CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

51. 324642 Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2022 DCMR.pdf

Gemeenteraad AW 31 mei 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken37.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

33 / 88

5.4

Productie reguleren

In het onderstaande tabel is te zien wat voor soort en hoeveel reguleringsproducten in 2019 gerealiseerd zijn. Tabel: Aantallen producten reguleren

Product Wabo uitgebreide procedure (inclusief ambtshalve wijzigingen) Wabo reguliere procedure (milieuneutrale wijzigingen; BRIKS** en OMB) Totaal vergunningen Meldingen activiteitenbesluit Maatwerkvoorschriften Actualisatietoetsen Overige reguleren producten

Totaal 2020*

Totaal 2019

Totaal 2018

267 (183)

192

239

514 (413)

211

206

781 (596) 538 (463) 148 (138) 156 (150) 7.245(6.834)

403 642 174 207 5.443

445 602 284 111 4.524

*zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes. ** BRIKS staat letterlijk voor Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen. Het begrip omvat echter alle activiteiten genoemd in artikel 2.1 en artikel 2.2 van de Wabo, uitgezonderd de milieuactiviteiten. Het kan ook gaan om – onder andere – een afwijking van het bestemmingsplan, een aanlegvergunning en een monumentenvergunning. Daarnaast vallen ook sloop- en gebruiksmeldingen op grond van het Bouwbesluit onder BRIKS-activiteiten

Bij de reguliere Wabo procedures zijn in 2020 ook de BRIKS 1) procedures en de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) meegeteld. De milieuneutrale meldingen (196) liggen in lijn met de aantallen in voorliggende jaren. De toename op overige reguleren producten, is het gevolg van de behandeling sloopmelding initiële melding asbest (2.443), die vanaf 2019 voor het eerst in de tellingen zijn opgenomen. In 2020 is bovendien extra aandacht besteed aan het opschonen van het bedrijvenbestand 5.5

Productie bodem

DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam de regiefunctie in het kader van de Wet bodembescherming uit. DCMR houdt de bodemkwaliteit in Rijnmond in de gaten, bepaalt of nadere acties nodig zijn en voert deze uit. Daarnaast voert DCMR de bodemtaak voor de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam uit. In onderstaande tabel is te zien wat voor soort en hoeveel producten in 2020 op het onderwerp bodem gerealiseerd zijn. Het uitvoeren van minder inspecties heeft deels te maken met een groot aantal complexe saneringen in 2020 die meer tijd vroegen (De Kade, Blankenburgverbinding, Oeverbos, etc.) en ook met bezettingsproblemen waardoor we de uren niet hebben gemaakt (en dus ook minder producten hebben geleverd). Tabel: Aantallen producten Bodem*

Product

Totaal 2020**

Totaal 2019

Totaal 2018

Beschikkingen

204 (167)

198

258

Inspecties wbb / bbk

460 (405)

621

577

Behandeling BUS‐meldingen

345 (313)

376

362

2418 (2312)

2.339

1.696

Beoordeling rapportages

*zie bijlage 14.6 )voor uitleg over deze producten **zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

34 / 88

5.6

Productie overige gebiedsgerichte producten

DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland taken uit op het gebied van luchtvaart en vuurwerk. Voor verschillende gemeentes worden adviezen verstrekt voor ontheffingen geluidsbelasting. Voor zowel de provincie als de gemeentes worden adviezen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling opgesteld. De meeste van deze ruimtelijke adviezen betreffen de gemeente Rotterdam. In het volgende tabel is te zien wat voor soort en hoeveel gebiedsgerichte producten in 2020 gerealiseerd zijn. Tabel: Aantallen gebiedsgerichte producten*

Product

Totaal 2020**

Totaal 2019

Totaal 2018

Geluid (ontheffing geluidsbelasting)

54 (50)

34

23

Luchtvaart (ontheffingen/controles TUG)*

85 (80)

146

152

1.696 (1.633)

1.505

1.035

98 (91)

186

171

Ruimtelijke Ontwikkeling (diverse adviezen/beoordelingen op RO en m.e.r. gebied) Vuurwerk (ontbrandingstoestemmingen, meldingen, controles)

*zie bijlage 14.6 voor uitleg over deze producten **zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes

Als gevolg van corona zijn er minder aanvragen voor een TUG-ontheffing (ontheffing voor Tijdelijk of Uitzonderlijk Gebruik) ontvangen en zijn er minder controles geweest. De toename in het aantal RO-producten is het gevolg van meer ruimtelijke plannen. Dit komt vooral door de bouwopgave die Rotterdam heeft. Daarmee samenhangend zijn ook meer hogere waarden besluiten genomen. Verder waren er meer nulstapadviezen m.e.r., m.e.r.-beoordelingsbesluiten en m.e.r.-beoordelingen. Ook zijn er door corona minder ontbrandingstoestemmingen verleend en minder meldingen verwerkt, met als gevolg daarvan ook minder inspecties. De afname van de producten bij luchtvaart en vuurwerk heeft te maken met de pandemie en de daaruit voortvloeiende maatregelen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

35 / 88

6 Financiële Resultaten In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het financiële jaarresultaat over 2020 en de doorwerking in de komende jaren. Het onderstaande tabel toont de financiële resultaten van DCMR. In 2020 is een positief resultaat behaald van K€1.964. Ter vergelijking worden de resultaten 2020 afgezet tegen de begroting 2020 en de in 2019 behaalde financiële resultaten. Tabel: Financieel resultaat 2020 Verlies en Winstrekening Omschrijving Brutosalarissen Individueel Keuze Budget Pensioenlasten Sociale lasten Inhuur op formatie Totale Functiekosten Toelagen Opleidingen Overige personele lasten Totale Bijkomende kosten personeel Inhuur buiten formatie Diensten derden Totale kosten inhuur en diensten derden Afschrijvingen Huisvesting ICT Documentatie Communicatie Overig materieel Totale materiele kosten Totale directe kosten Dekking declarabele uren

Primaire Definitieve Begroting 2020 Begroting 2020

Realisatie 2020

Realisatie 2019

Verschil realisatie en begroting 2020

bedrag in € x 1.000 25.405 5.901 5.044 4.169 6.677 47.196 825 1.056 1.874 3.755 2.344 1.676 4.020 1.025 3.635 2.746 375 221 393 8.395

bedrag in € x 1.000

bedrag in € x 1.000 30.307 6.733 6.368 4.643

bedrag in € x 1.000 31.632 6.976 6.177 5.019

48.051 830 1.057 1.536 3.423 1.000 1.107 2.107 970 3.728 2.826 439 359 430 8.752

49.804 786 1.000 1.760 3.546 1.783 1.666 3.449 850 3.681 3.664 496 261 445 9.397

bedrag in € x 1.000 27.085 6.228 5.657 4.400 6.003 49.372 844 1.165 1.474 3.484 1.483 1.544 3.027 723 3.566 3.264 379 134 475 8.541

62.332 62.332

66.196 65.650

64.424 65.888

63.366 62.150

-1.771 238 2.009

Resultaat op declarabele uren

-4.548 -748 -520 -619 6.003 -432 58 165 -286 -62 -301 -121 -422 -127 -115 -400 -117 -126 30 -855

0

-546

1.464

-1.216

100

150

133

323

-17

6.153 62.332 68.225

5.145 65.650 70.628

4.327 65.888 69.978

4.374 62.150 66.253

-818 238 -650

Resultaat op werkplannen en projecten

-260

-167

-238

-271

-71

Resultaat voor onttrekkingen

-160

-563

1.360

-1.164

1.922

0 0 0

145 1.000 1.145

145 1.000 1.145

0 0 0

0 0 0

Onttrekkingen bestemmingsreserve Modernisering Bedrijfsvoering Personeel en Organisatie Totaal onttrekkingen

160 160

1.368 340 1.708

1.266 351 1.616

2.141 441 2.582

-102 11 -92

Resultaat na dotatie en onttrekkingen

-

-

1.831

Overige opbrengsten Inkopen werkplannen en projecten Kosten declarabele uren Opbrengst werkplannen en projecten

