7. Raadsinformatiebrief 2021 236971 nota van beantwoording omgevingsbeleid Provincie Zuid Holland.pdf
Tekst van het document
15
A014-Z128 Natuur-inclusief bouwen Indiener vraagt aandacht voor de insecten. Het gaat slecht met de insecten, wat directe gevolgen heeft voor andere dier- en plantensoorten, voedselvoorziening (bestuiving), bodemgezondheid, etc.. Expliciet wordt aandacht gevraagd om rekening te houden met meekoppelkansen door natuurinclusief bouwen meteen mee te nemen in de check via het bestemmingsplan.
Antwoord In ons omgevingsbeleid is onder de noemer toekomstbestendig bouwen opgenomen dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling (in toenemende mate) dient uit te gaan van natuurinclusief bouwen, om daarmee de biodiversiteiten variatie aan biotopen voor de stedelijke soorten in het bebouwde gebied duurzaam te behouden en te versterken. De provincie vraagt hiervoor om in ruimtelijke visies en plannen, zoals het bestemmings- of omgevingsplan, op te nemen hoe ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegerust op onder andere natuurinclusiviteit.
16
A015 – Gemeente Lansingerland A015-P012 Transformeren, herstructureren en verdichten van locaties; Bleizo In het programma is door provincie het volgende opgenomen over BleiZo: “Nu duidelijk is dat er geen ‘factory outlet center’ wordt gerealiseerd, is het van belang Bleizo op een andere manier te ontwikkelen. In 2018 is bij Bleizo het station Lansingerland-Zoetermeer gerealiseerd. De kantorencapaciteit van Bleizo is in programmatische zin overgeheveld naar de regio Haaglanden en is daarbij in de regionale visie opgenomen als kantorenlocatie. De provincie beschouwt Prisma als een deel van Bleizo en uitplaatsing van het Woonhart Zoetermeer naar een deel van Prisma wordt niet op voorhand uitgesloten. ‘Leisure’ ziet de provincie als een positieve ontwikkeling.” Het huidige beleid voor Bleizo-West is niet meer actueel. In de afspraken staat dat voor Bleizo-West wordt gewerkt aan een ontwikkelvisie waarin logistieke bedrijvigheid naar verwachting geen of een beperkte rol zal spelen. In dit kader werken de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland aan een ontwikkelperspectief waarbij meerdere elementen gaan samenkomen: Home of Hortiscience, innovatie, Campus en wonen. Indiener verzoekt provincie om goed notie te nemen van de gemaakte afspraken in Corridor A12-verband en het beleid te laten aansluiten op de uitkomsten van de ontwikkelvisie voor Bleizo-West.
Indiener is van mening dat de ontwikkeling van Bleizo-West kan bijdragen aan de provinciale vernieuwingsambities. Antwoord Uiteraard nemen wij goede notie van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de A12-corridor over de ontwikkeling van (logistieke) bedrijvigheid. In de geactualiseerde bestuursovereenkomst is gemeld dat voor Bleizo-West wordt gewerkt aan een ontwikkelvisie waarin logistieke bedrijvigheid naar verwachting geen of een beperkte rol zal spelen. De Provincie start in 2021 een breed onderzoek naar behoefte aan bedrijventerreinen. De provincie betrekt mede de uitkomsten van dat onderzoek in een oordeel over de ontwikkelvisie voor Bleizo. Vooruitlopend daarop zijn aanpassingen in het Programma niet aan de orde. Bovendien ligt er een windopgave op deze locatie. Ontwikkelingen op Bleizo-West zullen moeten passen binnen ons provinciaal Omgevingsbeleid.
17
A015-Vi006 Huisvesting arbeidsmigranten Indiener is blij te constateren dat de provincie zich betrokken voelt bij het adequaat huisvesten van arbeidsmigranten. Indiener heeft beleid en een toetsingskader vastgesteld, die erop zijn gericht om de achterstand in de huisvestingspositie van arbeidsmigranten snel in te halen. In de drie kernen – binnen BSD – is daarvoor geen ruimte. Het beleid van indiener richt zich op vestigingsmogelijkheden buiten BSD, maar dit is niet in overeenstemming met het beleid van provincie. Om dit verschil in beleidsopvatting te duiden heeft het Rijksvastgoedbedrijf een pilot aangeboden, met als doel om op onafhankelijke wijze locatie-eisen te formuleren en een ruimtelijke analyse uit te voeren, rekening houdend met de lokale situatie. Deze uitkomsten kunnen vervolgens geconfronteerd en besproken worden tussen gemeente en provincie. Indiener is blij met de belangstelling voor en medewerking aan de pilot. Antwoord Wij denken graag mee met de pilot waar het Rijksvastgoedbedrijf mee bezig is en zien de inzichten uit de pilot met belangstelling tegemoet.
Op dit moment worden de bevindingen uit het programma huisvesting arbeidsmigranten, de onderzoeken die wij in dat kader hebben gedaan en ook de inzichten uit de experimenten die in het kader van dit programma zijn uitgevoerd, voorzien van voorstellen voor een mogelijk vervolg en het eventueel aanpassen van beleid. Dit voorstel zal in eerste instantie opiniërend besproken worden in de Statencommissie Ruimte, Wonen en Economie van 26 mei 2021. In het derde en vierde kwartaal van 2021 volgt verdere besluitvorming.
18
A016 – Gemeente Leidschendam-Voorburg A016-Z030 Parnashofweg Het valt indiener op dat het bedrijventerrein Parnashofweg in Leidschendam als ‘toekomstbestendig bedrijventerrein’ staat ingetekend. Dit bedrijventerrein is al jaren niet meer als zodanig in gebruik. Indiener onderzoekt de mogelijkheid van transformatie (naar wonen) en voert op dit moment overleg met de provincie en een aantal buurgemeenten over het afsluiten van een woon-werk akkoord. De aanduiding is dus niet meer actueel en deze kan vervallen. Antwoord De gemeente heeft 22 september 2020 het bestemmingsplan Vliethaven (aan de Parnashofweg) vastgesteld voor de transformatie van Bedrijven naar Wonen. GS hebben op 27 oktober 2020 hiertegen een reactieve aanwijzing gegeven, waardoor het bestemmingsplan niet van kracht is geworden. Deze reactieve aanwijzing is vervolgens op 16 maart weer ingetrokken naar aanleiding van het woon-werk-akkoord Haaglanden dat op 30 maart wordt getekend. In de aanstaande Herziening 2021 van het Omgevingsbeleid wordt in de Omgevingsverordening voor het eerst een Bedrijventerreinenkaart opgenomen om het werkingsgebied van de instructieregels over Bedrijventerreinen te beperken van het gehele grondgebied tot de bedrijventerreinen die voldoen aan de definitie volgens de Bedrijventerreinenstrategie.
De locatie Vliethaven wordt in dit ontwerp als bedrijventerrein opgenomen omdat het bestemmingsplan voor de transformatie nog niet van kracht is. Zodra dat wel het geval is, kan Vliethaven van de bedrijventerreinenkaart, hetzij door een zienswijze over het ontwerp van de verzamelherziening hetzij bij een volgende herziening.
A016-Z031 Stompwijk Daarnaast vraagt indiener zich af of, als bepaalde waardevolle landschappen (zoals het Groene Hart en Midden-Delfland), zoveel mogelijk worden beschermd, het buitengebied rond Stompwijk binnen deze waardevolle landschappen valt. Antwoord Het buitengebied van Stompwijk valt inderdaad onder waardevolle landschappen. Stompwijk ligt in een Groene Buffer. Tevens zijn delen van het buitengebied aangeduid als weidevogelgebied en als Natuurnetwerk Nederland.
A016-Z032 Kanaal van Corbulo Tenslotte vraagt indiener wat de reden is voor het niet opnemen van het Kanaal van Corbulo in Vlietvoorde in de laag Beschermen, benutten en beleven archeologische waarden. Antwoord Abusievelijk is niet alleen de Gracht van Corbulo maar de gehele Romeinse Limes niet opgenomen in de beleidskeuze ‘Beschermen, benutten en beleven archeologische waarden’. Deze omissie zal worden hersteld. De zienswijze leidt tot aanpassing van het kaartbeeld in de Omgevingsvisie.
