7. Raadsinformatiebrief 2021 236971 nota van beantwoording omgevingsbeleid Provincie Zuid Holland.pdf
Tekst van het document
A007-Vi057 Recreatiebeheer Indiener is benieuwd of de provincie de beschikbare middelen voor recreatiebeheer wil blijven inzetten voor het bijzonder provinciaal landschap om de kwaliteit van de recreatieve en natuurwaarde te blijven borgen en hoe zij dit ziet ten opzichte van participatie die door gemeenten in samenhang met haar eigen netwerken is opgesteld. Ook wil de indiener weten in hoeverre het samenhangt met bijvoorbeeld het participatieprogramma Delfts Doet. Antwoord Provinciale middelen voor sport en recreatie zullen ook beschikbaar blijven voor (beheer van) de recreatiegebieden, voor receatienetwerken en voor groenparticipatie, ook ten behoeve van en binnen het bijzonder provinciaal landschap Midden-Delfland. De provincie streeft naar een meer vraaggestuurd recreatiebeleid, waarbij de recreatiemiddelen daar worden ingezet waar ze maatschappelijk gezien het meest renderen. Vandaar dat de provincie nu ook meer oog heeft voor sportief en recreatief bewegen ‘om de hoek’ (zoals staat geformuleerd in het coalitieakkoord). In de Startnotitie Sport en Recreatie wordt hier uitvoeriger op ingegaan.
25
A008 – Gemeente Zuidplas A008-Ve005 Ecologische verbindingszonde Ook heeft indiener een zienswijze ingediend over Natuurnetwerk Nederland. Op de kaart is de Ecologische Verbindingszone tussen Krimpenerwaard en Bentwoud opgenomen. Deze is van oudsher aangeduid langs de 3e en 4e tocht en loopt daarna via gemeente Waddinxveen naar het Bentwoud. De voorgestelde route sluit niet aan bij de laatste stand van zaken. Door nog vast te houden aan de oorspronkelijk opgenomen route ontstaat vertraging in planvorming van trajecten, wat ongewenst is vanwege de urgentie, onder andere met betrekking tot een goede energievoorziening. Indiener verzoekt concreet om vooruitlopend op nadere besluitvorming over de realisatie van het gehele traject vertraging te voorkomen, bijvoorbeeld door voor het tracé alvast een dubbelbestemming mogelijk et maken zodat ook ander gebruik hier is toegestaan, passend bij zowel de EVZ en de voorgestelde plannen. Antwoord Wij zijn nog in overleg met u over de realisatiemogelijkheden en de situering van 2 trace's van de EVZ Bentwoud-Krimpenerwaard. Voor opname van een nieuw trace in ons Omgevingsbeleid is nog aparte besluitvorming nodig. Hetzelfde geldt voor het evt. aanpassen/ verleggen dan wel verwijderen van het reeds opgenomen trace langs de Derde en Vierde Tocht doorlopend naar Waddinxveen.
Wij handhaven daarom vooralsnog het trace in kwestie en gaan graag met u in gesprek over de realisatiemogelijkheden van de EVZ Bentwoud-Krimpenerwaard en andere hieraan gerelateerde ruimtelijke opgaven.
A008-Vi004 Kassen buiten glastuinbouwgebieden Het eerste specifieke punt van indiener gaat over pagina 45, deel 1 van de Omgevingsvisie, dat gaat over de sanering van kassen buiten glastuinbouwgebieden. Indiener wil meer saneren dan de provincie met haar tekst lijkt aan te geven. Met name in Zuidplas is een bredere aanpak gewenst, omdat er nog sprake is van verspreid glas, gelegen in gebieden die niet goed ontsloten zijn, waar hergebruik of herontwikkeling niet altijd mogelijk of wenselijk zijn. Concreet verzoekt indiener daarom om in het beleid in te gaan op deze locaties en ook aan te geven dat er plaatselijk wordt gewerkt aan verplaatsingsregelingen. Antwoord Op 7 april 2020 heeft GS besloten om het werkboek Oostland te benutten voor het uitwerken van een strategie voor versterking van de ruimtelijk-economische structuur van het Oostlandgebied. Voor diverse locaties Zuidplas wordt in dit werkboek een toekomstperspectief geschetst, waaronder voor min of meer solitaire glastuinbouw gebieden. In het kader van de uitwerking van het werkboek Oostland wordt in samenwerking tussen de Oostland gemeentes en de provincie gewerkt aan onderzoek naar een eventuele verplaatsingsregeling. De uitkomsten van dat onderzoek zou kunnen leiden tot aanpassing van het beleid.
Op basis van de zienswijze is er geen noodzaak tot aanpassing van de visie, die uitgaat van de siatutie dat nog functionerend solitaire glastuinbouwbedrijven in het buitengebied op hun plek zijn.
A008-Vi005a Greenport Oostland Een tweede punt van indiener gaat over de Greenport Oostland, die op bladzijde 45 van de Omgevingsvisie wordt gedefinieerd. In het Omgevingsprogramma worden glastuinbouwgebieden Herenweg en het gebied tussen de 1e en 2e Tochtweg Nieuwerkerk aangeduid als duurzaam 26
glastuinbouwgebied, omdat zij in de Omgevingsverordening zijn opgenomen. Dit correspondeert niet met de constateringen uit het Werkboek Oostland. Concreet vraagt indiener om de aanduiding voor Glastuinbouw en de omschrijving hiervan in de visie in overeenstemming te brengen met de conclusies van Werkboek Oostland.
27
Antwoord Zie voor beantwoording van de solitaire glastuinbouwgebieden de beantwoording onder nummer A008-Vi004. Voor het gebied rond de 1e en 2e Tochtweg in Nieuwerkerk aan den IJssel hangt sterk samen met de mogelijke transformatie in dit gebied. Het is bekend dat er voor dit gebied op korte(re) termijn de wens bestaat dat deze van functie zal veranderen. Met de tranformatie van het gebied is nog niet duidelijk welke functie de glastuinbouwbedrijven zullen krijgen en op welke termijn deze ontwikkeling zal plaatsvinden. Uit de zienswijze van de gemeente wordt dit ook niet duidelijk. Gesprekken hierover tussen de gemeente en provincie lopen nog. Op basis hiervan zijn wij geen aanleiding de contour van het glastuinbouwgebied aan te passen.
A008-Vi005b 3-hectarekaart Daarnaast ziet indiener dat provincie met betrekking tot de 3-hectarekaart een andere systematiek hanteert, waarvoor wordt verwezen naar een zienswijze vanuit de regio Midden-Holland. Indiener verzoekt concreet in ieder geval alsnog de in de bijlage onderbouwde ontwikkeling op te nemen. Daarnaast wil indiener bestuurlijk in gesprek gaan naar aanleiding van deze zienswijze. Antwoord Indiener verzoekt om de Swanla-driehoek in Zevenhuizen op te nemen op de 3 ha-kaart. In de aanstaande Herziening 2021 van het Omgevingsbeleid is deze locatie opgenomen als woningbouwlocatie en als andere stedelijke ontwikkeling. Het verzoek leidt nu niet tot aanpassing van kaart of tabel.
A008-Z009 Afstemming Indiener vraagt als algemeen punt om duiderlijkere afstemming te zoeken, ook in de aard van de Omgevingswet, en de mogelijkheid te bieden toelichting op de stukken te krijgen. Antwoord De provincie gaat graag met u het gesprek aan om manieren te vinden om tot betere afstemming te komen. Daarnaast is altijd de mogelijkheid om nadere toelichting op de stukken te krijgen.
A008-Z010 Tekstuele omissies Ten slotte benoemt indiener dat in het stuk nog tekstuele omissies zijn aangetroffen en dat er een stuk met de 3ha kaart later tijdens de ter inzagelegging is vervangen. Ook lijken er volgens indiener recente of bijna vastgestelde deelvisies nog niet in het beleid te zijn opgenomen. Antwoord Geconstateerde omissies zijn aangevuld en een aantal actualisaties zoals in uw zienswijze beschreven zijn overgenomen.
