7. Raadsinformatiebrief 2021 236971 nota van beantwoording omgevingsbeleid Provincie Zuid Holland.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
De gemeenteraad van Albrandswaard Uw brief van:
Ons kenmerk: 236971
Uw kenmerk:
Contact: c.de klerk
Bijlage(n):1
Doorkiesnummer:0105061705 E-mailadres: c.d.klerk@bar-organisatie.nl Datum:25 mei 2020
Betreft: Nota van Beantwoording en reactie op zienswijze op de Actualisatie Omgevingsbeleid 2020 provincie Zuid-Holland
Geachte raadsleden, INLEIDING De provincie Zuid-Holland herziet haar Omgevingsbeleid en heeft de stukken daartoe ter inzage gelegd en gelegenheid geboden een reactie in te dienen Wij hebben gebruik gemaakt van deze gelegenheid en er is namens u een reactie ingediend. Daarover bent u geïnformeerd in de RIB van 26 januari jl. De zienswijzen wordt door Gedeputeerde Staten en Provinciale State betrokken bij de definitieve vaststelling van het Ontwerp Omgevingsbeleid 2020. Op 6 april j.l. is de Nota van Beantwoording vastgesteld door Gedeputeerde Staten. U kunt deze, samen met de andere stukken vinden achter onderstaande link, en bijgevoegd als bijlage. Hierin vindt u de gehele reactie op uw zienswijze. https://staten.zuid-holland.nl/Stukken/Ingekomen_stukken?dateformat=dd-MM-yyyy&datefrom=13-042021&datetill=13-04-2021&sis_algemeen_afdeling=integrale_statencommissie KERNBOODSCHAP
Informeren over de reactie van de provincie op de door ons ingediende zienswijze op de ter inzage gelegde Omgevingsbeleid 2020 provincie Zuid-Holland Dat aan de ingediende zienswijze met betrekking tot de 3ha kaart wordt tegemoet gekomen. TOELICHTING Op 6 april j.l. is de Nota van Beantwoording vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Alle zienswijzen zijn gebundeld en van een reactie voorzien. Aan de zienswijze van de gemeente Albrandswaard is tegemoet gekomen op de volgende wijze. 1. door ons is gevraagd om locatie Distripark Eemhaven uit de set van locaties voor mogelijk plaatsen windturbines te halen. Antwoord provincie De planMER is leidend en de planMER–resultaten leiden tot aandachtspunten per locatie, zo ook voor Distripark Eemhaven. Voor alle locaties geldt dat de resultaten en bevindingen in het planMERonderzoek betrokken moeten worden in het vervolgtraject.
Hofhoek 5 - 3176 PD Poortugaal - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
2. Door ons is verzocht om twee locaties op te nemen op de “3 ha kaart” te weten de locaties Poort van Buijtenland en Sportpark Rhoon Antwoord provincie a. de locatie Poort van Buijtenland op te nemen met een oppervlakte van 6 hectare voor recreatieve voorzieningen. b. Voor Sportpark Rhoon in de Rand van Rhoon de locatie met een omvang van 10 hectare op te nemen , mits sprake is van een zuiver recreatieve ontwikkeling en bij de ontwikkeling kan worden voldaan aan voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ter plekke, lijkt inpassing van sportvelden op deze plek mogelijk. Er is draagvlak bij de provincie voor uitvoering van de Visie Poort van Buijtenland en er is provinciaal draagvlak voor een landschappelijk ingepast recreatie/sportpark in de Rand van Rhoon. VERVOLG Van het definitieve provinciale vaststellingsbesluit ontvangen wij een afschrift.
BIJLAGEN Nota van Beantwoording vastgesteld door Gedeputeerde Staten Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
Hans Cats
drs. Jolanda de Witte
Omgevingsbeleid 2020 Nota van beantwoording
Ontwerp-Nota van beantwoording
Nota van beantwoording Omgevingsvisie Omgevingsprogramma Omgevingsverordening Leefomgevingstoets
Afbeelding voorpagina Skyline Rotterdam Gerhard van Roon / Kunst en vliegwerk ©
1
Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................... 5 2. Nota van Beantwoording .......................................................................................................... 6 A001 – Gemeente Waddinxveen ........................................................................................................ 6 A002 – Gemeente Pijnacker-Nootdorp............................................................................................... 7 A003 – Gemeente Albrandswaard ...................................................................................................... 8 A004 – Gemeente Barendrecht ........................................................................................................ 10 A005 – Gemeente Hoeksche Waard ................................................................................................. 12 A006 – Gemeente Westland ............................................................................................................. 16 A007 – Gemeente Delft .................................................................................................................... 19 A008 – Gemeente Zuidplas ...............................................................................................................
26 A009 – Gezamenlijke reactie Drechtsteden-gemeenten .................................................................. 29 A010 – Gemeente Nieuwkoop .......................................................................................................... 34 A011 – Gemeente Krimpenerwaard ................................................................................................... 2 A012 – Gemeente Den Haag ............................................................................................................... 5 A013 – Gemeente Capelle aan den IJssel ......................................................................................... 10 A014 – Gemeente Zoetermeer ......................................................................................................... 14 A015 – Gemeente Lansingerland ...................................................................................................... 17 A016 – Gemeente Leidschendam-Voorburg..................................................................................... 19 A017 – Gemeente Noordwijk............................................................................................................ 20 A018 – Gemeente Alphen aan den Rijn ............................................................................................
22 A019 – Gemeente Gorinchem .......................................................................................................... 30 A020 – Gemeente Bodegraven-Reeuwijk ......................................................................................... 37 A021 – Gemeente Rotterdam ........................................................................................................... 38 A023 – Gemeente Nieuwkoop – Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondbedrijf ..................... 44 A024 – Gemeente Kaag en Braassem ............................................................................................... 45 B001 - MRDH ..................................................................................................................................... 48 B002 – Regio Midden-Holland .......................................................................................................... 50 B003 – Gezamenlijke reactie Zuid-Hollandse Veiligheidsregio’s ...................................................... 57 B004 – Holland Rijnland .................................................................................................................... 58 B017 – Provincie Zeeland ..................................................................................................................
60 B018 – Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard ............................................... 61 B019 – Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden ....................................................................... 62 B020 – Hoogheemraadschap van Rijnland ....................................................................................... 64 B021 – Waterschap Rivierenland ...................................................................................................... 67 B022 – Waterschap Amstel Gooi en Vecht ....................................................................................... 69 2
B023 – Waterschap Hollandse Delta ................................................................................................ 70 B024 – Hoogheemraadschap van Delfland ....................................................................................... 71 C001 - ANWB..................................................................................................................................... 74 C002 – Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners ................................................ 76 C003 – Stichting Groene Hart ........................................................................................................... 79 C004 – Glastuinbouw Nederland ...................................................................................................... 81 C005 – Algemene Vereniging van Natuurbescherming voor Den Haag e.o. .................................... 83 C007 – Fietsersbond Drechtsteden................................................................................................... 85 C008 - Dunea ..................................................................................................................................... 86 C009 - Oasen .....................................................................................................................................
