CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

46. 2024-037665 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2024 en ontwerpbegroting 2025 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.pdf

Gemeenteraad AW 3 juni 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken30.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) zijn GR-en verplicht om een financieringsparagraaf in de begroting en jaarstukken op te nemen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2023, € 23,7 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2023.

41

Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de Wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. De GRJR is in 2023 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.

42

Hoofdstuk 4 VOORLOPIGE JAARREKENING 2023

43

4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand overzicht toont de voorlopig verwachte realisatie 2023, afgezet tegen de gewijzigde begroting 2023. Omdat een tekort van € 50,1 mln. is ontstaan is een extra bijdrage vanuit gemeenten aan de baten toegevoegd waardoor het resultaat € 0 is. In de gepresenteerde bedragen zijn ook zorgkosten meegerekend op basis van voorlopige productieopgaven van aanbieders, waarvoor nog de controlegegevens van gemeenten ontbreken. Het gaat om een bedrag van naar schatting €15 - €20 mln. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is met €18 mln. rekening gehouden, waarvoor naar verwachting nog gemeentelijke toewijzingen zullen volgen.

44

4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage van gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2023 en begrotingswijzigingen 2023. Extra bijdrage deelnemende gemeenten Het tekort van 2023 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten op basis van de verwachte realisatie per gemeente. De definitieve jaarrekening zullen dan nog ontstane kleine verschillen worden afgerekend.

Ook het onzekere deel (productie van aanbieders met missende toewijzingen van gemeenten) is toegerekend op basis van zorgafname per gemeente. Omdat de € 18 mln. waarop dit betrekking heeft voor ca. € 14,5 mln. Rotterdam betreft valt de relatief extra grote tegenvaller (en onzekerheid over deze cijfers) vooral bij deze gemeente. Bij de definitieve jaarstukken moet dit duidelijk zijn. Bijdrage Rijk Proeftuin kind- en gezinsbescherming Deze bijdrage van het rijk is als reserve opgenomen op de balans. Uit deze reserve is een bedrag opgenomen ter dekking van de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Overige baten

45

Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2023 uit het schatkistbankieren. Bijdrage overig Dit betreft ontvangen vergoedingen in het kader van de transformatie JeugdhulpPlus. Lasten Zorgkosten van pleeghulp tot en met crisishulp (opdrachten A tot en met F), de subsidies aan de GI’s en VTRR en overige opdrachten (H en I). De grootste verschillen betreffen de kosten in opdrachten B, D, E en LTA. Voor de ontwikkelingen binnen de opdrachten in 2023 wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2. Overzicht Overhead Tot de overhead worden die kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden. De verwachte voorlopige realisatie 2023 is € 0,1 mln. lager dan de begroting.

Overhead

Begroting 2023

Voorlopige verwachte Realisatie 2023

Verschil begroting vs. realisatie 2023

Organisatiekosten GR Werk en onderzoek Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Bankkosten

€ 4.132.000 € 324.000 € 161.000 € 186.000 €0 €4.803.000

€ 4.085.000 € 195.000 € 159.000 € 188.000 € 2.000 € 4.629.000

€ 46.000 € 129.000 € 2.000 - € 1.000 - € 2.000 € 174.000

Totaal

Projectbudget Inkoop en Implementatie Kosten gemaakt bij het project Inkoop en Implementatie zijn door de gemeente Rotterdam gedragen en door de GRJR vergoed. Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de reserve en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting, zie paragraaf 4.5.

Overlopend resultaat

46

Het overlopend resultaat 2023 is per saldo € 4,9 mln. Het gaat hier niet om verschillen door eindafrekeningen met zorgaanbieders. Dat was in eerdere jaarrekeningen nog vaak het geval maar is door aanscherping van de eindafrekeningsprocessen niet meer aan de orde. Het betreft de volgende punten: • € 3,6 mln. incidentele kosten transformatie JH+ over 2022, die pas na jaarrekening 2022 zijn geaccepteerd; • € 1,2 mln. kosten voor specialistische ambulante hulp die volgens informatie bij de opstelling van jaarrekening 2022 zouden worden vergoed uit de SPUK Acute Dienst GGZ (en dus niet via de GRJR om dubbele vergoeding te voorkomen). Deze SPUK was door het rijk via Rotterdam beschikbaar gesteld aan de betreffende aanbieder in het kader van de wachttijdbestrijding. Uit vergelijking van verantwoordingen op het GRJR-contract en de SPUK kwam na jaarrekening vast te staan dat de aanvankelijke dubbeltelling niet was opgetreden en dit bedrag voor rekening van GRJR kwam; • € 0,4 mln. landelijk ingekochte zorg (LTA) nakomende verantwoordingen; • € 0,4 mln. buitenregionale plaatsingen nakomende informatie uit andere regio’s; • € 0,3 mln. jeugdbescherming verschil op afwikkeling subsidies; • -/- € 1,0 mln. voordelige afwikkeling eindafrekeningen. Structureel/Incidenteel Lasten

