6. 153400 Raadsvoorstel Integraal Beleid Sociaal Domein.pdf
Tekst van het document
Op basis van vragen van inwoners wordt bekeken welke kennis en expertise hiervoor noodzakelijk is. Aan de hand hiervan wordt de inzet in de wijkteams bepaald. In 2021 start een nieuwe inkoopprocedure voor de inzet in de wijkteams. Het wijkteam werkt nauw samen met partners in het preventieve voorveld. Denk hierbij aan kinderopvang, scholen, jeugdgezondheidszorg, welzijn, huisartsen etc. Vroege signalering vindt vaak plaats door deze partijen.
15
Wat is er tot heden dan ontwikkeld op het gebied van een wijknetwerk? (n.a.v. Zorg dichtbij pag. 12)
De kans op misbruik van de voornoemde aanpassing is groot en zeer ongewenst, daarbij komt dat een Europese regel niet zomaar omzeild kan worden bij, bijvoorbeeld een onderzoek naar eenzaamheid en dat is daarom niet aan te raden. (n.a.v. gegevensuitwisseling pag. 12/13) Het lijkt beter om eerst een efficiënte aanpak te realiseren met goede maatschappelijke doelen, en op langere termijn naar een vernieuwende aanpak te kijken en/of te gaan experimenteren, om pas daarna een aantal inspanningen met eventuele partners te verrichten. (n.a.v. Vernieuwing door samenwerking pag. 14) Met de huidige individualisering van de maatschappij is het een utopie, om te verwachten dat het aantal vrijwilligers of mantelzorgers toe gaat nemen. (n.a.v. 2e alinea pag. 27)
Niet alleen dat er looproutes zijn, maar vooral dat ze goed onderhouden worden. (n.a.v. inleiding H6 pag. 31)
Het wijkteam is een netwerkorganisatie, die onderdeel is van een wijknetwerk. Hierin werkt het wijkteam nauw samen met partners in het preventieve voorveld. Denk hierbij aan kinderopvang, scholen, jeugdgezondheidszorg, welzijn, huisartsen etc. Zoals aangegeven in de nota houden wij ons bij gegevensuitwisseling binnen de gemeente en tussen partners aan de geldende wet- en regelgeving. Wij volgen ontwikkelingen hier omtrent op de voet. Wij gaan ervan uit dat de wetgever bij het introduceren van nieuwe wet- en regelgeving rekening houdt met fraudegevoeligheid en supranationale wetgeving. Een groot gedeelte van de in de nota beschreven inspanningen voeren we op dit moment al uit. Dit is een gedegen basis. Deze basis willen we doorontwikkelen door in samenwerking te experimenteren zoals beschreven onder het kopje ‘vernieuwen door samenwerking’ op pag. 14. Het is een uitdaging, maar zeker belangrijk om ook in de toekomst voldoende inzet van vrijwilligers te hebben. Door de dubbele vergrijzing zal de vraag in de toekomst alleen maar toenemen. We willen daarom juist samen met onze partners tijdig voorsorteren op deze stijgende behoefte. Dit zal een belangrijk onderwerp worden aan de opgavetafels. In samenwerking met partners gaan we structureel en integraal op zoek naar oplossingen die voor Albrandswaard het meest effectief zijn.
Jaarlijks worden binnen de gemeente inspecties uitgevoerd om de verharding te controleren op gebreken en deze op te lossen. Ondanks dat is het altijd mogelijk dat er gebreken kunnen ontstaan. Omdat onze beheerders en toezichthouders buiten niet alles kunnen constateren roepen we bewoners altijd op om bij schade of verzakkingen aan verharding dit vooral te melden zodat, indien nodig, dit opgelost kan worden. Zo zorgen we er samen voor dat looproutes veilig en begaanbaar blijven.
16
Er wordt sinds het rapport “Ouderen proof” naar ik uit het hoofd meen dateert dat van het jaar 2004, is al sprake van het bouwen van woningen voor ouderen. Wij kunnen nu constateren dat de gemeente daarmee flink achterloopt. De grijze golf die verwacht werd in 2004, is er al volop. Tot op heden, is er weinig tot niets gedaan of gepland voor het bouwen van seniorenwoningen of welke woonvorm voor ouderen dan ook. (n.a.v. 3e alinea pag. 36) Het was ongeveer 35 jaar geleden al bekend dat, dit ooit reëel feit zou worden. Om er nu pas achter te komen, dat dit speelt is wel erg knap. (n.a.v. Bijlage 1 .A. Toenemend beroep op zorg en ondersteuning pag. 45) CONCLUSIE Zoals uit bovenstaande blijkt dat Albrandswaard snel erg vergrijst. Dit is toch niet geheel onverwacht, er zijn meerdere malen plannen gemaakt en is geprobeerd hierop beleid te voeren, in diverse nota’s die vanaf 1995 gemaakt zijn komen telkens dezelfde goede bedoelingen in beeld. Deze nota is hier eigenlijk één van, deze nota is wat meer technocratisch en theoretisch, dan ander verschenen nota’s. Het bestuur van OVA spreekt de hoop uit dat dit concept, met behulp van de daarvoor benodigde vele vrijwilligers, en eindelijk iets tot stand komt. Nederlands is een mooie taal, als er dan geen passend Nederlands woord voor handen is kan er eventueel een Engelse term doorheen, doe dit dan met mate, iets minder mag wel.
Wij delen uw zorg. Daarom zetten wij in op het realiseren van levensloopbestendige woningen voor de doelgroep ouderen. Deze plannen leggen wij vast in het Woningmarktprogramma Albrandswaard.
Dit betreft geen nieuwe constatering maar een feit dat vandaag de realiteit bepaald.
Wij delen met u het voornemen deze nota in de praktijk te brengen. Een groot gedeelte van de in de nota beschreven inspanningen voeren we op dit moment al uit. Dit is een gedegen basis. Na het vaststellen van de nota starten we zo snel mogelijk met de opgavetafels zodat we in partnerschap invulling geven aan de in de nota beoogde effecten: Alle inwoners ontwikkelen zich optimaal Alle inwoners hebben gelijke kansen om mee te doen Alle inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om Alle inwoners zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond Alle inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen
17
Organisatie: RIBA (op ambtelijk niveau) Vraag/opmerking Graag ook onderzoeken of een gezamenlijke data-analyse passend onderwijs mogelijk is: gebruiken van data van de gemeente en van het onderwijs/samenwerkingsverbanden is elders in het land al gedaan (p.10). Ruimte voor leren en experimenteren: Is hier ook voor begroot ondanks de bezuinigingen in het BAR gebied (p.10)? De gemeente zet in op een integrale dienstverlening met oog voor een duurzaam resultaat voor de inwoner. Willen jullie het tijdpad van de afhandeling ook monitoren? Dit in het kader van ‘er vroeg bij zijn’ (p.11). Opdrachtgeverschap (p.11): Belangrijk om goed vorm te geven! Wellicht in afstemming met de opgavetafels? Hoe borg je visie en aanpak in lijn met dit stuk bij de partners?
Gemeente en partners maken afspraken en scheppen duidelijkheid over ieders verantwoordelijkheid. Vanuit RiBa sluiten we graag hierbij aan (p.11). De ontwikkelpunten voor de wijkteams zijn voornamelijk gelegen in het knelpunt dat wordt ervaren rond het tijdpad van triage/behandeling/toekenning van het wijkteam. Hoe wordt dit doorontwikkeld? (p.12) Het samenwerkingsverband wil de scholen ook uitnodigen om steeds meer wijkgericht te werken (p.12). Strategisch samenwerking: Niet zo zeer voor dit stuk, maar wel goed om aanvullend te borgen dat er goed afgestemd wordt met andere gemeenten als er sprake is van gedeelde verantwoordelijkheden bij een casus. Bijvoorbeeld een kind dat hier naar school gaat, maar in
Antwoord/reactie gemeente We gaan deze optie bespreken in de kerngroep Passend Onderwijs.