91 D001 .................................................................................................................................................. 95 D002 .................................................................................................................................................. 97 D003 .................................................................................................................................................. 98 D004 ................................................................................................................................................ 100 D005 ................................................................................................................................................ 101 D006 ................................................................................................................................................ 102 3. Aanpassingen Omgevingsbeleid 2020 na terinzagelegging ..................................................... 103 A Omgevingsvisie ............................................................................................................................ 103 A1 Sturingsfilosofie .....................................................................................................................
103 A2 Ambitie 2: Bereikbaar Zuid-Holland ....................................................................................... 103 A3 Ambitie 7: gezond en veilig Zuid-Holland .............................................................................. 104 A4 Ruimtelijke hoofdstructuur .................................................................................................... 104 A5 Beleidskeuzes m.b.t. Bereikbaar Zuid-Holland....................................................................... 105 A6 Veilige mobiliteit .................................................................................................................... 105 A7 Beschermen, benutten en beleven archeologische waarden ................................................ 106 A8 Juiste kantoor op de juiste plek.............................................................................................. 106 A9 Waterveiligheid en wateroverlast ......................................................................................... 106 A10 Mooi en schoon water ......................................................................................................... 108 A11 Natura 2000 .........................................................................................................................
110 A12 Verstedelijking ..................................................................................................................... 111 A13 Lopen.................................................................................................................................... 111 A14 Sportief en recreatief aantrekkelijke en beweegvriendelijke leefomgeving ........................ 112 A15 Sport, recreatie en water- en groenbeleving ....................................................................... 112 A16 Optimaal benutten, beschermen en beheren van de bodem en ondergrond ...................... 113 A17 Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van milieuwetgeving........................ 113 B Omgevingsprogramma ................................................................................................................ 116 3
B1 Verduurzamen van transport ................................................................................................. 116 B2 Inzetten van digitale oplossingen voor veilige en vlotte doorstroming op provinciale- en Rijksinfrastructuur ....................................................................................................................... 116 B3 Circulaire en klimaatneutrale provinciale infrastructuur ....................................................... 116 B4 Gemakkelijk van deur tot deur ............................................................................................... 116 B5 We richten de infrastructuur in om smart oplossingen te faciliteren .................................... 117 B6 We zetten in op een verantwoorde introductie van semi autonome vaar- en voertuigen .... 118 B7 We brengen onze mobiliteitsdata op orde (digitalisering) .................................................... 118 B8 We ontwikkelen de systemen in de (bedien)centrales door .................................................. 119 B9 We stellen samen met andere wegbeheerders kaders op om de beschikbare capaciteit van de infrastructuur te verbeteren........................................................................................................ 119 B10 Gezamenlijke bereikbaarheidsaanpak Zuid-Holland bereikbaar .........................................
120 B11 Veiliger infrastructuur .......................................................................................................... 121 B12 Veiliger gedrag stimuleren ................................................................................................... 121 B13 Effectievere verkeershandhaving ......................................................................................... 122 B14 Versterken infrastructuur op goederencorridors ................................................................. 123 B15 Transitie naar Zero Emissie goederenvervoer over weg en water ....................................... 123 B16 Mobiliteitstransitie onderzoeken met partners in Zuid-Holland .......................................... 123 B17 Tank- en laadinfrastructuur voor duurzame energiedragers............................................... 124 B18 Versterken en veilig houden van infrastructuur op goederencorridors ............................... 125 B19 Inzet op modal shift en logistieke hubs ................................................................................ 126 B21 Transformeren, herstructureren en verdichten van locaties ............................................... 127 B22 Sturen op het juiste kantoor op de juiste plek .....................................................................
128 B23 Bevorderen van een sportief en recreatief aantrekkelijke en beweegvriendelijke leefomgeving............................................................................................................................... 128 B24 Beleidsuitwerking waterrecreatie ........................................................................................ 128 B25 Uitwerking 3 ha kaart .......................................................................................................... 129 B26 Sociale huurwoningen .......................................................................................................... 129 B27 Maatregelen m.b.t. Bereikbaar Zuid-Holland ...................................................................... 129 B29 Het financieel ondersteunen van deelakkoorden Human Capital Zuid-Holland .................. 130 B30 Beleidsdoel 5.1 Gezonde natuur .......................................................................................... 130 C Omgevingsverordening ................................................................................................................ 131 C1 Ruimtelijke kwaliteit...............................................................................................................
131 C2 3 hectare kaart ....................................................................................................................... 131 C3 NatuurNetwerk Nederland..................................................................................................... 132 D Leefomgevingstoets..................................................................................................................... 134 D1 Effecten door klimaatadaptatie............................................................................................. 134 4
1. Inleiding Het ontwerp Omgevingsbeleid heeft ter inzage gelegen t/m 1 februari 2021. Er zijn in totaal 49 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat op hoofdlijnen. De samenvattingen en beantwoording van alle zienswijzen zijn in vier delen gesplitst: A Gemeentes B Overige overheden en bestuursorganen C Stichtingen en (maatschappelijke) organisaties D Particulieren Elke opmerking / deel-zienswijze heeft daarnaast nog een unieke code gekregen, waarmee deze makkelijk terug te vinden is. Een voorbeeld van een unieke code is dan bijvoorbeeld A001-Z001.
5
2. Nota van Beantwoording A001 – Gemeente Waddinxveen A001-Ve004 Ecologische verbindingszonde (EVZ) De zienswijze van indiener richt zich op de ligging van de ecologische verbindingszone (EVZ) in Waddinxveen. In de Omgevingsverordening (kaart 7 NNN) is de ligging van de EVZ volgens indiener niet goed weergegeven. Indiener is van mening dat de ecologische verbindingszone op de percelen C6226 en C6482 (aan de Polderweg Waddinxveen) verwijderd moeten worden, door de ecologische verbindingszone te versmallen of te verschuiven. Indiener onderbouwt dit op twee manieren: 1) De EVZ is over perceel C6226 geprojecteerd. Het verzoek van indiener is om ter plaatse van dit perceel de EVZ te verwijderen door de EVZ te versmallen of naar het noorden te verplaatsen. Het pluimveebedrijf dat voor lange tijd op dit perceel was gevestigd, is door brand verloren gegaan. Echter, er kan bij recht nieuwe bebouwing opgericht worden binnen de bestemming ‘agrarischintensieve veehouderij’, die er geldt. Ook is er een verzoek bij gemeente ingedeind om woningen op het perceel te verrichten. Voor de ontwikkeling van woningbouw is het wenselijk dat de EVZ verschuift. 2) Ook ligt de EVZ over perceel C6482 heen. Het verzoek van indiener is om ter plaatse van dit perceel de EVZ te verwijderen door de EVZ te versmallen of naar het zuiden te verplaatsen.
Er is hier vergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfspand, waardoor het onmogelijk is om hier de EVZ te realiseren. Ten zuiden is water gelegen, daar kan het wel. Voor de precieze duiding van de opmerkingen wordt naar de kaarten in de zienswijze verwezen. Antwoord Voor een optimale inpassing van het tracé en aansluiting op de ruimtelijke plannen in de omgeving, treden wij in overleg met de gemeente. Daarbij zal ook de situering van het tracé over het betreffende kavel nader worden beschouwd. Uw zienswijze wordt dus niet overgenomen.