28
A009 – Gezamenlijke reactie Drechtsteden-gemeenten A009-P030 Goederencorridor A15 Daarnaast merkt indiener nog iets op ten aanzien van de in het ontwerp-Omgevingsbeleid genoemde ontwikkeling van de Goederencorridor A15. Indiener verzoekt om maatregelen om de lokale en regionale barrièrewerking van de A15 te doorbreken, mee te nemen in het maatregelenpakket ter versterking van de Goederencorridor A15. Antwoord De afspraken en inzet van de provincie voor de MIRT GVC Verkenning A15 Papendrecht- Gorinchem is opgenomen in de maatregel 'versterken en veilig houden van infrastructuur op corridors'. Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A009-P031 HOV-locaties 3ha-kaart In het provinciaal beleid is voor de periode vanaf 2025 voorzien dat er nieuwe woningbouwplannen nodig zijn. Daarbij kan geïntensiveerd worden nabij hoogwaardig openbaar vervoer, zowel langs de Oude Lijn Dordrecht-Leiden als bij de knopen langs de HOV-lijnen zoals de Merwede-Linge-Lijn (MLL). Hiervoor worden zoekgebieden van 1200 meter rondom de HOV-stations opgenomen. Indiener verzoekt deze locaties in de 3ha kaart op te nemen. Antwoord Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven. Het feit dat we aan HOV doen wil niet automatisch zeggen dat er een 3 hectare locatie komt. Er moet nog steeds voldoende regionale vraag zijn om dat dan daar te doen.
A009-P032 Twee aanpassingen 3ha-kaart Met betrekking tot deze 3ha kaart verzoekt indiener verder twee aanpassingen door te voeren. Het woningbouwplan ’t Oog in Hardinxveld-Giessendam bestaat uit twee fasen, waarvan fase 2 nog niet is opgenomen in de 3ha kaart. De tweede fase bestaat uit circa 450 woningen met de intentie daarvan 50% in de betaalbare categorie te realiseren. Met dit woningbouwproject wordt bijgedragen aan zowel de lokale behoefte als de groeiambitie van de regio Drechtsteden. Daarvoor is het noodzakelijk deze tweede fase op de 3ha-kaart mee te nemen. Daarnaast nog het volgende. Tabel 2 en 3 geven respectievelijk de zachte en harde capaciteit voor bedrijventerreinen weer. De locatie ’t Oog staat opgenomen als 10ha zachte capaciteit, terwijl er sprake is van 6ha zachte capaciteit en 4ha harde capaciteit. Indiener verzoekt om een aanpassing op tabel 2 en een toevoeging op tabel 3.
29
Antwoord Wij zijn bekend met het initiatief van de gemeente Hardinxveld-Giessendam tot het verder ontwikkelen van woningbouw in ’t Oog. Voor het opnemen van een locatie op de 3 hectare-kaart moet er sprake zijn van een reële ontwikkeling. De regio heeft onlangs in het kader van de actualisatie van het woningbouwprogramma een programma ingediend waarin fase 2 van ’t Oog echter niet is opgenomen. Wij stemmen daarom niet in met het verzoek tot het opnemen van fase 2 op de 3 hectare-kaart. Ten aanzien van de bedrijventerreinontwikkeling ’t Oog is er inmiddels sprake van een onherroepelijk bestemmingsplan dat 4 hectare uitgeefbaar terrein mogelijk maakt. Wij kunnen dan ook instemmen met het verzoek deze 4 hectare toe te voegen aan tabel 3 harde plancapaciteit. De resterende 6 hectare blijven gehandhaafd op tabel 2 zachte plancapaciteit.
A009-P033 Belthurepark In verband met het behoud van indieners groene kwaliteiten, zou indiener graag bevestigd krijgen, dat Belthurepark in Dordrecht nu definitief niet meer tot de Topmilieus in het Programma behoort. Antwoord Dat is correct. De passage t.a.v. topmilieus is geactualiseerd en Belthurepark staat er niet meer in.
A009-P034 Meerlaagsveiligheid Volgens indiener zou het de duidelijkheid voor gemeenten ten goede komen, als in het Programma bij de toelichting van meerlaagsveiligheid op blz. 75 de link met de verantwoordelijkheid voor de klimaatadaptieaanpak benoemd wordt. Antwoord De tekst in de visie is aangepast. Daarbij wordt ook gekeken naar de effecten van klimaatverandering zodat beleid en plannen duurzaam en toekomstbestendig zijn.
A009-Ve017 Sociale huurvoorraad Verder maakt indiener zich zorgen over de op grond van artikel 6.10 in de ontwerpOmgevingsverordening in het provinciaal Omgevingsprogramma door Gedeputeerde Staten op te kunnen nemen maatregelen ten aanzien van de sociale huurvoorraad. Omdat de nut en noodzaak en soort en type maatregelen nog niet bekend zijn, is het volgens indiener prematuur om deze grondslag voor een dergelijke maatregel op dit moment in de Omgevingsverordening op te nemen. Temeer omdat het huidige instrumentarium van de provincie al voldoet. In het licht van de huidige druk op de woningmarkt kan indiener zich vinden in het voornemen van provincie om meer vinger aan de pols te houden bij locaties op de 3 ha kaart. Maar, indiener vindt het niet passen binnen de lokale verantwoordelijkheid en maatwerk om aan artikel 6.10 het voorgestelde nieuwe lid 5 in de ontwerp-Omgevingsverordening toe te voegen. Het gaat daarbij om mogelijke ‘aanwijzingen’ voor buitenstedelijke locaties in het Omgevingsprogramma, die gericht zouden kunnen zijn op bijvoorbeeld woningaantallen en – dichtheid.
30
Antwoord Gelet op de grote woningbehoefte is het wenselijk dat de provincie over instrumenten beschikt om te kunnen sturen op onder meer voldoende woningen voor doelgroepen en het beter benutten van woningbouwlocaties (door het sturen op dichtheid en aantallen woningen). Daarom waren in het ontwerp verwijzingen opgenomen naar onderdelen van het Omgevingsprogramma, die GS de mogelijkheid boden hierop te sturen. Bij nader inzien is gekozen voor een ander type regeling waarbij niet wordt verwezen naar het Omgevingsprogramma. Daarom zijn deze regelingen geschrapt uit de huidige herziening. De onderwerpen komen terug in de Herziening 2021 met een andere wijze van regelen.
A009-Z076 Teleurstelling en samenwerking Gezien de omvang van de documenten, het vasthouden aan regelgeving zoals de 3ha-lijst - met bovendien mogelijk nog nadere regels voor sociale huur, aantallen en dichtheid – spreekt indiener haar teleurstelling uit. Waar indiener zich beter in herkent, is de grotere nadruk in de Omgevingsvisie op de nieuwe bestuursstijl van ‘samenwerken’ zoals met de Groeiagenda Drechtsteden. Drie jaar geleden is indiener gezamenlijk met de Groeiagenda gestart met als doel om in een periode van 15 tot 20 jaar de sociaaleconomische positie van de Drechtsteden te versterken. Voor deze transformatie wilt indiener de huidige werkwijze, waarin gezamenlijk wordt opgetrokken, voortzetten en versterken. Indiener rekent op medewerking van provincie bij de discussie over de provinciale verstedelijkingsstrategie, om de huidige beperkte planologische ruimte voor woningbouw in regio van indiener meer in lijn te brengen met haar ambitie van 25.000 woningen. Antwoord De verstedelijkingsopgave binnen de provincie Zuid-Holland en in het bijzonder de woningbouwopgave daarbinnen, is groot en kent een breed gedragen urgentiegevoel. Niet alleen het tempo is hierbij van belang. Ook het bouwen voor de juiste doelgroep, op de juiste plek en naar regionale behoefte is hierbij van belang.
