CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Raadsinformatiebrief 2021 236971 nota van beantwoording omgevingsbeleid Provincie Zuid Holland.pdf

Gemeenteraad AW 5 juli 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Ingekomen stukken33.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

A021-Vi075 Economisch belang bereikbaarheid Gezien het economische belang van bereikbaarheid vraagt indiener in het bijzonder aandacht voor de nadere invulling van het onderdeel Bereikbaar Zuid-Holland. Dat is extra van belang, omdat de wettelijke verankering van het regionale plan (de Planwet Verkeer en Vervoer) komt te vervallen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022. Hierbij ziet indiener overigens ook vervoer door de lucht als aandachtspunt. In de Omgevingsvisie Zuid-Holland ontbreekt aandacht voor internationale connectiviteit en de positie van Rotterdam Airport. Deze locatie is en kan ook belangrijk zijn voor helicopterverkeer en wellicht in de toekomst de grootschalige inzet van drones.

41

Antwoord Deze aanpassing van het Omgevingsbeleid betreft een beleidneutrale omzetting. Dit betekent dat nieuw beleid rondom de coronacrisis niet in deze aanpassing is opgenomen. Tegelijkertijd is de provincie bezig met diverse acties rondom Corona. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inzet van ambassadeurs bedrijventerreinen en winkelgebieden, de tijdelijke subsidieregeling BIZ, aanpassing van de subsidieregeling planvorming detailhandel en meer inzet vanuit de provincie op ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van winkelgebieden. Verder zal uit de lopende behoefteraming bedrijventerreinen en het in de tweede helft van 2021 uit te voeren Koopstromenonderzoek detailhandel meer inzicht komen over de (structurele) gevolgen van Corona en of dit zou moeten leiden tot verdere aanpassing van beleid en/of extra maatregelen.

A021-Vi076 Coronacrisis Daarnaast ziet indiener dat de coronacrisis invloed heeft op de ontwikkeling van werklocaties, indiener ziet dit onderwerp te weinig terug in de voorliggende omgevingsvisie. Antwoord Deze aanpassing van het omgevingsbeleid betreft een beleidneutrale omzetting. Dit betekent dat nieuw beleid rondom de coronacrisis niet in deze aanpassing is opgenomen. Tegelijkertijd is de provincie bezig met diverse acties rondom Corona. Denk hierbij bijv. aan: de inzet van ambassadeurs bedrijventerreinen en winkelgebieden, de tijdelijke subsidieregeling BIZ, aanpassing van de subsidieregeling planvorming detailhandel en meer inzet vanuit de provincie op ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van winkelgebieden. Verder zal uit de lopende behoefteraming bedrijventerreinen en het in de 2e helft van 2021 uit te voeren Koopstromenonderzoek detailhandel meer inzicht komen over de (structurele) gevolgen van Corona en of dit zou moeten leiden tot verdere aanpassing van beleid en/of extra maatregelen.

A021-Vi077 Wonen De opsomming van bijzondere doelgroepen onderaan pg 79 wekt de indruk volledig te zijn en voor elke gemeente en regio toepasbaar. Het zou goed zijn om expliciet te constateren dat er rekening wordt gehouden met de variaties tussen regio’s, gemeenten en periodes als het gaat om de huisvestingsvraag van de opgesomde bijzondere doelgroepen en dat er ruimte is en blijft voor gemeenten en regio’s om prioriteiten te stellen. Arbeidsmigranten horen bijvoorbeeld wat Rotterdam betreft niet tot deze doelgroep, wat indiener niet ontslaat van de taak om te zorgen dat die groep adequaat gehuisvest wordt. Daarover zijn gemeente Rotterdam en provincie ook in gesprek. Antwoord Er kunnen per doelgroep en per regio verschillen bestaan in zowel vraag als aanbod van doelgroepen. Dit kan in een regionale woonvisie nader worden uitgewerkt. Zoals onder ‘Instrumenten’ is aangegeven, vraagt de provincie in de regionale woonvisie onder meer een beschrijving van de ontwikkeling van een passend aanbod voor de doelgroepen van woningcorporaties. De provincie ziet ook arbeidsmigranten als èèn van de doelgroepen die prioriteit hebben.

42

A021-Vi078 Ambitie 5 Indiener leest de ambitie om stedelijk gebied leefbaar te houden door middel van versterken van groen en natuur. Maar de manier waarop kwaliteit van landelijk gebied en leefbaarheid van stedelijk gebied samenhangen, wordt niet genoemd. Sterke verbinding van landelijk groen naar stedelijk gebied speelt hierbij een belangrijke rol, net als hoogwaardig groen ín het stedelijk gebied. Dit houdt wat indiener betreft twee dingen in, die verband houden met ambitie 2: verbetering van bereikbaarheid van groen vanuit de stad, en vergroening van openbare ruimte in de stad. Dit gaat over vormgeven van de infrastructuur. Antwoord De provincie herkent uw punt. In de uitwerking van deze ambitie in beleidskeuzes komt dit ook terug.

A021-Vi079 Mobiliteit Beleidskeuzes: hier staat bij veel van de keuzes nog ‘PM’ dus hier kan indiener geen reactie op geven. Indiener vraagt of dit later nog uitgewerkt wordt, en of er dan nog gelegenheid tot reageren is? Antwoord De PM die bij sommige sub-vragen stonden zijn nader ingevuld.

43

A023 – Gemeente Nieuwkoop – Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondbedrijf A023-P028 Ter Aar De indiener verzoekt de woningbouwlocatie Ter Aar noordoost op de 3 ha-kaart te zetten. Dit gebied ligt binnen de voormalige bebouwingscontour van het streekplan Zuid-Holland Oost en Provinciale Structuurvisie. Bij de vaststelling van de Visie Ruimte en Mobilitieit 2014 is de locatie op de illustratieve kaart per abuis als Bestaand Stads- en Dorpsgebied aangemerkt en waarschijnlijk daardoor niet op de 3 ha-kaart opgenomen. De locatie behoort volgens de definitie van het Besluit ruimtelijke ordening en van het provinciale Omgevingsbeleid niet tot het Bestaand Stads- en Dorpsgebied. Volgens de provinciale Omgevingsverordening is de definitie leidend en niet de illustratieve kaart. De provinciale 3 ha-kaart is leidend voor planologische procedures. De indiener stelt dat vanaf 1 januari 2019 binnen een periode van 10 jaar 1910 woningen moeten worden gerealiseerd in Nieuwkoop. De locatie Ter Aar noordoost is een logische plek vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening, om aan een deel van deze behoefte te kunnen voorzien. Het is dan mogelijk een concentrisch stedenbouwkundig model te realiseren.