6
A002 – Gemeente Pijnacker-Nootdorp A002-Z006 Oude Polder De zienswijze van indiener richt zich op de door indiener gewenste ontwikkeling op enkele percelen gelegen in de Oude Polder, ten oosten van de kern Pijnacker. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, vraagt indiener het provinciale Omgevingsbeleid op deze locatie te wijzigen. De specifieke locatie waar het over gaat is opgenomen in de zienswijze. De door indiener gewenste ontwikkeling op de locatie is de vestiging van een dierenpension (inclusief bedrijfswoning) en een dierenbegraafplaats. Op de gronden direct grenzend aan de woonwijk wil indiener de realisatie van een buurttuin mogelijk maken. Het is noodzakelijk om het dierenpension te verplaatsen, omdat dit een gebiedsvreemde functie is, en dus niet past binnen een glastuinbouwgebied. Daarnaast is een dierenpension een functie die relatief veel geluid veroorzaakt, waardoor het nu zelfs zo is dat door de aanwezigheid hiervan een deel van de woonwijk niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment ligt de locatie buiten de begrenzing van de BSD. In de Omgevingsverordening ligt de locatie als recreatiegebied in beschermingscategorie 2 (kaart 14). Daardoor past de door indiener gewenste ontwikkeling niet in het provinciale beleid. Voor een nieuwe ontwikkeling is toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking vereist.
Daarnaast zijn voorwaarden gesteld ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Wat betreft de ladder van duurzame verstedelijking, geeft indiener het volgende aan. Het dierenpension voorziet in een maatschappelijke behoefte. Gelet op de milieucirkel en de benodigde bebouwing zijn de mogelijkheden voor een vestiging van een dergelijke functie beperkt. Indiener wilt graag de locatie in de Oude Polder benutten. Dit is weliswaar een locatie buiten BSD, maar is in feite een resthoek tussen het opstijgstation van de hoogspanningsverbinding Randstad 380 kV en de woonwijk Tolhek. Het maakt geen onderdeel uit van een bestaand recreatie- of natuurgebied. Wat betreft de kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, zegt indiener het volgende. De huidige landschappelijke kwaliteit van de betreffende locatie is beperkt. Het idee om de locatie verder in te richten als buurttuin en dierenbegraafplaats geeft kansen om de locatie een grotere invulling te geven voor natuur en recreatie. Indiener gaat graag met de provincie in gesprek over de ruimtelijke kwaliteitseisen bij de ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van de provinciale kwaliteitskaart. Indiener gaat graag met provincie in gesprek over de mogelijkheden en de verdere kwaliteitseisen bij deze ontwikkeling.
Antwoord Indiener vraagt om opheffing van de aanduiding ‘Recreatiegebied’, categorie 2 op de Kwaliteitskaart van de Omgevingsverordening Zuid-Holland, ten behoeve van de boogde ontwikkeling van een dierenpension, begraafplaats en een buurttuin. Onlangs reageerde het college van gedeputeerde staten op het voorontwerpbestemmingsplan ‘Dierenpension - Oude Polder’. In deze reactie is onder meer aangegeven dat de beoogde ontwikkeling te grootschalig is om te doen passen binnen het provinciaal beleid over ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland). De reden is dat de bouw van het dierenpension zal leiden tot een transformatie van de gebiedsidentiteit die dit groengebied. De provincie hecht waarde aan het behoud van de steeds schaarsere groene buffers (groot en klein) rond de bebouwde omgeving, waaronder in de Oude Polder. In de (categorie 2) Recreatiegebieden passen naar ons oordeel enkel ontwikkelingen die gekarakteriseerd kunnen worden als ‘inpassing’ of een ‘aanpassen’, of wel, ontwikkelingen die goed passen bij de bestaande landschappelijke kenmerken van het gebied en deze niet wegnemen. Uiteraard zijn wij bereid om in gesprek te gaan over aangepaste (kleinschaligere) planvoorstellen die mogelijk wel binnen het provinciaal beleid passen. 7
A003 – Gemeente Albrandswaard A003-P001 Distripark Eemhaven Voorstel om locatie Distripark Eemhaven uit de set van locaties voor mogelijk plaatsen windturbines te halen. De indiener wil de locatie Distripark Eemhaven uit de locatiekeuzes hebben die opgesteld is in het planMER partiële herziening VRM-windenergie Zuid-Holland. De indiener noemt hierbij de argumenten: geluidsoverlast, slagschaduw, geen samenhang met, de nabijgelegen recreatiegronden, groene buffer ten zuiden van de locatie, aanwezigheid van bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen, publiekrecht en privaatrecht. Antwoord De locatie Distripark Eemhaven is onderdeel van het windenergie convenant Rotterdamse Regio. De locaties in dit convenant zijn op basis van de uitkomsten van het planMER geschikt of geschikt te maken voor windenergie en voldoen daarnaast aan de ruimtelijke en landschappelijke plaatsingscriteria voor windenergie. De aspecten die genoemd worden in de zienswijzen, zijn meegenomen in het planMER-onderzoek. De planMER –resultaten leiden tot aandachtspunten per locatie, zo ook voor Distripark Eemhaven. Voor alle locaties geldt dat de resultaten en bevindingen in het planMER-onderzoek betrokken moeten worden in het vervolgtraject.
A003-P002 3ha kaart Verzoek om twee locaties op te nemen op de “3 ha kaart” De indiener wil dat de locaties Poort van Buijtenland en Sportpark Rhoon worden opgenomen op de 3 ha kaart. Argumenten Poort van Buijtenland: Het betreft een gebied van 15 ha natuur en recreatie en 6 ha Binnenland. De locatie is verder uitgewerkt in de Visie Poort van Buijtenland met inbreng en draagvlak vanuit de provincie. De indiener heeft verzoek eerder ingediend de actualisatie van de VRM 2015. De provincie heeft toen de toezegging gedaan dat de ontwikkeling uitgevoerd kan worden, maar ervoor gekozen deze locatie niet op te nemen in de 3 ha kaart. Argumenten Sportpark Rhoon: Door gewenste woningbouw op de bestaande locatie van het huidige sportpark Rhoon (10 ha) is verplaatsing van het huidige sportpark noodzakelijk. Binnenstedelijke verplaatsing is niet mogelijk. De Provincie faciliteert hierdoor versneld een bestemmingsplan met voldoende (sociale) woningbouw op de gronden van huidige sportpark De Omloop te realiseren. De indiener vraagt de Provincie op welke (digitale) wijze de geometrische plaatsbepalingen moeten worden aangeleverd. Antwoord Poort van Buijtenland De beoogde ontwikkeling voor het gebied Poort van Buijtenland is het realiseren van een toegangspoort voor het aangrenzende Buijtenland van Rhoon.
