CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

51. 324642 Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2022 DCMR.pdf

Gemeenteraad AW 31 mei 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken37.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Supermarkten hebben tijdelijke verruiming gekregen van de laad- en lostijden. De naleving is over het algemeen goed, met 86%.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

15 / 88

Met ca. 4.000 actieve locaties is de Horecabranche omvangrijk qua aantal. De naleving is in het algemeen goed. In 2020 kreeg deze branche te maken met langdurige sluitingen en beperkingen door coronamaatregelen. Het aantal klachten daalde van 3.589 in 2019 naar 1.900 in 2020. Bij dat laatste ging het onder meer om overlast door afhaalrestaurants. De branche Installaties omvat een aanzienlijk aantal (7.165) stookinstallaties, al dan niet voorzien van propaan- of andere tanks. Er werd in 2020 in deze branche veel gedaan met zelfcontrole door particulieren. Het werken met deze checklists beviel goed en wordt voortgezet. In de branche Metaalelektro worden grotere bedrijven jaarlijks gecontroleerd op basis van de risicoprofielen. De kleinere bedrijven controleren we steekproefsgewijs of wanneer er klachten over zijn. In 2020 is flink ingezet op controles op het thema energie, daardoor is er een duidelijke stijging te zien in het aantal overtredingen op dit thema. Bij de branche metaalrecycling ging het in 2020 vooral om de inzameling en opslag van e-waste. Bij deze integrale controles is samengewerkt met diverse andere handhavingsinstanties. In 2020 is in de branche Motorvoertuigen en –herstel de helft van de geplande controles vooraf aangekondigd. Doel van deze aanpak is het naleefgedrag preventief te bevorderen.

Om een goed beeld te krijgen wat het effect hiervan is zal deze aanpak in 2021 worden voortgezet. Vanwege corona is bij de eerste lockdown op een andere wijze toezicht uitgevoerd. De controles zijn gedurende deze periode op afstand uitgevoerd met video en het uitlezen van digitale systemen zoals het SCIOSportaal en het Landelijke meldpunt afvalstoffen. In de branche Onderwijs is in 2020 een start gemaakt met de energiecontroles door speciale energietoezichthouders. Bij de meeste energiecontroles is er sprake van meerdere overtredingen van de wettelijk erkende maatregelen. Hierop worden de inrichtingen aangeschreven. In de branche Op- en overslag van gevaarlijke stoffen zijn door corona in 2020 minder controles uitgevoerd dan gepland. Dit heeft niet tot extra incidenten geleid. Het aantal klachten ontvangen bij de Meldkamer nam in 2020 toe tot 724, vergeleken met 666 in 2019. Op- en overslag (afvalstoffen) & Puinbrekers laat een behoorlijk aantal meer milieumeldingen zien. Deze toename is veroorzaakt door een grote brand bij RENEWI in Vlaardingen en de vliegenoverlast op Heijplaat. Bij U-recycle was intensief toezicht (en handhaving) nodig om de veiligheid te waarborgen. Raffinaderijen hebben veel verschillende installaties met een diversiteit aan emissies en emissiepunten. In 2020 lag de aandacht op de zogeheten emissiebubble.

Een emissiebubble is een emissiegrenswaarde voor de totale emissie (gehele inrichting) van een bepaalde stof. Daarnaast is onder andere gecontroleerd op het meet- en registratiesysteem van emissies. De branche Rubber- en kunststofindustrie stond vooral in de belangstelling door de plastickorrelproblematiek. Er werd een beperkt aantal controles uitgevoerd, vooral op energie. Samen met de VRR en ILenT zijn intensieve controles uitgevoerd in de branche Spoorweginrichtingen. De focus hierbij lag onder meer op de borging van de bluswatercapaciteit en de technische integriteit van bluswatervoorzieningen. Tijdens controles werden op verschillende emplacementen kleinere en grotere tekortkomingen geconstateerd. Naar aanleiding hiervan besloot ProRail het emplacement Waalhaven-Zuid buiten gebruik te stellen. Was dit niet gebeurd, dan zou dat hebben geleid tot een uiterst laag nalevingspercentage. Bij de branche Tankopslag is het aantal overtredingen van de tankintegriteit en de integriteit en het gebruik van installaties aanzienlijk. Bij de overtredingen is handhavend opgetreden. Het aantal overlastmeldingen van bewoners veroorzaakt door bedrijven in deze branches is gestegen ten opzichte van 2019. Het ging vooral om geluidsoverlast.

Om emissies naar de lucht te voorkomen en in kaart te brengen is onder meer gecontroleerd op emissiemeet- en registratiesystemen en het vrijkomen van risicovolle stoffen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

16 / 88

Het aantal klachten in de branche Scheepswerven, vooral over geluid, bleef op hetzelfde hoge niveau met 400 (425 in 2019). Vaak speelt hierbij het zgn. nestgeluid van motoren en generatoren van schepen die aan de wal liggen een rol. Er werden fors wat overtredingen geconstateerd, waardoor het nalevingspercentage daalde van 81% naar 70%. De branche Sport en recreatie werd sterk beïnvloed door de maatregelen tegen corona. Sportscholen moesten sluiten. In de zomer 2020 werd veel buiten gesport. DCMR heeft gemeenten ondersteund bij het omgaan met geluidklachten hierover. De branche Textiel(-reinigings)bedrijven is met nog ruim honderd actieve locaties een krimpende branche. Bij het uitvoeren van inspecties binnen de subbranche Textielbedrijven en Natwasserijen is het nalevingspercentage hoog. Daarnaast heeft in 2020 extra inzet plaatsgevonden op het thema energie. 2.2.4

Vernieuwing instrumentarium voor Regulering

Programma Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) De Omgevingswet beoogt procedures te vereenvoudigen en te verkorten, ook ten aanzien van vergunningverlening. Het programma AADV van de provincie Zuid-Holland en DCMR heeft de ambitie om het proces van vergunningverlening efficiënter en effectiever te maken door zowel naar de aanvraag als de vergunning zelf te kijken. Eind 2020 is de 1e versie van het zogenaamde digitale voorschriftenregister voor de provinciale vergunningen DCMR opgeleverd. Dit systeem zal in 2021 en 2022 worden doorontwikkeld. Opschaling binnen Zuid-Holland en landelijk wordt voorbereid. Doortastend vergunning verlenen De laatste jaren heeft DCMR met “Continu Verbeteren” (Kaizen) succesvol aandacht gegeven aan de tijdigheid van de procedures. De doorlooptijd van een procedure wordt niet alleen bepaald door de factoren waar intern op wordt gestuurd. Ook het maken van ‘SMART’ afspraken over wat bedrijven en (wettelijke) adviseurs dienen aan te leveren bepaalt mede de doorlooptijd van een procedure. Tijdens de projectleiderstrainingen is hier in het afgelopen jaar aandacht aan gegeven. De interne adviesbureaus en wettelijke adviseurs zijn ook verbetertrajecten gestart om tijdig hun adviezen aan te leveren. Richting de bedrijven en hun adviesbureaus is voorlichting gegeven over de wijze en de kwaliteit van in te dienen documenten en onderzoeken.

