260115 Raadsinformatiebrief planning herziening gezondheidsbeleid - bijlage 1
Tekst van het document
Samen werken aan gezondheid Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 Samen gezond, fit en veerkrachtig
Inhoudsopgave Inleiding
4
Visie op gezondheid
6
Kansrijk opgroeien
17
Terugdringen van gezondheidsachterstanden
29
Mentale gezondheid
37
Vitaal ouder worden45 Gezonde leefomgeving
51
Bijlage Inspiratiehoek suïcidepreventie
58
Bijlage afspraken uit het AZWA
61
Eindnoten
64
Samen werken aan gezondheid | Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2025 - 2028 3
Inleiding Vooruitkomen in het leven begint met opgroeien, ontwikkelen en leven in zo goed mogelijke gezondheid: lichamelijk, mentaal en sociaal. Ook onze samenleving als geheel is gebaat bij goede volksgezondheid. De overheid speelt daarbij op verschillende manieren een rol. Om vorm en inhoud te geven aan die rol, ligt hier de Landelijke nota gezondheidsbeleid. Elke vier jaar publiceert de minister van VWS – of in dit geval de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport – deze nota. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke plicht hiertoe uit artikel 13 Wet publieke gezondheid (Wpg). Voor de jaren 2025-2028 beschrijft deze nota de uitdagingen en prioriteiten op het gebied van volksgezondheid en preventie. De nota beoogt gemeenten en de regionale en lokale partners te inspireren en houvast te bieden voor het regionale en lokale gezondheidsbeleid dat op zijn minst even belangrijk is als het landelijke. De wet vraagt immers binnen twee jaar na het uitkomen van deze landelijke nota om een lokale reflectie op de landelijke prioriteiten via een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. De gezondheidsuitdagingen van deze tijd zullen de lezer niet verrassen: vergrijzing is een van de grootste met een brede maatschappelijke impact. Het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen verschillende inkomensgroepen én tussen vrouw en man blijft aandacht vragen.
De gevolgen van een ongezonde leefstijl en de afnemende mentale gezondheid – vooral bij jonge mensen – staan ook hoog op de prioriteitenlijst. Daarnaast is aandacht nodig voor een gezonde leefomgeving in een steeds dichterbevolkt land en voor de gevolgen van klimaatverandering op gezondheid. De Volksgezondheid Toekomstverkenning (VTV, 2024) van het RIVM beschrijft deze gezondheidsopgaven.1 Ook signaleert de VTV dat de toegankelijkheid van zorg onder druk staat door onder andere de toenemende vraag, oplopende kosten, groeiende personeelstekorten en beperkte mantelzorgcapaciteit.
4 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
De nota bevat vijf hoofdthema’s: • Kansrijk opgroeien: met aandacht voor de ketenaanpak Kansrijke Start en de leefstijl van jongeren. • Terugdringen van gezondheidsachterstanden: gericht op het verkleinen van verschillen en het versterken van gezondheidsvaardigheden. • Mentale gezondheid: met nadruk op een gezonde en veerkrachtige samenleving en het nieuwe thema suïcidepreventie. • Vitaal ouder worden: aansluitend bij de gevolgen van de vergrijzing. • Gezonde leefomgeving: over de inrichting van de fysieke en sociale leefomgeving. Voordat elk van deze thema’s in een hoofdstuk wordt uitgewerkt, worden de algemeen toegepaste zes uitgangspunten van publieke gezondheid beschreven in een visie op gezondheid.
Totstandkoming van de nota
Aanvullende aandachtsgebieden
Deze Landelijke nota gezondheidsbeleid is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), GGD GHOR Nederland en een brede afvaardiging van gemeenten en GGD’en. Daarnaast is afgestemd met een brede groep aan partners zoals Actiz, het RIVM en Zorgverzekeraars Nederland. Via een expert- en stakeholderbijeenkomst is input opgehaald uit het werkveld en er is via klankbordgroepen afgestemd met achterbannen. Daarnaast is de brede interdepartementale stuurgroep Impact op Gezondheid betrokken en hebben in die hoedanigheid de werkgroepleden meegelezen. Waar relevant is met de betrokken departementen afgestemd. Dankzij deze brede samenwerking kan de nota rekenen op een breed draagvlak. Het is een gezamenlijke agenda die de verbinding legt tussen landelijke prioriteiten en lokale uitvoering. Daarmee vormt de nota een stevig fundament om samen met alle partners verder te bouwen aan gezondheid en preventie.
Naast de gezondheidsopgaven uit de VTV vraagt deze nota extra aandacht voor enkele urgente thema’s die nog onvoldoende belicht zijn: dalende vaccinatiegraden, seksuele gezondheid en suïcidepreventie.
Een overkoepelend kompas De afgelopen jaren hebben Rijk, gemeenten, GGD’en, JGZ-uitvoerders, zorgverzekeraars en tal van andere partners al veel geïnvesteerd in deze thema’s. De afspraken en ambities uit het Nationaal Preventieakkoord en Sportakkoord I zijn verbreed en samengebracht in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Sportakkoord II en de Samenhangende preventiestrategie.2 Ook in het Integraal Zorgakkoord (IZA) is gezondheid nadrukkelijk meegenomen, waarbij de samenwerking tussen sociaal en medisch domein centraal staat.3 Het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) bouwt hierop voort.4 Dit akkoord bevat afspraken en structurele financiering om de samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en andere partners verder te versterken. Het doel is een duurzame sociale basisinfrastructuur met voorzieningen die bijdragen aan gezondheid en welzijn, en nieuwe financieringsmechanismen voor preventieve maatregelen die zorgkosten besparen. De Landelijke nota gezondheidsbeleid sluit dus aan bij bestaande initiatieven en zet deze kracht bij. Preventie is een zaak van de lange adem: veranderingen vragen tijd, vasthoudendheid en gezamenlijke inspanning. De nota biedt daarbij een overkoepelend kompas met een langetermijnperspectief en een brede benadering van gezondheid.
De dalende vaccinatiegraad onder kinderen en jongeren leidt steeds vaker tot uitbraken van ziekten als mazelen en tot sterfte door kinkhoest. Dit vraagt om extra inzet om de vaccinatiebereidheid te vergroten. Ook de seksuele gezondheid staat onder druk. Het aantal soa-diagnoses stijgt, terwijl het gebruik van condooms en anticonceptie afneemt. Daar komt bij dat de daling van hiv-infecties stagneert en de cijfers van seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag hoog blijven. Daarnaast neemt het aantal suïcides in Nederland toe. Preventie is mogelijk én noodzakelijk. Om die reden is suïcidepreventie recent verankerd in de Wet publieke gezondheid. Gemeenten hebben daarmee de wettelijke taak om lokaal beleid te ontwikkelen op dit thema.
Leeswijzer Na de visie op gezondheid worden in elk hoofdstuk (kansrijk opgroeien, terugdringen van gezondheidsachterstanden, mentale gezondheid, vitaal ouder worden en gezonde leef omgeving) achtereenvolgens de opgaven benoemd, waar relevant en mogelijk concreet gemaakt met cijfers. Vervolgens staat beschreven wat de Rijksoverheid aan beleidsinzet pleegt en wat de komende periode aan extra inzet wordt verwacht. De verwachte inzet vanuit gemeentelijk beleid wordt geschetst en biedt hopelijk houvast en inspiratie ook voor de gemeentelijke nota’s gezondheidsbeleid. Elk hoofdstuk sluit af met een overzicht van de ambities en acties voor de komende periode, zowel landelijk als regionaal/lokaal. Er is gekozen hierbij geen doelstellende cijfers te benoemen; wel wordt de beoogde trend beschreven. In deze nota staan in blauwe kaders de lokale praktijkvoorbeelden die ter inspiratie kunnen dienen voor andere gemeenten of regio’s. In roze kaders staan onderwerpen die extra aandacht behoeven zoals vaccinatiegraden, seksuele gezondheid en suïcidepreventie.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 5
Visie op gezondheid Gezondheid (fysiek, mentaal en sociaal) vormt de basis voor welzijn, participatie en brede welvaart. En wat betreft al die aspecten gaat het goed met Nederland. Ons land mag zich volgens de Bloomberg Global Health Index tot de top 10 van gezondste landen ter wereld rekenen.5 In het World Happiness Report van 2025 bezet Nederland de vijfde plaats en Unicef rapporteerde dit jaar dat Nederland het hoogste scoort op de ranglijst van welvarende landen als het gaat om het welbevinden van kinderen. Om deze in het algemeen goede gezondheid te behouden, is het nodig dat Nederland zich (beter) voorbereidt op een aantal grote gezondheidsopgaven, zo is te lezen in de Volksgezondheid Toekomstverkenning 2024. De vergrijzing, de ongelijke kansen op gezondheid en de veranderingen in leefstijl maken dat gezondheid blijvende aandacht vraagt. Een integrale aanpak en samenwerking tussen verschillende partijen is nodig, met een verschuiving in focus van ziekte en zorg naar gezondheid en welzijn, en naar meer balans tussen individueel en collectief. Zo bouwt Nederland aan een samenleving met voor iedereen de kans op een gezond en veerkrachtig leven.
