44. 2026-025367 DCMR Zienswijze concept-begroting DCMR Milieudienst Rijnmond 2027 & jaarverslag & jaarrekeningen 2025.pdf
Tekst van het document
Verder hielden wij ons onder meer bezig met onderzoek naar de vliegenoverlast op Heijplaat, ondersteunden we gemeente Rotterdam met het behalen van de klimaatdoelen en adviseerden we het ministerie Infrastructuur en Waterstaat over afval dat een tweede leven krijgt als circulaire bouwstof. 9 van 52
Samenwerking OD’s Het samenwerkingsprogramma Samen Sterker 2025 heeft een belangrijke beweging in gang gezet. Het doel was om samenwerking tussen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten te versterken. Dit is op veel punten gelukt. Relaties tussen diensten zijn verbeterd en er is meer onderlinge afstemming. De projecten uit het programma hebben door de behaalde resultaten laten zien dat samenwerking meerwaarde biedt. Het communiceren over deze successen en de meerwaarde van samenwerken, heeft bijgedragen aan de integratie ervan in het reguliere werkproces. De uitvoering van het programma heeft echter ook duidelijk gemaakt dat samenwerking niet vanzelfsprekend is. Het vraagt tijd, prioriteit, commitment, en veel afstemming. Verschillen tussen diensten moeten worden overbrugd en tijdsbesteding voor het programma concurreert regelmatig met reguliere werkzaamheden. Een paar mooie voorbeelden van de samenwerking zijn De Betere Wereldbaan en de arbeidsmarktcampagne die gezamenlijk door de diensten wordt gedaan. Er is een gezamenlijk team voor informatiebeveiliging en privacybescherming dat voor de vijf diensten werkt. De Administratief Toezichtpool is volledig operationeel geworden in 2025, de inzet van drones voor Toezicht heeft een verdere impuls en doorontwikkeling gekend. Er is commitment toegezegd en inzet gedaan op het gebruik van DIGI-V.
En er is een start gemaakt om te kijken hoe we de inzet op verschillende milieuthema’s in andere of nieuwe samenwerkingsvormen kunnen oppakken. IBP VTH-versterking en Verbeterplan visitatie Landelijk werken wij samen in Omgevingsdienst NL (ODNL). Hierin zijn alle OD’s van het land vertegenwoordigd. De commissie Van Aartsen concludeerde een aantal jaren geleden dat het VTHstelsel in Nederland niet goed genoeg functioneerde. In het daarop ingestelde landelijke Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH-versterking zijn verbeteracties afgesproken. Daarnaast zijn er in 2024 verbeterpunten gekomen uit de visitatie door ODNL (pijler 6 IBP). Om de aandacht goed gericht te houden op de acties die relevant zijn voor de DCMR-uitvoering en die directe actie of bestuurlijke aandacht vereisen, is een voortgangslijst opgesteld die periodiek met het DB wordt gedeeld.
In 2025 hebben we de voor de DCMR relevante acties in uitvoering genomen en een aantal is inmiddels afgerond. De focus lag met name op de verbeterpunten met betrekking tot de robuustheidscriteria. Deze verbeterpunten hebben een deadline van 1 april 2026. Het is ons gelukt om deze verbeterpunten in 2025 af te ronden. 3.2
Meerjarenprogramma
In het Meerjarenprogramma (MJP) geeft DCMR aan hoe de omgevingsdienst bijdraagt aan belangrijke lokale en regionale opgaven. DCMR zet een breed scala aan instrumenten in om naleving van de best beschikbare technieken te bevorderen. In de toelichting bij de beleidsopgaven is de inzet op de focuspunten op hoofdlijnen in beeld gebracht. Meer details zijn te lezen in het separaat monitoringsrapport MJP. Elke vier jaar stelt DCMR een meerjarenprogramma (MJP) op en bespreekt dit met de bestuurders. Het huidige programma, dat geldt voor 2023-2026, omvat vier aandachtsgebieden en twaalf focuspunten. Het MJP is een instrument dat bijdraagt aan een goede koppeling tussen beleidsvorming en -uitvoering, wat essentieel is voor de efficiëntie en slagkracht van DCMR in de beleidscyclus. 3.2.1.
Veiligheid
Het jaar 2025 laat zien dat de veiligheid binnen de industrie in de basis op orde is, maar dat het toezicht zich voortdurend moet aanpassen aan nieuwe risico’s, veranderende processen en maatschappelijke ontwikkelingen. Door in te zetten op vernieuwende inspectiemethodieken, versterken van samenwerking en betere benutting van data, blijft DCMR in staat om ontwikkelingen tijdig te signaleren en waar nodig bij te sturen. Tegelijkertijd dienen zich nieuwe domeinen aan, zoals bedrijfsbeëindigingen en lithiumrisico’s, die vragen om bredere samenwerking en wendbaarheid van de organisatie. Procesveiligheid in de industrie In 2025 heeft DCMR opnieuw intensief toegezien op de procesveiligheid binnen de industrie. De inspecties lieten zien dat veel bedrijven hun veiligheidsprocessen goed op orde hebben: het aantal 10 van 52
overtredingen blijft laag en vertoont al enkele jaren een dalende lijn. Tegelijkertijd staat de toezichtpraktijk niet stil. Bp Raffinaderij Rotterdam na intensief verbeterprogramma niet meer onder verscherpt toezicht Er is in 2025 bewuster gekozen voor een risicogerichte inspectiestrategie, waarbij niet alleen de grote en bekende procesinstallaties centraal staan, maar ook kleinere onderdelen die in de praktijk regelmatig aanleiding geven tot voorvallen. Zo zijn warmtewisselaars dit jaar als thematisch focuspunt gekozen, mede ingegeven door eerdere incidenten. Inspecteurs kregen hierbij specialistische ondersteuning, zodat de kwaliteit van de inspecties hoog bleef en nieuwe risico’s in beeld kwamen. Grote incidenten met gevolgen voor de leefomgeving bleven beperkt, al laten incidenten zoals die bij Steinweg zien dat veiligheidscultuur geen vanzelfsprekendheid is en voortdurend onderhoud vraagt. Bedrijven benaderden DCMR dit jaar zelfs actief met de vraag om ondersteuning, wat laat zien dat de rol van DCMR bijdraagt aan een bredere bewustwording in de regio. Een belangrijke ontwikkeling is de pilot rond systeemtoezicht. Hierbij is bij tien bedrijven onderzocht in hoeverre zij in staat zijn om zelf de naleving van vergunningvoorschriften te borgen. De uitkomsten waren inhoudelijk waardevol: bij acht van de tien bedrijven kwamen verbeterpunten naar voren.
De pilot geeft nieuwe handvatten om structurele risico’s tijdig te herkennen. Zo wordt onderzocht of eisen rond certificering mogelijk beter in vergunningen verankerd kunnen worden. Een nieuwe toezichtuitdaging deed zich voor door meerdere bedrijven die hun activiteiten beëindigen. Het veilig buiten gebruik stellen van installaties, het voorkomen van rest- en bodemrisico’s en het zorgvuldig ontkoppelen van infrastructurele verbindingen vragen veel aandacht. Hiervoor is een nieuwe methodiek ontwikkeld die bedrijven en toezichthouders houvast biedt bij een veilige afbouw. Beperken van de gevolgen van incidenten In de aanpak van incidenten en voorvallen is de impact van de Omgevingswet in 2025 duidelijk zichtbaar geworden. De meldsystematiek verandert, waarbij bedrijven minder meldingen hoeven te doen en alleen nog “significante” voorvallen moeten melden. Dit leidt in de komende jaren onvermijdelijk tot andere incidentcijfers. Een opvallend punt in 2025 is de toename van meldingen die verband houden met lekkages bij goederentransport, met name bij ketelwagons op emplacementen. Deze lekkages ontstaan vaak al in het buitenland, maar worden in onze regio zichtbaar zodra wagons stilstaan voor overslag of controle. DCMR werkt samen met ILT, ProRail en andere stakeholders om deze problematiek structureel aan te pakken.
