44. 2026-025367 DCMR Zienswijze concept-begroting DCMR Milieudienst Rijnmond 2027 & jaarverslag & jaarrekeningen 2025.pdf
Tekst van het document
Van bestemmingsreserves die niet met juridisch onontkoombare verplichtingen zijn belast, valt het (restant)saldo van een bestemmingsreserve zonder voorafgaand bestuursbesluit ten gunste van het ‘resultaat na bestemming’ vrij als: a) Het doel waarvoor de bestemmingsreserve is gevormd vervalt, of b) Gedurende drie jaar niets aan de bestemmingsreserve is onttrokken of toegevoegd. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De afrekening met de participanten vindt volledig plaats op basis van werkelijke uren en materiële lasten. Het saldo van de onder- of overbesteding ten opzichte van het werkplan wordt in zijn geheel verrekend met het voorschot met specifiek bestedingsdoel. Algemene grondslagen voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording ziet toe op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties en ook de baten en lasten over de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 34 van 52
financiële-verhoudingswet. De financiële rechtmatigheid bestaat uit het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien deze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV en ook de financiële verordening van DCMR. Dit betekent dat: een verantwoordingsgrens van 2% is gehanteerd over de totale lasten plus dotaties aan de reserves, waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. Een rapporteringstolerantie van € 92.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
35 van 52
9 Overzicht van baten en lasten en Verlies & Winst 9.1 Overzicht baten en lasten
Algemene dekkingsmiddelen
Het inschatten van de post ‘overige opbrengsten’ is lastig gezien de aard van de realisatie. De huidige afwijkingen zijn het gevolg van de uitvoering van het gekozen beleid. Dit betreft geen onrechtmatige afwijkingen. Overige opbrengsten zijn lager uitgepakt, doordat de nieuwe activiteiten voortvloeiende uit de samenwerking van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten (IPB) later in het jaar is gerealiseerd. Verder zien wij in de laatste kwartalen een daling van het rentepercentage, welke ook zichtbaar is in de realisatie en waardoor deze ook lager uitvalt dan verwacht. Het programma milieubeheer heeft hogere baten en lasten wat komt door inhuur en hoger uurtarief dan gepland en extra capaciteit in het kader van kennisoverdracht en het inwerken van nieuwe medewerkers. In beide programma's is sprake van reguliere toename, gedreven door CAOontwikkelingen en contractuele indexaties. Tegelijkertijd blijft de focus op kostenbeheersing zichtbaar en in lijn met de ingezette koers en beoogde efficiencymaatregelen. Vaste kosten zijn gedaald ten opzichte van voorgaand jaar en variabele kosten zijn ook lager doordat diverse werkzaamheden binnen diverse teams zijn opgepakt. Investeringen zijn later dan gepland gerealiseerd en verlofvoorziening heeft geen dotatie in 2025, waardoor dit een lagere last veroorzaakt.
36 van 52
9.2 Verlies- en winstrekening en toelichting Deze paragraaf bevat een toelichting op het resultaat. Tabel: Financieel resultaat 2025
Het financieel resultaat is €3.187k positief. De belangrijkste redenen hiervan zijn: Personeelskosten: Personele kosten zijn € 4.000k lager begroot. Dit is onder andere veroorzaakt door cao-effect, lager inschalingspercentage van groot aantal nieuwe jonge talenten en uitstroom van medewerkers, die met pensioen gaan dan begroot op de loonkosten. Daarnaast zijn er minder vragen extern uitgezet (bijvoorbeeld juridisch) en overige externe expertise ingehuurd. Materiële kosten: Lagere materiële kosten (€ 670k) door onderbesteding op onder andere ICTkosten, telefonie, huisvesting, afschrijvingen en communicatie recruitment. Bij vervoer (lease en reis) zien we een toename van de kosten, maar per saldo minder kosten dan begroot. Overige opbrengsten: Renteopbrengsten lager (€100k) dan begroot en lagere overige opbrengsten door latere start in het jaar vanuit samenwerking omgevingsdiensten ook lager dan begroot (€150k). Declarabele uren en resultaat werkplannen: Realisatie declarabele uren is lager dan begroot doordat er meer indirecte uren zijn geleverd aan programma's en initiatieven, die zijn opgestart en we zien een lagere declarabiliteit door inwerken nieuwe medewerkers. Het projectresultaat is een gevolg van contractuele afspraken tegen lagere tarieven (o.a. detachering) en een resultaatmutatie op een meerjarig project.