De ruimte die beschikbaar is voor verstedelijking, op de juiste plek, is belangrijk om goed te benutten. Hierdoor sturen wij ook bijvoorbeeld op dichtheden, al blijft er ruimte voor maatwerk. De opgave voor Dordrecht is ook groot. Wij hechten ook veel waarde aan een goede samenwerking. Zoals het geval is rondom de knoopontwikkeling van Dordrecht in de 2e tranche knooppunten binnen de MIRT-verkenning. Zo kunnen er meer woningen op de juiste plek worden gebouwd. Op basis van de provinciale behoefteramingen, welke in 2021 worden geactualiseerd, zal de provincie vaststellen, wat de gewenste woningvoorraadtoename voor de regio Drechtsteden is.
A009-Z077 ROBEL en Goederencorridor Zuid Bij het thema Bereikbaarheid wijst indiener, mede gelet op de recente afspraak tot een onderzoek naar oplossingsmogelijkheden voor goederenvervoer/EV-problematiek in Zwijndrecht-Dordrecht, op het onterecht niet meer vernoemen van de goederenspoorlijn Robel in Omgevingsvisie- en Programma. Indiener stelt voor om zowel ROBEL als de Goederencorridor Zuid toe te voegen aan de teksten.
31
Antwoord De bestuurlijke afspraken uit het BO MIRT Goederenvervoercorridor van november 2020 zijn nu meegenomen in de tekst, waaronder het noemen van de Goederencorridor Zuid. De oplossingen voor externe veiligheid en het vervoer per spoor is op diverse plekken in de tekst benoemd. Een aanvulling is aangebracht door de externe veiligheid op trans-Europese spoorverbindingen expliciet te benoemen bij de maatregel 'versterken en veilig houden van infrastructuur op corridors'.
A009-Z078 Intercityverbinding Dordrecht - Brabant Bij het thema Bereikbaarheid wordt ook geconstateerd dat in Omgevingsvisie- en Programma de volgende passage uit de presentatie op de site van provincie over het ontwerp-Omgevingsbeleid ontbreekt: ‘We zetten in op: …. – Herstel van de intercityverbinding Dordrecht-Brabant’. Indiener verzoekt om dit alsnog op te nemen. Antwoord Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven. Uit recente onderzoeksresultaten naar ontwikkelperspectieven in het spoornetwerk 2040 (landelijk Toekomstbeeld OV) is gebleken dat de IC Dordrecht-Breda een ongunstig exploitatieresultaat kent mede doordat er nauwelijks extra reizigers van deze verbinding gebruik zullen maken. Andere maatregelen zoals frequentieverhoging Rotterdam-Dordrecht, Amsterdam-Breda, en BredaAntwerpen hebben meer gunstige uitkomsten. Wij willen daarom onze inzet opnieuw overwegen.
A009-Z079 Natuur en biodiversiteit Indiener constateert dat het thema Natuur en Biodiversiteit veel punten van overeenkomst kent met de ambities van gemeenten uit haar regio. Gemeente Dordrecht wenst meer aandacht voor de rol van de stedelijke omgeving bij natuurversterking, de bescherming daarvan en een relatie te leggen met de Groene buffers zoals onder meer voorzien bij de Biesbosch in Dordrecht. Als Richtpunt wordt nu meegegeven dat daar geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, anders dan dat die bijdragen bij de aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Waarom is daarbij niet natuurversterking opgenomen? En waarom is voor de bescherming van de groenblauwe structuren geen beschermingscategorie opgenomen? Antwoord Er is een aparte beleidskeuze voor groen in de stad. Daarbij vallen veel natuurwaarden onder 'soortenbescherming' en zijn daarom wel indirect benoemd in de beleidskeuze ‘Behoud, balans en versterking van de biodiversiteit’.
A009-Z080 Wantij In verband met de cultuurhistorische watersystemen vraagt indiener zich af of het Wantij hier niet ook toe behoort als verbinder van het watersysteem Zuid-Holland met de Biesbosch. Antwoord Op dit moment is er nog geen kaart (of lijst) van de groen-blauwe structuur opgenomen in de omgevingsvisie. We onderzoeken om deze toe te voegen. Dit is onderdeel voor verdere uitwerking en kan in een volgende herziening van het omgevingsbeleid worden meegenomen. 32
A009-Z081 Duurzame energie en circulariteit Bij het thema Duurzame Energie en Circulariteit adviseert indiener meer aandacht te besteden aan het formuleren van smart-doelstellingen, de energiedistributienetwerken, het end-of-life scenario van zon- en windenergie.
Antwoord Wij waarderen deze inbreng, het is goed om te lezen dat dit ook in ons netwerk de aandacht heeft. Circulariteit in Duurzame Energie is een complex thema. Het raakt vele onderwerpen en we staan nog maar aan het begin van deze transitie, waarin geëvalueerd wordt, wat reeds bestaat en waar korte- en langetermijndoelen een plek moeten gaan krijgen. Inmiddels is een netwerk opgestart dat aan de slag gaat met (o.a.) end-of-life scenario’s voor zonnepanelen. Er wordt nog niet gewerkt aan end-of-life scenario’s voor windenergie. De geleerde lessen uit het zontraject worden gebruikt om dit op te starten. Er is wel er een in samenwerking met SmartPort het rapport ‘offshore windpark decomissioning’ opgesteld wat enkele aanknopingspunten biedt.
33
A010 – Gemeente Nieuwkoop A010-Z062 Ambitie 2: Bereikbaar Zuid-Holland Gemeente Nieuwkoop is blij dat de provincie inzet op verbetering van de totale keten. Echter, staat in het landelijk gebied van Nieuwkoop het OV onder druk. Het OV is ontoereikend: verbindingen sluiten niet goed op elkaar aan en het is tijdrovend. Voor Nieuwkoop vormt de N231 een belangrijke hoofdas richting de noordvleugel voor meerdere verkeersmodaliteiten. Wij zien mogelijkheden om het autoverkeer terug te dringen door in te zetten op een snelle OV-verbinding via deze route. Door een betere aansluiting van ons gebied op de metropoolregio’s versterken we de synergie van ons gebied. Het OV moet daarom dusdanig ingericht worden, dat dorpen onderling met elkaar zijn verbonden. Zo blijven voorzieningen bereikbaar én in stand. Antwoord Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen en de mogelijkheden die ze zien wel al aangeven.
A010-Z063 Ambitie 3: Schone energie voor iedereen Vanuit het PARK-advies herkennen wij de noodzaak om het RES vraagstuk integraal vanuit de ruimtelijke kwaliteit te benaderen en onderschrijven we het belang om Natura 2000 en NNN gebieden te vrijwaren van windturbines en zonnevelden. In tweede instantie zien wij kansen langs randen van bedrijventerreinen en kansen voor enkele windenergieclusters in het Holland Rijnlandgebied. Daarnaast vragen wij u om vooral ook in te zetten op alternatieve energiebronnen. Antwoord De nu voorliggende herziening van het Omgevingsbeleid richt zich niet op de module energietransitie. Volgend op de besluitvorming over de RES1.0 zal het proces van de wijziging van het Omgevingsbeleid van de module Energietransitie starten. De startnotitie hiervan is voorzien in Q3 2021.