19
A017 – Gemeente Noordwijk A017-Ve012 Huisvesting arbeidsmigranten Een derde verzoek heeft betrekking op de huisvesting van arbeidsmigranten. Oplossingen op dit gebied zijn naar mening van indiener alleen mogelijk als er verruimingen plaatsvinden van de planologische mogelijkheden. Deze verruiming, waar medewerking van provincie voor wordt gevraagd, berust op twee pijlers. Ten eerste de verruiming van de mogelijkheid om in de bestemmingsplannen een regeling op te nemen om bij agrarische bedrijven voor de piekopvang ontheffing te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van logiesvoorzieningen voor een periode van zes maanden per jaar (in de Omgevingsverordening is dit nu drie maanden), omdat in de praktijk geen gebruik wordt gemaakt van deze bestaande mogelijkheid vanwege de kosten in relatie tot de beperkte periode waarbinnen de tijdelijke voorziening geplaatst mag worden. Een tweede verruiming waarvoor medewerking wordt gevraagd, is de plaatsing van tijdelijke logiesvoorzieningen binnen de agrarische bouwvlakken en op bouwvlakken van niet-agrarische bedrijven in het landelijk gebied via de planologische afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in artikel 5, lid 11 van bijlage II bij het Bor.
Als deze mogelijkheid ook in het provinciaal planologisch beleid mogelijk wordt gemaakt, dan verwacht gemeente het, ook door provincie in het kader van het lopende pilotproject huisvesting arbeidsmigranten, geconstateerde gebrek aan adequate logiesvoorzieningen voor deze doelgroep voor een groot deel op te kunnen lossen. Antwoord Wij zullen op dit moment inhoudelijk nog niet ingaan op uw zienswijze. De bevindingen uit het programma huisvesting arbeidsmigranten, de onderzoeken die wij in dat kader hebben gedaan en ook de inzichten uit de experimenten die in het kader van dit programma zijn uitgevoerd, worden op dit moment voorzien van voorstellen voor een mogelijk vervolg en het eventueel aanpassen van beleid. Dit voorstel zal in eerste instantie opiniërend besproken worden in de Statencommissie Ruimte, Wonen en Economie van 26 mei 2021. In het derde en vierde kwartaal van 2021 volgt verdere besluitvorming.
A017-Z057 Boechorst Allereerst heeft indiener een opmerking die de aanduiding ‘bestaande en nieuwe natuur’ betreft, in het woongebied Boechorst in Noordwijk. In de digitale verbeelding van deze ecologische verbindingszone is te zien dat deze zone niet is geprojecteerd ter plaatse van de bestaande ecologische verbindingszone maar geheel op bestaande woningen in de wijk Boechorst. Indiener verzoekt de bedoelde aanpassing van de aanduiding ‘bestaande en nieuwe natuur’ op de exacte locatie van de bestaande ecologische verbindingszone te positioneren. Antwoord Wij passen de situering van de EVZ hier aan zodat deze niet meer loopt door het woongebied Boechorst maar door de aangrenzende groenstrook.
20
A017-Z058 Bronsgeest Voor het toekomstige woongebied Bronsgeest is recentelijk een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld. Binnen het plangebied van Bronsgeest is een deel aangewezen als ‘bestaand en nieuwe natuur’, als onderdeel van de ecologische verbindingszone tussen de landgoederen Leeuwenhorst en Offem. De zone, waarbinnen de ecologische zone zal worden gerealiseerd, kan het meest doelmatig functioneren door deze te laten aansluiten op de bestaande diepe achtertuinen van de woningen op de Gooweg. Indiener verzoekt provincie deze correctie bij de herziening van het omgevingsbeleid mee te nemen. Antwoord Wij passen hier de situering van de EVZ aan zodat deze aansluit op het groen langs de Gooweg zoals u aangeeft.
21
A018 – Gemeente Alphen aan den Rijn A018-P018 3ha-kaart De uitbreiding van bedrijventerrein Hoogewaard bij Koudekerk aan den Rijn met circa 3 ha is door middel van een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. In het kader van de bestemmingsplanprocedure heeft provincie hierover geen opmerkingen gemaakt. Indiener verzoekt provincie om de uitbreiding van bedrijventerrein Hoogewaard op te nemen in de 3ha-kaart, zodat de uitbreiding van het bedrijventerrein ook in het provinciaal omgevingsbeleid wordt geformaliseerd. Indiener vraagt ook om haar woningbouwplannen voor zowel het Oog van Koudekerk als voor Oostvaartpark op de 3ha-kaart op te nemen. Gezien de omvang van de woningbehoefte en de zeer beperkte woningrealisatie in het laatste decennium, is de opgave om een duurzame, toekomstgerichte invulling met woningbouw te realiseren urgent. Antwoord In de regionale behoefteraming Rijn- en Veenstreek staat dat de uitbreiding van bedrijventerrein Hoogewaard bij Koudekerk aan de Rijn met 6,5 ha nodig is voor het accommoderen van de uitbreidingsbehoefte aan HMC-bedrijvigheid en voor de compensatie van HMC-bedrijvigheid van te transformeren HMC-bedrijvigheid o.a. op Rijnhaven-Oost. In de door de provincie toegekende UHBsubsidie voor bedrijventerrein Hoogewaard aan de gemeente Alphen is ook een uitbreiding van 6 ha opgenomen.
Een deel van deze 6,5 ha is in het vigerende bestemmingsplan al rechtstreeks bestemd als bedrijventerrein en een deel van ca 4 ha heeft een wijzigingsbevoegdheid naar bedrijventerrein. Om deze wijzigingsbevoegdheid te kunnen benutten is het wenselijk deze uitbreiding op de 3ha-kaart op te nemen. Om de behoefte aan HMC-bedrijvigheid in de regio Rijn- en Veenstreek te kunnen accommoderen wordt de uitbreiding van Hoogewaard met 4 ha op de 3ha-kaart gezet. Dit deel van de zienswijze leidt tot het opnemen van de uitbreiding van bedrijventerrein Hoogewaard met 4 ha op de 3ha-kaart. Indiener vraagt om nieuwe woningbouwlocaties het Oog van Koudekerk en Oostvaartpark op de 3hakaart op te nemen. Naast de in deze zienswijze genoemde nieuwe uitleglocaties voor woningbouw wilt u ook Noordrand en Gnephoek als nieuwe uitleglocaties ontwikkelen. Zoals indiener bekend vindt de provincie nieuwe uitleglocaties voor woningbouw in de periode tot 2030 vooralsnog niet nodig om in de woningbehoefte van Alphen en de regio Holland Rijnland te voorzien. Bij het verschijnen van nieuwe woningbehoeftecijfers in het 2e kwartaal van 2021 zullen wij nut en noodzaak van nieuwe uitleglocaties voor woningbouw bij Alphen opnieuw bezien. Dan willen we alle uitleglocaties graag in samenhang bekijken.
Ook zullen we dan bekijken in hoeverre een alternatieve locatie in het Oog van Koudekerk zich verhoudt tot de bestuurlijke afspraken en de locatie Oostvaartpark een bijdrage kan leveren aan toekomstig station Hazerswoude-Rijndijk. Dit deel van de zienswijze leidt niet tot een wijziging van ons omgevingsbeleid.