Dotatie en onttrekkingen: De onttrekkingen van de bestemmingsreserve is lager uitgevallen (€380k) door lagere kosten als gevolg van subsidie bijdrage en minder inzet op enkele projecten. De incidentele resultaten leveren een mutatie op van €48k. Dit wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan kosten die voortvloeien uit het voorgaande boekjaar en of correcties op deze kosten van facturen die in 2025 zijn geboekt, maar hun oorsprongen vinden in het jaar 2024. Gezien omvang en planning technisch hanteert DCMR een ondergrens van 1k bij maken van reserveringen volgens beleid. De kosten of opbrengsten voorgaande boekjaren zijn hier een gevolg van.
37 van 52
10 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten en ook de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten, de lasten en de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten, de lasten en de balansmutaties het begrotings, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 11 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet‐ en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% (maximaal 2) van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 1,84 mln.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 2.325.309 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 1,84 mln. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 2.084.000 acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken. De geconstateerde afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium 1a. Overschrijdingen lasten programma’s 1b. Overschrijdingen investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld. Het betreft met name hogere baten in het programma bedrijfsvoering. Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf gestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid.
De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. Resterend saldo aan begrotingsrechtmatigheden
€€€€ 2.084.000
€ 2.084.000 € 2.084.000
€-
€-
Voorwaardencriterium 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed Totaal onrechtmatigheden voorwaardencriterium
€ 241.309 € 241.309 38 van 52
M&O criterium 6. Geen bevindingen Totaal Onrechtmatigheden Waarvan acceptabel Waarvan niet-acceptabel
€-
Totaal onrechtmatigheden
€€€ 241.309
In de paragraaf Bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie het onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
39 van 52
Deel C: Overige gegevens 11 Wet normering topinkomens De Wet normering van topinkomens (WNT) regelt hoeveel topfunctionarissen in de (semi)publieke sector maximaal mogen verdienen. De WNT is van toepassing op DCMR Milieudienst Rijnmond. Het voor DCMR toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000. Op grond van het bepaalde in §4, artikel 4.1, 1e lid, letters a tot en met g van de Wet normering topfunctionarissen publieke en semipublieke sector moeten de gevraagde gegevens van de (waarnemend- en) directeur openbaar gemaakt worden.
40 van 52
12 Bestuursleden algemeen bestuur Onderstaande tabel bevat de samenstelling van het algemeen en dagelijks bestuur (AB, DB) van DCMR. De bestuursleden zijn wethouder in de genoemde gemeente, of gedeputeerde van de provincie. De AB- en DB-leden verrichten de werkzaamheden onbezoldigd en ontvangen geen bezoldiging gelet op de Wet normering topinkomens. De leden van het AB worden aangewezen door de gemeenteraden en provinciale staten. De leden van het DB worden aangewezen door en vanuit het AB. DCMR-participant
Naam
Bestuursfunctie
Provincie Zuid-Holland
De heer M. Stolk
Voorzitter DB en AB
Provincie Zuid-Holland
De heer F. Zevenbergen De heer J. van Dijken
Portefeuillehouder financiën, DB en AB
Gemeente Rotterdam
Mevrouw C. M. Zeegers
Vicevoorzitter DB en AB
Gemeente Albrandswaard
De heer R. Polder/ De heer P. Kos
AB
Gemeente Barendrecht
De heer L.P. van der Linden
AB
Gemeente Capelle aan den IJssel
De heer S. Geissler
AB
Gemeente Goeree-Overflakkee
De heer D. Markwat
AB
Gemeente Krimpen aan den IJssel
De heer W. Tempel
DB en AB
Gemeente Lansingerland
De heer M. Muis
AB
Gemeente Maassluis
Mevrouw D.N. Mulder
AB
Gemeente Nissewaard
De heer C. Hottentot