Daarnaast nemen incidenten met lithium-ion batterijen toe, vooral buiten de traditionele industrie. Denk aan opslaglocaties, bezorgbedrijven of kleine handelsondernemingen. Deze incidenten vallen niet altijd onder de reguliere CIN-meldingen, waardoor ze nog niet goed in de monitoring terugkomen. Het vraagt om een bredere benadering van toezicht op veiligheidsrisico’s in verschillende sectoren.
Veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen Naast de incident gedreven ontwikkelingen vragen ook de energietransitie om een andere aanpak van veiligheid rond de opslag van en omgang met gevaarlijke stoffen. Zo zagen we een sterke toename van aanvragen voor grootschalige lithium-ion batterijopslag. Vanwege het ontbreken van landelijk eenduidige kaders nam DCMR samen met DeltaLinqs het initiatief om een regionaal platform te ontwikkelen voor beoordeling en afstemming. Hiermee blijft verantwoorde vergunningverlening mogelijk in een periode waarin de landelijke regelgeving nog in ontwikkeling is. De verwachting is dat deze opgave de komende jaren verder groeit. Innovatie speelde eveneens een belangrijke rol. Een nieuw ontwikkelde AI-tool geeft inspecteurs door middel van visuele herkenning snel inzicht in welke gevaarlijke stoffen de garagebedrijven, horeca en andere mkb-bedrijven in huis hebben en of deze veilig zijn opgeslagen. Dit project is een concreet voorbeeld van hoe DCMR zich ontwikkelt op nieuwe vormen van datagedreven toezicht.
Verder waren de PGS-normen (publicatiereeks gevaarlijke stoffen) onderwerp van actualisatie. De nieuwe, scenariogerichte PGS 15 (opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) vraagt van bedrijven én toezichthouders een andere manier van denken en werken. DCMR bereidde zich daarop voor met 11 van 52
opleidingen en interne kennisontwikkeling. Ook PGS 29 (opslag gevaarlijke stoffen in tanks) kwam in 2025 een stap verder, waarbij fase 1 is afgerond en fase 2 zich richt op afronding van resterende punten en beroepsprocedures. De diversiteit aan PGS-versies die momenteel in gebruik is, vraagt blijvend om duidelijkheid richting bedrijven en een consequente toepassing binnen de vergunningverlening. De afgelopen 2,5 jaar hebben bedrijven, toezichthouders en veiligheidsregio’s intensief samengewerkt aan de herziening van PGS 12 – Ammoniak: opslag en verlading. Het resultaat in 2025: een actueel, hoogwaardig en internationaal gewaardeerd veiligheidskader dat een cruciale rol speelt in de energietransitie en de opbouw van een waterstofeconomie. Nieuwe PGS 12-richtlijn: samen werken aan veiligheid in de energietransitie 3.2.2.
Gezondheid
In 2025 zette DCMR stappen om de leefomgeving gezonder en schoner te maken. Het was een jaar waarin beleid en praktijk dichter bij elkaar kwamen, en waarin samenwerking, datagedreven werken en uitvoering centraal stonden op gebied van Zeer Zorgwekkende Stoffen, Stikstof en fijnstof, en bodem Verminderen van uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Waar de afgelopen jaren vooral in het teken stonden van het opbouwen van kennis over Zeer Zorgwekkende Stoffen, verschoof in 2025 de aandacht naar naleving, toetsing en handhaving. Bij veel bedrijven waren de wettelijke termijnen voor het in kaart brengen van ZZS verstreken, waardoor DCMR nadrukkelijker toezicht hield op daadwerkelijke emissiereductie. Chemours heeft tot 4 juli 2025 om lozing TFPrA te verlagen In Zuid-Holland en Zeeland werden 42 gerichte ZZS-inspecties uitgevoerd. Daaruit bleek dat bedrijven hun zicht op ZZS verbeterden, maar ook dat nog niet alle informatieverplichtingen op orde waren, met name bij afvalbedrijven. Tegelijkertijd vond in de gemeentelijke toezichtdomeinen een brede inventarisatie bij 200 mkbbedrijven plaats om vroegtijdig mogelijke risico’s in beeld te krijgen. DCMR voert inventarisatie uit op gebruik ZZS bij mkb-bedrijven | DCMR Het jaar werd ook gekenmerkt door de start van het actualisatietraject voor provinciale afvalbedrijven.
Alle 33 bedrijven werden aangesproken om een Vermijdings- en Reductieprogramma op te stellen een proces dat intensieve afstemming vroeg, maar ook liet zien dat vroegtijdig overleg, juridische procedures kan voorkomen. De samenwerking met ILT werd verder verdiept. Door een landelijk toezichtarrangement werd helder vastgelegd wie waar verantwoordelijk voor is. Gezamenlijk toezicht bij PFAS-houdende blusinstallaties leidde tot maatregelen die tegelijk veiligheid én milieubescherming dienen.
Daarnaast investeerde DCMR in datakwaliteit: de RIVM database met daarin de stoffen die als ZZS zijn aangemerkt, is geïntegreerd in het emissieregister in Mozard. Hierdoor kunnen emissies van ZZS naar lucht en water eenvoudig worden opgezocht. Deze informatie ondersteunt risicogericht toezicht en helpt te beoordelen of emissies voldoen aan de geldende eisen. Ook met waterschappen werd nauwer samengewerkt om emissie en waterkwaliteitsdata te verbinden. De gezamenlijke handhavingsdagen in de glastuinbouw leverden concrete resultaten op en worden vanaf 2026 landelijk opgeschaald. Gezamenlijke teeltwisselcheck: meer bedrijven gecontroleerd, naleving verbeterd | DCMR
Stikstof en Fijnstof verminderen In 2025 zette DCMR opnieuw stappen op het thema fijnstof (PM10 /PM2,5) en stikstofoxiden (NOx).
Het jaar werd gekenmerkt door het verder vormgeven van het programma Scherp vergunnen. Vergunningvoorschriften worden aangescherpt waar de technische normen en inzichten dat toelaten. 12 van 52
In 2025 is opnieuw bevestigd dat ook mobiele arbeidsmiddelen – verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de emissies die samenhangen met op- en overslagactiviteiten – onder voorwaarden in vergunningen kunnen worden gereguleerd. Die juridische duidelijkheid biedt nieuwe ruimte om emissies bij bedrijven structureel te verlagen, maar maakt tegelijkertijd zichtbaar dat scherpe voorschriften vrijwel altijd gepaard gaan met juridische risico’s. Verschillende casussen uit 2025 laten zien dat bezwaar- en beroepsprocedures reëel blijven zodra bedrijven menen dat voorschriften te ingrijpend zijn of onvoldoende rekening houden met de bedrijfseconomische realiteit. Tegelijkertijd groeit bij partners het besef dat vrijwillige samenwerking soms meer oplevert dan louter het juridische spoor bewandelen. Zo ontwikkelde het Rotterdamse project voor NOx en fijnstofreductie zich in 2025 verder richting een gezamenlijke aanpak met bedrijven en het ministerie. Waar eerst scherpere vergunningvoorschriften het uitgangspunt waren, richt het project zich steeds meer op vrijwillige emissiereducties, ondersteund door subsidies en kennisdeling. Die verschuiving sluit aan bij de forse uitdagingen in het havengebied, zoals netcongestie, beperkte investeringsruimte en afwegingen tussen retrofit en volledige elektrificatie van materieel.