22
A018-P019 Tweede oeververbinding bij Boskoop Indiener mist in het programma een tweede oeververbinding bij Boskoop. Deze is noodzakelijk, met als belangrijkste redenen: - Verkeersstromen tussen Oost en Wet zijn kwetsbaar doordat er slechts een oeververbinding is; - De Greenport ontwikkelt zowel aan de oostkant als aan de westkant, en vraagt om een oost-west verbinding die niet dwars door dorpskernen loopt; - Verkeersdruk op de Zijde in Boskoop is al jaren te hoog; - De verkeerssituatie bij de hefbrug is niet veilig; - De brug is kwetsbaar en onderhoudgevoelig. Indiener verzoekt de tweede oeververbinding op te nemen in het omgevingsbeleid en ook maatregelenpakket van Beter Bereikbaar Gouwe Antwoord Het gaat hier om gemeentelijke wegen waar de problematiek ontstaat. Dat maakt het logisch om het in het gemeentelijke omgevingsbeleid op te nemen. Bovendien zijn er nog geen besluiten genomen en is het daarmee (nog) geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid. Beter Bereikbaar Gouwe (BBG) heeft momenteel de status van een studie naar de oplossing van knelpunten in de bereikbaarheid en leefbaarheid in het gebied o.a. rond Boskoop. Een oeververbinding is als maatregel in BBG onderzocht.
De gemeente Alphen aan den Rijn heeft als een van de partners in BBG het belang van een tweede oeververbinding bij Boskoop (opnieuw) ingebracht als bespreekpunt in de Bestuurlijke Afstemgroep BBG. Naar verwachting wordt eind 2021 een uitvoeringsbesluit genomen over het pakket van maatregelen BBG.
A018-P020 Verlengde Roemer Indiener is van mening dat de Verlengde Roemer NIET mag worden doorgetrokken naar de N11 om het Rietveld en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebied aan het Spookverlaat te sparen. Antwoord Dit is nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid (omdat besluiten nog niet genomen zijn). Ze staan daarom niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A018-P021 Beter Bereikbaar Gouwe Indiener vraagt de maatregel uit pakket 3 van het maatregelenpakket van Beter Bereikbaar Gouwe te halen. Antwoord Dit is nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid (omdat besluiten nog niet genomen zijn). Ze staan daarom niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A018-P022 Modal Shift Bij het deel over Inzet op modal shift en logistieke hubs en Verduurzamen van transport wordt niet gerept over investeren in kleinschalige logistieke hubs in gemeentelijk gebied via water.
23
Antwoord Dit betreft inderdaad een goede aanvulling van onze tekst en hebben dat opgenomen. We hebben dit opgelost door in de maatregel modal shift en logistieke hubs, expliciet de relatie met de stadslogistiek te benoemen. Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A018-P023 Corridor Management Bij het onderdeel Corridor Management mist indiener de N11 die van groot belang is voor logistieke bedrijven vanuit Leiden, Bollenstreek, Rijn- en Veenstreek en de greenports naar het oosten van het land. Antwoord Wij snappen de aandacht voor het belang van de N11. We hebben deze notie opgenomen in de beleidsmaatregel Corridor Management. Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A018-P024 Ruimtelijk reserveren Plannen voor nieuwe (provinciale) infrastructuur worden niet genoemd in het onderdeel Ruimtelijk reserveren nieuwe infrastructuur. Antwoord Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A018-P025 Snelfietsroutes De kop: “Ontwikkeling van snelfietsroutes naar grote steden in Zuid-Holland” dekt naar inzien van indiener de lading niet, omdat snelfietsroutes ook interprovinciaal zijn en dus aantakken op grote steden buiten Zuid-Holland. Antwoord Het provinciaal beleid om snelfietsroutes te ontwikkelen gaat uiteraard verder dan de provinciegrenzen. Dat is zichtbaar in de routes van de 'Toekomstagenda Snelfietsroutes" en is beschreven in de tekst.In dat kader zijn onder andere diverse routes naar Noord-Holland en Utrecht in beeld. De kop richt zich op de meestgebruikte routes, die zijn en blijven gericht op de grote steden binnen de provincie.
A018-P026 Intercityverbinding Nordrhein-Westfalen vanuit Zuid-Holland Wat verstaat de provincie concreet onder ‘verbeteren van de Intercityverbinding met NordrheinWestfalen vanuit Zuid-Holland’ bij Snel internationaal openbaar vervoer? Gaat dit om frequentieverhoging, efficiëntere aansluiting of een andere formule en welk spoortraject betreft dit? 24
Antwoord Het gaat om het verkorten van de reistijd en het gemak van reizen vanuit Den Haag over Eindhoven naar het Ruhrgebied. Dat kan op verschillende manieren bereikt worden en zal in verschillende ontwikkelstappen kunnen plaatsvinden. De eerste stappen zijn gezet voor het versnellen van de verbinding Eindhoven- Düsseldorf.
A018-P027 Greenport Boskoop Tenslotte verzoekt indiener de provincie om in het omgevingsprogramma bij de beschrijving van de ambitie ‘Ruimtelijke modernisering teeltareaal Greenport Boskoop’ in te gaan op het belang van de extra ontsluiting van het PCT-terrein op de Hoogeveenseweg”. Antwoord Het belang van de extra ontsluiting van het PCT-terrein op de Hoogeveenseweg wordt onderschreven. In het kader van de aanleg van de (Verlengde) Bentwoudlaan stemmen provincie en gemeente het ontwerp, ruimtelijke inpassing en de planning van een extra toekomstige aansluiting af. Het betreffende deel van de Hoogeveenseweg waar de extra aansluiting voorzien is, wordt na de aanleg van de (Verlengde) Bentwoudlaan overgedragen aan de gemeente.
A018-Ve009 Beleidsdoel 6.1 voldoende woningen op de juiste plek (verordening) De provincie wil in de Omgevingsverordening een grondslag opnemen voor het sturen op het aandeel sociale huur in de woningprogrammering. De sociale huurmarkt is in Holland Rijnland regionaal georganiseerd, wat ook het juiste schaalniveau is om te beoordelen welk sociaal aandeel nodig is. De meest logische oplossing is dat gemeenten op lokaal en regionaal niveau afspreken welk aandeel sociaal nodig is, waarna zij woningbouwprogramma’s regionaal afstemmen en aan provincie voorleggen. Antwoord De provincie staat voor voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. Samenwerkende gemeenten maken daartoe in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's, die invulling geven aan de woningbehoefte.
A018-Ve010 Toevoegen artikel 6.2.11 risico's van klimaatverandering (verordening) Indiener werkt momenteel uit hoe een klimaatadaptieve nieuwe wijk er in haar ogen uit kan komen te zien. Het is voor indiener echter niet duidelijk welke kaders de provincie gaat hanteren bij plantoetsing en gaat hier graag over in gesprek.
25
Antwoord De provincie vraagt om in planontwikkelingen rekening te houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van; wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte; als ook de effecten van bovengenoemde risico’s voor het risico op bodemdaling. Op de klimaatatlas Zuid-Holland (link: Klimaatatlas | ZuidHolland) is meer inzicht te verkrijgen over waar deze risico’s zich mogelijk kunnen aandienen op basis van recente klimaatscenario’s. Voor zover risico’s zich voordoen vraagt de provincie rekening te houden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Dit in actieve samenspraak met onder andere de gemeente en de lokale waterbeheerder. In Zuid-Holland hebben we met het convenant klimaatadaptief bouwen, vanuit een samenwerking van marktpartijen en overheden, een gezamenlijk programma van eisen opgesteld dat partijen gebruiken als richtinggevend kader waaraan een planontwikkeling op gebied van klimaatadaptief bouwen dient te voldoen. Op www.bouwadaptief.nl zijn dit programma van eisen en bijbehorende leidraadwerkwijze van de gezamenlijke partijen te zien.
