46. 2024-037665 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2024 en ontwerpbegroting 2025 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.pdf
Tekst van het document
17
Toch is het aantal toewijzingen en het aantal jeugdigen in opdracht A gedaald ten opzichte van voorgaande jaren (zie tabel). Dit is in lijn met het landelijke beeld. De daling is deels te verklaren door een tekort aan passende pleeggezinnen en deels door complexere problematiek bij jeugdigen die jeugdhulp met verblijf nodig hebben. De trend om jeugdhulp zo lang mogelijk in de thuissituatie op ambulante basis aan te bieden speelt bij dit laatste punt mee. Als deze inzet toch niet het gewenste resultaat oplevert en alsnog een uithuisplaatsing van één of meerdere jeugdigen nodig is, dan is de complexiteit van de zorgvraag vaak toegenomen. Een plaatsing in een pleeggezin is dan vaak niet meer passend. Om meer pleeggezinnen te werven hebben er in de afgelopen jaren campagnes plaatsgevonden. De systeemaanbieders hebben hierop ook een ontwikkelopdracht. Dit heeft nog niet tot een toename geleid in onze regio. De langere zorgduur in pleegzorg is beleidsmatig gewenst: de regio wil dat een pleegzorgplaatsing duurzaam is. Om pleeggezinnen te behouden en uitval te voorkomen is daarom ingezet op het versterken en ondersteunen van pleegouders, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding en/of aanvullende hulp en begeleiding (niet zijnde jeugdhulp) te voorzien. Dit is gedaan via de subsidie Pleegzorg Maatwerk. Ook kan er aanvullende hulp uit opdrachten D en/of E worden ingezet.
In 2023 is een subsidie Functiedifferentiatie in de Pleegzorg verleend (mei 2023 – mei 2024) om te onderzoeken of en hoe het inzetten van MBO-‘ers naast HBO-ers bij kan dragen aan een efficiëntere dienstverlening en het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt. 2.3.2 Opname met behandeling (Opdracht B) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil begroting vs Realisatie 2023
€ 66.239.000
€ 78.698.000
€ 61.228.000
€ 79.036.000
€ 82.931.000
-€ 21.703.000
Jaar*a 2021 2022 2023**
Aantal toewijzingen 1.701 1.394 1.332
Aantal jeugdigen 864 845 805
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 2.649 40 2.976 42 3.363 40
18
Opdracht B1 Jaar*a 2021
Aantal toewijzingen 234
Aantal jeugdigen 133
2022
190
145
1.806
56
2023**
191
155
2.014
52
2021
Aantal toewijzingen 308
Aantal jeugdigen 157
Weektarief in €*** 3.466
Toewijzingsduur in weken 31
2022
218
123
3.803
32
2023**
166
105
4.781
31
Aantal toewijzingen 1.101 929 919
Aantal jeugdigen 634 617 586
Weektarief in €*** 2.592 3.012 3.376
Toewijzingsduur in weken 41 42 39
Aantal toewijzingen 58 57 70
Aantal jeugdigen 41 44 47
Weektarief in €*** 4.674 5.501 6.280
Toewijzingsduur in weken 19 16 6
Opdracht B2 Jaar*a
Opdracht B3 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht B4 Jaar*a 2021 2022 2023**
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.739 50
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in opname met behandeling (opdracht B) Voor opname met behandeling (opdracht B) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot en licht hoger dan de realisatie 2022. Dat betekent dat de ambitie om opdracht B financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is er ook geen substantiële afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht B, dit daalt slechts licht. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht blijft stabiel, daar waar de ambitie een kortere duur is. Het weektarief stijgt met de jaren sterker dan de indexatie. 19
Er is een zeer lichte daling in aantal jeugdigen te zien in de opdrachten in B2/Jeugdhulp+ en B3 (open intensieve behandeling). De opdrachten B1 (kortdurende open behandeling) en B4 (vrijwillig gesloten behandeling) laten daarentegen een zeer lichte stijging zien in het aantal jeugdigen. In opdracht B wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 5 jeugdigen van de 805 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling opname met behandeling (opdracht B) Binnen B2/JH+ (gesloten jeugdhulp) zien we vooral dat de toewijzingsduur niet afneemt ten opzichte van het voorgaande jaren, ondanks dat de groepen verkleind zijn. Aanbieders geven wel aan dat het aantal incidenten in de groep stevig verminderd is. Dit is een goede ontwikkeling. Door de verkleining van de groepen zijn er minder plekken beschikbaar, dat zien we terugkomen in het dalende aantal jeugdigen en toewijzingen. In het weektarief uit 2022 waren de aangepaste tarieven voor deze groepen nog niet opgenomen. Dat verklaart dus voor een deel de stijging in het weektarief. Wat we daarnaast constateren, is dat voor zo’n 30% van de toewijzingen het weektarief hoger is dan het standaardtarief voor B2/JH+. Dit komt met name doordat de jeugdigen 1-op-1 hulp krijgen of een aangepast dagprogramma ontvangen, omdat zij niet naar school kunnen.
In opdracht B3 (open intensieve behandeling) zien we het aantal jeugdigen dalen, tegelijkertijd zien we het weektarief stijgen. Dit lijkt erop alsof de jeugdigen die voorheen in gesloten jeugdhulp werden opgevangen, niet allemaal in deze open setting terecht komen. We zien daarnaast het weektarief van B3 stijgen. Ook op de opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) is een stijging op de weektarieven die hoger zijn dan € 1.000. Dit zijn mogelijk ook deels jeugdigen die nu ambulant in de eigen thuissituatie geholpen worden, waar deze anders via opname (dus B3) geholpen zouden worden. Dat is in lijn met de ambitie om jeugdigen zoveel mogelijk in de thuissituatie te helpen en dus plaatsingen in een residentiële setting te verminderen/te verkorten. Binnen opdracht B4 (vrijwillig gesloten behandeling) zien we het volgende gebeuren: het aantal jeugdigen stijgt licht, het aantal toewijzingen stijgt harder dan het aantal jeugdigen, maar de toewijzingsduur gaat juist enorm omlaag. Dit betekent dat de jeugdigen steeds kortere toewijzingen krijgen voor opdracht B4, maar mogelijk worden deze wel vaker gevolgd door een herindicatie. Ook in dit perceel zien we een sterke stijging van het weektarief dat groter is dan de indexatie. Overigens is het aantal kinderen in deze opdracht klein.
