40. 2026-012595 Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan Sport De Omloop Bijlagen 3 van 4.pdf
Tekst van het document
De werktuigen zi jn in de AERIUS- berekening ingevoerd als ‘oppervlaktebron - | mobiel e w erktuigen’ ter plaatse van de bouwlocatie (rekenjaar 2026), respect ievelijk slooploc atie (rekenjaar 20 27). 4 Ligterink e t al., 2021. ‘AUB (AdBlue v erbruik, Uren, en Brandsto fverbru ik): een robuuste schatting van NOx en N H3 uitstoot van mobie le werktuigen’. TNO_2021_R12305 5 De ervaringscij fers zijn gebaseerd op input geleverd d oor ve rschi llende p ro jectontwikkelaars, vas tgoed- sloop en bouwpartijen. BJZ.nu | 9 Ruimtelijk e Plannen en Advi es AERI US -berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definiti ef 3.2.6 | Gebruik tijdens aanlegfase Zoals eerd er genoemd is tijdens de bouw van het nieuwe sportpark het huidige sportpark nog in gebruik. Wanneer het oude sportpark wordt gesloopt, is het nieuwe sportpark in gebruik. Zodoende moet dit gebruik worden meegenomen bij de b erekening van de aanlegfase. Voor de uitgangspunten van het gebruik van het nieuwe sportpark wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Hieronder staan de uitgangspunten genoemd van het gebruik van het oude sportpark. Bij het gebruik van het oude sportpark is sprake van de volgende stikstof emitterende bronnen: 1. | Gasverbruik acco mmodaties; 2. | Verke ersgenerati e; 3. | Emissie koude start. Deze bronnen worden hieron der verd er uitge werkt.
Gasverbruik De acco mmodatieg ebouwen op het huidige sportpark is aangesloten op het gasnet. Gasverbruik leidt tot stikstof em issie en moet worden me egeno men in de stik sto fberek ening. Om de stikstof e missie t e berek enen is gebruik gemaakt van het ECN-rapport uit 2016 6. Hierin word en energi ekentallen g egeven voor 24 ver schillende gebouwtypen binnen de dienstensector en industriële sectoren in Nederland. De kentallen zijn bepaald via statisti sche analyses van daadwerke lijke verbruiksg eg evens uit 2013 en betre ff en het gas- en elektricit eitsverbruik per vie rkante meter g ebruiksopper vlak (intensiteit ). Bij de berekening van de stik stofemi ssie al s ge volg van het gasverbruik van de woning zijn de onderstaande uitgangspunten gebruikt: • | Een emi ssi egren swaard e van 70 mg/N m3 bij droog rookgas en bij 3% zuurstof; | 7 • | 1 m3 aardgas zorgt bij het verbranden voor 9 m3 rookgasd e biet; | 8 • | Om te kunnen rekenen m et de emi ssieg renswaarde i s de zuurstof overmaat als volgt g ec orrigeerd: 21/(21 -3)=1,16 667; • | Gasinten siteit sportaccommo datie buiten: 16 m3/m2. • | BVO: zie onder. De for mule voor het b ereken en van de NO | x e missi e van is a ls vol gt: gasint ensiteit * BV O * 9 * 1,1666 7 * 70 * 10-6 = e missi e NOx in kg/jaar. I n voorliggend g eval komt de e missie n eer op: • | Omloopsew eg 6e (ca.
1.04 0 m2 BV O): 1 2,23 kg NOx met een uitstoothoogte van 3,5 met er; • | Omloopseweg 6f (ca. 655 m2 BVO): 7,7 kg NO x m et een uitstoothoogte van 3,5 met er; • | Omloopseweg 6g westelijk g ebouw (ca. 155 m2 BVO ): 1,82 kg NOx met een uitstoothoogte van 7,5 meter . Naast de bovenstaande NOx e missie s, is d e em issiehoogt e van invloed op de rekenresultaten. Conform het rapport ‘Instructie gegeven sin voer voor AERIUS Calculator 2 025 | ’ is voor de em issiehoogt e het volgende aangehouden: hanteer in AERIUS voor de uitstoothoogte de hoogte van het emissiepunt ten opzichte van het maaiveld. De uitstoothoogte staat per pand vermeld naast d e stiksto fe missi e | 9. Voor de warmt e- | inhoud is aangesloten op de default-waar de vanuit AERIUS voor recr eatie, namelijk 0,00 2 MW. De emissies zijn per gebouw als puntbron ingevoerd in de AERIUS-Calculator.
6 Sipma, J.M., Nieuwe benchmark energieverbrui k uti lite itsgebouwen en in dustriël e sec toren, ECN, 2016 7 Besluit a ctiv itei ten le efomgeving paragraaf 4.126 8 BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, | pagina 33 9 Bron: PDOK en 3D BAG-Viewer BJZ.nu | 10 Ruimtelijk e Plannen en Advi es AERIUS-berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 11 Verkeersgeneratie Het huidige sportpark zorgt voor 120 lichte verkeersbewegingen per etmaal, blijkt uit onderzoek van Goudappel. Dit aantal blijft gelijk bij het beoogde sportpark. Emissie koude start Worst-case is het uitgangspunt dat bij het huidige sportpark sprake is van 60 koude starts per etmaal. Dit aantal blijft gelijk bij het beoogde sportpark. AERIUS-berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 12 3.3 Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt inzicht verschaft in de te verwachten NOx en NH3 emissie. Om dit te bepalen zijn alle mogelijke emitterende bronnen geanalyseerd. In voorliggend geval betreft dit de onderstaande bronnen: 1. Gasverbruik; 2. Verkeersgeneratie; 3. Emissie koude start gebruiksverkeer. De twee bovenstaande emitterende bronnen worden in deze paragraaf nader onderzocht en toegelicht. Voor het rekenjaar is 2028 gehanteerd. 3.3.1 Gasverbruik Het nieuwe accommodatiegebouw wordt niet op het gasnet aangesloten.
