CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

62. Raadsvoorstel 2026-034866 Programmabegroting 2027 Albrandswaard en meerjarenraming 2028-2030.pdf

Gemeenteraad AW 12 oktober 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken34.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.038.100 | 1.667.400 | 370.700 Baten 6.1 - Sport | 416.900 | 447.900 | 31.000 Totaal Baten | 416.900 | 447.900 | 31.000 Saldo baten en lasten | -1.621.200 | -1.219.500 | 401.700 - 27 - - 28 - Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 6.1 De lasten voor Sporthal Rhoon zijn ca. € 150.000 lager dan 2026. Dit heeft te maken met de uitvoering van het MJOP (Meerjaren onderhoudsplan), waar nog geen budget voor beschikbaar is gesteld in 2027. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 6.1 Alle mutaties zijn < € 50.000. Beleidsindicatoren Nr. Indicator Beschrijving indicator AW NL* Cijfers over 1 Niet-sporters (bron: gezondheidsmonitor volwassenen, GGD'en, CBS en RIVM) Het percentage niet-wekelijkse sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. 42,2% 42,5% 2024 Waar staat je gemeente d.d. augustus 2026 * Klasse matig stedelijk Programma 7 - Sociaal Domein Inleiding Iedereen in Albrandswaard moet prettig, veilig en gezond kunnen wonen, opgroeien en ouder worden. De betrokkenheid van inwoners, het verenigingsleven en het dorpse karakter vormen daarvoor een sterke basis.

Tegelijkertijd nemen de maatschappelijke uitdagingen toe: vergrijzing, mentale druk onder jongeren, financiële problemen en een groeiende vraag naar zorg en ondersteuning, terwijl personeel en middelen schaars zijn. We willen dat inwoners zoveel mogelijk zelfstandig blijven, regie houden over hun eigen leven en kunnen meedoen. Daarom zetten we in op preventie, ondersteuning dichtbij en op maat en sterke sociale netwerken in onze dorpen. We verbinden zorg, welzijn, spo | rt, onderwijs, werk en inkomen en nemen als gemeente waar nodig de regie. Gezien de omvang van de opgaven maken we binnen de beschikbare middelen duidelijke keuzes in prioriteiten en werkwijze. De uitwerking van speerpunten voor dit programma volgt in het nieuwe collegewerkprogramma.

Wat mag het kosten? Programma | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 Sociaal Domein | na wijziging Lasten 7.1 - | 6.953.598 | 5.172.100 | 5.860.500 | 5.879.400 | 5.908.600 | 5.938.200 Maatschappelijke Ondersteuning 7.2 - Kwetsbare | 1.676.111 | 1.678.800 | 1.235.800 | 1.251.000 | 1.265.200 | 1.279.500 Groepen 7.3 - Participatie | 10.704.864 | 10.780.960 | 9.425.660 | 9.417.160 | 9.457.560 | 9.507.160 7.4 - Jeugdzorg | 8.945.553 | 9.718.100 | 10.080.400 | 10.183.000 | 10.296.400 | 10.424.300 7.5 - Zorg & Welzijn | 1.597.754 | 1.018.300 | 635.000 | 643.900 | 643.500 | 643.100 7.6 - Wijkteams | 1.834.273 | 1.848.900 | 2.069.800 | 2.085.700 | 2.100.100 | 2.115.300 Totaal Lasten | 31.712.153 | 30.217.160 | 29.307.160 | 29.460.160 | 29.671.360 | 29.907.560 Baten 7.1 - | 1.072.308 | 646.800 | 207.600 | 207.600 | 207.600 | 207.600 Maatschappelijke Ondersteuning 7.2 - Kwetsbare | 1.782.049 | 1.711.500 | 0 | 0 | 0 | 0 Groepen 7.3 - Participatie | 6.648.730 | 7.053.910 | 5.729.210 | 5.729.210 | 5.729.210 | 5.729.210 7.4 - Jeugdzorg | 261.934 | 0 | 210.000 | 210.000 | 210.000 | 210.000 7.5 - Zorg & Welzijn | 424.651 | 210.200 | 192.000 | 192.000 | 192.000 | 192.000 7.6 - Wijkteams | 91.317 | 14.600 | 14.100 | 14.100 | 14.100 | 14.100 Totaal Baten | 10.280.988 | 9.637.010 | 6.352.910 | 6.352.910 | 6.352.910 | 6.352.910 Saldo

baten en | -21.431.166 | -20.580.150 | -22.954.250 | -23.107.250 | -23.318.450 | -23.554.650 lasten Onttrekkingen | 2.425.311 | 224.600 | 35.000 | 35.000 | 35.000 | 35.000 Stortingen | 1.584.848 | 44.000 | 34.000 | 34.000 | 34.000 | 34.000 Mutaties reserves | 840.463 | 180.600 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 Totaal programma | -20.590.703 | -20.399.550 | -22.953.250 | -23.106.250 | -23.317.450 | -23.553.650 7 - 29 - Verklaring van verschillen Verschillen programma 7 ten opzichte van | Begroting 2026 na | Begroting 2027 | Verschil 1e tr 2026 - gewijzigde begroting 2026 | wijziging | Begroting 2027 Lasten 7.1 - Maatschappelijke Ondersteuning | 5.172.100 | 5.860.500 | -688.400 7.2 - Kwetsbare Groepen | 1.678.800 | 1.235.800 | 443.000 7.3 - Participatie | 10.780.960 | 9.425.660 | 1.355.300 7.4 - Jeugdzorg | 9.718.100 | 10.080.400 | -362.300 7.5 - Zorg & Welzijn | 1.018.300 | 635.000 | 383.300 7.6 - Wijkteams | 1.848.900 | 2.069.800 | -220.900 Totaal Lasten | 30.217.160 | 29.307.160 | 910.000 Baten 7.1 - Maatschappelijke Ondersteuning | 646.800 | 207.600 | -439.200 7.2 - Kwetsbare Groepen | 1.711.500 | 0 | -1.711.500 7.3 - Participatie | 7.053.910 | 5.729.210 | -1.324.700 7.4 - Jeugdzorg | 0 | 210.000 | 210.000 7.5 - Zorg & Welzijn | 210.200 | 192.000 | -18.200 7.6 - Wijkteams | 14.600 | 14.100 | -500 Totaal Baten | 9.637.010 | 6.352.910 | -3.284.100 Saldo baten en lasten |