A010-Z064 Ambitie 4: een concurrerend Zuid-Holland Greenport Aalsmeer: het lijkt de provincie gewenst dat de gemeente een gebiedsvisie voor de maatwerkgebieden opstelt. Nieuwkoop heeft hierover haar standpunt ingenomen, deel 1 blijft beschikbaar als maatwerkgebied. Dit is onderwerp van gesprek bij de Greenport Aalsmeer, waar Nieuwkoop als belangrijke gesprekspartner bij is betrokken. Antwoord Uit de zienswijze wordt niet duidelijk wat exact bedoeld wordt door de gemeente met het beschikbaar houden van deelgebied I als maatwerkgebied. Voor het Nieuwkoopse deel van de Greenport Aalsmeer geldt dat de gebieden rondom de kern Papenveer een aanduiding 'maatwerkgebied glastuinbouw' hebben. Voor deze gebieden acht de provincie een gebiedsvisie op de gewenste ontwikkelingen inderdaad gewenst. Bij het uitbreidingsgebied Nieuw Amstel Oost wordt gesproken over deelgebieden (I, II en III). Het bestaande grootschalige glastuinbouwgebied hier en deelgebied I zijn (en blijven) in onze verordening aangeduid als duurzaam glastuinbouwgebied. Het lijkt er op dat deze twee zaken in de zienswijze door elkaar gehaald worden. Op basis van de zienswijze zien wij geen noodzaak tot aanpassing van ons beleid. 34
A010-Z065 Ambitie 7: Gezond en veilig Zuid-Holland Het valt ons op dat in dit kader niet de luchtvaart wordt genoemd. Doordat de vliegtuigen boven het Groene Hart vliegen, is er echter meer schade dan alleen geluidhinder. De uitstoot van ultrafijnstof en stikstof hebben ook effecten op de gezondheid van bewoners en natuurgebieden. Wij vragen dan ook uw aandacht voor het welzijn en gezondheid van onze inwoners, die door toekomstige groei van Schiphol in het gedrang komt. Antwoord De uitstoot van luchtvaart wordt bewust niet genoemd. Doordat vliegtuigen snel op hoogte vliegen is de uitstoot op de grond niet meetbaar. Door de meteorologische omstandigheden verspreidt de uitstoot zich over een zeer groot gebied en komt uiteindelijk vrijwel geheel op andere plekken terecht dan juist onder de vliegroutes. Alleen in de zeer directe omgeving (honderden meters) van een vliegveld is de uitstoot meetbaar aanwezig. Ultrafijnstof is ook in die directe omgeving meetbaar aanwezig. Op grotere afstand is dat niet het geval, ook al omdat ultrafijnstof vrij snel klontert tot een grotere fractie fijnstof. De luchtvaart is daarnaast slechts verantwoordelijk voor 1 procent van de totale emissie van stikstofoxiden in Nederland en daarmee een kleine bron. De provincie is geen bevoegd gezag van de luchthaven Schiphol.
1
A011 – Gemeente Krimpenerwaard A011-Z007 Gouderak Er wordt gekeken naar een mogelijke ruimtelijke en functionele uitbreiding op de locatie aan de oostzijde van het dorp Gouderak. In de ‘Structuurvisie Oudekerk 2030’ is een uitbreiding aan de oostzijde van Gouderak opgenomen. Voor de leefbaarheid in de kern Gouderak is behoefte aan woningbouw voor nu en in de toekomst. Daarnaast kan de wegenstructuur worden verstrekt. Daarnaast heeft een gebied aan de oostzijde van de kern uiteindelijk de bestemming “Agrarisch met waarden” gekregen. De kern van Gouderak wordt met de natuurontwikkeling geheel ingesloten. Verdere toekomstige uitbreiding van de kern met woningbouw of sociaal-maatschappelijke voorzieningen is daardoor nauwelijks mogelijk. Voor de leefbaarheid/vitaliteit is het nodig buiten de kern en buiten de aangewezen woningbouwlocatie in de structuurvisie Oudekerk 2030 te hebben, om sturing te kunnen geven aan sociaal-maatschappelijke vraagstukken, zoals verplaatsing van sportvelden. Het verleggen van de natuurgrens is vanuit ruimtelijk oogpunt een logische en aanvaardbare keuze. Door de clustering met de bestaande kern en de in de structuurvisie aangegeven woningbouwlocatie, worden landschappelijke waarden zo min mogelijk geschaad. Uitgangspunten Gouderak Oost zal een wijk worden met een landelijke sfeer.
De nieuwe locatie wordt extensief van opzet en zal een overwegend groen/waterrijk karakter krijgen. Bij de plancapaciteit wordt uitgegaan van ongeveer 200 woningen voor de plaatselijke behoefte en de behoefte vanuit binnen de gemeente als geheel. Stedenbouwkundig plan Er zijn inmiddels stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld die uiteindelijk moeten leiden tot een stedenbouwkundig plan om tot een evenwichtige opzet van de oostelijke uitbreiding te komen. Het proces om tot een stedenbouwkundig plan te komen, doorloopt enkele fasen. Aantal woningen en woonvisie De in 2017 vastgestelde “Woonvisie Krimpenerwaard: Kerngericht!” bevat de ambitie om in de periode 2015 – 2030 3000 woningen toe te voegen. In 2019 heeft de gemeenteraad de notitie “Uitwerking woonvisie naar kernen” vastgesteld. Het uitgangspunt is dat de 3000 woningen via de volgende stappen worden verdeeld over de kernen: 1. Resterend deel van bouwambitie 2. Startsituatie: huidig aantal huishoudens per kern 3. Gewenste situatie: aantal huishoudens per kern in 2030 4. Behoefte aan aanvullende bouwplannen per kern tot 2030 Uit de notitie is af te leiden dat de kern Gouderak een behoefte kent van 59 woningen. Voor de plancapaciteit van 200 woningen bij de uitbreiding van Gouderak is dus ruimte voor de plaatselijke behoefte en vanuit de gemeente als geheel.
Verzocht wordt het gebied ten oosten van de kern Gouderak op te nemen op de kaart ‘Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’, onderdeel van de provinciale omgevingsverordening en toe te voegen aan tabel 1 ‘Woningbouwlocaties’, onderdeel van het provinciale Omgevingsprogramma.
2
Antwoord De locatie Gouderak Oost kan mogelijk een bijdrage leveren aan de gewenste versnelling van de woningbouw. Afstemming met andere locaties op de 3 hectare kaart en de realisatiecijfers, is echter nog nodig. Ook zijn er nog vragen over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze locatie. Voor nu werken we daarom niet mee aan het verzoek om deze locatie toe te voegen aan de 3 hectare kaart. We gaan wel in gesprek met de gemeente om een beter beeld te krijgen van deze locatie.
A011-Z008a Integrale gebiedsbenadering Indiener constateert dat de provincie op diverse doelstellingen en functies acteert en stevige ambities heeft (denk aan wonen, energietransitie, waterwingebied, wonen, bedrijfsterreinen, natuur, recreatie & toerisme en bereikbaarheid), maar een integrale gebiedsbenadering ontbreekt. De gemeente is als eerste overheid gewend om deze (diverse en soms tegenstrijdige) belangen integraal te wegen. Indiener nodigt de provincie uit om samen met de gemeente Krimpenerwaard integraal en toekomstgericht naar alle opgaven te kijken. Dit in het verlengde van de goede samenwerking rond de Strategische visie van Riek Bakker en het gebiedsbod Krimpenerwaard. Antwoord De provincie gaat graag in op het aanbod om samen naar de opgaven voor de Krimpenerwaard te kijken. En daarbij te leren van de ervaringen van de gemeente.
A011-Z008b Omgevingsvisie ter inzage Tot slot wil indiener de provincie wijzen op hun omgevingsvisie die ter inzage ligt en die goed aansluit bij de ambities van de provincie en bij het Gebiedsbod Krimpenerwaard. Naast een inhoudelijke reactie wil indiener de provincie nogmaals bedanken voor het gezamenlijk opstellen van dit Gebiedsbod Krimpenerwaard. Antwoord De provincie hecht zeer aan de goede samenwerking met de gemeente Krimpenerwaard en waardeert de gezamenlijke inzet.
A011-Z606 Wonen Indiener ondersteunt de zienswijze vanuit de regio dat de 3 hectarekaart een procedure is die de voortgang van het gebied van woningbouwproductie niet ten goede komt en dringt aan op vereenvoudiging en ook op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen uit te gaan van een werkwijze die uitgaat van “ja mits”. Indiener gaat graag met provincie in gesprek over de gezamenlijke gebiedsagenda en woon-werkakkoord om economische ontwikkeling en een goede ruimtelijke inpassing mogelijk te maken. Bestemmingsplannen voor woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan het provinciale Omgevingsbeleid. Op de 3 ha kaart zijn de nog te ontwikkelen locaties voor stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied opgenomen. Als een locatie hierin is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijke bezwaren heeft tegen de betreffende ontwikkeling. De regionale visies voor wonen en bedrijventerreinen vormen belangrijke input voor de ‘3 ha kaart’.
