260115 Raadsinformatiebrief planning herziening gezondheidsbeleid - bijlage 1
Tekst van het document
De aandacht van het Rijk voor dit thema is positief ontvangen. De afgelopen maanden inventariseerden de betrokken departementen samen met gemeenten, ervaringsdeskundigen, kinderen, jongeren en andere stakeholders de knelpunten, gewenste situatie en werkzame elementen. Deze verkenning leverde een breed beeld van uitdagingen op. Om die aan te pakken is nauwe samenwerking nodig tussen overheden en maatschappelijke partijen. Momenteel werkt het Rijk samen met partners en ervaringsdeskundigen aan een gedragen visie met concrete doelstellingen en acties.62
Bescherming tegen gokschade Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) werkt aan wetswijzigingen, met de nadruk op maatregelen tegen online kansspelen. Ook andere maatregelen worden versterkt, zoals betere voorlichting en vroegsignalering. De Kansspelautoriteit (Ksa) speelt hierin een belangrijke rol. Samen met VWS en de Ksa ontwikkelt JenV een meerjarenagenda bescherming tegen gokschade 2026-2030. Hierin worden concrete ambities vastgelegd, met speciale aandacht voor minderjarigen en jongvolwassenen.
Verwachte extra beleidsinzet vanuit gemeenten In alle regio’s samenwerkingsafspraken ketenaanpak Kansrijke Start Uit de Monitor Kansrijke Start 2024 blijkt dat 41% van de gemeenten ervaringsexpertise en/ of (toekomstige) ouders actief betrekt bij hun coalitie. Om zorg en ondersteuning beter te laten aansluiten bij de behoeften van (toekomstige) ouders en kinderen, is het nodig dat lokale en regionale coalities structureel samenwerken met de mensen om wie het gaat.
Project OOK in Balans In OOK in Balans (Ouders, Opvoeding en Kind) zetten vijf gemeenten het welzijn van ouders en opvoeders centraal. Via spiegeltrajecten werken zij samen met ouders, waarbij hun ervaringen de basis vormen voor verbeteringen in de praktijk. Dit geeft beleidsmakers, organisaties en professionals beter inzicht in hoe zij ouders effectief kunnen ondersteunen. In Almere leverde het project waardevolle inzichten op. Spiegelbijeenkomsten met ouders en leerbijeenkomsten met andere gemeenten gaven inzicht in de ervaringen en behoeften van en samenwerking met ouders. Dit leidde tot de oprichting van een ouderraad: een platform waar ouders actief meedenken, richting geven en invloed uitoefenen op zorg en welzijn. Zo sluiten activiteiten beter aan bij de behoeften van ouders en ontstaat een positieve, vruchtbare samenwerking met ouders.
In 69% van de regio’s ontbreken nog samenwerkingsafspraken tussen zorgverzekeraars en gemeenten.63 Om een sluitende en duurzame ketenaanpak Kansrijke Start te realiseren worden gemeenten en zorgverzekeraars opgeroepen vaker gezamenlijke afspraken te maken. Met structurele middelen uit het AZWA zetten gemeenten vanaf 2026 blijvend in op het programma Nu Niet Zwanger. Vanaf 2027 komen bovendien middelen beschikbaar voor de opbouw van Integrale Gezinspoli’s (sociale geboortezorg). Tussen 2027 en 2029 ontvangen gemeenten extra middelen voor de inzet op Rookvrije Start.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 25
Onderzoek van Erasmus MC, Erasmus Universiteit en Tilburg University toont aan dat toenemende hitte, vooral in achterstandswijken, de kans op vroeggeboorte vergroot.64 Dit vraagt van gemeenten om de komende jaren de verbinding te maken of te verstevigen tussen Kansrijke Start en beleid voor een gezonde leefomgeving.
Gewenste uitkomsten op dit thema Meer kinderen een Kansrijke Start door betere geboorte-uitkomsten Hogere vaccinatiegraden Stabilisatie obesitascijfers kinderen en jeugd Verhoging deelname sporten en percentage kinderen dat beweegt en buitenspeelt ➔ Daling tabaks- en vapegebruik onder jongeren ➔ Daling alcoholgebruik onder jongeren ➔ Stabilisatie cijfers bijziendheid ➔ ➔ ➔ ➔
Daarnaast veroorzaken geldzorgen veel stress, juist in de eerste 1000 dagen. Gemeenten kunnen dit in hun armoedebeleid expliciet adresseren. Ook de koppeling met de sociale basis, inzet van informele steun, samenwerking met stevige lokale teams en preventief jeugdbeleid (zoals in de Hervormingsagenda Jeugd) blijven essentieel om de jeugdhulpkosten beheersbaar te houden.
Kansrijke Start & armoede en schulden in Borsele De coalitie in Borsele volgde het eerste leerwerktraject Kansrijke Start & Bestaanszekerheid (Pharos). Tijdens een themabijeenkomst brachten partners gezamenlijk de behoeften in kaart. Daaruit kwam naar voren dat professionals beter toegerust moeten zijn om signalen van geldzorgen en armoede te herkennen en bespreekbaar te maken.
Acties en ambities voor de komende vier jaar Landelijk Kansrijke Start op landelijk, regionaal en lokaal niveau doorontwikkelen en borgen. Het ministerie van VWS onderzoekt de mogelijkheden om delen van de aanpak Kansrijke Start wettelijk te verankeren. ■ Het Rijk gaat aan de slag met het verbinden van Kansrijke Start met andere beleids terreinen (de leefomgeving, armoedebeleid, de Hervormingsagenda Jeugd) en de koppeling met de sociale basis en stevige lokale teams. ■ Rijk, gemeenten, ziekenhuizen en JGZ-organisaties gaan aan de slag met de uitwerking en implementatie van een Integrale Gezinspoli (sociale geboortezorg) in meerdere regio’s. ■ Het Rijk werkt samen met medeoverheden, stakeholders en ervaringsdeskundigen verder aan de interdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare positie. Een van de onderdelen is het verder uitwerken van een maatschappelijk gedragen langetermijn visie en de daarbij behorende doelstellingen en acties. ■ Het ministerie van VWS bereidt wetgeving voor waarmee kinderen worden beschermd tegen de marketing van ongezonde voedingsmiddelen gericht op kinderen. ■ Het ministerie van VWS werkt aan een voorstel voor een wet die gemeenten de mogelijkheid geeft om op grond van gezondheid eisen te stellen aan de voedselomgeving op plekken waar dit het hardste nodig is.
Deelnemende gemeenten van de city deal gezonde en duurzame voedselomgeving zijn een belangrijke gesprekspartner hierbij. ■ ■
Inzet Impuls Op basis van deze uitkomsten geeft Borsele een impuls aan deskundigheidsbevordering rondom het thema geldzorgen en armoede. Professionals leren signalen van geldzorgen sneller herkennen en weten welke stappen zij kunnen zetten richting hulp of preventief handelen. Hiermee wil Borsele niet alleen de kennis, maar ook de samenwerking tussen de betrokken partners versterken en uitbreiden met schuldhulpverlening. Hiervoor organiseren zij de training Sensitief werken in de eerste 1000 dagen, met speciale aandacht voor geldzorgen, in samenwerking met Sterk uit Armoede.
