totaal bijlage 2 E Streefbeeld Buijtenland van Rhoon PDF.pdf
Tekst van het document
in deze artikelen is dat extensief beheer een hoge soortenrijkdom oplevert en dat bij intensiever beheer meer vogels te vinden zijn in houtwallen en heggen die om de bongerd heen liggen, dan in de fruitbomen zelf. Dat geldt zeker als in de houtopstanden ook oude bomen of knotbomen staan. Heggen kunnen variëren van knip- en scheerheggen (strak onderhouden en meestal ongeveer 1,20 hoog) tot doorgroeiende struweelheggen. De meeste vogels kwamen voor in de traditionele bongerds waar zowel appels, peren, kersen als pruimen werden geteeld, met per categorie ook nog eens diverse rassen. Pas als de bomen afgetakeld raakten kwamen er nieuwe voor in de plaats, wat op den duur tot grote leeftijdsverschillen leidde én tot meer biodiversiteit. Extensief beheer houdt bijvoorbeeld in, dat niet bij alle bomen jaarlijks snoei plaatsvindt en na snoei van grote takken wondbehandeling achterwege blijft. Dat levert vooral bij appelbomen op den duur veel holtes op die broedgelegenheid bieden aan onder meer diverse soorten mezen, de huismus, de ringmus, gekraagde roodstaart en de kleine bonte specht. Nog meer soorten verschijnen als snoeihout in de boomgaard op stapels in de boomgaard blijft en schoorpalen (gebruikt om takken met veel fruit te ondersteunen) na gebruik ter plekke wordt bewaard.
In een vogelrijke boomgaard werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw bijvoorbeeld ook aangetroffen: de geelgors, de grauwe klauwier, de spotvogel, de grauwe vliegenvanger, de grote lijster, de boompieper en de koekoek. In veel gevallen loopt er tussen de bomen vee, waardoor een rijke grasmat ontstaat, wat gepaard gaat met een vrij soortenarme flora. Met maaien en afvoeren kan een rijkere flora worden bereikt. Als daar ruige perceelranden bijkomen leidt dat ook nog eens tot een extra toename van vogelsoorten. Hoeveel vogels op een boomgaard afkomen hangt ook af van de samenstelling en de leeftijd van de lijnelementen die er omheen staan. Knotbomen kunnen bijvoorbeeld ook een plekje opleveren voor de steenuil en bomen die mogen doorgroeien voor een ransuil of een torenvalk. Elzenhagen, die vanouds vooral rond laagstammen
De biologische betekenis van de hoogstamboomgaard ligt vooral bij de vogels. Dit blijkt uit diverse publicaties in vogeljaar tussen 1950 en 1990. De rode draad
59
worden aangeplant, trekken vergeleken met meidoorns en gemengde heggen minder vogels aan. Hetzelfde geldt voor knip- en scheerheggen in vergelijking met struweelheggen.
De stroken natuurbraak, mits overstaand in de winter, voorzien in wintervoedsel voor diverse vogels, waaronder veldleeuweriken, vinken, ringmussen en geelgorzen.
De combinatie van wintervoedselakkers met flora-akkers zou extra kansen kunnen opleveren. Bij de locatiekeuze van de maatregelen kan hiermee rekening worden gehouden. Ook op dit punt is het interessant om onderzoek te doen.
Ten behoeve van de vogelstand kan het snoeien van heggen worden gefaseerd of beperkt, zodat deze meer vruchten gaan dragen en dus wintervoedsel opleveren. Geleidelijk kunnen zo struweelheggen ontstaan wat weer extra schuilgelegenheid en nestgelegenheid oplevert.
Op de vogelakkers die wij beogen, zullen naast luzerne ook diverse andere gewassen worden geteeld. Daarbij willen wij experimenten met een ecologische vorm van strokenteelt die in ontwikkeling is bij de WUR. Tevens willen we ontwikkelingen in de vogelstand op de vogelakkers gaan vergelijken met die op de flora-akkers, die voor vogels met een voorkeur voor het midden van bouwland net zo aantrekkelijk lijken te zijn.
8. Plas dras weilanden De locatie van de plas dras velden, onder de zuidelijke oost-westwatergang door de Zegenpolder, is afgestemd op de structuur van het landschap en op de ontstaansgeschiedenis van het Buijtenland van Rhoon, wat kan worden geïllustreerd aan de hand van historische kaarten die onder meer een prachtig beeld geven van oude rivierlopen. Ten westen van de Schenkeldijk heeft een wiel gelegen, een water dat is ontstaan door een dijkdoorbraak. Wij adviseren dit wiel weer zichtbaar te maken in het landschap.
6. Vogelakkers Om de kwaliteit van het open akkerland extra te behouden en te verhogen komt daar het accent te liggen op flora-akkers (zie paragraaf Flora-akkers), akkerranden (zie Maatregelen en beheer boerenland en open akkerland), vogelakkers en wintervoedselvelden. Bovendien wordt in het open land aantasting van openheid zoveel mogelijk beperkt, bijvoorbeeld door het tegengaan van bosontwikkeling, vervanging van hoge bomen door knotbomen en beperking van rietvegetatie. Een aantal akkervogels, zoals kwartel, kievit, veldleeuwerik, gele kwikstaart en ook in akkerland broedende roofvogels zoals de grauwe kiekendief verblijven het liefst in het midden van landbouwpercelen. Het voorstel is op het open akkerland minimaal 4 hectares zogenaamde vogelakkers aan te leggen. Het concept vogelakkers zoals door Vogelbescherming in een factsheet uitgewerkt is een afwisseling van: • Stroken met een meerjarig groenvoedergewas, luzerne of klaver (samen 75% van het oppervlak) • Stroken natuurbraak, ingezaaid met een mengsel van grassen, granen en kruiden (samen 25% van het oppervlak) Het voedergewas wordt 3-4 keer gemaaid, waarbij rekening wordt gehouden met de broedcyclus van de vogels. Omdat zich in de stroken natuurbraak veel muizen bevinden, zijn deze vogelakkers met name gericht op het creëren van gunstige foerageermogelijkheden voor roofvogels en uilen aan.
De luzerne strook heeft ook nog eens een positief effect op de bodem.
60
7. Wintervoedselakkers Een wintervoedselakker is een akker waar granen en andere zaaddragende gewassen niet worden geoogst maar tot ver in de winter blijven staan. Hier komen grote aantallen vogels op af, enkele duizenden is geen zeldzaamheid, en daardoor ook roofvogels, die er ook op muizen jagen. Wintervoedselakkers zijn nodig omdat het gebruik van herbiciden, de efficiënte oogst en het op grote schaal verdwijnen van stoppels in de landbouw tot veel minder aanbod leidt van kruiden en zaden. Ze staan borg voor het vergroten van overlevingskansen van veel kleine zangvogels die in de winter overleven door zaden te eten. Vinkachtigen voeden zich graag met oliehoudende zaden, zoals bladrammenas en mosterdzaad, terwijl patrijzen en gorzen afhankelijk zijn van zetmeel houdende zaden, zoals graankorrels. Geelgorzen hebben bovendien een voorkeur voor tarwe en haver. De minimale oppervlakte van een vogelakker is 1 ha. Het mag niet vergeten worden de wintervoedsel akkers te spreiden en goed in het open veld te lokaliseren, anders ontstaan ecologische vallen, waarin de vogels een verhoogde predatiekans hebben.
De aanleg en het beheer van plas dras weilanden, die aantrekkingskracht uitoefenen op kieviten en waar ook diverse steltlopers te gast kunnen zijn, is maatwerk, waarmee elders in het land al op diverse plaatsen ervaring is opgedaan. De percelen zullen gemiddeld zo’n 30cm afgegraven worden. Het water komt dan te liggen op plekken die iets dieper liggen, dan wel tussen zeer lage ‘dijkjes’. Het wordt opgepompt met ‘zonnepompen’. Het beheer kan uit begrazing bestaan en uit maaien, het mozaïek patroon kan wisselen. Ook voor dit beheer geldt: niet maaien in het broedseizoen. 9. Grienden De locatie van de grienden, een smal laaggelegen perceel langs de Schenkeldijk, is afgestemd op de structuur van het landschap en op de ontstaansgeschiedenis van het Buijtenland van Rhoon. De grienden die we hier willen aanleggen, kunnen gezien worden als uitlopers van de Carnisse grienden en zullen snel bevolkt worden door de daar aanwezige rietvogels, zoals rietgorzen, kleine karekieten en blauwborsten. Vanaf de dijk zullen deze vogels uitstekend te bezichtigen zijn door wandelaars, wat de aantrekkelijkheid van het gebied verhoogt. Omdat de Schenkeldijk dwars door het open akkerland loopt is het wel belangrijk dat de grienden laag blijven en dat zich aan hun randen niet te veel riet ontwikkelt.
