51. Raadsinformatiebrief 2022 593499 inzake reactie zienswijzen Jaarstukken 2021 en Begroting 2023 en 1e tr 2022 GR BAR.pdf
Tekst van het document
uitvoering energietransitie in het gedrang: komen gemeenten de wettelijke taken nog na? BAR-organisatie moet zich nog door ontwikkelen in resilience management of resilience strategie (weerbaarheid).
16
6. Risico’s met betrekking tot beheer / functie van binnen- en buitenaccommodaties Met name de accommodaties voor sport en ontspanning staan vaker leeg door de coronacrisis. Wanneer deze wel (gedeeltelijk) in gebruik zijn levert dat aanpassingen op voor het coronaproof maken van de accommodaties en het begeleiden van de groepen die van de accommodaties gebruik maken. Inmiddels lijkt de coronacrisis in een fase te komen waardoor dit risico kan gaan afnemen in het komende jaar. Maar het is voor het opstellen van dit risicoprofiel nog te vroeg om het negatieve scenario terug te brengen. Trends en ontwikkelingen: uitval personeel door ziekteverzuim. geen of ander gebruik van de accommodaties. geen of minder huurinkomsten. 7. Cluster risico’s Fraude en Integriteit Door voldoende capaciteit toe te kennen aan een uitgebreide frauderisicoanalyse worden bestuur en management in positie gebracht om kritisch toezicht te houden op de uitvoering van het beleid. Trends en ontwikkelingen: risicoanalyse fraude en integriteit geborgd in het geactualiseerde beleid. verdere digitalisering van samenleving en aantal diensten. eerder in aanraking komen met criminaliserende omstandigheden / factoren. 8. Onvoorziene kosten doorontwikkeling BAR-organisatie Veel van bovengenoemde risico’s zijn van invloed op de doorontwikkeling van de BAR-organisatie.
De ervaringen en inzichten leren om vooral realistisch om te gaan met de vele onzekerheden in het aan verandering onderhevige wereldbeeld. Trends en ontwikkelingen: gemeentelijke bedrijfsfuncties kunnen niet altijd of niet volledig worden ingevuld. veranderde omstandigheden vragen om nieuwe vaardigheden, middelen en aanpassingstijd. streven de doorontwikkeling door te zetten en stabiel te blijven acteren als organisatie in crisistijd. onderzoek &van der Laar (variantenanalyse) vraagt om een scenario-risicoanalyse per variant. de nieuwe plannen van het kabinet Rutte 4 gaan het profiel beïnvloeden. Extra inspanningen zijn al in beeld maar de vergoedingen zijn nog niet bekend (dit komt in de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds). NB: dit kan als een positief risico uitpakken. 9. Brand- en gevolgschade + glasschade in/aan gebouwen in eigendom of beheer van de gemeenten Het is in bepaalde situaties beter om risico’s te accepteren en af te dekken vanuit de eigen middelen dan te kiezen voor vaak kostbare verzekeringen. 10. Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten De toenemende kwaliteit bij inkoop- en contractmanagement binnen onze GR BAR doen dit risico afnemen. Het omgevingsbeeld waarbinnen wordt geacteerd verandert echter sterk en zorgt voor vele uitdagingen. Trends en ontwikkelingen: verdere digitalisering van samenleving en aantal diensten.
17
2.2
discipline en communicatie van alle verschillende verantwoordelijken in een ketennetwerkorganisatie waarin de product- en dienstverlening plaatsvindt. toenemende volatiliteit (snel veranderend), complexiteit en ambiguïteit (vaagheid, dubbelzinnigheid).
Paragraaf Financiering
Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. In het treasurystatuut 2018 van onze GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen het treasurybeleid van de GR is vorm gegeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de treasuryfunctie. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is juiste, tijdige en volledige financiële informatie - zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning - van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen die boven een bepaald drempelbedrag uitkomen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden.
De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten: de zogenoemde ‘inleenrente’. Op dit moment is deze inleenrente zo goed als nihil. Daarom wordt bij overliquiditeit geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit op een deposito bij het Rijk te zetten. Volgens het treasurystatuut kunnen, in het geval van tijdelijke liquiditeitstekorten en -overschotten, de GR BAR en de drie gemeenten elkaar onderling kasgeldleningen verstrekken tegen een marktconforme rente. Zolang de rente op kasgeldleningen negatief is, benutten we deze mogelijkheid niet. Renterisicobeheer In dit onderdeel wordt inzicht gegeven in de renterisico’s van onze GR BAR. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: de kasgeldlimiet, heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar, de renterisiconorm, heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf één jaar. Deze twee onderdelen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken.
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het begrotingsjaar.
18
Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen dienen deze rapportages te worden toegezonden aan de provincie, met daarbij een plan om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder volgt een prognose van de kasgeldlimiet over 2023. De financieringsbehoefte van onze GR BAR is over het algemeen laag. Als op korte termijn liquiditeitsbehoefte ontstaat, wordt dit opgevangen door een tijdelijke ophoging van de wekelijkse bijdragen van de gemeenten. Dit corrigeren we met lagere bijdragen later in het jaar, waardoor de bijdragen over het hele jaar verspreid aansluiten bij de begroting. Wanneer het toch nodig blijkt dat er kortlopende leningen moeten worden afgesloten, hanteren we de kasgeldlimiet als grens. KASGELDLIMIET Kasgeldlimiet Omvang lasten begroting 2023 (x € 1.000) Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag Kasgeldlimiet in bedrag
€ €
80.424 (o.b.v. primitieve begroting) 8,20% 6.595
bedragen x 1.000 euro 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal4e kwartaal A
Vlottende schuld maand 1 maand 2 maand 3 Gemiddelde per kwartaal
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Vlottende middelen maand 1 maand 2 maand 3 Gemiddelde per kwartaal
2.530 2.530 2.530 2.530
2.530 2.530 2.530 2.530
2.530 2.530 2.530 2.530
2.530 2.530 2.530 2.530
A-/-B Saldo schuld (+) of overschot (-) maand 1 maand 2 maand 3
-2.530 -2.530 -2.530
-2.530 -2.530 -2.530
-2.530 -2.530 -2.530
-2.530 -2.530 -2.530
C
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
-2.530
-2.530
-2.530
-2.530
D
Kasgeldlimiet
6.595
6.595
6.595
6.595
9.125
9.125
9.125
9.125
B
C-/-D Ruimte onder kasgeldlimiet
Renterisiconorm Volgens de renterisiconorm komt jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Het doel is de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld.
19
Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of voor aflossingen op de bestaande leningen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt blijft onze GR BAR ruimschoots onder de renterisiconorm.
RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD
Renterisico op vaste schuld 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
2023 0 0 0 23 23
Renterisiconorm 4a. Totaal lasten begroting 2023 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
80.424 20,0% 16.085
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
16.062 n.v.t.
bedragen x € 1.000 2024 2025 2026
6 6
7 7
4 4
Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de bijdragen van de deelnemende gemeenten heeft onze GR BAR in principe geen geldleningen nodig anders dan voor de aanschaf of vervanging van bedrijfsmiddelen met een meerjarig nut (investeringen). In het geval dat een liquiditeitstekort niet intern kan worden opgevangen, wordt beoordeeld of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende leningen waarbij de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt worden betrokken. Langlopende leningen In 2014 is er per gemeente een lening verstrekt aan de GR BAR voor de financiering van de materiële vaste activa welke bij de oprichting zijn overgedragen van de gemeenten aan de GR BAR. Voor het bepalen van de aflossing en rente op deze leningen is aansluiting gezocht bij de bedragen voor aflossing en rente zoals deze oorspronkelijk in de begrotingen van de gemeenten waren opgenomen. De lening van de gemeente Ridderkerk is per 31 december 2022 afgelost. Verder zijn er tot op dit moment geen langlopende leningen aangetrokken en de verwachting is dat dit ook in 2023 niet nodig zal zijn.