Incidentele kosten afbouw Jeugdhulpplus De gesloten jeugdhulp is een specifieke hulpvorm die landelijk maar door een beperkt aantal aangewezen aanbieders wordt geleverd. Het gaat om een doelgroep van ca. 300 jeugdigen uit de vijf jeugdhulpregio’s in het landsdeel Zuidwest/de provincie Zuid-Holland (ca. 145 jeugdigen per jaar uit Rijnmond), die in onze provincie door iHub en Schakenbosch wordt geholpen. Sinds 2021 werken we aan uitvoering van de landelijke opdracht om op termijn tot 0 jeugdigen in gesloten jeugdhulp te komen. Dit doet het landsdeel met deze aanbieders door bijvoorbeeld verkleining van groepen en afschaffing van separeerruimtes. Het aantal jeugdigen dat in gesloten jeugdhulp terecht komt is de afgelopen jaren gedaald. De financiële posities van de gesloten jeugdhulpaanbieders kwamen in de knel.
20
Beide moesten onder regie van het landsdeel werken aan herstel- en continuïteitsplannen. Als richtinggevend kader ligt er een bovenregionaal plan, dat eind 2023 voor de tweede keer is geactualiseerd. De ambitie voor de komende jaren ziet er zo uit: Jaar
Ambitie JHP Landsdeel
2024
135 JHP + 45 hybride = 180
2025
135 JHP + 45 hybride = 180
2026
135 JHP & hybride (per 1-1-2026)
2027 2028
54 JHP & hybride (per 1-1-2028)
De jeugdigen die voorheen in geslotenheid werden opgevangen hebben geschikte alternatieve hulp nodig. De opbouw van passende alternatieve vormen van jeugdhulp is urgent geworden. Dit is een ontwikkelopdracht voor de aanbieders in onze regio. Kosten van transformatie (om- en afbouw) De om- en afbouw van JeugdhulpPlus is een omvangrijk proces dat voorbereidings-, incidentele en structurele kosten met zich meebrengt. Voorbereidingskosten worden gemaakt om dit proces in goede banen te leiden en plannen van om- en afbouw te maken. Incidentele kosten worden gemaakt om om- en afbouw te realiseren, zoals verbouwingen en tijdelijke leegstand. Tot en met 2022 is al voor meer dan €10 mln. aan transformatiekosten gemaakt die naar rato door de vijf jeugdhulpregio’s worden gedragen. Op basis van AB-besluitvorming, na controle van de jaarrekening 2022, heeft Rijnmond voor € 3,7 mln. kosten, dit is inclusief nakomende kosten 2022+ 2023. Op basis van de plannen die gemaakt worden zullen er nog nader te bepalen transformatiekosten bijkomen. Deze kosten zijn in de deze jaarrekening opgenomen in het overlopend resultaat. Daarnaast zijn er structurele effecten van bijvoorbeeld groepsverkleining, waarvoor tarieven zijn aangepast. Deze effecten werken door in de jaarrekening 2023. Financiering In 2023 heeft het landsdeel een lobby met het rijk gestart om de transformatiekosten vergoed te krijgen.
In de financieringsafspraken van de Hervormingsagenda is hiervoor geld apart gezet en het Ministerie van VWS is bezig hiervoor een specifieke uitkeringsregeling op te stellen. Er zijn nog geen toezeggingen over de hoogte van de uitkering, wel over dat kosten vergoed worden. Het Ministerie van VWS heeft eerder al een specifieke uitkeringsregeling getroffen voor de ontwikkeling van bovenregionale expertisenetwerken (BREN) en hiervoor geld beschikbaar gesteld aan de coördinerende gemeente Rotterdam ten behoeve van het hele landsdeel. Voor het hele landsdeel stelt Rotterdam naar verwachting € 3,7 mln. uit de BREN beschikbaar voor de transformatiekosten JH+. Daarvan is € 1,6 mln. voor regio Rijnmond beschikbaar als dekking voor de al door de GRJR gemaakte transformatiekosten. In bijlage B is de SISA-verantwoording opgenomen. Beide mogelijke opbrengsten zijn nog niet opgenomen in de voorlopig jaarrekening 2023. 21
2.3.3 Langdurig verblijf (Opdracht C) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil begroting vs. Realisatie 2023
€ 14.258.000
€ 15.466.000
€ 19.820.000
€ 17.598.000
€ 21.082.000
- € 1.262.000
Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C1 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C2 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C3 Jaar*a 2021 2022 2023**
Aantal toewijzingen 554
Aantal jeugdigen 309
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.348 53
430 489
338 369
Aantal toewijzingen 129 127 177
Aantal jeugdigen 67 100 127
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.391 63 1.462 68 1.572 62
Aantal toewijzingen 407 287
Aantal jeugdigen 231 229
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.314 50 1.443 56
196
163
Aantal toewijzingen 18 11
Aantal jeugdigen 11 10
36
30
1.456 1.633
1.591
60 57
54
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.788 45 1.737 43 2.072
41
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
22
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in langdurig verblijf (opdracht C) Voor langdurig verblijf (opdracht C) is de realisatie 2023 iets hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 flink gestegen. Conform de stijging in realisatie over de afgelopen jaren is ook een stijging in het aantal jeugdigen in opdracht C te zien. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen van 2022 naar 2023. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (verder naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht fluctueert wat over de laatste jaren. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De stijging in aantal jeugdigen is binnen de verschillende opdrachten in C te zien bij de gezinshuizen (C1) en beschermd wonen (C3). In opdracht C wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 48 jeugdigen van de 369 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling langdurig verblijf (opdracht C) We zien dat de opdracht gegroeid is ten opzichte van 2022, dit geldt met name voor de opdrachten C1 en C3. Met name de stijging op C1 is in lijn met de ontwikkelopdracht dat we het aantal plekken in gezinshuizen willen laten groeien. Ook in opdracht C3 zien we een stijging, die we tot nu toe niet eerder gezien hebben.
Dit laat zich verklaren doordat voor opdracht C3 in de vorige contractperiode niet veel aanbieders gecontracteerd waren. Dit kan ook komen doordat vanaf deze contractperiode de combinatie opdracht C en opdracht E mogelijk is. Voorheen bleven deze jeugdigen waarschijnlijk onnodig lang in opdracht B. Verschuiving van B naar C is een gewenste ontwikkeling. Ook in opdracht C geldt dat de aanbieders aangeven dat de hulpvraag die deze jeugdigen hebben complexer is dan voorheen. Dat resulteert in een hoger weektarief. Alleen op opdracht C2 (KamerTrainingCentrum) zien we een daling van het aantal toewijzingen en jeugdigen. We merken dat het aanbod dat er is niet aansluit bij de vraag die de jeugdigen hebben wanneer ze toe zijn aan een volgende fase in hun leven. Dat zou kunnen betekenen dat deze jeugdigen onnodig lang in opdracht B blijven hangen. 2.3.4 Daghulp (Opdracht D) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 19.097.000
€ 24.405.000
€ 21.067.000
€25.693.000
€ 26.903.000
-€ 5.836.000
Jaar 2021 2022 2023
Aantal toewijzingen* 1.508 1.417 1.540
Aantal jeugdigen* 972 1.114 1.107
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken* 810 42 857 41 1.011 37
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)
23
a
Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in daghulp (opdracht D) Voor daghulp (opdracht D) is de voorlopige realisatie 2023 hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 toegenomen. Dat betekent dat de ambitie om de regionale hulp in deze opdracht financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is ook geen afname te zien het aantal jeugdigen of toewijzingen in daghulp (opdracht D) ten opzichte van voorgaande jaren. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (verder naar boven) worden bijgesteld. De toewijzingsduur van deze opdracht neemt iets af in 2023. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De hogere realisatie 2023 ten opzichte van de begroting 2023 kan te verklaren zijn door het niet realiseren van de ambitie om jeugdigen passende daghulp op lokaal niveau te leveren. Vanaf 1 januari 2023 hebben gemeenten immers veel daghulp zelf ingekocht. Regionaal is geen betrouwbaar overzicht hoe de uitnutting van de lokaal ingekochte daghulp is. In opdracht D wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 40 jeugdigen van de 1.107 in 2023.
Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling daghulp (opdracht D) Deze opdracht omvat de inzet van (hoog) specialistische dagbehandelingen waaronder opgroeiproblematiek bij jonge kinderen, dagbehandeling van specifieke stoornissen voor kinderen onder de 12 jaar en medisch kinderdagverblijven. Daarnaast is daghulp voor de forensische doelgroep onderdeel van het regionale contract. Het verminderen van regionaal ingekochte daghulp als gevolg van inkoop van daghulp op lokaal niveau, wordt ook na het einde van de zorgcontinuïteit (30 juni 2023) niet gezien. De regionaal gecontracteerde systeemaanbieders zien steeds meer inzet op deze vorm van specialistische jeugdhulp. Er lijkt onder andere sprake te zijn van toename van dagbehandeling van het jonge kind (0 tot 6 jaar), de wachttijden hiervoor lopen op en zijn lang. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom uit regionaal gecontracteerde daghulp. Er is geen of onvoldoende afschaling naar lokaal omdat de lokale jeugdhulp (nog) niet (voldoende) beschikbaar of gecontracteerd is. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom naar speciaal en regulier onderwijs. Scholen zijn zeer terughoudend en wijzen bijvoorbeeld kinderen vanwege complexiteit af. En er zijn onvoldoende plekken in het speciaal onderwijs. Het risico is groot dat er (nog) meer kinderen thuis komen te zitten.
Om dit te voorkomen bestaat de kans dat de gemeente en aanbieder kiezen om het kind ‘’oneigenlijk’’ op het regionale contract in zorg te houden. Gedurende 2023 is verdere uitvoering gegeven aan de samenwerkingsafspraak dat regionale aanbieders aansluiten bij de bestaande subregionale overleggen tussen onderwijs en gemeenten (subregionale samenwerkingsverbanden onderwijs). Dit zal op termijn moeten leiden tot snellere uitstroom uit jeugdhulp in D naar onderwijs en vermindering van de instroom in D, doordat gemeenten lokale oplossingen inzetten en invulling geven aan de gezamenlijke ambitie van gemeente en passend onderwijs waarbij het de visie is dat iedere jeugdige nabij en passend onderwijs kan volgen vanuit een thuissituatie. 24
2.3.5 Ambulante hulp (Opdracht E) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil begroting vs. Realisatie 2023
€ 46.703.000
€ 52.103.000
€ 43.131.000
€49.000.000
€ 57.407.000
- € 14.276.000
Opdracht E1 (ambulante hulp) E2 (opt-out) en E3 (laag frequente medicatie)
Jaar*a
Aantal toewijzingen*
Aantal jeugdigen*
2021 2022 2023
16.495b 12.476 10.975
8.899 8.937 7.902
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken* 212 237 309
53 53 46
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in ambulante hulp, opt-out en laag frequente medicatie (opdracht E) Voor ambulante hulp, opt-out2 en laagfrequente medicatie (respectievelijk opdracht E1, E2 en E3) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot. Ook vergeleken met de realisatie 2022 is de realisatie 2023 hoger. Dat betekent dat de ambitie om deze opdracht regionaal financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. Er is wel een afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht E. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Het grootste deel hiervan betreft een afname van laag frequente medicatie (E3), het overige deel betreft een afname van ambulante hulp (E1). Beide worden sinds 2023 (deels) lokaal ingekocht. De daling van regionaal gecontracteerde zorg is echter minder groot dan verwacht. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog verder (naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht neemt in 2023 af. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. In opdracht E wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 235 jeugdigen van de 7.902 in 2023.
2
Opt-out: als jeugdige en/of ouders geen toestemming hebben gegeven om informatie over de aard van de zorg te delen.
25
Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in ambulante hulp (opdracht E) Ambulante hulp wordt ingezet in de thuissituatie, op de polikliniek of bijvoorbeeld op school. Het is een individuele of gezinsgericht (intensieve) behandeling of begeleidingsvorm waarbij het verblijf veelal gewoon nog steeds thuis is, maar het kan ook in combinatie met verblijf in opdracht C of in samenloop met pleegzorg. De kinderen blijven bij ouders wonen, maar krijgen hulp op een specifieke behandelvraag van een behandelaar of een behandelend team in de eigen omgeving. De jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Voor ambulante hulp zijn vanaf 2023 de twee laagste treden voor behandeling lokaal ingekocht. Uitstroom uit regionale hulp is echter niet te zien in de financiële resultaten. Het is wel zo dat de enkelvoudige medicatietrajecten (E3) volledig zijn overgedragen naar lokaal ingekochte aanbieders. Dit resulteert waarschijnlijk in de afname van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van opdracht E.
