4. 2024-081193 Raadsvoorstel Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Albrandswaard .pdf
Tekst van het document
- 57 -
Tarieven per gemeenten 2024 Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
OZB-tarief
Gem. woningwaarde
Woonlasten*
Albrandswaard
425
294
0,1006%
513.000
1.236
Barendrecht
441
199
0,0878%
486.000
1.067
Ridderkerk
386
215
0,0903%
395.000
957
Zwijndrecht
368
322
0,0866%
389.000
1.027
Hendrik-Ido-Ambacht
410
218
0,0934%
465.000
986
* Coelo-Atlas 2024
Vergelijking woonlasten 2023 en 2024
- 58 -
Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland (Coelo 2024) De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte en de ontwikkeling van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Uit de grafiek is af te lezen dat de hoogste stijging van de woonlasten in de gemeente Dordrecht plaatsvindt, met een stijging van 17,04%. Daarentegen zijn de woonlasten in Zoetermeer als enige gemeente gedaald, met -0,84%. Albrandswaard kent een stijging van 1,95%.
- 59 -
Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 21 juni 2024. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.
De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de geopolitieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen vanaf 2024 binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 94% van alle geïdentificeerde risico’s. Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. De gemeente ontvangt ruim de helft van hun inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds.
De meeste gemeenten voorzien vanaf 2026 grote tekorten omdat de algemene uitkering met ingang van 2026 terugloopt. Om hier op in te spelen moet er nu al actie worden ondernomen om de product- en dienstverlening op een acceptabel niveau in te kunnen blijven vullen. Hierdoor moet er mogelijk opnieuw geprioriteerd worden, worden bezuinigingsmogelijkheden onderzocht en wordt er naar andere weerstandscomponenten gekeken om de dekking te herstellen en de dienstverlening op peil te houden. Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. In de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde
- 60 -
budgetten ook komend jaar groot. De hulpvraag onder jongeren is in aantal cliënten wellicht iets afgenomen, ten aanzien van voorgaande perioden van stijging, maar blijft groot en zeer kostbaar. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van een verstevigd risico in het gemeentelijk risicoprofiel als het gaat om de uitvoering van de Jeugdwet. Het CPB berekent richting 2025 landelijk opnieuw een kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet oplopend tot ruim 8%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot en met 2025 hoog blijven en ook hier wordt landelijk een kostenstijging van 1,5% per jaar verwacht. Uiteraard zal er lokaal binnen het sociaal domein alles aan worden gedaan om de uitvoering zo efficiënt en effectief als mogelijk uit te voeren. De uitvoering van de BUIG (Participatiewet) laat eveneens een negatieve trend zien met een trage maar aanhoudende groei van uitkeringsgerechtigden. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt blijkt er in veel gevallen maar beperkt aansluiting te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. ICT/ Informatiebeveiliging en Privacy.
De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot circa € 105. Deze risico’s maken voor een belangrijk deel onderdeel uit van processen waar De BedrijfsvoeringsPartner zorg voor draagt. De wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming wijst de gemeente altijd als risico eigenaar aan en stelt harde toenemende eisen aan techniek, inrichting, beschikbare competenties en capaciteit. Dit alles is noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden, maar helaas ook om kwaadwillenden te weren uit onze digitale omgeving. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Informatiebeveilingsdienst en De BedrijfsvoeringsPartner. Risico’s De BedrijfsvoeringsPartner: De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverleningsprocessen van de gemeente(n) worden per 1 januari 2024 door De BedrijfsvoeringsPartner uitgevoerd.
De bedrijfsvoeringsrisico’s die hierbij bestaan vormen het risicoprofiel van de BedrijfsvoeringsPartner. De gemeente deelt naar rato in het afdekken van een deel van deze risico’s. Dit risico is als één cluster opgenomen in de top 10. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds): Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Zoals eerder aangegeven zorgen de teruglopende bijdragen van het gemeentefonds en de nieuwe verdeel- en berekensystematiek van het gemeentefonds voor grote onzekerheid. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit het Rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave waaraan altijd risico’s zijn verbonden.
- 61 -
Risico's In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Belangrijkste financiële risico's Nr.
Risicogebeurtenis
Gevolgen
Maatregelen Kans Financiële gevolgen
R1401
Risicocluster tekorten uitvoering geld - Opgenomen risico's sociaal (gedecentraliseerde) taken domein. Sociaal Domein.
90% max.€ 1.000.000 23.63%
R1440
Risicocluster uitvoering wet- en geld - Financieel, juridische regelgeving aansprakelijkheid Informatiebeveiliging en Privacy
90% max.€ 500.000
12.08%
R532
Risico dat de geld - (Tijdelijk)extra BedrijfsvoeringsPartner haar (frictie)kosten/uren/inhuur personeel. taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget
70% max.€ 450.000
8.96%
R1441
Reserve grondbedrijf (MPO) is niet toereikend.
30% max.€ 1.000.000 6.75%
R385
Begrotingstekorten in geld - Financieel. gemeenschappelijke regelingen waardoor de gemeente financieel moet bijspringen.
60% max.€ 500.000
6.71%
R1558
Toenemende inflatie
50% max.€ 500.000
5.61%
R1555
Er is niet voldoende woonruimte geld - Privé verhuurders maken voor een uiteindelijke gebruik van de situatie en vragen een huisvesting van vluchtelingen dubieus hoge huur; Woonruimte moet beschikbaar plotseling nieuw gebouwd worden.
50% max.€ 500.000
5.59%
R1442
Oplopende kosten in bouwsector door stijgende conjunctuur (schaarste).
geld - Financieel.
50% max.€ 500.000
5.59%
R1552
Integraal huisvestingsplan Onderwijs.
geld - Ontwikkeling euribor is onzeker.