Ondanks de geïntensiveerde aandacht voor kwaliteit en tijdigheid wordt een tijdige vergunningverlening nog niet altijd gerealiseerd en is de KPI nog niet op het gewenste niveau. Eind 2020 is een projectteam samengesteld dat gaat inventariseren welke (wettelijke) middelen wij tot onze beschikking hebben om te lange doorlooptijden terug te dringen. De op te leveren stappenplannen moet de projectleiders handvatten bieden om zakelijker te kunnen opereren. 2.2.5

Meldkamer

In 2019 behandelde de meldkamer tegen de 110.000 meldingen, verdeeld over 16.000 voorvallen. In 2020 is in totaal slechts ruim 1/3 van het aantal klachten van 2019 ontvangen. Over stof en overige zaken werd meer geklaagd. De toename van stofklachten kwam vooral uit Hoek van Holland. Over horecalawaai en verkeer en vervoer werd in 2020 minder geklaagd dan in 2019. Over geluid van bedrijven en hoog- en laagfrequent geluid juist meer. Over geur werd ongeveer evenveel geklaagd als vorig jaar. Er kwamen 20% minder lawaaiklachten en ruim 80% minder klachten over lawaai van vliegverkeer. De coronamaatregelen zijn de belangrijkste oorzaak voor deze scherpe daling in het aantal klachten. Ondanks de daling in het aantal klachten is de werkdruk op de meldkamer hoog geweest in 2020. Uitval en quarantaines als gevolg van corona hebben daaraan bijgedragen. Ook het invoeren van een nieuw registratie- en meldingensysteem voor de meldkamer zorgde voor aanpassing en extra werkdruk. De bedrijfsmeldingen gaan over incidenten of voorgenomen risicovolle activiteiten. De toezichthouders van DCMR bekijken deze klachten en meldingen. Ze kunnen leiden tot voorvalonderzoeken.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

17 / 88

In de volgende tabellen zijn respectievelijk de aantallen klachten en meldingen in 2020, de aantallen milieuklachten van bewoners naar onderwerp, en de aantallen bedrijfsmeldingen naar onderwerp weergegeven. Tabel: Overzicht klachten en meldingen

Product

Totaal 2020

Totaal 2019

Totaal 2018

29.503

83.590

50.886

402

325

402

Bedrijfsmeldingen

5.625

6.066

6.683

Klachten andere omgevingsdiensten

2.975

4.601

3.640

49

126

91

Klachten DCMR‐gebied CIN‐meldingen DCMR‐gebied

Bedrijfsmeldingen andere OD's Tabel: Milieuklachten van bewoners

Product

Totaal 2020

Totaal 2019

Totaal 2018

Lawaai*

8.715

10.831

10.193

Vliegverkeer

13.143

66.018

33.865

Stank

5.012

5.218

5.331

Stof

843

243

202

Overig

1.790

1.280

1.295

Totaal

29.503

83.590

50.886

*= M.u.v. klachten door vliegverkeer

Door corona zijn er veel minder horeca (lawaai- en stank-)klachten en ook bijna geen evenementen geweest. Door veel minder vliegverkeer waren er natuurlijk veel minder klachten. Klachten uit OD-Midden-West-Brabant hebben veelal een oorzaak in Moerdijk. De stijging van het aantal stofklachten komt vooral door stofoverlast in Hoek van Holland door erts- en kolenoverslag van bedrijven op de Maasvlakte. De stijging is deels toe te schrijven aan de oproepen om klachten te melden. Tabel: Aantal bedrijfs- en incidentenmeldingen

Product

Totaal 2020

Totaal 2019

Totaal 2018

2.643

2.375

2.718

CIN melding brand

219

149

220

CIN melding groot incident

37

26

37

CIN melding klein incident

146

130

145

‐

168

193

Bedrijfsmeldingen onvoorzien

CIN melding oefen

Grotere bedrijven zijn verplicht om incidenten die effecten (bijv. geur- of geluidoverlast) kunnen hebben in de omgeving via het Centrale Incidenten Nummer (CIN) te melden. Hulpdiensten kunnen op basis van een dergelijke melding snel reageren en het incident zo snel mogelijk behandelen. In 2020 is er sprake van een toename van het aantal CIN-meldingen. In verband met een systeemwijziging in 2020 zijn de gegevens omtrent Bedrijfsmelding onvoorzien en CIN melding oefen op een andere wijze geregistreerd en komt de CIN-melding oefen niet meer afzonderlijk in beeld.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

18 / 88

2.2.6

Uniforme aanpak voor BRZO-bedrijven

Landelijke coördinatie BRZO-OD’s Vanuit de landelijke programma’s Impuls Omgevingsveiligheid Brzo en de meerjarenagenda Brzo van de provincies, is bij DCMR het landelijk coördinatiepunt voor de Brzo-Omgevingsdiensten gevestigd. Het landelijk coördinatiepunt heeft gezorgd voor afstemming tussen de zes Brzo- Omgevingsdiensten in Nederland. Daarnaast heeft afstemming plaats gevonden met de andere ketenpartners op het gebied van Brzo-toezicht. Meerjarenagenda Brzo provincies In maart 2020 heeft de Bestuurlijke Advies Commissie van IPO de nieuwe meerjarenagenda Brzo 2021-2024 vastgesteld. Het doel van de meerjarenagenda Brzo is het excelleren in de uitvoering van de VTH-taken bij Brzo-bedrijven. Belangrijke kernbegrippen bij de uitvoering van de meerjarenagenda Brzo zijn: gelijk speelveld, uniformiteit, risicogericht, deskundigheid, samenwerking, integraliteit en opdrachtgeverschap. Jaarlijks wordt een programma met activiteiten opgesteld om de ambities vorm te geven. Meerjarenagenda Brzo 2020 In 2020 zijn in het kader van de meerjarenagenda Brzo onder meer de volgende werkzaamheden verricht: - Bijdrage leveren aan het opleidingsprogramma 2020/2021 zodat VTH-medewerkers die werken aan Brzo- en RIE4 bedrijven kunnen voldoen aan de opleidingsvereisten volgens PuMA 2.1, aangevuld met de door de Brzo-Omgevingsdienst directeuren vastgestelde aanvullende eisen.

- Op peil houden van kennis en kwaliteit van de medewerkers die voldoen aan de opleidingsvereisten door het organiseren van cursusdagen. - Bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een gezamenlijk landelijk speelveld op gebied van Zeer zorgwekkende stoffen en het leveren van ondersteuning van vergunningverleners op dit onderwerp. - Afstemming, uniformering en bespreking van knelpunten op gebied van PGS 15 binnen de zes Brzo-omgevingsdiensten en Veiligheidsregio’s. - Implementatie van PGS29 in de vergunningen, afgestemd binnen de zes BrzoOmgevingsdienstenen werkwijze besproken. - Afstemming van het programmatisch actualiseren van de vergunningen tussen de zes BrzoOmgevingsdiensten conform de afgesproken actualisatiemethodiek. Impuls Omgevingsveiligheid Brzo 2020 Om de ambities met elkaar vorm te geven zijn via het programma Impuls Omgevingsveiligheid deelprogramma 1 Brzo in 2020 diverse projecten uitgevoerd waar DCMR een bijdrage aan heeft geleverd. Het gaat onder meer over de volgende werkzaamheden: - Brzo-monitor 2019, die als onderdeel van de Staat van de Veiligheid naar de Tweede Kamer is gestuurd. - Het ontwikkelen van een gezamenlijke communicatiestrategie voor de BRZO+ samenwerking. - Het verder ontwikkelen van de nieuwe inspectiemethodiek landelijke benadering risicobedrijven.

- De ontwikkeling van het nieuwe gemeenschappelijke inspectieregister 2.0; zal halverwege 2021 in gebruik worden genomen. - Verantwoording en rapportage van inspectie resultaten 2019 op gebied van Ageing. - Het verbeteren van het melden door Brzo-bedrijven van ongewone voorvallen. - In het kader van de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een bijdrage geleverd aan het opstellen van een concept beleidskader van een nieuw wettelijk instrument financiële zekerheidstelling. Ook zijn botsproeven uitgevoerd op de werking van het concept. - In het kader van de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een bijdrage geleverd aan de implementatie van de bestuurlijke boete.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

19 / 88

2.2.7

Transparante overheid

Een hechte relatie met inwoners en een strategie die is gebaseerd op nauwkeurig onderzoek en betrouwbare data; dit zijn voor DCMR belangrijke focuspunten voor de toekomst. Als Nederlands grootste omgevingsdienst werken we dagelijks met en voor vele stakeholders, van het Rijk, de provincies Zuid-Holland en Zeeland, gemeenten, bedrijven en uiteindelijk vooral de inwoners. Openheid van en inzicht in onze werkzaamheden is dan ook essentieel, zeker in een werkveld dat zoveel belanghebbenden telt. Inzage in vergunningen Het afgelopen jaar zijn grote stappen gezet in de richting van de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). Hierdoor kan in de toekomst iedereen te allen tijde de vergunningen zien die op dat moment geldig zijn. Het traject is gestart met de vergunningen van de BRZO-bedrijven en in april 2021 wordt gestart met een pilot. Ontwikkeling nieuwe website Om de dialoog tussen DCMR en diens werkveld te versterken is het afgelopen jaar gewerkt aan een nieuwe, verbeterde website. Deze site, die naar verwachting live zal gaan in april 2021, is erop gericht om mensen beter en sneller te informeren over ontwikkelingen en gebeurtenissen in het Rijnmondgebied. Handhavingsbeschikkingen Het werkgebied van DCMR kent relatief veel bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen.