AB
Gemeente Ridderkerk
De heer T. Overheid
AB
Gemeente Rotterdam
De heer M.J.W. Struijvenberg
AB
Gemeente Schiedam
De heer F. Hamerslag
DB en AB
Gemeente Vlaardingen
De heer K. Kegel
AB
Gemeente Voorne aan Zee
De heer I. Bal
DB en AB
Provincie Zuid-Holland
Mevrouw M. van Leeuwen
AB
41 van 52
Bijlagen A. Productie In paragraaf ‘Cijfers in beeld’ zijn al productiecijfers weergegeven. Deze bijlage bevat extra detailinformatie over de productie. Productie toezicht en handhaving Tabel: Aantal uitgevoerde inspecties bij Seveso-bedrijven Product
2025
2024
2023
Seveso-inspectie preventief
219
176
144
In bovenstaande tabel staat alleen het aantal Seveso-inspecties. De aantallen Omgevingswetinspecties bij Seveso-bedrijven zijn meegenomen in de tabel met de algemene inspecties in paragraaf ‘Cijfers in beeld’. Met de provincies Zuid-Holland en Zeeland is afgesproken om bij elk Seveso-bedrijf een Seveso-inspectie uit te voeren en daarnaast minimaal één Omgevingswet-inspectie. Deze inspecties zijn allemaal uitgevoerd. Zowel in Zuid-Holland als in Zeeland worden ook onaangekondigde Seveso-inspecties uitgevoerd conform de afspraken met de opdrachtgever. Dat waren er achtentwintig in Zuid-Holland en acht in Zeeland. De aantallen in de tabel betreffen afgeronde zaken. De inspecties kunnen uitgevoerd zijn in 2024 en afgerond in 2025. Inspecties die in 2025 zijn uitgevoerd maar pas in 2026 zijn/worden afgerond staan er niet bij. Tabel: Aantallen bestuursrechtelijke producten uitgesplitst
Product
2025
2024
2023
Last onder dwangsom (LoD)
174
173
215
Besluit op handhavingsverzoek
16
22
33
Sanctie-invordering
149
138
155
Bestuursrechtelijke maatregelen geluid
7
9
4
Bestuurlijke boete
1
-
-
De aantallen bestuursrechtelijke producten betreffen alle afgeronde zaken van het betreffende zaaktype, dus niet alleen de zaken die hebben geleid tot een handhavingsbeschikking (LoD), een besluit op een handhavingsverzoek of een invorderingsbeschikking. Alle bestuursrechtelijke producten zijn vraaggestuurd waardoor de aantallen sterk afhangen van het ‘aanbod’ vanuit toezicht of, in het geval van een besluit op een handhavingsverzoek, van het ‘aanbod’ vanuit de leefomgeving. Het aantal afgeronde handhavingszaken in 2025 ligt in lijn met het aantal in 2024. Daarnaast zijn in 2025 iets minder verzoeken om handhaving ingediend door derden. Het aantal afgeronde invorderingszaken ligt iets hoger dan in 2024. In 2025 legde DCMR, namens de provincie Zuid-Holland, als eerste omgevingsdienst in Nederland een bestuurlijke boete op. Tabel: Aantallen strafrechtelijke producten uitgesplitst. Product
2025
2024
2023
Proces-verbaal FP incl. SAM/VSM*
105
86
76
Proces-verbaal CJIB*
0
3
6
Bestuurlijke strafbeschikking milieu*
0
2
12
* Voor de strafrechtelijke sancties betreft het alleen de daadwerkelijk afgeronde zaken. 42 van 52
Het aantal strafrechtelijke onderzoeken dat in 2025 heeft geleid tot een eindproduct is ten opzichte van 2024 hoger. De bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgeving (BSB-FL - voorheen: BSBmilieu) wordt nauwelijks meer wordt toegepast. Met het in werking treden van de Omgevingswet is de aan de BSB-FL gekoppelde feitenlijst drastisch ingekort. De mogelijkheid om voor een aantal feiten (waaronder geluidsovertredingen in de horeca) een BSB uit te vaardigen, is hiermee komen te vervallen. Deze zaken worden nu middels een SAM/VSM-proces-verbaal opgepakt. De term ‘VSM’ (voorstel strafbeschikking maatwerkzaken) is in 2024 ingevoerd. Een VSM-PV is een afgeleide van het (landelijk gebruikte) SAM-PV. De criteria om een VSM-PV te kunnen opmaken, zijn op onderdelen anders geformuleerd en daarmee meer bruikbaar voor de strafrechtelijke onderzoeken (maatwerkzaken) die DCMR uitvoert. Naast het reguliere opsporingswerk hebben boa’s van DCMR in 2025 ook in grote onderzoeken bij ILT-IOD (Tata Steel en Chemours) geparticipeerd. Output van deze onderzoeken is niet terug te zien in bovengenoemde cijfers. Strafrechtelijke onderzoeken zijn over het algemeen vraaggestuurd vanuit de inspectiebureaus met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) als maatstaf.
