CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

62. Raadsvoorstel 2026-034866 Programmabegroting 2027 Albrandswaard en meerjarenraming 2028-2030.pdf

Gemeenteraad AW 12 oktober 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken34.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

- 59 - Het kengetal laat de 'ravijnjaren' duidelijk zien. Vanaf 2028 zien we een verslechtering van het kengetal optreden. Het is nodig om kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten. Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting (ozb). Inwoners van Albrandswaard betalen hogere woonlasten dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent echter niet dat de gemeente daardoor meer financiële ruimte heeft dan andere gemeenten. De riool- en afvalstoffenheffing zijn namelijk zogenoemde gesloten financiële systemen: de opbrengsten mogen uitsluitend worden gebruikt voor de betreffende diensten. Hogere kosten kunnen ontstaan door lokale omstandigheden, zoals de aard van de bodem, het oppervlak of omgevingsfactoren. Daarnaast krijgt de gemeente minder geld uit het gemeentefonds. Dit komt doordat de gemiddelde OZB-waarde in de gemeente hoger is. Om te voorkomen dat de lasten voor inwoners onnodig stijgen, is het belangrijk om beschikbare middelen doelmatig in te zetten en, waar mogelijk, gebruik te maken van innovatieve of kostenbesparende maatregelen.

Ondanks stijgende kosten en onzekerheden bij het bepalen van de lasten, blijft de belastingcapaciteit voor inwoners van Albrandswaard stabiel. De relatief hoge gemeentelijke belastingen zijn noodzakelijk om een sluitende begroting te realiseren, mede gezien het bestaande voorzieningenniveau, veranderingen in andere inkomstenbronnen en stijgende uitgaven. Conclusie over huidige risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is de relatie tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen uiteengezet. Onze organisatie is ingedeeld in klasse A (waarderingscijfer), met een weerstandsvermogen dat als uitstekend wordt gekwalificeerd. Hiermee kunnen we vaststellen dat de financiële positie van de organisatie goed is. Investeringen, de fluctuaties in de algemene uitkering en diverse risico’s beïnvloeden de financiële kengetallen. Het is daarom van essentieel belang deze kengetallen nauwlettend te monitoren en de financiële gezondheid te waarborgen door tijdig afwegingen en keuzes te

- 60 - maken, met name bij omvangrijke investeringen. Daarnaast is het noodzakelijk om ook in de komende jaren vast te houden aan een begroting die gebaseerd is op realistische en verantwoorde ramingen. - 61 - Paragraaf 3 - Financiering In deze paragraaf geven we inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten op het gebied van financiering voor de periode 2027 tot en met 2030. Daarbij komen het liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de daarmee samenhangende risico’s aan bod. Naast de wettelijk voorgeschreven onderwerpen besteden we aandacht aan ontwikkelingen die van belang zijn voor een zorgvuldige en effectieve uitvoering van de treasuryfunctie. Achtereenvolgens gaan we in op: • Wettelijke kaders en treasurystatuut; • Rentevisie en rentebeleid; • Renterisicobeheer; • Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte; • Uitzettingen; • Renteomslag; • Garantstelling, en • Relatiebeheer. Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke basis voor de gemeentelijke financieringsfunctie is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het beheersen en beperken van financiële risico’s vormt hierin een belangrijk uitgangspunt. De gemeentelijke kaders zijn verder uitgewerkt in de Financiële verordening 2025 en het Treasurystatuut 2024.

Sinds de vaststelling van de Financiële verordening 2025 hebben zich geen ontwikkelingen in wet- en regelgeving of gemeentelijk beleid voorgedaan die aanleiding geven tot aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut. Voor het verstrekken van leningen en garantstellingen gelden daarnaast de kaders uit de Nota Garantstellingen en Leningen. Deze nota is in 2021 door het college vastgesteld en vormt een nadere uitwerking van de bepalingen uit het treasurystatuut. Rentevisie en beleid Rente is een belangrijke factor binnen de begroting. Gezien de omvang van de financieringsstromen is het van belang inzicht te hebben in de ontwikkelingen en risico’s die van invloed zijn op de rente. Binnen het rentebeleid maken we onderscheid tussen de korte rente voor financieringen tot één jaar en de lange rente voor financieringen met een langere looptijd. Na een periode van renteverlagingen is het rentebeeld in 2026 weer veranderd. De Europese Centrale Bank (ECB) stemt haar beleid af op de ontwikkeling van onder meer de inflatie en de economische vooruitzichten. Door onzekerheden rond geopolitieke ontwikkelingen, energieprijzen en economische groei blijft ook de toekomstige renteontwikkeling onzeker. Voor 2027 houden we daarom rekening met mogelijke schommelingen op de geld- en kapitaalmarkt.

We volgen de ontwikkelingen en het beleid van de ECB en wegen bij het aantrekken van financiering af welke looptijd en rentecondities het beste aansluiten bij onze financieringsbehoefte en de actuele marktomstandigheden. Voor tijdelijke liquiditeitstekorten maken we, zolang dit financieel voordeliger is dan de kredietfaciliteit in rekening-courant, gebruik van kasgeldleningen. Daarbij houden we rekening met de wettelijke kasgeldlimiet. Renterisicobeheer In dit onderdeel gaan we in op de renterisico’s van de gemeente. Het beheersen van deze risico’s is een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido. Hiervoor gelden twee wettelijke normen: de kasgeldlimiet voor kortlopende financiering en de renterisiconorm voor langlopende financiering. Beide normen begrenzen de blootstelling aan renteschommelingen en dragen daarmee bij aan een beheerste en stabiele financieringspositie. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het risico dat rentestijgingen op de kapitaalmarkt grote gevolgen hebben voor de gemeentelijke financieringslasten. De norm heeft betrekking op renteherzieningen van bestaande langlopende leningen en op herfinanciering bij aflossingen. Jaarlijks mag maximaal 20% van het begrotingstotaal aan deze renterisico’s worden blootgesteld. Hierdoor worden financieringsmomenten over meerdere jaren gespreid.

Van renteherziening is sprake wanneer de rente van een bestaande lening gedurende de looptijd opnieuw wordt vastgesteld. Bij herfinanciering wordt nieuwe financiering aangetrokken ter vervanging van aflopende of af te lossen leningen. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de gemeente binnen de renterisiconorm voldoende ruimte heeft. Dit biedt, indien nodig, mogelijkheden om aanvullende investeringen of uitgaven voor grondexploitaties met langlopende financiering te dekken. Renterisico op vaste schuld | Bedragen x € 1.000 2027 | 2028 | 2029 | 2030 1. | Netto renteherziening op vaste schuld | - | - | - | - 2. | Betaalde aflossingen | 2.946 | 3.042 3.246 | 3.355 3. | Renterisico op vaste schuld (1 + 2) | 2.946 | 3.042 3.246 | 3.355 Renterisiconorm 4a. | Begrotingstotaal 2027 | 85.101 4b. | Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage | 20% 4. | Renterisiconorm | 17.020 Toets renterisiconorm 5a. | Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) | 14.074 5b. | Overschrijding renterisiconorm (4 - 3) | - Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst het gebruik van kortlopende financiering met een looptijd tot één jaar. Hiermee wordt voorkomen dat veranderingen in de korte rente een te grote invloed hebben op de gemeentelijke rentelasten.

