekerheid. De regio is daarnaast een belangrijke speler in de wereldwijde bloembollenhandel. Door de aanwezigheid van een goed ontwikkelde kennisinfrastructuur in de regio, bijvoorbeeld door samenwerking binnen Seed Valley, wordt innovatie gestimuleerd en kunnen bedrijven concurrerend blijven in de internationale markt. Uitdagingen De sector staat ook voor verschillende uitdagingen, waaronder hoge grondprijzen, afhankelijkheid van arbeidsmigranten en negatieve gevolgen van de bedrijfsvoering voor natuur en milieu, leidend tot toenemende druk vanuit de regelgeving. Ook de maatschappelijke verwachtingen en de kritische blik vanuit de samenleving vragen om aanpassingen in de bedrijfsvoering. Hoge grondprijzen maken uitbreiding van het bedrijfsareaal en/of bedrijfsovernames complexer, wat op lange termijn invloed kan hebben op de continuïteit van de sector.
De hoge productie per hectare door een intensieve bedrijfsvoering maakt dat hoogrenderende agrarische deelsectoren zoals de bloembollensector en akkerbouw nog steeds in staat zijn om vrijkomende grond te verwerven, maar maakt ook dat een extensieve/biologische bedrijfsvoering op deze gronden financieel bijzonder uitdagend is.
50 | 51
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief
6 LITERATUURLIJST 1
Berkhout, P., H. van der Meulen, P. Ramaekers (2024) Staat van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur. Editie 2024. Wageningen Economic Research en CBS. 2 Berkum, Siemen van, Robert Hoste, Rob Stokkers (2006) Is Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats voor agrarische bedrijvigheid? LEI. 3 Bionext (2024) Trendrapport 2024. Ontwikkelingen in de biologische sector. 4 Bremmer, Johan, Bas Janssens, Marc Ruijs, Jan Benninga, Robert Stokkers, Gerben Splinter, Pepijn Smit, Linda Puister-Jansen (2019) Plantaardige ketens in beeld. Wageningen Economic Research. 5 Decisio (2022) Arbeidsmigranten in provincie Noord-Holland. Factsheet kerngegevens, 5 april 2022. 6 Decisio (2024) Monitor arbeidsmigranten provincie Noord-Holland. 2 juli 2024. 7 Eldik, Z.C.S. van, R. I. van Dam (2024) Maatschappelijke visies op toekomst van landbouw en natuur. Achtergrondrapport Landbouw-Natuurverkenning. WOT-rapport 157. 8 Korthals Altes, Willem, Evelien van Rij (2005) Grondmobiliteit. Onderzoeksinstituut OTB, TU Delft. 9 Kuiper, Paul Peter, Leo Prins, Jop Woltjer, Martien Voskuilen (2023a) Agrariërs verwerven meeste landbouwgrond, maar hun aandeel daalt. Bijlage bij kwartaalbericht agrarische grondmarkt 2e kwartaal 2023. 10 Kuiper, Paul Peter, Leo Prins, Jop Woltjer, Martien Voskuilen (2023b) Aankoop landbouwgrond voor wonen, werken en infrastructuur vooral in westen en zuiden.
Bijlage bij kwartaalbericht agrarische grondmarkt 3e kwartaal 2023. 11 LTO Visie West Friesland. 12 Seedvalley.nl/factsheet/. 13 Smit, A.B. en G.S. Venema (2015) Langetermijnperspectieven voor de landbouw in de provincie NoordHolland. Een doorkijk van 2004 naar 2015. LEI. 14 Sweco, WUR (2020) Klimaatstresstest Landbouw en Natuur Noord-Holland boven het Noordzeekanaal. 15 Vooren, Alexander van der, Bart Wesselink (2016) Het belang van een thuismarkt voor de export van ecoinnovaties. Inzichten uit de praktijk. Beleidsstudie. PBL. 16 Regio Noord-Holland Noord (2025) Opgavendocument Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord.