3
Antwoord Voor de ontwikkeling van buitenstedelijke bouwlocaties gaat de provincie uit van de ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent de gemeente met een goede onderbouwing en motivering tot de keuze voor een nieuwe uitleglocatie kan komen. Je zou dit kunnen zien als ‘ja, mits’ beleid. Als het gaat om nieuwe uitleglocaties groter dan 3 hectare wil de provincie graag vooraf betrokken worden, onder meer vanwege de impact van grote bouwlocaties op het landschap. Voor deze grote locaties zou je dit kunnen zien als ‘nee, tenzij’ beleid. De ontwikkeling van een nieuwe bouwlocatie kent in het algemeen een lange voorbereidingstijd. Er is dan ook voldoende tijd om de provincie tijdig te betrekken bij de locatiekeuze en over opname van de betreffende locatie op de 3 hectare kaart. Dit hoeft dus geen invloed te hebben op de voortgang van de woningbouw.
4
A012 – Gemeente Den Haag A012-P011 A4-Vlietzone In het omgevingsprogramma geeft u aan dat het gebiedsperspectief is vastgesteld. Het proces met u hiervoor is echter nog niet gestart. Graag zien wij de volgende tekst als vervanging opgenomen: “De provincie stelt samen met de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Leiden, de MRDH en het Hoogheemraadschap het ambitiedocument voor de Vlietzone op. Het beoogde toekomstbeeld zal ingaan op de verbetering van de groenblauwe en cultuurhistorische kwaliteiten van de Vlietzone. Daarnaast wordt toekomstige verstedelijking passend bij de context van de verschillende deelgebieden mogelijk gemaakt. Hierdoor wordt ingegaan op de wijze waarop initiatieven en ontwikkelingen door de betrokken gemeentebesturen in procedure worden genomen. De provincie hecht aan de groen-stedelijke kwaliteit van het gebied die in het stedelijk landschapspark Vlietzone een plek zullen krijgen.” Antwoord De tekst in het ontwerp omgevingsprogramma (p. 141 – “belangrijke transformatiegebieden” onder “Transformeren, herstructureren, verdichten”) is niet actueel en daardoor verwarrend. Er wordt namelijk verwezen naar het gebiedsperspectief A4-Vlietzone dat door de gemeente Den Haag reeds in 2013 is vastgesteld.
Inmiddels ontwikkelt de provincie samen met Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Leiden, de MRDH, de waterschappen Delfland en Rijnland én de stakeholders in het gebied een toekomstvisie op de Vlietzone, die zal worden vastgelegd in een gezamenlijk ambitiedocument. Het omgevingsprogramma wordt daarom als volgt aangepast: De provincie stelt met Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Leiden, de MRDH, de waterschappen Delfland en Rijnland én de stakeholders in het gebied gezamenlijke, integrale toekomstbeelden op voor de Vlietzone tussen Delft en Leiden, die zullen worden vastgelegd in een ambitiedocument. De toekomstbeelden zullen ingaan op de verbetering van de groenblauwe en cultuurhistorische kwaliteiten van de Vlietzone en de relatie daarvan met de verstedelijkende omgeving. In het ambitiedocument wordt ingegaan op de wijze waarop initiatieven en ontwikkelingen door de betrokken gemeentebesturen in procedure worden genomen. De provincie hecht aan de groen-stedelijke kwaliteit van het gebied die in het landschapspark Vlietzone een plek zullen krijgen.
A012-Ve006 Compensatie werklocaties Gemeente pleit al langer voor een meer genuanceerde provinciale ruimtelijke regelgeving inzake compensatie van bedrijventerreinen. Het is effectiever de bestaande ruimte beter te benutten en nieuwe bedrijfshuisvesting mogelijk te maken door stedelijke ontwikkeling, dan vast te houden aan de hectare-voor-hectare aanpak.
5
Antwoord In de bedrijventerreinenstrategie is het voorstel voor de aangepaste regeling rondom compensatie opgenomen. De beleidswijzigingen hiervoor zijn geen onderdeel van deze aanpassing van het omgevingsbeleid (deze aanpassing van het Omgevingsbeleid betreft een beleidneutrale omzetting) maar worden, via een volgende herziening, na de zomer in het Omgevingsbeleid opgenomen.
A012-Z011 Samenwerken aan integraal ruimtelijk beleid op regioniveau Indiener ziet en ondersteunt de meerwaarde van een provincie die zich vanuit de eigen taken, bevoegdheden, middelen en legitimatie inzet om vanuit provinciaal belang gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Het is hierbij belangrijk dat de rollen van Rijk, provincie, (vervoer)regio en gemeenten helder zijn. Op het gebied van governance gaat de provincie nog niet in op de rol van gemeenten en hun wettelijke taken. Het advies van indiener is om de rol van de gemeente wel te benoemen en om gemeenten inzicht te geven welke thema’s uit de nationale omgevingsvisie volgens de provincie doorwerking krijgen op het provinciale niveau en hoe dit gaat plaatsvinden. Ook vraagt indiener de provincie om te verduidelijken waar de provincie op stuurt en wat de provincie loslaat vanuit de ambitie ontwikkelgericht te werken aan ruimtelijke kwaliteit en omgevingskwaliteit met als hoofddoel te komen tot integrale versterking van economische vitaliteit, aantrekkelijkheid en duurzaamheid van Zuid-Holland.
Tot slot, met betrekking tot dit punt, hecht indiener er aan dat in het provinciale Omgevingsbeleid een integrale kaart wordt opgenomen voor de Haagse regio die inzicht geeft in de te maken planologische keuzes en de dilemma’s daarbij en de wijze waarop en door wie deze keuzes gemaakt gaan worden. Indiener biedt ook aan te helpen. Antwoord De provincie herkent het belang van een goede samenwerking en gaat graag in op het aanbod om gezamenlijk tot een gebiedsgerichte uitwerking van het Omgevingsbeleid te komen voor de Haagse regio.
A012-Z012 Meer aandacht voor stimuleren metropoolvorming en stedelijkheid Zuid-Holland wenselijk Het stelt indiener teleur dat de doorgevoerde aanpassingen ertoe leiden dat het doel “naar een levendige meerkernige metropool” helaas is verdwenen. De samenhang tussen de economische en ruimtelijke ontwikkeling en de bereikbaarheid in het gebied van indiener komt daardoor nu niet als een centraal thema terug. Evenmin zijn de doelen van het gezamenlijke gebiedsprogramma MoVe herkenbaar. De centrale ambitie van het MOVV, inclusief de daaraan gerelateerde gezamenlijke propositie voor het Groeifonds komt evenmin prominent naar voren. Bij herhaling wijst indiener in dit kader op hun standpunt “geen rails geen woningen”. Indiener is dan ook van mening, dat de gezamenlijke opgave “versterking van de agglomeratiekracht in het verstedelijkte gebied van de provincie” en het belang daarbij van een integrale gezamenlijke aanpak voor economie, verstedelijking en mobiliteit onvoldoende tot zijn recht komt. Een regionale differentiatie van de Omgevingsvisie ligt in de rede. Indiener adviseert de beleidslijnen in het Omgevingsbeleid tegen het licht te houden van de stedelijke ontwikkelopgave in Zuid-Holland en de stimulerende en faciliterende rol die de provincie daarin kan vervullen.
Waar in de Omgevingsvisie sprake is van keuzevrijheid qua mobiliteit, moet in de stedelijke gebieden juist meer ruimte gemaakt worden voor lopen, fiets en openbaar vervoer. Het is daarom noodzakelijk om te werken aan een nieuw mobiliteitsconcept en aan een mobiliteitstransitie.
6
Antwoord De provincie heeft ervoor gekozen om de ambities uit het coalitieakkoord en de begroting leidend te maken voor het Omgevingsbeleid. Dit doet niets af aan het inhoudelijk belang dat met deze ambitie wordt beoogd. Een volgende stap in de doorontwikkeling van het Omgevingsbeleid is de gebiedsgerichte uitwerking. Hier zal de provincie de door u genoemde punten meenemen.