Wanneer de kasgeldlimiet gedurende dr | ie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet dit worden gemeld bij de toezichthouder, inclusief een plan om weer binnen de wettelijke norm te komen. Onderstaand is de prognose van de kasgeldlimiet voor 2027 opgenomen. Bij een verwachte financieringsbehoefte wordt afgewogen of kort | - of langlopende financiering het meest passend is. Daarbij spelen onder meer de actuele marktomstandigheden, de financieringsbehoefte en de verwachte looptijd daarvan een rol. - 62 - Bedragen x € 1.000 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Totaal vlottende schuld | 7.890 | 16.105 | 16.805 | 16.913 Totaal vlottende middelen | 9.154 | 9.154 | 9.154 | 9.154 Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) | -1.264 | 6.951 | 7.651 | 7.759 Kasgeldlimiet | 7.234 | 6.953 | 7.653 | 7.761 Begrotingstotaal | 85.101 | 81.795 | 90.035 | 91.310 vastgesteld percentage | 8,50% | 8,50% | 8,50% | 8,50% Ruimte onder kasgeldlimiet | 8.498 | 2 | 2 | 2 Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie van de gemeente wordt onder meer bepaald door de omvang en het tempo van investeringen, ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en veranderingen in de leningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we de verwachte in | komsten en uitgaven in beeld. Hierdoor ontstaat tijdig inzicht in de financieringsbehoefte en kan hierop worden ingespeeld.

Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Kasstroomoverzicht Kasstroom uit operationele activiteiten | 329 | -5.885 | 2.929 | 8.188 Investeringen | -18.057 | -15.834 | -2.622 | -1.350 Aflossing leningen | -1.653 | -4.013 | -3.263 | -1.956 Financieringsoverschot/-tekort | -19.381 | -25.732 | -2.956 | 4.882 Verwachte financieringspositie voor de komende jaren In 2027 ontstaat een financieringsbehoefte door de uitvoering van een aantal omvangrijke projecten. Door de verwachte subsidieontvangst in 2027 zijn naar verwachting voldoende middelen beschikbaar en is het niet nodig om aanvullende financiering aan te tre | kken. In het bovenstaande overzicht is uitgegaan van de huidige projectplanning en de verwachte inkomsten. De werkelijke financieringsbehoefte kan hiervan afwijken, afhankelijk van het tempo en de voortgang van de projecten en het moment waarop inkomsten worden ontvangen. Gedurende het jaar wordt de financieringsbehoefte daarom afgestemd op de actuele ontwikkelingen. Leningenportefeuille Voor het opvangen van het financieringstekort maken we, binnen de ruimte van de kasgeldlimiet, zoveel mogelijk gebruik van kortlopende financiering. Voor de resterende financieringsbehoefte worden langlopende leningen aangetrokken.

Bij de keuze tussen kort | - en langlopende financiering houden we rekening met de actuele marktrente, de geldende voorwaarden en de verwachte financieringsbehoefte. Voor de leningenportefeuille gaan we uit van de marktrente en bepalen we jaarlijks de gemiddelde rente over de uitstaande langlopende leningen. In het onderstaande overzicht is het verloop van de bestaande langlopende leningen weergegeven, aangevuld met de verwachte nieuw aan te trekken langlopende financiering. Op basis van de huidige verwachtingen, waaronder de verwachte subsidieontvangst in 2027, is het niet nodig om in 2027 nieuwe langlopende financiering aan te trekken. - 63 - Bedragen x € 1.000 01/01/2026 | 01/01/2027 | 01/01/2028 | 01/01/2029 | 01/01/2030 Stand leningen | 31.351 | 27.723 | 24.777 | 42.321 | 43.436 Nieuwe lening | - | - | 20.606 | 4.403 | - Reguliere aflossingen | 3.628 | 2.946 | 3.062 | 3.287 | 3.397 Uitzettingen Op grond van de Regeling schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Deze middelen kunnen ook tijdelijk in de vorm van deposito’s bij de schatkist worden geplaatst. De rentevergoeding sluit aan bij de rente waartegen de Nederlandse Staat zich op de geld- en kapitaalmarkt financiert. Voor de komende jaren verwachten we geen structurele overtollige liquide middelen.

Naar verwachting zal daarom geen gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om middelen via deposito’s bij de schatkist aan te houden. Verstrekte leningen Het onderstaande overzicht toont de leningen die aan derden zijn verstrekt. Voor leningen met een variabele rente wordt bij de renteberekening uitgegaan van de 1-maands Euribor op het moment van renteherziening. Naam geldnemer | % | Saldo uitzettingen | 1 | Verwachte mutaties in | Saldo uitzettingen 31 januari 2027 | 2027 | december 2027 Carnisse Mondzorg B.V. | 3% | 50.735 | -26.807 | 23.928 Totaal verstrekte | 50.735 | -26.807 | 23.928 gelden Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden aan de programma’s wordt toegerekend. Hiervoor wordt een renteomslag gehanteerd, waarmee de rentelasten op een uniforme wijze binnen de begroting worden verdeeld. Confo | rm het advies van de commissie BBV gebruiken we onderstaand model. Dit geeft inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend. Volgens het BBV mag de gehanteerde omslagrente maximaal 0,5 procentpunt afwijken van de berekende renteomslag. Voor 2027 resulteert de berekening in een gemiddelde renteomslag van 0,07%. In de begroting 2027 hanteren we een omslagpercentage van 0,07%.

Schema rentetoerekening Externe rentelasten financiering | +/+ | 234.000 Externe rentebaten | -/- | 166.700 Saldo rentelasten en rentebaten | 67.300 Rente projectfinanciering | -/- | 13.000 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | 54.300 Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente | 64.200 Renteresutaat op taakveld treasury | 9.900 Toe te rekenen rente | 54.300 Boekwaarde per 1 januari | 72.886.000 Renteomslagpercentage | 0,07% - 64 - - 65 - Garantstelling De gemeente heeft in het verleden garantstellingen verstrekt voor leningen aan derden. Vanwege de financiële risico’s die hiermee samenhangen, zijn we terughoudend met het verstrekken van nieuwe garanties. Een garantstelling wordt alleen overwogen wanneer sprake is van een duidelijk maatschappelijk belang en voldoende zekerheden aanwezig zijn. Per 1 januari 2026 bedraagt het totaal aan directe garantstellingen € 31.189. Daarnaast vervult de gemeente via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) een achtervangfunctie van € 35,6 miljoen. De risico’s die met deze garantstellingen samenhangen, worden meegenomen bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Relatiebeheer Waar nodig maken we gebruik van de kennis en advisering van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en andere kredietverstrekkers over ontwikkelingen op het gebied van financiering en treasury.

Ook in 2027 kan deze expertise worden benut bij het maken van afwegingen rondom het aantrekken en uitzetten van middelen. - 66 - Paragraaf 4 - Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van haar openbare ruimte. Wegen, bruggen, openbare verlichting, groen, speelvoorzieningen, watergangen en andere kapitaalgoederen vormen de basis voor een veilige, bereikbare, leefbare en aantrekkelijke gemeente. Een goede kwaliteit en duurzame instandhouding ervan is daarom van groot belang voor inwoners, ondernemers en bezoekers. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste kapitaalgoederen van de gemeente, de staat en het kwaliteitsniveau ervan, de wijze waarop deze worden beheerd en onderhouden en de financiële middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van de beheeropgave op de langere termijn en aan de relatie tussen beheer, investeringen, beleidsdoelen en de begroting. Gewerkt wordt vanuit een integrale benadering. Niet alleen de technische staat van een kapitaalgoed is bepalend voor de onderhoudsopgave, maar ook verkeersveiligheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, leefbaarheid en de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte.

Op deze manier draagt het beheer van de kapitaalgoederen bij aan het realiseren van de gemeentelijke ambities en aan een toekomstbestendige openbare ruimte. Aanwezige kapitaalgoederen De gemeente Albrandswaard beheert binnen de openbare ruimte de volgende kapitaalgoederen: • Verhardingen zoals wegen, straten, paden en pleinen binnen de bebouwde kom; • Straatmeubilair; • Openbare verlichting; • Verkeer- en straatnaamborden; • Gemeentelijke riolering; • Waterbodems, beschoeiingen; • Civiele kunstwerken; • Openbaar groen; • Speelvoorzieningen, en • Gemeentelijke gebouwen. Het beheer ervan is erop gericht deze kapitaalgoederen gedurende de gehele levensduur op het gewenste kwaliteitsniveau te houden en risico's voor inwoners, gebruikers en de gemeente zoveel mogelijk te beperken. Daarbij wordt niet uitsluitend gekeken naar de technische staat van een object, maar ook naar de functie, het gebruik, de veiligheid, de maatschappelijke betekenis, duurzaamheid en de financiële gevolgen van onderhoud en vervanging. Bij dat beheer wordt een beheerplan ingezet waarin is vastgelegd wat de gemeente beheert, welk kwaliteitsniveau wordt nagestreefd, welke beheer- en onderhoudsmaatregelen nodig zijn, wanneer deze moeten worden uitgevoerd en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn.