Wanneer DCMR optreedt tegen bedrijven die milieu- en veiligheidsregels niet goed naleven, worden deze handhavingsbeschikkingen op onze website gepubliceerd. Brzo-inspecties DCMR speelt een grote en proactieve rol bij de inspecties van BRZO-bedrijven. In samenwerking met gespecialiseerde inspecteurs van de brandweer, Inspectie SZW, andere omgevingsdiensten en een waterschap of Rijkswaterstaat wordt bij elk BRZO-bedrijf jaarlijks een controle uitgevoerd. De samenvattingen van deze inspecties en controles worden openbaar gemaakt op www.BRZOplus.nl. Informatie over risicovolle bedrijven Op https://brzoviewer.pzh.nl/ kan men alle informatie over de BRZO-bedrijven in Zuid-Holland inzien. Hieronder vallen ook de resultaten uit inspecties, emissiegegevens en meer informatie over de risico’s van de bedrijven in kwestie. Bedrijfsdossiers Wanneer een bepaald bedrijf veel overlast veroorzaakt of geregeld ernstige overtredingen begaat, houdt DCMR hiervan een dossier bij op dcmr.nl. Hier krijgt men op elk gegeven moment inzage in de laatste ontwikkelingen en de stappen die DCMR heeft gezet om de overlast tegen te gaan. Actuele bodeminformatie Voor personen en bedrijven die grond kopen, verkopen of gebruiken, is actuele informatie over de bodem erg belangrijk. DCMR voert een groot aantal bodemonderzoeken uit en deelt de resultaten hiervan op de website.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

20 / 88

2.2.8

Kritische procesindicatoren (KPI’s)

In onderstaande tabel is de realisatie van de vijf KPI’s opgenomen die met participanten zijn afgesproken. Deze indicatoren gaan over de tijdigheid van reguliere en uitgebreide vergunningen, de realisatie van het actualisatieprogramma vergunningen en van het inspectieprogramma en het opvolgen van de sanctiematrix. Omschrijving

Indicator

Doel

1

Op tijd verlenen van vergunningen kortlopende procedures *

% afgeronde besluiten binnen wettelijke termijn

2

Op tijd verlenen van vergunningen langlopende procedures*

3

Uitvoeren actualisatieprogramma

4

Uitvoeren inspectieprogramma

% afgeronde besluiten binnen wettelijke / afgesproken termijn % vergunningen geactualiseerd conform programma % uitgevoerde controles conform de jaarlijks bijgestelde planning voor de branches

Voorkomen dat vergunningen van rechtswege worden verleend (Lex Silencio Positivo) Op tijd eisen en maatregelen vastleggen tbv adequaat toezicht Het vergunningenbestand actueel houden

5

Opvolgen sanctiematrix

% uitgevoerde acties conform de sanctiematrix

Programmatisch (preventief) toezicht risicogericht uitgevoerd, gericht op verbeteren naleefgedrag en beperken ernstige milieuovertredingen Voortvarende aanpak van de handhaving

Streefwaarden 100%

Realisatie 98%

85%

52%

100%

72%

100%

84%

100%

100%

*Dit betreft Wabo procedures

De tweede KPI, ‘Op tijd verlenen van vergunningen langlopende procedures’, komt uit op 52%. De streefwaarde van 85% is hiermee niet gehaald. Reden is dat er circa 20 oude zaken zijn opgepakt die drukken op de KPI tijdigheid. Daarnaast speelde bij een flink aantal dossiers technische discussies, vooral over de stikstofdepositie en problematiek rondom de PAS en ZZS. Ondanks de geïntensiveerde aandacht voor kwaliteit en tijdigheid wordt een tijdige vergunningverlening nog niet altijd gerealiseerd en is de KPI nog niet op het gewenste niveau. Eind 2020 is een projectteam samengesteld dat gaat inventariseren welke (wettelijke) middelen wij tot onze beschikking hebben om doortastend vergunningen te verlenen en zo te lange doorlooptijden terug te dringen. De op te leveren stappenplannen moet de projectleiders handvatten bieden om zakelijker te kunnen opereren (met referentie aan document ‘Doortastend vergunning verlenen’). De KPI actualiteit komt uit op 72%. Het gaat hier om de actualisaties die volgens planning afgerond hadden moeten zijn, te weten PGS 29 fase 1 en BREF’s, KKGE. Ook hier spelen technische discussies en beroepszaken een rol. Daarnaast spelen een paar actualisaties die meelopen in een revisietraject en deze zijn eind 2020 nog niet afgerond. De KPI uitvoering inspectieprogramma komt uit op 84%.

Dit betekent dat bij 84% van de in de brancheplannen initieel geplande bedrijven – gebaseerd op de risicoanalyse van naleving, klachten en incidenten en inherent milieurisico – een preventieve inspectie is uitgevoerd. Per brancheplan zijn daar verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Bijvoorbeeld bij garagebedrijven wordt een deel van de planning open gehouden om mee te doen met acties die door gemeente worden geïnitieerd. Deze inspecties dragen dan ook bij aan de realisatie van de brancheplannen. Bovendien worden steeds meer alternatieve instrumenten ingezet die met deze KPI niet zichtbaar zijn, omdat in de KPI alleen

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

21 / 88

preventieve inspecties worden meegenomen. Een (beperkt) deel van het geplande programma is in 2020 in overleg met een gemeente niet uitgevoerd, om binnen de budgettaire kaders van het werkplan te blijven. Naast de realisatie van 84% van de brancheplaninspecties is overigens een flink aantal andere preventieve inspecties binnen werkplanbudget uitgevoerd Voor de vijfde KPI ‘Opvolgen sanctiematrix’ is in 100% van de gevallen de sanctiestrategie gevolgd. Dit betekent echter niet dat in alle gevallen ook daadwerkelijk een bestuurlijke sanctie is opgelegd. 2.3

Wat heeft het gekost?

In onderstaande tabel is weergegeven welke directe kosten en opbrengsten met het programma Bedrijven waren gemoeid in 2020, in relatie tot de primaire en definitieve begroting 2020. Hierbij zijn de kosten van de overhead uit deze opstelling gehaald. De begroting en realisatie zijn een saldo van werkplannen en externe projecten. Tabel: Wat heeft het gekost; programma bedrijven Programma Bedrijven (x € 1.000)

Realisatie 2019

Primaire Begroting 2020

Definitieve Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil definitieve begroting en realisatie 2020

Taakveld: milieubeheer - Baten € - Lasten € Resultaat programma Bedrijven €

31.940 € 32.034 € 94- €

31.421 € 31.421 € - €

33.015 € 33.033 € 18- €

33.658 € 33.686 € 28- €

643 653 9-

Toelichting De realisatie van de lasten1 op het programma Bedrijven is k€653 hoger uitgevallen dan begroot. Deze hogere realisatie is voor een deel veroorzaakt door extra (niet begrote) inzet / uren voor het taakveld Reguleren binnen de diverse werkplannen. Het taakveld Wabo toezicht is, ondanks een flinke dip in de eerste helft van 2020 door Corona, uiteindelijk nagenoeg op planning uitgekomen (99,5%). De overige taakvelden binnen het programma Bedrijven laten relatief kleine afwijkingen van de planning zien. Daarnaast was er niet begrote inzet voor een aantal externe projecten binnen het programma Bedrijven o.a. ZZS in afval, Juridische advisering RUD Zeeland, Voorlichting bedrijven energiebesparing. Er zijn ook enkele projecten waarbij de inzet is achtergebleven op de begroting. Dit geldt o.a. voor het project Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) en het werkplan voor de BRZO taken Zeeland. Het verlies op het programma Bedrijven (k€28) is voor een belangrijk deel ontstaan op lumpsum projecten waarop meerwerk heeft plaatsgevonden. Daarnaast speelt mee dat de directie voor een aantal projecten heeft besloten lagere tarieven te accepteren ter bevordering van strategische samenwerking met betrokken partijen voor de langere termijn.