Hierdoor is het gebouw zelf geen NOx of NH3 emitterende bron. Het accommodatiegebouw is om deze reden dan ook niet als opzichzelfstaande bron in de AERIUS-calculator ingevoerd. 3.3.2 Verkeersgeneratie Het te realiseren voornemen brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en dient in ogenschouw worden genomen. Door de gemeente Albrandswaard is de verkeersgeneratie bepaald: In de huidige situatie (oude sportpark) zijn er 120 lichte voertuigbewegingen per etmaal, blijkt uit onderzoek van Goudappel. Dit aantal blijft gelijk bij het beoogde sportpark. Zwaar verkeer is niet aan de orde. Voor de route van het gebruiksverkeer wordt uitgegaan dat deze hetzelfde is als de route van het bouwverkeer, zoals beschreven in paragraaf 3.2.2. 3.3.3 Emissie koude start gebruiksverkeer Zoals in de vorige paragraaf is genoemd, dient de emissie als gevolg van een koude start te worden meegenomen bij voorliggende stikstofberekening. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen.
Om het aantal koude starts te bepalen is het worst-case uitgangspunt dat alle voertuigen een koude start hebben. Het aantal voertuigbewegingen gedeeld door twee levert het aantal voertuigen op. Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 60 koude starts voor licht verkeer. De emissie is in de AERIUS- Calculator als oppervlaktebron ingevoerd ter plaatse van het parkeerterrein. AERIUS-berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 13 HOOFDSTUK 4 R ESULTATEN & CONCLUSIE 4.1 Aanlegfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 en 2 bijgevoegd. 4.2 Gebruiksfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 3 bijgevoegd.
4.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 10.24, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. AERIUS-berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 14 BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1 Rekenresultaten aanlegfase 2026 Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website. Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon BJZ.nu Inrichtingslocatie De Omloop, - Albrandswaard Activiteit Omschrijving De Omloop, verplaatsing sportvelden - Albrandswaard Toelichting Aanlegfase Rekentaak AERIUS kenmerk RaZR KjCqTTG Datum berekening juli , : Rekencon guratie OwN -rekengrid T otale emissie Rekenjaar Afroomfactor Emissie NH₃ Emissie NOₓ Aanlegfase - Beoogd , kg/j , kg/j Resultaten Hoogste bijdrage Hexagon Gebied Aanlegfase - Beoogd - Gekarteerd oppervlak met toename (ha) - Gekarteerd oppervlak met afname (ha) - Grootste toename - Grootste afname - Projectberekening 2/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar Emissiebronnen Emissie NH₃ Emissie NOₓ Anders... | Emissie laden en lossen , kg/j , kg/j Verkeer | Koude start: overig | Emissie koude start bouwverkeer , g/j , kg/j Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen , kg/j , kg/j Wonen en Werken | Recreatie | Gasverbruik Omloopseweg e - , kg/j Wonen en Werken | Recreatie | Gasverbruik Omloopseweg f - , kg/j Wonen en Werken | Recreatie | Gasverbruik Omloopseweg g - , kg/j Verkeer | Koude start: overig | Emissie koude start gebruiksverkeer , kg/j , kg/j Verkeersnetwerk , kg/j , kg/j Projectberekening 3/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening) De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). m © OSM & Kadaster Projectberekening 4/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Resultaten stikstofgevoelige Natura gebieden situatie "Aanlegfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave. Projectberekening 5/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar Verkeer | Rijdend verkeer Naam Route bouwverkeer Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: , Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte . , m Hoogte - - NH₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren . , /jaar , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren . , /jaar , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Anders...
Naam Emissie laden en lossen Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd T emporele variatie Continue Emissie Uittreedhoogte , m Warmteinhoud , MW Spreiding , m NOₓ , kg /j NH₃ , kg /j Verkeer | Koude start: overig Naam Emissie koude start bouwverkeer Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , g /j Type voertuig Koude starts Licht verkeer . , /jaar Middelzwaar vrachtverkeer , /jaar Zwaar vrachtverkeer , /jaar Busverkeer , /jaar Projectberekening 6/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Mobiele werktuigen Naam Mobiele werktuigen Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , kg /j Naam/Stageklasse Brandstof - verbruik/AdBlue verbruik Draaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele variatie Stof Emissie Graafmachine Stage-IV, - , - kW, diesel, SCR: ja .
l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j Shovel Stage-IV, - , - kW, diesel, SCR: ja l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j T rekker met kieper Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan L cilinderinhoud) op diesel l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j Betonstorter Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot L cilinderinhoud) op diesel l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , g/j Boorstelling Stage-IV, - , - kW, diesel, SCR: ja l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , g/j Mobiele hijskraan Stage-IV, - , - kW, diesel, SCR: ja .
l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j T rilplaat alle werktuigen op benzine, takt l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j Mini graafmachine Stage-IV, - , <= kW, diesel, SCR: nee l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j T rilwals Stage-IV, - , <= kW, diesel, SCR: nee l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , g/j Zand-/splitstrooier Stage-IV, - , <= kW, diesel, SCR: nee l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j Projectberekening 7/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Wonen en Werken | Recreatie Naam Gasverbruik Omloopseweg e Locatie X: , Y: , Wijze van ventilatie Niet geforceerd T emporele variatie Continue Emissie Uittreedhoogte , m Warmteinhoud , MW Spreiding , m NOₓ , kg /j Wonen en Werken | Recreatie Naam Gasverbruik Omloopseweg f Locatie X: , Y: , Wijze van ventilatie Niet geforceerd T emporele variatie Continue Emissie Uittreedhoogte , m Warmteinhoud , MW Spreiding , m NOₓ , kg /j Wonen en Werken | Recreatie Naam Gasverbruik Omloopseweg g Locatie X: , Y: , Wijze van ventilatie Niet geforceerd T emporele variatie Continue Emissie Uittreedhoogte , m Warmteinhoud , MW Spreiding , m NOₓ , kg /j Verkeer | Rijdend verkeer Naam Route gebruiksverkeer Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: , Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte .
, m Hoogte - - NH₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Verkeer | Koude start: overig Naam Emissie koude start gebruiksverkeer Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , kg /j Type voertuig Koude starts Licht verkeer , /etmaal Middelzwaar vrachtverkeer , /etmaal Zwaar vrachtverkeer , /etmaal Busverkeer , /etmaal Projectberekening 8/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026) Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie . _ _ Database versie .
_ _calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website Projectberekening 9/9RaZR7KjCqTTG (29 juli 2026)
AERIUS-berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 15 Bijlage 2 Rekenresultaten aanlegfase 2027 Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website. Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon BJZ.nu Inrichtingslocatie De Omloop, - Albrandswaard Activiteit Omschrijving De Omloop, verplaatsing sportvelden - Albrandswaard Toelichting Aanlegfase Rekentaak AERIUS kenmerk RZ CXsME b Datum berekening juli , : Rekencon guratie OwN -rekengrid T otale emissie Rekenjaar Afroomfactor Emissie NH₃ Emissie NOₓ Aanlegfase - Beoogd , kg/j , kg/j Resultaten Hoogste bijdrage Hexagon Gebied Aanlegfase - Beoogd - Gekarteerd oppervlak met toename (ha) - Gekarteerd oppervlak met afname (ha) - Grootste toename - Grootste afname - Projectberekening 2/7RZ474CXsME2b (29 juli 2026) Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar Emissiebronnen Emissie NH₃ Emissie NOₓ Anders... | Emissie laden en lossen , g/j , kg/j Verkeer | Koude start: overig | Emissie koude start bouwverkeer , g/j , kg/j Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen , kg/j , kg/j Verkeer | Koude start: overig | Emissie koude start gebruiksverkeer , kg/j , kg/j Verkeersnetwerk , kg/j , kg/j Projectberekening 3/7RZ474CXsME2b (29 juli 2026) Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening) De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). m © OSM & Kadaster Projectberekening 4/7RZ474CXsME2b (29 juli 2026) Resultaten stikstofgevoelige Natura gebieden situatie "Aanlegfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave. Projectberekening 5/7RZ474CXsME2b (29 juli 2026) Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar Verkeer | Rijdend verkeer Naam Route sloopverkeer Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: , Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte . , m Hoogte - - NH₃ , g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Anders...
Naam Emissie laden en lossen Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd T emporele variatie Continue Emissie Uittreedhoogte , m Warmteinhoud , MW Spreiding , m NOₓ , kg /j NH₃ , g /j Verkeer | Koude start: overig Naam Emissie koude start bouwverkeer Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , g /j Type voertuig Koude starts Licht verkeer , /jaar Middelzwaar vrachtverkeer , /jaar Zwaar vrachtverkeer , /jaar Busverkeer , /jaar Mobiele werktuigen Naam Mobiele werktuigen Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , kg /j Naam/Stageklasse Brandstof - verbruik/AdBlue verbruik Draaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele variatie Stof Emissie Graafmachine Stage-IV, - , - kW, diesel, SCR: ja . l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , kg/j Shovel Stage-IV, - , - kW, diesel, SCR: ja l/j l/j u/j , m , MW , m Standaard Pro el Industrie NOₓ NH₃ , kg/j , g/j Projectberekening 6/7RZ474CXsME2b (29 juli 2026) Verkeer | Rijdend verkeer Naam Route gebruiksverkeer Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: , Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte . , m Hoogte - - NH₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v.
maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Verkeer | Koude start: overig Naam Emissie koude start gebruiksverkeer Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , kg /j Type voertuig Koude starts Licht verkeer , /etmaal Middelzwaar vrachtverkeer , /etmaal Zwaar vrachtverkeer , /etmaal Busverkeer , /etmaal Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie . _ _ Database versie . _ _calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website Projectberekening 7/7RZ474CXsME2b (29 juli 2026)
AERIUS-berekening De Omloop (sportpark), Rhoon Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 16 Bijlage 3 Rekenresultaten gebruiksfase Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website. Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon BJZ.nu Inrichtingslocatie De Omloop, - Albrandswaard Activiteit Omschrijving De Omloop, verplaatsing sportvelden - Albrandswaard Toelichting Gebruiksfase Rekentaak AERIUS kenmerk Rj BR yDrWsb Datum berekening juli , : Rekencon guratie OwN -rekengrid T otale emissie Rekenjaar Afroomfactor Emissie NH₃ Emissie NOₓ Gebruiksfase - Beoogd , kg/j , kg/j Resultaten Hoogste bijdrage Hexagon Gebied Gebruiksfase - Beoogd - Gekarteerd oppervlak met toename (ha) - Gekarteerd oppervlak met afname (ha) - Grootste toename - Grootste afname - Projectberekening 2/6Rj6BR2yDrWsb (29 juli 2026) Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar Emissiebronnen Emissie NH₃ Emissie NOₓ Verkeer | Koude start: overig | Emissie koude start gebruiksverkeer , kg/j , kg/j Verkeersnetwerk , kg/j , kg/j Projectberekening 3/6Rj6BR2yDrWsb (29 juli 2026) Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden. Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening) De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
m © OSM & Kadaster Projectberekening 4/6Rj6BR2yDrWsb (29 juli 2026) Resultaten stikstofgevoelige Natura gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave. Projectberekening 5/6Rj6BR2yDrWsb (29 juli 2026) Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar Verkeer | Rijdend verkeer Naam Route gebruiksverkeer Links Rechts NOₓ , kg/j Locatie X: , Y: , Type scherm - - NO₂ , kg/j Lengte . , m Hoogte - - NH₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /etmaal , % Verkeer | Koude start: overig Naam Emissie koude start gebruiksverkeer Locatie X: , Y: , Oppervlakte , ha NOₓ , kg /j NH₃ , kg /j Type voertuig Koude starts Licht verkeer , /etmaal Middelzwaar vrachtverkeer , /etmaal Zwaar vrachtverkeer , /etmaal Busverkeer , /etmaal Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend.