6 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Gezondheid is zowel een individuele zaak als een collectieve verantwoordelijkheid. Het begint bij eigen initiatief en bewustwording: wat doe je zelf om gezond te blijven? Tegelijk vraagt gezondheid om het vermogen je aan te passen en regie te voeren binnen sociale, fysieke en emotionele uitdagingen.6 Gezond zijn betekent meer dan niet-ziek-zijn; het gaat om kwaliteit van leven. Gezonde keuzes maken is niet voor iedereen en voor elk moment in het leven even voor de hand liggend. Armoede, stress en een onveilige omgeving beperken de mogelijkheden en kunnen leiden tot gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen. Daarom is het nodig te zorgen dat condities waarin iedereen gezond kan leven en mee kan doen overal voorhanden zijn. De fysieke en maatschappelijke context spelen een bredere rol in gezondheidsbeleid. Dit is ook terug te vinden in het begrip ‘brede welvaart’, waarbij welvaart meer omvat dan het economische aspect.7 Deze brede kijk vormt de basis van Positieve Gezondheid: niet de ziekte, maar een betekenisvol, zelfredzaam en vitaal leven staat centraal.8 Een gezonde samenleving stelt mensen in staat regie te nemen en veerkrachtig te zijn. De maatschappelijke context is hierbij essentieel (zie figuur 1). Effectief gezondheidsbeleid vraagt dus aandacht voor de maatschappelijke context en systemische factoren die gezondheid beïnvloeden.
Veel gezondheidsproblemen ontstaan buiten het zorgdomein en moeten dáár worden aangepakt: op beleidsterreinen als wonen, werk, onderwijs, milieu, economie en mobiliteit. Gezondheid is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid. Aandacht voor gezondheid in andere beleidsdomeinen is dan ook een van de belangrijkste uitgangspunten van deze landelijke nota.
Figuur 1 Brede determinanten van gezondheid (RIVM)
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 7
Uitgangspunten publieke gezondheid
1.
2.
3.
Gezondheid in alle beleidsdomeinen
Van ziekte en zorg naar gezondheid en welzijn
Verbinding tussen het sociale, het welzijns- en het gezondheidsdomein
4.
5.
6.
Werken vanuit leefomgevingen met de Samenhangende preventiestrategie
Van incidenteel naar structureel: een toekomstbestendig gezondheidsstelsel
Naar een investeringsmodel voor preventie
8 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
In deze Landelijke nota gezondheidsbeleid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
1.
Hittestress in Hardenberg: groene en koele speelplekken Na de bijna-overstroming in 2024 vergroent Hardenberg actief haar speeltuinen, veldjes en ontmoetingsruimtes. Zo werkt de gemeente tegelijk aan klimaat bestendigheid én gezondheid. Met een Buitenruimteplan en de Omgevingsvisie zet Hardenberg in op een betere leefomgeving. Daarbij volgt de gemeente vier sporen: beleid, onderzoek, communicatie en uitvoering. Een concreet voorbeeld is het project koele speelplekken. Naast fysieke aanpassingen onderzoekt de gemeente ook hoe effectief de maatregelen zijn tegen hittestress.
Gezondheid in alle beleidsdomeinen
In een samenleving waarin gezondheid voor iedereen telt, is aandacht voor de condities waarin mensen gezond kunnen leven en meedoen. Daarom streven we ernaar gezondheid zoveel als mogelijk structureel mee te wegen als criterium bij de besluitvorming in álle beleidsdomeinen. Het bevorderen en beschermen van gezondheid moet een integraal onderdeel zijn van bredere maatschappelijke doelstellingen. Met de beleidsagenda Gezondheid in alle beleidsdomeinen – de kabinetsreactie op het SER-advies Gezond opgroeien, wonen en werken – presenteerde het kabinet de eerste contouren van een rijksbrede aanpak. Deze moet de gezondheid van alle Nederlanders verbeteren en gezondheidsachterstanden verkleinen.9,10 Dit vraagt inzet en commitment van departementen, andere overheden, maatschappelijke partijen en werkgevers. Gezondheid in alle beleidsdomeinen is geen nieuw beleid, maar vooral een andere werkwijze: kijk bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid expliciet naar gezondheid en gezondheidsachterstanden. Beleidsdoelen versterken elkaar vaak: wat goed is voor het milieu, is vaak ook goed voor de gezondheid. (Mentaal) gezonde medewerkers dragen bij aan economische groei, terwijl maatschappelijke participatie, werk en bestaanszekerheid belangrijke determinanten van gezondheid zijn.
Met de doorontwikkeling van de beleidsagenda onderzoeken we hoe we gemeenten beter kunnen ondersteunen bij het ontwikkelen van een brede aanpak voor gezondheid in verschillende beleidsdomeinen. Deze brede inzet is met name ook voor het verminderen van gezondheidsachterstanden nodig (zie ook het hoofdstuk gezondheidsachterstanden).
In de bijlage van deze nota en de website Gezondheid in alle beleidsdomeinen staan meer inspirerende voorbeelden van gemeenten die hier al actief mee aan de slag zijn.11
2.
Van ziekte en zorg naar gezondheid en welzijn
Het besef groeit dat het gezondheidssysteem niet primair om zorg moet draaien, maar om gezondheid. De aandacht verschuift daarmee van zorg naar gezondheid en welzijn. De druk op het zorgstelsel en het inzicht dat gezondheid meer is dan de afwezigheid van ziekte, versterken deze beweging. Deze transitie richt zich op het voorkomen van ziekte, het vroegsignaleren van risico’s en het bieden van de juiste hulp en ondersteuning. Dat is niet altijd medische zorg, maar vaak het creëren van omstandigheden waarin mensen gezond kunnen blijven en hun eigen gezondheid kunnen versterken. Essentieel hierbij is betere samenwerking tussen het sociaal en het zorgdomein. Die samenwerking zorgt dat mensen gerichter geholpen worden en voorkomt dat zorgbehoeften ontstaan of verergeren. Vanuit het IZA en GALA is al gewerkt aan samenwerking tussen het sociaal en medisch domein via vijf ketenaanpakken. Deze komen terug in het AZWA, waarin de ketenaanpakken zijn doorontwikkeld naar zogeheten basisfunctionaliteiten of op de ontwikkelagenda zijn gezet.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 9
AZWA-afspraken over basisfunctionaliteiten en ontwikkelagenda
Sociaal verwijzen: van zorg naar welzijn
Vanuit het GALA en IZA werken gemeenten, GGD’en en zorgverzekeraars in veel regio’s al samen aan een landelijk dekkend aanbod van vijf ketenaanpakken die gezondheid en welzijn integraal versterken.12 In het AZWA zijn deze ketenaan pakken doorontwikkeld tot basisfunctionaliteiten. Naast heldere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden voor gemeenten en zorgpartijen, zijn ook meetbare resultaten vastgelegd. En is voor de uitvoering structurele financiering geregeld. Verder is er een ontwikkelagenda opgesteld met (nieuwe) aanpakken waarvoor gemeenten tijdelijke financiering krijgen om door te kunnen groeien tot basisfunctionaliteit.