50% max.€ 350.000
3.90%
R501
Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lopende het begrotingsjaar lager.
geld - Indien rijksbezuinigingen/ uitgaven regeerakkoord 2022 niet gehaald worden, levert de koppeling minder op en komen er aanvullende kortingen.
30% max.€ 500.000
3.38%
geld - Bijstorting uit Algemene reserve door tekort in betreffend exploitatiejaar.
geld - Dekkingsproblemen bij de begroting.
Totaal grote risico's: €5.800.000
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.
- 62 -
Invloed
Kwantiteit
Referentiebeelden
Kans
Toelichting kansklasse
klasse 10%
<0 of 1 keer per 10 jaar
1
30%
1 keer per 5-10 jaar
2
50%
1 keer per 2-5 jaar
3
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1-2 jaar
4
90%
1 keer per jaar of >
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doe dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.039.091 (benodigde weerstandscapaciteit).
- 63 -
Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag 5% € 1.279.424 25% € 1.816.047 50% € 2.210.793 75% € 2.638.649 90% € 3.039.091 95% € 3.288.011
Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2024. Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel. MPO 2024 Project
MPO 2023
MPO 2024
Risico's Risico's Risico's (ongewogen en (ongewogen en (gewogen en gesaldeerd) gesaldeerd) gesaldeerd) A
MPO 2023 Risico's (gewogen en gesaldeerd)
Verschil
B
Op te Niet op te vangen in vangen in grondexploi- grondexploitatie tatie
C=A-B
D
E=D-A
Spui
-275.000
-1.064.968
-42.500
-499.490
456.990
0
-42.500
Polder Albrandsw.
-80.000
291.000
-20.000
-105.500
85.500
0
-20.000
Binnenland
-200.000
-150.728
-50.000
-113.046
63.046
0
-50.000
De Omloop
-4.534.000
0
-1.360.000
0
-1.360.000
1.360.000
0
TOTAAL
-5.089.000
-924.696
-1.472.500
-718.036
-754.464
1.360.000
-112.500
Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 112.500 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Zie de tabel hieronder. Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2025 Weerstandsonderdelen
Huidige capaciteit € 13.394.646
Algemene reserve
€ 859.961
Reserve MPO Reserve Sociaal domein
€ 2.000.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 16.254.607
- 64 -
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Risico's
Weerstandscapaciteit
Bedrijfsproces
Algemene reserve
Financieel
Reserve MPO
Imago/politiek
Reserve Sociaal domein
Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product Weerstandvermogen Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
€ 16.254.607
=
=
5,16
(€ 3.039.091 + € 112.500) = € 3.151.591
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
Het ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. Deze kaart toont in één oogopslag de spreiding van de risico’s. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen.
- 65 -
Kengetallen In het onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie voor de begroting 2025 met haar meerjarenperspectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium. In onderstaande tabel wordt het totaalbeeld van alle kengetallen weergegeven. Vervolgens worden de kengetallen per stuk toegelicht.
- 66 -
De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
minst risicovol
neutraal
meest risicovol
1a. Netto schuldquote
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen
< 90%
90 - 130%
> 130%
2. Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
3. Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%%
4. Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
Schuldquote Een graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling.
De verwachting is dat onze schulden de komende jaren fors gaan oplopen. Dit houdt verband met de investeringen die de komende jaren gaan plaatsvinden. Ook de stijgende rentestand speelt hier een rol in. Daarnaast valt de groei van de opbrengsten, voornamelijk vanuit het gemeentefonds, tegen. Deze ontwikkelingen zorgen voor een stijgende schuldquote. - 67 -
Gedane- en toekomstige besluiten omtrent de besteding van gelden, en eventuele nieuwe investeringen zullen hun effect hebben op de schuldquote. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welke gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Indien bijvoorbeeld een woning voor 80% is gefinancierd bij de bank en voor 20% is betaald met eigen spaargeld, dan is de solvabiliteit in dat geval 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.
Albrandswaard heeft momenteel een stabiele vermogens- en reservepositie. Keuzes omtrent de besteding van gelden en toekomstige grote investeringen hebben hun effect op de solvabiliteit. Voor de komende jaren staan voor Albrandswaarde begrippen flinke investeringen op de planning. Deze investeringen hebben hun impact op het vreemde vermogen, wat zal toenemen. We zullen geld moeten gaan aantrekken om de investeringen te kunnen financieren. In combinatie met een verwacht afnemend eigen vermogen, leidt dit tot lagere solvabiliteitsratio's. Hierbij willen we nog aantekenen dat de ravijnjaren 2026 en 2027 hier ook nog doorheen lopen, en er nog keuzes gemaakt dienen te worden, die ook weer hun impact zullen hebben op de solvabiliteit. De economie heeft een cyclisch karakter. Financiële tegenvallers zijn niet altijd goed te voorspellen. Gelet op de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard zijn wij kwetsbaar. Als een financieel risico zich manifesteert kan dat grote impact hebben op de stand van onze algemene reserve. Het is goed de solvabiliteit te blijven volgen, zodat bij een economisch minder goede periode er tijdig onderbouwde afwegingen gemaakt kunnen worden tussen inhoud en financiën. Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente.
Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bijvoorbeeld voor een nieuw woningbouwproject moet de grond eerst gekocht en bouwrijp gemaakt worden voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden.
- 68 -
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties). Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn, in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.
Onze positie is de afgelopen jaren verbeterd, en de prognoses zijn goed. De realisatie van sociale woningbouw (in combinatie met woningbouw in de vrije marktsector) blijft een belangrijk speerpunt. Een speerpunt met impact op de financiële kengetallen. Nieuwe plannen en exploitaties zullen om investeringen en financiering vragen, en dat geeft inherente risico’s bij het terug verdienen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten nodig is om in evenwicht te komen met de structurele lasten. De signaalgrens is daarom om ook 0%. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen blijven dragen. In de toekomst zullen er dan opbrengststijgingen en/of ombuigingen gerealiseerd moeten worden.