Een Quick Scan van de provincie Zuid-Holland voor een ruimtelijke beoordeling heeft laten zien dat er naast dat de locatie niet op de 3 ha-kaart staat, geen strijdigheid te verwachten is met het provinciaal omgevingsbeleid. Volgens provinciaal onderzoek zijn er op korte termijn nauwelijks of geen mogelijkheden om de woningbehoefte binnenstedelijk te accommoderen. Antwoord Over de woningbouwlocatie Ter Aar noordoost is in 2020 overleg geweest tussen de gemeente en de provincie. Zoals in de zienswijze al staat genoemd heeft de locatie Ter Aar noordoost binnen de voormalige bebouwingscontour gelegen en is de locatie bij de vaststelling van de Visie Ruimte en Mobiliteit in 2014 waarschijnlijk per abuis niet op de 3ha-kaart gezet. Een quick-scan ruimtelijke beoordeling heeft laten zien dat deze locatie lijkt te passen in ons Omgevingsbeleid. Dit is aan de gemeente gecommuniceerd. De gemeente heeft in het overleg met ons aangegeven dat zij de locatie Ter Aar noordoost op korte termijn kan ontwikkelen en dat deze locatie voor een groot deel is bedoeld om in de behoefte van betaalbare woningen onder andere voor starters en ouderen te voorzien. Vanwege de zes sleutellocaties Noordse Buurt - die dienen ter financiering van de reeds grotendeels uitgevoerde glassanering Noordse Buurt- heeft Nieuwkoop nu een woningbouwprogramma met relatief veel woningen in de hogere prijsklassen.

In de informatie in de zienswijze lijkt het aandeel betaalbare woningen in Ter Aar noordoost echter lager dan eerder door de gemeente is aangegeven in de gesprekken met ons. Wij willen dan ook nog wel in overleg met de gemeente Nieuwkoop over het aandeel betaalbare woningen in het programma voor Ter Aar noordoost. Verder willen wij ook in overleg over de woningdichtheid van de locatie om te kijken of de voorgestelde dichtheid van 30 woningen per ha mogelijk hoger kan zijn om deze locatie zo efficiënt mogelijk te benutten. Tenslotte dient de gemeente conform ons Omgevingsbeleid te zorgen voor een mooie dorpsrand. Conclusie Deze zienswijze leidt tot het opnemen van de woningbouwlocatie Ter Aar Noordoost met een omvang van ca 7 ha op de 3ha-kaart van de Omgevingsverordening en de bijbehorende tabel in het programma ruimte.

44

A024 – Gemeente Kaag en Braassem A024-Ve015 Kaart 19 – Nieuwe Wetering ‘De groene buffer’ ziet indiener niet als de meest gewenste en geschikte locatie voor grootschalige woningbouw. Indiener gaat graag met provincie het gesprek aan om deze locatie te verplaatsen naar meer geschikte locaties aan de randen van bestaande kernen. Indiener denkt zelf aan de zuidrand van Oud Ade of de noordzijde van Rijpwetering. Zie bijgevoegde kaart in de zienswijze. Antwoord Het gebied tussen Nieuwe Wetering en de HSL/A4 is in ons Omgevingsbeleid opgenomen als woningbouwlocatie op de 3ha-kaart. Tevens heeft het gebied op kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit en Beschermingscategorieën van onze Omgevingsverordening de aanduiding Groene Buffer. Het gebied tussen Nieuwe Wetering en de HSL/A4 heeft echter per abuis de aanduiding Groene Buffer gekregen. Deze aanduiding zullen wij op kaart 14 van onze Omgevingsverordening schrappen. De 3ha-locatie Nieuwe Wetering is niet in het woningbouwprogramma 2021 van de regio Holland Rijnland opgenomen. Wij gaan met u in overleg of u deze locatie nog voor 2030 wilt ontwikkelen. Mocht u dit niet meer willen, dan zullen wij deze locatie in een volgende herziening van ons Omgevingsbeleid van de 3ha-kaart verwijderen. Wij willen de locatie Nieuwe Wetering niet ruilen met de locaties zuidrand Oud-Ade en noordzijde Rijpwetering.

Wij hebben de locaties zuidrand Oud-Ade en noordzijde Rijpwetering het afgelopen jaar ruimtelijk beoordeeld en de uitkomst aan u laten weten. De door u voorgestelde woningbouwlocaties zijn strijdig met ons Omgevingsbeleid. De locatie zuidrand Oud Ade is gelegen in “Beschermingscategorie 1 Kroonjuweel Cultureel Erfgoed” en “Beschermingscategorie 2 Groene Buffer en Belangrijk weidevogelgebied” en ligt in een molenbiotoop. De locatie noordzijde Rijpwetering is gelegen in “beschermingscategorie 2 Groene Buffer en Belangrijk Weidevogelgebied”. In beschermingscategorie 1 en 2 is transformatie naar woningbouw niet toegestaan. Verder is de woningbouw in de zuidrand Oud-Ade ook strijdig met de regelgeving van de daar gelegen molenbiotoop. Conclusie Op kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit en Beschermingscategorieën van onze Omgevingsverordening wordt van het gebied tussen Nieuwe Wetering en de HSL/A4 de aanduiding Groene Buffer verwijderd.

A024-Ve016 Kaart 19 – Bedrijventerrein aan zuidzijde A4 Aan de zuidzijde van de rijksweg A4 is een ‘bedrijventerrein zachte capaciteit’ geprojecteerd (zie kaart afbeelding in zienswijze). In de tabel die als toelichting bij het Omgevingsbeleid is gevoegd, is te lezen dat dit gaat om ‘Veenderveld II’ met uitgeefbaar gebied van 29 ha. De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft echter het afgelopen jaar de mogelijkheden voor een nieuw bedrijventerrein onderzocht en heeft in eerste instantie een voorkeursrecht gevestigd op 22 ha grondgebied aan de noordzijde van de A4. Indiener pleit dan ook voor een verschuiving van de blauwe markering van ten zuiden van de A4 naar ten noorden van de A4 en gaat hier graag over in gesprek.

45

Antwoord Gemeente en Provincie zijn in gesprek over een mogelijke veranderingen in de perceptie op de realiseerbaarheid van Veenderveld II. Eventuele aanpassingen op het huidige Omgevingsbeleid zijn onderhevig aan gesprek wat nu gevoerd wordt tussen gemeente Kaag en Braassem en provincie Zuid-Holland. Veenderveld 2 is een compensatielocatie voor het bedrijventerrein in de Oostvlietpolder bij Leiden dat in 2014 door de provincie en de gemeente Leiden is geschrapt. De gemeente wil Veenderveld 2 nu gaan ontwikkelen, maar op een andere locatie. Op initiatief van de gemeente Kaag en Braassem is zeer onlangs een eerste verkennend gesprek geweest met de provincie over de alternatieve locatie voor Veenderveld 2. Met de gemeente is afgesproken dat zij een goede onderbouwing maken waarom de alternatieve locatie de voorkeur heeft boven de huidige locatie van Veenderveld 2. In het geval de provincie kan instemmen met de alternatieve locatie dan kan die in een volgende herziening van het provinciaal omgevingsbeleid worden meegenomen. Nu is dat nog te vroeg omdat een goede onderbouwing nu nog ontbreekt.

A024-Z060 Contouren glastuinbouwgebied Aan de contouren voor wat betreft duurzaam glastuinbouwgebied wordt met dit Omgevingsbeleid niets gewijzigd. Dit is in gemiste kans, want er wordt volgens indiener al jarenlang vastgehouden aan die vlakken. Als provincie er voor open staat om de betreffende contouren op sommige plekken bij te schaven, dan komt indiener graag in contact om specifieke locaties voor te leggen. Indiener is al in gesprek met de Greenport Aalsmeer en de visies lijken overeen te komen. Antwoord Uit de zienswijze is niet direct duidelijk over welke gebieden specifiek gesproken wordt. Duidelijk is wel de contouren zoals opgenomen in de ontwerp provinciale Omgevingsverordening overeenkomen met de vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie zoals gepubliceerd is op 26 november 2020. Uiteraard staan wij open om het gesprek met de gemeente Kaag en Braassem en de Greenport Aalsmeer over ruimtelijke ontwikkelingen in het glastuinbouwgebied te voeren, zonder hierbij overigens op voorhand in te stemmen met aanpassing van de glastuinbouwcontour.