Productie bodem DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam de regiefunctie uit in het kader van de Wet bodembescherming. DCMR houdt de bodemkwaliteit in Rijnmond in de gaten, bepaalt of nadere acties nodig zijn en voert die uit. Daarnaast voert DCMR de bodemtaak uit voor de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en de gemeente Schiedam (inclusief grondverzet). Onderstaande tabel geeft een overzicht van de categorie en het aantal producten in 2025 voor het thema bodem. Tabel: Aantallen producten bodem Product
2025
2024
2023
Meldingen Omgevingswet Bodem incl informatieplichten (nieuw)
2.775
2.080
-
Beschikkingen
113
195
224
Inspecties Wbb/Bbk
266
327
569
Behandeling BUS-meldingen
101
143
411
Beoordeling rapportages
524
518
2.150
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er nieuwe producten (milieubelastende activiteiten) bijgekomen, zoals de MBA toepassen grond (voorheen BBK-melding), de MBA saneren (vergelijkbaar met de BUS-melding). Hierdoor ziet het overzicht er anders uit dan in het jaarverslag van 2023. Onder de beoordeling rapportages werden bijvoorbeeld ook de Bbk-meldingen meegenomen. Nu de Bbk-meldingen niet meer bestaan, is het aantal van deze producten daardoor veel lager. Dankzij het overgangsrecht blijft de Wbb voor veel locaties nog in werking. De aantallen Wbbproducten zullen in de komende jaren wel nog verder gaan afnemen ten gunste van de meldingen OW. Het totaal aantal bodem producten is hoger dan eerdere jaren. Dat komt door de vele meld- en informatieplichten sinds de invoering van de OW Productie overige gebiedsgerichte producten DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland taken uit op het gebied van luchtvaart en vuurwerk. Voor verschillende gemeenten worden adviezen verstrekt voor ontheffingen geluidsbelasting. Voor zowel de provincie als de gemeenten worden adviezen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling opgesteld. De meeste van deze ruimtelijke adviezen betreffen de gemeente Rotterdam. In de volgende tabel is te zien wat voor soort en hoeveel gebiedsgerichte producten in 2025 gerealiseerd zijn.
43 van 52
Tabel: Aantallen gebiedsgerichte producten. Product
2025
2024
2023
Geluid (ontheffing geluidsbelasting)
19
14
26
Luchtvaart (ontheffingen/controles TUG)
86
84
93
Ruimtelijke ontwikkeling (diverse adviezen/beoordelingen op ruimtelijke ordening- en m.e.r.-gebied)
2.183
2.047
1.586
Vuurwerk (ontbrandingstoestemmingen, meldingen, controles)
183
206
204
Het aantal producten RO in 2024 en 2025 is fors hoger dan eerdere jaren. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Ten eerste is er een nieuw product bijgekomen: meldingen Bal Omgevingsplan (RO). Daarnaast is kritisch gekeken welke producten worden geteld en bleken er een paar te ontbreken. Deze producten zijn voor 2024 toegevoegd. Hierdoor zijn de aantallen 2024/2025 niet helemaal vergelijkbaar met de aantallen in 2023. Het aantal ontbrandingstoestemmingen, meldingen en controles voor professioneel vuurwerk is lager dan eerdere jaren. Vuurwerk is vaak een sluitpost van een evenement en de budgetten van evenementen staan onder druk. Rond Koningsdag en Oud en Nieuw waren bijvoorbeeld minder evenementen dan gewoonlijk. Productie meldkamer Soort meldingen (excl. vliegverkeer)
2025
2024
2023
Lawaai
13.142
10.172
10.853
Stank
6.134
4.941
4.111
Visuele hinder
1.294
767
1.109
0
2
17
20.570
15.882
16.090
Onbekend Totaal
Het totale aantal meldingen in 2025 is hoger dan voorgaande jaren. In 3.4 is hier een verklaring voor gegeven. De registratie van luchtvaartklachten vindt plaats via een speciaal digitaal meldingsformulier. Deze klachten komen niet binnen bij de meldkamer, maar gaan rechtsreeks naar het team Geluid dat zich bezighoudt met vliegverkeer. De cijfers zijn te vinden in het rapport Analyse meldingen rondom Rotterdam the Hague Airport met subtitel ‘jaarrapport 2025’ Tabel: Aantal incidentenmeldingen* Product
2025
2024
2023
CIN-melding brand
128
157
131
CIN-melding groot incident
41
29
22
CIN-melding klein incident
148
121
124
*de aantallen CIN-meldingen in 2024 en 2023 zijn iets naar beneden bijgesteld omdat is besloten om alleen het aantal meldingen te vermelden van bedrijven die binnenkomen via de CIN-lijn, met een CIN-Identificatienummer.