In de verwijssystemen in de regio Rijnmond is de reguliere verwijzing nog ingericht op ingekochte regionale partijen. Verwijzingen van huisartsen en medisch specialisten houden daarom vooralsnog onvoldoende rekening met de beschikbare lokale ambulante jeugdhulp. Om dit om te buigen zorgen de GGZ-aanbieders sinds 2023 voor extra triage. Voor kinderen vanuit de gemeente Rotterdam op de wachtlijst bij de regionaal gecontracteerde GGZ-aanbieders is er via een verdeeltafel gekeken hoe er gemakkelijk kinderen geholpen konden worden door lokale aanbieders. De GGZ-aanbieders geven aan dat dit heeft geresulteerd in het helpen van ongeveer 60 kinderen via lokale contracten. Het weektarief is gestegen en aanbieders geven aan dat dit komt door een verzwaring van de zorgvraag. Het is niet meer mogelijk om de lage behandeltreden toe te wijzen en de aanname is dat hierdoor ook een kostenstijging heeft plaatsgevonden. Zowel verwijzers als zorgaanbieders herkennen het beeld van deze aanname. 2.3.6 Crisishulp (Opdracht F) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 8.644.000
€ 8.730.000
€ 8.795.000
€ 7.748.000
€ 8.290.000
€ 505.000
Jaar
Ambulante Crisishulp*
Crisispleegzorg*
Crisisopvang*
Totaal*
2021 2022
333 259
119 103
302 256
754 618
2023** *Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder **Cijfers m.b.t. Q3 en Q4 2023 nog niet ontvangen
26
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Voor crisishulp werken we binnen de GRJR met beschikbaarheidsfinanciering. Hier is voor gekozen omdat crisishulp binnen 24 uur ingezet moet kunnen worden. Deze hulpvorm moet dus te allen tijde beschikbaar zijn. Dat kan betekenen dat wel gefinancierd wordt (voor de beschikbaarheid van personeel en bedden), maar niet benut (bij een lagere zorgvraag). In 2023 is er voor deze opdracht voor € 8,3 mln. toegezegd aan beschikbaarheidsfinanciering. Er was echter hoger begroot. Dat betekent dat in 2023 € 505.000 over blijft op het begrote budget voor crisishulp. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Wanneer een crisissituatie ontstaat maakt het crisisinterventieteam (CIT) een inschatting van de veiligheid van de situatie van de kinderen. Sinds juni 2023 is er een coördinatieteam opgericht door de zeven systeemaanbieders die aansluiten bij de interventies van het CIT. Zij gaan mee op inschatting en coördineren in gezamenlijkheid de juiste plaatsing indien dit voor het kind nodig is. Het CIT kan kiezen uit drie varianten van crisishulp: • Crisisopvang (in een crisisopvanglocatie), • Crisispleegzorg (opvang in een tijdelijk pleeggezin), • Ambulante crisishulp in de thuissituatie (soms ter voorkoming voor plaatsing in crisisopvang of als nazorg van de opvang).
Inhoudelijke doelstelling is dat crisishulp beschikbaar is wanneer nodig. Daarbij is het doel om te komen tot één toegang tot crisishulp. Doel is ook om crisishulp tot een minimum terug te brengen door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. In de regiovisie is dit omschreven als bouwsteen "Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is". Het crisisaanbod dient te allen tijde beschikbaar te zijn voor jeugdigen die nog niet in zorg zijn via een arrangement bij een systeemaanbieder. Dat is dit jaar wederom gelukt. De voorlopige realisatie laat zien dat er van ongeveer 85% van de capaciteit gebruik is gemaakt. Dit jaar is het mogelijk gemaakt voor systeemaanbieders om van de overcapaciteit van ambulante crisishulp gebruik te maken voor crisissituaties van jeugdigen met reguliere arrangementen, omdat niet alle systeemaanbieders deze expertise in huis hebben. Van deze mogelijkheid is gering (1% van de beschikbare ambulante crisiscapaciteit) gebruik van gemaakt vanuit reguliere arrangementen en is met name ingezet op de voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen. De systeemaanbieders hebben in aanloop naar 2023 de ruimte kregen om de crisisaanpak samen vorm te geven. 2023 was met betrekking tot opdracht F inhoudelijk een implementatie-jaar, waarbij met de systeemaanbieders is geëvalueerd over de gezamenlijke inrichting en onderlinge samenwerking.
Het gezamenlijke coördinatiepunt waar de inhoudelijke beoordeling en coördinatie op de in-/doorstroom plaatsvindt en samenwerkt met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) is dit jaar vormgegeven en heeft verschillende aanpassingen ondergaan om een goede aansluiting op andere werkprocessen te realiseren. De samenwerking tussen de verschillende partijen is verstevigd en behoeft blijvende aandacht. Ook is het beschikbaar gestelde budget gedurende 2023 aangepast op de onderling georganiseerde capaciteit van de crisishulp en coördinatiepunt.
27
Ambulante crisishulp Er komen sinds 2022 steeds minder aanmeldingen voor ambulante crisishulp binnen. Het lijkt erop dat steeds meer kinderen direct in de crisisopvang terecht komen en het voor ambulante hulp ter voorkoming van een crisisopname te laat is. Een verklaring is dat de vrijwillige hulp die via IVH-trajecten (Intensieve Vrijwillige Hulp) loopt ervoor zorgt dat er nog onvoldoende direct geschakeld wordt naar opdracht F. Mogelijk was die routine meer aanwezig bij casusregisseurs van de gecertificeerde instellingen en nog niet voldoende bekend bij de casusregisseurs van de wijkteams. 2.3.7 Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (opdracht G) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting
2e Burap 2023
2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023 € 44.929.000
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 48.507.000 € 44.241.000 € 44.811.000
€ 45.331.000
-€ 119.000
Jaar
JBRR
WSS
LDH
Totaal GI’s
2023*
4.455
1.017
249
5.721
* totaal aantal unieke kinderen in zorg per zorgaanbieder bij de GI's
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Landelijk dalen het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen. Dit is ook in de regio Rijnmond zichtbaar zij het niet zo gestaag als voorgaande boekjaren. Dit is een gewenste ontwikkeling. De daling van jeugdreclasseringsmaatregelen zet in de regio niet door. Dit betekent dat er meer jeugdigen zijn met een maatregel vanuit het strafrecht. Hieronder valt onder andere stijging schoolverzuim, groepscriminaliteit en toename van het aantal uithalers bij de haven. De inzet van de gecertificeerde instellingen (GI’s) wordt gefinancierd met een jaarlijks vastgestelde subsidie. Daarbij wordt vooraf en in afstemming met de GI’s een prognose gemaakt van de aantallen maatregelen (inzet) die verwacht wordt. Voor 2023 werd rekening gehouden met een daling van het aantal, door de rechtbank afgegeven, maatregelen In 2023 zien we echter dat deze daling minder hard is gegaan dan begroot was. Omdat de maatregelen wel moeten worden uitgevoerd is er is door de GI’s een overproductie geleverd op deze producten ten opzichte van de beschikkingen. Door het crisisinterventie team (CIT) zijn minder crisisinterventies ingezet, maar hun inzet op het aantal huisverboden is heel 2023 hoog. Te weten circa 50% meer dan aangevraagd was in de subsidie.