Met het oog op de hoogte van de grienden adviseren wij met snijgrienden te werken waarvan de stoven vlak boven de grond komen te liggen en dat eens per jaar geoogst kan worden. Over de aanleg hebben wij ons laten adviseren door
een deskundige die ruime ervaring heeft in de Carnisse grienden. Wij adviseren de rijen 1.30 meter uit elkaar te zetten en in de rijen een afstand van 1 meter aan te houden. Na 10 rijen kan telkens een strook van 4 meter worden opengehouden. Deze structuur draagt eraan bij dat zich tussen de wilgen nog vegetatie kan ontwikkelen en dat het gebied een zekere transparantie zal behouden. Het hout kan gebruikt worden voor zinkstukken. De meest geschikte soort hiervoor is de schietwilg. Eenjarig wilgenhout kan geoogst worden voor het maken van manden, bijvoorbeeld plukmanden voor hoogstamfruit. Het beheer houdt in dat elk jaar een gedeelte van de tenen wordt geoogst en dat de eventuele groei van riet binnen de perken wordt gehouden. Verder zal op de tussenliggende stroken een aantal jaren eenmaal maaien en afvoeren nodig zijn. Tenslotte bevelen wij aan het gebied beleefbaar te maken door er een wandelpad aan te leggen. 10. Bomendijken De bomendijken zijn al bestaande dijken in het gebied van 31 ha groot. Het zijn zogenaamde ‘slaperdijken’. Slaperdijken zijn landinwaarts gelegen dijken die door de aanleg van nieuwe voorliggende dijken theoretisch geen directe waterkerende functie meer hebben. Ze worden wel vaak in stand gehouden om het land in compartimenten te verdelen, zodat bij een mogelijke dijkdoorbraak het water niet verder kan of een overstroming vertraagd wordt.
Slaperdijken worden ook vaak in stand gehouden om hun cultuurhistorische en ecologische waarde. De bodemdijken in het Buijtenland van Rhoon hebben een krachtige cultuurhistorische waarde voor het gebied. De dijken zijn aangelegd tussen 1100 en 1820. Ze laten zien hoe het gebied ingepolderd is en door de bewoners van het gebied in gebruik is genomen. Zonder de aanleg van de dijken was dit niet mogelijk geweest. De welvingen in de Essendijk verwijzen nog naar het ontstaan van verschillende aanwaspolders (T. Binder, 2016). Ook in de meer recente geschiedenis hebben de dijken een belangrijke rol gespeeld. Tijdens de Watersnoodramp in 1953 was ook de Essendijk niet opgewassen tegen het springtij en liepen de polders erachter onder water. De bomendijken in het Buijtenland van Rhoon zullen daarom behouden blijven. Het achterliggende verhaal van de dijken, de geschiedenis over het ontstaan
61
en de aanleg zal voor de recreatie in het gebied een belangrijke leidraad zijn. De ecologische waarde van de bomendijken zal versterkt worden. Op de dijktaluds en de bomendijken zal toegewerkt worden naar een grotere florarijkdom. Door de intensieve begrazing door schapen, het maaibeheer (klepelen), bemesting en door de aanwezigheid van bomen zijn er op de dijktaluds van de bomendijken nu zeer weinig kruidensoorten te vinden, op Fluitenkruid en Gele mosterd na. Een grotere florarijkdom zal ook de faunarijkdom vergroten. De nectar en stuifmeel van soortenrijke bloeiende dijkbegroeiing is een belangrijke voedselbron voor bloembezoekende insecten als vlinders en bijen. Uit een eerste inventarisatieronde is reeds gebleken dat de dijken in potentie voor een soortenrijke vegetatie zorgen (Verbeek, 2017). Op een aantal plekken langs de Schenkeldijk en de Molenpolderse Zeedijk is de dijk reeds succesvol verschraald, waardoor er zich een glashaverhooiland aan het ontwikkelen is. De verschraling is bereikt door een aanpassing in het beheer: geen jaarronde schapenbegrazing meer, geen bemesting en maaien en afvoeren. Soorten als Veldgerst, Groot streepzaad, Kruisdistel, Kamgras en Knopig doornzaad en Brede wespenorchis hebben zich reeds weten te vestigen. Op andere plekken is juist verruiging ontstaan (pers. med Niels Godijn).
Beide voorbeelden geven aan dat de uitgangssituatie en/of het beheer op de plekken van elkaar verschilt en dat er door een verandering in het beheer van de dijken al veel te bereiken is. Op een deel van de dijken hebben zich enkele kolonies wilde bijen gehuisvest, zoals de roodbruine groefbij (Lasioglossum xanthopus) en de koekoeksbij van deze soort, de kraagbloedbij (Sphecodes spinulosus) (Slikboer, 2017). De bodem, de aanwezige vegetatie en de productiviteit van de dijken (gewasopbrengst) zullen bepalen met welk beheer (maaien, begrazing, maaitijdstip en bemesting) en op welke termijn er resultaten kunnen worden geboekt. Waarschijnlijk zal de eerste jaren twee keer per jaar gemaaid en afgevoerd moeten worden, zonder te bemesten. Later kan overgegaan worden op één keer per jaar maaien en/of begrazen met bijvoorbeeld een schaapskudde. Aanpassingen van het beheer moeten echter wel in overeenstemming met het Waterschap Hollandse Delta, aangezien de dijken in eigendom zijn bij het Waterschap en er op slaperdijken, ondanks de niet-direct waterkerende functie, toch vaak een bepaalde worteldichtheid en zodedichtheid behouden moet blijven. Dit heeft te maken met de erosiebestendigheid. Uit onderzoek blijkt dat soortenrijkdom van
62
dijktaluds hand in hand kan gaan met erosiebestendigheid (Reijers et al. 2014). Jarenlang maaien en afvoeren op schrale dijktaluds kan leiden tot een uiterst soortenrijke dijkvegetatie. Maar door afvoer van nutriënten ontstaat het risico dat die grasbekleding te open (‘hol’) wordt (Bronsveld et al. 2015). De specifieke standplaatsfactoren van dijken hebben hier veel invloed op, waardoor het nodig is om maatwerk toe te passen om sterke, bloemrijke dijken te ontwikkelen in het Buijtenland van Rhoon. Streven is om de bomen zoveel mogelijk te behouden. Gevreesd wordt echter dat de essentaksterfte, die op dit moment een bedreiging vormt voor de essen in Nederland, roet in het eten kan gooien (Groen kennisnet 2018).
deze achtergrond kan worden volstaan met het uitspreken van een voorkeur voor een zone met een zeker onregelmatig of grillig verloop en een op schraalheid gericht beheer. Het extensieve beheer dat hiermee gepaard gaat levert variatie op een daarmee ecologische waarde.
In verband met mogelijk toekomstig gevaar van vallende takken van verouderde bomen wordt het verwijderen van de populieren langs de Schenkeldijk op niet al te lange termijn als noodzakelijk gezien. Wij stellen voor deze ingreep in goed overleg te gaan inplannen, zodat meteen het probleem wordt opgelost dat de hoge bomen ongunstige condities scheppen voor vogels van het open akkerland, die hoge eisen stellen aan openheid. Voor de populieren kunnen bijvoorbeeld knotwilgen in de plaats komen.
Wij stellen voor middelen in te zetten ter vergroting van de natuurvriendelijkheid van de erven:
11. Riet Langs de zeedijken kan zich riet ontwikkelen, wat zal leiden tot verplaatsing van vogelrijkdom vanuit de Carnisse grienden. Dat is toe te juichen, ook vanwege de belevingswaarde voor wandelaars en fietsers, maar heeft bij te brede zones nadelige effecten voor de vogels van het open akkerland omdat ze als leefgebied/ uitvalsbasis kunnen dienen voor predatoren zoals vossen en marters.
12. Erven In het Buijtenland van Rhoon is een aantal indrukwekkende boerderijen te bewonderen. Eén van deze boerderijen is Rheestein. De fundamenten van dit gebouw gaan terug tot het jaar 1.100. In een nog niet zo ver verleden lag Rheestein in een omgeving van bomen, boomgaarden, weilanden en akkers.