A024-Z061 Recreatiewoningen In het Omgevingsbeleid is opgenomen dat de provincie niet langer medewerking wilt verlenen aan recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied, om permanente bewoning van recreatieverblijven tegen te gaan. Volgens indiener doet provincie indiener daarmee te kort. Er is beleid opgesteld om actief te gaan handhaven op permanente bewoning van recreatiewoningen. Er is tevens een beleidslijn ingezet om alleen nog recreatiewoningen met een gebruiksoppervlakte van max 60 m2 toe te staan en er is een start gemaakt met de projectmatige controles/handhaving. Daarnaast wordt er volgens indiener voorbij gegaan aan recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven. Het ontplooien van nevenactiviteiten biedt vaak een goede uitkomst als schaalvergroting of uit laten kopen geen serieuze/haalbare opties zijn. Indiener verzoekt de provincie meer afwegingsruimte op te nemen voor gemeenten om kleinschalige recreatieve initiatieven toe te kunnen (blijven) staan als nevenfunctie bij agrarische bedrijven. Het Groene Hart is immers de perfecte locatie om te recreëren.

46

Antwoord De provincie Zuid-Holland heeft in de nieuwe beleidskeuze ‘Buitenstedelijke recreatieve ontwikkelingen’ twee bestaande beleidskeuzes geïntegreerd. Dit betreft de bestaande (oude) beleidskeuzes ‘Recreatiewoningen’ en ‘Grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied’. Zowel in de oude als vernieuwde beleidskeuze stelt de provincie dat nieuwe recreatiewoningen alleen zijn toegestaan in bestaande of in nieuwe verblijfsrecreatieparken, om permanente bewoning tegen te van recreatiewoningen gaan. Hiermee stimuleert de provincie de door- en herontwikkeling van bestaande locaties en beoogt het richting te geven aan goede locaties met gemeenschappelijke voorzieningen en overeenkomstige toeristisch-recreatieve inrichting van belang voor toekomstbestendige verblijfsrecreatieve parken. Vanuit het beleid vraagt de provincie om bij initiatieven voor grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied ook de behoefte actief te onderbouwen en regionaal af te stemmen. Zo zet de provincie in op een positieve marktontwikkeling tussen nieuwe ontwikkelingen in relatie tot het functioneren van bestaande recreatiecomplexen. Dit kan leegstand of ongewenst gebruik van bestaande complexen helpen voorkomen.

De provincie vindt het positief dat gemeente Kaag en Braassem een actieve beleidslijn hanteert voor de mogelijke ontwikkeling van verblijfsrecreatieve eenheden in haar gemeente. Daarbij kan worden opgemerkt dat de provinciale omgevingsverordening het daarbij mogelijk maakt verbredingsactiviteiten bij een agrarisch bedrijf onder voorwaarden toe te laten, zoals vormen van recreatie, te meer als dit vanuit een actieve beleidslijn van de gemeente wordt geborgd.

47

B001 - MRDH B001-Vi059 Naar een levendige en meerkernige metropool Indiener benadrukt dat de huidige omgevingsvisie gewijzigd is ten opzichte van het omgevingsbeleid van 2020 en dat hierdoor het doel “Naar een levendige meerkernige metropool” (1) verdwenen is. De indiener vindt dat de samenhangende ontwikkelingsrichting nu niet als een centraal thema terugkomt. Ook het gezamenlijke gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) (2) is niet meer goed herkenbaar voor de indiener. De centrale ambities van Metropolitaan Openbaar Vervoer en Verstedelijking (MOVV) (3) en de gezamenlijke propositie voor het Groeifonds, komt evenmin goed naar voren, aldus de indiener. Indiener acht het ook noodzakelijk om te werken aan een nieuw mobiliteitsconcept (4) en aan een mobiliteitstransitie omdat de gewenste stedelijke verdichting niet meer te combineren is met veel ruimte voor de auto. Indiener vindt dat haar gezamenlijke opgaven onvoldoende tot zijn recht komen op dit moment en wil deze punten dan ook graag benoemd zien in de omgevingsvisie. Antwoord 1) De benamingen zijn gewijzigd. Maar het belang van de samenhang is onverminderd gebleven. Dit noemen we bijvoorbeeld in onze ambities van ‘Sterke steden en dorpen’ + ‘een concurrerend ZuidHolland.

Bijvoorbeeld ‘”…de provincie blijft met haar partners bouwen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat door te zorgen voor voldoende en kwalitatief goede werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, woon/werklocaties), woonruimte, woon-werkverbindingen, een goede beroepsbevolking, een gezonde leefomgeving, goede biodiversiteit, recreatieve voorzieningen en cultureel erfgoed.” 2 en 3) We onderschrijven de gezamenlijke doelen van MOVE en MOVV en herkenbaarheid is zeker van belang. We gaan dit tekstueel verbeteren in de uitwerking van het omgevingsbeleid. We hebben uw ambtenaren (in de sessie) uitgenodigd met concrete tekstsuggesties te komen. 4) Het onderscheid tussen mobiliteit in de sterk verstedelijkte gebieden en de minder verstedelijkte gebieden in Zuid-Holland is belangrijk. Zoals we hebben aangegeven in de beleidskeuze Mobiliteitstransitie zien we voor door de hoge bouwdichtheid, nabijheid van voorzieningen(waaronder OV) dat mensen in de stad vaak een andere mobiliteitsbehoefte hebben dan mensen in landelijk gebied. In de uitwerking van de beleidskeuze zullen we aandacht besteden aan de regionale differentiatie.

B001-Vi060 Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid MRDH Indiener had verwacht dat de doelen en ambities van het regionaal mobiliteitsbeleid uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid MRDH, als beleid van de vervoerregio, een plek zouden krijgen in het omgevingsbeleid van de provincie. Indiener vindt dit in voorliggende Omgevingsvisie maar beperkt het geval en wil daarvoor suggesties aanreiken. Antwoord De invulling van de bereikbaarheid in het MRDH gebied is de eigen agenda van de MRDH en het kan zijn dat de provincie soms andere afwegingen maakt. Natuurlijk werken we graag samen om de bereikbaarheid van Zuid-Holland te optimaliseren. Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten en MRDH kunnen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.

48

B001-Z085 Regionale differentiatie Indiener ziet dat er een duidelijke regionale differentiatie is gemaakt en vindt daarom de benadering van de stedelijke opgaven op gebied van mobiliteit en bereikbaarheid niet goed aansluiten bij de werkelijke situatie rond verstedelijking en economische ontwikkeling. Indiener vindt het daarom noodzakelijk om te werken aan een nieuw mobiliteitsconcept en aan een mobiliteitstransitie. Indiener herkend momenteel niet een gezamenlijke aanpak van de bereikbaarheid in de voorliggende Omgevingsvisie. Antwoord Naar aanleiding van het gezamenlijke onderzoek “Mobiliteitstransitie en het wegennet” kijken we graag samen met andere overheden naar concrete invulling om mobiliteitstransitie te stimuleren.