Toelichting op de ontwikkeling GI’s algemeen Landelijk heeft 2023 in het teken gestaan van het terugdringen van de workload van de jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders van de gecertificeerde instellingen. Vanuit de ministeries van JenV, VWS, de branche-organisatie van de Gi’s en in samenspraak met VNG toegewerkt naar een werkbaar landelijk tarief welke vanaf 2024 wordt ingezet. 28
Binnen de regio hebben is er besluit genomen om de Wiliam Schrikker Stichting (WSS) met ingang van 2024 niet meer vanuit het onderaannemer schap bij Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) te financieren. Daarvoor is door de GRJR met WSS een eigen subsidierelatie aangegaan. Hierdoor kunnen we als GRJR directer sturen op de individuele prestaties van drie GI’s binnen onze regio. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Inzet op verbetering Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) De ontwikkelingen binnen JBRR vanuit 2022 met betrekking tot verzuim en verloop van personeel en ook de dalende productie zet zich in 2023 voort. In 2022 heeft de GRJR extra financiële middelen ingezet om JBRR in staat te stellen uitvoering te geven aan een korte termijn aanpak. Ook voor 2023 is 2 maal een halfjaarlijkse en extra bijdrage beschikbaar gesteld aan JBRR om uitvoering te geven aan de vervolgacties van het plan van aanpak 2023. Met als doel dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst geborgd is, dat de veiligheid van en zorg aan die jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is. Bij de audittoets bij JBRR door het keurmerkinstituut (KMI) bleek dat de prestaties van JBRR achterbleven ten opzichte van de wettelijke kritische prestatie indicatoren (KPI’s).
Daarom kreeg JBRR in oktober 2023 een overbruggingscertificaat. Dit houdt in dat JBRR de gecertificeerde taak blijft uitvoeren, maar er binnen de gestelde termijn verbetering moet plaatsvinden. Na het vierde kwartaal was aanzet tot verbetering op de KPI’s zichtbaar. Middels maandrapportages en bestuurlijke overleggen houdt de stuurgroep jeugdbescherming de vinger aan de pols en stuurt waar mogelijk bij. De sinds begin 2023 aangetreden bestuurder pakt het de verbeterplannen adequaat op met het management binnen JBRR. Van belang is dat JBRR een toekomstbestendige organisatie is en financieel in gezonde staat en de periode tot de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam (conform Toekomstscenario) goed doorkomt. Landelijke ontwikkelingen Vanaf 1 januari 2024 zijn regionaal de landelijke tarieven voor jeugdbescherming en reclassering overgenomen bij de drie GI’s in onze regio. Het ontwikkelen en implementeren van het Toekomstscenario is een majeure taak. Deze vraagt van gemeenten om nauwe samenwerking tussen de GRJR en de drie centrumgemeenten voor huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio. En vervolgens om samenwerking tussen gemeenten en betrokken organisaties als Veilig Thuis, GI en de Raad voor de Kinderbescherming. In 2023 is hard gewerkt aan een projectplan en aan het vormgeven van de structuur van samenwerken aan deze opdracht.
In 2023 is ook invulling gegeven aan de zogeheten proeftuin. Het Rijk heeft onze regio aangewezen als proeftuin om een ‘ideale klantreis’ te ontwikkelen. Dit omdat de regio het beter wil doen, beter voor het kind en gezin. Wijkteams uit Ridderkerk en Rotterdam hebben deze proeftuin uitgevoerd. Dit hield in dat op basis van actuele casuïstiek in de praktijk werd beproefd wat werkt voor de cliënt. De GRJR is als subsidiehouder verantwoordelijk voor het uitvoeren en aan het Rijk verantwoorden van het regionale plan. 29
Eind 2023 heeft het Rijk subsidie toegekend voor het verder doorontwikkelen van het beproeven met de ideale klantreis. En wel ten aanzien van thema’s als complexe scheidingen, ontwikkelingsbedreiging van kinderen, huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit. Ook is eind 2023 een projectleider aangesteld die vanuit de uitvoeringsorganisatie een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van regiogemeenten en de drie eerder genoemde organisaties. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) (opdracht H) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Realisatie Voorlopige JR 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 16.375.000
€ 17.593.000
€ 19.422.000
€19.025.000
€ 19.160.000
€ 261.000
Periode 2023
Subsidie verlening Realisatie
Aantal Chats Meldingen / Overige Overdracht Crisis V&V Onder THV Ondera/oVeiligheids meldingen na zoek steuning vragen beoordelingen politie veiligheidsbeoordeling 12.500 1.500 13.700 1.850 5.800 670 1.080 450 640 250 12.616 1.419
13.162
2.255
7.490
877 1.035
476 637
202
Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling Veilig Thuis (opdracht H) VTRR ontvangt jaarlijks een subsidie van de GRJR voor de uitvoering van de taken. Bovenstaand overzicht laat de realisatie zien op basis van alle Q-rapportages 2023, met daarboven de verwachte aantallen uit de subsidieverlening 2023 aan VTRR. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ontving in 2023 meer meldingen dan begroot. Dit geldt ook voor het hoge aantal politiezorgformulieren jeugd, het aantal overdrachten na een veiligheidsbeoordeling aan ketenpartners en het aantal crisisinterventies. Er is ook op een aantal taken minder ingezet. De realisatie is daarmee lager in de begroting is geraamd voor VTRR. Ook het wegwerken (externe inhuur en efficiënt inzetten van personeel) heeft ertoe geleid dat er geen sprake is van een overschrijding. KPI’s en werkvoorraad in 2023 Het behalen van de KPI’s met betrekking tot veiligheidsbeoordelingen en de interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) laten een zorgelijk beeld zien. Vanaf het 2e kwartaal 2022 zijn wachtlijsten ontstaan bij VTRR en zien we dat dit zich voortzet in 2023. Ondanks de inspanningen van VTRR, waaronder het (tijdelijk) uitbreiden van capaciteit en de uitvoering van het project wachtlijstvrij werken, is het lastig om de wachtlijsten terug te brengen tot een ‘gezonde werkvoorraad’.