Sociaal verwijzen – één van de AZWA-basisfunctionaliteiten – laat zien hoe zorg- en welzijnsprofessionals samenwerken aan gezondheid via niet-medische interventies.
In het AZWA zijn de volgende basisfunctionaliteiten opgenomen: 1. Kansrijke Start – ondersteuning in de eerste 1000 dagen voor kinderen en (toekomstige) ouders in kwetsbare situaties13. 2. Valpreventie ouderen – vergroten van zelfredzaamheid en voorkomen van vallen. 3. De aanpak overgewicht en obesitas bij volwassenen – begeleiding van volwassenen naar een duurzaam gezond gewicht. 4. Sociaal verwijzen (o.a. Welzijn op recept) – doorverwijzing naar welzijnsactiviteiten of hulp bij geldzorgen. 5. Laagdrempelige steunpunten voor mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). De eerste vier basisfunctionaliteiten zijn in het GALA opgenomen als ketenaanpak. De aanpak overgewicht bij kinderen is de vijfde ketenaanpak uit het GALA. Deze is opgenomen op de AZWA-ontwikkelagenda.
10 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Een bekende vorm is Welzijn op Recept: huisartsen verwijzen mensen met psychosociale klachten door naar een welzijnscoach. Samen zoeken zij passende activiteiten of ondersteuning, bijvoorbeeld tegen eenzaamheid of bij geldzorgen. In Groningen en Noord-Drenthe is Welzijn op Recept structureel ingebed via de sociale agenda voor Groningen en Noord-Drenthe Nij Begun. Door nauwe samenwerking van zorg- en welzijnsorganisaties wordt dit breed uitgerold om de (mentale) gezondheid in de regio duurzaam te versterken.14
Gesprek over geld: zorgen vroegtijdig signaleren In honderd gemeenten werken Divosa, Vereniging Humanitas, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Pharos, Stichting Expertisecentrum Sterk uit Armoede en Sociaal Werk Nederland samen om geldzorgen bespreekbaar te maken. Door het gesprek over geld te normaliseren, worden problemen sneller herkend en aangepakt. En dat is belangrijk, want armoede en schulden hebben vaak een domino-effect op andere levensgebieden, waaronder gezondheid. Het project richt zich op de huisarts, geboortezorg, apotheek, sleutelpersonen, scholen en sociaal werk als vindplaats.
Regionale samenwerking Goede afspraken tussen het sociaal en zorgdomein vragen om organisatie op regionaal niveau. In het IZA zijn daarom afspraken gemaakt over regionale samenwerking, met een mandaatstructuur op gemeentelijk niveau.15 In 2024 hebben de regio’s met regiobeelden hun gezondheidsopgaven in kaart gebracht en deze uitgewerkt in regioplannen. Het AZWA bouwt voort op deze governance en voegt de basisfunctionaliteiten toe aan de regio-opgave. Elke regio heeft één mandaatgemeente die namens alle gemeenten handelt. De GGD vervult hierbij een coördinerende rol rond de ketenaanpakken in relatie tot gezondheid en de kennis- en preventie-infrastructuur. Daarnaast faciliteert de GGD de regionale samenwerking, bouwt netwerken en vormt een brug tussen medisch en sociaal domein, tussen zorg en gemeenten, en tussen patiënt en inwoner. Samen met regionale partners werkt de GGD zo aan de beweging van zorg naar gezondheid.
3.
Verbinding tussen het sociale, het welzijns- en het gezondheidsdomein
Het terugdringen en voorkomen van gezondheidsrisico’s en het bevorderen van gezondheid vragen om een integrale aanpak waarbij organisaties uit verschillende sectoren – zoals zorg, gemeenten en maatschappelijke partijen – samenwerken. Het gaat dan vooral over samenwerking tussen organisaties die niet van nature over de grenzen van hun domein heen kijken, zoals huisartsenpraktijken en scholen, of ouderenzorg en verenigingen. Een sterke basisinfrastructuur in de wijk is hiervoor onmisbaar. Die maakt het mogelijk om gezondheidsproblemen vroegtijdig te signaleren én oplossingen te vinden binnen de leefwereld van mensen. In het AZWA zijn afspraken gemaakt over bouwstenen die deze sociale, pedagogische en gezonde infrastructuur versterken. Voorbeelden zijn laagdrempelige inloopvoorzieningen met welzijns- en gezondheidsprofessionals (waaronder jeugdgezondheidszorg: JGZ), een betere aansluiting van de eerste lijn en de JGZ op lokale teams, inzet op (mentale) gezondheid op scholen via de Gezonde School en een gelijkgerichte mantelzorgondersteuning.
4.
Werken vanuit leefomgevingen met de Samenhangende preventiestrategie
De Samenhangende preventiestrategie van juni 2025 (hierna: preventiestrategie) bouwt voort op het Nationaal Preventieakkoord (NPA) uit 2018. Het NPA richtte zich op roken, problematisch alcoholgebruik, gezonde voeding en bewegen. De nieuwe preventiestrategie breidt dit uit met thema’s die extra aandacht vragen: drugsgebruik, schermtijd en sociale media, gehoorschade, seksuele gezondheid, vaccinaties en zonbescherming.16 De ambities zijn onder andere: in 2040 rookt geen enkele jongere van 12 tot 25 jaar (2025: 27,4% heeft gerookt en 21,7% een e-sigaret gebruikt), eet minimaal 80% van de kinderen voldoende groente en 65% voldoende fruit (2025: van de 4-17 jarigen eet 54% voldoende groente en 31% voldoende fruit), heeft maximaal 9,1% van de kinderen van 4 tot 18 jaar overgewicht (2025: 14,2% van de 4-18 jarigen heeft overgewicht) en ligt de vaccinatiegraad voor BMR boven de 95% (2025: ten minste 88,8% bij zuigelingen geboren in 2022). De preventiestrategie hanteert geen losse aanpak per thema, maar een aanpak per leefomgeving. Zo versterken maatregelen elkaar. In zeven omgevingen zijn acties uitgewerkt die de aandacht verleggen van ziekte en zorg naar gezondheid en welzijn. De focus ligt op kinderen en jongeren.
5.
Van incidenteel naar structureel: een toekomstbestendig gezondheidsstelsel
Een toekomstbestendig gezondheidsstelsel vraagt om structurele borging van beleid en budgetten. Om bij te dragen aan het doel dat alle Nederlanders in goede gezondheid leven, zijn langetermijninvesteringen in preventie nodig. Tijdelijke programma’s en ongerichte financiële steun benutten het potentieel van gezondheidswinst onvoldoende. Preventie rendeert vaak pas na generaties en vergt daarom een duurzame aanpak. Landelijke gezondheidsdoelen geven richting en samenhang voor de lange termijn. In de kabinetsreactie op het RVS-rapport Op onze gezondheid staat dat deze doelen onderdeel zijn van een structurele aanpak waarin publieke waarden, zoals gezondheid, centraal staan.17
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 11
Naast het benoemen van gezondheidsdoelen, kan het wettelijk verankeren van gezondheids taken voor gemeenten bijdragen aan de borging van beleid en budget. Bovendien kan zodoende gewaarborgd worden dat elke gemeente in ieder geval een zelfde basisniveau publieke gezondheidstaken aanbiedt. In het AZWA is afgesproken de mogelijkheden van wettelijke verankering in combinatie met structurele middelen voor gemeenten te verkennen. Het gaat om taken op thema’s als valpreventie, kansrijke start en seksuele gezondheid. Om scenario’s voor toekomstig beleid te ontwikkelen, heeft het ministerie van VWS de taskforce Gezond Geweten opgericht. Deze bestaat uit hoogleraren, directeuren publieke gezondheid, wethouders en professionals uit het zorg- en welzijnsdomein. De taskforce verkent gezondheidsdoelen, centrale aansturing van taken en een mogelijk basispakket gezondheid als onderdeel van een gezamenlijke, structurele aanpak voor een gezondere samenleving.