Het beheerplan vormt daarmee de verbinding tussen het gemeentelijke beleid, de dagelijkse beheerpraktijk en de financiële planning. Het beheerplan wordt periodiek geactualiseerd. Nieuwe inspectieresultaten, wijzigingen in het areaal, ontwikkelingen in wet- en regelgeving, veranderende beleidsambities en actuele prijsontwikkelingen worden hierin verwerkt. Hierdoor blijft het beheerplan een actueel en bruikbaar sturingsinstrument. Voor het onderhoud en beheer van de gemeentelijke gebouwen wordt gewerkt met een - 67 - meerjarenonderhoudsplan. Dit plan wordt periodiek herijkt om het gebouwenbeheer actueel en doelmatig te houden. De meest recente versie dateert uit 2026. De herijking zorgt ervoor dat het onderhoudsbeleid aansluit bij de actuele staat van de gebouwen en de toekomstige beheerbehoeften. Zorg voor de openbare ruimte Binnen het vastgestelde beheerplan zijn de beeldnormeringen van de CROW en de landelijke Standaard het uitgangspunt. Het beheerplan differentieert op basis van gebiedsindeling en kwaliteitsniveaus. De afgesproken beeldkwaliteit wordt bewaakt middels monitoring. In het beheerplan zijn projecten en onderhoudsmaatregelen opgenomen om de gewenste kwaliteit te realiseren en te behouden. De planningen van de verschillende beheerdisciplines worden op elkaar afgestemd, zodat werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd.

Om deze integraliteit te borgen wordt het beheerplan regelmatig geactualiseerd. De beleidskaders waarbinnen het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd is o.a. opgenomen in: de beleidsnota’s Groenbeleidsplan gemeente Albrandswaard, Water en Rioleringsplan (WRP) 2026-2030, de Mobiliteitsvisie, Laadvisie Albrandswaard 2021, Speelruimtebeleidsplan 2025-2029, Licht op Albrandswaard, beleidskader openbare verlichting 2016, Beleidsplan afval en grondstoffen 2024-2028 en het Baggerplan. Dit beleid is vertaald in het beheerplan en wordt zo ter uitvoering gebracht. Wegen De functie van het gemeentelijke wegennet is om het verkeer veilig, vlot en comfortabel te verwerken. Als wegbeheerder heeft de gemeente een zorgplicht om haar wegen te onderhouden en veilig te houden. Deze plicht is afgeleid uit de Wegenwet. Onvoldoende zorg hiervoor leidt tot klachten van gebruikers van de buitenruimte en mogelijk tot schadeclaims. Door middel van een beheerplan wordt het beheer en de financiering van het onderhoud van het totale wegenbestand voor de komende jaren inzichtelijk gemaakt. De onderhoudstoestand van de wegen in relatie tot het beschikbare budget is hierbij onderbouwd. Vanaf 2026 vindt een renovatie plaats van een gedeelte van de openbare ruimte in Poortugaal. Het betreft de straten Warnaar, Meeting, Terp en De Heuvel.

De aanpak is integraal, dat wil zeggen dat meerdere onderdelen van de openbare ruimte in samenhang worden meegenomen om tot een duurzaam resultaat te komen. Het betreft de verhardingen, het groen, de riolering en waar nodig de openbare verlichting. Ook verkeerskundige aanpassingen en klimaat adaptieve maatregelen zijn hierin verwerkt. Uitvoering van het project staat gepland in het laatste kwartaal van 2026 met doorloop naar 2027 en 2028. Ook de wijk Ghijseland wordt gerenoveerd omdat de betrating, het riool en de openbare ruimte verouderd zijn en niet meer voldoen aan de kwaliteitseisen. Ook hier is de aanpak integraal. De belangrijkste werkzaamheden zijn: • Vernieuwen van de riolering en aanleggen van apart hemelwaterstelsel; • Ophogen en opnieuw bestraten van de straten; • Waar mogelijk komt er nieuwe beplanting in plaats van bestrating; • Meer groen toevoegen en onderhoud bestaand groen; • Opknappen van speelplekken, en • Het verzwaren van het elektriciteitsnet met de buurtaanpak van Stedin. - 68 - Uitvoering van het project staat gepland in het derde kwartaal van 2027. De werkzaamheden worden in fases uitgevoerd. De totale uitvoering duurt ongeveer vijf jaar. Onderhoud aan wegen wordt zoveel mogelijk afgestemd met riolering, openbare verlichting, groen, kabels en leidingen, verkeersmaatregelen en ruimtelijke ontwikkelingen.

Hierdoor kunnen werkzaamheden worden gecombineerd, wordt overlast voor inwoners beperkt en kunnen maatschappelijke kosten worden gereduceerd. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol binnen het wegenbeheer. Bij onderhoud en reconstructies wordt gekeken naar de levensduur van materialen, hergebruik van grondstoffen, klimaatbestendigheid, beperking van CO2-uitstoot en mogelijkheden voor een circulaire inrichting. Bij de inrichting van wegen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie, zoals waterberging, hittestress en een goede afvoer van hemelwater. Aan de hand van reguliere jaarlijkse weginspecties wordt bepaald waar en wanneer onderhoudsmaatregelen nodig zijn. Uitvoering van deze onderhoudsmaatregelen vindt plaats via meerjarige raamovereenkomsten voor klein en groot onderhoud van de elementen verhardingen. Voor het asfaltonderhoud wordt eind 2026 een raamovereenkomst aanbesteed die in uitvoering gaat in de 1e helft van 2027. Kwaliteit Een schone leefomgeving heeft in onze gemeente een hoge prioriteit. In de dorpscentra (winkelgebieden) wordt kwaliteitsniveau A als norm gehanteerd en voor het overige deel van de openbare ruimte kwaliteitsniveau B. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd zien we erop toe dat deze kwaliteit wordt behaald.

Straatreiniging Binnen het onderdeel ‘schoon houden van de openbare ruimte’ valt ook de onkruidbestrijding op verhardingen. Binnen Albrandswaard worden hiervoor geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Kwaliteit Een schone leefomgeving heeft in onze gemeente een hoge prioriteit. In de dorpscentra (winkelgebieden) wordt kwaliteitsniveau A als norm gehanteerd en voor het overige deel van de openbare ruimte kwaliteitsniveau B. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd zien we erop toe dat deze kwaliteit wordt behaald. Openbare verlichting Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in de openbare ruimte. Als gemeente dragen we zorg voor een goed functionerende openbare verlichting waarmee de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid wordt gediend.

Bij de toepassing of vervanging van openbare verlichting hanteren we de volgende uitgangspunten: • De gemeente zorgt voor verlichting op maat daar waar het volgens de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 13201 + A1:2018 nl noodzakelijk is of vanuit sociale veiligheid wenselijk is; • De openbare verlichting is energiezuinig en afgestemd op de behoefte; • Vervanging van masten/armaturen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met geplande reconstructies en uitgevoerd in LED verlichting; • Om de elektrotechnische veiligheid van de installaties te verbeteren voorzien we niet geaarde lichtmasten van dubbel geïsoleerde armaturen, en past Stedin dubbel geïsoleerde aansluitvoorzieningen toe, en - 69 - • In het buitengebied en bij randen van natuurgebieden hanteren wij het uitgangspunt: ‘er wordt niet verlicht, tenzij’. Kwaliteit De gehele openbare verlichtingsinstallatie voor het preventieve en correctieve onderhoud wordt uitbesteed aan een daartoe gespecialiseerd bedrijf. Hiervoor heeft er begin 2023 een nieuwe aanbesteding plaats gevonden. Storingen die gerelateerd zijn aan de ondergrondse infrastructuur zijn voor verantwoordelijkheid van Stedin. Voor de minimale kwaliteit van openbare verlichting bestaan in Nederland geen specifieke wettelijke of anderszins bindende kwaliteitskaders.