Dotaties bestemmingsreserve: Modernisering Bedrijfsvoering 2020 Modernisering Bedrijfsvoering 2021 Totaal Dotaties

1.831

1.418

Incidenteel resultaat

0

0

133

27

133

Resultaat voor bestemming

0

0

1.964

1.445

1.964

In dit hoofdstuk wordt het resultaat kort toegelicht. Voor meer gedetailleerde informatie over behaalde resultaten en de financiële positie wordt verwezen naar de jaarrekening. In de jaarrekening treft u het overzicht van baten en lasten aan. Dit is een andere weergave van de totstandkoming van hetzelfde financiële resultaat. 6.1

Hoofdlijnen verlies- en winstrekening

Het operationeel financieel resultaat voor onttrekkingen is k€1.922 (2,7%) hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: De opbrengsten zijn in totaal k€150 hoger uitgevallen dan geraamd. Dit is een saldo van enerzijds hogere uuropbrengsten ad k€238 en anderzijds lagere overige opbrengsten (o.a. verhuur) ad k€17 en een lager dan verwacht projectresultaat ad k€71.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

36 / 88

Dit laatste komt door projecten waarin lagere tarieven zijn afgesproken (vooral bij detacheringen), of omdat voor een aantal projecten meerwerk is uitgevoerd dat niet is vergoed, of omdat er voorbereidingen zijn uitgevoerd voor projecten die uiteindelijk niet tot een opdracht hebben geleid. De hogere uuropbrengsten zijn vooral het gevolg van het feit dat in de begroting al voor €1,5 miljoen rekening was gehouden met lagere opbrengsten door het wegvallen van urenvraag en lagere declarabiliteit van medewerkers als gevolg van corona. Uiteindelijk zijn dan ook ca. 12.000 minder directe uren gemaakt dan gepland (2,1%). De directe kosten zijn k€1.771 lager uitgevallen dan verwacht. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: -

-

-

Lagere loonkosten als gevolg van een onderbezetting in fte (k€432). Hoewel de bezetting van DCMR in 2020 is gegroeid met ruim 16 fte was de gemiddelde bezetting van eigen personeel aangevuld met inhuur gedurende het jaar ca. 13 fte lager dan geraamd. De lagere bezetting betekende k€1.100 miljoen lagere loonkosten. De gemiddelde loonkosten per fte waren wel hoger dan verwacht (k€670). Dit komt vooral doordat in de begroting al met €1,5 miljoen lagere loonkosten rekening was gehouden wat in de loonkosten per fte was verdisconteerd. Lagere kosten inhuur buiten formatie en diensten derden (k€422). Dit is deels veroorzaakt door een lagere behoefte aan vervanging bij ziekte en piekbelasting. Ook speelde mee dat er sprake was van verschuivingen/vertragingen van werkzaamheden bij projecten die vanuit de bestemmingsreserves worden gefinancierd. Deze lagere kosten hebben ook tot lagere onttrekkingen vanuit de bestemmingsreserve geleid. Lagere materiele lasten; deze zijn k€855 achtergebleven op begroting gebleven vooral door lagere afschrijvingen, huisvestings- en ICT lasten. De onderbesteding van de huisvestingslasten is voor een deel direct te relateren aan corona (zie ook paragraaf 7.7). De afschrijvingslasten zijn lager uitgevallen doordat een aantal geplande investeringen (deels) zijn doorgeschoven naar 2021, o.a. vervanging werkplekken en firewalls.

De realisatie van de ICTlasten is mede door het doorschuiven van voornoemde investeringen ook lager dan gepland, doordat de bijbehorende beheerlasten doorschuiven naar 2021.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

37 / 88

7 Paragrafen 7.1

Inleiding

In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal paragrafen verplicht voorgeschreven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op deze paragrafen. Aan de orde komen: - Lokale heffingen. - Weerstandsvermogen. - Onderhoud kapitaalgoederen. - Financiering. - Bedrijfsvoering. - Verbonden partijen. 7.2

Lokale heffingen

DCMR legt geen lokale heffingen op. In het recente verleden bracht DCMR leges in rekening over het gebruik van het archief. Deze leges betreffen het maken van kopieën en het aanvragen van tekeningen. Dit is vanaf 2019 niet meer van toepassing. 7.3

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen geeft een beschouwing over de kwaliteit van de vermogenspositie van DCMR op lange termijn. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de doelrealisatie in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van DCMR. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV tenminste: a. een inventarisatie van de (beschikbare) weerstandscapaciteit b. het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s c. een inventarisatie van de risico’s d. een aantal gedefinieerde financiële indicatoren Weerstandsvermogen Om het weerstandsvermogen te kunnen bepalen is inzicht nodig in de feitelijk aanwezige weerstandscapaciteit (‘de reserves’) en in de omvang van de risico’s, de benodigde weerstandscapaciteit. De verhouding tussen benodigde en aanwezige middelen heet de ratio van het weerstandsvermogen. In een formule: (Ratio) Weerstandvermogen =

Weerstandscapaciteit (reserves) Benodigde weerstandscapaciteit

Met deze ratio wordt helder gemaakt in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het Algemeen Bestuur heeft een bandbreedte voor deze ratio vastgesteld van 1,0<x<1,4. De aan te houden weerstandscapaciteit is dan tenminste net zo groot als de benodigde weerstandscapaciteit. In risicomanagementmodellen wordt deze bandbreedte als ‘voldoende’ geclassificeerd. Daar waar de buffer geen uitsluitsel biedt, voorziet artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling, waarin de financiële verantwoordelijkheid van de gezamenlijke participanten is vastgelegd. Weerstandscapaciteit (beschikbaar) Voor het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen: - De algemene reserve. - Het vrij besteedbare deel van de bestemmingsreserves. Het deel van de bestemmingsreserves dat via meerjarenplannen al bestemd is, wordt niet meegenomen. - De post onvoorzien.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

38 / 88

De ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel: Ontwikkeling beschikbare weerstandcapaciteit

Ontwikkeling beschikbare weerstandcapaciteit (x € 1.000) Stand per 1 januari 2020 Mutatie Algemene reserve 2020 vanuit bestemmingsreserves 2019 Mutatie Algemene reserve 2020 vanuit bestemming resultaat 2019 Realisatie post Onvoorzien Mutatie vrij besteedbaar deel bestemmingsreserves 2020 Stand per 31 december 2020

Stand € € € € € €

2.147 133 100 2.380

Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s geclassificeerd conform een vastgestelde classificatiemethodiek. De risico’s met een (zeer) hoge financiële impact, risicocategorie Hoog en Zeer Hoog vormen onderdeel van het benodigd weerstandsvermogen, zij worden beschouwd als risico’s van materieel belang. Er wordt daarbij uitgegaan van het netto risico, dus het resterend risico als de aanwezige beheersmaatregelen in beschouwing worden genomen. De classificatie van de kans leidt tot een wegingsfactor; een percentage van het bedrag dat wordt aangehouden in de weerstandscapaciteit. 7.4

Risico’s en risicomanagement

Om de doelstellingen van DCMR ook in de toekomst te kunnen realiseren en de gewenste kwaliteit te kunnen blijven leveren treft DCMR maatregelen ter behoud van een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Eén van deze maatregelen is de risicomanagementcyclus. De auditcommissie heeft een borgende taak voor risicomanagement en tevens voor borging van de reviewfunctie. De auditcommissie bestaat uit het directieteam, aangevuld met de concerncontroller. Een risico is een onzekere gebeurtenis met oorzaken, een kans van optreden en gevolgen voor doelstellingen. Er is sprake van een menselijke, organisatorische of technische/juridische oorzaak of een ontwikkeling van buitenaf waardoor de onzekere gebeurtenis zich kan voordoen. In de risicomanagementcyclus worden zowel de risico’s met financiële vervolgschade, als die met andere gevolgschade opgepakt en gemonitord. Kwaliteitsverlies, veiligheidsissues en reputatieschade bij DCMR vertalen zich net zo goed in negatieve gevolgen voor de organisatie en de participant. De risicomanagementcyclus van DCMR is gebaseerd op de theorie van Risicoleiderschap3 en heeft als doel de weerbaarheid van de organisatie te vergroten. De gekozen methodiek is praktisch toepasbaar en geïntegreerd in de reguliere managementtaken.