49

B002 – Regio Midden-Holland B002-P013 Instrument 3 ha kaart De indiener maakt zich zorgen om de 3 ha kaart, zowel voor bedrijven als woningbouwlocaties. Realisatie van woningbouwlocaties kan alleen als de provincie akkoord gaat met een toevoeging op de 3 ha kaart. Het is onduidelijk welke overwegingen hierbij gelden en wat de toegevoegde waarde is ten opzichte van een reguliere toets. De indiener pleit voor afschaffing van de 3 ha kaart. Antwoord Voor de ontwikkeling van buitenstedelijke bouwlocaties gaat de provincie uit van de ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent de gemeente met een goede onderbouwing en motivering tot de keuze voor een nieuwe uitleglocatie kan komen. Als het gaat om nieuwe uitleglocaties groter dan 3 hectare wil de provincie vooraf betrokken worden, onder meer vanwege de impact van grote bouwlocaties op het landschap. De ontwikkeling van een nieuwe bouwlocatie kent in het algemeen een lange voorbereidingstijd. Er is dan ook voldoende tijd om de provincie tijdig te betrekken bij de locatiekeuze en over opname van de betreffende locatie op de 3 hectare kaart. Dit hoeft dus geen invloed te hebben op de voortgang van de woningbouw.

B002-P014 Toekomstige bedrijventerreinen (p. 93-95 ontwerp omgevingsprogramma) Ten aanzien van toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen pleit de indiener ervoor dat de regionale strategie als leidraad geldt. De indiener gaat ervan uit dat de regio voor de provincie een belangrijke gesprekspartner is in het realiseren van regionale doelstellingen om het bedrijfsleven voldoende en passende ruimte te kunnen bieden. Ze pleit voor maatwerk en voldoende ruimtelijke mogelijkheden om regionaal te kunnen voorzien in de toekomstige ruimtebehoefte. De indiener stelt dat het volgende aandachtspunt nadere uitwerking behoeft: of solitaire bedrijven als bedrijventerreinen zijn mee te nemen en of er over de effecten daarvan afspraken gemaakt kunnen worden. Antwoord Het gevestigde bedrijfsleven is een belangrijke drager voor de regionale economie. Om goed en actueel inzicht te krijgen in de ruimtevraag van deze bedrijvigheid wordt momenteel de provinciale behoefteraming geactualiseerd. Op basis van deze cijfers kan de regio, door Gedeputeerde Staten aanvaarde, regionale bedrijventerreinenvisies opstellen waarin het gevestigde bedrijfsleven optimaal gefaciliteerd kan worden. De provincie wil in eerste instantie de bestaande voorraad aan bedrijventerreinen beter benutten of de huidige plancapaciteit gebruiken; pas daarna is uitleg of uitbreiding aan de orde.

Beter benutten is namelijk zeer gewenst vanwege de grote ruimtedruk in Zuid-Holland en de provinciale ambitie om het landelijk gebied zoveel mogelijk te behouden. Lokaal maatwerk, uitbreiding en solitaire bedrijvigheid is mogelijk als dit past binnen provinciaal Omgevingsbeleid. De provinciale bedrijventerreinenstrategie wordt via een volgende herziening geïmplementeerd in het provinciale Omgevingsbeleid. Daarnaast wordt momenteel de provinciale behoefteraming geactualiseerd. Op basis hiervan worden de geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisie ter aanvaarding aan GS voorgelegd. Deze aanvaarde visies vinden hun doorwerking in het provinciale beleid. Tegelijkertijd vindt momenteel een verkenning plaats naar de korte termijn mogelijkheden met betrekking tot het creëren van aanbod.

50

B002-P015 Detailhandel (pagina 281-285) De indiener pleit voor een regionaal afgewogen detailhandelstructuur, waar gekeken wordt naar een goed verspreid aanbod in de regio, gemeenten, in wijken en van buurtgerichte voorzieningen. De regio streeft er naar dat de detailhandel zoveel mogelijk binnen aangesloten winkelgebieden en goed geconcentreerd te laten plaatsvinden. Belangrijk is dat de provincie oog houdt voor nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen in het bovenregionale aanbod die van invloed zijn op de bestaansbasis van gevestigde detailhandel. Dit geldt ook voor de ontwikkeling en versterking van PDV-locaties. Succesvolle PDV-locaties zijn volgens onderzoek (Onderzoek aanpak PDV-locaties ZuidHolland uit 2018) niet langer monofunctioneel, maar hebben eerder een ‘in en om het huis’-profiel. Solitaire detailhandel die geen plek kan krijgen binnen bestaande binnenstedelijke winkelcentra, kan dan, mits het in het profiel past, een plek krijgen op een PDV-locatie. Antwoord Wij benadrukken uw visie op het gebied van een afgewogen regionale detailhandelsstructuur. Zoals in het Omgevingsprogramma aangegeven, plegen wij hier vanuit de provincie ook inzet op. Uiteindelijk is het een regionale verantwoordelijkheid om nieuwe ontwikkelingen regionaal af te stemmen, al dan niet met een regionale detailhandelsvisie als onderbouwing daarvoor.

Het gaat dan ook om grote nieuwe ontwikkelingen. Aanvullend daarop toetst de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland bij grote nieuwe plannen of de onderbouwing en de ruimtelijke effecten op een correcte manier in kaart zijn gebracht. Met die regionale afstemming en de toets van de Adviescommissie heeft de provincie grote nieuwe ontwikkelingen in beeld. Het provinciaal ruimtelijk beleid, met o.a. de driedeling van reguliere centra, het uitgangspunt dat nieuwe detailhandel primair in de centra moet landen, de benoemde uitzonderingscategorieën voor vestigingsmogelijkheden buiten de centra en de voorwaarden m.b.t. toelaatbaarheid van nieuwe detailhandel, biedt onzes inziens een goede basis voor de regionaal afgewogen detailhandelsstructuur. De provincie monitort op regelmatige basis, o.a. naar aanleiding van de uitkomsten van Koopstromenonderzoeken, of het provinciaal beleid al dan niet aanpassing behoeft. Binnen de kaders van het ruimtelijk beleid is er ruimte voor specifieke ontwikkelingen. Een ‘overig centrum’ kan bijvoorbeeld beperkt groeien in omvang, bijvoorbeeld bij saldering van aanwezige detailhandel uit hetzelfde verzorgingsgebied.

Daarnaast is er in de Omgevingsverordening een afwijkingsmogelijkheid – balansregeling opgenomen waarmee een omgevingsplan kan voorzien in activiteiten waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in afdeling [7.3] van de verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelen van deze regels. Aanvullend zijn wij van mening dat er binnen de kaders van het Omgevingsbeleid voldoende ruimte is voor innovatieve concepten van detailhandel en meer ruimte voor beleving in de winkelgebieden. Toevoeging van andere functies dan detailhandel in de centra levert ook onzes inziens een belangrijke bijdrage aan het attractief en levendig houden van centra, nu het belang van detailhandel als drager van die attractiviteit weliswaar nog steeds belangrijk is, maar wel kleiner wordt. De zogenaamde ‘PDV-locaties’ bieden mogelijkheden, buiten de winkelconcentraties in de centra, voor de vestiging van grootschalige detailhandel in meubelen en detailhandel in keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering en jacuzzi’s. Dit betekent niet dat er buiten deze vormen van detailhandel iedere andere vorm van detailhandel op de PDV-locaties wordt uitgesloten. Op de PDV-locaties kan zich bijvoorbeeld ook enkele vormen van detailhandel vestigen die als uitzonderingscategorie is benoemd in het provinciaal beleid, zoals tuincentra en bouwmarkten.