51 | 51
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: LIJST VAN GEÏNTERVIEWDE PERSONEN EN SAMENSTELLING KLANKBORDGROEP Geïnterviewde personen en bedrijven De tijdens het onderzoek geïnterviewde personen zijn onderstaand weergegeven met daarachter de vermelding van de bedrijfsnaam: - Wim van den Berg (BVS); - Lennart Kapiteyn (Kapiteyn group); - Bas Karsten (bollenteler); - Frank Loos (Vezet); - Niek Nielen (Friesland Campina); - Jack Rijlaarsdam (melkveehouder, LTO); - John-Pieter Schipper (Bejo); - Job Jan Simmelink (Cosun); - Ton Slagter (o.a. bloemkoolteelt- en handelsbedrijf, LTO); - Jaap en Martijn Visser (ANV Hollands Noorden en Hoeve de Meeuw); - Pieter Vlaar (Vertify); - Andre van der Weijde (FarmPlus); - Simon Wilms (akkerbouwer); - Niels Zuurbier (vollegrondsgroenteteler, Greenery). Samenstelling klankbordgroep Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van een klankbordgroep. De samenstelling van deze groep was als volgt: - Ard Mooij (LTO-Noord); - Jeroen Noot (Greenport NHN); - Elaine Vlaming-Kroon (KAVB); - Raymond Zijp (Bio-NH).
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: BRONNEN, DEFINITIES EN AANDACHTSPUNTEN In hoofdstuk 2 van dit rapport zijn de belangrijkste kerncijfers over de landbouw in Noord-Holland Noord gepresenteerd. In deze bijlage geven we daarvoor een nadere toelichting op de gebruikte bronnen, de gehanteerde definities en andere technische of inhoudelijke aandachtspunten.
II.1
Gebruikte bronnen
Voor het cijfermatig overzicht van de belangrijkste kerncijfers over de landbouw in Noord-Holland Noord is gebruik gemaakt van uiteenlopende statistische databestanden van het CBS (de zogenaamde ‘CBS Microdata’). De belangrijkste, gebruikte CBS-databestanden zijn: - landbouwtelling (LSB); - financiële gegevens landbouw (LBT FD); - productienetwerk Nederland op Bedrijfsniveau (PNB); - productienetwerk Nederland op Bedrijfsniveau Internationale Handel (PNBIH). Landbouwtelling (LSB) In het CBS-microdatabestand ‘LSB’ zijn structuurgegevens van landbouwbedrijven opgenomen. De landbouwtelling is een vragenlijst onder landbouwbedrijven met een standaardopbrengst van minimaal € 3.000,-- per jaar. De standaardopbrengst is een statistische benadering van wat een bedrijf met een bepaald areaal per jaar op kan brengen. De peildatum voor diergegevens is 1 april, voor gewasgegevens 15 mei. Bij tijdelijke leegstand worden tellingen bijgesteld. Doordat met een peildatum gewerkt wordt, is dubbelgebruik van areaal niet te achterhalen: de bestemming op de peildatum wordt als uitgangspunt gehanteerd. De vestigingsgemeenten van landbouwbedrijven zijn gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. De regio waaraan landbouwactiviteiten worden toegerekend kunnen daardoor afwijken.
Financiële gegevens landbouw (LBT_FD) In het CBS-microdatabestand ‘LBT_FD’ zijn financiële gegevens gekoppeld aan de bedrijven welke deel hebben genomen aan de landbouwtellingen. De financiële gegevens omvatten de balans en winst- en verliesrekening van landbouwbedrijven. Hiervoor zijn de landbouwtellingen gekoppeld aan bestanden geleverd door de sector Statistiek Zelfstandige Ondernemers (SZO) waarin winstaangiften en aangiften vennootschapsbelasting zitten. Dit levert unieke aangiften per bedrijf op, behalve voor moeders en dochters van besloten vennootschappen. Voor moeders en dochters van besloten vennootschappen zijn de aangiften uniek per combinatie fiscaalnummer en KVK-nummer van moeder of dochter. Financiële data van bedrijven uit de landbouwtellingen die niet gekoppeld konden worden, zijn geïmputeerd op basis van kengetallen. Productienetwerk Nederland op Bedrijfsniveau (PNB) Het CBS-microdatabestand ‘PNB’ bevat een statistische schatting van het productienetwerk van bedrijven in Nederland. Het bestand geeft de intermediaire leveringen weer tussen 2018 en 2021. Het betreffen modelmatige schattingen en geen metingen, waarin aannames gedaan uit de wetenschappelijke literatuur. Alleen de bedrijfseenheden met een jaaromzet van meer dan € 10.000,-- maken onderdeel van deze database.