26 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Met verschillende acties uit de Samenhangende preventiestrategie stimuleert het ministerie van VWS samen met meer dan 70 maatschappelijke partijen het gezonder maken van voedselomgevingen. Zo maken we concrete afspraken met supermarkten over het vergroten van het verkoopaandeel gezonde producten en werken we aan het gezonder maken van het voedselaanbod op scholen. ■ Ook blijft VWS werken aan verbetering van producten wat betreft de hoeveelheid zout, suiker, verzadigd vet en vezels via de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV). ■ Van 2027 t/m 2029 maakt het Rijk middelen beschikbaar om op lokaal niveau te werken aan een Rookvrije Start. ■ De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid komt met een meerjarenagenda bescherming tegen gokschade 2026-2030. ■
Lokaal en regionaal In 2026 heeft elke gemeente en regio een structurele coalitie Kansrijke Start met samenwerkingsafspraken tussen medisch, sociaal en informeel domein, en passende interventies. ■ Met de structurele middelen vanuit het AWZA zetten alle gemeenten structureel in op (het intensiveren van) Nu Niet Zwanger. ■ Op de lange termijn is de ambitie dat elke gemeente of regio een Integrale Gezinspoli heeft. ■ Van 2027 t/m 2029 werken gemeenten aan de domeinoverstijgende aanpak Rookvrije Start. ■ Lokale overheden verbinden beleid rond Kansrijke Start met andere beleidsterreinen (de leefomgeving, armoedebeleid, de Hervormingsagenda Jeugd) en de koppeling met de sociale basis en stevige lokale teams. ■ De ambitie is vaccinatiegraden te verhogen en landelijk de vaccinatiegraaddoelstellingen van de WHO te halen. Gemeenten zetten extra in op de toegankelijkheid van vaccinaties door het opzetten van een pilot binnen de G4-gemeenten, gericht op het uitbreiden en intensiveren van de wijkgerichte vaccinatieaanpak. Geleerde lessen uit de pilot worden landelijk gedeeld, zodat alle gebieden met een lage vaccinatiegraad deze kunnen benutten. ■ Gemeenten zetten in op voorkomen en terugdringen van overgewicht o.a. met de JOGG-aanpak of programma’s als Gezonde Kinderopvang, Gezonde School en het gebruik van kennis en tools en interventies uit het Loket Gezond Leven. ■
Met middelen vanuit AZWA zetten alle gemeenten in op de ketenaanpakken overgewicht en de doorontwikkeling tot basisfunctionaliteit. De handreiking ketenaanpakken overgewicht kinderen en volwassenen kan hierbij helpen. ■ Gemeenten en GGD’en geven voorlichting, zetten erkende interventies in en monitoren ontwikkelingen rondom gehoorschade door relevante vragen op te nemen in de lokale Gezondheidsmonitor Jeugd. GGD’en geven ook gevolg aan de afspraken die gemaakt zijn in het convenant Preventie gehoorschade versterkte muziek. ■ Gemeenten jagen de rookvrije generatie aan door roken en vapen lokaal terug te dringen, bijvoorbeeld met rookvrije ambassadeurs in de wijk en het bevorderen van rookvrije omgevingen ■ Met voorlichting, kennisuitwisseling, integrale preventieprogramma’s, toezicht en handhaving dringen gemeenten het alcoholgebruik onder jongeren terug. ■ Met effectieve integrale drugspreventie-activiteiten zoals OKO en Helder op School werken gemeenten samen met o.a. GGD’en, verslavingszorg en scholen om het drugsgebruik onder jongeren te verminderen. ■ In 2026 heeft het Rijk met de helft van de studentensteden concrete afspraken gemaakt over verantwoord middelengebruik. ■
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 27
28 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Terugdringen van gezondheidsachterstanden Gezondheidsachterstanden zijn een hardnekkig probleem. Doordat persoonlijke omstandigheden, ingrijpende gebeurtenissen of een beperkt netwerk het soms moeilijk maken gezonde keuzes te maken, blijven structurele gezondheidsachterstanden bestaan. Om iedereen de kans te geven gezond op te groeien en oud te worden, is een brede aanpak nodig: een sterke sociale basis, betere gezondheidsvaardigheden, meer ruimte voor sport en beweging, meer aandacht voor vrouwengezondheid, het bevorderen van seksuele gezondheid en inzet op verschillende domeinen die de gezondheid beïnvloeden.
Wat zijn de opgaven? Terugdringen van gezondheidsachterstanden De omstandigheden waarin je wordt geboren, opgroeit, woont en werkt hebben grote impact op je gezondheid. Mensen met een lagere sociaaleconomische status wonen vaker in wijken met meer hittestress, veel toegang tot fastfood en tabak en minder toegang tot gezond voedsel en tot groene en beweegvriendelijke plekken. Ook wonen zij vaker in slecht geïsoleerde huizen en ervaren meer stress en financiële zorgen. Dit maakt gezonde keuzes moeilijker. Het verschil in overgewicht blijft mede daardoor bijvoorbeeld groot: 42,1% van de hbo/wo-geschoolden heeft overgewicht tegenover 62,6% van de laagstgeschoolden.65 Wie langdurig in armoede leeft, leeft gemiddeld vijf jaar korter en mist veertien gezonde levensjaren. Gezondheidsachterstanden hangen vaak samen met achterstanden op andere gebieden zoals werkloosheid, moeilijk kunnen rondkomen, ongezond werk of een slechte woonsituatie. Gezondheid wordt beïnvloed door een ingewikkeld samenspel van verschillende factoren (Zie ook figuur 1, Brede determinanten van gezondheid, op pagina 7). Dit kunnen individuele factoren zijn, maar ook factoren uit de fysieke en sociale omgeving. Denk aan bestaanszekerheid, werkomstandigheden en de fysieke leefomgeving. Er is een structurele en brede inzet nodig vanuit verschillende domeinen en omgevingen die de gezondheid beïnvloeden.
Dit noemen we ‘gezondheid in alle beleidsdomeinen’. In het eerste hoofdstuk ‘Visie op gezondheid’ is hier nader op ingegaan. Deze brede inzet is ook voor het verminderen van gezondheidsachterstanden nodig.
Gezondheid van vrouwen Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen, maar hebben minder gezonde levensjaren.66 Waar mannen vaak pas aan het eind van hun werkzame leven met chronische aandoeningen kampen, geldt dat voor vrouwen al vanaf de jonge adolescentie. Dit komt door vrouwspecifieke aandoeningen, zoals overgangsklachten en menstruatiestoornissen, of door vrouwsensitieve aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en migraine, die zich bij vrouwen anders uiten dan bij mannen. Door die andere uitingsvormen, worden diagnoses vaak veel later gesteld en zijn behandelingen minder effectief. Uit onderzoek blijkt dat vrouwspecifieke aandoeningen grote maatschappelijke impact hebben. De minister van VWS stelde in 2024 vijftien miljoen euro beschikbaar voor een kennisprogramma vrouwspecifieke aandoeningen (2024-2030).67 Dit programma zet in op meer kennisontwikkeling en aandacht voor de gezondheid van vrouwen en verbetering van diagnostiek.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 29
In de zomer van 2025 is een eerste aanzet tot een Nationale Strategie Vrouwengezondheid gepubliceerd.68 Het doel van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025-2030 is het structureel verbeteren van de gezondheid van vrouwen en meisjes in Nederland.
Beperkte gezondheidsvaardigheden Ook beperkte gezondheidsvaardigheden versterken de ongelijkheid: wie moeite heeft met informatie vinden en begrijpen, kan minder goed gezonde keuzes maken. Daarnaast doen kwetsbare groepen, zoals mensen met een migratieachtergrond, lagere opleiding of inkomen, alleenstaanden, inwoners van dichtbevolkte gebieden en jongeren, minder vaak mee aan bevolkingsonderzoeken en vaccinaties – die deelname is de laatste jaren verder gedaald. Ongeveer 35% van de volwassenen in Nederland heeft beperkte tot onvoldoende gezondheidsvaardigheden.69 Vooral ouderen en mensen met een lagere opleiding scoren lager. Ouderen (65+) hebben daarnaast vaker beperkte digitale vaardigheden, een probleem gezien de toenemende e-health en online zorgtoepassingen. Ook mensen met een migratieachtergrond zijn relatief minder gezondheidsvaardig, onder andere door taalbarrières en cultuurverschillen. Voor mensen met chronische aandoeningen, die juist veel gezondheidsinformatie nodig hebben, komt dit extra hard aan. In kwetsbare wijken, zoals Rotterdam-Zuid, komen beperkte gezondheidsvaardigheden vaker voor. Hier spelen vaak meerdere problemen tegelijk: armoede, schulden, lage opleiding, werkloosheid en een ongezond leefmilieu. Kwetsbaarheden stapelen zich op en versterken elkaar. Dit vergroot de gezondheidskloof: in sommige buurten is de levensverwachting 6–8 jaar lager.