Een profiel van ‘in en om het huis’ voor de PDV-locaties is niet passend binnen provinciaal beleid omdat daarmee meer vestigingsmogelijkheden op perifere locaties wordt geboden dan het beleid mogelijk maakt en dit ten koste gaat van de attractiviteit van het centrum.

51

B002-P016 Wonen Op pagina 127 van het ontwerp-omgevingsprogramma wordt de Zuidplaspolder genoemd als ontwikkellocatie voor dorpse en landelijke woonmilieus. Daarbij wordt geconstateerd ‘Volgens de huidige inzichten is er onvoldoende ruimte elders in de Zuidvleugel om de vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus te kunnen accommoderen’. De indiener doet op basis van deze passages de constatering dat de 7000 woningen opgeteld moeten worden bij de aantallen zoals genoemd in de Trendraming. De indiener is blij met deze passage en ziet dit als onderstreping van haar opvattingen over de provinciale woningbehoefteramingen. Antwoord De betreffende tekst gaat over het accommoderen van de vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus, waarbij wordt aangegeven dat dezen onvoldoende binnen BSD kunnen worden geaccommodeerd. De buiten BSD locatie Zuidplaspolder biedt ruimte voor deze woonmilieus. Dit staat los van de woningbehoefteraming, zoals wij ook hebben aangegeven bij de introductie van de Trendraming in onze brief van 16 juli 2019.

B002-Vi012 Experimenteerruimte energietransitie De indiener stelt dat de provincie in het kader van energietransitie aangeeft terughoudend om te willen gaan met zonnevelden in open ruimte en nieuwe experimenten. De indiener vraagt de provincie te overwegen om meer ruimte voor productie van duurzame energie toe te staan inden ze bijdragen aan de landbouwtransitie, eventueel eerst in pilots. Antwoord De nu voorliggende herziening is niet gericht op de module energietransitie. Volgend op de besluitvorming over de RES1.0 zal het proces van de wijziging van het Omgevingsbeleid van de module Energietransitie starten. De startnotitie hiervan is voorzien in Q3 2021. Wij zullen bij deze herziening ook bekijken hoe wij de nu geboden experimenteerruimte kunnen doorontwikkelen.

B002-Vi013 Meer aandacht voor sterke dorpen In de omgevingsvisie staat dat het “toevoegen van woningen als primaire of enige strategie voor het vitaal houden van de sociaal-economische vitaliteit van steden en dorpen in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijn strategie is”. De indiener stelt het jammer te vinden dat de provincie alleen aangeeft wat geen duurzame lange-termijn-strategie is. Zij onderschrijft ook dat de sociaal economische samenhang in het landelijk gebied alleen tegengegaan kan worden door een combinatie van beleid. De indiener vraagt samen met haar aandacht te besteden aan deze integrale aanpak, te denken in oplossingen en niet met een “nee, tenzij”-houding. De indiener waardeert de inzet van de provincie op het gebied van het IBP Hollands Utrechtse Veenweiden, klimaatakkoord en verbetering van de Algeracorridor.

52

Antwoord De provincie gaat graag in op uw aanbod om met een integrale aanpak gebiedsgericht uitwerking te geven aan het omgevingsbeleid. En zal hierbij zoveel mogelijke denken vanuit oplossingen en mogelijkheden.

B002-Vi014 Openbaar vervoer In de omgevingsvisie wordt gesproken over adequaat aanbod openbaar vervoer. Dit zou volgens de indiener gelezen kunnen worden als dat het OV voldoet aan vooraf gestelde technische eisen. De indiener zou hier graag meer ambitie zien. De indiener is blij dat er nu ook gekeken wordt naar het netwerk van voor- en natransport dat aansluit op het OV. De indiener stelt dat in de tekst te lezen is dat tezamen met lopen, de fiets en deelsystemen het OV een reis van deur tot deur mogelijk maakt. Zij adviseert daar P&R of de auto aan toe te voegen. Zij ziet P&R’s liever verder gelegen van de stad in de regio, zodat ook knelpunten zoals toevoerende snelwegen en de ring rondom steden ontlast worden. Kansen in haar regio ziet de indiener op de Algeracorridor en bij het toekomstige P&R station Gouweknoop. De indiener adviseert de rolverdeling tussen verschillende overheden en vervoeraanbieders duidelijker aan te geven.

De indiener geeft de betekenis van het OV voor haar regio aan en nodigt de provincie uit dit mee te nemen in de visie: “Met het ontwikkelen van het openbaar vervoer zorgen we dat de keuzevrijheid van inwoners vergroot wordt, inwoners op een snelle en makkelijke manier kunnen reizen, openbaar vervoer van, naar en binnen gebieden met zowel veel als weinig vraag doorontwikkeld kan worden, waardoor zowel steden als platteland en dorpen beter bereikbaar worden. De ontwikkelingen binnen het openbaar vervoer bieden kansen; sterke hoogfrequente lijnen kunnen steeds beter concurreren met de auto, de ontwikkeling van MaaS maakt het steeds beter mogelijk een integrale ketenreis aan te bieden. Deze ontwikkelingen willen we in onze regio versterken en versnellen. Daarnaast verliezen we niet uit het oog dat openbaar vervoer ook een maatschappelijke functie heeft; we willen vervoersarmoede bestrijden en ook de minder verstedelijkte delen van de regio adequaat blijven bedienen..” Antwoord Het bieden van een adequaat aanbod is reeds een hoge ambitie. In de ketenreis hebben wij de focus gelegd op lopen, de fiets- en deelsystemen, en andere vormen van deur tot haltevervoer. Het ontwikkelen van P+R bij OV-haltes is onderdeel van specifieke gebiedsontwikkelingen. Het initiatief voor ontwikkelen van P+R bij stations is geen provinciale taak.

B002-Z045 Sturingsfilosofie en rol van regionale samenwerking De indiener stelt dat de provincie haar rol omschrijft als ‘Als middenbestuur staat de provincie letterlijk te midden van vele spelers. Zuid-Holland, stevig verbonden met lokale overheden, de rijksoverheid en Europa, brengt die spelers bij elkaar’. De indiener zou graag zien dat de provincie de verbinding met de regionale samenwerkingspartijen expliciete benoemd, omdat een belangrijk deel van de samenwerking en afstemming in deze regionale samenwerkingen plaatsvindt.

53

Antwoord Dit punt wordt overgenomen in de Omgevingsvisie.

B002-Z046 Procedure De indiener geeft aan pas op 6 januari 2021 op de hoogte te zijn gesteld van de terinzagelegging, door het informeren over de digitale sessie op 19 januari 2021. Ze hadden graag een langere reactietermijn gehad en behouden zich de mogelijkheid voor om zo nodig nader op punten in te gaan. Daarnaast geeft de indiener aan dat gedurende de procedure relevante stukken voor de onderbouwing van beleidskeuzes en -kaders zijn uitgewisseld. De reikwijdte en zeggingskracht van relevante documenten zijn tijdens de procedure gewijzigd, wat in strijd is met de beginselen van formele participatie voor kaderstellende regelgeving. De indiener geeft in overweging de wijziging van de ter inzage liggende stukken formeel bekend te maken en de ter inzagelegging van de ontwerpstukken te verlengen met de periode dat de ontbrekende stukken niet ter inzage lagen. Antwoord Het is heel vervelend dat u pas zo laat op de hoogte was van de terinzagelegging. De wijziging in de stukken betrof niet meer dan de uitwerking van een kaart die al onderdeel was van de eerder terinzage gelegde stukken. Vanwege de bijzondere tijd en het grote belang dat gehecht wordt aan zienswijzen is gekozen voor een langere reactietermijn. Daarnaast is in alle gevallen waar hieraan behoefte was een aantal weken uitstel verleend.