De bedrijfsmeldingen gaan over (ongewone) voorvallen of werkzaamheden die niet onder het normale productieproces vallen. Bijvoorbeeld activiteiten zoals onderhoud en reparatie (gepland of ongepland) of om wijzigingen in het normale werkproces. Ook storingen, brandmeldingen, lekkages en uitval van apparatuur vallen hieronder.
44 van 52
Vergunningplichtige bedrijven in de regio Rijnmond en Zuid-Holland-Zuid die met risicovolle stoffen werken zijn verplicht om incidenten die effecten (bijvoorbeeld geur- of geluidoverlast) kunnen hebben in de omgeving via het Centrale Incidenten Nummer (CIN) te melden. Hulpdiensten kunnen op basis van een dergelijke melding snel reageren en het incident zo snel mogelijk behandelen. In 2025 heeft DCMR verder geïnvesteerd in meldingstrainingen en herhalingstrainingen bij de bedrijven die onder ons toezicht vallen en CIN plichtig zijn. Bedrijven in Zuid-Holland en Zeeland die niet in het CIN-gebied vallen worden hierin meegenomen met als doel dat deze bedrijven meldingen gaan doen in overeenstemming met de CIN-methode. Daarnaast zal in Zeeland met ingang van 1 maart 2026 een eigen CIN-lijn opgezet worden zodat de bedrijven, die vallen onder het toezicht van DCMR daar in één keer DCMR en de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ-brandweer) kunnen informeren bij een incident. De meldkamer verricht ook taken voor het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Voor de SodM heeft de meldkamer in 2025 in totaal 166 voorvallen ontvangen. De meeste van deze meldingen betreffen onvoorziene voorvallen en incidenten op boor- en werkeilanden en lekkages in ondergrondse leidingen zoals gasleidingen. Deze meldingen zijn niet in bovenstaande tabellen opgenomen.
De meldkamer heeft in 2025 ook 824 E-signalen behandeld. Dat zijn elektronische signalen die via meetapparatuur, zoals E-noses en luchtmeetnet, en andere dashboards op de meldkamer binnenkomen. Een voorbeeld hiervan zijn E-noses die verhogingen detecteren ten gevolge van varend ontgassende schip.
45 van 52
B. Kwaliteitscriteria – Quick scan rapportage t.a.v. Kwaliteitscriteria 3.0
Inleiding De landelijke kwaliteitscriteria waar VTH-medewerkers bij Omgevingsdiensten aan moeten voldoen bevatten eisen ten aanzien van de onderstaande deskundigheidsvelden op opleiding, ervaring, kennis, frequentie en aantal. Voor ieder deskundigheidsveld geldt dat minimaal twee fulltime medewerkers in dienst moeten zijn die ten minste twee derde van hun werktijd aan dit specifieke onderwerp besteden en beschikken over de vereiste opleiding en aanvullende kennis. In de provinciale werkgroep Rapportage kwaliteitscriteria (Zuid-Holland, eind 2022) is afgesproken dat de vijf Omgevingsdiensten op een uniforme manier rapporteren over de kwaliteitscriteria. Daarvoor wordt een stoplichttabel gebruikt, waarbij per deskundigheidsgebied één kleur wordt toegekend. Deze methode differentieert niet naar opleiding, vlieguren, kennis of competenties zoals opgenomen in deel B van KC3.0. Elke Omgevingsdienst rapporteert alleen over de taken die zij zelf uitvoert. Bij uitbestede taken rapporteert de uitvoerende dienst (bijvoorbeeld voor VTH Groen-, Bouw- of BRIKS‐taken). Sinds 2025 gelden de Kwaliteitscriteria 3.0, waarin onder andere het werken met competenties (deel D) nieuw is. Deze competenties zijn nog niet opgenomen in de huidige provinciale rapportagetabel.