20
Leningen 2023
bedragen x € 1.000 restant restant restant restant hoofdsom hoofdsom hoofdsom hoofdsom hoofdsom 1-1-2023 aflossing rentelasten 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026
Barendrecht Albrandswaard Totaal
19 21 41
12 12 23
1 1 2
8 10 17
5 6 11
2 2 4
0 0 0
Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplicht voorgeschreven) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat
2.3
1.500 memorie memorie 1.500 1.500 0
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
De eigen activa van onze GR BAR betreffen de bedrijfsvoering en bestaan vooral uit investeringen voor het materieel, facilitair en informatisering & automatisering. In deze begroting zijn de benodigde vervangingsinvesteringen en investeringen voortvloeiende uit nieuwe taken inzichtelijk gemaakt in een meerjarig investeringsplan (zie de Bijlage Investeringen). In de begroting 2023 is € 1.766.000 aan kapitaallasten opgenomen. Meerjarige dekking van de investeringen vindt in principe plaats binnen de vrijval van bestaande kapitaallasten. I&A investeringen Bij de software investeringen 2023 kan het volgende worden vermeld. Wet & Regelgeving In toenemende mate komt er wet- en regelgeving op het gebied van digitalisering, zowel nationaal als Europees. De eIDAS-verordening, de Single Digital Gateway, een ‘digitale grondwet’ et cetera. Het implementeren vereist nieuwe software en/of aanpassingen in bestaande applicaties. Digitalisering in brede zin Vanuit het I&A software investeringsbudget worden software-investeringen voor projecten uit ‘de lijn’ betaald. Het gaat hier om vernieuwing en aanpassing van software die in de verschillende clusters wordt gebruikt, van schuldhulpverlening bij maatschappij tot risicoanalysesoftware bij concern control. Dit betreft ieder jaar een groot deel van dit investeringsbudget en dat zal dus ook in 2023 het geval zijn.
Zaaksysteem 2022 is het jaar waarin het GreenValley zaaksysteem wordt vervangen door haar opvolger, RX.Enterprise. Naar verwachting zal dit in 2023 ook nog tot de nodige kosten leiden voor doorontwikkeling en uitbreiding.
21
Centric Per 1 januari 2022 is ons contract met Centric aangepast met als doel lagere jaarlijkse kosten. Dit heeft wel tot gevolg dat nieuwe versies van Centric-producten vanuit het investeringsbudget betaald moeten worden. Dit zal naar verwachting significant impact hebben op dit budget, ook in 2023 en de jaren daarna. Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) gaat in per 1 mei 2022. Delen van de wet treden echter niet direct in werking. Vanaf 2023 zullen verschillende informatiecategorieën gefaseerd actief gepubliceerd moeten worden. Ook ‘informatiehuishouding op orde’ is onderdeel van de Woo zal de komende jaren investeringen vereisen. Cloud & SaaS In toenemende mate kopen we geen software meer die we zelf installeren op onze systemen, maar nemen we softwarediensten uit de cloud of als SaaS (Software as a Service) af. Op de langere termijn leidt dit tot een verlaging van het aantal investeringen (geen aanschaf) en tot hogere exploitatielasten (abonnementen). Op de kortere termijn zal dit (project-)investeringen vereisen. Naar verwachting zullen in 2023 de nodige applicaties worden verplaatst van in-huis naar SaaSdiensten. Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG. Het doel is een open, transparante en digitaal veilige overheid die haar dienstverlening flexibeler kan inrichten en verbeteren.
Vanaf 2022 zou - conform de meerjarige transitiestrategie van Common Ground worden opgeschaald. De verwachting is dat dit de komende jaren tot investeringen in nieuwe, common-ground gebaseerde, oplossingen zal leiden. Informatiegedreven werken De vraag naar ‘informatie’ neemt toe. Van rapport tot dashboard tot datagedreven beleid en monitoring. Uitgaven op dit gebied zullen de komende jaren toenemen om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Vervanging en aanbestedingen Van verschillende softwareproducten en -diensten loopt in 2023 het contract af, onder andere voor de software voor informatiearchitectuur en procesbeschrijvingen. Ook het contract met de softwarebroker loopt af in 2023. Dit zal leiden tot vervanging en/of aanbestedingstrajecten. Visie op dienstverlening - online als voorkeurskanaal De visie op online dienstverlening en de daaruit volgende uitvoeringsagenda zal de komende jaren tot uitgaven leiden om onze dienstverlening nog verder digitaal te optimaliseren. Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. Onze GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht.
Het (gemeente-)Huis van Albrandswaard is eigendom van de gemeente Albrandswaard.
22
De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom.
2.4
Paragraaf Bedrijfsvoering
Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (op grond van het BBV) waarin ten minste inzicht moet worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Maar omdat de GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in het programmaplan en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Wel is op basis van de Wet Open Overheid onderstaande tekst opgenomen. Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf is de invulling van deze verplichting in de begroting 2023. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Het kabinet heeft in de meicirculaire gemeentefonds 2021 zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. Ook voor 2023 is budget beschikbaar.
Woo-contactfunctionaris De Woo-contactfunctionaris is een nieuwe rol die per 1 mei 2022 per bestuursorgaan aangewezen dient te zijn. In 2023 zullen rol en positie worden geëvalueerd en indien nodig herijkt op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in de tweede helft van 2022. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Op het gebied van passieve openbaarmaking (Wob- of Woo-verzoeken) kent de Woo de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob. De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid worden in 2023 geëvalueerd. Uitgangspunten daarbij zijn transparantie en snelheid. Naar aanleiding van de evaluatie zal een begin worden gemaakt met verdere optimalisatie. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf maar naar verwachting zullen begin 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. In 2023 zullen wij zorgen dat wij voldoen aan de Woo door de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief te publiceren.
Ook zal in 2023 worden aangesloten op PLOOI (PLatform Open OverheidsInformatie) zoals de Wet Open Overheid voorschrijft. Verder zal het proces van actieve openbaarmaking worden vormgegeven zodat we op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kunnen publiceren. Tot slot is het beleidsvoornemen om in 2023 kritisch te blijven kijken naar
23
de motivering betreffende eventuele geheimhouding van documenten. Dit met als doel te blijven werken aan de intentie van de wet: openbaarheid en transparantie. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2023 zullen wij daarom doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen zoals die in het in 2022 opgestelde meerjarenplan beschreven staan. Deze maatregelen houden rekening met de principes van Common Ground en het uitgangspunt ‘achiveren by design’.