Hiervoor wordt gekeken naar ruimte binnen het Innovatie/ Transformatiefonds Sociaal Domein. Er wordt gemonitord of beschikkingen binnen de wettelijke termijnen afgegeven worden.
De opgavetafels starten naar waarschijnlijkheid half 2021. De aanbesteding voor de inzet in de wijkteams heeft dan al plaatsgevonden. Het opdrachtgeverschap is primair de taak van de gemeente, in samenwerking met de moederorganisaties, die deelnemen aan de wijkteams. In eerste instantie betreft het in deze tekst afspraken binnen de huidige contracten met moederorganisaties binnen het wijkteam. Daarnaast kunnen in de kerngroep Passend Onderwijs zeker gezamenlijke afspraken gemaakt worden. De gemeente werkt de komende periode onder andere aan de aanscherping van rollen en taken voor de wijkteams. Zo loopt er momenteel een proeftuin in Barendrecht op het gebied van scheiding van taken zoals hulpverlenen en indiceren. Het is goed dat dit ook binnen het samenwerkingsverband wordt gestimuleerd en opgepakt. In principe werken we vanuit het woonplaatsbeginsel vanuit de Jeugdwet / Wet Passend Onderwijs. Rotterdam is bij deze casus in de lead in samenwerking met de scholen.
18
Rotterdam woont of andersom en op verschillende vlakken ondersteuning nodig heeft (p.13). De Kerngroep passend onderwijs heeft een belangrijke rol in het vaststellen van de jaarlijkse thema’s van de Lokaal Educatieve Agenda en de Regionaal Educatieve Agenda (p.16). Inzet jeugdgezondheidszorg (p.18): Actie: beter benutten rol jeugdarts en jeugdverpleegkundige op school.
Maatwerkvoorzieningen (p.25): tijdig beschikbaar. Ondersteuning en waardering mantelzorgers: is dit ook gericht op jonge mantelzorgers (p.29)? Voorbereidingsteam (p.35): Graag ook aandacht voor afstemming met de werkprocessen binnen het onderwijs en de totale looptijd van een traject. Aanpak Kindermishandeling en Huiselijk geweld (p.40): de uitgangspunten van de regiovisie werken we lokaal uit: Erg belangrijk om dit thema samen met partners op te pakken; zorgen voor gelijke kennis, visie en aanpak. Graag samen professionaliseren rondom dit thema. Ook belangrijk: een definitieve keus over het al dan niet toepassen van de SISA binnen de gemeente/BAR. Inkoopstrategie (p.43): Graag daar partners bij betrekken, in ieder geval het onderwijs. Dit met oog op het doel beter afstemmen zorg en onderwijs. Deskundigheidsbevordering (p.44): Top! Naast ervaringsdeskundigheid zouden wij ook pleiten voor gezamenlijke professionalisering tussen gemeentelijke uitvoerders (onderling) en partners zoals het onderwijs op overkoepelende thema’s. Denk aan gespreksvaardigheid, conflicthantering, meldcode huiselijk geweld etc.
Dat zijn we met u eens.
De jeugdgezondheidszorg kan vanuit hun preventieve taak veel betekenen op school. We zien in de praktijk echter dat deze rol per school verschillend wordt ingezet. Onze invloed daarin is beperkt. Het samenwerkingsverband kan hier wellicht aandacht voor vragen in bestuurlijk overleg met de scholen. Tijdigheid kunnen we niet waarmaken, we streven er wel naar. Dit is een belangrijk onderwerp van gesprek met de GRJR. Dit is ook gericht op jonge mantelzorgers. In de nota is dit nog iets explicieter opgenomen. Dit onderdeel gaat over het proces wanneer er een aanmelding is binnengekomen bij het wijkteam. Onderwijs is een van de partijen die kan aanmelden. Het onderwijs is zeker een belangrijke partner die wij zullen betrekken bij het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er lopen nog geen afspraken, maar die staan voor de toekomst wel in de planning. Het onderwijs moet de meldcode gebruiken. Alle organisaties met kinderen moeten melden in SISA. Het gaat hier over de inkoopstrategie binnen het sociaal domein vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheid als gemeenten. De uitgangspunten van het integraal beleid sociaal domein worden daarin meegenomen. Daar zijn we het helemaal mee eens. Dit zijn mooie onderwerpen om in de Kerngroep Passend Onderwijs of in de opgavetafels te bespreken.
19
Organisatie: Stichting Welzijn Albrandswaard 1 Vraag/opmerking Wij zien geen begroting in bijlage 2. Waarom wordt deze wel in Barendrecht toegevoegd en niet in de nota van Albrandswaard? Pagina 29: Waar JCA staat moet het Lokaal staan Pagina 34: In 2021 is door de gemeente het voorstel om te bezuinigen op uren jongerenwerk en vervalt het preventief lesaanbod. Graag deze paragraaf wijzigen in actuele situatie. Scholen kunnen echter wel preventief lesaanbod inkopen. Pagina 35 Welzijn op Recept: in 2020 heeft dit niet plaatsgevonden in Albrandswaard. Wellicht zijn er nieuwe mogelijkheden van financiering van de gemeente voor 2021. Hierover zijn wij nog in overleg. Wij voeren het als SWA op dit moment dus niet uit. Uiteraard hebben wij de ambitie om dit wel in 2021 als opdrachtnemer uit te zetten, indien er financiering wordt gevonden. Organisatie: Stichting Welzijn Albrandswaard 2 Vraag/opmerking Bladzijde 12: het intensiveren van preventief werken en vroegsignalering: klopt het dat wij hierin de functie van Vraagwijzer missen? Zij doen de eerste selectie en verwijzen zo nodig door. Bladzijde 15: in dit stuk wordt het benoemen/aandacht voor de jonge mantelzorgers gemist, dit is een groep waarvan bekend is dat daar op latere leeftijd door hun zorgtaken en anders opgroeien psychische problematiek kan ontstaan.
Deze groep jonge mantelzorgers begint steeds meer in beeld te komen bij steunpunt Bladzijde 18: het voorlichten op school op gebied van jonge mantelzorgers wordt door steunpunt mantelzorg verzorgd, dus vanuit welzijn
Antwoord/reactie gemeente Op hoofdlijnen zijn de nota’s gelijk, maar per gemeenten zijn hier en daar andere keuze’s gemaakt. Dit is aangepast in de nota. We hebben de tekst in de nota aangepast aan de actuele situatie.
We hebben de tekst in de nota aangepast aan de actuele situatie.
Antwoord/reactie gemeente Daar heeft u gelijk in. De functie van Vraagwijzer hebben wij in de nota toegevoegd op pagina 11.
Dit is een terecht punt. Aandacht en inzet op de jonge mantelzorgers hebben we toegevoegd aan de nota onder inspanning 3.6 Ondersteuning en waardering mantelzorgers.
Dit hebben we toegevoegd in de nota onder inspanning 3.6 Ondersteuning en waardering mantelzorgers.
20
Bladzijde 25: het onbekend zijn van Vraagwijzer, waarop is dit gebaseerd? Op welke wijze is de bedoeling dat de bekendheid vergroot gaat worden?
Bladzijde 28: de groep vrijwilligers en mantelzorgers worden in 1 zin benoemd betreft ondersteund voelen, graag willen wij deze groepen apart benoemd zien worden, zijn namelijk 2 zeer verschillende doelgroepen.
Dit is gebaseerd op basis van de motie Vraagwijzer die in de gemeenteraad unaniem is aangenomen en door het college is omarmt. Het onder de aandacht brengen van de Vraagwijzer zullen wij betrekken bij de verdere uitwerking van de Integrale Toegang Sociaal Domein. Dit is overgenomen in de nota.
Bladzijde 29: JCA heet tegenwoordig Het Lokaal. Het ondersteunen van de organisaties, verenigingen en instelling, wordt de ondersteuning vanuit de gemeente of vanuit SWA bedoeld?