A018-Ve011 Greenport Regio Boskoop Indiener verzoekt provincie om het omgevingsbeleid, specifiek de Omgevingsverordening ZuidHolland, op de volgende punten in overeenstemming te brengen met de partiele herziening van de Intergemeentelijke Structuurvisie Regio Boskoop: - Aanpassing van de begrenzing van het boom-en sierteeltgebied (sierteeltconcentratiegebied inclusief PCT-terrein); - Opnemen van een flexibiliteitsregeling waarmee in het bestemmingsplan/omgevingsplan de begrenzing van het boom- en sierteeltgebied in beperkte mate kan worden aangepast; - Toekennen van een aparte status voor diverse herstructurering/transformatiegebieden/locaties binnen het boom- en sierteeltgebied; - Verruiming van het maximum percentage aan glas op het PCT-terrein (70%); - Toestaan van windmolens met een ashoogte van 45 meter binnen op het ICT/PCT-terrein, mits er draagvlak is bij omwonenden en er initiatiefnemers onder de kwekers zijn. Antwoord De herziening van het provinciale omgevingsbeleid op basis van de partiële herziening van de Intergemeentelijke Structuurvisie Regio Boskoop (ISV) staat op de Langetermijnagenda voor de eerstvolgende herziening na de vaststelling van de ISV. Het betreft een inhoudelijk beleidsrijke wijziging die als ontwerp eerst door ons ter inzage dient te worden gelegd en niet naar aanleiding van de zienswijze in de voorliggende herziening kan worden meegenomen.
Bij de volgende herziening zullen wij hierop terugkomen bij indiener en een en ander afstemmen (zie ook A020-Ve014).
26
A018-Vi020 Energietransitie Uit Ambitie 3 uit de ontwerp-omgevingsvisie deel 1 blijkt dat de provincie vooral wil inzetten op Energiebesparing en Zon op Daken. Uit de Energieanalyses blijkt dat we daarmee de opgave niet gaan halen en niet in eigen energieverbruik kunnen gaan voorzien. Er moet meer ruimte geboden gaan worden voor de grootschalige opwekking van duurzame energie door windturbines en zonneweides. Dit is niet (voldoende) benoemd in Ambitie 3. Uit paragraaf 3.1.1 uit de ontwerpomgevingsvisie deel 2 blijkt dat de provincie vooral vasthoudt aan bestaan beleid ten aanzien van windturbines. Dit doet volgens indiener geen recht aan het RES-traject. Het streven van provincie naar grote clusters doet ook geen recht aan het RES-proces, en komt ook niet overeen met de wens van Liander om vraag en aanbod van duurzame elektriciteit bij elkaar te plaatsen. Voor opwekking door middel van zon geldt dat het “dubbel ruimtegebruik” wordt onderschreven, maar er wordt aan voorbij gegaan dat daarmee niet voorzien kan worden in de energievraag. Antwoord De voorliggende herziening richt zich niet op de module energietransitie. Volgend op de besluitvorming over de RES1.0 zal het proces van de wijziging van het Omgevingsbeleid van de module Energietransitie starten. De startnotitie hiervan is voorzien in Q3 2021. Wij betrekken u graag in dit proces.
A018-Vi021 2.1.2. Adequaat aanbod vervoer (deel II) Indiener mist het kwaliteitscriterium om openbaar vervoer toegankelijk te maken/houden om de inclusiviteit van de samenleving te verbeteren. Daarnaast mist indiener verduurzaming van het OV in dit deel. Antwoord Toegankelijk openbaar vervoer is integraal onderdeel van adequaat openbaar vervoer. Wij onderschrijven dat dit nodig is voor een inclusieve samenleving. Onze inzet op verduurzaming openbaar vervoer is beschreven in Energietransitie in Mobiliteit.
A018-Z052 Constructieve dialoog Vooraf benoemt indiener dat zij graag de gesprekken met provincie voortzet en ziet uit op een constructieve dialoog over de toekomst van haar gemeente tot 2030 en ook daarna, ook samen met de regio Holland Rijnland. Antwoord De provincie gaat graag met u de constructieve dialoog aan over de verdere ontwikkeling van uw gemeente.
27
A018-Z053 Knooppunt van Landschap en Stad De ontwikkeling van gemeente Alphen aan den Rijn tot het knooppunt van Landschap en Stad met vitale kernen ziet indiener als een aanbod aan de provincie. Het biedt een kans om de vele claims op onder andere wonen en werken in Alphen aan den Rijn zorgvuldig te laten landen en tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap te versterken en andere opgaven op het gebied van biodiversiteit, duurzaamheid en klimaatadaptatie aan te pakken. Indiener gaat hier graag over in gesprek. Indiener werkt deze strategie momenteel samen met de regio Holland Rijnland uit. Zodra deze gereed is, wil indiener met ons en de regio in gesprek gaan over deze ontwikkelingen. Antwoord Wij gaan graag met de gemeente Alphen en de regio Holland Rijnland in overleg over de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. Een eerste bestuurlijk overleg met gedeputeerde Anne Koning is ingepland in mei 2021.
A018-Z054 Strategische agenda Rijn- en Veenstreek + gemeentelijke omgevingsvisie De knooppuntontwikkeling van Alphen aan den Rijn is een belangrijke drager van de Alphense ontwerp-omgevingsvisie. In de Strategische agenda Rijn- en Veenstreek is de kracht van het open landschap benadrukt. Om het landschap open te kunnen houden, worden stedelijke ontwikkelingen rondom op te waarderen knooppunten geconcentreerd. Tegelijkertijd biedt verstedelijking onverwachte kansen om het landschap te versterken. Woningbouw kan een motor zijn voor landschapsontwikkeling. Door deze aanpak combineert indiener zowel de Groene Hart- als de Randstad-kwaliteiten. De noodzaak om een dergelijke strategie uit te werken is gelegen in de toenemende ruimteclaims in de Randstad. Naast de uitdaging om voldoende woningen te creëren voor een groeiende vraag, vragen andere opgaven ook de aandacht van indiener: het toekomstbestendig maken van landbouw, het klimaatbestending inrichten van het Groene Hart, het vergroten van de biodiversiteit en het opwekken van duurzame energie. De druk op de ruimte in het Groene Hart en de Rijn- en Veenstreek neemt hierdoor toe, omdat deze ruimtelijke uitdagingen niet alleen in en rond de metropolen ingepast kunnen worden. Hoofdvraag is hoe de wens om natuur en kwaliteit van het open landschap te versterken, gecombineerd kan worden met de ruimtelijke uitdagingen.
Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van hoe ruimte ingedeeld dient te worden. Indiener ziet hier kansen, waarmee zij een aanbod kunnen doen aan de Randstad. Antwoord Over veel van bovengenoemde onderwerpen zijn we al in gesprek met elkaar. Veel van deze onderwerpen staan op ook de agenda van het werkbezoek van GS aan de gemeente Alphen aan den Rijn op 16 maart 2021. Daar zullen mogelijk nieuwe afspraken met elkaar worden gemaakt. Zoals indiener bekend vindt de provincie nieuwe uitleglocaties voor woningbouw in de periode tot 2030 vooralsnog niet nodig om in de woningbehoefte van Alphen en de regio Holland Rijnland te voorzien. Bij het verschijnen van nieuwe woningbehoeftecijfers in het 2e kwartaal van 2021 zullen wij nut en noodzaak van nieuwe uitleglocaties voor woningbouw bij Alphen opnieuw bezien. Verder wachten wij uw aanbod aan de Randstad af en gaan daar tzt graag met u over in gesprek.
28
A018-Z055 Dashboard verstedelijking Aan de hand van het Dashboard Verstedelijking wordt een aantal verstedelijkingsscenario’s uitgewerkt waarbij het effect van ingrepen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en kwaliteit van het landschap in samenhang worden bekeken. Hieruit blijkt dat de keuze om Alphen aan den Rijn te ontwikkelen tot tweede stad in Holland Rijnland hoog scoort op het behoud van het open landschap en een hoge bijdrage levert aan het beperken van mobiliteit, groei van werkgelegenheid en inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte. Antwoord In het Dashboard Verstedelijking voor de regio Holland Rijnland is uitgegaan van veel hogere behoeftecijfers (30.000 woningen) voor de periode 2030-2040 dan de huidige provinciale behoeftecijfers voor die periode (ca 10.000 woningen). Wij vragen ons af of er voor de periode 20302040 zoveel woningen nodig zijn als in het Dashboard Verstedelijking voor Holland Rijnland zijn opgenomen. Verder wordt er in het Dashboard gesproken over verstedelijking nabij HOV. Het is onduidelijk wat in het Dashboard de verhouding is tussen binnenstedelijke verdichting en uitleglocaties bij Alphen. Mogelijke uitleglocaties lijken niet direct bij het HOV te liggen en gaan ten koste van het open landschap.