1

Door de integrale kostprijssystematiek van DCMR zijn de kosten overhead verdisconteerd in de uurtarieven. Om de kosten overhead apart inzichtelijk te kunnen maken binnen het programma Bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4) zijn deze kosten uit de bruto totale lasten voor de inhoudelijke programma’s Bedrijven en Gebieden gehaald.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

22 / 88

3 Programma Gebieden 3.1

Wat waren we van plan?

Binnen het Programma Gebieden is het de uitdaging om duurzame ontwikkeling te realiseren en de leefomgevingskwaliteit te verbeteren in een gezonde balans tussen milieu, economie en ruimte. De aanpak is voornamelijk gebiedsgericht en heeft betrekking op met de participant afgesproken werkzaamheden zoals ruimtelijke planvorming of een aanpak op een specifiek milieuthema dat niet bedrijfs- of branchespecifiek is. Enkele voorbeelden van dit soort werkzaamheden zijn: - Het uitvoeren of ontwikkelen van de actieprogramma’s voor onder meer luchtkwaliteit, bodemsaneringsprogramma’s en actieplannen geluid. - Uitvoering geven aan het uitvoeringsprogramma Impuls Omgevingsveiligheid. - Het ontwikkelen van integraal ondergrondbeleid voor de regio. - Het uitvoeren van meetprogramma’s, voor bijvoorbeeld lucht of geluid - Invulling geven aan het beter benutten van industriële restwarmte. - Uitvoering geven aan de doelstellingen op het terrein van nuttig hergebruik van afval, schoner openbaar vervoer en vermindering luchtemissies scheepvaart en logistiek. In 2020 stonden de volgende speerpunten centraal: - Integrale benadering bij ruimtelijke ontwikkeling. - Omgevingswet en ontwikkeling databeheer. - Beïnvloeding (internationale) regelgeving. - Meetprogramma Luchtkwaliteit informatie. - OndergrondOntwikkelProgramma.

In de volgende paragrafen leest u welke activiteiten in 2020 rond deze speerpunten zijn uitgevoerd. Los van deze speerpunten zijn ook veel andere activiteiten uitgevoerd waarvan verslag wordt gedaan. 3.2 3.2.1

Wat hebben we gedaan? Integrale benadering bij ruimtelijke ontwikkeling

In 2020 is DCMR betrokken geweest bij gebiedsbestemmingsplannen, omgevingsplannen, quickscans milieu, hogere-waardenbesluiten, nulstapadviezen m.e.r. bij vergunningprocedures en project- en plan-m.e.r.-procedures, zowel bij ruimtelijke plannen als vergunningprocedures. Vanwege de toename van woningbouw en ruimtelijke plannen en de spin-off van de Rotterdamse Omgevingsvisie (Binnenstadsplan en Alexandrium tot Zuidplein) is er een groter aantal ruimtelijke- en m.e.r.-adviezen aan Rotterdam gegeven. DCMR heeft hiervoor meer gebruik gemaakt van inhuur om aan de toegenomen vraag te kunnen voldoen. Voor komend jaar wordt een continuering van deze inzet verwacht voor Rotterdam. Tevens was er een toename in het totale werkpakket door de advisering voor de provincie Zeeland. Vooralsnog zitten hiervoor alleen de BRZO-bedrijven in het werkpakket en niet de ruimtelijke plannen voor gemeenten. Voor alle adviezen (ruimtelijk en vergunningen) geldt dat er meer aandacht was voor energietransitie en stikstofproblematiek. Voor het laatste zijn de contacten en werkafspraken met de Omgevingsdienst Haaglanden (die de natuuraspecten van de stikstofdepositie coördineert) sterk aangehaald en verbeterd. Mogelijke wijzigingen in wet en beleid kunnen hierdoor snel gecommuniceerd en geïmplementeerd worden in de werkafspraken. In relatie tot de aanstaande Omgevingswet zijn de specialisten RO en m.e.r.

nauw betrokken bij mogelijke invloed hiervan op het werkveld. Kleine wets- en beleidswijzigingen, welke vooruitlopen op de Omgevingswet, worden hierdoor snel opgepakt en daar waar nodig omgezet naar nieuwe werk- of handelwijzen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

23 / 88

3.2.2

Omgevingswet en ontwikkeling databeheer

Omgevingswet In 2020 is verder gewerkt aan het programma Omgevingswet, waarbij het programma nog meer in een uitvoerende fase is gekomen. Steeds stond de voorbereiding op de beoogde inwerkingtredingsdatum, 1 januari 2022, centraal. In 2020 zijn de volgende werkzaamheden verricht: - Een aantal opleidingen uit de leerroutes voor de medewerkers van DCMR is afgerond/afgesloten. Het resterende deel van de opleidingen wordt in 2021 aangeboden. - Er is een ronde afspraken met (de meeste) participanten geweest waarbij specifiek is ingezoomd op de procesveranderingen die de Omgevingswet meebrengt voor de werkzaamheden die DCMR voor haar participanten uitvoert. De gesprekken worden in 2021 voortgezet en vormen de basis voor het maken van de nieuwe (werkplan-)afspraken in 2021. - In 2020 is veel energie gestoken in de aanpassing van de bestaande werkprocessen/sjablonen, alsook de DCMR-systemen. De afronding staat gepland medio april 2021. - Op 26 november 2020 heeft DCMR, samen met een aantal leden in het Rijnmondberaad, een bijeenkomst georganiseerd voor de bestuurders van de Rijnmond (‘bestuurlijke bijeenkomst Omgevingswet’). - In 2020 organiseerde DCMR voor de participanten een tweetal uitgebreide milieuthemabijeenkomsten waarin specifiek werd stilgestaan bij de overgang van een aantal milieuonderwerpen naar het (gemeentelijke) omgevingsplan.

- Eind november 2020 is onder leiding van DCMR en in samenwerking met de andere ZuidHollandse omgevingsdiensten een handreiking gepubliceerd over het overgangsrecht van de Omgevingswet: de bruidsschat. De handreiking is goed ontvangen, ook bij de andere gemeenten en omgevingsdiensten in Nederland. De handreiking is een vervolg op de eerder in 2020 gepubliceerde handreiking. - Er is een start gemaakt met de afronding/aanpassing van de producten- en dienstencatalogus: deze wordt in 2021 afgerond. - Het Rijnmondberaad – de regionale samenwerking tussen participanten en ketenpartners – is versterkt. Thans wordt gewerkt met een apart programmamanagersoverleg en worden op deelonderwerpen adviezen voorbereid in aparte werkgroepen (denk dan aan onder meer aan leges / mandaatregelingen, VTH en Digitaal Stelsel Omgevingswet). Ontwikkeling databeheer Eind 2020 heeft het Transitieteam Informatievoorziening zijn werkzaamheden beëindigd. Het team heeft samen met de organisatie de kaders voor het informatiebeleid voor de komende jaren opgesteld. Uitgangspunt daarbij is de door het bestuur onderschreven ambitie van DCMR om uit te groeien tot een datagedreven organisatie. Dat impliceert excellente data, waarvan het beheer op betaalbare en beheersbare wijze is geborgd.

Daartoe zijn naast de kaders ook formats opgesteld, onder andere voor Plannen van Aanpak voor I-gerelateerde projecten en voor handboeken voor benoemde dataregisters. Hoewel de start van de Omgevingswet is uitgesteld tot (voorlopig) 1 januari 2022, blijft de noodzaak om te werken aan betrouwbare, betaalbare en bestendige (milieu)gegevens hoog. Deze data vormen immers de basis voor diverse producten (omgevingsvergunningen, monitoringsrapporten, etc.), voor onze participanten en voor de bedrijven en inwoners van het Rijnmondgebied. In het programma ROI (Regionale Omgevingsinformatie) is in 2020 verder gewerkt aan het op orde brengen (en houden) van de informatievoorziening binnen DCMR. In de ontwikkeling van het register Omgevingsinformatie zijn verdere stappen gezet: de datasets die het Loket Omgevingsdata in beheer heeft zijn ontsloten via kaartviewers, waarmee de gebruikswaarde is toegenomen. Naast vragen van interne gebruikers beantwoordt het Loket sinds enige tijd ook vragen van buiten. In ROI-verband is ook gewerkt aan een tool ter ondersteuning van RO-advisering en kaartviewers voor de processen reguleren en toezicht. Deze instrumenten zijn nog in ontwikkeling. De coronacrisis is er in hoge mate debet aan dat we in 2020 niet meer toe zijn gekomen aan de ontsluiting van het register en de kaartviewer voor externe partijen.