DCMR hanteert conform de nota risicomanagement en weerstandsvermogen DCMR 2020-2023, een opslag van 20% op het benodigd weerstandsvermogen. Inventarisatie risico’s In 2020 zijn de eerder geïdentificeerde risico’s geactualiseerd en aangevuld. Een belangrijke ontwikkeling binnen de risicocyclus was de uitbraak van corona. Direct na de uitbraak zijn de risico’s voor de bedrijfsvoering, de continuïteit van de taakuitvoering en de veiligheid van medewerkers in kaart gebracht. Het Bedrijfsnoodplan DCMR en het Pandemieplan DCMR zijn geüpdatet en het Beleids Ondersteunend Team (BOT) is in werking getreden. Gedurende het jaar is gemonitord en gestuurd op de beheersing van deze specifieke risico’s. Door het toepassen van reducerende maatregelen is voor vijftien risico’s (zowel COVID- als nietCOVID-gerelateerd) de classificatie verlaagd, zeven zijn er afgesloten. De lijst met risico’s omvat eind 2020 eenentwintig openstaande risico’s waarvan vier in de hoge risicocategorie. Over deze laatste categorie wordt in het jaarverslag gerapporteerd.

3

Risicoleiderschap (M. van Staveren, 17-08-2018)

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

39 / 88

Hoge risico’s (materieel belang) Er zijn drie hoge risico’s met financiële gevolgschade van materieel belang geïdentificeerd. Deze hebben gevolgen voor de weerstandscapaciteit. Tabel: Hoge risico’s materieel belang Omschrijving

Kans

Risico

Financieel gevolg

categorie

bedrag x €1000

1. Overschrijding I-projecten.

70%

Hoog

€263

2. Bedreiging continuïteit

70%

Hoog

€263

3. Te lage gerealiseerde declarabiliteit.

70%

Hoog

€711

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

x 1,2

bedrijfsprocessen door verouderde soften hardware.

€1.483

Toelichting: - ad 1: ten opzichte van 2019 is de kans klasse 1 categorie verlaagd, door aanpassingen in de governance, het aanstellen van een portfoliomanager en betere forecasting. Tegelijk lopen er nog veel projecten op een kritisch tijdpad en in afhankelijkheid met elkaar. In 2021 worden het portfoliomanagement en de projectbeheersing verder versterkt. - ad 2: mede door volle inzet op thuiswerkfaciliteiten is een aantal belangrijke automatiseringsprojecten uitgesteld. Wel zijn er stappen gezet, zoals het uitreiken van laptops en verbeteren van back-up en storage. In 2021 wordt met de roadmap automatisering systematisch gewerkt aan het op orde brengen van de basis. - ad 3: in 2019 werd over de risico’s rondom stuwmeer verlof en te lage declarabiliteit apart gerapporteerd. Omdat het (overmatig) opnemen van verlof feitelijk als één van de oorzaken kan worden gezien voor een verlaagde declarabiliteit, is de keuze gemaakt deze twee onderwerpen samen onder te brengen in één risico. Voor de herberekening is teruggekeken naar de trend van de afgelopen drie jaren, met oog voor de bijzondere omstandigheden van corona. De onzekerheid van de declarabiliteit is bepaald op 1,5%, met een kansklasse IV (hoog).

Oorzaken die aan deze onzekerheid ten grondslag liggen, zijn de organisatieontwikkeling met nieuwe (programma)managementfuncties en aangepaste productiviteitsnormen; een verhoogde opleidingsdruk als gevolg van POB, de omgevingswet en de introductie van nieuwe systemen; mogelijk minder fysiek toezicht als gevolg van corona; het opnemen van bovenmatig verlof i.v.m. de afbouwafspraken. Hoge risico’s (niet-materieel) Eén risico met andere dan financieel-materiële gevolgen, staat als Hoog geclassificeerd. Tabel: Hoge risico’s niet materieel belang Omschrijving

Kans

Risico

Gevolg

categorie De aantasting van de fysieke en mentale

70%

Hoog

Kwaliteit

gezondheid van medewerkers als gevolg

Veiligheid (van de

van de COVID-maatregelen.

werkomstandigheden) Directe financiële gevolgschade is beperkt.

Toelichting: Dit risico neemt toe naarmate de coronamaatregelen langer aanhouden. DCMR acteert door te sturen op persoonlijke aandacht voor het welzijn van de medewerkers, ruimte voor maatwerkafspraken, het delen van best practices, het faciliteren van Arboverantwoord materiaal, aandacht voor thuiswerkomstandigheden en vitaliteit. Bedrijfsmaatschappelijk werk is betrokken.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

40 / 88

Drie andere risico’s waarover vorig jaar is gerapporteerd i.v.m. een hoge classificatie zijn verlaagd: - Beheersing dossiers waardoor er fouten ontstaan; er is actief gewerkt aan casusuitwisseling, reviews, versterken van het contact met de opdrachtgever, het koppelen van programmamanagers aan complexe dossiers. - Dreigend tekort aan vakspecialisten; de arbeidsmarktstrategie is aangepast, junior medewerkers worden geworven en gekoppeld aan seniors, competenties worden sterker meegewogen bij werving en er is sprake van meer ontwikkelruimte binnen de organisatie. - Het niet tijdig (kunnen) inspelen op veranderende wensen en maatschappelijke ontwikkelingen: er zijn programmamanagers gekoppeld aan actuele maatschappelijke thema’s zoals verduurzaming industrie, circulaire economie en energietransitie. Daarnaast is gezorgd voor een robuuste financiering voor de ontwikkeling naar een datagedreven DCMR. Hoewel er intern ook op de lager geclassificeerde risico’s wordt gestuurd, wordt over deze risico’s niet meer gerapporteerd. Ratio weerstandsvermogen Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit en de aanwezige weerstandscapaciteit wordt de ratio weerstandsvermogen berekend. Ratio weerstandsvermogen = 2.380 k€ = 1,61 1.483 k€

De ratio is gestegen ten opzichte van 2019 en komt boven de norm van 1,0<x<1,4. De stijging wordt vooral veroorzaakt door de stijging van de aanwezige weerstandscapaciteit. DCMR doet bij oplevering van de jaarstukken aan het bestuur voorstellen ten aanzien van resultaatbestemming en reserves. Dit heeft tot gevolg dat het aanwezig weerstandsvermogen wordt verlaagd, waardoor de ratio weer binnen de afgesproken bandbreedte komt (rond de 1,3). Financiële en beleidsindicatoren De financiële indicatoren in onderstaande tabel zijn overeenkomstig artikel 11 lid 3 van de BBV berekend: Tabel:Kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitratio Structurele exploitatieruimte

Jaarverslag 2019 -4,2% 32,0% 2,2%

Begroting 2020 2,0% 25,5% 0,0%

Jaarverslag 2020 -4,5% 36,0% 4,9%

Netto schuldquote

De afwijking met 2019 komt vooral doordat in 2020 de vordering rekening-courant verhouding met het Rijk is gestegen (€2,3 miljoen).

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteit is ten opzichte van 2019 gestegen. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van het eigen vermogen van €1,5 miljoen, bestaande uit per saldo de onttrekking aan de bestemmingsreserves van €0,47 miljoen en het positieve resultaat ad €1,96 miljoen. Tegelijkertijd zijn in 2020 de overige passiva gedaald met €1,1 miljoen. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door een daling van de vooruit ontvangen bedragen met €0,5 miljoen alsook een daling van de overige schulden met eveneens €0,5 miljoen. De solvabiliteitsratio is ruim hoger dan begroot, omdat de stand van het eigen vermogen in de begroting lager was ingeschat.