A012-Z013 Doorwerking regionaal mobiliteitsbeleid in provinciaal Omgevingsbeleid wenselijk Indiener werkt graag samen met de provincie en de MRDH om met name de opgaven voor het onderdeel Bereikbaar Zuid-Holland nader in te vullen op weg naar de vaststelling van het Omgevingsbeleid. Antwoord Wij gaan graag met indiener aan de slag om een verdere gebiedsgerichte uitwerking te geven aan het Omgevingsbeleid.
A012-Z014 Gezamenlijke inzet woningbouw De woningbouwopgave in Zuid-Holland is immens en urgent. De gezamenlijke inzet van provincie en de steden voor het versnellen van het woningbouwprogramma is daarom cruciaal. Indiener ziet graag de gezamenlijke aanpak en prioriteit geborgd in het Omgevingsbeleid (zie brief van de Verstedelijkingsalliantie van november 2020). Indiener maakt zich zorgen om artikel 6.10 (Stedelijke Ontwikkelingen), onderdeel b, lid 1. Indiener acht het noodzakelijk dat in het beleid en de verordening duidelijker criteria worden geformuleerd hoe wordt bepaald dat in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien. Indiener wilt graag in de aanpak belegd hebben dat dit zoekproces allereerst plaatsvindt op het schaalniveau van woonregio’s en dat het efficiënt kunnen organiseren van de bereikbaarheid en beheersing van de woon-werkpendel daarbij een belangrijk criterium is. Indiener gaat graag in gesprek met provincie over de invulling van deze maatregelen. Antwoord De provincie en de steden zetten in op het versnellen van de woningbouw. Deze opgave kan alleen in samenwerking worden gehaald. De provincie heeft de strategische samenwerking rondom de oude lijn geborgd in ons beleid.
De provincie volgt de Ladder van duurzame verstedelijking en het is aan de gemeente om te motiveren waarom iets niet binnen BSD kan worden gerealiseerd. Uitgangspunt blijft om de woningbehoefte daar op te vangen waar die zich manifesteert: de juiste woning op de juiste plek.
7
A012-Z015 Transformatie Binckhorst faciliteren Naar aanleiding van het Bestuurlijke Overleg MIRT van 26 november verzoekt indiener de provinciale inzet voor de Binckhorst te actualiseren en meer te richten op de transformatie van het gebied. Zo kan bijvoorbeeld al niet meer gesproken worden van een gemengd bedrijventerrein, maar van een voormalig bedrijventerrein dat momenteel een transformatie doormaakt naar een gemengd woonen werkgebied. Daarnaast kan indiener zich niet vinden in het provinciale doel om in de Binckhorst voldoende ruimte voor watergebonden bedrijven en bedrijven in categorie 4 en hoger te behouden. Dit doel strookt niet met de uitgangspunten van het reeds vastgestelde en in werking getreden omgevingsplan Brinckhorst, want dit uitgangspunt is dat bestaande bedrijven worden ingepast en hun bedrijfsvoering mogen voortzetten.
Indiener heeft op dit punt ook nog moeite met de volgende passage: “Bij transformatie van terreinen met categorie 3 en hoger alsmede watergebonden bedrijventerreinen dient de gemeente in het bestemmingsplan aan te geven of het, gelet op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, noodzakelijk is binnen de regio te voorzien in compensatie van het bedrijventerrein en zo ja, waar die compensatie zal plaatsvinden.” Indiener is van mening dat er op grond van de huidige verordening geen verplichting tot compensatie geldt voor de Binckhorst en mocht dat al zo zijn dat er op grond van diezelfde verordening vanaf geweken kan worden aangezien Binckhorst een pilot betreft in het kader van de Crisis-en Herstelwet. De mogelijkheid om af te wijken, wordt hier niet meer genoemd en indiener verzoekt provincie te bevestigen dat deze wel blijft bestaan. Antwoord De Binckhorst is samen met het CID een belangrijke en grootschalige locatie in de provincie ZuidHolland. Zoals ook onderschreven is in de contouren van de Verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland op het BO MIRT 2020. Bij deze ontwikkeling hoort ook goed hoogwaardig openbaar vervoer. In goede gezamenlijkheid werken wij samen aan deze opgave. De Binckhorst is een transformatiegebied waar straks gewoond en gewerkt wordt.
Tegelijkertijd is het van regionaal belang dat er watergebonden HMC binnen Haaglanden ter beschikking blijft, ook met het oog op de circulaire economie.
A012-Z016 Woon-werkakkoord Indiener mist in de voorstellen van provincie een concrete uitwerking hoe de provincie gaat bijdragen aan het bij elkaar brengen van wonen en werken op de relevante schaalniveaus, de rol en de inzet van provincie voor de gezamenlijke woon-werkakkoorden daarin. Indiener stelt voor een aantal uitgangspunten van de woon-werkakkoorden vast te stellen in het omgevingsbeleid. Het woon-werkakkoord heeft met drie gedragen doelstellingen tussen de partijen, tot doel versnelling van de woningbouw al op korte termijn te realiseren zoals overeengekomen in de woondeals en het Verstedelijkingsakkoord. Indiener heeft de brief van provincie over het Herstelbesluit Binckhorst in goede orde ontvangen en gaat hierover graag verder met provincie in overleg. Antwoord De woon- afspraken sluiten aan bij de afspraken in het verstedelijkingsakkoord en de regionale woningbouwprogramma’s. De afspraken rond bedrijventerreinen lopen vooruit op de nieuwe bedrijventerreinenstrategie die ingebed gaat worden in het omgevingsbeleid. Vooruitlopend hierop zijn de woon-werkakkoorden gepositioneerd. Ondermeer met de gemeente Den Haag zijn we in overleg over de vorming en uitwerking van het woon-werkakkoord light dat wij met gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg sluiten.
8
A012-Z017 Versterken natuur en biodiversiteit In het beleidsdoel bij 5.1, waarin provincie een versterking en gebiedsgericht biodiversiteitbeleid aankondigt, vindt indiener het van belang dat hierbij de samenhang met het stikstofdossier wordt opgenomen. Antwoord Het beleid dat wordt aangekondigd richt zich op de thema's soortenbescherming, faunabeheer, exoten en dierenopvang. Het stikstofdossier heeft betrekking met het Natura2000-dossier. Daarom wordt vooralsnog geen koppeling gelegd met het stikstofdossier.
A012-Z018 In samenwerking en in samenhang sterker Tot slot: indiener hoopt dat in het vervolgproces van het Omgevingsbeleid actiever en vroeger in het proces gaat worden samengewerkt met de steden en de regio’s in de provincie. Om de omgevingsvisies van het Rijk, de provincie en de gemeente(n) goed op elkaar af te stemmen in inhoudelijk in elkaar te haken is meer dan inspraak/zienswijzeprocedure vereist. In dat kader zal indiener de provincie binnenkort benaderen. Daarnaast is indiener benieuwd hoe provincie de relatie ziet met de omgevingsagenda die samen met het Rijk wordt ontwikkeld in het kader van het MIRT-proces, die juist als doel heeft te komen tot verbinding tussen het ruimtelijke beleid van de overheden. In de vervolgfasen geeft indiener graag actiever samen invulling aan het Omgevingsbeleid. Ook zijn er nog bijlagen opgenomen. Antwoord De volgende fase in de doorontwikkeling van het omgevingsbeleid richt zich meer op de gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verwachting is dat hier de integratie met name zal plaatsvinden. De Omgevingsagenda is een waardevol instrument om deze gezamenlijke gebiedsgerichte uitwerking verder te brengen.
9
A013 – Gemeente Capelle aan den IJssel A013-Vi058 Pagina 42 Ontwerp Omgevingsvisie Indiener verwijst naar bladzijde 42 van het Ontwerp omgevingsvisie en zegt deze genoemde motivering te onderstrepen. De indiener vindt dat de specifieke branches die genoemd worden op bladzijde 43, te beperkend van aard zijn. Het provinciaal beleid sluit onvoldoende aan op de actualiteit en biedt geen ruimte voor maatwerk. Antwoord Zoals de bij A013-Z082 aangehaalde voorgenomen beantwoording op uw zienswijze op de ZHOV al door ons aangegeven, zijn wij van mening dat ons detailhandelsbeleid ruimte biedt voor dynamiek, maar dat wij daar de bestaande centra wel de beste locaties voor vinden. De Raad van State heeft overigens in 2019 aangegeven dat het Zuid-Hollandse detailhandelsbeleid in overeenstemming is met de Europese Dienstenrichtlijn wat o.a. betekent dat de regeling die nieuwe detailhandel buiten bestaande winkelcentra beperkt, juridisch houdbaar is.