24
Financiële begroting
25
3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1
Cijfers begroting
De begroting 2023 is opgebouwd vanuit de meerjarenraming van de begroting 2022 (na wijziging) en daaraan zijn toegevoegd de budgetverhogingen in 2023. De in de tabel genoemde bedragen zijn gesaldeerde bedragen van de baten en de lasten (exclusief de bijdragen van de gemeenten) Budgetverhogingen Omschrijving
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark/ gereedschap/ machines
jaarschijf 2023 uit de begroting 2022 na wijziging
Autonome ontwikkelingen en volumegroei
64.816.100
199.200
Nieuwe wettelijke taken
Handhaven ambitie huidige dienstverlening
begroting 2023
-
-
65.015.300
933.200
-
-
-
933.200
1.389.500
-
-
-
1.389.500
20.600
-
-
-
20.600
3.192.500
-
-
-
3.192.500
383.500
-
-
-
383.500
Vennootschapsbelasting
6.500
-
-
-
6.500
Overige bedrijfsvoering
5.903.500
211.500
-
-
6.115.000
TOTAAL SALDO (excl. bijdragen gemeenten)
76.645.400
410.700
-
-
77.056.100
Budgetverhogingen 2023 Bij de budgetverhogingen wordt onderscheid gemaakt in drie soorten: I. Autonome ontwikkelingen en volumegroei. Dit betreft bestaand beleid, voorbeelden zijn inflatie, cao, werkgeverspremies en periodieken. Voor deze budgetverhogingen is de principe-afspraak gemaakt dat onze GR BAR compensatie krijgt van de gemeenten. II. Nieuwe wettelijke taken. Deze budgetverhogingen komen voort uit nieuwe en gewijzigde wetgeving of nieuw beleid. Ze brengen een hogere gemeentelijke bijdrage met zich mee, maar er zijn nog geen afspraken over met de gemeenten. * Nieuwe wettelijke taken lopen in principe altijd via de gemeentelijke P&C-cyclus en worden niet met de budgetverhogingen in de begroting van onze GR BAR meegenomen. Zeker als ze beleidsrijk zijn en er beleidskeuzes gemaakt kunnen worden. * Als het budgetverhogingen betreft binnen het bestaande wettelijke takenpakket van onze GR BAR lopen ze via de P&C van de GR BAR. III. Handhaven ambitie huidige dienstverlening. Deze budgetverhogingen zijn nodig om te kunnen investeren in de kwaliteit van de dienstverlening om aan de ambitie van een excellente dienstverlening te kunnen (blijven) voldoen.
26
Hieronder volgt een uitwerking per soort budgetverhoging: I. Autonome ontwikkelingen en volumegroei 1. Inflatie 211.500 2. Periodieken 199.200 3. Financiële gevolgen nieuwe cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO): - salarisverhoging 2.558.400 - thuiswerkvergoeding € 2 per dag 110.000 - vergoeding thuiswerkplek 113.700 2.782.100 4. BAR2020 herwaardering managementfuncties memorie 3.192.800 Voor deze uitgaven worden volgens afspraak de bijdragen van de gemeenten verhoogd. II. Nieuwe wettelijke taken 5. Interne controle - uitbreiding capaciteit en aanschaf automatiseringstool 6. Procesmanagement - extra capaciteit
139.800 69.000 208.800
Ook voor deze uitgaven worden hogere bijdragen van de gemeenten gevraagd. III. Handhaven ambitie huidige dienstverlening 7. Beleidscapaciteit Wmo Ook voor deze uitgaaf worden hogere bijdragen van de gemeenten gevraagd.
109.300
Totaal budgetverhogingen I, II en III
3.510.900
Opgemerkt wordt dat budgetverhoging 7 voor een deel ook wordt veroorzaakt door nieuwe en gewijzigde wetgeving. Bestuurlijke behandeling budgetverhogingen 2023 De bestuurlijke behandeling van de budgetverhogingen 2023 /de budgetclaims in de nieuwe begroting is deze keer anders verlopen dan gebruikelijk. Dat kwam door de bijzondere (overgangs)positie waarin wij ons in februari 2022 ten tijde van het afwegen van de budgetclaims bevonden. Er was net een nieuw kabinet aangetreden en de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart waren in aantocht. Beide zouden leiden tot nieuwe en gewijzigde ambities met gevolgen voor onze GR BAR. Maar daar was op dat moment nog geen inschatting van te maken. Ook zagen we ons geconfronteerd met: - het dilemma van enerzijds wat nodig is voor de bedrijfsvoering (de GR BAR) versus anderzijds de financiële positie van de gemeenten, - de variantenanalyse over de toekomst van de GR BAR, - de behoefte aan maatwerkoplossingen en snelle(re) besluitvorming en - werkdruk bij onze medewerkers. Daarom werd besloten vooralsnog alleen die budgetclaims te honoreren: - die hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar 2022, of - waar bestaande afspraken over zijn dat hiervoor de gemeentelijke bijdragen mogen worden verhoogd , of - waarvoor besluitvorming in onze GR BAR heeft plaatsgevonden.
27
Die gehonoreerde budgetclaims zijn in het volgende onderdeel opgenomen en toegelicht. Met uitzondering van de claims nummers 1. Inflatie en 2. Periodieken (beide betrekking hebbend op 2023) en nummer 4. Herwaardering managementfuncties (kosten nog niet bekend) zullen ze alle structureel worden verwerkt in de 1e tussenrapportage 2022 omdat ze hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar 2022. Claims 1 en 2 worden verwerkt in deze begroting 2023. Claim 4 wordt verwerkt in een tussenrapportage zodra de kosten bekend zijn. Het resterende deel van de claims heeft betrekking op het begrotingsjaar 2023. De besluitvorming hierover wordt overgelaten aan het nieuwe bestuur. Dat zal later in 2022 plaatsvinden en daarna zullen de begrotingen van onze GR BAR en de gemeenten hierop worden aangepast. Ook deze budgetclaims waarover de besluitvorming nog moet plaatsvinden worden hierna opgenomen en toegelicht. Toelichting bij de door het DB geaccordeerde budgetverhogingen 2023 1. Inflatie 2023 * € 211.500, structureel vanaf 2023 * te verwerken in deze begroting 2023 Voor het te hanteren inflatiepercentage in de primitieve begroting wordt altijd uitgegaan van de prognoses in het jaarlijks verschijnende Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau (CPB).
In het Centraal Economisch Plan 2022 voorspelt het Centraal Planbureau een inflatie van 2,2% voor het jaar 2023, dat gaat om een bedrag van € 211.500. 2. Periodieken 2023 * € 199.200, structureel vanaf 2023 * te verwerken in deze begroting 2023 Bij goed functioneren ontvangen medewerkers binnen hun salarisschaal meestal jaarlijks een salarisverhoging door in de volgende trede van de salarisschaal te worden ingedeeld. Deze salarisverhoging wordt periodiek genoemd. Als de laatste trede van de schaal is bereikt worden in de regel geen periodieken meer toegekend en blijft het salaris gelijk. Het toekennen van periodieken aan de medewerkers heeft in 2023 een kostenstijging van € 199.200 tot gevolg. 3. Financiële gevolgen nieuwe cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO) * Structureel vanaf 2022: - salarisverhoging € 2.558.400 - thuiswerkvergoeding € 2 per dag € 110.000 - vergoeding thuiswerkplek € 113.700 e * te verwerken in de 1 tussenrapportage 2022 Het uitgangspunt is dat de financiële consequenties van een nieuwe cao worden verwerkt in het eerstvolgende P&C-document na het verbindend worden van de cao. De onlangs afgesloten cao zal verwerkt worden in de 1e tussenrapportage 2022. Voor de werknemers van onze GR BAR is de cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO) van kracht.