Structurele exploitatieruimte

De stijging ten opzichte van 2019 en ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door hogere structurele baten bij grotendeels gelijkblijvende structurele lasten in 2020.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

41 / 88

Behalve financiële indicatoren schrijft het BBV (art. 25, lid 2) ook de verantwoording op een aantal beleidsindicatoren voor, die betrekking hebben op de realisatie van maatschappelijke effecten van de programma’s. Deze indicatoren zijn in onderstaande tabel opgenomen. Voor DCMR zijn alleen de indicatoren voor het taakveld Bestuur en Ondersteuning relevant: Tabel: Beleidsindicatoren

Beleidsindicatoren Formatie (FTE per 1.000 inwoners) Bezetting (FTE per 1.000 inwoners) Apparaatskosten per inwoner Externe inhuur Overhead

Jaarverslag 2019 0,15 0,14 € 17,01 18,2% 30,5%

Begroting 2020 -

Realisatie 2020 0,15 0,14 € 17,00 14,7% 31,9%

Aangezien DCMR deze indicatoren voor het eerst in het jaarverslag heeft opgenomen, ontbreekt begrotingsinformatie. Wel zijn de resultaten 2020 te vergelijken met de resultaten uit het voorgaande jaar. Beheersing kosten inhuur Uit tabel Beleidsindicatoren is af te leiden dat het aandeel kosten inhuur op de totale loonkosten (incl. inhuur) in 2020 aanzienlijk is gedaald ten opzichte van de realisatie 2019. In absolute zin zijn de inhuurkosten in 2020 ca. €1,5 miljoen lager dan in 2019. Enerzijds is dit gerelateerd aan corona omdat het zeker in de eerste helft van 2020 lastig was om personeel in te huren vanwege de onzekerheid die de pandemie met zich meebracht, er beperkte mogelijkheden waren om inhuur te begeleiden en diverse projecten in de tijd werden opgeschoven. Anderzijds is in 2020 ook een LEAN traject voor het inhuurproces uitgevoerd. Onderdeel hiervan was onder meer het borgen dat tijdig de juiste afwegingen worden gemaakt over nut en noodzaak en bijbehorende kosten van inhuur. Tenslotte zorgt het gebruik van een Dynamische Aankoop Systeem behalve voor een rechtmatige inkoop ook voor een meer objectieve kosten-baten afweging van inhuurkrachten. Dit alles bevordert een beheerste inzet van inhuur. Ontwikkeling aandeel overhead Ten opzichte van 2019 is het relatieve aandeel van de overhead op de totale exploitatielasten in 2020 met 1,4% gestegen.

Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2020 is de stijging 0,4%. In hoofdstuk 4.2 is al een toelichting gegeven waarom de kosten overhead in 2020 hoger waren dan begroot. In absolute zin is de overhead met €1,9 miljoen gestegen ten opzichte van 2019. Dit betreft vooral een stijging van loonkosten. Behalve een prijscomponent (loonontwikkeling) en duurdere inhuur is ook de groei van eigen personeel hiervan een oorzaak. Deze groei is vooral het gevolg van de investeringen in de datagedreven organisatie en de benodigde I&A ondersteuning hiervoor (+10 fte). Een andere oorzaak die hiermee samenhangt, betreft de groei van de materiele ICT-lasten (€0,5 miljoen). Deze kostenstijging van aanschaf en onderhoud van software is het gevolg van alle ontwikkelingen rondom de modernisering van de bedrijfsvoering. Een andere oorzaak voor de stijging van het aandeel overhead is dat er sprake was van een lagere stijging van de totale exploitatielasten dan verwacht. Dit is voor een deel door corona veroorzaakt (zie ook paragraaf 7.7). Zo is de ontwikkeling van de directe bezetting achtergebleven, zijn veel bijkomende personele kosten niet gemaakt en zijn er minder inkopen op projecten gedaan. Hierdoor is het aandeel overhead relatief sneller gestegen dan het in een normaal jaar gedaan zou hebben.

Vennootschapsbelasting (VPB) DCMR heeft van al haar activiteiten beoordeeld of er sprake is van een belaste activiteit conform de VPB. Daarnaast zijn alle activiteiten voor de VPB geclusterd in 19 clusters, waar deze een samenhang met elkaar hebben. Voor 2016 tot en met 2019 heeft DCMR aangifte gedaan. Hieruit is naar voren gekomen dat uiteindelijk geen VPB verschuldigd is. De VPB aangifte over het boekjaar 2020 zal in de loop van 2021 worden opgesteld. Aangezien er geen grote wijzigingen in eventueel belaste activiteiten van de DCMR hebben plaatsgevonden, is de verwachting dat de aangifte 2020 wederom nihil zal zijn.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

42 / 88

7.5

Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn duurzame productiemiddelen die DCMR nodig heeft om de diensten en goederen te produceren die zij aan participanten en niet-participanten levert. Deze paragraaf moet op grond van het BBV tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen bevatten. DCMR heeft in 2020 geen kapitaalgoederen in de hiervoor genoemde categorieën. 7.6

Financiering

De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Voor DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde treasurystatuut. Deze financieringsparagraaf is in samenhang met het treasurystatuut een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee sturen, beheersen en controleren van de treasuryfunctie van DCMR. De treasuryfunctie omvat het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Aandachtspunten vanuit de treasury zijn: - Facturering van de bijdragen van de participanten vindt vier keer per jaar plaats; de bijdragen van de participanten moeten uiterlijk halverwege het lopende kwartaal zijn ontvangen. - DCMR leent geen gelden uit aan derden. - DCMR maakt binnen de regelgeving voor decentrale overheden alleen gebruik van goed bekendstaande banken. - Voor de financiering van tekorten op de rekening-courant wordt gebruik gemaakt van kasgeldleningen via goed bekendstaande banken. In onderlinge samenhang worden het treasurystatuut, de financiële verordening en de controle verordening jaarlijks beoordeeld op hun actualiteit en indien nodig opnieuw vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

De laatste vaststelling vond plaats in het Algemeen Bestuur van 6 december 2017. De wet FIDO geeft aan dat het maximale kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal (primair) mag zijn. Voor 2020 betekent dit een bedrag van k€5.805. DCMR voldoet het volledige jaar 2020 hieraan. 7.7

Bedrijfsvoering

Het jaar 2020 stond voor DCMR, net als voor de rest van Nederland, in het teken van corona. Tegelijk is er hard doorgewerkt aan de organisatieontwikkeling van DCMR, het verder brengen van de datagedreven organisatie, waaronder een aantal grote ICT-projecten. Procesoptimalisatie door middel van LEAN-trajecten is nu permanent in de organisatie ingebed. Corona Bij aanvang van de pandemie moest de bedrijfsvoering snel en flexibel aangepast worden aan de veranderende omstandigheden. Binnen de kortste keren was de organisatie omgeschakeld van een vol kantoor naar volledig thuiswerken. Daarna is veel gedaan om het thuiswerken optimaal te faciliteren; op automatiseringsgebied, met Arbofaciliteiten en door het aanpassen van de provinciale regelingen rondom de thuiswerkplek. Ook leverancierscontracten moesten snel worden aangepast. Tevreden kunnen we stellen dat de kritische processen niet belemmerd zijn geweest en dat het werk, zij het in aangepaste vorm, door kon gaan. Ter voorbereiding op de terugkeer is het kantoor aangepast aan de coronamaatregelen, hoewel thuiswerken tot op heden de norm is. Omdat de pandemie veel impact heeft op de medewerkers is er aanvullend HR-beleid ontwikkeld en gefaciliteerd op thema’s als vitaliteit en belastbaarheid van de medewerkers. Het management is begeleid bij het leidinggeven op afstand. De pandemie bood ook kansen.