Weerbare gezondheidszorg Een gezonde samenleving is veerkrachtig: mensen zijn zelfredzaam en helpen elkaar. De (publieke, curatieve en langdurige) gezondheidszorg in Nederland moet onder alle omstandigheden – van pandemieën tot stroomuitval of militaire dreiging – zo goed mogelijk toegankelijk blijven. De continuïteit van zorg is cruciaal voor de samenleving. Elke organisatie moet zich voorbereiden op crisissituaties, zodat grote groepen patiënten snel kunnen worden geholpen. Tegelijk blijft toegankelijke zorg alleen mogelijk als mensen en gemeenschappen zelfredzaam zijn en omzien naar kwetsbaren. Dat betekent dat inwoners weten wat ze zelf kunnen doen en met hun omgeving afspraken maken over hulp in noodsituaties. De rol van de publieke gezondheidszorg is hierin belangrijk. Door het bevorderen van fysieke én mentale gezondheid van inwoners draagt de publieke gezondheidszorg bij aan weerbaarheid op individueel, maatschappelijk en organisatorisch niveau. Hierdoor zijn inwoners fysiek én mentaal beter bestand tegen de impact van crises, rampen en andere bedreigingen.
12 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Een sterke sociale basis is essentieel voor de samenleving. Preventie, omkijken naar elkaar en lichte ondersteuning kunnen de druk op de zorg verminderen. Hiervoor is het belangrijk dat inwoners de juiste uitgangspositie krijgen. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord zijn afspraken gemaakt om die sociale en pedagogische basis in gemeenten te versterken. Met laagdrempelige voorzieningen, sociaal werk, burgerinitiatieven en aandacht voor mentale gezondheid. Gemeenten, GGD’en en GHOR-bureaus spelen hierin een sleutelrol. Het ministerie van VWS gaat hierover graag met partijen in gesprek.
De rol van de directeur Publieke Gezondheid (DPG) bij een GGD De uitdagingen in de publieke gezondheidszorg zijn groot en de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) van de GGD’en heeft hierin een cruciale rol. De DPG is in opdracht van de gemeenten in de regio verantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg, alsmede voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening in 25 veiligheidsregio’s bij crises. De DPG geeft leiding aan de GGD en aan het GHOR bureau. Deze verantwoordelijkheden zijn verankerd in de Wet publieke gezondheid (Wpg) en de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Nu de zorg zich meer richt op de gezondheid – in plaats van ziekte - van mensen in Nederland, is een belangrijke verbinding met publieke gezondheidszorg afhankelijk van de DPG. De DPG is de schakel tussen openbaar bestuur, zorg, sociaal domein en veiligheid en participeert actief in vele netwerken tussen deze sectoren. Omdat gezondheidswinst op meerdere beleidsterreinen kan worden behaald, kiezen DPG’en voor een integrale benadering bij het aanpakken van gezondheidsproblemen. De 25 DPG’en werken nauw samen binnen hun vereniging – GGD GHOR Nederland.
6.
Naar een investeringsmodel voor preventie
Een breed gedragen onderbouwing van verwachtingen – wat levert preventie op en op welke termijn – helpt om publieke en private investeringen goed af te wegen. Verschillende aspecten spelen hierbij een rol. Preventie vraagt om een lange adem: de kosten gaan voor de baten uit en opbrengsten zijn niet altijd direct meetbaar. Investeringen in gezondheid en een veerkrachtige samenleving verdienen zich niet altijd in euro’s terug, maar hebben intrinsieke waarde. De effecten strekken zich uit over meer dan alleen de gezondheidszorg. Het CBS toont dat gezondheid een belangrijke voorspeller is voor geluk. Het is daarom belangrijk om effecten van preventie op gezondheid inzichtelijk te maken. Daarom wordt een investeringsmodel voor preventie ontwikkeld, dat als basis of bron kan dienen voor financiering(smodellen).18 In oktober 2025 is de richtlijn passend bewijs preventie – een belangrijke mijlpaal voor het investeringsmodel – gepubliceerd.19 De richtlijn geeft de noodzakelijke methodologische handvatten om de effectiviteit van preventiemaatregelen voldoende overtuigend te onderbouwen. Deze onderbouwing is vervolgens bruikbaar om financiële reeksen op te stellen ten behoeve van besluitvorming. Het onderzoek vanuit het ministerie zal zich in de toekomst ook richten op het creëren van passend bewijs.
Van gemeenten mag verwacht worden dat zij ook zoveel mogelijk de richtlijn als uitgangspunt nemen. Ten slotte biedt het investeringsmodel input voor monitoring (pijler 4).
Digitale transformatie Digitale technologie speelt een steeds grotere rol bij gezondheid en preventie. Apps, platforms, draagbare technologie zoals smartwatches, AI, big data, digitale tests en zorgportalen ondersteunen mensen bij gezonde keuzes en bij het monitoren van hun gezondheid. Binnen AZWA en Hoofdlijnenakkoord voor de ouderenzorg (HLO) zijn afspraken gemaakt om met AI en technologische innovaties de zorg toekomstbestendig te maken, personeelstekorten op te vangen en betrouwbare informatie toegankelijk te houden. Digitale mogelijkheden voor (zelf)zorg en (zelf)triage verlagen de werkdruk én verbeteren de kwaliteit van leven. Daarnaast zetten partijen zich in voor betere databeschikbaarheid via een integraal gezondheidsinformatiestelsel dat ook het sociaal domein en de publieke gezondheid kan omvatten. Uiteraard met strikte waarborgen voor veiligheid.
Monitoring van gezondheidsindicatoren door Rijk, RIVM, gemeenten, GGD’en en JGZuitvoerders is cruciaal. Slim verzamelen, duiden en delen van data maakt het mogelijk om beter in te spelen op lokale en landelijke behoeften, gezondheidsachterstanden terug te dringen en preventie effectiever in te zetten. Goede monitoring laat zien waar kansen liggen en waar bijsturing nodig is.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 13
Samenhang akkoorden
Gezonde generatie 2040
Sportakkoord 2
Samenhangende preventiestrategie
Sportakkoord 1
Nationaal preventieakkoord
Toegankelijke zorg
Aanvullend zorg & welzijnsakkoord
Gezond & actief leven akkoord
14 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Integraal zorg akkoord
Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg
Wonen,ondersteuning & zorg voor ouderen
Hervormingsagenda jeugd
Samenhang tussen akkoorden en programma’s In de afgelopen jaren zijn op nationaal niveau diverse akkoorden gesloten, beleidslijnen uitgezet en programma’s in het leven geroepen. Door deze met elkaar te verbinden, ontstaat een beweging die Nederland nog gezonder, vitaler en veerkrachtiger maakt. Er is een sterke samenhang tussen de akkoorden: ze bouwen op elkaar voort, vullen elkaar aan en dragen gezamenlijk bij aan de transformatie van het zorgstelsel. Daarbij krijgt de ruimtelijke en sociale leefomgeving een steeds belangrijkere rol in de gezondheidsaanpak. De akkoorden hebben elk eigen doelen en partijen, maar overlappen vaak in thema’s zoals preventie, domeinoverstijgende samenwerking en het versterken van eigen regie en veerkracht van inwoners. In het AZWA, IZA, GALA, Nationaal Preventieakkoord, de Samenhangende preventiestrategie20 en de Hervormingsagenda Jeugd staan preventie en kwaliteit van leven centraal. Door gezondheidsproblemen te voorkomen, helpen deze akkoorden de zorg duurzaam en toegankelijk te houden. Ook stimuleren ze samenwerking door financiering, organisatie en integratie op wijk- en regionaal niveau te faciliteren. Gezondheid moet daarbij structureel worden meegenomen in beleid rond wonen, leefomgeving, sociale cohesie en duurzaamheid. Dit moet leiden tot samenwerking tussen de domeinen zorg, welzijn, milieu, wonen en ruimtelijke ordening.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 15
16 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Kansrijk opgroeien De gezondheid en het welzijn van baby’s, kinderen, jongeren en jongvolwassenen vormen de basis voor een sterke en veerkrachtige samenleving. Ouders vervullen hierin een sleutelrol. Een goede start, veilige leefomstandigheden en passende ondersteuning zijn cruciaal om jeugdigen goede kansen te bieden. De vraag naar jeugdhulp groeit echter, terwijl kwetsbare groepen nog vaak opgroeien in ongezonde omstandigheden en ongezonde keuzes maken. Daarom is het noodzakelijk te investeren in preventie en een sterke sociale en pedagogische basis, in een nauwe samenwerking tussen onderwijs, zorg en welzijn. Ook mentale gezondheid, een gezonde leefstijl en het voorkomen van risicogedrag vragen structurele aandacht. Het doel: een jeugd die gezond, kansrijk en weerbaar opgroeit.