De NPR 13201 heeft formeel geen wettelijke status, maar wordt in de praktijk breed gehanteerd als richtlijn voor het ontwerpen, beheren en onderhouden van openbare verlichting. In de jurisprudentie wordt de NPR 13201 bovendien als een relevante maatstaf betrokken bij de beoordeling van de zorgplicht en de vereiste kwaliteit van openbare verlichting. De gemeente Albrandswaard volgt hierbij een tweesporen beleid ten aanzien van de te hanteren verlichtingsniveaus: 1. De openbare verlichting ten behoeve van nieuwe infrastructuur bij reconstructies binnen de bebouwde kom dient te voldoen aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 13201 + A1:2018 nl, en 2. In het buitengebied en bij randen van natuurgebieden hanteren wij het uitgangspunt: ‘er wordt niet verlicht, tenzij’. - 70 - Verkeer en straatnaamborden In 2025 is het Mobiliteitsplan vastgesteld, inclusief uitvoeringsagenda. Met de vaststelling van dit beleid is de richting bepaald die we in Albrandswaard op het gebied van mobiliteit op willen gaan. De focus ligt daarbij op een veilige, duurzame en toekomstbestendige inrichting van de gemeente, waarbij lopen, fietsen, openbaar vervoer en andere vormen van duurzame mobiliteit aantrekkelijker worden gemaakt en het gebruik van de auto waar mogelijk wordt verminderd. Een belangrijk onderwerp in het Mobiliteitsplan is het verbeteren van de verkeersveiligheid rondom scholen.

Met een pilot bij de Julianaschool aan de Sportlaan zijn verschillende maatregelen en verkeerssituaties onderzocht en geëvalueerd. De ervaringen uit deze pilot worden gebruikt bij de verdere aanpak van schoolomgevingen binnen de gemeente. Een ander belangrijk onderwerp is parkeren. Naar aanleiding van eerder uitgevoerd gemeente breed parkeeronderzoek wordt in 2027 verder onderzoek gedaan naar mogelijkheden en noodzaak van parkeerregulering. Beleid inzake elektrische voertuigen en de bijbehorende laadinfrastructuur wordt geactualiseerd. Onder meer wordt gekeken naar de ontwikkeling van laadbehoefte, plaatsing van laadvoorzieningen en wijze van inpassing in de openbare ruimte. Om metrostations aantrekkelijker en beter bereikbaar te maken worden de stationsomgevingen opgewaardeerd. Met deze kwaliteitsslag willen we het gebruik van de metro en andere alternatieve vervoerswijzen stimuleren en de afhankelijkheid van de auto verminderen. Conform het Mobiliteitsplan worden verschillende wegen getransformeerd naar een fietsstraat of GOW30-weg. Onder andere de Tijsjesdijk en de Rijsdijk worden voorbereid. De voorbereidingstijd is lang omdat een dergelijke functiewijziging vraagt om een zorgvuldige afweging van verkeersveiligheid, bereikbaarheid, verkeersstromen en de inrichting van de openbare ruimte.

Bij deze projecten is veel ruimte voor participatie, zodat bewoners en andere belanghebbenden kunnen meedenken over de toekomstige inrichting. Kwaliteit Voor de verkeersinrichting van wegen worden de richtlijnen van het CROW en de SWOV als uitgangspunt gehanteerd. Het betreft richtlijnen en geen absolute inrichtingsvereisten. Ook voor verkeersmiddelen is geen landelijk vastgesteld kwaliteitsnormeringssysteem beschikbaar. Voor verkeers- en straatnaamborden wordt daarom gewerkt volgens het beheerplan voor verkeer- en straatnaamborden. Bij verkeersmiddelen, waaronder verkeers- en straatnaamborden en verkeersobjecten, heeft kwaliteit betrekking op: • Veiligheid: het juiste verkeersmiddel op de juiste plaats en afgestemd op de verkeerssituatie. • Zichtbaarheid: het voldoen aan de technische eisen voor onder andere reflectie en herkenbaarheid. Bij nieuwe projecten en aanpassingen in de openbare ruimte wordt daarnaast nadrukkelijk gekeken naar de samenhang tussen verkeersveiligheid, toegankelijkheid, fietsbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. - 71 - Riolering Het Water en Rioleringsplan (WRP) 2026-2030 vormt de basis voor het onderhoud en vervangingen aan riolering. Het WRP is de opvolger van wat voorheen het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en Programma Stedelijk Water (PSW) werd genoemd.

Binnen dit programma staat beschreven hoeveel onderhoud of vervanging per jaar noodzakelijk is. De rioolheffing wordt op basis van het WRP bepaald. In 2025 is dit opgesteld en is het totaalpakket rondom riolering en klimaatadaptatie tegen het licht gehouden. Riolering Riolering draagt bij aan de volksgezondheid. De gemeente heeft een zorgplicht met betrekking tot inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor mag de gemeente een rioolheffing innen. Dit is vastgelegd in het Water en rioleringsprogramma 2026 – 2030 (WRP), dat door de raad is vastgesteld in 2025. De thema's duurzaamheid en klimaatadaptie krijgen in het WRP 2026-2030 nadrukkelijk aandacht. Het WRP geeft een actueel beeld van de benodigde onderhoudsbehoefte voor de riolering voor een periode van 5 jaar en voor de lange termijn. In 2024 is het project 'aanpak van de openbare ruimte in De Warnaar, De Meeting, De Heuvel en De Terp' gestart met ontwerpen en informatiebijeenkomsten. Uitvoering zal naar verwachting in 2027-2028 plaatsvinden. Door een integrale aanpak krijgt de wijk een robuuste en klimaat adaptieve inrichting. Binnen dit integrale project wordt de riolering vervangen. In 2026 is begonnen met de voorbereiding van de integrale aanpak van de wijk Ghijseland. Ook hier is het belangrijkste onderdeel rioolvervanging en vergroening van de wijk.

De uitvoering zal meerdere jaren in beslag nemen. Kwaliteit Albrandswaard beschikt over circa 142 kilometer vrij verval riool en 77 kilometer drukriolering. Volgens landelijke maatstaven wordt ten aanzien van de kwaliteit van rioolstelsels niet gesproken in termen van kwaliteitsnormen zoals bij wegen, groen en straatreiniging, maar van schadeklassen. Voorbeelden van deze schadeklassen zijn: scheurvorming in buizen, wortel-ingroei, verzakking en zandinloop. De beslissing tot vervanging of renovatie is gebaseerd op de uitkomsten van een rioolinspectie. Riolering gaat normaliter gemiddeld 60 tot 65 jaar mee. De riolering wordt eens in de 7 jaar gereinigd (ongeveer 20 km) en eens in de 14 jaar geïnspecteerd (ongeveer 10 km). Incidenteel worden extra inspecties uitgevoerd naar aanleiding van klachten (bijv. over wegverzakkingen). Bij rioolvervangingsprojecten wordt zoveel als mogelijk integraal gewerkt. Daarbij streven we ernaar om de openbare ruimte robuust in te richten. Effecten van klimaatverandering, waaronder wateroverlast, kunnen op die wijze worden beperkt. We werken samen met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. Risico dialogen blijven belangrijk om eventuele wateroverlast onder de aandacht van betrokkenen te brengen. Duidelijk moet zijn dat wateroverlast niet altijd door het aanpassen van riolering is op te lossen.