Voorts vinden wij, zoals indiener bekend, uitleglocaties bij Alphen in de periode tot 2030 vooralsnog niet nodig om in de woningbehoefte van Alphen te voorzien. Met indiener is afgesproken dat we bij het verschijnen van nieuwe woningbehoeftecijfers (vervroegd naar het 2e kwartaal van 2021) nut en noodzaak van uitleglocaties bij Alphen opnieuw zullen bekijken. De regio Holland Rijnland gaat in het 2e kwartaal van dit jaar een Regionale Omgevingsagenda vaststellen. In deze Regionale Omgevingsagenda wil de regio integrale keuzes tav verstedelijking gaan maken mede op basis van de vier scenario’s van het Dashboard Verstedelijking Holland Rijnland. De provincie is ook bezig met een nieuwe verstedelijkingsstrategie. Op basis van de nieuwe provinciale verstedelijkingsstrategie, de nieuwe provinciale woningbehoeftecijfers 2021 en de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland gaan wij graag met de regio Holland Rijnland en indiener in overleg over de verstedelijking en de te maken keuzes hierin. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het omgevingsbeleid.
A018-Z056 Laadinfrastructuur De tekst: "De provincie bepaalt welke locaties onder welke voorwaarden geschikt zijn voor alternatieve tank- en laadinfrastructuur en stelt die locaties beschikbaar aan de markt op basis van een sluitende businesscase”. Het zou prettig zijn als de provincie aangeeft dat ze de locaties in overleg bepalen met de regio en gemeenten. Ook mist indiener de laadinfrastructuur voor pleziervaart. Antwoord De tekst is aangepast. In overleg met regio's en gemeenten is toegevoegd evenals vaarwegen. Laadinfrastructuur voor de pleziervaart is ook onderdeel van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest.
29
A019 – Gemeente Gorinchem A019-P029 Vestigingsklimaat Ambitie 4: Concurrerend Zuid-Holland: Beleidsdoel 4.2 Creëren van een rijk vestigingsklimaat: betreft een wat concretere uitwerking van hetgeen in de visie is beschreven. Naast de eerder ingestuurde zienswijze op de ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van 15 juni 2020 zijn er geen extra inhoudelijke opmerkingen. Antwoord Hartelijk dank voor uw opmerkingen.
A019-Vi025 Sturingprincipes De sturingsprincipes in deel 1 (pag. 4) - Principe 1 (P4 en P6) - hebben veel overeenkomsten. Is het mogelijk om deze principes samen te voegen tot één principe? De begrippen in sturingsprincipes en openbaar bestuur in Deel 1 (pag. 4 en pag. 6) liggen dicht bij elkaar. Zouden deze ook niet samengevoegd kunnen worden tot één lijst? Antwoord De sturingsprincipes komen inhoudelijk grotendeels overeen. Maar gaan uit van een andere invalshoek daarom zijn deze nu nog seperaat opgenomen.
A019-Vi026 Woelse Waard De visie sluit aan met de ambities die wij als gemeente hebben voor het aspect water. Een mogelijke aanvulling kan zijn dat bij de blauw/groenstructuren de Linge oevers en de Woelse Waard worden opgenomen. Antwoord Op dit moment is er nog geen kaart (of lijst) van de groen-blauwe structuur opgenomen in de omgevingsvisie. We onderzoeken om deze toe te voegen. Dit is onderdeel voor verdere uitwerking en kan in een volgende herziening van het omgevingsbeleid worden meegenomen.
A019-Vi027 Stedelijke groen- en waterstructuur - Pagina 45, ‘Stedelijke groen- en waterstructuur’: In het richtpunt wordt biodiversiteit niet aangehaald, terwijl dat een mooie meekoppelkans is wanneer de groen-blauwe structuur behouden en versterkt wordt. - Pagina 45, ‘Stedelijke groen- en waterstructuur’: Wij vragen u een kaart toe te voegen van de groen-blauwe structuur om de aanwezigheid en het belang ervan te benadrukken.
30
Antwoord - Versterken van de biodiversiteit is inderdaad een koppelkans. In de beschrijving van de beleidskeuze 6.2.1 (p. 87 in deel 2 van de ontwerp-omgevingsvisie) wordt “natuurwaarden behouden en versterken” als één van de belangrijke aanleidingen voor de provinciale inzet op versterking Groenblauwe stedelijke structuur genoemd. Dit komt ook terug in de beleidsuitwerking voor beleidskeuze 6.2.1 (p. 89 van deel 2). Biodiversiteit (ontwikkeling soortenbeleid voor de soorten binnen het stedelijk gebied) is daar ook opgenomen. - Het is een goede suggestie om een kaart van de groen-blauwe structuur toe te voegen. Dit is onderdeel voor verdere uitwerking en kan in een volgende herziening van het omgevingsbeleid worden meegenomen.
A019-Vi028 Detailhandel Paragraaf 4.2.1 concentratie en bundeling detailhandel: Wij vragen ons af waarom Gorinchem niet is opgenomen in het overzicht van de Te versterken centra, maar wel onder de aanduiding Historische binnensteden. Antwoord De provincie heeft vanaf 2012 de reguliere centrumgebieden ingedeeld in drie categorieën (te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra) met een bijbehorend ontwikkelingsperspectief. Die indeling is vooral gebaseerd op de uitkomsten van het Koopstromenonderzoek 2011. In 2016 en 2018 zijn de meest recente koopstromenonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van deze laatste twee onderzoeken zijn gebruikt om de indeling van centra tegen het licht te houden. Er waren geen redenen om de indeling anders in te steken. Met deze indeling in categorieën heeft Zuid-Holland een voor marktpartijen en gemeenten helder beleid gevoerd dat zekerheid bood voor investeringen in de centra. Het heeft geleid tot een robuuste winkelstructuur met relatief goed functionerende centra. Die duidelijkheid voor de structuur blijft ook in de toekomst nodig. Op basis van de resultaten van de KSO’s is het centrumgebied van Gorinchem aangeduid als ‘te optimaliseren centra’. Op dit moment is er geen reden om het centrumgebied van Gorinchem in de categorie ‘te versterken centra’ te plaatsen.
Dit zou ook niet helemaal overeenkomen met de onlangs door de provincie aan de gemeente Gorinchem verstrekte planvormingssubsidie detailhandel, gericht op het compacter maken van het kernwinkelgebied in Gorinchem en het saneren van verspreid liggend aanbod. Met betrekking tot uw zienswijze: wij zien Gorinchem niet terugkomen in een overzicht met historische binnensteden. Een aantal historische binnensteden zoals Delft en Leiden zijn wel benoemd als ‘te versterken centrum’. Het is geen automatisme dat iedere stad met een historische binnenstad tot de hoogste categorie gerekend wordt.
A019-Vi029 Bedrijventerreinen Paragraaf 4.2.1 Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen: Onder het kopje Rol provincie wordt aangegeven: Bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn van categorie 3 en hoger (HMC) en watergebonden bedrijven worden in principe behouden voor bedrijvigheid. Door een dergelijke opstelling wordt voorbijgegaan aan de nadruk die eerder werd gelegd op de kwaliteit van de terreinen. Kopje: Toetsing en beoordeling plannen: Gorinchem ligt op de kruising van meerdere provincies. Bij het opstellen van een onderbouwing moet hiermee rekening worden gehouden. De angst voor over programmering is ons inziens ongegrond. 31
Antwoord Uitgangspunt is dat vraag en aanbod in balans moeten zijn en dat terreinen zoveel mogelijk behouden blijven voor bedrijvigheid. Transformatie van terreinen is mogelijk mits het verloren gegane areaal wordt gecompenseerd in de relevante marktregio. Gorinchem is inderdaad gelegen op een kruispunt van bestuurlijke regio’s. Uitgangspunt bij Laddertoetsen is echter de relevante marktregio. Deze kan per type bedrijvigheid verschillen. In de provinciale behoefteraming, die momenteel wordt opgesteld, wordt daar zo veel mogelijk rekening mee gehouden. Provincie streeft naar een goede balans tussen vraag en aanbod. In de Omgevingsvisie wordt daarom (kort) ingegaan op beide situaties die niet wenselijk zijn (overaanbod en tekort). Het klopt echter dat de waarschijnlijkheid van deze situaties sterk conjunctuurgerelateerd is.