Wat zijn de opgaven? Kinderen een kansrijke start bieden De eerste 1000 dagen, die al beginnen vóór de bevruchting, zijn bepalend voor een goede start.21 De omstandigheden voor en tijdens de zwangerschap, bij de geboorte en in de vroege kindertijd beïnvloeden in hoge mate de lichamelijke, mentale en sociale gezondheid. Daarmee bepalen ze ook de kansen van een kind op school, in werk en in de samenleving.22 Toch krijgt 1 op de 6 kinderen geen optimale start, en dat zijn er teveel. Het belang van gezonde omstandigheden in deze cruciale fase is groot.
Taalontwikkeling Tussen 2028 en 2024 nam het percentage kinderen met een negatieve score op spraak-taalontwikkeling rond de leeftijd van twee jaar toe van 5,4% naar 6,5%.23 In het kader van gezond opgroeien is dit een zorgelijke ontwikkeling. Een goede taalverwerving en taalontwikkeling is van invloed op de ontwikkeling van gezondheidsvaardigheden en de algehele gezondheid.
Dalende vaccinatiegraden Een zorgelijke trend is de daling van de vaccinatiegraden binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Uit het RIVM-rapport 2025 blijkt dat de vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters iets is afgenomen, na een korte stabilisatie in het voorgaande jaar.24 Voor de meeste vaccinaties blijft het landelijke gemiddelde (net) onder de WHO-norm van 90%. Vanwege het aandeel anonieme vaccinaties kan de werkelijke graad iets hoger liggen, maar de verschillen tussen regio’s zijn groot. Er zijn stadswijken en dorpskernen waar de geregistreerde vaccinatiegraden niet boven de 60% uitkomen. De WHO-doelstelling van 95% voor BMR, noodzakelijk om mazelen te elimineren, wordt bij lange na niet gehaald.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 17
Overgewicht en obesitas
Bijziendheid: een onzichtbare epidemie
Overgewicht en obesitas zijn een groot gezondheidsprobleem onder jeugdigen: 14% van de 4- tot 18-jarigen heeft overgewicht, van wie 3,6% obesitas.25 Ook neemt het overgewicht bij jonge kinderen toe. In 2024 kampte 10% van de kinderen rond de leeftijd van twee jaar met overgewicht.26 De oorzaken liggen zowel bij persoonlijke als omgevingsfactoren. Een ongezonde leefstijl, zoals te weinig bewegen en ongezond eten, speelt mee.
Wereldwijd groeit de bezorgdheid over de toenemende bijziendheid onder kinderen.30 In Nederland is één op de vijf 5- tot 19-jarigen bijziend. De belangrijkste oorzaak is een veranderde leefstijl: kinderen zijn weinig buiten (waar het licht anders is dan binnen), zitten vaker achter beeldschermen en kijken langdurig van dichtbij. Veel ouders zijn zich niet bewust van de risico’s van overmatig schermgebruik voor de ooggezondheid en nemen in de praktijk te weinig maatregelen. Dat is zorgelijk, want bijziendheid die zich op jonge leeftijd ontwikkelt, kan later leiden tot ernstige oogproblemen.
Ouders hebben niet altijd de middelen, kennis of tijd om gezonde maaltijden te bereiden. Ook de omgeving van kinderen werkt vaak tegen: ongezond aanbod op en rond scholen, in pretparken, indoorspeeltuinen en bioscopen, en een tekort aan speel- en sportplekken of voorzieningen die bereikbaar zijn te voet of per fiets. Daarbij groeit het aantal fastfoodketens en is er veel marketing van ongezond voedsel gericht op kinderen, terwijl kiezen voor gezonde producten niet altijd voor de hand ligt. Kinderen brengen bovendien al van jongs af aan (te) veel tijd zittend achter beeldschermen door. Dat vermindert hun motorische ontwikkeling en vergroot de kans op overgewicht.27
Roken, alcohol, drugs en gokken Roken en middelengebruik blijven hardnekkige problemen onder jongeren. Gokken neemt in omvang toe. De daling van middelengebruik onder minderjarigen blijft uit. Sinds 2017 is het percentage rokende 12- tot 16-jarigen gelijk gebleven, terwijl vapen juist toeneemt. De meeste rokers beginnen vóór hun 21ste, een kwetsbare leeftijd door de hogere kans op verslaving en schade aan de hersenontwikkeling. Ook alcoholgebruik blijft hoog: 40% van de 12- tot 16-jarigen heeft ooit gedronken, 22% in de afgelopen maand en 14% bingede het afgelopen jaar. En in 2023 heeft 8,5% van deze leeftijdsgroep ooit cannabis gebruikt. Harddrugs zoals xtc, cocaïne en amfetamine komen minder vaak voor, maar brengen grote risico’s mee. Het aantal jongvolwassenen dat gokt en risicovol gedrag vertoont, neemt toe sinds de legalisering van online kansspelen in 2021. Ook minderjarigen blijken steeds vaker mee te doen, terwijl dit voor hen verboden is.28 De staatssecretaris Rechtsbescherming waarschuwde in zijn visiebrief van 14 februari 2025 dat deze zorgelijke trend moet worden gekeerd.29
18 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Gehoorschade Ook gehoorschade is een belangrijk volksgezondheidsprobleem. Het uit zich in tinnitus (piep of ruis) of gehoorverlies. Het risico op gehoorschade begint al bij de jeugd door blootstelling aan harde muziek via oortjes, koptelefoon of uitgaan. Onderzoek onder kinderen van 9-11 jaar in de regio Rotterdam laat zien dat 14% al tekenen van gehoorschade vertoont.31 Schade door hard geluid is onomkeerbaar en kan leiden tot concentratie- en slaapproblemen en verminderde leerprestaties.
Huidige beleidsinzet vanuit het Rijk Kansrijke Start: het belang van de 1e 1000 dagen Het actieprogramma Kansrijke Start (2022-2025) is uitgebouwd naar structureel beleid dat werkt langs drie actielijnen: voor de zwangerschap, tijdens de zwangerschap en na de geboorte.32 Het is van belang dat (toekomstige) ouders zo vroeg en tijdig mogelijk passende zorg en ondersteuning ontvangen, gericht op en passend bij de hulpbehoefte van ouders. Op die manier kunnen (toekomstige) ouders in kwetsbare situaties voldoende regie nemen bij hun kinderwens, gezond zwanger worden, hun kind zo gezond mogelijk ter wereld brengen en voldoende steun krijgen bij het opvoeden.
Baby Groente Tas Veel ouders willen gezond koken, maar missen soms praktische vaardigheden. De Baby Groente Tas is een non-profit initiatief en helpt hen een vast ritme te ontwikkelen in vers koken.37 Baby’s van wie de ouders deze tas gebruiken, eten vaker, gevarieerder en eerder groente dan anderen. In zestien gemeenten doen inmiddels 80-90% van de gezinnen mee. Dit initiatief is in 2021 gestart in Purmerend en inmiddels zijn 20 gemeenten aangesloten.