De interactie tussen riolering en buitenruimte (groen en verharding) speelt een grote rol. - 72 - Groen en bomen De bomen, beplanting en het gras in een gemeente zijn de aankleding van de openbare buitenruimte en belangrijk voor de beleving van onze buitenruimte. De gemeente hanteert het motto 'Albrandswaard: Dorpen tussen groen en stad'. De groene long in een verder verstedelijkte omgeving. Maar groen is voor Albrandswaard veel meer dan alleen een mooi onderdeel van de openbare ruimte. Het groen draagt bij aan de leefbaarheid, gezondheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en identiteit van Rhoon, Poortugaal, Portland en het buitengebied. Groene straten, parken, bermen, bomen en plantsoenen maken buurten aantrekkelijker en prettiger om in te wonen. Groen zorgt voor een herkenbare en hoogwaardige openbare ruimte en draagt bij aan de waarde en aantrekkelijkheid van de woonomgeving. Albrandswaard krijgt, net als andere gemeenten, te maken met heviger neerslag, langere perioden van droogte en hogere temperaturen. Groen helpt om: • regenwater tijdelijk vast te houden en in de bodem te laten infiltreren; • verharding te verminderen; • hittestress te beperken; • schaduw te creëren, en • de bodem en grondwaterhuishouding te ondersteunen. Een volwassen boom kan daarbij een belangrijke bijdrage leveren: hij biedt schaduw, verdampt water en draagt bij aan een aangenamer microklimaat.

Een groene omgeving stimuleert wandelen, fietsen, spelen en ontmoeten. Het vormt een ecologische structuur voor vogels, insecten, vlinders, vleermuizen en andere dieren. De dijken, bomenlanen, polderlandschap, dorpsgroen, water, polders en het buitengebied van Albrandswaard biedt hiervoor bijzondere kansen. Groen wordt niet als afzonderlijk beheerthema gezien. Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte wordt groen gekoppeld aan: • wegen en verkeer; • water en riolering; • klimaatadaptatie; • biodiversiteit; • spelen en ontmoeten; • gezondheid; • woningbouw en ruimtelijke ontwikkeling, en • duurzaamheid. Belangrijke uitgangspunten en doelen voor het groen in Albrandswaard zijn vastgelegd in een Groenbeleidsplan dat in 2024 is vastgesteld. Met een 4-jarig uitvoeringsprogramma wordt gestreefd naar het bereiken van deze doelen. Sinds 2016 wordt er stevig ingezet op een consequent boombeheer gericht op een optimale begeleiding en ontwikkeling van bomen en het uitvoeren van structurele boomveiligheidscontroles. Jaarlijks wordt 1/3e deel van het bomenbestand gecontroleerd conform de geplande cyclus en worden de snoeimaatregelen uitgevoerd. Vanuit de wettelijke controle wordt er een kap en vervangingsplan opgesteld en uitgevoerd om te voldoen aan de veiligheidsnormen. Deze worden vervolgens ook in hetzelfde jaar gekapt en waar mogelijk vervangen.

Door jaarlijkse herhaling van deze planning wordt er zorg gedragen voor een kwalitatief goed en veilig bomenbestand. - 73 - In 2025 is een begin gemaakt met het vertalen van het groenbeleid naar concrete doelen en projecten. In 2027 gaan we verder met het ontwikkelen en verbeteren van het groen en de bomen in de openbare ruimte van Albrandswaard. Dit doen we onder andere door het groenbeleid verder uit te werken en opnieuw een aantal concrete groenprojecten te realiseren. We renoveren waar nodig bestaande groenvakken, vormen overbodige verharding om naar groen en voegen waar mogelijk bomen toe aan de openbare ruimte. Zo werken we stap voor stap aan een groenere, aantrekkelijkere en toekomstbestendige leefomgeving. Kwaliteit Binnen het groen is kwaliteitsniveau A het uitgangspunt in de centra gebieden en niveau B in de woonwijken en industrieterreinen. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd wordt erop toegezien dat de kwaliteit wordt behaald. Waar nodig wordt vervolgens bijgestuurd of extra onderhoud gepleegd om het buiten schoon, heel en veilig te houden. Waterwegen en baggeren De gemeente en het waterschap zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van het oppervlaktewater en voor het op diepte houden van de sloten en waterwegen in de gemeente.

Het onderhoud bestaat uit het verwijderen van waterplanten en riet (dagelijks onderhoud), en uit het baggeren (planmatig onderhoud). Bij slecht beheer en onderhoud kunnen beide ervoor zorgen dat er een slechte doorstroming en afwatering ontstaat. Van deze werkzaamheden is baggeren het meest ingrijpend. In alle wateren in ons gebied ligt op de bodem een laag bagger: een mengeling van plantenresten en bezonken slib. De aangroei van bagger is een natuurlijk proces. Gemiddeld groeit bagger met ongeveer een centimeter per jaar. Om te voorkomen dat onze wateren steeds minder diep worden, moeten we de bagger eens in de zoveel tijd weghalen. Met het baggeren komen de sloten en waterwegen weer op de oorspronkelijke diepte. Problemen met de waterhuishouding, waterkwaliteit en te ondiep water worden daarmee opgelost. Daarnaast worden er binnen onze gemeente beschoeiingen onderhouden. Op basis van technische levensduur en visuele inspecties wordt beoordeeld waar beschoeiing aan vervanging toe is. Waar mogelijk wordt daarbij bekeken of beschoeiing vervangen kan worden door natuurvriendelijke oevers. Indien dit niet mogelijk blijkt zal nieuwe beschoeiing terug geplaatst worden. Indien uit de inspectie blijkt dat vervanging nodig is zal dit uitgevoerd worden, indien in goede staat zal vervanging worden uitgesteld.

Koedood De Koedood is de grootste aaneengesloten waterplas in onze gemeente en neemt daardoor een bijzondere positie in qua waterbeheer. In 2017 is er een overeenkomst getekend met het Waterschap Hollandse Delta over het onderhoud van de Koedood bij Portland. Per 1 januari 2018 is daarmee het baggeronderhoud door het waterschap afgekocht en ligt het volledig beheer bij de gemeente. Om het waterbeheer van de Koedood alsmede het groenbeheer van de Noordrand goed vorm te geven en aan te laten sluiten bij de wensen van de bewoners, zijn in 2018 samen met een groep bewoners uitgangspunten voor beheer opgesteld. Er is vervolgens gekozen voor een Europese aanbestedingsprocedure volgens de ‘mededingingsprocedure met onderhandeling’. Deze procedure is in 2020 afgerond. Middels deze procedure is een aannemer gecontracteerd met de beste kennis van zaken, creatieve en innovatie oplossingsrichtingen en de volle motivatie om de komende 10 jaar aan de slag te gaan in dit gebied. Het beschikbare budget staat vast in deze aanbesteding. Binnen dit contract is vastgelegd dat de onderhoudsaannemer samen met bewoners, gemeente en overige belangrijke stakeholders in overleg treedt over de inrichting, wensen en het - 74 - onderhoud van het gebied. Hiermee moet een recreatief en aantrekkelijk gebied met ook voldoende natuur en biodiversiteit ontstaan.

Omdat dit een 10-jarig contract is, is er wel een indexering van toepassing. Kwaliteit De gemeente Albrandswaard beschikt over circa 46 ha. oppervlakte water (sloten en plassen). Baggeronderhoud wordt planmatig gedaan op basis van jaarlijkse steekproeven over het gehele areaal, opvolging van klachten en meldingen/afkeur van het waterschap. De hieruit voortkomende werkzaamheden worden in een onderhoudsbestek verwerkt en uitgevoerd door een aannemer. Bij uitvoering van het baggeren speelt de Wet Natuurbescherming en beperking van overlast een belangrijke rol. Daarom vindt uitvoering plaats tussen 1 oktober en 15 maart. Het dagelijks onderhoud van de oevers en het verwijderen van riet en waterplanten wordt jaarlijks uitgevoerd. Uitvoering van deze werkzaamheden vinden plaats vanaf 15 juli. Via toezicht zorgt de gemeente ervoor dat de juiste kwaliteit wordt behaald en voldaan wordt aan de wet- en regelgeving. Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken in Albrandswaard bestaan uit bruggen, trappen, geluidsschermen, vlonders en visplaatsen. Bruggen vormen hiervan het grootste aandeel. Voor het in beeld krijgen van de staat van onderhoud zijn alle objecten van Albrandswaard in het 4e kwartaal van 2026 opnieuw geïnspecteerd en technisch beoordeeld. Ten aanzien van de gemiddelde onderhoudskosten en de levensduur van bruggen zijn geen landelijke normen vastgesteld.