A019-Vi030 Cultuur en toerisme In paragraaf 4.3.3. wordt door u de aspecten cultuurparticipatie en openbare bibliotheken in ZuidHolland genoemd. “Kwalitatief goede dienstverlening is een doel op zich voor de vier ondersteuningsinstellingen van de basisinstellingen cultuurparticipatie en voor de ondersteuningsinstelling voor openbare bibliotheken. Via deze beleidsbeslissing draagt de provincie bij aan: a. Het in stand houden van de basisvoorzieningen cultuurparticipatie, zodat meer kinderen en jongeren via gemeenten en onderwijsinstellingen in aanraking komen met kwalitatief goede en gespreide cultuurparticipatie; b. Het ondersteunen van de activiteiten van Probiblio, zodat zoveel mogelijk mensen zo goed en volledig mogelijk bediend worden in hun zoektocht naar kennis, informatie en cultuur.” Naar onze mening blijkt hieruit, dat u vindt dat iedereen in gelijke mate toegang moet hebben tot bovengenoemde voorzieningen. Dat geldt wel voor de bibliotheek, maar zeker niet voor de basisvoorzieningen die onder sub a. worden bedoeld. Deze voorzieningen voeren hun activiteiten vooral in de randstad uit. In Gorinchem is dit niet zo merkbaar. Wij hebben overigens wel een goede relatie met het Kunstgebouw. Wij adviseren u daarom om op deze aspecten ook te investeren in de gebieden buiten de randstad.
Antwoord De basisvoorziening cultuurparticipatie, bestaande uit Kunstgebouw, Popunie, Jeugdtheaterhuis en Stichting Educatieve Orkest Projecten (SEOP), ondersteunt gemeenten en het onderwijs. Het gaat hier om tweede lijns ondersteuning die wordt aangeboden door de provincie. Of de activiteiten worden afgenomen, betaald en worden uitgerold in die gemeente bepalen de afnemers (gemeente of onderwijs) zelf. Het werkgebied van de instellingen is in principe provincie dekkend, met juist aandacht voor het gebied buiten de grote steden / de Randstad.
A019-Vi031 Wonen Bij ambitie 6: sterke steden (pag. 14) wordt ingegaan op de woningvoorraad, de kwaliteit en de locatie. Het is van belang dat we als gemeente goed kunnen inspelen op actuele woonbehoeften en de woningtypen die daarop aansluiten. Wij gaan er van uit dat we het bouwen van woningen op basis van demografische ontwikkelingen, op die wijze kunnen duiden. Wellicht kan dat verduidelijkt worden in deze paragraaf?
32
Antwoord De provincie staat voor voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. Samenwerkende gemeenten maken daartoe in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's, die invulling geven aan de woningbehoefte. Op basis van de provinciale behoefteramingen, welke in 2021 worden geactualiseerd, zal de provincie vaststellen wat de gewenste woningvoorraadtoename is voor de regio Alblasserwaard, waartoe de gemeente Gorinchem behoort. De provinciale behoefteramingen geven een beeld van de toekomstige bevolkingsontwikkeling, huishoudensvorming en bijbehorende gewenste woningvoorraad.
A019-Z066 Beeldmateriaal Het aanscherpen en verbeteren is grotendeels gelukt. De inhoud zou nog beter tot z’n recht komen als er samenhangend met de tekst meer beeldmateriaal gebruikt zou worden. Antwoord Dank voor uw voorstel. De provincie is nu bezig om de mogelijkheden om meer met beeldmateriaal te werken in het beleid vorm te geven. Het digitale karakter van het beleid maakt het nodig om ook beeldmateriaal doorzoekbaar en voor allen toegankelijk te maken.
A019-Z067 PM's De documenten bevatten de nodige PM posten. Hierdoor is het niet mogelijk om op alle onderdelen inhoudelijk te reageren. Antwoord Een aantal PM posten zijn aangevuld naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen of als redactionele aanpassingen. Dit heeft geen materiele gevolgen en een overzicht van deze aanpassingen is opgenomen bij de nota van beantwoording.
A019-Z068 Regionaal vs. Metropool vs. Internationaal Gorinchem is een kruispunt van vier Provincies en de poort tot de Randstad. Om die poortfunctie goed te kunnen vervullen is een aantal ontwikkelingen cruciaal voor de toekomst van onze regio: - De ontwikkeling en ontsluiting van bedrijventerrein De Groote Haar en stedelijke woonontwikkelingen zoals de vleugels van de stad. - Daarnaast werken bedrijven, organisaties, overheden en onderwijsinstellingen uit de Drechtsteden en Gorinchem samen aan een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, verbetering van rivieroevers, woningbouw en innovatie; de zogenaamde Regio Deal. Het is van belang dat dit soort ontwikkelen benoemd worden, aangezien hier een meerjarig visie en programma aan gekoppeld zit die invloed heeft op de verhouding en aansluiting tussen Gorinchem, de regio en de metropoolregio.
33
Antwoord De Provincie herkent het belang van de ontwikkelingen die de gemeente Gorinchem benoemd en werkt intensief samen met de gemeente Gorinchem en de Drechtsteden aan de projecten uit de regiodeal. Voor de gemeente Gorinchem betreft dit specifiek de ontwikkeling van Groote Haar, de stedelijke woonontwikkelingen bij de vleugels van de stad en de ontwikkeling van een Innovatie- en Afstudeercentrum (IAC); een fysieke plek alsmede een regionaal programma ter versterking van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Deze aanpassing van het omgevingsbeleid betreft een beleidsneutrale omzetting. Het nieuwe beleid betreffende verstedelijking, alsmede de bedrijventerreinenstrategie Zuid-Holland waar de opgaven zoals de gemeente ze benoemt een belangrijke verbinding mee hebben, zijn geen onderdeel van deze aanpassing van het omgevingsbeleid. Zij zijn onderdeel van een volgende herziening van het Omgevingsbeleid na de zomer. Bij de ontwikkeling van toekomstig beleid (zoals voor verstedelijking en bedrijventerreinen) is ruimte voor inbreng voor regionale aandachtspunten. Deze zienswijze leidt nu niet tot een wijziging van ons Omgevingsbeleid.
A019-Z069 Leefomgevingstoets 'zachte' factoren In de leefomgevingstoets missen wij de ‘zachte’ factoren, zoals inclusiviteit of sociale samenhang. De leefomgeving is niet alleen ruimtelijk, maar heeft ook invloed op de maatschappelijke omgeving. Antwoord De provincie herkent deze tekortkoming. Bij de verdere uitwerking van de monitor leefomgeving en de leefomgevingstoets zal bezien worden in hoeverre deze onderwerpen een plaats kunnen krijgen.