Begroting na wijziging 2023

Voorlopige verwachte Realisatie 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023

Structureel Incidenteel Totaal

€ 276.731.000 € 1.896.000 € 278.627.000

€ 323.818.000 € 6.945.000 € 330.764.000

-€ 47.087.000 -€ 5.049.000 -€ 52.136.000

Het structurele tekort zit met name bij opdracht B (opname), D (daghulp), opdracht E (ambulante hulp) en bij de LTA-aanbieders. Bij de structurele tekorten wordt de begroting voor 2024 e.v. daarop aangepast. Daarnaast zit er in de incidentele lastenbegroting: 1) Overlopend resultaat van ad € 4,9 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is € 0. 2) Transformatiefonds zijn incidentele lasten € 1,4 mln., begroting is € 1,6 mln. Per saldo zit er binnen de incidentele lasten een tekort van € 4,6 mln. in 2023.

47

Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld Taakveld begroot

Baten

Lasten

Saldo

6.72 - Maatwerkdienstverlening 18-

€ 213.823.000

€ 213.823.000

€0

6.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+

€ 53.410.000 € 9.711.000

€ 53.410.000 € 9.711.000

€0 €0

Totaal begroot 2023

€ 276.944.000

€ 276.944.000

€0

Taakveld realisatie

Baten

Lasten

Saldo

6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 18-

€ 262.846.000 € 56.490.000

€ 262.846.000 € 56.490.000

€0 €0

6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal realisatie 2023

€ 9.580.000 € 328.916.000

€ 9.580.000 € 328.916.000

€0 €0

Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de jaarrekening 2023 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden.

48

4.3 Balans ACTIVA

31-12-2023

31-12-2022

2.030.000 24.453.000

28.377.000 9.217.000

2.305.000 51.640.000 4.116.000 0

4.280.000 435.000 17.236.000 0

1.902.000

1.553.000

TOTAAL

86.447.000

61.098.000

PASSIVA

31-12-2023

31-12-2022

0 0

0 0

5.049.000

1.057.000

Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds (nog te declareren + vast te stellen subsidies) Meer samen doen in crisis Gezamelijke verantwoordelijkheid voor kinderen en ouders Doorbraak en Versterken Zorgbemiddeling Proeftuin kind- en gezinsbescherming Overige vooruitontvangen bedragen

80.909.000 0 0 0 167.000 322.000 0

59.238.000 0 0 0 167.000 637.000 0

TOTAAL

86.447.000

61.098.000

VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Vooruitbetaalde bedragen LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi

VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat

VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden

OVERLOPEND PASSIVA

Conform het BBV zijn de te betalen bedragen aan zorginstellingen bij de overlopende passiva opgenomen. Ze vallen onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.

49

4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin dertien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR.

De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd.

50

4.5 Toelichting op de balans Toelichting op de balans activa per 31 december 2023

Vorderingen op openbare lichamen Dit saldo van € 2 mln. bestaat uit twee delen. Hiervan is € 1,5 mln. een eindejaar boeking en facturatie aan de deelnemende GRJR-gemeenten met betrekking tot doorbelasting doorschuif BTW 2023. Daarnaast € 0,5 mln vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2023, exclusief extra inleg van € 50,1 mln. m.b.t. het jaarrekeningresultaat. Hieronder een specificatie van de vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2023, exclusief extra inleg van € 50,1 mln. m.b.t. het jaarrekeningresultaat.

Rekeningcourant met het rijk & Schatkistbankieren Ultimo 2023 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 24,5 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat het kabinet in het verleden het schatkistbankieren heeft ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 4,8 mln. worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2023 zijn geen overschrijdingen geweest en is het drempelbedrag het gehele jaar ongewijzigd gebleven. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal.