De afgelopen jaren zijn lokale en regionale coalities opgebouwd met partijen als GGD, geboortezorg, sociaal domein, jeugdgezondheidszorg, huisartsen en zorgverzekeraars. Professionals van deze partijen werken steeds beter samen. Inmiddels beschikt 90% van de gemeenten over een coalitie Kansrijke Start en 55% heeft aandacht voor een vitale coalitie.33,34 Dat betekent dat er blijvend aandacht is voor Kansrijke Start, de samenwerking hierop en het vitaal houden van deze samenwerking. Daarnaast is de steun aan (toekomstige) ouders en kinderen in kwetsbare situaties de afgelopen jaren uitgebreid, bijvoorbeeld door de inzet van erkende interventies als Nu Niet Zwanger en Stevig Ouderschap.
Voorschoolse educatie
In 2025 verscheen een verhalenbundel met ervaringen van ouders, professionals en bestuurders.35 Daarnaast is een kennissynthese Kansrijke Start gepubliceerd met resultaten tot nu toe en aandachtspunten voor de toekomst.36 Kansrijke Start is als ketenaanpak onderdeel van GALA, IZA, AZWA en de Samenhangende preventiestrategie en daarmee steviger verankerd.
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) spant zich daarom in om te blijven werken aan de kwaliteit van voorschoolse educatie en aan het vergroten van het aantal peuters dat deelneemt. Gemeenten bepalen welke kinderen in aanmerking komen. Hoe een gemeente de doelgroep bepaalt, kan bij elke gemeente anders zijn. De staatssecretaris van OCW riep eerder gemeenten die dit nog niet doen op om voorschoolse educatie aan te bieden voor kinderen vanaf 2 jaar en zij moedigde gemeenten aan zich te blijven inspannen voor het vergroten van voorschoolse educatie op een manier die werkt voor de inwoners van hun wijken.38
Met het Trimbosprogramma Gezonde Start is er bovendien een landelijke structuur die de geboortezorg ondersteunt bij het bieden van een rookvrije, alcoholvrije en mentaal gezonde start voor kinderen.
Het doel van voorschoolse educatie is voorkomen dat kinderen al vroeg een achterstand oplopen, die later nauwelijks meer is in te halen. Het is een programma van 16 uur per week binnen de kinderopvang voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met het risico op een onderwijsachterstand. Voorschoolse educatie stimuleert spelenderwijs de ontwikkeling van taal, voorbereidend rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat wanneer kinderen goede voorschoolse educatie krijgen, zij in deze periode hun achterstand inlopen.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 19
Wettelijke taken jeugdgezondheidszorg
Stevige verbinding jeugdhulp met andere beleidsdomeinen
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) is een vast onderdeel van de publieke gezondheid. Gemeenten zijn op grond van de Wet publieke gezondheid en het Besluit Publieke Gezondheid verplicht om alle jeugdigen van 0-18 jaar het basistakenpakket JGZ aan te bieden. Doel is de gezonde en veilige ontwikkeling van elk kind te bevorderen, te bewaken en te beschermen. De JGZ bereikt vrijwel alle jeugdigen: minimaal 95% onder de 4 jaar en 90% boven de 4 jaar.39 Tot 18 jaar krijgen kinderen 19 contactmomenten, waarvan 14 gedurende de eerste vier jaar. 40
Momenteel ontvangt 1 op de 7 jeugdigen of gezinnen jeugdhulp.41 Veel kinderen in kwetsbare situaties wachten te lang op passende zorg. Om dit te verbeteren is in juni 2023 de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 vastgesteld. Doelen zijn: jongeren weerbaar laten opgroeien, passende zorg bieden aan de meest kwetsbaren en een toekomstbestendig jeugdstelsel realiseren.
In het basistakenpakket staan de kerntaken: vroegtijdige opsporing en preventie van stoornissen, volgen van groei en ontwikkeling, signaleren van risico’s, inschatten van zorgbehoeften, en het geven van voorlichting, advies en begeleiding op het gebied van leefstijl, mentaal welbevinden en opvoeden. Hiermee kan de JGZ de eigen kracht van ouders, kinderen en jongeren versterken. Afwijkingen van de norm betekenen niet altijd dat er een probleem is; soms helpt normalisering om zorgen weg te nemen. Waar nodig verwijst de JGZ door naar curatieve zorg of jeugdhulp. JGZ-professionals zijn medisch onderlegd en kennen de lokale sociale kaart. Ze signaleren problemen tijdig, verwijzen indien nodig door en adviseren gemeenten op basis van data over trends, behoeften en collectieve interventies. Ouders kunnen er laagdrempelig terecht met opvoed- en opgroeivragen. Bij lichte problematiek biedt de JGZ zelf ondersteuning; bij zwaardere problemen kunnen gemeenten preventieve interventies zoals Voorzorg, Stevig Ouderschap en collective parenting inkopen via de Jeugdwet. Naast het basistakenpakket voert de JGZ ook het Rijksvaccinatieprogramma en prenatale huisbezoeken uit. Daarmee legt de JGZ verbinding tussen sociaal, jeugd- en medisch domein. Gemeenten moeten dit faciliteren met voldoende beleids- en financiële ruimte en samen met de JGZ een lokale visie op preventie ontwikkelen.
Een sterke positionering van de JGZ, bijvoorbeeld in een Centrum voor Jeugd en Gezin of integrale gezinspoli, en samenwerking met wijkteams en eerstelijnszorg versterkt deze rol.
20 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
De agenda bevat maatregelen voor betere samenwerking tussen jeugdhulp, onderwijs, JGZ en kinderopvang. Ook is er aandacht voor een gezinsbrede aanpak, inclusief volwassenenzorg en bestaanszekerheid, als oorzaak van jeugdhulpvragen. Daarnaast is een wetsvoorstel in voorbereiding waarin gemeenten verplicht worden in een – samen met partijen opgestelde – visie vorm te geven aan preventie inclusief sociaalpedagogische basisvoorzieningen. Hierin moet beschreven worden welke algemene voorzieningen aandacht behoeven, zoals ontmoetingsplekken, jongerenwerk en inzet van de JGZ. Ook worden in dit wetsvoorstel de inrichting en taken van stevige lokale teams vastgelegd. De deskundigencommissie, die de Hervormingsagenda Jeugd heeft aangescherpt, roept in haar advies Groeipijn op de leefwereld van jongeren en ouders centraal te stellen, en de contactmomenten van de JGZ, de kinderopvang en de school als ankerpunten te gebruiken voor ondersteuning.42 Ook wijst de commissie op het belang van toegankelijke voorzieningen, zoals speeltuinen, bibliotheken en jongerenwerk, en de rol van verenigingen. Van gemeenten mag verwacht worden, dat zij bijdragen met een lokale visie op preventie, opgesteld samen met hun JGZ-uitvoerder. De JGZ kan trends signaleren en adviseren over collectieve interventies.
Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de gesprekshandleiding Versterken van het gewone leven van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg.43 De JGZ is uitdrukkelijk opgenomen in het ontwerpconvenant Stevige lokale teams van de VNG, dat naar verwachting eind 2025 wordt vastgesteld.
Wijkgerichte aanpak vaccineren Een hoge vaccinatiegraad beschermt kinderen tegen ernstige ziekten en voorkomt uitbraken. De WHO stelt hiervoor duidelijke doelen: 95% voor BMR en 90% voor de overige vaccinaties binnen het RVP.44 Sinds 2018 werkt de landelijke aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ aan meer vertrouwen, betere informatie en een grotere toegankelijkheid. Vooral een wijkgerichte en fijnmazige aanpak blijkt effectief. In Amsterdam steeg de vaccinatiegraad in 2024, met name in wijken waar extra inzet plaatsvond. Er bestaat echter geen standaardaanpak; per wijk moet worden bekeken wat nodig is.