Gevolg is dat mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden vaker een slechtere gezondheid hebben. Ze doen een groter beroep op de zorg en zijn minder tevreden over de kwaliteit van die zorg. Ook zijn ze minder therapietrouw. Door deze factoren zijn ze vaak ook minder zelfredzaam in bijvoorbeeld werk en financiën.
30 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Sociale basis als fundament voor gezondheid en welzijn De sociale basis bestaat uit informele netwerken zoals gezinnen, buurten, groepen en verenigingen, aangevuld door steun van lokale overheden en organisaties. Deze basis is van grote waarde: mensen vinden er steun, kunnen meedoen in sociale verbanden en versterken zo hun welzijn en zelfredzaamheid. Een sterke sociale basis werkt ook preventief. Door in te zetten op deze lokale steunstructuren worden problemen eerder gesignaleerd en krijgen mensen sneller passende hulp, informeel of formeel.70 Zo blijven zij langer zelfstandig en worden zij effectiever geholpen als zorg nodig is.
Seksuele gezondheid Over het algemeen gaat het goed met de seksuele gezondheid in Nederland, maar er zijn zorgwekkende trends. Het condoomgebruik neemt af bij zowel jongeren als volwassenen. Zo steeg tussen 2012 en 2023 het aandeel jongeren zonder relatie met hun laatste sekspartner die nooit een condoom gebruiken van 25% naar 40% bij jongens en van 36% naar 46% bij meiden. Tegelijkertijd neemt het aantal soa’s toe. In 2022 en 2023 steeg het aantal gonorroe-diagnoses onder jongeren en die stijging neemt nog niet af.71,72 Ook andere ernstige soa’s komen vaker voor. De daling van nieuwe hiv-diagnoses stokte in 2023, met zelfs een toename onder jonge mannen (15–30 jaar) die seks hebben met mannen.73 Onjuiste informatie over anticonceptie verspreidt zich steeds vaker via sociale media. Dit kan de regie op een kinderwens ondermijnen. Deze ontwikkelingen benadrukken het belang van preventie, betrouwbare informatie, toegankelijke zorg en extra aandacht voor groepen bij wie de risico’s toenemen of het grootst zijn, of de afstand tot de zorg het grootst is.
Huidige beleidsinzet vanuit het Rijk Terugdringen van gezondheidsachterstanden De afgelopen jaren werkten VWS, gemeenten, GGD’en en zorgverzekeraars via het GALA samen aan het verkleinen van gezondheidsachterstanden. Gemeenten zetten hierbij in op een brede aanpak voor kwetsbare groepen, met aandacht voor toegankelijke zorg en preventie in de wijk en een gezonde leefomgeving. VWS ondersteunt dit onder andere met financiële middelen in de brede SPUK-regeling. Een voorbeeld van de aanpak van gezondheidsachterstanden is het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).74 Dit programma richt zich sinds 2022 op de 20 meest kwetsbare wijken van Nederland, met acties rond leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. Het stimuleren van samenwerking tussen huisartsen, scholen en uitkeringsinstanties staat hierbij centraal. Daarnaast is er sprake van interdepartementale samenwerking aan een gezonde en groene leefomgeving met aandacht voor mobiliteit, omgevingskwaliteit en betaalbare woningen. De NPLV-gebieden zijn een proeftuin voor deze domeinoverstijgende aanpak in heel Nederland. Met het AZWA komen vanaf 2027 tijdelijk extra middelen beschikbaar om in de NPLV gebieden de aanpak multi-problematiek (gericht op het terugdringen van gezondheidsachterstanden) te versterken, specifiek op de samenwerking tussen gemeenten met het zorgdomein.
Ook de Ontwikkelagenda Bevolkingsonderzoeken (opgesteld door het ministerie van VWS en het RIVM) pakt gezondheidsachterstanden aan.75 Dit gebeurt door communicatie beter af te stemmen op kwetsbare groepen en drempels voor deelname te verlagen. Sinds 2024 geven gezondheidsvoorlichters van het RIVM voorlichting in wijken met een lage opkomst bij de bevolkingsonderzoeken in het kader van het Project Toegankelijkheid. Zij werken daarbij nauw samen met gemeenten en GGD’en. Eind 2025 wordt dit project afgerond, begin 2026 volgen de uitkomsten van de evaluatie.
Het verbeteren van gezondheidsvaardigheden Om gezondheidsvaardigheden – en daarmee gezondheidsachterstanden – te verbeteren is een tweezijdige aanpak nodig. Enerzijds gaat het om het versterken van vaardigheden bij kwetsbare groepen, anderzijds om zorg- en preventieorganisaties die hun communicatie beter afstemmen op de patiënt. Het aantal laaggeletterden in Nederland neemt toe, waardoor niet iedereen gezondheidsinformatie of instructies begrijpt. Door brieven en uitleg te schrijven op taalniveau B1 of A2 wordt informatie toegankelijker. Bij laaggeletterdheid zijn ook eenvoudige teksten vaak nog te moeilijk, persoonlijk contact kan dan het verschil maken. Wanneer zorgverleners meer rekening houden met de vaardigheden van patiënten, wordt zorg begrijpelijker én effectiever.
Gezondheidsvaardige organisaties in Rotterdam en Amsterdam De gemeente Rotterdam heeft samen met Samergo76 in 2025 de Rotterdamse Alliantie Gezondheidsvaardigheden (RAG) opgericht. Binnen deze alliantie werken lokale organisaties er samen aan gezondheidsvaardige organisaties te worden. De organisaties kunnen er aanbod vinden, ervaringen uitwisselen en leren van elkaar. Diverse betrokken partijen, waaronder gemeentemedewerkers, huisartsen en fysiotherapeuten werken hun plannen de komende maanden verder uit. In Amsterdam bestaat al langer een leernetwerk waar organisaties samenwerken rond dit thema. Het Zilveren Kruis-Amsterdam Gezondheidsfonds stimuleert dit met subsidies, bijvoorbeeld voor een Praktijkcheck met ervaringsdeskundigen.77 Ook de GGD Amsterdam heeft praktijkchecks uitgevoerd en zet verdere stappen om zelf gezondheidsvaardig te worden.78
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 31
Stevige sociale basis De sociale basis is essentieel voor mentale en fysieke gezondheid; versterking hiervan is dan ook een belangrijk speerpunt dat terugkomt in meerdere landelijke akkoorden. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA, 2023) richt zich op betere mogelijkheden voor ontmoeting, ontplooiing en ontspanning, en op laagdrempelige ondersteuning (zoals zelfregie- en zelfhulpgroepen) en voorzieningen waarvoor geen indicatie nodig is. Ook in het Integraal Zorgakkoord en de Hervormingsagenda Jeugd wordt gepleit voor een sterke sociale basis. De rol van vrijwilligers, welzijnswerkers, mantelzorgers, buren, vrienden en andere belanghebbenden wordt belangrijker. Gemeenten spelen een sleutelrol. Zij faciliteren en versterken de sociale basis. Uit de analyse van de SPUK-plannen blijkt dat vrijwel alle gemeenten inzetten op een stevige sociale basis. In het GALA is bovendien afgesproken dat gemeenten hiervoor een beleidsvisie opstellen. Volgens de tweede GALA-monitor van het RIVM hebben vrijwel alle gemeenten dit al gedaan of zijn ermee bezig.79 Slechts 16 gemeenten van de in totaal 327 gemeenten die gereageerd hebben, heeft nog geen plannen.
Seksuele gezondheid De ontwikkelingen vragen om structurele en toekomstbestendige inzet van Rijk en gemeenten om seksuele gezondheid te bevorderen en te beschermen vanuit een brede en positieve benadering.80 Doel is dat iedereen de kennis, vaardigheden, zorg en ondersteuning heeft om gezonde, veilige en plezierige keuzes te maken op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en die van anderen te herkennen en te respecteren. Rijk en gemeenten dragen hierin samen verantwoordelijkheid. Het ministerie van VWS ondersteunt dit met de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG) via acht coördinerende GGD’en voor soa-zorg, PrEP en seksualiteitshulpverlening. Dit aanbod is een aanvulling op de collectieve preventie van gemeenten en Rijk én de curatieve zorg. Daarnaast werkt VWS aan toekomstbestendig preventiebeleid, onder meer door het stimuleren van relationele en seksuele vorming (via kennisinstituten en de Gezonde School). Gemeenten kunnen dit versterken door ook lokaal en regionaal aandacht te geven aan seksuele gezondheid.