Tevens zijn alle zienswijzen die na de termijn zijn ontvangen meegenomen in de formele beantwoording.

B002-Z047 Economie De indiener verzoekt nadrukkelijk dat de ontwerpteksten van de Omgevingsvisie en -programma zo worden aangepast dat ze overeenkomen met de gegevens uit de kwantitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland zoals deze aan GS is aangeboden (brief 27 maart 2020, kenmerk 064-MH). Bedrijventerreinen zijn van groot economisch belang voor Midden-Holland en dus ook Zuid-Holland en de activiteiten op de bedrijventerreinen zijn goed voor 35% van de totale werkgelegenheid in Midden-Holland. De strategie van de indiener laat zien dat de vraag naar de bedrijventerreinen het beschikbare aanbod overstijgt. De indiener verzoekt in de ontwerpteksten te laten terugkomen dat de kwantitatieve regionale strategie gecompleteerd zal worden met een kwalitatief deel, waarin een breder regionaal ruimtelijk-economisch perspectief op de ontwikkeling van bedrijventerreinen wordt beschreven.

54

Antwoord Bedrijventerreinen zijn inderdaad een belangrijk onderdeel van de lokale en regionale economie. De provincie werkt daarom, samen met u, aan aantrekkelijke en concurrerende bedrijventerreinen. De provincie heeft kennis genomen van uw regionale bedrijventerreinenstrategie. Tot op heden aanvaarden Gedeputeerde Staten regionale visies echter niet en worden niet opgenomen in provinciaal beleid. In de bedrijventerreinenstrategie is echter wel opgenomen dat wordt toegewerkt naar door GS aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisies. Het is wenselijk om bij het opstellen van deze visies zo veel mogelijk gebruik te maken van de gegevens die momenteel al beschikbaar zijn. De provinciale bedrijventerreinenstrategie wordt via een volgende herziening geïmplementeerd in het provinciale Omgevingsbeleid. Daarnaast wordt momenteel de provinciale behoefteraming geactualiseerd. Op basis hiervan worden de geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisie ter aanvaarding aan GS voorgelegd. Deze aanvaarde visies vinden hun doorwerking in het provinciale beleid. Tegelijkertijd vindt momenteel een verkenning plaats naar de korte termijn mogelijkheden met betrekking tot het creëren van aanbod.

B002-Z048 Duurzaamheid Voor de RES Midden-Holland worden alle mogelijke locaties voor zonne- en windenergie verkend en afgewogen om de opgave te halen. De indiener ziet belemmeringen wanneer gekeken wordt naar de beperkte locaties die de Provincie geschikt acht. Daarbij stelt de indiener dat de provincie een voorkeur lijkt uit te spreken voor concentratie van energielandschappen terwijl de mogelijkheid van spreiding ook wordt onderzocht binnen RES Midden-Holland. De indiener vraagt zich af in hoeverre de potentiële locaties van de provincie zich verhouden tot de locaties waar RES Midden-Holland kansen ziet. Ze stelt ook dat het onduidelijk is hoe de provincie omgaat met de samenhang tussen de zeven verschillende RES-regio’s en of er afstemming plaatsvindt over bijvoorbeeld locatiekeuzes. Zij vraagt zich af welke mogelijkheden nog overblijven om draagvlak te vinden voor de maatregelen en welke locaties nog overblijven. De indiener verzoekt de provincie de mogelijkheid van energieopwekking middels zonnevelden en zonthermie-velden ter plaatse van toekomstige (woning)bouwontwikkelingen en ter plaatse van – te verplaatsen – glastuinbouw onder Agrarische bouwblokken of locaties in glastuinbouwgebied op te nemen. Antwoord In het kader van deze herziening van het omgevingsbeleid zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd in het beleid voor wind- en zonne-energie van de provincie.

De aanpassing van het provinciale omgevingsinstrumentarium voor energie volgt na vaststelling van de RES1.0 (indien die daar aanleiding toe geven). Bij de besluitvorming over de 7-RES’en zal de provincie de (ruimtelijke) samenhang tussen de RES’en meewegen vanuit haar bovenregionale verantwoordelijkheid. Afstemming tussen RES-regio’s wordt door de provincie gefaciliteerd maar ook de RES-regio’s zelf kunnen daarin actie ondernemen. Voorzover nog te ontwikkelen (woning)bouwlocaties liggen binnen bestaand stads- en dorpsgebied is het tijdelijk plaatsen van zonnepanelen al mogelijk. Zonnevelden in glastuinbouwgebied (mits ze geen verdringend effect hebben op de glastuinbouw opgave) of op agrarische bouwblokken zijn in het huidig beleid van de provincie al mogelijk.

55

B002-Z049 Verbind kroonjuwelen met de stad De indiener pleit nadrukkelijk om ook in het bereikbaarheidsbeleid aandacht te besteden aan de (duurzame) bereikbaarheid van de ‘kroonjuwelen’: pas dan komt de meerwaarde en beleving ook echt tot zijn recht. Antwoord Wij onderschrijven het belang van de beleving en bereikbaarheid van cultuurhistorisch waardevolle plekken en gebieden (zoals kroonjuwelen en erfgoedlijnen). Wij zullen onderzoeken hoe deze gebieden nog meer betrokken kunnen worden bij de inzet van provinciale middelen voor recreatie.

B002-Z050 Verkeer en vervoer De indiener stelt dat de bereikbaarheid van de regio en de zich ontwikkelende economie vragen om de oplossing van knelpunten op het hoofdwegenet in een goede aansluiting met provinciale weginfrastructuur en lokale verbindingen. Een aantal knelpunten zijn succesvol aangedragen bij het Rijk voor een MIRT-verkenning. Deze aanpak zou de indiener graag voortzetten in de projecten A12 Gouda-Utrecht en Beter Bereikbaar Gouwe. Dit naast de versterking van de fietsinfrastructuur en versterking OV. De indiener pleit nadrukkelijk voor aansluiting van de omgevingsvisie- en programma op het Regionaal Verkeer- en Vervoersplan Midden-Holland. Projecten als de N207 Gouda-West, de Gouweknoop en een HOV-verbinding Gouda - Zuidplaspolder worden niet expliciet benoemd en staan niet aangegeven op de ruimtelijke kaart (blz. 18, omgevingsvisie). De indiener wijst erop dat ten tijde van het opstellen van deze zienswijze de doelenboom op de site van de provincie een aantal open links en onvolledigheden bevat. Daarnaast zijn sommige thema’s niet uitsluitend, overlappen ze elkaar of sluiten onderdelen van de doelenboom niet geheel aan bij de hoofdthema’s. In praktische zin adviseert zij om voor elk van de thema’s speciaal een integrale ambtelijke trekker aan te wijzen als aanspreekpunt voor de omgeving om te bevorderen dat deze in samenhang ontwikkeld worden.