Omgevingsaanpak om overgewicht en ongezonde leefstijl onder jongeren terug te dringen De Samenhangende preventiestrategie richt zich op zeven leefomgevingen en op elf gezondheidsthema’s, waaronder overgewicht en andere leefstijlthema’s. VWS zet onder andere in op de thuisomgeving door ouders te ondersteunen bij gezonde voedselkeuzes en bij opvoedvraagstukken, zoals verantwoord gebruik van smartphone en sociale media. Ouders krijgen ook informatie over vaccinaties, middelengebruik en gehoorschade. Daarnaast stimuleren programma’s zoals Gezonde Kinderopvang, Gezonde Schoolkantines en Gezonde School de organisaties van kinderopvang en onderwijs om het dagpatroon ter plaatse gezonder te maken. Hierbij is niet alleen aandacht voor voeding, maar ook voor bewegen en mentale weerbaarheid. Gemeenten en GGD’en kunnen het gebruik van deze programma’s lokaal bevorderen.
Het Rijk werkt intussen aan landelijke maatregelen om de voedselomgeving gezonder te maken. Zo wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om marketing van ongezonde voeding gericht op kinderen te beperken, en een voorstel voor een wet die gemeenten de mogelijkheid geeft om op grond van gezondheid eisen te stellen aan de voedselomgeving op plekken waar dit het hardste nodig is, zoals rondom scholen.
Gezonde School en Gezonde Kinderopvang De programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang helpen scholen en opvangorganisaties structureel te werken aan een gezonde leefstijl en het welzijn van kinderen. De aanpakken sluiten aan op de bestaande activiteiten van de school of opvang en zijn wetenschappelijk onderbouwd. Binnen de aanpakken wordt gebruik gemaakt van effectieve interventies uit de database van het RIVM. Doel is de gezondheid van kinderen duurzaam te verbeteren, binnen én buiten de schoolomgeving. Scholen krijgen hierbij ondersteuning van GGD-adviseurs.
In het IZA en het GALA is de ketenaanpak Overgewicht opgenomen voor zowel kinderen als volwassenen. In het AZWA is de ketenaanpak Volwassenen met overgewicht opgenomen als basisfunctionaliteit en staat de ketenaanpak kinderen met overgewicht op de ontwikkelagenda om doorontwikkeld te worden tot basisfunctionaliteit. Passende zorg en ondersteuning vragen hier om nauwe samenwerking tussen huisartsen, JGZ-professionals, leefstijlcoaches, diëtisten, fysiotherapeuten, buurtsportcoaches, sociale wijkteams en het onderwijs. Er zijn handreikingen beschikbaar voor gemeenten en zorgverzekeraars om hiermee aan de slag te gaan.45 Er zijn diverse leefstijlinterventies beschikbaar die bijdragen aan gezond opgroeien. Vaak vereisen die samenwerking op landelijk, regionaal en/of lokaal niveau. De interventiedatabank van het RIVM geeft inzicht in interventies die bewezen effectief, uitvoerbaar en van goede kwaliteit zijn. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld de JOGG-aanpak inzetten om een gezondere leefomgeving te creëren, gericht op voeding, beweging en slaap.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 21
Buitenspelen
Een rookvrije generatie
Buitenspelen is cruciaal voor de fysieke, mentale en sociaal-emotionele ontwikkeling van alle kinderen, met of zonder beperking. Het stimuleert beweging, sociale vaardigheden en weerbaarheid. Toch staat buitenspelen onder druk door factoren als schermgebruik, verstedelijking en meer ouderlijke bezorgdheid over veiligheid in de buurt.
Om een rookvrije generatie in 2040 te bereiken, zijn extra maatregelen nodig. Het Actieplan tegen Vapen (april 2025) richt zich op voorlichting aan jongeren, strengere handhaving tegen illegale verkoop en nieuwe wettelijke beperkingen om het aantal verkooppunten verder te verminderen. Hiervoor is structureel 3 miljoen euro beschikbaar gesteld.48
Een beweegvriendelijke omgeving moedigt kinderen aan vaker en langer buiten actief te zijn.46 Daarom investeert VWS, via gemeenten en maatschappelijke organisaties, in buitenspelen en inclusief buitenspeelbeleid. Dit gebeurt onder meer via de Samenhangende preventiestrategie, Gezonde Buurten, de Buitenspeelcoalitie, Gezonde Schoolpleinen, het Programma Gezonde Leefomgeving en bij speellocaties op de BES-eilanden.
Daarnaast zijn in 2022, boven op het NPA, aanvullende maatregelen genomen. Deze richten zich op een rook- en nicotinevrije omgeving voor kinderen en jongeren, prijsmaatregelen en ondersteuning bij stoppen met roken.49 In het GALA is afgesproken dat gemeenten de rookvrije generatie opnemen in hun lokaal preventieakkoord of gezondheidsbeleid, met concrete doelen en activiteiten. De inzet van gemeenten, GGD’en en andere partners is cruciaal om roken en vapen lokaal terug te dringen.
Het stimuleren van bewegen en sporten Ook bewegen en sport zijn als essentiële bouwstenen voor lichamelijke, mentale en sociale gezondheid een belangrijk speerpunt in landelijke akkoorden. Het actieplan Nederland beweegt (2022-2025) zet in op meer bewegen in het dagelijks leven door randvoorwaarden te creëren, bewustzijn te vergroten en de leefomgeving beweegvriendelijker te maken.47 De nadruk ligt op eenvoudige vormen van buitenspelen en bewegen, zoals wandelen en fietsen. Het stimuleren van bewegen en sporten maakt ook deel uit van het Sportakkoord II, het GALA, het IZA, het HLO en het programma WOZO. In de preventiestrategie is er aandacht voor bewegen in uiteenlopende leefomgevingen, zoals thuis, op school en op het werk. Daarnaast wordt de inspirerende waarde van topsport benut om jongeren te laten ervaren wat sport en bewegen voor hen kan betekenen. Bijvoorbeeld door topsporters als rolmodel in te zetten, topsportaccommodaties te delen en tijdens wedstrijden en evenementen aandacht te vragen voor maatschappelijke thema’s zoals mentale gezondheid en een gezonde leefstijl.
22 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Rookvrije ambassadeurs in de wijk De rookvrije coalitie is een verzameling van verschillende organisaties die samenwerken om roken te voorkomen en rokers te helpen stoppen.50 Zij pleiten voor rookvrije ambassadeurs: bewoners die de stoppen-met-rokenzorginfrastructuur in hun wijk versterken (vergelijkbaar met de rol van ‘stopcoaches’). De coalitie adviseert gemeenten het thema rook- en vapevrij expliciet op te nemen in hun gezondheidsbeleid. Dit sluit goed aan bij beleid rond bestaanszekerheid, kansengelijkheid en mentale gezondheid. Het is wenselijk hierbij bestaande programma’s te betrekken zoals die van GGD, JOGG en buurtsportcoaches, en het beleid te baseren op de kennis en ervaring van professionals, ervaringsdeskundigen en bewoners.
Instrumenten voor het verminderen van alcoholgebruik
Drugspreventie op lokaal niveau
Minderjarigen mogen geen alcohol drinken: sinds 2014 geldt een leeftijdsgrens van 18 jaar in de Alcoholwet. Gemeenten zijn verplicht elke vier jaar een actueel Preventie- en Handhavingsplan op te stellen, waarin beleid, toezicht en handhaving nauw samenwerken. Dit plan moet gelijktijdig met de Nota Gemeentelijk Gezondheidsbeleid verschijnen en door de gemeenteraad worden goedgekeurd. Gemeenten kunnen daarbij gebruikmaken van goede voorbeelden en instrumenten, zoals een e-learning voor toezichthouders en beleidsmakers om naleving te bevorderen, schenk- en verkooptijden te reguleren, reclame te beperken en een gezonde omgeving te creëren. De ondersteunende landelijke campagne NIX18 loopt de komende jaren door.
Drugsgebruik verschilt sterk per gemeente, waardoor lokaal beleid essentieel is. Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid in het bieden van bewezen effectieve preventie op scholen en in andere omgevingen. Binnen het GALA is afgesproken dat deze sleutelrol wordt vervuld via netwerksamenwerking met in elk geval partijen als de lokale GGD en verslavingszorg.