34
A019-Z070 Leefomgevingstoets klimaatadaptatie De beschrijving van de kansen op positieve effecten door klimaatadaptatie verdient wat ons betreft enkele aanvullingen. Het heeft ook effect op: - Waterveiligheid/overstromingen: toekomstbestendig maken van waterkeringen. - Droogte: Hemelwater kan beter de grond instromen. Dit heeft ook een koppeling met effect op bodem en kwaliteit grondwater. - Bodem: Er wordt vooraf duidelijk aangegeven dat de beleidswijzigingen explicieter rekening houden met onder andere bodemdaling. De kans op een positief effect voor bodemdaling mist door klimaatadaptatie. - Luchtkwaliteit: Meer groen zorgt ook voor meer opname CO2 en fijnstof, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. - Mogelijkheden tot bewegen en recreatie: Meer groen maakt de leefomgeving aantrekkelijker om in te bewegen (wandelen, fietsen, hardlopen, spelen, etc.). - Energiegebruik: bij klimaatadaptatie wordt ook ingezet op hergebruik van hemel- en afvalwater. Bijvoorbeeld douchewater gebruiken om wc door te spoelen of hemelwater opvangen om de tuin mee te sproeien. Hierdoor zal het waterverbruik afnemen. - Kwaliteit woon- en werklocaties: Groen heeft aangetoond te zorgen voor een betere beleving van de leefomgeving. Daarnaast geeft het onroerend goed ook meer waarde. - Stijgend aandeel duurzame energie levert problemen voor huidige energie infrastructuur.
Verschil wanneer duurzame energie wordt opgewekt en de piekvraag naar energie kan voor problemen zorgen. Voorstel voor de risico’s op negatieve effecten door klimaatadaptatie: - Ondergronds ruimtegebruik: door alle kabels en leidingen is ruimte in de ondergrond schaars. Hierdoor kan een geplante boom met grote wortels deze schaarste vergroten. - Kwaliteit bodem, grond- en oppervlaktewater: Doordat er meer gelegenheid wordt gegeven aan hemelwater om de bodem in te vloeien, kunnen schadelijke stoffen de bodem en het grond- en oppervlaktewater bereiken. De kwaliteit verslechtert hierdoor. Dit kan voornamelijk spelen rondom landbouw of (zware) industrie/bedrijven. Antwoord Hartelijk dank voor uw opmerkingen op de leefomgevingstoets. Wij zullen deze verwerken in de leefomgevingstoets.
A019-Z071 Verkeersveiligheid Bij het onderwerp verkeersveiligheid missen wij aandacht besteed voor het ROV en de RPV/RWV. Verder misten wij een nadere uitwerking van de beleidskeuze ‘veilige mobiliteit’. Antwoord Deze opmerking hebben wij ter harte genomen en beide zaken aangepast. Verkeerseducatie maakt structureel deel uit van het provinciaal beleid. Naast infrastructuur en handhaving is verkeerseducatie één van de pijlers waar vanuit wij verkeersveiligheid benaderen. Het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROV-ZH) zet in op gedragsbeïnvloeding van de verkeersdeelnemer door middel van verkeerseducatieprogramma’s.
35
A019-Z072 Hoogwaardig openbaar vervoer In de Omgevingsvisie wordt geen aandacht besteed aan hoogwaardig openbaar vervoer op de corridor Breda – Gorinchem – Utrecht. Wij verzoeken u deze verbinding toe te voegen aan zowel de omgevingsvisie als het omgevingsprogramma. Antwoord Busverbindingen worden niet separaat benoemd. In het Omgevingsprogramma wordt bij goed regionaal openbaar vervoer het programma voor verbeteren van Hoogwaardig openbaar vervoer benoemd. Wij onderzoeken voor de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht de mogelijkheden voor een HOV verbinding.
36
A020 – Gemeente Bodegraven-Reeuwijk A020-Ve014 Structuurvisie Regio Boskoop In aanvulling op de zienswijze van de andere Greenportgemeente(n) verzoeken wij u om uw omgevingsbeleid, specifiek voor wat betreft de Omgevingsverordening Zuid-Holland, op de volgende punten af te stemmen c.q. in overeenstemming te brengen met de partiele herziening van de Intergemeentelijke Structuurvisie Regio Boskoop: - toekennen van een aparte status (maatwerkgebied) voor diverse herstructurering/transformatiegebieden locaties binnen het boom-en sierteeltgebied o.a. Randenburg-oost; - opnemen van een flexibiliteitregeling waarmee (vooruitlopend op een aanpassing in de verordening) in het bestemmingsplan/omgevingsplan de begrenzing van het boom- en sierteeltgebied, in beperkte mate kan worden aangepast; - naar aanleiding van de twee bovenstaande punten waar wenselijk de begrenzing van het boom- en sierteeltgebied aan te passen (o.a. twee percelen aan de Elzenbroek). Antwoord De herziening van het provinciale omgevingsbeleid op basis van de partiële herziening van de Intergemeentelijke Structuurvisie Regio Boskoop (ISV) staat op de Langetermijnagenda voor de eerstvolgende herziening na de vaststelling van de ISV.
Het betreft een inhoudelijk beleidsrijke wijziging die als ontwerp eerst door ons ter inzage dient te worden gelegd en niet naar aanleiding van de zienswijze in de voorliggende herziening kan worden meegenomen. Bij de volgende herziening zullen wij hierop terugkomen bij indiener en een en ander afstemmen (zie ook A018-Ve011).
37
A021 – Gemeente Rotterdam A021-P050 Wonen - De beschrijving van de benodigde ingrediënten in een regionale woonvisie komt gedetailleerd en star over. Graag ziet indiener een toevoeging van de mogelijkheid, zoals in de regio Rotterdam, om een splitsing te maken tussen een inspirerend kwalitatieve woonvisie enerzijds en anderzijds een aparte kwantitatieve gezamenlijke afspraak die de partijen maken, samen met de Provincie. - Een regionale woonvisie moet vooral inspirerend kunnen zijn. Een perspectief bieden voor mensen om hier te blijven/komen wonen, werken en recreëren. Een manier om verbinding en samenhang te signaleren en stimuleren in een diverse regio. Een document waarin de aantrekkelijkheid van een regio voor nu wordt vastgelegd en voor de toekomst wordt beschreven in zinnen die enthousiasme opwekken. Kortom: een kwalitatieve woonvisie. Hoe die visie werkelijkheid wordt of kan worden, dat moet een regio kunnen vastleggen in een akkoord, een set woningmarktafspraken, dat vanzelfsprekend kwantitatief is onderbouwd. De gedetailleerde beschrijving van provinciale vereisten voor een regionale woonvisie wekt de indruk dat er geen speelruimte is. Een vast en knellend format kan prettig zijn om te toetsen of aan alles gedacht is maar de provincie doet er goed aan ruimte te scheppen voor een andere opbouw en inhoud van regionale beleidsdocumenten (A. inspirerende woonvisie, B.
set woningmarktafspraken die op grond van realisatiecijfers, nieuwe ramingen en andere inzichten eens in de x jaar kunnen worden aangepast, C. regionaal woningbouwprogramma met het actuele planaanbod in de regio). Antwoord De provincie vraagt een aantal punten te beschrijven, zowel kwalitatief als kwantitatief, om minimaal op te nemen in de regionale woonvisie. Deze beschrijvingen geven vervolgens richting aan het woningbouwprogramma. Dat neemt niet weg dat de regionale woonvisie ingeleid of aangevuld kan worden met andere inspirerende onderdelen die hieraan bijdragen.
A021-P051 Inzet op modal shifts en logistieke hubs (pg 9) - Graag een uitwerking van de rol van de provincie mbt ruimtelijke reservering. Er wordt bij de beleidskeuze (deel2) gesproken over conflict tussen verstedelijking en transport van gevaarlijke stoffen, maar er zal ook gekozen moeten worden tussen ruimte voor groen, verstedelijking en logistieke overslag en opslag. Waar mogen de hubs wel en niet komen? Welke afwegingen horen hier bij? - Wat zijn de uitgangspunten bij keuze voor modal shift naar vervoer over water ten opzichte van weg? Waar willen we wel en geen intensivering van vervoer over water, in relatie tot leefbaarheid en verstedelijking? Antwoord De tekst is aangepast en het ruimtelijke vraagstuk voor transport van gevaarlijke stoffen is een afweging binnen de verstedelijkingsopgave welke samen met betrokken partijen gedaan wordt. Daarbij is in de tekst explicieter aangegeven dat provincie Zuid-Holland in het kader van MIRT Goederenvervoercorridor november 2020, afspraken heeft gemaakt over de inzet van logistieke makelaars. Deze logistieke makelaars zoeken naar de mogelijkheden van modalshift. De kansen die zich voordoen in de markt, wegen we af tegen andere maatschappelijke opgaven. Hieruit trekken ook wij de lessen en zullen wij waar nodig zeker het gesprek met de gemeente Rotterdam aangaan.
