CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

59. 2025-067088 Raadsvoorstel Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027- 2029.pdf

Gemeenteraad AW 10 november 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 10: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 202932.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

9,6 1435,37

Woonlasten

Bron: Coelo 2025

- 57 -

Ontw %

Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 11 juli 2025. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.

De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de (geo)politieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen vanaf 2024 binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 82% van alle geïdentificeerde risico’s. Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard De gemeente ontvangt ruim de helft van haar inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De meeste gemeenten voorzien vanaf 2026 grote tekorten omdat de algemene uitkering met ingang van 2026 terugloopt. Om hier op in te spelen moet er nu al actie worden ondernomen om de product- en dienstverlening op een acceptabel niveau in te kunnen blijven vullen.

Hierdoor moet er mogelijk opnieuw geprioriteerd worden, worden bezuinigingsmogelijkheden onderzocht en wordt er naar andere weerstandscomponenten gekeken om de dekking en de dienstverlening op peil te houden. Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. In de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde budgetten ook komend jaar groot. De hulpvraag onder jongeren is in aantal cliënten wellicht iets afgenomen, ten aanzien van voorgaande perioden van stijging, maar blijft groot en zeer kostbaar. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening draagt bij aan het aanhouden van een verstevigd risico in het gemeentelijk risicoprofiel als het gaat om de

- 58 -

uitvoering van de Jeugdwet. Het CPB voorziet in de middellange termijn raming (heden2033) landelijk een aanhoudende kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet van gemiddeld 2,4%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot en met 2027 hoog blijven en ook hier wordt landelijk een kostenstijging van circa 2% per jaar verwacht. Uiteraard zal er lokaal binnen het sociaal domein alles aan worden gedaan om de uitvoering zo efficiënt en effectief als mogelijk uit te voeren. De uitvoering van de Participatiewet laat eveneens een negatieve trend zien met een trage maar aanhoudende groei van uitkeringsgerechtigden. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. De krapte op de arbeidsmarkt biedt hierin maar beperkt verlichting omdat er in veel gevallen maar beperkt aansluiting blijkt te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. ICT/ Informatiebeveiliging en Privacy. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op.

Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot circa € 110. Deze risico’s maken voor een belangrijk deel onderdeel uit van processen waar De BedrijfsvoeringsPartner zorg voor draagt. De wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming wijst de gemeente altijd als risico eigenaar aan en stelt harde toenemende eisen aan techniek, inrichting, beschikbare competenties en capaciteit. Dit alles is noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden, maar helaas ook om kwaadwillenden te weren uit onze digitale omgeving. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Informatiebeveilingsdienst en De BedrijfsvoeringsPartner. Risico’s De BedrijfsvoeringsPartner. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverleningsprocessen van de gemeente(n) worden door De BedrijfsvoeringsPartner uitgevoerd. De bedrijfsvoeringsrisico’s die hierbij bestaan vormen het risicoprofiel van de BedrijfsvoeringsPartner. De gemeente deelt naar rato in het afdekken van een deel van deze risico’s. Dit risico is als één cluster opgenomen in de top 10. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds).

Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Zoals eerder aangegeven zorgen de teruglopende bijdragen van het gemeentefonds en de nieuwe verdeel- en berekensystematiek van het gemeentefonds voor grote onzekerheid. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit het Rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave waaraan altijd risico’s zijn verbonden. Restrisico Grondexploitaties. Dit onderdeel staat niet langer in top 10. De risico's die eerder werden aangehouden zijn sterk afgenomen en hebben minimale invloed op de benodigde weerstandscapaciteit.

- 59 -

Risico's In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Belangrijkste financiële risico's Nr.

Risicogebeurtenis

Gevolgen

Maatregelen

Kans Financiële gevolgen

Invloed

R1401

Risicocluster tekorten uitvoering (gedecentraliseerde) taken Sociaal Domein.

geld - Opgenomen risico's sociaal domein.

Optimaliseren uitvoering processen preventie, activering en handhaving, monitoring, business intelligence.

90% max.€ 1.150.000 20.25%

R501

Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lopende het begrotingsjaar lager.

geld - Rijksbezuinigingen.

Her-prioritering, bezuinigingen, inkomsten verhogen.

50% max.€ 1.000.000 9.82%

R1662

(Gekwalificeerd) personeel is moeilijk verkrijgbaar.

tijd - Stagnatie van Beperkte invloed, DBP. bedrijfsprocessen, kostbare inhuur expertise.

50% max.€ 1.000.000 9.76%

R1440

Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving Informatiebeveiliging en Privacy.

geld - Financieel, juridische DBP, proces meldpunt aansprakelijkheid. datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, compliance.

90% max.€ 500.000

8.84%

R532

Risico dat de BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget

geld - (Tijdelijk)extra (frictie)kosten/uren/inhuur personeel.

DBP, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling.

90% max.€ 460.000

8.08%

R385

Begrotingstekorten in gemeenschappelijke regelingen waardoor de gemeente financieel moet bijspringen.

geld - Financieel.

Beperkte invloed, monitoring.

60% max.€ 500.000

5.86%

R1442

Oplopende kosten in bouwsector door stijgende conjunctuur (schaarste).

geld - Financieel.

Beperkte invloed.

50% max.€ 500.000

4.91%

R1558

Toenemende inflatie.

geld - Dekkingsproblemen bij de begroting.

Beperkte invloed.

50% max.€ 500.000

4.90%

R1555

Er is niet voldoende woonruimte voor een uiteindelijke huisvesting van vluchtelingen beschikbaar.

geld - Geen betaalbare mogelijkheden beschikbaar; woonruimte moet plotseling nieuw gebouwd worden.

Beperkte invloed.

50% max.€ 500.000

4.89%

R1552

Integraal huisvestingsplan Onderwijs.

geld - Financieel.

Beperkte invloed.

50% max.€ 500.000

4.89%

Totaal grote risico's: €6.610.000

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

- 60 -

Kwantiteit

Referentiebeelden

Kans

10%

<0 of 1 keer per 10 jaar

1

30%

1 keer per 5-10 jaar

2

50%

1 keer per 2-5 jaar

3

Toelichting kansklasse

klasse Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen. 70%

1 keer per 1-2 jaar

4

90%

1 keer per jaar of >

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.558.478 (benodigde weerstandscapaciteit).

- 61 -

Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage

Bedrag 5% € 1.355.470 25% € 2.020.250 50% € 2.531.104 75% € 3.062.688 90% € 3.558.478 95% € 3.855.615

Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2025. Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel.