JCA is vervangen door Het Lokaal in de nota. We bedoelen hier ondersteuning vanuit SWA in opdracht van de gemeente.
Bladzijde 30: Respijtzorg, daar wordt het maatjesproject respijtmaatjes vanuit SWA gemist. Bladzijde 35: Welzijn op Recept: op dit onduidelijk of dit nog komt voor SWA, is er namelijk nu niet meer.
Dit is toegevoegd aan de nota.
Blokje 4.10: vanuit SWA neemt niet de ouderenadviseur deel aan het voorbereidingsteam, maar een consulent Vraagwijzer. Bladzijde 40: We zetten in op het ondersteunen van mantelzorgers….., wie is “we”? Bladzijde 50: Waarop zijn de percentage gebaseerd betreft aantal mantelzorgers? Bladzijde 51: Idem de vraag waarop is gebaseerd, zowel de percentages mantelzorgers als de percentages vrijwilligers.
Welzijn op recept werd gesubsidieerd vanuit de innovatie en preventieregeling. Dat is maximaal voor twee jaar en die zijn inmiddels voorbij. Een deel van het project gaat door (wandelen op recept) maar het andere deel waarbij de “patiënt” werd verwezen naar de welzijnsgeneralist is nu gestopt. SWA is momenteel met de huisartsen in overleg of en op welke manier zij een nieuwe aanvraag willen indienen. Hierbij wordt een bredere groep van huisartsen betrokken. Dit is overgenomen in de nota. Hier bedoelen we de Wmo-klantmanagers van de gemeente of toeleiding door een van haar partners bijvoorbeeld via SWA. Deze cijfers komen uit de gemeentescan 2020 Albrandswaard. Deze cijfers komen uit de gemeentescan 2020 Albrandswaard.
21
INSPRAAK VAN PARTNERS OP BAR-NIVEAU (op alfabetische volgorde) :
Organisatie: Aafje Vraag/opmerking
Antwoord/reactie gemeente
V.w.b. de inzet van preventie de signalerende taak vanuit de huishoudelijke ondersteuning: burgers komen in beeld indien er sprake is van verwaarlozing van het huis of verzamelwoede. Indien de huishoudelijke ondersteuning eerder wordt ingezet heeft dit een preventief karakter. Vanuit Ridderkerk is een aantal mooie projecten die nu al lopen zoals de Buurtcirkel en TochThuis. Aafje, thuiszorg, huizen en zorghotels komen graag in gesprek met de gemeente Ridderkerk voor het verder bespreken en afstemmen van deze twee initiatieven.
Wij herkennen het belang van de signaalfunctie van de Hulp bij het Huishouden (HH). Ook vanuit de integrale benadering kan hier sprake van zijn. HH is een maatwerkvoorziening die wij inzetten om een ondersteuningsbehoefte van onze inwoners die niet vanuit het eigen netwerk kan worden opgevangen te compenseren. In deze zin is HH geen preventieve voorziening.
Organisatie: CJG Vraag/opmerking De termen Stichting CJG Rijnmond, JGZ , CJG en Jeugdgezondheidszorg worden door elkaar gebruikt. Dat lijkt me voor lezer niet duidelijk. Wellicht consequent term jeugdgezondheidszorg ( CJG) noemen Ik lees wel terug dat CJG een belangrijke rol speelt bij preventie, maar ik mis onze vroegsignalerende rol….wij zien alle kinderen en volgen ze tot 18 jaar. Vroegsignalering is een van onze belangrijkste taken en daarom zijn we dé partner die bijdraagt aan de beweging van ‘zwaar naar lichte zorg’.
M.b.t. de door u genoemde projecten gaan wij graag het gesprek verder in gesprek met u.
Antwoord/reactie gemeente Het klopt dat de termen makkelijk door elkaar gebruikt worden. We hebben de nota opnieuw doorgenomen en zo consequent mogelijk de term jeugdgezondheidszorg (CJG) toegepast.
In de nota staat opgenomen dat preventie de basis van de dienstverlening van de jeugdgezondheidszorg is. Vroegsignalering als zodanig staat inderdaad niet expliciet vermeld en is nu toegevoegd onder inspanning 1.1. Inzet jeugdgezondheidszorg.
22
Ik lees ook niet echt terug wat onze pedagoog doet (en ook de jeugdverpleegkundige) i.h.k.v. preventieve opvoedondersteuning.
Niet alle activiteiten als zodanig zijn apart als inspanning opgenomen. Home-Start is nog toegevoegd als inspanning. De preventieve opvoedondersteuning door de pedagoog is toegevoegd onder inspanning 1.1. Inzet jeugdgezondheidszorg.
Samenwerking in de regio m.b.t. jeugdhulp wordt genoemd, maar niet de samenwerking op gebied van JGZ/preventie, oftewel de Raad van het Publiek Belang. (blz. 13, strategische samenwerking) Het zou mooi zijn als ‘Inzet JGZ’ (blz. 18, punt 1.6) als eerste werd genoemd i.p.v. als zesde. Ik zie JGZ echt als een basisvoorziening voor alle jeugdigen. Daarna zou het mooi zijn als Kansrijke start volgt (punt 1.4), dan krijg je meer een logische opbouw van inspanningen die de gemeente doet. Nu lijkt het willekeurig te worden opgesomd. ontwikkelagenda huisartsen en jeugdartsen (p.34): zou mooi zijn als daar voor de duidelijkheid ook jeugdgezondheidszorg (CJG) genoemd wordt (nu staat er alleen jeugdarts) ook staat er genoemd dat samenwerking huisartsen/ wijkteam ontwikkelpunt is. Ook hierin moet/ kan CJG participeren preventieve rol van wijkteam moet steviger neergezet worden. Nu is CJG laagdrempelige preventieve basisvoorziening op het gebied van opvoeden opgroeien. Als de preventieve taak van het wijkteam prominenter wordt zal hier ook afgestemd moeten worden met CJG. Hoe werken we aanvullend op elkaar goed samen ipv zelfde rollen (p.12) Ook mis ik het CJG in het speerpunten van samenwerking schoolcontactpersonen en onderwijs. Iedere basisschool ( maar ook voorschoolse voorziening en VO ) heeft een eigen jeugdverpleegkundige gekoppeld aan de voorziening voor
Dit is een terechte opmerking. De regionale samenwerking op het gebied van JGZ/preventie stond er niet in, maar is nu toegevoegd aan de nota. De volgorde van inspanningen is aangepast in de nota zodat de opbouw wat logischer is.
Er is hier expliciet gekozen voor de term jeugdarts vanuit hun rol als verwijzer. Aan de samenwerking huisartsen/ wijkteam is de jeugdgezondheidszorg toegevoegd. Hierin is de jeugdgezondheidszorg zeker een belangrijke samenwerkingspartner. We gaan daarover graag het gesprek aan. Wanneer er meer duidelijkheid is rondom de doorontwikkeling van de wijkteams gaan we hierover graag het gesprek aan.
Het klopt dat de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg daarin belangrijk is. De jeugdgezondheidszorg is toegevoegd als samenwerkingspartner onder de inspanning Inzet wijkteamprofessionals op school (schoolcontactpersonen).
23
preventieve vragen op het gebied van gezond en veilig opvoeden en opgroeien (p.18). blz. 41 (punt 5.11 Gescheiden opvoeden): Hier staat niet echt beschreven wat er dan gedaan wordt en door wie….
Ik zie niet iets terug van CJG bij het doel ‘(veilig) thuis wonen’. Bij de aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld (blz. 40) wordt CJG bijv. niet genoemd. Daar hebben wij wel een signalerende rol.
Organisatie: Distinto Vraag/opmerking Wie zitten er aan de opgavetafels? Worden wij daarvoor uitgenodigd, of is daarin een actie van ons gevraagd? Wij willen graag meedenken, namelijk.