Zo zijn enkele projecten die al op de plank lagen, versneld doorgevoerd. Er was extra inzet mogelijk op het op orde brengen van de datakwaliteit. En de situatie bood de mogelijkheid om te verkennen hoe ons toekomstige werk- en huisvestingsconcept er uit moet komen te zien, met thuiswerken als blijvend bestanddeel en minder vervoersbewegingen. Het gebouw zal op een veilige en duurzame manier ingezet worden als ontmoetings- en samenwerkruimte voor de medewerkers van DCMR en de participanten.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

43 / 88

Door de coronamaatregelen zijn diverse werkprocessen vanzelfsprekend ingrijpend aangepast. Dat geldt vooral op het gebied van fysiek toezicht. Onderzoek naar incidenten (door het milieupiket) en het toezicht op de meest risicovolle activiteiten is – rekening houdend met de geldende maatregelen – blijvend uitgevoerd. Daarnaast is het toezicht op de bedrijven uitgevoerd via videotoezicht op veiligheidsvoorzieningen, drones, administratieve controles, zelfchecklists en beoordeling van rapportages. Financieel gezien heeft corona geen negatief effect op de exploitatie van DCMR in 2020. Enerzijds is ca. k€400 aan meerkosten gemaakt voor de omschakeling naar het thuiswerken en de benodigde aanpassingen aan het kantoorpand. Anderzijds is ca. k€900 aan minderkosten gemaakt o.a. voor reiskosten woon-werkverkeer, catering, allerlei vormen van interne representatie, schoonmaak, afvalverwerking, bedrijfskleding en externe vergaderlocaties. Bij de tweede begrotingswijziging 2020 is hierop al (deels) geanticipeerd en hebben verschuivingen binnen de begroting plaatsgevonden. Ten opzichte van de tweede begrotingswijziging verklaart corona naar schatting ca. k€300 van het operationeel resultaat 2020. Organisatieontwikkeling en personeelsbeleid Het jaar 2020 heeft in het kader gestaan van de doorontwikkeling van DCMR.

Het doel van de doorontwikkeling is de organisatie klaar te maken voor de toekomst. Om daar richting aan te geven is een zestal thema’s (zogenaamde bouwstenen) vastgesteld waar de komende jaren aan gewerkt zal worden. Deze bouwstenen zijn: proactief en wendbaar, persoonlijke ontwikkeling, de datagedreven organisatie, opgavegericht samenwerken, kwaliteit, en structuur en sturing. In het afgelopen jaar is intensief ingezet op de bouwsteen structuur en sturing. Zo hebben we gezamenlijk met medewerkers en Ondernemingsraad een nieuwe, bij onze ambities passende organisatie-inrichting bereikt. Per 1 januari 2021 hebben we een ‘slanker’ lijnmanagement en werken we in units en teams, respectievelijk aangestuurd door unit- en teammanagers. De HR-verantwoordelijkheid is verschoven naar de onderste managementlaag, zodat er meer aandacht is voor medewerkers. Daarnaast is in 2020 de basis gelegd om met behulp van programmamanagement te gaan werken aan afdelingsoverstijgende opgaven. Hiermee is de basis gelegd voor een wendbare organisatie die flexibel kan inspelen op de snel veranderende behoeften van participanten, bedrijven, inwoners en medewerkers. In 2020 is er een traject van strategische personeelsplanning (SPP) uitgevoerd. Er zijn opleidingen aangeboden in het kader van professionalisering, vakmanschap en ter voorbereiding op de omgevingswet.

Er is een start gemaakt met een leiderschapstraject dat aansluit op de doorontwikkeling van DCMR. Gedurende het jaar is vrijwel volledig overgestapt op e-learning en digitale sessies. De employer branding is opnieuw vormgegeven, met de nadruk op het zijn van een inclusieve organisatie. Dit zal in 2021 verder in onze arbeidsmarktcampagnes duidelijk naar voren worden gebracht. DCMR heeft een partnerschap met de stichting Werken en Studeren op maat (SWOM). Dit is een Social Enterprise die zich inzet voor een unieke doelgroep: hoogopgeleide jongeren met een arbeidsbeperking. DCMR begeleidt samen met SWOM deze Young Professionals naar een baan, traineeship of stage. Twee medewerkers zijn op deze wijze afgelopen jaar in dienst getreden bij DCMR. Het ziekteverzuimpercentage (inclusief langdurig zieken, maar exclusief zwangerschappen) is iets gedaald naar 4,25%, dit is onder de norm van 4,5%. In 2020 zijn 50 medewerkers bij DCMR in dienst getreden en 35 medewerkers uitgestroomd. Communicatie Een goede verbinding met de omgeving is essentieel voor het werk van DCMR Milieudienst Rijnmond. Communicatie draagt daaraan bij. In 2020 is – vooral achter de schermen – hard gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe website, die naar verwachting in april 2021 live gaat.

Daarnaast is een nieuw online magazine ontwikkeld – DCMR Connect – gericht op participanten, collega OD’s, ketenpartners, bedrijven en bewonersgroepen waar DCMR regelmatig mee samenwerkt. De eerste editie van DCMR Connect verscheen eind januari 2021. Tot slot is veel aandacht uitgegaan naar de interne communicatie over corona.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

44 / 88

Financiën en planning en control De start van 2020 ging gepaard met de omschakeling naar het nieuwe financiële systeem SAP by Design. SAP is gekoppeld aan onder andere de HR-applicatie en het datawarehouse. De implementatie van de verschillende functionaliteiten van SAP heeft tot ver in 2020 geduurd en loopt nog steeds. Door verder in te zetten op de mogelijkheden die de applicatie biedt, kunnen meer processen geautomatiseerd gaan verlopen, waardoor de focus van de financiële administratie gericht kan worden op de uitzonderingen. Hierdoor ontstaat meer ruimte om de financiële managementinformatie te verbeteren voor de organisatie en de opdrachtgevers. In 2020 is veel aandacht besteed aan de werking van de vernieuwde financiële processen en bijbehorende interne controlemaatregelen. Zo wordt er voor elke inkoop boven de duizend euro een inkoopverplichting vastgelegd en leggen we prestatieverklaringen vast als bewijs van ontvangst van levering. Op deze manier houden we goed zicht op de openstaande inkoopverplichtingen wat helpt de financiën beter te beheersen en onrechtmatige inkopen te voorkomen. In de eerste helft van 2020 is onderzocht hoe de rechtmatigheidsverantwoording van DCMR te versterken.

Dit is ter voorbereiding op de wijzigende regelgeving rondom de rechtmatigheidsverklaring die per 2021 door het dagelijks bestuur moet worden afgegeven, in plaats van door de accountant. Er is gekozen voor het inrichten van een Verbijzonderde Interne Controlefunctie, die in december ook is geworven. De VIC-functionaris is gestart met het inrichten van de processen en randvoorwaarden om tot een onderbouwde rechtmatigheidsverklaring te komen. Duurzaam Inkopen Uit de interne inkoopscan op het werken conform de Europese wet- en regelgeving over rechtmatigheid is gebleken dat DCMR in 2020 binnen de rechtmatigheidstoleranties is gebleven. DCMR vindt het belangrijk dat Inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR houdt daarom bij inkopen van producten en diensten zoveel als mogelijk rekening met duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst. In vier Europese aanbestedingen zijn deze kwaliteitseisen meegewogen, te weten levering dienstkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, lease en beheer van de voertuigen, onderhoud gebouwgebonden technische installaties en schoonmaak en glasbewassing. Deze aanbestedingen zijn facilitair van aard. DCMR onderzoekt hoe deze kwaliteitseisen in de toekomst ook verwerkt kunnen worden in aanbestedingen op bijvoorbeeld ICT.