De cao SGO 2021-2022 is op 27 januari 2022 bekrachtigd en loopt van 1 januari 2021 tot 1 januari 2023. In de cao zijn de volgende loonafspraken gemaakt: 2021:
28
-
een eenmalige uitkering van € 300 corona-onkostenvergoeding en € 900 eenmalige uitkering per 3 november 2021 naar rato van het aantal uren dienstverband; een generieke salarisverhoging van 1,5% per 1 december 2021.
2022: - een generieke salarisverhoging van 2,4% per 1 april 2022.
In de begroting van onze GR BAR nemen we geen stelposten op. Deze systematiek brengt met zich mee dat we op dit moment nog niets opnemen voor de volgende cao die voor 2023 zal worden afgesloten. Wel is het zo dat de gemeenten op basis van eigen inschattingen hier een stelpost voor opnemen in hun primitieve begroting. 4. BAR2020 herwaardering managementfuncties * memorie * te verwerken in tussenrapportage na bekend worden kosten In november 2021 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met een herwaardering van de managementfuncties van onze GR BAR. De gevolgen van een eventuele herwaardering zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 ingaan. De opdracht voor de herwaardering is begin 2022 verstrekt aan een externe partij. De financiële effecten zullen rond de zomer van 2022 bekend zijn en worden dan verwerkt in een tussenrapportage. 5. Interne controle - uitbreiding capaciteit en aanschaf automatiseringstool * € 139.800, structureel vanaf 2022: € 30.000 tool en € 109.800 capaciteit * te verwerken in de 1e tussenrapportage 2022 Voor de interne controle wordt momenteel op basis van incidenteel budget ingehuurd. Het voorstel is met ingang van 2022 deze inhuur te vervangen door vast personeel en gedeeltelijke automatisering. Door de automatisering kunnen ook de extra werkzaamheden voor wat betreft de rechtmatigheidsverantwoording worden opgevangen.
Dat is goedkoper - een besparing op jaarlijkse inhuur van ongeveer € 40.000 - en vanuit kwalitatief oogpunt beter. Deze interne controle dient sowieso op basis van wet uitgevoerd te worden. Voeren we het niet zelf uit dan leidt dit tot meerwerk en een hogere rekening van de accountant en mogelijk ook tot meer fouten en onzekerheden in de jaarrekening. Risico’s niet honoreren claim Niet kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en de Commissie Bedrijfsvoering en Auditing Decentrale Overheden) om interne controle uit te voeren ten behoeve van de rechtmatigheid. Accountant kan niet steunen op de interne controle. Risico van ‘een verklaring met beperking’ of een ‘afkeurende verklaring’ van de accountant bij de jaarrekening 2022. Hogere rekening accountant. 6. Procesmanagement extra capaciteit * € 69.000, structureel vanaf 2022 * te verwerken in de 1e tussenrapportage 2022 Voor procesmanagement is er een beperkte eigen capaciteit en er wordt ingehuurd voor de extra aanpassing van processen. Op basis van A3 2022 blijft deze extra capaciteit nodig: 50% gedurende 23 dagen per week. Op deze wijze kan Concerncontrol ondersteuning bieden bij de aanpassing van processen. Zonder deze ondersteuning moeten de clusters dat zelf doen of inhuren. Het betreft met name de volgende in het A3 opgenomen proceswijzigingen: 1.
de nieuwe omgevingswet, 2. sociaal domein als gevolg van de digitalisering en nieuwe contracttering,
29
3. verbetering / digitalisering dienstverlening en 4. digitalisering van alle klantprocessen (inclusief Woo). Deze wijzigingen hebben een wettelijke basis om de processen anders in te richten. Deze claim bevat de capaciteit die tenminste nodig is - no regret strategie - om de eerste behoeften te ondersteunen en de bestaande procesbeschrijvingen (onder andere 21 cruciale processen uit 2021) te beheren. Voor de grote verbeteringen, waaronder de hierboven genoemde 4 proceswijzigingen, zijn in de planning eigen middelen opgenomen om ze vorm te geven. Procesmanagement levert ‘alleen’ de ondersteuning (planning, methodiek, tools) om dergelijke trajecten uit te kunnen voeren en om de resultaten (aangepaste processen) bij afronding van de programma’s in beheer te kunnen nemen. Het realiseren van de verbetering/procesverandering blijft, ook voor wat betreft de middelen, een verantwoordelijkheid van deze programma’s. Het tempo waarin de veranderingen kunnen worden doorgevoerd wordt bepaald door de beschikbare middelen - te weten eigen personeel en inhuur bij deze programma’s. Risico’s niet honoreren claim De 4 hierboven genoemde grote veranderingen kunnen niet ondersteund worden. De bestaande procesbeschrijvingen uit 2021 en daarvoor kunnen niet beheerd worden. Bestaande investeringen gaan verloren. 7.
Beleidscapaciteit Wmo * € 109.300 structureel vanaf 2022 * te verwerken in de 1e tussenrapportage 2022 De ontwikkelingen binnen het taakveld Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn zodanig dat deze niet opgevangen kunnen worden binnen de huidige beleidscapaciteit. Het gevolg is dat extra beslag wordt gelegd op het management, dat toch al zwaar belast is. Dit laatste is niet langer verantwoord. Om deze problematiek op te lossen is uitbreiding van de beleidscapaciteit voor de Wmo-taken noodzakelijk. Risico’s niet honoreren claim Een te kleine beleidscapaciteit waardoor bestuurlijke wensen niet altijd ingewilligd kunnen worden. Dit kan zich op allerlei vlakken van beleid voordoen. Er is geen ruimte om dingen anders of wat minder te doen. Gedwongen keuzes moeten maken tussen zaken waarvan we vinden dat ze alle prioriteit hebben. Extra beslag op het management, dat toch al zwaar belast is.
