Programmabegroting 2023 college 20sept22.pdf
Tekst van het document
Verklaring van verschillen Verschillen overhead ten opzichte van gewijzigde begroting 2022 Lasten Overhead Baten Overhead Totaal baten en lasten
Begroting 2022
Begroting 2023
Verschil 1e tr 2022 - Begroting 2023
8.217.700
7.855.700
-362.000
27.500 -8.190.200
27.500 -7.828.200
0 -362.000
Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht: Lasten De afname wordt verklaard door een lagere kosten bestuursondersteuning € 115 duizend. In 2022 is aanvullend budget opgenomen voor inhuur van communicatie en een adjunct gemeente secretaris. In 2023 zijn deze posten niet opgenomen.
39
De bedragen zijn als volgt samengesteld: Overhead Bestuursondersteuning Kosten vm personeel Communicatie en voorlichting Juridische zaken Overhead vanuit de BAR Doorbelasting kosten gemeentehuis Saldo lasten Doorbelasting kosten gemeentehuis Saldo baten Totaal Overhead
Begroting 2023 285.900 0 64.000 22.600 7.242.200 241.000
Begroting 2024 285.100 0 63.500 22.600 7.281.400 239.500
Begroting 2025 284.500 0 64.500 22.900 7.319.300 239.700
Begroting 2026 284.400 0 64.500 22.900 7.319.300 239.700
7.855.700 27.500
7.892.100 27.800
7.930.900 29.200
7.930.800 29.200
27.500 -7.828.200
27.800 -7.864.300
29.200 -7.901.700
29.200 -7.901.600
40
3. VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB) Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitsplitst is, wordt de eventueel af te dragen Vpbheffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9. Wat mag het kosten? VennootschapsRealisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting belasting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Lasten Vennootschapbelasting 7.426 23.700 24.600 24.400 24.700 24.700 Totaal -7.426 -23.700 -24.600 -24.400 -24.700 -24.700 Vennootschapsbelasting De bedragen zijn als volgt samengesteld: Vennootschapsbelasting Heffing vennootschapsbelasting Bijdrage GR BAR Saldo lasten Heffing vennootschapsbelasting Saldo baten Totaal Vennootschapsbelasting
Begroting 2023 24.600
Begroting 2024 24.400
Begroting 2025 24.700
Begroting 2026 24.700
0 24.600 0
0 24.400 0
0 24.700 0
0 24.700 0
0 -24.600
0 -24.400
0 -24.700
0 -24.700
41
4. ONVOORZIEN In de begroting is een bedrag opgenomen voor onvoorziene lasten. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat mag het kosten? Onvoorzien Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Lasten Onvoorzien 0 75.000 75.000 75.000 75.000 75.000 Totaal 0 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 Onvoorzien
42
4. PARAGRAFEN
43
PARAGRAAF 1 - LOKALE HEFFINGEN In deze paragraaf treft u informatie aan over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen. Aan de orde komt het gemeentelijke beleid een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid, en de lokale lastendruk in vergelijking met omliggende gemeenten. Algemene uitgangspunten lokale heffingen De uitwerking van de begroting 2023 vloeit voort uit de Kaderbrief 2022-2023. Een algemeen uitgangspunt is een stijging van 3% en/of maximaal kostendekkende tarieven. Woonlasten en tarieven belastingen en heffingen De gemeentelijke woonlasten worden bepaald door de uitgaven van burgers aan Onroerende zaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. De OZB is een gemeentelijke belasting waarbij de opbrengsten in de algemene dekkingsmiddelen terecht komen en dus vrij besteedbaar zijn. Daarnaast zijn er gebonden heffingen die volledig bestemd zijn voor de uitvoering van gemeentelijke taken. De gebonden heffingen (afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en retributies) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn (lager mag ook). Dit is inclusief de toe te rekenen compensabele BTW, mutaties in voorzieningen en toe te rekenen kosten voor overhead. Albrandswaard kiest voor tarieven die 100% van de kosten dekken.
Algemene (beleids)ontwikkelingen Benchmark woonlasten Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de benchmark woonlasten van de Coelo. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening gehouden kan worden. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. Begrotingsregels Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven moeten zijn opgenomen. Dit geldt in het bijzonder voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn er kostenonderbouwingen opgenomen volgens het BBVmodel. Deze geven inzicht in de opbouw van de geraamde baten en lasten. Onderdeel van de begrotingsregels zijn richtlijnen voor de berekening van de overhead. De overhead wordt binnen de gemeentelijke begrotingen afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In overeenstemming met de nieuwe regels met betrekking tot de berekening van de overhead en de toe te rekenen kosten conform de financiële verordening van Albrandswaard, wordt een opslag voor de kosten van overhead meegenomen in de tarievenberekening.
Het jaarlijkse percentage aan toerekenbare overhead wordt berekend door de totale overheadkosten vanuit de BAR-begroting en (deels) gemeentebegroting te delen door de overblijvende directe kosten van de BAR-begroting. Het berekende overheadpercentage per gemeente wordt vervolgens als toeslag berekend over de directe personeelslasten die specifiek aan de heffing/ het tarief zijn toe te schrijven.