• • • • •
Het planten van hoogstamfruitbomen Het planten van heggen Erf aantrekkelijk maken voor insecten Nestkasten ophangen voor steenuilen Broedgelegenheid voor zwaluwen creëren
Het hoeft geen betoog dat deze maatregelen ook bij kunnen dragen aan de zichtbaarheid van de cultuurhistorie en aan de recreatieve waarde van het gebied als geheel.
De breedte van de stroken moet ook beperkt blijven vanwege de beheersbaarheid van het beheer. Het belangrijkste daarbij is de bereikbaarheid van het water en het riet door machines. Hierover en over de aard van het beheer kan verder overleg worden gevoerd met het waterschap, dat op dit punt al heeft geadviseerd. Het is aan te bevelen over rietzones besluiten te nemen parallel aan andere maatregelen, zodat telkens het juiste maatwerk kan worden geleverd. Over het beheer kan verder worden opgemerkt dat bij waterschappen al jarenlang ervaring is opgedaan over natuurvriendelijk beheer van watergangen. Wat in dat verband kan en moet ligt uitvoerig vast in literatuur en in handleidingen. Tegen
63
Recreatie In de PKB PMR (2006) wordt aangegeven dat in het Buijtenland van Rhoon een natuur- en recreatiegebied moet worden gerealiseerd ter verbetering van de leefbaarheid in Rijnmond3. Hierin wordt aangegeven dat het gebied ten noorden van de Essendijk als hoofdfunctie openluchtrecreatie zal worden gegeven en in het gebied ten zuiden van de Essendijk hoogwaardige natuur met recreatief medegebruik. Aansluitend bij de PKB PMR is voor dit streefbeeld gekozen om bij de recreatieambities de nadruk te leggen op natuurbeleving en cultuurhistorie. De rijke cultuurhistorie in het gebied wordt gebruikt om de bezoekers het verhaal te vertellen van de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Al fietsend en wandelend kan men genieten van de florarijke akkers, kruidrijke randen, watergangen, hoogstamboomgaarden en bomendijken. Cultuurhistorie en natuurbeleving hangen sterk samen met de agrarische functie van het gebied. Boeren worden in staat gesteld het cultuurhistorisch landschap in stand te houden, zorg te dragen voor natuur-inclusieve landbouw en recreanten te voorzien van streekproducten en ander passend recreatief aanbod. Recreanten kunnen al spelenderwijs leren hoe voedsel geproduceerd wordt en wat daar allemaal bij nodig is.
1. Noodzaak voor aanvullende recreatief aanbod Al jaren is bekend dat er een groot verschil is tussen de vraag en het aanbod van mogelijkheden van wandelen en fietsen in de stadsregio Rotterdam zoals ook blijkt uit de verwijzingen in het Alterrarapport (Westerink, 2015)4. Rotterdam is daarbij echter niet uniek omdat ook gezien de studie van het CBS in 2013, waarnaar verwezen wordt in het Alterrarapport, deze problematiek zich in bijna de gehele westelijke randstad voordoet. Daar komt nog bij dat door de doorgaande verstedelijking dit verschil in vraag en aanbod alleen maar verder onder druk komt te staan. Het behouden en benutten van mogelijkheden voor recreatie in nog open gebieden, direct rond de stedelijke bebouwing, vraagt daarom om extra aandacht. Het projectgebied van het Buijtenland van Rhoon biedt daarbij unieke mogelijkheden voor de stadsregio omdat het met haar cultuurhistorie, agrarische
64
functie en hoge biodiversiteit een mooie aanvulling vormt op het binnenstedelijk groen van stadsparken en buurtgroen. Daarbij sluit dit ook aan bij een landelijke trend waarbij het agrarische landschap steeds meer in trek lijkt te komen bij de recreant ten opzichte van de beslotenheid van de bossen (Westerink, 2015). Tevens is er een groeiende behoefte bij recreanten en consumenten om het landschap ook via de producten die geconsumeerd worden te kunnen beleven. Hoewel er al enige initiatieven bestaan in het gebied die van deze interesse gebruik maken, kan dit nog veel verder ontwikkeld worden. Door de bekendheid en bereikbaarheid van de groene parel ten zuiden van de Nieuwe Maas te verbeteren en de mogelijkheden voor zowel recreatie als beleving in het gebied te vergroten kan het gebied van onschatbare waarde worden voor de hele regio.
2. Toelichting op de indicatoren Uit eerder studies uit het gebied blijkt dat er al een behoorlijk aantal mensen het gebied jaarlijks weten te vinden. Zo trokken De Johannapolder en de Rhoonse grienden tussen 2013 en 2014 jaarlijks 188.000 unieke bezoekers5. De boerderij en theetuin De Buytenhof werd destijds ook al zo’n 50.000 keer per jaar bezocht waarbij deze laatste de afgelopen jaren reeds is toegenomen tot ongeveer 65.0006. Door het creëren van enkele aanvullende recreatieve voorzieningen lijkt de ondergrens van 600.000 bezoekers per jaar daarom niet geheel onrealistisch. Vooralsnog willen we echter stellen dat er in het gebied sprake moet zijn van een substantiële toename in het recreatieve gebruik met als voorlopig streefgetal 600.000 bezoekers. We gaan hierbij uit van het Buijtenland van Rhoon, inclusief de Johannapolder, de Rhoonse en Carnisse Grienden en Klein Profijt. Daarbij willen we nog wel meegeven dat de recreatieve opvangcapaciteit (aantal recreanten per hectare) voor een belangrijk deel wordt bepaald door het type grondgebruik. Zo kan een bosgebied een recreatiedruk aan van ongeveer 12 mensen per hectare, terwijl dit voor een agrarisch gebied rond de 2 personen per hectare ligt. Zo kan een bos- of parkgebied een veel hogere recreatiedruk aan dan een open agrarisch gebied7. 3
PKB MPR (2006), 30.
6
Naar Buijten! Hoogwaardige akkernatuur en recreatie in het Buijtenland van Rhoon, Alterra (2015), 15. 4
Bezoek aan recreatiegebieden in ZuidHolland (2014), 15.
5
Tabel 1: Omschrijving van de zeven leefstijlprofielen van recreanten.
Daar voor zowel het aantal bezoekers als voor de waardering van het gebied nu geen harde streefgetallen zijn aan te geven, zetten wij in dit streefbeeld met name in op een concrete lijst van recreatieve voorzieningen die in het gebied zullen worden aangelegd. Deze recreatieve maatregelen zullen verder worden uitgewerkt in het volgende hoofdstuk over uitvoeringsmaatregelen.
3. Uitvoeringsmaatregelen
Echte levensgenieters. Houden van samen met anderen actief en sportief recreëren. Vaak jonge gezinnen. Zoeken graag de gezellige drukte op, recreëren is lekker eten, genieten en leuke dingen doen. Beschikken over iets meer budget dan gemiddeld.
Gezellig lime
Recreëren is lekker vrij zijn, rust en ontspanning. Zijn gericht op het eigen gezin, de directe leefomgeving. Het gemiddeld inkomen ligt wat lager, zijn prijsgevoelig. Een braderie of rommelmarkt is gezellig, je komt er altijd wel iemand tegen. Veel gezinnen met wat oudere kinderen en oudere tweepersoonshuishoudens.
Rustig groen
Rustige recreanten. Geen grote wensen, houden van privacy en rust. Vaak één en tweepersoonshuishoudens in de oudere leeftijdscategorie. Willen de drukte vermijden en gaan daarom dus niet graag naar evenementen en grote attracties. In de eigen omgeving is genoeg moois te zien en te ontdekken, je hoeft niet ver te reizen. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.
Ingetogen aqua
Rustige, geïnteresseerde recreanten. Zoeken inspirerende activiteiten. Gaan vaak samen met hun partner op stap. Waarderen sportieve en culturele mogelijkheden. Willen meedoen met de maatschappij en alle veranderingen die zij daarin zien.