Overzicht gewenste budgetverhogingen 2023 waarvan het DB heeft besloten de besluitvorming over te laten aan het nieuwe bestuur * Toenemende digitalisering is de onvermijdelijke verandering van ‘nu’: ICT-budgetten toekomstvast! Structureel budget Scenario-BASIS: 2023: € 1.004.400 | 2024: € 1.313.900 | 2025: € 1.182.900 | 2026: € 1.010.400 Scenario Basis-SUB: 2023: € 632.400 | 2024: € 893.600 | 2025: € 762.600 | 2026: € 590.100 Om in de komende jaren onze dienstverlening aan inwoners en bedrijven te kunnen blijven garanderen en om op relevante data gebaseerd beleid te kunnen ontwikkelen, moeten onze ICTkosten meegroeien. Die kostenontwikkeling is niet zozeer een keuze maar een gevolg van verdergaande digitalisering en het enorme belang daarvan voor onze dienstverlening en beleidsontwikkeling. Sinds de start van de BAR-samenwerking is sprake van een forse kostenbeheersing op het gebied van ICT. We zijn er in geslaagd om de totale gerealiseerde kosten tot
30
eind 2020 op het niveau van 2015 te houden. Dat is een prestatie van formaat. We zien dit ook terug in de ICT benchmark gemeenten van 2021. Hieruit komt duidelijk naar voren dat we per inwoner significant minder ICT-kosten hebben dan organisaties die een vergelijkbaar aantal inwoners bedienen. De ICT-kosten stijgen en om bij te kunnen blijven moeten de begrote budgetten meegroeien. Dit is geen overbodige luxe maar een onvermijdelijke ontwikkeling. Als we dit niet doen lopen we in toenemende mate risico’s in onze dienstverlening en beleidsontwikkeling en uitvoering. Aangetekend wordt dat scenario basis-SUB niet zonder negatieve impact is t.o.v. scenario- BASIS. Hierna worden beide scenario’s en de belangrijkste verschillen kort verwoord. Er is ook een uitgebreide notitie geschreven waarin een onderbouwing te vinden is en waarin gedetailleerd wordt aangegeven waarom het basis-sub scenario echt het minimum is. Enkele van de consequenties met de meeste impact: - In scenario basis-sub zijn de nodige rollen en budgetten geschrapt. Dit betekent dat de werkzaamheden voor deze rollen (intern of extern) voor een belangrijk deel bij onze huidige medewerkers terecht komen. Gezien de werkdruk is dit een risico op overbelasting. Sturen op het acceptabel houden van werkdruk leidt ook tot het risico dat er ‘nee’ gezegd moet worden tegen interne klanten.
- In scenario basis is budget opgenomen voor (piket-)dienstverlening aan de griffies en raden. In scenario basis-sub is dit budget verwijderd. Dit betekent óf geen additionele ondersteuning óf de gemeenten/griffies moeten hiervoor zelf budget regelen. - De rollen van ‘gegevensmakelaar’ en ‘data engineer’ zijn nodig voor de ‘basis op orde’ als het gaat om sturing, dashboards en managementrapportage. De grens op dit vlak is bereikt zoals in het afgelopen jaar 2021 is gebleken bij prioriteitsdilemma’s, te lange doorlooptijd projecten, niet kunnen voldoen aan sturingsvragen vanuit bestuur en management, kwetsbaarheid door uitval ten gevolge van ziekte. - Bedrijfs- en ICT-continuïteit: ICT is een cruciale productiefactor. Beschikbaarheid van onze ICTvoorzieningen is randvoorwaardelijk voor onze bedrijfscontinuïteit en continuïteit van dienstverlening. Naarmate meer ICT als SaaS1-dienst wordt afgenomen, wordt het monitoren, beheersen en sturen op deze continuïteit complexer. In scenario basis-sub hebben we hier vanaf 2024 0,5 fte minder opgenomen dan in scenario basis. Dit kan betekenen dat we later deze 0,5 fte alsnog moeten toevoegen. - Zoals hieronder aangegeven is de gevraagde budgetverhoging - zeker in het basis-sub scenario - nauwelijks genoeg om de prijsindexatie van leveranciers bij te houden.
Aangezien de basistaken uitgevoerd moeten worden, aan contractuele verplichtingen moet worden voldaan en er onvermijdelijk sprake is van bijkomende kosten (verSaaSing, nieuwe behoeftes) kan dit leiden tot budgetoverschrijdingen in de jaarrekening of aanvullende claims bij tussenrapportages. Context: I&A budget 2022: € 12,13M2. De budgetclaim voor 2023 is respectievelijk 7,3% (basis) dan wel 4,6% (basis-sub). Zoals te zien is, is basis-sub al nauwelijks voldoende om de reguliere indexeringsverhoging en de kosten van de groeiende organisatie (extra licenties, beheer et cetera) te dekken. Ter vergelijk: op basis van onze huidige kosten + scenario basis (het oorspronkelijke scenario) + de claim voor informatieveiligheid & privacy, zullen onze ict-kosten per inwoner in 2024 ongeveer € 99,80 zijn. De kosten per inwoner voor organisaties die een vergelijkbaar aantal inwoners bedienen,
1 Software as a Service uit ‘de cloud’: een onvermijdelijke marktontwikkeling. 2
Het genoemde I&A budget is exclusief kosten van decentrale functioneel applicatiebeheerders én exclusief kosten voor ons personeelssysteem (Raet) dat historisch bij cluster OMO ligt - dit betekent dat de claims percentueel lager liggen dan 7,3% resp. 4,6%.
31
zullen in 2024 naar schatting tussen de € 107 en € 112 liggen. Ook in 2024 met scenario ‘basis’ blijven we daar dus fors onder. Financiële beheersing, Bestuur, Sturing, Onderbouwd beleid en uitvoering: data gedreven werken. Wij zien een sterk groeiende vraag vanuit bestuur en management voor betere sturing op complexe processen. Financiële beheersing, outcome gerichte sturing en het strategisch dashboard zijn voorbeelden van de snel groeiende vraag. Op dit moment kennen wij een expertise-team ‘data gedreven werken’ dat zich kenmerkt door enorme inzet, maar vooral door onderbemensing en kwetsbaarheid, in geval van ziekte is werk niet over te nemen. Een gebrek aan aanvullend budget betekent dat we nóg meer achter gaan lopen, continuïteit niet gewaarborgd kan worden, aan de vraag niet tijdig voldaan kan worden. Op basis van de huidige vraag is de basis al onvoldoende, gezien de enorm snel groeiende vraag is de grens bereikt. De budgetclaim is gebaseerd op een aantal interne fte’s voor het borgen van cruciale kennis plus budget voor het structureel beleggen van een set aan beheertaken bij externe partijen (flexibele schil). Het gaat hierbij om: Bestuur, Sturing, Onderbouwing (Scenario BASIS)
vanaf 2023
vanaf 2024 (additioneel)
extra fin lasten (intern rollen)
€ 236.836
€ 96.455
extra fin lasten (externe inhuur)
€ 74.750
€ 23.000
totaal
€ 311.586
€ 119.455
Bestuur, Sturing, Onderbouwing (Scenario basis- SUB ) vanaf 2023
vanaf 2024 (additioneel)
€ 144.683
€ 48.228
extra fin lasten (externe inhuur)
€ 46.000
€ 23.000
totaal
€ 190.683
€ 71.228
extra fin lasten (intern rollen)
Wet & Regelgeving. Met de verdergaande digitalisering komt er ook telkens meer wetgeving op dit gebied. Deze heeft directe gevolgen op onze ICT-voorzieningen. Wetten zoals de AVG, Woo (Wet open overheid), WEP (Wet Elektronische Publicaties), WMEBV (Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk VerKeer), WDO (Wet Digitale Overheid), eIDAS (Europese verordening elektronische identiteit), Archiefwet, Wet Digitale Toegankelijkheid, WIODR ( Wet implementatie Open data richtlijn) vereisen allemaal aanpassingen in ons ICT-landschap. Voor AVG-gerelateerde zaken (informatieveiligheid en privacy) is een aparte claim ingediend. Voor de Woo is budget geregeld volgend op de meicirculaire. Voor deze twee wetten wordt hier dus géén extra claim gedaan. Een gebrek aan aanvullend budget betekent dat we niet (tijdig) in staat zijn te voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving. Het betreft: Wet & Regelgeving (Scenario BASIS ) extra fin lasten (intern rollen) extra fin lasten (externe inhuur) totaal
vanaf 2023 vanaf 2024 (additioneel) € 59.682 € € 59.682 € -
Wet & Regelgeving (Scenario basis- SUB ) extra fin lasten (intern rollen) extra fin lasten (externe inhuur) totaal
vanaf 2023 vanaf 2024 (additioneel) € 28.750 € € 28.750 € -
32
Ontwikkelingen (landelijk, leveranciers, intern). We zien meerdere grote veranderingen in de ICT-wereld: zeer snel verdergaande digitalisering, grote technologische veranderingen (van big data tot kunstmatige intelligentie), veranderende leveringsmodellen van leveranciers (van verkopen licenties tot ‘cloud- of SaaS-diensten’), landelijke ontwikkelingen vanuit de VNG betreffende Samen Organiseren en ‘Common Ground’. Tegelijk hebben wij een traditionele I&A organisatie en nog altijd veel software in-huis. Onze rollen veranderen. Zoals de typiste van vroeger niet meer bestaat, zo zal ook een rol als (intern) systeembeheer verdwijnen. Tegelijk komen er andere rollen voor terug, gericht op regie, op leveranciersmanagement, op ICT-continuïteitsmanagement, op service level management. Ook zullen we telkens meer van in-huis naar SaaS diensten verschuiven, mede gedwongen door leveranciers. Dit brengt extra kosten met zich mee. En tot slot indexeren leveranciers ieder jaar hun prijzen, waarbij onze budgetten niet mee groeien. Dit kan leiden tot het niet kunnen betalen van de (geïndexeerde) contracten, het niet kunnen aansturen van leveranciers die ons bedrijfskritische softwarediensten leveren, overbelaste medewerkers (kwalitatief en kwantitatief overbelast) en, uiteindelijk, het in gevaar komen van de bedrijfsvoering.