Wel ligt de productie van veiligheidsbeoordelingen en interventies (onderzoek, voorwaarden & vervolg) inmiddels rond het niveau van de prognoses in de begroting en zijn de wachtlijsten afgenomen ten opzichte van 2022. De rapportages van VTRR laten zien dat het halen van de wettelijke termijn (10 weken na aanmelding) niet verbetert. De eigen termijn (10 weken na start) wordt wel ruim gehaald. We zien in 2023 een toename van het ziekteverzuim en het verloop binnen VTRR. Het ontstaan van wachtlijsten en het niet behalen van de wettelijke termijnen hangen voor een belangrijk deel samen met de beschikbaarheid van personeel. 30
Landelijke ontwikkelingen Veilig Thuis is actief betrokken bij de ontwikkeling van de regionale inrichting van het Toekomstscenario. Er is een vernieuwde Stuurgroep ingesteld met vertegenwoordigers uit VTRR, GI, RvdK en de gemeenten. De Stuurgroep heeft gewerkt aan een gezamenlijke visie voor één regionale aanpak zie voor meer toelichting opdracht G. 2.2.9 Overige opdrachten (I) 2.2.9.1 Buitenregionale plaatsingen (BRP) en woonplaatsbeginselmaatwerk (I1) Realisatie Realisatie Begroting 2e Burap Voorlopige Verschil JR 2021 JR 2022 2023 2023 verwachte realisatie vs. realisatie begroting 2023 2023 € 2.569.000
€ 17.816.000
€ 10.907.000
€11.630.000
€ 11.600.000
- € 693.000
De kosten voor buiten regionale plaatsingen zijn gelijk aan de jaareindeverwachting bij de 2e bestuursrapportage 2023, ad € 11,6 mln. Dit betreft de subsidie BRP Pleegzorg (circa € 0,9 mln.) en BRP-maatwerk (circa € 10,7 mln.). In 2022 stegen de kosten van BRP-maatwerk als gevolg van de invoering van de wetswijziging woonplaatsbeginsel naar € 17,0 mln. In 2023 zien we een afname. Dit komt omdat zorg in onderaannemerschap bij systeemaanbieders en dus ten laste van de opdrachten is gekomen, en door uitstroom uit jeugdhulp vanwege het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Er zijn kinderen en jeugdigen die buiten de Rijnmond regio verblijven maar wel onder de verantwoordelijkheid van één van de regiogemeenten vallen. 2.2.9.2 Landelijk Transitie Arrangement (LTA I3) Realisatie Realisatie Begroting 2e Burap JR 2021 JR 2022 2023 2023
€ 17.570.000
€ 19.430.000
€ 21.849.000
€26.349.000
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 23.975.000
-€ 2.126.000
De LTA-zorgkosten 2023 zijn gestegen ten opzichte van de begroting 2023. Bij de 2e bestuursrapportage werd een overschrijding verwacht van € 4,5 mln. Deze is afgenomen tot een overschrijding van € 2,1 mln. Eén van de LTA-aanbieders was tot vorig jaar regionaal gecontracteerd, maar is per 2023 niet meer als systeemaanbieder gecontracteerd. Daarnaast heeft de VNG het LTAaanbod uitgebreid voor één van de systeemaanbieders. De zorg aan die jeugdigen is daarmee per 2023 omgezet naar het LTA-contract en verklaart daarmee deels de gestegen realisatie ten opzichte van 2022. Daarnaast is er een toename van verblijf en behandeling vanuit de LTA-contracten aan jeugdigen met grote gedragsproblematiek en een licht verstandelijk beperking. Ook is een toename te zien in diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling van (L)VB jeugd met bijkomende complexe vaak psychiatrische problematiek. Anderzijds is er een afname te zien vanuit het LTA contract op de opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld. Tevens is er een
31
afname in zorggebruik bij een LTA gecontracteerde aanbieder voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Deze (forensisch) aanbieder heeft per 2023 wel een prestatiecontract in Rijnmond en is onderaannemer van meerdere systeemaanbieders. Tot slot zien we dat de zorgvorm ‘Arfid en onzindelijkheid’ minder hard is gestegen dan verwacht. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de uiteindelijke realisatie 2023 iets minder hoog is dan verwacht werd in de 2e Burap. 2.2.9.3 Acute Dienst GGZ (I4) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
€ 770.000
€ 790.000
€ 649.000
€ 721.000
Voorlopige verwachte realisatie 2023 € 507.000
Verschil realisatie vs. begroting 2023 €142.000
De aanvraag voor de subsidie acute dienst 2023 betrof € 721.000, conform de beschikbare middelen in de GRJR-begroting is € 507.000 toegekend. De meerkosten komen ten laste van de SPUK-middelen acute GGZ (gemeente Rotterdam) waar voor 2023 middelen beschikbaar waren. Voor 2024 moet rekening gehouden worden met een hoger bedrag in de GRJR-begroting omdat er dan geen SPUK-middelen meer beschikbaar zijn. De uiteindelijke productie aantallen van de inschattingen volgen bij het vaststellingsverzoek dat uiterlijk 31 maart 2024 zal worden aangeleverd. Ten opzichte van eerdere jaren zijn er geen bijzonderheden. Het aantal beoordelingen van jeugdigen onder de 18- groeit in hetzelfde tempo als voorgaande jaren. 2.2.9.4 Transformatie/innovatie (I5) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige Verschil verwachte realisatie vs. realisatie begroting 2023 2023 0 0 € 1.683.000 € 1.757.000 € 1.448.000 € 236.000 De zeven systeemaanbieders hebben in de nieuwe contracten vijf ontwikkelopdrachten meegekregen en ontvangt jaarlijks een bedrag van ca. €150.000 om hier gericht op te investeren. Elke aanbieder werkt op zijn eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage aan per opgave. Deze worden door de contractmanagers getoetst en doorgesproken in de contractgesprekken. Na afloop van het jaar 2023 verantwoorden aanbieders de inzet van het ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. Deze verantwoording is nog niet ontvangen. N.b. deze verantwoording moet voor 01-04-2024 zijn aangeleverd, vandaar dat de definitieve cijfers nog niet in de voorlopige JR opgenomen kan worden, wel in de definitieve JR. Daarnaast is €0,4 mln. ingezet voor het programmateam regioagenda.
32
2.2.10 Uitvoeringskosten (J) De uitvoeringskosten worden toegelicht in paragraaf 3.2 bedrijfsvoering en in hoofdstuk 4 jaarrekening.
33
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen
34
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft paragrafen voor. Hiervan zijn de paragrafen Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid niet van toepassing bij de GRJR. Hierna volgen de van toepassing zijnde paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. In de begroting 2023 was nog een aanvullende paragraaf Rechtmatigheid opgenomen, deze is nu samengevoegd met de paragraaf Bedrijfsvoering.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2023 is in eerste aanleg vastgesteld op 1 juli 2022. In de risicoparagraaf werden onderstaande risico’s benoemd. Deze risico’s zijn alle opgetreden. In de begrotingswijziging 2023 van 8 september 2023 zijn de begrotingsaannames en budgetten bijgesteld in nauw overleg met de individuele gemeenten. Daarbij hebben we als aanvullend risico gemeld dat de aannames hierbij nog steeds een onderschatting kunnen zijn. Ook dit risico is opgetreden. De conclusie is dat het zo realistisch mogelijk begroten nog beter moet, en dat we samen met de gemeenten terughoudend moeten zijn met het niet ramen van kosten door ze ‘in de risicoparagraaf weg te schrijven’.
1
2
3
4
Risico in primaire begroting 2023 Uitgangspunt realisatieniveau 2021 (PM) Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau 2021, is bepaald op basis van onvolledige data per 1 februari 2022, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per 1 april 2022 die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie (€0) Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod en/of • Impact van transformatiemaatregelen
Effect aanpassing woonplaatsbeginsel (€ 12 mln.) Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod (PM) Hogere kosten voor buiten regionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is
Verslag Dit risico deed zich voor en daarom is medio 2023 de begroting gewijzigd op basis van realisatieniveau 2022 volgens de definitieve jaarrekening 2022, dat hoger lag dan 2021. De trendmatige stijging bleek hoger dan verwacht, de inzet van lokaal aanbod bleek minder dan verwacht, de impact van transformatie maatregelen heeft dit niet kunnen ombuigen. Hierop is de begroting gewijzigd op basis van nieuwe aannames per gemeente (zie punt 6). Dit risico is volledig opgetreden. Er was op basis van informatie van gemeenten maar € 1,8 mln. opgenomen. De begroting is hierop gewijzigd.