Bij de invoering van de resultaatgerichte bekostiging is het monitoren van output opgestart, maar ook weer losgelaten vanwege de beperkingen die de AVG wetgeving met zich meebracht. Op welke wijze gaat dit vormkrijgen? Innovatie is zeer noodzakelijk. Echter, met het oog op de huidige versnippering lijkt het ons wel belangrijk om niet op een ‘ieder voor zich’ manier aan de slag te zijn. In de praktijk zien we nu wel dat dit zo gebeurt. Langs welke lijn gaan we met elkaar werken? Wat zijn voorwaarden/kaders waaronder en waarbinnen innovatie plaats moeten vinden?
Het ging hier om het aanbod Gescheiden Opvoeden. Momenteel zijn we nog in gesprek over het best passende aanbod. Vooralsnog is deze inspanning verwijderd, maar het onderwerp complexe scheidingen heeft zeker onze aandacht. De jeugdgezondheidszorg (CJG) is opgenomen bij de maatschappelijke partners onder speerpunt 5 (veilig) Thuis wonen. In de lokale uitwerking van de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling 2020-2023 worden de uitgangspunten van de regiovisie verder uitgewerkt. De jeugdgezondheidszorg wordt hier ook bij betrokken.
Antwoord/reactie gemeente Fijn te lezen dat u zich betrokken voelt en deel wilt nemen aan de opgavetafels. Wij buigen ons de komende periode over de invulling en samenstelling van deze tafels. Uw organisatie zullen wij ongetwijfeld ook betrekken bij een/meerdere tafels. U ontvangt vanuit de gemeente(n) een uitnodiging hiervoor en hoeft hier zelf geen actie voor te ondernemen. Zolang wetgeving zorgt voor beperkingen in het monitoren van de output, zullen wij hier als gemeenten terughoudend in zijn. Over eventuele ontwikkelingen hierin wordt u benaderd door uw contractmanager. De gemeente zal samen met haar partners via innovatieve, projectmatige aanpakken de komende jaren op zoek gaan naar de meest effectieve en efficiënte wijze waarop de doelstellingen uit de nota gerealiseerd kunnen worden. De voorwaarden en kaders zullen o.a. in de opgavetafels besproken worden.
24
JGZ stopt veelal bij de wijkteams. Op welke wijze kunnen aanbieders van jeugdhulp meepraten/denken/initiatieven bespreken/voorstellen neerleggen? Een vraag over Passend Onderwijs: samenwerking met aanbieders van jeugdhulp wordt slechts beperkt aangestipt, de rol van het wijkteam wordt daarin genoemd. Wij signaleren in de praktijk dat er dringend behoefte is aan beleid op de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Hoe gaat dit item opgepakt worden? Tenslotte nog een vraag over het speerpunt Ontwikkelen. Jeugdhulp wordt niet genoemd bij de inspanningen om hieraan te werken. Wat als aan het eind van de alle inspanningen de gewenste ontwikkeling uitblijft, hoe wordt dan de weg naar professionele hulp ingezet? Belangrijk dat jeugdhulp hier een rol in heeft, zeker ook weer als het gaat om de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Organisatie: Enver Vraag/opmerking Met interesse hebben wij de conceptversies van de nota’s integraal beleid sociaal domein van de BAR gemeenten gelezen. In grote lijnen zijn wij zeer positief over de nota’s. Wij onderschrijven de noodzaak om in te zetten op duurzame samenwerkingsverbanden, een inclusieve samenleving en integraliteit. We kunnen ons goed vinden in de wijze waarop thema’s als vraaggerichtheid, maatwerk, vroegsignalering, eigen kracht en innovatie worden beschreven. Enver zal actief haar bijdrage leveren om (o.a.
tijdens de opgavetafels) samen met de inwoners, maatschappelijke partners en de (samenwerkende, responsieve) gemeenten een impuls te geven aan de transformatie. Wij kunnen ons ook goed vinden in de beschreven wijze van sturen op outcome effecten en de
Preventie is 1 van de thema’s die aan de opgavetafels in gezamenlijkheid besproken worden. Dit wordt opgepakt in de kerngroep Passend Onderwijs.
Op p.11 in de nota staat e.e.a. genoemd over integrale samenwerking en zorg dichtbij. En de inspanning wijkteams en maatwerkvoorzieningen (p. 25) gaat hier op in.
Antwoord/reactie gemeente Bedankt voor uw positieve woorden over de nota’s. Fijn te lezen dat u zich betrokken voelt en actief deel wilt nemen aan de opgavetafels.
25
doorontwikkeling van de wijkteams en het wijknetwerk. Enver is actief betrokken is bij de transformatieopgave in de regio en deze kennis en inzet willen wij graag benutten binnen de BAR. Een klein aandachtspunt wat ons betreft is de beschrijving van Pak Je Kans. Pak je Kans is geen samenwerkingsverband, maar een hulpvorm geboden door Enver, waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van de evidenced based interventie “”Basta”. Pak je Kans werkt nauw samen met de politie, leerplicht en Halt. “Pak je Kans is snelle, kortdurende hulp aan jongeren die in beeld zijn bij de politie Rotterdam Rijnmond, leerplicht en Bureau Halt Rotterdam-Rijnmond. Er wordt hulp geboden aan kinderen en jongeren met zorgwekkend gedrag thuis, op straat of school. Het gaat om jongeren die problemen ondervinden dan wel veroorzaken. De hulp is laagdrempelig en richt zich op gedragsverandering van de jongere en het hele gezin. De hulp wordt geboden binnen zijn/haar eigen leefomgeving.”” Wij zouden ook graag de waardevolle inzet van buurtsportcoaches bij de genoemde inspanning beschreven zien.
Organisatie: Humanitas Vraag/opmerking Het benoemen van maatschappelijke partners in de overzichten is lastig. Ik denk dat het als voorbeeld of denkrichting is benoemd, maar je zou in de huidige opzet van tekst het bijna als directe opdracht kunnen zien voor die partijen. Het zou daarom handiger zijn om geen namen te noemen of alle namen te noemen bij maatschappelijke partners. Algemene termen kunnen dan duidelijkheid geven.
Naar aanleiding van deze inspraak en afstemming met Enver is de tekst in de nota onder inspanning 1.9. aangepast.
Na navraag bij Enver n.a.v. deze opmerking hebben we begrepen dat ze de positieve ervaringen die ze hebben met de buurtsportcoach ook graag beschreven zien in Ridderkerk en Barendrecht. Preventie o.a. door middel van sport is belangrijk en daarin zullen we samenwerken met verschillende partijen.
Antwoord/reactie gemeente Aan het tekstvak ‘maatschappelijke partners’ is toegevoegd: “Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer:”.
26
Organisatie: Koers VO / RIBA / Berséba (bestuurlijke vragen/ opmerkingen) Vraag/opmerking Antwoord/reactie gemeente Nadrukkelijker benoemen onlosmakelijkheid tussen Als gemeente onderschrijven we het belang van de samenwerking jeugdhulpverlening en onderwijs, de benodigde inzet hiervoor en tussen de scholen, wijkteams en jeugdhulpaanbieders. Dit geldt het recht op onderwijs overigens ook voor de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg en de welzijnsorganisatie(s). In alle drie de gemeenten zijn wijkteamprofessionals, oftewel schoolcontactpersonen, op de scholen werkzaam. Vragen van leerkrachten, ouders en leerlingen kunnen hierdoor vroegtijdig worden gesignaleerd en op basis van de vragen kan kortdurende ondersteuning geboden worden. Voor de gemeente Ridderkerk heeft elke school (basisscholen en voortgezet onderwijs) een vaste schoolcontactpersoon. In Albrandswaard geldt dit voor alle basisscholen en in Barendrecht geldt dit voor het voorgezet onderwijs. Onderzocht wordt of de inzet van de wijkteamprofessionals in Barendrecht ook naar de basisscholen uitgebreid kan worden. Vanuit de Lokaal en Regionaal Educatieve Agenda streven we ernaar om ambities op elkaar af en afspraken te maken over ieders rollen, taken en verantwoordelijkheden. Gezamenlijk gaan we op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten die het welzijn van onze kinderen en jongeren kunnen vergroten.