Digitalisering en datagedreven organisatie Vanaf december 2018 tot oktober 2020 heeft een extern team de transitie van DCMR naar een datagedreven organisatie begeleid. Naast het onderzoeken van de benodigde stappen en randvoorwaarden, heeft het team de eerste onderdelen geïmplementeerd, waarna in oktober 2020 het plan is overgedragen aan de lijn. Een DCMR Informatiestrategie was een belangrijk onderdeel van het plan. Het opstellen van deze strategie is in het vierde kwartaal 2020 gestart en zal begin januari 2021 bekrachtigd worden. Eind 2020 is een DCMR-brede board opgezet die de uitvoering van de transitie naar de datagedreven organisatie gaat aansturen. Voor de prioritering van I-projecten zijn grote stappen gezet. Er zijn criteria vastgesteld waarmee nut en noodzaak van projecten kan worden getoetst. Eind 2020 zijn de diverse ICT-plannen hiermee geprioriteerd. Voor 2021 ligt er nu een door de organisatie gedragen projectenkalender, ondersteund door een roadmap automatisering. Er zijn afspraken gemaakt rondom monitoring van de voortgang, er is een standaard voor projectbeheersing en een portfoliomanager overziet en bewaakt het geheel. Door een betere forecasting op projecten kunnen afwijkingen tijdig worden gesignaleerd, en kan daarop worden geanticipeerd. Hetzelfde geldt voor de beschikbaarheid van (interne) resources.

De ontwikkeling van het datawarehouse, gestart in 2018, vordert gestaag. Het datawarehouse heeft als doel om data uit diverse bronapplicaties te combineren tot geïntegreerde rapportages, waarbij ook rekening wordt gehouden met de integratie van de nieuwe bronapplicaties. Het datawarehouse omvat momenteel data uit acht bronapplicaties en voorziet naast actuele informatie ook in historische analyses waarmee stapsgewijs een steeds vollediger beeld van de leefomgeving ontstaat. Het nieuwe

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

45 / 88

team datamanagement zal er per 2021 mede voor gaan zorgen dat de informatie van DCMR toegankelijk, vindbaar, bruikbaar, authentiek en integer is, zodat het te allen tijde verantwoording kan afleggen over zijn handelen. Het Loket Omgevingsdata levert hieraan een belangrijke bijdrage door het verzamelen, beschrijven en publiceren van omgevingsdata. De aanbevelingen van de archiefinspectie 2019 zijn voortvarend opgepakt en het DB is hierover geïnformeerd. Daarnaast is ruim 185 meter geschoond en overgedragen voor permanent beheer in de archiefbewaarplaats van het Stadsarchief Rotterdam. In 2020 is thuiswerken gefaciliteerd door onder meer het introduceren van videobellen en het uitleveren van laptops voor alle medewerkers. Er is een tool in gebruik genomen om te toetsen in hoeverre DCMR voldoet aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Tenslotte zijn meerdere Informatie- en dataprojecten afgerond (nieuw meldkamersysteem, digitale checklijsten, SAP) en wordt aan andere projecten voortvarend gewerkt (vervanging VTH-systeem, implementatie Microsoft365, implementatie Altijd Actuele Digitale Vergunning, Implementatie Omgevingswet en Regionale omgevingsinformatie). 7.8

Verbonden Partijen

In verband met bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijk daarmee verband houdende risico’s moet in de begroting en in de jaarstukken een paragraaf worden opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de verbonden partijen. Verbonden partijen zijn die partijen waarin de DCMR een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Dat kunnen zijn gemeenschappelijke regelingen, samenwerkingsverbanden, vennootschappen, stichtingen en verenigingen. Een bestuurlijk belang betreft zeggenschap, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur van de verbonden partij, hetzij door stemrecht. Van een financieel belang is sprake als DCMR aan de verbonden partij een bedrag beschikbaar heeft gesteld dat niet verhaalbaar is als de partij failliet gaat of als DCMR aansprakelijk is voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. DCMR participeert weliswaar in vele vormen van samenwerking op projectbasis, maar er is geen sprake van een verbonden partij. Andersom hebben de participanten van DCMR wel bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en verantwoordelijkheid voor DCMR; daarmee is DCMR voor elk van hen een verbonden partij.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

46 / 88

Deel 2: Rapportage Meerjarenprogramma 2017 - 2020

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

47 / 88

8 Meerjarenprogramma VTH 8.1

Algemeen

DCMR werkt samen met haar participanten (de provincie Zuid-Holland en 15 gemeenten) aan een veilig en leefbaar Rijnmondgebied. We streven ernaar het gebied te ontwikkelen tot een economische topregio en tegelijkertijd de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving te verbeteren. Om dit te bereiken hebben we samen met onze participanten een Meerjarenprogramma VTH (MJP) opgesteld waarin we aangeven welke beleidsdoelstellingen we in de periode 2017 – 2020 willen realiseren. De doelstellingen zijn opgesteld rond de thema’s Veiligheid, Lucht en Geur, Geluid, Energie en Afvalwater. Daarnaast hebben de participanten in het MJP een aantal ontwikkelpunten benoemd, waarvan verkend wordt of, en zo ja hoe ze in het reguliere takenpakket van DCMR kunnen worden opgenomen. Het gaat om de onderwerpen Omgevingswet, Ontwikkeling gegevensbeheer, Nieuwe brandstoffen, Asbestketen en Grondstromen, Circulaire economie, Warmte/koude uitkoppelen, Cybersecurity en Ontkoppelen hemelwater. In de volgende paragrafen wordt per thema gerapporteerd over zowel kwantitatieve als kwalitatieve resultaten. Aansluitend wordt per ontwikkelingspunt aangegeven welke activiteiten in 2020 hebben plaatsgevonden. 8.2

Voortgang thema’s

Per thema in het MJP zijn focuspunten benoemd waarvoor geldt dat inzet daarop een duidelijk effect heeft op milieu en veiligheid. Voor elk focuspunt zijn weer indicatoren opgesteld waarmee de voortgang gemonitord kan worden. 8.2.1

Veiligheid

Het thema veiligheid kent vier focuspunten: Kritische veiligheidsvoorzieningen voor kleine kans groot effect-situaties Er zijn ongevallen en incidenten denkbaar waarvan de kans dat ze zich voordoen klein is, maar die, áls ze zich voordoen, een groot effect hebben. Bij bedrijven waar deze incidenten zich kunnen voordoen, let DCMR extra op de zogenoemde kritische veiligheidsvoorzieningen. Als rond dit onderwerp geen eisen in de vergunning zijn opgenomen, moet die vergunning geactualiseerd worden. Dit geldt naar verwachting voor ongeveer 20 vergunningen (dit aantal is bijgesteld ten opzichte van het oorspronkelijke aantal van 25 dat in het MJP opgenomen is). In het MJP 2017-2020 stonden bij het focuspunt Kritische veiligheidsvoorzieningen de aanwezigheid, werking en onderhoud van de kritische veiligheidsvoorzieningen centraal. In het MJP 2021-2024 is aandacht besteed aan de procesveiligheid, veiligheidscultuur en operationele processen. Er zijn 2 indicatoren voor Kritische veiligheidsvoorzieningen bekeken - aantal actuele vergunningen m.b.t. kleine kans groot effect; - naleving eisen kritische veiligheidsvoorzieningen. Wat is er bereikt? Eind 2016 is gestart met de inventarisatie van de bedrijven, bronnen en maatregelen door de adviseurs veiligheid.