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage II | Definitief
Productienetwerk Nederland op Bedrijfsniveau Internationale Handel(PNBIH) Het CBS-microdatabestand ‘PNBIH’ geeft de intermediaire leveringen weer tussen 2018 en 2021 en tussen Nederlandse bedrijven en het buitenland. Ook als in- of uitvoer via een groothandel is verlopen maakt dit onderdeel uit van dit bestand. Verschil met CBS Statline In 2022 zijn in het landbouwtelling (LSB) microdatabestand circa 51 duizend landbouwbedrijven in heel Nederland opgenomen. Dit zijn producerende bedrijven, dus dienstverlening en jacht (sbi-codes 1.6 en 1.7) zitten hier niet in. Deze bedrijven kunnen echter meerdere vestigingen hebben, wat mogelijk het verschil verklaart met de circa 60 duizend landbouwvestigingen in CBS Statline1. Daarnaast kende alle landbouwbedrijven inclusief dienstverlenende bedrijven in Nederland samen in 2022 een totale productiewaarde van 36,7 miljard euro2. Als ook de omzet uit niet-agrarische activiteiten wordt meegerekend is de productiewaarde van alle landbouwbedrijven in de microdata goed voor 37,3 miljard (waarvan 25,2 miljard door vanuit agrarische activiteit). De CBS-cijfers via Statline en de cijfers in dit rapport komen dus nagenoeg overeen. Daarbij geldt dat de productiewaarde en toegevoegde waarde uit de CBS Input-Outputtabellen ook omzet uit niet-agrarische activiteiten bevatten.
II.2
Gehanteerde definities
De economische staat van de landbouw in Noord-Holland Noord is gebaseerd op kerncijfers over het aantal bedrijven arbeidsvolume/werkgelegenheid, productiewaarde, toegevoegde waarde en productieareaal (cultuurgrond). Daarbij gelden de volgende definities: AJE Dit gaat om de arbeidsjaareenheden (aje) van op het agrarische bedrijf werkzame personen. De ‘arbeidsjaareenheid’ is een maat voor het arbeidsvolume die door het CBS wordt berekend door alle banen in een jaar (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdequivalenten (vte). Hierin worden door het CBS ook de gewerkte uren van meewerkend familieleden opgenomen. Als iemand 2.000 uur of meer per jaar op het bedrijf werkt, telt dit als 1 AJE. Alles onder de 2.000 uur wordt naar rato berekend. Dus: als iemand per jaar 600 uur op het bedrijf heeft gewerkt telt dit als 0,3 AJE. Heeft iemand 3.000 uur op het bedrijf gewerkt, telt dit als 1 AJE. Productiewaarde De productiewaarde wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben ontvangen. Het CBS geeft aan dat de gebruikte databestanden zich niet goed laten lenen voor het nauwkeurig inschatten van de productiewaarde en toegevoegde waarde zoals in de input outputtabellen van het CBS.
Om de productiewaarde toch bij benadering in te schatten, gaan we ervan uit dat de variabele totale bedrijfsopbrengsten de productiewaarde weerspiegelt. Deze wordt door het CBS als volgt gedefinieerd: ‘De totale opbrengsten uit de normale bedrijfsuitoefening, in dit geval de verkopen van goederen en diensten, alsmede de waarde van voorraadwijzigingen, geactiveerde productie voor het eigen bedrijf, subsidies en schade-uitkeringen’3. Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is het verschil tussen de waarde van de grondstoffen om een product te maken en de verkoopwaarde van het product. Kortgezegd is het de waarde die aan de economie wordt toegevoegd.
1
Jacht en dienstverlenende bedrijven niet meegerekend, waren er in 2021 59.710 landbouwvestigingen in Nederland. Zie https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81578NED/table?dl=BFDEF.