51

Te vorderen bedragen zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan inwoners van de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 2,3 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit:

Specificatie vorderingen zorginstellingen

op

Bedrag

Vorderingen 2023

€ 2.000.000

Vorderingen 2022 Totaal

€ 300.000 € 2.300.000

Vorderingen 2023 Dit bedrag van ruim € 2,0 mln. en betreft het nog terug te vorderen saldo voor prestaties door zorginstellingen in 2023. Dit is op basis van de voorlopige productieopgaven van de zorgaanbieders. Overige vorderingen Per jaareinde stond hier een bedrag van € 51.6 mln. bestaande uit: 1. Extra bijdrage jaarrekening resultaat van € 50,1 mln., zie paragraaf 4.2 extra bijdrage deelnemende gemeenten. 52

2. Diverse overige vorderingen van € 1,5 mln. waarvan schatkistbankieren rekeningcourantrente ad. € 0,5 mln en € 0,2 mln Gemeente Rotterdam Projectbudget. Per jaareinde stond er daarnaast nog een bedrag van € 0,8 mln bestaande uit vijf posten. Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Ultimo 2023 staat er voor € 4,1 mln. open aan liquiditeitsborgen. Dit bedrag is een behoorlijk lager van eind 2022. In 2022 zijn de aanbieders hun betalingsverplichtingen nagekomen conform de afspraken. De liquiditeitsborgen (€ 4,1 mln.) zijn verstrekt aan zorgaanbieders die zijn voorgefinancierd vanwege hun penibele liquiditeitspositie. Dit betreffen met name recentere verstrekte liquiditeitsborgen. Vooruitbetaalde bedragen Dit bedrag is eind 2023 € 0. Transformatiefonds (Rijksbijdrage) De afwikkeling van de bijdrage transformatiefonds van de rijksoverheid (waaruit tot 2022 transformatieprojecten werden betaald) is afgerond en het bedrag is eind 2023 € 0. Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo 2023 van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 1,9 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido / schatkistbankieren.

53

Toelichting op de balans passiva per 31 december 2023

Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment dertien gemeenten deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, en tegelijkertijd wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 2022 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR Jeugdhulp namens 13 gemeenten in de regio Rijnmond uitvoert en de lasten verdeelt over de 13 gemeenten. GRJR beoogt geen positief resultaat te hebben. Eventuele tekorten of positieve resultaten worden over de 13 gemeenten verdeeld. Gerealiseerd resultaat In 2023 heeft GRJR een negatief resultaat behaald van € 50,1 mln. Zoals gebruikelijk wordt dit negatieve resultaat verrekend met de deelnemende gemeenten. Het gerealiseerd resultaat is hierdoor nul. Overige schulden Ultimo 2022 staat er voor € 5,0 mln. open aan overige schulden. Dit bestaat uit een crediteurensaldo per 31-12-2023 ad € 3,7 mln. en een saldo ad € 1,3 mln. nog te betalen verplichtingen zorgcontinuïteit. Te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen ad € 80,9 mln.

54

Specificatie verplichtingen op zorginstellingen

Bedrag

Verplichtingen 2023

€ 75.146.000

Verplichtingen 2022

€ 4.173.000

Verplichtingen 2021 Totaal

€ 1.590.000 € 80.909.000

Verplichtingen 2023 Dit bedrag van € 75,1 mln. betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2023 op basis van de voorlopige productie in de voorlopige jaarrekening 2023. Verplichtingen 2021 en 2022 Najagen van eindafrekeningen 2021 heeft geresulteerd in een lagere balansstand eind 2023 over voorgaande jaren dan in de vorige jaarrekening. De openstaande verplichtingen betreffen nog door aanbieders te declareren kosten. In 2023 is veel aandacht gegaan naar de eindafrekening 2021 met betrekking tot regionale en LTA-aanbieders. Er zijn begin 2024 nog een aantal eindafrekeningen 2021 met zorgaanbieders afgerond. Grootste aandeel in dit openstaande saldo verplichtingen 2021 heeft één aanbieder. Deze zorgaanbieder is gedurende het hele jaar 2023 nog bezig geweest met het declareren van zorg over 2021 bij de gemeenten. Daarna moet dit bij de gemeenten allemaal afgehandeld worden voordat GRJR goedgekeurde declaraties kan betalen over 2021. Dit wordt op weekbasis betaalbaar gesteld vanuit GRJR. De late declaraties en daarmee samenhangende behandeling bij gemeenten zorgt ervoor dat de eindafrekening voor deze aanbieder over 2021 nog niet definitief is afgewikkeld. Doorbraak en versterken zorgbemiddeling De kosten voor het versterken van zorgbemiddeling worden gedekt uit deze reserve en is dan per saldo neutraal in de jaarrekening.