-20.580.150 | -22.954.250 | -2.374.100 - 30 - Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Personeelslasten Als gevolg van het inrichten van onze eigen personeelsbegroting hebben we in het Sociaal Domein vanaf 1-1-2027 de volgende teams: - Beleid & Advies Sociaal; - Staf Sociaal Domein; - Jeugd, en - Volwassenen. In totaal gaat het om 48,86 fte. Voor deze teams hebben we € 4.990.300 begroot in 2027. Deze kosten worden, net als de DBP-bijdrage, verdeeld over de programma's middels een procentuele verdeelsleutel. Lasten 7.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de lasten € 479.000 lager i.v.m. 2026. De lasten m.b.t. de diverse WMO-voorzieningen nemen daarentegen naar verwachting met ca. € 800.000 toe, met name door toenemend zorggebruik, hogere tarieven en het uitstel van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Verder wordt in 2027 voor ca. € 361k meer doorverdeeld aan dit subprogramma t.o.v. 2026. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.2 De lasten voor de opvang van Oekraïnse vluchtelingen zijn nog niet begroot in 2027. Dit zorgt voor een voordelig effect van € 845.000. Hier staat tegenover dat er in vergelijking met 2026 ca. € 400.000 meer wordt doorbelast aan dit subprogramma, vanuit de DBP-bijdrage en de eigen loonkosten.

Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € | 50.000. 7.3 In 2026 zijn de lasten van de Wet BUIG voor dat jaar met ca. € | 1,8 mio bijgesteld. Voor 2027 en verder bedroeg de bijstelling € | 350.000. De lasten zijn hierdoor in 2027 ongeveer € 1,5 mio lager dan in 2026. Hier staat tegenover dat in 2027 | ca. € 125.000 meer wordt doorbelast vanuit de DBP-bijdrage en de eigen loonkosten naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € | 50.000. 7.4 De lasten voor lokale en regionale jeugdzorg tezamen met ca. € | 95.000 toe. Daarnaast nemen de lasten voor jeugdgezondheidzorg met ongeveer € | 55.000 toe, waarmee we de begroting van het CJG blijven volgen. Tot slot wordt er vanuit de DBP | -bijdrage en de eigen personeelsbegroting, ca. € 131.000 meer doorbelast naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.5 In 2027 wordt € 357.100 minder vanuit de DBP-bijdrage en de eigen loonkosten doorbelast naar dit subprogramma. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.6 Het budget voor de inzet in wijkteams is ca. € 150.000 hoger dan vorig jaar, wat met name komt door de verwerking van cao-effecten en indexaties. Verder wordt in 2027 ca. € 70.000 meer doorbelast naar dit subprogramma.

Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. Baten 7.1 Vanwege het nog niet verwerkt zijn van de diverse SPUK-regelingen in de begroting, zijn de baten (net als de lasten) € 479.000 lager vergeleken met 2026. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. 7.2 In 2026 zijn de baten m.b.t. de Oekraïne-regeling begroot. Voor 2027 is dat nog niet gedaan, waardoor de baten op € 0 staan in dit subprogramma. 7.3 De afname in de baten wordt kan voornamelijk verklaard vanuit de Wet BUIG. De baten zijn in 2026 positief bijgesteld met ca. € 1,3 mio. Voor 2027 is een dergelijke bijstelling (nog) niet gedaan. Het restant wordt verklaard door individueel kleinere mutaties van < € 50.000. - 31 - 7.4 De te ontvangen subsidies m.b.t. de DUVO-regeling (Decentralisatie regeling vrouwenopvang) en de VT-regeling (Veilig Thuis) zijn structureel, maar waren nog niet begroot. Dit is vanaf 2027 wel gedaan, en zorgt voor een toename in de baten van € 210.000. 7.5 Alle mutaties zijn < € 50.000. 7.6 Alle mutaties zijn < € 50.000. Beleidsindicatoren Nr. Indicator | Beschrijving indicator | AW | NL* | Cijfers over 1 | Banen (bron: CBS/LISA) | Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen | 603,8 | 858,8 | 2025 zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten.

Betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. 2 | Jongeren met een delict | Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de | 1% | 1% | 2023 voor de rechter (bron: CBS) | rechter is verschenen. 3 | Kinderen in | Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een | 3% | 6% | 2024 uitkeringsgezinnen (bron: | bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een CBS) | huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. 4 | Netto arbeidsparticipatie | Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van | 76,2% 73,2% | 2025 (bron: CBS) | de (potentiële) beroepsbevolking. 5 | Jeugdwerkloosheid (bron: | Percentage personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan | 1% | 2% | 2024 CBS) | ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. 6 | Personen met een | Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en | 198,4 281,2 | 2025 bijstandsuitkering (bron: | bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015), exclusief CBS) | uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling en dak | - en thuislozen. Betreft het aantal personen per 10.000 inw | oners.

7 | Aantal re- | Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de | 134,3 217,8 | 2025 integratievoorzieningen | leeftijd van 15-64 jaar. (bron: CBS) 8 | Jongeren met jeugdhulp | Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle | 12,0% 13,7% | 2025 (bron: CBS) | jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). 9 | Jongeren met | Betreft percentage jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de | 0,3% | 1,0% | 2025 jeugdbescherming (bron: | verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd CBS) | hebben gekregen. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. 10 Jongeren met | Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een | 0,2% | 0,4% | 2025 jeugdreclassering (bron: | jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12 | -23 CBS) | jaar). 11 Wmo-cliënten met een | Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een | 580 | 720 | 2025 maatwerkarr. (bron: CBS) | maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

Waar staat je gemeente augustus 2026 * | Klasse matig stedelijk Kerngegevens Sociale structuur | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 Aantal inwoners | 26.573 | 26.599 | 26.757 Aantal inwoners tot 20 jaar | 6.006 | 6.023 | 6.055 Aantal inwoners 65 jaar en ouder | 5.322 | 5.282 | 5.315 - 32 - Niet in voorgaande programma's verantwoorde baten en lasten Inleiding Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV) gewijzigd. Een van de wijziging betreft het verantwoorden van algemene baten en lasten in de begroting en jaarrekening. Baten en lasten die direct verbandhouden met activiteiten die gericht zijn op de externe klant, worden verantwoord in de programma’s. Dit betekent dat alleen de baten en lasten die betrekking hebben op het primaire proces in de programma’s worden opgenomen. Baten en lasten die hier niet onder vallen, worden buiten de programma’s gehouden. Het gaat hierbij om overheadkosten, algemene dekkingsmiddelen, Vennootschapsbelasting en onvoorzien. Zo komt er meer inzicht in de omvang van de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder. 1. Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen relatie hebben met een bepaalde activiteit.

Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de taakvelden 0.5 Treasury, 0.61 OZB woningen, 0.62 OZB niet-woningen, 0.64 Belasting overig en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds. Wat mag het kosten? Algemene | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 dekkingsmiddelen | na wijziging Lasten 9.1 - Algemene | 1.162.704 | 500.500 | 471.200 | 535.000 | 529.300 | 623.000 dekkingsmiddelen Totaal Lasten | 1.162.704 | 500.500 | 471.200 | 535.000 | 529.300 | 623.000 Baten 9.1 - Algemene | 54.157.146 | 54.610.200 | 57.101.700 | 56.895.300 | 58.299.400 | 61.216.500 dekkingsmiddelen Totaal Baten | 54.157.146 | 54.610.200 | 57.101.700 | 56.895.300 | 58.299.400 | 61.216.500 Totaal baten en | 52.994.442 | 54.109.700 | 56.630.500 | 56.360.300 | 57.770.100 | 60.593.500 lasten Totaal Algemene | 52.994.442 | 54.109.700 | 56.630.500 | 56.360.300 | 57.770.100 | 60.593.500 dekkingsmiddelen Verklaring van verschillen Verschillen algemene dekkingsmiddelen ten | Begroting 2026 na | Begroting 2027 | Verschil 1e tr 2026 - opzichte van gewijzigde begroting 2026 | wijziging | Begroting 2027 Lasten 9.1 - Algemene dekkingsmiddelen | 500.500 | 471.200 | 29.300 Totaal Lasten | 500.500 | 471.200 | 29.300 Baten 9.1 - Algemene dekkingsmiddelen | 54.610.200 | 57.101.700 | 2.491.500 Totaal Baten | 54.610.200 | 57.101.700 | 2.491.500

Saldo baten en lasten | 54.109.700 | 56.630.500 | 2.520.800 - 33 - Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 9.1 De afname van de lasten wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere te verwachten rentelasten, als gevolg van het niet hoeven aantrekken van langlopende financiering ten behoeve van investeringen. Dit komt door de te ontvangen WOKT-subsidie (Woningbouw op Korte Termijn), die is toegekend vanuit het Rijk (ca. € 17,5 mio). Hierdoor is de gemeente naar verwachting ongeveer € 360.000 minder kwijt aan rentelasten. Daarnaast wordt er minder rente toegerekend aan dit programma, waardoor de lasten toenemen met ca. € 300.000. Het restant wordt verklaard door mutaties < € 50.000. Baten 9.1 De toename in de baten komt onder meer door hogere te verwachten rente | -inkomsten vanuit het schatkistbankieren (+ ca. € 66.000) vanuit het Rijk. Verder ontvangen we meer geld vanuit het Rijk via het Gemeentefonds (+ € 1,8 mio) en nemen ook de OZB-inkomsten toe (+ € 658.000), op basis van areaaluitbreiding en de verhoogde indexering op niet | - woningen van 5% (2027 is het laatste jaar waarbij met dit percentage wordt gerekend). Het restant wordt verklaard door mutaties < € 50.000.

Uitsplitsing lokale heffingen Lokale heffingen | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 na wijziging Lasten | 333.932 | 302.000 | 352.000 | 362.000 | 369.000 | 377.000 Baten | 8.610.459 | 8.768.000 | 9.426.000 | 9.758.000 | 10.198.000 | 10.713.000 Saldo lokale | 8.276.527 | 8.466.000 | 9.074.000 | 9.396.000 | 9.829.000 | 10.336.000 heffingen Uitsplitsing algemene uitkering Algemene | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 uitkering | na wijziging Baten | 45.209.738 | 45.538.000 | 47.329.800 | 46.854.500 | 47.819.500 | 50.093.900 Saldo Algemene | 45.209.738 | 45.538.000 | 47.329.800 | 46.854.500 | 47.819.500 | 50.093.900 uitkering Uitsplitsing dividend Dividend | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 na wijziging Lasten | 7.570 | 8.400 | 1.200 | 4.600 | 4.600 | 4.600 Baten | 257.325 | 325.500 | 300.500 | 300.500 | 300.500 | 300.500 Saldo dividend | 249.755 | 317.100 | 299.300 | 295.900 | 295.900 | 295.900 - 34 - Saldo financieringsfunctie Het saldo van de betaalde rente en de ontvangen rente wordt door middel van het renteomslagpercentage via de kapitaallasten doorberekend aan de taakvelden.

Deze doorberekening is gebaseerd op de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari x het renteomslagpercentage. Het percentage wordt berekend bij het opstellen van de begroting, waarbij uitgegaan wordt van de geraamde boekwaarde van de vaste activa en de geraamde rente. Het saldo van de financieringsfunctie betreft het verschil tussen rentelasten van de geldleningen OG (verminderd met de eventueel ontvangen rente) en de doorbelaste rentelasten naar de taakvelden. Uitsplitsing saldo financieringsfunctie Financieringsfunctie | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 na wijziging Lasten | 136.919 | 244.500 | 172.400 | 222.800 | 210.100 | 295.800 Baten | 163.798 | 109.100 | 175.800 | 109.100 | 109.100 | 109.100 Saldo | 26.879 | -135.400 | 3.400 | -113.700 | -101.000 | -186.700 financieringsfunctie Beleidsindicatoren Nr. Indicator | Beschrijving indicator | AW | NL* | Cijfers over 1 Gemiddelde WOZ-waarde (bron: CBS) | De gemiddelde WOZ waarde van woningen in | 511 | 439 | 2026 duizenden euro's. 2 Gemeentelijke woonlasten | Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een | 993 | 2026 eenpersoonshuishouden (bron: COELO) | éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

| 1.093 3 Gemeentelijke woonlasten | Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een | 2026 meerpersoonshuishouden (bron: COELO) | meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten | 1.308 1.091 Waar staat je gemeente augustus 2026 * Klasse matig stedelijk - 35 - 2. Overhead Inleiding Overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV artikel 1 lid 2). In de notitie Overhead van de commissie BBV is aangegeven welke baten en lasten verantwoord worden onder overheadkosten. In het kort komt het erop neer dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden: - Directe kosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend aan de desbetreffende taakvelden en programma’s; - Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead; - Sturende taken vervult door hiërarchische leidinggevende behoren tot de overhead, en - De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. De baten en lasten voor overhead zijn verantwoord op het taakveld 0.4 Overhead.