2
CBS Input-Outputtabellen 2022, gecorrigeerd voor totale opbrengsten van dienstverlenende bedrijven. Zie https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81156ned/table?dl=BFE07.
3
CBS (2025). Documentatie Financiële data landbouwbedrijven (LBT_FD).
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage II | Definitief
We schatten de toegevoegde waarde als volgt in: Toegevoegde waarde = productiewaarde – totaal kosten grond en hulpstoffen – totaal overige bedrijfskosten. De gehanteerde variabelen worden door CBS als volgt beschreven1: - productiewaarde: zie hiervoor; - totaal kosten grond en hulpstoffen: de waarde van de inkoopkosten, ook wel de som van de kosten voor grond- en hulpstoffen, inkoopprijs van de verkopen, uitbesteed werk en andere externe kosten; - totaal overige bedrijfskosten: de som van niet nader gespecificeerde uitgaven. Productieareaal Met productieareaal wordt de cultuurgrond bedoeld, ofwel de grond waarmee landbouwproducten geproduceerd kunnen worden. Productieareaal wordt uitgedrukt in hectaren.
II.3
Andere technische of inhoudelijke aandachtspunten
De volgende (data)technische aandachtspunten zijn van toepassing: Regio-afbakening De afbakening van dit onderzoek betreft de regio Noord-Holland Noord met daarbij drie subregio’s: 1 Kop van Noord-Holland: de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel; 2 Alkmaar e.o.: de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Dijk en Waard, Heiloo en Uitgeest; 3 Westfriesland: de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec. Waar zijn landbouwbedrijven geografisch geregistreerd? De vestigingsgemeenten van landbouwbedrijven zijn gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. De regio waaraan landbouwactiviteiten worden toegerekend kunnen daardoor afwijken. Zo kan het zijn dat een bedrijf produceert in Noord-Holland Noord, maar dat de hoofdvestiging zich elders in Nederland bevindt. De productie wordt dan niet in Noord-Holland Noord geregistreerd. Outputregels Om het risico van onthulling te voorkomen hanteert het CBS outputregels, voordat ze de data vrijgeven. Daarom kan het zijn dat een statistiek niet altijd volledig wordt weergegeven. We hebben de data zoveel mogelijk gestructureerd zodat zo min mogelijk data verloren is gegaan. In een enkel geval is dit niet gelukt. Dit geven we aan in het rapport.
Twee outputregels zijn voor dit onderzoek relevant: 1 als in een groep (dus combinatie regio, jaar, sector) minder dan tien bedrijven zitten, mag de data niet worden weergegeven voor de hele groep; 2 als in een groep (dus combinatie regio, jaar, sector) één bedrijf verantwoordelijk is voor meer dan 50 % van de statistiek, mag de data niet worden weergegeven voor de hele groep. Sectorindeling Voor de sectorindeling zijn NSO-coderingen gebruikt. Met het NSO-typeringsysteem worden land- en tuinbouwbedrijven op basis van hun activiteiten en de hierbij horende standaard opbrengsten (SO) ingedeeld in bedrijfstypen. De indeling is afgestemd met Agrimatie, waarbij in sommige gevallen is afgeweken om het verlies van data (door CBS privacyregels) te voorkomen. Op het moment dat een bedrijf actief is in meerdere sectoren, wordt de activiteit toegekend waarin de meeste productie plaatsvindt.