Het project Monitoring & OmgevingsInformatie (MOI) is een samenwerkingsproject met participanten waarin data over de leefomgeving worden bijgehouden en beheerd. In 2020 zijn ongeveer 140 milieuindicatoren samengesteld. Het betreft zowel ruimtelijke informatie (kaarten) als trendinformatie over de ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving (lucht, water, bodem, groen, veiligheid, energie,

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

24 / 88

geluid etc.), alsook over de bronnen van milieubelasting en de door overheden en andere partijen uitgevoerde maatregelen. Het register waarin deze indicatoren worden gepubliceerd is in 2020 vernieuwd; in 2021 volgt verdere professionalisering door de introductie van de software tool Swing. 3.2.3

Beïnvloeding (internationale) regelgeving

Nationale en Europese regelgeving en ambities bepalen mede de aanpak binnen het Rijnmondgebied. Daarom maken beleidsbeïnvloeding en kennisdeling op nationaal en internationaal niveau onderdeel uit van dit programma. Zo kan in een vroegtijdig stadium worden geanticipeerd op beleidsontwikkelingen die van belang zijn. Dit betreft onder andere de herziening van de Europese richtlijn geluid, de aanpassing van de Europese geharmoniseerde reken- en meetmethode en de publicatie van de WHO-richtlijn geluid en gezondheid en de doorwerking daarvan op de Geluidrichtlijn en nationale regelgeving. In het kader van Fonomoc en Working Group Noise zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: - Informeren van collega’s over Europese ontwikkelingen. - Aandragen van innovaties en kennis opgedaan elders in Europa, en geïnformeerd worden door collega’s van DCMR over projecten, activiteiten en evt. problemen of kennis die waardevol kan zijn voor Europese partners of bouwstenen kunnen vormen voor het beïnvloeden van Europese regelgeving. - Leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de herziening van de END (European Noise Directive). - Input leveren voor de geluidparagraaf van de European Green Deal. - Leveren van een bijdrage aan de Europese richtlijnen en criteria voor stille plekken (Quiet Areas) in de stedelijke omgeving.

- Uitvoeren van onderzoek aan sensoren voor burgermeetnetwerken in stedelijk gebied. - Onderhouden van het Europese kennisnetwerk door het deelnemen aan (online) bijeenkomsten va de Eurocities, Working Group Noise en DAGA. Door de coronacrisis zijn er geen fysieke bijeenkomsten geweest in 2020. De verwachting is dat deze situatie niet snel zal veranderen. In 2021 willen we meer online bijeenkomsten organiseren om contact te houden met de Europese partners. 3.2.4

Meetprogramma Luchtkwaliteit informatie

Monitoringsvisie Er is een nieuwe monitoringsvisie 2021-2025 gemaakt onder de naam “Een gezonde, veilige regio met ruimte voor economische ontwikkeling”. De monitoringsvisie beschrijft het meet- en monitoringswerk dat DCMR op het gebied van luchtkwaliteit de komende 5 jaar zal uitvoeren. Het meetnet blijft grotendeels ongewijzigd, o.a. om de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord (SLA) en de koersnota te kunnen monitoren. De visie sorteert voor op een afbouw van bepaalde metingen tegen 2025. De luchtkwaliteit verbetert en verwacht mag worden dat klimaatbeleid (o.a. energiebesparing en elektrificatie) dit proces nog versnelt. Gedurende de looptijd van de monitoringsvisie wordt een accentverschuiving verwacht van stedelijke (verkeergerelateerde) luchtkwaliteitproblematiek naar de industriële luchtvervuiling. Verkeer wordt immers schoner en zorgen om hinder (stank, stof) en Zeer Zorgwekkende Stoffen worden groter. Participatie heeft een belangrijke rol in de aankomende Omgevingswet en in het SLA en daarom voorziet de monitoringsvisie in flinke betrokkenheid bij burgermeetprojecten. Ook onderzoek naar alternatieve meetmethoden heeft een nadrukkelijke plaats in de monitoringsvisie. Citizen Science In 2020 is het buisjesmeetproject, dat ter ere van het 50-jarig jubileum van het meetnet werd uitgevoerd, afgerond en teruggekoppeld aan de deelnemers.

Fysieke bijeenkomsten die in de loop van het project werden gehouden waren ter afsluiting niet mogelijk. Er zijn twee webinars geweest met royale deelname, maar hiermee hebben we helaas toch niet iedereen kunnen bereiken. Met de gemeente Rotterdam wordt een vervolgproject in 2021 ontwikkeld. In de regio is PZH actief met Citizen Science activiteiten en ook die worden actief ondersteund.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

25 / 88

Verder is er, rond sensorontwikkeling en Citizen Science, samenwerking met het RIVM, en op verzoek met andere partijen. Over de communicatie en bestuurskundige kant was er samenwerking met TUDelft en met de EUR. In Hoek van Holland is een hinderonderzoek uitgevoerd met bewoners. De kennisontwikkeling over de inzet van dit instrument gaat door, al vormt het contactverbod – toch een essentieel onderdeel of zelfs doel van dit soort activiteiten – een forse beperking. Lockdown en luchtkwaliteit 2020 was qua luchtkwaliteit een uitzonderlijk jaar. Door de verschillende gradaties van beperkende maatregelen om coronabesmetting te voorkomen, was er aanzienlijk minder verkeer en ook de economische activiteit stond in Nederland en wereldwijd op een laag pitje. Dit zorgde voor een lagere uitstoot en een betere luchtkwaliteit. In het voorjaar buitelden in de media allerlei partijen over elkaar heen om de effecten te duiden. Vaak bleek men echter effecten van het weer en van de zogenoemde lockdown door elkaar te halen. Het exact duiden van het effect van de lockdown is ingewikkeld. Aan Rotterdam zijn effecten aangeleverd en er is gepubliceerd in een Nederlands vakblad, Citizen Science groepen in Zuid-Holland zijn bijgepraat, en met RIVM is een internationale publicatie gemaakt.

Gemiddeld over het hele jaar bleken de concentraties NO2 10-20% lager dan de twee voorgaande jaren, voor PM2.5 was het effect zelfs 15% tot 30%. Voor PM2.5 werd op een flink deel van de meetpunten een waarde onder de WHO-advieswaarde gemeten; iets wat pas voor de tweede helft van het decennium verwacht werd. We-nose De We-nose is een netwerk van 250 elektronische neuzen in het Rijnmondgebied die reageren op veranderingen in luchtsamenstelling. De signalen van de We-nose systemen in het Rijnmondgebied worden real-time in de meldkamer gevolgd en leveren ondersteunende informatie bij incidenten en klachten van inwoners. Bij ontgassingen van binnenvaartschepen, maar ook bij andere gebeurtenissen, levert de We-nose hierbij nuttige aanvullende informatie. 3.2.5

Bodem en ondergrond

Op 31 december 2020 is het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 afgelopen. In 2020 heeft het ministerie I&W niet toegewerkt naar een nieuw convenant. Wel vinden het ministerie, VNG, IPO, VNO-NCW en UvW, allen betrokken bij het afgelopen convenant, dat de aanpak van de resterende bodemopgave en de verdere ontwikkeling over de kennis van de bodem gecontinueerd moeten worden. Deze wens is in 2020 door alle partijen uitgesproken en zal in 2021 naar verwachting nader worden uitgewerkt. In het kader van de warme overdracht van bodemtaken van de provincie naar de gemeenten heeft de DCMR: - In samenwerking met het landelijke project ‘aan de slag met de Omgevingswet’ in 2020 verder gewerkt aan een samenhangende benadering van de ondergrond met de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De uitkomsten hiervan zijn voor iedereen beschikbaar. - In samenwerking met de provincie en regiogemeenten, en in afstemming met de waterschappen in de regio en Rijkswaterstaat, in 2020 een start gemaakt met het ontwikkelen van ‘eenheid in bodembeleid’ voor de regio. Dit zal in 2021 worden vervolgd. - Actief bijgedragen aan het programma ‘bodembeheer van de toekomst’.

Dit programma is er op gericht om gemeenten – en de Omgevingsdiensten die in hun opdracht werken – te informeren en faciliteren bij het opnemen van regels over de kwaliteit van grond, bodem, grondwater en ondergrond in hun omgevingsplannen. Het programma wordt in 2021 vervolgd. - Samen met de provincie meerdere bijeenkomsten georganiseerd om met de participanten te overleggen over de bodem- en ondergrondtaken die de regiogemeenten als bevoegd gezag moeten gaan uitvoeren bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit zal in 2021 verder vorm worden gegeven. - Samen de andere OD’s van Zuid-Holland de handreiking bruidsschat 2.0 op zijn website gezet zodat deze door de participanten geraadpleegd kan worden. De bruidsschat is een pakket van regels dat automatisch deel uitmaakt van het omgevingsplan als de gemeente nog geen eigen specifiek omgevingsplan heeft opgesteld. Met de handreiking kunnen gemeenten raadplegen welke regels van belang zijn voor hun doelstellingen en wordt per thema uitgelegd hoe zaken in

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

26 / 88

de Omgevingswet worden geregeld, wat er met de komst van deze wet gaat veranderen en wat voor impact dit heeft op de gemeente. In 2021 zal hieraan verdere invulling worden gegeven. Grond- en hemelwater In 2020 is verder vorm gegeven aan de gebiedsgerichte aanpak van het grondwater in het Rotterdamse havengebied (GGA). DCMR is aangewezen als Gebiedscoördinator GGA en is voorzitter van het Bodemloket, waarbij bedrijven hun Lokatiebeheerplan GGA ter beoordeling kunnen indienen. In 2020 is de bestuurlijke besluitvorming voor de overgang van de pilot naar een volledige uitrol van GGA over het havengebied gestart, dit laatste ook in overleg met de provincie in het kader van het Stroomgebiedsbeheerplan. Met de provincie is ook een overleg gestart over de rollen en bevoegdheden over het grondwater in het havengebied. Deze zullen namelijk door de invoering van de Omgevingswet wijzigen. Dit laatste is voor de aanpak van het grondwater in het havengebied niet optimaal, waardoor samen met de provincie wordt gewerkt aan omschrijving van de rollen en verantwoordlijkheden in de Omgevingsverordening van de provincie. Dit zal in 2021 worden vervolgd. 3.2.6

ZZS-beleid (Zeer Zorgwekkende Stoffen)

In het kader van de ZZS-opdracht die DCMR in 2017 kreeg van de provincie Zuid-Holland zijn in 2020 door DCMR 78 bedrijven aangeschreven met het verzoek om informatie aan te leveren over de emissies naar water en lucht van ZZS en potentiële ZZS (pZZS). Potentiële ZZS zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. In 2020 zijn diverse overleggen geweest met het bedrijfsleven over het pZZS-beleid. Deze overleggen vonden zowel ambtelijk als bestuurlijk plaats. Van deze aangeschreven bedrijven zijn 22 zogenaamde “industriële” bedrijven. De meeste bedrijven hebben in 2020 de gevraagde gegevens aangeleverd. De overige 56 bedrijven zijn de provinciale afvalstoffenbedrijven. Naast de inventarisatie naar emissies, is aan deze bedrijven ook verzocht gegevens te overhandigen over de bewerking en verwerking van ZZS-houdende afvalstoffen. De gegevens zullen begin 2021 binnenkomen. De vertraging is opgetreden doordat er over de ZZSuitvraag bij afvalstoffenbedrijven landelijke afstemming heeft plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een door het IPO op 3 september 2020 vastgestelde Handreiking. De indieningsdatum is daardoor verschoven. In december 2019 is het beleidskader ZZS van de provincie Zuid-Holland vastgesteld als een digitale bijlage bij de Nota VTH 2018-2021.

Het belangrijkste onderwerp is dat potentiële ZZS-emissies naar de lucht en indirecte lozingen naar water als ZZS moet worden behandeld op grond van het voorzorgsbeginsel. Dit geldt voor alle Zuid-Hollandse provinciale bedrijven en is van toepassing op de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland. In 2020 zijn hiervoor standaardvoorschriften opgesteld. Dit zijn voorschriften voor emissies naar de lucht, indirecte lozingen naar water, ontdoen van (p)ZZShoudende afvalstoffen en een toetsingskader en standaardvoorschriften (in samenspraak met OZHZ) voor het bewerken en verwerken van ZZS-houdende afvalstoffen in het kader van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3). In 2019 is met de branche voor raffinaderijen (VNPI) een toetsingskader vastgelegd voor de invulling van de ZZS-uitvraag door de raffinaderijen. Deze bedrijven hebben in 2019 op grond daarvan een rapportage ingediend. Deze rapportages zijn in 2020 beoordeeld en, na enige aanvulling, goed bevonden. In 2020 is ook een start gemaakt met de beoordeling van de ZZS-uitvraag van de aardolie op- en overslagbedrijven. Met de OD Noordzeekanaalgebied en deze branche heeft afstemming plaatsgevonden over de werkwijze. 3.2.7

Impuls Omgevingsveiligheid

Met de Impuls Omgevingsveiligheid kennis (cluster 3) en lokaal omgevingsveiligheidsbeleid (cluster 4) wordt onder meer beoogd op het thema externe veiligheid een adequate en gecoördineerde uitvoering te realiseren van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en ruimtelijke ordening. De impuls voor cluster 4 lokaal omgevingsveiligheidsbeleid is steeds verder afgebouwd, deze financiering was in 2020 voor het laatst. Vanaf dan wordt het geld structureel uit het gemeentefonds en provinciefonds uitbetaald.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

27 / 88

Het budget vanuit cluster 3 wordt landelijk gebruikt voor de opzet van kennistafels en de opbouw van kennis. In 2020 zijn er trainingen gegeven voor omgevingsveiligheid voor ruimtelijke ordening en vergunningen, toezicht en handhaving. Daarnaast zijn kennistafels voor verschillende veiligheidsthema’s georganiseerd, zoals de kennistafels nieuwe brandstoffen, RRGS (Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen) en transport. Het belangrijkste deel van het budget voor cluster 4 is besteed aan veiligheidsadvisering en het actueel houden van de veiligheidsdata. Het actueel houden van de veiligheidsdata is een continue taak. Het rekenprogramma voor de berekeningen van de veiligheidsafstanden is opnieuw gewijzigd. Het afgelopen jaar is naast beheer ingezet op het actualiseren van de veiligheidsberekeningen voor relevante locaties en nieuwe ontwikkelingen. Omgevingsveiligheid in de Omgevingswet In 2020 is gewerkt aan de voorbereiding van omgevingsveiligheid in de Omgevingswet. Vanuit een landelijk project en met middelen van Impuls omgevingsveiligheid (cluster 5, modernisering omgevingsveiligheid) zijn voor Seveso en niet-Seveso-bedrijven te berekenen aandachtsgebieden bepaald. Er is een inventarisatie gedaan voor de bepaling van de aandachtsgebieden voor installaties met vaste afstanden.

Er is onderzocht voor hoeveel installaties de aandachtsgebieden bepaald moeten worden en welke gegevens daarvoor nodig zijn. Samen met de participanten wordt gezocht naar implementatie van omgevingsveiligheid Ook participeert DCMR in een pilot met het oog op het Register Externe Veiligheid (REV). Het REV zal in de toekomst de risicokaart vervangen. Het is belangrijk om te onderzoeken welke gegevens in het nieuwe register moeten worden opgenomen. Verder participeert DCMR in de signaleringskaart. De signaleringskaart veiligheid (een initiatief van de gezamenlijke provincies) brengt en bewerkt verschillende landelijke brongegevens zodanig dat ze kunnen worden gebruikt voor veiligheidsadvisering. Inherente veiligheid. Bij bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen kunnen risico’s optreden in de omgeving. In het afgelopen jaar is in het kader van de actualisatie van de vergunningen van chemiebedrijven onderzocht of het voorkómen van de risico’s afdoende is geborgd in de vergunning. In 2019 en 2020 is voor de chemiebedrijven naast de risico’s ook gekeken naar de scenario’s met een groot effect en een kleine kans. Bij de vergunningactualisaties zijn de maatregelen in de vergunningen geborgd zodat een incident met groot effect niet zou kunnen plaatsvinden.