Project

MPO 2025

MPO 2024

MPO 2025

MPO 2024

Risico's (ongewogen en gesaldeerd)

Risico's (ongewogen en gesaldeerd)

Risico's (gewogen en gesaldeerd)

Risico's (gewogen en gesaldeerd)

Verschil

C = A-B

Spui

Op te vangen in grondexploitatie

Niet op te vangen in grondexploitatie

D

E=D-A

A

B

-275.000

-275.000

-42.500

-42.500

0

0

-42.500

0

-80.000

0

-20.000

20.000

0

0

Polder Albrandswaard Binnenland

0

-200.000

0

-50.000

50.000

0

0

De Omloop

-4.622.700

-4.534.000

-1.386.800

-1.360.000

-26.800

1.386.800

0

-330.000

0

1.000

0

1.000

-1.000

0

-5.227.700

-5.089.000

-1.428.300

-1.472.500

44.200

1.385.800

-42.500

Schutskooiwijk TOTAAL

Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 42.500 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Zie de tabel hieronder. Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2026 Weerstandsonderdelen

Huidige capaciteit € 14.035.410

Algemene reserve

€ 484.970

Reserve MPO Reserve Sociaal domein

€ 1.810.000

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 16.330.380

- 62 -

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Risico's

Weerstandscapaciteit

Bedrijfsproces

Algemene reserve

Financieel

Reserve MPO

Imago/politiek

Reserve Sociaal domein

Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product

Weerstandvermogen Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 16.330.380

=

=

4,53

(€ 3.558.478 + € 42.500) = € 3.600.978

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

Voldoende

D

0.8-1.0

Matig

E

0.6-0.8

Onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

Het ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de

- 63 -

situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen

Kengetallen In het onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie voor de begroting 2026 met haar meerjarenperspectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente?

- 64 -

Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium. In onderstaande tabel wordt het totaalbeeld van alle kengetallen weergegeven. Vervolgens worden de kengetallen per stuk toegelicht.

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A

Categorie B

Categorie C

minst risicovol

neutraal

meest risicovol

1a. Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3. Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%%

4. Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Schuldquote Een graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling.

Onze schulden zullen naar verwachting de komende jaren aanzienlijk toenemen, vanwege de geplande investeringen. Zowel reeds genomen als toekomstige beslissingen over de besteding van middelen, evenals mogelijke nieuwe investeringen, zullen invloed hebben op de schuldquote. - 65 -

Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Indien bijvoorbeeld een woning voor 80% is gefinancierd bij de bank en voor 20% is betaald met eigen spaargeld, dan is de solvabiliteit in dat geval 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.

Albrandswaard beschikt momenteel over een stabiele vermogens- en reservepositie. Beslissingen over de besteding van middelen en toekomstige grote investeringen zullen echter invloed hebben op de solvabiliteit. Voor de komende jaren staan aanzienlijke investeringen gepland, die een stijging van het vreemd vermogen met zich mee zullen brengen. Om deze investeringen te financieren, zal er geld aangetrokken moeten worden. In combinatie met een naar verwachting afnemend eigen vermogen, zal dit leiden tot lagere solvabiliteitsratio’s. Daarbij merken we op dat ook het ravijnjaar 2028 hierin doorwerkt, en dat er nog keuzes gemaakt moeten worden die eveneens hun effect op de solvabiliteit zullen hebben. De economie kent een cyclisch karakter, waardoor financiële tegenvallers niet altijd voorspelbaar zijn. Gezien de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard zijn wij kwetsbaar; wanneer zich een financieel risico voordoet, kan dit een grote impact hebben op onze algemene reserve. Het is daarom belangrijk om de solvabiliteit nauwgezet te blijven monitoren, zodat bij een economische tegenwind tijdig weloverwogen keuzes kunnen worden gemaakt tussen inhoudelijke prioriteiten en financiële mogelijkheden. Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente.

Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bijvoorbeeld voor een nieuw woningbouwproject moet de grond eerst gekocht en bouwrijp gemaakt worden voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties). Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn, in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.

- 66 -

Onze financiële positie is de afgelopen jaren verbeterd. De realisatie van sociale woningbouw, samen met woningbouw in de vrije markt, blijft een belangrijk aandachtspunt. Dit speerpunt heeft ook invloed op onze financiële kengetallen. Nieuwe plannen en exploitaties zullen investeringen en financiering vereisen, wat van nature risico’s met zich meebrengt bij het terugverdienen. Dit kengetal schiet uit in 2026 door de geplande investeringen. Vanaf 2028 daalt dit kengetal onder 0 als gevolg van een lage boekwaarde. Een negatieve waarde is een signaal dat de grondexploitatie financieel onder druk staat en dat projecten mogelijk niet rendabel zijn zonder extra maatregelen of herzieningen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten nodig is om in evenwicht te komen met de structurele lasten. De signaalgrens is daarom ook 0%. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen blijven dragen. In de toekomst zullen er dan opbrengststijgingen en/of ombuigingen gerealiseerd moeten worden.

- 67 -

Het kengetal laat de 'ravijnjaren' duidelijk zien. Vanaf 2027 zien we een verslechtering van het kengetal optreden. Daarom zal er een intern traject gestart worden, samen met de gemeenteraad, om tot beleidskeuzes te komen die vanaf 2027 ingezet kunnen worden, zodat er uiteindelijk opnieuw evenwicht gaat ontstaan. Voor 2026 is het gelukt om precies met de huidige structurele baten de structurele lasten te dragen. Het is nodig om kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten. Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting (ozb).

Inwoners van Albrandswaard betalen hogere woonlasten dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent echter niet dat de gemeente daardoor meer financiële ruimte heeft dan andere gemeenten. De riool- en afvalstoffenheffing zijn namelijk zogenoemde gesloten financiële systemen: de opbrengsten mogen uitsluitend worden gebruikt voor de betreffende diensten. Hogere kosten kunnen ontstaan door lokale omstandigheden, zoals de aard van de bodem, het oppervlak of omgevingsfactoren. Om te voorkomen dat de lasten voor inwoners onnodig stijgen, is het belangrijk om beschikbare middelen doelmatig in te zetten en, waar mogelijk, gebruik te maken van innovatieve of kostenbesparende maatregelen. Ondanks stijgende kosten en onzekerheden bij het bepalen van de lasten, blijft de belastingcapaciteit voor inwoners van Albrandswaard stabiel. De relatief hoge gemeentelijke belastingen zijn noodzakelijk om een sluitende begroting te realiseren, mede gezien het bestaande voorzieningenniveau, veranderingen in andere inkomstenbronnen en stijgende uitgaven. Conclusie over huidige risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is de relatie tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen uiteengezet. Onze organisatie is ingedeeld in klasse A (waarderingscijfer), met een weerstandsvermogen dat als uitstekend wordt gekwalificeerd.