44
Overzicht geraamde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaal overzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen. Gemeentelijke belastingen 2022 Algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelastingen Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing
2023
Begroting 2024
2025
2026
7.317.300 7.596.900 7.824.800 8.059.500 8.301.400 Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 3.994.500 3.942.500 3.942.500 3.942.500 3.942.500 2.981.300 3.223.900 3.246.200 3.255.000 3.259.100
De geraamde opbrengsten zijn een gevolg van de tariefstelling en het aantal heffingseenheden. Tarieven 2022 Onroerende zaakbelastingen De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Waardepeildatum De waarde van een onroerende zaak wordt vastgesteld conform de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). De vastgestelde waarde geldt voor een tijdvak van één jaar en heeft als peildatum 1 januari van één jaar eerder. In 2023 zal de OZB daarom berekend worden op basis van WOZ-waarde met als waardepeildatum 1 januari 2022. Opbrengst OZB Jaarlijks ontvangen we in juli van het SVHW een raming van de heffingsmaatstaven van de verschillende belastingen en heffingen. Op basis hiervan wordt de berekening gemaakt van de opbrengsten en de tarieven voor de lokale heffingen. Bij het bepalen van de opbrengst OZB voor de begrotingsjaren 2023 – 2026 is de opbrengstraming van 2023 gecorrigeerd met het stijgingspercentage van 3% exclusief areaaluitbreiding door nieuwbouw. De opbrengst van OZB wordt voor 2023 geraamd op €7.596.900. In deze opbrengstraming zitten de verwachte waardeontwikkeling van de WOZ inclusief areaaluitbreiding en de verwachte verminderingen op aanslagen verwerkt.
45
OZB tarieven 2023 Op basis van het voorgaande zien de tarieven OZB voor 2023 er als volgt uit. Onroerende zaakbelastingen (als percentage van de WOZ-waarde) Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
2022
2023
0,1172% 0,3735% 0,2845%
0,1038% 0,3767% 0,3192%
Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente Albrandswaard maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen. Onderbouwing kostendekkende tarieven De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald. Afvalstoffenheffing Omschrijving Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Netto kosten van de activiteit Toe te rekenen kosten Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing Dekkingspercentage
2023 1.969.400 1.410.100 -512.800 2.866.700 325.000 106.000 644.800 3.942.500 3.942.500 100%
Op basis van kostendekkendheid zien de tarieven 2023 er ten opzichte van 2022 als volgt uit: Afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishouden (vast tarief) Meerpersoonshuishouden (vast tarief) Variabel tarief per zak 60 liter Variabel tarief container 240 liter
2022 274,92 366,60 0,75 3,00
46
2023 252,00 336,00 0,75 3,00
Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die betrekking hebben op: • de inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA); • de inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater; • het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald. Rioolheffing Omschrijving Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Voorziening beklemde middelen Netto kosten van de activiteit Toe te rekenen kosten Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst rioolheffing Dekkingspercentage
2023 212.700 1.358.600 -38.600 1.027.000 2.559.700 306.500 188.500 481.900 3.536.600 3.223.900 91%
De tarieven rioolheffing 2023 zien er als volgt uit: Rioolheffing Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
2022 202,86 270,48
2023 220,44 294,00
Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Rhoon en Poortugaal worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald.
47
Lijkbezorgingsrechten Omschrijving Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente Netto kosten van de activiteit Toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten Dekkingspercentage
2023 196.200 290.500 486.700 164.500 651.200 214.400 33%
Tarieven lijkbezorging Lijkbezorging Particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar Particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar Particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar Begraafkosten (personen vanaf 18 jaar) Afkoop van verplichte onderhoudskosten 1 diep (20 jaar)
2022 2023 1.710 1.760 3.415 3.515 2.800 2.885 1.325 1.365 875 900
De algemene verhoging als gevolg van prijsindexering van de overige gemeentelijke heffingen bedraagt in beginsel 3% met dien verstande dat de opbrengst maximaal kostendekkend mogen zijn. Leges Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden.
48
De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Leges Hoofdstuk/Paragraaf 1. Algemene dienstverlening 1.1. Burgerlijke stand 1.2. Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 1.3. Rijbewijzen 1.4. Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens 1.5. Bestuursstukken 1.6. Vastgoedinformatie 1.7. Overige publiekszaken 1.8. Gemeentearchief 1.9. Bijzondere wetten 1.10. Diversen Totaal Algemene Dienstverlening Hoofdstuk/Paragraaf 2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet 2.1. Begripsomschrijving 2.2. Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.3. Omgevingsvergunning 2.4. Verminderingen 2.5. Teruggaaf 2.6. Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7. Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8. Ontheffing geluidhinder bouwen en slopen 2.9. Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal Algemene Dienstverlening ihkv Omgevingswet
Kosten taakveld
Overhead BTW Lasten Baten
Dekking
41.928 119.992
11.263 44.620
118 53.309 12.171 469 165.081 135.756
23% 82%
79.428 27.946
44.207 16.771
464 124.100 97.869 176 44.893 144
79% 0%
59.167 11.487 339.900
6.664 70 65.901 54.379 10.338 109 21.933 1.373 133.900 1.400 475.200 301.700
Kosten taakveld
-
Overhead BTW Lasten Baten
-
480.158 -
-
-
332.354 3.490 816.002 475.404 -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
49
6% 63% Dekking
-
-
480.158
83%
332.354 3.490 816.002 475.404
58%
58%
Hoofdstuk/Paragraaf
Kosten taakveld
3. Diensten waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is 3.1. Horeca 3.2. Organiseren evenement of markt 3.3. Sexbedrijven 3.4. Standplaatsen 3.5. Winkeltijdenwet 3.6. Landelijke Register Kinderopvang 3.7. In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal Dienstverlening Europese Richtlijn KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL
Overhead BTW Lasten
Baten
Dekking
37.686 65.027
32.079 58.524
337 615
70.102 124.165
2.512 0
4% 0%
893 49.640 7.011 4.464
803 41.984 6.309 4.017
8 441 66 42
1.705 0 92.065 665 13.386 15.133 8.523 1.256
0% 1% 113% 15%
5.150
4.017
42
9.210
1.024
11%
169.900
147.700 1.600
319.200 20.600
6%
989.958
613.954 6.490 1.610.402 797.704
50%
Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting 2023 zijn de volgende bedragen voor kwijtschelding opgenomen. Kwijtschelding Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal
2022 98.600 100.000 198.600
2023 98.600 100.000 198.600
2024 98.600 100.000 198.600
2025 98.600 100.000 198.600
2026 98.600 100.000 198.600
Overzicht belastingdruk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten inzichtelijk gemaakt.