Wat mag het kosten? Overhead | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 na wijziging Lasten 9.2 - Overhead | 12.371.131 | 12.160.000 | 12.631.900 | 12.828.800 | 12.972.400 | 13.154.500 Totaal Lasten | 12.371.131 | 12.160.000 | 12.631.900 | 12.828.800 | 12.972.400 | 13.154.500 Baten 9.2 - Overhead | 331.523 | 390.900 | 394.600 | 387.400 | 389.200 | 133.800 Totaal Baten | 331.523 | 390.900 | 394.600 | 387.400 | 389.200 | 133.800 Totaal baten en | -12.039.607 | -11.769.100 | -12.237.300 | -12.441.400 | -12.583.200 | -13.020.700 lasten Saldo overhead | -12.039.607 | -11.769.100 | -12.237.300 | -12.441.400 | -12.583.200 | -13.020.700 Verklaring van verschillen Verschillen overhead ten opzichte van | Begroting 2026 na | Begroting 2027 | Verschil 1e tr 2026 - gewijzigde begroting 2026 | wijziging | Begroting 2027 Lasten 9.2 - Overhead | 12.160.000 | 12.631.900 | -471.900 Totaal Lasten | 12.160.000 | 12.631.900 | -471.900 Baten 9.2 - Overhead | 390.900 | 394.600 | 3.700 Totaal Baten | 390.900 | 394.600 | 3.700 Saldo baten en lasten | -11.769.100 | -12.237.300 | -468.200 - 36 - - 37 - Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Lasten 9.2 De totale lasten vanuit DBP zijn toegenomen t.o.v. vorig jaar.

Op basis van de nieuwe procentuele verdeelsleutel, worden verhoudingsgewijs iets minder lasten toegerekend aan overhead (-/- ca. € 195.000), en meer aan programma 1 (+ € 467.000). Daarnaast wordt er, op basis van de nieuwe doorverdeling van de eigen loonkosten en de DBP-bijdrage naar de verschillende taakvelden, ongeveer € 673.000 meer toegerekend aan overhead. Het restant wordt verklaard door mutaties < € 50.000. Baten 9.2 Alle mutaties zijn kleiner dan € 50.000. 3. Vennootschapsbelasting (Vpb) Inleiding Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitgesplitst is, wordt de eventueel af te dragen Vpb- heffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9.

Wat mag het kosten? Vennootschapsbelasting | Realisatie 2025 Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 na wijziging Lasten 9.3 - Vennootschapbelasting | 3.144 | 7.200 | 0 | 0 | 12.000 | 19.000 Totaal Lasten | 3.144 | 7.200 | 0 | 0 | 12.000 | 19.000 Totaal saldo | -3.144 | -7.200 | 0 | 0 | -12.000 | -19.000 vennootschapsbelasting Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Er zijn geen individuele verschillen groter dan € 50.000. Vanaf 2029 gaan de te verwachten lasten toenemen, als gevolg van de verwachte positieve resultaten in de lopende grondexploitaties, met name in De Omloop. - 38 - - 39 - 4. Onvoorzien Inleiding In de begroting is de post onvoorziene lasten opgenomen met een budget van € 0. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat mag het kosten? Onvoorzien Realisatie 2025 Begroting 2026 na wijziging Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 Lasten 9.4 -Onvoorzien 0 0 0 0 0 0 Totaal baten en lasten 0 0 0 0 0 0 Saldo onvoorzien 0 0 0 0 0 0 Verschilverklaring Hieronder zullen individuele verschillen groter dan € 50.000 nader worden toegelicht. Er zijn geen individuele verschillen groter dan € 50.000. 3.

PARAGRAFEN Paragraaf 1 - Lokale heffingen Deze paragraaf bevat informatie over de gemeentelijke belastingen en heffingen, waaronder het beleid, de opbrengstramingen, de tarieven, het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk over de periode 2027-2030. Woonlasten en tarieven belastingen en heffingen De gemeentelijke woonlasten worden gevormd door de uitgaven van inwoners aan de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De OZB is een algemene belasting waarvan de opbrengsten worden toegevoegd aan de algemene dekkingsmiddelen en daarmee vrij besteedbaar zijn. Daarnaast zijn er gebonden heffingen die volledig worden aangewend voor de uitvoering van specifieke gemeentelijke taken. Dit betreft de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en retributies. Het beleid is erop gericht dat de tarieven de kosten volledig dekken, met uitzondering van de tarieven voor lijkbezorgingsrechten. Deze kosten omvatten tevens de toerekenbare compensabele btw, mutaties in voorzieningen en toerekenbare overheadkosten. Algemene (beleids)ontwikkelingen Benchmark woonlasten Voor de benchmark van de woonlasten wordt gebruikgemaakt van de publicaties van het Centrum voor Onderzoek naar de Economie van de Lagere Overheden (COELO).

Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen tussen Albrandswaard en de omliggende gemeenten inzichtelijk. Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht geeft de tarieven van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente weer, evenals het cumulatieve bedrag van deze drie heffingen, als representatie van de totale woonlasten per gemeente. Kostenonderbouwing tarieven In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen voor de berekening van de gebonden heffingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten c.q. opbrengsten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Het dekkingspercentage van het betreffende taakveld wordt hiermee weergegeven. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaal overzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen.

Gemeentelijke belastingen | Begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelastingen | 8.768.000 | 9.426.000 | 9.758.000 | 10.198.000 | 10.713.000 Gebonden heffingen | Begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Afvalstoffenheffing | 4.442.400 | 4.883.300 | 4.940.200 | 5.212.800 | 5.235.400 Rioolheffing | 3.421.400 | 3.688.400 | 3.743.200 | 3.774.100 | 3.807.300 - 40 - De geraamde opbrengsten zijn een gevolg van de tariefstelling en het aantal heffingseenheden. OZB tarieven 2027 Onroerende zaakbelastingen De onroerendezaakbelasting (OZB) wordt berekend als een percentage van de WOZ- waarde. Bij het bepalen van het OZB-tarief wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Voor de begrotingsjaren 2027–2030 wordt vervolgens een indexatie van 3% toegepast. De opbrengst uit areaaluitbreiding door nieuwbouw komt hier nog bovenop. De komende periode wordt nagegaan of deze indexatie, in relatie tot de inflatie van de afgelopen jaren, nog reëel is.