Reden hiervoor is dat dit per brug sterk afhankelijk is van de ligging, omgevingsaspecten en de toegepaste constructie. Door regelmatige inspecties wordt het degeneratie proces inzichtelijk gehouden. Met de nieuwe gegevens uit de technische inspecties wordt het beheerplan geactualiseerd. Dit is de basis voor de onderhoudsaanpak op de lange termijn met het daarvoor benodigde onderhoudsbudget. Het beheerplan bevat naast het levensduur verlengend onderhoud ook een meerjarig vervangingsplan. Voor vervanging werkelijk plaatsvindt, wordt altijd eerst nog grondig gecontroleerd door een maatregeltoets op locatie, of dit ook werkelijk aan de orde is of dat uitstel en levensduur verlengend onderhoud mogelijk is in plaats van vervanging. Kwaliteit Bij het opstellen van het beheerplan en het daarin ook opgenomen vervangingsplan zijn de hierna genoemde aspecten afgewogen: • Veiligheid; • Levensduur verlengend onderhoud, en • Schoonhouden. Spelen In het ‘Besluit Veiligheid van Attractie- en Speeltoestellen’ (het Attractiebesluit) zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Indien sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel beheert altijd als eerste aansprakelijk.

Alle speelruimten en speeltoestellen zijn beoordeeld en afgezet tegen de demografische ontwikkelingen binnen de gemeente. Dit is verwoord in het Speelbeleid 2026-2030. Onderhoud en vervangingen vinden plaats op afschrijvingstermijn en als dit vanuit veiligheid (inspectie) noodzakelijk is. Bij renovatie van volledige speellocaties wordt altijd gekeken of toestellen die herbruikbaar zijn eventueel te verplaatsen zijn. - 75 - In 2025 is gestart met het renoveren van een aantal speellocaties in de openbare ruimte van Albrandswaard. In 2027 zetten we deze ontwikkeling voort met nieuwe renovatieprojecten. Waar mogelijk sluiten we hierbij aan op lopende projecten en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte. Bij de renovatie van speelplekken zetten we nadrukkelijk in op vergroening en natuurlijk spelen. Veel speelplekken bieden hiervoor kansen. Zo kan op locaties met voldoende ruimte extra groen worden toegevoegd en kunnen plekken waar weinig wordt gespeeld, waar mogelijk, worden vergroend. Met natuurlijke speelplekken vergroten we niet alleen de speelwaarde en aantrekkelijkheid van de omgeving, maar dragen we ook bij aan een klimaat adaptieve en bio diverse leefomgeving. Door meer gras, groenstroken, bosplantsoen en bomen toe te voegen, ontstaat een gevarieerdere en groenere inrichting van de wijken.

Tegelijkertijd verminderen we waar mogelijk de hoeveelheid verharding, zoals tegels, hekwerken en rubber- en kunstgrasvloeren. Bij iedere renovatie bekijken we daarom waar kansen liggen om spelen, vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit met elkaar te verbinden. Zo ontwikkelen we stap voor stap speelplekken die uitnodigen tot spelen én bijdragen aan een gezonde, groene en toekomstbestendige leefomgeving. Kwaliteit Op basis van de regelgeving worden de speeltoestellen vier keer per jaar gecontroleerd en geconstateerde afwijkingen en mankementen zo snel als mogelijk verholpen. De inspectieresultaten, reparaties en aanpassingen worden vastgelegd in een logboek. Tijdens het dagelijks onderhoud door de buitendienst wordt er op gelet dat alles schoon, heel en veilig is. Gebouwen Eind 2025 zijn de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) voor de gemeentelijke gebouwen geactualiseerd. Op basis van deze plannen is een financiële doorrekening opgesteld. Deze geeft inzicht in de verwachte kosten van planmatig onderhoud in de komende jaren en de dekking daarvan binnen de begroting en de daarvoor beschikbare onderhoudsvoorzieningen. Kwaliteit Voor het onderhoud van gemeentelijke gebouwen gelden de volgende uitgangspunten: • De gemeentelijke gebouwen worden onderhouden op conditieniveau 3. • Regulier onderhoud wordt planmatig uitgevoerd.

• Bij onderhoud worden materialen van gelijkwaardige kwaliteit toegepast. Budgetten en kredieten onderhoud/vervanging kapitaalgoederen Omschrijving | Budget/krediet | Kapitaallasten Budgetten Wegen | 857.200 excl. 744.400 kapitaallasten Riolering | 719.600 excl. 466.500 kapitaallasten Verkeersmiddelen | 230.300 excl. 10.500 kapitaallasten Groen, waterwegen en baggeren | 2.318.100 excl. 104.700 kapitaallasten Civiele kunstwerken | 73.800 Spelen | 74.200 excl. 129.400 kapitaallasten Straatreiniging | 734.300 Straatmeubilair | 58.800 Openbare verlichting | 419.300 excl. 122.400 kapitaallasten Totaal budgetten | 5.485.600 Investeringen Wegen | 2.000.000 Riolering | 1.247.000 Bruggen | 90.900 Beschoeiingen | 97.600 Speelvoorzieningen | 207.400 Openbare verlichting | 175.000 Totaal investeringen | 3.817.900 Relevante reserves Naam Reserve | Saldo per | Saldo per | Saldo per | Saldo per | Saldo per | Saldo per 01/01/2026 | 01/01/2027 | 01/01/2028 | 01/01/2029 | 01/01/2030 | 01/01/2031 Reserve Baggeren | 224.386 | 168.486 | 112.586 | 56.686 | 786 | - Reserve Grootonderhoud gebouwen | 1.285.617 | 1.063.917 | 1.262.817 | 1.461.717 | 1.660.617 | 1.859.517 1.510.003 | 1.232.403 | 1.375.403 | 1.518.403 | 1.661.403 | 1.859.517 - 76 - - 77 - Kerngegevens kapitaalgoederen Omschrijving Aantal Toelichting Groen Bomen 13.683 stuks Natuurlijke beplanting 176.177 m2 bosplantsoen, etc.

Cultuurbeplanting 107.156 m2 heesters, rozen, etc. Haag 24.291 m2 Gras 1.036.731 m2 Openbare verlichting Lichtmasten 6.074 stuks Armaturen 6.177 stuks Lichtbronnen 6.215 stuks Speelvoorzieningen Speel- en sporttoestellen 564 stuks Kunstmatige valondergronden 10.011 m2 waaronder kunstgras, rubber tegels, ecoscape, zand, boomschors en gietvloer. Schoolpleinen 9 stuks Speel- en sportplekken 118 stuks Waterhuishouding Watergang 462.819 m2 Oeverbeschoeiing 24.029 m Natuurlijke oevers 38.342 m Natuurvriendelijke oever 32 m Verhardingen Asfalt 282.836 m2 Bestrating 898.274 m2 Overige verhardingen 14.502 m2 Goot 1.493 m Kolken 11.837 stuks Verkeer Markeringen 2.914 m2 Verkeersborden 2.320 stuks Verkeersteken 1.680 stuks Civiele kunstwerken Fiets- en voetbruggen 72 stuks Overige kunstwerken 71 stuks trappen, vlonders, visplaatsen Verkeersbruggen 8 stuks Riolering Drukriolering 77.400 m Rioolput 3.685 stuks Rioolvoorziening 9 stuks Vrijvervalleiding 143.437 m Gemalen Bergbezinkvoorziening 5 stuks CVK 43 stuks Drukriool 234 stuks Groot gemaal (droog) 4 stuks Groot gemaal (nat) 38 stuks Kunstwerk 1 stuks Oppervlaktewatergemaal 2 stuks Opvoergemaal 1 stuks - 78 - Paragraaf 5 - Bedrijfsvoering Inleiding Een professionele en goed ingerichte bedrijfsvoering vormt de basis voor het realiseren van de ambities en doelstellingen uit de begroting.