32 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Extra beleidsinzet vanuit het Rijk Nationaal Programma Armoede en Schulden Het nieuwe Nationaal Programma Armoede en Schulden richt zich mede op kinderen en jongeren.81 Zij verdienen gelijke kansen, ongeacht de financiële situatie van hun ouders. Opgroeien in armoede is meer dan opgroeien in een gezin met een financieel tekort. Het belemmert de ontwikkeling van kinderen en jongeren, zorgt voor minder kansen en kan leiden tot mentale en fysieke gezondheidsproblemen. Het programma zet daarom onder andere in op het versterken van kansengelijkheid voor kinderen. Gemeenten, armoedefondsen en maatschappelijke organisaties binnen het samenwerkingsverband Samen voor alle Kinderen krijgen middelen om kinderen te ondersteunen op school, sport, cultuur en vrije tijd. Jongeren zijn extra kwetsbaar als het gaat om armoede en schulden. Door lage of wisselende inkomens en beperkte financiële kennis lopen zij meer risico’s op bijvoorbeeld problematische schulden of dakloosheid. De Rijksoverheid werkt samen met onderwijs, gemeenten en werkgevers aan het versterken van financiële weerbaarheid bij jongeren. Dat doen zij onder meer via financiële educatie en betere bescherming tegen risicovolle producten zoals Buy Now, Pay Later-diensten, waarvan jongeren relatief veel gebruikmaken.
Campagne Geldfit Het kabinet wil voorkomen dat mensen in armoede of schulden raken. Daarom stimuleert het kabinet het gebruik van regelingen waar mensen recht op hebben. Het Nationaal Programma Armoede en Schulden besteedt speciale aandacht aan het tegengaan van niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen. Als mensen geen gebruik maken van deze regelingen, kan hun bestaanszekerheid in gevaar komen. Dat vergroot de kans op geldzorgen, armoede en schulden. Mensen moeten daarom eenvoudig inzicht krijgen in regelingen en voorzieningen waar zij recht op hebben. De campagne Geldfit helpt hierbij. Wie geldzorgen heeft, vindt via de website geldfit.nl informatie of wordt direct doorverwezen naar de gemeente om eenvoudig te checken of er recht is op inkomensondersteuning.
Nationale Strategie Vrouwengezondheid De Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025-2030 moet ertoe leiden dat vrouwen tijdig passende zorg en ondersteuning krijgen bij gezondheidsproblemen.82 De doelen van deze strategie zijn: 1. Vergroten van kennis over vrouwspecifieke gezondheidsproblemen. 2. Beter gebruik van bestaande kennis over vrouwengezondheid. 3. Faciliteren van passende zorg en ondersteuning. 4. Stimuleren van netwerkvorming.
Sociale basis In het AZWA zijn afspraken gemaakt over een stevige basisinfrastructuur in wijk en regio. Belangrijke inzet is een herkenbaar aanbod van inloopvoorzieningen sociaal en gezond (0-100) en een betere verbinding tussen lokale teams, de eerste lijn en de JGZ. Professionals zoals JGZ-verpleegkundigen en wijk-GGD’ers spelen hierin een rol. Ter ondersteuning van gemeenten en maatschappelijke partners zijn in 2024 tien bouwstenen ontwikkeld die partijen kunnen inzetten om de sociale basis te versterken.84 Binnen het HLO en het AZWA is afgesproken dat gemeenten en partners de komende jaren blijven inzetten op versterking van deze sociale basis.
Seksuele gezondheid VWS herziet de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg, zodat deze beschikbaar blijft voor mensen met een verhoogd risico op soa’s én die drempels ervaren tot reguliere zorg waardoor zij deze zouden mijden. Op preventiegebied zet VWS extra in op stimulering van condoomgebruik en het tegengaan van des- en misinformatie, bijvoorbeeld over anticonceptie.85 Samen met GGD’en, kennisinstituten en gemeenten ontwikkelt VWS een ketenaanpak seksuele gezondheid waarbij gemeenten samenwerken met professionals uit de domeinen zorg, publieke gezondheid, welzijn, onderwijs en veiligheid. Doel is een sluitende keten: van collectieve preventie tot (aanvullende) soa-zorg, die aansluit bij bestaande aanpakken en samenwerkingsverbanden. Deze ketenaanpak maakt deel uit van de langetermijnagenda van het AZWA. Daarnaast onderzoekt VWS of de wettelijke taak van gemeenten op het gebied van seksuele gezondheidsbevordering verder kan worden geconcretiseerd in de Wpg, als onderdeel van een wettelijk basistakenpakket publieke gezondheid.86
De strategie is tot stand gekomen in overleg met zorgverleners, onderzoekers en patiëntenorganisaties. Samen met deze partners werkt het ministerie tussen 2025 en 2030 aan het behalen van de vier doelen. Het vorig jaar gestarte ZonMw-kennisprogramma Vrouwspecifieke Gezondheid draagt bij aan het bouwen van een landelijk netwerk van zorgprofessionals, onderzoekers, patiëntenverenigingen, verzekeraars en werkgevers.83 Dit netwerk ontwikkelt een platform met betrouwbare informatie over vrouwspecifieke en -sensitieve aandoeningen, zodat vrouwen sneller de juiste zorg vinden. De Nationale Strategie Vrouwengezondheid wordt in 2026 uitgewerkt tot een concrete werkagenda.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 33
Verwachte extra beleidsinzet vanuit gemeenten Terugdringen van gezondheidsachterstanden Gemeenten spelen nu al een belangrijke rol in het verbeteren van gezondheid en het tegengaan van gezondheidsachterstanden. De komende jaren vragen we van hen deze inzet voort te zetten en waar mogelijk te versterken.
Seksuele gezondheid Vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) hebben gemeenten een belangrijk taak in preventieprogramma’s op het gebied van seksuele gezondheid. Gemeenten staan dicht bij hun inwoners en weten wat er leeft, bijvoorbeeld als er sprake is van ongewenste sexting op een middelbare school, op welke plaatsen inwoners zich fysiek of sociaal onveilig voelen of waar gemeenschappen samenkomen die meer risico lopen op soa. Voorlichting en advies aan jongeren en hun ouders/opvoeders over seksueel gedrag (soa’s, condoomgebruik, anticonceptie, sexting) is nu al een taak van gemeenten. Gemeenten geven hier wisselend invulling aan. Met de kennis en ervaring van (centra Seksuele Gezondheid van) de GGD worden gemeenten opgeroepen seksuele gezondheid structureel op te nemen in hun gezondheidsbeleid en te verbinden met thema’s als mentale gezondheid, (overmatig) middelengebruik, leefomgeving en sociale veiligheid. Dit kan bijvoorbeeld via voorlichting over chemsex87 of het plaatsen van condoom- en soa-testautomaten in de openbare ruimte. Gemeenten kunnen bijdragen door voldoende middelen te geven aan de GGD en/of jeugdgezondheidszorg, jongeren- en sociaal werkers te ondersteunen en samen te werken met sleutelfiguren, huisartsen en scholen. Expertise van de landelijke kennisinstituten Rutgers en Soa Aids Nederland is beschikbaar o.a. via Loket Gezond Leven.
GGD’en, gemeenten en het Rijk ontwikkelen samen een ketenaanpak om de seksuele gezondheid van inwoners te bevorderen en te beschermen. Daarbij werken professionals uit gemeenten, zorg, publieke gezondheid, welzijn, onderwijs en veiligheid lokaal en regionaal nauwer samen. De aanpak sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven en samenwerkingsverbanden, met als doel een sluitende keten van preventie tot (aanvullende) soa-zorg. Deze ketenaanpak maakt ook deel uit van de langetermijnagenda van het AZWA.