Daarnaast is in 2025 gewerkt aan een systematische manier om emissiewinst beter zichtbaar te maken. DCMR heeft stappen gezet in het opbouwen van historische emissiedata, zodat zowel feitelijke emissies als administratieve wijzigingen in vergunningen beter kunnen worden gevolgd. De wens om ‘echte milieuwinst’ zichtbaar te maken – los van economische fluctuaties – vraagt om nieuwe indicatoren en een andere manier van monitoren. Binnen het toezicht is ook in 2025 weer intensief gecontroleerd op stofinstallaties en emissiegrenswaarden. Hoewel de aard van de inspecties grotendeels regulier is, groeit de rol van data-analyse binnen het toezicht. Door koppelingen te leggen tussen inspectieresultaten, branchekenmerken en vergunningsdata ontstaat steeds beter zicht op trends en risico’s. Op enkele dossiers, zoals startstopemissies bij energiecentrales en specifieke processen in de glastuinbouw, zijn in 2025 bovendien nieuwe onderzoekslijnen gestart die in 2026 verder worden uitgewerkt.
Bodemverontreiniging voorkomen Het voorkomen van bodemverontreiniging bleef in 2025 een speerpunt. Er werden 729 preventieve inspecties uitgevoerd, waarbij 133 overtredingen werden vastgesteld, een nalevingspercentage van 82%. De verschillen tussen sectoren waren groot. Vooral akkerbouw en garagebedrijven bleken kwetsbaar. Door veranderende regelgeving, zoals het vervallen van bodemvoorschriften in de PGS en de komst van nieuwe BBT-documenten, vraagt toezicht op SEVESO-bedrijven om nieuwe instrumenten en interpretaties. Totdat deze volledig zijn geïmplementeerd, handhaaft DCMR op basis van de specifieke zorgplicht. Samenwerking met de waterschappen werd intensiever, bijvoorbeeld rond lekdichtheid van zuiveringsinstallaties. Vanaf 2026 wordt lekdichtheid aantonen verplicht, terwijl Europese regels vanaf 2030 aanvullende zuivering eisen. Dat leidt tot ruimtelijke uitdagingen voor de benodigde nieuwe installaties. PFAS bleef een bijzonder aandachtspunt. Na inventarisatie in 2024 startte DCMR in 2025 met bodemonderzoek op locaties waar PFAS-houdend blusschuim is gebruikt. Ook hield DCMR toezicht bij oefeningen in spoortunnels, om te borgen dat bluswater op veilige wijze werd afgevoerd. Samen met ILT werd een toezichtsarrangement opgesteld voor bedrijven die uitstel vroegen of het verbod op PFAS-houdend schuim nog niet naleefden. 3.2.3.
Leefbaarheid
In 2025 werkte DCMR aan het behoud van een leefbare omgeving in een gebied waar activiteiten blijven toenemen. Geluid, geur en ondermijning vormden daarbij de belangrijkste thema’s. Geluidhinder voorkomen In 2025 speelde het voorkomen van geluidhinder opnieuw binnen de domeinen horeca, sport en recreatie en evenementen. Hoewel het aantal normoverschrijdingen wederom beperkt was, nam de maatschappelijke gevoeligheid voor geluid toe. De meldingen over hinder lieten vooral bij 13 van 52
drukbezochte evenementen een duidelijke stijging zien. Daarmee blijft de spanning zichtbaar tussen wat juridisch toelaatbaar is en wat buurtbewoners als acceptabel ervaren. In 2025 werd een toegankelijke infographic gepresenteerd voor inwoners over waar zij welke vorm van overlast kunnen melden. Deze wordt inmiddels breed ingezet door zowel gemeente Rotterdam als Rotterdam Festivals en leidt tot betere doorverwijzing en efficiëntere verwerking van meldingen. Geluidsoverlast tijdens het evenementenseizoen Binnen de horeca liet de pilot met zogenoemde nudging in de Oude Haven meetbaar positieve resultaten zien: bezoekers veroorzaken minder en lagere geluidspieken in de nachtelijke uren. De gemeente Rotterdam heeft deze aanpak opgenomen in het Actieplan Geluid en werkt aan verdere toepassing. Tegelijkertijd liep het traject rond de maatwerkbeschikkingen op het Stadhuisplein vertraging op. Door een voorlopige voorziening zijn de beschikkingen geschorst en valt de handhaving terug op oudere, strengere normen, terwijl praktijksituaties het moeilijk maken om overtredingen afzonderlijk vast te stellen. In de sport- en recreatiesector was een lichte afname in meldingen merkbaar. Met name het eerder omvangrijke onderwerp padel veroorzaakte in 2025 minder hinder dan in 2024.
Dit hangt vermoedelijk samen met eerdere interventies waarbij voordat banen werden aangelegd, geluidonderzoeken zijn gevraagd en beoordeeld. De ervaring van 2025 laat zien dat het daadwerkelijke verminderen van geluidproductie vaak niet goed haalbaar is, maar dat het vergroten van draagvlak, het verbeteren van beleving en het scherper adviseren op probleemlocaties kansen biedt. DCMR blijft daarom inzetten op vernieuwende interventies, versterkt advies aan de voorkant van het proces zodat geluidhinder beheersbaar blijft in een stedelijke omgeving die steeds intensiever wordt benut. Geurhinder voorkomen Het jaar kenmerkte zich door een toename van het aantal geurklachten, vooral afkomstig uit de horeca. Deze groei hangt vermoedelijk samen met een combinatie van factoren: meer meldbereidheid, een toename van horecaconcepten waarbij intensieve bereidingstechnieken worden gebruikt en cumulatie van bronnen. Om deze trend te keren is besloten om vanaf 2026 meer preventieve geurcontroles uit te voeren, gericht op onderhoud, nageschakelde techniek en juiste afvoer om klachten voor te zijn. Naast de dagelijkse inzet op klachtenafhandeling werden in verschillende langlopende dossiers structurele stappen gezet. In enkele gevallen leidde dat tot succesvolle maatregelen, zoals het verleggen van afvoeren of het treffen van aanvullende voorzieningen door ondernemers.
In andere situaties is gekozen voor een meer fundamentele oplossing, zoals bedrijfsverplaatsing en aanpassing van de bestemming, waardoor nieuwe overlast op dezelfde locatie wordt voorkomen. Grote dossiers zoals de CanAdelaar (legale wietproducent) en de Markthal (cumulatie van bakdampen) blijven complex en arbeidsintensief, maar er is wel voortgang geboekt. In situaties waar meerdere bronnen samen hinder veroorzaken en normen geen houvast bieden, vraagt het van ons meer meten, onderzoeken en toepassen van de zorgplicht. Ook vroegtijdig ruimtelijk advies speelt een rol. CanAdelaar moet geurhinder beperken: rechter geeft Voorne aan Zee en DCMR gelijk Aan de industriële kant zijn duidelijke verbeteringen zichtbaar. Inspecties bij bedrijven met dampverwerkingsinstallaties lieten zien dat geen overtredingen werden geconstateerd, wat duidt op een hogere mate van naleving en bewustzijn van geurbeperkende technieken. Ook is gewerkt aan vergunningen met aangescherpte geurvoorschriften, zoals bij Sign Derby nabij Zwijndrecht, waar het bedrijf inmiddels actief meewerkt aan maatregelen om hinder te verminderen. Daarnaast blijft geurhinder een relevant thema binnen de ruimtelijke ordening. Gemeenten zoeken, gedreven door de woningbouwopgave, steeds vaker de grenzen op van wat ruimtelijk en milieukundig verantwoord is.