De praktijk onder de nieuwe contracten vanaf 1 januari 2023 blijkt niet te leiden tot beperking van uitgaven voor ‘BRP’ en ‘LTA’. De begroting is hierop gewijzigd.
35
5
6
Continuïteit aanbod (PM) Faillissement(dreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Risico in gewijzigde begroting 2023 Aannames aanpassingen op gemeenteniveau (PM) De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
Er zijn incidentele kosten gekomen in het kader van continuïteitsrisico’s bij aanbieders van JH+. Deze landen voornamelijk in het overlopend resultaat en op de post risico’s/ onvoorzien. Verslag De GRJR heeft als begrotingswijziging voorgesteld om de aanvankelijke neerwaartse bijstellingen terug te draaien en een sterkere trendmatige groei in te rekenen. Dit is per gemeente in overleg op maat aangepast, waarna de voorgestelde bijstelling omhoog naar beneden bijgesteld werd. De GRJR heeft dit aanvullende risico bij de begrotingswijziging opgenomen. Deze waarschuwing blijkt te kloppen, de ontwikkelingen waren in de voorgestelde aanpassingen nog steeds onderschat.
De begroting 2023 bevat geen weerstandsvermogen of een budget voor risicodekking. Tegelijk met de afschaffing van de vlaktaks wensten de gemeenten het risico in de eigen begroting mee te nemen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten zelf beheerst en gemeenten houden daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen aan. Het gevolg van deze begrotingskeus is dat alle opgetreden risico’s rechtstreeks doorslaan naar de deelnemende gemeenten. Zo realistisch mogelijk begroot De ontwikkeling van de jeugdhulpkosten is moeilijk in te schatten. Vanaf 2022 is veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om per gemeente deze inschatting zo goed mogelijk op maat te doen. De begroting 2023 is: • Opgebouwd per gemeente; • Berekend in nauw overleg en in afstemming met iedere gemeente; • Gebaseerd op de informatie van gemeenten en aanbieders (berichtenverkeer) die op dat moment voorhanden is; • Omgeven met grote onzekerheden over ontwikkeling van de jeugdhulpvraag en over effectiviteit van kostenbesparings- c.q. transformatiemaatregelen. GRJR en gemeenten werken nauw samen in het zo realistisch mogelijk begroten. De inzet van de GRJR is hierbij als volgt: • De GRJR spant zich zeer in om de informatiepositie dusdanig te verbeteren dat de uitgavenontwikkeling eerder in beeld komt (zie ook paragraaf Bedrijfsvoering);
36
• •
•
De GRJR komt hiermee verder in control, zoals blijkt uit het feit dat de 2e bestuursrapportage 2023 grotendeels al voorzag wat nu het voorlopig resultaat blijkt; De control op de zorguitgaven zelf ligt niet direct in handen van de GRJR, omdat deze voortvloeien uit individuele toekenningsbeschikkingen van gemeenten, vaak op aangeven wettelijke verwijzers en aanbieders (zie ook paragraaf bedrijfsvoering); De GRJR draagt indirect bij aan de uitgavenbeheersing door middel van inkoop en contractmanagement. In 2023 zijn nieuwe contracten gestart met stevige ontwikkelopdrachten voor een passender (en doelmatiger) zorgaanbod. Daarnaast is eind 2023 een omvangrijk pakket van kostenbeheersingsmaatregelen voorbereid binnen de scope van de GRJR. Dit pakket is alleen effectief als het in de uitvoering bij gemeenten, GI’s, uitvoeringsorganisatie en aanbieders tot praktische verandering leidt.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het BBV voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing onderstaande kengetallen bevat: Kengetallen
Begroting 2023
Realisatie 2023
Netto Schuldquote
0,00
0,00
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0,00
0,00
Solvabiliteitsratio
0,00
0,00
0
0
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2023 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
37
3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waar de deelnemende gemeenten – uitgaande van de autonomie van het lokale bestuur – de samenwerking in de (boven)regionale jeugdhulp bespreken en vormgeven. Het algemeen bestuur (AB) is samengesteld uit de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio is één wethouder afgevaardigd als lid in het Dagelijks Bestuur (DB). Uitvoeringsorganisatie De Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) ondersteunt deze bestuurlijke processen. De secretaris/directeur van de GRJR coördineert de bestuurlijke processen en geeft leiding aan de UO. De UO is met een Uitvoeringsovereenkomst als zelfstandige organisatieeenheid ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoeringskosten van de GRJR bestaan uit een vergoeding voor kosten van personeel en ondersteuning van de UO. Vanaf 2023 is de UO structureel versterkt met personele capaciteit voor communicatie en financiële interne beheersing. Taakverdeling bij uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering van de taken is in samenwerking tussen de UO en individuele gemeenten: • De GRJR sluit regionale contracten met zorgaanbieders en zorgt daarmee voor voldoende aanbod van jeugdhulp.
Daarnaast subsidieert de GRJR diverse ketenpartners voor jeugdbescherming/jeugdreclassering (GI’s) en Veilig Thuis; • Over de individuele inzet van jeugdhulp voor jeugdigen beschikken individuele gemeenten, in samenspraak met aanbieders en GI’s. Gemeenten bestellen hulp bij (geven een toewijzing aan) regionaal gecontracteerde aanbieders en stuurt zo rechtstreeks op het gebruik.; • Gemeenten voeren decentrale zorgadministraties en geven gegevens door aan de GRJR. De GRJR handelt de financiële contractverplichtingen af die voortvloeien uit toewijzingen en declaraties. De GRJR begroot en verantwoordt de hiermee gepaard gaande lasten en rekent de contracten centraal af. Uit de taakverdeling volgt dat de uitgaven de GRJR sterk afhankelijk zijn van processen bij gemeenten. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering UO Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Bij de kerntaken van de GRJR (inkoop, contractmanagement en informatievoorziening) ligt een zeer nauwe relatie met de taken die de deelnemende gemeenten bij zich houden (het kaderstellen, het jeugd(hulp)beleid, het toewijzen van hulp en afgeven van beschikkingen in het kader van de Jeugdwet, etc.). We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp.
Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, in zowel de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming.