34 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Daarnaast onderzoekt het ministerie van VWS hoe de gemeentelijke taak rond seksuele gezondheidsbevordering concreter kan worden vastgelegd in de Wpg, als onderdeel van het wettelijke basistakenpakket publieke gezondheid. Meer informatie staat in de beleidsbrief Seksuele Gezondheid, gepresenteerd op 18 juni 2025 aan de Tweede Kamer.88
Een actievere samenleving Om meer mensen in beweging te krijgen, is lokaal maatwerk nodig: verschillende doelgroepen vragen om verschillende strategieën. Dit sluit aan bij bestaande akkoorden en het actieplan ‘Nederland beweegt’. Een eerste stap is beweging integreren in het dagelijks leven, bijvoorbeeld via fiets- en wandelvriendelijke infrastructuur, actieve schooldagen en beweegvriendelijke werkplekken (zie het hoofdstuk Gezonde leefomgeving). Ook een veilige woonomgeving is belangrijk, omdat een gebrek aan toegankelijke beweegmogelijkheden of hulpmiddelen – naast factoren als spierzwakte of medicijngebruik – het valrisico vergroot. Daarnaast moeten sport-, speel- en beweegaanbod laagdrempelig, dichtbij en passend zijn bij de behoeften van uiteenlopende groepen, zoals ouderen, kinderen met een beperking, jongeren en meisjes uit niet-westerse gezinnen.89
Gewenste uitkomsten op dit thema: ➔ ➔ ➔ ➔
Gezondheidsachterstanden kleiner tussen vrouwen en mannen Gezondheidsachterstanden kleiner tussen de wijken in één gemeente Meer regie op kinderwens Afname seksuele gezondheidsachterstanden
Acties en ambities voor de komende vier jaar Landelijk Versterken van de sociale basis door het verbeteren van de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten, zich te ontwikkelen en gebruik te maken van toegankelijke ondersteuning en voorzieningen (zonder indicatie). ■ Het Rijk werkt aan de doorontwikkeling van de beleidsagenda Gezondheid in alle beleidsdomeinen. ■ Vanuit de ontwikkelagenda bevolkingsonderzoek zet het Rijk in op gerichtere communicatie, laagdrempelige deelname en screening op maat. Doel: meer gezondheidswinst en het terugdringen van gezondheidsachterstanden. De pilots met een wijkgerichte aanpak (RIVM, gemeenten en GGD’en) worden waar mogelijk voortgezet en uitgebreid. ■ De komende jaren werkt het Rijk aan een toekomstbestendig stelsel voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en preventie. Dit gebeurt onder andere via een regionale en lokale ketenaanpak. Ook verkent het Rijk wettelijke verankering van ASG-taken (soazorg, PrEP-zorg, seksualiteitshulpverlening door GGD’en) en verduidelijking van gemeentelijke taken in de Wpg rond seksuele gezondheidsbevordering. ■ Het kabinet wil voorkomen dat mensen in armoede of schulden raken. Daarom stimuleert het kabinet het gebruik van regelingen waar mensen recht op hebben. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan een wetsvoorstel dit te stimuleren. ■
Lokaal Gemeenten stimuleren dagelijks bewegen door randvoorwaarden te creëren, bewustzijn te vergroten en te zorgen voor een toegankelijk sport-, speel- en beweegaanbod dat aansluit bij diverse (kwetsbare) doelgroepen. Uiterlijk eind 2026 beschikt 70% van de gemeenten over minimaal één inclusieve speeltuin (2024: 41%). Daarnaast intensiveren zij de samenwerking tussen sport- en (jeugd)zorgorganisaties om een integrale aanpak van gezondheid en beweging te realiseren, gericht op weerbaarheid, veerkracht en participatie. ■ In 2026 zet 65% van de gemeenten beweegcoaches of buurtsportcoaches in voor mensen met een beperking, chronische aandoening of gedragsproblematiek (2023: 60% beweegcoaches, 62% buurtsportcoaches). ■ Samen met zorgverzekeraars en andere partijen ontwikkelen en voeren gemeenten lokaal een domeinoverstijgende aanpak uit om gezondheidsachterstanden terug te dringen. Met AZWA middelen gebeurt dit specifiek in twintig stedelijke focusgebieden via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. ■ In 2026 beschikt elke gemeente over een wijkgerichte aanpak om gezondheidsachterstanden te verminderen, waarbij rolmodellen in de wijk worden ingezet voor voorlichting en als voorbeeldfunctie. ■
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 35
36 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Mentale gezondheid De verbinding tussen lichamelijke en mentale gezondheid is al eeuwenlang bekend. Inmiddels is dat ook concreet: een goede mentale gezondheid draagt bij aan een 15 tot 20 jaar langere levensverwachting.90 Mentaal gezonde mensen herstellen sneller bij lichamelijke klachten, kunnen beter een sociaal netwerk onderhouden en zijn ook economisch veerkrachtiger.91 Mentale problemen hebben niet alleen impact op het persoonlijke leven, maar ook maatschappelijke en economische gevolgen. Preventie ervan, en preventie van suïcide, begint met het versterken van mentale veerkracht en het voorkomen dat bestaande mentale klachten verergeren. Investeren in het versterken van mentale gezondheid is niet alleen waardevol voor het individu, maar ook voor het collectief.
Wat zijn de opgaven? Mentale gezondheid onder druk Monitors laten zien dat ongeveer 30% van de jongeren kampt met mentale problemen. In de periode 2020-2023 was dit percentage hoger; na de coronacrisis is wel sprake van enig herstel. Het aandeel mensen van 12 jaar en ouder met angst- of depressiegevoelens steeg van 36% in 2014 naar 44% in 2024 (49% van de vrouwen en 38,3% van de mannen). Vooral jongeren en jongvolwassenen hebben steeds vaker mentale klachten. Het versterken van hun mentale gezondheid blijft dan ook een speerpunt. Volgens de VTV 2024 zal de mentale gezondheid van Nederlanders in de toekomst verder onder druk komen te staan, waarbij vooral jongvolwassenen kwetsbaarder lijken door hoge maatschappelijke druk en zorgen, bijvoorbeeld over klimaatverandering en geopolitieke ontwikkelingen. Op basis van deze cijfers kan gesteld worden dat veel mensen in Nederland mentale problemen ervaren en onvoldoende mentaal veerkrachtig zijn om met tegenslagen als stress, langdurige somberheid of moeilijke periodes om te gaan. Er is nog veel winst te behalen.
Suïcidepreventie Een van de ernstigste gevolgen van mentale ongezondheid is suïcide. Het aantal suïcides in Nederland ligt al jaren rond de 1.900 per jaar, en bij jongeren van 10 tot 30 jaar is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak. Dagelijks overlijden in Nederland gemiddeld vijf mensen door suïcide. Het totaal aantal suïcidepogingen wordt geschat op minimaal 40.000 per jaar. Opvallend is dat 60% van de mensen die overlijden door suïcide niet in beeld is bij de geestelijke gezondheidszorg. De cijfers voor specifieke groepen laten een zorgwekkend beeld zien: • Jongeren tot 30 jaar: een stijging van 212 sterfgevallen in 2014 naar 299 in 2024 (2022: 308). • Mensen van middelbare leeftijd (40–69 jaar): 950 sterfgevallen in 2024 (2022: 1023). • Ouderen (70+): 336 sterfgevallen in 2024 (2022: 336). • Bijna de helft van de Nederlandse lesbische, homo- en biseksuele (LHB)-volwassenen en jongeren heeft ooit gedachten over zelfdoding gehad. Dit is ruim 5 keer vaker dan in de algemene volwassen bevolking.92
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 37
Naast individuele risicogroepen zijn er – net als bij mentale gezondheid – ook sectoren waar verhoogde risico’s zichtbaar zijn. Suïcide komt relatief het vaakst voor onder mensen die een arbeidsongeschiktheids-, bijstands-, werkloosheids-, ziektewet- of andersoortige uitkering ontvangen.93 Jaarlijks lopen ruim 144.000 werknemers rond met suïcidale gedachten. De industrie, de bouw en de vervoer- en transportsector hebben zowel in relatieve als in absolute zin hoge suïcidecijfers en vormen daarmee een belangrijke doelgroep voor preventie. Ook zien we in de agrarische sector een vraagstuk ten aanzien van mentale gezondheid.94 Preventie van suïcide begint met het versterken van mentale veerkracht en het voorkomen dat klachten verergeren. Suïcidepreventie is niet alleen een zorgthema, maar onderdeel van een breed maatschappelijk vraagstuk: de mentale volksgezondheid van Nederland. Suïcidepreventie raakt alle haarvaten van de samenleving: van organisaties tot onderwijs, van huisarts tot bedrijfsarts, van schuldhulpverlening tot werkgevers, familie, collega’s en vrienden. Met de inwerkingtreding van de Wet integrale suïcidepreventie krijgt suïcidepreventie een vaste plek binnen het bredere beleid rond mentale gezondheid. De Wet integrale suïcidepreventie ondersteunt en stimuleert deze brede verantwoordelijkheid.