Hiermee kunnen we vaststellen dat de financiële positie van de organisatie goed is.

- 68 -

Investeringen, de fluctuaties in de algemene uitkering en diverse risico’s beïnvloeden de financiële kengetallen. Het is daarom van essentieel belang deze kengetallen nauwlettend te monitoren en de financiële gezondheid te waarborgen door tijdig afwegingen en keuzes te maken, met name bij omvangrijke investeringen. Daarnaast is het noodzakelijk om ook in de komende jaren vast te houden aan een begroting die gebaseerd is op realistische en verantwoorde ramingen.

- 69 -

Paragraaf 3 - Financiering In deze paragraaf bespreken we de plannen en acties rondom het liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de bijbehorende risico’s voor de jaren 2026 tot en met 2029. Naast de verplichte onderwerpen die in deze paragraaf aan bod moeten komen, behandelen we ook diverse ontwikkelingen die essentieel zijn voor een effectieve uitvoering van de treasuryfunctie. We gaan in deze paragraaf achtereenvolgens in op: • • • • • • • •

Wettelijke kaders en treasurystatuut; Rentevisie en rentebeleid; Renterisicobeheer; Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte; Uitzettingen; Renteomslag; Garantstelling, en Relatiebeheer.

Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke kaders voor de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), waarbij de beheersing van financiële risico’s een belangrijke rol speelt. De uitwerking hiervan is opgenomen in de financiële verordening 2025 en het treasurystatuut 2024. In 2025 is de financiële verordening herzien en vastgesteld. Sindsdien zijn er geen wijzigingen geweest in wet- en regelgeving of het gemeentelijk beleid. Daarom is een aanpassing van de financiële verordening en/of het treasurystatuut momenteel niet noodzakelijk. In 2021 heeft het college de nota Garantstellingen en Leningen vastgesteld. Deze nota bevat de spelregels en beleidskaders voor garantstellingen en leningen, als nadere uitwerking van de bepalingen in het treasurystatuut. Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Gezien de omvang van de bedragen is het belangrijk om uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en factoren die de rente beïnvloeden. Dit noemen we ‘rentebeleid’, waarbij we onderscheid maken tussen korte rente (leningen tot 1 jaar) en lange rente (leningen van 1 jaar of langer). Het is essentieel de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s. Wij monitoren deze ontwikkelingen nauwkeurig en gebruiken hiervoor (online) informatie van diverse geldverstrekkers.

Voor 2026 wordt een voortzetting verwacht van het voorzichtige renteverlagingsbeleid van de Europese Centrale Bank, dat in 2024 is ingezet. De inflatie in de eurozone beweegt zich langzaam richting de doelstelling, maar economische onzekerheden blijven aanwezig. Hierdoor blijft het rentebeleid van de ECB afhankelijk van actuele economische ontwikkelingen en inflatieverwachtingen. Hoewel de rente in 2026 naar verwachting stabiel blijft, kunnen geopolitieke spanningen, loonontwikkelingen en mondiale economische trends zorgen voor schommelingen. De kans op een omslag in het beleid later in het jaar is niet uitgesloten, mocht het economisch herstel sterker doorzetten dan nu voorzien. Voor het gemeentelijk beleid betekent dit dat we rekening houden met een gematigd renteniveau, maar alert blijven op mogelijke risico’s. Bij het aantrekken van financiering

- 70 -

wegen we zorgvuldig af of flexibiliteit of het vastleggen van condities het meest verstandig is. We blijven de marktontwikkelingen en het beleid van de ECB nauwgezet volgen, om tijdig in te kunnen spelen op veranderingen in het renteklimaat. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. Renterisicobeheer In dit onderdeel geven we inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing is een centrale pijler van de Wet Fido. Voor het beheersen van renterisico’s bij de uitvoering van de treasuryfunctie gelden twee wettelijke normen: de kasgeldlimiet voor kortlopende leningen (tot één jaar) en de renterisiconorm voor langlopende leningen (vanaf één jaar). Deze normen zijn bedoeld om de financiële gevolgen van mogelijke rentestijgingen te beperken en zo de begrotingsstabiliteit te waarborgen. Renterisiconorm De renterisiconorm is bedoeld om de risico’s van toekomstige rentestijgingen op de kapitaalmarkt te beperken, met name bij herfinanciering van aflossingen en bij renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door deze norm toe te passen wordt de leningenportefeuille goed gespreid, waardoor het renterisico evenwichtig over de jaren wordt verdeeld.

De norm stelt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal bloot mag staan aan herfinanciering of renteherziening. Renteherziening doet zich voor wanneer in de leningsovereenkomst is opgenomen dat de rente tussentijds wordt aangepast. Herfinanciering betreft het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van aflossingen of bestaande financieringen. Uit het onderstaande overzicht blijkt dat de gemeente binnen de renterisiconorm voldoende ruimte heeft om, indien nodig, ook aanvullende investeringen of uitgaven voor grondexploitatie met langlopende leningen te dekken. Bedragen x € 1.000 2027 2028

Renterisico op vaste schuld 2026 1.

Netto renteherziening op vaste schuld

2. 3.

2029

-

-

-

-

Betaalde aflossingen

3.628

4.659

3.226

4.533

Renterisico op vaste schuld (1 + 2)

3.628

4.659

3.226

4.533

Renterisiconorm 4a.

Begrotingstotaal 2026

77.327

4b.

Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage

4.

Renterisiconorm

20% 15.465

Toets renterisiconorm 5a.

Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)

11.837

5b.

Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

-

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag aan kortlopende leningen (met een looptijd tot één jaar) dat een gemeente mag inzetten voor haar financiering. Deze limiet is bedoeld om te voorkomen dat schommelingen in de korte rente direct grote gevolgen hebben voor de rentelasten binnen het lopende begrotingsjaar. Bij een overschrijding van de kasgeldlimiet

- 71 -

gedurende drie opeenvolgende kwartalen is de gemeente verplicht dit te melden aan de toezichthouder (de provincie), inclusief een plan om binnen de norm terug te keren. Onderstaand is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet voor 2026. Bij een verwacht liquiditeitstekort wordt telkens afgewogen of financiering op korte of lange termijn het meest passend is, afhankelijk van de actuele rentestand en de aard van de financieringsbehoefte. Bedragen x € 1.000 2026

2027

2028

2029

Totaal vlottende schuld

7.763

8.376

8.516

8.626

Totaal vlottende middelen

1.182

1.182

1.182

1.182

Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)

6.581

7.194

7.334

7.444

Kasgeldlimiet

6.573

7.194

7.334

7.444

Begrotingstotaal

77.327

84.641

86.285

87.575

Vastgesteld percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

0

0

0

0

Ruimte onder kasgeldlimiet

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie wordt beïnvloed door factoren zoals het investeringsniveau en tempo, fluctuaties in de grondexploitaties en wijzigingen in de geldleningenportefeuille. Met behulp van een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte kasstromen, waardoor tijdig inzicht ontstaat in de financieringsbehoefte. Omschrijving Kasstroomoverzicht

2026

Kasstroom uit operationele activiteiten Investeringen Aflossing leningen Financieringsoverschot/-tekort

-2.400 -26.700 -3.600 -32.700

2027

6.000 -2.000 -4.600 -600

2028

2029

4.500 -1.500 -3.200 -200

6.200 -1.800 -4.500 -100

Verwachte financieringspositie voor de komende jaren Vanaf 2026 ontstaat er een financieringsbehoefte om de liquiditeitspositie op peil te houden. Dit komt door een aantal omvangrijke projecten waarvoor eigen middelen onvoldoende toereikend zijn. In het bovenstaande overzicht en bij de raming van de aan te trekken middelen is uitgegaan van de huidige projectplanning. De daadwerkelijke financieringsbehoefte kan afwijken, afhankelijk van het tempo en de voortgang van de uitvoering. Leningenportefeuille Voor de dekking van het financieringstekort maken we optimaal gebruik van kortlopende leningen, binnen de grenzen van de kasgeldlimiet. De resterende financieringsbehoefte wordt aangevuld met langlopende leningen. De keuze tussen kort- en langlopende financiering wordt bepaald op basis van de actuele rentestand en bijbehorende voorwaarden. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de uitstaande langlopende leningen. Per 1 januari 2026 bedraagt deze gemiddeld 1,0%. In het onderstaande overzicht is het verloop van de bestaande langlopende leningen opgenomen, evenals de verwachte nieuwe langlopende financieringen.

- 72 -

Langlopende leningen

Bedragen x € 1.000 1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

Stand leningen

35.517

31.351

53.399

48.740

45.514

Nieuwe lening

-

25.676

-

-

-

4.166

3.628

4.659

3.226

4.533

Reguliere aflossingen

Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Wij verwachten niet dat er in de komende jaren sprake zal zijn van overliquiditeit. Daarom zullen wij geen gebruik maken van deze faciliteit. Verstrekte leningen Het onderstaande overzicht toont de leningen die aan derden zijn verstrekt. Voor leningen met een variabele rente wordt bij de renteberekening uitgegaan van de 1-maands Euribor op het moment van renteherziening. Naam geldnemer

%

Carnisse Mondzorg B.V. Totaal verstrekte gelden

3%

Saldo uitzettingen 1 januari 2026 77.542 77.542

Verwachte Saldo uitzettingen mutaties in 31 december 2026 2026 -26.807 50.735 -26.807 50.735

Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de renteverantwoording in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV gebruiken we onderstaand model voor de berekening van de renteomslag. Dit model geeft inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV stelt dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende renteomslag. Voor 2026 resulteert de berekening in een gemiddelde renteomslag van 0,62%. Wij hanteren voor 2026 echter een omslagpercentage van 0,55%. Schema rentetoerekening

Externe rentelasten financiering

+/+

588.800

Externe rentebaten

-/-

100.000

Saldo rentelasten en rentebaten

488.800

Rente projectfinanciering

-/-

13.400

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

475.400

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

387.700

Renteresutaat op taakveld treasury

-87.700

Toe te rekenen rente

475.400

Boekwaarde per 1 januari

76.891.000

Renteomslagpercentage

0,62%

- 73 -

Garantstelling In het verleden zijn regelmatig garantstellingen verstrekt voor leningen aan derden. Gezien de financiële risico’s gaan wij hier terughoudend mee om. Garanties worden alleen verleend als het maatschappelijk belang duidelijk is en er voldoende zekerheden zijn. Per 1 januari 2025 bedraagt het totaal aan directe garantstellingen € 34.486. Daarnaast is via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een achtervangfunctie verstrekt voor € 34,5 miljoen. De risico’s van deze garantstellingen zijn verwerkt in de berekening van ons weerstandvermogen. Relatiebeheer We voeren regelmatig overleg met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) om nieuwe ontwikkelingen te bespreken. Diverse kredietverstrekkers geven ons regelmatig advies over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2026 maken we gebruik van deze adviesdiensten om optimaal gebruik te maken van beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut zijn de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitgebreid vastgelegd.

- 74 -

Paragraaf 4 - Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente beheert de kapitaalgoederen waarvoor zij verantwoordelijk is. De kapitaalgoederen verhardingen, riolering, civiele kunstwerken, groen, speelgelegenheden, openbare verlichting en watergangen vertegenwoordigen tezamen een vervangingswaarde van ruim € 200 miljoen (peildatum 2023). Zorgvuldig beheer van dit kapitaal is belangrijk. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen en blijft de waarde zo hoog mogelijk. De waarde is afgestemd op de activiteiten die in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals wonen, werken en recreëren. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen wordt aangegeven wat de kaders zijn waarbinnen het onderhoud van deze goederen plaats vindt. Aanwezige kapitaalgoederen De gemeente beheert de kapitaalgoederen waarvoor zij verantwoordelijk is. De kapitaalgoederen verhardingen, riolering, civiele kunstwerken, groen, speelgelegenheden, openbare verlichting en watergangen vertegenwoordigen tezamen een vervangingswaarde van ruim € 200 miljoen (peildatum 2023). Zorgvuldig beheer van dit kapitaal is belangrijk. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen en blijft de waarde zo hoog mogelijk. De waarde is afgestemd op de activiteiten die in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals wonen, werken en recreëren.

In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen wordt aangegeven wat de kaders zijn waarbinnen het onderhoud van deze goederen plaats vindt. Aanwezige kapitaalgoederen De gemeente Albrandswaard beheert binnen de openbare ruimte de volgende kapitaalgoederen: • • • • • • • • • •

Verhardingen zoals wegen, straten, paden en pleinen binnen de bebouwde kom; Straatmeubilair; Openbare verlichting; Verkeer- en straatnaamborden; Gemeentelijke riolering; Waterbodems, beschoeiingen; Civiele kunstwerken; Openbaar groen; Speelvoorzieningen, en Gemeentelijke gebouwen.