Nadrukkelijker benoemen optimalisatie van toegang tot jeugdhulpverlening;
Tevens is het belangrijk dat er sprake is van een optimale samenwerking ten aanzien van het terugdringen van het aantal thuiszitters. Het is echter primair de taak van het onderwijs/de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Als gemeente willen we hier samen in optrekken. Binnen de Kerngroep Passend Onderwijs kunnen gezamenlijke afspraken gemaakt worden. De komende periode zal de gemeente een meer prominente rol innemen bij de toegang en toeleiding naar specialistische hulpverlening. 27
Nadrukkelijker benoemen afweging thuisnabij onderwijs (ook i.c.m. vormen van jeugdhulp) ten opzichte van noodzakelijke (sub-)regionale schaalgrootte, specifiek voor jongeren in de VOleeftijd. Hierbij vragen we specifiek aandacht voor de inkoop op lokaal en sub- regionaal niveau, als ook via de GRJR. Voorbeelden hiervan zijn: Jeugdhulp op het OPDC van Koers VO. Momenteel is het jeugdhulpdeel van het OPDC in Rotterdam voor jongeren uit de BAR niet ingekocht door uw drie gemeenten en zorgt een plaatsing voor veel bureaucratie. Wij pleiten sterk voor (sub)regionale inkoop van het jeugdhulpdeel van het OPDC. Het zorgonderwijscentrum van Timon gericht op langdurig thuiszitters welke regionaal ingekocht is via GRJR. Aanhaking van het onderwijs voor de noodzakelijke onderwijsondersteuning was niet vroegtijdig voorzien. Wij pleiten sterk voor het tijdig gezamenlijk optrekken bij dergelijke gecombineerde oplossingen. De Onderwijs-zorgarrangementen (OZA’s) van de gemeente Rotterdam. De BAR-gemeenten hebben er nog niet voor gekozen aan te haken bij deze aanbesteding. Dit betekent dat jongeren uit de BAR op Rotterdamse V(S)O-scholen geen
In de gemeente Barendrecht draait hieromtrent momenteel een Proeftuin, waarin verschillende wijkteamprofessionals en gedragsdeskundigen participeren. Binnen de Proeftuin wordt gewerkt volgens het proces van aanmelding, het doen van onderzoek en het afgeven van een beschikking. Dit gebeurt binnen de wettelijk gestelde termijn. Hiermee zetten we in op een duidelijkere rol- en taakverdeling tussen de professionals die werkzaam zijn als hulpverlener en professionals die werkzaam zijn ten behoeve van het stellen van indicaties. Jeugdhulp op het OPCD van Koers VO De gemeenten hebben in 2019, inzake de inzet van het OPDC, afspraken gemaakt met een van de gecontracteerde aanbieders en hun onderaanbieder voor lokale jeugdhulp. De gemaakte afspraken zijn in oktober 2019 gecommuniceerd met samenwerkingsverband Koers VO. De afspraken gelden ook voor het jaar 2020 en 2021. En indien de overeenkomsten lokale jeugdhulp nogmaals met een jaar verlengd worden, dan gelden de afspraken ook voor het jaar 2022. Zorgonderwijscentrum Timon In het kader van de onderwijs-zorgarrangementen onderschrijft de gemeente het belang van samenwerking en het tijdig gezamenlijk optrekken tussen de gemeente, het onderwijs en andere direct betrokken. Onderwijs-zorgarrangementen In 2017 hebben de drie gemeenten een gezamenlijke aanbesteding lokale jeugdhulp uitgevoerd.
De inkoop voor Jeugdhulp in de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk bestond uit 3 deelopdrachten: - deelopdracht 1: ambulante hulp voor jeugd met een beperking - deelopdracht 2: generalistische basis GGZ - deelopdracht 3: dyslexie 28
aanspraak kunnen maken op OZA’s waar hun Rotterdamse klasgenoten dit wel kunnen. Wij pleiten ervoor dat de BARgemeenten zich mengen in het proces van het opstellen van een nieuwe aanbesteding voor deze OZA’s en nadrukkelijk zullen overwegen om bij deze aanbesteding aan te sluiten.
Het borgen van kwaliteitskaders voor het onderwijs.
In de nota van Ridderkerk wordt specifiek benoemd dat frequent of langdurig schoolverzuim een indicator kan zijn voor onderliggende problemen. Er wordt gesteld dat de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht, de jeugdgezondheidszorg en de wijkteams hierbij cruciaal is. Ook in het kader van eerder genoemde Recht op onderwijs en het terugdringen van thuiszitters, zouden wij graag zien dat de gemeenten Barendrecht en Albrandswaard overwegen deze passage toe te voegen. In de nota van Ridderkerk wordt aandacht besteed aan jonge mantelzorgers. Deze wordt gemist in de andere twee nota’s, waarbij dit juist voor de gemeente Barendrecht met haar atypische hoeveelheid jongeren, opvalt.
De onderwijszorgarrangementen vielen onder deze opdracht, namelijk onder deelopdracht 1 en 2. Deze aanbesteding hebben de gemeenten vooruitlopend op de aanbesteding van de gemeente Rotterdam uitgevoerd. Omdat de gemeenten sinds 1 januari 2018 voorzien in de onderwijszorgarrangementen hebben de gemeenten zich niet aangesloten bij de aanbesteding vanuit de gemeente Rotterdam. Naar verwachting zal de lokale jeugdhulp en de specialistische jeugdhulp, die door de GRJR, is ingekocht in 2022 opnieuw worden aanbesteed. Een verkennend gesprek vooruitlopend op de aanbesteding behoort tot de mogelijkheden. Als gemeente onderschrijven we het belang van het delen en verbinden van kennis en expertise op het gebied van jeugdhulp en onderwijs. Middels de kerngroep Passend Onderwijs kunnen we dit gezamenlijk oppakken en verder uitwerken. Deze passage is toegevoegd aan de nota.
In de nota is inzet voor jonge mantelzorgers meer specifiek benoemd.
29
Organisatie: Small Steps Vraag/opmerking Het is fijn is dat de gemeenten meer willen inzetten op vroegtijdiger signaleren en het versterken van preventie. In dat kader wordt de rol van de kinderopvang gemist. Kinderen starten vaak al 8 weken na hun geboorte op de kinderopvang en blijven gemiddeld tot 10 jaar. Small Steps is in de gemeenten Albrandswaard en Barendrecht als kinderopvang actief en heeft geen VVE locaties. Op blz 16 wordt aangegeven dat de gemeente afspraken heeft/gaat maken met de VVE partners rondom de doorgaande leerlijn en de kwaliteitsborging. Het wordt als een gemis ervaren dat niet alle kinderopvangorganisatie hierbij aansluiten. Ook Small Stept wil graag alle kinderen op een juiste manier willen overdragen aan de basisschool en mee werken aan een sterke doorgaande leerlijn, zodat alle kinderen dezelfde kansen krijgen. In andere gemeenten wordt de kinderopvang ook bij het project kansrijke start betrokken. De kinderopvang wordt hier niet genoemd.
De inzet van wijkteam professionals op school is denk ik goed, Echter zien wij de kinderen de eerste vier jaren van hun leven en als je het dan hebt over vroegtijdiger signaleren, dan heeft de kinderopvang een duidelijke vindplaats. Wij hebben nu geregeld contact met de wijkteams, omdat we kinderen en gezinnen tegenkomen, die extra ondersteuning nodig hebben. Als kinderopvang spelen wij hier zeker een belangrijke rol in. Op blz 28 wordt jeugdparticipatie genoemd: ook hier kan de kinderopvang een rol spelen. Wij doen veel aan kinderparticipatie en ook kindervergaderingen worden regelmatig bij ons gehouden.