Ondernemend paars
Laten zich graag verrassen en inspireren, met name door cultuur. Nieuwe dingen zien, ontdekken en beleven. Het gewone is vaak niet goed genoeg, op zoek naar een bijzondere ervaring. Cultuur, activiteit en sportiviteit. Ontspannen door sauna of een wellness arrangement. Vaker mensen van middelbare leeftijd, 35-54 jaar. Mat name één- en tweepersoonshuishoudens. Voorkeur voor individuele activiteiten.
a. Toelichting belangrijke elementen voor de recreatie 1. Toelichting doelgroepen In het Alterrarapport wordt reeds aangegeven dat in het agrarisch gebied wandelen, fietsen, wandelsport, joggen en wielrennen de populairste activiteiten zijn8. Dit wordt bevestigd door een studie van de natuur- of recreatiegebieden in de provincie Zuid-Holland in 2017. De groengebieden aan de Oude Maas ten zuiden van Rotterdam worden voor het overgrote deel gebruikt om te wandelen (69%) maar ook fietsen/wielrennen vormen een aanzienlijk deel (36%). De belangrijkste motieven om het gebied te bezoeken zijn: buiten zijn, frisse neus halen (39%), dichtbij (36%), genieten van landschap/natuur (35%). De meeste mensen komen met de auto naar de groengebieden toe (42%), maar de fiets wordt ook veel gebruikt (35%)9. De provincie Zuid-Holland gaat uit van de zeven leefstijlprofielen of belevingswerelden die allemaal een eigen kleur hebben (Tabel 1). Deze profielen zijn ontwikkeld door Smart Agent Company en RECRON en geven inzicht in het gedrag en de beleving van recreanten op basis van psychologische en sociologische kenmerken10. Doordat sociaal-demografische kenmerken gekoppeld zijn aan de verschillende leefstijlen, is het mogelijk te voorspellen welke type recreanten waar wonen.
Stijlvol en luxe blauw Zelfverzekerd. Vinden dat ze in hun vrijetijd wel wat luxe en stijlvolle ontspanning verdienen. Zakelijk en intelligent. Houden van stijl en klasse, meer gericht op exclusievere vormen van recreatie. Recreëren is ontspanning en afstand nemen van de dynamiek van alledag. Actief sporten en aandacht besteden aan het sociale netwerk (ons soort mensen). Jonge één en tweepersoonshuishoudens en huishoudens met oudere kinderen. Creatief en inspirerend rood
Naar Buijten! Hoogwaardige akkernatuur en recreatie in het Buijtenland van Rhoon, Alterra (2015), 16.
8
Gesprek Wiard Visser, 19 februari 2018. 7 Ontwikkeling behoefte aan recreatie-activiteiten en relatie met motieven, Alterra (2010), 29.
Uitbundig geel
9
Creatief, op zoek naar uitdagingen en inspirerende ervaringen. Bewegen zich graag buiten de gebaande paden. Vaak hoog opgeleid, maar door het grote aandeel jongeren nog niet altijd een hoog inkomen. Recreatie betekent naast sportiviteit en ontspanning ook het zoeken naar vernieuwende stromingen, moderne kunst en andere culturen.
Bezoek natuur- en recreatiegebieden, Zuid- Holland 2017 (2017), 54.
https://www.recron.nl/leisure-leefstijlen-%28kleurensegmentatie%29/watzijn-de-leisure-leefstijlen
10
11
Recreatieve vraag-aanbod analyse IJsselmonde (2013), 53, 59.
65
Zoals uit de PKB volgt, moet de recreatie in het Buijtenland van Rhoon in balans zijn met de natuur- en landbouwdoelen. De leefstijlen lime, groen en aqua passen het beste bij deze doelstelling. Van deze drie groepen is ‘wandelen, fietsen, er op uit naar het bos, park of water’ de meest favoriete activiteit. Wanneer we kijken naar de omgeving van het Buijtenland van Rhoon, dan wonen daar relatief veel mensen met de leefstijl lime en geel. Dit zijn vaak gezinnen met kinderen. Op dit moment is er voor deze groepen nog relatief weinig aanbod op IJsselmonde. In het Buijtenland van Rhoon kunnen natuureducatie en natuurspeelplaatsen een interessant aanbod zijn voor deze groepen. Bovendien sluit dit aanbod goed aan bij de natuur- en landbouwdoelen van het gebied.
b. Nadere toelichting op de uitvoeringsmaatregelen Voor de verdere uitwerking van de uitvoeringsmaateregelen behandelen we de volgende onderdelen: • Recreatieve trekpleisters • Ontsluiting en routes • Educatie • Regels en toezicht • Overig 3. Recreatieve trekpleisters in het Buijtenland van Rhoon
2. Toelichting zonering In het noorden is het landschap het meest besloten, kleinschalig en gevarieerd. Reeds in de PKB wordt aangegeven dat het voor de hand ligt hier meer nadruk op de recreatie te leggen en de natuurdoelstellingen daar vervolgens op aan te passen. Het noordelijke deel is ook het best bereikbaar met auto’s en zal daarom de eerste en voornaamste toegangspoort tot het gebied gaan vormen. Dicht bij de aanwezige bebouwing zijn hier relatief veel toeristische voorzieningen en routes en ook de landbouw met de natuurmaatregelen (o.a. hoogstamboomgaarden en meer besloten landschap met struweel) wat een aantrekkelijk gebied zal vormen voor de recreant. Hier zullen ook de meeste faciliteiten worden aangeboden als eerste ontmoeting om vervolgens uitgenodigd te worden om de rest van het gebied als fietser of wandelaar verder te ontdekken. Naar het zuiden toe wordt het gebied opener en rustiger gehouden. Hier liggen minder paden om de akkervogels rust en ruimte te bieden. De nadruk in dit deel van het gebied ligt op de natuurdoelen en de recreatie is meer ondergeschikt. Om eenzelfde soort van zonering ook vanuit de andere toegangspoorten tot het gebied te creëren wordt ook in de westelijke punt (Johannapolder) en de oostelijke punt (Nieuwe Koedoodzone) een soortgelijke entree gecreëerd.
De beleving van dit deel van het gebied gebeurt vanaf de dijken (slaperdijken en zeedijk) en enkele struinpaden door het gebied.
In Rotterdam vindt elke twee weken De Rotterdamse Oogstmarkt plaats, een boerenmarkt waar producten rechtstreeks van de makers gekocht kunnen worden. Zo’n concept zou in Rhoon ook ontwikkeld kunnen worden. http://www.rotterdamseoogst.nl/home/ 12
66
Bezoekerscentrum
Het bezoekerscentrum in het noorden van het Buijtenland van Rhoon vormt tevens de hoofdentree van het Buijtenland van Rhoon, en bestaat uit een herbouwde molen (Het Hert), een informatiecentrum, transferium en horecagelegenheid met natuurspeeltuin. In het informatiecentrum wordt het grotere verhaal van het Buijtenland van Rhoon verteld: de historie van de opeenvolgende inpolderingen, de natuur-inclusieve landbouw, flora en fauna die het gebied kenmerken. Ook kan men hier allerlei informatie krijgen over de routes en recreatieve bezienswaardigheden in het gebied. Bij de herbouwde poldermolen wordt een landwinkel ingericht waar zelfgemalen meel en allerlei andere streekproducten uit het Buijtenland van Rhoon worden verkocht. In de toekomst kan bij dit bezoekerscentrum tevens een oogstmarkt plaatsvinden met producten uit het Buijtenland van Rhoon12. Het is belangrijk dat er voor (toekomstige) initiatiefnemers een overdekte ruimte beschikbaar is. Zo’n multifunctionele ruimte kan gebruikt worden voor workshops, als klaslokaal voor natuureducatie, als startpunt voor excursies, voor lezingen en vergaderingen e.d.
De Buytenhof Zorgboerderij, pluktuin, boerderijwinkel en theetuin De Buytenhof is momenteel een populaire trekpleister in het Buijtenland van Rhoon. Met name mensen uit de stad komen hier naartoe om te genieten van het buitenzijn, het boerenleven, de seizoenen en het zelf telen en plukken van groenten, fruit en bloemen. Maar liefst rond de honderd vrijwilligers zijn actief op de Buytenhof.
De Buytenhof wil de komende jaren meer soorten plukfruit aanbieden, zodat er vanaf het voorjaar tot het najaar aanbod is. De Buytenhof wil in de toekomst graag nog meer recreanten verwelkomen en heeft ook plannen om qua oppervlakte flink uit te breiden en nog meer recreatieve activiteiten aan te bieden. Op zondag willen ze voorlopig gesloten blijven.
het polderlandschap. Doordat het water wordt rondgepompt zorgt de molen voor extra stroming en zuurstof in het water, wat de waterkwaliteit ten goede komt en zorgt voor minder algengroei15. Figuur 2: De Waterwipmolen op de Topografisch Militaire Kaart van 1850.