Huidige beleidsinzet vanuit het Rijk Werken aan het vergroten van mentale veerkracht De afgelopen periode is vanuit verschillende trajecten gewerkt aan de gezamenlijke inzet op het verbeteren van mentale gezondheid. Deze trajecten vormen de basis voor gesprekken en verdere acties. Het Actieprogramma mentale gezondheid en ggz (gereed eind 2025) bevat onder meer maatregelen om de mentale veerkracht te versterken en knelpunten tussen stelsels op te lossen, steeds met het perspectief van de mensen om wie het gaat als uitgangspunt. Binnen het thema ‘Versterken van mentale veerkracht’ van het actieprogramma wordt met de betrokken partijen voortgebouwd op onderdelen van de aanpak ‘Mentale gezondheid: van ons allemaal’. De inzet op de leefomgevingen maatschappij, buurt, onderwijs, werk en online wordt aangevuld met de thuisomgeving. Aan de aanpak ‘mentale gezondheid: van ons allemaal’ hebben de afgelopen jaren - naast de ministeries van VWS, OCW, SZW en BZK - ook zorg- en welzijnsorganisaties, de VNG en gemeenten meegewerkt. Met het GALA, dat gedurende de looptijd van de aanpak tot stand is gekomen, hebben gemeenten een extra impuls gekregen om in te zetten op mentale gezondheid. Dat doen ze bijvoorbeeld door dit onderwerp te koppelen aan beleid op andere terreinen zoals bewegen, sport, cultuur en het tegengaan van eenzaamheid.
Digizo.nu Diverse digitale en hybride zorgvormen kunnen de mentale gezondheid ondersteunen, zowel preventief als tijdens de behandeling en nazorg. Voorbeelden zijn apps zoals SAM, NiceDay en SuperBrains die gebruikers helpen omgaan met psychische klachten. Ook bestaan er eHealth-platformen met modules voor bijvoorbeeld het verminderen van alcoholgebruik, vaak zonder tussenkomst van een behandelaar. Daarnaast kunnen Virtual Realitytoepassingen helpen bij de behandeling van angst en trauma. Om deze toepassingen sneller op te schalen, zijn ze voor iedereen beschikbaar via Digizo. nu. (Zie daar de Transformatieagenda.)
38 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
De YETS-aanpak De YETS-aanpak (Youth Empowerment Through Sports) richt zich op jongeren van 12 tot 18 jaar die risico lopen op uitval, bijvoorbeeld door schoolverzuim of een kwetsbare thuissituatie. Basketbal is het middel om hen te verbinden met hun omgeving en intensief te begeleiden op school, in de wijk en thuis. Coaches zijn positieve rolmodellen en ondersteunen zowel de sportieve als de persoonlijke ontwikkeling. Het programma, dat minimaal twee schooljaren loopt, combineert trainingen met huiswerkbegeleiding, groepsgesprekken en maatschappelijke activiteiten. In nauwe samenwerking met scholen, gemeenten en maatschappelijke partners versterkt YETS het zelfvertrouwen, sociale vaardigheden en kansen van jongeren. Zo draagt sport bij aan een gezonde leefstijl en voorkomt uitval.
Suïcidepreventie Een aanpak op minder suïcides loopt al langer en kent een wettelijke verankering in de Wet integrale suïcidepreventie. Samen met de VNG en Stichting 113 Zelfmoordpreventie is gewerkt aan de inwerkingtreding van deze wet per 1 januari 2026. Het is goed om bestuurlijk over het samenwerken aan minder suïcides te blijven praten en dit te positioneren binnen de keten van mentale gezondheid. Rijk en gemeenten overleggen verder via de interdepartementale stuurgroep over de uitvoering van het brede en samenhangende suïcidepreventiebeleid waar de wet toe oproept. Stichting 113 Zelfmoordpreventie is de inhoudelijk adviseur van deze stuurgroep.
Extra beleidsinzet vanuit het Rijk Ketenaanpak mentale gezondheid Omdat de mentale gezondheid van mensen gebaat is bij bestaanszekerheid, de leefomgeving en het onderwijs, wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Met onder andere gemeenten is een ketenaanpak in ontwikkeling (mentale gezondheid in alle beleidsdomeinen).95 Zo kunnen beleidsmakers, zorg- en ondersteuningsprofessionals en uitvoeringsdiensten gezamenlijk werken aan mentale gezondheid – van preventie tot herstel en nazorg. Het netwerk van mentale gezondheid richt zich op: • goede regionale en lokale samenwerking en het delen van informatie en kennis; • aansluiting tussen de verschillende schakels in de keten; • het centraal stellen van cliënten en risicogroepen, met snelle signalering en passende hulp op het juiste moment; Om de keten mentale gezondheid & ggz verder te versterken, wordt ingezet op het Actieprogramma mentale gezondheid en ggz. Voor de lokale invulling van deze keten zijn het AZWA en het Actieprogramma mentale gezondheid en ggz richtinggevend. Dit programma bouwt voort op het AZWA en werkt aan de aanpak van knelpunten op de overgang van de verschillende stelsels in de keten, juist bezien vanuit de mensen om wie het gaat.
Die knelpunten zijn groot: de manier waarop we nu preventie, ondersteuning en zorg organiseren - verdeeld over systemen, wetten en financiers – sluit vaak niet aan bij de realiteit van mentale problemen en psychisch lijden. Daarom zet het actieprogramma voor nu in op vijf domeinoverstijgende thema’s: (1) versterken mentale veerkracht, (2) laagdrempelige ondersteuning, (3) wachttijdondersteuning, (4) overgang jeugd-ggz naar volwassen-ggz en (5) client- en waakvlam ondersteuning. In het eerste thema zullen ook elementen uit de aanpak “Mentale gezondheid: van ons allemaal” doorgaan. Ook kijkt het ministerie van VWS naar een verbinding vanuit het actieprogramma met de nationale strategie vrouwengezondheid. Begin september 2025 is er een contourenbrief naar de TK gestuurd met de hoofdlijnen van dit actieprogramma. Het Actieprogramma mentale gezondheid & ggz wordt eind 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. In het AZWA zijn aanvullende afspraken gemaakt over sterkere samenwerking tussen het sociaal en medisch domein, ook op het gebied van mentale gezondheid. Gedurende de looptijd van deze landelijke nota zullen ongetwijfeld nieuwe programma’s, adviezen en trajecten ontstaan, waarbij Rijk en gemeenten nadere afspraken maken.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 39
IZA/AZWA: Laagdrempelige steunpunten, mentale gezondheidsnetwerken en (mentaal) gezonde school In het IZA, en recent in het AZWA, is afgesproken dat er een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten komt. Zo kan iedere inwoner dichtbij terecht voor passende ondersteuning. De steunpunten zijn toegankelijk voor iedereen, ook voor mensen met ernstige psychische kwetsbaarheid. Mentale gezondheidsnetwerken – met het aanbieden van het verkennend gesprek (VG) als een van de functies – worden ontwikkeld tot landelijke basisfunctionaliteit. Daarnaast werkt elke gemeente aan de Gezonde School-aanpak, met speciale aandacht voor mentale gezondheid. Meer informatie en een handreiking staan op de website van de VNG: Realisatie IZA-afspraak laagdrempelige steunpunten: handvatten voor de regio’s | VNG
Nieuwe Wet integrale suïcidepreventie Per 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Deze wet verplicht het Rijk tot samenhangend beleid, met het ministerie van VWS als coördinator. Elke vier jaar werken de betrokken ministeries dit beleid nader uit in de landelijke nota gezondheidsbeleid. Vanuit deze nota volgt de expliciete opdracht aan gemeenten om ook lokaal een brede en samenhangende aanpak voor suïcidepreventie te ontwikkelen. Het Rijk voegt vanaf 2026 jaarlijks €10 miljoen via een Algemene Uitkering toe aan het Gemeentefonds om deze taak te ondersteunen. Het belang van gezamenlijke verantwoordelijkheid is niet nieuw: er bestaat al interdepartementale samenwerking. Nieuw is dat gemeenten en andere stakeholders nu expliciet onderdeel worden van deze gezamenlijke aanpak.