DCMR blijft gemeenten adviseren over geur bij omgevingsplannen, maar de ruimte die gemeenten hebben om eigen normen te hanteren en extra geur toe te staan, vraagt voortdurende aandacht, vooral bij locaties waar woningen dicht op bestaande geurbronnen worden gepland. 14 van 52
Het werk aan de geurcontouren en het verfijnen van de bijbehorende data gaat onverminderd door, al is het technisch complex. Ook worden stappen gezet binnen landelijke trajecten rondom het ontgassen van de binnenvaart, waar DCMR actief bij betrokken is.
Ondermijning en milieucriminaliteit Ondermijning en milieucriminaliteit vormen een bedreiging voor de leefomgeving, economie en veiligheid. Via datagedreven signalering nam DCMR deel aan de integrale acties van gemeenten en bezocht daarbij ruim 150 locaties. Bij bijna een derde van de controles werden milieuovertredingen vastgesteld, zes keer volgde een sanctie. Vooral garagebedrijven, groothandels en bouw- en houtbedrijven kwamen naar voren als risicolocaties. De samenwerking met partners leidde tot gerichte acties, zoals transportcontroles met ILT, die meerdere processenverbaal opleverden. Digitale hulpmiddelen, waaronder AMICE, hielpen om voertuigen of bedrijven te selecteren die extra aandacht nodig hadden. In complexe dossiers, zoals PFAS in de riolering, werd samengewerkt met Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeente Rotterdam in het kader van ketentoezicht. Afstemming via de Landelijke en Strategische Milieukamer versterkte het beeld van waar risico’s zich ontwikkelen. In dat kader werkte DCMR aan publiek-private samenwerking om financiële stromen en afwijkende patronen beter te herkennen. De Wet Bibob speelde opnieuw een rol in het voorkomen van misbruik van vergunningen.
30 vergunningaanvragen zijn getoetst uit de sectoren afvalstoffen, vloeibare bulk en vuurwerk en in tien gevallen is informatie gedeeld met partners die verantwoordelijk zijn voor toezicht en handhaving. 3.2.4.
Duurzaamheid
In 2025 werkte DCMR aan energiebesparing, energietransitie en circulaire economie. Het was een jaar waarin de uitvoering centraal stond en bedrijven, overheden en ketenpartners nog vaker samen optrokken om kennis op te bouwen en de transities te versnellen. Energiebesparing 2025 was een jaar van versnelling. Met een combinatie van scherp toezicht, innovatieve methoden, kennisopbouw en intensieve samenwerking hebben we tastbare resultaten geboekt. De verplichte onderzoeken naar energiebesparing zijn afgerond. Het ging om ruim 360 rapportages. Veel bedrijven bleken af te wijken van de wettelijke eisen, wat resulteerde in handhaving. Bedrijven konden verbeterplannen indienen; waar dat uitbleef, volgde vervolgtoezicht of afkeuring. DCMR hield daarmee druk op naleving. Voor ETS-bedrijven introduceerde DCMR een auditgerichte inspectiemethodiek die kijkt naar techniek, beleid en borging. Deze werkwijze wordt in 2026 landelijk ingevoerd. Het besparingspotentieel dat samen met bedrijven is vastgesteld komt uit op 6,3 petajoule tot 2027, met een jaarlijkse reductie van ongeveer 1,4%. Dit overstijgt de eerdere CO₂ doelstelling. Tijdens bijeenkomsten met bedrijven en partners werden maatregelen uitgewisseld die binnen enkele jaren kunnen worden uitgevoerd. Energiebesparing cruciaal voor duurzame transitie | DCMR Ook zijn handhavingsstappen gezet, zoals de opgelegde dwangsom aan KPN.
Convenanten met zorg en onderwijs vroegen om extra monitoring. Twee scholen zijn uit het convenant gehaald omdat zij niet voldeden aan de afspraken. De voorbereiding op Europese regels en de koppeling van energiedata aan systemen blijft een opgave. 15 van 52
Energietransitie De energietransitie werd in 2025 nog concreter. DCMR vervulde via een programmatische aanpak drie rollen: versneller, poortwachter en bewaker van veiligheid en leefomgeving. Terwijl landelijke doelen voor de grootste uitstoters zijn bijgesteld, boekte Rijnmond vooruitgang in ketenprojecten. Vergunningen voor bedrijven als Nobian werden afgerond en casusteams ondersteunden trajecten zoals bij Shell. De regio zette stappen in waterstof. De pijpleiding tussen Maasvlakte en Pernis is aangelegd en getest. Shell rondde de electrolyzer grotendeels af. Air Liquide nam een investeringsbeslissing voor een 200 MW electrolyzer, met een vergunningtraject via DCMR. Deze projecten droegen bij aan de vorming van een waterstofnetwerk. In het Novex programma werkte DCMR mee aan analyses en adviezen over ammoniak als energiedrager en droeg bij aan bewonersbijeenkomsten. De inzet was gericht op een veilige ruimtelijke positie van toekomstige terminals. DCMR had een duidelijke rol in de MER- en ROprocedures, en daarmee in het mogelijk maken van deze cruciale infrastructuur. Verder waren er meer aanvragen voor methanolprojecten, alternatieve vliegtuigbrandstoffen en vloeibare waterstof. Hierdoor werd DCMR steeds vaker kennispartner bij nieuwe stoffen. Restwarmteprojecten bleven belangrijk.
De leiding naar Den Haag kwam bijna tot voltooiing en de leiding naar Leiden bereikte het besluitvormende stadium. Het project kreeg nationale MIEK-status, waardoor knelpunten sneller kunnen worden aangepakt. DCMR leverde vergunningwerk voor Porthos en werkte aan Aramis, de opvolger voor grootschalige CO₂-opslag. Deze infrastructuur vormt de basis voor emissiereductie richting 2035. Circulaire Economie DCMR zette stappen in de overgang naar een circulaire economie. Nieuwe circulaire voorschriften die grondstof-efficiency bevorderen als aanvulling of vervanging van de voorheen voorgeschreven afvalpreventievoorschriften zijn juridisch vastgelegd en worden landelijk opgenomen in het standaardvoorschriftenpakket. De eerste twee vergunningen met deze voorschriften zijn verleend en meerdere ontwerpvergunningen staan klaar. Gemeente Rotterdam en provincies willen deze lijn structureel voortzetten. Dat is een belangrijke stap naar een uniforme werkwijze en een stap naar een toekomst waarin circulariteit vanzelfsprekend is. De samenwerking nam toe. In Zuid-Holland ontstond een kennisatelier waarin omgevingsdiensten en partners gezamenlijk oplossingen ontwikkelen. Het Circulair Loket, dat in 2024 begon in Rotterdam, is opgeschaald naar provinciaal niveau. Meer dan de helft van onze medewerkers volgde een introductietraining circulaire economie.
Projecten zoals Bokashi lieten zien hoe afval(blad) kan worden omgezet naar grondstof. Rotterdam heeft beleid aangepast, en landelijk groeit de belangstelling hiervoor. Ook het toepassen van einde afvalstatus gaf ruimte voor nieuwe initiatieven. Einde-afvalstatus en circulaire grondstoffen | DCMR DCMR presenteerde op de landelijke recyclingbeurs en leverde input voor Europese regelgeving voor industriële emissies. De organisatie werkt verder aan manieren om maatschappelijke impact te meten en circulaire advisering structureel te verankeren. Vanaf 2026 starten gezamenlijke circulaire inspecties en wordt gewerkt aan integratie van circulariteit in omgevingsplannen. Het project duurzame bedrijventerreinen kreeg verder vorm door concrete samenwerking met de gemeente Rotterdam. 3.3
Programma’s DCMR
Voor een groot deel van het reguliere werk is DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te ingewikkeld, complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de 16 van 52
taakgerichte lijnorganisatie. Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen. Gezonde leefomgeving De gezonde leefomgeving is, mede door de Omgevingswet en het onderzoeksrapport Industrie en omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over het verkleinen van gezondheidsrisico’s door uitstoot, een belangrijke pijler voor DCMR. Wat kan DCMR doen om hierin impact te hebben? Op 1 januari 2025 zijn we begonnen met het in kaart brengen van zeer zorgwekkende stoffen bij bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag. Die ZZS moeten naar verwachting rond 2050 zijn afgebouwd. De eerste resultaten van projecten zijn binnen. We hebben een toolbox ontwikkeld die participanten ondersteunt in hun communicatie naar bewoners, met name waar het gaat over PFAS. ZZS zijn complex. Hoe leg je dingen begrijpelijk uit? Met de toolbox kunnen participanten op hun eigen website-informatie geven aan hun inwoners. Volgend jaar moet Nederland, net als de rest van Europa, aan de Kaderrichtlijn Water voldoen. Een aantal stoffen mag niet of nog maar heel beperkt voorkomen in het water. DCMR heeft de taak toezicht te houden op lozingen van bedrijven op het riool.