A013-Z082 Rol Provincie Indiener verwijst naar omgevingswet artikel 2.3 en noemt dat haar zienswijzen over het detailhandelsbeleid zich sinds januari 2018 richten op de inperking van deze bevoegdheid door het provinciaal beleid. Indiener noemt dat de provincie een rol heeft als het gemeentebestuur de provinciale belangen niet op een doelmatige en doeltreffende wijze kan behartigen. Antwoord De gemeente Capelle aan den IJssel heeft sinds 2018 gereageerd op het detailhandelsbeleid van de provincie door gebruik te maken van consultatiemogelijkheden, indienen van zienswijzen en het inspreken bij Provinciale Staten. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft ook in juni 2020 ok een zienswijze ingediend op de ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). De beantwoording van de zienswijzen ingediend op de ZHOV heeft vertraging opgelopen. In de zienswijze van de gemeente op het ontwerp Omgevingsbeleid, geeft de gemeente aan dat de zienswijze op de ZHOV gehandhaafd blijft en als ingelast wordt beschouwd. Omdat de zienswijzen op de ZHOV en het ontwerp omgevingsbeleid hetzelfde onderwerp betreft, verwijzen wij voor de beantwoording van zienswijze Z082/A013 op het ontwerp omgevingsbeleid, naar de voorgenomen beantwoording van zienswijze A003-ZZ004 die de gemeente heeft ingediend op ontwerp ZHOV.
Zie hieronder: Code A003-ZZ004 uit de concept-Nota van Beantwoording bij de ZHOV Indiener concludeert dat het thema detailhandel wederom niet gewijzigd is. Artikel 7.3.8.2 van de verordening geeft weer voor welke specifieke branches nieuwe detailhandel is toegestaan buiten de bestaande centra. De specifieke branches die genoemd worden, zijn te beperkend van aard. Het voorstel van indiener is gericht op verruiming hiervan. Het uitgangspunt van de Omgevingswet is het subsidiariteitsbeginsel, wat betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij gemeenten liggen. De ontwerp-omgevingsverordening is op dit punt in strijd met de Omgevingswet, want het beperkt de bevoegdheid van gemeenten, terwijl de gemeente conform artikel 2.3 Omgevingswet het bevoegd gezag is. Indiener verzoekt de omgevingsverordening aan te passen op het detailhandelsaspect, zodat deze in lijn is met de beginselen van de Omgevingswet en de provinciale visie. Om hierbij te helpen, doet indiener een tekstvoorstel aangepast ten opzichte van de Ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Lid 4 hoeft slechts toegevoegd te worden aan de verordening. Artikel 7.3.8.2 toevoegen: Lid 4 Bedrijfsconcepten met als onderdeel detailhandel. 10
Een bestemmingplan kan, in afwijking van lid 1 en lid 3 en in aanvulling op lid 2, voorzien in het mogelijk maken van bedrijfsconcepten waar detailhandel een onderdeel vormt van het totaal concept indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het betreft een bedrijfsconcept waar detailhandel een ondergeschikt onderdeel vormt van het totaal concept; 2. er geen leegstand is in de bestaande centra (anders dan de 2% frictieleegstand); 3. fysieke uitbreiding van de bestaande winkelcentra niet mogelijk is; 4. vestiging plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied op bedrijfslocaties of kantoorlocaties; 5. er geen onevenredige aantasting van de bedrijfs- en kantoorstructuur plaatsvindt. Behoud van sterke bedrijfs- en kantoorlocaties. Antwoord De Omgevingswet zal naar verwachting niet eerder dan in 2022 in werking treden. De ZHOV is, vanwege het ontbreken van overgangsrecht, opgesteld vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het subsidiariteitsbeginsel in de filosofie van de Omgevingswet is nog belangrijker dan onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vooralsnog leeft binnen het provinciebestuur de overtuiging dat het detailhandelsbeleid vruchten afwerpt en dat voortzetting van dit beleid onder de Omgevingswet in de rede ligt. De Omgevingswet staat hieraan ook niet in de weg.
In het eerste lid van artikel 2.3 van de Omgevingswet staat dat de uitoefening van taken aan de gemeente wordt overgelaten, tenzij daarover andere regels zijn gesteld. In lid 2 staat dat de provincie alleen bevoegdheden uitoefent, als dat nodig is met het oog op het provinciaal belang en als dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd. Deze laatste zinssnede roept een verzwaarde motiveringsplicht in het leven en daaraan is invulling gegeven voor het detailhandelsbeleid in de ZHOV dat gaat gelden op het moment dat ook de Omgevingswet van kracht wordt. De provincie is van mening dat de regionale- en gemeentegrens overstijgende belangen en aspecten, die gemoeid zijn met de locatiekeuze van (perifere) detailhandel, niet in voldoende mate doelmatig en doeltreffend door afzonderlijke gemeenten kunnen worden behartigd. Belangen van buurgemeenten kunnen bijvoorbeeld tegen elkaar in druisen, de balans binnen een regio kan verstoord raken of de lange termijn belangen krijgen onvoldoende gewicht in de besluitvorming. Daarnaast heeft de provincie in 2019 haar bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving beleidsneutraal omgezet naar een digitaal raadpleegbaar omgevingsbeleid. Onderdeel van dit proces was het vaststellen van een omgevingsvisie, omgevingsverordening en een gewijzigd Programma ruimte.
In dat kader heeft de gemeente Capelle aan den IJssel een zienswijze ingediend om het provinciaal detailhandelsbeleid te wijzigen en meer vestigingsmogelijkheden te bieden buiten de bestaande centra. Hieronder staat de provinciale reactie hierop vermeld: “In de nota van beantwoording van de VRM 2018 is aangegeven dat wij van mening zijn dat de provincie oog heeft voor de snelle veranderingen van de detailhandel en ruimte biedt voor dynamiek, maar wel van mening is dat de centra daar de beste locaties voor zijn. Met het provinciaal beleid wordt de kracht van detailhandel voor vitale en levendige centra benut. De afgelopen periode zijn er op verzoek van de gemeente Capelle aan den IJssel meerdere casussen besproken en door provincie beoordeeld over het huisvesten van bepaalde vormen van detailhandel in het Hoofdweg-gebied. Het ging daarbij onder andere over een ondernemer in elektrische fietsen en een Ranzijn, met een aanbod aan dierenbenodigdheden. In alle gevallen hebben wij hier niet mee ingestemd omdat het detailhandelsbeleid in belangrijke mate is gestoeld op het uitgangspunt dat detailhandel zich primair in centra dient te vestigen, behalve detailhandel in goederen die vanwege aard en omvang niet of niet goed inpasbaar zijn in die centra. De nu voorliggende omzetting van het VRM-beleid naar de omgevingsvisie is voor het onderdeel detailhandel een beleidsneutrale omzetting.
Standpunt van provincie ten aanzien van detailhandel is dus nu niet gewijzigd. De door Capelle aan den IJssel
11
ingediende voorstellen zullen wij daarom als aandachtspunten meewegen bij een volgende wijziging van de omgevingsvisie op het onderdeel detailhandel.” De gemeente Capelle aan den IJssel verzoekt nu om verruiming van het detailhandelsbeleid door meer vestigingsmogelijkheden te bieden buiten de centra, en geeft aan dat de provincie dit thema bij een eerstvolgende beleidswijziging op het onderdeel van detailhandel in lijn met de beginselen van de Omgevingswet mee zou moeten nemen. Zoals uit de bovenstaande beantwoording op de zienswijze uit 2019 valt op te maken, heeft de provincie aangegeven de suggesties van Capelle aan den IJssel mee te zullen wegen bij een eerstvolgende wijziging van de omgevingsvisie. De toezegging een en ander mee te zullen wegen bij een wijziging van de omgevingsvisie betekent niet dat bij een beleidsneutrale en om een met name wetgevingstechnische redenen ingegeven omzetting van de verordening de regels daarvan inhoudelijk worden aangepast. De huidige voorliggende ZHOV betreft voor het onderdeel detailhandel een gelijkwaardige omzetting van het bestaande beleid.. Er zijn dus geen beleidswijzigingen doorgevoerd en daarmee ook geen mogelijkheid om de suggesties van Capelle aan den IJssel mee te wegen in een bredere voorgenomen beleidswijziging op het onderdeel detailhandel.