1
CBS (2025). Documentatie Financiële data landbouwbedrijven (LBT_FD)
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage II | Definitief
Tabel II.1 Sectorindeling Waarde
Label
Sector in voorliggend onderzoek
1500
graan-, oliezaad- en eiwitgewasbedrijven
akkerbouw
1601
zetmeelaardappelbedrijven
akkerbouw
1602
akkerbouwgroentebedrijven
akkerbouw
1603
akkerbouwbedrijven met vooral voedergewassen
akkerbouw
1604
overige akkerbouwbedrijven
akkerbouw
2111
glasgroentebedrijven
glastuinbouwbedrijven
2121
snijbloemenbedrijven
glastuinbouwbedrijven
2122
pot- en perkplantenbedrijven
glastuinbouwbedrijven
2131
overige glastuinbouwbedrijven
glastuinbouwbedrijven
2210
opengrondsgroentenbedrijven
opengrondsgroentebedrijven
2221
bloembollenbedrijven
bloembollenbedrijven
2310
paddenstoelbedrijven
overige bedrijven
2320
boomkwekerijbedrijven
overige bedrijven
2331
overige tuinbouwbedrijven
overige bedrijven
3500
wijngaardbedrijven
overige bedrijven
3610
fruitbedrijven
overige bedrijven
3699
overige blijvende teeltbedrijven
overige bedrijven
4500
melkveebedrijven
melkveebedrijven
4611
vleeskalverenbedrijven
andere graasdierbedrijven
4612
overige rundveebedrijven
andere graasdierbedrijven
4810
schapenbedrijven
andere graasdierbedrijven
4830
geitenbedrijven
andere graasdierbedrijven
4841
paard- en ponybedrijven
andere graasdierbedrijven
4842
graasdierbedrijven met vooral voedergewassen
andere graasdierbedrijven
4843
overige graasdierbedrijven
andere graasdierbedrijven
5111
fokzeugenbedrijven
overige bedrijven
5121
vleesvarkensbedrijven
overige bedrijven
5131
overige varkensbedrijven
overige bedrijven
5211
leghennenbedrijven t.b.v. consumptieeieren
overige bedrijven
5221
vleeskuikenbedrijven
overige bedrijven
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage II | Definitief
Waarde
Label
Sector in voorliggend onderzoek
5231
overige pluimveebedrijven
overige bedrijven
5301
overige hokdierbedrijven
overige bedrijven
6100
gewascombinaties
gemengde bedrijven
7300
veeteeltcombinatie, vooral graasdieren
gemengde bedrijven
7400
veeteeltcombinatie, vooral hokdieren
gemengde bedrijven
8300
akkerbouw-graasdiercombinaties
gemengde bedrijven
8400
overige gewas/veecombinaties
gemengde bedrijven
9000
niet ingedeelde bedrijven
overige bedrijven
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage II | Definitief
III BIJLAGE: KAARTEN VAN STANDAARD OPBRENGST PER HECTARE PER DEELSECTOR III.1
Standaard opbrengst per hectare per deelsector
De onderstaande kaarten gaan over de standaardopbrengst van de verschillende land- en tuinbouwsectoren en het totaal. De standaardopbrengst (SO) is de gemiddelde opbrengstwaarde per hectare (voor gewassen) of per dier (voor veehouderij), berekend op basis van meerjarige marktprijzen en opbrengsten, exclusief kosten. Het wordt gebruikt om de economische omvang van landbouwbedrijven te bepalen en om verschillende bedrijfstypen onderling te vergelijken. Ter illustratie: een melkveebedrijf met extreem veel koeien zorgt ervoor dat een gebied op de kaart donkerblauw kleurt, terwijl een melkveebedrijf met een onder gemiddeld aantal koeien ervoor zorgt dat een gebied geel kleurt. Witte vlakken betekenen dat er daar geen land- of tuinbouwbedrijven zijn uit de desbetreffende deelsector. De kaarten zijn gemaakt door de Wageningen Economic Research op basis van de landbouwtellingen1. Let op: de schaal wijkt af per deelsector dus de deelsectoren en kaarten zijn niet onderling vergelijkbaar.
1
Agrimatie (2025). Ruimtelijke verdeling, economische intensiteit. Geraadpleegd via: agrimatie.nl
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage III | Definitief
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage III | Definitief
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage III | Definitief
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage III | Definitief
III.2
Duurzame opwek in Noord-Holland Noord
Afbeelding III.1 Overzichtskaart van bestaande en geplande opwek van duurzame energie in Noord-Holland Noord
Bron: Programmabureau RES Noord-Holland (2024). Herijking RES 2024.
III.3
Bodem Noord-Holland Noord
De onderstaande bodemkaart van Noord-Holland Noord komt vanuit bodemdata.nl. Omdat de legenda zeer uitgebreid is hebben we ervoor gekozen deze niet toe te voegen aan het rapport. De legenda is de terug te vinden via de bovenstaande link.