In 2025 hebben onze inspecteurs intensiever monsters van het afvalwater bij bedrijven genomen om te kijken welke stoffen erin zitten. Energietransitie en circulaire economie DCMR heeft het eerste vierjarenprogramma afgerond op de twee belangrijke maatschappelijke thema’s energietransitie en circulaire economie. Er is geïnvesteerd in kennisopbouw en -deling en het versnellen van initiatieven rond verduurzaming via het Versnellingshuis. Hierbij wordt duidelijk dat bestaande regelgeving de circulaire inrichting van processen soms in de weg staat of op een andere manier niet aansluit bij een samenleving in transitie. DCMR probeert dit te doorbreken en zet in op het ontwikkelen van passende regelgeving. Om onder meer duurzame investeringen te versnellen, is het nodig dat het vergunningenproces spoedig verloopt. Voordat bedrijven hun Omgevingsvergunning aanvragen, moeten zij als initiatiefnemer participatie door de omgeving organiseren. Samen met DeltaLinqs en het Havenbedrijf Rotterdam heeft DCMR hiertoe een handreiking voor bedrijven opgesteld. Werken met data en AI We hebben in 2025 een impuls gegeven aan het werken met data binnen DCMR. We hebben stappen gezet met het vergroten van de datageletterdheid van onze medewerkers, het beter beleggen van data-eigenaarschap, het verbeteren van de datakwaliteit en het werken vanuit één datawaarheid via een nieuw dataplatform.
Met dit programma wordt een stevig fundament gelegd voor de toekomst. We hebben samen met externe partijen succesvol twee casussen gerealiseerd op het gebied van AI. De Gevaarlijke stoffenscanner is een specifieke AI-tool die inspecteurs door middel van visuele herkenning snel inzicht geeft in welke gevaarlijke stoffen de garagebedrijven, horeca en andere mkbbedrijven in huis hebben en of deze veilig zijn opgeslagen. De AI-oplossing voor meldingen lozingen grondwater helpt ons met de beoordeling op volledigheid en inhoud. We hebben via deze casussen waardevolle lessen geleerd over het effectief en verantwoord inzetten van AI. Die zijn het vertrekpunt voor de insteek van het programma in 2026.
17 van 52
3.4
Cijfers in beeld
Productiecijfers De cijfers bevatten alleen afgesloten casussen. Voor meer productiecijfers, zie de bijlage.
Productie reguleren Tabel: Aantallen producten reguleren Product
2025
2024
2023
Omgevingsvergunning reguliere procedure (oprichting en wijziging)
89
14
Omgevingsvergunning uitgebreide procedure (inclusief ambtshalve wijzigingen)
126
179
205
Omgevingsvergunning reguliere procedure (milieuneutrale wijzigingen en BRIKS)
357
349
446
Totaal vergunningen
572
542
651
1.592
1.103
Meldingen activiteitenbesluit*
21
130
689
Maatwerkvoorschriften
97
122
230
Actualisatietoetsen
122
116
75
Overige reguleren producten
1.261
1.177
855
*de getallen zijn aangepast ten opzicht van het jaarverslag 2024 omdat de meldingen GBES foutief waren meegerekend bij Meldingen Activiteitenbesluit terwijl deze horen bij Meldingen Omgevingswet.
Er zijn in 2024 twee nieuwe producten bijgekomen vanwege de invoering van de Omgevingswet: Omgevingsvergunning reguliere procedure (oprichting en wijziging) en Meldingen Omgevingswet. Het product Omgevingsvergunning reguliere procedure (oprichting en wijziging) bestaat uit producten die voorheen onder een uitgebreide procedure vielen (oprichting en verandering), maar met de Omgevingswet met een reguliere procedure worden behandeld. In totaal is er een kleine toename te zien van het aantal reguliere en uitgebreide procedures ten opzichte van 2024. Het product Meldingen activiteitenbesluit bestaat niet meer sinds invoering van de Omgevingswet en zal daardoor op termijn verdwijnen. Het product Meldingen Omgevingswet laat net als in 2024 een hoog aantal zien. Dat komt omdat met de komst van de Omgevingswet meer activiteiten onder de meldingsplicht zijn komen te vallen. Daarnaast kunnen meldingen per activiteit (en) worden gedaan en niet meer per inrichting. Er zijn in 2025 opnieuw veel actualisatietoetsen uitgevoerd. De geplande actualisatietoetsen zijn allemaal uitgevoerd. Vergunningen worden over het algemeen iedere 5 jaar getoetst op actualiteit, hierdoor wisselt het aantal actualisatietoetsen per jaar.
18 van 52
Productie toezicht Tabel: Aantallen inspecties exclusief Seveso-inspecties. Product*
2025
2024
2023
Opleveringscontroles
116
81
94
Preventieve controles*
3.027
3.150
3.192
Nacontroles
2.277
2.117
2.412
Administratieve controles
2.292
1.838
1.485
Klachten/voorvalonderzoeken
1.862
1.704
1.694
Inventariserende controles
760
480
159
Overige toezichtsproducten
8.692
8.404
6.986
*exclusief controles gestopt op initiatief DCMR De aantallen over 2025 komen redelijk overeen met eerdere jaren. Er is in 2025 wel meer aandacht besteed aan inventarisaties. Dat is terug te zien in de cijfers.
Productie handhaving Tabel: Overtredingen, (na)controles en sancties inclusief Seveso. Product
2025
2024
2023
Bestuursrechtelijke sancties
347
342
407
Strafrechtelijke sancties*
105
92
94
*Voor de strafrechtelijke sancties betreft het alleen de daadwerkelijk afgeronde zaken
De bestuursrechtelijke sancties zijn vraaggestuurd. Het aantal bestuursrechtelijke sancties betreft alle afgeronde handhavings- en invorderings- en verzoek om handhavingszaken, ongeacht het resultaat van deze zaken. Dat betekent dat (lang) niet alle zaken uiteindelijk hebben geleid tot het vaststellen van een handhavingsbeschikking, het vaststellen van een besluit op een handhavingsverzoek of de daadwerkelijke invordering van een verbeurde dwangsom. In een groot aantal gevallen is afgezien van het vaststellen van een beschikking. Dit gebeurt om legitieme redenen, zoals bijvoorbeeld het blijvend ongedaan hebben gemaakt van een overtreding of het intrekken van een handhavingsverzoek. Ten aanzien van het aantal strafrechtelijke sancties is een lichte stijging te zien. Ook strafrechtelijke sancties zijn vraaggestuurd en vinden over het algemeen haar oorsprong vanuit de inspectiebureaus en de inschaling van overtredingen in de Landelijke Sanctiestrategie Omgevingsrecht (LHSO). In totaal zijn door DCMR overigens 214 strafrechtelijke onderzoeken uitgevoerd. In 105 gevallen heeft dat ook daadwerkelijk een sanctie opgeleverd. In de overige gevallen is afgezien van verdere vervolging bijvoorbeeld door gebrek aan bewijs of in afstemming met het Openbaar Ministerie.