De openbare ruimte wordt onderhouden binnen de wettelijke kaders en binnen de met de gemeenteraad afgesproken beleidskaders. Uitgangspunt daarbij is dat de planningen voor vervanging en groot onderhoud zijn gebaseerd op resultaatgericht beheer. Dit houdt in dat wordt onderhouden of vervangen wat daadwerkelijk nodig is, in plaats van onderhouden of vervangen op basis van technische levensduur. Door de BAR-ontvlechting hebben we een lichte achterstand opgelopen in de renovatie van kapitaalgoederen maar deze wordt de komende jaren verder ingelopen. Daarbij wordt ook het beheerplan geactualiseerd om voor de komende jaren het beheer goed en gestructureerd uit te kunnen voeren. Voor het onderhoud en beheer van de gemeentelijke gebouwen vormt het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) de basis. In 2016 is voor alle gemeentelijke gebouwen een MJOP vastgesteld. Dit plan wordt periodiek herijkt om het gebouwenbeheer actueel en doelmatig te houden. De meest recente afgeronde versie dateert uit 2023. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe herijking van het MJOP, die naar verwachting eind september 2025 wordt geformaliseerd. Deze herijking zorgt ervoor dat het onderhoudsbeleid aansluit bij de actuele staat van de gebouwen en de toekomstige beheerbehoeften.

- 75 -

Zorg voor de openbare ruimte Binnen het vastgestelde beheerplan zijn de beeldnormeringen van de CROW en de landelijke Standaard het uitgangspunt. Het beheerplan differentieert op basis van gebiedsindeling en kwaliteitsniveaus. De afgesproken beeldkwaliteit wordt bewaakt middels monitoring. In de beheerplannen zijn projecten en onderhoudsmaatregelen opgenomen om de gewenste kwaliteit te realiseren en te behouden. De planningen van de verschillende beheerdisciplines worden op elkaar afgestemd, zodat werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. Om deze integraliteit te borgen wordt het beheerplan geactualiseerd. De onderliggende beheerplannen en het integrale beheer heeft als doel: • Het zorgen voor een veilige, comfortabele, leefbare en duurzame openbare ruimte voor de bewoners van Albrandswaard; • De afgesproken kwaliteit van de openbare ruimte waarborgen door kwaliteitssturing; • Het beleid en consequenties hiervan v.w.b. de vastgestelde kwaliteitsniveaus aan alle belanghebbenden communiceren, zodat gekozen beleid en daarmee keuzes in de dagelijkse praktijk duidelijk en uitlegbaar zijn; • Voldoen aan wettelijke normen; • Budgetbeheersing; • Integrale afstemming tussen de verschillende beheeractiviteiten; • Termijnplanning voorhanden, en • Integrale aanpak van de taakvelden om hiermee een efficiëntieslag te behalen.

De beleidskaders waarbinnen het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd is o.a. opgenomen in: het Groenbeleidsplan gemeente Albrandswaard, Water en Rioleringsplan (WRP) 20262030, de Mobiliteitsvisie, Laadvisie Albrandswaard 2021, Speelruimtebeleidsplan, Licht op Albrandswaard, beleidskader openbare verlichting 2016, Beleidsplan afval en grondstoffen 2024-2028 en het Baggerplan. Dit beleid is vertaald in de genoemde beheerplannen en wordt zo ter uitvoering gebracht. Wegen De functie van het gemeentelijke wegennet is om het verkeer veilig, vlot en comfortabel te verwerken. Als wegbeheerder heeft de gemeente een zorgplicht om haar wegen te onderhouden en veilig te houden. Deze plicht is afgeleid van de Wegenwet. Onvoldoende zorg hiervoor leidt tot klachten van gebruikers van de buitenruimte en mogelijk tot schadeclaims. Door het opstellen van het nieuwe beheerplan openbare ruimte dient de financiering van het onderhoud van het totale wegenbestand voor de komende jaren inzichtelijk en beheersbaar te worden gemaakt. De onderhoudstoestand van de wegen in relatie tot het beschikbare budget is hierbij onderbouwd. Vanaf 2025 en 2026 ligt de focus op het renoveren van een wijk in Poortugaal. Het gaat hier om de straten Warnaar, Meeting, Terp en De Heuvel. Deze renovatie is in 2025 verder voorbereid en wordt aanbesteed.

De uitvoering en realisatie van het project zal plaatsvinden in 2026 met doorloop naar begin 2027. In het kader van de integrale aanpak wordt hierbij de hele openbare ruimte meegenomen waaronder groen, riolering en indien nodig openbare verlichting. Bij de planvorming wordt ook rekening gehouden met eventuele verkeerskundige aanpassingen om de verkeersveiligheid en gebruiksgemak te verbeteren. Daarbij wordt mede gekeken naar het aanbrengen van klimaat adaptieve maatregelen. Naast deze reconstructie vinden er aan de hand van jaarlijkse weginspecties onderhoudswerkzaamheden plaats. Deze locaties zijn door weginspecties in beeld gebracht in de 1e helft van 2025 . De daarbij geconstateerde (toegenomen) gebreken zijn verdeeld over de gehele gemeente voor zowel asfalt als elementverhardingen. Dit behoeft enige inhaalslag van achterstand d.m.v. grotere aanpak in 2026 en enkele daarop volgende jaren. Voor uitvoering hebben we meerjarige raamovereenkomsten afgesloten van klein en groot

- 76 -

onderhoud elementen verhardingen. Ook voor asfalt onderhoud is er een raamovereenkomst in wording. Deze zal in het 1e kwartaal van 2026 worden aanbesteed, waarna die in uitvoering gaat in 2026. Kwaliteit Albrandswaard beschikt over circa 112 hectare aan diverse verharding met een vervangingswaarde van circa € 67 miljoen. Binnen deze discipline is kwaliteitsniveau A doorgevoerd in de centra gebieden, niveau B in de woonwijken en niveau C op industrieterreinen. Deze niveaus worden getoetst conform de CROW beeldnormeringen. De technische staat van de elementenverharding op dit moment is op diverse locaties in Albrandswaard ondermaats. Dit is het effect van de doorgevoerde bezuiniging in 2021 en 2022 waardoor achterstallig onderhoud is ontstaan van. In het beheerplan maken we inzichtelijk hoe groot deze achterstand is en welke middelen er nodig zijn om verder achteruitgang te voorkomen. De onderhoudsmaatregelen worden bepaald uit de resultaten van de jaarlijkse weginspecties . Zettingsgebieden De bodem onder de openbare ruimte van Albrandswaard bestaat nagenoeg overal uit klei. Klei is een middelmatig stabiele bodemondergrond en geeft doorgaans een gelijkmatige zetting. Echter in de eind jaren '90 en beginjaren '00 is er infrastructuur aangelegd op een minder stabiele bodem dan klei.