Overigens stelt het coalitieakkoord 2019-2023 dat het provinciale perifere detailhandelsbeleid gehandhaafd gaat worden. Belangrijke doelstelling uit het provinciaal detailhandelsbeleid is het bevorderen en versterken van de vitaliteit, kracht en aantrekkelijkheid van de centra door detailhandel, die een belangrijke drager is van die vitaliteit, in de centra te concentreren. De door de gemeente Capelle aan den IJssel voorgestelde beleidswijziging is daar niet mee in overeenstemming.
A013-Z083 Maatwerk bedrijventerreinen Indiener benadrukt dat zij vanaf januari 2018 al verzoeken om maatwerk heeft gedaan, waarbij onder voorwaarden ruimte geboden wordt om een verruiming toe te passen van de genoemde specifieke branches. Indiener benadrukt dat Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) in haar reactie van 15 juli 2020 op de concept strategie bedrijventerreinen, ook verzocht heeft om maatwerk. Antwoord Zie de beantwoording van het onderdeel detailhandel uit uw zienswijze.
A013-Z084 Maatwerk detailhandel Indiener wil de Provincie dringend verzoeken het provinciale omgevingsbeleid aan te passen op het detailhandelsaspect, zodat maatwerk mogelijk is en deze in lijn is met het subsidiariteitsbeginsel van artikel 2.3 van de Omgevingswet. De indiener heeft hiervoor in de zienswijze van 16 juni 2020 een tekstvoorstel gedaan. Antwoord In de Omgevingsverordening is een afwijkingsmogelijkheid – balansregeling opgenomen waarmee een omgevingsplan kan voorzien in activiteiten waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in afdeling [7.3] van de verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelen van deze regels. Het is aan gemeenten om in overleg met de provincie te motiveren welke ontwikkeling eventueel past binnen deze regeling, waarin binnen relatief beperkte mate en mits niet onevenredig, afwijken mogelijk is. Voor de verdere beantwoording van bovenstaand punt, wordt verwezen naar de voorgenomen beantwoording van zienswijze A003-ZZ004 op de ontwerp (Zuid-Hollandse Omgevingsverordenig).
12
Ook nu betreft het een beleidsneutrale omzetting van het detailhandelsbeleid. Er worden beleidsinhoudelijk geen wijzigingen doorgevoerd.
13
A014 – Gemeente Zoetermeer A014-Z121 Waardering Indiener spreekt haar waardering uit voor de stukken. Daarnaast waarderen ze de sturingsfilosofie die aansluit in de wijze waarop de indiener wil samenwerken met de Provincie. Antwoord Het is fijn om te constateren dat het Omgevingsbeleid een goede basis vormt voor verdere samenwerking.
A014-Z122 Sociaaleconomische aspecten van verstedelijking Indiener vraagt van de provincie aandacht voor de sociaaleconomische ontwikkelingen van Zoetermeer en mogelijk andere new towns of andere steden: - Het gemiddeld besteedbaar inkomen en vermogen ontwikkelt zich ongunstig ten opzichte van regio en Nederland. - Zoetermeer heeft een bovengemiddelde toename van schuldenproblematiek en jeugdproblematiek en uitgaven in het sociaal domein. - Het gemiddelde opleidingsniveau van onze beroepsbevolking daalt ten opzichte van onze omgeving. Indiener wil graag met de Provincie in gesprek om deze negatieve ontwikkelingen toe te lichten. Indiener vraagt daarnaast specifieke aandacht voor de woonaantrekkelijkheid van Zoetermeer. Antwoord De provincie herkent de problematiek van onder andere de gemeente Zoetermeer. Wij nemen dit mee in de verdere gebiedsgerichte uitwerking van het Omgevingsbeleid.
A014-Z123 Lightrailverbindingen Indiener vraagt van de provincie een voortdurende aandacht voor de ontwikkeling van lightrailverbindingen in Zuid-Holland, in het bijzonder de ontwikkeling van de nieuwe lightrailverbinding Zoetermeer-Rotterdam. Antwoord Lightrailverbindingen hebben de blijvende aandacht en vormen een belangrijke schakel binnen het Hoogwaardig Openbaar Vervoer in Zuid-Holland.
A014-Z124 Bouw woningen Entree gebied Indiener verzoekt de provincie om mee te denken hoe de bouw van woningen in het Entree gebied van Zoetermeer zo snel mogelijk kan worden gestart. Antwoord De provincie denkt graag mee over mogelijkheden om woningbouw te versnellen zolang dit past binnen de Woonvisie van de regio.
14
A014-Z125 Bleizo-West Het huidige beleid voor Bleizo-West is niet meer actueel. In de afspraken staat dat voor Bleizo-West wordt gewerkt aan een ontwikkelvisie waarin logistieke bedrijvigheid naar verwachting geen of een beperkte rol zal spelen. In dit kader werken de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland aan een ontwikkelperspectief waarbij meerdere elementen gaan samenkomen: Home of Hortiscience, innovatie, Campus en wonen. Indiener verzoekt provincie om goed notie te nemen van de gemaakte afspraken in Corridor A12-verband en het beleid te laten aansluiten op de uitkomsten van de ontwikkelvisie voor Bleizo-West. Indiener is van mening dat de ontwikkeling van Bleizo-West kan bijdragen aan de provinciale vernieuwingsambities. Antwoord Uiteraard nemen wij goede notie van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de A12-corridor over de ontwikkeling van (logistieke) bedrijvigheid. In de geactualiseerde bestuursovereenkomst is gemeld dat voor Bleizo-West wordt gewerkt aan een ontwikkelvisie waarin logistieke bedrijvigheid naar verwachting geen of een beperkte rol zal spelen. De Provincie start in 2021 een breed onderzoek naar behoefte aan bedrijventerreinen. De provincie betrekt mede de uitkomsten van dat onderzoek in een oordeel over de ontwikkelvisie voor Bleizo. Vooruitlopend daarop zijn aanpassingen in het Programma niet aan de orde.
Bovendien ligt er een windopgave op deze locatie. Ontwikkelingen op Bleizo-West zullen moeten passen binnen ons provinciaal Omgevingsbeleid.
A014-Z126 Regioakkoord Haaglanden Indiener verzoekt de provincie om aan te sluiten bij het regioakkoord Haaglanden en het subsidie instrument in te zetten er stimulering van gemeenten zodat de doelgroepenwoningen evenwichtig verdeeld zullen worden in de regio. Antwoord De provincie is nauw betrokken bij het proces tot opstellen van het regioakkoord Haaglanden. De ‘Subsidieregeling sociale woningbouw regio Haaglanden Zuid-Holland’ is in maart 2021 vastgesteld en vanaf 19 april kunnen aanvragen worden ingediend.
A014-Z127 Bedrijventerreinen-strategie Indiener vraagt aandacht voor de noodzaak van het traject voor aanpassing van de provinciale bedrijventerreinen-strategie m.b.t. compensatiebeleid bedrijventerreinen. De voorgestelde beleidsaanpassing stapt af van de hectare-voor-hectare aanpak en biedt een meer genuanceerde ruimtelijke regelgeving inzake compensatie van bedrijventerreinen. Antwoord De bedrijventerreinenstrategie is inmiddels afgerond en wordt niet meer aangepast. De bedrijventerreinenstrategie maakt geen onderdeel uit van deze herziening van het omgevingsbeleid. Deze wordt in de volgende herziening meegenomen.