19 van 52
Productie meldkamer Tabel: Meldkamercijfers Klachten (excl. vliegverkeer)
2025
2024
2023
Klachten instantie DCMR
20.570
15.882
16.090
CIN-meldingen instantie DCMR via CIN lijn*
317
307
277
Bedrijfsmeldingen instantie DCMR
6.030
6.346
6.052
Klachten andere omgevingsdiensten
2.374
2.187
2.374
Klachten overige instanties
866
797
888
Bedrijfsmeldingen andere omgevingsdiensten
186
161
131
CIN-meldingen instantie OZHZ (vooral Prorail Kijfhoek)
22
9
12
*de aantallen CIN meldingen in 2024 en 2023 zijn iets naar beneden bijgesteld omdat is besloten om alleen het aantal meldingen te vermelden van bedrijven die binnenkomen via de CIN-lijn, met een CIN-Identificatienummer.
Het aantal door de meldkamer ontvangen klachten uit het DCMR-gebied ligt in 2025 hoger dan de twee voorgaande jaren. Er zijn meerdere oorzaken van deze toename. Zo zijn afgelopen jaar meer klachten over evenementen ingediend, met als uitschieter “A Day at the Park” in het Kralingse Bos waarover de meldkamer 636 klachten ontving. Daarnaast was de zomer van 2025 lang en droog, wat mogelijk een oorzaak is in de toename van de stank- en lawaaiklachten uit de woongebieden. Ook is er een aantal specifieke onderwerpen waar we een toename van klachten zien zoals laagfrequent geluid, de stankoverlast van een legale wietkwekerij en de vliegenoverlast op Heijplaat.
20 van 52
4 Programma bedrijfsvoering De beantwoording van de vraag ‘Wat hebben we gedaan’ is beschreven in dit hoofdstuk en de vraag ‘Wat ‘heeft het gekost’ is opgenomen in hoofdstuk 9 Overzicht van Baten en Lasten en Verlies- en winstrekening en de toelichting hierop. 4.1 Bedrijfsvoering DCMR vindt het belangrijk dat voor participanten en hun inwoners de impact van het werk van de omgevingsdienst zichtbaar is. Met communicatie laten we die impact zien en onderhouden en versterken we de positionering van DCMR. Ook zetten we in op de dialoog met de omgeving, bijvoorbeeld doorbewonersavonden te organiseren of DCMR te presenteren bij evenementen zoals de Wereld Havendagen en bijeenkomsten rond duurzaamheid of vergunningverlening. In samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam en DeltaLinqs ontwikkelden we een handreiking voor bedrijven over participatie en omgevingscommunicatie. Samen droegen deze activiteiten bij aan meer nabijheid en zichtbaarheid van DCMR bij inwoners, bedrijven en andere stakeholders. In 2025 hebben wij diverse acties ondernomen om onze eigen duurzaamheid te verhogen en onze CO2-voetafdruk te verlagen. Onze organisatie voldoet aan de normering voor zero-waste en gaat begin 2026 een audit uitvoeren om dit certificaat te verkrijgen.
Wij scheiden dertien afvalstromen in herbruikbare grondstoffen en hebben daarmee het restafval flink teruggebracht tot een gemiddelde van 2,5% van de totale hoeveelheid. Ons stroomgebruik is met 16 procent gedaald in de afgelopen vijf jaar. In 2025 hebben wij ons Breeam-certificaat Excellent weten te behouden ondanks de aangescherpte eisen. We verduurzaamden ons wagenpark verder door de inzet van elektrisch aangedreven voertuigen. In ons bedrijfsrestaurant staat duurzaam koken voorop en zetten wij in op een transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit. DCMR wil een goede en aantrekkelijke werkgever zijn en een organisatie waarin iedereen zich thuis voelt. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt wisten we ook in 2025 goede medewerkers aan ons te binden. Onze nieuwe employer branding-campagne heeft daar een waardevolle bijdrage aan geleverd. In 2025 hebben we 95 vacatures vervuld. We sloten het jaar af met 659 fte in loondienst. De bezetting van de formatie was daarmee over het geheel genomen goed op orde. Maar er blijven verschillende posities die moeilijk in te vullen zijn. Ook hadden we veel aandacht voor de werkomstandigheden en ontwikkeling van onze medewerkers. Het verzuim kwam in 2025 uit op 4,97%. Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid vinden we belangrijk.
Organisatiebreed zetten we hier de aandacht op met verschillende activiteiten waaronder ons programma tijdens Diversity Day op 7 oktober. Omdat onze medewerkers o te maken krijgen met risicovolle situaties zoals de aanwezigheid van chemische middelen of agressie zijn wij begonnen aan het opstellen van een nieuwe RI&E (risicoinventarisatie en -evaluatie) zodat wij kunnen toetsen of werknemers het werk zowel buiten als op kantoor veilig en verantwoord kunnen doen. De RI&E wordt uitgewerkt in een Plan van Aanpak, dat in 2026 gereed is. Bij DCMR is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. De medewerkers kregen in 2025 meer dan driehonderd opleidingen, korte trainingen en kennissessies aangeboden. Om onze leeractiviteiten te faciliteren is een leermanagementsysteem aangekocht en in 2025 in gebruik genomen. De vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben in 2025 de krachten verder gebundeld als het gaat om bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld bij onze gezamenlijke traineeships om kandidaten voor het milieuvak te werven. Gezamenlijk hebben wij mensen aangenomen die de informatiebeveiliging en privacy (zoals de AVG-wetgeving) voor alle vijf de diensten uitvoeren.
21 van 52
4.2 Verbijzonderde interne controle In de jaarstukken 2025 geeft het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording af. Hierbij oordeelt het dagelijks bestuur zelf of sprake is geweest van rechtmatig handelen ten aanzien van de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, de balansmutaties, het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. Verbijzonderde interne controle (VIC) is een belangrijk instrument om vast te stellen dat de interne beheersing van adequaat niveau is om tot een gedegen rechtmatigheidsverantwoording te komen. De VIC heeft tot doel tekortkomingen in de uitvoering en in de beheersing van de processen, in het bijzonder die met een groot financieel belang, op te sporen. In 2025 heeft interne controle een controleplan opgesteld en gedurende het jaar verschillende controles uitgevoerd. Het controleplan bevat de kaders bevatten om tot de rechtmatigheidsverantwoording te komen. Het plan is afgestemd met de externe accountant om zoveel mogelijk samenhang te hebben met de controleaanpak van accountant. In 2025 heeft de VIC de frauderisicoanalyse geactualiseerd. Hiertoe heeft de VIC processen geïnventariseerd en onderzocht die financieel van grote omvang zijn, meest relevant zijn voor de interne controle en kwetsbaar zijn voor fraude. Het betreft de volgende processen: -
Inkoop, betalingen en aanbestedingen; Loon- en salarisadministratie; Treasury; Interne en externe verslaggeving; Urenverantwoording; Facilitair; Automatisering.
In deze processen zijn geen tekortkomingen geconstateerd in de interne beheersing die een verhoogd risico vormen op fraude. Voor de rechtmatigheidsverantwoording is het opstellen van een frauderisicoanalyse van belang om de integriteit en kwaliteit van de financiële informatie te waarborgen. Fraude kan immers getrouwheid van financiële overzichten aantasten en de beslissingen van participanten en belanghebbenden beïnvloeden. De frauderisicoanalyse wordt daarom periodiek geactualiseerd als gevolg van voortdurende ontwikkelingen in de organisatie en omgeving van DCMR. De VIC hanteert een risicogerichte controle aanpak. Uit hoofde van het voorwaardencriterium is ten behoeve van rechtmatigheid op meerdere momenten een crediteuren-analyse uitgevoerd om vast te stellen of de aanbestedingsrichtlijnen zijn gevolgd. De VIC heeft naast controles gericht op rechtmatigheid ook interne controles uitgevoerd op getrouwheid. Onrechtmatigheidstoelichting Met ingang van de jaarstukken 2023 moet het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opstellen en in deze paragraaf ingaan op vastgestelde afwijkingen. Het dagelijks bestuur rapporteert aan het algemeen bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. Deze bedraagt in 2025 € 1.843.000.