OZB-tarieven 2027 Op basis van het voorgaande en door SVHW aangeleverde WOZ-waardeontwikkeling zien de OZB-tarieven voor 2027 er als volgt uit: Onroerende zaakbelastingen | 2026 | 2027 (als percentage van de WOZ-waarde) Eigenaren woningen | 0,0959% | 0,0909% Eigenaren niet-woningen | 0,4167% | 0,4371% Gebruikers niet-woningen | 0,3456% | 0,3624% Afvalstoffenheffing tarieven 2027 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente Albrandswaard maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen.

Onderbouwing kostendekkende tarieven De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Afvalstoffenheffing Omschrijving | 2027 Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 3.983.700 Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | -230.100 Netto kosten van de activiteit | 3.753.600 Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten | 377.700 Overhead, inclusief (omslag)rente | 310.700 Compensabele BTW | 723.100 Totale kosten | 5.165.100 Opbrengst afvalstoffenheffing | 4.883.300 Onttrekking voorziening beklemde middelen | 281.800 Totale opbrengsten | 5.165.100 Kostendekkendheid inclusief voorziening | 100% Dekking uit tariefopbrengst | 95% Op basis van bovenstaand dekkingspercentage zien de tarieven voor 2027, in vergelijking met 2026, er als volgt uit: - 41 - Afvalstoffenheffing | 2026 | 2027 Eenpersoonshuishouden (vast tarief) | 262,44 | 280,81 Tweepersoonshuishouden (vast tarief) | 341,04 | 364,91 Meerpersoonshuishouden (vast tarief) | 360,48 | 385,71 Variabel tarief container 240 liter | 5,00 | 5,00 Variabel tarief 60 liter | 1,26 | 1,26 Variabel tarief 30 liter | 0,63 | 0,63 Rioolheffing tarieven 2027 Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken.

Voor de | rioolheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor | gevormde voorzieningen. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Rioolheffing Omschrijving | 2027 Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 1.771.300 Inkomsten van activiteit, exclusief heffingen | -39.600 Dotatie aan voorziening vervaning riolering | 1.247.000 Netto kosten van de activiteit | 2.978.700 Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten | 364.500 Overhead, inclusief (omslag)rente | 442.700 Compensabele BTW | 566.500 Totale kosten | 4.352.400 Opbrengst rioolheffing | 3.695.400 Onttrekking voorziening beklemde middelen | 657.000 Totale opbrengsten | 4.352.400 Kostendekkendheid inclusief voorziening | 100% Dekking uit tariefopbrengst | 85% Op basis van bovenstaand dekkingspercentage zien de tarieven voor 2027, in vergelijking met 2026, er als volgt uit: Rioolheffing | 2026 | 2027 Eenpersoonshuishouden | 231,84 | 247,61 Meerpersoonshuishouden | 309,12 | 330,45 Lijkbezorging tarieven 2027 Lijkbezorging Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Rhoon en Poortugaal worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten.

De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: - 42 - Lijkbezorgingsrechten Omschrijving | 2027 Lasten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 760.200 Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - Netto kosten van de activiteit | 760.200 Overhead, inclusief omslagrente | 476.520 Totale kosten | 1.236.720 Opbrengst lijkbezorgingsrechten | 264.400 Dekkingspercentage | 21% Op basis van bovenstaand dekkingspercentage zien de tarieven voor 2027, in vergelijking met 2026, er als volgt uit: Lijkbezorging | 2026 | 2027 Particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar | 1.900 | 1.957 Particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar | 3.725 | 3.835 Particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar | 3.725 | 3.836 Begraafkosten (personen vanaf 18 jaar) | 1.450 | 1.493 Afkoop van verplichte onderhoudskosten 1 diep (20 jaar) | 4.620 | 4.758 Leges De algemene verhoging als gevolg van prijsindexering van de overige gemeentelijke heffingen bedraagt in beginsel 3%. Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen.

Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het h | oger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: - 43 - Leges Hoofdstuk/Paragraaf | Kosten | Overhead | BTW | Lasten | Baten | Dekking taakveld 1.

Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand | 69.083 | 16.704 | 85.786 | 83.600 | 97% Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart | 414.306 | 167.871 | 582.177 | 431.900 | 74% Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen | 78.879 | 39.975 | 118.853 | 110.000 | 93% Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen | 76.058 | 1.481 | 77.539 | 17.700 | 23% in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken | 1.798 | 1.708 | 3.507 | 4.500 | 128% Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten | 72.277 | 21.829 | 94.106 | 38.900 | 41% Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal Algemene Dienstverlening | 712.400 | 249.600 | - | 962.000 | 686.600 | 71% Hoofdstuk/Paragraaf | Kosten | Overhead | BTW | Lasten | Baten | Dekking taakveld 2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet 2.3. Omgevingsvergunning | 731.600 | 308.700 | 27.636 | 1.067.936 | 448.200 | 42% Totaal Algemene Dienstverlening ihkv Omgevingswet | 731.600 | 308.700 | 27.636 | 1.067.936 | 448.200 | 42% Hoofdstuk/Paragraaf | Kosten | Overhead | BTW | Lasten | Baten | Dekking taakveld 3.

Diensten waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is Paragraaf 3.1 - Horeca | 1.119 | 1.063 | 2.182 | 2.800 | 128% Paragraaf 3.2 - Gereserveerd Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt | - | - | - | 500 | 100% Paragraaf 3.5 - Standplaatsen | 11.100 | 190 | 11.290 | 100 | 1% Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit | 40 | 38 | 78 | - | 0% Totaal Dienstverlening Europese Richtlijn | 12.300 | 1.300 | - | 13.500 | 3.400 | 25% KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL | 1.456.300 | 559.600 | 27.636 | 2.043.436 1.138.200 | 56% Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Indien een inwoner van Albrandswaard moeite heeft om zijn belasting te voldoen, kan hij in aanmerking komen voor kwijtschelding, waardoor de betreffende belasting niet betaald hoeft te worden. Het behandelen van verzoeken om kwijtschelding verloopt via het | SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op het vaste tarief van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten.