50
Omschrijving 2021 2022 2023 Afwijking + = stijging en - = daling van lasten Absoluut In % A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik € 202,86 € 202,86 € 220,44 € 17,58 9% Afval** € 260,40 € 274,92 € 240,36 -€ 34,56 13% Totaal € 463,26 € 477,78 € 460,80 -€ 16,98 -4% B1: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (tweepersoons)** € 347,28 € 366,60 € 320,52 -€ 46,08 13% Totaal € 617,76 € 637,08 € 614,52 -€ 22,56 -4% B2: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (meerpersoons)** € 347,28 € 366,60 € 384,60 € 18,00 5% Totaal € 617,76 € 637,08 € 678,60 € 41,52 7% C: Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 332.000* Rioolgebruik € 202,86 € 202,86 € 220,44 € 17,58 9% Afval** € 260,40 € 274,92 € 240,36 -€ 34,56 13% OZB-eigendom € 389,69 € 365,66 € 344,62 -€ 21,04 -6% Totaal € 852,95 € 843,44 € 805,42 -€ 38,02 -5% D1: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 332.000* Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9% Afval (tweepersoons)** € 347,28 € 347,28 € 320,52 -€ 26,76 -8% OZB-eigendom € 389,69 € 365,66 € 344,62 -€ 21,04 -6% Totaal € € 983,42 € 959,14 € -24,28 -2% 1.007,45 D2: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 332.000* Rioolgebruik € 270,48 € 270,48 € 294,00 € 23,52 9%
Afval (meerpersoons)** € 347,28 € 366,60 € 384,60 € 18,00 5% OZB-eigendom € 389,69 € 365,66 € 344,62 -€ 21,04 -6% Totaal € € € € 20,48 2% 1.007,45 1.002,74 1.023,22 *Gemiddelde WOZ-waarde woning in 2022 volgens Waarderingskamer. ** Bovenop dit tarief komt het variabel tarief per aanbieding/lediging per zak á € 0,75 of per container á € 3,00.
51
Albrandswaard ten opzichte van buurgemeenten Om de absolute woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2022 ten opzichte van 2021. Hiermee wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning van gemiddelde WOZ waarde. Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2022) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten.
Albrandswaard Barendrecht Ridderkerk Zwijndrecht Hendrik-IdoAmbacht * Coelo-Atlas 2022
tarieven per gemeenten 2022 afvalstoffen- rioolheffing OZBgem. woning- woonlasten* heffing tarief waarde 383 270 0,1172% 332.000 1.150 337 188 0,1016% 337.000 951 328 186 0,0985% 258.000 842 373 306 0,0957% 236.000 980 374 191 0,0974% 307.000 930
Vergelijking woonlasten 2021 en 2022
Bron: Coelo-Atlas van de lokale lasten 2021 en 2022
52
Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland (Coelo 2022) De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.
53
PARAGRAAF 2 - WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Aanleiding en achtergrond De Gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Door een scherp inzicht in de actuele risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Ook wordt gekeken naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Deze buffer is het weerstandsvermogen. In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de resultaten van de meest recente herijking/inventarisatie van risico’s en maatregelen. Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandsvermogen berekend. Risicoprofiel concern Albrandswaard Om de risico's van Gemeente Albrandswaard in kaart te brengen is in samenwerking met het regieteam Albrandswaard en de GR BAR-organisatie een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld.
Omdat binnen de GR BAR-organisatie het grootste deel van de producten en diensten wordt geleverd voor de drie gemeenten en de GR BAR-organisatie zelf geen algemene reserve kent, dient de benodigde weerstandscapaciteit middels de afgesproken verdeelsleutel opgevangen te worden door de deelnemende BAR gemeenten. In de gemeentelijke top 10 ziet u de verzameling aan BAR risico’s terug als één geconsolideerd risico met als percentage 100%. Alle risico’s worden 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Alle onzekerheden dan wel risico’s die niet in de begroting (kunnen) worden opgenomen worden vanaf het moment dat zij kwantificeerbaar zijn opgenomen in het risicoprofiel. Actuele ontwikkelingen Risico decentralisaties De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond werkt met ingang van 2023 niet meer met het vlaktaks model. Vanaf de begroting 2023 wordt als kosten verdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een lastenraming die eenvoudiger en transparanter is en bijdraagt aan een realistischer raming. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste verschuiving van gezamenlijke regionale anticipatie op onbekende risico’s (Decentralisaties, 2014) naar individuele gemeentelijke verantwoordelijkheid voor en sturing op de jeugdhulpinzet (Regiovisie, 2023).