Daarnaast zijn er integrale preventieprogramma’s zoals Helder op School en Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO), die middelengebruik en mentale gezondheid bij jongeren aanpakken. OKO wordt uitgevoerd in 60 gemeenten. Studentensteden werken via netwerken aan het terugdringen van problematisch alcoholgebruik in de studentencultuur. Verder is er een keten van vroegsignalering ontwikkeld, ondersteund door interventies en samenwerking met GGD en verslavingszorg. Deze keten wordt in tenminste 11 regio’s op dit moment vorm gegeven. Publieksvoorlichting is beschikbaar via alcoholinfo.nl en allesoverdrinken.nl. Professionals kunnen terecht bij het Expertisecentrum Alcohol van het Trimbos-instituut.
Drugspreventie richt zich vooral op risicogroepen, zoals jongeren en studenten. Voor hen wordt gewerkt aan het versterken van beschermende factoren, die vaak vergelijkbaar zijn met die voor andersoortig middelengebruik. VWS stimuleert daarom integrale programma’s zoals Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en Helder op School. Verslavingskunde Nederland (VKN) biedt gemeenten een landelijk basispakket preventie als handvat voor een effectieve integrale aanpak. Daarnaast publiceerde het Trimbos-instituut het Wat werkt-dossier drugspreventie, met kennis over effectieve interventies, de rol van gemeenten en praktische stappen om beleid te ontwikkelen en uit te voeren.51
Bescherming tegen gokschade De zorgwekkende ontwikkelingen rond gokken leidden tot een nieuwe visie op kansspelbeleid.52 Centraal staat de bescherming tegen gokschade, zoals verslaving, schulden, verslechterde mentale gezondheid en zelfs suïcide. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de speler, maar ook naar diens omgeving en de bredere maatschappij. Vooral minderjarigen en jongvolwassenen verdienen extra bescherming, omdat zij kwetsbaarder zijn en de normalisering van gokken moet worden tegengegaan.
Oogschade door schermgebruik De JGZ monitort, signaleert en voorkomt waar mogelijk gezondheidsproblemen door voorlichting en advies, onder meer over internetgebruik, gameverslaving en de negatieve effecten van schermen. Met de richtlijn Opsporen oogafwijkingen voert de JGZ systematisch oogonderzoek uit om afwijkingen vroegtijdig te signaleren en slechtziendheid te voorkomen.53 Op het consultatiebureau krijgen kinderen meerdere oogcontroles en -testen. Daarnaast geven JGZ-professionals leefstijladvies, bijvoorbeeld over schermgebruik en de 20-20-2-regel.54 Indien nodig verwijzen zij door naar curatieve zorg.
Samen werken aan gezondheid | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028 23
Gehoorschade: vroegtijdig herkennen en voorkomen Gehoorschade door hard geluid (lawaaischade) bij kinderen blijft vaak onopgemerkt, terwijl vroegtijdige herkenning cruciaal is. Volgens de Gezondheidsraad (GR) is gehoorschade bij kinderen een belangrijk gezondheidsprobleem en zijn er nog veel onduidelijkheden.55 De GR benadrukt dat er meer inzicht nodig is in licht tot mild gehoorverlies: de omvang, de ontwikkeling en de kenmerken ervan, evenals in de effectiviteit van (gedrags)interventies. Preventie richt zich op het beperken van blootstelling aan hard geluid, bijvoorbeeld bij evenementen met versterkte muziek of via koptelefoons bij gamen en muziek. In het Convenant preventie gehoorschade versterkte muziek56 zijn afspraken gemaakt over een gezamenlijke inzet. Zo adviseert GGD GHOR Nederland organisatoren over geluidsniveaus, veiligheid, gehoorbescherming en publieksvoorlichting via de campagne I Love My Ears.57 GGD’en en gemeenten kunnen daarnaast veilig luistergedrag stimuleren via GroeiGids, JouwGGD en Gezonde School. Erkende interventies zijn de HoorToren58 en de Oorcheck hoortest.59 GGD’en en gemeenten spelen een sleutelrol in vroegsignalering, monitoring, voorlichting en beleid, bijvoorbeeld rond akoestiek in sporthallen. Voor ondersteuning zijn er GGD GHOR Kennisnet en het Wat werkt-dossier Preventie Gehoorschade van VeiligheidNL.
Eind 2025 verschijnt bovendien een handreiking van VeiligheidNL met praktische handvatten. GGD’en en gemeenten kunnen ontwikkelingen volgen via de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor Jeugd.
Extra beleidsinzet vanuit het Rijk Kansrijke Start structureel doorontwikkelen en delen van de aanpak mogelijk wettelijk verankeren Het Rijk heeft Kansrijke Start uitgebouwd van programma naar structureel beleid op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Gemeenten blijven vanaf 2026 structurele middelen ontvangen voor lokale coalities, samenwerkingsafspraken en tijdige inzet van zorg en ondersteuning. Met het AZWA komen bovendien structurele middelen beschikbaar voor de inzet op Nu Niet Zwanger en vanaf 2027 ook voor de integrale gezinspoli. Het Rijk verkent de wettelijke verankering van delen van Kansrijke Start in de Wet publieke gezondheid. Er moet nog besluitvorming plaatsvinden over het financieringsinstrument als vervolg op de huidige specifieke uitkering naar aanleiding van de afspraken hierover in het regeerakkoord Schoof I. De ketenaanpak blijft gericht op samenwerking tussen sociaal, medisch en het thuisdomein en bouwt voort op de bestaande actielijnen. Voor de zwangerschap gaat het om regie op kinderwens, goed voorbereid en gezond zwanger worden. Tijdens de zwangerschap ligt de nadruk op gezond zwanger zijn, het tijdig signaleren van risico’s en beschermende factoren en het bieden van passende zorg en ondersteuning. Na de geboorte is het doel ouders goed toe te rusten op ouderschap en opvoeding. Uitgangspunt blijft samenwerking met de mensen om wie het gaat.
De nieuwe structurele aanpak met actieagenda 2026-2030 geeft hier verdere invulling aan.60 De komende jaren verstevigen we de verbinding met andere beleidsterreinen, zoals leefomgeving, armoede en schulden en de sociale basis, met de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 en met lokale teams. In het najaar van 2025 lanceerde VWS een duurzame leerinfrastructuur, ontwikkeld met Pharos en andere kennispartners. Dit platform is een centrale vindplaats voor informatie over Kansrijke Start en bestaat uit een lerende praktijk en een online kennisplatform. Daarnaast ontwikkelen we een bijscholing voor professionals over de eerste 1000 dagen.
24 Samen werken aan gezondheid | Landelijken nota gezondheidsbeleid 2025 - 2028
Interdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare positie Ieder kind verdient het om op te groeien in een warm, veilig en stabiel gezin. Daar ligt de basis voor de toekomst. Geldzorgen spelen hierbij vaak een sleutelrol: ze zijn oorzaak of gevolg van de kwetsbare positie van gezinnen en hangen vaak samen met problemen op andere levensgebieden, zoals gezondheid. Een effectieve aanpak van armoede en schulden kan daarom niet losstaan van inzet op deze domeinen, en omgekeerd. Het oplossen van geldzorgen is vaak randvoorwaardelijk om ook op andere terreinen resultaat te boeken. Vijf departementen (BZK, JenV, OCW, SZW en VWS) werken aan een brede rijksaanpak voor gezinnen in een kwetsbare positie met kinderen van -1 tot en met 27 jaar.61 Centrale vraag is hoe landelijk en lokaal beter kan worden samengewerkt om de kansen van kinderen te vergroten, hun gezonde ontwikkeling te bevorderen en het aantal kwetsbare gezinnen te verkleinen. Samen met gemeenten wordt gekeken welke maatregelen nodig zijn om een sterke sociale basis rond deze gezinnen te organiseren. Dit kan gaan om meer integrale aansturing, betere afstemming van financiering en communicatie of, waar nodig, aanpassing van wetgeving. Uitgangspunt is dat bestaande inzet zo veel mogelijk wordt verbonden en alleen nieuwe initiatieven worden ontwikkeld waar nog lacunes bestaan.