Daarnaast verzoekt de indiener recente duurzaamheidsontwikkelingen, waar zowel de provincie als de gemeenten aan werken, en doelstellingen en maatregelen uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid mee te nemen in de omgevingsvisie en -programma. Antwoord Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.

56

B003 – Gezamenlijke reactie Zuid-Hollandse Veiligheidsregio’s B003-Ve007 Veilige en gezonde leefomgeving Indiener is verheugd dat de Provincie Zuid-Holland een ‘veilige en gezonde leefomgeving’ als ambitie heeft geïntroduceerd. Wat indiener echter zorgen baart, is het gegeven dat er in de omgevingsverordening nog geen concrete Zuid-Hollandse invulling is gegeven aan de ambitie veilige en gezonde leefomgeving. Indiener refereert voor wat betreft de inhoudelijke punten aan haar eerdere brief van 22 juni 2020: - Indiener doet een appel op de provincie om de veiligheidsregio’s te betrekken bij het integraal kijken naar een veilige leefomgeving en het daarover besluiten, zodat veiligheid wordt meegenomen in de besluitvorming van bevoegd gezag. - De energietransitie betekent in het kader van veiligheid een verschuiving van risico’s. De meeste veiligheidswinst is te behalen door veiligheid als ‘ontwerpvariabele’ te hanteren en daarmee ontwikkelingen mogelijk te maken en risico’s te voorkomen of te beperken. Daarom zou indiener graag zien dat in de verordening ruimte gecreëerd wordt om zo vroeg mogelijk in het proces mee te denken. Antwoord Goed om te horen dat u de nieuwe ambitie ‘veilige en gezonde leefomgeving’ ondersteunt. U vraagt meer aandacht voor het vroegtijdig meenemen van veiligheid bij besluiten over de leefomgeving.

Wij delen het belang om veiligheid vroegtijdig mee te nemen. Daarom hebben wij in het ontwerpomgevingsprogramma bij omgevingsveiligheid (par 7.1) als maatregel opgenomen om omgevingsveiligheid als ontwerpvariabele mee te nemen bij nieuwe ontwikkelingen.

B003-Z019 Veiligheid en klimaatadaptatie Daarnaast ziet indiener graag dat de provincie veiligheid als ontwerpvariabele hanteert en de veiligheidsregio’s betrekt in de ontwikkeling en uitwerking van het thema klimaatadaptatie. Antwoord Dank voor uw zienswijze. Wij stellen onze samenwerking met u op prijs en zullen de veiligheidsregio's blijven betrekken bij het thema klimaatadaptatie. Graag gaan we samen met de veiligheidsregio’s op zoek naar hoe veiligheid als ontwerpvariabele betrokken kan worden in de ontwikkeling en uitwerking van ons beleid.

57

B004 – Holland Rijnland B004-Z033 Omissies Indiener merkt allereerst op dat bij de in principe beleidsarme omzetting van het bestaande beleid, er soms omissies insluipen. Indiener gaat ervan uit dat niet correcte omzettingen die in het beleidsarme deel staan en later nog worden ontdekt alsnog kunnen worden rechtgezet. Antwoord Wanneer omissies of fouten worden ontdekt worden deze zo snel mogelijk recht gezet. Vanwege de zeer regelmatige aanpassingen in het Omgevingsbeleid is er altijd een procedure waarbij aangehaakt kan worden.

B004-Z034 Voortzetting gezamenlijke inzet Verder wordt er door indiener voor gekozen om een schriftelijk reactie op hoog abstractieniveau te geven, omdat een grote hoeveelheid documenten beleidsarm is aangepast. De uitgangspunten worden gevormd door de afspraken die in het laatste gesprek met gedeputeerde staten op 9 september 2020 zijn gemaakt en de Regionale Agenda Holland Rijnland die indiener aan het uitwerken is. Indiener ziet dan ook graag een voortzetting van de gezamenlijke inzet en bijdragen over en weer in regionale trajecten en producten. Om tot realisatie van een aantal belangrijke maatschappelijke opgaven te komen die randvoorwaardelijk zijn voor de ontwikkeling van de regio van indiener, zal het naar haar mening soms ook nodig zijn om provinciale kaders vanuit het bestaande omgevingsbeleid ter discussie te stellen en samen te vernieuwen. Dit gaat in het bijzonder over energietransitie en de forse woningbouwopgave. Antwoord De provincie gaat graag met u het gesprek aan om de doorwerking van het Omgevingsbeleid gebeidsgericht vorm te geven.

B004-Z035 Ruimtelijke keuzes t.b.v. de RES1.0 Het provinciale, ruimtelijke kader is in ogen van indiener te restrictief van aard om de gewenste gezamenlijke ambitie voor de RES1.0 te realiseren, met name het Groene Hart. Indiener gaat ervanuit dat de huidige ambitie in het RES1.0 zal blijven bestaan, en dat er in het ruimtelijke instrumentarium van de provincie de ruimte en potentie zal worden geboden om deze ambitie ook te verwezenlijken. Dit betekent ook dat indiener verwacht dat het provinciale omgevingsbeleid op de benodigde onderdelen zal worden aangepast. Hier gaat indiener de komende periode graag over in gesprek. Antwoord Volgend op de besluitvorming over de RES1.0 zal het proces van de wijziging van het Omgevingsbeleid van de module Energietransitie starten. De startnotitie hiervan is voorzien in Q3 2021. Wij maken graag gebruik van uw aanbod om hierover met ons in gesprek te gaan.

58

B004-Z036 Ruimtelijke keuzes in de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland In Holland Rijnland is er niet alleen een forse woningbouwopgave in de periode tot 2030 waarover binnenkort afspraken gemaakt worden, maar naar verwachting ook daarna. De ruimte is schaars, dus keuzes zijn onontbeerlijk. Inpassen van de verschillende opgaven in de regio vraagt om gezamenlijk maatwerk. Planning is om voor de zomer van 2021 een Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland te laten vaststellen, evenals een Regionale Strategie Mobiliteit. Antwoord De provincie herkent de uitdaging waar de regio Holland-Rijnland voor staat. Graag wordt de provincie betrokken bij de te ontwikkelen plannen.

B004-Z037 Samenwerking als kracht Indiener zal bij de totstandkoming van haar regionale producten de provincie steeds actief opzoeken en laten participeren in haar trajecten; hopelijk ook andersom. Antwoord De voorgenomen betrokkenheid wordt gewaardeerd. En de provincie zal eenzelfde houding aannemen.

59

B017 – Provincie Zeeland B017-Ve013 Ambities De indiener stelt dat de ambities en uitdagingen op een groot aantal punten overeenkomt. De indiener stelt dat provincie Zuid-Holland de stap naar integrale gebiedsgerichte uitwerking gaat maken in programma’s en vertrouwt erop dat zij betrokken wordt waar het grensgebieden met Zeeland betreft. Antwoord De provincie Zeeland zal zeker betrokken worden bij ontwikkelingen die de gedeelde belangen, ambities en uitdagingen raken.

B017-Z059 Omgevingsagenda De indiener hoopt in het kader van de omgevingsagenda de samenwerking rondom de ontwikkeling van de kust verdere invulling te kunnen geven. Ook wordt de goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Antwerpen genoemd op de totale corridor te versterken. De indiener wordt graag bij dit initiatief betrokken. Antwoord De provincie Zeeland zal specifiek betrokken worden bij de uitwerking van het beleid langs de kust en bij de goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Antwerpen.