Vanuit de ervaringen die komende periode worden opgedaan kan de risicobeheersing sterk worden verbeterd en het opgenomen risico veel scherper worden ingeschat. Corona Ten tijde van het opstellen van dit profiel zijn de maatregelen nagenoeg volledig afgeschaald geweest maar worden in de zorg voorzichtig weer maatregelen geactiveerd.
54
Door het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames wordt er rekening gehouden met overbelasting door schaarste van personeel na de zomer. Nieuwe pieken worden voorspeld in de herfst doorlopend tot aan het voorjaar van 2023. De scenario’s die hier bij worden geschetst zijn wel milder van toon qua geschetste gevolgen en maatregelen. We zien dat de hieraan gekoppelde financiële risico’s m.b.t. corona nog steeds stevig zijn, maar substantieel lijken af te nemen ten opzichte van de afgelopen jaren. De oorlog in Oekraïne De aanhoudende oorlog heeft in toenemende mate gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn kunnen voor een grotere toename van benodigde weerstandscapaciteit gaan zorgen. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang en begeleiding van vluchtelingen en de administratieve organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat de gemeente geen financiële schade op mag lopen door de taken die hierin zijn ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade als gevolg van de oorlog wel degelijk aanwezig is en toe zal nemen met het aanhouden er van. Sterk stijgende energieprijzen, hoge inflatie Onder andere door de oorlog en de sancties die het Westen oplegt aan Rusland blijven de prijzen van allerlei producten stijgen.
Niet alleen van gas, olie en benzine, maar ook van voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen stijgen. Dit zorgt ervoor dat de inflatie flink is gestegen en rond de 10 procent ligt. De koopkracht neemt zo snel af dat het voor veel huishoudens problemen op kan gaan leveren. Bouw- en onderhoudskosten lopen eveneens hard op. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en dit beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Oplopende kosten bedrijfsvoering Zoals eerder aangegeven versterken diverse ontwikkelingen elkaar momenteel. De capaciteit die nu op de aan crisis gerelateerde activiteiten wordt ingezet levert elders gebrek aan capaciteit op, Er is sprake van hoger ziekteverzuim onder gemeenteambtenaren, extra uitgaven op inhuur, hogere werkdruk. Er is sprake van een krappe arbeidsmarkt. Het werven van goed personeel wordt steeds lastiger en duurder. Vrijwillig ontslag kan een vlucht nemen en een toenemend risico gaan vormen omdat de vraag in de arbeidsmarkt groot is en de lokale overheid een lastige concurrentiepositie heeft.
ICT/ Informatiebeveiliging De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. De gemiddelde kosten per inwoner lopen sterk op. Dit heeft alles te maken met de toenemende eisen die noodzakelijkerwijs worden opgelegd. Het verschil tussen de investering die werkelijk wordt gedaan en wat er gemiddeld nodig is vormt een belangrijke indicatie voor de risico-inschatting.
55
De gemeente krijgt steeds meer last van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc..). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden. Dit kan gaan zorgen voor vertraging en oplopende prijzen in het onderhoud voor de gemeente. Verbonden partijen Risico’s van bijna alle risicodragende verbonden partijen worden in de loop van 2022 en 2023, in één cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd. Op dit moment komt dit clusterrisico niet terug in de top 10. Uitzondering hierop vormt nu nog de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond welke nu nog onderdeel is van het cluster risico decentralisaties, welke wel prominent aanwezig is in de top 10. Risico's In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
56
Het overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Kwantiteit Referentiebeelden 10%
<0 of 1 keer per 10 jaar
30%
1 keer per 5-10 jaar
50%
1 keer per 2-5 jaar
70%
1 keer per 1-2 jaar
90%
1 keer per jaar of >
Kans Toelichting kansklasse klasse 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. 2 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. 3 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen. 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag niet nodig is omdat de risico’s nooit allemaal tegelijk en in hun maximale omvang zullen optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
57
Uit de simulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s van Albrandswaard kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.695.566 (benodigde weerstandscapaciteit). Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage Bedrag 10% € 1.514.845 25% € 2.000.030 50% € 2.416.884 75% € 3.765.508 90% € 4.695.566 95% € 5.164.977
58
Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2022 (specificaties in hoofdstuk 4). Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel. MPO 2022 MPO 2021 MPO 2022 MPO 2021 Project
Risico's (ongewogen en gesaldeerd)
Risico's Risico's Risico's Verschil Op te (ongewogen (gewogen en (gewogen en vangen in en gesaldeerd) gesaldeerd) grondexploigesaldeerd) tatie
A Verliesgevend Spui Polder Albrandswaard Subtotaal
-919.500 -1.060.000
-304.800
-220.000
-220.000
-86.000
1.139.500 1.280.000
Winstgevend Binnenland -2.100.000 -2.100.000 Portland Overhoeken III Subtotaal 2.100.000 2.100.000 TOTAAL
B
C=AB
D
Niet op te vangen in grondexploitatie
E=D-A
-358.000 53.20 0 -86.000 0
0
-304.800
0
-86.000
-390.800
-444.000 53.20 0
0
-390.800
-650.000
-650.000
0
0
-650.000
-650.000
-650.000
0
0
-650.000
-3.239.500 -3.380.000 -1.040.800 -1.094.000 53.20 0
0 -1.040.800
Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 1.040.800 (benodigde weerstandscapaciteit).