- 69 -
Het kengetal laat de 'ravijnjaren' 2026 en 2027 duidelijk zien. Vanaf 2028 zien we een verbetering van het saldo optreden, maar het is nog onvoldoende om van structureel evenwicht te kunnen spreken. Daarom zal er een intern traject gestart worden, samen met de gemeenteraad, om tot beleidskeuzes te komen die vanaf 2026 ingezet kunnen worden, zodat er uiteindelijk opnieuw evenwicht gaat ontstaan. Voor 2025 konden we het evenwicht nog realiseren zonder beleidskeuzes te hoeven maken. Het is nodig om kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten. Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting (ozb).
- 70 -
De inwoner van Albrandswaard betaalt hogere woonlasten dan de gemiddelde Nederlander. Dit betekent echter niet dat wij als gemeente meer financiële ruimte hebben dan ‘de gemiddelde gemeente’. De rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn namelijk financieel gesloten systemen. Deze kosten kunnen hoger liggen dan gemiddeld door bijvoorbeeld de aard van de grond, oppervlakte en omgevingsfactoren. Om de lasten voor de inwoner niet onnodig te laten stijgen is het daarom van belang om bedrijfsmiddelen doelmatig in te zetten en/of innovatieve- en kostenbesparende maatregelen te nemen, indien mogelijk. Ondanks dat kosten toenemen, en de variabelen en risico’s bij de bepaling van de lasten, zien we toch een stabilisatie van de belastingcapaciteit voor de inwoner van Albrandswaard. Ons beleid omtrent de gemeentelijke belastingen gaat uit van kostendekkendheid. Bij de afvalstoffenheffing is dat het geval, maar de rioolheffing is al jaren niet kostendekkend (zie ook paragraaf 1: Lokale heffingen). De relatieve hoge gemeentelijke belastingen zijn, gelet op het voorzieningenniveau, veranderingen in andere inkomsten én toenemende kosten, nodig om tot een sluitende begroting te kunnen komen. Conclusie over huidige risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen.
Onze organisatie valt in klasse A (waarderingscijfer); met een weerstandsvermogen dat uitstekend is. We kunnen derhalve stellen dat de organisatie er financieel goed voor staat. Investeringen, de fluctuerende algemene uitkering en risico’s hebben elk hun uitwerking op de kengetallen. Ook zien we de rentes stijgen. Het is noodzakelijk de kengetallen in de gaten te houden en financieel gezond te blijven door tijdig afwegingen en keuzes te maken, met name bij grote investeringen. De komende jaren moeten we ook blijven vasthouden aan een begroting op basis van reële ramingen.
- 71 -
Paragraaf 3 - Financiering In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2025 tot en met 2028. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op: • • • • • • • •
Wettelijke kaders en treasurystatuut; Rentevisie en rentebeleid; Renterisicobeheer; Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte; Uitzettingen; Renteomslag; Garantstelling, en Relatiebeheer.
Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2024 en het treasurystatuut 2024. In 2024 is de financiële verordening herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening en/of het treasurystatuut is daarom op dit moment nog niet aan de orde. In 2025 bekijken we of de verordeningen geactualiseerd dienen te worden in verband met de nieuwe zelfstandige organisatie na de ontvlechting. In 2021 heeft het college de nota Garantstellingen en Leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente.
Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die ze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. In de afgelopen jaren is de rente sterk gestegen als gevolg van de stijgende inflatie door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de oplopende prijzen van energie en grondstoffen. Vanaf midden 2022 tot en met september 2023 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de rente verhoogd om deze hoge inflatie te bestrijden. In juni 2024 is de rente voor het eerst in negen maanden weer verlaagd. Economen verwachten de komende periode een snellere verlaging dan gedacht. De inflatie in de eurozone is inmiddels al weer een stuk gezakt, maar steeg wel onverwachts in juli 2024 naar 2,6 procent. Dat is nog altijd hoger dan de doelstelling van de ECB van een inflatie van rond de 2 procent. Tegelijk lijken de economische vooruitzichten voor de eurozone te verslechteren. Daarmee is er voor de ECB een extra reden om de rente snel te verlagen.
- 72 -
Een hogere rente zet namelijk een extra rem op de economie. Als de inflatie echter hoger blijft dan verwacht, dan beperkt dat de ruimte van de ECB om de beleidsrente te verlagen. Een lagere rente kan de inflatie namelijk extra aanjagen, doordat lenen goedkoper wordt en de economische vraag wordt gestimuleerd. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld. De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen.
Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. Bedragen x € 1.000
Renterisico op vaste schuld 2025
2026
1.
Netto renteherziening op vaste schuld
-
2. 3.
Betaalde aflossingen Renterisico op vaste schuld (1 + 2)
4.166 4.166
4a.
Begrotingstotaal 2025
74.021
4b.
Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage
4.
Renterisiconorm
14.804
5a.
Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
10.638
5b.
Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
-
Renterisiconorm 20%
Toets renterisiconorm
- 73 -
2027 -
2028 -
-
3.655 4.344 4.176 3.655 4.344 4.176
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2025. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. Bedragen x € 1.000 2025
2026
2027
2028
Totaal vlottende schuld
15.232
15.437
15.867
15.976
Totaal vlottende middelen
8.940
8.940
8.940
8.940
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
6.292
6.497
6.927
7.036
Kasgeldlimiet
6.292
6.497
6.927
7.036
Begrotingstotaal
74.021
76.440
81.495
82.771
Vastgesteld percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
0
0
0
0
Ruimte onder kasgeldlimiet
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte. Omschrijving
2025
2026
2027
2028
Kasstroomoverzicht Kasstroom uit operationele activiteiten Investeringen
1.400
-4.900
3.900
3.900
-12.800
-19.100
-4.600
-9.400
Aflossing leningen
-4.200
-3.600
-4.300
-4.100
Financieringsoverschot/-tekort
-15.600
-27.600
-5.000
-9.600
Verwachte financieringspositie voor de komende jaren Vanaf 2025 is er sprake van een financieringsbehoefte voor de liquiditeitspositie. Er staan een aantal omvangrijke projecten op het programma die we niet met eigen middelen kunnen financieren. In bovenstaand overzicht en in de vaststelling van de aan te trekken gelden, gaan wij uit van de huidige planning. Afhankelijk van de snelheid en voortgang van deze projecten kan de feitelijke financieringsbehoefte afwijken. Leningenportefeuille Bij het aantrekken van gelden ter dekking van het financieringstekort maken we maximaal gebruik van de mogelijkheid om kortlopende leningen af te sluiten rekening houdend met de kasgeldlimiet van circa € 15 miljoen. Het restant van de financieringsbehoefte dekken we met langlopende leningen. De feitelijke verdeling tussen kortlopende en langlopende leningen is afhankelijk van de actuele rentestand en voorwaarden. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2025 is deze gemiddeld 1,2%).
- 74 -
In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de verwachte nieuwe langlopende leningen weergegeven. Bedragen x € 1.000 1-1-2024
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
Stand leningen
39.674
35.508
31.876
55.631
55.905
Nieuwe lening
-
534
27.410
4.618
9.466
4.166
4.166
3.655
4.344
4.176
Reguliere aflossingen
Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Wij verwachten niet dat er in de komende jaren sprake zal zijn van overliquiditeit. Daarom zullen wij geen gebruik maken van deze faciliteit. Verstrekte leningen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de leningen die zijn verstrekt aan derden. Wanneer bij deze leningen sprake is van een variabele rente, wordt bij de renteberekening uitgegaan van het 1-maands Euribor per rentevervaldatum. Naam geldnemer
%
Carnisse Mondzorg B.V.
3%
Saldo uitzettingen 1 januari 2025
Totaal verstrekte gelden
Verwachte mutaties in 2025
Saldo uitzettingen 31 december 2025
104.349
-26.807
77.542
104.349
-26.807
77.542
Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2025 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 0,74%. Voor 2025 hanteren we een omslagpercentage van 0,55%. Schema rentetoerekening Externe rentelasten financiering
+/+
576.900
Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
-/-
100.000 476.900
Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties
-/-
31.300
Rente projectfinanciering Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-/-
14.000 431.600
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
340.000
Renteresutaat op taakveld treasury
-91.600
Toe te rekenen rente
431.600
Boekwaarde per 1 januari Renteomslagpercentage
58.631.300 0,74%
- 75 -
Garantstelling In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is, en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2024 is het totaal van de directe garantstellingen € 34.800. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 34,3 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen. Relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2025 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.
- 76 -
Paragraaf 4 - Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente beheert de kapitaalgoederen waarvoor zij verantwoordelijk is. De kapitaalgoederen verhardingen, riolering, civiele kunstwerken, groen, speelgelegenheden, openbare verlichting en watergangen vertegenwoordigen tezamen een vervangingswaarde van ruim € 200 miljoen (peildatum 2023). Zorgvuldig beheer van dit kapitaal is belangrijk. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen en blijft de waarde zo hoog mogelijk. De waarde is afgestemd op de activiteiten die in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals wonen, werken en recreëren. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen wordt aangegeven wat de kaders zijn waarbinnen het onderhoud van deze goederen plaats vindt. Aanwezige kapitaalgoederen De gemeente Albrandswaard beheert binnen de openbare ruimte de volgende kapitaalgoederen: • • • • • • • • • •
Verhardingen zoals wegen, straten, paden en pleinen binnen de bebouwde kom; Straatmeubilair; Openbare verlichting; Verkeer- en straatnaamborden; Gemeentelijke riolering; Waterbodems, beschoeiingen; Civiele kunstwerken; Openbaar groen; Speelvoorzieningen, en Gemeentelijke gebouwen.
Om de kapitaalgoederen goed te kunnen beheren, is halverwege 2020 het Beheerplan openbare ruimte 2020 - 2024 ambtelijk geactualiseerd. Het beheerplan geeft duidelijkheid over de kosten die gemaakt moeten worden om de openbare ruimte te onderhouden binnen de wettelijke kaders en de met de gemeenteraad afgesproken beleidskaders. Uitgangspunt daarbij is dat de planningen voor vervanging en groot onderhoud zijn gebaseerd op resultaatgericht beheer. Dit houdt in dat wordt onderhouden of vervangen wat daadwerkelijk nodig is, in plaats van onderhouden of vervangen op basis van technische levensduur. Door de BAR-ontvlechting hebben we een lichte achterstand opgelopen in de renovatie van kapitaalgoederen maar deze zal in 2025 verder worden ingelopen. Daarbij word in 2025 ook het beheerplan geactualiseerd om ook voor de komende jaren het beheer goed en gestructureerd uit te kunnen voeren. Het Programma Stedelijk Water (PSW) 2021 – 2025 vormt de basis voor het onderhoud en vervangingen aan riolering. Het PSW is de opvolger van wat voorheen het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) werd genoemd. Binnen dit programma staat beschreven op welke locatie welk onderhoud of vervanging noodzakelijk is. De rioolheffing wordt op basis van het PSW bepaald. In 2025 zal een nieuw PSW worden opgesteld en wordt opnieuw het totaalpakket rondom riolering tegen het licht gehouden.
