CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

51. 324642 Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2022 DCMR.pdf

Gemeenteraad AW 31 mei 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken37.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

In opdracht van Rijkswaterstaat is, door adviesbureau Kokx de Voogd, een rapport opgesteld met betrekking tot de juridische mogelijkheid van het stellen van strenge emissiegrenswaarde naar de lucht zoals opgenomen in het SLA. De resultaten geven aan dat streng vergunnen (onderkant van de BREF range) zowel onder het huidig milieurecht als het toekomstig omgevingsrecht mogelijk is. Intern is DCMR bezig met het vaststellen van beleid in lijn met de resultaten van het Kokx de Voogd rapport. Hierna volgen de beoordelingen van de aangeleverde Best Beschikbare Technieken (BBT-)toetsen van bedrijven in het kader van de BREF LCP. Tabel: Aantal vergunningen aangepast op NOx (BREF LCP) NOx In behandeling Vastgesteld (cumulatief) 2017 4 1 2018 3 3 2019 9 4 2020 9 4 Doel 2020 15 Eind 2020 zijn ten aanzien van de BREF LVOC (organische bulkchemicaliën) achttien procedures in behandeling genomen en is één procedure gestopt. In 2020 zijn geen vergunningen vastgesteld. In 2019 waren alle BBT-informatie documenten ingediend. De uiterste datum voor het vaststellen van de conclusies over de BBT voor de BREF LVOC is 7 december 2021. Deze eindtermijn ligt buiten de huidige MJP periode. De doelstelling van twintig geactualiseerde vergunningen lijkt voor achttien procedures zeker nog haalbaar binnen de wettelijke termijn.

Tabel: Aantal vergunningen aangepast op VOS (BREF LVOC) VOS In behandeling Vastgesteld (cumulatief) 2017 0 0 2018 3 0 2019 19 0 2020 18 Doel 2020 20

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

53 / 88

In december 2019 is het beleidskader ZZS van de provincie Zuid-Holland vastgesteld als een digitale bijlage bij de Nota VTH 2018-2021. Het belangrijkste onderwerp is dat potentiële ZZS-emissies naar de lucht en indirecte lozingen naar water als ZZS moet worden behandeld op grond van het voorzorgsbeginsel. Dit geldt voor alle Zuid-Hollandse provinciale bedrijven en is van toepassing op de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland. In 2020 zijn hiervoor standaardvoorschriften opgesteld. Dit zijn voorschriften voor emissies naar de lucht, indirecte lozingen naar water, ontdoen van (p)ZZShoudende afvalstoffen en een toetsingskader en standaardvoorschriften (in samenspraak met OZHZ) voor het bewerken en verwerken van ZZS-houdende afvalstoffen in het kader van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3). Er was onduidelijkheid (en inmiddels beroep van Chemours) over het opnemen van bepaalde voorschriften voor (p)ZZS in afval. Door de provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag is besloten de ingezette lijn door te zetten en het volledige voorschriften pakket voor (p)ZZS te gaan opnemen in de vergunningen. Inmiddels was het niet meer mogelijk om een aantal aanvragen, die de bedrijven op ons aandringen hadden ingediend, op tijd te vergunnen. Dit is terug te zien in een lagere KPI van 2020.

Tabel: Aantal vergunningen aangepast op ZZS ZZS In behandeling Vastgesteld (cumulatief) 2017 8 6 2018 2 3 2019 5 11 2020 4 11 Doel 2020 30 Het aantal vergunningen dat is geactualiseerd op geurvoorschriften blijft achter bij de planning, als gevolg van andere prioriteiten en personele bezetting. Het aantal klachten vanuit de industrie is toch fors gedaald. Tabel: Aantal vergunningen aangepast op nieuwe geurvoorschriften

Geur

In behandeling

2017 2018 2019 2020 Doel 2020

2 2 5 4

Vastgesteld (cumulatief) 2 5 5 6 20

Inspecties Elk jaar wordt intensief gecontroleerd of bedrijven zich houden aan de NOx-, VOS-, ZZS- en geurvoorschriften. Het onderwerp is relevant bij ongeveer 500 bedrijven in het Rijnmondgebied. Omdat bij inspecties elk jaar de focus ligt op een andere categorie installaties bij bedrijven, is het niet zinvol aantallen inspecties over de jaren heen bij elkaar op te tellen. Over de gehele linie houden de gecontroleerde bedrijven zich aan de opgelegde voorschriften. Het nalevingspercentage is hoog. Tabel: Aantal inspecties NOx Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 177 2018 71 2019 93 2020 70

#bedrijven met overtreding 1 8 9 2

#bedrijven zonder overtreding 176 63 84 68

De inspectie NOx ziet veelal toe op de stookinstallaties bij bedrijven, waarbij aandacht is voor keuring en onderhoud, meet- en registratiesystemen, tijdige uitvoering van periodieke controlemetingen, en het voldoen aan de emissiegrenswaarden.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

54 / 88

Tabel: Aantal inspecties VOS Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 118 2018 252 2019 262 2020 123

#bedrijven met overtreding 0 2 0 5

#bedrijven zonder overtreding 118 250 262 118

Bij de inspectie naar diffuse VOS-emissies wordt gebruik gemaakt van de FLIR-camera. De lekkages die worden aangetroffen leiden niet in alle gevallen tot overtredingen, omdat het vaak binnen de marge van de vergunningvoorschriften valt. Wel nemen bedrijven naar aanleiding van deze inspecties het initiatief om reparaties uit te voeren. Getoetst wordt of bedrijven een eigen monitoringssysteem hebben naar lekdetectie en een reparatieprogramma uitvoeren. Tabel: Aantal inspecties ZZS

Jaar

#bedrijven gecontroleerd 2 47 84

2018 2019 2020

#bedrijven met overtreding 0 0 1

#bedrijven zonder overtreding 2 47 83

Tijdens de inspecties is getoetst of de aangetroffen ZZS zijn vergund, of er een registratie wordt bijgehouden en of er lozing van deze stoffen op het afvalwater plaatsvindt. Tabel: Aantal inspecties geurvoorschriften Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 196 2018 184 2019 335 2020 4

#bedrijven met overtreding 6 0 1 0

#bedrijven zonder overtreding 190 184 334 4

Het aantal voorvallen (klachtengolven) vertoont een wisselend beeld. In 2020 ging het totaal om 890 klachten naar aanleiding van voorvallen waarbij meer dan 25 stankklachten ingediend werden. Veel klachten door de meldkamer zijn gezet op de industriegebieden, een algemene branche of een andere oorzaak. Er was dan ten tijde van de melding niet een directe oorzaak (bedrijf) aan te wijzen voor deze stankklachten. Na onderzoek ter plaatse kunnen deze klachten alsnog aan een bedrijf zijn toegewezen. 8.2.3

Geluid

In het MJP 2017-2020 is voor geluid het focuspunt geluidoverlast horeca opgenomen. Dit focuspunt is gericht op het voorkómen van geluidoverlast/klachten veroorzaakt door horecabedrijven. Geluidhinder heef een negatief effect op de gezondheid en leefkwaliteit. Geluid van horecabedrijven kan leiden tot klachten in de woonomgeving, vaak heeft dit te maken met muziekgerelateerde activiteiten in de avond en vroege nacht. Wat opvalt, is dat er met regelmaat sprake is van een terugkerend klachtenpatroon. Een van de oorzaken zijn de relatief snelle wisselingen van exploitanten van horecabedrijven. Preventieve aanpak De afgelopen vier jaar is extra ingezet op een effectieve, preventieve aanpak. DCMR wil geluidklachten over horecabedrijven en sportinrichtingen zoveel mogelijk voorkomen door in een vroeg stadium gemeenten te adviseren over de exploitatievergunning en bij gebleken overlast daadkrachtig op te treden. Daarnaast beoordeelt DCMR akoestische onderzoeken van bedrijven die meer willen dan alleen achtergrondmuziek. Onze inspanningen zijn erop gericht om de top 10-