59
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2023 Weerstandsonderdelen Algemene reserve Reserve MPO Reserve Sociaal domein Beschikbare weerstandscapaciteit
Huidige capaciteit € 12.774.385 € 1.746.000 € 1.726.900 € 16.247.285
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Risico's
Weerstandscapaciteit
Bedrijfsproces Financieel Imago/politiek Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product
Algemene reserve Reserve MPO Reserve Sociaal domein
Weerstandvermogen Ratio Beschikbare weerstandsvermogen = weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
60
0
€ 16.247.285 (€ 4.695.566 + € 1.040.800) = € 5.736.366
0 2,8 3
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. Deze kaart toont in één oogopslag de spreiding van de risico’s. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen.
Geld x > € 500.000 € 250.000 < x < € 500.000 € 100.000 < x < € 250.000 € 25.000 < x < € 100.000 x < € 25.000 Geen geldgevolgen
2 6
1
4 1 10%
Geld x > € 500.000 € 250.000 < x < € 500.000 € 100.000 < x < € 250.000 € 25.000 < x < € 100.000 x < € 25.000 Geen geldgevolgen 10%
Bruto
1 2 1
7
3
1 1
1
30%
50%
2
2
70%
90%
Netto
2 2
1 5
2 1 1
7 1
4
3
1 1
1
30%
50%
1
1
70%
90%
Kengetallen In dit onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie voor de onze begroting 2023 met haar meerjarenperspectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor
61
onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium. Kengetallen
Realisatie 2021 55,8% 53,4% 35,0% 8,3% -0,6% 127,2%
1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
Begroting 2022 61,0% 58,6% 35,0% 4,7% 0,4% 137,0%
2023 47,6% 45,2% 37,7% -2,9% 2,9% 121,6%
2024 42,3% 40,0% 41,8% -1,2% 5,2% 121,6%
2025 34,8% 32,4% 47,1% 0,4% 7,9% 121,6%
2026 27,6% 25,1% 51,3% 0,4% 6,1% 121,6%
De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
minst risicovol < 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95%
neutraal 90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%
meest risicovol > 130% > 130% < 20% > 35%% < 0% > 105%
Schuldquote Een graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling.
Onze schulden zijn toegenomen afgelopen jaren. De gemeente heeft behoorlijk geïnvesteerd. Ondanks het economisch hoogtij wat we hebben gehad, vielen de structurele opbrengsten, onder andere vanuit het gemeentefonds, tegen de afgelopen jaren. Gedane en toekomstige besluiten omtrent de besteding van gelden, en eventuele nieuwe investeringen zullen hun effect hebben op de schuldquote. Ondanks de positieve ontwikkeling, blijven er 62
altijd risico’s. Dat rentestanden in de nabije toekomst toch sneller oplopen dan verwacht of er grotere nadelige ontwikkelingen zijn rondom het gemeentefonds.
Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welke gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Een woning bijvoorbeeld, deze is voor 80% gefinancierd bij de bank en 20% betaald met eigen spaargeld. In dit geval is de solvabiliteit 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.
Albrandswaard heeft een stabiele vermogenspositie, die de afgelopen jaren licht af nam. Grote investeringen / nieuwe bezittingen moesten worden gefinancierd. De opbrengst van de aandelen van Eneco heeft een verbetering laten zien. Keuzes omtrent de besteding van deze gelden hebben hun effect op de solvabiliteit. Alsmede eventuele toekomstige grote investeringen. De economie heeft een cyclisch karakter. Financiële tegenvallers zijn niet altijd goed te voorspellen. Door huidige risico’s die nog niet helemaal inzichtelijk zijn, bestaat ook minder zekerheid over de haalbaarheid van verwachte exploitatieresultaten en de groei van vermogen. Dit is ook meegenomen in de meerjarenraming. Gelet op de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard zijn wij kwetsbaar. Als een financieel risico zich manifesteert kan dat grote impact hebben op de stand van onze algemene reserve. Het is goed de solvabiliteit te blijven volgen, zodat bij een economisch minder goede periode er tijdig onderbouwde afwegingen gemaakt kunnen worden tussen inhoud en financiën.
63
Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bijvoorbeeld voor een nieuw woningbouwproject moet de grond eerst gekocht en bouwrijp gemaakt worden voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties). Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.
Onze positie is sterk verbeterd de afgelopen jaren en de prognoses zijn goed, zoals eerder verwacht. De grafiek laat zien dat we onder de signaalgrens van 20% blijven. De realisatie van sociale woningbouw (in combinatie met woningbouw in de vrije marktsector) blijft een belangrijk speerpunt. Een speerpunt met impact op de financiële kengetallen. Nieuwe plannen en exploitaties zullen om investeringen en financiering vragen, en dat geeft inherente risico’s bij het terug verdienen. Met mogelijk risico dat de lijn omhoog schiet. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De signaalgrens is daarom om ook 0%. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen blijven dragen. In de toekomst zullen er dan opbrengststijgingen of ombuigingen gerealiseerd moeten worden. Het kengetal laat zien dat de structurele inkomsten, de onzekerheid hieromtrent en het onstabiele karakter, zijn invloed heeft. Alsmede de opgaven die we op ons af zien komen. 64
Hierdoor zien we het kengetal onder de signaalgrens komen. Het is nodig om kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten.