Verwachte extra beleidsinzet vanuit gemeenten Lokaal en domeinoverstijgend de mentale gezondheid verbeteren Rijk en gemeenten staan samen voor de taak om de mentale gezondheid duurzaam te verbeteren, met speciale aandacht voor jongeren en andere risicogroepen. Het is belangrijk mentale gezondheid zichtbaar en bespreekbaar te maken en inwoners handelingsperspectief te bieden om voor zichzelf of voor een ander aan de slag te gaan. De meest effectieve aanpak vindt plaats in samenspraak met mensen zelf en met een aanbod dichtbij de leef- of woonomgeving. Domeinoverstijgend (samen)werken aan het bevorderen van de mentale gezondheid op terreinen als onderwijs, cultuur, sport en infrastructuur is daarom cruciaal. De landelijke inzet ondersteunt gemeenten bij deze opgave.
Beweging en sport voor mentale gezondheid Beweging en sport versterken niet alleen de fysieke gezondheid, maar vormen ook een krachtig middel om de mentale gezondheid te verbeteren. Ze bieden bijvoorbeeld rust, zorgen voor ontmoeting en sociale binding en versterken zelftrouwen en veerkracht. Vooral (mentaal) kwetsbare jongeren vergroten hiermee hun eigenwaarde, veerkracht en sociale contacten.96 Om deze meerwaarde optimaal te benutten, is het belangrijk dat sportorganisaties intensiever samenwerken, zowel onderling als met buurtinitiatieven en (jeugd)zorgorganisaties. Door het sociaal en medisch domein te verbinden met de bestaande sport- en beweeginfrastructuur bereiken en ondersteunen we meer mensen in een gezonde leefstijl. Denk aan wijkinitiatieven rondom sport, gezondheidsmetingen bij risicogroepen en nauwere samenwerking met huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten, leefstijlloketten, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en jeugdhulporganisaties. Naast erkende interventies (zie kader) leveren ook lokale initiatieven waardevolle inzichten op. Onderzoek van het Mulier Instituut laat zien dat een veilige omgeving, goede samenwerking tussen partners en deskundige begeleiding cruciaal zijn om sport en bewegen effectief in te zetten voor mentale gezondheid.97
40 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Benut erkende interventies Organisaties en gemeenten die meer bewegen willen stimuleren, kunnen gebruikmaken van de database sport- en beweeginterventies.98 Deze aanpakken zijn elders in het land al succesvol toegepast en lenen zich goed voor maatwerk in de praktijk. Zo hoeven organisaties niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Voorbeelden van interventies die sport inzetten om weerbaarheid te vergroten en school- of maatschappelijke uitval te voorkomen zijn: Futsal Chabbab, Youth Empowerment Through Sports (YETS), Move a-Head 1+1=3, Boksend Opvoeden, Respons en Schooljudo.
Suïcidepreventie Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven, treedt per 1 januari 2026 nieuwe wetgeving in werking. Het doel van de wet is duidelijk: een brede en samenhangende lokale strategie waarin ervaringskennis een plek krijgt. Gemeenten kunnen ervaringsdeskundigen, naasten en nabestaanden betrekken bij de planvorming én meenemen als risicogroep in lokale plannen voor nazorg. Daarmee starten zij vroegtijdig en dichtbij met het voorkomen van suïcides. Het is aan gemeenten om zelf te bepalen hoe zij de financiële middelen inzetten en in welke vorm zij dit beleid gaan uitvoeren. In de jaren 2025 en 2026 worden gemeenten vanuit de VNG – samen met GGDGHORNL en Stichting 113 Zelfmoordpreventie – ondersteund hoe vorm en inhoud aan de nieuwe taakopdracht te geven. Gemeenten wordt meegegeven om in de uitwerking van beleid aan het uitgangspunt ‘van, voor en door de doelgroep’ invulling te geven. Sportverenigingen, studenten organisaties maar ook bibliotheken en buurthuizen kunnen daarin als vindplaats fungeren. Gemeenten kunnen deze samenwerking vormgeven door aan te sluiten bij bestaande infrastructuren (brede aanpak mentale gezondheid) en te werken met bewezen effectieve modellen. Door dit regionaal samen te organiseren, kunnen budget en capaciteit beter worden benut.
Deze strategie vraagt samenwerking tussen zorgverleners, ervaringsdeskundigen, naasten en professionals binnen én buiten het zorgdomein, zoals in onderwijs, sociaal domein, bij werkgevers en in sportverenigingen. Bestaande lokale netwerken laten zien dat tijd, structurele middelen en een lokale coördinator cruciaal zijn voor succes.99 De IGJ geeft aanbevelingen hoe een integrale aanpak lokaal vorm te geven, die ook in de aanpak van Stichting 113 Zelfmoordpreventie terugkomen. Het gaat dan om de volgende bouwstenen: • Formele en informele netwerken combineren (zorgverleners, scholen, sportclubs, buurthuizen, bibliotheken). • Ervaringskennis verankeren in beleid en uitvoering. • Lokale coördinator aanstellen om samenwerking structureel te organiseren. • Gebruikmaken van landelijke kennis en modellen, zodat gemeenten niet zelf het wiel hoeven uit te vinden. • Lokale situatie in kaart brengen van risicofactoren, beschermende factoren en risicogroepen. • Samenwerking domeinoverstijgend vormgeven door het opzetten van een netwerksamenwerking waarin sociaal domein, onderwijs, werkgevers, sportverenigingen, medisch domein samenwerken. • Vroeg signaleren van risicogroepen door te trainen en samen te werken in het herkennen en benaderen van risicogroepen en laagdrempelige ondersteuning vorm te geven.
• Werk met campagnes om het taboe over praten over zelfdoding te doorbreken en het durven vragen naar suïcidale gedachten te stimuleren. • Werp belemmeringen op waardoor er een barrière komt op het toegang tot middelen. • Veilige berichtgeving stimuleren door mediarichtlijnen. Naast bovenstaande, wordt gemeenten aanbevolen gebruik te maken van de kennis en producten die vanuit de eerdere en volgende landelijke agenda’s suïcidepreventie beschikbaar zijn en verder ontwikkeld worden. Op de website van Stichting 113 Zelfmoordpreventie kunnen gemeenten handvatten vinden om in hun beleidsvorming te gebruiken.100 Eind 2025 ontvangt elke GGD-regio een overzicht met landelijke en regionale cijfers over suïcides die mee kunnen worden genomen bij de beleidsvorming in de regio’s. Achterin deze landelijke nota staan inspirerende voorbeelden, interventies en modellen die helpen vervolgstappen te zetten.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 41
- Het uitvoeren van de vierde landelijke agenda suïcidepreventie en het lanceren van een nationale communicatiestrategie. - Training van meldkamercentralisten van de politie in suïcidepreventie en meer aandacht voor dit thema in het politieonderwijs. - Evaluatie van de handreiking suïcidepreventie voor COA-medewerkers (2026) en het zo nodig aanpassen daarvan. - Binnen de alliantie Gezondheidszorg op Maat101 onderzoeken we hoe COC en Stichting 113 hun samenwerking kunnen versterken om suïcides onder lhbtq+ personen te voorkomen.