Op het terrein van De Buytenhof zijn momenteel twee parkeerplaatsen, waar in totaal zo’n 50 auto’s kunnen staan. Op heel drukke dagen - dat zijn momenteel zo’n 4 tot 5 zaterdagen per jaar - staan deze parkeerplaatsen helemaal vol en komt de Buytenhof parkeerplaatsen tekort. Ook op woensdagmiddagen, als de scholen vrij zijn, kunnen de parkeerplaatsen snel vollopen. Wat de Buytenhof betreft mogen er meer van zulke dagen zijn. Maar het is wel van belang om verkeersopstoppingen in het gebied te voorkomen. Bij het transferium moeten mensen daarom gestimuleerd worden zoveel mogelijk te voet of per fiets het Buijtenland van Rhoon in te gaan. Ook is het belangrijk om in de toekomst goed af te blijven stemmen met de Buytenhof hoe het verkeer het beste gereguleerd kan worden13. Figuur 1: De Buytenhof: aardbeien plukken (links) en theetuin (rechts). Figuur 3: Oostmolen, Mijnsheerenland. Deze wipmolen is vergelijkbaar met de waterwipmolen die in de Zegenpolder van Rhoon herbouwd gaat worden.
13 Dan kan de Buytenhof daar in haar communicatie naar klanten toe rekening mee houden. Ook zijn er oplossingen te verzinnen zoals het creëren van een route die wandelaars en fietsers vanaf het transferium direct naar de Buytenhof leidt.
Tussen 1691 en 1879 heeft er een watermolen gestaan in de Zegenpolder. Eerst stond er een houten waterwipmolen (1691-1776), later een grondzeiler.
14
Waterwipmolen In de Zegenpolder stond vroeger een waterwipmolen (1691-1776) en later een poldermolen (1776-1879). Op deze plek wordt de waterwipmolen herbouwd (zie Figuur 2)14. Dit cultuurhistorisch icoon staat te midden van het open polderlandschap, met haar plasdrassloten, weilanden, akkerkruiden en vele vogels. De werkende poldermolen wordt door publiek bezocht. Een informatiebord vertelt over de geschiedenis van de molen en vanaf de picknickplek heeft men uitzicht over
15 Deze werkende molen kan goed worden ingepast in het bestaande watersysteem. (Gesprek Johan Vermeulen, Adviseur vergunningen en plantoetsing, Waterschap Hollandse Delta).
67
Zuidoostelijke entree Het is belangrijk dat er bij de zuidoostelijke entree van het Buijtenland van Rhoon, in de buurt van de Koedood en de Carnisse Grienden, een horecagelegenheid komt. Dit is een start- en rustpunt voor wandelaars en fietsers, waar men informatie kan krijgen over routes in het gebied en fietsen kan huren. De horecavoorziening is ook een trekpleister op zich: vanaf het terras heeft men uitzicht op het eeuwenoude polderlandschap en kinderen kunnen spelen in de natuurspeeltuin. Er zouden ook overnachtingsmogelijkheden geboden kunnen worden. Doordat de horecaonderneming zich in de uiterste hoek van het vogelrustgebied bevindt, in de buurt van al bestaande bebouwing, treedt er weinig tot geen verstoring op voor de vogels16.
Schaapskudde De aanwezige bomendijken in het gebied worden momenteel versnipperd beheerd, waarbij verschillende eigenaren een stuk van het dijktalud pachten, het omheind hebben en er dieren laten grazen. Het beheer is op dit moment te intensief, waardoor de kruiden en grassen nauwelijks tot bloei kunnen komen. Met het juiste beheer kunnen op deze dijken bloem- en kruidenrijke flora ontstaan. Van de in totaal 30 hectare aan bomendijken kunnen, samen met ongeveer 10 hectare van de totaal 30 hectare aan hoogstamboomgaarden, een kudde van 250 rondtrekkende schapen herbergen. Beweiding door een rondtrekkende schaapskudde heeft een positief effect op de biodiversiteit. Doordat de schapen ’s nachts op een poepweide staan, kan namelijk verschraald worden. Schapen zijn bij uitstek zaadverspreiders, waardoor op deze plekken naderhand de diversiteit aan flora is toegenomen. Bovendien hebben schapen van nature een voorkeur voor snelgroeiende grassen, waardoor bloemen en kruiden meer ruimte krijgen. Het is niet wenselijk om de schapen elke avond naar een schaapskooi te brengen, omdat de schapen dan steeds dezelfde weg moeten afleggen, wat tot overlast leidt bij omwonenden. Rondtrekkende schaapskuddes met herder en hond worden door het hele land hooggewaardeerd. Via social media kunnen recreanten geïnformeerd worden zodat ze weten waar de kudde op dat moment verblijft.
In de lammerperiode kunnen de schapen enkele maanden binnen worden gezet, bijvoorbeeld bij een bestaande schuur in de polder, zodat kinderen naar de lammetjes kunnen komen kijken. Vroeger werden de dijken van de Hollandse Polders ook door schapen
68
beweid. Veel van de oude schapenrassen bestaan niet meer. Voor het Buijtenland van Rhoon is een sober schaap nodig, dat zich ook met mindere kwaliteit gras kan redden, en dat kuddegedrag vertoont en dus goed te hoeden is. Van de Nederlandse schapenrassen zijn heideschapen de enige kuddeschapen. Er zijn nog 5 heiderassen waarvan het Kempisch Heideschaap geografisch gezien de meest logische keuze zou zijn voor Rhoon (dit schaap kwam in heel ZuidNederland veel voor)17.
Figuur 4: het Kempisch heideschaap.
Langs de gehele zuidkant van het Buijtenland van Rhoon liggen zoetwatergetijdegrienden van de Oude Maas. Deze buitendijkse grienden zijn onder invloed van eb en vloed en werden vroeger iedere drie jaar gehakt. De Rhoonse Grienden worden nog steeds op deze intensieve manier beheerd, waardoor dit cultuurhistorische landschap bewaard is gebleven en je kunt wandelen langs de eindeloze rijen geknotte wilgen. De Carnisse Grienden en de grienden van Klein Profijt worden grotendeels niet meer onderhouden, waardoor de grienden zijn verwilderd tot een soort wilgenjungle met omgevallen bomen, stronken en woekerplanten. Langs de wandelpaden worden de grienden vaak nog wel onderhouden, zodat wandelaars een indruk krijgen van het vroegere landschap. In het gebied komen veel bijzondere planten en dieren voor, zoals de beschermde spindotterbloem, ijsvogel en bever. Tussen de grienden in, aan het einde van de leidingenstraat, is een uitzichtpunt vanwaar je over de Oude Maas uit kunt kijken.
De bomendijken zijn momenteel versnipperd verpacht en moeten dus pachtvrij gemaakt worden. Het is belangrijk dat de huidige pachters van compensatiegrond gebruik kunnen maken. Er komen op korte termijn provinciale gronden vrij die hiervoor geschikt zouden kunnen zijn. De dijken moeten zoveel mogelijk aaneengesloten beweid kunnen worden. Het is aan de coöperatie om zo nodig via grondaankoop bypasses te creëren, bijvoorbeeld als er te veel woningen en tuinen langs de dijk liggen. Er moet een goed beheerplan komen voor de schaapskudde die de bomendijken en enkele hoogstamboomgaarden gaat begrazen. Dit plan moet ecologisch onderbouwd zijn en worden afgestemd met de herder. Sjraar van Beek is ecoloog, schaapsherder en secretaris van de Vereniging Gescheperde Schaapskudden Nederland. Hij heeft veel ervaring met het opstellen van beheerplannen. Martin Oosthoek is schaapsherder in de regio Rotterdam. Hij heeft het momenteel erg druk dus voor het Buijtenland van Rhoon zal een nieuwe herder gezocht moeten worden. Elk jaar studeren 15 schaapsherders af aan het Helicon. Sjraar en Martin hebben voorgesteld om samen te zorgen voor een beheerplan (Sjraar), een vacature uit te zetten voor een nieuwe herder en die de eerste seizoenen te begeleiden (Martin).