In de begroting 2027 zijn de volgende bedragen voor kwijtschelding opgenomen: Kwijtschelding | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Afvalstoffenheffing | 98.600 | 98.600 | 98.600 | 98.600 | 98.600 Rioolheffing | 100.000 | 100.000 | 100.000 | 100.000 | 100.000 Totaal | 198.600 | 198.600 | 198.600 | 198.600 | 198.600 - 44 - Overzicht belastingdruk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt: Omschrijving | 2025 | 2026 | 2027 | Afwijking + = stijging en - = daling van lasten | Absoluut | In % A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik | € 227,04 | € 231,84 | € 247,61 | € 15,77 7% Afval** | € 257,04 | € 262,44 | € 280,81 | € 18,37 7% Totaal | € 484,08 | € 494,28 | € 528,42 | € 34,14 7% B1: Tweepersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik | € 302,76 | € 309,12 | € 330,45 | € 21,33 7% Afval (tweepersoons)** | € 334,08 | € 341,04 | € 364,91 | € 23,87 7% Totaal | € 636,84 | € 650,16 | € 695,36 | € 45,20 7% B2: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik | € 302,76 | € 309,12 | € 330,45 | € 21,33 7% Afval (meerpersoons)** | € 353,04 | € 360,48 | € 385,71 | € 25,23 7% Totaal | € 655,80 | € 669,60 | € 716,16 | € 46,56 7% C:

Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ | -waarde van € 621.900* Rioolgebruik | € 227,04 | € 231,84 | € 247,61 | € 15,77 7% Afval** | € 257,04 | € 262,44 | € 280,81 | € 18,37 7% OZB-eigendom | € 532,98 | € 548,93 | € 565,39 | € 16,46 3% Totaal | € 1.017,06 € 1.043,21 € 1.093,81 | € 50,60 5% D1: Tweepersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ | -waarde van € 621.900* Rioolgebruik | € 309,12 | € 309,12 | € 330,45 | € 21,33 7% Afval (tweepersoons)** | € 334,08 | € 341,04 | € 364,91 | € 23,87 7% OZB-eigendom | € 532,98 | € 548,93 | € 565,39 | € 16,46 3% Totaal | € 1.176,18 € 1.199,09 € 1.260,75 | € 61,66 5% D2: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 621.900* Rioolgebruik | € 309,12 | € 309,12 | € 330,45 | € 21,33 7% Afval (meerpersoons)** | € 353,04 | € 360,48 | € 385,71 | € 25,23 7% OZB-eigendom | € 532,98 | € 548,93 | € 565,39 | € 16,46 3% Totaal | € 1.195,14 € 1.218,53 € 1.281,55 | € 63,02 5% *OZB-grondslag voor 2025 en 2026 is de gemiddelde WOZ | -waarde uit Coelo. OZB 2027 uitgaande van 8,65% stijging WOZ en concept tarief 2027. ** Bovenop dit tarief komt het variabel tarief per aanbieding/lediging per zak (60 ltr of 30 ltr)) á € 1,26 resp. € 0,63 of per container á € 5,00. Albrandswaard ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2027 zijn nog niet beschikbaar.

Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten in 2026. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Albrandswaard en omliggende gemeenten inzichtelijk. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning. - 45 - tarieven MPH per gemeenten 2026 afvalstoffenheffing | rioolheffing | OZB-tarief | gem. woning-waarde | woonlasten* Albrandswaard | 439 | 309 | 0,0959% | 583.000 | 1.308 Barendrecht | 532 | 294 | 0,0824% | 550.000 | 1.279 Hendrik-Ido-Ambacht | 452 | 237 | 0,0859% | 523.000 | 1.139 Ridderkerk | 430 | 235 | 0,0834% | 444.000 | 1.035 Zwijndrecht | 386 | 346 | 0,0801% | 455.000 | 1.097 * Coelo-Atlas 2026 Vergelijking woonlasten 2025 en 2026 Uit onderstaande tabel blijkt een stijging in Albrandswaard van 4%, dit is lager dan het landelijk gemiddelde van 5% en met uitzondering van Zwijndrecht lager dan onze buurgemeenten. - 46 - - 47 - Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland (Coelo 2026) De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, minus een eventuele heffingskorting.

Uit dit overzicht is te herleiden dat Albrandswaard boven het landelijk gemiddelde en boven het provincie gemiddelde zit.

- 48 - Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 10 augustus 2026. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.

De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de (geo)politieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. Binnen het risicoprofiel van Albrandswaard is de acute dreiging van een provinciale indeplaatsstelling (escalatieladder) voor de huisvesting van statushouders toegevoegd. Mocht de provincie ingrijpen, dan verliest de gemeente de regie en draait zij direct op voor de kosten van verplichte (nood)huisvesting. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat 93,5% van alle geïdentificeerde risico’s. - 49 - Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. Er zijn vier belangrijke onderdelen waar de gemeente een risico op blijft lopen, die een aparte vermelding waard blijven.

Dit betreffen: Bestuurlijke en financiële verhoudingen (Rijksbijdrage gemeentefonds): De gemeente ontvangt ruim de helft van haar inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De meeste gemeenten voorzien grote tekorten omdat deze uitkering met ingang van 2026 sterk terugloopt (het zogeheten ravijnjaar). Er is al langere tijd sprake van een disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen het Rijk en decentrale overheden. Om hierop in te spelen moet actie worden ondernomen, wordt er opnieuw geprioriteerd en worden bezuinigingsmogelijkheden onderzocht om de dienstverlening op de lange termijn op peil te houden. Sociaal Domein: Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er een aanhoudende trend te zien van stijgende kosten. De gemeente heeft te maken met groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. De hulpvraag blijft onverminderd groot en zeer kostbaar. Hoewel er lokaal alles aan wordt gedaan om de uitvoering efficiënt te organiseren, is de kans op overschrijdingen van de gedecentraliseerde budgetten onverminderd hoog ingeschat. Informatiebeveiliging, Personeel en Bedrijfsvoering: De bescherming van alle gevoelige informatie stelt harde en toenemende eisen aan techniek en capaciteit. Burgers verwachten bovendien een veilige, moderne digitale dienstverlening.