Op basis van de QRA (kwantitatieve risicoanalyse) worden door de DCMRveiligheidsadviseurs de bedrijven bepaald waar ‘kleine kans groot effect’ (KKGE) kan optreden. Het focuspunt gaat om bedrijven waar een ongeval een effect op de woonbebouwing kan hebben. De bedrijven waarbij het effect kan optreden worden opgenomen in de werkvoorraad van de vergunningverleners. Vergunningen waarvoor nog geen procedure loopt worden ambtshalve geactualiseerd voor de maatregelen die een kleine kans moeten borgen en daarbij het grote effect naar de omgeving (bijvoorbeeld een toxische wolk) minimaliseren.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

48 / 88

Actualisaties kleine kans groot effect In de vergunningen is getoetst of aan het plaatsgebonden risico wordt voldaan en is verantwoording afgelegd over het groepsrisico, maar zijn de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om de kans op een groot effect te minimaliseren, vergunningtechnisch vaak onvoldoende in vergunningvoorschriften geborgd. Daarom is dit in het MJP en in de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018 - 2021 als speerpunt voor actualisatie benoemd. Tot en met 2019 zijn vier vergunningen hierop geactualiseerd. In 2020 zijn er zeven bedrijven voor het project kleine kans groot effect beoordeeld. Bij één bedrijf bleken de maatregelen voldoende in de vergunning verankerd. Eén bedrijf is failliet. Door het nieuwe rekenmodel Safeti, zijn bij één bedrijf de gegevens verouderd en eind 2020 opnieuw verstrekt. Bij drie bedrijven is de ontwerpbeschikking gereed. Bij één bedrijf is in beroep een aantal voorschriften die gerepareerd moeten worden, vernietigd door de rechtbank. Het totaal aantal geplande actualisaties in de planperiode is voor een deel gerealiseerd. Tabel: Aantal geactualiseerde vergunningen KKGE Jaar In behandeling 2017 1 2018 3 2019 0 2020 6 totaal Doel 2020

Vastgesteld 1 2 1 0 4 20

Naleving Tijdens de BRZO inspectie beoordelen experts de kwantitatieve risicoanalyse QRA. De QRA is onderdeel van de vergunningaanvraag en van het veiligheidsrapport. De QRA is een hulpmiddel om de veiligheidsrisico’s van het toepassen, vervoeren en opslaan van gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken. De experts beoordelen de uitgangspunten en maatregelen genoemd in de QRA in de praktijk. Dat betekent dat ze kijken of het ontwerp, de constructie, de exploitatie en het onderhoud van de risicovolle installaties voldoende veilig zijn uitgevoerd. In 2020 zijn bij 77 bedrijven op deze maatregelen geïnspecteerd. Naast de risicoscenario’s uit de QRA zet DCMR ook in op de effectscenario’s. Hoewel de kans klein is dat enkele effectscenario’s zich voordoen controleert DCMR of alle maatregelen zijn genomen die de kleine kans rechtvaardigen. In 2020 zijn 20 KKGE-inspecties uitgevoerd. Daarbij zijn geen overtredingen geconstateerd. Implementatie PGS 15 en 29 De Rijksoverheid publiceert en vernieuwt de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). PGS 15 en 29 bevat regels voor grote en kleinere tankopslagen, bijvoorbeeld van ruwe olie of chemicaliën in opslagtanks. DCMR verankert de nieuwe eisen in een vergunning. Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken dat dit in principe binnen vier jaar moet gebeuren.

Dit is in de praktijk niet altijd haalbaar gezien bepaalde andere ontwikkelingen meer prioriteit moeten krijgen. Op dit moment zijn vooral de PGS 15 en PGS 29 in uitvoering. De PGS 29 aantallen die in de grafiek gepresenteerd zijn betreffen fase 1, wijzigingen naar aanleiding van het Buncefield-scenario. Bij Buncefield was in 2005 een grote brand in een olieopslag. Naar aanleiding daarvan zijn de richtlijnen van PGS 29 gewijzigd. Fase 2, tankputbrand, is in voorbereiding. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Implementatie PGS-sen het implementeren van de meest actuele best beschikbare technieken centraal, in het MJP 2021-2024 is dit focuspunt opnieuw relevant omdat bijvoorbeeld de PGS 29 in 2021 opnieuw wordt herzien, en de tweede fase moet worden geïmplementeerd. Er zijn 2 indicatoren voor Implementatie PGS-sen bekeken: - aantal actuele vergunningen m.b.t. PGS 15 en PGS 29 ; - naleving eisen PGS 15 en PGS 29.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

49 / 88

Wat is er bereikt? PGS15: Bij elf bedrijven is het nodig de vergunningen aan te passen in het kader van PGS 15. Tot en met 2020 zijn vier aanvragen in behandeling en zijn er twee vergunningen vastgesteld. De uitvoering van het actualiseren van de vergunningvoorschriften voor de PGS 15 verloopt moeizaam vanwege discussies met het bedrijfsleven over interpretatie van de voorschriften. PGS 29: In de periode vanaf 2015 is bij 31 bedrijven de PGS 29 geïmplementeerd in de vergunning (in de periode daarvoor nog tien). In 2020 zijn er drie vergunningen vastgesteld en er zijn twaalf nieuwe dossiers beoordeeld. In vier gevallen wordt de PGS 29 meegenomen in de lopende revisietrajecten van de vergunningen. Drie ontwerpbeschikkingen liggen ter visie en een vierde volgt begin 2021. In vier dossiers vallen de tanks buiten de scope van PGS 29 omdat het van cuptanks gebruik maakt, of omdat het bedrijf verzoekt de vergunning voor de tankinstallatie in te trekken. Het programma is op dit onderdeel grotendeels gerealiseerd. Voor de tweede fase van de implementatie van de PGS 29 zijn 38 locaties geïdentificeerd die relevant zijn voor het tankpuntbrandscenario. De bedrijven zijn aangeschreven voor het indienen van een implementatieplan uiterlijk december 2018. Omdat de meeste bedrijven geen plan hebben ingediend is deze aanschrijving herhaald.

De ingediende plannen bleken veel informatie te missen. Daarom zijn er in 2020 opnieuw zestien bedrijven aangeschreven voor nadere informatie. In 2020 hebben twintig bedrijven met grote tankputten besloten om gebruik te gaan maken van de Gezamenlijke Brandweer (GB) die mobiele blusmiddelen gebruikt bij de bestrijding van branden bij bedrijven. Hiervoor heeft de GB de werkgroep TPB 2.0 opgericht, waarin de partijen bepalen welke middelen moeten worden aangeschaft. De voorwaarde voor de inzet van mobiele blusmiddelen is de veiligheid voor brandweerpersoneel. De bedrijven hebben het rapport “Instabiele stoffen in relatie tot tankputten” opgesteld. In december 2020 hebben DCMR en de VRR ingestemd met dit rapport. De bedrijven dienen begin 2021 nieuwe implementatieplannen in waarin rekening wordt gehouden met deze aspecten. Tabel: PGS15 en PGS29 aantallen PGS15 In behandeling Vastgesteld 2015 2016 2017 2018 2019 2020 totaal Doel 2020

2 0 4 4 4

0 1 0 1 2 11

PGS29 In behandeling Vastgesteld 3 11 13 0 1 3 31 45

10 0 4 12 11

Naleving In 2020 zijn er 237 PGS 15 inspecties uitgevoerd. Dit aantal is bijna gelijk aan 2019. Het aantal bedrijven met overtredingen lag fors lager en ook het aantal overtredingen is bijna de helft lager dan in 2019. Het aantal PGS 29-inspecties is vrijwel gelijk aan het aantal inspecties in 2019, het aantal overtredingen aanzienlijk hoger. Jaarlijks worden andere thema’s en of installaties geïnspecteerd en dat is de reden is waarom de nalevingscijfers fluctueren. De gemene deler is wel dat er altijd veel overtredingen zijn op onderhoud van de tanks. Dat heeft ook onze aandacht. Naar aanleiding van de overtredingen wordt handhavend opgetreden. Tabel: Aantal inspecties PGS 15 Jaar #controles #bedrijven met overtreding 2018 97 15 2019 236 65 2020 237 18

#overtredingen 18 (niet ernstig) 62 (niet ernstig) 36 (niet ernstig)

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

50 / 88

Tabel: Aantal inspecties PGS 29 Jaar #controles #bedrijven met overtreding 2018 54 8 2019 59 7 2020 65 12

#overtredingen 10 (niet ernstig) 15 (niet ernstig) 53 (niet ernstig)

Veiligheidscultuur Veiligheidscultuur gaat over veiligheidsbewustzijn en gedrag van medewerkers. DCMR stimuleert verbetering van de veiligheidscultuur bij bedrijven en heeft dit opgenomen als onderdeel van het toezicht op risicovolle bedrijven. Aan de hand van gerichte adviezen aan bedrijven wordt de verbetering van de veiligheidscultuur gestimuleerd. Een cultuurtraject is een langdurig traject met een looptijd van jaren. Het wordt gestart met een cultuuronderzoek bij het bedrijf: elk jaar bezoeken veiligheidsadviseurs een aantal Brzo-bedrijven om te onderzoeken in welke fase een bedrijf zich bevindt qua veiligheidscultuur. Onderstaande tabel geeft gecumuleerd aan hoeveel bedrijven er zijn bezocht. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Veilgheidscultuur het veiligheidsbewustzijn en het beheersen van het gedrag van medewerkers centraal, om incidenten te voorkomen. In het MJP 20212024 is dit onderwerp opnieuw relevant en benoemd onder het focuspunt procesveiligheid in de industrie. Er zijn 2 indicatoren voor het focuspunt Veiligheidscultuur bekeken: - aantal ervaringen van ondernemingen - aantal CIN-meldingen van incidenten Wat is er bereikt? In 2020 is de veiligheidscultuur van veertien bedrijven beoordeeld, drie werden beoordeeld als startend, vijf als uitvoerend en zes als evaluerend.