Dit betreft de (Vinex) wijken Parels, Diamant van Portland en een derde deel van de wijk Valckesteyn in Poortugaal. Hier zal eerder groot onderhoud nodig zijn. Komend jaar zal onderzoek verricht gaan worden om de aanpak en de kosten voor de komende periode te bepalen voor deze wijken. Straatreiniging Binnen het onderdeel ‘schoon houden van de openbare ruimte’ valt ook de onkruidbestrijding op verhardingen. Binnen Albrandswaard worden hiervoor geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Kwaliteit Een schone leefomgeving heeft in onze gemeente een hoge prioriteit. In de dorpscentra (winkelgebieden) wordt kwaliteitsniveau A als norm gehanteerd en voor het overige deel van de openbare ruimte kwaliteitsniveau B. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd zien we erop toe dat deze kwaliteit wordt behaald. Openbare verlichting Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in de openbare ruimte. Als gemeente dragen we zorg voor een goed functionerende openbare verlichting waarmee de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid wordt gediend.

Bij de toepassing of vervanging van openbare verlichting hanteren we de volgende uitgangspunten: • De gemeente zorgt voor verlichting op maat daar waar het volgens de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 13201 + A1:2018 nl noodzakelijk is of vanuit sociale veiligheid wenselijk is; • De openbare verlichting is energiezuinig en afgestemd op de behoefte; • Vervanging van masten/armaturen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met geplande reconstructies en uitgevoerd in LED-verlichting; • Om de elektrotechnische veiligheid van de installaties te verbeteren voorzien we niet geaarde lichtmasten van dubbel geïsoleerde armaturen, en • In het buitengebied en bij randen van natuurgebieden hanteren wij het uitgangspunt: ‘er wordt niet verlicht, tenzij’.

- 77 -

In 2025 zijn ca. 600 armaturen op diverse locaties in Rhoon en Poortugaal vervangen. Hierbij gaan we over naar LED-verlichting waardoor op energie bespaard wordt. Kwaliteit Albrandswaard beschikt over een areaal van circa 6115 lichtmasten met een vervangingswaarde van circa € 5,5 miljoen. De gehele openbare verlichtingsinstallatie voor het preventieve en correctieve onderhoud wordt uitbesteed aan een daartoe gespecialiseerd bedrijf. Storingen die gerelateerd zijn aan de ondergrondse infrastructuur zijn voor verantwoordelijkheid van Stedin. De verlichtingskwaliteit zelf is niet via wettelijke of bindende bepalingen geregeld. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft wel richtlijnen opgesteld. De gemeente Albrandswaard volgt hierbij een tweesporen beleid ten aanzien van de te hanteren verlichtingsniveaus: 1. De openbare verlichting ten behoeve van nieuwe infrastructuur bij reconstructies binnen de bebouwde kom dient te voldoen aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 13201 + A1:2018 nl, en 2. In het buitengebied en bij randen van natuurgebieden hanteren wij het uitgangspunt: ‘er wordt niet verlicht, tenzij’. Verkeer en straatnaamborden Binnen het integraal mobiliteitsplan 2023-2030, is in 2024 de mobiliteitsvisie vastgesteld. Met vaststelling van deze visie bepalen we de richting die we in Albrandswaard op willen gaan op het gebied van mobiliteit.

Tevens biedt deze visie een stevige basis waarop we gefundeerde beslissingen kunnen nemen op het gebied van mobiliteit. Verder dient de visie als basis voor het vormgeven van de volgende deelproducten uit het mobiliteitsplan: gebiedsprofielen, de nota parkeernormen, wegencategorisering en een strategisch plan duurzame mobiliteit. We doen onderzoek naar hoe de gemeente Albrandswaard in elkaar zit op het gebied van mobiliteit, om zo ons wegennet opnieuw te beoordelen op functieniveau. We stellen ook een nieuwe nota parkeernormen op zodat we daarmee zo goed mogelijk kunnen adviseren op de steeds groter wordende woningbouwopgave. Jezelf duurzaam kunnen verplaatsen en dit stimuleren wordt steeds urgenter. Zodoende is ook een strategisch plan duurzame mobiliteit onderdeel van het mobiliteitsplan. Binnen het mobiliteitsplan is er ook uitgebreid aandacht voor duurzamere en schonere vormen van mobiliteit met als doelstelling deze te stimuleren. Hierbij is er aandacht voor het aantrekkelijker maken van het openbaar vervoer, deelvervoer en duurzame mobiliteit (Co2vrij). Daarnaast willen we lopen en fietsen aantrekkelijker en toegankelijker maken. Dit doen we door deze onderdelen centraal te stellen in het bepalen van de koers. Op deze wijze dragen we bij aan het terugdringen van het autogebruik en de uitstoot die daarmee gepaard gaat.

Al deze deelproducten moeten uiteindelijk leiden tot een uitvoeringsagenda waarin toekomstige projecten en maatregelen in de tijd zijn uitgezet. Zo verbeteren we de mobiliteit in gemeente Albrandswaard in de breedste zin van het woord, van verkeersveiligheid tot bereikbaarheid. Met het mobiliteitsplan en de daarbij horende uitvoeringsagenda leggen we vast welke lijn we als gemeente willen volgen en waaraan we de komende periode gaan werken. Naast het mobiliteitsplan – waarin de focus vooral ligt op de toekomst – blijven we ons ook richten op de lopende projecten en de urgente verkeersvragen vanuit de samenleving. We zetten daarbij in op het veiliger maken van bestaande 30 km/u wegen en het verbeteren van de routes voor langzaam verkeer.

- 78 -

Kwaliteit Voor de verkeersinrichting van wegen worden de richtlijnen van het CROW- en de SWOVrichtlijnen aangehouden. Het betreft hier richtlijnen maar geen inrichtingsvereiste, waar mogelijk worden deze toegepast maar de omstandigheden buiten laat dit niet altijd toe waardoor er soms afgeweken wordt. Ook voor verkeersmiddelen is geen landelijk afgesproken kwaliteitsnormeringssysteem ontwikkeld. We hanteren hierbij het beheerplan voor verkeer- en straatnaamborden. Bij verkeersmiddelen (verkeers- en straatnaamborden en verkeersobjecten) heeft het begrip kwaliteit betrekking op: • •

Veiligheid: het juiste bord op de juiste plaats, en Zichtbaarheid: technische normen voor reflectie.