Voor het onderhoud en beheer van de gemeentelijke gebouwen is in 2016 voor alle gebouwen een meerjarenonderhoudsplan vastgesteld. Deze plannen vormen de basis voor een goed gebouwenbeheer. Zorg voor de openbare ruimte Binnen het vastgestelde beheerplan zijn de beeldnormeringen van de CROW en de landelijke Standaard het uitgangspunt. Het beheerplan differentieert op basis van
- 77 -
gebiedsindeling en kwaliteitsniveaus. De afgesproken beeldkwaliteit wordt bewaakt middels monitoring. In de beheerplannen zijn projecten en onderhoudsmaatregelen opgenomen om de gewenste kwaliteit te realiseren en te behouden. De planningen van de verschillende beheerdisciplines worden op elkaar afgestemd, zodat werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. Om deze integraliteit te borgen wordt het beheerplan regelmatig geactualiseerd. De onderliggende beheerplannen en het integrale beheer heeft als doel: • Het zorgen voor een veilige, comfortabele, leefbare en duurzame openbare ruimte voor de bewoners van Albrandswaard; • De afgesproken kwaliteit van de openbare ruimte waarborgen door kwaliteitssturing; • Het beleid en consequenties hiervan v.w.b. de vastgestelde kwaliteitsniveaus aan alle belanghebbenden communiceren, zodat gekozen beleid en daarmee keuzes in de dagelijkse praktijk duidelijk en uitlegbaar zijn; • Voldoen aan wettelijke normen; • Budgetbeheersing; • Integrale afstemming tussen de verschillende beheeractiviteiten; • Termijnplanning voorhanden, en • Integrale aanpak van de taakvelden om hiermee een efficiëntieslag te behalen. De beleidskaders waarbinnen het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd is o.a.
opgenomen in: de beleidsnota’s Groenbeleidsplan gemeente Albrandswaard, Programma Stedelijk Water 2021- 2025, de Mobiliteitsvisie, Laadvisie Albrandswaard 2021, Speelruimtebeleidsplan 2010 - 2020, Licht op Albrandswaard, beleidskader openbare verlichting 2016, Beleidsplan afval en grondstoffen 2024-2028 en het Baggerplan. Dit beleid is vertaald in de genoemde beheerplannen en wordt zo ter uitvoering gebracht. Wegen De functie van het gemeentelijke wegennet is om het verkeer veilig, vlot en comfortabel te verwerken. Als wegbeheerder heeft de gemeente een zorgplicht om haar wegen te onderhouden en veilig te houden. Deze plicht is afgeleid van de Wegenwet. Onvoldoende zorg hiervoor leidt tot klachten van gebruikers van de buitenruimte en mogelijk tot schadeclaims. Door het opstellen van het beheerplan openbare ruimte 2024 - 2027 is de financiering van het onderhoud van het totale wegenbestand voor de komende jaren inzichtelijk en beheersbaar gemaakt. De onderhoudstoestand van de wegen in relatie tot het beschikbare budget is hierbij onderbouwd. Vanaf 2024 en 2025 ligt de focus op het renoveren van een wijk in Poortugaal. Het gaat hier om de straten Warnaar, Meeting, Terp en De Heuvel. Deze renovatie wordt in 2025 verder voorbereid en aanbesteed. De uitvoering en realisatie van het project zal plaatsvinden in de 2de helft van 2025 met doorloop naar 2026.
In het kader van de integrale aanpak wordt hierbij de hele openbare ruimte meegenomen waaronder groen, riolering en indien nodig openbare verlichting. Bij de planvorming wordt ook rekening gehouden met eventuele verkeerskundige aanpassingen om de verkeersveiligheid en gebruiksgemak te verbeteren . Daarbij zo mogelijk het aanbrengen van klimaat adaptieve maatregelen. Naast deze reconstructie vinden er aan de hand van jaarlijkse weginspecties onderhoudswerkzaamheden plaats. Deze locaties zijn door weginspecties in beeld gebracht in de 1e helft van 2024 . De daarbij geconstateerde (toegenomen) gebreken zijn verdeeld over de gehele gemeente voor zowel asfalt als elementverhardingen. Dit behoeft enige inhaalslag van achterstand d.m.v. grotere aanpak in 2025 en enkele daarop volgende jaren . Voor uitvoering hebben we meerjarige raamovereenkomsten afgesloten van klein en groot onderhoud elementen verhardingen. Ook voor asfalt onderhoud zal er een
- 78 -
raamovereenkomst in wording in de 2e helft worden aanbesteed welke ingaat voor uitvoering in 2025. Kwaliteit In 2023 beschikte Albrandswaard over circa 112 hectare aan diverse verharding met een vervangingswaarde van circa € 67 miljoen. Binnen deze discipline is kwaliteitsniveau A doorgevoerd in de centra gebieden, niveau B in de woonwijken en niveau C op industrieterreinen. Deze niveaus worden getoetst conform de CROW beeldnormeringen. De technische staat van de elementenverharding op dit moment is op verdeelde locaties in Albrandswaard ondermaats. Dit is het effect van de doorgevoerde bezuiniging in 2021 en 2022 die dit achterstallig onderhoud heeft veroorzaakt op vele (asfalt)wegen en paden. Op korte termijn is dus wel extra groot onderhoud en daarmee aanvullend budget noodzakelijk om opgelopen achterstanden in te halen. Deze maatregelen worden inzichtelijk gehouden door de wegen middels jaarlijkse weginspecties te beoordelen. Zettingsgebieden De bodem onder de openbare ruimte van Albrandswaard bestaat nagenoeg overal uit klei. Klei is een middelmatig stabiele bodemondergrond en geeft doorgaans een gelijkmatige zetting. Echter in de eind jaren '90 en beginjaren '00 is er infrastructuur aangelegd op een minder stabiele bodem dan klei. Dit betreft de (Vinex) wijken Parels, Diamant van Portland en een derde deel van de wijk Valckensteijn in Poortugaal.