Proeftuin kind en gezinsbescherming Het subsidiebedrag van € 0,8 mln. was ontvangen in 2021. In 2023 is hier voor € 0,3 mln. uitvoering aan gegeven. Het project kent een oorspronkelijke einddatum van 31 december 2022, maar aangezien er in de loop van 2022 een koerswijziging heeft plaatsgevonden, heeft het project vertraging opgelopen en is het verlengd. Conform de BBV-voorschriften is het resterende bedrag opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. Niet uit balans blijkende verplichtingen Onder Niet uit balans blijkende verplichtingen worden die verplichtingen verstaan die in 2023 zijn aangegaan ten behoeve van zorg in 2023 t/m 2028.

55

De totaal in gekochte jeugdhulp GRJR betreft vanaf 2023 nog voor tien gemeenten in Rijnmond. De gemeenten Maasluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) hebben per 1 januari 2023 alle specialistische jeugdhulp zelf ingekocht. Voor de 10 gemeenten staan de meerjarige gunningen voor de inkoop van jeugdhulp vanaf 2023 voor de opdrachten A t/m F bij de zeven systeemaanbieders, zeven prestatieaanbieders en twee aanbieders voor jeugdhulpplus hieronder. NUBBVVerplichtingen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Systeemaanbieders Prestatieaanbieders B, C en E

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€

6.394.000

€

6.394.000

€

6.394.000

€

6.394.000

€

6.394.000

€

6.394.000

Prestatieaanbieders D

€

1.315.000

€

1.315.000

€

1.315.000

€

1.315.000

€

1.315.000

€

1.315.000

Jeugdhulpplus

€

9.407.000

€

6.396.000

Totaal

€ 139.782.000

€ 136.771.000

€ 130.375.000

€ 130.375.000

€ 130.375.000

€ 130.375.000

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2023 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 223.000 per kalenderjaar (2023) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 22.300) voor de voorzitter en 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 33.450) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT. De leden van het algemeen bestuur zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen.

In 2022 hebben er gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden waarvoor er voor en na de verkiezingen (benoemingen vanaf 22 juni 2022) verschillende AB -en DB-leden waren. Dit is dan ook op die manier gepresenteerd in onderstaande tabel.

56

4.7 Gebeurtenissen na balansdatum In het tijdspad van opstellen en vaststellen van de rekening moeten gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, altijd in de jaarrekening worden verwerkt als deze onontbeerlijk zijn voor het inzicht van de gemeenteraad/gebruiker van de jaarrekening bij de vaststelling van de programmarekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten. Binnen GRJR is zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum die hiervoor van toepassing zijn.

57

Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT

58

5. Besluiten 5.1 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings, voorwaarden- en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 15 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken.

Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 986.268. Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

59

5.2 Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 5 april 2024,

Mr. S. Hammer

R. Buijt

Secretaris-directeur

Voorzitter

60

Bijlage A: Voorlopige realisatie op gemeenteniveau

61

Bijlage B: SiSa-verantwoording SiSa staat voor Single information, Single audit. SiSa is de manier waarop gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks verantwoording afleggen over de besteding van specifieke uitkeringen. Het betreft hier een verantwoording van door de GRJR voor het landsdeel Zuidwest gemaakte kosten in het kader van de transformatie JH+. Deze kosten worden mogelijk vergoed uit de SPUK Bovenregionale expertisenetwerken die aan Gemeente Rotterdam is verstrekt. Nadat hierover is besloten zal het bedrag naar rato over de regio’s in het landsdeel worden verdeeld en zal het aandeel voor GRJR (naar verwachting ca. € 1,6 mln.) worden opgenomen in de definitieve jaarrekening 2023.

62

Bijlage C: Informatie voor Derden (Iv3)

63

Ontwerp BEGROTING 2025 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie Controllersoverleg en AOJ op 18 maart 2024

INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING......................................................................................................... 3 Leeswijzer...................................................................................................4 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen. . .5 2. PROGRAMMAPLAN.............................................................................................. 7 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR........................................7 2.2 Kaders voor de GRJR-begroting.......................................................7 2.3 Doelstelling en inzet per opdracht.................................................10 3.PARAGRAFEN....................................................................................................... 22 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing..................................22 3.2 Bedrijfsvoering...................................................................................24 3.4 Rechtmatigheid...............................................................................25 3.3 Financiering......................................................................................27 4. FINANCIËLE BEGROTING.....................................................................................