In het Buijtenland van Rhoon wordt gewerkt aan een gemengde doelstelling van (akker) natuur, behoud van open landschap en recreatie waardoor de mogelijkheden voor meer grootschalige ontwikkelingen beperkt is. Voor het gebied Poort van Buijtenland is door provincie, gemeente en gebiedscoöperatie een bestuursovereenkomst afgesloten die op dit moment wordt uitgewerkt in een ruimtelijk plan. Er worden gezamenlijk kansen gezien voor voorzieningen als landwinkels, cultuur en specifieke vormen van horeca. Er is dus overeenstemming over het mogelijk maken van meer intensieve vormen van 8
bebouwing en recreatie. Om de gezamenlijk beoogde ontwikkeling van Poort van Buijtenland te faciliteren is het voorstel de locatie op te nemen met een oppervlakte van 6 hectare voor recreatieve voorzieningen. Sportpark Rhoon De Provincie is sinds begin 2020 met de gemeente in gesprek over de verplaatsing van de sportvelden. Ten aanzien van de woningbouw op de achterblijvende locatie is eind 2020 een proactieve aanwijzing verstuurd waarmee de gemeente werd opgedragen op deze plek de productie van sociale woningen te verhogen en versnellen. De aanwijzing stelt dat voor eind 2021 een bestemmingsplan moet worden vastgesteld dat voorziet in de bouw van ten minste 100 woningen in het sociale segment. De gemeente betoogt daarbij dat dit alleen mogelijk is wanneer het volledige sportpark bebouwd wordt, om tot een leefbare wijk en haalbare businesscase te kunnen komen. Voor de nieuwe locatie van de verenigingen zijn diverse alternatieven onderzocht. Binnenstedelijke locaties van voldoende omvang zijn niet beschikbaar en het buitengebied van Albrandswaard valt in het Omgevingsbeleid bijna geheel onder provinciale beschermingsregimes, waaronder het projectgebied voor Buijtenland van Rhoon.
Het gebied Rand van Rhoon valt als Groene Buffer onder beschermingscategorie 2 maar in tegenstelling tot de andere onderzochte locaties is er voor dit gebied nog geen gemeentelijk kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Indien sprake is van een zuiver recreatieve ontwikkeling en bij de ontwikkeling kan worden voldaan aan voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ter plekke lijkt inpassing van sportvelden op deze plek mogelijk. Door de locatie met een omvang van 10 hectare op te nemen lijkt ook voldoende ruimte ingebouwd om de voorzieningen ook daadwerkelijk in te passen. Door het verzoek te honoreren wordt de realisatie van de gemeentelijke woningbouwopgave op het gebied van sociaal gefaciliteerd.
9
A004 – Gemeente Barendrecht A004-P044 De Stationstuinen Indiener mist in het omgevingsprogramma “De Stationstuinen” als het gaat om bestuurlijke afspraken over woningbouw. Zowel het Rijk als de provincie zien kansen voor Barendrecht. “De Stationstuinen” is daarom provinciaal gezien aangewezen als versnellingslocatie maar ook als speerpunt. Op 15 december 2020 is in de gebiedsvisie “De Stationstuinen”, rekening gehouden met de regionale afspraken, vastgesteld door de gemeenteraad van Barendrecht. Antwoord De Stationstuinen zijn als versnellingslocatie vastgesteld in de Woondeal Zuidelijke Randstad, welke ook de provincie Zuid-Holland heeft getekend.
A004-P045 Sociale woningbouw Indiener mist de uitwerking voor het beleid voor sociale huurwoningen en geeft aan in het kader van regionale afspraken, dat zij betrokken wil zijn en willen blijven. Antwoord Hartelijk dank voor uw opmerking, deze wordt voor kennisgeving aangenomen.
A004-P046 Windenergie De indiener vindt de opmerkingen op pagina 47, 48 en 49 van het Omgevingsprogramma ongepast en in strijd met de regionale windenergieopgave. Deze ruimtelijke aandachtspunten zijn tegenstrijdig met de publiekrechtelijke opgave die er ligt om per windenergielocatie een bepaald aantal megawatts aan opgesteld windvermogen te realiseren. Antwoord De planMER –resultaten hebben geleid tot aandachtspunten per locatie. De belangrijkste zijn opgenomen m.b.t. de regio Rotterdam in het Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsvisie. Voor alle locaties geldt dat de resultaten en bevindingen in het planMER onderzoek betrokken moeten worden in het vervolgtraject. Bij de verdere uitwerking van locaties zijn de wettelijke eisen en de regels uit de Omgevingsverordening (bijvoorbeeld voor ruimtelijke kwaliteit, molenbiotopen, landgoederen biotopen) van toepassing zoals gebruikelijk bij elk bestemmingsplan en omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Deze ruimtelijke aandachtspunten zijn nodig om een goede afweging te kunnen maken voor de realisatie van windenergie.
A004-Ve020 Omgevingsverordening Indiener kan zich goed vinden in de omgevingsverordening. Antwoord De provincie is blij dat u zich goed kan vinden in de omgevingsverordening
10
A004-Vi063 Omgevingskwaliteit Indiener kan zich goed vinden in de omgevingsvisie. Indiener vraagt alleen hoe het begrip 'omgevingskwaliteit’ nader uitgewerkt gaat worden. Antwoord Het begrip omgevingskwaliteit wordt nader uitgewerkt in de monitor leefomgeving. De provincie hanteert hier een brede definitie: - milieu-, gezondheids- en veiligheidskwaliteit (met waarden die vaak vertaald zijn in kwantitatieve, wettelijk vastgelegde normen, de Sustainable Development Goals); - ruimtelijke kwaliteit: gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde, gebiedsprofielen; - andere maatschappelijke waarden (zoals sociale samenhang, economische vitaliteit, cultuur, erfgoed).
11
A005 – Gemeente Hoeksche Waard A005-P003 Raakvlakken programmaplannen Omgevingsbeleid Provincie heeft raakvlakken met de programmaplannen van de gemeente De programmaplannen van de indiener: Duurzaamheid, Economie, Inclusieve Samenleving en Mobiliteit en Wonen hebben raakvlakken met het omgevingsbeleid van de Provincie. De indiener noemt deze uitvoerbaar binnen het omgevingsbeleid. Antwoord Het is fijn om te zien dat de Provincie en de gemeente Hoeksche Waard elkaar op programmaniveau vinden. Dit biedt kansen voor een gezamenlijke gebiedsgerichte uitwerking van het Omgevingsbeleid.
A005-P004 Windturbines Hoeksche Waard De indiener wilt graag een toelichting van de Provincie waarom er extra windturbines kunnen worden geplaatst in de Hoeksche Waard. Antwoord De beleidskeuze windenergie op land is met de omzetting naar het omgevingsbeleid niet gewijzigd, dit geldt dus ook voor de zinsnede over de randen van de Zuid-Hollandse eilanden. De aangewezen locaties voor de realisatie van windenergie zijn uitgewerkt in de Omgevingsverordening op kaart 16, waaronder de 5 locaties in de Hoeksche Waard. In het omgevingsprogramma bij de maatregel ‘Uitvoering windenergie’ staan de 5 locaties beschreven. Op dit moment werkt de provincie samen met de gemeenten aan de RES 1.0 voor de Hoeksche Waard. De uitkomsten van het proces zullen ter vaststelling worden voorgelegd aan de betrokken Raden, Provinciale Staten en Algemene Besturen van de waterschappen. Na vaststelling gaan de betrokken overheden de ruimtelijke consequenties van de besluiten opnemen in hun omgevingsinstrumentarium. Dit betekent dat de provincie de uitkomst van de RES-sen zal verwerken in het omgevingsbeleid, wat in een later stadium plaats zal vinden. En wat kan leiden tot het aanwijzen van nieuwe locaties of zelfs een herformulering van het beleid.