In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt, conform het Besluit begroting en verantwoording (BBV), inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeentelijke organisatie dit ondersteunt. Bedrijfsvoering omvat alle processen, middelen en randvoorwaarden die nodig zijn om het gemeentelijk beleid uit te voeren en de organisatie op een beheerste manier te laten functioneren. Daarbij gaat het niet alleen om een doelmatige en doeltreffende uitvoering, maar ook om het waarborgen van kwaliteit, continuïteit en het handelen binnen de geldende wet- en regelgeving. In deze paragraaf beschrijven we de belangrijkste ontwikkelingen en thema’s die in 2027 van invloed zijn op onze bedrijfsvoering. Daarbij kijken we zowel naar de opgaven voor het komende jaar als naar ontwikkelingen die op langere termijn richting geven aan de inrichting en verdere ontwikkeling van onze organisatie. Ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie ontwikkelt zich in 2027 verder en krijgt steeds meer de beoogde vorm. Daarbij blijven we kijken naar een passende inrichting van de organisatie, de benodigde capaciteit en een effectieve inzet van mensen en middelen. In dat kader is de organisatiestructuur aangepast. Het aantal domeinen is teruggebracht van vier naar drie.

De taken van het voormalige domein Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en Dienstverlening zijn ondergebracht bij de domeinen Bestuursadvisering en -ondersteuning en Ruimte. Hiermee brengen we taken en verantwoordelijkheden logischer bij elkaar en versterken we de samenhang binnen de organisatie. Ook is de benodigde formatie opnieuw bezien, passend bij onze taken en gemeentelijke opgaven. Slim Samenwerken blijft een belangrijk uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van de organisatie. Opgaven vragen steeds vaker om samenwerking over de grenzen van teams en vakgebieden heen. We werken daarom verder aan een organisatie waarin medewerkers elkaar gemakkelijk weten te vinden, eigenaarschap nemen en vanuit de gezamenlijke opgave handelen. De kernwaarden nabijheid, eigenaarschap, opgavegericht werken en betrouwbaarheid geven hier richting aan. Ook aantrekkelijk werkgeverschap blijft belangrijk. We willen medewerkers aan onze organisatie binden en ruimte bieden voor professionele ontwikkeling. Daarmee versterken we zowel onze positie op de arbeidsmarkt als de kwaliteit en continuïteit van onze organisatie. De bedrijfsvoeringstaken blijven, met uitzondering van gemeentelijke communicatie en financieel advies, ondergebracht bij De BedrijfsvoeringsPartner.

Goede samenwerking en heldere afspraken blijven daarbij van belang voor een effectieve ondersteuning van de gemeentelijke organisatie. Personeelskosten Het begrote aantal medewerkers in dienst van de gemeente bedraagt per 1 januari 2027 174,41 FTE, waarvan 18,33 FTE als vacatureruimte. - 79 - De loonkostenbegroting is gebaseerd op het aantal formatieplaatsen en de bijbehorende werkgeverslasten. Voor overige personeelskosten, zoals vergoedingen voor woon- werkverkeer, dienstreizen en thuiswerken, gratificaties en de reservering voor spaarverlof, hanteren we vaste bedragen per fte. Voor opleidingskosten is 1% van de totale loonsom opgenomen. Naast personeelskosten zijn middelen nodig om medewerkers en teams in staat te stellen hun werkzaamheden goed uit te voeren. Het gaat hierbij onder meer om abonnementen, licenties, materialen, dienstkleding en verzekeringen. Ook deze kosten zijn in de begroting opgenomen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de totale personeelskosten van Albrandswaard in 2027. Kosten eigen organisatie Albrandswaard € 18.143.300 Kosten De Bedrijfsvoeringspartner € 7.802.950 Totaal € 25.946.250 Arbeidsmarkt Ook in 2027 blijft de situatie op de arbeidsmarkt een belangrijk aandachtspunt. Voor verschillende functies is het lastig om geschikte medewerkers te vinden en te behouden.

Dit kan van invloed zijn op de beschikbare capaciteit en daarmee op de uitvoering van onze ambities en plannen. Waar nodig maken we gebruik van externe inhuur, waarbij rekening moet worden gehouden met hogere kosten. De beschikbare personele capaciteit speelt daarom ook een rol bij het stellen van prioriteiten in projecten en investeringen. Huisvesting De beschikbare werkplekken en vergaderruimtes in het gemeentehuis zijn niet voldoende om de organisatie volledig te huisvesten. Daarom richten we in 2027 aanvullende werkplekken in op een extra locatie in De Brinkhoeve. Hiermee vergroten we de beschikbare capaciteit en zorgen we voor passende huisvesting van onze medewerkers. De gemeentewerf is momenteel gevestigd aan de Binnenbaan in Rhoon. Deze locatie wordt gehuurd totdat NV BAR-Afvalbeheer verhuist. Na het vertrek van NV BAR-Afvalbeheer is het voornemen om de gemeentewerf te verplaatsen naar de Nijverheidsweg. Rechtmatigheid Het college van burgemeester en wethouders legt in de jaarrekening verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. Hiermee geeft het college inzicht in de mate waarin de financiële beheershandelingen van de gemeente zijn uitgevoerd binnen de kaders van wet- en regelgeving en de door de gemeenteraad vastgestelde financiële kaders.

De rechtmatigheidsverantwoording richt zich in het bijzonder op drie criteria: het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. - 80 - Bij het voorwaardencriterium beoordelen we of financiële handelingen plaatsvinden in overeenstemming met de voorwaarden uit relevante wet- en regelgeving en onze eigen verordeningen en besluiten. Het gaat daarbij onder meer om voorwaarden ten aanzien van bevoegdheden, doelgroepen, termijnen, normbedragen en benodigde bewijsstukken. De gemeenteraad stelt hiervoor jaarlijks het normenkader rechtmatigheid vast. Dit normenkader vormt een belangrijke basis voor de interne controle. Het begrotingscriterium ziet op het budgetrecht van de gemeenteraad. Uitgaven en investeringen moeten plaatsvinden binnen de door de raad geautoriseerde begroting en investeringskredieten. Gedurende het jaar volgen we daarom niet alleen de financiële ontwikkeling, maar beoordelen we ook of afwijkingen tijdig aan de raad worden gemeld en, waar nodig, door middel van een begrotingswijziging worden geautoriseerd. Daarmee verbinden we rechtmatigheid nadrukkelijk aan onze reguliere planning- en controlcyclus. Bij misbruik en oneigenlijk gebruik richten we ons op het voorkomen, signaleren en corrigeren van situaties waarin gemeentelijke regelingen, middelen of eigendommen niet worden gebruikt waarvoor zij zijn bedoeld.

Beheersmaatregelen worden zoveel mogelijk ingebouwd in de reguliere werkprocessen. De periodieke beoordeling van risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik en frauderisico’s maakt onderdeel uit van onze interne beheersing. Een goede rechtmatigheidsverantwoording begint voor ons bij een goede beheersing van de processen. Daarom blijven we in 2027 werken aan het verder op orde brengen en houden van de basis: actuele procesbeschrijvingen, herkenbare risico’s, duidelijke verantwoordelijkheden en aantoonbare beheersmaatregelen. De interne controle vindt zoveel mogelijk plaats binnen de reguliere processen. Via de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) wordt onafhankelijk beoordeeld of de belangrijkste financiële processen en beheersmaatregelen in opzet en werking voldoen. Bevindingen worden besproken met de verantwoordelijke organisatieonderdelen en waar nodig vertaald naar concrete verbetermaatregelen. De verdere ontwikkeling en digitalisering van administratieve processen benutten we om beheersmaatregelen beter in de processen te verankeren en de aantoonbaarheid daarvan te vergroten. Waar nodig zijn in de begroting middelen beschikbaar om de interne beheersing, interne controle en VIC verder te ontwikkelen. Over geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen legt het college verantwoording af overeenkomstig de door de gemeenteraad vastgestelde verantwoordings- en rapportagegrenzen.