Wanneer de 2% verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheid overschreden wordt moeten alle individuele fouten boven de vastgestelde rapporteringsgrens (groter dan 5% van de 2% verantwoordingsgrens) van € 92.000 in de paragraaf bedrijfsvoering worden toegelicht.
22 van 52
Begrotingscriterium In onderstaande tabel zijn de begrotingsafwijkingen opgenomen tussen de werkelijke baten en lasten ten opzichte van de begroting: Baten Programma milieubeheer
€
677.000
Hogere baten
Programma bedrijfsvoering
€
1.010.000
Hogere baten
Programma milieubeheer
€
1.279.000
Hogere lasten
Programma bedrijfsvoering
€
3.363.000
Lagere lasten
Lasten
Het programma milieubeheer kent hogere lasten door met name hogere materiële kosten als gevolg van correcties op meerjarige projecten en inkopen. Het programma bedrijfsvoering kent lagere lasten als gevolg van lagere vaste personeelskosten. In de begroting 2025 is het effect van de cao-verhoging voor een heel jaar begroot. Echter in realisatie is deze halverwege 2025 geëffectueerd. Daarnaast zijn de gemiddelde loonkosten lager dan begroot als gevolg van invulling van formatie met nieuwe medewerkers die in beginsel in een lagere trede van de salarisschaal zijn gestart. Opleidingskosten en een hogere vrijval van de verlofvoorziening zorgen ook voor lagere lasten dan begroot. Voorwaardencriterium In het proces aanbesteden is voor € 241.309 aan fouten geconstateerd. Dit betreft 1 leverancier waarvan de onrechtmatigheid al bekend was. Het betreft de uitgaven aan het Youforce salarispakket. De opdracht kwalificeerde voor een Europese aanbesteding, maar is in het verleden enkelvoudig aanbesteed. In 2025 gaat het om een jaarlijkse verlenging tot 2027. De uitgaven in 2026 zullen daarom ook onrechtmatig zijn tot een Europese aanbesteding wordt gestart.
Maatregelen om onrechtmatigheden te voorkomen Om te voorkomen dat deze onrechtmatigheid binnen het inkoopproces aanhoudt, zal DCMR een nieuw Europees aanbestedingenproces moeten starten of moeten onderzoeken of de opdracht onderdeel kan zijn van een raamovereenkomst met een softwarebroker. DCMR beoogt met het uitvoeren van periodieke analyses op leveranciersuitgaven onrechtmatigheden te kunnen signaleren en te kunnen voorkomen en om tijdig een aanbestedingstraject te kunnen starten. Met meer aandacht voor contractmanagement zal het volledige verbruik van een contract beter in beeld zijn. Het inkoop en aanbestedingen beleid van DCMR is gebaseerd op de normen uit de gids proportionaliteit. Uit de crediteurenanalyse blijkt dat deze normen adequaat worden nageleefd binnen DCMR met uitzondering van bovengenoemde onrechtmatigheid. DCMR heeft geen afzonderlijke nota misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). Bij de uitvoering van de controlewerkzaamheden is stilgestaan bij M&O en mogelijke fraude. Er zijn geen signalen van fraude of M&O geconstateerd binnen DCMR
23 van 52
5 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. DCMR heeft afgesproken om de ratio tussen 1,0 <x < 1,4 te houden. De risicomanagementcyclus is de basis voor het berekenen van het benodigde weerstandsvermogen. Alle risico’s geclassificeerd als ‘Zeer Hoog’ en ‘Hoog’ met een financieel effect worden meegenomen inclusief een opslag van 20%. Risico ‘informatiebeveiliging’ - € 1.400 De digitale dreiging is structureel toegenomen. Er is een toename van ongewenste buitenlandse inmenging (statelijke dreiging), ondermijning, cybercrime en spionage en de publieke sector is aantoonbaar doelwit. DCMR wordt dagelijks tientallen keren digitaal aangevallen. Meer applicaties staan in 'the Cloud' en het is voor medewerkers steeds moeilijker om onjuiste e-mails, verzoeken, enzovoort van echt te onderscheiden. De menselijke factor (phishing/ social engineering) blijft kwetsbaar (aanleiding). Door dit alles groeit het risico op een informatiebeveiligingsincident zoals een succesvolle ransomware-aanval, datalek, compromitteren van accounts of verstoring van kritieke applicaties.
Een dergelijk incident kan leiden tot (gedeeltelijke) uitval van primaire processen en dienstverlening, verlies, manipulatie of versleuteling van data, schending van vertrouwelijkheid van bedrijfs- en persoonsgegevens (impact), reputatieschade, mogelijke aansprakelijkheid en boetes (AVG) en extra kosten voor herstel, forensisch onderzoek en crisiscommunicatie (gevolg). De omvang van dit risico is bepaald op basis van kans inschatting en mogelijke kosten. Hierbij kan gedacht worden aan externe onderzoeken, herstel van systeemlandschap, tijdelijke noodvoorzieningen, crisiscommunicatie, kosten die doorlopen zonder omzet enzovoort. Risico ‘onvoldoende personeel op het benodigde competentieniveau’ - € 500 k DCMR kan goed nieuwe medewerkers aan zich binden, maar het werven van specialistische en seniore functies zoals bijvoorbeeld senior vergunningverleners is moeilijk. Dit is zowel een kwalitatief als kwantitatief probleem. Dit tekort kan ook niet altijd meer worden opgevangen door externe inhuur (aanleiding). De kwaliteit van de dienstverlening/producten kan mogelijk lager zijn, de kans op kennistekort kan ontstaan en/of een onjuist niveau arbeidsproductiviteit (impact).
Hierdoor is DCMR mogelijk minder in staat is om de noodzakelijke resultaatverplichtingen na te komen, met langere doorlooptijden tot gevolg en/of stagnatie op de benodigde ontwikkelingen om toekomstbestendig te zijn op de kerntaken (gevolg). Het benodigde weerstandsvermogen = (€ 1.400k + € 500k) * 1.2 = € 2.300k (afgerond). Het beschikbare weerstandvermogen bestaat uit de algemene reserves, mutaties op algemene reserves, het onbestemde deel van de bestemmingsreserve en het nog niet bestemde resultaat 2025, deze bedraagt € 5.866k. De ratio wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen, € 5.866k/ € 2.300k. Hiermee komt het weerstandsvermogen ratio uit op 2,6. DCMR heeft afgesproken om de ratio norm tussen 1,0 <x < 1,4 te houden. Echter, na de te verwachten resultaatbestemming 2025 wijzigt dit naar 1,2 in overeenstemming met benodigd vermogen.