16 In het open vogelrustgebied kan een mate van vogelverstoring verwacht worden in een zone van 100 meter rond wegen en bebouwing. Doordat bij de zuidoostelijke entree toch al woonhuizen aanwezig zijn, zal een extra gebouw hier niet voor veel extra verstoring zorgen. Bovendien is de vogelverstoring gering vanwege de grote voorspelbaarheid van een terras voor vogels. (Gesprek Ruud Foppen, SOVON).
17 Advies Sjraar Verbeek, ecoloog en secretaris van de Vereniging Gescheperde Schaapskuddes Nederland (VGSN).
Grienden en eendenkooi langs de Oude Maas
Uitzichtpunten, vogelkijkhutten en picknickplekken Door het gebied zijn op strategische plekken langs de wandel- en fietsroutes picknickbanken te vinden. Vanaf de Zegenpoldersedijk, de Portlandse Zeedijk en de Essendijk kijkt men uit over het open polderlandschap en vogelrustgebied. Bij belangrijke vogelspot-plekken (bijvoorbeeld de Zegenpoldersedijk en de Schenkeldijk) worden informatieborden geplaatst over de vogelsoorten die in het gebied voorkomen. Middenin de Portlandsche Polder, op de plek waar vroeger een molen stond, is een vogelkijkhut of -scherm aanwezig. Natuurliefhebbers kunnen hier genieten van de vele bijzondere vogels die de polder aantrekt, zonder dat deze dieren verstoord worden. In de toekomst kunnen er nog meer vogelkijkhutten of -schermen geplaatst worden. De praktijk wijst uit dat het moeilijk kan zijn de geschikte locaties van tevoren vast te stellen. Het is daarom beter om te monitoren hoe vogels en vogelaars zich gedragen en waar nodig extra voorzieningen aan te leggen.
18 Het is vanwege de drukke golfbaan en vele schepen op de Oude Maas niet haalbaar om in deze eendenkooi weer wilde eenden te gaan vangen.
De eendenkooi van Klein Profijt is redelijk uniek omdat zij buitendijks ligt en onder invloed is van het zoetwatergetij. Een actieve groep vrijwilligers verzorgt momenteel het cultuurhistorisch onderhoud van de eendenkooi, het Zuid-Hollands Landschap doet het groot onderhoud zoals baggeren. De eendenkooi is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids. De vrijwilligers leiden momenteel deze excursies, waarbij ze het publiek vertellen over de geschiedenis en natuurwaarden van de eendenkooi. Eendenkooien liggen van oudsher verborgen in het landschap, zodat er rust en stilte is en de wilde eenden niet verstoord worden. Vanwege dit omsloten karakter en de natuurwaarden is het belangrijk dat recreatie op deze plek wordt gereguleerd en begeleid. Omdat het aantal recreanten in de toekomst zal toenemen bevelen wij aan dat er een kooiker/beheerder wordt aangesteld. Deze kan samen met de vrijwilligers zorgen dat er voldoende excursies worden aangeboden, waarbij de mensen de natuur rond de eendenkooi kunnen beleven en het historische verhaal van deze bijzondere plek te horen krijgen. Doordat deze kooiker/beheerder een kooikerhondje heeft en er eenden zwemmen in de kooi, wordt het historische beeld zo volledig mogelijk hersteld18.
69
Voor het streefbeeld van het Buijtenland van Rhoon vormen het griendenlandschap en de eendenkooi zeer belangrijke en waardevolle toevoegingen. Recreanten fietsen of wandelen door de open polder, steken de dijk over en vervolgen hun tocht door de mysterieuze en omsloten wilgenbossen. Doordat de ontwikkeling van het Buijtenland van Rhoon ook extra bezoekers zal trekken naar deze plekken, is het nodig dat ook geïnvesteerd wordt in de mogelijke aanpassingen of uitbreidingen die deze gebieden nodig hebben. Zo ontbreekt er op dit moment een goede wandelverbinding tussen de Rhoonse grienden en Klein Profijt. Om het onderhoud van de wandelpaden te vergemakkelijken in het wilgenvloedbos van Kleijn Profijt, zou het Zuid-Hollands Landschap baat hebben bij een betere beheerontsluiting. Door het aanbrengen van enkele bruggen of het verbeteren van de historische vaarwegen wordt het gebied, per land of per water, beter bereikbaar voor de onderhoudsploeg. Voor de eendenkooi is het belangrijk dat er geld beschikbaar is voor langjarig groot onderhoud zoals het uitbaggeren van de kooiplas, en voor het aanstellen van een kooiker/beheerder19.
Figuur 6: Een vangarm van de eendenkooi van Klein Profijt.
Er zijn voldoende parkeergelegenheden aanwezig rond het griendengebied. Zo liggen er bij de Rhoonse Jachthaven meerdere grote parkeerplaatsen en is er een parkeerplaats gelegen aan het begin van de Carnisse grienden, langs de Koedood. Ook is een zeer ruime parkeerplaats aanwezig aan het einde van de Veerweg, en is er een kleinere parkeerplaats aan het einde van de Schenkeldijk. Vanaf deze parkeerplekken starten meerdere wandelroutes. Extra parkeerplaatsen zijn dus niet nodig en ook niet wenselijk vanwege de aantasting van het groen en de rust.
Verkeersplan
De meeste recreanten gebruiken de auto om naar het gebied te reizen22. De bezoekersdichtheden van een recreatiegebied worden dan ook grotendeels bepaald door de aanwezige parkeerplaatsen23. De locatie, bereikbaarheid en grootte van de parkeerplaats, en de aanwezige routestructuren en het recreatieve aanbod dat terplekke aanwezig is, kunnen op deze manier gebruikt worden om de recreatiestromen te reguleren. Om de doorgaande autowegen zoveel mogelijk te ontlasten qua autoverkeer, worden drie overstappunten ingericht aan de randen van het Buijtenland van Rhoon. Hier zijn voldoende parkeerplekken ingericht en worden recreanten gestimuleerd het gebied al wandelend of per fiets te verkennen.
4. Ontsluiting en routes
Figuur 5: Rhoonse grienden. 19 In de toekomst valt eventueel ook te denken aan een klein bezoekerscentrum. Eendenkooi Bakkerswaal in Lekkerkerk (ook van het Zuid-Hollands Landschap) kan als voorbeeld dienen voor het beheer van de eendenkooi in Klein Profijt, met als kanttekening dat er bij Bakkerswaal nog eenden worden gevangen, terwijl dat bij Klein Profijt niet mogelijk zal zijn.
Verkeersonderzoek Buijtenland van Rhoon, concept, Goudappel en Coffeng (januari 2018), 6-7.
20
Bezoek natuur- en recreatiegebieden, ZuidHolland 2017: Bijlage (2017), 54. Vervoermiddel naar ‘Groengebieden aan de Oude Maas ten zuiden van Rotterdam’: 42% auto, 35% fiets, 10% wandelen, 10% openbaar vervoer.
20
70
Parkeerplaatsen/entrees van het gebied
Door de recreatieve ambities zal de verkeersdruk in het Buijtenland van Rhoon toenemen. Er loopt momenteel nog een verkeersonderzoek naar het Buijtenland van Rhoon20. De voorlopige conclusies van dit verkeersonderzoek zijn dat een verdere toename van de verkeersdruk op de Essendijk, Omloopseweg en Koedood niet wenselijk zijn. Het verbreden van een weg als de Essendijk is namelijk lastig vanwege de beperkte ruimte op het dijklichaam. Doorgaand verkeer moet daarom gestimuleerd worden om van andere routes gebruik te maken (om het gebied heen). Voor doorgaand verkeer moet de route door het gebied onaantrekkelijker worden, maar het is ook van belang dat het gebied bereikbaar blijft voor de bewoners en gebruikers21. De definitieve uitkomsten van het verkeerskundig onderzoek zullen gebruikt worden om de nodige verkeersmaatregelen te treffen zodat verkeersveiligheid en bereikbaarheid gewaarborgd blijven. In het zuidoosten van het gebied ligt een parkeerplaats bij de Carnisse Grienden/ Koedood. De verkeersveiligheid is hier momenteel niet optimaal vanwege de schuine kruising op de dijk tussen het fietspad en de toegang tot het parkeerterrein. Wanneer het verkeerskundig onderzoek dat op dit moment nog loopt hier geen uitsluitsel geeft, zal dit nog onderzocht moeten worden.