Relevante afwijkingen en de getroffen of voorgenomen verbetermaatregelen worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken. Met deze werkwijze gebruiken we de rechtmatigheidsverantwoording niet alleen als verantwoordingsinstrument achteraf, maar ook als onderdeel van het continu verbeteren van onze bedrijfsvoering. Zo versterken we de grip op onze financiële processen, ondersteunen we de controlerende rol van de gemeenteraad en dragen we bij aan een zorgvuldige, transparante en rechtmatige besteding van publieke middelen. Versterking van budgetbeheer en financiële sturing In 2027 zetten we verder in op het verbeteren van de planning, sturing en beheersing binnen de organisatie. We werken aan een efficiëntere inrichting van de Planning & Control-cyclus, waarbij de informatievoorziening beter aansluit op de behoeften van college en raad. De beschikbare informatie richt zich daarbij zoveel mogelijk op ontwikkelingen, risico’s en keuzes waarop daadwerkelijk kan worden gestuurd. - 81 - Daarnaast werken we verder aan eenduidige werkprocessen en het versterken van het bewustzijn van verantwoordelijkheden binnen de organisatie. Heldere afspraken en betrouwbare informatie dragen bij aan een goede beheersing en maken het mogelijk om tijdig bij te sturen.

Ook zetten we in op een vroegtijdige en integrale afweging bij beleidsontwikkeling, investeringen en andere belangrijke besluiten. Daarbij worden haalbaarheid, risico’s, beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit in samenhang bekeken. Zo versterken we de kwaliteit van de besluitvorming en zorgen we voor een betere aansluiting tussen ambities, beschikbare capaciteit en de uitvoering. Paragraaf 6 - Verbonden partijen Algemeen De gemeente Albrandswaard heeft de kadernota verbonden partijen vastgesteld voor de periode 2016 – 2020. Het doel van deze nota is een methodiek te ontwikkelen waarmee de bestaande verbonden partijen kunnen worden beoordeeld en aangestuurd. De nota sluit aan bij de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen die per 1 januari 2015 van kracht is en tot doel heeft de democratische legitimatie te versterken. Als de uitvoering van een publieke taak aan een verbonden partij is overgedragen, is het onvermijdelijk dat (volledige) directe invloed/sturing door de gemeente niet langer aan de orde is. Dit omdat de verbonden partij een eigen bestuur heeft waarin meerdere gemeenten zijn vertegenwoordigd. Om de invloed van de gemeente op verbonden partijen te optimaliseren is in de nota een methodiek opgenomen die deze optimalisatie van invloed moet bewerkstelligen.

De invloed van het gemeentebestuur op een verbonden partij is het grootst als deze zich richt op de voorkant van de processen van de verbonden partij. De methodiek die kan worden ingezet om de invloed passend te laten zijn bij de situatie bestaat uit: het proces van positiebepaling; een governance-scan, het bepalen van een passend aansturingsscenario en het daarbij passende instrumentarium. De BedrijfsvoeringsPartner Gemeenschappelijke regeling De | Vestigingsplaats Barendrecht | Gemeenschap- pelijke regeling BedrijfsvoeringsPartner (DBP) Deelnemende | Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. partijen Stemverhouding | 33,00% Openbaar belang | Het openbaar belang van de GR bedrijfsvoeringspartner, zoals vastgelegd in de regeling, wordt uitgedrukt in de volgende doelen: Efficiënte dienstverlening: Het samenvoegen van bedrijfsvoeringstaken leidt tot efficiëntere en kosteneffectievere processen, wat resulteert in een betere besteding van publieke middelen. Verbetering van de kwaliteit: Door specialisatie en bundeling van kennis binnen de organisatie kan de kwaliteit van de dienstverlening op het gebied van financiën, personeelszaken, informatietechnologie en juridische zaken worden verhoogd.

Flexibiliteit en innovatie: De gezamenlijke organisatie is beter in staat om te reageren op veranderingen en om te innoveren, bijvoorbeeld door de implementatie van nieuwe technologieën of werkmethoden. Bestuurlijke stabiliteit: De samenwerking zorgt voor een stabiele basis voor de bedrijfsvoering van de gemeenten, onafhankelijk van veranderingen in het lokale bestuur. Behoud van lokale identiteit: Hoewel de bedrijfsvoering is samengevoegd, behouden de afzonderlijke gemeenten hun eigen bestuurlijke en beleidsmatige autonomie. Schaalvoordelen: Door samen te werken kunnen de gemeenten gebruikmaken van schaalvoordelen, wat leidt tot lagere kosten per eenheid en een groter vermogen om te investeren in verbeteringen. Bestuurlijk | Het bestuurlijk belang van de GR De BedrijfsvoeringsPartner (voorheen de BAR Organisatie) voor de deelnemende belang | gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk is het realiseren van schaalvoordelen, het vergroten van de slagkracht, en het bieden van een kwalitatief hoogwaardige en efficiënte bedrijfsvoering. Dit stelt de gemeenten in staat zich meer te richten op hun kerntaken en beleidsontwikkeling. Actuele | Geen.

ontwikkelingen Financiele postitie - verbonden | Financieel belang - gemeente partij 1 januari 2027 | 31 december 2027 Eigen vermogen | 734 | 734 Aandelen kapitaal | 0 Vreemd | 3.695 | 3.571 Leningen/garantstellingen | 0 vermogen Resultaat 2027 | 0 Bijdrage gemeente 2027 | 7.800 Risico's | Uitvoering/implementatie van nieuwe wet- en regelgeving, informatie beveiliging, ver(der)gaande digitalisering van de werkprocessen en dienstverlening. Voldoende en gekwalificeerd personeel om de opdrachten en (wettelijke) taken en opgaven uit te voeren. Sturingscenario | Chauffeur bedragen x € 1.000 - 82 - BNG NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) | Vestigingsplaats Den Haag | Naamloze vennootschap Deelnemende | 354 gemeenten partijen Stemverhouding | 0,006% Openbaar | BNG is de bank van en voor overheden en voor instellingen met een maatschappelijk belang. De bank draagt belang | duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Ze verstrekt krediet tegen lage tarieven aan of onder garantie van Nederlandse overheden. De klanten zijn overwegend overheden en instellingen op het gebied van volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en openbaar nut. Onze gemeente neemt deel in het aandelenkapitaal van de BNG vanwege dit maatschappelijk belang en dus niet primair uit een oogpunt van geldbelegging. Bestuurlijk | Aandeelhouder.

Vertegenwoordiging in de Algemene vergadering van Aandeelhouders via wethouder Financiën. belang Actuele | De vraag naar publieke financiering blijft hoog door investeringen in woningbouw, duurzaamheid en infrastructuur. ontwikkelingen | Tegelijkertijd blijven renteontwikkelingen en economische onzekerheid bepalend voor de financieringsmarkt. Financiele postitie - verbonden | Financieel belang - gemeente partij 1 januari 2027 | 31 december 2027 Eigen vermogen | nb | nb | Aandelen kapitaal | 11 Vreemd | nb | nb | Leningen/garantstellingen | 0 vermogen Resultaat 2027 | nb | Bijdrage gemeente 2027 | 0 Risico's | De belangrijkste risico's voor BNG Bank zijn rente- en marktrisico's, kredietrisico's en geopolitieke en economische onzekerheden. Door haar sterke kapitaal- en liquiditeitspositie en prudent risicobeheer zijn deze risico's beheersbaar. Sturingscenario | Achterbank bedragen x € 1.000 Centrum Jeugd & Gezin Rijnmond Centrum Jeugd & Gezin Rijnmond (CJG) | Vestigingsplaats Rotterdam | Stichting Deelnemende | De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, partijen | Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3858/documents/36344