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage III | Definitief
Afbeelding III.2 Bodemkaart Noord-Holland Noord
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage III | Definitief
IV BIJLAGE: AANVULLENDE GEGEVENS PER DEELSECTOR Tabel IV.1 Aantal bedrijven in 2017 per deelsector per subregio (bron: CBS Microdata, bewerking Decisio) 2017
Alkmaar e.o.
Kop van NoordHolland
Westfriesland
Rest Nederland
Totaal
akkerbouw
34
281
33
10343
10691
andere graasdierbedrijven
118
141
109
10862
11230
bloembollenbedrijven
24
219
63
312
618
gemengde en overige bedrijven
50
174
209
11918
12351
glastuinbouwbedrijven
35
23
155
2479
2692
melkveebedrijven
152
211
240
15728
16331
opengrondsgroentebedrijven
30
64
60
782
936
totaal
443
1113
869
52424
54849
Tabel IV.2 Aantal bedrijven in 2022 per deelsector per subregio (bron: CBS Microdata, bewerking Decisio) 2022
Alkmaar e.o.
Kop van NoordHolland
Westfriesland
Rest Nederland
Totaal
akkerbouw
54
297
44
12526
12921
andere graasdierbedrijven
99
120
91
9141
9451
bloembollenbedrijven
24
186
56
313
579
gemengde en overige bedrijven
43
169
209
10481
10902
glastuinbouwbedrijven
33
26
151
2472
2682
melkveebedrijven
128
176
207
13086
13597
opengrondsgroentebedrijven
23
58
58
704
843
totaal
404
1032
816
48723
50975
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage IV | Definitief
Tabel IV.3 Productiewaarde per hectare per deelsector in de rest van Nederland, 2017 - 2022 (Bron: CBS Microdata, bewerking Decisio) Productiewaarde per hectare (x 1.000 €)
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Gem. groei per jaar
Groei gecorr. voor inflatie
akkerbouw
€6
€6
€6
€6
€6
€7
6%
2%
andere graasdierbedr.
€ 10
€ 10
€9
€9
€ 10
€ 10
1%
-3 %
bloembollenbedrijven
€ 11
€ 12
€ 12
€ 14
€ 15
€ 15
6%
2%
gemengde bedrijven
€8
€8
€9
€9
€ 10
€ 11
6%
2%
glastuinbouwbedrijven
€ 130
€ 174
€ 162
€ 162
€ 188
€ 241
13 %
9%
melkveebedrijven
€8
€8
€7
€7
€8
€ 11
7%
3%
opengrondsgroentebedr.
€ 13
€ 13
€ 15
€ 17
€ 19
€ 17
5%
2%
overige bedrijven
€ 43
€ 42
€ 48
€ 45
€ 44
€ 52
4%
0%
totaal
€ 10
€ 11
€ 11
€ 11
€ 11
€ 14
6%
2%
Tabel IV.4 Toegevoegde waarde per hectare per deelsector in de rest van Nederland, 2017 - 2022 (Bron: CBS Microdata, bewerking Decisio) Toegevoegde waarde per hectare (x 1.000 €)
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Gem. groei per jaar
Groei gecorr. voor inflatie
akkerbouw
€2
€2
€2
€2
€2
€3
7%
4%
andere graasdierbedr.
€3
€3
€3
€3
€3
€3
1%
-2 %
bloembollenbedrijven
€4
€4
€4
€5
€6
€6
6%
3%
gemengde bedrijven
€3
€3
€3
€3
€3
€4
5%
1%
glastuinbouwbedrijven
€ 56
€ 66
€ 63
€ 65
€ 77
€ 95
11 %
7%
melkveebedrijven
€3
€3
€3
€2
€3
€4
6%
3%
opengrondsgroentebedr.
€5
€5
€6
€7
€8
€6
3%
0%
overige bedrijven
€ 13
€ 11
€ 15
€ 13
€ 12
€ 13
0%
-3 %
totaal
€4
€4
€4
€4
€4
€5
5%
1%
Witteveen+Bos | 145604/25-011.115 | Bijlage IV | Definitief
www.witteveenbos.com