Hier zal eerder groot onderhoud nodig zijn. Dit en komend jaar zal onderzoek verricht gaan worden om de aanpak en de kosten voor de komende periode te bepalen voor deze wijken. Straatreiniging Binnen het onderdeel ‘schoon houden van de openbare ruimte’ valt ook de onkruidbestrijding op verhardingen. Binnen Albrandswaard worden hiervoor geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Kwaliteit Een schone leefomgeving heeft in onze gemeente een hoge prioriteit. In de dorpscentra (winkelgebieden) wordt kwaliteitsniveau A als norm gehanteerd en voor het overige deel van de openbare ruimte kwaliteitsniveau B. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd zien we erop toe dat deze kwaliteit wordt behaald. Openbare verlichting Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in de openbare ruimte. Als gemeente dragen we zorg voor een goed functionerende openbare verlichting waarmee de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid wordt gediend. Bij de toepassing of vervanging van openbare verlichting hanteren we de volgende uitgangspunten:
De gemeente zorgt voor verlichting op maat daar waar het volgens de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 13201 + A1:2018 nl noodzakelijk is of vanuit sociale veiligheid wenselijk is; De openbare verlichting is energiezuinig en afgestemd op de behoefte; Vervanging van masten/armaturen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met geplande reconstructies en uitgevoerd in LED verlichting; Om de elektrotechnische veiligheid van de installaties te verbeteren voorzien we niet geaarde lichtmasten van dubbel geïsoleerde armaturen, en In het buitengebied en bij randen van natuurgebieden hanteren wij het uitgangspunt: ‘er wordt niet verlicht, tenzij’.
- 79 -
In 2025 worden ca. 600 armaturen op diverse locaties in Rhoon en Poortugaal vervangen. Hierbij gaan we over naar LED verlichting waardoor op energie bespaard wordt. Er worden ca 10 lichtmasten vervangen. Kwaliteit In 2024 beschikte Albrandswaard over een areaal van circa 6115 lichtmasten met een vervangingswaarde van circa € 5,5 miljoen. De gehele openbare verlichtingsinstallatie voor het preventieve en correctieve onderhoud wordt uitbesteed aan een daartoe gespecialiseerd bedrijf. Hiervoor heeft er begin 2023 een nieuwe aanbesteding plaats gevonden. Storingen die gerelateerd zijn aan de ondergrondse infrastructuur zijn voor verantwoordelijkheid van Stedin. De verlichtingskwaliteit zelf is niet via wettelijke of bindende bepalingen geregeld. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft wel richtlijnen opgesteld. De gemeente Albrandswaard volgt hierbij een tweesporen beleid ten aanzien van de te hanteren verlichtingsniveaus: 1. De openbare verlichting ten behoeve van nieuwe infrastructuur bij reconstructies binnen de bebouwde kom dient te voldoen aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 13201 + A1:2018 nl, en 2. In het buitengebied en bij randen van natuurgebieden hanteren wij het uitgangspunt: ‘er wordt niet verlicht, tenzij’. Verkeer en straatnaamborden Binnen het integraal mobiliteitsplan 2023-2030, is in 2024 de mobiliteitsvisie vastgesteld.
Met vaststelling van deze visie bepalen we de richting die we in Albrandswaard op willen gaan op het gebied van mobiliteit. Tevens biedt deze visie een stevige basis waarop we gefundeerde beslissingen kunnen nemen op het gebied van mobiliteit. Verder dient de visie als basis voor het vormgeven van de volgende deelproducten uit het mobiliteitsplan: gebiedsprofielen, de nota parkeernormen, wegencategorisering en een strategisch plan duurzame mobiliteit. We doen onderzoek naar hoe de gemeente Albrandswaard in elkaar zit op het gebied van mobiliteit, om zo ons wegennet opnieuw te beoordelen op functieniveau. We stellen ook een nieuwe nota parkeernormen op zodat we daarmee zo goed mogelijk kunnen adviseren op de steeds groter wordende woningbouwopgave. Jezelf duurzaam kunnen verplaatsen en dit stimuleren wordt steeds urgenter. Zodoende is ook een strategisch plan duurzame mobiliteit onderdeel van het mobiliteitsplan. Binnen het mobiliteitsplan is er ook uitgebreid aandacht voor duurzamere en schonere vormen van mobiliteit met als doelstelling deze te stimuleren. Hierbij is er aandacht voor het aantrekkelijker maken van het openbaar vervoer, deelvervoer en duurzame mobiliteit (Co2vrij). Daarnaast willen we lopen en fietsen aantrekkelijker en toegankelijker maken. Dit doen we door deze onderdelen centraal te stellen in het bepalen van de koers.
Op deze wijze dragen we bij aan het terugdringen van het autogebruik en de uitstoot die daarmee gepaard gaat. Al deze deelproducten moeten uiteindelijk leiden tot een uitvoeringsagenda waarin toekomstige projecten en maatregelen in de tijd zijn uitgezet. Zo verbeteren we de mobiliteit in gemeente Albrandswaard in de breedste zin van het woord, van verkeersveiligheid tot bereikbaarheid. Met het mobiliteitsplan en de daarbij horende uitvoeringsagenda leggen we vast welke lijn we als gemeente willen volgen en waaraan we de komende periode gaan werken. Naast het mobiliteitsplan – waarin de focus vooral ligt op de toekomst – blijven we ons ook richten op de lopende projecten en de urgente verkeersvragen vanuit de samenleving. We - 80 -
zetten daarbij in op het veiliger maken van bestaande 30 km/u wegen en het verbeteren van de routes voor langzaam verkeer. Kwaliteit Voor de verkeersinrichting van wegen worden de richtlijnen van het CROW- en de SWOVrichtlijnen aangehouden. Het betreft hier richtlijnen maar geen inrichtingsvereiste, waar mogelijk worden deze toegepast maar de omstandigheden buiten laat dit niet altijd toe waardoor er soms afgeweken wordt. Ook voor verkeersmiddelen is geen landelijk afgesproken kwaliteitsnormeringssysteem ontwikkeld. We hanteren hierbij het beheerplan voor verkeer- en straatnaamborden. Bij verkeersmiddelen (verkeers- en straatnaamborden en verkeersobjecten) heeft het begrip kwaliteit betrekking op: • •
Veiligheid: het juiste bord op de juiste plaats, en Zichtbaarheid: technische normen voor reflectie.