65
Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting (ozb).
De inwoner van Albrandswaard betaalt hogere woonlasten dan de gemiddelde Nederlander. Dit betekent echter niet dat wij als gemeente meer financiële ruimte hebben dan ‘de gemiddelde gemeente’. De rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn namelijk financieel gesloten systemen. De baten uit deze heffingen mogen alleen besteed worden aan de bekostiging van de riolering en de reiniging. Deze kosten kunnen hoger liggen dan gemiddeld door bijvoorbeeld de aard van de grond, oppervlakte en omgevingsfactoren. Om de lasten voor de inwoner niet onnodig te laten stijgen is het daarom van belang om bedrijfsmiddelen doelmatig in te zetten en/of innovatieve, kostenbesparende maatregelen te nemen. Ook al zien we de kosten op deze gebieden sterk toenemen, wordt hierbij ook lastenverlichting afgewogen met de inhoudelijke mogelijkheden. We zien een verbetering van de belastingcapaciteit voor de inwoner van Albrandswaard. Deels doordat de gemiddelde landelijke woonlasten meer zijn gestegen t.o.v. de stijging van woonlasten in Albrandswaard. De relatieve hoge gemeentelijke belastingen zijn, gelet op het voorzieningenniveau, veranderingen in andere inkomsten en toenemende kosten nodig om tot een sluitende begroting te kunnen komen.
66
Conclusie over huidig risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen. Onze organisatie valt in klasse A (waarderingscijfer); een weerstandsvermogen dat uitstekend is. We kunnen derhalve stellen dat de organisatie er financieel goed voor staat. Investeringen, de fluctuerende algemene uitkering en risico’s hebben een negatieve uitwerking op enkele kengetallen. Daar tegenover staan ook positieve uitwerkingen. O.a. door de verkoop van de aandelen van Eneco en keuzes hieromtrent de afgelopen periodes. Ook hebben we nog te maken met lage rentes. Het is noodzakelijk de kengetallen in de gaten te houden en financieel gezond te blijven door tijdig afwegingen en keuzes te maken indien nodig. Met name ook bij grote investeringen. De komende jaren moeten we ook blijven vasthouden aan een structureel sluitende begroting op basis van reële ramingen.
67
PARAGRAAF 3 - FINANCIERING In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2023 tot en met 2026. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op:
Wettelijke kaders en treasurystatuut Rentevisie en rentebeleid Renterisicobeheer Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Uitzettingen Renteomslag Garantstelling Relatiebeheer
Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2017 en het treasurystatuut 2017. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde. Wel heeft het college in 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Rentevisie en rentebeleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer.
Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die ze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is de afgelopen jaren historisch laag geweest. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne echter ongunstiger geworden. De oorlog leidt tot een sterke stijging van de prijzen van energie en andere grondstoffen. Ook is de onzekerheid over de economische situatie toegenomen. De centrale banken, waaronder de ECB, zullen het monetaire beleid (geleidelijk) verkrappen. Dit jaar zijn de officiële tarieven van de ECB met 50 basispunten verhoogd en liggen verdere verhogingen in vooruitzicht. In de loop van 2023 zal de rente verder worden verhoogd. De ECB heeft al besloten om de effectenaankopen in het derde kwartaal van dit jaar te beëindigen. De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) was de afgelopen jaren negatief. Ook deze rente kent een stijgende trend. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. 68
Rentevisie BNG Afgaande op recente besluiten van de ECB verwachten we dat het monetaire beleid sneller zal worden verkrapt dan eerder was aangenomen. Bovendien komt de inflatie in 2022 en 2023 nog hoger uit dan eerder was voorzien. In verband met deze ontwikkelingen zijn de verwachtingen voor de rentetarieven in alle looptijden naar boven bijgesteld. Actueel Over een jaar Prognose BNG 0,28% 1,55% 1,81% 1,63%
euribor 3 mnd euroswap 5 jaar euroswap 10 jaar euroswap 30 jaar
1,3-1,5 % 2,4-2,6 % 2,6-2,8 % 2,8-3,0 %
Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.
69
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. Renterisico op vaste schuld 1. 2. 3. Renterisiconorm 4a. 4b. 4.
bedragen x € 1.000
Netto renteherziening op vaste schuld Betaalde aflossingen Renterisico op vaste schuld (1 + 2)
2023 2024 2025 2026 0 0 0 0 4.165 4.166 4.166 3.628 4.165 4.166 4.166 3.628
Begrotingstotaal 2023 Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage Renterisiconorm
65.853 63.826 60.305 58.516 20% 20% 20% 20%
Ruime onder renterisiconorm (4 - 3) Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
9.006 8.599 7.895 8.075 0 0 0 0
13.171 12.765 12.061 11.703
Toets renterisiconorm 5a. 5b.
70
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2023. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. bedragen x € 1.000 1e 2e 3e 4e kwartaal kwartaal kwartaal kwartaal 0 0 0 0 3.423 3.423 3.423 3.423 -3.423 -3.423 -3.423 -3.423
Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2023 vastgestelde percentage
5.598
5.598
5.598
5.598
9.021
9.021
9.021
9.021
65.853 8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.