Riolering Het Water en Rioleringsplan (WRP) 2026-2030 vormt de basis voor het onderhoud en vervangingen aan riolering. Het WRP is de opvolger van wat voorheen het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en Programma Stedelijk Water (PSW) werd genoemd. Binnen dit programma staat beschreven hoeveel onderhoud of vervanging per jaar noodzakelijk is. De rioolheffing wordt op basis van het WRP bepaald. In 2025 is dit opgesteld en is het totaalpakket rondom riolering en klimaatadaptatie tegen het licht gehouden. Riolering Riolering draagt bij aan de volksgezondheid. De gemeente heeft een zorgplicht met betrekking tot inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor mag de gemeente een rioolheffing innen. Dit is vastgelegd in het Programma Stedelijk Water 2021 – 2025 (PSW), dat door de raad is vastgesteld in 2020. In 2025 is een nieuw PSW (het heet nu Water en RioleringsPlan (WRP)), opgesteld. Dit WRP 2026-2030 wordt in het najaar aan de raad ter vaststelling voorgelegd. De thema's duurzaamheid en klimaatadaptie krijgen in het WRP 2026-2030 nadrukkelijk aandacht. Het WRP geeft een actueel beeld van de benodigde onderhoudsbehoefte voor de riolering voor een periode van 5 jaar en voor de lange termijn.

In 2024 wordt is het project aanpak van de openbare ruimte in de De Warnaar, De Meeting, De Heuvel en De Terp voorbereid gestart met ontwerpen en informatiebijeenkomsten. Uitvoering zal naar verwachting in 2025 2026-2027 plaatsvinden. Door een integrale aanpak krijgt de wijk een robuuste en klimaat adaptieve inrichting. Binnen dit integrale project wordt de riolering vervangen. In 2026 zal worden begonnen met de voorbereiding van de integrale aanpak van de wijk Ghijseland. Ook hier is het belangrijkste onderdeel rioolvervanging en vergroening van de wijk. De uitvoering zal meerdere jaren in beslag nemen. Kwaliteit Albrandswaard beschikt over circa 142 kilometer vrij verval riool en 77 kilometer drukriolering. Volgens landelijke maatstaven wordt ten aanzien van de kwaliteit van rioolstelsels niet gesproken in termen van kwaliteitsnormen zoals bij wegen, groen en straatreiniging maar van schadeklassen. Voorbeelden van deze schadeklassen zijn: scheurvorming in buizen, wortel-ingroei, verzakking en zandinloop. De beslissing tot vervanging of renovatie is gebaseerd op de uitkomsten van een rioolinspectie. Riolering gaat normaliter gemiddeld 60 tot 65 jaar mee. De riolering wordt eens in de 7 jaar gereinigd (ongeveer 20 km) en eens in de 14 jaar geïnspecteerd (ongeveer 10 km). Incidenteel worden extra inspecties uitgevoerd naar aanleiding van klachten (bijv. over wegverzakkingen).

Bij rioolvervangingsprojecten wordt zoveel als mogelijk integraal gewerkt. Daarbij streven we ernaar om de openbare ruimte robuust in te richten. Effecten van klimaatverandering, waaronder wateroverlast, kunnen op die wijze worden beperkt. We werken samen met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. Risico dialogen blijven belangrijk om eventuele wateroverlast onder de aandacht van betrokkenen te brengen. Duidelijk moet zijn

- 79 -

dat wateroverlast niet altijd door het aanpassen van riolering is op te lossen. De interactie tussen riolering en buitenruimte (groen en verharding) speelt een grote rol. Groen en bomen Het groen, in de breedste zin van het woord, is de aankleding en groene longen van de leefomgeving. Ze levert een grote belangrijke bijdrage aan de beleving, klimaat en biodiversiteit van de buitenruimte. De gemeente hanteert het motto 'Albrandswaard: Dorpen tussen groen en stad'. De groene long in een verder verstedelijkte omgeving. Het ontwikkelen, opbouwen en onderhouden van het openbaar groen is daarom een belangrijk gegeven. De uitgangspunten van groen zijn vastgelegd in een nieuw groenbeleidsplan dat in 2024 is vastgesteld. De ambities voor de toekomst zijn hierin vastgelegd en vormen de leidraad om onze gemeente ook groen te houden en verder te ontwikkelen. Sinds 2016 wordt ingezet op een consequent boombeheer gericht op een optimale begeleiding en ontwikkeling van bomen en het uitvoeren van structurele boomveiligheidscontroles. Jaarlijks wordt 1/3 deel van het bomenbestand gecontroleerd conform de geplande cyclus en worden de snoeimaatregelen uitgevoerd. Vanuit de wettelijke controle wordt er een kap- en vervangingsplan opgesteld en uitgevoerd om te voldoen aan de veiligheidsnormen. Vervolgens wordt in hetzelfde jaar gekapt en waar mogelijk vervangen.

Door jaarlijkse herhaling van deze planning wordt er zorg gedragen voor een kwalitatief goed en veilig bomenbestand. In 2025 is er volop ingezet om het nieuwe groenbeleidsplan te vertalen naar concrete doelen en projecten. Dit gaat de komende jaren inhoud geven aan het groen en bomen in Albrandswaard en de verdere ontwikkeling en verbetering ervan. Kwaliteit Albrandswaard beschikt over circa 300 ha beplanting, 1050 ha gras en 13.710 bomen met een vervangingswaarde van circa € 15 miljoen. Binnen het groen is kwaliteitsniveau A het uitgangspunt in de centra gebieden en niveau B in de woonwijken en industrieterreinen. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd wordt erop toegezien dat de kwaliteit wordt behaald. Waar nodig wordt vervolgens bijgestuurd of extra onderhoud gepleegd om het buiten schoon, heel en veilig te houden. Waterwegen en baggeren De gemeente en het waterschap zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van het oppervlaktewater en voor het op diepte houden van de sloten en waterwegen in de gemeente. Het onderhoud bestaat uit het verwijderen van waterplanten en riet (dagelijks onderhoud) en baggeren (planmatig onderhoud). Bij slecht beheer en onderhoud kunnen beide ervoor zorgen dat er een slechte doorstroming en afwatering ontstaat. Van deze werkzaamheden is baggeren het meest ingrijpend.