A005-P005 Windenergie Hoeksche Waard Verzoek van Aanpassing “Uitvoering windenergie (pagina 44) onder ‘Regio Hoeksche Waard”. De totale opwek van duurzame energie in de Hoeksche Waard ligt hoger dan hier genoemd. Antwoord De beleidskeuze windenergie op land is met de omzetting naar het omgevingsbeleid niet gewijzigd, dit geldt dus ook voor de zinsnede over het minimaal aantal MW aangaande de locaties in de Hoeksche Waard.
12
A005-P006 Ruimtelijke reservering Indiener vraagt om een toelichting van de Provincie waarom de corridor Oud-Beijerland – Rotterdam ontbreekt in het kader van Ruimtelijke reserveringen. Antwoord De R-net verbinding tussen Rotterdam en Oud-Beijerland is gerealiseerd, daarom is deze ruimtelijke reservering komen te vervallen.
A005-Ve001 NNN begrenzing Indiener verzoekt dat de Provincie de Begrenzing Natuurnetwerk Nederland (NNN) ter hoogte van de Middelvliet bij Maasdam gelijktrekt met het vigerende bestemmingsplan (de sloot). De begrenzing gaat momenteel tot aan de N217 (provinciale weg). Een kaart met uitleg is bij de zienswijze gevoegd. Antwoord Het NNN betreft hier een gerealiseerde EVZ die de N217 kruist. De begrenzing van deze EVZ loopt hier door tot aan het gebied met de bestemming verkeer cf. het vigerende bestemmingsplan. Hiervoor passen wij de begrenzing van het NNN in detail aan. Binnen de NNN-begrenzing handhaven wij wel beide kruisingen van de EVZ met deze weg als faunapassagemogelijkheden onder de weg.
A005-Vi001 Omgevingsvisies komen overeen Indiener vindt haar eigen omgevingsvisie goed aansluiten op die van de Provincie. De indiener ziet overeenkomsten in de initiatieven die de Provincie voor de fysieke leefomgeving uitvoert. De indiener noemt hier nadrukkelijk: maatschappelijke opgaven als vertrekpunt hebben, het aanbieden van ruimte en vertrouwen in maatschappelijke initiatieven en uitnodigen om meerwaarde te leveren met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Antwoord Het is fijn om te zien dat de Provincie en de gemeente Hoeksche Waard elkaar op visie vinden. Dit biedt kansen voor een gezamenlijke gebiedsgerichte uitwerking van het Omgevingsbeleid.
A005-Vi002 Hoogtemaat Indiener verzoekt de Provincie om beleidsuitgangspunt te heroverwegen: een maximale hoogtemaat van 15 meter binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeente wil daarnaast dat dit beleidsuitgangspunt mogelijk wordt gemaakt voor alle agrariërs. Antwoord Naast de moderne grote windturbines is er in de provincie ruimte voor kleinere windturbines. Turbines met een ashoogte tot 15 meter mogen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden geplaatst en turbines tot 45 meter binnen bestaand stads- en dorpsgebied of binnen het glastuinbouwgebied, voor zover dat past bij de lokale situatie.
13
A005-Vi003 Goederenvervoer Indiener verzoekt om met de Provincie gezamenlijk goederenvervoer via buisleidingen te onderzoeken in het kader van efficiënt, veilig en duurzaam vervoer. Antwoord De provincie heeft zeker aandacht voor vervoer per buisleiding. Zowel in de overkoepelende ambitietekst als in een maatregel in het omgevingsprogramma noemen we ook buisleiding als vorm van vervoer. De provincie is in samenwerking met het Rijk en andere partners, deelnemer in en verkenning naar de potentie van buisleidingen. Zodra hierover meer bekend is, zoekt de provincie nadrukkelijk de samenwerking met de gemeenten in haar regio.
A005-Z001 Grootschalige zonneparken De indiener wilt graag een toelichting van de Provincie over wat de procedure is op het moment dat er initiatieven voor grootschalige zonneparken worden ingediend. Antwoord Op het moment dat de gemeente ons benaderd met een initiatief voor een zonneveld kijken we in hoeverre het passend is binnen ons beleid voor zonne-energie en nemen over de bevindingen contact op met de gemeente. Op het moment dat wij rechtstreeks door een initiatiefnemer worden benaderd vragen we altijd of er contact is geweest met de gemeente over het initiatief.
A005-Z002 RES Indiener vraagt een toelichting van de Provincie op welke wijze de RES 1.0 van RES regio Hoeksche Waard wordt vertaald naar provinciaal omgevingsbeleid. Antwoord Volgend op de besluitvorming over de RES1.0 zal het proces van de wijziging van het Omgevingsbeleid van de module Energietransitie starten. De startnotitie hiervan is voorzien in Q3 2021.
A005-Z003 Fietsgebruik Indiener verzoekt dat de Provincie een pro-actievere rol neemt in het stimuleren van fietsgebruik (sneller en verder). Antwoord In het uitvoeringsprogramma fiets ondersteunen wij wegbeheerders bij het aanpakken van knelpunten en het ontwikkelen van snelfietsroutes. Zo hebben we de gemeente Hoeksche Waard ondersteund bij het opstelllen van lokaal fietsbeleid, hebben we onderzoek laten uitvoeren naar snelfietsroutes in relatie tot het groot onderhoud van de van Heinenoordtunnel en werken we momenteel met de wegbeheerders aan de opgave van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets.
14
A005-Z004 Samenwerking De indiener geeft aan graag met de Provincie samen te werken en gezamenlijk de maatschappelijke opgaven op te pakken. Antwoord De provincie gaat graag in op dit aanbod.
15
A006 – Gemeente Westland A006-P048 Tabellen woningbouwlocaties Indiener heeft als opmerking dat in de tabel met woningbouwlocaties de nieuwe toegevoegde kolommen met de aantal woningen en de dichtheid nog niet ingevuld zijn en verwacht dat dit alsnog gebeurt. Daarnaast is er de opmerking dat de locatie van het bedrijventerrein “Loswal De Bonnen” onjuist is weergeven op dit moment. Indiener attendeert dat de locaties De Gouw, Poeldijk De Kreken en Honderdland Fase 2, op de 3 hectare kaart op dit moment in ontwikkeling zijn of een nieuw onherroepelijk bestemmingsplan hebben. Antwoord Loswal De Bonnen is geen bestaand bedrijventerrein en staat daarom niet op de kaart. Indien deze locatie groter is dan 3 hectare moet deze eerst opgenomen worden als reservering bedrijventerrein op de zogenaamde 3 ha-kaart. Zo niet dan zal na eventuele realisatie de begrenzing van het naastgelegen bedrijventerrein worden aangepast. Woningbouwlocaties De Gouw in Kwintsheul en De Kreken in Poeldijk zijn inderdaad in ontwikkeling evenals bedrijventerrein Honderdland fase 2 in Maasdijk. Zolang de nog te realiseren delen van deze locaties meer dan 3 hectare groot zijn, blijven de locaties aangeduid op de 3 ha-kaart. De stip op de locatie De Gouw wordt verplaatst naar de nog te realiseren fases 1 en 3c. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van kaart 19 ontwikkellocaties van de Omgevingsverordening.