De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie . _ _ Database versie . _ _calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website Projectberekening 6/6Rj6BR2yDrWsb (29 juli 2026)
.2 MEI DE OMLOOP RHOON (SPORTPARK) Natuurwaardenonderzoek Omgevingswet Ontwikkeling : Nieuwbouw Datum: 6 januari 2025 ; update 10 november 2025 Project: NWO 53053 .1 Natuurwaardenonderzoek NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON Colofon Onderzoek | Natuurwaardenonderzoek Document | NWO53053.1 Datum | 6 januari 2024; update 10 november 2025 Locatie | De Omloop; Rhoon (sportpark) Opdrachtgever | BJZ.nu B.V. Opdrachtnemer | Ecofect B.V. Ecoloog | Dhr. A. van de | Streek Adres | Laan 21, 8071 JG Nunspeet Telefoon | 06-41737676 Email | info@ecofect.nl Internet | www.ecofect.nl KvK-nummer | 87036487 Btw-identificatienr. | NL864184311B01 Rekeningnummer | NL39 RABO 0198 8908 69 2 NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 3 INHOUD Samenvatting en advies 3 1. Inleiding 6 1.1 Aanleiding 6 1.2 Planlocatie 6 1.3 Ontwikkelingen en effecten 7 2. Wettelijk kader 9 2.1 Wettelijk kader 9 2.2 Gebiedsbescherming 9 2.3 Soortbescherming 11 2.4 Bescherming houtopstanden 15 2.5 Toepasbaarheid 16 3. Methode 17 4. Gebiedsbescherming 18 4.1. Natura 2000 18 4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) 21 4.3 Nationaal landschap 22 5. Soortbescherming 23 5.1 Habitatcheck 23 5.2 Flora en fauna 23 5.2.1 Flora 24 5.2.2 Vogelsoorten 25 5.2.3 Vleermuizen 29 5.2.4 Grondgebonden zoogdieren 31 5.2.5 Overige soorten 33 5.3 Houtopstanden 36 6.
Conclusie 37 Verantwoording 38 Verklarende woordenlijst 39 Bijlagen 40 Disclaimer 54 NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 4 Samenvatting en advies Uit d it Natuurwaardenonderzoek is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden er mogelijk schadelijke handelingen flora & fauna activiteit (soorten) Omgevingswet zullen plaatsvinden. Tevens dient nadere toetsing plaats te vinden of er een vergunningplicht geldt voor Natura 2000-activiteit (stikstof). Gebiedsbescherming Natura 2000 Ten aanzien van stikstof wordt er in de aanleg - en nieuwe gebruiksfase mogelijk depositie verwacht. Een Aerius (stikstof) berekening wordt daarom ook noodzakelijk geacht . Voor de overige storingsfactoren wordt externe werking verwacht. Een Voortoets Natura 2000 wordt noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland De planlocatie is gelegen buiten Natuurnetwerk Nederland (Natuurnetwerk Zuid-Holland). Aangezien het plangebied buiten het Natuurnetwerk valt wordt het niet noodzakelijk geacht dat een verdere toetsing, in de vorm van ja, mits toets, aan de orde is. Nationaal landschap Beoogde ontwikkelingen vinden plaats buiten de grenzen van het Nationaal landschap. Omdat kernkwaliteiten gewaarborgd blijven zijn wettelijke consequenties met betrekking op het Nationaal landschap niet aan de orde.
Soortbescherming Flora Geen schadelijke handelingen flora & fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet. Vogels Mogelijk schadelijke handelingen flora & fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet. Een nader onderzoek huismus, steen-, kerkuil, en broedvogels wordt noodzakelijk geacht. Vleermuizen Mogelijk schadelijke handelingen flora & fauna activiteit in het kader van de Omgevingswe t. Een nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Zoogdieren Geen schadelijke handelingen flora & fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet. NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 5 Overige soorten Mogelijk schadelijke handelingen flora & fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet . Een nader onderzoek rugstreeppad wordt noodzakelijk geacht. Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de omgevingswet die vallen onder het onderdeel houtopstanden. Geen herplant- of meldingsplicht. Specifieke zorgplicht Ten alle tijden geldt bij het uitvoeren van flora - en fauna-activiteiten dient de initiatiefnemer / uitvoerder van de activiteit te kunnen aantonen hoe tegemoetgekomen wordt aan de specifieke zorgplicht (art. 11.27, Bal). Zie bijlagen. NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 6 1.