In alle wateren in ons gebied ligt op de bodem een laag bagger: een mengeling van plantenresten en bezonken slib. De aangroei van bagger is een natuurlijk proces. Gemiddeld groeit bagger met ongeveer een centimeter per jaar. Om te voorkomen dat onze wateren steeds minder diep worden, moeten we de bagger eens in de zoveel tijd weghalen. Met het baggeren komen de sloten en waterwegen weer op de oorspronkelijke diepte. Problemen met de waterhuishouding, waterkwaliteit en te ondiep water worden daarmee opgelost. Daarnaast worden er binnen onze gemeente beschoeiingen onderhouden. Op basis van technische levensduur en visuele inspecties wordt beoordeeld waar beschoeiing aan vervanging toe is. Waar mogelijk wordt daarbij bekeken of beschoeiing vervangen kan worden door natuurvriendelijke oevers. Indien dit niet mogelijk blijkt zal nieuwe beschoeiing

- 80 -

terug geplaatst worden. Indien uit de inspectie blijkt dat vervanging nodig is zal dit uitgevoerd worden, indien in goede staat zal vervanging worden uitgesteld. Koedood De Koedood is de grootste aaneengesloten waterplas in onze gemeente en neemt daardoor een bijzondere positie in qua waterbeheer. In 2017 is er een overeenkomst getekend met het Waterschap Hollandse Delta over het onderhoud van de Koedood bij Portland. Per 1 januari 2018 is daarmee het baggeronderhoud door het waterschap afgekocht en ligt het volledig beheer bij de gemeente. Om het waterbeheer van de Koedood alsmede het groenbeheer van de Noordrand goed vorm te geven en aan te laten sluiten bij de wensen van de bewoners, is in 2018 samen met een groep bewoners uitgangspunten voor beheer opgesteld. Er is vervolgens gekozen voor een Europese aanbestedingsprocedure volgens de ‘mededingingsprocedure met onderhandeling’, deze is in 2020 afgerond. Middels deze procedure is een aannemer gecontracteerd met de beste kennis van zaken, creatieve en innovatie oplossingsrichtingen en de volle motivatie om de komende 10 jaar aan de slag te gaan in dit gebied. Het beschikbare budget staat vast in deze aanbesteding. Binnen dit contract is vastgelegd dat de onderhoudsaannemer samen met bewoners, gemeente en overige belangrijke stakeholders in overleg treedt over de inrichting, wensen en het onderhoud van het gebied.

Hiermee moet een recreatief en aantrekkelijk gebied met ook voldoende natuur en biodiversiteit ontstaan. Omdat dit een 10-jarig contract is, is er wel een indexering van toepassing. Kwaliteit De gemeente Albrandswaard beschikt over circa 46 ha. oppervlakte water (sloten en plassen). Baggeronderhoud wordt planmatig gedaan op basis van jaarlijkse steekproeven over het gehele areaal, opvolging van klachten en meldingen/afkeur van het waterschap. De hieruit voortkomende werkzaamheden worden in een onderhoudsbestek verwerkt en uitgevoerd door een aannemer. Bij uitvoering van het baggeren speelt de Wet Natuurbescherming en beperking van overlast een belangrijke rol. Daarom vindt uitvoering plaats tussen 1 oktober en 15 maart. Het dagelijks onderhoud van de oevers en het verwijderen van riet en waterplanten wordt jaarlijks uitgevoerd. Uitvoering van deze werkzaamheden vinden plaats vanaf 15 juli. Via toezicht zorgt de gemeente ervoor dat de juiste kwaliteit wordt behaald en voldaan wordt aan de wet- en regelgeving. Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken in Albrandswaard bestaan uit bruggen, trappen, geluidsschermen, vlonders en visplaatsen. Bruggen vormen hiervan het grootste aandeel. Voor het in beeld krijgen van de staat van onderhoud zijn in 2024 alle objecten van Albrandswaard geïnspecteerd en technisch beoordeeld. Daarbij zijn 5 objecten toegevoegd aan het huidige areaal.

Deze gegevens zijn in het 1e kwartaal 2026 ondergebracht in een nieuw en actueel beheerplan. Ten aanzien van de gemiddelde onderhoudskosten en de levensduur van bruggen zijn geen landelijke normen vastgesteld. Reden hiervoor is dat dit per brug sterk afhankelijk is van de ligging, omgevingsaspecten en de toegepaste constructie. Door regelmatige inspecties wordt het degeneratie proces inzichtelijk gehouden. Met de nieuwe objectgegevens i.c.m. de technische inspecties wordt het beheerplan 20262030 opgesteld. Dit geeft inzicht in de onderhoudsaanpak in deze periode en het daarvoor nodige onderhoudsbudget . Het beheerplan 2026-2030 bevat naast het levensduur verlengend onderhoud ook een meerjarig vervangingsplan. Voor vervanging plaatsvindt, wordt met een maatregeltoets op locatie eerst gecontroleerd of vervanging direct noodzakelijk is of dat uitstel met een levensduur verlengende maatregel mogelijk is. Kwaliteit Albrandswaard beschikt over circa 107 civiele kunstwerken met een vervangingswaarde van

- 81 -

circa € 7,7 miljoen. Bij het opstellen van het beheerplan en het daarin ook opgenomen vervangingsplan zijn de hierna genoemde aspecten afgewogen: • • • •

Veiligheid; Vervanging; Levensduur verlengend onderhoud, en Schoonhouden.

Vanwege noodzakelijke bezuinigingen in 2021 en 2022 is er op het onderhoudsbudget voor civiele kunstwerken bespaard. Dit was mogelijk vanwege de (op dat moment) goede onderhoud staat van de bruggen (schoon, heel en veilig). Nu, drie jaar later, is er onderhoud noodzakelijk t.a.v. het esthetische aspect schoon maar vooral ook het conserveren (o.a. schilderen). Bruggen zijn hierdoor op korte termijn niet minder veilig geworden maar minder fraai om te zien en kwetsbaarder door ontbreken van conserverende laklaag. Voor herstel hiervan zullen vanaf 2026 veel bruggen hiervoor het nodige onderhoud krijgen. Daarnaast zullen levensduur verlengende onderhoudswerken gebleken uit genoemde inspecties worden gedaan. In 2026 zal brug 22 Rijsdijk geheel worden vervangen. Spelen In het ‘Besluit Veiligheid van Attractie- en Speeltoestellen’ (het Attractiebesluit) zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel beheert altijd als eerste aansprakelijk. Alle speelruimten en speeltoestellen zijn beoordeeld en afgezet tegen de demografische ontwikkelingen binnen de gemeente. Dit is verwoord in het Speelruimteplan 2010 - 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3771/documents/34789