29 4.3 Financieel perspectief.....................................................................34 4.3 Overige toelichtingen en overzichten...........................................37 5. VASTSTELLINGSBESLUIT........................................................................................ 44

1. Aanbieding Met de begroting 2025 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. Opdracht en ambitie GRJR De gemeenten hebben een gezamenlijke beleidsvisie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen aan de opdracht om te zorgen dat er volgende specialistische jeugdhulp beschikbaar is. Middeleninzet 2025 Bij het bepalen van de benodigde middelen voor de regionale beschikbaarheid van zorg moet rekening worden gehouden met diverse invloedrijke ontwikkelingen. Inhoudelijk: beleidsvisie, inkoop 2023 en ontwikkelopgaven De eerste uitdaging is om met het aanbod inhoudelijk aan te sluiten op de Regiovisie en de inzet van de gemeenten. Hulp waarbij een kind in (een desnoods vervangende) thuissituatie kan blijven wonen heeft de voorkeur boven (al dan niet tijdelijk) verblijf in een instelling.

Dan moet de benodigde voorkeurshulp wel beschikbaar zijn! Per 1 januari 2023 zijn nieuwe regionale contracten afgesloten. Zeven zogenaamde systeemaanbieders bieden samen een dekkend aanbod en leveren in principe alle benodigde hulp zonder onacceptabele wachttijden. Met deze aanbieders werken we aan grote ontwikkelopgaven om het aanbod meer in lijn te brengen met de Regiovisie. Ook werken we met deze aanbieders samen om mee te kunnen sturen op instroom, doorstroom en uitstroom. Financieel: zo realistische mogelijke raming van jeugdhulpuitgaven De hoogte van de budgetten vormt de tweede uitdaging. De afgelopen jaren bleken de uitgaven vaak hoger dan verwacht. Voor een deel was dit door onvoorziene groei, maar ook doordat de uitgaven te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen ramen we de budgetten zo realistisch mogelijk. We leren uit het grote verschil tussen begroting en jaarrekening 2023 dat terughoudendheid nodig is met gunstige begrotingsaannames. De raden

van deelnemende gemeenten wezen hier ook al op en riepen op om rekening te houden met trendmatige ontwikkelingen. We volgen hierbij ook de uitgangspunten zoals opgenomen in de Kadernota 2025. De reacties van diverse raden op deze Kadernota bevestigen deze financiële beleidslijn. We geven hier samen met de gemeenten, en op het niveau van individuele gemeenten, zo goed mogelijk invulling aan. Dat betekent dat we de budgetten aanpassen naar het bestedingsniveau van 2023 (op basis van recente gegevens) en indexeren voor loon- en prijsontwikkeling. Ook houden we rekening met trendmatige ontwikkeling van de uitgaven. Kostenbeheersingsmaatregelen Tot slot betrekken we effecten van kostenbeheersingsmaatregelen voor zover deze al voldoende zijn onderbouwd om werkelijke kostenbesparing te verwachten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het door het algemeen bestuur in februari 2024 vastgestelde Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing en bijbehorend maatregelenpakket. Dit pakket is gericht op het stopzetten van de groei van de specialistische jeugdhulp, met maatregelen binnen dat domein. De implementatie is in de voorbereidende fase. De effectiviteit van dit pakket loopt de komende jaren op. Op dit moment is de effectiviteit van het pakket nog te onzeker in omvang en tijd om er al een voorschot op te nemen in deze ontwerpbegroting 2025.

De financieel toezichthouder Provincie Zuid-Holland ziet hier – mede door eerdere onderschattingen in onze begrotingen – nauwlettend op toe. In de loop van 2024 krijgen de maatregelen concreter vorm, zodat er wellicht voldoende onderbouwing zal zijn voor gunstige bijstellingen van voorliggende ontwerpbegroting richting vaststelling van de definitieve begroting 2025. Naast het vastgestelde pakket zullen er maatregelen moeten komen om niet alleen de groei te stoppen maar ook krimp te bereiken zodat de uitgaven meer in lijn komen met de Hervormingsagenda. Begroting 2025 De mutaties ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024 bedragen in totaal € 36,3 mln. De wijzigingen zijn:  Indexatie 2024 (+ € 18,6 mln.), waarvoor gemeenten accres in de algemene uitkering ontvangen;  Het effect van het verwerken van de trend volgens de kadernota 2025 (+ € 22,7 mln.);  Gemeentelijke aanpassing van de trend ter uitvoering van kostenbeheersingsmaatregelen (- € 4,9 mln.).