60

B018 – Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard B018-Ve022 Omgevingsverordening 2020 In het ontwerp POV 2020 ontbreekt in kaart 5 de ligging van de ASV-gebieden. Ook zijn de nieuwe benamingen van de grondwaterbeschermingsgebieden uit de PMV niet verwerkt in de POV. Antwoord De ASV-gebieden en de nieuwe benamingen van de grondwaterbeschermingsgebieden worden doorgevoerd in de PMV2021 en Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Die worden nog dit jaar vastgesteld. De ZHOV wordt van kracht op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting 1 januari 2022). In de vigerende Omgevingsverordening (onder de Wet ruimtelijke ordening) en dus ook in Koers 2020 is geen artikel en geen kaartbeeld opgenomen over Aanvullende strategische voorraden en wordt nog de “oude” benaming voor grondwaterbeschermingsgebieden gehanteerd.

B018-Z094 Bijdrage Indiener is bereid haar bijdrage te blijven leveren voor het beleid van de provincie en kijkt uit naar een verdere samenwerking. Antwoord De provincie maakt graag gebruik van het aanbod om een bijdrage te leveren aan het beleid. We vragen HHSK ook om als actieve partner en deelnemer te blijven acteren bij het vervolg van het Convenant Klimaatadaptief bouwen.

61

B019 – Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden B019-Z096 Terinzagelegging Eind januari heeft u van het Hoogheemraadschap van Rijnland een pro-forma zienswijze ontvangen namens alle Zuid-Hollandse waterschappen (kenmerk 21.006072). Omdat wij niet proactief geïnformeerd zijn over de ter inzagelegging, was een tijdige indiening van een zienswijze niet meer haalbaar. Antwoord Hartelijk dank voor uw pro-forma zienswijze, waardoor we tijdig op de hoogte waren van het benodigde uitstel. Alle waterschappen/hoogheemraadschappen van Zuid-Holland zijn echter wel proactief geïnformeerd. Zoals bij alle voorgaande terinzageleggingen van het Zuid-Hollandse Omgevingsbeleid, heeft u per mail een kennisgeving ontvangen. Daarnaast hebben zowel alle waterschappen/hoogheemraadschappen van Zuid-Holland alsmede de Unie van Waterschappen de kennisgeving per brief toegezonden gekregen. Dit geldt eveneens voor de terinzagelegging van de PMV 2021 die enkele dagen later startte.

B019-Z097 Urgentie Waterschappen zijn in toenemende mate vroegtijdig en intensief betrokken bij ruimtelijke processen. De urgentie hiervan wordt steeds duidelijker, onder andere doordat effecten van klimaatverandering gecombineerd met de grote druk op de ruimte zichtbaar worden. De technische oplossingen, waar waterschappen zich al zoveel jaren op hebben bewezen, zullen in de toekomst wellicht niet meer genoeg zijn. Dit gevoel van urgentie lezen wij helaas niet terug in het Omgevingsbeleid. Onderwerpen worden aangestipt, maar duidelijke keuzes worden nog niet gemaakt. Als waterschappen vinden we de samenwerking met de provincie noodzakelijk om als één overheid zorg te dragen voor een mooie en duurzame toekomst van Zuid-Holland. We verwachten hierin van de provincie een duidelijkere positionering. Voor het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn met name het beleid ten aanzien van bodemdaling en klimaatadaptatie aandachtspunten. Antwoord Wij herkennen uw pleidooi voor meer doorwerking van klimaatadaptatie in vernieuwingsambities en ruimtelijke keuzes. De toenemende druk op de ruimte maakt dat klimaateffecten steeds manifester worden. Dit vraagt op korte termijn de juiste ruimtelijke keuzes om op langere termijn klimaatbestendig te blijven.

Wij zijn blij met de intensieve samenwerking die in de afgelopen jaren met de waterschappen is opgebouwd rond het thema klimaatadaptatie en de betrokkenheid van waterschappen op andere opgaven zoals Wonen. Graag gebruiken wij deze samenwerking om in de komende periode te onderzoeken hoe we de doorwerking van klimaatadaptatie op ruimtelijke keuzes in ons omgevingsbeleid kunnen versterken. Wij stellen voor dat dit in het reguliere overleg met de Zuid-Hollandse Waterschappen aan de orde komt.

62

B019-Z098 Klimaatadaptatie Met de ondertekening van het convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland onderschrijft uw college het belang van klimaatadaptie. We zien dit niet goed terug in de Omgevingsvisie, waar dit onderwerp vrijwel als laatste aan bod komt. Wij roepen u op om klimaatadaptatie te benoemen tot een speerpunt en dit onderwerp hoog op de provinciale agenda te zetten. Wij geven u in overweging om in de Omgevingsvisie een apart hoofdstuk over voldoende water in te richten en daar de aspecten ‘waterveiligheid’ en ‘mooi en schoon water’ te combineren. Op de diverse dossiers binnen klimaat en voldoende water liggen kansen voor samenwerking. HDSR vindt het van belang om hier stevig op in te zetten. Antwoord Zie B019-Z097

B019-Z099 Bodemdaling / CO2 uitstoot uit veen In onze gezamenlijke reactie op de vorige provinciale Omgevingsvisie (06-11-2018, kenmerk 1379050) hebben de waterschappen onder meer gevraagd de status van “knikpuntgebieden” op de betreffende kaarten aan te passen. Het verbaast ons dat de "knikpuntgebieden" in het beheergebied van HDSR nog steeds als zodanig op de kaart staan aangemerkt. Wij willen aangeven dat de waterschappen samen met de provincie werken aan het opstellen van de Regionale Veenweiden Strategie. Uitgangspunt hierin vanuit de energie in het gebied maatregelen worden getroffen door m.b.t. bodemdaling en de reductie van CO2. De status “knikpuntgebied" stimuleert geen pro-actieve aanpak van het gebied m.b.t. het oppakken hiervan. Wij vragen u zorg te dragen de status van deze gebieden aan te passen. Antwoord Het verzoek om de kaart (op pag 70 van deel 1) waarop nog knikpuntgebieden staan aan te passen, is terecht. Op één na kunnen/zullen de knikpuntgebieden van de kaart afgehaald worden. Alleen het Restveengebied in de Zuidplaspolder zal op de kaart blijven staan.

B019-Z100 Gezamenlijke reactie waterschappen Graag hadden wij een gezamenlijke reactie van de waterschappen op uw ontwerp Omgevingsbeleid voorbereid. Doordat u ons pas in een laat stadium over de ter inzagelegging geïnformeerd heeft is dit niet gelukt. Wij vinden dat het op het laatste moment informeren van medeoverheden niet in de werkwijze van de nieuwe Omgevingswet past. Antwoord Zoals bij alle voorgaande terinzageleggingen van het Zuid-Hollandse Omgevingsbeleid, heeft u per mail een kennisgeving ontvangen. Daarnaast hebben zowel alle waterschappen/hoogheemraadschappen van Zuid-Holland alsmede de Unie van Waterschappen de kennisgeving per brief toegezonden gekregen. Dit geldt eveneens voor de terinzagelegging van de PMV 2021 die enkele dagen later startte.

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3338/documents/25042