Het betreft: Ontwikkelingen (landelijk, leveranciers, intern) (Scenario BASIS )
vanaf 2023
vanaf 2024 (additioneel) vanaf 2025 vanaf 2026
extra fin lasten (intern rollen)
€ 206.639
extra fin lasten (externe inhuur)
€ 333.500
extra fin lasten (prijsindexatie en verSaaSing) totaal Ontwikkelingen (landelijk, leveranciers, intern) (Scenario basis- SUB )
€ 115.000
€ -172.500 € -161.000
€ 93.000
€ 75.000
€ 30.000
€ 633.139
€ 190.000
€ -131.000
vanaf 2023
€ -172.500
vanaf 2024 (additioneel) vanaf 2025 vanaf 2026
extra fin lasten (intern rollen)
€ 72.712
extra fin lasten (externe inhuur)
€ 247.250
€ 115.000
€ -172.500 € -161.000
extra fin lasten (prijsindexatie en verSaaSing)
€ 93.000
€ 75.000
€ 30.000
totaal
€ 412.962
€ 190.000
€ -131.000
€ -172.500
In 2025 en 2026 verwachten we een daling van de structurele lasten zoals in de tabellen aangegeven. claim samenvatting BASIS
per jaar
cumulatief
2023
€ 1.004.405
2024
€ 309.455
€ 1.313.860
2025
€ -131.000
€ 1.182.860
2026
€ -172.500
€ 1.010.360
claim samenvatting basis- SUB 2023
per jaar
cumulatief
€ 632.395
2024
€ 261.227
€ 893.622
2025
€ -131.000
€ 762.622
2026
€ -172.500
€ 590.122
* Toegenomen werkzaamheden Burgerzaken - garanderen basis dienstverlening € 180.600 per jaar gedurende de jaren 2023, 2024 en 2025 Er is een forse toename van de werkzaamheden bij Burgerzaken als gevolg van landelijke ontwikkelingen, wetgeving en digitalisering. Voor 2022 is incidenteel € 75.500 voor extra formatie
33
beschikbaar gesteld in de drie gemeentebegrotingen. Inmiddels is meer bekend over de structurele effecten van het toegenomen werk. Het gaat om extra benodigde formatie tot een bedrag van € 180.600. Complexiteit dossiers: per dossier meer onderzoek nodig De complexiteit van dossiers neemt toe door de globalisering van de samenleving en de toestroom van vluchtelingen. De dossiers met buitenlandse brondocumenten nemen toe. Dit geeft meerwerk omdat meer onderzoek en meer afspraken nodig zijn. Daarnaast is er een forse toename van mensen die willen naturaliseren: in 2018 gaf dat 591 klantafspraken, in 2019 829. Mede hierdoor is ook het aantal verzoeken tot wijziging in de Basisregistratie Personen (BRP) gestegen. Nieuwe wetgeving en aangescherpte procedures Ook nieuwe wetgeving zorgt voor een toename van werk. Bijvoorbeeld de mogelijkheid tot registratie van levenloos geboren kinderen, de verruimde mogelijkheden bij naturalisaties en de mogelijkheid voor het ambtshalve registreren van een persoon op een briefadres. Op het gebied van adres- en identiteitsfraude is sprake van verder aangescherpte procedures. En vanuit het ministerie is er verhoogde aandacht voor de kwaliteit van de BRP waarvoor zij periodiek controlelijsten naar ons sturen. Risico’s niet honoreren claim De wacht- en behandeltijden zullen op een onacceptabel niveau terecht komen.
De mogelijkheid voor een afspraak is er pas na enkele weken. Bijvoorbeeld een erkenning van een geboren kind kan pas enkele weken later gedaan worden. Inschrijvingen van echtscheidingen worden niet op de dag van uitspraak gedaan maar later. Wettelijke beslistermijnen komen in de knel, bijvoorbeeld de beslistermijn voor naturalisatie (binnen 1 jaar) door de IND. Het grootste risico is dat burgers in hun leven getroffen worden door het te laat registeren en / of afhandelen van hun dossier. De werkdruk zal toenemen en daarmee ook de kans op fouten. * Basis beheer online dienstverlening 92.000 vanaf 2023, structureel De online dienstverlening is volop in ontwikkeling, inclusief de bijbehorende (Europese) wetgeving. In de nabije toekomst zullen onder andere de single digital gateway verordening (SDG) en de wet digitale overheid van kracht worden. De aanstaande wetgeving SDG brengt nieuwe taken met zich mee zoals controle, aanvulling, publicatie en beheer van zowel Nederlandse als Engelse webteksten op de gemeentelijke producten en diensten van - op termijn - 85 producten per gemeente. Hiervoor is structureel extra capaciteit nodig. Het beheer van de online dienstverlening is momenteel op een minimaal niveau ingericht. Het beheer van 400 webpagina’s kost volgens het onderzoeksbureau GBBO 1 fte. Wij beheren ruim 1.300 pagina’s met 2,1 fte aan capaciteit.
Dit zorgt voor een minimaal beheer en een zeer grote werkdruk. Daarnaast verzorgt het webteam ook de coördinatie en deels de uitvoering van het besluit digitale toegankelijkheid, de advisering bij de bouw van subsites en de deelname aan webprojecten bij andere clusters. Risico’s niet honoreren claim Niet voldoen aan wet- en regelgeving: de SDG, het besluit digitale toegankelijkheid en de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv). Het beheer van de online dienstverlening zakt onder het huidige minimale niveau, waarbij we steeds verder gaan achterlopen.