Leeswijzer

Volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2025 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in 2023 vastgestelde Kadernota 2025. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s en bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid). Hoofdstuk 4 is de financiële begroting.

Begrotingsproces volgens Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2025 is het proces als volgt: • Op 5 april 2024 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerpbegroting; • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze twaalf weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen; • Binnen twaalf weken, uiterlijk 28 juni 2024, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve jaarrekeningcijfers 2023 en eventueel structurele effecten uit de 1 e Burap 2024 worden verwerkt. • Uiterlijk 1 september 2024 biedt het DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan het AB aan. • Het AB besluit op 13 september 2024 definitief over de begroting. • Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. • Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september 2024 aan gedeputeerde staten.

Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN

2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De GRJR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Het jaar 2024 is het tweede jaar dat we werken met twee inkoop- en bekostigingsmodellen voor 10 gemeenten en daarnaast de MVS-gemeenten. 2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is.

De GRJR-ambitie hierbij is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat voor gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij passende hulp beschikbaar is. De GRJR stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van individuele gemeenten. Zo vindt toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties plaats door lokale teams. 2.1.3 Taken GRJR De GRJR is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbescherming in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening

faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau.

2.2 Kaders voor de GRJR-begroting 2.2.1 Doelen Jeugdwet Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. Voor de nakoming van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Deze stelsel heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling:  0e lijn, vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc.;  1e lijn, het lokale team als uitvoerder van basishulp. Dit binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp.

Naast de basishulp voor jeugdigen zorgt een lokaal team voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laag-intensieve begeleiding bij chronische problematiek en hulp voor zorgmijders;  2e lijn; vormen van zorg waarvoor vanuit het lokale team verwijzing of een nadere opdracht/toewijzing aan een regionaal gecontracteerde hulpaanbieder nodig is;  3e lijn; vormen van landelijk gecontracteerde zorg die niet is opgenomen in de bovenstaande 2de lijn. Wat doet de GRJR De GRJR zorgt voor het aanbod van ondersteuning, hulp en zorg door aanbieders van 2e-lijns jeugdhulp. De GRJR realiseert dit aanbod door regionale inkoop, plus aanvullende inzet van buiten-regionale maatwerkvoorzieningen en landelijk ingekochte voorzieningen. Jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis worden door middel van

subsidiëring mogelijk gemaakt. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. 2.2.2 Ontwikkeldoelen Regiovisie Het huidige zorglandschap (het beschikbare aanbod van jeugdhulp) is nog niet voldoende ingericht om de hulp te kunnen inzetten op de manier waarop gemeenten dat in de Regiovisie voor ogen hebben: nabij en passend. Op basis van de Regiovisie zijn daarom voor de komende jaren ontwikkeldoelen uitgewerkt. De bijbehorende ontwikkelopdrachten zijn vanaf 2023 onderdeel van de contracten met systeemaanbieders en worden in partnerschap uitgewerkt. De ontwikkeldoelen zijn: Doel 1: Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn  Nabij: hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), dat netwerk wordt betrokken, zodat duurzame oplossingen ontstaan.  Passend: de hulp is kort en bondig zodat geen onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. Hierbij wordt ingezet op methoden die passen bij de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en bewezen effectief zijn, tegen zo laag mogelijke kosten. Doel 2: Regionaal sluit aan op lokaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg en het lokale netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op kennis, vaardigheden en expertise.

Ze zorgen samen dat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. Doel 3: jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Jeugdigen die niet langer thuis kunnen wonen groeien zoveel mogelijk op binnen een pleeggezin/gezinshuis. Om dit mogelijk te maken is het van belang om:  het aanbod van pleegouders/gezinshuizen zo groot te laten zijn, dat altijd een beroep gedaan kan worden op een pleegouder (ook in deeltijd); eventuele alternatieve gezinssituaties worden gecreëerd om te voorkomen dat een tekort aan plekken ontstaat;  in te zetten op behoud van pleegouders/gezinshuizen. Door goede samenwerking tussen opdrachtnemer en casusregisseur kunnen jeugdigen in een pleeggezin blijven. Doel 4: Minimale inzet van bedden Het perspectief is gericht op behandeling in samenwerking met gezin en school. Daarom moet hulp met verblijf zo kort mogelijk. Dit vraagt domeinoverstijgend werken. Beschikbare bedden zijn daarom flexibel

inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Waar thuis wonen echt niet (meer) mogelijk is moet voldoende capaciteit voor langdurige opvang beschikbaar zijn met de mogelijkheid om integrale zorg te bieden. Doel 5: Kosteneffectiviteit In de aanbesteding 2023 is ook een ontwikkelopdracht afgesproken behorende bij monitoring en sturing, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit. Op deze doelen moet zichtbaar resultaat behaald worden. In 2023 en 2024 wordt niet alleen aan de ontwikkelopgaven zelf gewerkt en gestuurd op zorglandschapsniveau en in het contractmanagement, maar wordt ook aanvullende informatievoorziening over de resultaten ingericht die stevigere sturing mogelijk moet maken. 2.2.3 Kadernota GRJR 2025 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 15 december 2023, de kaders voor de begroting 2025 aangegeven in de Kadernota GRJR 2025. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat: 1. Vertrekpunt 2e Burap 2023. De jaareindeverwachting uit de 2e bestuursrapportage bevat de meest recente prognose voor 2023. 2.

Indexatie van de budgetten naar prijspeil 2025. Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten. Op verzoek van de gemeenten wordt geen rekening gehouden met de indexatie in het meerjarenperspectief. Hiermee sluit het beter aan bij de systematiek zoals gemeenten die hanteren. 3. Rekening houden met trendmatige ontwikkeling. De trend is berekend aan de hand van de ontwikkeling van de zorgkosten per opdracht van de afgelopen 4 jaar. 4. Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames.

5. Van regionaal naar lokaal. De verwachte verschuiving van regionale zorg naar lokale zorg was in de tweede bestuursrapportage niet zichtbaar. 6. Jeugdhulp+. Op dit moment zijn de mogelijke financiële gevolgen van het om- en afbouwen van de gesloten jeugdhulp nog niet volledig in beeld, mede doordat er nog onzekerheid is over de (hoogte van de) vergoeding van het rijk voor deze kosten. 7. Het verlagen van de caseload bij Jeugdbescherming heeft effect op de kosten. 8. Eind 2023 heeft het AB een bestuursopdracht gegeven om maatregelen in kaart te brengen met als doel beheersing van de (zorg)kosten. Het financiële effect hiervan wordt in de loop van 2024 in kaart gebracht, zodat dit waar mogelijk nog tot gunstige bijstelling kan leiden van de definitieve begroting (sept) ten opzichte van de ontwerpbegroting.

2.3 Doelstelling en inzet per opdracht Het hiervoor omschreven beleid krijgt invulling in de afzonderlijke opdrachten en deelbudgetten die hierna worden toegelicht. De volgorde in deze toelichting is in lijn gebracht met de prioriteiten in het beleid en de samenhang tussen de verschillende onderdelen: Ambulante hulp -> Daghulp -> Pleeghulp > Langdurig verblijf -> Opname met behandeling -> Niet regionaal ingekochte hulp. 2.3.1 Ambulante hulp (opdracht E) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen in de thuissituatie aan de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren de nodige behandeling en ondersteuning geven. De jeugdige leert omgaan met een mogelijk blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Ambulante hulp

Jaar*a

2021 2022 2023

Aantal toewijzingen * 16.495b 12.476 10.975

Aantal jeugdigen*

Weektarief in €***

Toewijzingsduur in weken*

8.899 8.937 7.902

212 237 309

53 53 46

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)

a

Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte ambulante hulp en ondersteuning is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt door gemeenten, huisartsen, medisch specialisten en jeugdbescherming verwezen en gericht door aanbieders (zoveel mogelijk) uitgevoerd in het gebied waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zorgen samen met het Lokale Team voor continuïteit in de hulpverlening. Wat mag het kosten

Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 46,7 52,1 57,4 65,2 70,6 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.2

Daghulp (D)

Wat willen we bereiken Gemeenten, ook via verwijzingen van met name jeugdbescherming, kunnen dagbehandeling geven aan jeugdigen:  Met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is;  Met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben;  Die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Er wordt zo veel mogelijk ambulant in de omgeving van het kind gewerkt, dus samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Het perspectief is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Daghulp

Jaar

2021 2022 2023

Aantal toewijzingen * 1.508 1.417 1.540

Aantal jeugdigen*

Weektarief in €***

Toewijzingsduur in weken*

972 1.114 1.107

810 857 1.011

42 41 37

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)

a

Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. Geen onderdeel van D zijn lokale vormen van daghulp, zoals vervanging van onderwijs, combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZ problematiek (zoals jeugdigen uit de oude AWBZ-GGZdoelgroep of met een uitbehandeld autisme). De regionale daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin. De opdracht is om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld richting welzijnsen jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 19,1 24,4 26,9 34,1 42,2 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, ook op verwijzing van met name jeugdbescherming, pleegzorg geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Pleeghulp