38
In de bedrijfsvoering van de GRJR ligt de focus op de volgende speerpunten: • Contractmanagement. De GRJR sloot nieuwe jeugdhulpcontracten af voor 2023 en verder. De bijbehorende kerntaak is het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. In 2023 zijn bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten ingevoerd tussen contractmanagement en aanbieders. Dit staat in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend; • Planning en control. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en in te richten op gemeenteniveau. Elk P&C document geeft individuele gemeenten inzicht en bevat aannames en keuzes die per gemeente op maat zijn afgestemd; • Informatievoorziening. Voor contractmanagement en planning en control is informatie nodig. Tijdigheid, juistheid en volledigheid van gegevens vergt sturing op administratieve stromen (en op registraties bij gemeentelijke backoffices).
In 2023 is onderzoek gestart naar mogelijkheden voor meer centrale grip op backofficetaken; • De interne beheersing en rechtmatigheidsborging is complex omdat de kosten op de regionale (GRJR-)contracten grotendeels voortvloeien uit uitvoerende besluiten van de afzonderlijke gemeenten. De mogelijkheden om dit proces te verbeteren maken onderdeel uit van het onderzoek naar de backofficetaken; • Regionale kostenbeheersing is een centraal thema in de GRJR. De GRJR heeft een regionaal maatregelenpakket gemaakt waarin taken voor de UO, de aanbieders, de GI’s en de gemeenten zitten; de effectiviteit hangt sterk af van de inzet van alle partijen. De UO bewaakt de samenhang en monitort de voortgang. Rechtmatigheid Vanaf 2022 is de UO structureel extra gaan investeren in de interne beheersing. Dit draagt bij aan een soepeler totstandkoming van jaarstukken en betere tussentijdse financiële informatie. Hiermee bereidde de UO zich ook voor op de vanaf 2023 verplichte rechtmatigheidsverantwoording. Concrete verbeteringen die inmiddels zijn doorgevoerd: • Jaarlijkse actualisatie normenkader rechtmatigheid; • Kader financieel en beleid en beheer; • Kader interne beheersing; • Invoering verplichtingenregisters; • Periodieke aansluitingen tussen registraties; • Ontwikkeling subsidiesysteem; • Start onderzoek naar mogelijkheden centralisatie backofficetaken jeugd.
Het dagelijks bestuur geeft in deze jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording (zie hoofdstuk 5). Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Conform BBV gaat de paragraaf Bedrijfsvoering in op deze rechtmatigheidscriteria.
39
Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. De begrotingswijziging van september 2023 voorzag in een verhoging van de budgetten. Daarna is in oktober 2023 in de 2e bestuursrapportage verdere overschrijding van de gewijzigde begroting voorgelegd. De overschrijdingen zijn in de jaarrekening 2023 toegelicht en door vaststelling van de jaarstukken door het AB alsnog geautoriseerd. De verschillen tussen begrote (geautoriseerde) en gerealiseerde lasten zijn toegelicht, zodat geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheershandelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. De financiële stromen in de GRJR waarbij aan het voorwaardencriiterium moet worden voldaan zijn drieledig: zorgkosten, subsidiekosten en uitvoeringskosten. Zorgkosten Bij de zorgkosten gaat het om het voldoen aan de aanbestedingsvoorschriften. In 2023 zijn geen nieuwe zorgcontracten aangegaan. De individuele beslissing van een gemeente om hulp in te zetten vanuit de regionale contracten is conform AB-besluit geen onderdeel van het normenkader rechtmatigheid 2023.
Uiteraard hebben gemeenten hiervoor interne beheersingsmaatregelen getroffen. Echter de inrichting en werking hiervan is niet onder controle van de GRJR en daarom uitgesloten van de rechtmatigheidsverantwoording van de GRJR. Deze keus is gemaakt vanwege problemen bij onze jaarrekeningcontroles in de financiële beheershandelingen van gemeenten, zoals niet-tijdige afgifte van toewijzingen, foutieve beoordeling aan het woonplaatsbeginsel en goedkeuring van declaraties met onjuiste tarieven. De Commissie BBV heeft in januari 2024 naar aanleiding van een vraag van een andere jeugdhulpregio uitgesproken, dat “indien de GR alleen de administratieve taken uitvoert, de beschikkingen door de deelnemende gemeenten worden afgegeven en iedere deelnemende gemeente zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen kosten en cliënten, de baten en lasten van de jeugdzorg verantwoord [dienen] te worden door de deelnemend gemeenten zelf.” Hierbij houdt de commissie geen rekening met de vraag wie (de GR of de gemeenten) contractpartij voor de aanbieders zijn. Deze uitspraak kan gevolgen hebben voor de GRJR. Tot op heden verantwoordt de GRJR de volledige zorgkosten vanuit de opvatting dat de gemeentelijke toewijzing niet meer is dan een bestelling op een regionaal contract, ter uitvoering van een gemeentelijke beschikking aan de jeugdige.
De financiële verplichting is in die redenering aangegaan namens de GRJR. Vanwege de afschaffing van de vlaktaks hangen de zorgkosten per gemeente echter uitsluitend af van besluiten van de betreffende gemeente. Daardoor is in de Rijnmondse situatie de commissie-uitspraak mogelijk van toepassing. Consequentie zou zijn dat alle zorgkosten die stoelen op toewijzingen door gemeenten niet onderdeel zijn van de financiële verantwoording van de GRJR, maar slechts worden toegelicht in de GRJRjaarrekening. De GRJR gaat in gesprek met de accountant en de Commissie BBV over de implicaties van deze uitspraak voor de definitieve jaarstukken 2023.
40
Subsidiekosten De GRJR verstrekt subsidies voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G), Veilig Thuis (opdracht H), pleegzorg (bijzondere kosten, maatwerk, functiedifferentiatie) (opdracht A), buitenregionale plaatsingen (opdracht I1) en acute dienst GGZ (opdracht I4). Hierbij moeten subsidievoorschriften worden nageleefd, waarbij voor de GRJR de Rotterdamse verordening van toepassing is. De subsidieverleningen en -vaststellingen volgen strakke procedures en vastleggingsvoorschriften waarop conform het Kader interne beheersing interne controle plaats heeft gevonden. Hierop is door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam een derdelijnscontrole uitgevoerd. Op basis van deze interne beheersingsmaatregelen zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd. Uitvoeringskosten Voor de uitvoering van de UO-taken worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld, voor bijvoorbeeld accountantscontrole en kostprijsonderzoeken. Bij deze kosten gaat het om aanbestedingsrechtmatigheid. Bij aanbesteding van opdrachten volgen we Rotterdamse aanbestedingsvoorschriften. Daarbij worden we ondersteund door de Rotterdamse afdeling Inkoop, die strikt is in de naleving van de aanbestedingsregels.
Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voeren we een spendanalyse uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten. Uit deze analyse komen geen onrechtmatigheden naar voren. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het Kader Interne beheersing dat eind 2022 is vastgesteld bevat een frauderisicoanalyse. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Er zijn daarnaast ook geen signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Op grond van de maatregelen kan worden geconstateerd dat aan het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is voldaan.