Tegelijkertijd is gekwalificeerd personeel op de huidige arbeidsmarkt moeilijk verkrijgbaar, wat druk oplevert. De ICT- en privacyrisico's maken voor een belangrijk deel onderdeel uit van de processen van De BedrijfsvoeringsPartner. Binnen de gezamenlijke governance hanteren DBP en Albrandswaard een gezamenlijke aanpak om deze risico's continu te monitoren en de dienstverlening robuust te houden. Onvoldoende woonruimte huisvesting vluchtelingen: Een mogelijke provinciale indeplaatsstelling per 1-7-2027 dreigt, waarbij de gemeente de regie verlies en afgedwongen en waarschijnlijk dure (nood)huisvesting door (commerciële) verhuurders leidt tot een direct en groot financieel gevolg voor de gemeente. Actuele Top-10 Financiële risico's Ter duiding van het actuele risicoprofiel worden de tien belangrijkste financiële risico's op basis van de weging (kans × gevolg) als volgt gekwalificeerd: 1. Onvoldoende woonruimte huisvesting vluchtelingen: Actueel gevaar van een provinciale indeplaatsstelling met grote, niet meer beïnvloedbare kosten voor de gemeente tot gevolg. 2. Risicocluster tekorten uitvoering taken Sociaal Domein: Aanhoudende stijging in zorgvolumes (Jeugd, Wmo, Participatie) waarbij de kans op budgetoverschrijdingen in de uitvoering zeer aannemelijk is. - 50 - 3.

Algemene Uitkering gemeentefonds lager: Indien de Rijksbezuinigingen uit het regeerakkoord niet worden gehaald, levert de koppeling minder op en volgen er aanvullende financiële kortingen voor de gemeente. Het huidige kabinet heeft in het regeerakkoord afgesproken om zelf fors te gaan bezuinigen. Als ze er in de praktijk niet in slagen om die geplande bezuinigingen te halen, ontstaat er een tekort op de landelijke begroting. Om dat tekort te dichten, zal het Rijk over de hele linie minder geld verdelen. Door de vaste 'koppeling' betekent dit automatisch dat de gemeente een extra korting krijgt op de jaarlijkse bijdrage uit Den Haag. 4. (Gekwalificeerd) personeel is moeilijk verkrijgbaar: Krapte op de arbeidsmarkt zorgt voor oplopende inhuurkosten en zet de continuïteit van de ambtelijke uitvoering onder druk. 5. Begrotingstekorten in gemeenschappelijke regelingen/ verbonden partijen: Financiële tekorten bij samenwerkingsverbanden dwingen de gemeente om als deelnemer extra bij te springen. 6. Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving Informatiebeveiliging en Privacy: Harde eisen aan IT-veiligheid brengen een aanhoudend financieel en juridisch aansprakelijkheidsrisico met zich mee. 7. Toenemende inflatie: Aanhoudende algemene prijsstijgingen leveren dekkingsproblemen op binnen de lopende begroting. 8.

Bedrijven met verhoogd risico (stofexplosie of opslag aardolie): Een lokaal fysiek veiligheidsrisico dat de potentie heeft om te leiden tot aanzienlijke maatschappelijke, materiële schade en letsel. 9. Integraal huisvestingsplan Onderwijs: Onzekerheden rondom rentetarieven (euribor) en de grote investeringsbehoefte voor de scholenbouw leggen druk op de gemeentelijke financiën. 10. Oplopende kosten in bouwsector: Direct gevaar voor kostenoverschrijdingen en projectvertragingen bij de realisatie van gemeentelijk vastgoed en infrastructuur. Risico's In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Belangrijkste financiële risico's Nr. | Risicogebeurtenis | Gevolgen | Maatregelen | Kans Financiële | Invloed gevolgen R1555 Onvoldoende woonruimte | Extra inzet van personeel | Prioritering in MPO; | 5 max.€ 6.000.000 | 65.09% huisvesting vluchtelingen. | en middelen; druk op | investeringsbegroting; beschikbare woonruimte; | monitoring kosten. fluctuerende rijkssubsidies. R1401 Risicocluster tekorten | Hogere netto uitputting | Continue processturing; | 5 max.€ 1.250.000 | 7.40% uitvoering taken Sociaal | budget; wachtlijsten Domein. | specialistische zorg; druk op voortbestaan subsidiepartners.

R501 | Algemene Uitkering | Onzekere inkomstenstroom; Monitoring via BI; scherpe | 4 max.€ 1.000.000 | 4.61% gemeentefonds wordt | noodzaak tot bezuinigingen; inkoop. lopende het begrotingsjaar | beperking van meerjaren- lager. | ambities. R1622 (Gekwalificeerd) personeel | Vertraging in uitvoering | Monitoring circulaires; | 3 max.€ 1.000.000 | 3.25% is moeilijk verkrijgbaar, hoog projecten; hogere kosten verloop, moeizame retentie. | door externe inhuur; stijgende werkdruk personeel. R385 | Begrotingstekorten in | Onvoorziene na- | Financiële rapportage’s; | 4 max.€ 600.000 | 2.75% gemeenschappelijke | vorderingen (tekorten); druk | sturing efficiency. Integrale regelingen/ verbonden | op lokale begroting. | Risico beheersing partijen waardoor de gemeente financieel moet bijspringen. R1440 Risicocluster uitvoering wet- | Uitval van digitale | Deelname | 4 max.€ 500.000 | 2.65% en regelgeving | dienstverlening; | bestuurscommissies; Informatiebeveiliging en | reputatieschade; hoge | begrotingsdruk. Sturing op Privacy. | boetes bij datalekken | ingediende begrotingen (AVG). | van GR’ i.s.m. raad R1558 Toenemende inflatie. | Algemene prijsstijgingen in | Actualisatie prijspeil; | 4 max.€ 500.000 | 2.30% exploitatie; verlies van | bijsturen in koopkracht in budgetten; | tussenrapportages indexatie-risico's.

R1619 Bedrijven met verhoogd | Finaciele en materiele | Crisisorganisatie/ | 2 max.€ 1.000.000 | 1.97% risico brand/explosie of | schade, fysiek letsel en | gezamenlijke opslag van | maatschappelijke | crisisbeheersing, aardolieprodukten, | ontwrichting. | preventieve waardoor extra gevaar voor | veiligheidsinspectie. schade en letsel ontstaat. R1552 Integraal huisvestingsplan | Hogere kapitaallasten door | Actualisatie prijspeil; | 3 max.€ 500.000 | 1.80% Onderwijs. | bouwkosten; noodzaak tot | bijsturen in herprioritering; uitstel van | tussenrapportages. renovaties. R1442 Oplopende kosten in | Overschrijding | Indexatie contracten; | 3 max.€ 500.000 | 1.64% bouwsector. | investeringsbudgetten; | projectfasering. vertraging in woningbouw; herijking maatschappelijk vastgoed. Totaal grote risico's: € 12.850.000 Overige risico's: € 3.880.000 Totaal alle risico's: € 16.730.000 Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. - 51 - - 52 - Kwantiteit Referentiebeelden Kans Toelichting kansklasse klasse 10% <0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.