A006-Ve021 Kaartmateriaal Op de kaart van bedrijventerreinen (kaart 18), zijn terreinen zoals Elsenbos (Honselersdijk), Dijckerwaal ('s-Gravenzande) en Honderdland Fase 2. T, niet opgenomen. Ook staan de contouren van ALC Poortcamp (De Lier; deel bedrijf BVB Substrates in het noordoosten), Woutersweg ('sGravenzande; Multimate in het noordwesten) en Teylingen ('s-Gravenzande; deel 6 in het zuidoosten), onjuist weergeven. Ook is een solitaire bedrijfsfunctie in het glastuinbouwgebied aan de Galgeweg te’s-Gravenzande ten onrechte als bedrijventerrein aangemerkt. Antwoord In de aanstaande Herziening 2021 van het Omgevingsbeleid wordt de gehele verzameling bedrijventerreinen tegen het licht gehouden en waar nodig geactualiseerd op basis van een heldere definitie van het begrip bedrijventerrein. De voorgestelde wijzigingen leiden nu niet tot aanpassing van het kaartmateriaal.
A006-Z091 Belang mobiliteit voor Greenport Horti Campus, HOV-netwerk Westland en Greenport 3.0 In het belang van Greenport Horti Campus, het HOV-netwerk in Westland en de ontwikkeling naar een Greenport 3.0, vraagt de indiener aandacht op bepaalde punten voor in de omgevingsvisie. Deze punten zijn: - Beter herkenbaar maken van de doelen van het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe). - Meer naar voren brengen van de centrale ambitie van de gezamenlijke aanpak van Metropolitaan Openbaar Vervoer en de verstedelijking (MOVV), inclusief de gezamenlijke propositie voor het Groeifonds.
16
- Opnemen van een duidelijke regionale differentiatie waardoor de benadering van de stedelijke opgaven op gebied van mobiliteit en bereikbaarheid goed bij de werkelijke situatie rond verstedelijking en economische ontwikkeling aansluiten. - Opnemen van de doelen en ambities van het regionaal mobiliteitsbeleid uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid MRDH, als beleid van de vervoerregio, daar de Planwet Verkeer en Vervoer per 1 januari 2022 komt te vervallen; - Het opnemen van de opgave “Corridor A20-A4” over met name de Westlandroute. Antwoord Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven. Een aantal suggesties hebben we overgenomen. Zo is de aansluiting met het MoVe en MOVV duidelijker beschreven en is ook de regionale differentiatie beschreven.
A006-Z092 Wonen Indiener geeft aan dat zij een omvangrijke woningbouwopgave heeft die gepaard gaat met een grote ruimtedruk. Indiener moet ruimtelijke keuzes tussen functies maken. ln het Omgevingsbeleid wordt voor woningbouwopgaven ingezet op binnenstedelijke ontwikkeling. Dit is voor de indiener een moeilijke opgave. Het Omgevingsbeleid biedt de indiener onvoldoende ruimte voor dergelijke belangenafwegingen die in het verleden een plek hadden in beleid. Voor de indiener houdt het beleid onvoldoende rekening met de gebiedsspecifieke situatie van een verzameling van dorpen in een Greenportlandschap. De indiener kan door haar eigen situatie en visie niet akkoord gaan met de zinsnede "Gebouwen voor Flexwonen worden beschouwd als stedelijke functie die in beginsel in bestaand stads en dorpsgebied moeten worden gerealiseerd." De Indiener wijst erop dat de dat huisvesting van “bij het bedrijf werkzaam personeel” in agrarische bedrijfswoningen in onder andere Westland en Midden-Delfland reeds toelaatbaar is op grond van onherroepelijke bestemmingsplannen. Indiener verzoekt om terughoudendheid en ”zoals agrarische bedrijfswoningen” geen onderdeel uit te laten maken van “vergelijkbare bebouwing”. Antwoord Wij zullen op dit moment nog niet inhoudelijk ingaan op uw opmerking dat de uitkomsten uit de lopende experimenten in o.a.
Westland moeten kunnen leiden tot aanvaardbare realisatie van huisvesting van arbeidsmigranten buiten de BSD contouren, waaronder op agrarische percelen. De bevindingen uit het programma huisvesting arbeidsmigranten, de onderzoeken die wij in dat kader hebben gedaan en ook de inzichten uit de experimenten die in het kader van dit programma zijn uitgevoerd, worden op dit moment voorzien van voorstellen voor een mogelijk vervolg en het eventueel aanpassen van beleid. Dit voorstel zal in eerste instantie opiniërend besproken worden in de Statencommissie Ruimte, Wonen en Economie van 26 mei 2021. In het derde en vierde kwartaal van 2021 volgt verdere besluitvorming. In het ontwerp omgevingsbeleid is de eerdere lijn omtrent huisvesting van arbeidsmigranten in herstructureringsgebieden voor glastuinbouw gevolgd. Het ontwerp beleid is ten opzichte hiervan niet gewijzigd. Voor de categorie I woningen zoals omschreven in het Werkboek Westland blijft het gebruik voor huisvesting van arbeidsmigranten onmogelijk. Zoals hiervoor vermeld lopen er experimenten omtrent huisvesting van arbeidsmigranten buiten de BSD contouren. Vooruitlopend hierop is er geen aanleiding om het beleid hierop aan te passen.
17
A006-Z093 Agrologistiek Indiener onderschrijft het belang om deze ontwikkelingen te steunen. Indiener ziet grote kansen voor het versterken en optimaliseren van het netwerk door de krachten van de terreinen in de regio's Westland, Oostland en BARRO optimaal te benutten. Vanuit dit perspectief zien indiener de opgave van de provincie breder dan de ontwikkeling van (uitsluitend) de Dutch Fresh Port. Indiener is daarom van mening dat ook ontwikkelingen in Rotterdam (Loswal de Bonnen) en Westland (uitbreiding ABC Westland) behoren tot deze opgave. Antwoord Het belang van een goed functionerend agrologistiek systeem binnen de Greenport West-Holland wordt door de provincie Zuid-Holland onderkend en ondersteund. Ruimte voor (door)ontwikkeling van het handels en logistiek systeem binnen de greenport is van groot belang. Binnen het samenwerkingsverband van de Greenport West-Holland, waar zowel de provincie als de gemeente Westland onderdeel van uitmaakt, wordt momenteel nagedacht over de gewenste ontwikkelingen binnen het agrologistieke systeem. De terreinen in Barendracht/Ridderkerk, Oostland en Westland (waaronder ABC Westland en Loswal de Bonnen in Rotterdam) maken hier onderdeel vanuit. Op basis van de zienswijze is er geen noodzaak tot aanpassing van dit beleid van het ontwerp omgevingsbeleid.
18
A007 – Gemeente Delft A007-P035 Toelichting Programma Indiener vindt dat er in algemene zin een toelichting mist en een korte beschrijving van de relatie met de omgevingsvisie. Antwoord Het omgevingsbeleid is vooral bedoeld om digitaal te raadplegen dan worden ook onderlinge verbanden tussen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma duidelijk inzichtelijk. Deze tekortkoming wordt herkend bij de 'papieren' versies. Bezien zal worden in hoeverre dit nog wordt ondervangen.
A007-P036 Reserveringen Het is voor de indiener onduidelijk wat er op pagina 6, 13 en 14 bij Beleidsdoel 2.1 – Snel van A naar B bedoeld wordt. De indiener wil weten of het om nieuwe reserveringen gaat of dat het om reserveringen gaat die al bekend zijn. Antwoord Het gaat om reeds bekende reserveringen. Wel worden naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen een aantal reserveringen geschrapt en een aantal toegevoegd.