Jaar*a 2021

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief in €***

Toewijzingsduur in weken

4.108b

1.954

261

92

2022

2.358

1.876

266

116

2023**

2.294

1.762

272

132

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerkpleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. In de nieuwe contracten met systeemaanbieders is een van de centrale ontwikkelopdrachten om het aantal pleeggezinnen omhoog te krijgen. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, is een gezinshuis een goed alternatief (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 22,7 21,8 22,4 30,0 31,3 *) inclusief eerste begrotingswijziging, de stijging van de kosten wordt vooral veroorzaakt door de budget neutrale verschuiving van pleegzorgkosten vanuit de Buitenregionale plaatsingen naar opdracht A Pleegzorg

2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, ook op verwijzing door met name jeugdbescherming, aangeven dat langdurig verblijf nodig is voor een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde

gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Langdurig verblijf

Jaar*a 2021 2022 2023**

Aantal toewijzingen 554 430 489

Aantal jeugdigen 309 338 369

Weektarief in €*** 1.348 1.456 1.633

Toewijzingsduur in weken 53 60 57

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voor 1 januari 2023 C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf. Een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen

(LTA). Het flexibeler benutten van beddencapaciteit is een ontwikkelopdracht in de nieuwe contracten. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 14,3 15,5 21,1 32,4 40,5 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.5 Behandeling met verblijf/Opname (B) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, vaak op verwijzing van de jeugdbescherming, als het echt nodig is, een jeugdige laten behandelen door (kortdurende) opname. Het perspectief is het binnen een afzienbare periode (weer) thuis kunnen wonen. Hierbij wordt gekeken naar de opvoedsituatie, wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken, de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken, en terugkeer naar de eigen school voor (passend) onderwijs te laten plaatsvinden. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Behandeling met verblijf/Opname

Jaar*a 2021 2022 2023**

Aantal toewijzingen 1.701 1.394 1.332

Aantal jeugdigen 864 845 805

Weektarief in €*** 2.649 2.976 3.363

Toewijzingsduur in weken 40 42 40

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar:  B1: lichte behandeling met verblijf (opname)  B2: gesloten jeugdhulp (jeugdzorg+/jeugdhulpplus)  B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling)  B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting).

Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg, met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de landelijk aangenomen motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complexe opgave met grote bestuurlijke en financiële beslissingen en risico’s over veel jeugdhulpregio’s heen. In de nieuwe contracten is als ontwikkelopdracht opgenomen dat er minimale inzet (flexibeler, kortere ligduur) van bedden plaatsvindt. Wat mag het kosten

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Begroting Begroting JR2021 JR2022 Concept JR2023 2024 *) 2025 66,2 78,7 82,9 94,2 100,9 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en Acute dienst GGZ (I4) Wat willen we bereiken Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aangevuld met expertise van de acute diensten van GGZ-aanbieders en vanuit Veilig Thuis. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. Alleen als een crisismelding een jeugdige betreft die nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het CIT direct crisishulp ingezet (vanuit opdracht F). De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator. Crisishulpverlening kan bestaan uit ambulante crisishulp, crisispleegzorg of crisisopname in een instelling. Crisishulp is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken) en is alleen voor nieuwe cliënten. Als een jeugdige al wel onder behandeling is bij een aanbieder, gebeurt de inzet van crisishulp namelijk vanuit deze aanbieder (en dus vanuit een andere opdracht).

In de loop van 2024 is duidelijk hoe de huidige crisisdiensten vanaf 1 januari 2025 integraal samenwerken en zo mogelijk zijn samengevoegd binnen één organisatie.

bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 8,6 8,7 8,3 8,9 9,4 *) inclusief eerste begrotingswijziging

Jaar

Ambulante Crisishulp*

Crisispleegzorg*

Crisisopvang*

Totaal*

2021 2022 2023

333 259 247

119 103 93

302 256 250

754 618 590

*Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder

2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken Het budget voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Het is de bedoeling dat hier alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik van wordt gemaakt als het regionale aanbod redelijkerwijs niet in de behoefte kan voorzien. Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders buiten de regio. Door aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn met ingang van 2023 relatief veel lopende zorgcontracten-op-maat met aanbieders buiten de regio overgekomen en gecontinueerd. Wat mag het kosten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3657/documents/32104