DCMR is in 2025 wel gestart met het vaststellen van competenties per afdeling, die aansluiten bij KC3.0, maar er is geen administratie van welke VTH‐medewerkers hieraan voldoen. Omdat gemeenten inmiddels zelf ook moeten rapporteren over KC3.0 richting het college van B&W, kunnen zij de rapportage van DCMR gebruiken. Gemeenten kunnen voor hun eigen taken aanvullingen doen, bijvoorbeeld voor deskundigheidsgebieden 2, 4, 7, 11 en 21. Ook de uitvoerende Omgevingsdienst kan aanvullende informatie opnemen voor de taken waarvoor zij verantwoordelijk is. Tabel 1: Deskundigheidsgebied Generieke deskundigheden 1. Casemanagen 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening 3. Vergunningverlening milieu (BAL en Omgevingsplan) VV Procesindustrie VV Afval VV Agrarisch VV Seveso 4. Toezicht en handhaving bouw/ RO 5. Toezicht en handhaving milieu T&H Procesindustrie T&H Afval T&H Agrarisch T&H Seveso 6. Toezicht en handhaving bodem 7. toezicht en handhaving groen wetten Juridische deskundigheden 8. behandeling juridische zaken 9. ketentoezicht 10. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving
46 van 52
Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 11. Bouwfysica 12. Brandveiligheid 13. Constructieve veiligheid 14. Sloop en asbest Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 15. Afvalwater (indirecte lozingen) 16. Bodem, bouwstoffen, water 17. Omgevingsveiligheid 18. Geluid & trillingen (milieu, ro en bouw) 19. Luchtkwaliteit en Geur 20. Natuuractiviteiten Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening 21. Cultuurhistorie 22. Verduurzaming Energie 23. Advisering Fysieke leefomgeving Tabel 1: kleurcodes Er wordt voldaan aan de KC Acties gestart om te voldoen Gemotiveerde afwijking Samenwerking /uitbesteed Geen taak DCMR Conclusie kritieke massa Over het algemeen voldoet DCMR aan alle criteria. Voor elk deskundigheidsveld zijn er meestal twee (fulltime) medewerkers in dienst, die voldoen aan de eisen uit de tabel (deel B en D). Voor de deskundigheidsgebieden waar andere toelichting bij nodig is, zie hieronder de toelichting. Deskundigheidsgebied 5 – Toezicht & Handhaving Milieu Meldkamermedewerkers zijn opgeleid en bevoegd als inspecteur, maar besteden slechts een deel van hun tijd (max. 300 uur) aan inspectietaken. Hierdoor halen zij de vereiste 900 uur per jaar niet. Hun hoofdfunctie – het behandelen van meldingen en klachten – is niet opgenomen in de KC3.0-systematiek.
Deskundigheidsgebied 22 – Verduurzaming Energie DCMR voldoet voor ETS-toezicht aan de inhoudelijke criteria. De eis van vijf jaar werkervaring wordt niet gehaald, omdat deze taak nog geen vijf jaar bestaat. Ondanks dat geldt DCMR landelijk als toonaangevend en wordt het gewenste kwaliteitsniveau gehaald. Taken die niet bij DCMR liggen of elders zijn belegd • Taken 2, 4, 11, 13: deels bij OZHZ en deels bij gemeenten (o.a. Rotterdam). • Taak 7: volledig bij OZHZ voor heel Zuid-Holland. • Taak 21: bij gemeenten.
47 van 52
VTH‐taken voor (Seveso) bedrijven in Zeeland DCMR voert de Seveso‐taken uit in Zeeland. Voor BRIKS/bouwtaken is dit geregeld via een samenwerkingsovereenkomst tussen DCMR en RUD Zeeland. • Gemeenten geven bouwadvies. • RUD Zeeland coördineert en levert dit aan DCMR, dat het verwerkt in de vergunningen. • Dit geldt ook voor bouwtoezicht. • Voor provinciale niet‐Seveso bedrijven werkt dit op dezelfde manier. Om provinciaal beleid en robuustheid te waarborgen, coördineert RUD Zeeland bouwadvies en bouwtoezicht. Tabel 2: Procescriteria en criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten De procescriteria betreffen eisen aan het proces. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn: • • • • • •
Evaluatie Beleid Strategie Uitvoeringsprogramma Organisatie Monitoring
Evaluatie
Status Toelichting voldoen
Jaarlijkse rapportage over mate waarin het uitvoeringsprogramma is uitgevoerd en heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen.