Riolering Het Programma Stedelijk Water (PSW) 2021 – 2025 vormt de basis voor het onderhoud en vervangingen aan riolering. Het PSW is de opvolger van wat voorheen het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) werd genoemd. Binnen dit programma staat beschreven hoeveel onderhoud of vervanging per jaar noodzakelijk is. In een operationeel programma (bijvoorbeeld het vervangingsplan riolering) is opgenomen op welke locaties onderhoud en vervanging plaats vinden. De rioolheffing wordt op basis van het PSW bepaald. Riolering Riolering draagt bij aan de volksgezondheid. De gemeente heeft een zorgplicht met betrekking tot inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor mag de gemeente een rioolheffing innen. Dit is vastgelegd in het Programma Stedelijk Water 2021 – 2025 (PSW), dat door de raad is vastgesteld in 2020. De thema's duurzaamheid en klimaatadaptie krijgen in het PSW nadrukkelijk aandacht. Het PSW geeft een actueel beeld van de benodigde onderhoudsbehoefte voor de riolering voor een periode van 5 jaar en voor de lange termijn. In 2024 wordt het project aanpak van de openbare ruimte in de De Warnaar, De Meeting, De Heuvel en De Terp voorbereid, uitvoering vermoedelijk in 2025. Door een integrale aanpak krijgt de wijk een robuuste en klimaat adaptieve inrichting. Binnen dit integrale project wordt de riolering vervangen.
Kwaliteit In 2023 beschikte Albrandswaard over circa 142 kilometer vrij verval riool en 77 kilometer drukriolering. Volgens landelijke maatstaven wordt ten aanzien van de kwaliteit van rioolstelsels niet gesproken in termen van kwaliteitsnormen zoals bij wegen, groen en straatreiniging maar van schadeklassen. Voorbeelden van deze schadeklassen zijn: scheurvorming in buizen, wortelingroei, verzakking en zandinloop. De beslissing tot vervanging of renovatie is gebaseerd op de uitkomsten van een rioolinspectie. Riolering gaat normaliter gemiddeld 60 tot 65 jaar mee. De riolering wordt eens in de 7 jaar gereinigd (ongeveer 20 km) en eens in de 14 jaar geïnspecteerd (ongeveer 10 km). Incidenteel worden extra inspecties uitgevoerd naar aanleiding van klachten (bijv. over wegverzakkingen). Bij rioolvervangingsprojecten wordt zoveel als mogelijk integraal gewerkt. Daarbij streven we ernaar om de openbare ruimte robuust in te richten. Effecten van klimaatverandering, waaronder wateroverlast, kunnen op die wijze worden beperkt. We werken samen met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. Risico dialogen blijven belangrijk om eventuele wateroverlast onder de aandacht van betrokkenen te brengen. Duidelijk moet zijn dat wateroverlast niet altijd door het aanpassen van riolering is op te lossen.
De interactie tussen riolering en buitenruimte (groen en verharding) speelt een grote rol.
- 81 -
Groen en bomen Het groen, in de breedste zin van het woord, is de aankleding en groene longen van de leefomgeving. Ze levert een grote belangrijke bijdrage aan de beleving, klimaat en biodiversiteit van de buitenruimte. De gemeente hanteert het motto 'Albrandswaard: Dorpen tussen groen en stad'. De groene long in een verder verstedelijkte omgeving. Het ontwikkelen, opbouwen en onderhouden van het openbaar groen is daarom een belangrijk gegeven. De uitgangspunten van groen zijn vastgelegd in een nieuw groenbeleidsplan wat in 2024 is vastgesteld. De ambities voor de toekomst zijn hierin vastgelegd en vormen de leidraad om onze gemeente ook groen te houden en verder te ontwikkelen. Sinds 2016 wordt er stevig ingezet op een consequent boombeheer gericht op een optimale begeleiding en ontwikkeling van bomen en het uitvoeren van structurele boomveiligheidscontroles. Jaarlijks wordt 1/3e deel van het bomenbestand gecontroleerd conform de geplande cyclus en worden de snoeimaatregelen uitgevoerd. Vanuit de wettelijke controle wordt er een kap en vervangingsplan opgesteld en uitgevoerd om te voldoen aan de veiligheidsnormen. Deze worden vervolgens ook in hetzelfde jaar gekapt en waar mogelijk vervangen. Door jaarlijkse herhaling van deze planning wordt er zorg gedragen voor een kwalitatief goed en veilig bomenbestand.
2024 is een overgangsjaar geweest na de BAR-ontvlechting en heeft vooral in het teken gestaan van het draaiende houden van alle werkprocessen en het reguliere onderhoud. Wel is er volop ingezet om het nieuwe groenbeleidsplan te vertalen naar concrete doelen en projecten. Voor 2025 en verder gaat dit ook de inhoud geven om volop aan de slag te gaan en het groen en bomen in Albrandswaard verder te ontwikkelen en te verbeteren. 2025 zal dan ook het jaar zijn waarin we de eerste projecten concreet gaan oppakken om de ambities werkelijkheid te maken. Kwaliteit In 2024 beschikte Albrandswaard over circa 300 ha beplanting, 1050 ha gras en 13.710 bomen met een vervangingswaarde van circa € 15 miljoen. Binnen het groen is kwaliteitsniveau A het uitgangspunt in de centra gebieden en niveau B in de woonwijken en industrieterreinen. Via visuele controles buiten en tussentijdse oplevermomenten van wijken waar het onderhoud is uitgevoerd wordt erop toegezien dat de kwaliteit wordt behaald. Waar nodig wordt vervolgens bijgestuurd of extra onderhoud gepleegd om het buiten schoon, heel en veilig te houden. Waterwegen en baggeren De gemeente en het waterschap zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van het oppervlaktewater en voor het op diepte houden van de sloten en waterwegen in de gemeente.