Antwoord/reactie gemeente In Albrandswaard wordt momenteel nieuw VVE beleid uitgewerkt. In de LEA’s zal naar aanleiding van dit nieuwe beleid meer aandacht worden besteed aan het maken van resultaatafspraken met de partners en de overdracht van de vroegschool naar de voorschool. Zowel de kinderopvangorganisaties met VVE als zonder VVE sluiten aan bij deze overleggen en willen wij ook graag betrekken bij ontwikkelingen op het gebied van de doorgaande leerlijn en kwaliteitsborging. We hebben dit aangepast in de nota.
Dat is een terecht punt. We starten eerst met de kernpartners in en rondom de geboortezorg, maar ook de kinderopvang is hierin zeker een belangrijke partij. We gaan hierover op termijn graag met u in gesprek en hebben de kinderopvang toegevoegd in de nota bij het onderwerp Kansrijke Start. Wij delen uw mening dat de kinderopvang een belangrijke partners i.h.k.v. vroegsignalering is. Fijn om te horen dat het wijkteam in ieder geval gevonden wordt. Over de wijze waarop meer structuur kan worden gegeven aan vroegtijdiger signaleren binnen de kinderopvang gaat de gemeente graag in gesprek met de kinderopvangpartners.
Dat uw organisatie intern veel aan kinderparticipatie doet waarderen wij. In de beleidsnota wordt gedoeld op jeugdparticipatie bij gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan. De jeugdparticipatie zoals deze 30
Op blz 40: kindermishandeling en huiselijk geweld, Helaas hebben wij hier regelmatig mee te maken. Een link naar de kinderopvang zou daarom ook wenselijk zijn. We merken nu dat hulpverlening regelmatig vergeet dat wij ook met deze gezinnen werken en dus ook veel zien en horen.
Kortom; de rol van de kinderopvang zou ik graag wat meer beschreven zien. Organisatie: SWA en KijkopWelzijn Vraag/opmerking Hulpverleners (pagina 3): in paragraaf 2 wordt gesproken over: ‘het uitgangspunt is dat inzet van hulpverleners op elkaar is afgestemd’. Het zal een mooie brug zijn om hierbij te noemen hulpverleners en het informele netwerk van ondersteuning (vrijwilligers, mantelzorgers, familie, etc.). Zo creëer je een preventieve en integrale aanpak van het systeem in de leefwereld. Pagina 12: ‘Zorg Dichtbij’ (Albrandswaard) en Pagina 14 (Barendrecht) ‘Wijkgerichte samenwerking’: Wij zien dezelfde teksten, alleen de hoofdtekst is verschillend. Hoe moeten wij dit zien?
vormgegeven is/gaat worden, gaat uit van kinderen en jongeren in de leeftijd van 10 tot 18 jaar en richt zicht vooralsnog vooral op het primair onderwijs en in Barendrecht ook op het voortgezet onderwijs. Dit is de leeftijd waarop kinderen en jongeren goed mee kunnen denken over het beleid van de gemeente. De kinderopvang is zeker een belangrijke partner die wij bijvoorbeeld net als het onderwijs zullen betrekken bij het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er lopen nog geen afspraken, maar die staan voor de toekomst wel in de planning. De kinderopvang heeft als beroepsgroep de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld voor hun aangesloten organisaties uitgewerkt (https://www.boink.info/meldcodekindermishandeling). Als kinderopvangorganisaties dit signaleren, dan moeten ze conform de meldcode handelen. Mee eens. In de nota is een aantal aanscherpingen doorgevoerd n.a.v. de eerder genoemde punten.
Antwoord/reactie gemeente Wij nemen uw voorstel over.
Op hoofdlijnen zijn de nota’s gelijk, maar per gemeenten zijn hier en daar andere tekstuele keuze’s gemaakt.
31
Het maatschappelijk resultaat (bladzijde 10): op meerdere plaatsen in de nota komt naar voren dat de gemeente Barendrecht/Albrandswaard meer wil gaan sturen op maatschappelijk resultaat ten opzichte van zogenaamde ‘output’. Onze huidige KPI’s, welke afgesproken zijn met de gemeente, zijn hoofdzakelijk gericht op dat tweede. Op wat voor termijn wordt de switch gemaakt naar nieuwe afspraken en indicatoren en in hoeverre worden wij daarin meegenomen? En wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor het meten hiervan? Sturen via de opgavetafels (bladzijde 12): de gemeente wil de effecten van de middelen die worden ingezet volgen en hierop kunnen (bij)sturen. Wat moet ik mij hierbij voorstellen? In de huidige situatie hebben wij regelmatig overleg met de gemeente over afspraken en sturen wij daar eens per jaar, tijdens het maken van nieuwe afspraken, bij waar nodig. Blijft deze frequentie op deze manier of kunnen we meer/minder sturing van de gemeente verwachten? Wijkgerichte samenwerking (bladzijde 14): de gemeente wil een goed werkend wijknetwerk ontwikkelen op het gebied van welzijn, gezondheid, hulp en ondersteuning. Wij nemen bij allebei de wijkteams alleen deel vanuit onze rol als jongerencoaching. Is de ambitie om dit verder te verbreden qua doelgroepen? Algemeen: vele uitgangspunten zijn gelijk in de nota Barendrecht en Albrandswaard (wellicht ook Ridderkerk).
Hoe gaan jullie de ambities monitoren vanuit de integrale uitvoeringsorganisatie? Hoe ziet deze eruit (in het kader van leren van elkaar als gemeenten en efficiëntie van inzet van professionals)
U refereert waarschijnlijk naar de KPI’s die u naar aanleiding van een subsidie met de gemeente hebt afgesproken. Deze afspraken blijven voor de geldigheidsduur van de subsidie ongewijzigd. In de nota beschrijven wij de manier waarop we de doelen die in de nota zijn gesteld willen meten. Na vaststelling van de nota zal dit ook effect hebben op de afspraken die wij met subsidiepartners maken. Afspraken maken we altijd in overleg.
Het gaat in het verband van de opgavetafels om het sturen vanuit een gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid m.b.t. de maatschappelijke opgaven. De één op één gesprekken omtrent de voortgang en verantwoording over de inzet van de verkregen subsidiegelden zullen naar verwachting blijven. De gespreksvorming over waartoe de middelen worden ingezet willen we steeds meer integraal vorm gaan geven. Daar verwachten wij inderdaad wel een verschuiving van individuele naar integrale gesprekken en gedachtevorming aan de opgavetafels. Momenteel is er al een nauwe samenwerking, welke we graag verder intensiveren en optimaliseren. Verbreding van doelgroepen is daarbij een optie.
Op dit moment stellen de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk inderdaad een vergelijkbare nota integraal beleid sociaal domein op. De nota’s zijn in hoge mate vergelijkbaar en dit zal naar alle waarschijnlijkheid ook voor de monitoring gelden. De basis voor de monitoring zal bij de definitieve versie van de nota verder zijn uitgewerkt. De komende periode buigt de ambtelijke organisaties zich verder over de vormgeving en inrichting van onder meer de monitoring, waarbij het leren van elkaar tussen de gemeenten en een efficiënte inzet van professionals aandachtspunten vormen. 32
Organisatie: Vivenz / MEE Vraag/opmerking
Antwoord/reactie gemeente
De nota is meerjarig beleidskader; voor welke periode precies?
Er is geen einddatum opgenomen zodat de nota herijkt of vernieuwd kan worden wanneer de situatie in de gemeente daar om vraagt, bijvoorbeeld ook naar aanleiding van de tussentijdse evaluaties.
MEE Vivenz ziet graag dat de invulling van het partnerschap van de gemeente en de invulling van een samenwerkende en responsieve overheid duidelijker en congruent beschreven wordt in deze beleidskaders.