Jaarverslag en monitoringsverslag op MJP resultaten
Aanpassing van het uitvoerings- en handhavingsbeleid op grond van de resultaten uit verantwoordingsrapportage.
Dit gebeurt in Regieteam RBC jaarlijks acties tot verbetering benoemd en geprioriteerd en meegenomen in volgende jaar
Vergelijking prestaties met die van andere organisaties.
Ja, o.a. in Visitatie en andere samenwerkingen met OD's Zuid-Holland
Beleid
J/N/ n.v.t
Toelichting
Organisatie heeft een afgestemd uitvoerings- en handhavingsstrategie waarin is aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke taken gelet op die doelen zullen worden verricht.
Dit is vastgelegd in het MeerJarenProgramma (MJP)
De handhavingsstrategie is gebaseerd op een analyse van problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.
Er is een Risicoanalyse.
Benodigde en beschikbare financiële en personele middelen zijn inzichtelijk gemaakt en gewaarborgd in de begroting voor de doelen en prioriteiten.
Middels financieringssysteem gericht op complexiteit van bedrijven (kental per categorie van bedrijven)
Strategie Er is een uitvoerings- en handhavingsstrategie met prioriteiten, een methode om te bepalen of doelen worden bereikt en welke criteria (met beschreven werkwijze) worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen van vergunningen en meldingen In de handhavingsstrategie is de wijze opgenomen waarop toezicht wordt gehouden, wordt gerapporteerd over bevindingen en welke bestuurlijke sancties (inclusief termijnen) worden opgelegd.
J/N/n.v.t Toelichting Dit staat in MJP
Gebruik van landelijke LHSO
48 van 52
De organisatie handelt conform een vastgestelde toezichtstrategie, de vastgestelde landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht en vastgestelde samenwerkings-, gedoog- en vergunningenstrategie (incl. actualisatieprogramma).
Werken met risico analyse model, LHSO en actualisatieprogramma vergunningen
Uitvoeringsprogramma
J/N/n.v.t Toelichting
Organisatie heeft een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de taken het komende jaar zullen worden verricht.
Werkplan per participant.
In het uitvoeringsprogramma wordt rekening gehouden met de gestelde doelen en de prioriteitenstelling zoals geformuleerd in de uitvoerings- en handhavingsstrategie.
Ja, o.a. door branchegericht werken, onderwerpen uit MJP
Het uitvoeringsprogramma wordt afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving.
Afstemming middels overleg van eigen BOA's met andere instanties
Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma zijn voldoende financiële en personele middelen beschikbaar. Organisatie
J/N/n.v.t Toelichting
De uitvoeringsorganisatie is zodanig ingericht dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd. De personeelsformatie (functies, taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden) is vastgelegd met functiescheiding. Binnen de uitvoeringsorganisatie is bij toezicht en handhaving sprake van roulatie op dossierniveau. De bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie is ook buiten kantooruren gegarandeerd.
Monitoring
J/N/n.v.t
De organisatie beschikt over een volwaardig datasysteem om de resultaten te monitoren en het behalen van vastgestelde beleidsdoelen.
Toelichting Werken met een datawarehouse, waar alle informatie uit systemen (zaaksysteem, meldkamersysteem) in zit. Monitoring is wel op doelen, maar dat komt niet allemaal uit de datawarehouse.
Er wordt voldaan Er wordt niet voldaan Is niet van toepassing Gemotiveerde afwijking
Conclusie Procescriteria Met het MeerJarenProgramma (MJP DCMR 2023-2026) en andere vastgelegde methoden wordt voldaan aan de procescriteria. Met het MJP en overige documenten (zoals werkplannen e.d.) wordt voldaan aan alle inhoudelijke criteria. Voor de monitoring wordt gewerkt aan een omslag naar meer outcome gerichte indicatoren en dus outcome gerichte monitoring, op de doelen uit het MJP.
49 van 52
C. Staat van activa
D. Werkplanoverzicht per opdrachtgever
50 van 52
E. Overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant
De bedragen die in de voorschotposten zijn ondergebracht, zijn bestemd voor specifieke onderwerpen en voor voorziene en deels onvoorziene activiteiten die gedurende het jaar specifieke aandacht van een participant vragen.
F. Overzicht van baten en lasten per taakveld
51 van 52
G. Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen
52 van 52