Op dit moment kent het Buijtenland van Rhoon twee toegangspoorten. Ten zuidoosten is een parkeerplaats aan het begin van de Carnisse Grienden en ten zuidwesten zijn meerdere parkeerplaatsen aanwezig bij de Rhoonse Jachthaven en horecaonderneming Abel. Een toegangspoort in het noorden ontbreekt nu. Hier komt de hoofdentree van het Buijtenland van Rhoon te liggen, omdat juist het noorden van het gebied de grootste recreatiedruk aan kan, terwijl het zuiden vanwege de natuurdoelen moet worden ontzien. Dit transferium wordt goed bereikbaar gemaakt en er zijn voldoende parkeerplaatsen. Er worden fietsen verhuurd en informatie verstrekt over de wandel- en fietsroutes en bezienswaardigheden in het gebied. Het transferium zorgt er op deze manier voor dat mensen hun auto aan de rand van het gebied achterlaten en het Buijtenland van Rhoon wandelend of per fiets verkennen. Langs het transferium loopt via de Koekdood ‘De Blauwe Verbinding’, een bijna gerealiseerde kanoroute van 15 kilometer die het Buijtenland van Rhoon verbindt met de Zuidpolder in Barendrecht en het Zuiderpark in Rotterdam. Vanuit het project ‘De Blauwe Verbinding’ is het wenselijk dat bij het transferium, dat halverwege de route is gelegen, een kano-aanlegplek en kanoverhuur komen. Dit is tevens een kans voor het Buijtenland van Rhoon om extra toeristen aan te trekken.
De parkeerplaats bij de Carnisse Grienden/Koedood biedt nu plaats aan zo’n 50 auto’s. De te realiseren horecagelegenheid bij deze entree zal ook over een parkeerplaats en fietsverhuur beschikken. Naar verwachting is extra uitbreiding van parkeerplek in deze hoek van het gebied voorlopig niet aan de orde. Zo nodig
kan de parkeerplaats bij de Carnisse Grienden in de toekomst efficiënter worden ingericht. Bij alle drie de entrees van het gebied is een horecagelegenheid aanwezig. In de toekomst leent de haven, gelegen tussen de Carnisse Grienden en de Jan Gerritse Polder, zich zeer voor de ontwikkeling van recreatief aanbod in de vorm van zwemwater.
Openbaar vervoer In Rhoon is momenteel een metrostation aanwezig en in Barendrecht is een tramstation (Waterkant). Vanaf beide stations is het Buijtenland van Rhoon binnen enkele minuten lopend te bereiken. Vanaf het metrostation van Rhoon rijden er bussen naar de Rhoonse Jachthaven24. Ook rijden er bussen vanaf Rotterdam naar de Portlandse Baan (Smitshoek). Omdat deze beide OV-verbindingen niet optimaal zijn en beiden in het zuiden liggen, moet er bij het te bouwen transferium ook een bushalte worden gerealiseerd, zodat deze belangrijkste entree van het Buijtenland van Rhoon ook goed met het openbaar vervoer bereikbaar is. Ook is het wenselijk dat er een fietsenverhuur komt bij het metrostation van Rhoon.
24 Deze bussen rijden op dit moment hooguit 1 keer per uur, waardoor dit niet echt een aantrekkelijk alternatief is voor recreanten.
Bezoek natuur- en recreatiegebieden, Zuid- Holland 2017: Bijlage (2017), 54. Vervoermiddel naar ‘Groengebieden aan de Oude Maas ten zuiden van Rotterdam’: 42% auto, 35% fiets, 10% wandelen, 10% openbaar vervoer.
22
24 Pouwels, Rogier ; Sierdsema, Henk ; Foppen, Ruud P.B. ; Henkens, René J.H.G. ; Opdam, Paul F.M. ; Eupen, Michiel van,‘Harmonizing outdoor recreation and bird conservation targets in protected areas : Applying available monitoring data to facilitate collaborative management at the regional scale’ (2017) Journal of Environmental Management 198, p248 - 255.
71
Verbindingen over de Oude Maas De Oude Maas ligt tussen het Buijtenland van Rhoon en de Hoeksche Waard in. Een goede verbinding tussen beide gebieden maakt het aantrekkelijker voor recreanten om van het ene gebied naar het andere te reizen. Het Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard zet zich in voor goede verbindingen tussen de Hoeksche Waard en IJsselmonde. De belangrijkste oversteekplaats voor recreanten van het Buijtenland van Rhoon is momenteel de veerpont die het hele jaar vanaf de Rhoonse Jachthaven naar Oud-Beijerland en de Beerenplaat vaart. Vanaf hier kunnen fietsers en wandelaars hun tocht voorzetten, bijvoorbeeld richting natuurbezoekerscentrum Klein Profijt en de onlangs gerestaureerde molen van Goidschalxoord. Of richting de Beerenplaat of Nieuw-Beijerland, waar ook veerverbindingen over het Spui aanwezig zijn25. Een andere belangrijke oversteekplek van de Oude Maas is de A29, waarlangs een fietstunnel loopt26.
Routes Routeinformatie en -kaarten zijn verkrijgbaar bij de drie toegangspoorten tot het Buijtenland van Rhoon, maar ook bij recreatieondernemers in en rond het gebied. Er worden verschillende fiets- en wandelroutes ontwikkeld in samenwerking met de stakeholders in het gebied. Denk bijvoorbeeld aan een dijkenroute, boomgaardroute, molenroute, boerenlandpadenroute en bloemenroute. De belangrijkste fiets- en wandelroutes worden aangegeven met paaltjes. Langs het vogelrustgebied lopen struinpaden die in het vogelbroedseizoen afsluitbaar zijn. Dit kan met een draaibrug over de sloot, zodat het pad ook echt niet toegankelijk is27. Hoewel de nadruk ligt op fietsen en wandelen, zijn er ook mogelijkheden voor paardrijden en kanovaren. Bij het transferium kan men kano’s huren en een tocht maken langs ‘de Blauwe Verbinding’. Het is belangrijk om bij het ontwikkelen van de wandel- en fietspaden zoveel mogelijk aan te sluiten bij de cultuurhistorische structuren die al in het gebied aanwezig zijn, bijvoorbeeld de bomendijken of de karakteristieke Essendijk. Ook was er aan het einde van de Lageweg in het verleden een oeververbinding. Deze zou wellicht d.m.v. een trek- of touwpontje voor voetgangers en fietsers te herstellen zijn zodat er een verbinding is naar de Koedoodzone. Op die manier sluiten de routes aan bij de cultuurhistorische beleving van het landschap.
Bij het realiseren van de routes zijn mogelijk infrastructurele aanpassingen nodig om de routes veiliger en aantrekkelijker te maken. In het midden van het Buijtenland van
72
Rhoon ligt paardenstal Vossenburg. Ook liggen er enkele paardenpensions rond het gebied die ook van het Buijtenland van Rhoon gebruik maken. De ruiters rijden momenteel vooral over bestaande wegen en fietspaden in het gebied. Eigenlijk zijn ruiters op fietspaden niet toegestaan, maar dit wordt momenteel wel gedoogd. Een aantal fietspaden in het Buijtenland van Rhoon zijn relatief breed. Op dit moment is het Waterschap (de wegbeheerder in het gebied) op verzoek van de KNHS aan het onderzoeken of het mogelijk is de fietspaden officieel toegankelijk te maken voor ruiters. Uit onderzoek van de ANWB en KNHS (2016) is gebleken dat er veel onwetendheid is bij weggebruikers zonder paarden over het gedrag van paarden, wat soms tot gevaarlijke situaties kan leiden28. Gezien de toename van het recreatieverkeer is het belangrijk voor de verkeersveiligheid in het gebied dat er voor de bestaande paardensporters voldoende veilige routes aanwezig zijn in het Buijtenland van Rhoon. Daarbij kan zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van bestaande wegbermen, en mogelijk dus ook fietspaden29. De ruiterroutes kunnen met paaltjes gemarkeerd worden. Ruiters kunnen een belangrijke rol spelen in het controleren van de ruiterpaden en het doorgeven als een deel van de route slecht begaanbaar is of tijdelijk ontzien moet worden30.
Op dit moment worden vooral de griendgebieden langs de Oude Maas door veel toeristen bezocht. Een belangrijke manier om meer recreanten naar het 25
www.deltapontjes.nl
26 Op dit moment sluit deze fietstunnel nog niet logisch aan, dus hier liggen kansen voor een betere aansluiting.
Een ophaalbrug is niet wenselijk omdat dit te veel uitsteekt in het landschap en roofvogels kan aantrekken. 27
https://www.knhs.nl/nieuws/2016/start-campagne-veilig-verkeer-vanknhs-en-anwb/
28
Er is geen direct bezwaar tegen het aanleggen van een ruiterpad/fietspad/wandelpad op de leidingenstraat die door het Buijtenland van Rhoon loop.