Van het totaal aantal Brzo-bedrijven in de provincie Zuid-Holland zijn tot en met 2020 106 bedrijven beoordeeld in het kader van de veiligheidscultuur. Het doel van honderd bedrijven in de MJP-periode is daarmee voor meer dan 100% bereikt. Een aantal beoordelingen is via interviews op afstand uitgevoerd. De ervaring leert dat met interviews op afstand voldoende informatie verkregen kan worden om een inschatting op hoofdlijnen van de veiligheidscultuur van het bedrijf te verkrijgen. Een beoordeling op locatie geeft extra informatie over vooral de informele omgangsvormen binnen een bedrijf en blijven de voorkeur hebben boven een inspectie op afstand. Tabel: veiligheidscultuur beoordeling Jaar Startend 2016 18 t/m 2017 24 t/m 2018 28 t/m 2019 34 t/m 2020 37

Uitvoerend 16 22 28 35 40

Evaluerend 6 13 17 23 29

Startend: van plan met een aanpak voor veiligheidscultuur te starten Uitvoerend: gestart met of al een aantal jaar bezig met verbeteren veiligheidscultuur Evaluerend: al langere tijd bezig met specifieke aanpak, deze evaluerend en verbeterend.

CIN-meldingen Bedrijven in het Rijnmondgebied kunnen via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) voorvallen melden die mogelijk om inzet van hulpdiensten vragen. Met een CIN-melding worden politie, brandweer, Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam en DCMR met één telefoongesprek gelijktijdig geïnformeerd. Bij de meeste meldingen is actie overigens niet nodig. Het aantal CIN-meldingen zegt niet direct iets over het aantal incidenten; het geeft wel een indicatie over het meldgedrag door bedrijven. Ervan uitgaande dat de meldingsbereidheid niet is gewijzigd, kan mogelijk worden aangenomen dat het aantal incidenten afneemt. Bedrijven kiezen er zelf voor om transparant te zijn, maar DCMR tilt ook zwaar aan het niet of verkeerd melden door bedrijven. Ook heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport het melden van voorvallen als speerpunt benoemd. Het is lastig om op basis van deze cijfers te constateren dat de veiligheid(scultuur) is verbeterd. Het aantal CIN-meldingen is – na de

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

51 / 88

stijging in 2018 – terug op het niveau van 2016. De coronacrisis in 2020 heeft weinig invloed gehad op de cijfers. Tabel: CIN meldingen 2009 2010 Brand Gevaar Zonder gevaar Totaal 8.2.2

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

126 13 191

158 10 150

140 15 137

101 6 134

146 25 129

151 33 147

186 26 154

149 20 149

196 30 111

220 37 145

150 29 146

149 32 131

330

318

292

241

300

331

366

318

337

402

325

312

Lucht en geur

Terugdringen emissies Een goede luchtkwaliteit is belangrijk. Een slechte luchtkwaliteit heeft negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen en voor de kwaliteit van natuurgebieden en biodiversiteit. DCMR richt zich op het terugdringen van emissies van bedrijven – zowel via de lucht als via lozingen (van ZZS) in het water – en op actualisatie van vergunningen vanwege wetswijzigingen. Dit doet DCMR voor stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen (VOS) en een aantal zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Daarnaast streeft DCMR uiteraard naar het terugdringen van geuroverlast van de industrie. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunten lucht en geur het terugdringen van emissies (NOx, VOS, ZZS en geur) centraal door middel van het implementeren van de best beschikbare technieken. In het MJP 2021-2024 zijn deze emissies opnieuw als focuspunten benoemd met de toevoeging van emissies naar bodem, afvalwater en afval. Er zijn vier indicatoren voor de Emissies bekeken: -

uitstoot door de bedrijven. stankklachten over de industrie. aantal actuele vergunningen met betrekking tot NOx, VOS, ZZS en geur. naleving eisen ten aanzien van NOx, VOS, ZZS en geur.

Wat is er bereikt? Over de jaren heen zien we duidelijk een dalende trend in de emissies. In het activiteitenbesluit is er een aanscherping geweest van de emissiegrenswaarde voor NOx, waardoor er veel rookgasreinigers zijn geïnstalleerd. Opmerkelijk is dat de ZZS-emissie in 2020 een stijging vertoont. Vermoedelijk heeft de inventarisatie van ZZS-emissies bij de bedrijven geleid tot een verbeterde registratie in het electronische milieujaarverslag Tabel: Emissies Emissies* Jaar 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019* 2020

Kton NOx 13,8 13,6 14,2 12,7 13,0 12,1 12,0 11,8 11,2 10,5 10,6

Kton VOS 11,9 10,8 10,6 10,7 10,1 9,5 10,0 8,3 7,6 7,0 7,0

Ton ZZS 144,4 105,2 85,8 92,1 155,7 117,1 69,6 84,4 68,7 63,5 97,5

# stankklachten**

4.339 2.136 1.445 1.613 1.375 1.439 1.478 1.175

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

52 / 88

* cijfers over NOx, VOS en ZZS komen in april beschikbaar, vandaar dat cijfers t/m 2019 zijn opgenomen. De cijfers kunnen een lichte afwijking vertonen t.o.v. de cijfers in het jaarverslag 2019. Dit wordt veroorzaakt door gecorrigeerde opgaven, nieuwe opgaven of herrekening door bedrijven al dan niet na controle van de cijfers door DCMR. ** het gaat om stankklachten in de branches chemie, tank op- en overslag, afvalwaterbeheer en de voedingsmiddelenindustrie.

Actualisatie vergunningen De Europese regelgeving waaraan bedrijven moeten voldoen in het kader van vermindering van uitstoot van NOx, VOS en ZZS is in 2017 aangescherpt. Dit betekent dat de vergunningen van veel bedrijven aangepast moeten worden. Dit moet binnen een termijn van vier jaar na het van kracht worden van de regelgeving afgerond zijn. Op provinciaal niveau zijn er ook aanpassingen gedaan in de regelgeving rond geurbeleid. Ook hierop moeten vergunningen aangepast worden. Voor het actualiseren van de vergunningen op de NOx, VOS en ZZS-regelgeving geldt een wettelijke termijn van vier jaar vanaf het van kracht worden van de regeling. Dit is een jaar langer dan de looptijd van het huidige MJP (2020). De actualisaties naar aanleiding van de nieuwe BREF LCP (een Europees document waarin de beste milieutechnieken staan ten aanzien van grote stookinstallaties) lopen enige vertraging op door het Schone Lucht Akkoord (SLA). Er is voor deze BREF een oplegnotitie opgesteld waarin de mogelijkheden van het vergunnen aan de onderkant van de BREF range is aangehaald. Dit levert veel discussie op met de bedrijven en hierdoor loopt dit proces uit en zal het moeilijk zijn om de termijn van vier jaar te halen voor het actualiseren van de vergunningen (wettelijke termijn loopt tot augustus 2021).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3339/documents/24957