24 van 52
6 Financiering Tabel: Kengetallen
Netto schuldquote: De afwijking met 2025 komt met name doordat in 2024 overlopende passiva en schulden hoger was. Solvabiliteitsratio: De solvabiliteit was in 2025 hoger. Dit, door lagere passiva in 2025 en resultaat boekjaar. Hiermee is de solvabiliteitsratio ruim hoger dan begroot. Structurele exploitatieruimte: De structurele exploitatieruimte is iets afgenomen. De structurele baten zijn in verhouding ten opzichte van 2024 meer toegenomen dan de lasten. Behalve financiële indicatoren schrijft het BBV (art. 25, lid 2) ook de verantwoording voor een aantal beleidsindicatoren voor die betrekking hebben op de realisatie van maatschappelijke effecten. Voor DCMR zijn alleen de indicatoren voor het taakveld bestuur en ondersteuning relevant. Beheersing kosten externe inhuur In absolute zin waren de inhuurkosten in 2025 ongeveer €500k lager dan in 2024. Door de krappe arbeidsmarkt heeft DCMR €4.500k besteed aan het inhuren van personeel voor geplande formatie. Daarnaast is €1.753k uitgegeven aan het inhuren van personeel voor bijvoorbeeld de opvang van ziekte en zwangerschap. De inhuurprijzen zijn wel gestegen, maar ook dit jaar heeft het gebruik van ons dynamisch aankoopsysteem rechtmatige inkoop opgeleverd en gezorgd voor meer objectieve kosten-batenafweging.
Vennootschapsbelasting (VPB) DCMR heeft van al haar activiteiten beoordeeld of er sprake is van een belaste activiteit volgens de VPB. Daarnaast zijn alle activiteiten voor de VPB geclusterd in negentien clusters, waar deze een samenhang met elkaar hebben. Ondanks dat er geen grote wijzigingen in eventueel belaste activiteiten van DCMR hebben plaatsgevonden, is er uit de aangifte 2024 een bedrag van 34k voortgekomen. Financiering De wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) geeft aan dat de kasgeldlimiet maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (primair) mag zijn. DCMR voldoet het volledige jaar hieraan. Rentetoerekening De commissie BBV (Besluit begroting en verantwoording) adviseert om onderstaand renteschema op te nemen. In onderstaand overzicht wordt in beeld gebracht welke rentelasten en renteresultaat er gerealiseerd zijn. De externe rentelasten over korte en lange financiering
Nihil
De externe rentebaten
-/- € 498.915,-
Saldo rentelasten en rentebaten (renteresultaat)
-/- € 498.915,-
25 van 52
Deel B: Jaarrekening 7 Balans en toelichting 7.1 Balans
26 van 52
27 van 52
7.2 Toelichting activa Materiële vaste activa
Verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut
Investeringen De afschrijvingen zijn opgenomen in de exploitatie. De in het boekjaar gedane investeringen staan in onderstaand overzicht vermeld.
Afschrijvingspercentages Inrichting nieuw pand DCMR: 10% Machines, apparaten en installaties: 20–25% Overige materiële vaste activa: 10%
Vlottende activa Nog te factureren omzet De in de balans opgenomen nog te facturen omzet:
In de nog te factureren omzet is de waarde opgenomen van de prestaties op projecten die ultimo 2025 een doorlopend karakter hebben. De vooruit gefactureerde termijnen zijn hierop in mindering gebracht.
28 van 52
Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd:
De rekening-courantverhouding met het Rijk geeft de vordering van DCMR weer op de rijksschatkist als gevolg van de verplichte deelname van decentrale overheden aan het zogeheten schatkistbankieren. Met die regeling worden alle liquiditeiten van decentrale overheden boven een beperkt minimum geparkeerd bij de rijksschatkist. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van DCMR. Het drempelbedrag aan liquide middelen, dat is uitgezonderd niet aan te houden in de schatkist van het Rijk over het jaar 2025 bedraagt €1.841k. Hieronder een overzicht van het gemiddeld banksaldo per kwartaal als bedoeld als uitzondering niet aan te houden in de rijksschatkist.
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt worden onderscheiden:
29 van 52
De post voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel bestaat volledig uit vorderingen op de participanten:
Voor de aansluiting met de stand per 31-12-2025 wordt verwezen naar bijlage E overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant.
7.3 Toelichting passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:
In de vergadering van het algemeen bestuur in december 2019 is besloten tot de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering en met ingang van het begrotingsjaar 2020 jaarlijks €1.000k te doteren vanuit de begroting. Met deze reserve worden projecten gefinancierd die beogen een stapsgewijze transitie van de bedrijfsvoering en digitalisering van de kerntaken te realiseren. Deze modernisering ondersteunt de ontwikkeling van DCMR werken als data gedreven omgevingsdienst. Hierbij worden zowel de primaire als de ondersteunende processen geprofessionaliseerd. De bestemmingsreserve is afgenomen doordat de onttrekking hoger was dan de toevoeging. Dit betreft de bestemmingsreserves modernisering bedrijfsvoering, maatschappelijke duurzaamheidsopgave en nieuwe thema’s (overig). Daarnaast heeft het algemeen bestuur besloten om het rekeningresultaat 2024 ad € 3.517k deels ten bate te brengen (€1000k) van de algemene reserve en deels te bestemmen voor restitutie aan de participanten. Dit in overeenstemming met het procentuele deel in de begroting van 2024. In overeenstemming met het besluit is dit verwerkt in deze jaarrekening 2025. Vanaf 2022 zijn er projecten – circulaire economie en energietransitie – die worden gedekt vanuit de bestemmingsreserve duurzaamheidsopgaven. De dekking van deze twee projecten eindigt ultimo 2025.
Het verloop per reserve over 2025 wordt in onderstaand overzicht weergegeven. 30 van 52
Voorstel technische resultaatbestemming: Overeenkomstig het aan het dagelijks bestuur gedane voorstel het totaal van €3.187k ten bate te brengen van de algemene reserves, bestemmingsreserves en/of deels uit te keren aan de participanten. Voorzieningen In onderstaande tabel is de hoogte van de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen weergegeven. Het verloop voorzieningen wordt in onderstaand overzicht per voorziening weergegeven.
Voor de bovenwettelijke verloftegoeden van medewerkers heeft dit jaar een vrijval plaatsgevonden in plaats van een dotatie. Het betrof een bedrag van €182k. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:
Schulden korter dan één jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd:
31 van 52
Er zijn geen kasgeldleningen en geen bank- of girorekeningen met een negatief saldo. Overlopende passiva De specificatie van de overlopende passiva is als volgt:
De post Nog te betalen bedragen valt uiteen in de volgende posten:
De post voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel valt uiteen in de volgende bedragen en bestaat volledig uit schuld aan de participant. Voor de aansluiting met de stand per 31-12-2025 wordt verwezen naar bijlage E. Deze Voorschotbedragen betreffen middelen waarover DCMR geen directe zeggenschap heeft. Dit omdat zij die middelen enerzijds beheert in opdracht van de participanten en ze anderzijds beschikbaar zijn gesteld voor specifieke werkzaamheden. De mutaties in het voorschot worden veroorzaakt door over- of onderbestedingen op het werkplan van een participant, door toekenning van extra middelen gedurende het jaar of door afrekening van afgeronde projecten van participanten waarvan is afgesproken dat deze afrekening via het voorschot van de betreffende participant verloopt. Onderstaande tabel geeft de post met voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel weer die volledig bestaat uit schuld aan de participant.
32 van 52
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen DCMR is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste.
Leasecontracten wagenpark Het wagenpark wordt geleased bij één leasemaatschappij. De aangegane verplichting bedraagt exclusief brandstof en tolheffingen ca. €180k op jaarbasis. Gebeurtenissen na balansdatum Tot heden is er geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum die enige invloed zouden kunnen hebben.
33 van 52
8 Algemene waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balansonderdeel anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij bij het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de bijkomende kosten. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.
Bij gebruik van het kapitaalgoed wordt met afschrijven gestart. Vlottende activa De projecten zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde. Er wordt geen rente bijgeschreven. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, en ook een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Winsten uit de projecten worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Afgeronde projecten worden gewaardeerd tegen de kostprijs. Die bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. Passiva Het eigen vermogen bestaat uit de algemene, bestemmingsreserve en het resultaat na bestemming volgens het overzicht van baten en lasten.