Inleiding 1.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Omloopseweg/ Essendijk te Rhoon heeft BJZ.nu B.V. aan Ecofect B.V. opdracht gegeven een Natuurwaardenonderzoek Omgevingswet uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Omgevingswet. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. 1.2 Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Omloopseweg/ Essendijk te Rhoon. Het betref fen meerdere agrarische percelen die functioneren als gras- en akkerbou wland. De percelen zijn omringd door intensief beheerde sloten met enkele rietkragen aan de zuidzijde . Aan de noordwestzijde van de planlocatie is een verouderde kas aanwezig. De verouderde kas bestaat uit glazen wanden met betonnen afwerking en een zadeldak. Aan de zuid zijde van de planlocatie grenst een verhard erf met een paardenstal, paardenbak, en enkele weides. Gezien de mogelijke verstoring die de voorgenomen ontwikkeling op kan leveren, is de paar denstal ook betrokken in het onderzoek. De stal heeft stenen muren, houten (kierende) gevelbekleding en is voorzien van een dak bedekt met golfplaten en dakbeschot. Deze opstal bevat eveneens een uilenkast.
De sloot nabij het erf betreft een extensief beheerde sloot met begroeide oevers. De omgeving heeft een landelijk karakter. Rhoon is een dorp in de gemeente Albrandswaard, in de provincie Zuid-Holland. NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 7 Figuur 1 Plan- en onderzoeksgebied 1.3 Ontwikkelingen en effecten Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied (gele kader) te herontwikkelen. De opstal (kas) zal gesloopt worden, om vervolgens diverse sportvelden , een opstal, en bijbehorende infrastructuur aan te leggen. De watergangen blijven deels behouden, en worden deels aangepast /verbreed. De functie van de planlocatie zal veranderen naar recreatie (figuur 2). Voor inhoudelijke vragen over het ontwerp of de inrichting wordt verwezen naar de opdrachtgever.
NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 8 Figuur 2 – Inrichting planlocatie. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie en ecologie van het plangebied zal veranderen. De mogelijk negatieve effecten van de ingreep in relatie tot beschermde natuurwaarden zijn: • Sloop- en Bouwwerkzaamheden • Afvoer sloopmateriaal en verwijderen van vegetatie, verleggen/verbreden watergangen • Grondwerkzaamheden • Aanleg infrastructuur • Herinrichting perceel bij hetwelk functie recreatie verwacht kan worden Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie.
NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 9 2. Wettelijk kader 2.1 Wettelijk kader Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Omgevingswet van kracht. Deze wetgeving vervangt de Wet natuurbescherming . In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. In dit Natuurwaardenonderzoek worden de verschillende onderdelen van de omgevingswet getoetst. Omdat een veld - en bureauonderzoek geen zekerheid geeft of de omgevingswet wordt overtreden, wordt de potentie van het object ingeschat voor wat betreft beschermde soorten. Indien het object potentie heeft, zal een aanvullend onderzoek vast moeten stellen of uit moeten sluiten of er beschermde soorten gebruik maken van de opstallen. Potentie-inschatting vindt plaats op basis van habitatkenmerken, habitatseisen en ervaring van de ecoloog. De Omgevingswet is een wet die alle regels omvat met betrekking tot alle activiteiten in de fysieke leefomgeving. De wet bundelt 26 wetten die gaan over de regels met betrekking tot onder meer infrastructuur, bouwwerken, water, lucht, bodem, milieu, cultur eel erfgoed en natuur. Het doel van de nieuwe wet is een vereenvoudiging van de regels voor de fysieke leefomgeving en een duurzame ontwikkeling en beschermen en verbeteren van het leefmilieu.
Om alle regels voor de fysieke leefomgeving op een gestructureerde manier te regelen, is er sprake van een stelsel Omgevingswet. Het stelsel Omgevingswet kent een bepaalde opbouw, die bepalend is voor waar de relevante onderdelen terug te vinden zijn met betrekking tot de verschillende onderwerpen van de fysieke leefomgeving, waaronder natuurbescherming. Het stelsel bestaat uit een algemene wettekst – de Omgevingswet zelf – dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in zogenaamde uitvoeringswetten (Algemene Maatregelen van Bestuur, of AMvB’s) en de Omgevingsregeling. 2.2 Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming in de Ow bestaat uit een beschermingsregime voor Natura 2000 - gebieden, regels voor de aanwijzing en bescherming van het Natuurnetwerk Nederland en bijzondere natuurgebieden en landschappen. Hieronder zijn per gebiedscategorie de regels beknopt toegelicht. In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000 -gebieden en bijzondere nationaal natuurgebieden (art. 11.6 Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000 -gebied of ee n bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.6, 1e lid Bal). In het tweede lid staat de nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht.
Er moet worden nagegaan of na delige gevolgen op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Als nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn, dan verplicht de specifieke zorg plicht om met betrekking tot deze gevolgen passende preventieve maatregelen te nemen (art. 11.6, 2e lid onder d), of, als dit niet gaat, om passende herstelmaatregelen te treffen (art. 11.6, 2e lid onder f). Daarnaast verplicht de zorgplicht ook dat de effectiviteit van deze maatregelen worden gemonitord. De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000 - NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 10 activiteiten (zie hierna) maar ook voor activiteiten die conform een Natura 2000 -beheerplan worden uitgevoerd of activiteiten die géén kans hebben op een significant gevolg. Natura 2000-activiteit Het is overigens niet zo dat als in het kader van de specifieke zorgplicht passende preventieve of herstelmaatregelen worden genomen, onder de vergunningplicht van een Natura 2000 -activiteit uit kan worden gekomen. Mitigatie mag namelijk niet worden meegen omen in de voortoets van een project om te bepalen of het project leidt tot een kans op een significant gevolg en het project om die reden als een Natura 2000-activiteit moet worden beschouwd.