In de nota is onder ‘pijlers voor succesvolle implementatie’ uiteengezet welke rollen de gemeente heeft. Vervolgens is een toelichting gegeven op de richting die de gemeente wil inslaan, welk accent de gemeente wil leggen en welk onderscheid gemaakt wordt. Meer congruentie is niet aan te brengen aangezien de gemeente meerdere rollen heeft in te vullen. Daarentegen vermeldt de nota dat de gemeente het partnerschap beter wil vormgeven rondom de aanpak van de maatschappelijke opgaven. Om te beginnen heeft de gemeente dat al gedaan door de conceptversie van de nota aan verschillende organisaties voor te leggen en hen aan de voorkant te betrekken bij het formuleren van zowel het ‘wat’ als het ‘hoe’. Met de opgavetafels heeft de gemeente voor ogen intensiever samen op te trekken met partners rondom het formuleren en vormgeven van de ‘hoe’-vraag.
In de beleidskaders wordt melding gemaakt van de trend “flexibilisering van de arbeidsmarkt”. Ook voor MEE Vivenz is het in deze tijd noodzakelijk om een grotere flexibele schil van personeel te hebben dan voorheen. Daarom wordt gepleit voor meerjarige afspraken, ook als het gaat om een subsidierelatie. Deze ruimte is nodig om daadwerkelijk te kunnen innoveren. Een dergelijke ambitie of voornemen is niet terug vinden in de nota. MEE Vivenz ziet graag een voornemen of streven naar een toename van meerjarige afspraken met partners in de beleidskaders opgenomen.
In de beleidsnota wordt volstaan met het benoemen van partnerschap als belangrijke succesfactor; een pijler voor succesvolle implementatie. De (juridische) basis voor meerjarige financiële afspraken is gelegen in gesloten overeenkomsten conform het aanbestedingsrecht en de Algemene Wet Bestuursrecht i.h.k.v. subsidiëring. Toekomstige afwegingen rondom nieuwe (looptijden van) financiële afspraken zullen gemaakt worden in het perspectief van deze integrale beleidsnota.
33
SAMEN LEVEN IN ALBRANDSWAARD Nota integraal beleid sociaal domein
Inhoud 1. Inleiding............................................................................................................................................... 4 1.1 Opzet nota ..................................................................................................................................... 5 2. Visie, sturing en maatschappelijke effecten ...................................................................................... 6 2.1 Waar willen we naar toe? ............................................................................................................. 6 2.1.1 Transformatie ......................................................................................................................... 6 2.2 Wat willen we bereiken? ............................................................................................................... 7 2.3 Hoe gaan we daarop sturen? ........................................................................................................ 7 2.3.1 Sturing op maatschappelijk resultaat ..................................................................................... 8 2.3.2 Pijlers voor succesvolle implementatie ..................................................................................
8 2.3.3 Maatschappelijke effecten ................................................................................................... 13 2.4 Storytelling bij maatschappelijke effecten .................................................................................. 15 3. Ontwikkelen ...................................................................................................................................... 16 3.1 Inspanningen ............................................................................................................................... 17 4. Meedoen ........................................................................................................................................... 22 4.1 Inspanningen .............................................................................................................................. 23 5. Eigen kracht & Samenkracht ............................................................................................................ 29 5.1 Inspanningen ............................................................................................................................... 29 6. Vitaal, gelukkig & Gezond ................................................................................................................
33 6.1 Inspanningen ............................................................................................................................... 34 7. (veilig) Thuis wonen .......................................................................................................................... 39 7.1 Inspanningen ............................................................................................................................... 40 8. Implementatie .................................................................................................................................. 45 8.1 De basis is gelegd......................................................................................................................... 45 8.2 Doorontwikkeling gemeentelijke organisatie ............................................................................. 45 8.2.1 Integrale dienstverlening ..................................................................................................... 45 8.2.2 Organisatiecultuur ................................................................................................................ 46 8.2.3 Organisatieperspectief .........................................................................................................
46 8.3 Implementatie ............................................................................................................................. 46 8.3.1 Een programmatische benadering ....................................................................................... 46 8.3.2 Inkoopstrategie en opdrachtgeverschap ............................................................................. 46 8.3.3 Outcomegerichte sturing en partnerschap .......................................................................... 46 8.3.4 Beleidsmonitor ..................................................................................................................... 47 8.3.5 Deskundigheidsbevordering ................................................................................................. 47 8.4 Financiën ..................................................................................................................................... 47 2
BIJLAGE 1 Trends & kwantitatieve gegevens ....................................................................................... 48 BIJLAGE 2 Beleidsmonitor .................................................................................................................... 85
3
1. Inleiding Dit meerjarig beleidskader beschrijft het beleid van de gemeente Albrandswaard op het (brede) terrein van het sociaal domein. De nota maakt inzichtelijk welke samenhangende maatschappelijke doelstellingen de gemeente heeft met het beleid in het sociaal domein; met welke opgaven we de komende jaren samen met onze partners aan de slag gaan. De gemeente Albrandswaard wil de komende jaren de dienstverlening in het sociaal domein verder verbeteren. Samen met inwoners en maatschappelijke partners focussen we op de transformatie in dit domein. In partnerschap en in een lerende omgeving willen we stap voor stap de complexe vraagstukken binnen het sociaal domein aanpakken. We willen onder meer dat meer vraaggericht gewerkt wordt, waarbij ‘de mens’ en maatwerk centraal staat bij de benadering van een vraag en waarbij de kwaliteit voorop staat. We willen de zorg vroegtijdig en dichtbij organiseren. Uitgangspunt is dat de inzet van hulpverleners en het informele netwerk van ondersteuning (vrijwilligers, mantelzorgers, familie, etc.) op elkaar is afgestemd en dat daar waar sprake is van een opstapeling van problemen een integrale aanpak wordt gehanteerd.
Ook willen wij dat iedereen volwaardig mee kan doen in onze samenleving, dat de integraliteit van de toegang en de hulp en ondersteuning versterkt wordt en dat zoveel mogelijk gewerkt wordt aan duurzame samenwerkingsverbanden en resultaten. Hierbij is het van belang in het oog te houden dat de inzet in het sociaal domein betaalbaar blijft. Door de alsmaar stijgende lijn in het zorggebruik is de betaalbaarheid van de zorg een uitdagende opgave. Voorliggende nota vervangt een aantal beleidsnota’s die voorafgaand aan de decentralisatie van taken in het sociaal domein naar gemeenten in 2015 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Het gaat om:
Het meerjarenbeleidskader Jeugdhulp (2015-2018) Het beleidsplan Wmo Albrandswaard (2015-2018) Het beleidskader Participatiewet Albrandswaard ‘Samenwerken aan werk’
Aan de totstandkoming van deze nota is een participatietraject vooraf gegaan. Zowel de doelgroepen van het beleid, de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard, vrijwilligers, mantelzorgers en veel maatschappelijke organisaties hebben input geleverd voor deze nota. Ook vanuit uitvoerend niveau zijn verscheidene wijkteamprofessionals en professionals op het gebied van participatie en de Wmo betrokken geweest. De input uit deze bijeenkomsten is, voor zover het het beleidsniveau raakt, verwerkt in deze nota. Het gemeentebestuur is alle deelnemers zeer erkentelijk voor de bijdrage die zij aan de totstandkoming van deze nota geleverd hebben. Gezien de relatief korte periode waarin de Covid-19 crisis zich manifesteert en de onduidelijkheid over de duur en de impact van deze crisis hebben we ervoor gekozen om in deze beleidsnota niet uitgebreid stil te staan bij de gevolgen van de Covid-19 crisis. We verwachten dat de geformuleerde outcome-effecten en doelstellingen niet zullen wijzigen maar van onverminderd belang of zelfs urgenter zullen zijn. We volgen de effecten van de huidige crisis op de voet, onder meer door de covid-tafels die wij op dit moment organiseren. Via deze tafels houden de gemeente en maatschappelijke partners elkaar op de hoogte van het verloop en de ervaren effecten omtrent de dienstverlening aan de inwoners en sturen we waar nodig bij.