A007-P037 Windmolens De indiener wil weten naar aanleiding van Pagina 49. Beleidsdoel 3.1 – schone en duurzame electriciteitsvoorziening in relatie tot windmolens, op grond waarvan effecten op de overige plekken worden uitgesloten? Antwoord Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau nadrukkelijk de effecten ten aanzien van o.m. de ecologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd en is van toepassing voor alle windlocaties om de effecten op de specifieke natuurwaarden en cumulatieve effecten veroorzaakt door deze locaties te onderzoeken.
A007-P038 Biodiversiteit, plaagbestrijding en schoon water Indiener vindt dat het realiseren van een uitstekend ecosysteem vanuit natuur door bijvoorbeeld aandacht te geven aan het versterken van biodiversiteit, plaagbestrijding en schoon water op dit moment ontbreekt. Antwoord Dit is opgenomen in de beleidskeuze '‘Behoud, balans en versterking van de biodiversiteit’'.
19
A007-P039 TU Delft Campus Zuid Indiener wijst erop dat ‘Technopolis’ of ‘TIC Delft’ inmiddels wordt aangeduid als TU Delft Campus Zuid. Antwoord Het beleid voor ruimtelijke reserveringen voor infrastructuur is nog in ontwikkeling, daarom worden er op dit moment nog geen wijzigingen aangebracht in het overzicht.
A007-P040 Bijenlandschappen Indiener vraagt waarom de Provincie niet oppakt om binnen de Provincie breder in te zetten op een netwerk van bijenlandschappen. Antwoord De provincie herkent het belang en daar waar zich kansen voordoen worden die benut. Maar een beleidsintensivering is op dit moment niet aan de orde.
A007-P041 Station Delft Campus Indiener wijst erop dat station Delft-Zuid inmiddels Station Delft Campus en dat Technopolis inmiddels TU Delft Campus Zuid wordt genoemd. Antwoord Het omgevingsbeleid is op deze punten aangepast in overeenstemming met uw zienswijzen.
A007-P042 Schieoevers Zuid Indiener benadrukt dat Schieoevers Zuid ruimte blijft bieden aan activiteiten die vallen in een hoge milieucategorie. Antwoord De provincie herkent en bevestigt dat er ruimte blijft voor activiteiten binnen de hogere milieucategorie op Schieoevers Zuid.
A007-P043 Woon-werkakkoorden Indiener vindt dat de Provincie in haar nieuwe concept bedrijventerreinstrategie moet benadrukken dat ze op basis van zogenoemde woon-werkakkoorden afspraken wil maken met gemeenten om te zorgen dat verstedelijking niet gepaard gaat met het rücksichtslos transformeren van bedrijventerreinen. Antwoord De provincie onderschrijft het belang van een goede balans van vraag en aanbod in zowel de woningmarkt als de bedrijfsruimtemarkt. Hiertoe wordt op enkele locaties inderdaad het woon-werkakkoord ingezet. De bedrijventerreinenstrategie is inmiddels afgerond en wordt niet meer aangepast. De bedrijventerreinenstrategie en het instrument woon-werk-akkoorden maken geen onderdeel uit van deze herziening van het omgevingsbeleid. Deze worden in de volgende herziening meegenomen.
20
A007-Vi043 Visie Indiener vindt de visie en daarin opgenomen ambities abstract en dat de samenhang ontbreekt. Indiener heeft behoefte aan een compactere POVI, waarin de hoofdlijn of richting van het beleid helder is. De indiener vraagt aan de Provincie de spanning tussen stedelijke verdichting en de ruimtelijke keuzes die moeten worden gemaakt expliciet te in beeld te brengen voor werken, groen, water, recreatie, maar ook duurzaamheid, energietransitie, klimaat en leefbaarheid.
Antwoord Met het bij elkaar brengen van al het provinciaal beleid voor het fysiek domein is inzicht ontstaan in dit beleid. Door dit beleid met elkaar in verbinding te brengen en in samenhang te bezien en door te ontwikkelen ontstaat geleidelijk een meer integrale manier van werken en beleidsvorming. De integraliteit zal vooral ontstaan bij een meer gebiedsgerichte uitwerking van het beleid.
A007-Vi044 Mobiliteit Indiener staat positief tegenover de inzet op veilige mobiliteit, de aandacht voor fiets, voor deelmobiliteit en ketenvoorzieningen en voor schonere/duurzamere mobiliteit. Antwoord Ook de provincie staat positief tegen over tegenover de inzet op veilige mobiliteit, de aandacht voor fiets, voor deelmobiliteit en ketenvoorzieningen en voor schonere/duurzamere mobiliteit.
A007-Vi045 Mobiliteitstranstitie en mobiliteitsgedrag De Indiener wil graag aanscherpingen zien ten aanzien van mobiliteitstransitie en mobiliteitsgedrag. De indiener suggereert om bepaalde vervoerwijzen aantrekkelijker te maken ten opzichte van andere vervoerwijzen en om door het fiets- en OV-netwerk meer in kwaliteit te laten toenemen dan het autonetwerk. Antwoord In de tekst is de keuze gemaakt om mensen optimale keuzevrijheid te geven bij het bepalen van hun vervoerswijzen. Op dit moment is het fiets- en OV-netwerk nog niet overal van voldoende kwaliteit om een volwaardig alternatief te zijn. De ambitie is dat dit wel zo wordt.
A007-Vi046 Barrièrewerking infrastructuur De indiener wil dat het tegengaan of verminderen van de barrièrewerking van infrastructuur meer moet worden benadrukt. Antwoord Het verminderen van de barrièrewerking vindt de provincie belangrijk en wordt meegenomen binnen de maatregel vergroten omgevingskwaliteit en beperken hinder.
21
A007-Vi047 Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid MRDH De indiener vraagt om de plannen van de provincie met de ambities en doelen zoals die staan in de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid van de MRDH, meer op één lijn te brengen. Antwoord De invulling van de bereikbaarheid in het MRDH gebied is de eigen agenda van de MRDH en het kan zijn dat de provincie soms andere afwegingen maakt. Natuurlijk werken we graag samen om de bereikbaarheid van Zuid-Holland te optimaliseren. Voor zover de genoemde zaken nog geen onderdeel van het vastgestelde provinciale beleid zijn (bijvoorbeeld omdat besluiten nog niet genomen zijn), staan ze niet in het omgevingsbeleid van de provincie. Gemeenten mogen natuurlijk in hun omgevingsbeleid eigen wensen wel al aangeven.
A007-Vi048 Sociale Problematiek Indiener ziet graag dat de provincie instrumentarium ontwikkeld waarbij de habitus-functie van het wonen kan groeien en beschermd wordt. Daarnaast wil de indiener graag zien dat de Provincie meer aandacht heeft voor de gemeenschappen die bijdragen aan de identiteit en kracht van de regio en meer onderzoek doet naar de mechanismen. Antwoord De provincie herkent het belang maar ziet op dit moment geen meerwaarde vanuit de provinciale rol op dit vraagstuk.