34
* Communicatiefunctie € 209.000 vanaf 2023, structureel In het kader van de in het A3-plan aangegeven ambitie om naar een modernere, slagvaardigere communicatiefunctie door te ontwikkelen en de wensen van de drie gemeentebesturen op het gebied van communicatie (zoals webcare, social media-inzet en betere strategische advisering) is een aantal investeringen noodzakelijk. Op het gebied van digitale en sociale media is een flinke achterstand in te lopen. In het medialandschap van vandaag zijn sociale media en interactieve (participatie)platforms onontbeerlijk om de communicatiefunctie goed uit te kunnen voeren. Die moeten ontwikkeld en vervolgens beheerd en van relevante content voorzien worden. Daarnaast moeten dagelijks de (sociale) media gemonitord en geanalyseerd worden om tijdig en effectief te kunnen reageren. Ook is structureel onderzoek nodig naar de effectiviteit en het bereik van gemeentelijke content om beter in te kunnen spelen op de behoeften van inwoners en gemeentebesturen. Communicatie is binnen onze GR BAR en de drie gemeenten zeer traditioneel ingericht: met (bestuurs)communicatieadviseurs en (offline) redacteuren en sterk gericht op de productie van oude media. Er is geen specifieke deskundigheid en budget op het gebied van communicatieonderzoek, omgevingsanalyse, analyse van sociale en digitale media, social media-expertise en audiovisuele contentcreatie.
Hiervoor is uitbreiding van de formatie een noodzaak. Ook in een crisissituatie is deze specifieke expertise essentieel en momenteel wordt daar niet in voorzien. Communicatie is een klein team. Het is binnen de huidige capaciteit niet mogelijk om alle projecten, veranderprocessen, programma’s, et cetera van communicatieadvies te voorzien. Hierin staat onze GR BAR niet alleen, het dilemma van communicatiecapaciteit versus communicatiebehoefte geldt voor nagenoeg alle gemeentelijke organisaties zo blijkt uit extern onderzoek. Dat vraagt om het stellen van prioriteiten op welke projecten professionele communicatie inzet noodzakelijk is en om het communicatief vaardiger maken van de organisatie. Communicatie wil een digitaal format voor een communicatieparagraaf ontwikkelen en via BAR-plaza ontsluiten zodat beleidsadviseurs of projectleiders zelf een basis communicatieplan /-paragraaf kunnen maken. Daarnaast is het de wens een via BAR-plaza ontsloten videoportal en brandportal te introduceren. Met het videoportal kunnen medewerkers korte videoproducties maken, bewaren en delen. Toepassingsmogelijkheden zijn: presentaties, how-to-video’s, interne berichtgeving, social media inzet, berichten DR/DB, enzovoort.
Het brandportal biedt medewerkers de mogelijkheid om zelf huisstijlproducties te maken zoals flyers, posters, folders, nieuwsbrieven, rapporten, praatplaten, et cetera en deze bij hogere oplagen te laten printen of drukken. Risico’s niet honoreren claim Communicatie kan niet voldoen aan de opdracht van de DR zoals gesteld in het A3. Besturen blijven onvoldoende bestuurlijk comfort ervaren op het gebied van communicatie. Webcare kan niet effectief worden ingezet. Websites gemeenten blijven achterlopen in ontwikkeling, interactie en participatiedoelstellingen zullen niet worden verwezenlijkt. Sociale mediakanalen van de gemeenten zullen (nagenoeg volledig) irrelevant worden en niet bijdragen aan de communicatiedoelstellingen. De aansluiting met jongeren en jongvolwassenen wordt gemist. De interne communicatie verslechtert en werknemers voelen zich onthand bij gebrek aan moderne media(toepassingen). De crisiscommunicatie anno 2022 kan niet zonder media- en omgevingsanalyse en gemeenten lopen zonder deze kennis mogelijk ernstige reputatie- en imagoschade op bij een crisis. Communicatieprofessionals kunnen hun inspanningen niet of onvoldoende meten en daarmee niet
35
of onvoldoende accountable werken en de communicatiefunctie niet of onvoldoende verbeteren en ontwikkelen. * Team Werkvoorbereiding Kabels en Leidingen (K&L) budgettair neutraal: € 85.000 vanaf 2023 hiervoor is dekking is in de gemeentebegrotingen Momenteel is 1 Coördinator K&L in vaste dienst en wordt ad hoc een Werkvoorbereider civiel / K&L ingehuurd. Het voorstel is 1 Werkvoorbereider K&L aan de vaste formatie toe te voegen. Door de groei van de economie, de energietransitie en de aanleg van glasvezel nemen de werkzaamheden van de coördinator K&L toe. Op dit moment kan hij de werkzaamheden niet meer alleen uitvoeren. Het gevolg is dat door het ongecontroleerd graven van sleuven er meer schade aan verhardingen en overlast voor inwoners ontstaat. Als er ook nog eens minder degeneratievergoedingen worden ontvangen is er minder budget om de schades aan de verhardingen te herstellen. Als gevolg van de energietransitie zijn er in de komende jaren veel nieuwe traforuimtes nodig. De ruimtelijke inpassing van nieuwe traforuimtes in de bestaande openbare ruimte kost relatief veel tijd. Ook voor deze nieuwe taak is aanvullende capaciteit nodig. Het gaat om € 85.000 aan loonkosten. Hiervoor is dekking bij bestaande budgetten in de programmabegrotingen van de gemeenten wat maakt dat het budgettair neutraal kan verlopen.
Risico’s niet honoreren claim Kwaliteitsverlies en het risico dat er fouten hersteld moeten worden die veroorzaakt zijn door de discontinuïteit als gevolg van de tijdelijke inhuur. Schades en overlast bij inwoners door het ongecontroleerd graven van kabelsleuven. Het minder incasseren van degeneratievergoedingen veroorzaakt minder budget voor herstel waardoor de kwaliteit van de openbare ruimte minder wordt. Een toename van de aanvragen voor traforuimtes kan leiden tot wachtlijsten waardoor de energietransitie wordt vertraagd. Als capaciteit verschoven wordt naar deze prioriteit kan dat weer leiden tot achterstanden in het onderhoud en verlaging van de kwaliteit van de openbare ruimte.
36
Overzicht van baten en lasten Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. Onze GR BAR heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostensoorten.
37
3.2
Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd
De volgende kaders gelden als uitgangspunt voor het opstellen van de begroting: Ontwikkeling personele kosten De afgesloten cao’s worden gevolgd. De GR BAR wordt door de gemeenten gecompenseerd voor de cao, gestegen werkgeverspremies, gestegen kosten dienstreizen en periodieken. Ontwikkeling overige kosten bedrijfsvoering * Voor het te hanteren inflatiepercentage voor 2023 wordt gebruik gemaakt van prognoses van het Centraal Planbureau. De GR BAR wordt door de gemeenten gecompenseerd voor de inflatie. * Voor de meerjarenraming (2024-2026) worden constante prijzen gehanteerd. Risico's De risico’s van de GR BAR worden opgenomen in de individuele risicoprofielen van de gemeenten. Verrekenen * Bij de jaarrekening: het standaardpakket wordt volgens de afgesproken procentuele verdeelsleutel naar rato van ingebracht budget in rekening gebracht. het maatwerkpakket wordt separaat aan de betreffende gemeente in rekening gebracht. * Bij aanvullende diensten: De GR BAR bespreekt dit vooraf met het desbetreffende college. Wettelijke nieuwe taken Het uitgangspunt is dat de GR BAR financieel wordt gecompenseerd door de gemeenten voor nieuwe taken die volgen uit nieuwe en gewijzigde wetgeving. Investeringen bedrijfsvoering * In de begroting wordt jaarlijks een meerjarig investeringsschema opgenomen.