Dit betreft (bestaande) maatregelen die al in de vergunningaanvragen zijn opgenomen, maar nog niet zijn vastgelegd in de vergunningvoorschriften. Door dit alsnog te doen kan beter toezicht worden uitgeoefend. In 2021 wordt onderzocht of dergelijke scenario’s (kleine kans, maar groot effect) ook bij de op- en overslagbedrijven kunnen voorkomen. Indien dit het geval is zullen door vergunningactualisatie de preventieve maatregelen voor een dergelijk incident worden geborgd in de vergunning. 3.2.8

Geluidsaneringen Subsidieregeling Sanering Verkeerslawaai

Voor de gemeenten waarvoor DCMR saneringswerkzaamheden uitvoert, zijn in 2020 alle nog resterende saneringswoningen aangevraagd bij Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV). Dit heeft geresulteerd in het aanvragen van subsidies voor ca. 22.000 woningen in vier gemeenten. Het totale aantal woningen dat hiermee in de projecten is betrokken is hierdoor gestegen van ca. 7.000 naar ca. 29.000. Nadat de aanvragen waren ingediend is er samen met Rotterdam in de tweede helft van 2020 overleg gevoerd met BSV gezien het grote aantal woningen dat voor Rotterdam was aangevraagd (21.000).Resultaat van dit overleg is dan BSV de hoger belaste woningen voor het overgrote deel zal toekennen en een deel zal aanhouden om in 2022 alsnog toe te kennen als er weer nieuw subsidiebudget beschikbaar is. De laagst belaste woniningen- waar de ervaring leert dat geen geluidreducerende maatregelen noodzakelijk zijn- worden niet toegekend.. Verder zijn voor de al bij BSV liggende projecten de procedures zoveel mogelijk verder gebracht. Hierbij is wel hinder ervaren door de maatregelen rondom corona, vooral vanwege de verminderde

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

28 / 88

toegankelijkheid van de rekenprogrammatuur in de beginperiode. In 2020 zijn door BSV voor vijftien projecten uitvoeringssubsidies verleend. Van deze projecten gaat één project binnenkort ook in uitvoering. Voor de andere projecten dient nog een kleine herberekening te worden goedgekeurd door BSV. 3.3

Wat heeft het gekost?

In onderstaande tabel is weergegeven welke directe kosten en opbrengsten met het programma Gebieden waren gemoeid in 2020, in relatie tot de primaire en definitieve begroting 2020. Hierbij zijn de kosten van de overhead uit deze opstelling gehaald. De begroting en realisatie zijn een saldo van werkplannen en externe projecten. Tabel:Wat heeft het gekost; programma gebieden Programma Gebieden (x € 1.000)

Realisatie 2019

Primaire Begroting 2020

Definitieve Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil definitieve begroting en realisatie 2020

Taakveld: milieubeheer - Baten € - Lasten € Resultaat programma Gebieden €

14.454 € 14.631 € 177- €

15.296 € 15.296 € - €

16.357 16.506 149-

14.512 € 14.722 € -210 €

1.8441.78461-

Toelichting De realisatie van de lasten op het programma Gebieden is k€1.784 lager uitgevallen dan de definitieve begroting. Dit komt enerzijds door achterblijvende inzet op het programma Gebieden binnen de werkplannen en de additionele projecten binnen het programma. Anderzijds is ook k€365 minder materiële lasten gerealiseerd binnen het provinciale programma Spoed en Nazorg (bodem). Het verlies op het programma Gebieden is voor een belangrijk deel (k€160) ontstaan op projecten waarbij de directie heeft besloten lagere tarieven te accepteren ter bevordering van strategische samenwerking met betrokken partijen voor de langere termijn. Het gaat hier om projecten zoals detachering bij een ministerie of samenwerking met de VRR waarbij door de samenwerking een uitwisseling van kennis en ervaring tot stand komt waaruit DCMR een strategisch, inhoudelijk voordeel haalt. Daarnaast is voor een ander maatschappelijk belangrijk project (burgerluchtmetingen) ook besloten niet alle kosten door te belasten aan de opdrachtgever(s) (k€20). Ook heeft DCMR in 2020 op verzoek een offerte opgesteld voor het inrichten van een gastorganisatie voor de BRZO+ organisatie. Deze opdracht is uiteindelijk niet doorgegaan waardoor de gemaakte kosten (k€27) niet zijn vergoed.

Tenslotte zijn er nog enkele projecten met kleine negatieve resultaten welke gecompenseerd worden door positieve resultaten op een aantal andere projecten binnen het programma.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

29 / 88

4 Programma Bedrijfsvoering 4.1

Inleiding

In verband met het wijzigingsbesluit 2016 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) heeft DCMR sinds 2017 naast de twee primaire programma’s ook een programma Bedrijfsvoering. Hierin zijn onder andere de kosten van de overhead opgenomen. Het BBV heeft overhead als volgt gedefinieerd: “het geheel aan taken en activiteiten gericht op de ondersteuning van medewerkers in het primaire proces”. Meer gespecificeerd betreft het: -

De loonkosten van sturingsfuncties en ondersteuningsfuncties. ICT kosten. Huisvestingskosten. Kosten ten behoeve van uitbesteding bedrijfsvoering.

Naast de kosten van de overhead zijn in dit programma ook de (verwachte) omvang van de af te dragen vennootschapsbelasting (VPB), het saldo van de financieringsfunctie, de overige dekkingsmiddelen, de post onvoorzien en de kosten die gedekt zijn door dotaties en onttrekkingen uit de bestemmingsreserves opgenomen. De overige dekkingsmiddelen betreffen inkomsten die niet direct gerelateerd zijn aan een inhoudelijk programma en waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. De post onvoorzien is bedoeld voor dekking van onvoorziene lasten en maakt onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. 4.2

Baten en lasten

In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt wat de realisatie van de lasten en baten zijn voor het programma Bedrijfsvoering in 2020. De kosten van de overhead maken, conform het vernieuwde BBV, onderdeel uit van het taakveld ondersteuning organisatie. Ter vergelijking is de begroting 2020 opgenomen. Tabel: Programma Bedrijfsvoering Programma Bedrijfsvoering (x € 1.000) Taakveld: ondersteuning organisatie - Baten - Lasten - Onttrekkingen en dotaties bestemmingsreserves - Post onvoorzien - Financieringsfunctie - Overige dekkingsmiddelen - Vennootschapsbelasting Resultaat programma Bedrijfsvoering

Realisatie 2019

Primaire Begroting 2020

Definitieve Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil definitieve begroting en realisatie 2020 € €

551 1.458-

€ €

19.859 € 21.075 €

21.508 € 21.767 €

21.257 21.802

€ €

21.807 20.344

€

2.582

€

160

€

563

€

471 €

92-

€ € € € €

27 323 1.717

€ € € € €

100 1 -

€ € € € €

150 167

€ € € € €

133 € € 133 € € 2.202 €

133 172.034

Toelichting Uit het tabel valt af te leiden dat de kosten van de overhead in 2020 in totaal k€21.807 bedragen en hiermee k€551 hoger uitvallen dan begroot. Dit komt volledig door hogere loonkosten voor ondersteunende functies (ca. k€900), o.a. omdat relatief veel duurdere inhuur voor expertfuncties noodzakelijk was. De materiële huisvestings- en ICT-kosten zijn juist lager uitgevallen (ca k€300). De lagere huisvestingskosten zijn vooral het gevolg van de per saldo lagere kosten als gevolg van corona (zie ook paragraaf 7.7). De ICT-lasten zijn lager uitgevallen dan begroot doordat prioriteiten verschoven zijn vanwege corona en een aantal investeringen voor vervanging doorgeschoven zijn naar 2021, waardoor de bijbehorende beheerlasten ook doorschuiven. De kosten van de uitbestede taken (o.a. bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werk en ICT supportdesk) zijn ca k€60 lager uitgevallen dan gepland door vooral lagere kosten voor de ICT support desk. In 2020 heeft een nieuwe aanbesteding hiervoor plaatsgevonden. De kosten van het nieuwe contract bleken lager te zijn dan begroot.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