Gewenste uitkomsten op dit thema ➔ Mentale gezondheid van de Nederlandse bevolking is verbeterd door versterking van de mentale veerkracht ➔ Verlaging aantal verslaafden ➔ Minder suïcides in Nederland, met name trendbreuk op de groep jong volwassenen
Acties en ambities voor de komende vier jaar Landelijk Het Rijk blijft investeren in het versterken van de mentale veerkracht van mensen via een domeinoverstijgende aanpak (zie afspraken GALA en AZWA). Eind 2025 zal in het Actieprogramma Mentale gezondheid en ggz duidelijk worden of en hoe elementen uit Mentale Gezondheid: van ons allemaal doorgaan. ■ Het meer verbinden van de beleidsinzet mentale gezondheid en veerkracht met het beleid op het terrein van bijvoorbeeld onderwijs, cultuur, sport, infrastructuur (mentale gezondheid in alle beleidsdomeinen). ■ Via deze landelijke nota werkt het Rijk aan een brede en samenhangende aanpak van suïcidepreventie, met aandacht voor risicogroepen zoals mensen met ernstige geld zorgen, de agrarische sector, mensen met gokproblematiek, jeugd en jongeren: - Het Rijk richt samen met VNG en Stichting 113 een landelijke monitor in om het aantal suïcides in Nederland te volgen, input te genereren voor de jaarlijkse voortgangsrapportages en gemeenten te helpen keuzes te maken in hun beleid. - De naamsbekendheid van hulplijn 113 Zelfmoordpreventie groeit en is onderdeel van laagdrempelige steun aan mensen met suïcidale gedachten. - Er komt een nieuw ZonMw-onderzoeksprogramma suïcidepreventie. - Verdieping van kennis over de relatie tussen gokproblematiek en suïcide en verbreding van het kansspelbeleid.
Door de bescherming tegen gokgerelateerde schade centraal te stellen, verkleinen we deze risicofactor. - Verbreden van de doelgroep van Taboer en onderzoeken of ook mensen in de periferie van de agrarische sector hier ondersteuning kunnen krijgen. ■
42 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Lokaal Gemeenten blijven werken aan het versterken van de mentale veerkracht van mensen vanuit een domeinoverstijgende benadering (zie afspraken GALA en AZWA). ■ Gemeenten werken regionaal samen vanuit een brede, structurele en samenhangende aanpak suïcidepreventie. ■ (Zorg)professionals en organisaties vergroten hun kennis en inzicht in de factoren die de mentale gezondheid beïnvloeden en kunnen leiden tot suïcidale gedachten of suïcides en hoe preventief te handelen. ■ Op basis van deze nota werken gemeenten aan een brede en samenhangende aanpak van suïcidepreventie. Zij verbinden daarbij verschillende beleidsdomeinen en geven extra aandacht aan risicogroepen. ■
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 43
44 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Vitaal ouder worden Nederlanders worden steeds ouder, en een zestigplusser van nu is veel vitaler dan een zestiger in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Veel ouderen blijven ook na hun pensioen vitaal en leveren een waardevolle bijdrage aan de samenleving. Toch komt ouderdom met gebreken en neemt het aantal ouderen dat hulp, ondersteuning en zorg nodig heeft bijna exponentieel toe. ‘De grootste maatschappelijke verandering voor de volksgezondheid’ volgens de VTV. Daarmee groeit de urgentie om de gezondheid en zelfstandigheid van ouderen te versterken. Vitaal ouder worden gaat niet alleen om langer leven, maar vooral om gezond, zelfstandig en betekenisvol leven. Goede medische zorg is daarbij niet genoeg: ook de fysieke en sociale leefomgeving spelen een cruciale rol.
Wat zijn de opgaven? Vitaliteit behouden en bevorderen In Nederland zijn er momenteel 3,6 miljoen 65-plussers, waaronder bijna 900.000 80-plussers. Dit aantal stijgt de komende decennia sterk: in 2050 gaat het om circa 4,8 miljoen 65-plussers, van wie 1,94 miljoen 80 jaar of ouder.102 Met deze vergrijzing nemen ook chronische en geriatrische aandoeningen en comorbiditeit (het tegelijkertijd voorkomen van meer dan één aandoening) toe. Naar verwachting hebben in 2025 bijna 4,5 miljoen ouderen minstens één chronische aandoening.103 Verbetering van leefstijl kan het risico op zo’n 80% van de meest voorkomende ziekten – waaronder hart- en vaatziekten, diabetes type 2, beroerte, dementie en bepaalde vormen van kanker – verlagen.104
Valrisico Een gezonde leefomgeving is essentieel om een gezonde leefstijl bij ouderen te ondersteunen. Een groot risico waarbij de omgeving een rol speelt, is vallen: jaarlijks belanden ruim 112.000 ouderen (65+) hierdoor op de Spoedeisende Hulp105 – een aantal dat door vergrijzing zal stijgen.
Eenzaamheid Leven en ouder worden in een sociale omgeving is cruciaal. Ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig en gezond thuis blijven wonen, daarbij is het nodig dat er een sociaal netwerk is en voorzieningen dichtbij. Zonder stevige sociale structuren neemt het risico op eenzaamheid, beperkte participatie en gezondheidsproblemen toe. Bij gelijk beleid groeit het aantal sterk eenzame mensen tot 2050 van 6,8 naar 7,6 miljoen, vooral door de toename van eenzame 75-plussers.106 Langdurige eenzaamheid vergroot de kans op mentale en lichamelijke aandoeningen zoals depressie, hart- en vaatziekten, beroerte en dementie.107
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 45
Dementie Dementie zal naar verwachting in 2050 de grootste ziektelast veroorzaken, de belangrijkste doodsoorzaak worden en de duurste aandoening zijn, met zorgkosten boven de €23 miljard – een stijging van 150% ten opzichte van 2022.108 Zo wordt verwacht dat in 2050, 506.000 mensen dementie hebben.109 Erfelijke factoren spelen een rol, maar ook leefstijl heeft invloed.110 Risicofactoren zijn onder meer hoge bloeddruk, ongezonde voeding, inactiviteit, roken, alcoholgebruik en gebrek aan cognitieve uitdaging. Ook de fysieke en sociale omgeving, zoals luchtvervuiling en sociaal isolement, spelen hierbij een rol.
Huidige beleidsinzet vanuit het Rijk Wonen in de eigen leefomgeving Zelfstandig wonen hangt niet alleen af van de woning, maar ook van de inrichting van de buurt en de aanwezigheid van voorzieningen. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en het doen van dagelijkse boodschappen ondersteunt de zelfstandigheid van ouderen. Bereikbaarheid van arts, supermarkt en andere voorzieningen is daarbij cruciaal. De Wet versterking regie volkshuisvesting verplicht gemeenten maatregelen te nemen om sociale samenhang te bevorderen, de kwaliteit van de buitenruimte te verhogen, en de leefomgeving toegankelijk en bereikbaar te maken – zowel bij nieuwbouw als bij bestaande wijken. Wanneer ouderen fysieke beperkingen krijgen, neemt hun afhankelijkheid van anderen toe. Omdat ouderen minder veilig autorijden en fietsen, zijn loopafstanden en goed openbaar vervoer bepalend voor een geschikte leefomgeving. De Nationale Dementiestrategie 2021-2030 benadrukt het belang van een dementievriendelijke samenleving. Dat betekent een omgeving die bewegen en ontmoeten stimuleert, met toegankelijke voetpaden, voldoende rustplekken en een sociaal veilige sfeer. Sociale uitsluiting vergroot het risico op dementie en wordt internationaal geschat als oorzaak bij zo’n 5% van de gevallen.111,112