71
Omschrijving Boekwaarde kapitaaluitgaven vaste activa grondbedrijf totaal te financieren kapitaaluitgaven Boekwaarde financieringsmiddelen langlopende geldleningen reserves voorzieningen
Financieringsoverschot/-tekort
2023
2024
2025
2026
75.764 -1.923 73.841
73.692 -778 72.914
71.521 235 71.756
69.273 235 69.508
39.674 31.245 8.535 79.454
35.508 32.323 8.258 76.089
31.342 35.598 7.997 74.937
27.714 40.942 7.772 76.428
5.613
3.175
3.181
6.920
Verwachte financieringspositie voor de komende jaren De verwachting is dat er in 2023 geen sprake is van een financieringsbehoefte voor de liquiditeitspositie.
Leningenportefeuille Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2023 is deze gemiddeld 1,4%), In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de verwachte financieringsbehoefte voor 2023 weergegeven . Tijdelijke liquiditeitstekorten financieren we met kortlopende leningen rekening houdend met de kasgeldlimiet.
Stand leningen Nieuwe lening Reguliere aflossingen
1-1-2022 48.004 0 -4.165
bedragen x € 1.000 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 43.839 39.674 35.508 0 0 0 -4.165 -4.166 -4.166
1-1-2026 31.342 0 -3.628
Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Deze rente is op dit moment nog vrijwel nihil. Bij overliquiditeit maken wij daarom geen gebruik van de mogelijkheid om dit op een deposito te zetten. Volgens het treasurystatuut kunnen, in het geval van tijdelijke liquiditeitstekorten en overschotten, de BAR-organisatie en de drie gemeenten elkaar onderling kasgeldleningen verstrekken tegen een marktconforme rente. Zolang de rente op kasgeldleningen gunstiger is, benutten we deze faciliteit niet. 72
Verstrekte leningen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de leningen die zijn verstrekt aan derden. Wanneer bij deze leningen sprake is van een variabele rente, wordt bij de renteberekening uitgegaan van het 1 maands Euribor per rentevervaldatum. Naam % Saldo uitzettingen 1 Verwachte Saldo uitzettingen 31 geldnemer januari 2023 mutaties in 2023 december 2023 BAR-organisatie n.v.t. 21.371 -11.614 9.757 Carnisse 3% 156.523 -26.087 130.436 Mondzorg B.V. Totaal verstrekte gelden
177.894
73
-37.701
140.193
Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2023 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 0,82%. Voor 2023 hanteren we een omslagpercentage conform jaarrekening 2021 van 1,17%. Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties Rente projectfinanciering Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Renteresutaat op taakveld treasury Toe te rekenen rente Boekwaarde per 1 januari Renteomslagpercentage
+/+ -/-/-/-
600.000 -9.100 590.900 -84.000 -14.400 492.500 731.500 239.000 492.500 60.056.000 0,82%
Garantstelling In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2022 is het totaal van de directe garantstellingen € 70.000. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 68,4 miljoen). Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen. Relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden Ook in 2023 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.
74
PARAGRAAF 4 - ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De gemeente beheert de kapitaalgoederen waarvoor zij verantwoordelijk is. De kapitaalgoederen verhardingen, riolering, civiele kunstwerken, groen, speelgelegenheden, openbare verlichting en watergangen vertegenwoordigen tezamen een vervangingswaarde van ruim € 190 miljoen (peildatum 2021). Zorgvuldig beheer van dit kapitaal is belangrijk. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen en blijft de waarde zo hoog mogelijk. De waarde is afgestemd op de activiteiten die in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals wonen, werken en recreëren. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen wordt aangegeven wat de kaders zijn waarbinnen het onderhoud van deze goederen plaats vindt. Aanwezige kapitaalgoederen De gemeente Albrandswaard beheert binnen de openbare ruimte de volgende kapitaalgoederen:
Verhardingen zoals wegen, straten, paden en pleinen binnen de bebouwde kom Straatmeubilair Openbare verlichting Verkeer- en straatnaamborden Gemeentelijke riolering Waterbodems, beschoeiingen Civiele kunstwerken Openbaar groen Speelvoorzieningen Gemeentelijke gebouwen
Om de kapitaalgoederen goed te kunnen beheren, is halverwege 2020 het Beheerplan openbare ruimte 2020 - 2024 ambtelijk geactualiseerd. Het beheerplan geeft duidelijkheid over de kosten die gemaakt moeten worden om de openbare ruimte te onderhouden binnen de wettelijke kaders en de met de gemeenteraad afgesproken beleidskaders. Uitgangspunt daarbij is dat de planningen voor vervanging en groot onderhoud zijn gebaseerd op resultaatgericht beheer. Dit houdt in dat wordt onderhouden of vervangen wat daadwerkelijk nodig is, in plaats van onderhouden of vervangen op basis van technische levensduur. Gewerkt wordt aan een actualisatie van het beheerplan wegen en het beheerplan groen. Het Programma Stedelijk Water (PSW) 2021 – 2025 vormt de basis voor het onderhoud en vervangingen aan riolering. Het PSW is de opvolger van wat voorheen het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) werd genoemd. Binnen dit programma staat beschreven op welke locatie welk onderhoud of vervanging noodzakelijk is. De rioolheffing wordt op basis van het PSW bepaald. Voor het onderhoud en beheer van de gemeentelijke gebouwen is in 2016 voor alle gebouwen een meerjarenonderhoudsplan vastgesteld. Deze plannen vormen de basis voor een goed gebouwenbeheer. Zorg voor de openbare ruimte Binnen het vastgestelde beheerplan zijn de beeldnormeringen van de CROW en de landelijke Standaard 2018 het uitgangspunt.