30% 1 keer per 5-10 jaar 2 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. 50% 1 keer per 2-5 jaar 3 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen. 70% 1 keer per 1-2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. 90% 1 keer per jaar of > 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 9.235.619 (benodigde weerstandscapaciteit).

Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage | Bedrag 5% | € 2.637.027 25% | € 7.307.008 50% | € 8.006.898 75% | € 8.653.914 90% | € 9.235.619 95% | € 9.573.063 Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2026. Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect va | n optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel.

Project | Risico's | Risico's | Risico's | Risico's | Verschil Op te vangen | Niet op te (ongewogen | (ongewogen | (gewogen en | (gewogen en | in grondexploi- | vangen in en gesaldeerd) | en gesaldeerd) | gesaldeerd) | gesaldeerd) | tatie | grondexploi- tatie A | B | C = A - | D | E = D - A B De Omloop | -4.460.000 | -4.622.700 | -1.338.000 | -1.386.800 | 48.800 | 1.338.000 | 0 Schutskooiwijk | -248.600 | -330.000 | -71.700 | 1.000 | -72.700 | 28.800 | -42.900 TOTAAL | -4.708.600 | -4.952.700 | -1.409.700 | -1.385.800 | -23.900 | 1.366.800 | -42.900 Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van | € 42.900 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Zie de tabel hieronder.

Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2027 Weerstandsonderdelen | Huidige capaciteit Algemene reserve | € 18.303.140 Reserve MPO | € 49.100 Reserve Sociaal domein | € 988.000 Beschikbare weerstandscapaciteit | € 19.340.240 Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit di | e uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. - 53 - - 54 - Risico's Weerstandscapaciteit Bedrijfsproces Algemene reserve Financieel Reserve MPO Imago/politiek Reserve Sociaal domein Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product Weerstandvermogen Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit = € 19.340.240 = 2,08 Benodigde weerstandscapaciteit (€ 9.235.619 + € 42.900) = € 9.278.519 De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2 uitstekend B 1.4-2.0 ruim voldoende C 1.0-1.4 voldoende D 0.8-1.0 matig E 0.6-0.8 onvoldoende F <0.6 ruim onvoldoende De ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen - 55 - Kengetallen In het onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie voor de begroting 2027 met haar meerjarenperspectief.

Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium. In onderstaande tabel wordt het totaalbeeld van alle kengetallen weergegeven. Vervolgens worden de kengetallen per stuk toegelicht. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol.

Signaleringswaarden kengetallen | Categorie A | Categorie B | Categorie C minst risicovol | neutraal | meest risicovol 1a. Netto schuldquote | < 90% | 90 - 130% | > 130% 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen | < 90% | 90 - 130% | > 130% 2. | Solvabiliteitsratio | > 50% | 20 - 50% | < 20% 3. | Grondexploitatie | < 20% | 20 - 35% | > 35%% 4. | Structurele exploitatieruimte | > 0% | 0% | < 0% 5. | Gemeentelijke belastingcapaciteit | < 95% | 95 - 105% | > 105% Schuldquote Een graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling. Onze schulden zullen naar verwachting de komende jaren aanzienlijk toenemen, vanwege de geplande investeringen. Zowel reeds genomen als toekomstige beslissingen over de besteding van middelen, evenals mogelijke nieuwe investeringen, zullen invloed hebben op de schuldquote. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Indien bijvoorbeeld een woning voor 80% is gefinancierd bij de bank en voor 20% is betaald met eigen spaargeld, dan is de solvabiliteit in dat geval 20%. Onderstaande | grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.

- 56 - - 57 - Albrandswaard beschikt momenteel over een stabiele vermogens- en reservepositie. Beslissingen over de besteding van middelen en toekomstige grote investeringen zullen echter invloed hebben op de solvabiliteit. Voor de komende jaren staan aanzienlijke investeringen gepland, die een stijging van het vreemd vermogen met zich mee zullen brengen. Om deze investeringen te financieren, zal er geld aangetrokken moeten worden. In combinatie met een naar verwachting afnemend eigen vermogen, zal dit leiden tot lagere solvabiliteitsratio’s. Daarbij merken we op dat ook het ravijnjaar 2028 hierin doorwerkt, en dat er nog keuzes gemaakt moeten worden die eveneens hun effect op de solvabiliteit zullen hebben. De economie kent een cyclisch karakter, waardoor financiële tegenvallers niet altijd voorspelbaar zijn. Gezien de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard zijn wij kwetsbaar; wanneer zich een financieel risico voordoet, kan dit een grote impact hebben op onze algemene reserve. Het is daarom belangrijk om de solvabiliteit nauwgezet te blijven monitoren, zodat bij een economische tegenwind tijdig weloverwogen keuzes kunnen worden gemaakt tussen inhoudelijke prioriteiten en financiële mogelijkheden. Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente.

Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bijvoorbeeld voor een nieuw woningbouwproject moet de grond eerst gekocht en bouwrijp gemaakt worden voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties). Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn, in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.

- 58 - Onze financiële positie is de afgelopen jaren verbeterd. De realisatie van sociale woningbouw, samen met woningbouw in de vrije markt, blijft een belangrijk aandachtspunt. Dit speerpunt heeft ook invloed op onze financiële kengetallen. Nieuwe plannen en exploitaties zullen investeringen en financiering vereisen, wat van nature risico’s met zich meebrengt bij het terugverdienen. Vanaf 2030 daalt dit kengetal onder 0 als gevolg van een lage boekwaarde. Een negatieve waarde is een signaal dat de grondexploitatie financieel onder druk staat en dat projecten mogelijk niet rendabel zijn zonder extra maatregelen of herzieningen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten nodig is om in evenwicht te komen met de structurele lasten. De signaalgrens is daarom ook 0%. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen blijven dragen. In de toekomst zullen er dan opbrengststijgingen en/of ombuigingen gerealiseerd moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3858/documents/36344