38
A021-P052 Ruimtelijk reserveren nieuwe infrastructuur (pg 13) - Bij viersporigheid Den Haag-Rotterdam staat station Kethel genoemd. Wat is de reden dat Kethel genoemd is, en niet Van Nelle of Stadionpark? Wat is de rol van de provincie hierin? - Bij reservering HWN-OWN: graag een duiding van wat deze reserveringen precies inhouden. Graag, voor zover dat al ruimtelijk te vertalen is, een uitwerking. Sommige van deze genoemde reserveringen zijn niet conform gemeentelijke ambities, zoals A16 Kralingse Plein. - Bij reservering HOV: graag ook hier een duidelijk van wat deze reserveringen precies ruimtelijk inhouden. Antwoord Het beleid voor ruimtelijke reserveringen voor infrastructuur is nog in ontwikkeling, daarom worden er op dit moment nog geen wijzigingen aangebracht in het overzicht. Door de ruimtelijke reservering worden ruimtelijke ontwikkelingen afgewogen met het (toekomstig) belang van HOV netwerk, bijdrage aan bereikbaarheid.
A021-P053 Mobiliteitstransitie onderzoeken samen met partners in Zuid-Holland (pg 15) Graag een uitwerking. Wat indiener betreft hoort in deze paragaaf thuis dat we samen met de partners een aantal vervolguitwerkingen doen van het onderzoek, zoals de rol van hubs in de mobiliteitstransitie. Antwoord Mede op basis van deze suggestie is de tekst over Mobiliteitstransitie aangepast.
A021-P054 Hinder beperken bij werkzaamheden door mensen te verleiden anders te reizen (pg 20) - pg 20 staat: “Een schaalsprong in het spoor is nodig vanwege de toenemende groei in het OV. Verstedelijking dient zoveel mogelijk langs goed OV plaats te vinden, waardoor we hier meer groei bereiken dan gemiddeld in het OV.” Hiermee wordt de schaalsprong hoofdzakelijk aan groei van het OV gekoppeld. De noodzaak van de schaalsprong is breder: deze is ook/juist nodig om de verstedelijkingslocaties – al die woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen langs HOV binnen ZuidHolland – op een goede, duurzame manier te ontsluiten en de daarvoor benodigde mobiliteitstransitie te kunnen realiseren. - Het belang van hoogwaardige regionale OV-lijnen als ‘feeders’ voor dat nationale spoornetwerk zou indiener hier graag terugzien. Nieuwe HOV-verbindingen waaraan PZH samen met regionale partners, rijk en vervoerders werkt, bijv. in MIRT-Verkenning Oeververbindingen Regio Rotterdam. Deze dragen bij aan het functioneren van de spoorlijnen als ‘backbone’ voor de Zuidelijke Randstad, maar ook aan het oplossen van capaciteitsknelpunten op bestaande regionale/stedelijke OV-lijnen, het faciliteren van verstedelijking, kansen voor mensen (bereikbaarheid banen, onderwijs, voorzieningen) en de leefkwaliteit. Dit zou dan ook goed matchen met de beschrijving van Regionaal OV op pag.
14 onder ‘Ruimtelijk reserveren nieuwe infrastructuur’.
39
Antwoord Met de schaalsprong OV wordt beoogd zowel nieuwe woonlocaties optimaal te ontsluiten, als de groei in het OV op te vangen. De groei in het OV is overigens mede een direct gevolg van de toenemende verstedelijking langs assen van het OV. Het OV-systeem wordt gezien als een samenhangend systeem, waarbij de reis van deur tot deur centraal staat. Verknoping van systemen, integrale hoge kwaliteit (snel, frequent, betrouwbaar HOV) en ketenfuncties maken onderdeel uit van dit totale systeem.
A021-P055 Goed regionaal openbaar vervoer (pg23) Onder hoogwaardig openbaar vervoer wordt alleen ingegaan op de verbindingen “tussen kernen waar geen spoor ligt”, waar de provincie een verantwoordelijkheid heeft als vervoersautoriteit. Indiener zou hier graag ook het belang van HOV binnen de kernen cq. het stedelijk gebied genoemd zien. Belangrijk is dat het OV tussen en in de kernen goed op elkaar aansluit en dat de reiziger dit als één samenhangend systeem kan ervaren. Antwoord We delen het belang dat het OV tussen en in de kernen goed op elkaar aansluit en dat de reiziger dit als één samenhangend systeem kan ervaren. Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A021-Vi022 Samenhang en integraliteit Op hoofdlijnen vinden we het jammer dat de provincie Zuid-Holland bij het maken van de Omgevingsvisie Zuid-Holland niet de mogelijkheid heeft aangegrepen om een slag te maken naar een meer integraal beleid. Er is te weinig oog voor samenhang en integraliteit met parallelle ontwikkelingen. Antwoord Met het bij elkaar brengen van al het provinciaal beleid voor het fysiek domein is inzicht ontstaan in dit beleid. Door dit beleid met elkaar in verbinding te brengen en in samenhang te bezien en door te ontwikkelen ontstaat geleidelijk een meer integrale manier van werken en beleidsvorming. De integraliteit zal vooral ontstaan bij een meer gebiedsgerichte uitwerking van het beleid.
A021-Vi023 Regionale differentiatie Ten tweede zien we in de Omgevingsvisie Zuid-Holland dat er veel wordt beredeneerd vanuit de hele provincie Zuid-Holland. Wij zouden graag meer regionale differentiatie in het beleid terugzien. Antwoord De provincie deelt uw opvatting dat het beleid vaak nog te algemeen geformuleerd is en streeft daarom ook naar een meer gebiedsgerichte uitwerking van het beleid.
40
A021-Vi024 Onvolledige passages Tot slot komen er in de voorliggende omgevingsvisie op veel plekken nog PM’s en andere onvolledige passages langs. Antwoord Ommissies en fouten zijn mede naar aanleiding van uw zienswijze aangevuld en hersteld.
A021-Vi073 Werklocaties Op het gebied van werklocaties constateert indiener een aantal dingen. Indiener had het logisch gevonden als er een regionale differentiatie voor werklocaties binnen de omgevingsvisie was teruggekomen. Het spanningsveld tussen ruimte voor wonen en ruimte voor werken in het hoogstedelijk gebied vraagt wat ons betreft om meer flexibiliteit in de planvorming. Dit is wat indiener betreft een factor die te weinig wordt meegenomen in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Antwoord Het provinciale Omgevingsbeleid met betrekking tot werklocaties heeft ten eerste algemeen beleid dat voor de gehele provincie geldt. Daarnaast wordt met diverse instrumenten de noodzakelijke regionale differentiatie gemaakt. Denk hierbij aan regionale visies, een detailhandelsstructuur en kantorenstructuur met verschillende typen centra/locaties en daarbij behorende ontwikkelingsmogelijkheden en planadvisering met een regionale markttoets voor de Ladderonderbouwing. Daarnaast wordt in provinciale behoefteramingen ook regionaal onderscheid gemaakt.
A021-Vi074 Bedrijventerreinen Bij de beleidsontwikkeling voor bedrijventerreinen ziet indiener in hun samenwerking met de provincie Zuid-Holland al positieve aanpassingen in de aanpak en in benadering, al constateert indiener dat er hier nog steeds een sectorale focus is waarbij de integrale opgaven te beperkt in beeld dreigen te komen. Antwoord Streven van de provincie is om de opgaven rondom bedrijventerrein, daar waar nodig, zo integraal mogelijk op te pakken. Voorbeelden hierbij zijn directe relaties met onder meer de beleidsvelden ruimtelijke ordening, mobiliteit, woningbouw, ruimtelijke kwaliteit, verduurzaming, circulariteit.