De beheersing van risico’s en het treffen van maatregelen is onderdeel van onze reguliere beleids-, planning en control-cyclus.
4
1.1 Opzet nota In de figuur ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ is in één oogopslag te zien hoe deze beleidsnota is opgebouwd. In hoofdstuk 2 ‘Visie, sturing en maatschappelijke effecten’ wordt ingegaan op de vragen: ‘Waar willen we naar toe’, ‘wat willen we bereiken’ en ‘hoe gaan we daarop sturen’. In dit hoofdstuk is onder andere beschreven dat de gemeente Albrandswaard een verandering (de transformatie) in het lokale sociaal domein. De gemeente heeft met input van inwoners en maatschappelijke partners een missie geformuleerd. In dit hoofdstuk is die missie beschreven en is opgenomen hoe de gemeente wil sturen op het realiseren van de missie en de daarbij horende maatschappelijke effecten. Belangrijke pijlers onder het beleid vormen de ‘motor’ voor de verandering: integrale samenwerking en zorg dichtbij, ruimte voor ‘leren en experimenteren’ en partnerschap en ruimte voor burgerinitiatief. In het licht van de missie is een vijftal maatschappelijke effecten geformuleerd. In de hoofdstukken 3 t/m 7 zijn deze maatschappelijke effecten in beeld gebracht. Per hoofdstuk is een overzicht opgenomen van de inspanningen die we (nu al) leveren. Tot slot is in hoofdstuk 8 ingegaan op de financiële aspecten, de sturing, de implementatie van het beleid en de beleidsmonitor.
De prestatie-indicatoren die gehanteerd zullen worden voor het meten van de effecten van het beleid zijn in de tweede bijlage van deze nota opgenomen.
Figuur ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’
Na de vaststelling van het ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ zal aandacht zijn voor de herijking van de verordeningen als hernieuwd kader voor de integrale uitvoering op het gebied van Jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatie. Voor wat betreft de inspanningen die door maatschappelijke partners worden uitgevoerd geldt dat de gemeente de dialoog intensiveert. In samenwerking met partners zal de gemeente zich integraal over de opgaven in deze nota buigen. 5
2. Visie, sturing en maatschappelijke effecten In dit hoofdstuk wordt beschreven welke ontwikkelingen in de samenleving de gemeente de komende jaren wil stimuleren, wat de gemeente wil bereiken en wat ervoor nodig is om dat te kunnen bereiken.
2.1 Waar willen we naar toe? De komende jaren wil de gemeente samen met partners en inwoners bouwen aan een krachtige, inclusieve samenleving. De gemeente wil dat iedereen zich naar vermogen kan ontwikkelen en kan deelnemen aan de maatschappij. Het is een samenleving waarin inwoners zich verbonden voelen en hun weg weten te vinden. Iedereen hoort erbij, doet er toe, iedereen doet mee. Iedereen kan ook zelf binnen zijn of haar mogelijkheden aan de samenleving bijdragen, hetgeen de zingeving en het welbevinden vergroot. Mensen zijn betrokken bij elkaar, respecteren elkaar, helpen elkaar. Inwoners krijgen ondersteuning van de gemeente en/of partners op het moment dat zij dat nodig hebben. Deze ondersteuning is goed vindbaar en toegespitst op de behoefte(n) van de inwoner(s). Als samenleving nemen we gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Inwoners zijn in staat om hun eigen leven te organiseren en vorm te geven. Inwoners weten elkaar te vinden en pakken samen initiatieven op; voor en door inwoners. Als het tegenzit doen mensen voor hulp een beroep op familie, vrienden, kennissen, buren en zo nodig professionele ondersteuning. De gemeente is zich daarbij bewust van de grenzen van informele zorg en biedt desgewenst ook kwalitatieve ondersteuning aan degenen die omzien naar hun naaste.
2.1.1 Transformatie Het Rijk heeft in 2015 een aantal omvangrijke taken overgedragen aan de gemeenten. Het gaat om de gemeentelijke taken zoals deze zijn opgenomen in de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Wet op Passend Onderwijs. Het Rijk had twee belangrijke argumenten om de decentralisaties voor het sociaal domein door te voeren:
Minder regeldruk voor inwoners. De regels moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Inwoners met ingewikkelde problemen kunnen terecht bij één aanspreekpunt. De geldstromen aan gemeenten voor de taken in het sociaal domein worden eenvoudiger ingericht. Gemeenten krijgen uiteindelijk 1 budget vanuit het gemeentefonds om de participatie in de maatschappij te bevorderen. Besteding van en verantwoording over dit budget wordt zo voor gemeenten overzichtelijker. Dit zou ook het antwoord moeten vormen op de jaarlijkse stijging die werd gesignaleerd in beroep op zorg en ondersteuning en de daarmee gepaarde kosten.
De zogenaamde ‘transitie’ (overdracht) van taken op het gebied van zorg en participatie in 2015 kan geslaagd genoemd worden, maar voor een succesvolle ‘transformatie’ is er nog een weg te gaan. Net als veel andere gemeenten in Nederland staat Albrandswaard voor de opgave de ‘transformatie’ in het sociaal domein een extra impuls te geven. De stappen in dit proces zet de gemeente in gezamenlijkheid met maatschappelijke partners en inwoners. De gemeente beoogt met deze ‘transformatie’ van zorg en hulp de beweging van ‘zwaar naar lichte zorg’, het versterken van de functie van preventie en vroegsignalering en het toepassen van de integrale benadering daar waar de situatie erom vraagt. Het hoofddoel daarbij: inwoners zo lang en gezond mogelijk laten meedoen in de samenleving en vroegtijdig escalatie van problematiek voorkomen. De beweging die de ‘transformatie’ veronderstelt, is in onderstaande afbeelding vereenvoudigd gevisualiseerd.
6
Figuur 1 – Transformatie in beeld
Bij de transformatie gaat het om de navolgende ontwikkelingen: Het versterken van de integrale benadering: bij meervoudige complexe casuïstiek regie op een op elkaar afgestemd hulpaanbod dat bijdraagt aan een ‘duurzaam resultaat’. Vroegtijdiger signaleren zodat ook eerder kan worden geïntervenieerd om eventuele verdere escalatie te voorkomen. Het vroegtijdig inzetten van lichtere vormen van hulp en het bieden van passende basisondersteuning. Het versterken van preventie: investeren in activiteiten op het gebied van gezondheid, welzijn, cultuur en sport ter voorkoming van problematiek. Ruimte geven aan innovatie: op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten die bijdragen aan de beweging van de transformatie. De-medicalisering: het verminderen van het beroep op de medische hulp w.o. de eerstelijnszorg1 en het versterken en vergroten van de zichtbaarheid van nulde lijn (welzijn en gezondheid). Afname specialistische hulpverlening/tweedelijnszorg2: op termijn verminderen van beroep op zware dure hulp. De gemeente ziet daarbij een belangrijke rol weggelegd voor de wijkteams als stevige verbinding tussen de nuldelijn3 en de 1e en 2e lijnszorg. Voor de wijkteams betekent dat ook dat zij een belangrijke speler zijn in het aanjagen van deze transformatie en dat zij zich zelf gedurende dit proces ook dienen te ontwikkelen.
In paragraaf 2.3.2 wordt daar verder op ingegaan. De veronderstelling, die mede de basis is voor de overdracht van taken aan gemeenten (de decentralisaties), is dat met het behalen van de benoemde doelstellingen ook een kostenreductie (zie afbeelding ‘transformatie’) kan worden gerealiseerd. De gemeente constateert echter ook dat het beroep op zorg en hulp blijft stijgen. Daarom past het om de volgende kanttekeningen te plaatsen: