50. 2026-025871 Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Reactie DB op zienswijzen Regionaal Risicoprofiel 2026-2030.pdf
Tekst van het document
1. Uitval/verstoring elektriciteitsvoorziening (bijvoorbeeld uitval industrie) 2. Openbare ordeverstoringen 3. Uitval/verstoring diverse vitale voorzieningen 4. Militaire/hybride dreiging 5. Paniek in menigten 6. EOS (evenement)
1. Stijging
Artificial Intelligence (AI) betekent dat computers en machines taken uitvoeren die normaal menselijke intelligentie vereisen, met toepassingen zoals leren, redeneren, probleemoplossing en creativiteit. Toepassingen hiervan zijn onder andere machine learning, natuurlijke taalverwerking en beeldherkenning.
1. Polarisatie 2. Criminaliteit 3. Cyberincidenten 4. Radicalisering 5. Militaire/hybride dreiging 6. Evenementen
1. Stijging 2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
2.
4
Elektrificatie
/ Hulpdiensten en gemeenten werken intensief samen en bieden professionele hulp en bescherming tegen risico’s en bedreigingen.
3.1.3 Sociaal Nr.
1.
2. 3.
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling risicothema’s
Afname van De Nederlandse zorgbeschikbaarheid gezondheidszorg heeft te maken met een groeiend tekort aan middelen, personeel en infrastructuur, zowel in de lichamelijke als in de geestelijke gezondheidszorg. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen met onbegrepen gedrag en zorgbehoevenden toe. Het aanbod van zorg sluit niet goed meer aan op de behoefte.
1. Maatschappelijke onrust 2. Infectieziekten humaan 3. Pandemie 4. Hartstilstand 5. (Poging) tot zelfdoding 6. Verstoring zorgcontinuïteit 7. Evenementen 8. Vuurwerk
1. Stijging
Toename van personeelstekort
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Dalend onderwijsniveau
Zie bijlage 4
Totale score van alle drivers (invloedfactoren) op impact
Drivers (invloedfactoren)
2
8 16
22 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Definitie driver
2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
3.
Toename in gebruik van artificial intelligence
6. Stijging 7. Stijging 8. Stijging
4. Zie bijlage 4
5
Zie bijlage 4
11
Toename in gebruik van energieopslagsystemen (EOS)
3. Stijging 4. Stijging
5. Stijging 6. Stijging 7. Stijging 8. Stijging
2. Stijging 3. Stijging
4. Stijging 5. Stijging 6. Stijging
6. Stijging
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 23
Nr.
Totale score van alle drivers (invloedfactoren) op impact
Drivers (invloedfactoren)
Definitie driver
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling risicothema’s
4.
12
Toename in gebruik van energieopslagsystemen (EOS)
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
5.
8
Toename in gebruik van waterstof en waterstofdragers
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
6.
Diversificatie van mobiliteit en transport
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
7.
Toename van digitalisering
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Automatisering
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Toename in gebruik van kernenergie
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Totale score van alle drivers (invloedfactoren) op impact
Drivers (invloedfactoren)
Definitie driver
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling risicothema’s
1
Klimaatverandering
Klimaatverandering is een invloedfactor waarbij menselijke activiteiten, waaronder het gebruik van fossiele brandstoffen, ontbossing en industriële productie de uitstoot van broeikasgassen vergroot. Dit leidt tot langdurige veranderingen in temperatuur, neerslag en zeespiegel, met wereldwijde gevolgen voor mens en natuur.
1. Polarisatie 2. Verstoring zorgcontinuïteit 3. Extreem weer 4. Uitval/verstoring diverse vitale voorzieningen 5. Natuurbrand 6. Brand gebouw 7. Brand eos-accu 8. Plagen 9. Evenementen 10. V uurwerk (bij droogte)
1. Stijging
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
8.
16
9.
3.1.5 Ecologie Nr.
1.
2.
17
24 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Afname van biodiversiteit
2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging
5. Stijging 6. Stijging 7. Stijging 8. Stijging 9. Stijging 10. Stijging
/G oed samenwerken zorgt voor kortere lijnen, directe afstemming, heldere bevoegdheden en daarmee een gestroomlijnde hulpverlening aan de burger.
3.1.6 Politiek Nr.
Totale score van alle drivers (invloedfactoren) op impact
Drivers (invloedfactoren)
Definitie driver
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling risicothema’s
1.
7
Toename van geopolitieke instabiliteit
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
2.
9
Toename van polarisatie
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
Zie bijlage 4
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 25
’Veiligheidsregio RotterdamRijnmond is het kloppende hart van de rampen- en crisisbeheersing in de regio’
Voorbeeldcasus
samenloop van ernstige incidenten, met grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg.
/ VRR verbindt alle partijen die een rol spelen bij het verhogen van het fysieke veiligheidsniveau van de burger.
3.2
Maatschappelijke ontwikkeling
Het risicothema militaire en hybride dreiging is lastig te beoordelen volgens de methodiek die in dit RRP is toegepast. Daarom is gekozen voor een beschrijvende analyse van de huidige en verwachte dreigingen op dit gebied. Dit type risico raakt namelijk veel andere risicothema’s tegelijk en werkt daardoor als een risicovermenigvuldiger. De methodiek is hier minder goed toepasbaar; om die reden is de uitwerking gemaakt op basis van expert judgement (advies van experts). 3.2.1 Risicovermenigvuldiger - Militaire en hybride dreiging De geopolitieke situatie is de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar militaire en hybride dreigingen tot voor kort als abstracte risico’s werden gezien, vormen zij nu een urgent en actueel risico. De oorlog in Oekraïne, hybride dreigingen en toenemende internationale spanningen vergroten de kwetsbaarheid van vitale infrastructuur en maatschappelijke stabiliteit — ook in de regio Rotterdam-Rijnmond. Deze regio is door haar logistieke en strategische positie in Europa een hoog ri-
26 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
sicodoelwit; zij is mogelijk doelwit voor cyberaanvallen, terrorisme, spionage, criminaliteit en sabotage. In Nederland zijn meerdere verdachte verstoringen vastgesteld die waarschijnlijk het gevolg zijn van hybride aanvallen. Denk aan sabotagepogingen, spionage en digitale aanvallen op vitale objecten. De Rotterdamse haven, als logistiek knooppunt en energiepoort van Europa, vormt daarbij een belangrijk doelwit. Statelijke actoren kiezen hun aanvalsmomenten vaak strategisch, op momenten dat de bestuurlijke of operationele weerbaarheid laag is. Dit kan leiden tot zogenoemde aanvallen op aanvallen, waarbij meerdere organisaties tegelijk worden geraakt. Daarmee komt ook de bedrijfscontinuïteit van de VRR en haar partners onder druk te staan. Dergelijke aanvallen kunnen een keteneffect veroorzaken, waardoor meerdere risico’s uit dit profiel tegelijk optreden. Onder normale omstandigheden worden slechts enkele risico’s gelijktijdig werkelijkheid. Bij een militaire of hybride dreiging kan sprake zijn van een
De VRR beschikt over een crisisorganisatie die kan optreden bij klassieke rampen en moderne crises. Bij extreme (duur) of gelijktijdigheid van rampen, crises zoals bijvoorbeeld bij militaire en hybride dreiging en het leveren van de civiele verdedigingstaak, is andere capaciteit nodig dan bij klassieke rampen en/ of moderne crises. De VRR is dan waarschijnlijk afhankelijk van interregionale bijstand. De kans dat andere veiligheidsregio’s die hulp kunnen bieden, is klein. In een voorkomend geval kunnen zij zelf getroffen zijn of een aanval verwachten. Daardoor kan de civiele verdedigingstaak onder druk komen te staan. Dit onderzoekt de VRR verder in de capaciteitsanalyse, die na het RRP wordt opgesteld. Deze taak niet expliciet is belegd bij de veiligheidsregio’s in de Wet Veiligheidsregio’s, maar is wel verankerd in de Gemeentewet (artikel 160 lid 1 onder f): het college van burgemeester en wethouders is bevoegd voor de voorbereiding van de civiele verdediging.
/W at zou er kunnen gebeuren in onze regio? Op sociale media verschijnen berichten over vermeende tekortkomingen in het openbaar bestuur. De inhoud klopt niet, maar krijgt wel veel aandacht. Progressieve en conservatieve groepen grijpen de stroom aan berichten aan om te demonstreren. Corruptie, criminaliteit en opruiing leiden tot uiteenvallen van de staat. De spanningen lopen op. Tegelijkertijd raken elektriciteitsnetwerken ontregeld. Er verschijnen berichten over het overlijden van enkele politieke leiders. De bankensector wordt getroffen door een agressief cyberincident, waardoor alle Nederlandse banken uitvallen: online bankieren en pinnen zijn niet mogelijk. Daarna volgen aanslagen op kritieke infrastructuur van Rijkswaterstaat. Primaire waterkeringen raken op meerdere plekken in het land zwaar beschadigd. De Maeslantkering functioneert niet. Rijkswaterstaat waarschuwt dat het aankomende stormseizoen problemen kan geven. Door de hoeveelheid incidenten krijgen deze waarschuwingen onvoldoende aandacht. Ook in België en Duitsland doen zich vergelijkbare incidenten voor.
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 27
4 / Risicoanalyse
In dit hoofdstuk analyseren we de risico’s die de VRR heeft geïnventariseerd en die door experts zijn gescoord. We passen hiervoor de methodiek toe die in hoofdstuk 5 is beschreven.
De vijftien hoogst scorende risico’s (op basis van de MCA-score) zijn volledig uitgewerkt, met een definitie, de score (in tekst) en een duiding per beoordelingscriterium. De overige risico’s worden benoemd; hun volledige uitwerking staat in bijlage 5. De scores zijn gebaseerd op de beschrijving van elk risicothema. Gebruik die beschrijving als uitgangspunt bij de interpretatie van de scores.
4.1
Risico-overzicht
4.1.1 Totaaloverzicht van de risico’s van het domein natuur en klimaat
4.1.2 Totaaloverzicht risico’s van het domein gezondheid
Totaaloverzicht
Totaaloverzicht
Icoon
Icoon
Thema
Thema
Extreme regenval (= zware of langdurige regenval)
Pandemie
Overstroming binnendijks (primaire keringen)
Infectieziekten humaan (bij mensen)
Overstroming binnendijks (regionale keringen)
Verstoring zorgcontinuïteit
Natuurbrand
(Poging tot) zelfdoding
Hitte
Acute vergiftiging
Overstroming buitendijks
Chronische blootstellingen (inclusief zeer zorgwekkende stoffen)
Wind
Dierziekten
Droogte
Plagen
Extreme kou Aardbeving
28 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 29
4.1.3 Totaaloverzicht risico’s van het domein vitale voorzieningen
4.1.4 Totaaloverzicht risico’s van het domein fysieke leefomgeving en milieu
Totaaloverzicht
Totaaloverzicht
Icoon
Icoon
Thema
Thema
Uitval/verstoring elektriciteitsvoorziening
Incident productie & opslag gevaarlijke stoffen
Uitval/verstoring data- en telecommunicatie
Brand gebouw
Uitval/verstoring afhandeling verkeer en vervoer
Incident wegvervoer (regulier)
Uitval/verstoring gas- en warmtevoorziening
Incident met een EOS
Uitval/verstoring voedselvoorziening
Incident gevaarlijke stoffen in de woonomgeving
Uitval/verstoring rioolwaterzuiveringsvoorziening
Incident buisleiding
Uitval/verstoring afvalverwerking
Incident scheepvaart (regulier)
Uitval/verstoring drinkwatervoorziening
Instorting Incident wegvervoer (gevaarlijke stoffen)
/ Incidenten van uiteenlopende aard vergen nauw overleg tussen hulpverleners.
Incident spoorvervoer (regulier) Waterongeval
4.1.5 Totaaloverzicht risico’s van het domein maatschappij
4.2 Vijftien hoogst scorende risico’s op alfabetische volgorde
Totaaloverzicht
Op de volgende bladzijden (32 tot en met 46) staat een uitgebreide beschrijving van elk van de vijftien risico’s die het hoogst scoren in de regio Rotterdam-Rijnmond. Er is gekozen voor een alfabetische volgorde.
Vuurwerk Incident scheepvaart (gevaarlijke stoffen)
Icoon
Thema
Incident spoorvervoer (gevaarlijke stoffen)
Cyberincident
Incident luchtvaart
Criminaliteit (met fysiek component)
Ongeval radioactieve stoffen
Maatschappelijke onrust Extreem geweld en terrorisme Evenementen Paniek in menigten Openbare orde verstoringen
30 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 31
Brand gebouw
4.2.1 Brand gebouw Een brand gebouw is een ongewenste brand in, op, aan of onder een gebouw. Een gebouw is (deels) omsloten en toegankelijk voor mensen. Bij een brand komen warmte, rook en giftige gassen vrij. Voor een brand zijn drie factoren nodig: brandbare materialen, zuurstof en hitte. Gebouwen vormen een bijzonder risico bij brand omdat er vaak mensen aanwezigheid
zijn, waardevolle bezittingen (zoals cultureel erfgoed) en complexe structuren. Hoe ernstig een gebouwbrand verloopt, hangt af van het type gebouw, de aard van de brand, de aanwezige personen, de omgeving en de getroffen maatregelen. Brand kan ontstaan door menselijk handelen, technische storingen of externe oorzaken.
Scoringstabel Beoordelingscriterium
Incident EOS-accu
4.2.2 Incident EOS-accu EOS-batterijen (Energie Opslag Systemen) zijn grootschalige batterijsystemen (accu’s) die elektrische energie opslaan, vaak in combinatie met zonne- of windparken. Deze systemen gebruiken meestal lithium-ioncellen of andere chemische opslagtechnologieën. Het risico bij EOS-installaties ligt vooral bij brand, explosie, lekkage van gevaarlijke
Scoringstabel Score
Waarschijnlijkheid Zeer waarschijnlijk
Ramppotentieel Zeer ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties) 3-4 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Middel
Toelichting
Beoordelingscriterium
In de regio komen dagelijks gebouwbranden voor. Het risico is structureel aanwezig, zowel in woningen als in zorginstellingen en gebouwen met cultureel erfgoed.
Waarschijnlijkheid
Gebouwbranden kunnen zeer ernstige gevolgen hebben, vooral in gebouwen met veel mensen of kwetsbare groepen. Door verstedelijking en vergrijzing neemt dit risico verder toe. Mogelijke gevolgen zijn instorting, vrijkomen van gevaarlijke stoffen in de woonomgeving en verstoring van vitale voorzieningen. De precieze effecten hangen af van wat er brandt. Jaarlijks vallen er in de regio meerdere dodelijke slachtoffers door gebouwbranden. De impact is vooral groot bij branden in woongebouwen of instellingen, maar meestal beheersbaar binnen de reguliere hulpverlening.
Score
Toelichting
Mogelijk
Ramppotentieel Ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties) 5-6 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Laag
Weinig zorgen
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Bekend
Burgers maken zich doorgaans weinig zorgen over gebouwbrand, behalve wanneer er in hun buurt een groot incident plaatsvindt of er veel media-aandacht is. Door vergrijzing, het negeren van adviezen, extramuralisering (zorg leveren buiten een instelling), privatisering in de bouw en verduurzaming neemt het risico toe. Ondanks dat mensen minder risicovol gedrag vertonen (zoals minder roken), stijgt het totale risico volgens experts. Er is veel kennis over brandveiligheid en risicogebouwen. Volgens experts is het onderwerp goed begrepen en is de uitvoering via regelgeving en toezicht goed geborgd.
EOS is in opkomst, vooral bij duurzame energieprojecten. Hoewel incidenten nog zeldzaam zijn, neemt het risico toe door de snelle groei en complexiteit van deze installaties. Een incident met een EOS-accu kan leiden tot zware rookontwikkeling, evacuaties en milieuschade. In stedelijke of industriële omgevingen kan dit zorgen voor langdurige verstoringen. Mogelijke gevolgen zijn brand gebouw, explosie, milieuvervuiling, vrijkomen van gevaarlijke stoffen in woonomgeving en acute vergiftiging. Volgens onderzoek van het NIPV zijn er tot nu toe weinig slachtoffers geregistreerd bij EOS-incidenten. De impact op fysieke veiligheid is daardoor laag, ondanks het potentieel bij grotere incidenten.
Subjectieve veiligheid Subjectieve veiligheid
32 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
stoffen en het vrijkomen van giftige gassen. Dit kan ontstaan door kortsluiting, oververhitting (thermische runaway) of mechanische schade. De thuisbatterij valt niet onder dit risicothema.
Weinig zorgen/angst
Beweeglijkheid Sterke stijging
Kennis(on)zekerheid Bekend
EOS-installaties roepen vragen op bij bewoners, vooral bij plaatsing in woonwijken of nabij scholen. Incidenten in het buitenland (zoals in Zuid-Korea en de VS) zorgen voor extra terughoudendheid. Het risicobeeld verandert snel door nieuwe technologieën, chemische samenstellingen en regelgeving. De PGS 37-1 richtlijn is recent vastgesteld, maar nog niet volledig ingevoerd en zal waarschijnlijk worden herzien door de snelle ontwikkelingen. De technische kennis over lithium-ionbatterijen is groot, maar er is nog weinig data over incidenten. De effectiviteit van blusmethoden wordt onderzocht. Ook bestaan onzekerheden over gasvorming en explosiegrenzen, maar de kennisbasis wordt als voldoende beschouwd.
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 33
Criminaliteit met fysieke component
Cyberincidenten
4.2.3 Criminaliteit met fysieke component
4.2.4 Cyberincidenten
Dit thema gaat over criminele activiteiten waarbij een fysieke gevaarsetting ontstaat. Denk aan plofkraken, explosies bij drugslabs, hennepkwekerijen, schiet- en steekincidenten of (vuurwerk)aanslagen.
Een cyberincident kan ontstaan door een bewuste aanval, maar ook door menselijke fouten of technische storingen. De oorzaak kan dan zowel digitaal als fysiek zijn. In feite kan bijna elke verstoring een digitale component hebben. Dit thema richt zich op cyberincidenten die kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting of verstoring van de eigen bedrijfsvoering.
Scoringstabel
Scoringstabel
Beoordelingscriterium
Score
Waarschijnlijkheid Waarschijnlijk
Ramppotentieel
Toelichting
Beoordelingscriterium
In 2024 werden in Rotterdam 232 explosie-incidenten gemeld. Daarnaast zijn er jaarlijks tientallen drugslabs, dumpingen en hennepkwekerijen. Het risico is structureel aanwezig en neemt toe.
Waarschijnlijkheid
Ernstig
Explosies of branden in drugslabs kunnen leiden tot doden, gewonden en grote materiële schade. Vooral in woonwijken kan de impact groot zijn.
3 tot 4 effecten
Mogelijke gevolgen zijn gevaarlijke stoffen in de woonomgeving, brand gebouw, chronische blootstelling aan (zeer zorgwekkende) stoffen.
Cascade-effecten (kettingreacties)
Fysieke veiligheid (impact) Middel
Subjectieve veiligheid Veel zorgen/angst
Het aantal doden is beperkt, maar letsel komt regelmatig voor. Vooral hulpverleners, het milieu en omwonenden lopen risico. Daarnaast leiden steek- en schietincidenten tot extra druk op hulpdiensten. Volgens de Risico- en Crisisbarometer (voorjaar 2024) maakt 14% van de bevolking zich zorgen over georganiseerde criminaliteit. Explosies bij woningen versterken het gevoel van onveiligheid.
Voorbeelden zijn Ddos-aanvallen, ransomware, (digitale) sabotage, spionage of technisch falen.
Score
Toelichting
Onwaarschijnlijk
Hoewel cyberincidenten vaak voorkomen (zoals de KPNstoring in 2019 en de hack bij VNOG in 2020), hebben ze zelden geleid tot grootschalige maatschappelijke ontwrichting. De frequentie neemt echter toe, en de afhankelijkheid van digitale processen maakt de impact groter.
Ramppotentieel Catastrofaal
Cascade-effecten (kettingreacties) 3-4 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Hoog
Subjectieve veiligheid Veel zorgen/angst
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Bekend
34 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Trends in jeugdcriminaliteit, drugsproductie en ‘High Impact Crime’ veranderen snel. Nieuwe vormen van criminaliteit vragen om aanpassing van beleid en aanpak. Politie, gemeenten en veiligheidsregio beschikken over uitgebreide data, zoals het Gezamenlijk Veiligheidsbeeld. Een deel van de criminaliteit blijft echter verborgen, bijvoorbeeld bij intimidatie of ondermijning.
Beweeglijkheid
De economische schade bij een grootschalig incident kan enorm zijn. De rijksbrede risicoanalyse schat de impact op 2–5% van het bbp (de Nederlandse economie) per dag. De storing bij CrowdStrike-storing kostte Air France-KLM bijvoorbeeld 25 miljoen euro. Door de sterke verwevenheid van digitale en vitale processen is het ramppotentieel catastrofaal. Mogelijke gevolgen zijn uitval/verstoring van elektriciteit, uitval/verstoring van data- en telecommunicatie, verstoring zorgcontinuïteit en maatschappelijke onrust. Bij deze beoordeling zijn ook de psychosociale effecten meegenomen. Cyberincidenten kunnen leiden tot angst, stress en wantrouwen, ook zonder direct fysiek letsel. Volgens de Risico- en Crisisbarometer (voorjaar 2024) maakt 22% van de bevolking zich zorgen over cyberdreigingen. De onzichtbaarheid en complexiteit van dit risico versterken gevoelens van onzekerheid.
Sterke stijging
De dreiging neemt snel toe door: q Meer cyberactiviteiten q Snelle ontwikkeling van AI en quantumtechnologie q Tekort aan cybersecurityspecialisten q Groeiende afhankelijkheid van digitale systemen
Onduidelijk
Er is veel kennis bij organisaties zoals NCSC, CERT’s en private partijen. Toch is er een tekort aan experts, en blijven kwetsbaarheden in ketens en verouderde systemen vaak onzichtbaar. Veel organsiaties zijn onvoldoende voorbereid.
Kennis(on)zekerheid
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 35
Extreme regenval
4.2.5 Extreme regenval Bij extreme regenval komt er in korte tijd heel veel neerslag, of juist langdurig veel regen. Meestal leidt dit niet tot een grote ramp, maar wateroverlast komt wel vaak voor. De riolering kan ongeveer 20 millimeter neerslag per uur verwerken. Daarnaast helpen andere systemen bij het opvangen en afvoeren van water. Bij zeer zware buien of langdurige neerslag
is die capaciteit onvoldoende en blijft water staan. In Rotterdam en Zuid-Holland regent het vaak langer en meer dan in andere delen van Nederland. Dat komt door de ligging aan zee en doordat steden warmte vasthouden (waardoor buien kunnen aanhouden of zich versterken). In de herfst valt er vooral meer regen in de kustgebieden.
Scoringstabel Beoordelingscriterium
Incident met gevaarlijke stoffen in de woonomgeving 4.2.6 Incident met gevaarlijke stoffen in de woonomgeving Gevaarlijke stoffen komen niet alleen voor in industrie of transport, maar ook in woningen. Denk aan stoffen die vrijkomen bij het gebruik van gas, schoonmaakmiddelen of nieuwe energietoepassingen zoals waterstof. Hoewel het vaak om kleine hoeveelheden gaat, kunnen deze stoffen risico’s opleveren voor de gezondheid en
Scoringstabel Score
Waarschijnlijkheid Mogelijk
Ramppotentieel Ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties)
Toelichting
Beoordelingscriterium
Experts van waterschappen en gemeenten vinden maandelijks extreme regen in de zomermaanden voorstelbaar. Piekbuien geven lokaal grote schade; langdurige regen zet het watersysteem in stad en land onder druk. KNMI-scenario’s bevestigen deze trend.
Waarschijnlijkheid
Hoewel in onze regio tot nu toe geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen door extreme regen, is de potentiële schade groot: ondergelopen parkeergarages en bedrijfspanden, uitval van metro’s, schade aan cultureel erfgoed en verstoring van bedrijfsprocessen. Gemeente Rotterdam schat bij een zwaar scenario de schade op > € 800 miljoen.
3 tot 4 effecten
Mogelijke directe gevolgen zijn uitval/verstoring van elektriciteitsvoorziening, wegvervoer, spoorvervoer, uitval/verstoring gas-/ warmtevoorziening.
Hoog
Directe slachtoffers zijn zeldzaam, maar indirecte impact kan groot zijn: mensen die vastzitten in ondergelopen gebouwen en hulpdiensten die vertraging oplopen.
Score
Toelichting
Waarschijnlijk
Ramppotentieel Ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties)
Subjectieve veiligheid Zorgen/angst
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Duidelijk
Beleving verschilt per wijk. In gebieden met eerdere wateroverlast is de risicoperceptie hoog. Elders is bewustzijn lager. De Risico- en Crisisbarometer toont zorgen over extreem weer, maar niet specifiek over extreme regen. Daarom is op basis van input van waterschappen en gemeenten gescoord op ‘zorgen’. Door klimaatverandering worden buien heviger en vaker. Tegelijk zijn er maatregelen, zoals klimaatstresstesten om kwetsbare gebieden voor extreme regenval, droogte, hitte en overstroming te bepalen. Het risico blijft daarmee dynamisch.
In de regio komen regelmatig incidenten voor waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen in woonwijken, zoals gas- of CO- en incidenten met waterstof. Het risico is structureel aanwezig. De meeste incidenten zijn klein, maar een groot incident met gas of waterstof kan leiden tot doden, evacuaties en langdurige schade aan woningen. Ook de leefomgeving en vitale voorzieningen kunnen zwaar worden getroffen. Mogelijke gevolgen zijn brand gebouw, instorting en maatschappelijke onrust.
3-4 effecten
Fysieke veiligheid (impact)
Jaarlijks vallen slachtoffers door blootstelling aan gevaarlijke stoffen in huis, zoals bij koolmonoxidevergiftiging. Hoewel het aantal doden beperkt is, is de impact op gezondheid en veiligheid aanzienlijk.
Middel
Fysieke veiligheid (impact)
36 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
veiligheid van bewoners. Binnen dit thema vallen chemische, biologische en radiologische stoffen. De indeling is gebaseerd op het mogelijke gevaar voor mensen, ongeacht de hoeveelheid of het etiket. In woonwijken ontbreekt vaak de kennis en alertheid die in professionele omgevingen wel aanwezig is. Daardoor kunnen bewoners onbedoeld worden blootgesteld of incidenten veroorzaken.
Subjectieve veiligheid Weinig zorgen/angst
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Bekend
Na incidenten ervaren bewoners stress en wantrouwen, vooral als er herhaaldelijk iets misgaat in dezelfde buurt. Gemeenten merken dat bewoners zich onveilig voelen en elkaar minder vertrouwen. Nieuwe energietoepassingen zoals waterstof, verouderde gebouwen en meer gebruik van huishoudelijke chemicaliën vergroten het risico. Experts zien een duidelijke stijgende trend. De eigenschappen en effecten van gevaarlijke stoffen zijn goed bekend. De onzekerheid zit vooral in het gebrek aan signalering en bewustzijn bij bewoners, niet in de technische kennis zelf.
Organisaties hebben goede modellen en stresstesten. Exacte locatie, timing en samenloop blijven lastig te voorspellen. De menselijke factor (hoe mensen reageren) zorgt voor extra onzekerheid.
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 37
Incidenten bij wegvervoer
Maatschappelijke onrust
4.2.7 Incidenten bij wegvervoer
4.2.8 Maatschappelijke onrust
Wegvervoer gaat over het vervoer van personen en goederen over de weg, met voertuigen zoals auto’s, vrachtwagens, bussen en motoren. Het risico heeft betrekking op ongevallen die kunnen leiden tot letsel of dodelijke slachtoffers, schade aan infrastructuur, verlies van lading of gevaar voor het milieu en omstanders.
Maatschappelijke onrust ontstaat wanneer groepen mensen zich zorgen maken over hoe het gaat in de samenleving. Dit kan komen door gevoelens van onzekerheid, angst of ontevredenheid. In rapporten gebruiken wordt dit verschijnsel ook wel omschreven als spanningen, polarisatie of onvrede. Onderzoekers vinden het lastig om precies te definiëren wat maatschappelijke
Scoringstabel
Scoringstabel
Beoordelingscriterium
Score
Waarschijnlijkheid Zeer waarschijnlijk
Ramppotentieel
Toelichting
Beoordelingscriterium
In 2024 vielen in Nederland 675 verkeersdoden, waarvan een groot deel in stedelijke gebieden zoals Rotterdam. Jaarlijks belanden zo’n 130.000 mensen op de spoedeisend hulp door verkeersongevallen. Door het intensieve verkeer, met veel vrachtvervoer van en naar de haven, is het risico structureel en dagelijks aanwezig.
Waarschijnlijkheid
Cascade-effecten (kettingreacties)
Mogelijke gevolgen zijn brand gebouw of gevaarlijke stoffen in de woonomgeving. 1-2 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Zeer hoog
Subjectieve veiligheid Weinig zorgen/angst
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Duidelijk
38 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Wegvervoer zorgt voor de meeste dodelijke slachtoffers in de regio. In 2024 kwamen 220 mensen om in auto’s en 246 op de fiets, vaak in botsingen met gemotoriseerd verkeer. De impact op fysieke veiligheid is dus zeer hoog. Slechts 1% van de bevolking maakt zich zorgen over verkeersongevallen, blijkt uit de Risico- en Crisisbarometer. Mensen voelen zich over het algemeen veilig in het verkeer, ondanks het reële risico. Er is sprake van gewenning en acceptatie. De verkeersdrukte groeit, net als het bestel- en vrachtwagen en elektrische voertuigen. Ook de energietransitie verhoogt het risico, bijvoorbeeld door transport van waterstofdragers en ammoniak. Het risicobeeld verandert snel, vooral in stedelijke gebieden. Er is veel kennis en data beschikbaar via onder andere Rijkswaterstaat, SWOV en BRON. De risico’s zijn goed onderzocht, maar menselijk gedrag blijft een onvoorspelbare factor.
Toelichting
Waarschijnlijk
Ramppotentieel
De meeste ongevallen zijn kleinschalig, maar een botsing met een bus of meerdere voertuigen kan leiden tot doden, evacuaties of langdurige afsluiting van wegen en tunnels. Zulke incidenten komen af en toe voor.
Ernstig
Score
onrust is, maar meestal ontstaat het wanneer mensen het gevoel hebben dat er iets fundamenteel mis is in de samenleving. Maatschappelijke onrust wordt een veiligheidsrisico wanneer deze gevoelens zich vertalen in acties, bijvoorbeeld demonstraties of confrontaties.
Ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties)
Maatschappelijke onrust komt regelmatig voor in de regio, bijvoorbeeld in de vorm van demonstraties, protestacties of online mobilisatie. De frequentie is hoog en bij dergelijke bijeenkomsten vallen maandelijks slachtoffers. Hoewel maatschappelijke onrust zelden leidt tot fysieke rampen, kan de schade groot zijn. Denk aan blokkades van spoor of haven, of beschadiging van cultureel erfgoed, met economische schade die kan oplopen tot miljoenen euro’s. Langdurige onrust tast bovendien het vertrouwen in overheid en instituties aan. Afhankelijk van de locatie: verstoring vitale voorzieningen.
1 tot 2 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Laag
Subjectieve veiligheid Veel zorgen/angst
Beweeglijkheid Sterke stijging
Kennis(on)zekerheid Bekend
De meeste incidenten zijn kleinschalig, maar opgeteld kunnen ze leiden tot confrontaties met hulpdiensten of letsel bij deelnemers. De impact op fysieke veiligheid blijft beperkt, maar is niet te negeren. Volgens de Risico- en Crisisbarometer (voorjaar 2024) maakt 28% van de bevolking zich zorgen over spanningen tussen bevolkingsgroepen. Zulke onrust tast het gevoel van veiligheid en samenhang aan. De trend is sterk stijgend. Het aantal demonstraties en escalaties is de laatste jaren fors toegenomen. Ook de impact groeit, bijvoorbeeld door blokkades van wegen, havens en distributiecentra. Online mobilisatie versterkt deze ontwikkeling. Er is veel kennis beschikbaar bij de NCTV, gemeenten en politie. Toch blijft maatschappelijke onrust moeilijk te voorspellen, door de invloed van sociale media, internationale ontwikkelingen en plotselinge escalaties.
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 39
Overstroming binnendijks (primaire keringen) 4.2.9 Overstroming binnendijks (primaire keringen) De regio Rotterdam-Rijnmond is omringd door water: de kust en het havengebied, het Haringvliet en rivieren als de Nieuwe Waterweg, Oude Maas, Spui, Nieuwe Maas, Noord Hollandse IJssel en de Lek. Een groot deel van de regio ligt binnendijks, beschermd tegen hoogwater vanuit zee en rivieren door primaire
waterkeringen: duinen, dijken, dammen, sluizen en stormvloedkeren. Er zijn ook buitendijkse gebieden die niet door primaire waterkeringen zijn beschermd tegen hoge rivierstanden. Een klein deel van de buitendijkse gebieden ligt bovendien buiten de bescherming van stormvloedkeringen tegen hoge waterstanden vanuit de Noordzee. Met dijkdoorbraak bedoelen we: het falen van een primaire waterkering, waardoor binnendijkse gebieden overstromen.
Scoringstabel Beoordelingscriterium
4.2.10 Overstroming binnendijks (regionale keringen) Regionale waterkeringen beschermen het land tegen overstromingen vanuit kleinere wateren, zoals boezems, kanalen en regionale rivieren. In de regio Rotterdam-Rijnmond zijn deze keringen belangrijk voor de bescherming van woonwijken, landbouw-
gebieden en infrastructuur. Door klimaatverandering, bodemdaling en verstedelijking komen deze keringen steeds meer onder druk te staan. Ze zijn bovendien gevoeliger voor droogte, graafschade door bevers en verstoring door kabels en leidingen.
Scoringstabel Score
Waarschijnlijkheid Zeer onwaarschijnlijk
Ramppotentieel Catastrofaal
Cascade-effecten (kettingreacties) 7 of meer effecten
Fysieke veiligheid (impact) Zeer laag
Subjectieve veiligheid Veel zorgen/angst
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Duidelijk
40 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Overstroming binnendijks (regionale keringen)
Toelichting
Beoordelingscriterium
Volgens de normering in de Omgevingswet liggen de overstromingskansen van dijktrajecten in onze regio tussen eens per 200 en eens per 100.000 jaar. Door strenge normen en beheer is de kans op een dijkdoorbraak zeer klein, maar het blijft een reëel scenario in risicobeoordelingen.
Waarschijnlijkheid
Een doorbraak van een primaire kering kan leiden tot grootschalige overstroming, mogelijk honderden doden, massale evacuatie, schade aan cultureel erfgoed en langdurige ontwrichting van vitale processen.
Ramppotentieel
Mogelijke gevolgen zijn uitval vitale infrastructuur, maatschappelijke onrust, instorting, verstoring zorgcontinuïteit, infectieziekten en gevaarlijke stoffen.
Cascade-effecten (kettingreacties)
De gevolgen kúnnen extreem zijn, maar de kans op optreden is klein. Extra bescherming van genormeerde dijktrajecten van primaire waterkeringen komt van stormvloedkeringen (bij storm vanuit de Noordzee) en door de mogelijke inzet van de Waterberging Volkerak-Zoommeer bij extreem hoogwater op de rivieren en het Haringvliet.
Er is veel theoretische kennis en modelinformatie, maar weinig praktijkervaring met grootschalige dijkdoorbraken. Daardoor zijn de operationele gevolgen niet volledig te overzien.
Toelichting
Mogelijk
Zeer ernstig
3–4 effecten
Fysieke veiligheid (impact)
De kans op een doorbraak is groter dan bij primaire waterkeringen, omdat regionale keringen lagere normen hebben. De gevolgen zijn wel veel kleiner. Droogte, beveractiviteit en overbelasting vergroten de kans op schade of falen. In de regio zijn al kwetsbare trajecten bekend. Een doorbraak kan leiden tot lokale overstroming met grote schade aan woningen, infrastructuur en vitale voorzieningen. De impact blijft beperkt tot het getroffen gebied, maar kan daar zwaar zijn. Mogelijke effecten zijn uitval/verstoring verkeer en vervoer, uitval/verstoring nutsvoorzieningen en maatschappelijke onrust.
Middel
Er kunnen gewonden vallen, vooral bij een evacuatie bij overstromingsdreiging of plotseling falen van een regionale kering. Dodelijke slachtoffers zijn zeldzaam, maar niet uitgesloten. Financiële schade kan aanzienlijk zijn.
Veel zorgen/angst
In onderzoek naar de veiligheidsbeleving bij overstromingen binnendijks wordt geen onderscheid gemaakt tussen regionale en primaire keringen. Ongeveer 14-15% van de mensen maakt zich zorgen over dit regio.
Subjectieve veiligheid
14–15% van de bevolking maakt zich zorgen over binnendijkse overstroming. In onderzoek naar veiligheidsbeleving scoort dit risico hoog als zorgpunt. Door verstedelijking, economische groei en klimaatverandering neemt de potentiële impact toe, ook al blijft de kans laag.
Score
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Duidelijk
Klimaatverandering, bodemdaling en verstedelijking vergroten het risico. Ook wordt er meer gebouwd in kwetsbare gebieden. De technische kennis over regionale keringen is goed, maar lokale verschillen en menselijk handelen maken het risico complex. Goed onderhoud en monitoring blijven noodzakelijk.
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 41
Pandemie
4.2.11 Pandemie Een pandemie is een wereldwijde uitbraak van een infectieziekte die zich snel verspreidt onder mensen in meerdere landen en continenten. Dit gebeurt wanneer een nieuw en besmettelijk virus of bacterie zich verspreidt onder mensen die daar nog geen of weinig weerstand tegen hebben. Een pandemie verschilt van gewone infectieziekten
door de omvang, snelheid en maatschappelijke ontwrichting die ze veroorzaakt. Er is voor gekozen om pandemie apart te behandelen en niet onder infectieziekten bij mensen te plaatsen, omdat dit de score van dat thema onevenredig zou beïnvloeden.
Scoringstabel Beoordelingscriterium
Incident bij productie en opslag van gevaarlijke stoffen 4.2.12 Incident bij productie en opslag van gevaarlijke stoffen Ongevallen bij de productie of opslag van gevaarlijke stoffen (ook wel stationaire chemische ongevallen genoemd) zijn incidenten waarbij gevaarlijke chemische stoffen vrijkomen tijdens productie, opslag of verwerking op een vaste locatie. Het kan gaan om brandbare, explosieve of giftige stoffen die in de
Scoringstabel Score
Waarschijnlijkheid Onwaarschijnlijk
Ramppotentieel Catastrofaal
Cascade-effecten (kettingreacties) 5-6 effecten
Fysieke veiligheid (impact)
Toelichting
Beoordelingscriterium
Pandemieën komen zelden voor, maar sinds COVID-19 is de kans toegenomen. Hogere bevolkingsdichtheid, intensieve mens-diercontacten en wereldwijde mobiliteit vergroten het risico op nieuwe uitbraken.
Waarschijnlijkheid
Een pandemie kan de samenleving langdurig ontwrichten. Denk aan massale sterfte, overbelasting van de zorg, economische schade en verstoring van vitale processen. De coronacrisis heeft dit bevestigd. Mogelijke effecten zijn verstoring zorgcontinuïteit, maatschappelijke onrust, polarisatie, verstoring van meerdere vitale voorzieningen tegelijk.
Zeer hoog
De gevolgen voor de gezondheid zijn zeer hoog. Veel mensen worden ziek of overlijden, er is langdurige psychische en maatschappelijke impact. De verstoring van het dagelijks leven houdt vaak nog lang aan na de pandemie.
Extreem veel zorgen
In de beginfase is er vaak grote onzekerheid en angst. Naarmate meer bekend wordt over het virus, verandert de beleving. Mensen kunnen het risico zowel onderschatten als overschatten, afhankelijk van de situatie en de communicatie.
Subjectieve veiligheid
Beweeglijkheid Stijging
Score
Toelichting
Waarschijnlijk
Ramppotentieel Zeer ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties) 3-4 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Middel
Subjectieve veiligheid
Onduidelijk
Er is veel kennis over maatregelen en beleid, maar bij nieuwe virussen blijft er grote onzekerheid over verspreiding, ernst en gedrag. Vooral in de eerste fase van een uitbraak is die onzekerheid groot.
Een groot incident kan leiden tot massale evacuaties, langdurige milieuschade en economische ontwrichting. Vooral in dichtbevolkte of kwetsbare gebieden zoals de Botlek kan de impact groot zijn. Mogelijke gevolgen zijn: brand gebouw, verspreiding van gevaarlijke stoffen in de woonomgeving, explosie en chronidsch blootstelling aan (zeer) zorgwekkende stoffen. Volgens experts overlijden jaarlijks gemiddeld één of meer personen door dit type incident. Daarnaast raken veel mensen gewond of hebben medische zorg nodig. Ook de economische schade is jaarlijks aanzienlijk.
Zorgen/angst
Stijging
Door de energietransitie, het gebruik van nieuwe stoffen (zoals ammoniak als waterstofdrager) en veranderende regelgeving verandert het risicobeeld voortdurend.
Beweeglijkheid
Klimaatverandering, globalisering, intensieve veehouderij en afnemende biodiversiteit vergroten het risico op nieuwe pandemieën. De trend is daarom stijgend.
In 2024 onderzocht het RIVM 15 incidenten bij Seveso-inrichtingen, waarvan 13 met het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Omdat er in deze regio veel van zulke bedrijven zijn, is het risico structureel verhoogd.
Omwonenden zijn zich bewust van de risico’s, zeker bij bedrijven met een zwakke veiligheidsreputatie. Zichtbare incidenten zorgen voor blijvende onrust in de omgeving.
Kennis(on)zekerheid Kennis(on)zekerheid
42 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
lucht vrijkomen, of om milieugevaarlijke stoffen die in de bodem of het oppervlaktewater terechtkomen. Zulke incidenten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, het milieu en de infrastructuur, zowel direct als op de lange termijn.
Bekend
Er is veel technische kennis aanwezig, maar bij ongeveer de helft van de incidenten werden afwijkingen niet opgemerkt of veiligheidsprocedures niet goed gevolgd. Dit wijst op tekortkomingen in de uitvoering en naleving.
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 43
Uitval of verstoring van de afhandeling van verkeer en vervoer 4.2.13 Uitval of verstoring van de afhandeling van verkeer en vervoer Verkeer en vervoer omvatten de verplaatsing van personen en goederen via weg, spoor, water en lucht. Dit risico gaat over verstoringen binnen deze systemen die kunnen leiden tot problemen voor veiligheid, gezondheid, milieu en economie. In de regio Rotterdam-Rijnmond, met zijn haven, wegen,
spoorlijnen en luchthavens, zijn de afhankelijkheden groot. Daardoor kan een verstoring in één modaliteit snel gevolgen hebben voor andere onderdelen van het systeem.
Scoringstabel Beoordelingscriterium
4.2.14 Uitval of verstoring van de elektriciteitsvoorziening De elektriciteitsvoorziening is een vitaal proces waar steeds meer onderdelen van de samenleving van afhankelijk zijn. Door de energietransitie wordt het systeem bovendien complexer. Als de stroom uitvalt, kunnen allerlei processen stilvallen, van industriële productie tot transport en communicatie. Ook vitale diensten
zoals gezondheidszorg en waterbeheer kunnen ernstig worden verstoord. Dit brengt risico’s met zich mee voor veiligheid, gezondheid en maatschappelijke continuïteit. Zo kan bijvoorbeeld ook de bevoorrading van andere vitale processen stil komen te liggen.
Scoringstabel Score
Waarschijnlijkheid Mogelijk
Ramppotentieel Zeer ernstig
Cascade-effecten (kettingreacties) 3-4 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Hoog
Subjectieve veiligheid Weinig zorgen/angst
Beweeglijkheid Stijging
Kennis(on)zekerheid Duidelijk
44 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Uitval of verstoring van de elektriciteitsvoorziening
Toelichting
Beoordelingscriterium
Volgens experts van gemeente Rotterdam, Rijkswaterstaat en de VRR is grootschalige uitval van verkeerssystemen zeldzaam. Kleine verstoringen komen regelmatig voor, bijvoorbeeld door incidenten of extreem weer. Door digitalisering en militaire of hybride dreigingen neemt de kans op gelijktijdige uitval van meerdere modaliteiten toe.
Waarschijnlijkheid
De impact van verstoring is groot. De regio kent alle vervoersmodaliteiten en is een belangrijk logistiek knooppunt. Uitval van belangrijke verbindingen kan leiden tot vertraging van hulpdiensten, grote economische schade en maatschappelijke ontwrichting. Een ochtendspits van 1000 km file kost volgens onderzoek van de Universiteit van Antwerpen ruim 3 miljoen euro per minuut. Mogelijke gevolgen zijn incident wegvervoer/spoorvervoer, incident wegvervoer gevaarlijke stoffen, verstoring zorgcontinuïteit, scheepvaart. Hoewel directe dodelijke slachtoffers zeldzaam zijn, is de impact op fysieke veiligheid groot. Ongevallen met gevaarlijke stoffen, vertraging van medische hulp of ongevallen in tunnels en op bruggen kunnen ernstige gevolgen hebben.
Er is veel data beschikbaar over verkeersstromen en incidenten. Gemeente Rotterdam en Rijkswaterstaat melden dat de kennis over risico’s goed is, maar bij de Brandweer lopen de inschattingen uiteen van laag tot hoog.
Toelichting
Waarschijnlijk
Ramppotentieel Catastrofaal
Cascade-effecten (kettingreacties) 7 of meer effecten
Fysieke veiligheid (impact) Middel
Subjectieve veiligheid Veel zorgen/angst
Burgers ervaren vooral hinder, maar maken zich meestal weinig zorgen over het risico. Het leeft beperkt in de samenleving. Het risico neemt toe door bevolkingsgroei, intensiever verkeer, verouderde infrastructuur, cyberdreigingen, onderhoudsachterstanden, digitalisering en militaire en hybride dreigingen.
Score
Beweeglijkheid Sterke stijging
Kennis(on)zekerheid Bekend
Volgens experts stijgt de kans op stroomuitval. De landelijke risicoanalyse noemt dit risico ‘waarschijnlijk’. Recent hebben zich verschillende GRIP-incidenten voorgedaan door uitval. Netcongestie en de groeiende afhankelijkheid van elektriciteit maken het systeem kwetsbaarder. De gevolgen van grootschalige stroomuitval zijn groot. Omdat er geen volledige compartimentering is, kunnen meerdere vitale processen tegelijk uitvallen. Langdurige uitval kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting, grote economische schade en verstoring van essentiële diensten. Mogelijk: uitval/verstoring data- en telecommunicatie, uitval/verstoring rioolwaterzuiveringsvoorziening, uitval/ verstoring afhandeling verkeer en vervoer, uitval/verstoring afvalverwerking, uitval/verstoring gas- en warmtevoorziening, productie en opslag gevaarlijke stoffen, verstoring zorgcontinuïteit, maatschappelijke onrust, cyberincident. Er vallen zelden directe slachtoffers, maar indirecte risico’s zijn onderkoeling, uitval van medische apparatuur of gevaarlijke situaties in verkeer en industrie. De druk op hulpdiensten neemt toe en gezondheidsschade kan oplopen. Uit de Veiligheidsmonitor 2017 blijkt dat 23% van de Nederlanders zich zorgen maakt over stroomuitval. De plotselinge zichtbaarheid van het effect (donkere straten, stilvallend openbaar vervoer) zorgt voor angst en onzekerheid, vooral bij kwetsbare groepen.
De beweeglijkheid neemt duidelijk toe. Door de energietransitie, decentralisatie van productie, digitalisering en netcongestie groeit de kans op uitval. Experts verwachten dat dit tot minstens 2040 een structurele uitdaging blijft. Netbeheerders hebben goed zicht op de infrastructuur en risico’s. De oorzaken van uitval zijn bekend, maar de gevolgen zijn complex en afhankelijk van lokale omstandigheden. Het versterken van het netwerk wordt bemoeilijkt door ruimtegebrek en maatschappelijke weerstand. REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 45
Uitval of verstoring van data- en telecommunicatie 4.2.15 Uitval of verstoring van data- en telecommunicatie Telecommunicatie is een essentieel onderdeel van de vitale infrastructuur in Nederland. Het gaat om de overdracht van informatie via kabels, glasvezel of ether. Een telecomverstoring ontstaat wanneer die overdracht niet meer mogelijk is tussen ontvanger en verzender. Dat kan gebeuren bij stroomuitval, waardoor
zendmasten uitvallen en mobiel bellen of internetten in een gebied onmogelijk wordt. Omdat alle sectoren afhankelijk zijn van telecommunicatie, kan een storing snel grote gevolgen hebben.
5 / Bijlagen
5.1
Bijlage 1 – Gebruikte scoringsmethodiek (verkort)
1. Waarschijnlijkheid (kans op optreden) Hiermee wordt bedoeld: hoe groot is de kans dat een belangrijk incident plaatsvindt? Een incident is significant als hulpdiensten moeten ingrijpen, als er gevaar ontstaat voor mensen, of als er grote schade of verstoring optreedt.
Waarschijnlijkheid Zeer onwaarschijnlijk
Onwaarschijnlijk
Mogelijk
Waarschijnlijk
Zeer waarschijnlijk
Kans
Eens per 10 jaar tot eens per jaar
Jaarlijks tot maandelijks
Maandelijks tot dagelijks
Dagelijks of vaker
Scoringstabel Beoordelingscriterium
Score
Toelichting
Waarschijnlijkheid Waarschijnlijk
Ramppotentieel Catastrofaal
Cascade-effecten (kettingreacties) 3-4 effecten
Fysieke veiligheid (impact) Laag
Subjectieve veiligheid Zorgen/angst
Beweeglijkheid Sterke stijging
Kennis(on)zekerheid Duidelijk
46 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Minder dan eens per 10 jaar
Telecomverstoringen komen regelmatig voor, maar providers publiceren geen cijfers. Incidenten variëren van lokale uitval tot landelijke storingen. Zelfs kleine verstoringen kunnen een grote impact hebben. Telecommunicatie is niet gecompartimenteerd zoals het elektriciteitsnet. Bij uitval is er vaak geen noodvoorziening, wat direct gevolgen heeft voor vitale processen. Denk aan bereikbaarheid van hulpdiensten, communicatie in de zorg, logistiek en betalingsverkeer. Grote of langdurige verstoringen kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting en forse economische schade. Mogelijke gevolgen zijn verstoring voedselvoorziening, maatschappelijke onrust, verstoring afhandeling verkeer en vervoer (metro), verstoring zorgcontinuïteit. Er vallen geen directe slachtoffers, maar de gevolgen zijn groot. Mensen kunnen geen hulp inschakelen of systemen gebruiken in noodsituaties. Vooral in hoogbouw, industrie en zorginstellingen kan dat gevaarlijk zijn. Als één provider uitvalt, blijven andere meestal werken; bij volledige uitval geldt het ramppotentieel. Telecomstoringen leiden tot gevoelens van onveiligheid en stress, vooral door onbereikbaarheid van hulpdiensten en onzekerheid over de duur van de storing. De dreiging neemt toe door digitalisering, geopolitieke spanningen en cyberdreigingen. ENISA en NCSC zien meer incidenten en kwetsbaarheden.
De afhankelijkheid van telecom groeit sneller dan de robuustheid van het systeem.
2. Verbondenheid en cascade-effecten (kettingreacties) Hier gaat het om de mogelijkheid dat bij een geloofwaardig worstcasescenario (een ernstig maar realistisch rampscenario) meerdere kettingreacties tegelijkertijd optreden. Zoals bij een overstroming. Het gaat dan om andere risicothema’s die met elkaar verbonden zijn. Het incident kan leiden tot één of meer directe kettingreacties (cascade-effecten).
Directe cascadeeffecten (kettingreacties)
Geen effecten
1 tot 2 effecten
3 tot 4 effecten
5 tot 6 effecten
7 of meer effecten
3. Ramppotentieel (Omvang) Het ramppotentieel (de omvang) laat zien hoe groot de directe gevolgen van een incident kunnen zijn. Het gaat om de mogelijkheid dat één incident uitgroeit tot een ramp.
Ramppotentieel (Omvang) hoogste score van:
Beperkt
Aanzienlijk
Ernstig
Zeer ernstig
Catastrofaal
Doden
0
1
1 - 10
10 - 100
> 100
Burgerjaren verstoring dagelijks leven en/of lichamelijk lijden
< 100
100-7000
7k - 70k
70k - 300k
> 300k
Materiële schade
< 500k
500k - 5mil
5mil - 50mil
50mil - 500mil > 500mil
De technische kennis over telecom is goed ontwikkeld, maar robuuste oplossingen zijn lastig te realiseren. Dat komt door ketenafhankelijkheden, verouderde systemen en beperkte redundantie. De mogelijke gevolgen zijn bekend, maar lastig volledig te beheersen. REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 47
4. Impact (fysieke veiligheid) Hier gaat het om meetbare gevolgen, zoals het aantal doden, gewonden of de schade per tijdseenheid (meestal één jaar) die ontstaat door een incident.
Impact (fysieke veiligheid)
Zeer laag
Laag
Middel
Hoog
Zeer hoog
Doden
0
1
1 - 10
10 - 100
> 100
Burgerjaren verstoring dagelijks leven en/of lichamelijk lijden
< 100
100 - 7k
7k - 70k
70k - 300k
> 300k
Materiële schade
< 500k
500k - 5mil
5mil - 50mil
50mil - 500mil > 500mil
5. Subjectieve veiligheid (risicoperceptie) Dit criterium gaat over hoe burgers het gevaar, risico of incident (in de vorm van een incidenttype) en de veiligheid ervaren. Het laat zien in welke mate mensen zich zorgen maken of angstig zijn over een bepaald risico.
Subjectieve veiligheid
Geen zorgen/ angst
Weinig zorgen/angst
Zorgen/angst
Veel zorgen/ angst
Extreem veel zorgen/angst
Percentage uit bevolkingsonderzoek
0 tot 1%
1 tot 5%
5 tot 10%
10 tot 25%
25% of meer
6. Beweeglijkheid Dit criterium laat zien of een risico toeneemt, afneemt of stabiel blijft. Het helpt bij het bepalen van de aandacht voor risico’s die groeien of juist kleiner worden.
Trend Verandering in trend
Sterke daling
Daling
Stabiel
Stijging
Waarschijnlijkheid Waarschijnlijkheid Geen verandering én impact óf impact nemen af neemt af
Sterke stijging
Waarschijnlijkheid Waarschijnlijkheid óf impact én impact neemt toe nemen toe
7. Kennis (on)zekerheid Dit criterium geeft aan hoe goed het risico wordt begrepen op basis van beschikbare kennis, cijfers en modellen. Het gaat dus niet om de onzekerheid tijdens een incident, maar om hoe goed het risico vooraf kan worden ingeschat.
Kennis(on)zekerheid Indicator beschrijving
48 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Helemaal duidelijk
Duidelijk
Het risico is helemaal duidelijk en goed in te schatten.
Er is voldoende kennis om het risico redelijk goed in te schatten.
Bekend Er is kennis beschikbaar, maar het inschatten lukt niet altijd.
Onduidelijk Er is enige kennis maar het risico is moeilijk te voorspellen.
Helemaal onduidelijk Er is nauwelijks kennis over dit risico.
5.2
Bijlage 2 – Betrokken organisaties
Nr.
Organisatie
1/
Gemeente Rotterdam
2/
Dunea
3/
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
4/
Openbaar lichaam Gezamenlijke Brandweer
5/
Rijksdienst voor cultureel erfgoed
6/
Rijkswaterstaat
7/
Politie
8/
Divisie Havenmeester Rotterdam
9/
Openbaar ministerie
10 /
Gemeente Krimpen aan den IJssel
11 /
Oasen
12 /
Waterschap Hollandse Delta
13 /
Rode Kruis
14 /
Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard
15 /
Veiligheidsregio Haaglanden
16 /
Gemeente Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk (BAR)
17 /
Gemeente Nissewaard
18 /
DCMR Milieudienst Rijnmond
19 /
Gemeente Schiedam
20 /
Gemeente Vlaardingen
21 /
RET
22 /
Gemeente Maassluis
23 /
Stedin
24 /
Ministerie van Defensie
25 /
Evides
26 /
Gemeente Goeree-Overflakkee
27 /
Veiligheidsregio Hollands-Midden
28 /
Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid
29 /
Veiligheidsregio Zeeland
30 /
Nationale Spoorwegen
31 /
ProRail
32 /
Kustwacht
33 /
KPN
34 /
Gasunie
35 /
GGD
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 49
5.3 Bijlage 3 – Overige drivers van de huidige en toekomstige ontwikkeling , met risicoversterkende effecten Nr.
Drivers (1= hoogste score, 21= laagste score)
Definitie driver (invloedfactor)
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling
Nr.
Drivers (1= hoogste score, 21= laagste score)
Definitie driver (invloedfactor)
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling
1.
Klimaatverandering
Klimaatverandering betekent dat het weer op aarde langdurig en sterk verandert. Dat komt vooral door meer broeikasgassen zoals CO2 in de lucht. Deze uitstoot ontstaat door menselijk gedrag, bijvoorbeeld door het gebruik van fossiele brandstoffen, ontbossing en industrie.
1. Polarisatie 2. Verstoring zorgcontinuïteit 3. Extreem weer 4. U itval van vitale voorzieningen 5. Natuurbrand 6. Brand gebouw 7. Brand EOS-accu 8. Plagen 9. Evenementen
1. Stijging 2. Daling
5.
Toename gebruik van Artificial Intelligence (AI)
Artifical Intelligence (AI) is een technologie waarmee computers taken uitvoeren die normaal menselijk denken vereisen, zoals leren, redeneren of herkennen van beelden en taal. AI wordt steeds vaker toegepast, bijvoorbeeld in besluitvorming of beveiliging.
1. Polarisatie 2. Criminaliteit 3. Cyberincidenten 4. Radicalisering 5. Militaire of hybride dreiging
1. Stijging 2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
De Nederlandse zorg krijgt te maken met een tekort aan middelen, personeel en locaties. Daardoor neemt de druk op de zorg toe, zeker door het groeiend aantal mensen met complexe of onbegrepen problemen. De vraag naar zorg past niet meer bij het aanbod.
1. Maatschappelijke onrust 2. Infectieziekten humaan 3. Pandemie 4. Hartstilstand 5. (Poging) tot zelfdoding 6. Verstoring zorgcontinuïteit
1. Stijging 2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging 6. Stijging
6.
Vergrijzing
Vergrijzing betekent dat er meer ouderen zijn in verhouding tot het aantal jongeren. Dat komt doordat mensen langer leven en er minder kinderen worden geboren.
1. Verstoring van zorgcontinuïteit 2. Hartstilstand 3. Vallen 4. Brand gebouw 5. Evenementen
1. Stijging
1. Militaire dreiging 2. U itval van vitale voorzieningen 3. Scheepvaart 4. Wegverkeer 5. Spoorverkeer
1. Stijging 2. Stijging
1. Militaire of hybride dreiging 2. Uitval/verstoring vitale voorzieningen 3. Scheepvaart 4. Maatschappelijke onrust 5. Ondermijning 6. Criminaliteit 7. Pandemie 8. Luchtvaart 9. Wegverkeer 10. Spoorverkeer 11. Cyberincidenten
1. Stijging
Veel bruggen, tunnels, viaducten in Nederland zijn gebouwd in de jaren 50 en 60. Ze raken aan het einde van hun levensduur. Door intensiever gebruik en zwaardere belasting is onderhoud en vervanging hard nodig om veiligheid en bereikbaarheid te garanderen. Elektrificatie betekent dat steeds meer activiteiten (zoals vervoer, industrie en huishoudens) overstappen van fossiele brandstoffen naar elektriciteit. Dit gebeurt om klimaatdoelen te halen en efficiënter met energie om te gaan.
1. Uitval/verstoring elektriciteitsvoorziening 2. V erstoring van openbare orde 3. U itval van vitale voorzieningen 4. M ilitaire of hybride dreiging 5. P aniek in menigten
1. Stijging
Wereldwijde spanningen nemen toe, bijvoorbeeld door oorlogen (zoals in Oekraïne en het Midden-Oosten) conflicten in Azië en verschuivende machtsverhoudingen tussen grote landen en bondgenootschappen zoals NAVO en BRICS (samenwerkingsverband van Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika, Egypte, Ethiopië, Iran, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Indonesië). Er is een groeiend tekort aan arbeidskrachten. Dat komt door vergrijzing en doordat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt niet goed op elkaar aansluiten; er is een verschil tussen wat werkgevers vragen en wat werknemers kunnen.
1. Uitval/verstoring vitale voorzieningen 2. Verstoring openbare orde 3. Hybride dreigingen 4. Verstoring zorgcontinuïteit
1. Stijging
2.
3.
4.
Afname zorgbeschikbaarheid
Veroudering infrastructuur
Elektrificatie
3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging 6. Stijging 7. Stijging 8. Stijging 8. Stijging
7.
3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
50 / VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND
Toename geopolitieke instabiliteit
8.
Toename personeelstekort
2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging 6. Stijging 7. Stijging 8. Stijging 9. Stijging 10. Stijging 11. Stijging
2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2026-2029
/ 51
Nr.
Drivers (1= hoogste score, 21= laagste score)
Definitie driver (invloedfactor)
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling
Nr.
Drivers (1= hoogste score, 21= laagste score)
Definitie driver (invloedfactor)
Op welke risicothema’s heeft de driver invloed volgens de experts
Stijging/daling
9.
Toename polarisatie
De tegenstellingen tussen groepen in de samenleving nemen toe. Daardoor ontstaan spanningen, soms met bedreigende of gewelddadige situaties. Ook kan de scheiding in de samenleving (segregatie) grote worden; mensen van verschillende ras, afkomst, geslacht of klasse worden van elkaar gescheiden door – bijvoorbeeld – dure en goedkope woningen. Sommige groepen gebruiken polarisatie bewust om extremisme aan te wakkeren.
1. Demonstraties 2. V erstoringen openbare orde 3. Maatschappelijke onrust 4. T errorisme, extremisme en radicalisering 5. Evenementen
1. Stijging 2. Stijging
12.
Toename gebruik van waterstof en waterstofdragers
Waterstof wordt steeds belangrijker als schone energiebron ter vervanging van fossiele brandstoffen. De waterstof kan gasvorming of cryogeen vloeibaar opgeslagen/ getransporteerd/toegepast worden of in de vorm van een waterstofdrager zoals ammoniak of een LOHC. Het kan worden gebruikt in transport, industrie en elektriciteitsopwekking. Opslag en vervoer brengen echter veiligheidsrisico’s met zich mee.
1. Scheepvaart 2. Acute vergiftiging 3. Evenementen
1. Stijging 2. Stijging 3. Stijging
13.
Diversificatie mobiliteit en transport
Vervoer verandert snel dankzij nieuwe technologieën zoals elektrische voertuigen, drones en zelfrijdende auto’s. Deze evolutie komt door technologische vooruitgang, milieubewustzijn en veranderende maatschappelijke behoeften. Ook ontstaan meer combinaties van vervoermiddelen, gericht op duurzaamheid, efficiëntie en gebruikersgemak.
1. Scheepvaart 2. Luchtvaart 3. Wegvervoer 4. EOS 5. Ondermijning 6. Criminaliteit 7 Militaire dreiging/hybride dreiging
1. Stijging 2. Stijging 3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging 6. Stijging 7. Stijging
14.
Toename digitalisering
Steeds meer processen en gegevens worden digitaal verwerkt. Dat vergroot de afhankelijkheid van technologie en maakt systemen kwetsbaarder voor storingen of cyberaanvallen. Dit gaat bijvoorbeeld over het gebruik van cloud computing, databases en andere digitale opslag- en verwerkingstechnologieën
1. Uitval/verstoring vitale infrastructuur 2. Scheepvaart 3. Verkeersafhandeling 4. Cyberincidenten 5. Maatschappelijke onrust 6. Evenementen 7. Verstoring zorgcontinuïteit
1. Stijging
3. Stijging 4. Stijging 5. Stijging
10.
Verschuiving economische machtsverhoudingen
De economische macht in de wereld verschuift. Traditionele economische leiders, zoals de Verenigde Staten, krijgen meer concurrentie van opkomende landen en nieuwe valuta, zoals digitale munten.
1. Maatschappelijke onrust 1. Stijging 2. Stijging 2. Polarisatie 3. Stijging 3. Militaire dreiging/hybride dreiging
11.
Toename in gebruik van energieopslagsystemen (EOS)
Energieopslagsystemen (EOS) worden steeds vaker gebruikt, zowel in de industrie als in woongebieden, bijvoorbeeld om zonneen windenergie op te slaan. Ze verbeteren de zekerheid van de energievoorziening, maar brengen ook risico’s met zich mee, zoals brandgevaar.