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

55 / 88

bedrijven waarover het meest geklaagd is aan te pakken, zodat deze bedrijven het jaar daarop voor significant minder overlast zorgen. Voor het thema geluid zijn vier indicatoren bekeken: - aantal beoordeelde exploitatieaanvragen. ‐ aantal beoordeelde akoestische onderzoeken. ‐ klachten top 10. ‐ trend geluidklachten. Wat is er bereikt? In de periode 2017-2020 is 2.227 keer een beoordeling van een aanvraag tot exploitatievergunning uitgevoerd. In 2018 zijn de meeste beoordelingen uitgevoerd (704), vermoedelijk als gevolg van de stijging van het aantal horecabedrijven in dat jaar. In 2020 was dit aantal het laagst (394). Hoogstwaarschijnlijk werd dit veroorzaakt door de tijdelijke sluiting van de horecabedrijven in 2020 door corona. Het aantal beoordeelde akoestische onderzoeken laat eenzelfde patroon zien: een piek in 2018 met 35 onderzoeken en een afname in 2020 met 26 getoetste akoestische onderzoeken. Opmerkelijk is dat er in 2020 evenveel aanvragen waren voor sportinrichtingen als voor horecabedrijven. Door corona zagen Nederlanders hoe belangrijk het is om fysiek fit te blijven en zijn er meer sportinrichtingen opgericht. In 2019 is geconstateerd dat er opnieuw een dalende trend was in het aantal klachten ten opzichte van voorgaande jaren.

In 2020 is het aantal klachten over horecabedrijven en sportinrichtingen verder afgenomen (-60%), al is dit beeld sterk vertekend door corona. Van de top 10-bedrijven waarover in 2019 het meest is geklaagd, komt slechts één bedrijf voor in de top 10 van 2020. Een voorzichtige conclusie zou kunnen zijn dat de preventieve aanpak een gunstig effect lijkt te hebben, maar door de coronamaatregelen is dit voorbarig. Bovendien is de preventieve aanpak nog in ontwikkeling. In het MJP 2021-2024 komt dit focuspunt terug onder de noemer ‘geluidhinder voorkomen’. Daarbij is het bereik verbreed tot de aanpak van geluidoverlast bij vrijetijdsbesteding, te weten sport, recreatie, evenementen en horeca, en nestgeluid. 8.2.4

Energie

Energiebesparing is noodzakelijk. Het is onderdeel van de klimaataanpak en bovendien is het aantrekkelijk voor de gebruiker, omdat energiebesparende maatregelen leiden tot kostenbesparingen. Bedrijven in Nederland hebben met de overheid afgesproken hoeveel energie ze zullen besparen in de periode tot en met 2020. De afspraken zijn vastgelegd in energieconvenanten. Het Energieakkoord is een overeenkomst die in 2013 is gesloten met als oogmerk de energievoorziening duurzamer te maken. De gemaakte afspraken richten zich op energiebesparing, duurzame opwekking, schone technologieën en klimaatbeleid. Eén van de belangrijkste doelen is een besparing van gemiddeld 1,5% per jaar te realiseren op het energieverbruik. In het Energieakkoord is vastgelegd dat gemeenten en provincies prioriteit geven aan handhaving van de energiebesparingsverplichtingen in de Wet milieubeheer. Vanaf 1 juli 2019 is naast de energiebesparingsplicht ook de informatieplicht van kracht geworden. Bedrijven met een verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per kalenderjaar hebben een informatieplicht energiebesparing. Het bedrijf moet rapporteren over het energiegebruik en de (te nemen) energiemaatregelen. Uit een analyse blijkt dat ongeveer 7.000 bedrijven in het Rijnmondgebied aan deze verplichting moeten voldoen. Nog lang niet al deze bedrijven voldoen hieraan.

Door een combinatie van communicatie en aanschrijvingen, willen wij ervoor zorgen dat alle inrichtingen daar alsnog aan voldoen. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Energie de besparingsmaatregelen centraal, in het MJP 2021-2024 het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en de energietransitie. Er waren vier indicatoren voor energiebesparing: - potentiële CO2-reductie uit besparingsplannen. - aantal bedrijven met besparingsplan. - aantal actuele vergunningen m.b.t. besparingsmaatregelen energie.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

56 / 88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3339/documents/24957