* De meerjarige dekking van de nieuwe kapitaallasten vindt in principe plaats binnen de vrijval van de bestaande kapitaallasten. 15% opslag voor overhead bij formatie-uitbreiding Bij een uitbreiding van de formatie wordt een gemiddeld percentage van 15% voor overhead in rekening gebracht bij de gemeenten. - Opleidingskosten Het jaarlijkse opleidingsbudget is gefixeerd op 1,5% van de begrote loonkosten. Autorisatieniveau Het autorisatieniveau van de begroting van onze GR BAR ligt op het niveau van de totaalbedragen van de baten en lasten. Financieel toezicht door Provincie Uitgangspunt is repressief toezicht.
Verrekensystematiek In de Notitie Verrekenen in de BAR-samenwerking uit 2013 zijn afspraken gemaakt over de wijze van verrekenen tussen de drie gemeenten. In de verrekensystematiek wordt onderscheid gemaakt tussen standaard en maatwerk diensten. De standaard diensten worden voor alle gemeenten gelijk uitgevoerd waardoor de uitvoering efficiënt kan worden ingericht en gemeenten dus besparen op hun uitvoeringskosten. Daarnaast is er de mogelijkheid voor maatwerk. Hierbij wordt de dienst volledig naar wens van de betreffende gemeente ingericht en kan een gemeente maximaal invulling geven aan haar specifieke behoefte (‘couleur locale’). Omdat dit ten koste gaat van een efficiënte uitvoering wordt deze maatwerkdienstverlening apart met de betreffende gemeente ‘afgerekend’ zodat andere gemeenten niet mee betalen aan de extra kosten van lokaal maatwerk. Het
38
standaardpakket wordt volgens een verdeelsleutel naar rato van ingebracht budget verrekend. Om het maatwerk te kunnen toerekenen, is tijdschrijven ingevoerd. Hierbij wordt per medewerker bijgehouden voor welke gemeente werkzaamheden zijn uitgevoerd en wordt dit maatwerk naar rato afgerekend. De percentages van de verdeelsleutel voor het standaard pakket worden jaarlijks op 1 januari geactualiseerd om te zorgen dat ze blijven aansluiten op de begrotingswijzigingen die ieder jaar worden opgesteld. De laatste keer is dit gebeurd op 1 januari 2022. Toen is de volgende verdeelsleutel berekend: - Barendrecht: - Albrandswaard: - Ridderkerk:
38,84% 20,43% 40,73%
Op 1 januari 2023 zullen de percentages opnieuw geactualiseerd worden waarbij rekening zal worden gehouden met de begrotingswijzigingen die er in 2022 zijn geweest. Maar op dit moment gelden de percentages per 1 januari 2022 ook voor de begroting 2023. Voor het sociaal domein (de teams van Maatschappij) wordt een afwijkende verdeelsleutel gehanteerd en wordt het aantal klanten (indicaties) Wmo en aantal klanten participatie als verdeelsleutel gebruikt. Voorschot afrekening maatwerk gemeente Barendrecht De afrekening van het maatwerk met de gemeenten vindt plaats in de jaarrekening van de GR BAR. Sinds de oprichting van onze GR BAR kreeg de gemeente Barendrecht ieder jaar steeds geld terug bij de jaarlijkse afrekening van het maatwerk op basis van haar grote inbreng aan personeel bij de start van de GR BAR. Op verzoek van Barendrecht wordt met ingang van de begroting 2022 op voorhand al rekening gehouden met een terug te ontvangen bedrag door Barendrecht van € 250.000. Bij de verrekening na afloop van het jaar zal rekening gehouden worden met dit door Barendrecht vooraf al ontvangen bedrag. Dit heeft alleen betrekking op de bijdrage van Barendrecht aan de GR BAR. Het heeft geen invloed op de bijdragen van Albrandswaard en Ridderkerk of andere posten in de BARbegroting.
3.3
Overzicht incidentele baten en lasten
Structurele lasten dienen gedekt te worden door structurele baten wil er sprake zijn van een structureel evenwicht. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Daarom is voorgeschreven dat in de begroting een overzicht van de incidentele baten en lasten wordt opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft geen scherpe definitie voor wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV staat dat bij het beoordelen of baten en lasten incidenteel of structureel zijn gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, ofwel naar de soort of de eigenschap van de post. - Structurele baten en lasten zijn periodiek opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd en er is (nog) geen einddatum bekend. - Bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter, c.q. een eindig doel hebben.
39
In de Toelichting op het BBV is incidenteel omschreven als: baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt. Maar het hierboven geschetste criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost gaat altijd boven dit hulpmiddel. In deze begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen.
3.4
Overzicht beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
In 2023 zijn er geen reserves aanwezig.
3.5
Geprognosticeerde meerjarenbalans
Deze geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De indeling is hetzelfde als de balans in de rekening, maar niet zo gedetailleerd. Activa Omschrijving 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026 1-1-2027 Vaste activa * Materiële activa - economisch nut * Materiële activa - maatschappelijk nut Totaal activa
6.507.200 6.507.200 0
6.120.000 6.120.000 0
5.648.600 5.648.600 0
5.327.800 5.327.800 0
4.875.500 4.875.500 0
6.507.200
6.120.000
5.648.600
5.327.800
4.875.500
Passiva Omschrijving
1-1-2023
1-1-2024
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
Vaste passiva * Reserves (eigen vermogen) * Voorzieningen * Langlopende schulden
360.000 n.v.t. 319.300 40.700
336.600 n.v.t. 319.300 17.300
330.200 n.v.t. 319.300 10.900
323.600 n.v.t. 319.300 4.300
319.300 n.v.t. 319.300 0
Vlottende passiva * Kortlopende schulden
6.147.200 6.147.200
5.783.400 5.783.400
5.318.400 5.318.400
5.004.200 5.004.200
4.556.200 4.556.200
Totaal Passiva
6.507.200
6.120.000
5.648.600
5.327.800
4.875.500
3.6
EMU-saldo
Het EMU-saldo is ingevoerd door de Europese Unie om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. Het is het vorderingensaldo op transactiebasis. Is het saldo positief dan is er sprake van een vorderingenoverschot. Is het saldo negatief, dan spreekt men van een vorderingentekort. Het tekort mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Deze 3% geldt voor de Nederlandse overheid in haar geheel (Rijk en decentrale overheden). Om de afzonderlijke provincies en gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks individuele EMU-
40
referentiewaarden. Dit betreft geen norm maar geeft een indicatie van het aandeel van een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenschappelijke regelingen hebben geen individuele referentiewaarde. Het EMU-saldo van een gemeenschappelijke regeling maakt onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende gemeenten. In het geval van onze GR BAR dus van Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. De GR BAR heeft net als gemeenten het boekhoudstelsel van baten lasten. Om tot het EMU-saldo te komen is de volgende berekening nodig: Omschrijving