A007-Vi049 Erfgoed Indiener vraagt aan de provincie waarom er gekozen is om (cultuur)monumentaal groen/parken niet als erfgoed op te nemen. Antwoord Op basis van navraag bij de gemeente Delft hebben wij begrepen dat met ‘(cultuur)monumentaal groen/parken’ gedoeld wordt op parken (met kenmerkende ontwerpstijl), oude houtkades (bv. Tanthofkade), monumentale bomen, landgoederen en specifieke historische elementen als geriefbosjes. Binnen het provinciaal erfgoedbeleid zijn momenteel circa 120 landgoederen (inclusief parkaanleg) opgenomen als beschermde elementen. Verder zijn ook enkele bijzondere cultuurlandschappen beschermd (zgn.cultuurhistorische kroonjuwelen).Deze zijn van provinciaal belang vanwege hun kenmerkende combinatie van cultuurhistorie, natuur en landschap. verder komen beschermde landgoedparken ook in aanmerking voor subsidie op grond van de Subsidieregeling erfgoedlijnen Zuid-Holland. Zo heeft de provincie binnen de erfgoedlijn Landgoederenzone afgelopen jaren meermaals geïnvesteerd in onderzoek naar en herstel van groen erfgoed op landgoederen. Daarnaast willen wij binnenkort landschappelijke bescherming regelen voor historische houtopstanden (cultuurhistorische bosjes, oude boskernen, houtwallen en heggen). Vanuit een (boven)regionale visie richt de provincie zich vooral voor groen erfgoed in het landelijk gebied.
Dit sluit overigens mooi aan op het gemeentelijk beleid van Delft waar het accent ligt op meer lokaal groen erfgoed in/bij de stad.
22
A007-Vi050 Natuur inclusief bouwen Indiener vraag waarom er op pagina 71 , in de paragraaf 5.1.2 van de omgevingsvisie geen relatie wordt gelegd met natuur inclusief bouwen. Antwoord Verschillende provinciale beleidskeuzes zijn aan elkaar verbonden ten behoeve van onze provinciale inzet op behoud, herstel en vergroten van de biodiversiteit in Zuid-Holland. Natuurinclusief bouwen komt bijvoorbeeld terug in de nieuwe beleidskeuzes Groenblauwe stedelijke structuur en Toekomstbestendig bouwen.
A007-Vi051 Wonen Indiener vraagt uitleg over de zin op pagina 79, 6.1.1. Wonen: “Het toevoegen van woningen als de enige of primaire oplossing voor behoud van de sociaaleconomische vitaliteit in steden en dorpen is in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijn strategie.” Dit is onduidelijk voor de indiener.
Antwoord De provincie geeft hierbij aan dat in gebieden waar de woningbehoefte beperkt is, het niet wenselijk om de sociaaleconomische vitaliteit te behouden door alleen meer woningen toe te voegen. Voor het behouden van de sociaaleconomische vitaliteit is een lange termijn strategie nodig, die aansluit bij de demografische, sociale, economische, energetische, duurzame en andere ontwikkelingen van een gebied.
A007-Vi052 Woningbouwprogramma Indiener is van mening dat een woningbouwprogramma idealiter eerder anti-cyclisch ingestoken zou moeten worden en op de leemten voor de lange termijn(ontwikkelingen) moeten zijn gericht. Antwoord Hartelijk dank voor uw opmerking, deze wordt voor kennisgeving aangenomen.
A007-Vi053 Evenwichtige regio Indiener mist op pagina 82, 6.1.1 : In de beoordeling van het woningbouwprogramma een criterium dat de provincie toetst in hoeverre het woningbouwprogramma inspeelt op het bereiken van een evenwichtige regio. Het is de indiener niet duidelijk of de ladderverplichting ook geldt voor het flexwonenconcept en pleit ervoor om die te laten vervallen om zo sneller te kunnen ontwikkelen indien er een (regionale) woonvisie is. Antwoord Stedelijke ontwikkelingen met flexwoningen worden ook getoetst aan de Ladder. De provincie biedt ruimte voor flexwoningen in de woningbouwprogramma’s. Woningbouwprogramma’s worden zowel kwantitatief als kwalitatief getoetst aan het provinciaal Omgevingsbeleid als de door GS vastgestelde regionale woonvisie en regionale afspraken. Overigens volgt de provincie hierin de Ladder, welke een rijksregeling is.
23
A007-Vi054 Natuur inclusief bouwen De indiener waardeert het punt groenblauwe stedelijke, het fijnmazig netwerk. De indiener wil graag weten wat de reden is van de Provincie om te komen met ontwerpprincipes maar vooral welke rol zij wil nemen op het vlak van natuurinclusief bouwen? Antwoord De provincie Zuid-Holland zet zich in voor een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig is om de leefbaarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en versterken, ook in tijden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hitte. Dit biedt ook de kans om de biodiversiteit in het stedelijk gebied duurzaam te behouden en te versterken. Om dit in de praktijk breed in Zuid-Holland te realiseren werkt de provincie samen met diverse partijen, waaronder gemeenten, bijvoorbeeld aan gezamenlijke ontwerpprincipes. De provincie pakt hierbij de rol van stimulator en facilitator om samen met alle partijen een breed georganiseerd kwalitatief groenblauw normaal te bereiken. Hierbij proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de inzet vanuit het Zuid-Hollandse Convenant Klimaatadaptief bouwen, waarin ook de koppelingen met versterken van biodiversiteit zijn gelegd.
A007-Vi055 Midden Delfland Indiener vraagt waarom Midden Delfland als een groene buffer wordt gezien en niet als een landschap. De indiener vindt daarom de terminologie voor buffers onduidelijk. Indiener vindt dat het wenselijk is om bijzonder provinciaal landschap Midden Delfland op te nemen als gebiedsaanduiding. Antwoord De betreffende kaart gaat over de bescherming die gebieden genieten. Provinciaal Landschap is een status die op verzoek van een gebied kan worden toegekend (hetgeen in het geval van MiddenDelfland is gebeurd), maar aan deze status zijn geen specifieke richtpunten ter bescherming verbonden. Voor Midden Delfland gelden de richtpunten die bij bufferzones horen en voor het grootste deel van MiddenDelfland gelden tevens de richtpunten die bij de beschermingscategorie kroonjuwelen van Zuid-Holland horen.
A007-Vi056 Sociale kwaliteit Indiener mist op pagina 99, 6.2.1 Verstedelijking de uitgangspunten voor toekomstbestendig, dat er rekening wordt gehouden met de sociale kwaliteit. Ook is het voor de indiener onduidelijk wat de afwegingen zijn tot het komen tot de locaties op de 3 ha kaart. Antwoord Toekomstbestendig bouwen is een onderdeel van de beleidskeuze Verstedelijking, maar is ook een afzonderlijke beleidskeuze. Hierin wordt uitvoeriger ingegaan op alle relevante aspecten. Een gezonde en veilige omgeving hoort daar ook bij. Er zijn meer relevante aspecten te benoemen, maar de beleidskeuze beperkt zich toch de belangrijkste punten waar op provinciaal niveau op wordt gestuurd. Provinciale Staten beoordelen een gemeentelijk verzoek om een locatie toe te voegen aan de 3 hectare kaart op alle relevante aspecten van het provinciaal beleid, zoals ruimtelijke kwaliteit, ruimte voor woningbouw en bedrijventerreinen, alternatieve locaties en specifieke waarden. Het is nadrukkelijk geen afvinklijstje, maar een integrale weging van relevante aspecten die per locatie kan verschillen. 24