Het onderhoud bestaat uit het verwijderen van waterplanten en riet (dagelijks onderhoud) en baggeren (planmatig onderhoud). Bij slecht beheer en onderhoud kunnen beide ervoor zorgen dat er een slechte doorstroming en afwatering ontstaat. Van deze werkzaamheden is baggeren het meest ingrijpend. In alle wateren in ons gebied ligt op de bodem een laag bagger: een mengeling van plantenresten en bezonken slib. De aangroei van bagger is een natuurlijk proces. Gemiddeld groeit bagger met ongeveer een centimeter per jaar. Om te voorkomen dat onze wateren steeds minder diep worden, moeten we de bagger eens in de zoveel tijd weghalen. Met het baggeren komen de sloten en waterwegen weer op de oorspronkelijke diepte. Problemen met de waterhuishouding, waterkwaliteit en te ondiep water worden daarmee opgelost. Daarnaast worden er binnen onze gemeente beschoeiingen onderhouden. Op basis van technische levensduur en visuele inspecties wordt beoordeeld waar beschoeiing aan
- 82 -
vervanging toe is. Waar mogelijk wordt daarbij bekeken of beschoeiing vervangen kan worden door natuurvriendelijke oevers. Indien dit niet mogelijk blijkt zal nieuwe beschoeiing terug geplaatst worden. Indien uit de inspectie blijkt dat vervanging nodig is zal dit uitgevoerd worden, indien in goede staat zal vervanging worden uitgesteld. Koedood De Koedood is de grootste aaneengesloten waterplas in onze gemeente en neemt daardoor een bijzondere positie in qua waterbeheer. In 2017 is er een overeenkomst getekend met het Waterschap Hollandse Delta over het onderhoud van de Koedood bij Portland. Per 1 januari 2018 is daarmee het baggeronderhoud door het waterschap afgekocht en ligt het volledig beheer bij de gemeente. Om het waterbeheer van de Koedood alsmede het groenbeheer van de Noordrand goed vorm te geven en aan te laten sluiten bij de wensen van de bewoners, is in 2018 samen met een groep bewoners uitgangspunten voor beheer opgesteld. Er is vervolgens gekozen voor een Europese aanbestedingsprocedure volgens de ‘mededingingsprocedure met onderhandeling’, deze is in 2020 afgerond. Middels deze procedure is een aannemer gecontracteerd met de beste kennis van zaken, creatieve en innovatie oplossingsrichtingen en de volle motivatie om de komende 10 jaar aan de slag te gaan in dit gebied. Het beschikbare budget staat vast in deze aanbesteding.
Binnen dit contract is vastgelegd dat de onderhoudsaannemer samen met bewoners, gemeente en overige belangrijke stakeholders in overleg treedt over de inrichting, wensen en het onderhoud van het gebied. Hiermee moet een recreatief en aantrekkelijk gebied met ook voldoende natuur en biodiversiteit ontstaan. Omdat dit een 10-jarig contract is, is er wel een indexering van toepassing. Kwaliteit De gemeente Albrandswaard beschikt over circa 46 ha. oppervlakte water (sloten en plassen). Baggeronderhoud wordt planmatig gedaan op basis van jaarlijkse steekproeven over het gehele areaal, opvolging van klachten en meldingen/afkeur van het waterschap. De hieruit voortkomende werkzaamheden worden in een onderhoudsbestek verwerkt en uitgevoerd door een aannemer. Bij uitvoering van het baggeren speelt de Wet Natuurbescherming en beperking van overlast een belangrijke rol. Daarom vindt uitvoering plaats tussen 1 oktober en 15 maart. Het dagelijks onderhoud van de oevers en het verwijderen van riet en waterplanten wordt jaarlijks uitgevoerd. Uitvoering van deze werkzaamheden vinden plaats vanaf 15 juli. Via toezicht zorgt de gemeente ervoor dat de juiste kwaliteit wordt behaald en voldaan wordt aan de wet- en regelgeving. Civiele kunstwerken De 102 civiele kunstwerken in Albrandswaard bestaan uit bruggen, trappen, geluidsschermen, vlonders en visplaatsen.
Bruggen vormen hiervan het grootste aandeel. Voor het in beeld krijgen van de staat van onderhoud zijn eind 2023/ begin 2024 alle objecten van Albrandswaard geïnspecteerd en technisch beoordeeld. Daarbij zijn er ook 5 objecten toegevoegd aan huidig areaal. Aan de hand van al deze gegevens wordt dit jaar het geheel ondergebracht in een nieuw geactualiseerd beheerplan. Ten aanzien van de gemiddelde onderhoudskosten en de levensduur van bruggen zijn geen landelijke normen vastgesteld. Reden hiervoor is dat dit per brug sterk afhankelijk is van de ligging, omgevingsaspecten en de toegepaste constructie. Door regelmatige inspecties wordt het degeneratie proces inzichtelijk gehouden. Met de nieuwe objectgegevens door technische inspecties wordt het beheerplan 2025-2029 opgesteld. Dit geeft inzicht in de onderhoudsaanpak in deze periode en het daarvoor nodige onderhoudsbudget . Het beheerplan 2025-2029 bevat naast het levensduur verlengend onderhoud ook een meerjarig vervangingsplan. Voor vervanging werkelijk plaatsvindt, wordt altijd eerst nog grondig gecontroleerd door een maatregeltoets op locatie, of dit ook werkelijk