30 / 88

De incidentele kosten van een aantal projecten op het gebied van modernisering bedrijfsvoering (nieuw meldkamersysteem, nieuw financieel systeem, invoering MS365, invoering nieuw zaaksysteem VTH, ontwikkeling Regionale Omgevingsinformatie, voorbereiding Omgevingswet, invoering Altijd Actuele Digitale Vergunning en implementatie Digitale checklijsten) zijn in 2020 gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering. Daarnaast is de financiering van een aantal specifiek personele frictiekosten gedekt uit een eerder gevormde bestemmingsreserve personeel. Op totaalniveau zijn de onttrekkingen ca. k€92 lager dan de verwachte onttrekkingen. Dit komt vooral door het doorschuiven van een aantal geplande activiteiten voor de implementatie Omgevingswet naar begin 2021. In het Algemeen Bestuur van december 2019 is besloten dat DCMR met ingang van het begrotingsjaar 2020 jaarlijks €1 miljoen vanuit haar exploitatie doteert aan de bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering ter dekking van de kosten van toekomstige projecten. In 2020 is daarnaast incidenteel nog k€145 extra gedoteerd ter afdekking van de hogere begrote lasten in 2020. De realisatie op de post onvoorzien betreft het saldo van nagekomen opbrengsten en kosten van voorgaande boekjaren. Vooral een creditering van onderhoudskosten aan het gebouw in de periode 2015-2019 van ca.

k€100 heeft voor dit positieve incidentele resultaat gezorgd. De hoogte van de af te dragen vennootschapsbelasting 2020 is nog een pm post opgenomen, aangezien er nog geen aangifte over 2020 is opgesteld. Op basis van de aanslagen over 2016 t/m 2019 zullen deze kosten naar verwachting nihil zijn. Het positieve resultaat op het programma Bedrijfsvoering ad k€2.202 is een resultante van het saldo dotaties en onttrekkingen bestemmingsreserves ad k€471, overige opbrengsten ad k€133 (verhuur 7e etage en detachering op kostenplaats), incidenteel resultaat voorgaand boekjaar ad k€133 en een positief bezettingsresultaat van de afdelingen ad k€1.464.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

31 / 88

5 Productie 5.1

Algemeen

In de hoofdstukken 2 en 3 is in kwalitatieve zin beschreven wat er binnen de programma’s bedrijven en gebieden in 2020 is uitgevoerd. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de gerealiseerde productie2. In de productiecijfers worden ook geweigerde of ingetrokken procedures meegeteld, of onderbroken handhavingsacties die wel zijn voorbereid maar die geen vervolg hebben gehad. Tussen haakjes is aangegeven welke zaken tot een afgerond product hebben geleid. 5.2

Productie toezicht

Hoewel er steeds vaker aanvullende instrumenten worden ingezet voor het houden van toezicht, zoals voorlichting over regelgeving en samenwerking met andere toezicht- en belangengroepen, vindt toezicht hoofdzakelijk plaats door het uitvoeren van inspecties. Door middel van het uitvoeren van uiteenlopende typen inspecties wordt gecontroleerd of bedrijven hun werkzaamheden in overeenstemming met de milieuregelgeving uitvoeren. Er zijn verschillende soorten inspecties. Uitleg hierover staat in bijlage 14.6. Tabel: Aantallen inspecties exclusief Brzo-inspecties

Product

Totaal 2020*

Totaal 2019

Totaal 2018

Opleveringscontroles

162 (124)

254

177

Preventieve controles

3.734 (3.534)

3.878

3.514

Nacontroles

2.108 (1.994)

2.181

1.740

Administratieve controles

1.396 (1.279)

1.541

1.774

Klachten / voorvalonderzoeken

1.968 (1.893)

2.216

2.355

Inventariserende controles

1.465 (1.459)

723

761

8.126

488

Overige Toezichtsproducten 9.417 (9.344) *zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes.

In 2019 is het product behandeling voorvalmelding voor het eerst in de telling opgenomen, deze zijn in bovenstaande tabel onder de overige toezichtsproducten opgenomen. Er zijn in 2020 nauwelijks minder (preventieve) controles gedaan omdat we door coronacrisis en lockdown hebben ingezet op “toezicht op afstand” door middel van een livestream. De volgende controles gingen fysiek door: - Controles bij BRZO/RIE4-bedrijven - Toezicht op aflopende activiteiten (bv. bodem en asbest) - Bedrijven met bewerken, op- en overslag gevaarlijke stoffen, vuurwerk, rangeerterreinen, (LPG) tankstations waar dat niet op afstand kan en de risico’s groot zijn - Repressieve controles (nacontroles, sanctiecontroles, voorval/incidentonderzoek). - Metingen binnen bij bewoners alleen bij ernstige overlastsituaties De stijging van het aantal Inventariserende controles heeft ook te maken met corona en onze focus op kwaliteit. In 2020 is extra aandacht besteed aan het opschonen van het bedrijvenbestand.

2

Dit betreft de totale productie aantallen voor de participanten van DCMR en daarnaast is de productie voor de provincie Zeeland meegeteld.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

32 / 88

Tabel: Aantal gecontroleerde Brzo-bedrijven

Product

Totaal 2020*

Totaal 2019

Totaal 2018

179 (172)

159

145

Brzo‐inspectie preventief

*zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes. Bij alle Brzo-bedrijven in Zuid-Holland en Zeeland heeft in 2020 minimaal eenmaal een preventieve controle plaatsgevonden. 5.3

Productie handhaving

In de volgende tabellen is het aantal sancties opgenomen. Tabel: Overtredingen, (na)controles en sancties inclusief Brzo.

Product

Totaal 2020*

Totaal 2019

Totaal 2018

Bestuursrechtelijke sancties

214 (143)

237

365

Strafrechtelijke sancties

138 (90)

142

117

*zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes. Het aantal sancties ligt in 2020 lager dan in voorgaande jaren, met name door de coronamaatregelen in de horeca. Daarnaast leidde het inspecteren op afstand tot minder geconstateerde overtredingen Tabel: Aantallen bestuursrechtelijke producten uitgesplitst

Product

Totaal 2020*

Last onder dwangsom (LoD)

Totaal 2019

Totaal 2018

166 (102)

199

182

10 (3)

4

2

(35)

36

166

Bestuursrechtelijke maatregelen geluid 2 (1) *zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes.

3

9

Besluit op handhavingsverzoek Sanctie-invordering

35 van de 302 invorderingszaken hebben tot een daadwerkelijke invordering geleid. Bij de overige zaken is door de toezichthouder geen overtreding geconstateerd en betreft het een administratieve afdoening. In 2019 zijn 337 invorderingszaken afgedaan en hebben 36 van die zaken geleid tot een invordering.. Tabel: Aantallen strafrechtelijke producten uitgesplitst

Product

Totaal 2020*

Totaal 2019

Totaal 2018

Proces verbaal FP

93 (52)

70

51

Proces verbaal CJIB

19 (17)

31

21

Bestuurlijke strafbeschikking milieu

26 (21)

41

45

*zaken die geleid hebben tot een afgerond product staan tussen haakjes. Over 2020 zijn vanuit de inspectiebureaus 138 zaken ‘voorgedragen’ voor een sanctionerende maatregel (bestuurlijke strafmaatregel e/o strafrechtelijk gezamenlijk). Deze zaken worden vervolgens met een intake op strafrechtelijke haalbaarheid beoordeeld en leiden vervolgens tot een aantal daadwerkelijk opgelegde strafrechtelijke sancties. Dat verklaart voor een belangrijk deel de afname in het aantal strafrechtelijke zaken/producten. Duidelijk is daarnaast dat de andere wijze van inspecteren – op afstand – afgelopen jaar, leidde tot minder geconstateerde overtredingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3339/documents/24957