Het beheerplan differentieert op basis van gebiedsindeling en kwaliteitsniveaus. Hierbij is kwaliteitsniveau B het uitgangspunt. De afgesproken kwaliteit wordt structureel bewaakt door de implementatie van een monitoringsplan.
75
In de beheerplannen zijn projecten en onderhoudsmaatregelen opgenomen om de gewenste kwaliteit te realiseren en te behouden. De planningen van de verschillende beheerdisciplines worden op elkaar afgestemd, zodat werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. Om deze integraliteit te borgen wordt het beheerplan regelmatig geactualiseerd. De onderliggende beheerplannen en het integrale beheer heeft als doel:
Het zorgen voor een veilige, comfortabele, leefbare en duurzame openbare ruimte voor de bewoners van Albrandswaard; De afgesproken kwaliteit van de openbare ruimte waarborgen door kwaliteitssturing; Het beleid en consequenties hiervan v.w.b. de vastgestelde kwaliteitsniveaus aan alle belanghebbenden communiceren, zodat gekozen beleid en daarmee keuzes in de dagelijkse praktijk duidelijk en uitlegbaar zijn; Voldoen aan wettelijke normen; Budgetbeheersing; Integrale afstemming tussen de verschillende beheeractiviteiten; Termijnplanning voorhanden; Integrale aanpak van de taakvelden om hiermee een efficiëntieslag te behalen.
De beleidskaders waarbinnen het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd is o.a. opgenomen in: Beheerkwaliteitsplan 2012 (BKP), de beleidsnota’s Groenbeleidsplan 2009 - 2019, Programma Stedelijk Water 2021 -2025, het Gemeentelijke Verkeer-, en Vervoersplan 2012, Beleidsregels oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen 2016, Speelruimtebeleidsplan 2010 - 2020, Licht op Albrandswaard, beleidskader openbare verlichting 2016, Beleidsplan afval en grondstoffen 2019 en het Baggerplan. Dit beleid is vertaald in de genoemde beheerplannen en wordt zo ter uitvoering gebracht. Wegen De functie van het gemeentelijke wegennet is om het verkeer veilig, vlot en comfortabel te verwerken. Als wegbeheerder heeft de gemeente een zorgplicht om haar wegen te onderhouden en veilig te houden. Deze plicht is afgeleid van de Wegenwet. Onvoldoende zorg hiervoor leidt tot klachten van gebruikers van de buitenruimte en mogelijk tot schadeclaims. Door het opstellen van het beheerplan openbare ruimte 2020 - 2024 is de financiering van het onderhoud van het totale wegenbestand voor de komende jaren inzichtelijk en beheersbaar gemaakt. De onderhoudstoestand van de wegen in relatie tot het beschikbare budget is hierbij onderbouwd. Vanaf 2022 ligt de focus op het renoveren van Wijk park Rhoon (Sering, Jasmijn, Rozenhof, Magnolia, Primulahof, Goudenregen, Perelaer, Prunus en deel van De Gaarde).
Deze renovatie wordt in 2022 met een doorloop in 2023 voorbereid en aanbesteed. De uitvoering en realisatie van het project zal plaatsvinden in de 2de helft van 2022. In het kader van de integrale aanpak wordt hierbij de hele openbare ruimte meegenomen waaronder groen, riolering en indien nodig openbare verlichting. Bij de planvorming wordt ook rekening gehouden met eventuele verkeerskundige aanpassingen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Naast deze reconstructie vinden er aan de hand van weginspecties buiten grotere onderhoudswerkzaamheden plaats. Deze locaties zijn pas bekend nadat de weginspecties zijn uitgevoerd.
76
Kwaliteit In 2022 beschikte Albrandswaard over circa 112 hectare aan diverse verharding met een vervangingswaarde van circa € 67 miljoen. Binnen deze discipline is kwaliteitsniveau A doorgevoerd in de centra gebieden, niveau B in de woonwijken en niveau C op industrieterreinen. Deze niveaus worden getoetst conform de CROW beeldnormeringen. De technische staat van de verharding op dit moment is goed. Het effect van de verlaagde kwaliteit op de industrieterreinen en de doorgevoerde bezuiniging in 2021 en 2022 zal pas na meerdere jaren effect hebben. Op termijn is dus wel extra onderhoud en daarmee budget noodzakelijk om opgelopen achterstanden in te halen. Dit wordt in de gaten gehouden door de wegen via jaarlijkse weginspecties te beoordelen. Zettingsgebieden De bodem onder de openbare ruimte van Albrandswaard bestaat nagenoeg overal uit klei. Klei is een middelmatig stabiele bodemondergrond en geeft doorgaans een gelijkmatige zetting. Echter in de eind jaren '90 en beginjaren '00 is er infrastructuur aangelegd op een minder stabiele bodem dan klei. Dit betreft de (Vinex) wijken Parels, Diamant van Portland en een derde deel van de wijk Valckensteijn in Poortugaal. Hier zal eerder groot onderhoud nodig zijn door verzakkingen.