De volgorde van toetsing van een voornemen aan de specifieke zorgplicht en de vergunningplicht zijn daarom van groot belang. Hierna wordt daar nader op ingegaan. Als de invulling van de specifieke zorgplicht niet helder is of het onduidelijk is of gedragingen onder de zorgplicht vallen, heeft het bevoegd gezag de ruimte om deze nade r te duiden in een maatwerkvoorschrift, vergunningvoorschrift (indien vergunning) of maatwerkregel. Te denken valt aan een maatwerkregel in een provinciale Omgevingsverordening waarin staat hoe aan de specifieke zorgplichtbepaling kan worden gehouden. Er is een onderscheid tussen een ‘Natura 2000 -activiteit’ en andere type activiteiten. Een ‘Natura 2000 - activiteit’ is volgens de definitie van het begrip zoals uitgewerkt in de bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet een: ‘activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000 -gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’ Een Natura 2000-activiteit is vergunning plichtig (art. 5.1, lid 1 Ow), tenzij er sprake is van een ‘vergunningsvrij geval’ (art. 11.16 t/m 11.21 Bal, zie hierna).
Activiteiten die nodig zijn voor het beheer van Natura 2000-gebieden (om de doelstellingen te kunnen halen) of geen significante gevolgen hebben, vallen niet onder de regels voor een Natura 2000-activiteit. Er moet dan eerst worden getoetst wat de effecten zijn van een activiteit op Natura 2000-gebieden voordat duidelijk is hoe de activiteit moet worden aangeduid. Gezien de huidige praktijk, blijft er daarmee de noodzaak voor het uitvoeren van een voortoets die deze helderheid kan bieden. De uitslag van deze toets is van belang voor het vervolg van de behandeling van de activiteit. Is er sprake va n een Natura 2000-activiteit dat niet vergunningsvrij is, dan is er een nader onderzoek nodig in de vorm van een passende beoordeling voordat een vergunning kan worden verleend. De regels waar een Passende Beoordeling aan moet voldoen staan in art. 16.53c Ow en art. 8.74b Bkl. Is er ondanks mitigatie nog steeds sprake van een significant gevolg, dan kan de vergunning voor het project worden verleend als de zogenaamde ADC -toets met succes is doorlopen (art. 8.74b, lid 2 en 3 Bkl). Voor nadere informatie m.b.t. ADC-toets wordt verwezen naar de bijlage. Natuurnetwerk Nederland De wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN worden vastgesteld per Omgevingsverordening door de provincie conform artikel 7.7 Bkl.
In de Omgevingsverordening is daartoe een natuurbeheerplan vastgesteld waar in de regel de bestaande natuurwaarden en het a mbitieniveau zijn aangegeven middels natuurbeheertypen. Het hangt echter per provincie af hoe zij de wezenlijke kenmerken en waarden hebben gedefinieerd; in tegenstelling tot het Barro ontbreekt een definitie van de wezenlijke kenmerken en waarden in de Ow. In artikel 7.7, 2e lid Bkl wordt aangegeven dat deze waarden worden bepaald met inachtneming van de doelstellingen bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder g, van de wet. Hiermee wordt gedoeld op de verantwoordelijkheid van de provincies om, op het geb ied van natuur, zorg te dragen voor het behoud of herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen, van hun biotopen en habitats, en van in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, in overeenstemming met de NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 11 internationaalrechtelijke verplichtingen. Hieruit kan worden gehaald dat het NNN mede als doel heeft om deze taken te bereiken . Daarnaast heeft de provincie zelf de ruimte om te bepalen of zij ook potentiële natuurwaarden (en de daarvoor vereiste bodem - en watercondities) meenemen in de definiëring van de wezenlijke kenmerken en waarden (art. 7.7, 2e lid Bkl).
Dit komt min of meer overeen met de definitie van wezenlijke kenmerken en waarden in het Barro, die ook aangeeft dat de potentiële waarden worden meegenomen ‘voor zover deze natuurwaarden en condities in het licht van de internationale biodiversiteitdoelstellingen relevant zijn’. Beschermingsregime NNN Het beschermingsregime voor het NNN is uitgewerkt in art. 7.8, 2 e lid Bkl, dat een instructieregel betreft voor uitwerking van het beschermingsregime in de Omgevingsverordeningen van provincies: ‘De regels verzekeren in ieder geval dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan, dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk wordt behouden en dat, als binnen het natuurnetwerkactiviteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het natuurnetwerk, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven.” Een vergelijkbare instructieregel voor de bescherming van het NNN is opgenomen voor projectbesluiten die door het Rijk wordt vastgesteld in art. 9.3, 1 e lid Bkl. Voor nadere informatie met betrekking tot het beschermingsregime NNN wordt verwezen naar de bijlage. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Het Rijk kan op basis van art.
2.44, lid 2 Ow zogeheten bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. De bijzondere nationale natuurgebieden kunnen worden aangewezen vooruitlopend op de aanwijzing of begrenzing als Natura 2000 -gebied, bijvoorbeeld als het gaat om compensatie voor handelingen die leiden tot een significant gevolg of als het gaat om gebieden die nodig zijn om de doelstellingen van de Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn te bereiken (art. 3.63 Bkl). Daarnaast kan het Rijk ook bijzondere nationa le natuurgebieden aanwijzen als de bescherming van het gebied nodig is voor de instandhouding of herstel van biotopen en leefgebieden van in Nederland van nature in het wild voorkomende soorten genoemd in bijlage I Vogelrichtlijn of Bijlage I, II, IV of V Habitatrichtlijn. In die gevallen bevat het aanwijzingsbesluit instandhoudingsdoelstellingen (art. 3.64 Bkl). Het ministerie van LNV heeft de taak zorg te dragen dat de maatregelen worden getroffen voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen van deze type natuurgebieden (art. 2.19, lid 5 Ow), tenzij Gedeputeerde Staten is aangewezen om deze taak uit te voeren (art. 2.18, lid 1, onder g, 2°, tweede streepje Ow). Voor de bescherming van bijzondere nationale natuurgebieden geldt, naast een mogelijke toegangsbeperking, de specifieke zorgplicht zoals genoemd in art. 11.6 Bal (zie hiervoor).