29
Buijtenland van Rhoon te trekken, is door deze bestaande toeristen te verleiden ook het gebied ten noorden van de griendgebieden te ontdekken. Daarom is het belangrijk dat er goede fiets- en wandelverbindingen zijn die de griendgebieden verbinden met het Buijtenland van Rhoon.
de Oude Maas vanaf de Veerweg vervolgd kan worden34. Figuur 7: Overzicht van de teruggevonden mijlpalen in de Hoeksche Waard en het Buijtenland van Rhoon.
Aansluiting met omliggende gebieden De recreatiegebieden langs de Oude Maas liggen als een lint langs de rivier en zijn grotendeels met elkaar verbonden. Dit is een uitzondering in vergelijking met de versnipperde, door bebouwing omsloten recreatiegebieden in de rest van IJsselmonde31. Wandelroutes in het Buijtenland van Rhoon worden afgestemd op het Wandelroutenetwerk van de provincie Zuid-Holland, en de fietsroutes worden opgenomen in het landelijke fietsknooppuntennetwerk32. Recreanten vinden op die manier makkelijk hun weg naar het Buijtenland van Rhoon, en vanaf daar ook weer naar andere recreatiegebieden langs de Oude Maas. Afstemming met de plannen van Landschapstafel IJsselmonde is in de toekomst belangrijk om de routes en voorzieningen goed op elkaar te laten aansluiten. Door de BAR-gemeenten wordt momenteel gewerkt aan een fietsroute over IJsselmonde die de karakteristieke bomendijken met elkaar verbindt33. De Essendijk wordt daarbij benoemd als de ‘meest authentieke dijk’ in het gebied. Deze fietsroute kan ook voor het Buijtenland van Rhoon van grote meerwaarde zijn. Ten eerste is het Buijtenland van Rhoon op zichzelf niet groot genoeg voor wat langere fietstochten, dus dan is het belangrijk om aan te sluiten bij routes die door de naastgelegen gebieden lopen.
Ten tweede kan deze bomendijkroute extra fietsers uit een bredere omgeving aantrekken en naar het Buijtenland van Rhoon leiden. In de Hoeksche Waard is men momenteel bezig de Mijlpalenroute te herstellen. Deze route is ten tijde van Napoleon door de Fransen aangelegd en loopt van Den Haag naar Parijs. Langs de route zijn nog veel van de originele paaltjes terug te vinden. In Rhoon zijn de paaltjes recentelijk door het waterschap gerenoveerd. De route kan een mooi aanknopingspunt zijn om de recreatieve verbinding tussen het Buijtenland van Rhoon en de Hoeksche Waard te versterken. De route liep vroeger via de inmiddels opgeheven veer van Goidschalxoord naar Portlandsche Polder. In samenwerking met het Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard kan een alternatieve oversteekroute ontwikkeld worden, bijvoorbeeld met het voetveer van Oud-Beijerland naar de Rhoonse Jachthaven, zodat de tocht aan de overzijde van
31
Recreatieve vraag- aanbodanalyse IJsselmonde (2013), 30-31.
32
http://zuidholland.wandelen123.nl/
33 Gesprek Roald Fekken, beleidsmedewerker Recreatie en Groen, BAR-organisatie.
34 Aangezien er vanaf de twee zuidelijke entrees van het Buijtenland van Rhoon momenteel goede mogelijkheden zijn om de Oude Maas over te steken, is het niet nodig de voetveer te herstellen die vroeger de Rhoonse Veerweg verbond met Goidschalxoord. Hoewel de bestaande veerdienst tussen Rhoon en Oud-Beijerland veel gebruikt wordt, blijft subsidie nodig om de veerpont te laten voortbestaan. Een extra veerverbinding tussen Rhoon en Goidschalxoord kan voor onwenselijke concurrentie zorgen.
73
5. Educatie In het Buijtenland van Rhoon leren jong en oud over de ontstaansgeschiedenis van het gebied, ontdekken ze de flora en fauna en beleven ze hoe voedsel in de polder wordt gemaakt. In het bezoekerscentrum wordt de samenhang tussen al deze zaken duidelijk: welke invloed de manier van landbouw op de natuur heeft, hoe planten en dieren door de mens geholpen kunnen worden en hoe de mens zich eeuwenlang heeft aangepast aan de natuur maar ook het landschap naar zijn hand heeft gezet. De schaapskudde trekt onder begeleiding van herder en hond door het gebied en kinderen kunnen in het voorjaar de lammetjes bewonderen. Bij onder meer De Buytenhof maken jong en oud kennis met het boerenleven en kunnen zij hun eigen groenten en fruit plukken. Bij de herbouwde waterwipmolen wordt uitleg gegeven over de strijd tegen het water. Het Buijtenland van Rhoon leent zich erg goed voor educatie, niet alleen vanwege de aanwezige landbouw en rijke natuur en cultuurhistorie, maar ook door de nabijheid van veel leerlingen. ‘De stad uit’ is een programma van de gemeente Rotterdam dat bedoeld is om kinderen en hun ouders uit stenige wijken te laten ervaren wat op het platteland net buiten de stadsranden allemaal te beleven is. Vorig jaar bleek uit onderzoek van ‘De Stad Uit’ dat 80% van de respondenten een boerderijexcursie ziet als een onvergetelijke ervaring die elk kind mee moet maken35.
Zowel vanuit de Vereniging de Carnisse Grienden als vanuit het onderwijs zelf liggen initiatieven klaar voor jeugdeducatie in het Buijtenland van Rhoon36. Vereniging de Carnisse Grienden probeert kinderen actief bij de natuur te betrekken en heeft daarvoor contact met de lokale scholen en organiseert kabouterpad-tochten door de grienden. De vereniging organiseert overigens ook excursies voor volwassenen en kan helpen met het verstrekken van informatie en historische gebruiksvoorwerpen over de grienden voor het informatiecentrum. 6. Regels en toezicht In het Buijtenland van Rhoon zullen in de toekomst grotere aantallen recreanten gaan komen. Het is belangrijk dat bezoekers zo goed mogelijk worden voorgelicht over de regels in het gebied. Het is daarom belangrijk dat er in samenwerking met de gemeente een duidelijk beleid wordt opgesteld en dat bezoekers worden gecorrigeerd als zij zich niet aan de regels houden. Een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) die is aangesteld voor het Buijtenland van Rhoon wordt daarom verantwoordelijk voor toezicht. Deze veldwachter is ook een gastheer voor de gebruikers van het gebied; doordat hij/zij zichtbaar en makkelijk
74
benaderbaar is, vervult hij/zij ook een vraagbaakfunctie. Bovendien ziet deze persoon toe op het beheer van de openbare recreatievoorzieningen zoals prullenbakken en picknicktafels. Over het algemeen mogen honden in het buitengebied van Nederland loslopen, tenzij is aangegeven dat honden moeten worden aangelijnd. In natuurgebieden moeten honden vaak worden aangelijnd, maar als er kwetsbare dieren leven die zeer gevoelig zijn voor verstoring zijn honden helemaal niet toegestaan. Honden kunnen in en rond het vogelrustgebied van het Buijtenland van Rhoon voor veel verstoring zorgen. Voor de struinpaden, die veelal langs deze vogelrustgebieden lopen en alleen buiten het broedseizoen toegankelijk zijn, bevelen wij voorlopig een aanlijngebod aan. Over het algemeen leert de praktijk dat veel honden overwegend loslopen, ook bij een eventueel aanlijngebod. Mocht dit ook in Rhoon verstoring van de natuur veroorzaken, ondanks de aanwezige BOA, dan zouden honden verboden moeten worden in deze kwetsbare natuurgebieden. Langs de bestaande wegen blijven dan nog voldoende routes over waar men met de hond kan lopen37. Op dit moment is voor hondenbezitters niet duidelijk aangegeven wat de regels zijn in het Buijtenland van Rhoon38.
Het is belangrijk dat dit wel helder gecommuniceerd gaat worden, bijvoorbeeld met behulp van bordjes, zodat duidelijk is in welke gebieden de hond al dan niet moet worden aangelijnd, of welke gebieden verboden zijn voor honden (zoals speeltuinen).