De provincies kunnen zogeheten bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen aanwijzen (art. 2.44, lid 5 Ow). Niet iedere provincie h anteert dezelfde juridische bescherming. Sommige hanteren alleen een predicaat, anderen hanteren een soort ADC -criteria (‘nee, tenzij’ -principe) en daarmee juridische beschermingsregime naast NNN en Natura 2000. Kijk voor de geldende regels in de van toepassing zijnde provinciale Omgevingsverordening. 2.3 Soortbescherming Een ‘flora- en fauna-activiteit’ is volgens de definitie van het begrip zoals uitgewerkt in de bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet een: ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’ NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 12 Anders dan bij een ‘Natura 2000 -activiteit’, waarvan pas sprake is als een activiteit leidt tot een kans op significante gevolgen op beschermde Natura 2000 -gebieden (zie hiervoor), is er al sprake van een ‘flora - en fauna-activiteit’ als het een mogelijk gevolg heeft voor één van nature in het wild levend dier of plant, ongeacht of deze soort beschermd is volgens de Omgevingswet. Doordat in de definitie wordt verwezen naar ‘van nature’ in het wild levende soorten, gaat de definitie niet op voor niet-van nature voorkomende soorten.
Met andere woorden, de regels voor flora - en fauna-activiteiten gelden niet voor soorten die buiten he t natuurlijk verspreidingsgebied voorkomen of exoten, tenzij specifiek vermeld. Als er sprake is van een flora - en fauna-activiteit, dient er rekening te worden gehouden met de regels in art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht), art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) en de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal (vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen). Hoewel de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal alleen betrekking hebben op de bij wet beschermde soorten, gelden de artikelen 11.27 en 11.28 ook met betrekking tot de niet -beschermde soorten. Ten alle tijden geldt bij het uitvoeren van flora - en fauna -activiteiten dient de initiatiefnemer / uitvoerder van de activiteit te kunnen aantonen hoe tegemoetgekomen wordt aan de sp ecifieke zorgplicht. Ten alle tijden geldt bij het uitvoeren van flora- en fauna-activiteiten dient de initiatiefnemer / uitvoerder van de activiteit te kunnen aantonen hoe tegemoetgekomen wordt aan de specifieke zorgplicht (art. 11.27, Bal). V oor nadere informatie met betrekking tot de specifieke zorgplicht wordt verwezen naar de bijlage. Het benoemen hoe aan de zorgplichtbepalingen in de Omgevingswet getoetst is in een rapportage, is voldoende om aan de algemene en specifieke zorgplichtbepalingen te voldoen.
De zorgplichten zijn niet vergunning plichtig, dus het is niet noodzakelijk om het voor te leggen aan bevoegd gezag. Voor nadere informatie met betrekking tot de zorgplicht wordt verwezen naar de bijlage. De soortenbeschermingsregimes In de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opgenomen: • § 11.2.2 Bal: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn • § 11.2.3 Bal: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn • § 11.2.4 Bal: omgevingsvergunning andere soorten Onder iedere paragraaf zijn de vergunning plichtige gevallen en de vergunningsvrije gevallen aangegeven. In de Omgevingswet wordt niet meer gesproken over verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, maar over schadelijke handelingen die leiden tot een vergunning plichtig geval. De inhoud van de schadelijke handelingen komen overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes uit de Wnb, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen en betreffen de volgende schadelijke gevallen: NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 13 Tabel 1 – Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal): Schadelijke handelingen Habitatrichtlijn (art. 11.46 Bal): Schadelijke handelingen andere soorten (art.
11.54 Bal) Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in art. 1 Vrl Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren Hrl bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I (ex. vogels art. 1 Vrl); Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels Het opzettelijk verstoren van dieren Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren Het opzettelijk storen van vogels* Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Hrl of bijlage I verdrag van
Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 14 Vrijstelling schadelijke handelingen vogelrichtlijn Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, • Als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort: • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel Vrijstelling schadelijke handelingen habitatrichtlijn Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel Vrijstelling schadelijke handelingen andere soorten Het verbod geldt niet voor bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Rode Lijstsoorten Rode Lijstsoorten zijn soorten planten, dieren en paddenstoelen die in hun voortbestaan worden bedreigd en opgenomen zijn op de officiële Rode Lijst. Deze lijst, opgesteld door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en internationale criteria.
Soorten worden geclassificeerd in verschillende categorieën, variërend van "kwetsbaar" tot "ernstig bedreigd", afhankelijk van factoren zoals populatietrend, verspreidingsgebied en bedreigingen. De aanwezigheid van Rode Lijstsoorten binnen een onderzoeksgebied is een belangrijke indicator van de ecologische waarde. Het beschermen en bevorderen van deze soorten is essentieel voor het behoud van biodiversiteit. Dit onderzoek heeft tot doel een inventarisatie te maken van aanwezige Rode Lijstsoorten en de condities te beoordelen die van invloed zijn op hun voortbestaan. Bij het inventariseren van Rode Lijstsoorten wordt rekening gehouden met specifieke levensvereisten, zoals voedselbronnen, broedlocaties en schuilmogelijkheden. Eventuele verstoringen, zoals intensief grondgebruik, waterbeheer of infrastructuur, worden in kaart gebracht om potentiële risico's voor deze soorten te minimaliseren. NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 15 2.4 Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen.
Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 11.3 Bal) vallen de • Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden • Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, • Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij) • Het dunnen van een houtopstand, Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: • Minimaal eens per tien jaar worden geoogst, • Bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, • Zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 5.165b Bkl is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant.
Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura2000 -gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 16 2.5 Toepasbaarheid Dit Natuurwaardenonderzoek is gericht op de mogelijke overtreding van de omgevingswet, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 1; januari 2025) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden. Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief - en ontwerpfase van de planontwikkeling.
Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de omgevingswet te voorkomen, wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: • Algemeen zorgvuldig handelen • Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling • Ecologisch werkprotocol • Vergunning/vrijstelling omgevingswet NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 17 3. Methode Werkwijze 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onde rzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Op 6 januari 2025 is het plangebied door A . van de Streek bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het regenachtig weer en ongeveer 4 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust - en verblijfplaatsen van de beschermde flora - en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 3.
Er is een visuele inspectie met behulp van verrekijker uitgevoerd op aanwezigheid van sporen, nesten, kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig). 4. De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegankelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop). 5. Bewijslast is verzameld met fotomateriaal. 6. De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming. 7. In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht. 8. Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a. bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is. 9. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer. NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 18 4. Gebiedsbescherming 4.1. Natura 2000 In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Omgevingswet strikt beschermd.
Volgens de Omgevingswet is het volgens artikel 2.7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Nabijgelegen Natura 2000-gebied(en) Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). Het plangebied ligt nabij het Natura 2000-gebied Oude Maas op een afstand van respectievelijk 956 meter (figuur 3) en nabij het stikstofgevoelig Natura 2000-gebied Biesbosch op een afstand van 21.293 meter (figuur 4). Figuur 3 – 956 meter t.o.v. Natura 2000-gebied Oude maas Oude Maas De Oude Maas is een rivier die onder invloed van eb en vloed staat. De smalle uiterwaarden vormen het grootste, nog resterende zoetwatergetijdengebied van ons land. Door afsluiting van het Biesbosch is de getijdendynamiek afgenomen. Hoge delen van het gebied worden daarom bij getijdenhoogwaters niet meer regelmatig overspoeld. De gebieden bestaan uit getijdengrienden, wilgenbossen en vochtige terreinen met een riet- en ruigtevegetaties.
NATUURWAARDENONDERZOEK 53053.1 – DE OMLOOP (SPORTPARK) RHOON 19 Figuur 4 – 21.293 meter t.o.v. Natura 2000-gebied Biesbosch De Biesbosch De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied, dat in Europa nauwelijks zijn weerga kende. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de beruchte Sint - Elizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlij ke wilgenvloedbossen (deels in gebruik als grienden), afgewisseld met kale zand - en slikplaten, rietgorzen en biezenvelden, maar door de uitvoering van de Deltawerken heeft de Biesbosch veel van zijn allure moeten prijsgeven. Na de afsluiting van het Volke rak in 1960 en het Haringvliet in 1970 viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dordtse Biesbosch ten noorden van de Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdeverschil van ongeveer 70 centimeter door de open verbinding met de Oude Maas. Het dynamische getijdengebied veranderde na de uitvoering van de Deltawerken in een verruigd moerasgebied waarin de hoogtever schillen tussen platen en geulen geleidelijk verminderden, wat ten koste ging van afkalving van de eilanden.
De biezenvelden, rietgorzen en wilgenvloedbossen zijn grotendeels verdwenen; inpolderingen en de aanleg van reusachtige drinkwaterbekkens hebben verder hun tol geëist. Maar toch, ondanks dit alles bezit de Biesbosch ook in zijn huidige vorm grote botanische en faunistische kwaliteiten, terwijl het landschap van eilanden en slingerende waterwegen in wezen nog steeds bestaat. Naast Zuid -Flevoland het b elangrijkste brongebied voor de blauwborst; een broedvogel van verruigd rietland. Daarnaast een belangrijk broedgebied voor andere moerasvogels (bruine kiekendief, porseleinhoen, snor en rietzanger) en broedvogels van waterrijke gebieden met opgaand bos (a alscholver en ijsvogel). Belangrijk rust - en foerageergebied voor fuut, lepelaar, kleine zwaan, kolgans, grauwe gans, brandgans, smient, krakeend, wintertaling, kuifeend, grote zaagbek en grutto. daarnaast van enig belang voor aalscholver, pijlstaart, slob eend, tafeleend, nonnetje, visarend en meerkoet. Voor de meeste van deze soorten is zowel de Brabantse als de Dordtse Biesbosch als slaap - en foerageergebied van betekenis. In de Dordtse Biesbosch heerst daarnaast voldoende rust voor een belangrijke functie als ruigebied (wintertaling) en als pleisterplaats voor verstoringsgevoelige soorten als lepelaar en nonnetje. De Sliedrechtse Biesbosch is vooral van belang voor ganzen.
Externe werking U kunt te maken hebben met de zogenoemde externe werking van het Natura 2000 -gebied. U moet daarbij bijvoorbeeld denken aan mogelijke effecten op de waterhuishouding, uitstoot van stikstof of effecten die het gevolg zijn van een groot project zoals aanleg van windmolens, zandwinning, een woonwijk of industrie. Om te bepalen of dit het geval is moet een voortoets Natura 2000 worden uitgevoerd door een deskundig bureau.